- Home
- John Milton
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten John Milton als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
J'Accuse! (1919)
Alternatieve titel: I Accuse
Een film gemaakt tijdens de laatste maanden en in de nasleep van de Eerste Wereldoorlog. En dat is precies waar Gance’s zwijgende film, dat een romantisch drama contrasteert met de gruwelen van de oorlog, over gaat. De figuranten voor zijn finale plukte Gance letterlijk van het front, tweeduizend jonge soldaten die op het punt stonden naar de loopgraven van Verdun te vertrekken. Je vraag je af in hoeverre iedereen op de set eraan gedacht heeft, dat de meeste van die jongens nooit in de gelegenheid zouden zijn om de film daadwerkelijk te bekijken. Horror in de brede zin van het woord, dus. Maar gruwelijk desalniettemin.
Met 166 minuten speeltijd is het geen film die de meeste mensen snel opzetten, en ook ikzelf had J’accuse! al even liggen. Gance had echter met zijn meesterwerk Napoléon (1927), dat ik op drie schermen en met orkest in de Ziggo Dome mocht zien, zo’n enorme indruk gemaakt dat ik me daar niet meer door af wilde laten schrikken. De film is prachtig gerestaureerd door Flicker Alley, en net als in zijn latere film over Napoleon, toont Gance zich hier een meester in het benutten van filmische technieken en montagestijlen om zijn verhaal te vertellen. Superimposition, tracking shots, split screen, massascènes… Losstaand van zijn leeftijd van 99 jaar, is zijn werk voor de historisch geïnteresseerde filmliefhebber dus sowieso geen droge kost.
J’accuse! wordt met name geroemd om zijn laatste drie kwartier, en dat is zoals MR hierboven ook al aangeeft wel terecht; het is hier dat Gance zijn boodschap echt verkondigt, en zijn volle cinematografische gewicht in de strijd gooit. Toch heb ik me ook daarvoor zeker niet zitten vervelen, en zou ik ook deze film graag op het grote scherm hebben gezien. De score van Robert Israel is weer erg passend, en het is een naam die ik steeds vaker tegenkom bij klassieke filmscores wanneer de muziek me positief opvalt. Dat was bij The Magician (1926), The Hunchback of Notre Dame (1923) en Greed (1924) ook al het geval.
Liefhebbers van de stomme film kan ik deze vroege Gance prima aanraden, al blijft de vroege talkie All Quiet on the Western Front (1930) nog steeds mijn favoriet anti-oorlogsfilm waar het WW1 aankomt, en is The Big Parade (1925) misschien wat toegankelijker.
4*
J'Accuse! (1938)
Na de gruwelen van W.O.I overleefd te hebben, zweert Jean Diaz de liefde en persoonlijke geneugten af om zich volledig te kunnen richten op een wetenschappelijk onderzoek naar een machine die oorlog kan voorkomen. Wanneer hij denkt dat hij succes heeft, weet de overheid zijn uitvinding te saboteren en belandt Europa opnieuw in een oorlog. Wanhopig richt Diaz zich tot de geesten van de overleden oorlogs-slachtoffers om te protesteren.
Niet te verwarren met Gance's J'Accuse! (1919), die ik ook al erg fijn vond. Filmhistorisch sowieso interessant, zo gemaakt aan de vooravond van Tweede Wereldoorlog. Visueel zeer de moeite.
Geen volbloed horror, al zou je natuurlijk kunnen stellen dat als de gruwelen van de oorlog geen horror zijn, what is.... Hoe dan ook, de eerste 4* zijn binnen.
4*
Jai Bhim (2021)
Alternatieve titel: ஜெய் பீம்
een 9,6 op IMDb over 108.000 stemmen, de beste film oooooooit gemaakt kennelijk. Nu wordt voor zover ik weet de IMDb top 250 samengesteld aan de hand van veelstemmers, maar anders zou hij op 1 staan, ruim boven Shawshank.
Ik twijfel bij dit soort titels (ook nog met lange speelduur) wel eens of ik er fatsoenlijk doorheen zal komen, maar moest er toch aan geloven als ik de top 250 weer compleet wilde hebben. #damnyouOCD 
Dus ik heb er gelijk maar werk van gemaakt in de namiddag, maar het maakt niet uit uit of ik hem nu in Tamil of in Hindi zie, het blijft asynchroon lopen en er als een cheap dub uitzien van een courtroom soap opera, en helaas is het niet zoals met een spaghetti western dat je de film dat vanwege de andere kwaliteiten maar vergeeft. Ik kan er niets mee, theatrale meuk. Woland, na morgen bijna weekend man. Kun je goed besteden met 164 minuten kwaliteit!
