Meningen
Hier kun je zien welke berichten Chainsaw als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Children of the Corn 666: Isaac's Return (1999)
John Franklin, dat jochie met een groeiprobleem, was het meest memorabel aan die eerste Children of the Corn. De beste man kreeg erna weinig werk, waardoor hij eind jaren 90 maar besloot om zelf een script te schrijven voor een vervolg op Children of the Corn. Het is het enige wat deze zesde Children of the Corn te bieden heeft; de terugkeer van de bad guy uit deel 1. Maar helaas doet men er erg weinig interessants mee en is Children of the Corn 666: Isaac's Return van alle delen misschien nog wel het meest waardeloos. Kwalitatief doet het niets onder voor de vorige delen in de reeks, maar het is een ongelofelijk saaie bende, met een onnodig warrig script en suffe personages. Stacy Keach als dokter is nog enigszins vermakelijk en eerlijk is eerlijk, met hoofdrolspeelster Natalie Ramsey is niet veel mis. Maar verder krijg je je horrorfilms zelden zo futloos en saai als Children of the Corn 666. Wat dat betreft is deze franchise perfect om mee te limbodansen; hoe laag de lat ook ligt, een vervolg gaat er alsnog met gemak onderdoor.
1,5 sterren.
Children of the Corn II: The Final Sacrifice (1992)
Alternatieve titel: Children of the Corn: Deadly Harvest
Het is opvallend dat Children of the Corn nu bekend is als een langdurige, flink uitgemolken franchise, maar dat er met acht jaar een best groot gat zit tussen de eerste en de tweede film. De eerste film werd nog gemaakt in de hoogtijdagen van de slasher, horror op een hoogtepunt. Toen Children of the Corn Part 2 uitkwam waren veel grote horrornamen al op hun retour en was het genre flink aan het inkakken. Maar goed, ik vind het sowieso al bijzonder dat er zo'n langlopende franchise is ontstaan uit een serie die met een behoorlijk magere film begon.
Children of the Corn Part 2 is niet heel veel beter dan zijn voorganger. Maar ergens ook niet veel slechter. De film mist de aanwezigheid van John Franklin als Isaac, het enge mannetje in deze film heeft verre van de charme van Isaac uit de eerste film. Daar staat tegenover dat deze film wel leuker is dan de eerste film. Waar Children of the Corn nogal veel pogingen deed om echt spannend en eng te zijn, daar is Children of the Corn Part 2 vooral ook erg zelfbewust. Zo'n Wizard of Oz grap is vrij dom, maar stiekem ook wel weer een glimlach waard. Evenals het moment dat die vrouw in een rolstoel door een ruit vliegt. Het is allemaal wat dommer en daardoor vermakelijker. Maar anderzijds; als het om domme pulpfilms aangaat zijn ze er in dit genre alsnog veel leuker, want op die paar geestige momenten na is The Final Sacrifice veelal suf en vrij inwisselbaar.
2 sterren.
Children of the Corn III: Urban Harvest (1995)
In tegenstelling tot veel horrorseries is het opvallend dat de kwaliteit van de Children of the Corn serie tot dit deel steeds een stukje stijgt. Dat zegt niet heel veel - deel 2 was ook maar een haar beter dan de eerste film - maar deze derde Children of the Corn is duidelijk het leukst van de drie.
In deze film krijgen we Daniel Cerny - het jochie uit Demonic Toys - in de rol van Eli, die met zijn broer naar de grote stad gaat. Maar hij neemt zijn koffer met maïs mee en dus gebeuren er al snel vreemde dingen. Het was slim van de makers om de setting te verplaatsen naar de stad, want heel veel nieuws valt er ook niet meer te doen met een klein gehucht omringt met maïsvelden. Het is geestig om te zien hoe de broer van Eli zich redelijk goed weet aan te passen en nieuwe vrienden krijgt, terwijl Eli zelf maar een raar jochie blijft. Vooral de botsingen tussen Eli en de priester/ hoofd van de school levert een paar geinige sequenties op. Alsnog is Cerny geen Isaac, maar de film is echter tig keer leuker en amusanter dan die eerste Children of the Corn. Dit wordt vooral duidelijk tegen het einde, met een heerlijk over de top monster met geinige effecten van Screaming Mad George. Niemand verwacht hoogstaande cinema van een derde Children of the Corn, maar met die eerste twee vrij zoutloze producties kan dit bijna een verademing genoemd worden.
3 sterren.
Children of the Corn IV: The Gathering (1996)
En we zijn weer terug bij af.
