Meningen
Hier kun je zien welke berichten Chainsaw als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Zaat (1971)
Alternatieve titel: Dr. Z
Oef, moeilijk door te komen. Zaat - of Blood Waters of Dr. Z of hoe je de film ook wil noemen - heeft alles in huis wat een slechte monsterfilm moet hebben, met name natuurlijk een hoofdrolspeler in knullig masker en belachelijk pak waar stukjes zeewier op geplakt zijn. De scènes met dit stupide zeemonster, dat de hele film niet veel meer doet dan onzeker heen en weer waggelen, levert nog wel eens een geestig moment op. Maar vergis je niet, die momenten zijn schaars; Zaat is voornamelijk onvoorstelbaar saai. Het tempo ligt enorm laag, alle handelingen die worden verricht worden uitgerekt tot gevoelsmatig eindeloze sequenties. Qua flow word je dus flink op de proef gesteld, terwijl men qua audio je vooral zo snel mogelijk op de zenuwen wil werken; wat dat betreft is de film een goede test voor je uithoudingsvermogen. Voor wie zin heeft in een portie campy fun; bekijk de beste scènes ergens online, dan ben je in plaats van 100 minuten slechts een minuut of twee van je leven kwijt.
1 ster.
Zack Snyder's Justice League (2021)
Alternatieve titel: Justice League - The Snyder Cut
Tja, de boel verbeteren is op zich niet heel lastig, want de vorige Justice League, die schijnbaar door Joss Whedon onder handen is genomen, was een ramp. Niet alleen die film, in principe zijn de meeste films uit het DCEU waardeloze dingen. De Justice League van Whedon werkte voor geen meter, want naast twee makers met verschillende stijlen en visies bemoeide een studio die geen idee had wat ze aan het doen waren zich er ook flink tegenaan. Maar dat het aan de andere kant vaak geen goed idee is om een filmmaker - zeker van het kaliber Zack Snyder - volledig carte blanche te geven, blijkt uit deze nieuwe versie van Justice League.
In principe is Justice League geen fijne gemonteerde film, maar gewoon al het beeldmateriaal dat Zack Snyder heeft geschoten achter elkaar. Een kritische editor is hier niet in de buurt geweest. Alle extra zooi van Whedon ging de deur uit en dat missen we geen moment; het lijkt me niet dat iemand het Russische gezinnetje mist. Andere zaken boeien iets minder. Het nieuwe design van Steppenwolf is beter, maar het blijft een dom figuur met een nog dommer plan. Personages als Flash en Cyborg krijgen meer te doen, maar blijven oninteressant. J.K. Simmons is tien seconden langer in beeld, wat zijn totale aanwezigheid in Justice League nu brengt op twintig seconden. De inwoners van het dorpje waar Aquaman af en toe op visite gaat zingen een liedje en ruiken aan zijn trui… oké, dat laatste heb ik wel echt gemist in de versie van Joss Whedon; te weinig trui-ruikerij.
Uiteindelijk is het allemaal meer van hetzelfde, want de grootste problemen van de versie uit 2017 zaten er al vanaf het begin. Met een filmreeks die zichzelf veel te serieus neemt en een regisseur die niet al te best is in het vertellen van simpele en interessante verhalen zit je hoe dan ook al verkeerd; dan moet je enorm goed kunnen bijsturen wil je dat nog zien te redden. En dat lukt ook niet. Het grootste compliment dat Zack Snyder kan krijgen op zijn Justice Leauge is dat het een verbetering is ten opzichte van de kortere versie uit 2017. Maar gezien de kwaliteit van die film is dat nauwelijks een compliment of prestatie te noemen.
Vooruit, 2,5 héle kleine sterren.
Zashchitniki (2017)
Alternatieve titel: Guardians
De Russen gooien alles wat ze kennen uit Amerikaanse superheldenfilms van de afgelopen jaren bij elkaar voor hun eigen versie van The Avengers/Fantastic Four/X-Men. Verwacht dus niets origineels. Hoewel ik niet snel een beer met machinegeweer op zijn rug zie lopen in een film van Marvel of DC.
