• 15.742 nieuwsartikelen
  • 177.914 films
  • 12.203 series
  • 33.971 seizoenen
  • 646.886 acteurs
  • 198.965 gebruikers
  • 9.370.105 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten John Milton als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Få Meg På for Faen (2011)

Alternatieve titel: Turn Me On, Dammit!

Mooie film en het lijkt mij een erg eerlijke verhandeling over ontluikende seksualiteit en gierende hormonen. Als man kan ik natuurlijk alleen terugkijken hoe ik zelf was en ben ik geen deskundige van het verloop hiervan bij het vrouwelijk geslacht. Maar de op hol geslagen hornyness, onzekerheid en het puberale gedrag komen me wel bekend voor.

Coming of age films worden vaak wat lauw ontvangen en ik kan me daar best wat bij voorstellen. Toch vond ik dit een erg fris filmpje die zijn onderwerp op een andere manier behandelt dan andere films dit doen, Lila dit ca, Sommersturm, Stand By Me, Fucking Amal... We hebben al eerder hormonale tieners gezien, maar misschien juist doordat dit vanuit vrouwelijk oogpunt wordt bekeken voelt het toch als iets nieuws.

De critici lijken hem gezien de waarderingen net iets beter te ontvangen dan het grote publiek wat vaker voorkomt naarmate een film dichter bij het arthouse genre in de buurt zit. Helene Bergsholm speelt haar rol erg leuk en ook qua humor zitten er genoeg komische momenten in de film, al overheerst het drama. Toch blijft de film vrij licht en wordt deze nergens naargeestig. Helaas zorgt dit er ook voor dat Få Meg På, for Faen nergens ècht memorabel wordt, maar ik heb me 75 minuten prima vermaakt.

Fährmann Maria (1936)

Alternatieve titel: Ferryman Maria

"Me, too, pale death has chosen for the coming day.

But my last breath is beaten awake, by the drummer with the beat of the drum"

Nadat ik voor de horror-challenge eerder Frank Wisbars Strangler of the Swamp (1946) zag (de Amerikaanse remake van deze film die hij zelf draaide), leek het me toepasselijk om deze nieuwe challenge te starten met het origineel. Hij heeft een mystery label op IMDb, dus waarom niet.

Zoals meestal, wint het origineel. Fährmann Maria mist die nepheid van de remake, waarbij je aan teveel shots ziet dat het op een soundstage is opgenomen. Wisbar is geen Murnau, Wiene of Lang, maar desondanks is deze film wel de moeite waard als late Weimar Cinema, vlak voor de overname van de Duitse filmindustrie door het Nazi-apparaat. Een film met veel hart, misschien teveel. Goebbels vond het niets, zo vermelden zijn dagboeken. En hoewel die darm grotendeels ongelijk had, is al dat hart van Fährmann Maria inderdaad niet helemaal genoeg om die tachtig jaar probleemloos te overbruggen. Maar toch heeft het iets.

3,5*

Fall, The (2019)

Daar kan ik me prima bij aansluiten, en herinnert me er weer aan dat ik nodig weer een langspeler van Glazer wil zien. Vorige maand voor het eerst sinds hij uitkwam Sexy Beast weer eens gezien, en dat beviel me ook prima. Er lijkt eindelijk weer een product in de pijpleiding te zitten, wederom met A24 maar voor zover ik kan zien is die productie (vermoedelijk door Covid?) nog niet begonnen.

The Fall stilt met zijn duur van slechts enkele minuten die honger nauwelijks, maar met andermaal een effectieve score van Mica Levi is ook dit weer een bevreemdende, creepy ervaring. Zelfs tijdens de aftiteling bleef ik gespannen luisteren of ik die blote, vieze voeten uit hoorde glijden. Of het 2,50 (zelfs 5 euro op Vimeo) waard is voor de meeste filmliefhebbers weet ik niet, maar ik vond deze short zeker de moeite. Inderdaad mooi gefilmd door Tom Debenham, die visual effects deed voor Under The Skin, wat met afstand mijn favoriete Glazer blijft.

