• 15.742 nieuwsartikelen
  • 177.923 films
  • 12.203 series
  • 33.971 seizoenen
  • 646.932 acteurs
  • 198.972 gebruikers
  • 9.370.308 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Chainsaw als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Beethoven's 5th (2003)

De eerste Beethoven was leuk, de tweede werd al iets minder maar ook daar was wel redelijk wat vermaak te vinden. De derde was nogal waardeloos en de vierde al helemaal niks. Tja, daar worden de verwachtingen voor een vijfde deel niet echt hoog mee. Gelukkig was ie niet zo rampzalig als verwacht.

Dit heeft de film voornamelijk te danken aan klootviool Dave Thomas, die hier en daar nog wel voor een aantal grappige scènes weet te zorgen. Maar goed, Thomas weet uiteraard de film niet compleet te redden. Op die aardige momenten na blijft Beethoven's 5th dan ook gewoon een zwak, uitgemolken deel uit een serie, waar we waarschijnlijk nog lang niet vanaf zijn.

1,5 sterren.

Beetlejuice (1988)

Beetlejuice is een beetje dé stereotype film waar Tim Burton om bekend staat; hysterische sprookjesachtige horrorkomedies met een grote knipoog naar de oude B-films, dus met een hoop stop-motion en karton. Terwijl hij - als je zijn hele oeuvre bekijkt - maar relatief weinig van dit soort films maakte, is dit toch typisch Burton. Het is creatief en krankzinnig, maar tegelijkertijd ook doodvermoeiend. Qua stijl is de film interessant, de stop-motion en de score van Danny Elfman geven de film bijvoorbeeld iets magisch. Maar qua verhaal en vertelling doet de film maar wat en presenteert ons vooral schreeuwerig een hoop 'dingen' zonder duidelijke lijn. Dansnummers, grote wormen in de woestijn en een zeer hyperactieve Michael Keaton wisselen elkaar steevast af en dat is even leuk, maar begint op den duur goed te vervelen en ben je na de 85 minuten toch blij dat de film is afgelopen. De film is wat dat betreft vergelijkbaar met het personage van Betelgeuse; eventjes is hij interessant en vermakelijk, maar niet veel later ben je er ineens echt klaar mee.

3 sterren.

Before Midnight (2013)

Het is een mooi principe dat Linklater, Hawke en Delpy om de 9 jaar een nieuw verhaal vertellen rondom Jesse en Celine, maar de films worden er niet per se beter op. Waar ik Before Sunrise een betoverend en fascinerende film vond, kreeg ik dat gevoel bij Before Sunset al een stuk minder. En Before Midnight deed me eigenlijk helemaal niet zoveel.

Akkoord, Before Midnight bevat nog steeds een interessante vorm (een paar knappe lange takes), sterke momenten van dialoog en een duo dat inmiddels goed op elkaar is ingespeeld. Zoals het spannende van de relatie af is, zo voelt de film soms tamelijk leeg en vlak. Maar waar de momenten tussen Hawke en Delpy vaak nog wel oprecht en geloofwaardig aanvoelde, daar was die eetscène een vreselijke sequentie. Verschrikkelijk neergezet en geforceerd, met elk karakter die netjes evenveel aan het woord komt en iedereen komt met een mooi of inspirerend en vooral afgerond verhaal. Doet toch afbreuk aan het oprechte gevoel die de Before- films van Linklater hebben.

3 sterren.

Before Sunrise (1995)

Zo simpel kan het dus zijn. Zeer sterke film met erg natuurlijke acteerprestaties van Hawke en Delpy. De dialogen tussen de twee hoofdpersonages komen uitstekend uit de verf. Before Sunrise is romantisch, weet erg goed te boeien en is van tijd tot tijd ook nog eens grappig. Knap stukje werk!

4 sterren.

Behind Enemy Lines (2001)

Matige, dertien-in-een-dozijn oorlogsfilmpje. Film ziet er op zich prima verzorgd uit en ook de special effects zijn in orde, maar daar is eigenlijk wel mee gezegd. Het script zit boordevol clichés en de makers blijven de hele tijd netjes binnen de lijntjes. Wilson kon me al niet overtuigen met zijn komische rollen, maar in een serieuze rol is ie al helemaal om te huilen.

