• 15.742 nieuwsartikelen
  • 177.923 films
  • 12.203 series
  • 33.971 seizoenen
  • 646.932 acteurs
  • 198.972 gebruikers
  • 9.370.308 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten John Milton als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

I Am a Ghost (2012)

Een slowburn spookhuis film, vanuit de belevingswereld van de geest. Daarmee tapt I am a Ghost een beetje uit hetzelfde vaatje als David Lowery’s A Ghost Story (2017), al was deze film natuurlijk eerder. Mendoza moet het met eentiende van het budget van Lowery doen (10.000 dollar), en had geen Casey Affleck en Rooney Mara tot zijn beschikking. Een ton is ook niet heel veel om een film van te maken, maar Mendoza laat wat mij betreft zien dat het ook met 10.000 kan, en zonder een lelijk ogende film af te leveren.

Emily kan door een trauma deze wereld niet verlaten en zit gevangen in een soort geestenwereld, waar ze gecontacteerd wordt door een medium dat ingehuurd is door de bewoners van het huis. Emily blijkt alles te vergeten wanneer ze een kamer verlaat, wat een constructieve dialoog om haar te kunnen helpen lastig maakt. Ze is gedwongen dezelfde routine almaar opnieuw te beleven, al heeft ze daar op zich weinig last van. Het maakt de film iets repetitief, maar echt storend vond ik dat niet.

De afgeronde hoeken en wat seventies ogende color grading geven I am a Ghost een unieke look, vooral omdat er wel gekozen is voor een 1.85:1 aspect ratio, in plaats van het meer boxy 1.33:1 (4:3) van A Ghost Story. Dat had voor deze film ook uitstekend gewerkt, en het verbaast me eigenlijk iets dat Mendoza daar niet voor gekozen heeft. Hoe dan ook is er ook hier zorg aan de kadrering besteed en wordt Emily’s verhaal gestaag en vakkundig uit de doeken gedaan.

Fijne ondergewaardeerde slow burner om mee wakker te worden, en een interessante minimalistische take op het haunted house genre. Het gemiddelde op MovieMeter met 2,3* is vrij bedroevend, en het is dan ook enigszins troostend om te zien dat Cinemagazine ook 4 sterren gaf. Wat het uiteraard nog niet direct een aanrader alle horrorfans maakt, maar wie in de markt is voor een goed opgebouwd, sfeervol horrordrama, kan ik I am a Ghost zeker aanraden.

3,8*

I Am Belfast (2015)

Een poëtische stadssymphonie, maar dan meer in de beschouwende, contemplerende zin van het woord, en ook duidelijk anders dan de films van Vertov en Ruttmann, met name qua tempo. Wie Cousins' monumentale filmgeschiedenis The Story of Film: An Odyssey (2011) heeft gezien, weet dat hij graag mag mijmeren. In I am Belfast laat hij zich dat geen twee keer zeggen, al komt hij zelf in deze film weinig aan het woord, en is het meer Helena Bereens personificatie van de stad Belfast zelf die we horen.

Het is een prachtige ode aan de stad geworden die Cousins zelf ook ooit achter zich liet, maar ook de mensen die er wonen en gewoon hebben, en wat er zich zoal heeft afgespeeld in het brede scala der menselijke emoties. Prachtig geschoten door niemand minder dan Christopher Doyle (In the Mood for Love), is I am Belfast een plaatje om te zien. Cousins weet de schoonheid van een toch wat vervallen en geschandaliseerde stad als Belfast uitstekend in beelden te vangen, en wie niet opziet tegen een filmische overpeinzing als deze, kan het een stuk slechter treffen. De trailer geeft een goed beeld van de film, en als die je niet enthousiasmeert, kun je wellicht beter iets anders opzetten.

Na verscheidene mooi verwoorde gedachten en enkele rake vragen en observaties, is het bijna jammer dat de boodschap van Cousins er naar mijn zin net iets te duidelijk bovenop ligt. Want ik dacht er op momenten over om naar boven af te ronden, en dan had I Am Belfast de top tien van dit jaar gehaald. Daar blijft hij nu net buiten.

4.2*

I Married a Monster from Outer Space (1958)

"Shuddery things from beyond the stars, here to breed with human women!"

Buitenaardse wezens hebben zich onopgemerkt onder de bevolking gemengd en beginnen langzaam de plaats van echte mensen in te nemen. Het eerste slachtoffer is een jongeman die op het punt staat om te gaan trouwen. Zijn echtgenote heeft geen idee wie haar man echt is.

Prima schlocky '50's Sci-Fi horrortje, met wat huwelijks melodrama en en nodige meer interessante scènes. Als ik het zo lees was dit een double feature met The Blob, geinig. Het zal niet iedereen kunnen bekoren (de 'wat doet mijn man toch anders' scènes zijn anno 2024 niet zo heel boeiend), maar met name de scènes met special effects zijn heerlijk kneuterig om te zien.

Uitgezocht vanwege zijn plekje op de lijst Badmovies.org Best B-Movies. Met 78 minuten ook zo weggekeken, deze Body Snatchers variant.

3,1*

I Saw the TV Glow (2024)

Jane Schoenbruns film We're All Going to the World's Fair (2021) haalde een hoop lijstjes, al kon niet iedereen er evenveel mee en scoort de film op zowel MM als IMD geen voldoende. Metascore nochtans een 7.8

Meestal, wanneer de heren critici het oneens zijn met het 'grote publiek’, bevind ik me in het kamp van de critics qua waardering, maar in dit geval vond ik I Saw the TV Glow los van de performances ook een beetje tegenvallen. Ik kon er echt wat moeilijk inkomen.

2,5*

-Bij de Horrorchallenge 2024

I Spit on Your Grave (2010)

I spit on your movie... Holy Crap wat een nare boutfilm... Ja dat had ik kunnen weten, maar moe als ik gisteren was viel ik in slaap bij Broken Blossoms (1928) en ik dacht 'Goh ik kijk eens wat totaal anders'. Het verhaal is simpel: Woman gets raped en comes back for revenge... Dit valt onder martelporno, geen diepgang, geen verlossing, alleen gruwel.

Het acteerwerk valt nergens op maar is adequaat voor een horrorfilm. Branson speelt met succes de nare hillbilly en Sarah Butler is een prettige verschijning om naar te kijken en die hjer de kans krijgt om te laten horen hoe hard ze kan gillen huilen en later, apatisch uit haar dopjes kan kijken.