De derde Children of the Corn - met een leuk monster en een hoop leuke pulp - was een hoogtepuntje in een niet al te beste serie. Maar met deel 4 zijn we weer op het oude niveau van een inwisselbare, zoutloze horror. Het meest memorabele aspect van de film is waarschijnlijk de hoofdrol van Naomi Watts. Post Tank Girl, maar voor Mulholland Drive. Ze is duidelijk niet de slechtste acteur aanwezig, maar die actrice die later twee Oscar nominaties zou krijgen zie je hier ook niet echt in terug. Maar dat gaat ook lastig met zo'n script. Children of the Corn 4 gooit het plot rondom He Who Walks Behind the Rows overboord, maar blijft focussen op de kwaadaardige kindertjes. De film neemt zichzelf veel te serieus en focust zich voornamelijk op een Naomi Watts die probeert uit te zoeken waarom alle koters ziek zijn. Dit gaat gepaard met een hoop nachtmerries; met als toppunt een nachtmerrie ín een nachtmerrie. Als het hoofdpersonage voor de zoveelste keer wakker schrikt van een droom met jumpscare, vallen wij als kijker juist langzaam in slaap.
2 sterren.
Children of the Corn V: Fields of Terror (1998)
Niet dat iemand hoge verwachtingen hoeft te hebben van een vijfde Children of the Corn, maar van de schrijver van House en House II had ik op z'n minst iets lolligers verwacht. Children of the Corn V: Fields of Terror neemt het allemaal wellicht een tikkeltje minder serieus dan zijn voorganger 'The Gathering' (en brengt tevens He Who Walks Behind The Rows terug), maar geestige pulp zoals in de derde film blijft uit. Eigenlijk is deze Fields of Terror vooral een suf en levenloos product. Het enige aspect wat memorabel is aan deze film is de hoeveelheid relatief bekende namen. Hadden we vorige keer nog Naomi Watts, ditmaal zien we onder meer Eva Mendes en bijrollen van Kane Hodder, David Carradine en Fred Williamson. De confrontatie tussen die laatste twee heren levert een idiote, en daardoor amusante, sequentie op, maar voor de rest is Children of the Corn 5: Fields of Terror enorm zoutloos.
2 sterren.
Children of the Corn: Genesis (2011)
Deeltje 9 van een serie vol erg matige horrorfilms. De titel Genesis geeft aan dat we teruggaan naar een begin, hoewel onduidelijk is of de film voortborduurt op de oorspronkelijke serie van zeven films of juist de reboot uit 2009 - of dat de film op zichzelf weer een reboot is. Maar goed, continuïteit is sowieso een chaos bij deze serie, dus het zal me ook een worst zijn. In Children of the Corn: Genesis probeert men een paar nieuwe dingen. De premisse van een stelletje met autoproblemen in de middle of nowhere zagen we al vaker, waaronder in het origineel, maar deze Children of the Corn bevat maar bar weinig kinderen of maïs. Het is een kleiner verhaal waarbij de makers allerlei trucjes uit de kast halen; de film is een verzameling bovennatuurlijke gebeurtenissen, droomsequenties en lange monologen en dialogen.
Een stukje vernieuwing is prima, maar het is jammer dat het allemaal zo bespottelijk oninteressant wordt gebracht. De personages boeien niet en niets aan het verhaal is memorabel. Enige wat nog voor een glimlach zorgt was die politieagent die uit het niets de ruimte in vliegt. Dom en heel minimaal, maar je moet met films als dit echt zoeken naar die paar momenten die je vermaken. Genesis is misschien niet het slechtste hoofdstuk uit de serie, maar die lat ligt dan ook erg laag. Alsnog is het geen film waar je enthousiast van wordt. Desondanks gaat men gewoon verder met de serie, zo kwam er dit jaar alweer een nieuwe film bij. Het houdt waarschijnlijk nooit op.
1,5 sterren.
Children of the Corn: Revelation (2001)
Tja, dit was te verwachten. Van een serie die vanaf de eerste film al weinig voorstelt, kun je niet echt verwachten dat een deel 7 snel gemaakte straight-to-dvd ineens goed is. Maar toegegeven, ik hoop stiekem in de serie nog een film van het niveau Urban Harvest, de derde film, tegen te komen. Maar tot dusver zakt het niveau alleen maar verder. Isaac's Return, de zesde film, was het dieptepunt van de serie en hoewel deze Revelations niet per se een slechtere film is, het niveau gaat ook niet bepaald omhoog.