Behind the Green Door (1972)

Toch wel een tegenvaller, deze kunstzinnige porno. Bepaalde scènes zijn mooi geschoten, maar andere momenten zijn weer oerlelijk en simpelweg saai. Opwindend is het sowieso niet, Behind the Green Door moet het vooral hebben van het interessante audiovisuele aspect. En die is slechts bij een enkele scène daadwerkelijk noemenswaardig. En als je de film ziet, weet je ook precies om welke scène het gaat. Verder is de film op geen enkel vlak bijzonder, enkel vooral vreemd. En erg traag. Hoewel, ik moet toegeven dat Chambers wel een erg mooie dame is.

1,5 sterren.

Behind the Mask: The Rise of Leslie Vernon (2006)

Sympathieke horrorkomedie. Tien jaar na Scream komt regisseur Scott Glosserman met een film die de clichés en regels van het slashergenre op de hak neemt. Beetje laat - dat wel -, maar alsnog is Behind the Mask: The Rise of Leslie Vernon amuserend genoeg. De stijl is grotendeels vergelijkbaar met de Belgische film Man Bites Dog, dus een seriemoordenaar die door een crew wordt gevolgd en alle geheimen van het moorden blootgeeft. Een ideale kapstok om een hoop grappen over het genre aan op te hangen, de vele clichés van het genre komen voorbij en de film is vooral in het begin dan ook het leukste, als deze formule nog fris voelt. Gaandeweg gaat het trucje een beetje vervelen. Nathan Baesel speelt een erg aardige hoofdrol als sympathieke killer en de bijrollen van een Scott Wilson en genre-iconen als Robert Englund en Zelda Rubinstein (en een cameo van Kane Hodder) getuigen ook van een grote liefde voor het genre. Behind the Mask: The Rise of Leslie Vernon is nergens ijzerscherpe satire of zelfs hele sterke horror, maar als horrorkomedie/parodie toch een erg charmant product.

3 sterren.

Being John Malkovich (1999)

Heerlijk aparte en hilarisch filmpje. Vooral het begin is ontzettend sterk. Hoewel het later allemaal nog steeds erg absurd en hilarisch is, het voelde hier en daar een klein beetje inzakken. Gelukkig maakt het einde weer heel wat goed. Verder ziet de film er visueel erg goed uit, is het acteerwerk prima in orde en zit alles erg goed in elkaar. Petje af voor Jonze.

Kleine 4,5 sterren.

Being, The (1983)

Alternatieve titel: Easter Sunday

Voor mensen die op zoek zijn naar écht leuke slechte monsterfilms kan The Being best tegenvallen. De film heeft qua poster, speelduur en titel alles in huis om een enorm leuke monsterflick te zijn, maar het is het allemaal net niet. Met als voornaamste reden: in tegenstelling tot genregenoten als The Deadly Spawn past The Being jammer genoeg iets te vaak het Jaws principe toe. En dan doel ik niet op de burgemeester die niet wil luisteren naar mensen die beweren dat er iets gruwelijks aan de hand is in zijn dorpje. Hoewel dat dan weer wel voor één van de leukste dialoogzinnen uit de filmgeschiedenis zorgt:

- But if this thing is actually killing people, then why is the mayor trying to keep it quiet?

- Potatoes.

Het Jaws principe van The Being is echter het monster dat ze hebben alsnog tot het einde niet laten zien. Voor The Being hebben ze een soort mix van een Xenomorph en Sultana-mascotte Mr. Jummy, maar een groot deel van de tijd zien we enkel een hand van het beest. Meestal is de camera een POV van het monster en zien we hoe het vooral zijn slachtoffers weggooit. Pas tijdens het einde krijgen we meer te zien van het domme - en tegelijkertijd coole - wezen, maar dat had veel eerder gemogen. Als men juist had gekozen om het wezen veel vaker in geuren en kleuren te tonen, was de film waarschijnlijk een heel stuk vermakelijker geweest. Martin Landau won een Oscar door Bela Lugosi na te doen die aan het worstelen was met een octopus in een slechte B-film. Deze film laat zien dat Landau zich goed in die rol kon inleven, want de beste man heeft zelf ook eens een lullig potje moeten knokken met een dom monstertje in een slechte productie.