Het superheldenteam in Zashchitniki - oftewel The Guardians - bestaat uit The Thing uit Fantastic Four, gewapend met de zweep van Whiplash uit Iron Man 2, een onzichtbare dame a là Sue Storm, een Winter Soldier met Quicksilver-snelheden en twee enorme zwaarden en een Hulk, die niet groen maar grizzly wordt en schijnbaar de bijzondere gave heeft om automatisch broeken en schoenen te kunnen genereren. Hun Nick Fury is een blonde dame in strakke leren broek, die met haar handpistooltje doet denken aan Scarlett Johansson. Hun slechterik is eveneens een soort Whiplash, maar dan eentje die doet denken aan een combinatie van Sloth uit The Goonies en de Toxic Avenger. Zijn gezichtsuitdrukkingen werken in ieder geval voornamelijk op de lachspieren.
Zashchitniki is een enorm domme film, maar gelukkig ergens nog wel amusant. Deels komt dat door de hier en daar best aardige special effects. Niet alles wint een schoonheidsprijs, maar een groot deel zag er tot mijn verbazing nog prima uit. Maar qua plot en script is het allemaal behoorlijke troep. Er wordt kort een bezoekje gebracht aan elk personage, die meteen instemt om mee te vechten. Vervolgens krijgt elk personage een dramatische scène, waarbij de pianomuziek alles behalve subtiel wordt aangeslingerd. Sowieso is men qua montage vreemd bezig; de pacing, maar ook het mixen van de muziek is erg slordig gedaan. De meeste tijd zat schijnbaar in de effecten en alles zo goed mogelijk afkijken van de Amerikaanse superheldenfilms. Iets meer aandacht voor script, originaliteit en timing had de film veel goeds gedaan. En iets meer lucht had ook wel gemogen, iedereen neemt het allemaal te serieus. Die zeldzame bedoelde pogingen tot humor slaan zo dood als een pier. Onbedoeld is de film gelukkig nog best grappig.
2 sterren.
Zatôichi (2003)
Alternatieve titel: Takeshi Kitano's Zatoichi
Het genre op zich doet me eigenlijk maar weinig (of ik heb gewoon nog niet de juiste films in het genre gezien), maar Zatôichi heeft me zeker kunnen boeien. In plaats van ellenlange gevechten zijn de gevechten hier kort maar krachtig (sterker nog, ze hadden soms zelfs wel wat langer gemogen) en de effecten zijn heerlijk over-the-top. Plot is wat mager en weet zeker niet overal te boeien, maar voelde dan ook meer als een kapstok voor de gevechtsscènes.
De film zag er verder visueel erg verzorgd uit en bevat de film de nodige droge Kitano- humor. En ook het acteerwerk was prima, Kitano zelf is weer zo cool als altijd en met twee van mijn Japanse favorieten (Tadanobu Asano én Ittoku Kishibe, wat wil je nog meer) kan het eigenlijk niet meer stuk. Zelfs het overacteren van sommige bijrolacteurs wist me niet eens echt te storen. Hou het momenteel voorzichtig om een dikke 7, maar kans op verhoging sluit ik niet uit.
Ruim 3,5 sterren.
Zodiac (2007)
David Fincher verfilmt - weliswaar stijlvol - een hele reeks feiten. Dat stijlvolle is voor mij nog enigszins een begrijpelijk argument dat deze film zo hoog aangeschreven staat, maar inhoudelijk vond ik Zodiac alles behalve interessant en snap ik de lyrische reacties niet echt. Akkoord, Fincher wilde zo goed mogelijk een beeld schetsen hoe het in die tijd allemaal echt is gegaan en zal ongetwijfeld bij een hoop details de spijker op de kop hebben geslagen, maar mijn inziens is ie vergeten om op interessante wijze een verhaal te vertellen. Dat het een fragmentarische film is, is in dit geval een feit; gevoelsmatig begon elke scène met de tekst “twee dagen later, één week later, drie weken later’. Doodvermoeiend en ben ook vrij snel gestopt met proberen te volgen waar we zaten. Bleek ook niet echt relevant, het is gewoon elke scène weer iets later in het proces. Zodiac hopt eigenlijk van scène naar scène, maar geen van die scènes greep me echt aan.