Ik heb het origineel niet gezien dus vergelijken gaat niet, maar wie de combinatie oogbal en hongerige kraai, penis en heggeschaar of anus en shotgun potentieel onaangenaam vindt, kan 'I Spit on Your Grave' beter links laten liggen. Volk dat nog plezier haalt uit films als Hostel en Saw 23 kan hem een kans geven, maar ik raad dan liever de boven al genoemde Eden Lake aan die naar mijn mening vele malen beter is dan deze film, al heeft hij maar een half punt hoger op IMDb.

If I Can't Have Love, I Want Power (2021)

Alternatieve titel: Halsey: If I Cant Have Love I Want Power

JM is een beetje wereldvreemd. Dat zegt zijn breur die een paar jaar jonger is althans, als ik weer eens iemand niet ken die toch wel bekendheid geniet. Zoals Halsey? Ik kan het niet inschatten, want ik kende haar niet. Maar door het subgenre musical horror kwam ik op If I Can't Have Love, I Want Power (2021), dat kennelijk zelfs een IMAX release heeft gehad. En producenten Trent Reznor en Atticus Ross, ken ik uiteraard wel. Dus dit leek me een prima keuze voor dit subgenre. Joolstein kende de film al wel, dus ik liep idd al 1-0 achter

En ik moet zeggen: dit was bijzonder aardig geproduceerd, kennelijk tijdens de zwangerschap van de artiest. Duidelijk gefilmd in en om Praag. De muziek stond me ook niet tegen, ook al ren ik niet gelijk naar de platenzaa... high-res download.

3,2*

Ils (2006)

Alternatieve titel: Them

Home Invasion movies. Inmiddels hebben we er al flink wat voor de kiezen gehad, zoveel dat je er 'best of' lijstjes van kunt maken. Of Ils daar een plekje in verdient, hangt ervan af wie je het vraagt. In dit lijstje staat hij in elk geval (met zijn Engelse titel ‘Them’), en ik kan er prima mee leven. Al zou hij in mijn versie daarvan (ook) niet bovenaan staan, wegens een paar kleine mankementjes.

Spanning opbouwen lukt David Moreau en Xavier Palud wel. De mannen gaan prima om met geluid en schaduw, en weten uitstekend de valkuil te vermijden om teveel op jump scares te vertrouwen. Ils draait meer op sfeer, en dat is wel weer eens fijn om te zien. Ook de verleiding terug te vallen op gore en simpele actie wordt prima doorstaan. Pas tegen de finale wordt het ‘wat je niet ziet is enger’ losgelaten. Wel bleef ik me de hele tijd afvragen, wanneer de relevantie van de openingsscène duidelijk zou worden. Dat gebeurde uiteindelijk gewoon niet. En ook de karakters van Lucas en Clémentine bleven wat oppervlakkig, wat echte empathie bemoeilijkte.

Vakkundig gemaakt horrorthriller, die net geen uitblinker is voor mij.

3,5*

Images (1972)

Altman en ik kunnen alle kanten op. Gosford Park (2001) was de eerste die ik zag destijds, gevolgd door The Long Goodbye (1973) en MASH (1970). Twee zevens en een een mager zesje voor die laatste. McCabe & Mrs. Miller (1971) daarentegen vond ik fantastisch, zo niet een meesterwerk. Deze film zit gelukkig ook meer aan die kant van het spectrum, al haalt het dat niveau wellicht niet. Het scheelt misschien dat ik vaak geïntrigeerd ben bij films waarin het psychologische aspect een grotere rol speelt, met name wanneer een psychische achteruitgang heel goed wordt verbeeld.

Susannah York kwam op mij wisselend geloofwaardig en toch een tikkeltje over the top over (in Cannes was men schijnbaar wel volledig overtuigd), maar als geheel werkte het voor mij erg overtuigend. Altman slaagt er hier goed in om over te brengen hoe het zou voelen om geplaagd te worden door zulke hallucinaties, en daar langzaam steeds meer aan onder door lijken te gaan

4*

Imitation Game, The (2014)

Voor mij is The Imitation Game helaas niet de film geworden die Turing verdient. Het is zeker geen slechte film, verre van, maar het is wat mij betreft niet het meesterwerk geworden wat de lading Oscarnominaties je zou doen kunnen hopen. Daarvoor blijft hij toch te oppervlakkig.

Geschiedenis afficionado's en WWII buffs zullen al bekend zijn met Alan Turing. Voor hen brengt de film dan ook niet veel meer nieuws, dan een adequate dramatische adaptatie. Vorig jaar, voor van the Imitation Game gehoord te hebben kwam ik erachter dat mijn vriendin nog niet eerder van Turing had gehoord. Dat moest uiteraard verholpen worden, waarna we de documentaire Codebreaker hebben gekeken. Niet dat dit wel een meesterwerk is, maar wie geïnteresseerd is in de persoon Turing haalt uit die korte docu meer dan uit deze Hollywood bewerking.

Eenmaal bekend met het historisch materiaal, brengt The Imitation Game dus niet zoveel verrassends. Ook de uitkomst is immers reeds bekend. Nou is dat nooit een uitsluiter geweest om een film alsnog spannend en onderhoudend te maken, maar het lukt hier dus niet helemaal. De film maakt gebruik van een flashback structuur tussen de naoorlogse jaren, het begin van de oorlog (wanneer Turing bij Bletchley Park aan de slag gaat) en zijn schooljaren, waar hij zijn allerbelangrijkste vriend Christopher leert kennen en vervolgens verliest aan TBC. Deze keuze werkt op zich uitstekend om het verhaal wat onderhoudender te maken dan wanneer het lineair was verteld, maar bijvoorbeeld de scènes van de schooljaren voelden voor mij nooit echt aan, en niet helemaal in harmonie met de rest van de film. Ook het subplot met de coppers die na de oorlog Turing achter de vodden aanzitten omdat ze denken dat hij een Soviet spion is voegen weinig toe. Het grote drama van deze geschiedenis, de veroordeling voor obsceniteit/homoseksualiteit (ik weet de juridische term die gebruikt werd even niet meer) en het gekozen vonnis van chemische castratie, had voor mij veel meer dramatische waarde gehad. Maar het wordt hier vrij terloops genoemd wanneer het reeds een feit is. In die zin blijft The Imitation Game braaf op het al zovaak bewandelde pad.