2,5 sterren.

Belko Experiment, The (2016)

Amusante horror, die echter vooral qua toon af en toe nogal zwenkt. Soms focust de film meer op drama en geloofwaardigheid, een ander moment komt er humor bij en wordt de film soms compleet over de top. Die mix werkt jammer genoeg niet overal. Vond de luchtige, maar mysterieuze en dreigende sfeer aan de start interessant, maar als de baas zich vrij plots ontpopt tot een nogal eendimensionale, moordlustige schurk werd het voor mij meteen een stuk minder. Hier en daar komt Greg McLean met een paar leuke verrassingen, maar The Belko Experiment is toch voornamelijk formulewerk. Formulewerk dat gelukkig wel voldoende vermaak, stijlvolle sequenties, alleraardigst spel (de rol van Michael Rooker is jammer genoeg te kort) en vooral lekker lomp geweld voortbrengt.

3,5 sterren.

Ben X (2007)

Hier en daar best aardig en vooral visueel best interessant. Inhoudelijk deed het me allemaal een heel stuk minder. Ik bedoel; gasten van ruim in de twintig of zelfs bijna dertig jaar oud die een jongen op school pesten als kleine kinderen van twaalf dat doen. Sorry, maar dat gaat er bij mij niet echt in. En ook het idee dat de ouders hun zoon helpen met een nep-zelfmoord is redelijk moeilijk te slikken. En dat werkt niet echt als je een realistische en geloofwaardige film lijkt neer te willen zetten. Desondanks kent de film een paar aardige vondsten en een reeks sterke visuele scènes, hoewel lang niet al die visuele trucjes goed werken en geslaagd zijn, trouwens. Een paar sterke scènes, maar verder was ik hier allesbehalve ondersteboven van.

Kleine 2,5 sterren.

Bend It like Beckham (2002)

Sympathieke film, alleen wel erg weinig humor voor een komedie. Het script zit overvol moraaltjes en nodige levenslessen, waardoor het tempo uit de film wordt gehaald. Gelukkig kijkt de film ondanks dit nog best lekker weg, mede dankzij de muziek heeft het allemaal een vlotte uitstraling. Acteerwerk was niet geweldig, vooral Meyers was maar matig. Al met al een zeer voorspelbare, maar gelukkig prima gemaakte en van tijd tot tijd amusante film. Meer humor en minder gezeur had het echter een stuk beter gemaakt.

Ben in een goede bui; 3 héle kleine sterren.

Beowulf (2007)

Terwijl de poedelnaakte schreeuwlelijk Beowulf voor de twintigste keer zijn naam uitkraamt (mochten mensen nog steeds niet weten hoe hij heet), wordt zijn geslachtsdeel à la Austin Powers en The Simpsons Movie verstopt. Zemeckis is helemaal gek met zijn motion capture techniek en dat blijkt; hij steekt alle energie in dit foefje. En hoewel dit zeker wat mooie plaatjes oplevert, hij lijkt andere dingen hierdoor juist compleet te vergeten. Flauwe humor, irritante personages en actiescènes die enkel de eerste paar minuten niet weten te vervelen, nergens in Beowulf zie je de man van Back to the Future of Cast Away terug. Want oké, Beowulf heeft best wel z’n momenten, maar voor een goede film moet je toch even terugbladeren in het oeuvre van Zemeckis.

2 sterren.