Dat laatste komt ook omdat de personages en vertolkingen me opvallend weinig deden. De film zit vol saaie figuren óf nogal overdreven typetjes, er leek niet echt een tussenweg. Downey Jr. is vanouds bijdehand en Jake Gyllenhaal is nog het grootste typetje, met z’n rare maniertjes. Zeker niet z’n beste rol. Met dat fluisterstemmetje van Ruffalo kon hij ook amper maar emoties uitdrukken; met die 0900-sekslijn-stem is Ruffalo die boos wordt vooral komisch. Ik miste een duidelijke - en vooral sterke - hoofdpersoon, je zit vooral naar een hoop wandelende en snel-pratende mannen in pakken te kijken. Genoeg prima acteurs komen voorbij - Adam Goldberg, Clea DuVall, Brian Cox - maar niemand laat een indruk achter of krijgt echt iets tofs te doen. Slechts een paar scènes werden daadwerkelijk spannend, met name als John Carroll Lynch en Charles Fleischer even voorbij komen. Hun scènes waren oprecht interessant, maar dat zijn er maar twee in een film vol met inwisselbare scènes en personages.
In de wat langere scènes is Zodiac best oké, maar Fincher kiest dus voor een vorm waarbij hij veel scènes niet de tijd geeft, maar er doorheen skipt. Daarnaast zijn de daadwerkelijk spannende scènes - de scènes met de Zodiac Killer aan het werk - ook nogal suf. Ik had gedacht dat een Fincher wel wat spanning zou kunnen neerzetten, maar de momenten met de mysterieuze Zodiac zijn nogal beroerd. Sure, Fincher zet visueel best een prima film neer, het is allemaal verzorgd, ziet er sfeervol uit en veel oog voor detail. Maar als een film over de zoektocht naar een beruchte seriemoordenaar met zo’n cast niet erg boeiend wordt, dan gaat er toch iets mis. Ik had gehoopt op misschien wel de beste film van Fincher, maar vond Zodiac uiteindelijk waarschijnlijk de minste film die ik van hem gezien heb. Toch onverwacht na zoveel lovende woorden overal.
2,5 sterren.
Zombi Holocaust (1980)
Alternatieve titel: Zombie Holocaust
Een film die behoorlijk de tijd neemt om op te bouwen, terwijl je je afvraagt waarom een film met de titel Zombie Holocaust überhaupt zou moeten opbouwen. Eendimensionale karakters komen op een eiland tussen enerzijds kannibalen en anderzijds zombies te zitten, daar hoeven toch weinig woorden aan vuil gemaakt worden, lijkt me. Eenmaal op stoom komt de film met een paar aardige momenten, ondanks dat kwaliteit ver te zoeken is. Lelijke special effects, zombies die net iets te overduidelijk een masker dragen, acteerwerk van acteurs die in elke plaatselijke toneelvereniging geweigerd zouden worden; het draagt allemaal bij aan het campy gevoel. En het is deze ongein en alles behalve subtiele vermaak die Zombie Holocaust gelukkig nog best amusant maken. Amusante rotzooi, zullen we maar zeggen.
2,5 sterren.