De grootste waarde hebben natuurlijk de oorlogsjaren, wanneer Turing met zijn team aan het kraken van Enigma werkt. Helaas is ervoor gekozen om Turing hier als een uiterst onhebbelijk persoon te portretteren, echt een behoorlijk vervelende vent (een beeld wat uit die documentaire helemaal niet naar boven kwam). In hoeverre dit beeld klopt weet ik niet, ik ben geen Turing kenner, maar filmisch wordt het meevoelen met Turing als karakter de kijker hierdoor moeilijker gemaakt. Je krijgt nog net geen hekel aan hem doordat er ook redeeming momenten zijn, maar het is af en toe op het randje. Ook hier zijn er wat subplotjes met een Russchische spion die uiteindelijk door Turing wordt ontdekt door een bijbel op tafel, wat op mij nét even te Hollywood over kwam.

Cumberbatch speelt zoals gewoonlijk uitstekend, maar of het Oscarwaardig is weet ik niet, hetzelfde geldt eigenlijk voor Knightley. Er wordt door alle spelers uiterst bekwaam geacteerd, waarbij Matthew Goode en Charles Dance beiden af en toe een scène stelen, maar het weet de film toch net niet naar een hoger niveau te tillen dan hetgeen reeds in het script aanwezig is. Cinematografisch was ik helaas niet zo onder de indruk, en de eveneens genomineerde Alexandre Desplat heeft ook wel eens betere scores gecomponeerd als je het mij vraagt, al was de muziek bij de aftiteling wèl opvallend sterk.

Pas in de laatste paar minuten paar minuten gooit The Imitation Game zijn aas op tafel, wanneer Turings nauwelijks te onderschatten rol in het winnen van de oorlog nog een benadrukt wordt door middel van captions, waarbij de kijker o.a. geïnformeerd wordt over hoeveel levens hiermee gespaard zijn en hoezeer homoseksuelen in de deze gebeurtenissen omringende decennia hebben geleden onder juridische (en maatschappelijke) vervolging. Het maakt nog steeds indruk, en even komt dan toch dat brok in de keel, maar tijdens de aftiteling kwam bij mij toch onvermijdelijk de realisatie dat het too little, too late was voor deze film.

The Imitation Game is best onderhoudend, en zal wie niet bekend is met Turing op de hoogte brengen van een uiterst belangrijk persoon in de loop van de Geschiedenis van zowel de Tweede Wereldoorlog als het informatietijdperk (Turings papers leggen in feite de grondslag voor een belangrijk deel van computers). Toch kan ik de teleurstelling niet onderdrukken dat ik op meer had gehoopt.
3,5*

In a Violent Nature (2024)

De meeste credits van de Canadese regisseur Chris Nash betreffen special effects jobs. Zo was hij de On-Set Creature Effects Supervisor bij Psycho Goreman (2020), die best een aantal deelnemers hier gezien heeft. Nash schreef en regisseerde dit verhaal over een groep kampeerders die naar een afgelegen bosgebied trekt. Op deze trip stuiten ze op een amulet, welke ze meenemen. Vervolgens wordt het een gevecht op leven en dood wanneer ze achterna gezeten worden door de ondode Johnny, de wraakgeest van een misdaad uit de seventies.

Als je de Trivia van de film op IMDb leest, dan zie je tussen de regels door dat In a Violent Nature met liefde en ambitie gemaakt is, ook al is het 'maar een slasher', Nash heeft wel degelijk een duidelijk visie gehad voor dit project, waarvan een hoop herschoten is toen de lead actor die het monster vertolkte uitviel wegens medische problemen. Ook het ontbreken van een score en leunen op het sounddesign is een gewaagde keuze. Hij omschrijft de film zelf als een geduldstest (wat een aantal kijkers niet zal bevallen), maar geeft aan dat dit juist bij horrorfilms vaak beloond wordt.

Het verhaaltje bij een slasher is vaak slechts een kapstok, en dat is hier niet anders: tieners in het bos, kampvuur, eng verhaal vertellen... En een bovenmenselijk onstopbare, lomp sterke Killer die één voor één geduldig zijn weg sjokt door het onwelwillend tienervlees. En dat is uitstekend gedaan, en voelt meer beschouwend dan cliché op de een of andere manier. Een deconstructie van het genre is het misschien niet, maar Nash doet er wel iets mee. De Gore streeft dan misschien niet naar 100% geloofwaardige uitvoering, maar is wel heel degelijk en vermakelijk uitgevoerd. Ik zat met een een verwonderde grijns te aanschouwen hoe Yoga miesje hierboven op een bijzonder lenige manier een kijkje nam door haar eigen rug. WTF. En zo'n van boven gefilmde scène met rock meets head is toch ook wel erg mooi uitgevoerd.

Ja, ik vond deze wel fraai, dit genrewerkje uit Canada!

3,6*

In Film Nist (2011)

Alternatieve titel: This Is Not a Film

Een kunstenaar wil creëren, zijn visie uitwerken op de voor hem meest geschikte manier. This is not a Film van Jafar Panahi laat zien wat er gebeurt als je een filmmaker verbied zich artistiek uit te drukken. Deze documentaire werd op een USB stick in een taart Iran uitgesmokkeld en is een van de 15 overgebleven kanshebbers voor een Oscarnominatie voor beste documentaire dit jaar.

UITGEBREIDE REVIEW

Een goede documentaire over een getekende kunstenaar, ook al is hij niet voor iedereen.

In the Heat of the Night (1967)

Alternatieve titel: De Nacht van Inspecteur Tibbs

Eindelijk op een vrije dag maar eens 'In the Heat of the Night' gekeken. Hij stond al (te) lang op de watchlist, grotendeels omdat ik bang was dat hij traag en stoffig zou zijn. Het tegendeel is waar. Deze Oscarwinnaar voor o.a. Beste Film en Beste Mannelijke Hoofdrol is ondanks zijn leeftijd allesbehalve saai.

Gemaakt in 1967 terwijl de raciale spanningen met name in het Zuiden behoorlijk op scherp stonden geeft deze film ons een kijkje hoe het nog niets een zolang geleden was (en op sommige plekken nog steeds is). Poitier speelt een Afro-American homicide expert die in een Zuidelijk plaatsje vol onwetende hillbillies in een moordzaak verzeild raakt. Het moordmysterie is van ondergeschikt belang, het zijn vooral de rollen van Poitier en Steiger die de film memorabel maken. Beide mannen worstelen met hun eigen 'agenda', maar krijgen toch langzamerhand meer begrip voor elkaar.