In Children of the Corn: Revelations - dezelfde subtitel als één van die wanhopige Hellraiser sequels - zien we een jonge hoofdfiguur, die last krijgt van enge kinderen met bloempotkapsels, bretels en met namen van Bijbelse figuren. Onze hoofdrolspeelster maakt nare dingen mee, onder meer in haar nachtmerries, en gaat op onderzoek uit, terwijl de andere bewoners van de flat stuk voor stuk worden vermoord door de kinderen. De blonde dame die uit de kleren gaat, de norse man in de rolstoel.. allemaal komen ze terecht in het angstaanjagende maïs. Maar wat nog veel enger is dan maïs? Goedkope CGI maïs! Tegen het einde zien we computereffecten als groeiend maïs en explosies, die hilarisch leuk zijn. Jammer genoeg is de rest van Revelations niet hilarisch leuk, maar vooral enorm vervelend. En het is niet alsof ze de ingrediënten niet hadden; ze hadden een toffe charismatische acteur als Michael Ironside tot hun beschikking, maar besloten echt níets met hem te doen. Over gemiste kansen gesproken.
1,5 sterren.
Children, The (2008)
Moordlustige kinderen zaaien dood en verderf. Blijft altijd leuk als het horrorgenre ingevuld wordt met die kleine, onschuldig ogende kids in plaats van een grote vent met een masker. Ook al is ook dat geen garantie voor een goede film. The Children hangt er wat dat betreft een beetje tussen. Met de setting en de simpele, maar doeltreffende muziek van Stephen Hilton lukt het Shankland om een alleraardigste sfeer neer te zetten. Een knus huisje in een bos vol sneeuw, waar twee bijzonder gelukkige gezinnen als in een reclame van Lenen.nl met elkaar de feestdagen gaan doorbrengen.
Het is ietwat jammer dat Shankland zoveel tijd neemt om de karakters neer te zetten. Want zo interessant en diepgaand zijn die personages niet, vond ze eerder nogal slaapverwekkend. Na bijna drie kwartier geeft Shankland dan eindelijk het startschot en mogen de kinderen het matige eerste gedeelte goedmaken. En dat lukt aardig. Een aantal sterke en interessante scènes volgen, hoewel het nergens echt spannend of eng wil worden. Maar gelukkig is subtiliteit ook een woord dat niet in Shankland's woordenboek voorkomt, zo is de scène waarin het jochie met de keel in het gat van de deur wordt gedrukt niet mis.
Uiteindelijk lukt het Shankland nog om met een sterk laatste half uurtje op de proppen te komen. Echt bijzonder of vernieuwend wordt het nergens, maar het einde dat hij zijn film geeft is uitstekend. Het is wat dat betreft jammer van het saaie eerste half uur en de wat magere karakters. Want het tweede gedeelte smaakte zeker naar meer. De poster deed me overigens meer denken aan zo'n goedkope B-film, die in de videotheek altijd helemaal onderaan in de rekken weggedrukt is omdat er geen hond naar wil kijken. Dat viel dan weer mee.
3,5 sterren.
Chillerama (2011)
Vier regisseurs pogen een film zo vol mogelijk te proppen met slechte pulp. Sommigen gaat dat prima af, anderen iets minder. Over het algemeen kan in ieder geval gezegd worden dat Chillerama de helft korter had gekund. Elke afzonderlijke film is niets meer dan een uit de kluiten gewassen sketch, leunend op één simpele grap, maar gerekt tot een hele short. De aanpak en inhoud van de shorts verschilt nog al, hoewel ze allemaal leunen op puberale ongein als poep, pies, sperma, seks en kots.
Wadzilla van Adam Rifkin is een redelijk geestige ode aan de jaren 50 monsterfilm. Sfeertje wordt goed neergezet met een compleet idioot monster, bespottelijke effecten en lekker over de top acteerwerk. Dit filmpje wordt gevolgd door I was a Teenage Werebear van Tim Sullivan, werkelijk in alle opzichten een irritant wanproduct. Geen seconde grappig en van kwaliteit waar middelbare scholieren zich nog voor zouden schamen. Had er beter in z'n geheel uitgeknipt kunnen worden. De derde film is The Diary of Anne Frankenstein van Adam Green, die een paar erg geestige momenten kent (die zwarte stuntman), maar veel te lang duurt. Was de film teruggebracht naar onder de 10 minuten, was het veel sterker geweest. De film sluit af met Zom-B-Movie van Joe Lynch, die ook zeker wat leuke momenten kent (die normale dude, die bezig is met een half lichaam), maar ook veel te lang doorgaat en nergens echt hilarisch wordt.