Beowulf & Grendel (2005)

Matig filmpje, waarbij vooral de dodelijk saaie karakters de film de das omdoen. Vond het in ieder geval maar bordkartonnen, vergeetbare figuren die niets anders leken te doen dan anderhalf uur lang kromme dialogen uitkramen. Gelukkig bevat Beowulf & Grendel een aantal mooie plaatjes en een aardige soundtrack en was het geheel zeker niet irriterend slecht. Memorabel is het echter ook alles behalve. Miste zelfs een fatsoenlijke gevechtsscène. Maar aan de andere kant, Robert Zemeckis maakte twee jaar later een verfilming met een stuk meer actie en spektakel. En dat was nu niet ook bepaald kermis.

Toch een kleine 2,5 sterren voor deze.

Best Worst Movie (2009)

In één woord; geweldig. In iets meer woorden; Best Worst Movie is een hilarisch en fantastisch document rondom die beruchte slechte film, Troll 2. Is het de slechtste film ooit gemaakt? Ach, daar valt wat mij betreft over te discussiëren. Maar het is praktisch onmogelijk om de amusementswaarde van Troll 2 in twijfel te trekken. Een groep vrienden bij elkaar en de DVD of video van Troll 2 maakt een avond zonder twijfel onvergetelijk. En even amusant is Best Worst Movie, de documentaire die bekijkt wat er in die twintig jaar is gebeurd.

Michael Stephenson, het kleine zoontje in de film, nam het sterke besluit om zijn film om George Hardy, zijn vader in de film, te laten draaien. We volgen deze sympathieke, vrolijke tandarts, die enerzijds wordt aanbeden door de grote Troll 2 fans die Amerika kent én de conventies waarin niemand naar hem of zijn collega's omkijkt. Dit levert een aantal prachtige momenten op. Hardy is overduidelijk in zijn element in zijn woonplaats, maar tussen de acteurs van een willekeurige A Nightmare on Elm Street film is ie als een vis op het droge. "Wil iemand mijn handtekening?!" roept Hardy met een grote lach op zijn gezicht als werkelijk niemand hem of Fragasso's befaamde film schijnt te (her)kennen.

Ondertussen ontmoeten we ook andere gezichten achter Troll 2. Zoals een compleet verwarde (en bijna enge) Margo Prey, de eenzame oudjes Robert Ormsby en Don Packard of een heerlijk dwarse Claudio Fragasso die maar niets van het lachende publiek begrijpt. En dan die zwijgende componist Carlo Cordio er heel droog af en toe even tussendoor.

Voor de documentaire kiest Stephenson voor een perfecte toonzetting; lekker vlot, vrolijk en met een hoog feelgood gehalte. Bijvoorbeeld als een paar hoofdrolspelers bekende scènes uit de film gaan naspelen, hilarisch om te zien, wat mij betreft. Het zorgt voor een vreemde combinatie. Zo worden de nogal ongemakkelijke momenten met Prey afgewisseld door een erg geestige hervertelling van de autoscene met Hardy en Stephenson. Maar ook erg leuk zijn de kijkjes bij de verschillende viewings, waarbij Troll 2 fanatiekelingen jaarlijks bij elkaar komen om de film op groot scherm te bekijken. Zou zoiets in Nederland niet mogelijk zijn? Zo ja, dan zit ik vooraan!

4 ruime sterren.

Beste voor Kees, Het (2014)

Een film waarbij maar weer blijkt dat casting voor documentaires vele malen belangrijker is dan voor fictie. Het feit dat filmmaakster Nolte Kees Momma en zijn twee ouders heeft gevonden en besloot te portretteren was een slimme zet, de man is zeer spraakmakend. Zijn manier van spreken en doen lijkt het bijna een typetje van Kees van Kooten en geen moment worden hij of zijn ouders opzettelijk zielig of zwak neergezet. En dat is prettig, want nu krijg je een mooi portret van een bijzondere en zeer oprechte persoonlijkheid en de mooie band met zijn ouders. Je merkt enkel dat de film geen anderhalf uur had moeten duren, op den duur is het verhaal verteld en begint het allemaal wat te slepen. Een documentaire van 50 á maximaal 60 minuten was hoogstwaarschijnlijk sterker geweest.

3,5 sterren.

Beyond Re-Animator (2003)

Dr. West is en blijft gewoon gaaf!