3,5*

Farewell to Arms, A (1932)

Frank Borzages werk kende ik niet echt goed, tot ik een keer in een Hilversums filmhuis 7th Heaven (1927) mocht zien met live muziek. Magistraal. Ook Lucky Star (1929) twee jaar later was erg fijn. Het is derhalve enigszins verrassend dat het zoveel jaar moest duren voor ik mijn derde Borzage op zou zetten, een verfilming van Hemingways A Farewell to Arms, met Gary Cooper en Helen Hayes in de hoofdrollen.

Ik heb het boek niet gelezen, maar zag een jaar of 25 geleden (Mijn god!!!!) wel In Love and War (1996). Geen goede film (en sowieso niet op hetzelfde boek gebaseerd), maar aangezien alle jongetjes een beetje op Sandra Bullock verliefd waren, gaf dat allemaal niet zo. Borzages film is gelukkig iets beter. Het was het eerste boek van Hemingway dat verfilmd werd, maar hij haatte de film naar het schijnt, omdat deze meer de nadruk legde op de romantiek dan de tragiek en de rauwheid van de oorlog. Toen de studio naast het trieste einde (conform het boek) Amerikaanse bioscopen ook nog liet kiezen uit een alternatief happy end, was hij helemaal ziedend.

Mooi geschoten en vakkundig geregisseerd pre-code drama, maar het niveau van de andere twee Borzage films die ik zag, haalt hij niet. Daarvoor is hij ook net iets te zoetsappig.

3,5*

Farha (2021)

Het is een moedige keuze voor een debuut, een period piece met een onervaren acteur, dat zich grotendeels in een duistere voorraadkamer afspeelt. Dat is waar het dorpshoofd zijn dochter heeft opgesloten voor haar veiligheid, terwijl het dorp in 1948 bij het einde van de Britse occupatie door Israëlische troepen wordt aangevallen. Ik was niet goed bekend met de Nakba, ook wel de Palestijnse Catastrofe genoemd, waarin meer dan 700.000 Palestijnen ontheemd raakten, en mijn kennis van het Israëlisch-Palestijns conflict (en het bredere Arabisch-Israëlisch conflict) is evenmin wat je misschien zou verwachten van iemand die geschiedenis heeft gestudeerd. Regisseur Darrin J. Salam is echter niet uit op een geschiedenisles, maar houdt het bewust klein, vanuit Farha’s geïsoleerde oogpunt, die vanuit de kleine ruimte de vernietiging van haar dorpje moet gade slaan.

Farha is een ingetogen film over een zeer tragische periode, die deels oorlogsdrama en deels coming-of-age lijkt te zijn. Wellicht heb ik inmiddels teveel gezien; een diepe emotionele impact maakte de film bij mij niet (al zitten er heftige scenes tussen), en er zijn wat issues met het tempo. Maar het acteerwerk is prima, visueel is hij vakkundig gemaakt, en Farha nodigde wel direct uit me wat meer te verdiepen in de historische context. Een muzikale score is het grootste gedeelte van de film afwezig, wellicht had iets meer daarvan de film goed gedaan, maar alleen al het feit dat een vrouwelijke Jordaanse filmmaakster dit Palestijnse verhaal op deze manier kiest te vertellen, maakt het voor mij interessant. Eens kijken of ik haar eerdere korte films kan vinden.

Interview with FARHA director Darin J. Sallam and actress Karam Taher | Filmfestivals.com

3,2*

Fast Times at Ridgemont High (1982)

Mocht er een kruisingsvlak zijn tussen culturele antropologie, filmwetenschap en demografie, dan zou de fanatiekeling die zich daarom bekommert zich de vraag kunnen stellen waarom een kind van de jaren ’80 met de 6000 stemmen in het verschiet, een cult klassieker als Fast Times at Ridgemont High (1982) nog niet gezien heeft. Een lange zin, voor een simpele vraag.

Uiteraard ben ik met mijn 1980 te laat geboren voor Heckerlings film, want toen ik die aardig had kunnen vinden halverwege de jaren ’90, leek het voor zestienjarige John Milton wellicht gedateerder en vanuit een ander tijdperk dan het nu op me overkomt; natuurlijk kende ik de legendarische Phoebe Cates scène (gecensureerde versie ), maar ik zie nu pas de mate waarin films als American Pie schatplichtig zijn aan films als deze, naast het werk van John Hughes uiteraard.