Zombi Kanikuly 3D (2013)
Alternatieve titel: Zombie Fever
De poging van Rusland op een eigen Shaun of the Dead of Zombieland. Zombie Fever is uiterst dom en lelijk en de makers gooien zoveel mogelijk zooi op de muur af, in de hoop dat er iets blijft plakken. En wonder boven wonder zijn er nog best wat sequenties in Zombie Fever die werken. De makers durven lekker over de top te gaan en maken het groots, wetende dat ze het budget niet hebben. Een gevechtsscène in een glazen tunnel - waarin een vent met hamer en sikkel een stel zombies te lijf gaat - is tegelijkertijd onvoorstelbaar lelijk en enorm cool. Verder zie je niet zo vaak een stel judoënde zombies. Maar goed, op die paar toffe sequenties en creatieve vondsten na is Zombi Kanikuly geen grote hoogvlieger. De film duurt vooral veel te lang, 70 á 80 minuten van deze ongein was méér dan genoeg geweest.
2 sterren.
Zombie '90: Extreme Pestilence (1991)
Alternatieve titel: Zombi 7
Amateuristische shot-on-video troep, die een heel stuk leuker wordt door de hilarische dubbing. De film voelt als een lange video van MasterMovies door zijn totaal ongepaste nasynchronisatie en dit was dan ook oorspronkelijk als grap bedoeld, maar regisseur Andreas Schnaas vond ‘t zo grappig dat hij het hield. En gezien het eigenlijk het leukste is aan de film is dit niet een hele slechte keuze. De lange sullige dokter heeft plots de stem van een stoere Afro-Amerikaanse vent en zijn besnorde collega klinkt als een dronken Spongebob Squarepants. Ondertussen komen de meest hilarische dialogen voorbij. Ik ging vooral helemaal stuk om de vrouw in de rolstoel die een plastic pop bij zich draagt en op een gegeven moment zegt: ‘I mean, look at me. And my baby Leroy-Bob.’ Het lot van deze Leroy-Bob is misschien wel even komisch.
Want daar is de tweede ‘kracht’ van Zombie 90: de debiele effecten van Schnaas. Hij heeft voornamelijk twee effecten die hij graag tot in den treure laat zien in deze film: een hoop roze ingewanden en slierten, die zombies uit hun slachtoffers kunnen trekken en een constructie die bloed kan spuiten. Dus mensen gaan los met kapmessen en kettingzagen op de zombies, maar in dit geval weten de zombies zelf ook wapens als bijlen en kettingzagen te gebruiken. Het maakt Schnaas allemaal niet uit, als het bloed maar kan rondvliegen. Hij gooit plastic handen en hoofden in het rond en overal is bloed. Soms lijkt Schnaas zo onder de indruk van zijn eigen gorigheid dat hij z’n camera er bijna in wil drukken, terwijl wij voortdurend een hoop natte geluidseffecten en gesmak in onze oren gepompt krijgen. Met zulke amateursplatter denk je ook al snel aan een Evil Dead of Bad Taste, maar dan wordt pijnlijk duidelijk dat Schnaas niet meer kan dan wat puberale onderbroekenlol geven. Op alle andere vlakken - van cameravoering tot montage - is de film niets meer dan wat iedereens oom op een zaterdagmiddag met z’n handycam ook in elkaar kan flansen.
2 sterren.
Zombie Shark (2015)
Alternatieve titel: Shark Island
Uiteraard een idiote film over vrienden die op een eiland zitten vanwege een storm (terwijl de hele film de zon schijnt) met gemuteerde zombie-haaien. Dat klinkt als lollige pulp, maar echt leuk wordt Zombie Shark (of Shark Island, zoals ie hier op DVD heet) zelden. Daarvoor is men te druk met familieperikelen en gekibbel van personages met het charisma van een vaatdoek. Tussendoor krijgen we wat shots van kabbelend water. Het enige moment waarop Shark Island hilarisch wordt, is als de gemuteerde haaien opduiken met special effects op z'n allerslechtst, dit soort effecten tref je nog niet aan in een filmproject van middelbare scholieren. Eén keer maakt men gebruik van practical effects en deze kneuterige sokpop is het beste effect van de film.
1 ster.