Na Re-Animator en Bride of Re-Animator is onze enige echte Dr. Herbert West weer terug. En opnieuw in een erg leuke film vol onzin en flauwekul, hoewel deze wat mij betreft wel duidelijk het minste van de drie was. Dit voornamelijk door de soms ietwat serieuzere ondertoon (die het campy sfeertje nogal wegneemt), de saaie personages en het afschuwelijke acteerwerk van de meeste acteurs.

Toch heeft Beyond Re-Animator iets wat maar weinig horrorfilms hebben; Jeffrey Combs in een geweldige rol als het hilarische typetje Dr. Herbert West. Net als in de vorige twee films steelt Combs ook dit derde deel de show en hij draagt de film met gemak. Verder zit de film vol met leuke effecten, grappige momenten (rat vs. penis) en een hoop heerlijke flauwekul. Ja, Yunza weet wel hoe hij mensen moet vermaken.

3,5 sterren.

BFG, The (1989)

Alternatieve titel: De GVR

De GVR, een stuk jeugdsentiment dat zelfs na een hedendaagse herziening nog zo stevig als een huis blijft staan. De film is één brok aan sfeer, alleen al dankzij de bijzondere tekenstijl, de prachtige achtergronden en de erg sterke score. Het plot wordt daarnaast doeltreffend en met een uitstekend tempo verteld en de kleurrijke karakters uit het boek van de legendarische Britse schrijver komen goed uit de verf.

De GVR zelf is een bijzonder personage, maar ook de angstaanjagende kwaadaardige reuzen worden stuk voor stuk geweldig neergezet. Heerlijk over-the-top gruwelijk. De film is mede hierdoor overigens niet meteen voor de allerkleinste kijkers. Even creepy als ijzersterk is bijvoorbeeld de scène waarin de leider van de reuzen uit het water herrijst om een slapend kind uit zijn slaapkamer te halen. Oké, De GVR was weliswaar één van mijn eerste films die ik ooit zag en was destijds mijn grote favoriet, het blijkt toch meer dan enkel jeugdsentiment. Want nu nog steeds blijft deze film reusachtig leuk.

4 sterren.

BFG, The (2016)

Alternatieve titel: De GVR

Al mijn jeugdsentimenten bij elkaar. Van de man van Jurassic Park in de regiestoel tot Dahl, wiens bekende kinderboeken als de GVR en De Heksen ik verslond. Maar het grootste jeugdsentiment is voor mij de 1989 animatiefilm van Brian Cosgrove, wellicht één van mijn favoriete jeugdfilms. Ik keek uit naar deze nieuwe BFG, maar was toch - hoe spijtig ook - een tikkeltje teleurgesteld.

Visueel wordt er een indrukwekkende trukendoos opengetrokken, met wat stijlvolle shots. Met name de entree naar het land der reuzen en de droomwereld is sterk. Ook de BFG zelf ziet er goed uit, het is duidelijk dat men nu pas de techniek heeft om dit verhaal te vertellen (men wilde in de jaren 90 met Robin Williams het verhaal al verfilmen, maar liepen tegen teveel technische problemen aan). De interactie tussen BFG en Sophie werkt, mede door een goed gecaste Mark Rylance. Ruby Barnhill werkte me echter eerder op de zenuwen. Maar dat komt niet alleen door haar, dat heeft ook te maken met het wat matige scenario. Want die is niet bepaald vlekkeloos.

Het grootste probleem met het scenario is de opbouw. Het plot is erg simpel - er zijn nare reuzen en daar moeten we van af - maar de film doet er opvallend lang over om op te bouwen en uiteindelijk is de aanval en het gevangen nemen van de kwaadaardige reuzen in een zucht voorbij. Totaal geen spanning te bekennen bij iets wat de grote climax zou moeten zijn. Dat deed de animatiefilm in ieder geval tig keer beter. Overigens zette de animatiefilm de kwaadaardige reuzen ook veel beter neer. Akkoord, in die film waren ze volledig over-de-top, met slijm uit hun bakkes en bloedrode ogen, maar ze waren ook echt eng. Deze reuzen zijn allemaal voornamelijk klunzen en zelfs leider Vleeslapeter is maar een dom sulletje. Mensen die het moment uit de animatiefilm nog kunnen herinneren waarin de Vleeslapeter uit de oceaan kwam om een kind op te eten, weten dat die reuzen stuk voor stuk veel dreigender waren. Spielberg weet toch dat een kinderfilm best eng mag zijn?

