• 15.735 nieuwsartikelen
  • 177.886 films
  • 12.199 series
  • 33.965 seizoenen
  • 646.802 acteurs
  • 198.949 gebruikers
  • 9.369.700 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Chainsaw als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Pacific Rim (2013)

Als kleine kettingzaag keek ik elke week reikhalzend uit naar de volgende aflevering van de Power Rangers. Of nou ja, vooral naar de gevechten dan. Want wees eerlijk, wie interesseerde zich nu eigenlijk in al die slecht geschreven onzin eromheen? Met die simplistische en erg platte karakters. En akkoord, de gevechten waren dan wel amusant, maar zelfs de grootste fan moet toegeven dat ze voortdurend hetzelfde waren. Redelijk saai vormgegeven monsters slaan wild om zich heen, maar ontploffen altijd na een paar minuten vechten. Nee, vernieuwing was in ieder geval niet echt aan deze jeugdserie besteed. En het feit dat je wist dat de serie altijd wel met een mierzoet subplotje en een veel te voorspelbaar slot zou komen, maakte het weliswaar vermakelijke, maar niet al te hoogstaande televisie.

En dan Pacific Rim. Oftewel, de Mighty Morphin Power Rangers van Guillermo del Toro.

Naast dat beide met de afkorting PR aangeduid kunnen worden, zijn er best wat overeenkomsten te vinden. Uiteraard het feit dat gigantische monsters en robots het tegen elkaar mogen opnemen in gevecht, maar ook dat alles wat daarbuiten gebeurd echt alles behalve interessant is. Want ook al heb ik meer dan twee uur naar ons hoofdkarakter gekeken, hij heeft werkelijk geen enkele indruk achtergelaten. Weet z'n naam niet eens meer. Laat staan die van de rest van de karakters. Die overigens ook perfect in een Power Rangers aflevering zouden passen. Die twee dokters zijn met hun veel te overdreven, bijna klucht-achtige spel duidelijk voor de comic relief, maar slaan steevast de plank volledig mis. Ze hadden zo de theme van Bulk en Skull onder al hun scènes kunnen zetten. En dan heb je met die veel te arrogante snob ook dé perfecte cliché highschool bully te pakken. Ik snap dat karakters niet het belangrijkste zijn in een film over robots en monsters die met elkaar op de vuist gaan, maar iets meer nuance en subtiliteit had daar toch wel gemogen. Zowel in scenario als in spel.

Dan maar doorspringen naar waar Pacific Rim (schijnbaar) vooral om gaat; de lompe gevechten tussen robots en monsters. Spektakel genoeg en de special effects zijn prima. Maar toch had ik van een man als Del Toro verwacht dat hij helemaal los zou gaan op het design van deze monsters. Wie kan zich niet de wezens uit Pan's Labyrinth herinneren. En dan krijg je hier een groep wel erg saai vormgegeven beesten. Ik bedoel, je verwacht een episch beest uit categorie 5 aan het slot van de film en je krijgt een uit de kluiten gewassen haai, die niet echt heel veel te doen krijgt en vooral niet toffer is dan zijn voorgangers. Ook de robots zijn qua design niet echt overdonderend en daar dacht ik toch wel dat Del Toro zich zou onderscheiden. Het blijft allemaal maar wat tam, waardoor het zelfs een beetje suf wordt. Maar goed, eerlijk is eerlijk; de film levert ondanks dat wel alleraardigst vermaak. Pacific Rim is wat dat betreft precies die andere PR: Dom, matig geschreven, flauw en vaak ronduit bespottelijk ... maar het blijft toch amusant.

2,5 sterren.

Paddington (2014)

Eén van de grootste verrassingen van de afgelopen jaren. Bij een verfilming van beertje Paddington ging ik er lichtelijk vanuit dat dit kwalitatief in de lijnen zou liggen van een Garfield, Scooby Doo of Yogi Bear. Oftewel; kinderlijke inwisselbare en clichématige films. Nooit gedacht dat Paddington een Wes Anderson voor de hele familie zou zijn. De stijl en creativiteit die hierin zit is wonderbaarlijk, wat een fantastische shots. Dit is duidelijk gemaakt door een filmmaker met een hele sterke visie, iets dat je toch niet veel ziet bij dit soort familie/kinderfilms. Naast prachtig geschoten bevat Paddington een reeks leuke, kleurrijke personages en vooral het titelpersonage is enorm aandoenlijk. En het script is daadwerkelijk erg grappig. Sure, een enkele grap is soms ietwat te kinderlijk of voorspelbaar, maar voor het grootste deel is de film oprecht grappig. Maar vooral stilistisch is dit een film om verliefd op te worden. En dan is het vervolg zelfs nóg leuker. Over uiterst aangename verrassingen gesproken!

4,5 sterren.