Al met al drie 'mwoah/ok/aardige' segmenten en één verschrikkelijke. Chillerama is verder simpelweg puberaal, duidelijk dus te lang en vaak maar op een paar momenten écht grappig. Maar eerlijk is eerlijk, de momenten die leuk zijn, zijn ook meteen goed vermakelijk, hoe schaars ze ook zijn.
2,5 sterren.
Chocolate (2005)
Alternatieve titel: Masters of Horror: Chocolate
Het is toch niet zo vreemd om van een serie die Masters of Horror heet ook een beetje horror of spanning te verwachten? Het uitgangspunt van deze aflevering van Mick Garris is aardig, maar de uitwerking is om te huilen. Chocolat heeft een ongelofelijk trage opbouw, die zo'n 55 minuten van de speelduur in beslag neemt en weet in die periode praktisch geen moment ook maar ietwat spannend of boeiend te worden. En op één scène na is dit ook verre van horror, het was meer een saai, soft- erotisch drama met wat zwakke thriller- elementen. Het kleine rolletje van Matt Frewer was nog een kleine lichtpuntje in de duisternis, maar verder is dit behoorlijke prul.
1 ster.
Chopping Mall (1986)
Alternatieve titel: Killbots
Eén van de eerste werken van pulpkoning Jim Wynorski. Een film die me geregeld even deed denken aan Creepozoids, één van de eerste films van zijn collega David DeCoteau. Ook zo'n grootmeester in de pulp. En ook zo'n amusant stukje rommel.
Ook Chopping Mall bevat alles wat je ervan zou verwachten; een hele emmer vol idiote en erg foute pulp dat desondanks (of eigenlijk juist daarom) vermaakt als geen ander. De titel, de poster, de speelduur en de premisse werken alvast in de film's voordeel en een groot scala aan belachelijke derderangs acteurs, met wel even belachelijke jaren '80 kapsels, doen waar nodig hun ding. Maar het meeste vertier komt toch wel als de robots op het toneel komen. Veel doen ze niet en ze zien er ook alles behalve bijzonder uit, maar ze maken er een alleraardigst feestje van. Een amusante kill hier, een geinige cameo (Dick Miller) daar, je komt met gemak de kleine 80 minuten door. Akkoord, het had tegen het einde allemaal net ietsjes scherper en geestiger gekund, maar er valt hoe dan ook genoeg te lachen. En tja, veel anders moet je van dergelijke films ook niet verwachten.
3 sterren.
Christine (1983)
Alternatieve titel: John Carpenter's Christine
Niet de beste King verfilming en verre van de beste film van Carpenter. Maar Christine is ook zeker niet het slechtste werk van beide heren. De film is geen moment eng en zelfs spanning is - op een paar sequenties na - vrij ver te zoeken. Interessant is het gelukkig wel. We krijgen een reeks flink over-de-top personages - de bebrilde klungelige nerd, de verknipte garagehouder en vooral de compleet overdreven pestkop, compleet met groot kapsel en stiletto. Diepe karakterstudies hoef je dus niet te verwachten, maar het sfeertje is uitstekend en Carpenter weet wel een paar voortreffelijke scènes in beeld te brengen. Telkens als Carpenter een actiesequentie brengt met het knalrode titelpersonage, wordt het leuk. Desondanks is de opbouw van de film beter en interessanter dan de uiteindelijke climax, die stelt wat teleur.
3,5 sterren.
Christmas Carol, A (1999)
Ah, Christmas Carol; zo'n beetje het bekendste kerstverhaal na de geboorte van Christus. Hoewel, als je kijkt naar de hoeveelheid verfilmingen wint A Christmas Carol het met gemak. En deze TV-film met Patrick Stewart is prima. De film is trouw aan het boek van Dickens en lijkt stap voor stap op de verfilming uit 1951 met Alastair Sim. Patrick Stewart is een voortreffelijk acteur, die zoiets makkelijk op zijn schouders kan dragen. Het is - gezien Stewart vooral bekend is om sympathieke rollen - even wennen hem als knorrepot te zien, maar hij komt er best goed mee weg. Een tikkeltje theatraal, maar soit. De geesten zijn iets minder indrukwekkend. De verschijning van Jacob Marley was nog wel goed gedaan - en ook die geest van de toekomst is prima - maar de andere twee stellen ietwat teleur qua design, met name de geest van het verleden. Ook de effecten verdienen niet overal een schoonheidsprijs. Sommige momenten waren best oké gezien het lage budget, maar zo'n tornado was echt te knullig voor woorden.
3 sterren.