Zombie Strippers! (2008)
Een film getiteld Zombie Strippers met een plot vol ... strippende zombies. Tja, meer hoef je niet te weten of te verwachten en meer krijg je ook niet van regisseur Jay Lee. Zijn Zombie Strippers neemt zichzelf geen moment serieus en schotelt ons een hoop naakt, idiote personages en dialogen, een flink portie bloed en gore en een grote hoop droge en flauwe humor voor. Toegegeven; je moet er van houden, maar voor de echte fans van heerlijk idiote pulp is dit toch genieten geblazen.
Ik ging de film in eerste instantie puur zien voor Englund, want ja, diehardfan zijn van een specifiek horroracteur brengt nu eenmaal met zich mee dat je je soms door de grootste prul moet worstelen. Gelukkig viel dat bij Zombie Strippers ontzettend mee en bleek deze horrorkomedie een erg geestige achtbaarit. Het gaat hélemaal nergens over, maar wordt ontzettend leuk gebracht en vermaakt als geen ander. Het plot, de personages, de special effects; stuk voor stuk zorgen ze ervoor dat de 90 minuten voorbij vliegen.
Het plot is natuurlijk te stomzinnig voor woorden, maar het werkt uitstekend als kapstok voor een reeks geestige fragmenten. De gevechtsscènes tussen twee vrouwelijke hoofdzombies, de creatieve sterfscènes van bepaalde slachtoffers of de gortdroge discussies van het zooitje ongeregeld dat wil overleven. Vooral Englund is werkelijk hilarisch als de idiote eigenaar van de stripclub. Heerlijk stukje over-achting, deed me wat denken aan zijn rol in La Lengua Asesina (ook al zo'n heerlijk over the top B-filmpje). Hij stal in ieder geval de show met zijn schitterende rol als Ian Essko. Hij is duidelijk helemaal in z'n element, zo zie ik 'm graag.
Wat mij betreft een héle flinke meevaller en tot nu toe één van de meest hilarische B-horrors die ik de afgelopen tijd heb gezien.
3 dikke sterren.
Zombieland (2009)
Waren zombies een lange tijd voer voor serieuzere horrorfilms, het is al een tijdje bekend dat er ook genoeg te lachen valt met die slenterende kadavers. Met geweldige films als resultaat, met titels als Return of the Living Dead, Braindead en Shaun of the Dead als de bekendste en wellicht ook beste. Maar daardoor moet je met je zombiekomedie anno 2009 wel met iets nieuws komen. Zombieland is een erg amusante film, maar heel vernieuwend is het allemaal niet. Er worden wat leuke visuele geintjes uitgehaald - met teksten in beeld - en de geestige slowmotion credits met Metallica’s For Whom the Bell Tolls zet de toon uitstekend. Maar gaandeweg laat Ruben Fleischer de creativiteit een beetje varen. De film levert dan niet per se amusement in, maar begint af en toe wel wat in te kakken.
Wat vooropgesteld opvalt bij deze Zombieland is dat er maar weinig zombies in voor komen. Vooral gedurende de tweede akte zijn er amper wandelende lijken. Oké, Fleischer geeft ons er vier leuke hoofdpersonages voor in de plaats, maar toch doet de opening vermoeden dat er meer zombie-actie zou plaatsvinden. Het begint aan het einde van akte twee, als we een tijdje puur met de vier personages zijn, zelfs wat te slepen. En dat is best knap voor een film van amper anderhalf uur. De vier hoofdfiguren zijn gelukkig leuk genoeg, met name Harrelson is erg amusant. De bekende cameo in de film is eveneens geinig, hoewel deze weer iets te lang wordt uitgespeeld. De film voelt hier en daar wat fragmentarisch - en dat is ook niet heel gek, gezien de film oorspronkelijk een serie zou worden. Ben blij om te zien dat er nu - na tien jaar - een vervolg komt, maar verwacht daarin ook niet heel veel vernieuwends. Maar goed, als die op z’n minst zo vermaakt als deze, dan hebben we niet heel veel te klagen.