Paddington 2 (2017)

Strike two! Bij de eerste Paddington was ik al uiterst aangenaam verrast dat de film niet zo’n flauwe, inwisselbare kinderfilm met een CGI beest in de hoofdrol was, Paddington 2 doet er nog een schepje bovenop. Want eerlijk is eerlijk, vaak zijn sequels een heel pak minder, maar Paddington 2 is zowaar nog beter dan de eerste. De film bevat veel herhaling, maar is op veel fronten nóg leuker. Hugh Grant is een nog amusantere schurk dan Nicole Kidman en de creatieve, stilistische elementen zijn hier nóg mooier. Wederom is Paddington 2 een Wes Anderson voor de hele familie, Paul King komt met een paar prachtige creaties. De film is hilarisch - alles rondom de gevangenis en met name Brendan Gleeson is goud -, de personages zijn nog steeds erg leuk en de titelbeer nog steeds uiterst aandoenlijk. Er groeide zelfs een kleine brok in mijn keel, terwijl de glimlach ook de gehele speelduur niet van m’n smoel af te slaan was. Ik zou bijna zeggen, Paddington 2 is praktisch een perfecte film. Fuck it, het is gewoon een perfecte film!

5 sterren.

Pain & Gain (2013)

Geen slechte film, waarin Bay eens wil laten zien dat hij ook iets anders kan dan actie- en spektakelfilms van honderden miljoenen. Maar toch behandelt Bay elke scène van het script als actie en spektakel. Het vrij simpele verhaal wordt verteld met flashback, flashbacks in flashbacks en flashback in flashback in flashbacks. Elk karakter krijgt een voice-over en backstory, maar wel vliegensvlug met hier en daar stukjes slowmotion en dan weer versnelde momenten. Je ziet Michael Bay al in de montageruimte als een bezetene dirigeren. En het is al bekend dat Bay prima actie kan neerzetten. Maar komedie en drama werken toch duidelijk op een heel andere manier.

In Pain & Gain is het vooral kijken naar talloze eendimensionale typetjes, die vliegensvlug een introductie krijgen en daarna vrij random in het verhaal zijn opgenomen. Diepgang hoeven we niet te verwachten in deze karakters en dat mis je af en toe wel. Ook de momenten dat Bay duidelijk humor wil tonen slaan allemaal pijnlijk dood. Bay is duidelijk nogal slecht in het vertellen van grappen. Hij is wat dat betreft beter op zijn plaats met snelle auto's, mooie vrouwen en grote spierbundels in een simpele film waarvan geen enkel shot langer mag staan dan 1 seconde en we allemaal maar ook niet te lang bij moeten nadenken.

3 sterren.

Panic Room (2002)

Alleraardigst filmpje. Fincher weet de boel, ondanks dat zich alles voornamelijk op één lokatie afspeelt, spannend te houden en de film weet niet te vervelen. Vond het overigens nergens echt meesterlijk (zoals Fincher's Seven), maar erg amusant was dit zeker wel. Zit goed in elkaar.

Panique au Village (2009)

Alternatieve titel: Paniek in het Dorp

Als je denkt dat de Lego Movie druk is, dan heb je dit speelgoedfilmpje nog niet gezien. Zelden zie je iets zo hysterisch als Panique au Village, een filmpje met hilarische droogkloterij en een shitload aan absurde taferelen. Terwijl de poppetjes als malle figuurtjes rondspringen, zijn de stemmen weer opvallend droog; zowel de Franse als de Vlaamse voice-overs werken goed. Het schreeuwt, het mompelt en is soms lastig te verstaan, maar het werkt wel; zelfs als je niet echt hoort wat er wordt gezegd. Ik zag voor de film de scène waarin Steven zijn ontbijt at en was meteen verkocht, fantastisch! De film vliegt van de hak op de tak, met geweldig absurdisme tot gevolg. Zo kijk je naar een cowboy, indiaan en paard met een bakstenen-overschot, twee tellen later zie je drie professors in een gigantische robot-pinguïn een mammoet in elkaar rossen. Deze film kijken voelt aan als topsport; aan het einde van de rit ben je doodmoe, maar je voelt je wel voldaan.

4 sterren.

Papillon (1973)

Film wist mij ongeveer driekwart van z'n speelduur te boeien. Het hele begin t/m de grote ontsnapping waren erg goed te doen, daarna zakte de film voor mijn gevoel behoorlijk in. Erg jammer, had gehoopt dat de film het sterke niveau van het eerste gedeelte wist te houden. Maar goed, toch heb ik aardig wat uitstekende momenten gezien. Vooral de scènes dat Papillon langzaam begint door te draaien in de isoleercel zijn fenomenaal. McQueen en Hoffman spelen trouwens voortreffelijke rollen.

3,5 sterren.

Paranormal Activity (2007)

Het is half 3 's nachts. Het is stil en pikkedonker in huis. En dat leken me de ideale omstandigheden om Paranormal Activity eindelijk maar eens te ervaren.

Het is al een tijdje een trend in de wereld van de horrorfilm om de kijker de stuipen op het lijf te jagen met goedkope schrikmomenten, waarbij de filmmuziek even zo hard mogelijk wordt gezet. En met de technieken van tegenwoordig is ook alles vol in beeld brengen geen probleem meer. CGI bloed, make-up of een heel monster? Laat het allemaal maar goed zien. Hoe meer, hoe beter.