Christmas Carol, A (2009)
Alternatieve titel: Disney's A Christmas Carol
Zemeckis heeft sterke live-action films gemaakt in het verleden, maar zijn motion capture werk is nu niet bepaald fantastisch. Beowulf was maar een matige film en de Polar Express staat nog steeds bekend als die film met die doodenge hoofdpersonen vanwege de animatie. Die techniek is er wel op vooruitgegaan, zo heeft alleen de oude Scrooge in deze film al meer gelaatsuitdrukkingen en emotie in het gezicht dan alle personages uit Beowulf of Polar Express bij elkaar. Komt natuurlijk ook door Carrey; knappe animatieprogramma's die zijn gelaatsuitdrukkingen niet vastgelegd krijgen. Verder komen een paar visueel interessante creaties voorbij, als de Ghost of Christmas Yet to Come of de geest van Marley. Ik had een enorm kinderlijke film verwacht, maar dat viel me nog enigszins mee; de film is hier en daar nog best duister.
Klinkt allemaal best positief. Het is dan ook des te jammer dat de film inhoudelijk geregeld vastloopt en vooral de personages ongelofelijk saai en leeg zijn. Het script springt van de ene scène naar de andere, maar meeleven doe je niet. Daarvoor is de film veel te veel gericht op 'de mooie plaatjes van de techniek'. Vooral scènes als die ellenlange achtervolging met de kleine Scrooge, met de koets, op het dak en met de rat kwamen over als totáál zinloze momenten, enkel erin gestopt om eens goed met de techniek te showen. Die tijd hadden ze in mijn ogen beter in het script kunnen steken, want dat was behoorlijk karig. Dus volgende keer minder opscheppen met je techniek, Zemeckis. Vertel maar weer eens een goed verhaal.
3 sterren.
Christopher Robin (2018)
Alternatieve titel: Janneman Robinson & Poeh
Sympathieke, charmante film. Gebaseerd op de poster had dit zo een soort Garfield/Scooby Doo film kunnen zijn. En de premisse doet erg sterk denken aan Hook van Spielberg. Maar Marc Foster maakt van Christopher Robin een uiterst kalme, sprookjesachtige film. Geen geschreeuw of explosie aan kleuren, maar sfeervolle trage shots in een mistig bos. De kleine hoofdfiguren zijn stuk voor stuk sympathiek en zien er fantastisch uit, prachtig geanimeerd. Een paar momenten tussen Poeh en Christopher Robin zijn zonder meer hartverwarmend. Nadeel aan Christopher Robin is dat de film steeds iets te duidelijk moet zijn voor - waarschijnlijk - de jonge kijkers. Dus Christopher Robin moet steeds uitleggen hoe belangrijk zijn papieren zijn en elk zinnetje dialoog tussen Robin en zijn vrouw of dochter moet laten zien dat hij zoveel werkt. Het moet er allemaal heel dik bovenop liggen en dat is ergens jammer, want op andere vlakken laat de film zien dat het prima subtiel kan zijn. Dat de film met een moraal à la 'familie is belangrijker dan werk' komt, moge voor iedereen duidelijk zijn, maar de manier waarop kon beter.
3,5 sterren.
Chronicle (2012)
Dit moet wel één van de meest teleurstellende films zijn die ik de laatste jaren heb gezien. Het idee van een superheldenfilm in de found footage vorm klonk erg interessant, maar in deze uitwerking heb ik echt geen idee waarom men voor deze vorm heeft gekozen. Het lijkt enkel een gimmick, want er worden echt belachelijke taferelen uitgehaald om dit principe de hele film door te zetten. Dat meisje met haar eigen blog
. Kan aan mij liggen, maar kwam echt geforceerd en belachelijk over. En vooral als onze hoofdrolspeler eenmaal zijn camera kan laten vliegen zag ik de meerwaarde van het found footage principe totaal niet meer. Niets in het camerawerk of in de reacties van de mensen kwam het ook maar een beetje natuurlijk over. Dat deden films als [REC] of Cloverfield toch een heel stuk beter. Dit was meer Diary of the Dead- niveau.
Maar ook los van deze vorm is het allemaal vrij ridicuul. De personages zijn verschrikkelijk irritante typetjes, er zat echt geen vleugje leven in de brouwerij. Zo'n over-the-top vader is gewoon een belachelijke karikatuur, evenals dat eerder genoemde zwaar vervelende meisje met haar camera. Maar ook de drie hoofdpersonages waren de saaiheid zelve. Al dat drama (doodzieke moeder, agressieve vader) kon me dan ook echt gestolen worden. En dan zit je te wachten tot die speciale krachten de levens van de jongens totaal omgooit, krijg je een flauw talentenjachtje op school? Serieus? En hoe tof een superheldversie van Carrie dan misschien ook klinkt, met deze karakters en in deze vorm kon ik er maar bar weinig mee. En zo liet de gehele film me opvallend koud, terwijl ik toch aardig wat verwachtingen had.