Een gewaagde film voor die tijd, en het is heerlijk om Poitier weerstand te zien bieden aan de stapel rednecks die hem continu 'boy' blijven noemen. Het schijnt dat Poitier voor de opnames die in het Zuiden plaatsvonden met een pistool onder zijn kussen sliep, nadat hij tijdens het maken van een eerdere film bijna door KKK-ers was vermoord. Ook tijdens deze opnames ontving hij verschillende bedreigingen. In die zin is 'In the Heat of the Night' ook meer dan een stuk fictie, maar eerder een confronterend kijkje in de raciale vooroordelen van een Zuidelijk Amerikaans plaatsje eind jaren zestig.

Indrukwekkende film dus, die inderdaad een significant deel van zijn meerwaarde haalt uit de maatschappelijke context waarin hij verscheen. Dat klinkt wellicht een stuk saaier dan het is, ik heb me uitstekend vermaakt met deze film en een groot deel van de complimenten die ik deze film zou willen geven staat hierboven in de positieve reviews al beschreven.

Verder viel het charisma van Poitier me op, zijn intensiteit. Is het te simpel als ik zeg dat ik af en toe een Denzel vibe kreeg? Verdiende 4 sterren voor mij

In the Heights (2021)

Lin-Manuel Miranda's Hamilton (2020) was een van mijn meest indrukwekkende ervaringen van 2020, kijkend naar mijn eigen TV. Ik was dus reuze benieuwd wat de verfilming van zijn eigen broadwaymusical, in de handen van Crazy Rich Asians regisseur Jon M. Chu zou gaan doen. Zoals je in het 2e bericht op deze pagina ziet, keek ik er al sinds eind 2019 naar uit. En met groeiende anticipatie werd dit vermoedelijk de film waar ik het meest naar uitkeek in 2021, door al die spetterende trailers. Ik identificeer me nog steeds niet als muscalfan, maar in dit soort handen wordt het lastig dat vol te houden. Maken Chu en Miranda die hooggespannen verwachtingen waar? Min of meer.

Anthony Ramos (die zijn broadway rol overdoet) en de rest van de cast doen het uitstekend, en Washington Heights blijkt een heerlijke setting om te vertoeven. Het ziet er gelikt uit, ik heb meegeleefd en de bewerking naar het grote doek (of Oled in dit geval) is uitstekend gedaan, met een swingende soundtrack en dazzling choreografie in de dansnummers.

Toch duurt de film met 2 uur en 23 minuten een tikje lang, en daarmee blijft een hogere waardering net buiten bereik. Maar een heerlijke film vond ik het alsnog.

4*

In the Mouth of Madness (1994)

Een verzekeringsinspecteur wordt ingeschakeld om de verdwijning van een immens populaire horrorschrijver te onderzoeken, waarvan het lezen van diens laatste boek geleidelijk aan tot een massahysterie is gaan leiden. Als kind van de jaren ’90 (en dan bedoel ik op leeftijd komen) denk ik wel eens dat ik vanaf ’94 zo’n beetje alle films die de moeite waard zijn wel heb gezien, maar dat blijkt nog steeds niet het geval. In the Mouth of Madness was een van die titels die toen echt onder de radar is doorgeglipt, en die al jaren stof lag te vergaren op de watchlist. Het is mijn achtste John Carpenter film, doorgaans een regisseur die ik wel kan waarderen, en ook deze horror/thriller weet wel te fascineren, al ontbreekt het soms aan een echt degelijke uitwerking, zoals Donkerwoud en Alathir opmerken in hun review. Zonde, maar er valt alsnog genoeg te halen.

Carpenter heeft Sam Neill, Julie Carmen, Jürgen Prochnow en Charlton Heston opgetrommeld, en eventjes komt een piepjonge Anakin langs. Maar het is het twisted verhaal dat hier de show steelt. De paralellen met Carpenters vriend Stephen King (en aspecten van zijn boeken) zijn niet afwezig, maar In the Mouth of Madness voelt nergens alsof het daar makkelijk mee probeert te scoren. Toch glijdt de film naar mijn smaak iets te snel (en te gemakkelijk) af naar een fantasy component, die je wel een beetje moet liggen. Voor mij vloog het daar toch wat uit de bocht. Ironisch genoeg zouden sommige scènes tevens beter werken in boekvorm, gepend door een schrijver als Sutter Cane of Stephen King. Los daarvan maakt Carpenter het creepy genoeg om je aandacht vast te houden, en is er wederom een spannende score die deels van zijn eigen hand is.

3,3*

Indecent Desires (1968)

The Queen of Exploitation, noemt alexspyforever Doris Wishman elders op deze site. Ik had nog nooit van haar gehoord, althans dat dacht ik. Maar een blik op mijn IMDb stemmen leert dat ik ruim 5 jaar geleden Bad Girls Go to Hell (1965) al eens zag. Wellicht was die titel niet blijven hangen vanwege mijn 2* waardering, maar de kans bestaat dat ik over deze film in 2024 iets soortgelijks zal typen; ook dit is geen kanshebber voor het rijtje ‘JM’s meest memorabele films’.

Ik moest bij vlagen aan de films denken die Nicholas Winding Refn gerestaureerd heeft voor zijn byNWR platform, al ligt de exploitation er hier nog dikker bovenop. Hier en daar een aardig jazzy deuntje, al klinkt het doorgaans nogal sleazy, maar dat geeft niet omdat we inderdáád toekijken hoe een dame (die toegegeven, niét achteraan stond toen zaken werden uitgedeeld) zichzelf voor een spiegel betast. Wishman probeert leuk te variëren met haar camerastandpunten, maar het belachelijke en te weinig uitgewerkte plotje (met een soort van seks-voodoopop) bleef mij nochtans teveel in de weg zitten om meer uit te delen voor de cultwaarde van dit werkje. Boobies be damned.