Waarom komt er nooit een moderne Pather Panchali (1955) de top 250 binnen, maar zijn het randdebiele Shahrukh en Aamir Khan films die men op handen draagt? Suriya is zo erg op zich niet, en Jai Bhim is misschien geen tranendal van ellende zoals het erbarmelijke PK (2014), maar nuance hoef je hier evenmin te zoeken.
ook geen 7,6, of een 8,3, maar een 9,6... Wat bezielt ze....
Jaime (2022)
Heel knap gedaan. Wat een acteerprestatie van die Guy Dessent, ik was ervan overtuigd dat het echt was, tot hij opeens een behoorlijk complexe dialoog over zijn ziekte playbackte die door een vrouw gesproken werd.
Lees vooral even snel dit, na het zien van deze korte film: Francisco Javier Rodríguez Introduces His Film "Jaime" on Notebook | MUBI
Mooi gefilmd en belicht. Rustgevend ook, ondanks het niet al te lichtvoetige onderwerp.
4*
James White (2015)
Zo. Dat hakte er behoorlijk in. James White is een nietsontziend portret van een dolende twintiger die in New York zijn hoofd boven water probeert te houden, worstelend met zijn eigen demonen en de zorg voor zijn door kanker getroffen moeder. Op papier klinkt het als materiaal voor het zoveelste kankerdrama, maar Josh Mond vermijdt de valkuilen uiterst kundig. Dat betekent niet dat er niet gejankt gaat worden echter, menig persoon in de zaal ging alsnog stuk, waaronder ondergetekende.
Zonder de trailer die anders deed vermoeden, had ik weinig van deze film en de acteurs verwacht. Ik kon me Christopher Abbott niet eens herinneren uit A Most Violent Year van vorig jaar en Cynthia Nixon ken ik eigenlijk vooral van het af en toe de woonkamer binnenlopen terwijl er daar Sex and The City gekeken werd. Beide acteurs leveren echter een zeer goed prestatie. De onrust, het verdriet en vooral de onmacht die Abbot in James White weet te leggen, raakten me enorm. Wat een intensiteit, je moet wel naar hem kijken.
De explicateur van het filmhuis waar we deze zagen, kondigde aan dat de cinematografie van Mátyás Erdély was, die ook verantwoordelijk was voor het onlangs nog draaiende Son of Saul. Een aangename verrassing. Hoewel zijn hand duidelijk te herkennen was, krijgen de karakters hier ondanks dat de wereld op hen af lijkt te komen, iets meer ademruimte dan in het holocaustdrama. Al zit Erdély ook hier soms even toepasselijk dicht op de huid.
Mijn eerste 4,5* van 2016, ietsjes naar boven afgerond, maar vooralsnog stevig genoeg om hem uit te delen.
Jane Got a Gun (2015)
Het viel me eerlijk gezegd mee. Jane Got a Gun is niet geweldig, en doet zeker niet iets bijzonders of nieuws. De plot stelt niet veel voor, en de flashbackstructuur is rommelig. Toch zorgen de prima fotografie van Mandy Walker en het duo Portman/Edgerton ervoor dat het het kijken aanblijft. Ook de muziek van Lisa Gerrard (o. a. Gladiator met Hans Zimmer) was heel behoorlijk. Hoe de film met hoge verwachtingen was gevallen zullen we nooit meer weten, maar rekenend op een stuk zongedroogd prairiekadaver, valt het alleszins mee.
Zeker geen must-see, maar naar Portman kijken is nooit echt een straf, zelfs niet in een niet zo bijzondere of zelfs matige film als deze. Maar terugdenkend aan Gavin O'Connor's Warrior is dit wel behoorlijk meh. Jammer ook dat we nooit zullen weten wat voor film het was geworden met de originele cast&crew, die allen opstapten van dit geplaagde project: regisseur Lynne Ramsay (We Need To Talk About Kevin), DOP Darius Khondji, en Michael Fassbender en Bradley Cooper (of Jude Law) in de rollen van Joel Edgerton en Ewan McGregor.
Van het budget van 25 miljoen die Jane Got a Gun kostte, werd aan de box office een miezerige 2,8 miljoen terugverdiend. De film is de slechtste grootschalige opening ooit voor The Weinstein Company. Maar dat gaat helemaal goedkomen omdat half Nederland Oudejaarsavond 2016 naar de Pathé gaat om deze film te zien. Zal wel een foutje zijn. 
2,5 *
p.s. Die truc met de glazen potten kerosine met spijkers en glasscherven werkte uitstekend, moet ik zeggen.