1,5 sterren.
Chronicles of Narnia: The Lion, the Witch and the Wardrobe, The (2005)
Alternatieve titel: De Kronieken van Narnia: De Leeuw, de Heks en de Kleerkast
Tja, dit is wel een beetje wat je er van kan verwachten: visueel allemaal best, maar inhoudelijk weinig boeiends. Beetje Wizard of Oz-achtig (deed me wat denken aan de animatieserie uit de jaren 80). Effecten, kostuums en make-up zijn allemaal in orde, maar daar heb je nog geen Lord of the Rings mee. Het was mij allemaal iets teveel voor de kleintjes. Iets meer duisternis en iets minder kinderlijk geneuzel had al veel gescheeld, had het voor mij naar een wat hoger niveau getild. Het einde voelt erg afgeraffeld en de vier jonge hoofdrolspelers wisten geregeld het bloed onder mijn nagels vandaan te trekken. Hier en daar zit zeker vakwerk, maar tegelijkertijd is dit niet iets wat ik me over een paar jaar nog zal herinneren.
3 sterren.
Cinderella Story, A (2004)
Voorspelbaar dertien-in-een-dozijn product waarvan de humor lang niet altijd aanslaat en de kleffe en moralistische scènes je af en toe flink teveel kunnen worden. Desondanks was dit nog een best charmant product. Duff doet 't verrassend goed en ook de rest van de cast weet er nog best wat van te maken. Maar goed, daar is het dan ook wel mee gezegd.
Nipt 3 sterren.
Citizen Kane (1941)
Een herziening kan soms wonderen doen. Niet dat ik Citizen Kane de eerste keer totaal niet kon waarderen, maar toch kwam de film de tweede keer beter aan. Vooral op cinematografisch vlak is de film werkelijk fenomenaal, praktisch elk shot bevat wel een visueel hoogstandje. Het overdreven spel van bepaalde acteurs kan je als kijker soms wat tegenstaan, maar de sterke dialogen en een formidabele rol van Welles trekken de boel met gemak weer recht. Vooral Welles viel me deze tweede kijkbeurt op; een voortreffelijke rol en een interessant personage.
Van een twijfelachtige 3,5 naar 4 dikke sterren.
Citizen X (1995)
Ik had totaal geen verwachtingen van deze film, vandaar waarschijnlijk dat Citizen X mij flink wist te verrassen. Het duurt even voor de film goed op gang is, maar eenmaal zover kreeg ik een erg boeiende thriller voorgeschoteld. Uitstekend acteerwerk (met name Max von Sydow speelt een voortreffelijke bijrol) en het verhaal wordt prima opgebouwd. Eén van de betere serialkiller films die ik de afgelopen tijd heb gezien. De VHS had overigens een bijzondere gênante fout in de Nederlandse ondertiteling. Iemand die ook opgevallen?
3,5 sterren.
Clerks. (1994)
Na Dogma en die film met Jay en Bob van Smith heb ik gisteravond zijn speelfilmdebuut maar eens bekeken. En dat deed me eigenlijk maar weinig.
Tuurlijk, Clerks had hier en daar best zijn leuke momenten, maar op een paar geinige dialogen na kon ik er maar weinig mee. Met name het acteerwerk was echt om te huilen. Mijn god, die gesprekken tussen Dante en Randell leken wel opgelezen te worden. Verder viel de humor me ook wat tegen; echt grappig werd het nergens. Ben nog steeds best benieuwd naar Smith's overige producties (met name Mallrats en Chasing Amy), maar Clerks kon me in ieder geval niet echt overtuigen.
2,5 sterren.
Click (2006)
Best een leuk gegeven (hoewel het waarschijnlijk veel sterker was geweest in een sketch van maximaal 10 minuten), een redelijk bijrolletje van Walken en een paar geslaagde grappen maken Sandler's Click hier en daar nog best aardig. Alleen wel weer jammer dat de meeste geslaagde grappen ook al in de trailer te zien waren.
Maar goed, op die momenten na is Click echt flink waardeloos. Grappen van een bijzonder laag niveau, beroerd acteerwerk, stomzinnige personages (weer met Astin in zo'n belachelijke rol) en een erg voorspelbaar plot. Maar het ergste van alles was nog wel dat onvermijdelijke verschrikkelijke en mierzoete moraal ('family comes first'), wat na een uurtje ineens op kwam zetten. Kom op zeg. 