2,5*

Innkeepers, The (2011)

Save the best for last. Ok, niet helemaal, maar ik was alsnog blij met mijn tip om de horrorchallenge mee af te mogen sluiten. Ik had hem klaar liggen, was er benieuwd naar en mijn beenhaar heeft toch meerdere keren overeind gestaan. Altijd een goed teken. Dank aan Collins hiervoor. Na de film zocht ik als eerste regisseur Ti West nog eens op, en zag tot mijn verrassing tot hij een dag of tien na mij geboren is. Het maakt niets uit voor mijn waardering van de film (All Hail, 1980’s children!), maar ik had hem simpelweg altijd eind veertig gegokt naar aanleiding van hoelang ik de naam ken. Van zijn The House of the Devil (2009) heb ik behoorlijk genoten, het latere In a Valley of Violence (2016) dat ik vorig jaar zag beviel me een stuk minder. The Innkeepers valt daar tussenin, maar aan de goede kant van het spectrum.

De film begint rustig, met slechts enkele karakters in een hotel dat voor het laatste weekend open is. Sara Paxton (The Last House on the Left (2009) en Pat Healy vermaken zich tijden hun laatste dienst wat met het werken aan zijn website over de geestverschijningen in het desbetreffende hotel, terwijl ze op een ontwapenende manier wat onwennig en ongemakkelijk met elkaar om gaan. Heel af en toe checkt er een gast in, maar het staat zowat leeg. Hierna verzandde de film mij net iets te lang in het middenstuk (de wederhelft viel tegen de schouder in slaap), maar West wist mijn aandacht te herpakken met de laatste akte: los van een paar matige jump scares, zaten er zeker een paar kippenvelmomenten bij en wordt het wel degelijk spannend. Het is de uiteindelijke uitwerking waar het mij nets iets teveel aan schortte om naar boven af te ronden, al hikt hij tegen de zeven aan. Een Chekhov's gun moment als het op slot doen van de kelder, het van het medium daar niet in mogen gaan, toch doen, en er daardoor niet uit kunnen, lagen er te dik boven op. Ook het einde van de film voelde voor mij niet helemaal bevredigend.

Nochtans, de film is met een budget van $750.000 in slechts 17 dagen gedraaid, terwijl de cast & crew in het hotel at en sliep waar het opgenomen werd. Bij nader inzien slepen die wetenschap, de eigenzinnigheid en de rechtopstaande haren, The Innkeepers bijna naar de zeven, maar toch net niet.

3,2*

P.s. het grootste schrikken kwam bij de aftiteling, dat ik toch meerdere scènes tegen Top Gun's Kelly McGillis aan had zitten kijken zonder ook maar het geringste spoortje van herkenning.

Innocent Blood (1992)

Alternatieve titel: Bloeddorstige Liefde

Een bizar scenario, maar laat het maar aan John Landis en deze cast over om het vermakelijk te maken, eens je op de golflengte van deze film zit. want de mengeling van italian gangster en vampierfilm is op zijn minst opmerkelijk. Maar het lukte Landis wel degelijk mij aan het grinniken en glimlachen te krijgen (now there's a ringing endorsement!)...

Joey's handtwin blijft voor mij wel een beetje vreemd, ik kan Lapaglia moeilijk ontkoppelen van die sullige cameo. Speaking of which, cameo's zijn er genoeg in deze film.

3,2*

Insurgent (2015)

Alternatieve titel: The Divergent Series: Insurgent

Films als Divergent en Insurgent worden niet voor mij gemaakt als man van 34 die steeds meer afscheid van Hollywood neemt. Meestal kijk ik ze om mijn vriendin een plezier te doen die het af en toe wél leuk vindt om zoiets te kijken. Soms krijg ik daar spijt van, zoals bij The Maze Runner, maar Divergent pakte verrassend genoeg nog niet eens zo slecht uit. Zowaar een voldoende, terwijl ik Young Adult meestal niet zo heel erg luchten kan. Het leek me daarom prima dit vervolg te kijken, in ruil voor Rocky (die mijn vriendin niet wilde zien). Misschien niet de meeste volwassen manier om de films te bepalen die je samen kijkt, maar het is soms gewoon praktisch. Kijk ik die, kijk jij deze.

Helaas beviel Insurgent me stukken minder dan Divergent. Het verhaal is van meet af aan rommelig (en niet een beetje) en de logica lijkt soms ver te zoeken. De film leunt naast een paar wel geslaagde effecten veel te zwaar op CGI (zie bijvoorbeeld de scène waarin ze haar moeder uit het brandend vliegend huis moet redden) en de action set pieces die de film voor iemand als ik de moeite waard zouden moeten maken, zijn veelal ongeïnspireerd in beeld gebracht, waarbij ook de montage niet meehelpt. Het gaat te snel chaotisch, waarbij je nooit echt de indruk krijgt dat de acteurs echt kunnen waar hun karakters fysiek toe in staat zijn. Over de dialogen hoef ik het niet te hebben, de film ambieert duidelijk niet veel op dat vlak

Verbazingwekkend trouwens hoeveel acteurs hierin rondlopen die toch een stuk meer in hun mars hebben. En nee, Jai Courtney. Ik heb het niet tegen jou. Stop alsjeblieft met acteren.

Het maakt me niet wat ik mijn vriendin wil laten zien, ik zal niet aanbieden om een van de laatste twee films te kijken in ruil. Dit was genoeg, ik vond het echt niet best. 'You're real...', verzucht Shailene nadat ze (verrassing!) toch niet dood blijkt te zijn. Maar op mij komt Insurgent als een matig uitgevoerd stukje fictie over. Niets echt aan.

Intensive Care (1991)

Traditiegetrouw starten wij het nieuwe jaar met een 'foute' Nederlandse horror, zo rond 00:30 - 01:00 uur, wanneer het geknal van het vuurwerk begint af te nemen. Tweede fles bubbels open, en gaan.

Dit begon jaren terug met Amsterdamned (1988), en werd het jaar erop doorgezet met Prooi (2016). Daarna volgden onvolprezen toppers als Sneekweek en uiteraard De Lift (1983), Afgelopen jaar was de beurt aan De Johnsons.

Toen Miss Milton van de week vroeg of ik al iets bedacht om 2024 in te luiden, moest ik ontkennend antwoorden, maar toen ik na ging denken moest ik opeens denken aan dat Schokkend Nieuws artikel dat ik hierboven linkte. De film speelt zich nog af rond Oud en Nieuw ook! En het moet gezegd, Intensive Care is inderdaad wel een cultfilmpje, al snap ik de selectie voor de Nacht van der Wansmaak ook wel. De Halloween inspiratie is duidelijk, maar de klasse van Carpenter's productie is hier absoluut afwezig. Bij vlagen is van Rouveroy's film inderdaad zo slecht dat het goed wordt, maar de film heeft ook wel degelijk enkele leuke momenten.