Janghwa, Hongryeon (2003)
Alternatieve titel: A Tale of Two Sisters
“Do know what's really scary? You want to forget something. Totally wipe it off your mind. But you never can. It can't go away, you see. And... and it follows you around like a ghost.”
De beginjaren van het nieuwe millenium kenden op het vlak van film, onder andere een opmars in het aantal Aziatische horrors, waarvan sommigen het bij ons ook goed deden op commercieel vlak, en een wat groter publiek bereikten: Battle Royale, Ichi the Killer, Pulse, the Eye, Dark Water en The Grudge. Eveneens in die beginjaren, kwam in 2003 A Tale of Two Sisters uit. Niet alleen doodeng in bepaalde scènes, maar ook nog eens erg goed gemaakt. Toen ik enkele jaren later een vak filmanalyse volgde, stond hij zelfs in het verplichte curriculum, tussen films als Rashomon en Man with a Movie Camera. Toch geen geringe prestatie.
Vanaf het begin speelt de film met je verwachtingen, en houdt Kim Jee-woon de kijker actief door niet direct duidelijkheid te scheppen op het vlak van de chronologie, wie er nu geestelijk in orde is, en wat ingebeeld is of niet. Het einde schept duidelijkheid, maar tot mijn grote verrassing kon ik het gisteren als derde film laat op de avond, na een redelijk aantal biertjes, niet eens direct goed uitleggen aan mijn vriendin, omdat ik zelf daarvoor niet helemaal op had zitten letten en hem eigenlijk meer voor haar had opgezet. Ik zat meer van de beelden en de muziek te genieten nu, niet zozeer op het plot. Dan werkt het niet, A Tale of Two Sisters vraagt wel aan de kijker om de aandacht erbij te houden, en de puzzelstukjes wat op hun plek te zetten. Er volgt geen alles verklarend twistexposé, al maakt het verhaal zeker de nodige bochten.
Dan nog, een fijne herziening. En toen ik er de volgende morgen met een helder hoofd weer even over na ging denken en de synopsis er bij pakte, viel me andermaal op hoe sterk de film in elkaar zit, naast de spanning en de strakke regie van Kim Jee-woon. Half puntje erbij.
4*
Jeux Interdits (1952)
Alternatieve titel: Forbidden Games
Paulette is slechts vijf jaar oud als ze bij de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog haar ouders verliest en bij een boerengezin terecht komt. René Cléments klassieke film laat zien hoe de kinderen omgaan met dood en rouwverwerking, door het aanleggen van een dierenkerkhof.
Oudere films, voornamelijk wanneer ze zwart-wit zijn, hebben bij sommige mensen toch een stigma van stoffigheid over zich heen hangen. Dit is zonde, want juist veel van deze films zijn een stuk tijdlozer en gedurfder dan je zou denken. Ook Jeux Interdits (de Engelse titel is Forbidden Games) is een film zoals ze tegenwoordig niet snel meer worden gemaakt. Wanneer de film net één minuut bezig is, en we de vijfjarige Paulette, haar ouders en de hond in juni 1940 te midden van een stoet Fransen zien vluchten voor de Duitse opmars, laat Clément gelijk zien dat we niet op een suikerlaagje hoeven te rekenen.
Volledige recensie Jeux Interdits (1952) ? Kinderen en de dood | Nadelunch.com
Jiao Zi (2004)
Alternatieve titel: Dumplings
Eerder deze challenge zag ik de korte versie van dit verhaal als onderdeel van het drieluik Three... Extremes. Zelfde acteurs, zelfde regisseur. Deze langere versie ging in première op het Filmfestival van Berlijn, maar werd met wisselende reviews ontvangen. Hoewel voor een groot deel gelijk zijn er uiteraard wel verschillen en zijn de eindes ook niet hetzelfde.
Dumplings is een een goed geschoten maatschappijkritische horror over hoe ver mensen bereid zijn te gaan om een jeugd en hun schoonheid te behouden, die wat ik lees meer raakvlak heeft met de realiteit dan ik aanvankelijk dacht. Brrrr.
3,5*
Jiro Dreams of Sushi (2011)
Jiro Ono is een sushichef van 85 jaar oud en heeft een Japans sushirestaurant met 3 Michelinsterren. In deze documentaire mogen we een blik werpen op de wereld van deze markante man en zijn zoons. Het water loopt je in de mond.