1,5 sterren.
Client, The (1994)
De film begon erg sterk, maar weet dit niveau jammer genoeg niet vol te houden. Het geheel zakt op een gegeven moment nogal in en wordt op bepaalde momenten zelfs behoorlijk langdradig. Maar goed, verder is dit een prima thriller. Spannend in elkaar gezet en goed acteerwerk van de hoofdrolspelers. Verder goede bijrollen van onder andere J.T. Walsh, Will Patton, William H. Macy en Ossie Davis. The Client is dan misschien niet al te bijzonder en is niet overal even sterk, als simpele rechtbankthriller is dit nog best vermakelijk.
Kleine 3,5 sterren.
Cliffhanger (1993)
Renny Harlin laat weer zien waar hij goed in is; het maken van prima verzorgde actiespektakels. Ook Cliffhanger is nergens echt bijzonder, maar zit verder prima in elkaar. De film opent sterk en komt met een paar indrukwekkende en amusante actiescènes. Verder een overheerlijke rol van de altijd geweldige John Lithgow en zelfs Stallone doet het best aardig. Het is des te jammer dat de film alles volgens het boekje doet en nergens weet te verrassen. En echt geloofwaardig is de film nu ook niet. Maar hoe dan ook, het leveren van vermaak doet Cliffhanger in ieder geval prima. Wat dat betreft is dit één van Stallone's beste.
3 ruime sterren.
Close Encounters of the Third Kind (1977)
Aardige film, maar niet meer dan dat. Het trage tempo is nog te doen, maar de film is daarnaast behoorlijk rommelig en weet lang niet overal te boeien. Ook het acteerwerk was nu niet bepaald denderend. Aan de andere kant zagen de effecten er prima uit en kwam de film met een paar sterke scènes. De scène waarin moeder en zoon in hun huis worden aangevallen en waarna zoonlief wordt meegenomen was zonder meer de beste uit de film. Maar goed, op een paar erg sterke scènes na vond ik dit verre van briljant.
3 sterren.
Closer (2004)
Amusante film, waar het toneelstuk- gevoel nog duidelijk aanwezig is. De film leunt volledig op de vier hoofdrolspelers. Gelukkig weet dit viertal er nog best wat van te maken. Hoewel, Law is en blijft een aardappelzak met het charisma van een washandje. Portman daarentegen was erg sterk en ook Roberts en Owen leverden prima werk af. Echt memorabel was het nu ook weer niet, maar ze wisten hun personages wel interessant te houden.
Hetzelfde geldt voor Patrick Marber, die z'n eigen toneelstuk tot scenario bewerkte, en Mike Nichols. Ze weten goed wat ze doen en houden het geheel aardig boeiend. Desondanks kunnen ze niet voorkomen dat de film na een sterke eerste drie kwartier wat inzakt. Het principe is dan inmiddels wel bekend en ik had het op een gegeven moment wel gezien met dat heen-en-weer geslinger van liefje naar liefje. Het einde maakt gelukkig weer het één en ander goed.
3,5 sterren.
Cloudy with a Chance of Meatballs (2009)
Alternatieve titel: Het Regent Gehaktballen
Net als The Lego Movie van de heren Lord en Miller is hun Cloudy with a Chance of Meatballs een amusante, hyperactieve en kleurrijke kermis. Het gelukkig simpele verhaaltje bevat weinig baanbrekends, maar is een prima excuus voor een hoop amuserende lolligheid, waar - zoals vaker bij dit soort films - de kleine grappen meestal het leukst zijn. De stemacteurs zijn prima en niet te aanwezig en de personages erg aardig, zonder al te schreeuwerig te worden. Het leukste figuur is de vader die bijzonder veel emoties kan tonen met enkel een snor en een wenkbrauw. En ach, Bruce Campbell als je burgemeester is nooit een slechte keuze.
3,5 sterren.