3,5 sterren.
Zombieland: Double Tap (2019)
Alternatieve titel: Zombieland 2
Zombieland was een vermakelijke zombiekomedie, maar anno 2009 al niet erg vernieuwend - de film kwam vijf jaar na Shaun of the Dead en ook daarvoor hebben we al genoeg kunnen lachen om zombies. En nog steeds, want alleen dit jaar kregen we onder meer al The Dead Don’t Die en Little Monsters. Dus doet Zombieland: Double Tap iets nieuws? Het antwoord is nee. Want ook al is tien jaar verstreken, Zombieland: Double Tap is zo’n vervolgfilm die vooral bestaat uit callbacks van een film van tien jaar geleden. Elk personage krijgt dezelfde dialogen en handelingen en net als alle personages keren dezelfde stijlelementen terug. Geestig genoeg zijn die openingstitels met slowmotion beelden - met ditmaal een ander nummer van Metallica - net als tien jaar geleden weer een klein hoogtepunt.
Dat dit echter in Double Tap een hoogtepunt is heeft - jammer genoeg - ook te maken met het feit dat de film bestaat uit veel slechtgetimede grappen. Je zou zeggen dat men tien jaar de tijd had voor een sterk scenario, maar het simpele script van de eerste film was beter en de montage een stuk strakker. Ik merkte na twintig minuten dat ik nog amper geglimlacht had. Die glimlach bleef niet de hele film weg, maar de echt sterke grappen waren met gemak op één hand te tellen. Harrselson steelt wederom de show, terwijl Eisenberg en Stone het prima doen en Breslin weer opgezadeld wordt met een suffe rol. Ze wordt dan ook vrij overduidelijk ingeruild voor de veel leukere Zoey Deutch, die perfect weet in wat voor film ze zit. Alles rondom Breslin is verwaarloosbaar, tot het belachelijke einde aan toe, waarin ze uit het niets ineens die hippie waar ze stapelverliefd op was afwijst om …. redenen. Je kunt vrij duidelijk zien dat de schrijvers het personage van Breslin ook geen reet interesseert, zolang Harrelson maar flink kan schmieren.
Waar Zombieland oorspronkelijk bedoeld was als een TV-serie en daarom ook nogal fragmentarisch aanvoelde, daar had ik gedacht dat het vervolg meer zou aanvoelen als een film. Maar nee, ook Zombieland 2 voelt nog steeds aan als een reeks sketches. De personages komen op een locatie en na wat rare fratsen gaan ze weer weg. Die fratsen zijn soms best geinig - vooral in de actiescènes worden wel wat leuke dingen gedaan - maar er wordt amper moeite gedaan om het te laten voelen als een geheel. Soms voelt het alsof Fleischer zijn personages gewoon maar wat laat improviseren voor de camera, in de hoop dat daar iets leuks uitkomt. En lijkt met die kopieën van Harrelson en Eisenberg zelfs letterlijk Shaun of the Dead na te doen. Maar waar het in die film een simpel grapje was, daar rekt men het hier uit tot een sequentie van een kwartier. Het rommelige van de film blijft de hele tijd en rond de climax voelt de film zelfs afgeraffeld. Zombieland: Double Tap is geen uiterst vervelende film, maar toch een teleurstelling; het had zoveel leuker kunnen zijn.
Ben heel gul: 3 hele kleine mini-sterren.