Sushi eten is om eerlijk te zijn een van de dingen die nog op mijn to-do list staat. Als vegetariër blijkt het lastig om dan een goede plek te vinden. Verder ben ik een van die aanstellers die kokhalsneigingen krijgt wanneer hij langs een viskraam loopt. Neus dicht en doorlopen. Jiro Dreams of Sushi was daardoor misschien een vreemde filmkeus, maar ik ben blij dat ik me over die visvrees heen heb gezet. Deze documentaire bleek niet alleen schitterend gemaakt en erg interessant, maar ik merkte dat ik zelfs trek kreeg! “I don’t eat in a place where they have pictures of the food”, zei Kate Winslet ooit. Dit is feitelijk een ‘picture of Jiro’s food’ en het ene gerecht ziet er er nog smakelijker uit dan het andere, al is het dan op film in plaats van op een foto.
De opzet van Jiro Dreams of Sushi is bedrieglijk simpel en het betreft hier dan ook geen plotgedreven documentaire. Je krijgt letterlijk een kijkje in het leven van Jiro en zijn keukenpersoneel, waarbij de meeste scènes zich uiteraard in het restaurant afspelen. Niet alleen de 3 Michelinsterren zijn opvallend; er is meer dat dit restaurant in Tokio bijzonder maakt. Sukiyabashi Jiro is niet centraal gelegen, maar bevindt zich ondergronds in een metrostation, heeft maar 10 zitplaatsen en er moet een maand van tevoren worden gereserveerd. Voor ongeveer 20 sushigerechten moet 250 tot 300 euro worden afgerekend en veel gasten staan volgens deze documentaire na 15 minuten alweer buiten.
Yoshikazu Ono, Jiro’s oudste zoon en opvolger, vat zijn vaders filosofie als volgt samen: “Always look ahead and above yourself. Always try to improve on yourself. Always strive to elevate your craft. That’s what he taught me.” Zij zijn zogenaamde shokunin, wat vertaald zou kunnen worden als vakmannen of ambachtsmannen die verwoed streven naar perfectie in hun beroep door hun werk eindeloos te herhalen en verbetering aan te brengen waar dat mogelijk is. Jiro doet dit onder andere door de beste en meest verse ingrediënten te kiezen en een strenge leermeester te zijn voor diegenen die bij hem in de leer zijn. Dit laatste neemt een periode van minimaal tien jaar in beslag.
Scènes in de keuken worden afgewisseld met scènes aan de bar en van buiten het restaurant, waardoor het nergens eentonig wordt. Je kunt zien hoe Jiro’s oudste zoon naar de markt gaat om de beste vis te kopen en er wordt ook een bezoek aan zijn jongere zoon Takashi gebracht, die een eigen sushirestaurant is begonnen, wetende dat zijn oudere broer hun vader op zal volgen als chef. Takashi moet het vooralsnog met twee Michelinsterren doen. Hoewel Yoshikazu zijn vader dus op zal volgen, is hij inmiddels vijftig en staat hij nog steeds in diens schaduw, wat toch een spanning veroorzaakt.
Je hoeft niet veel kook- of restaurantprogramma’s gezien te hebben om te constateren dat de makers van Jiro Dreams of Sushi veel aandacht hebben besteed aan hoe alles eruit zou komen te zien. De hele documentaire ademt de prettige, kalme sfeer van perfectie en toewijding die Jiro zelf ook omringt. Het camerawerk is fantastisch en zelfs voor nuchtere kerels krijgt Jiro’s sushibereiding bijna iets magisch in slow motion. Het genie van Jiro komt tevens terug in de muziekkeuze. De prachtige beelden van het eten worden ondersteund door klassieke nummers van Mozart, Bach, Tsjaikovski en Philip Glass. Knap is dat ondanks die rust en sereniteit de film nergens slaapverwekkend of saai wordt, maar je aandacht continu blijft grijpen door slim af te wisselen met dialoogscènes.
Regisseur David Gelb is een betrekkelijke nieuwkomer in het vak. Hoewel hij een aantal korte films heeft een gemaakt en een tv-documentaire, is dit zijn eerste film die in de bioscoop wordt uitgebracht. Toch zul je dit nergens aan kunnen zien. Jiro Dreams of Sushi is een bijzonder mooi gemaakte, sfeervolle documentaire geworden en biedt wijze lessen uit een interessante subcultuur
Eerder verschenen op www.nadelunch.com
Jobs (2013)
Ik moet zeggen dat het me alleszins meevalt, na de baggergeluiden. Er valt genoeg op aan te merken, zo wordt NeXT inderdaad amper aangehaald, al moet ik zeggen dat ik dergelijke omissies wel kan begrijpen. Je kunt een veelbewogen leven als dat niet lekker in een film van twee uurtjes vatten. Voor de mensen die al enigszins weten hoe het zit, is dit leuk om te zien (al dan niet als ramptoerisme, al vond ik dat nogal meevallen), maar wie een beter beeld wil hebben kan beter een van de vele docu's kijken die er al zijn, of wachten tot Gibney's Man in the Machine uitkomt. In hoeverre die genuanceerd is, zal moeten blijken, maar ik heb wel vertrouwen in een eerlijk doch kritisch beeld.