Voor het acteerwerk van Van Nie en Wauters hoef je het niet te doen, al heb ik sinds Honneponnetje altijd een klein beetje een zwak voor haar gehad. Aardig voor wie nieuwsgierig wordt van het Schokkend Nieuws artikel, houd ik het dan maar op!

2,8*

Interview with the Vampire: The Vampire Chronicles (1994)

Alternatieve titel: Interview with the Vampire

“ Evil is a point of view. God kills indiscriminately and so shall we. For no creatures under God are as we are, none so like him as ourselves.” – Lestat

Vampiers. Onze fascinatie met de bloeddorstige creaturen van de nacht, heeft tot heel wat films geleid. Soms goed, soms minder goed. Interview with the Vampire zit er wat mij betreft tussenin, al plaats ik hem zelf inmiddels na een aantal rewatches door de jaren heen, aan de bovenzijde van dat middenspectrum. Volgens mij wordt de film te vaak ondergewaardeerd. Zo is een metascore van 5,9 niet denderend, maar tegelijkertijd konden critici als Roger Ebert en Jonathan Rosenbaum de film wel waarderen.

Voor mij zijn het vooral de performances die het de moeite waard maken. De pas twaalfjarige Dunst is fantastisch als jonge vampier, en Cruise is passend theatraal in de rol van Lestat. Auteur Anne Rice maakte vooraf veel stampij over de casting van Cruise, om na het zien van de film publiekelijk en privé haar excuses aan Cruise aan te bieden, met o.a. full page advertenties in The NY Times en Vanity Fair, waarin ze alsnog haar goedkeuring over de film uitsprak. Verder is er Brad Pitt als de vampier met wroeging, en komen ook bekende gezichten als Banderas, Thandie Newton, Stephen Rea en Christian Slater even langs.

Het is een donkere film (niet geheel verrassend gezien de materie) en Neil Jordan doet daar een lekker Gothic sausje bij. Met een fijne score van Elliot Goldenthal komt het productieontwerp van drievoudig Oscarwinnaar Dante Ferretti prima tot zijn recht, al zagen sommige shots er ondanks zijn aanwezigheid, alsnog wat stagey uit. Klein smetje, wat mij betreft.

3,7*

Into the Inferno (2016)

"It is hard to take your eyes of the fire that burns deep under our feet." - Werner Herzog

Mijn tweede Herzog docu in korte tijd, na zijn bespiegelingen over het internet in Lo and Behold, Reveries of the Connected World (2016). In Into the Inferno reist Herzog de hele wereld rond om de impact van vulkanen op geologie, de maatschappij en onze verbeelding te onderzoeken, samen met vulkanoloog Clive Oppenheimer, die hij nog kende van Encounters at the End of the World (2007). Zelfs een tripje naar Noord-Korea, waar ik deze challenge een aantal docu's over kijk, mocht niet ontbreken.

Persoonlijk heb ik vulkanen (vooral als kind, maar ook nu nog) altijd interessant geworden, en wanneer een markante figuur als Herzog zijn aandacht erop vestigt, dan ben ik erbij. “Do vvvollcaaaynooos dreaaam offff themmmselvvvves?” Die zin spreekt hij gelukkig niet uit, maar je kunt natuurlijk de nodige Herzogiaanse mijmeringen verwachten. Persoonlijk houd ik daar erg van, en ik mag Herzogs kenmerkende narratie graag horen. Het heeft iets geruststellends, en prikkelt net genoeg om je even over dingen na te laten denken, zonder je al te dwangmatig in een bepaalde richting te duwen. Net als Reveries is Into The Inferno wat ‘bijeengeraapt’. De rode draad is er wel degelijk, maar het is niet voldoende voor een echt harmonieus geheel. Geen punt, want beeld, geluid en Herzog waren voor mij ruim voldoende om van deze recente Netflix Original te kunnen genieten.

3,5*

Iron Horse, The (1924)

Thomas Marsh: Poor dreamer - he's chasing a rainbow.

Lincoln: Yes, Tom - and some day men like you will be laying rails along that rainbow.

John Ford. Je moet je best doen om namen te bedenken die meer verbonden zijn met het western genre. ‘My name’s John Ford. I make Westerns’, luidt niet voor niets de bekende quote. Maar de meeste mensen denken dan toch aan The Searchers, The Grapes of Wrath, Stagecoach, My Darling Clementine of The Man Who Shot Liberty Valance. Inderdaad, niet de minste in dit genre. Maar The Iron Horse (1924) werd vijftien jaar voor Stagecoach gemaakt. Blijft dat overeind?

Ja en nee. Wat Ford hier doet is absoluut weer een mijlpaal in het westerngenre, maar wat later kleur, widescreen en muziek toevoegen aan juist een genre met weidse uitzichten als de western, is toch niet gering. Ik twijfel of de stomme film niet een ietwat beperkt vehikel is voor dit soort films. Het werkt wel, maar er mist tóch iets. Het is zeker een filmhistorisch document van grote waarde, ontegenzeggenlijk vakkundig gemaakt voor die tijd, maar echt grijpen deed het me niet.

De aanleg van de spoorwegen is interessant, maar hier moest ik mijn aandacht toch wel pro-actief bijhouden. Dat werd beloond, maar een 8 zit er net niet in.

3,5*

Iron Sky (2012)

Nazis from the moon! Het klinkt voor camp liefhebbers beelvelovend en Iron Sky weet dit ook deels in te lossen. Wat werkelijk knap is, is dat deze Fins-Duits-Australische co-productie voor 7 miljoen dollar gemaakt is, waarvan een deel daarvan door fans is opgehoest om de productie te bekostigen. De film ziet er echter voor dat geld fenomenaal uit. De nazi humor is overwegend leuk (mits je daarvan houdt) en de film weet met verwijzingen naar klassieke films als Dr. Strangelove en Der Untergang en flinke satire op Amerika grotendeels te boeien. De acteurs doen het vrij aardig en regisseur Timo Vuorensola doet voor zijn eerste grote film iets heel knaps met zijn beperkte budget. Toch blijft de gedachte dat er meer in had gezeten en zijn sommige scènes niet echt effectief of zelfs ronduit overbodig. Het geheel rammelt toch nog her en daar. De hele film zal voor veel mensen (met name dames denk ik voorzichtig?) misschien teveel gevraagd zijn.