Maar het is de kracht van de suggestie, wat je niet ziet is vaak enger dan wat je wel ziet, en de aloude lijfspreuk 'minder is meer' die vaak resulteren in echt enge horror. En debutant Oren Peli laat met Paranormal Activity goed de essentie van een effectieve horror zien. Hij zet een ijzersterke sfeer neer en zorgt voor een voortreffelijke opbouw. Het uitgangspunt kan bijna niet simpeler en dan houdt Peli het ook nog eens bij één locatie en twee spelers (de wat onzinnige rollen van zo'n vriendin of dokter niet meegerekend). En ook bij de paranormale activiteiten zelf blijft het allemaal subtiel. Maar toch werken ze allemaal stuk voor stuk.

Al met al is minimaler dan Paranormal Activity in ieder geval bijna onmogelijk. En toch bereikt Peli dingen waar talloze horrorfilms gigantisch onderuit gaan. Een echt enge film neerzetten. Moet toegeven dat ik stiekem wat moeite had om in die duistere kamer in slaap te sukkelen nadat de film op zwart ging. En dat is lang geleden. In de juiste setting is dit in ieder geval een bijzonder interessante ervaring.

4 sterren.

Paranormal Asylum (2013)

Alternatieve titel: Paranormal Asylum: The Revenge of Typhoid Mary

Een combinatie van Paranormal Activity en The Blair Witch Project met het niveau van The Room. Paranormal Asylum had nog wel interessant kunnen worden, aangezien regisseur Nimrod (what’s in a name) zich liet inspireren door de gebeurtenissen rondom Typhoid Mary. Maar de film heeft alleen geen zak met dit verhaal te maken. We krijgen anderhalf uur lang twee documentairemakers te zien, die met hun spiegelreflexcamera’s - waar netjes het woordje ‘rec’ in beeld knippert - flink heen en weer schudden, in en uit zoomen en alles onscherp vastleggen. Mogen wij even blij zijn dat deze documentaire nooit echt gemaakt is.

Maar niet alleen het found-footage gedeelte van de film werkt niet. Het inconsequente script van Paranormal Asylum raakt kant noch wal. Zo lacht Andy zijn vriend Mark uit als deze aangeeft vreemde dingen te zien, terwijl Andy iets daarvoor zijn eigen vriendin heeft zien zweven en wegvliegen. En zelfs als de problemen nog groter worden en twee mensen sterven in het bijzijn van de documentairemakers, doen ze alsof het de normaalste zaak van de wereld is. In een andere scène neemt een personage Mark mee naar haar kelder, waarna ze zegt dat ze weer naar beneden gaat. Tja, als je scenarist het verschil al niet weet tussen een zolder en een kelder, mag je ook niet veel verwachten.

Niet alleen de scenarist, maar ook Nimrod laat het volkomen afweten. Momenten die spannend moeten zijn vallen stuk voor stuk dood door belabberde timing of veel te donkere shots, waardoor je simpelweg niets ziet. En die dingen die je wel ziet - zoals geesten met een goedkoop After Effects gloedje - zijn vooral lachwekkend. Daarnaast lijkt meneer Nimrod ook niet het beste oog te hebben voor acteurs. Tommy Wiseau zou zich nog schamen voor dit acteerwerk. Het optreden van de dikke wetenschapper is zelfs zo bespottelijk dat het amusant wordt. Het is eigenlijk jammer dat de rest van de film niet ‘zo slecht is dat het leuk wordt’. De rest van de film is namelijk gewoon slecht. Heel erg slecht.

1 ster

ParaNorman (2012)

Nergens echt uitzonderlijk goed of hilarisch leuk, maar ParaNorman is toch een erg amusant filmpje geworden. De sfeer en de stijl zijn fantastisch en er komen een paar geestige karakters voorbij. Film ziet er goed verzorgd uit, er zitten een paar erg geestige grappen en vondsten in en de stemmencast is ook prima. Wel duidelijk dat de eerste helft van de film veel treffender is dan de ietwat teleurstellende tweede helft. Had tegen het einde wel iets meer creativiteit verwacht. Gelukkig waren bepaalde sequenties weer erg tof vormgegeven, zoals het moment dat Norman de confrontatie opzoekt met de heks. Goed amusement.

3,5 sterren.

Paris, Texas (1984)

Werkelijk een fantastische film.

Mede door de schitterende muziek is Paris, Texas echt sfeervol als geen ander en de film bevat (en met name in het begin) prachtige en sublieme shots. Soms gaat de vaart er misschien een klein beetje teveel uit, maar toch blijft de film erg goed kijkbaar en toegankelijk, ziet alles er erg verzorgd uit en zijn die 140 minuten voorbij voor je er erg in hebt.

Ook het acteerwerk, voornamelijk dat van Stanton en Stockwell, is echt uitstekend, evenals het zeer boeiende plot, met geniale momenten (zoals de groeiende band tussen Travis en Hunter, Walt die Hunter aan het praten wil krijgen, Travis die Hunter bij zijn moeder brengt). Stuk voor stuk maken deze elementen Paris, Texas tot een prachtig stukje drama, waar bar weinig op aan te merken valt. Pareltje.

4,5 sterren.