Ashton lijkt echt goed op Jobs op sommige momenten, en doet 'het loopje' bij tijd en wijle ook het treffend, al lijkt het ook regelmatig een karikatuur. Echt goed acteren doet hij niet ('Woz' acteert hem van het scherm), maar een ramp, vond ik het allerminst. Als je het vergelijkt met de gelijkenis van Fassbender in de trailer van Boyle's komende biopic (waar ik hogere verwachtingen van heb), dan wint hij het in ieder geval op dat vlak, al zal het vermoedijk het enige zijn.
Het grootste nadeel is dat het allemaal te gelikt voelt. De film doet zijn best om zowel de innovatieve kanten van Jobs' visie te laten zien, als zijn niet altijd even aimabele persoonlijkheid, maar het voelt nooit echt en gaat nergens de diepte in. Het blijft allemaal erg en toen, en toen, en toen, waarbij soms zomaar jaren overgeslagen worden zonder dat er een lekkere overgang is, en ook de dialogen zijn niet altijd even geweldig ("what do we do now..?"). Ook slaan enkele scénes de plank behoorlijk mis, zoals de LSD weiland scéne. Veel te gekunsteld. De soundtrack daarentegen is overigens niét onaardig, doch niet heel origineel.
Geen heel memorabel filmpje dus, maar als zeer geïnteresseerde in het onderwerp rond ik de 6,5 toch naar boven af. Het komt niet vaak dat ik een panned movie hoger waardeer, maar het zij zo. Ik heb me er genoeg mee vermaakt voor die naar boven afgeronde voldoende, al zal ik de eerste zijn om toe te geven dat die wat scheutig is voor een filmpje als dit. Hopelijk brengen de komende projecten wel 4* (op meer durf ik niet te hopen).
Here's to the Crazy ones 3,5*
Joe Buffalo (2021)
Erg goed.
Mooi gefilmde en rake beschouwing over trauma en overleven. Geproduceerd door skate legende Tony Hawk, maar je hoeft niets met skaten te hebben om dit te kunnen waarderen. Wat een horror en misdaad tegen de mensheid waren die Residential schools toch. Gelukkig ligt de nadruk hier niet op de kommer en kwel, maar de veerkracht van Joe Buffalo.
Toch is het een van de gruwelijkste uitwassen van de Katholieke Kerk, die meer dan de helft van deze scholen runde, in opdracht van de overheid weliswaar.
Canada's Residential Schools Were a Horror - Scientific American .
4*
John Wick (2014)
Helaas, ik vond het niet best, zelfs met getemperde verwachtingen kon ik er weinig mee. Het verhaal is bijna hilarisch slecht, maar daar kijken we zo'n film natuurlijk ook niet echt voor. Toch, je kunt toch wel iets beters bedenken dan dit? Plot is soms ronduit belachelijk. Voor zijn doen doet Keanu het niet eens onaardig, maar dat zegt niet heel veel. Kwalijker vond ik dat de actie me niets deed, eigenlijk. Ik geloofde er niet in, teveel headshots en ze kwamen allemaal net even te mooi om de beurt op hem af. Zoveel momenten dat hij met iemand worstelt, waarop er uiteraard even niemand komt die hem zonder moeite uitschakelt. Nee, deed het niet voor mij. Films als Taken (veel leuker) en The Equalizer (zeker de eerste helft veel leuker) zijn best vergelijkbaar, maar dan delft dit filmpje toch duidelijk het onderspit, wat mij betreft. Jammer dat er niet meer gedaan wordt met de andere acteurs, met name Ian McShane. Camerawerk, muziek, montage allemaal onopmerkelijk, vond ik.
John Wick zal een hoop actiefans vast vermaken, maar de solide 7 of ruime zes desnoods waar ik op hoopte, kan ik er echt niet voor geven. 2,5*
Jour Se Lève, Le (1939)
Alternatieve titel: Daybreak
"You're the type women fall in love with . . . I'm the type that interests them." - M. Valentin
Marcel Carné’s Les Enfants du Paradis (1945) stelde mij vorige jaar een tikkeltje teleur, gezien de loftuitingen waarmee de film doorgaans wordt ontvangen. Le Jour Se Lève is iets minder bekend, maar alsnog een behoorlijke 'lijstjesfilm'. In de film zie we Francois iemand neerschieten en zich in zijn kleine appartement verschuilen voor de steeds meer toestromende politie, terwijl we daarna pas geleidelijk achter de oorzaak gaan komen. De toegepaste techniek van het zien van een gebeurtenis, en daarna in flasbacks de zaken die ertoe geleid hebben, was destijds nog vrij vernieuwend, maar werkt uitstekend.