Cloudy with a Chance of Meatballs 2 (2013)
Alternatieve titel: Het Regent Gehaktballen 2
Hét bewijs dat je soms kliekjes moet weggooien. Want dat is Cloudy with a Chance of Meatballs 2, een kliekje. Voorafgaand had ik niet verwacht dat het niveau tussen de eerste en tweede film zo bizar zou verschillen. Maar in tegenstelling tot die sympathieke animatiefilm van Lord en Miller, is dit vervolg eerder vervelend en ook opvallend niet-grappig. De film gaat her en der op herhaling en alle nieuwe elementen voegen weinig leuks toe. Het design is zowaar nog cartoonesker, zeker met de komst van zo’n Chester V. Het verhaal is uiterst voorspelbaar en veel te volgepropt met een hoop onaangename drukdoenerij. Waarschijnlijk een prima film om vierjarigen mee te vermaken, aangezien er om de vijf seconden wel een nieuw beest verschijnt die gekke sprongetjes maakt. Enige wat nog enigszins leuk is is James Caan die een stel augurken leert vissen. Dat is een zin die je niet vaak uitspreekt.
2 sterren.
Cloverfield (2008)
Zeker een interessante bioscoopervaring. De marketing en promotie rondom deze film zijn natuurlijk al een hoop waard, maar de uiteindelijke uitvoering stelt ook niet teleur. Het concept blijft briljant en op technisch gebied (de special effects zijn van erg hoog niveau) valt er erg weinig aan te merken. Verder is de film spannend, het acteerwerk uitstekend en is het niet moeilijk mee te leven met de personages, men heeft goed geprobeerd om het zo realistisch mogelijk te houden.
Een aantal dingen zijn echter wat jammer. Zo was de introductie wat aan de lange kant, op den duur had ik het wel gezien. Zó boeiend waren die personages nu ook weer niet. Als de film dan écht begint, is het vervelen meteen voorbij en zit je volledig op het puntje van je stoel. Over het einde ben ik echter ook niet helemaal tevreden. Als de film was gestopt op het moment dat de helikopter wordt aangevallen, had ik het einde toch nog een stuk sterker gevonden. Vooral het gedeelte met de cameraman, recht onder dat beest, was vrij matig en sprong nogal uit de toon.
Verder zijn er nog een handjevol plotholes, toevalligheden en bepaalde dingen die niet helemaal kloppen, maar daar kon ik me eigenlijk niet echt aan storen. Wel hoor ik veel mensen hier over 'dat irritante bewegelijke camerawerk', maar ik moet zeggen dat ik de camerabewegingen op bepaalde momenten juist veel te rustig vond. Een amateur, die zelden een camera in zijn hand heeft gehad en ook nog eens in zo'n situatie terecht komt, filmt zeker niet zo goed als hier.
Maar goed, die dingen zijn eigenlijk maar kleine bijzaken, want Cloverfield is en blijft gewoon ontzettend vermakelijk en goed uitgevoerd. Voor mensen die nog twijfelen om deze in de bioscoop te gaan zien, ik zou het gewoon doen. Als er één film een echte bioscooprit is, dan is het Cloverfield wel. Gewoon doen, dus.
Voordeel van de twijfel, 4 kleine sterren.
Cloverfield Paradox, The (2018)
Alternatieve titel: Cloverfield Movie
Het had zo’n goede trilogie kunnen worden, die Cloverfields. De eerste was een verrassende found-footage film, de tweede een sterke thriller. Maar toen kwam plotseling God Particle, een film die werd omgetoverd tot The Cloverfield Paradox. Het resultaat is een enorm inwisselbare science-fiction over wat astronauten die rare dingen meemaken. De hoofdrol is voor Gugu Mbatha-Raw, die een enorm zoutloze rol speelt. Haar personage mag vooral veel jammeren en met haar hoofd tegen een beeldscherm liggen waar haar overleden kinderen lachend op te zien zijn. Dat is een beetje het niveau van emotie wat Cloverfield Paradox ons geeft, in de hoop dat wij het ook allemaal heel zielig vinden, ook al interesseert het personage ons verder geen hol.
Dat geldt overigens net zo goed voor de rest van de crew. Daniel Brühl lijkt de grote hoofdrolspeler, maar is de hele film maar een beetje op de achtergrond en heeft gevoelsmatig maar drie zinnen tekst. Een leuke verschijning is Chris O'Dowd (telkens als hun schip niet functioneerde, hoopte ik dat hij zou voorstellen om ‘t schip opnieuw op te starten), maar zijn humor is redelijk misplaatst in dit verder enorm zure, humorloze script. Op een gegeven moment gaan er ‘dingen’ mis en zonder enige verklaring (of met een enorm vergezochte verklaring) gebeurt er ‘iets’. En dit gaat zo door, tot een bespottelijke climax aan toe. Die was in zijn lachwekkendheid nog wel vermakelijk. Maar een sterke trilogie hebben we niet gekregen. En nu maar wachten tot JJ Abrams een andere willekeurige film vindt en daar met een paar notities in het script de sticker Cloverfield 4 op plakt.
2 sterren.