Passion de Jeanne d'Arc, La (1928)

Alternatieve titel: The Passion of Joan of Arc

Uitzonderlijke film met eigenzinnig en onvoorstelbaar mooi camerawerk. De vele snelle shots, de vele bijzondere close-ups en de sterke gezichtsuitdrukkingen van Falconetti maken van Passion de Jeanne d'Arc een indrukwekkende beleving. Kleine scènes als de schedel of het gevecht in de weerspiegeling van het water waren erg bijzonder, ken weinig films die op cinematografie zó goed in elkaar zitten. De muziek was verder soms iets teveel van het goede, maar over het algemeen wist het toch veel bij te dragen aan de sfeer. En het maakte deze behoorlijk zware film toch een stuk makkelijker kijkbaar.

4 sterren.

Passion of the Christ, The (2004)

Alternatieve titel: The Passion Recut

Ach, het is altijd leuk om een film met een enorme hype uiteindelijk gewoon zelf te kunnen zien en je af te vragen waar dat gedoe nu voor nodig was. Vaak valt een dergelijke hype flink tegen, en soms valt het nog best mee. Bij Passion of the Christ neig ik nog het meest naar dat eerste. Echt slecht was het niet, maar om dit nu memorabel of bijzonder te noemen. Het zijn vooral de martelscènes die in het begin best indruk weten te wekken en op technisch en visueel gebied is de film prima verzorgd. Ook op het acteerwerk viel weinig aan te merken, eigenlijk. Desondanks was het inhoudelijk allemaal veel te karig, zeker voor een speelfilm van ruim twee uur. Ik had het na drie kwartier wel gezien, zo boeiend en overweldigend was dit nu ook niet. Uiteindelijk een aardig verzorgd product, maar een beetje een gedoe om niks.

3 sterren.

Patch Adams (1998)

Tja, veel zoeter en sentimenteler dan dit kom je ze niet zo heel vaak tegen.Cliché en voorspelbaar verhaaltje, alles gaat volgens het boekje en de zoettigheid druipt er op bepaalde momenten echt van af, mede dankzij de zeer aanwezige (en soms nogal storende) muziek van Shaiman. Met name het einde bevat echt momenten waarop het glazuur van je tanden springt.

Toch heeft Patch Adams wel iets. Robin Williams speelt duidelijk een rol die hem op het lijf geschreven staat en de bijrollen zijn ook prima. Potter acteert erg sterk en het is en blijft altijd leuk om Seymour Hoffman, Michael Jeter of Bob Gunton even te zien (ondanks hun nogal cliché- rol). Verder kijkt de film gewoon redelijk lekker en simpel weg, wat hem eigenlijk niet doet vervelen. Maar ondanks dat zie ik Shadyac zich toch liever bezighouden met pure komedie. Daar is en blijft hij toch het beste in.

Charmant, maar érg zoet filmpje. Kleine 2,5 sterren.

Patriot, The (2000)

Ik had geen hoge verwachtingen van deze film. Ten eerste is dit niet mijn genre en tevens had ik verwacht dat de speelduur van 160 minuten me wat tegen zou gaan staan. Maar de film was prima te doen, heb in ieder geval maar weinig moeite hoeven te doen om ín het verhaal te komen. Het prima acteerwerk (vooral een uitstekende rol van Ledger), de score van Williams, en het amusante plot met een goede afwisseling van humor en drama maakten de film beter dan ik had verwacht.

Tot nu toe de beste film van Emmerich die ik gezien heb. 3,5 sterren.

Paul (2011)

Eigenlijk een egostrelende film voor Edgar Wright, want overal in de recensies voor Paul lees je dat het duo Simon Pegg en Nick Frost prima zijn, maar nooit zo leuk als in zijn Cornetto trilogie. Niet dat het tweetal met Greg Mottola in hele slechte handen is, maar de kwaliteitsverschil tussen een geniale en superstrakke film als Hot Fuzz en een vrij inwisselbare komedie als Paul wordt door deze casting wel extra duidelijk. Met komieken als Bill Hader, Jason Bateman of Seth Rogan trekt men duidelijk alles uit de kast, maar het script wil vaak gewoon niet heel grappig worden. Paul kent z’n momenten, maar veelal moddert het wat aan. Het is best charmant, maar op wat ontsnapte pufjes lucht uit mijn neusgaten maakte de film bij mij weinig los. Paul is eigenlijk een Ola raketje; soms best lekker, maar het is geen fucking Cornetto.

3 sterren.

Paycheck (2003)

Mjah. Paycheck ziet er ok uit, de effecten zijn aardig en vervelen doet het niet. Maar hoogstaande cinema zullen we dit maar niet noemen. Affleck en Thurman zijn maar matige leads en ook badguy Eckhart is maar een beetje slappe hap. Enkel Giamatti en Colm Feore zijn nog best aardig in een kleine bijrol. En ook het einde van de film is vrij zwak. Gelukkig amuseert de film wel, dat viel me nog best mee. Maar memorabel of uitzonderlijk is dit in de verste verte niet.

Voordeel van de twijfel, 3 hele kleine sterren.

Pearl Harbor (2001)

De aanval op Pearl Harbor is goed in beeld gebracht en zag er spectaculair uit. En daar is het positieve over de film Pearl Harbor wel mee gezegd.