Jean Gabin was een van de grootste Franse acteurs van zijn de tijd, en speelt ook hier goed. Cinematografie en belichting zijn net als bij Enfants ook hier van hoge kwaliteit, ondanks dat er vier verschillende cameramannen voor verantwoordelijk waren. De stroming van het poëtisch realisme waar Le Jour Se Lève onder valt echter, zal de komende tijd vrees ik nog niet tot mijn favorieten gaan behoren. Het lijkt echt hit and miss: La Grande Illusion en L'Atalante kon ik behoorlijk waarderen, maar La Règle du jeu weer totaal niet. En ook deze film komt niet verder dan een beleefd zeventje. Echt opgaan in het verhaal en de dialogen van Jacques Prévert kostte me meestal redelijk wat moeite, en regelmatig tevergeefs.
Een degelijke 3,5*
Journey's End (2017)
Alternatieve titel: 1918
De loopgravenoorlog verkeert in 1918 al een jaar in een patstelling, maar men weet dat een grootschalig offensief van de Duitsers om dit te doorbreken eraan zit te komen. Iedere soldaat bij de linies moet 6 dagen van elke maand aan het daadwerkelijke front doorbrengen, niet wetend wanneer de maelstrom van dood en verderf eraan komt. Dit is de essentie van Journey's End.
Aanvankelijk had voornamelijk De Tweede Wereldoorlog mijn interesse, maar in mijn studietijd kwam ik erachter dat de Eerste minstens zo intrigerend is, zo niet meer. Uiteindelijk zou ik er ook mijn bachelorscriptie over schrijven, meer specifiek Ernst Jüngers In Stahlgewittern (Oorlogsroes), welke een verbeelding is van het Duitse perspectief.
Maar hoeveel je ook leest, en tripjes naar Ieper en omgeving maakt, het blijft altijd wat ongrijpbaar. Wanneer het invoelbaar wordt gemaakt, ben ik doorgaans al behoorlijk tevreden. En dat doet Journey's End gelukkig. De film werd gemaakt vanwege het 100 jaar geleden zijn van de gebeurtenissen in de film, en het is de vijfde adaptatie van R.C Sherriff's gelijknamige toneelstuk uit 1928. Met Paul Bettany, Sam Claflin, Asa Butterfield, Tom Sturridge en Toby Jones is er een prima cast, de film heeft een onheilspellende score van Johann Johannsson kornuit Hildur Guðnadóttir en sfeervolle en toepassend beklemmende cinematografie van Laurie Rose (Kill List, Peaky Blinders).
Journey's End is bepaald geen actiefilm, mocht je dat aan het woord toneelstuk nog niet hebben afgeleid. De film is eerder een kalme verkenning van de gemoedstoestanden van deze mannen in de loopgraven, schipperend tussen verveling, doodsangst en plichtsbesef. Wat hen beweegt, overeind houdt, wat ze wegdrukken en hoe dit alles de manier waarop ze met elkaar omgaan beïnvloed. Pro-oorlog (vaak eerder pro-glorie) of anti-oorlog is de film dan ook niet, zoals andere titels dat soms duidelijk wel zijn: de film geeft ons simpelweg in kijkje in deze vertrekken in de loopgraven, en hoe dat is geweest voor mannen als R.C. Sherriff.
3,5*
Ju-on: Shiroi Rôjo (2009)
Alternatieve titel: The Grudge: Old Lady in White
Kortje nog voor het slapen gaan dan!
Het was een tijd geleden dat ik een Grudge film had gezien; ik denk voordat ik lid werd van MovieMeter. Hoewel Miss Milton best een horrorliefhebber is, zijn er grenzen. Mensen kunnen compleet aan stukken worden gehakt voor haar ogen, maar een meisje met haar haar voor haar ogen die in een gang staat, of uit een put of tv kruipt, dat wordt hem niet. En ik moet zeggen dat ik wel snap waarom. Mijn armhaar stond ook al overeind in de eerste tien minuten, al komt dat voor een groot deel door dat vreselijke geluid dat deze entiteit maakt. Deze heb ik dan ook alleen moeten kijken.