Irréversible (2002)

Alternatieve titel: Irréversible - Inversion Intégrale

Mijn hemel, wat een film. Op de een of andere manier was Irréversible er nooit van gekomen. In de bios niet destijds, nooit op dvd gekocht, behandeld bij filmanalyse vak, maar dat waren slechts een paar scènes. Ik heb de dvd wel een keer geleend, maar ongezien na een paar weken maar weer teruggegeven, aangezien anderen hem ook wilden lenen. Het mocht blijkbaar al die tijd gewoon niet zo wezen, heel gek. Aan de andere kant, ook de gepindakaaste versie heeft 3 jaar op de pc gestaan voor we er een keer beiden 'zin' in hadden. Want dat het geen vrolijke bedoening zou worden, dat wist ik.

En dat werd bewaarheid, manman. Maagomdraaiend geweld (en anders doet het camerawerk in het begin van de film dat wel) waaronder de beruchte langdurige, no-escape verkrachting. Enorme Tour de force van Belluci hier, in een long take nog wel (Zou Cassel bij die scène op de set zijn geweest? Ok, het is gespeeld, maar dat moet afgrijselijk zijn om iemand dat te zien ondergaan, laat staan je vrouw).

Als ik niet zo had moeten wennen aan de esthetiek van de cinematografie, was het wellicht direct een 4,5 ster geweest , al kon ik ook de keuze om Marcus' zo' ontzettende darm te laten zijn tijdens dat feestje, nog niet helemaal plaatsen. Natuurlijk, hij had een pilletje gekregen van Pierre en je ziet daarna pas dat hij ook een lieve jongen kan zijn (is?), maar dan nog weet ik niet zeker of het meerwaarde heeft.

Echter vermoed ik dat Irréversible bij een tweede kijkbeurt nog wel eens een verhoging zou kunnen krijgen. Al kijk ik daar niet echt naar uit, gezien de aard van de film. Maar, goed was het absoluut, en een verdiende plaats in de MM top 1000. Of zijn positie terecht is, daar kan ik me misschien beter na bezinking en herziening over uitlaten.

N.B wie moeite heeft met het all over the place camerawerk in het begin, zet even door. It passes.
4*

Iskra (2017)

Iskra is de inzending van Montenegro voor de Oscars van 2019, en als Zadarovje me niet voor was geweest een paar weken geleden met Ti Imas Noc (2018), was dit de allereerste stem op MovieMeter voor een film uit dat land geweest. Hij zal die zoals wel vaker op een filmfestival ver weg hebben gezien, en ook ik moest enige moeite doen. Hij draait hier niet, en zulks is evenmin te downloaden. Gelukkig zijn er Facebook en Google Translate en kun je altijd de filmmaker zelf beleefd vragen of je zijn werk misschien mag zien. Gojko Berkuljan bleek uiterst sympathiek en de jonge regisseur was zo hoffelijk om me van een Engelse ondertitelde kopie van zijn debuut te voorzien, dat hij zelf schreef, regisseerde en monteerde.

In deze misdaadthriller zien we een gepensioneerde detective wiens dochter Iskra plots vermist raakt tijdens haar werk als journalist, waarin ze politieke verdwijningen onderzoekt na het uiteenvallen van Joegoslavië in de vroege jaren ’90. Berkuljan doet zijn verhaal in verschillende plot- en tijdlijnen uit de doeken, zodat je als kijker langzaam doorkrijgt hoe alles in elkaar steekt. Iskra is geen film met een hoog budget, maar dat is voor dit verhaal ook niet nodig; de charismatische en doorleefde koppen op het scherm worden met ingetogen handheld cinematografie in beeld gebracht, en dat blijkt met het zich langzaam ontrafelende mysterie voldoende fascinerend.

3,5*

It (2017)

Alternatieve titel: It: Chapter One

It's summer! We're supposed to be having fun!

It. Ik zal een jaar of elf, twaalf geweest zijn, toen ik het lijvige boek voor het eerst uit de kast pakte tijdens het logeren bij opa en oma, en het diezelfde dag nog uitlas. Toegegeven, die Nederlandse vertaling bleek bij nader onderzoek enkele weken terug, toch wat thinner (pun intended) dan de vele heruitgaves die je nu in de boekwinkel ziet. Maar de indruk die Kings boek maakte, was enorm. Bijna vijfentwintig jaar later valt het niet meer te zeggen in welke volgorde ik die boeken gelezen heb, maar ik vermoed dat het een van de eerste was. En eentje die ik meermaals zou herlezen. Wát een ervaring voor een jochie van ongeveer diezelfde leeftijd, met teveel fantasie.

Niet lang daarna zag ik de film, of miniserie, net hoe je het ziet. It (1990) was bepaald geen meesterwerk, maar voor mij wel een bepalende film, eentje die je tienerangsten wist te vangen en een soort benchmark werd voor het kwaad wat je als kind kon overkomen, in je eentje in het donker. ‘Heb je It nog niet gezien? Die moet je echt zien!’. Uiteraard wist ik al voor ik twintig werd, dat er op die film van alles aan te merken viel. Het acteerwerk van de kindacteurs (en volwassenen), bepaalde effecten en uiteraard het monster aan het einde. Maar toch… Op de een of andere manier bleef It overeind, en met een hoge herkijkwaarde. Zelfs nu ik hem net opzoek en zie dat ik hem in de loop der jaren naar een zesje heb gedegradeerd, voel ik gelijk dat dat ondanks de tekortkomingen eigenlijk niet genoeg is. Voor mij niet, althans. 'It' was vormend.

Naar deze nieuwe versie was ik ondanks dat meteen benieuwd, helemaal toen ik hoorde dat Cary Fukunaga (net vers van True Detective Season 1 afkomstig) aan het roer stond. Dat enthousiasme temperde wat toen Andy Muschietti het stokje overnam, aangezien ik Mama (2013) een flinke teleurstelling vond. Desalniettemin deden de uitstekende marketing en casting hun werk, en na een sloot van positieve geluiden werd ik andermaal enthousiast over deze herinterpretatie/remake. Het was lang genoeg geleden, en er schortte genoeg aan het origineel om een remake een kans te geven. Vooral een veelbelovende.