Alles voor de aanval, dus dat anderhalf uurtje waarin we de platte en oninteressante karakters leren kennen, is echt niet door te komen, zo saai. Dat liefdesverhaal tussen de drie hoofdkarakters weet geen moment te boeien, met name omdat niemand die karakters iets kan schelen. Stelletje suffe karakters bij elkaar. Film lijkt vooral een mierzoete en slecht-geschreven romantisch drama met de aanval op Pearl Harbor er even snel ingeschreven. Want ook na de aanval krijgen we nog een uur lang film. Met nog meer ruimte voor oersaaie personages en belabberde dialogen, alsof we dat nog niet genoeg hadden gezien. Tja, dan hou je niet veel meer over. Pearl Harbor is een vrij waardeloze en lege film, met enkel een paar zeer indrukwekkende actiescènes middenin.

Pearl Jam Twenty (2011)

Alternatieve titel: PJ20

Erg toffe docu. Elke Pearl Jam fan zal zijn vingers tot op het bot aflikken bij dit fraaie portret van Cameron Crowe. Wat het vooral sterk maakte was het gebruik van zoveel verschillende beelden, van amateurbeelden tot oude archieffragmenten en prachtige concertregistraties. Geen ellenlange interviews met standaard geleuter over het hebben van een band, maar veel sterke en eerlijke quotes, ondersteund met zoveel mogelijk materiaal van twintig jaar Pearl Jam. Verder leuke humor (Gossard die op zoek gaat naar Pearl Jam spullen in zijn huis) en uiterst vlot gemonteerd, waardoor de 100 minuten voorbij vlogen in dat kleine zaaltje in Zwolle.

Daar zit enkel wel een klein beetje een puntje van kritiek, want de film lijkt op sommige momenten te snel alles bij langs te willen springen. De film gaat nergens de diepte in en staat eigenlijk nergens echt stil, maar gaat alle grote ontwikkelingen van de band even langs. En ondanks deze zee aan informatie kom je zowel als fan niet veel nieuws te weten en gaat het voor de niet-fan ietwat snel voorbij, allemaal. Wat dat betreft kun je ook duidelijk zien dat Crowe behoorlijk wat uur aan materiaal tot zijn beschikking had. Wat mij betreft had hij hier gewoon een zes uur durend epos van gemaakt. Inderdaad hopen dat de DVD veel extra materiaal bevat.

4 sterren.

Pee Chang Nag (2007)

Alternatieve titel: The Screen at Kamchanod

Vreemd dat deze nog steeds niet op Imdb staat.

The Screen at Kamchanod was voor mij een fikse meevaller. Er wordt een goed en spannend sfeertje neergezet en de film bevat een aantal sterke momenten (met name de scène in de bioscoop is geweldig). Echt vernieuwend is het niet en de meeste momenten zijn inderdaad te voorspellen, maar de uitvoering is uitstekend. Het plot weet goed te boeien en visueel is de film tot in de puntjes verzorgd; er zitten een aantal prachtige shots tussen en ook de make-up effecten zijn uitmuntend. Verder is ook de muziek ijzersterk, zorgt voor een hoop sfeer. Net als Shutter een aangename horrorverrassing uit Thailand.

3,5 sterren.

Peeping Tom (1960)

Alternatieve titel: Naaktsymfonie

Ah, die andere film uit 1960 die altijd wordt aangehaald als men praat over vroege slashers. Het is niet de enige overeenkomst die Peeping Tom heeft met Psycho, beide gaan over trauma, veroorzaakt door een ouder. Een verschil tussen beide is wat het met de filmmaker deed; in tegenstelling tot Hitchcock was de carrière van Michael Powell na Peeping Tom vrijwel voorbij. De film werd als schokkend ervaren en het is niet moeilijk om te zien waarom. In tegenstelling tot Psycho is Peeping Tom ook niet de meest gelikte en strakke film; het is allemaal een stuk rauwer en groezeliger. Powell schetst een reeks erg sterke scènes en ook met spanning kan hij best aardig overweg. Het overacteren van alle acteurs ging me wel tegenstaan, er wordt enorm theatraal geacteerd door alle spelers. Vooral mevrouw Anna Massey als Helen zoekt geregeld de irritatiegrens op. Maar ondertussen is het verhaal tussen haar en hoofdpersoon Mark alsnog het sterkste element van de film.

3,5 sterren.

Penny Dreadful (2006)

Weer een typisch geval van ‘been there, done that’. Een duo in een auto, nemen een lifter mee en de hel breekt los. Penny Dreadful opent nog best aardig, er wordt geen tijd gegeven aan ellenlange introducties, de film gaat meteen van start. En binnen tien minuten zit de beruchte lifter al in het verhaal. Daarna gaat het echter flink bergafwaarts met de film. Alle clichés van het genre komen voorbij; van de mobieltjes zonder bereik tot het standaard zinnetje ‘geen zorgen, ik ben binnen twee minuten terug’.

Maar het meest vervelende is toch dat de film op een gegeven moment gewoon stierlijk gaat vervelen. Een jammerende Rachel Miner gaat bijzonder snel op de zenuwen werken, maar we zijn gedoemd een lange tijd naar haar te kijken. Zelden zo hard gehoopt dat de moordenaar als de wiedeweerga verschijnt om de film wat peper in het achterwerk te strooien. Maar het wachten duurt lang. Een film met een dergelijk plot had ook gewoon beter maximaal een half uurtje kunnen duren. Aardig begin (en geinige rol voor Michael Berryman), maar verder is dit matigheid met een hoofdletter M.