Gebaseerd op de toon van de film lijkt het daar echter niet echt op. The BFG richt zich schijnbaar op de allerkleinste, gebaseerd op de vele slapstick en scheten. Terwijl die kleine koters waarschijnlijk weer weinig kunnen met de trage opbouw, rustige momenten (en die zijn er veel) en karakterontwikkelingen. Voor wie, gebaseerd op de gemene reuzen, nog twijfelde of BFG voor de allerkleinsten is, moet goed luisteren naar de soundtrack van John Williams. Deze - erg matige - score maakt alles mierzoet en overdreven vriendelijk en mist elke vorm van magie. De gehele film bevat overigens maar weinig magie. Had Spielberg de toon van zijn Jurassic Park of Tintin maar aangehouden (of iets meer gepikt van de 1989 animatiefilm), dan hadden we nu een avontuurlijke en soms spannende familiefilm gehad waar vele leeftijden iets mee konden. Zijn BFG is technisch prima, maar jammer genoeg enkel voor de kleine kids.

3 sterren. Met moeite. En een beetje pijn in het hart.

Bicentennial Man (1999)

Echt een slechte film wil ik dit noemen, maar sentimenteel is dit zeker wel. Het heeft hier en daar zeker z'n charme en de acteurs doen het leuk, maar het moralitische en sentimentele gezever gaat soms wel erg ver. Film duurt ook te lang, dit verhaal had met gemak binnen 90 minuten verteld kunnen worden. Desondanks best aardig voor een keertje. Maar bepaald geen film om een tweede keer te zien.

3 hele kleine sterren.

Big Chill, The (1983)

Enerzijds een film met soms treffende dialogen, een prima cast (met onder andere goede rollen voor Close en Kline) en een soundtrack met vlotte jaren '60 nummers die hoogstwaarschijnlijk nog bekender zijn dan de castleden. Maar aan de andere kant is het niet bepaald een eitje om door te komen, zeker als de personages je niet al vanaf het begin aanspreken en boeien. De film is volledig gedreven en gebouwd op deze karakters, maar echt veel boeiends rondom deze jeugdvrienden wil er eigenlijk niet gebeuren. Bepaalde acteerprestaties in combinatie met de dialogen zorgen zo nu en dan voor een sterke scène, maar het geheel voelt toch wat leeg en onbevredigend aan.

3 sterren.

Big Fish (2003)

Een film waarvan ik had verwacht dat ik ‘m na herziening minder goed zou vinden, maar die ik zowaar nóg meer ben gaan waarderen. Het zal - hoe spijtig ook - zo’n beetje de laatste echt goede film van Burton zijn en wellicht zelfs wel mijn favoriet. Big Fish voelt ook een beetje als een magnum-opus; alles zit erin. Alsof Burton de beste elementen uit zijn vorige films heeft gepakt en die samen heeft gevoegd. De film bevat de decors en sfeer van een Edward Scissorhands, de creatieve ongein van een Beetlejuice en een portie hart en ziel van Ed Wood. Het switchen van de wereld van de jonge optimist Bloom - perfect voorzien van die onweerstaanbare grijns van Ewan McGregor - en de oude Bloom - een uitstekende Albert Finney - werkt sterk. De valkuil dat je steeds uit het verhaal wordt gehaald weet Burton hier knap te omzeilen, hij zorgt dat de twee verhaallijnen met compleet andere toon perfect worden afgewisseld.