De fragmentatie in losse segmenten zorgt niet voor de meest vloeiende kijkervaring, en ook visueel is deze Ju-on niet heel fijn. Het oogt als niet al te beste digital video camera van early 2000's, en sowieso zijn de composities en camerastandpunten niet altijd even geweldig. Sommige effecten zijn bovendien erg simpel en de montage is bij vlagen iets knullig. Maar ondanks al die kritiek, werkt het vaker wél dan niet. En hoewel JM de laatste is om in geesten te geloven, vind ik dit toch creepy as fuck. Dat wijf met die basketbal, Getverdemme. Zal maar op je af rennen met dat angstaanjagende keelgeluid. 
Een goede film? Zeker niet. Maar na meer dan tien jaar was het toch wel weer weer even leuk in dit universum te zijn. En laat ik eerlijk zijn: het is zeldzaam dat mijn armhaar overeind staat. Alleen dat al legitimeert een voldoende.
3,0*
Jungfrukällan (1960)
Alternatieve titel: De Maagdenbron
Mooi gefilmde, atypische Bergman. Behoorlijk rechtlijnig voor zijn doen, maar dat is helemaal zo vervelend niet. Ik las dat hij in zijn beide autobiografieën deze film amper noemt, wonderlijk.
Hoewel deze film Bergman een Oscar opleverde waaruit hij wel degelijk voordeel moet hebben kunnen putten bij de totstandkoming van zijn verdere films, lijkt hij hem dus zelf niet zo belangrijk te vinden. Ergens snap ik dat, het is geen meesterwerk, maar ik vond hem zeker sterke kanten hebben. Iets meer muziek op bepaalde punten in de film had ik niet erg gevonden en de plaatsing op de Top 500 Horror Movies op Icheckmovies begrijp ik ook niet helemaal, maar al met al was het zeker de moeite waard!
Max von Sydow speelt zijn rol prima, maar eigenlijk vond ik geen van de acteurs écht naturel, ook niet voor een jaren zestig film. Minpunt vond ik het klunzige gevecht op het einde, de manier waarop von Sydow zijn zwaard in de deur doet belanden doet je afvragen of hij ooit eerder met een zwaard heeft gezwaaid. Als je dat vergelijkt met mede-Scandinavier Viggo Mortensen die op zijn eerste draaidag gelijk de Weathertop scène van LOTR op moest nemen zonder ooit een zwaard vast te hebben gehad, dan is dit toch wel erg matig. Al draait het daar niet om bij deze film en is er totaal geen behoefte aan een episch zwaardgevecht, dit zag er gewoon wel erg zielig en nep uit.
Alsnog blijft er een meer dan aardige film over, die zeker Bergman fans toch wel een kansje zouden moeten geven. Je kan niet anders dan meeleven met vader en moeder die erachter komen wat de mannen die ze te eten hebben gegeven, en die nu overnachten in hun woning, die middag hebben gedaan.
Jungle Book, The (2016)
Gisteren in 3D gezien in de Filmhallen Amsterdam. The Jungle Book is wederom een absolute mijlpaal in het gebruik van CGI, dat bleek al snel. De dieren zijn praktisch niet van echt te onderscheiden. De manier waarop vacht en haren los van elkaar bewegen, om het lijf heen en weer schuiven en interactie hebben met de omgeving is ongeëvenaard. De lichamen en ogen van deze dieren leven. Ook als verhaal weet de film de boel spannend te houden, en zelf als volwassene met een lichte PG13 allergie moet ik zeggen dat The Jungle Book ondanks de aanwezigheid van voor mij niet noodzakelijke liedjes en behoorlijk aanwezige moraal, niet écht voelt als een (te zoete) kinderfilm. Daarvoor is de dreiging en het op de loer liggend gevaar te groot, en is de film eigenlijk te spannend.
De laatste keer dat ik de gelijknamige animatiefilm van Disney zag is meer dan 25 jaar geleden, dus een echte vergelijking maken kan ik niet: het is een van de weinige films uit de Disneystal waarvan ik nooit de behoefte heb gehad hem terug te zien. Ik weet dat dat bij sommigen anders is, maar hij heeft bij mij nooit een snaar geraakt. Bizar genoeg zaten hier zeker een paar mooie momenten in, die ondanks hun opzichtigheid toch ontroerden. John Debneys score helpt hier en daar ook graag een handje op het emotiefront.