Nipt 2 kleine sterren.

People under the Stairs, The (1991)

Wes Craven blijft een bijzondere filmmaker. Hij heeft genoeg troep op zijn filmografie staan, maar is door klassiekers als A Nightmare on Elm Street en Scream toch bekend als een ‘master of horror’. Die titel kun je iets minder serieus nemen als je films als Vampire in Brooklyn of Cursed meetelt. Een film die wat mij betreft wél meegeteld kan worden is The People Under the Stairs, op Nightmare na verreweg zijn leukste en beste film. De film is dan weliswaar minder baanbrekend dan zijn grootste hits - inclusief zijn debuutfilms Last House of Hills Have Eyes - maar is wel echt één van de leukste horrorfilms van de regisseur.

The People Under the Stairs is een aangename mix van horror en humor. Het een volledige horrorkomedie noemen gaat wellicht wat ver, maar Craven gebruikt veel slapstick die oprecht goed werkt. De grootste kracht van de film zit ‘m in de cast. Everett McGill en Wendy Robie - die ook een stel speelde in Twin Peaks - zijn perfect gecast en spelen heerlijke over de top rollen. McGill gaat helemaal los met z’n hilarische mimieken en dansjes, maar blijft alsnog intimiderend. Ondertussen is Piper Laurie als Margaret White uit Carrie een subtiele rol in vergelijking met de smakelijk geschifte Wendy Robie in deze film.

Ondanks dat het stelletje McGill en Robie de show stelen zijn de overige acteurs ook prima op hun plek. Brandon Adams speelt een sympathieke hoofdrol en de bijrollen van onder meer AJ Langer, Ving Rhames, Sean Whalen en Bill Cobbs zijn leuk. Subtiliteit hoef je in The People Under the Stairs niet te verwachten, maar in zijn hysterie zit enorm veel vermaak. Craven kan lekker los met zijn grootste fetish; booby traps. Dat die man nooit is gevraagd voor een Home Alone- film is bijna onbegrijpelijk.

4 sterren.

Perfect Murder, A (1998)

Sterke en vlotte film. Douglas speelt een rol die hem op het lijf geschreven staat (en doet dat opnieuw uitstekend) en Paltrow begint voor mij langzaam maar zeker uit te groeien tot één van de betere actrices die in Hollywood rondloopt. Verder een amusant verhaal, dat redelijk spannend wordt verteld. Enkel op het einde draait de film wat te ver door en de uiteindelijke climax valt tegen. Jammer, want verder was A Perfect Murder een erg amusante en goed gemaakte thriller. Met overigens ook een geweldige score van James Newton Howard.

3,5 sterren.

Perfect Skin (2018)

Richard Brake, die dude die als necrofiele lijkschouwer in Halloween II minutenlang fuck zei. Zo’n soort scène krijgt hij in Perfect Skin ook, maar verder is de man opvallend ingetogen. Hij heeft weliswaar een creepy uitstraling en kijkt nogal duister uit zijn ogen, zijn tatoeëerder Bob komt veelal over als een vriendelijke, welbespraakte man. Maar een onschuldig mannetje is het niet, hij heeft de Poolse Katia in zijn kelder opgesloten (waar hij schijnbaar een gevangenis heeft zitten) en onder de deuntjes van Invisible Sun van The Prodigy kleurt hij haar langzaam maar zeker helemaal in met zijn tattoo machine. De DVD van Perfect Skin doet vermoeden dat het hier gaat om torture porn à la Saw, maar net als hoofdfiguur Bob is de film ook opvallend ingetogen; de film focust vooral op de relatie tussen Bob en Katia. Er is amper gore of bloed, maar juist door de wat realistische aanpak is Perfect Skin niet altijd even prettig om naar te kijken.

3,5 sterren.

Perfect Storm, The (2000)

Prima film, niet meer dan dat. The Perfect Storm heeft een aardige cast rondlopen en de zes mannen op de boot zorgen voor een paar prima scènes, terwijl die grote storm nadert. De film was echter een stuk sterker geweest als het allemaal net iets subtieler en minder clichématig was aangepakt. Het werk van James Horner, waar de film mee zit dichtgesmeerd, is bijvoorbeeld weer eens mierzoet en ook de karakterontwikkelingen komen rechtstreeks van een checklist.

Christopher McDonald speelt de verwaarloosbare rol van weerman en Michael Ironside en Bob Gunton spelen weer eens onsympathieke bijpersonages. Het hele gedoe rondom Gunton slokt sowieso aardig wat speelduur op, maar voegt bar weinig toe. Op de boot van onze helden zien we ondertussen steevast gekibbel tussen Reilly en Fichtner en iedereen ziet wel aankomen wat daar gaat gebeuren. Iets wat ik door de typische Hollywood-feeling niet zag aankomen (ook omdat ik het oorspronkelijke verhaal niet ken) was dat alle bemanningsleden sterven. Dat was vrij verrassend en op zich ook prima uitgevoerd, tót het tenenkrommende moment dat Wahlberg in het water met zijn liefje gaat praten, die dan ook nog eens in beeld verschijnt via een lullig effectje.