Er is eigenlijk geen enkel departement waarin Big Fish niet enorm uitblinkt. Burton heeft weer een reeks hele fijne figuren aangehaald, van de reus, de heks, de circusdirecteur - een rol die Danny DeVito op het lijf geschreven lijkt - de dichter; stuk voor stuk fijne personages. Maar waar geregeld in dit soort films de bijrollen opvallen vanwege een te saaie lead, is dat in het geval van Edward Bloom niet het geval. Ook achter de schermen heeft Burton de beste mensen aangehaald, met fantastisch werk van cinematograaf Philippe Rousselot en natuurlijk een betoverende soundtrack van Danny Elfman. Big Fish is komisch, visueel bespottelijk aantrekkelijk en gaandeweg ook enorm ontroerend. Het woord ‘mooi’ wordt altijd veel te veel gebruikt en heeft daarom vaak amper nog kracht, maar bij Big Fish past het zodanig perfect, dat ik het toch ga gebruiken: wat is dit een mooie film!

Vooruit, de volle 5 sterren.

Big Hero 6 (2014)

Alternatieve titel: Baymax

Toen ik de erg geestige teaser van deze film voor het eerst zag, vroeg ik me af hoe ze hier een lange film mee gingen vullen. Was aangenaam verrast dat Big Hero 6 zo'n amusante film is geworden. De film opent sterk, maar vooral het middenstuk is erg geestig (de plakband- scène is hilarisch). En tja, Baymax is echt een fantastisch personage. Verder ook een toffe bad guy, vooral door de mini-bots. Dat levert visueel een paar sterke scènes op. Enkel jammer dat de film tijdens de derde akte de luchtige toon behoorlijk kwijtraakt en de humor ook flink naar de achtergrond wordt geschoven. Het had veel gescheeld als die heerlijke droge humor uit de eerste helft van de film iets meer was meegenomen.

4 sterren.

Big Momma's House (2000)

Ik had een erg slechte film verwacht, mede doordat ik het niet echt heb op Lawrence, meestal kan ik me alleen maar aan die vent irriteren. Maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld het zeer saaie en humorloze Black Knight, viel me Big Momma's House me behoorlijk mee.

Lawrence was lang niet zo irritant als normaal, maar het is vooral Giamatti (zeker één van de leukste en meest interessante acteurs van dit moment), die voor een paar geweldige momenten weet te zorgen. Het verplichte drama/ romantiek gezeur (dat tijdens het nogal zwakke einde in drievoud te voorschijn komt) was flink waardeloos, maar voor de rest vond ik dit nog best te doen. Zeker gezien de verwachtingen.

3 sterren.

Big Store, The (1941)

Jammer genoeg niet één van de sterkere Marx Brothers, deze Big Store. Alle ingrediënten zijn gewoon weer aanwezig, heb nog geen film gezien waar ze ook maar een beetje van hun formule afstappen (als die überhaupt al bestaat) en dat werkt toch een tikkeltje vermoeiend. Maar The Big Store is op bepaalde fronten ook wat minder sterk. Groucho blijft nogal braaf en zijn heerlijk botte, scherpzinnige opmerkingen blijven uit. Verder is het verhaal weer gefragmenteerd als altijd en zijn de saaie bijpersonages gewoon niet interessant genoeg om de hele tijd te blijven boeien. Blijven een paar sterke scènes over, die echter de film als geheel niet echt redden. Leukste momenten zijn de momenten waar ik in de andere films juist niets mee had, zoals de piano-scène met Harpo en Chico of de Harpo's harp-scène. Het bijzonder cartooneske einde is vermakelijk en leuk om naar te kijken, maar het algemene plaatje valt een beetje tegen.

2,5 sterren.

Big Trouble (2002)

Geen idee wat het was, maar heb deze gisteren maar op de gok meegenomen vanuit de videotheek. Het begin van de film kon me niet echt boeien; de grappen waren wat slap en er gebeurde maar weinig. Gelukkig werd het allemaal steeds ietsjes leuker. De personages weten nog best te boeien, met name Sizemore en Knoxville en hun gekibbel is best geestig. Rest van de cast deed het redelijk, maar bovengemiddeld was het allemaal niet. Big Trouble is uiteindelijk gewoon aardig voor tussendoor, niets meer en niet minder.

3 sterren.