Voice acting is iets wat ik heel belangrijk vind bij films als deze, en dat is in principe goed verzorgd. Echter is al eerder aangegeven dat het zonder uitzondering grote namen zijn, die je wanneer je ze herkent, toch een beetje uit de fantasie halen. je kunt dan een bijvoorbeeld de gedachte krijgen dat je niet langer kijkt naar Mowgli en Baloe, maar Mowgli en Baloe met de STEM VAN BILL MURRAY! Helemaal eerlijk is dat niet, want zoveel films (ook animatie) slagen met bekende acteurs, maar het viel hier wel extra op. Idris Elba , Scarlett Johansson en Christopher Walken hebben ook niet meest onherkenbare stemmen. Los daarvan deden ze het prima, al zou je niet gek zijn om je te verwonderen over de klank van Walkens stem uit dat gigantische Orang-oetan lichaam. Neel Sethi ten slotte draagt het hart van de film heel behoorlijk. Niet mis voor zo'n jonge acteur.
Prima vermaak dus, maar buiten de technische innovatie om, niet echt memorabel voor volwassenen die teveel films hebben gezien. Dat ambieert de film wellicht ook niet, en hij slaagt wonderwel in zijn ambities over wat hij wél wil zijn. Regisseur Favreau heeft zich op dat front echt uitstekend van zijn taak gekweten. Een familiefilm maken die bij mij een 3,5* scoort is best een prestatie.
3,5*
Junun (2015)
Junun is een sfeervol stukje film geworden. Of ik PTA's hand echt herken, betwijfel ik enigszins, maar de vraag is of dat uberhaupt van toegevoegde waarde zou zijn geweest. Het enige wat de film lijkt te doen is het vastleggen van de sfeer en de muziek van de samenwerking tussen Radioheads Jonny Greenwood (die de musiek van There Will Be Blood en Inherent Vice componeerde), Shye Ben Tzur en een groep muzikanten uit Rajasthan. Het is duidelijk geen making of en talking heads zijn grotendeels afwezig: Anderson laat de musici aan het woord via hun muziek en door ze filmen in deze bijzondere omgeving.
Junun is hiermee wellicht meer een film voor muziekliefhebbers dan voor PTA adepten geworden. Voor de gemiddelde Nederlander zal de muziek zelf waarschijnlijk wat (te) exotisch zijn. Persoonlijk heb ik bijzonder weinig met Bollywood en de muziek die ik in die films hoor, maar dit is toch anders. Wereldmuziek is een beetje vage term, maar de collaboratieve aard is toch duidelijk te horen, al zal er gerust meer Tzur en India inzitten dan Greenwood. Er zitten zeker ook jazz invloeden in.
PTA goes digital. Zelfs drones zet hij in om een paar bijzondere overzichtshots te krijgen van het vijftiende eeuwse fort waar het album word opgenomen. Toch zou ik de film als geheel, hoewel sfeervol (echt het sleutelwoord van deze korte film wat mij betreft), op enkele shots na misschien, niet visueel opmerkelijk willen noemen.
Al met al zeker geen film voor iedereen, maar ik heb me geen moment verveeld dat kleine uurtje dat de film duurde.
Juventude Em Marcha (2006)
Alternatieve titel: Colossal Youth
Malick vroeg of er al iemand was die de moeite heeft genomen de drie films die tezamen de Fontainhas-trilogie maken, in chronologische volgorde te bekijken. Ik zal vast niet de enige zijn, maar ben er nu in elk geval ook een van. Ossos beviel me behoorlijk, ik kon er met gemak 3,5* aan kwijt. Maar met het tweede deel No Quarto da Vanda (2000) kon ik beduidend minder. Van 35mm en een echte crew naar een basic digicam; het wordt er allemaal niet mooier van. Plus het strippen van zowat iedere vorm van narratief. Nu is dat geen noodzaak, maar het moet wel gecompenseerd worden; wat de film voor mij niet deed.
Wellicht had ik beter Cavalo Dinheiro (2014) of Vitalina Varela (2019) moeten kijken met hun hogere gemiddelde waardering, maar aangezien ik een lijstje van Cahiers du Cinéma aan het ontdekken was, werd het deze titel.
Malick moest wat aan Goya denken, maar die werkte zo te zien met beter materiaal dan de armetierige Panasonic AG-DVX100 waar Pedro Costa mee koos te werken; een voor consumenten betaalbare digitale Mini DV cam uit 2002. Hetzelfde medium waar Vanda mee geschoten is. Had dan op 166 mm geschoten desnoods; hoe dan ook zijn dit bepaald ook geen camera's om mooi contrast en natuurlijk, minimaal belichte scènes mee te vangen.
Als ik het visueel wat aantrekkelijker vond en het geen 155 minuten duurde, was er een hoger cijfer uitgerold. Ik plaats hem tussen Ossos en Vanda's gore rochelhoest in. Al was ik toch ontgoocheld toen die brokrochels ook hier hun bepaald niet verkwikkende intrede deden.
3*