3 sterren.

Perfect Target (1997)

Verre van bijzonder, maar toch een best amusant actiefilmpje. Erg sterk acteerwerk is er niet bij en de film bevat genoeg cliche's om voor de aankomende winter een hele dikke kabeltrui te breien, maar de actiescènes zien er best goed uit, het plot is vermakelijk en de film weet niet echt te vervelen. Met name een leuke rol voor Englund.

2,5 sterren.

Perfume: The Story of a Murderer (2006)

Alternatieve titel: Das Parfum - Die Geschichte eines Mörders

Werd zostraks in de bioscoop erg aangenaam verrast door deze film. Ben niet bekend met het boek en van de film had ik alleen een tijd geleden een trailer gezien, die me ook nog niet eens zo heel erg trok. M'n verwachtingen waren dan ook niet al te hoog.

Perfume: The Story of a Murderer begint erg sterk en weet de kijker vervolgens vast te grijpen en zelden los te laten. Heb me dan ook geen moment weten te vervelen tijdens de film, ondanks de toch redelijk lange speelduur. Ook de vertelstijl van de film beviel me wel, er is uitstekend gebruik gemaakt van voice over (met de uitstekende en rustgevende stem van John Hurt).

Verder zorgen ook de prachtige muziek en het schitterende camerawerk voor heel veel sfeer. En als laatste is ook het acteerwerk prima in orde. Whishaw doet het prima als Grenouille en ook acteurs als Hoffman en Rickman vertolken sterke bijrollen. Maar desalniettemin zijn het toch de prachtige plaatjes, shots en sfeer die overheersen en Perfume maken tot de film die hij is.

Voor mij zat er slechts één nadeel aan de film en dat is dat de film aan het einde iets te lang doorgaat. Met name vanaf de (voor mij trouwens totaal onverwachte) orgie scène zakte de film na mijn mening een beetje in en verloor daar wat kracht. Het uiteindelijke slot (de opoffering/ zelfmoord van Grenouille) was overigens wel weer briljant.

Al met al een grote verrassing en voor mij zonder twijfel één van de betere films uit 2006 die ik momenteel heb gezien. Twijfel erg tussen de vier en de vier en een halve ster, maar ik hou het voorlopig toch nog even voorzichtig op dat eerste.

4 hele dikke sterren

Pet Sematary (1989)

Nu de remake net in de bioscoop draait vond ik het tijd om deze nog eens te herzien. In mijn herinneringen was Pet Sematary altijd één van de betere verfilmingen van het werk van Stephen King. Dat blijkt toch een beetje tegen te vallen. Het is zeker niet de slechtste verfilming van het werk van King, maar goed; er is dan ook heel veel troep gemaakt met zijn naam erop. Maar een sterke film is Pet Sematary ook niet.

De film bevat vooral qua script nogal wat problemen. King zelf schreef het script, iets dat hij bij eerdere verfilmingen ook graag wilde doen, maar pas bij Pet Sematary kreeg hij het ook echt voor elkaar dat zijn script werd gebruikt. De film heeft een vrij eenvoudige opzet; een gezin komt in een nieuw huis te wonen aan een drukke snelweg, met een mysterieus pad richting een dierenbegraafplaats. De boel gaat in een stroomversnelling als de kat Church sterft. Buurman Jud weet meer over een gebied áchter de begraafplaats en vooral over de afschuwelijke geheimen van die plek, maar alsnog besluit hij hoofdpersoon Louis zijn kat daar te laten begraven. Zijn motivatie: de jonge dochter van Louis zou té kapot zijn van de dood van haar kat. Lijkt mij een enorm slechte motivatie om iets te doen waarvan je weet dat het slecht is. En inderdaad, vanaf dat moment gaat het snel bergafwaarts in huize Creed.

Eén van de meest opvallende elementen uit het script is Victor Pascow. Hij moet doorgaan voor een student, maar oogt eerder veertig jaar oud. Maar goed, King heeft schijnbaar goed gekeken naar American Werewolf in London, want net als Jack in die film duikt Pascal af en toe op als ondode, met soms een nogal misplaatste luchtige toon. Zijn taak in het verhaal is simpel: Hij moet Louis behoeden voor het maken van een grote fout. Echter is hij zo enorm vaag in zijn waarschuwingen dat het feit dat Louis alsnog de fouten maakt me niet verbaasd. Daarnaast maakt Pascow het zelfs alleen maar erger door de vrouw van Louis aan het einde van de film naar haar dood te sturen. Oftewel; Pascow is een nutteloos personage. Wellicht niet zo nutteloos als huishoudster Missy - die echt niets in het verhaal te zoeken heeft - maar alsnog behoorlijk nutteloos.