Big Trouble in Little China (1986)

Waar de eerdere films van John Carpenter vaak tamelijk rustig, stijlvol en strak waren, zijn latere films werden steeds gekker, met juist meer ruimte voor camp, actie en chaos. Eén van die eerste knotsgekke films op zijn CV is Big Trouble in Little China; een vlotte, kleurrijke en chaotische film, die qua genres werkelijk alle kanten opschiet. Slapstick, romantische komedie, martial arts, fantasy, avontuur en zelfs tintjes horror komen voorbij. Weinig films die zoveel genres aantikken als Big Trouble in Little China. De film is heerlijke bespottelijke pulp met toffe practical effects, geinige personages en een lekker snelle vertelstructuur. Veel humor komt voort uit de knulligheid en campy uitstraling, de gescripte humor is daarentegen echt hit or miss; soms is het hilarisch, maar sommige grappen vallen behoorlijk dood. Dat had soms wel een stuk scherper gekund. Dat deed Carpenter in They Live trouwens een stuk beter.

3,5 sterren.

Big White, The (2005)

Geestig. Had gerekend op een Robin Williams show, maar gelukkig krijgt de rest van de cast ook genoeg kans om te schitteren. Van Ribisi tot Nelson tot Hunter, ze doen het erg leuk. En Williams zelf speelt overigens ook alleraardigst. Enkel de rol van Lohman was vrij zinloos, als je het mij vraagt. Geen straf om naar te kijken, maar zag de toegevoegde waarde niet echt. Gelukkig hoeft de film het niet zozeer van zijn geniale plot of script te hebben. De film bevat een portie geslaagde zwarte humor, de typetjes zijn geestig en visueel was het ook bovengemiddeld. De briljante plaatjes bleven misschien uit, maar al met al was The Big White toch een alleraardigste komedie.

Beter dan ik had verwacht. 3,5 sterren.

Bijitâ Q (2001)

Alternatieve titel: Visitor Q

Toch een tegenvaller, wat mij betreft. Misschien waren de verwachtingen iets te hoog, maar met name het begin van Bijitâ Q was niet door te komen. Personages interesseerde me totaal niet en het kon me allemaal maar weinig echt boeien, waardoor ik slecht in de film kon komen. Paar geinige momenten in dit begin gezien, maar daar is het wel mee gezegd.

Maar gelukkig ging het op den duur wat beter. Met name vanaf de scène in de kas (als pa helemaal door het lint gaat) begon de film voor mij een beetje leuk te worden. Vervolgens kwamen er een aantal hilarische en ronduit bizarre scènes en dialogen voorbij. Lekker idioot, maar had het graag een beetje eerder gezien.

Al met al net geen onvoldoende voor Visitor Q, maar door het behoorlijk oninteressante begin heb ik ook niet meer dan drie sterren. Maar goed, met dank aan het einde heeft dit geinige filmpje van Miike me toch nog weten te vermaken. Mijn favoriete filmmaker zal het misschien nooit worden, maar hij weet het allemaal wel leuk te brengen.

3 sterren.

Bill & Ted Face the Music (2020)

Dit had op veel vlakken enorm mis kunnen gaan, zo’n terugkeer naar populaire personages. Denk bijvoorbeeld aan het tenenkrommende Dumb and Dumber To. Maar Bill & Ted zijn gelukkig geen Harry en Lloyd en Bill & Ted Face the Music voelt niet aan als een film die puur is gemaakt om nog even te cashen. Het verhaal van een oudere Bill en Ted is interessant, de personages worden op een mooie manier uitgediept als ze allerlei versies van zichzelf tegenkomen. Daarbij zijn de make-up effecten trouwens erg sterk, maar wat wil je ook als je iemand als Kevin Yagher in je team hebt. De CGI is iets minder mooi, maar daar wordt gelukkig niet al te veel gebruik van gemaakt. De twee dochters - waarvan ik vooraf dacht dat die de grootste rol zouden krijgen - zijn ook een prima aanwinst. Maar goed, nu is Samara Weaving sowieso in elke film een genot om naar te kijken.

3,5 sterren.