En het moet gezegd: It doet best veel goed. In de eerste plaats werkt Fukunaga’s screenplay prima, en doet Muschietti gelukkig zijn eigen ding in plaats van de eerdere verfilming na te doen. Hoewel sommige scènes bekend voor zullen komen, heb ik geen moment het gevoel gehad naar een shot-for-shot remake te zitten kijken, allesbehalve. Behalve het verplaatsen van de tijd waarin het speelt, is er genoeg anders om dit niet als een nodeloze herhaaloefening te laten voelen. Maar uiteraard is een vergelijking onvermijdelijk. Soms valt die uit in het voordeel van de 2017 film, en soms in die van de reeds bekende versie.

Ondanks het beperkte budget ziet Muschietti’s It er goed uit, en zijn zowel de technische aspecten als de CG behoorlijk in orde. Toch had ik de computergegenereerde effecten liever iets minder gehad. It is voor mij altijd een primaire angst geweest, iets waarvan je niet weet wat hij allemaal kan doen, al laat hij een keer zijn tanden zien. Hoe meer je echter toont, hoe tastbaarder het wordt. Het oude adagium blijkt dan soms toch waar: Wat je niet ziet is enger. In een grote Dolby Atmos toegeruste zaal echter, kon ik me er evenmin druk om maken. Hoewel de jump scares niet altijd werkten, was het vaak genoeg behoorlijk creepy. En eerlijk is eerlijk, het origineel beangstigt me ook niet meer zoals het ooit deed.

Wat de titeltol betreft, Skarsgard is een prima Pennywise, en zijn schokkerige manier van bewegen maakt hem enerzijds angstaanjagender dan de originele, op zijn minst in de zin dat hij snel bij je is. Toch had ik bij Curry’s Pennywise meer het gevoel dat hij niet snel hoéfde te zijn: Hij kreeg je toch wel. Althans, zo kwam het over. Wat de kindacteurs betreft, het is altijd een soort lotto. Voor mij was Bill Denbrough altijd het sleutelkarakter van het verhaal, en juist Jaeden Lieberher vertolking doet me Jonathan Brandis’ Bill niet vergeten. Hij is niet slecht, maar ik geloofde hem niet helemaal, waar ik bij Brandis de wanhoop bijna proefde, al was het misschien een tikje theatraal. Sophia Lillis (Beverly Marsh), Finn Wolfhard (Richie Tozier), Jack Dylan Grazer (Eddie Kaspbrak) en Nicholas Hamilton (Henry Bowers) daarentegen vond ik absoluut een vooruitgang. Met name Lillis, een Amy Adams in de dop. Die zou nog wel eens dingen kunnen gaan doen.

Of dit de horrorfilm wordt die een generatie bereikt (en traumatiseert) zoals de vorige dat deed, betwijfel ik. De leeftijdskeuring zorgt ervoor dat de twaalfjarigen van nu hem niet in de bios of op tv zullen zien, wat een status als die van zijn voorganger (al dan niet terecht) zal bemoeilijken. Ik heb me absoluut vermaakt, en mijn armharen hebben een enkel moment overeind gestaan. Maar toch, het was (net) niet helemaal waar ik op hoopte.

3,5*

It Follows (2014)

Ik heb me er uitstekend mee vermaakt, moet ik zeggen. Geen modern meesterwerk of genre herdefiniërend stuk cinema, maar wel een uiterst vakkundige en effectieve horrorfilm met een behoorlijk creepy sfeer. Moeilijk in de tijd te plaatsen, maar de knik naar horrorfilms uit de jaren '80 lijkt duidelijk. Een sterke soundtrack, prima (maar niet heel opvallend) camerawerk en zeker voor een horrorfilm behoorlijk acteerwerk maakten voor mij It Follows een van de betere horrors die ik dit jaar gezien heb, al zijn dat er in 2015 nog niet zo heel veel.

Maika Monroe viel me in de The Guest al wel positief op, en ook hier doet ze het prima. Minpunten waren voor mij het einde, een aantal van de bijrolletjes en de opvallende afwezigheid van volwassenen. Je op bepaalde karakters concentreren is uitstekend, volwassenen geen belangrijke rol laten spelen ook, maar hier werkte het voor mij licht bevreemdend.

Verrassing: de scène in het zwembad. Die pakte heel anders uit dan ik dacht en werd wat mij betreft uitstekend uitgewerkt.

Vraagteken: ik neem aan dat ze naar die boot zwemt om zich 'te laten gangbangen', maar Mitchell kiest ervoor hier niets van te laten zien, maar maakt gelijk een sprong in de tijd naar wanneer ze weer thuis is. Dat lijkt smaakvol, maar ik vraag me af of het voor de tragiek van haar situatie niet effectiever was geweest er toch iets mee van te laten zien, op afstand, of alleen de aanloop. Dit werkt, want je kunt het je wel indenken, maar het kwam toch wat als een veilige keus op me over.

Overigens, de wederhelft vond het eng, maar het was doable
3,5*

It's What's Inside (2024)

Een film waar je het beste zo blanco mogelijk in moet gaan, het liefste compleet zonder iets te weten. Als je voor je overweegt je tijd te spenderen, graag eerst wilt weten wie de film de moeite waard vinden: 4* van DionneDarko en 3,5* van Onderhond, Shaky, Threeohthree, scorsese, shadowed, shugenja en JM.

Mocht iemand voor de challange nog een verrassingsfilm willen voor comedy, sci-fi horror, mystery horror of thriller/suspense horror, dan kun je overwegen deze aan te zwengelen op Netflix.

3,6*

Ivan Groznyy I (1944)

Alternatieve titel: Ivan the Terrible, Part One

Interessant als stukje filmgeschiedenis en om het vakmanschap van Eisenstein te zien, maar als film zelf (op het narratieve vlak) doet het me echt praktisch niets. Sterker nog, op de visuele aspecten (sommige shots zijn echt wel zeer mooi) na irriteert Ivan Grozny me zelfs een beetje. De bovengenoemde termen bombast en theatraal overheersen ook mijn gevoel en voorkomen dat ik echt in de film kan komen. Dat het binnen die rijkweidte goed gedaan is (Mister Blond) daar ben ik het mee eens, maar dat is niet genoeg voor mij.

Ook de muziek (ik dacht nog, 'cool, Prokofjev!) viel me in zijn geheel genomen tegen. De orkestraties niet zozeer, maar het regelmatig terugkomen van secties met zwaar op de hand Russisch gezang, nee liever niet. Ik twijfel nog even tussen 3 en 3,5* ster.