De film heeft maar een paar personages die er wél toe doen. Eén daarvan is de sympathieke Jud, gespeeld door Herman Munster himself. Hij werd één van de meest memorabele elementen uit de film en zijn personage dook verscheidene malen op in South Park. Ook niet zo gek met dat enorm herkenbare accent. Het is een leuk personage. Een ander personage dat opvalt is Zelda, nog steeds één van de meest creepy en akelige verschijningen die ik ken. Het moet schijnbaar een jong meisje voorstellen, maar het is een dunne oudere kerel. Dat maakt haar niet minder akelig, overigens. Daarnaast is Miko Hughes de ster van de show. Hij was nog geen drie jaar oud tijdens het filmen, dus wat hij hier laat zien is enorm knap. Zijn acteerprestaties zijn veruit het beste van het gezin. Dat is anderzijds ook niet heel ingewikkeld, want er wordt niet bijster goed geacteerd in deze film. Vooral hoofdrolspeler Dale Midkiff is beroerd. Echt héél beroerd.

Al met al is Pet Sematary een film met veel problemen, maar kent tegelijkertijd ook wel wat hoogtepunten. Fred Gwynne als de buurman, de angstaanjagende Zelda of Miko Hughes als het kleine mannetje Gage zijn erg memorabel, evenals de af en toe vrij duistere en grimmige sfeer, inclusief een vrij naargeestig slot. Daar tegenover staat een vrij matig script vol bespottelijke keuzes, een toon die soms alle kanten op gaat en een slechte hoofdrolspeler. Pet Sematary is wat dat betreft vrij aardig in balans. Ben benieuwd hoe dat met de remake zit, maar één ding is zeker; veel erger dan Pet Sematary II zal het niet worden.

3 sterren.

Pet Sematary (2019)

Sometimes a remake is better.

Ik vind het een goede zaak, die remakes van Stephen King verfilmingen. Zijn verhalen zijn vaak interessant, maar de verfilmingen zijn over het algemeen genomen nogal matig geweest; een enkele uitzondering daargelaten. Het perfecte materiaal dus om een nieuwe versie van te maken en inmiddels lijken de verfilmingen van King weer populair. Nu is het de beurt aan Pet Sematary. Ik was lange tijd van mening dat de 1989 versie van Mary Lambert een enorm sterke film was, maar terugkijkend blijkt dat behoorlijk tegen te vallen. Het is qua King films wellicht één van de betere (en hoogstaand vergeleken met Pet Sematary 2), maar er was veel mis aan die film.

En de remake van de heren Kölsch en Widmyer doet het op een paar vlakken toch duidelijk beter. Zo is vooropgesteld het acteerwerk in deze enorm beter. Ik had eigenlijk niets met Jason Clarke, vond ‘m meestal maar een saaie verschijning, maar ik moet zeggen; hij speelt hier een erg sterke rol. Uiteraard beter dan Dale Midkiff uit de 1989 versie, maar dat is niet heel lastig. Maar Clarke doet het goed. Verder bewijst John Lithgow voor de zoveelste keer dat hij een enorm sterk acteur is. Tuurlijk, hij kan erg komisch zijn, maar serieuze rollen gaan hem keer op keer ook erg goed af. Hij doet gelukkig geen Fred Gwynne imitatie, maar maakt er een eigen personage van en speelt Judd als een geloofwaardig, sympathiek figuur. De rest van de cast is ook prima, er wordt over de gehele linie uitstekend geacteerd. En dat is een hele vooruitgang.

Ook inhoudelijk zitten er verbeteringingen in de film. Zo wordt in de 1989 versie maar een matige uitleg gegeven waarom Jud besluit om Louis te wijzen naar de mysterieuze plek achter de dierenbegraafplaats en het hele verhaal in beweging wordt gezet. Hier wordt dat veel duidelijker gedaan, er is sprake van een bovennatuurlijk aantrekkingskracht. Simpel gegeven, maar het maakt veel duidelijk. Ook de rol van Pascow is een flinke verbetering. Het is ten eerste ditmaal ook echt een tiener en niet een vent van 40 jaar. Daarnaast is zijn verschijning veel meer toonvast, de film wordt niet ineens luchtig. Pet Sematary is een duistere film, zonder meer één van Kings meest grimmige verhalen. En uiteraard is Zelda van de partij, in de eerste film nog het creepy hoogtepunt. Grote verschil is dat Zelda ditmaal ook echt een gespeeld wordt door een meisje en niet door een dunne vent van 30.

Maar goed, vergeleken met de 1989 versie mag Pet Sematary 2019 wellicht een verbetering zijn, alsnog is het geen perfecte film. Het is en blijft een nogal clichématige opzet; gezin komt in een nieuw huis in het bos, met allerlei spooky shit als gevolg. En ook de aanpak van de spanningsopbouw is vermoeiend cliché, met een hoop scènes van personages die heel langzaam voortbewegen in een donkere ruimte met krakende vloer, met telkens een jumpscare als finale. De film bevat erg weinig creativiteit in de scares en dat wordt heel snel vervelend. Verder is de climax van Pet Sematary niet erg sterk. Waar de versie van dertig jaar geleden juist tijdens de climax op z’n sterkst was, daar zakt deze film juist in. Het gegeven dat ditmaal juist het oudere dochtertje sterft in plaats van Cage zorgt voor wat verrassingen - en is voor de makers ook een heel stuk praktischer - maar het jochie van amper drie jaar aan het moorden is wat mij betreft veel interessanter. Dat deed 1989 dan toch beter.

3,5 sterren.