Zookeeper (2011)
Vervelende film, vooral. De standaard formule wordt weer eens toegepast en dus zien we Kevin James om de haverklap op zijn bek gaan of ergens tegenaan botsen. Leuk is ie in ieder geval zelden, hier. Maar dit is dan ook verre van een uitdagende rol en dat verdient hij inmiddels wel. En daarbij moet die vervelende kwal van een Joe Rogan ook zorgen voor wat komische momenten. En dat terwijl een Rosario Dawson of Leslie Bibb wél over talent beschikken, maar juist niets te doen krijgen. Die mogen een beetje lachen en mooi zijn voor de camera. Ondertussen voegen de bekende acteurs die de dierenstemmen mogen vertolken ook helemaal niets voor. Zo'n Sandler of Maya Rudolph zijn zelfs uiterst irritant. Er zijn zoveel goede stemacteurs in Amerika, maar toch lijken grote namen op de poster veel belangrijker.
Verder valt op hoe weinig tijd er eigenlijk maar besteed wordt aan de pratende beesten. Geestig zijn ze dan wel niet, maar het is nog altijd beter dan dat uitgekauwde liefdesverhaaltje en die vervelende rivalenstrijd tussen James en Rogan. Nog zo'n zoetsappig moraaltje er achteraan, kan er allemaal wel bij hoor. Qua script loopt de film sowieso voor geen meter, er worden gigantische sprongen gemaakt, karakters maken ontwikkelingen mee die we niet te zien krijgen, maar gewoon maar moeten pikken. The Zookeeper kent uiteindelijk welgeteld een handjevol geslaagde momenten (als die gorilla na lang zeiken eindelijk mag rijden was wel even goed voor een glimlach), maar het is verder vooral karig. Kinderen kunnen er vast wel om lachen, maar de iets oudere kijker heeft bar weinig aan.
1,5 sterren.
Zootopia (2016)
Alternatieve titel: Zootropolis
Ondanks de hoge noteringen, enorme box-office en lyrische recensies is Zootopia in Nederland gek genoeg bijna alleen in de Nederlandse versie te zien. In Utrecht kon ik gelukkig de originele versie bekijken en ik was benieuwd waar al die positieve geluiden vandaan kwamen. En heel eerlijk snap ik er vrij weinig van.
Zootopia is alles bij elkaar een prima film, maar het is echt niets meer dan dat. Het verhaal - waar opvallend veel schrijvers bij te pas zijn gekomen - is bijzonder basic, met vrij standaard personages, een voorspelbaar moraal en opvallend weinig verrassingen. Ook is het opvallend genoeg niet erg grappig, het grootste deel van de grappen resulteert hooguit in een subtiele glimlach. De film bevat een paar aardige vondsten en sequenties en is technisch ook prima verzorgd, maar waar die enorme box-office en dolenthousiaste reacties vandaan komen is me enigszins een raadsel.
3 sterren.
Zwartboek (2006)
Alternatieve titel: Black Book
Aardig, in ieder geval beter dan ik had verwacht. Paar dingen waren echter nogal jammer. Op de eerste plaats het begin van de film, waarbij we een vooruitblik krijgen en we zien hoe hoofdpersoon Rachel een aantal jaar na de oorlog in Israël leeft. Los dat dit een vrij onnodig begin is, neemt het ook veel spanning weg, gezien je aan het begin dus al weet wat het lot van Rachel zal zijn. Vraag me nog steeds af waar die openingsscène voor nodig was, altijd vrij frustrerend als ze onnodig een film zo beginnen.
Verder werkt het niet bevorderlijk dat het script nogal vol zit met onlogische momenten en toevalligheden. Ook sommige personages waren niet al te best, vooral dat vervelende en geforceerde personage van De Mol. "Jij vloekt! Jij mag niet vloeken!" Zucht! Eén van de positieve punten van Zwartboek is echter het spel van de andere spelers. Gelukkig ook, want daar leunt de film vooral op. Van Houten is sterk, evenals Koch en Hoffman. Peter Blok is ook prima en die Kobus speelt een leuke Duitse smeerlap. Rond het einde duurt de film wel echt te lang, maar gelukkig is er verder weinig vervelen bij, de film zit al met al best aardig in elkaar en is erg toegankelijk. In ieder geval één van de betere Nederlandstalige Verhoeven-films die ik heb gezien.
3 sterren.