Leuk om eindelijk gezien te hebben, net als de piepjonge versies van Judge Reinhold, Sean Penn en Jennifer Jason Leigh. Wie toen geld had ingezet op 2 Oscars voor Penn, was steenrijk geworden, denk ik. Goed is het misschien niet (maar hee, het is een komedie over hormonale tieners, wat verwacht je), maar ik heb me uitstekend vermaakt en erg geïnteresseerd zitten kijken.

3,5*

Father, The (2020)

Zo, dat hakt erin. Wat een debuut van een film, al zal het geholpen hebben dat Zeller hier zijn eigen Franstalige toneelstuk Le Père (2012) naar het witte doek vertaalt. Anthony Hopkins schittert in de hoofdrol, eentje die specifiek met hem in gedachten voor deze film werd geschreven. Hij moet voor deze rol alle registers open trekken, van intense onzekerheid, tot gefrustreerde woede, gemene manipulatie en doodsbenauwde, existentiële angst wanneer iedere vorm van houvast hem ontglipt, als zijn grip op de werkelijkheid steeds meer begint te vervagen. Er was destijds wat rumoer dat Chadwick Boseman geen postume Oscar won, tegen alle verwachtingen in. Maar na beide films nu eindelijk gezien te hebben, kan ik niet anders concluderen dat Hopkins's prestatie hier terecht bekroond werd, al heb ik Mank en Minari nog niet gezien. Wát een performance.

Ook Colman is fantastisch, en sinds ik haar zag in Tyrannosaur (2011) is ze langzaam uitgegroeid tot een van mijn favoriete actrices. Haar spel prikt op de een of andere manier straight through my defenses heen, om onontkoombaar en direct op mijn emoties in te spelen; ze kan dat als geen ander. Als zij andermaal had gewonnen in plaats van McDormand, had ik daar zeker vrede mee gehad. Die twee klasbakken, een bijzonder sterk script en het feit dat ik dit met grootouders van dichtbij mee heb mogen maken, zorgden ervoor dat ik meermaals met de tranen in de ogen zat. Misschien een opsteker voor wie dacht dat John Milton dood was van binnen, na mijn vernietigende recensie van Miracle in Cell No. 7 (2019) vanmorgen.

Met muziek van onder andere Einaudi, Bizet en Purcell is een aanwezige, maar passende en versterkende soundtrack gekozen. Ook de bijrollen van Williams, Gatiss, Sewell en Poots moeten even worden genoemd. Ja, deze staat voor nu wel in de eindlijst.

4,2*

Fault in Our Stars, The (2014)

Wat eigenlijk een verplicht nummertje was vanuit mijn vriendin (we kijken altijd wat jij leuk vindt!), pakte deze film ondanks mijn aversie tegen young adult en (vals) sentiment boven verwachting goed uit. The Fault in Our Stars bleek niet persé een vrouwen- of puberfilm, als zal hij daar misschien wel nóg beter scoren.

Een verhaal als dit, over coming of age tienerliefde in een context van levensbedreigende ziekte loopt een ernstig hoog risico op sentimentele uitbuiting, overdreven tearjerking en andere valkuilen, maar regisseur Josh Boone manoeuvreert zich daar wat mij betreft (niet iedereen zal het daarover eens zijn) vakkundig omheen. Er is veel ruimte voor relativerende grappen over hun ziekte (die ze over zichzelf en naar elkaar maken), zonder dat je het idee hebt dat er de draak wordt gestoken met ernstige ziektes als deze. Het is juist deze humor en de leuke dialogen tussen hoofdpersonen Hazel Grace en Augustus die de film verheffen boven wat een draak van een film had kunnen zijn, met een slechter script en mindere regisseur en acteurs. Want het moet gezegd: zowel Shailene Woodley als Ansel Elgort spelen meer dan prima, met een aantal daadwerkelijk emotionele scenes.

The Fault in Our Stars is geen perfecte film, maar doet meer goed dan verkeerd. Er zijn een aantal wendingen die de ervaren filmkijker aan zal kunnen zien komen, maar zeker met niet al te hoge verwachtingen zal deze film de meeste kijkers niet tegenvallen. De film bewandelt de weg tussen drama, dood, en lichtvoetigheid wat mij betreft erg knap. Een lach en een traan dan? Het was toch een echte tearjerker? Nou.... I was inches away from a clean getwaway... but Just when I thought I was out... they pull me back in.

Wat mij betreft dus niet alleen voor 14 jarige meisjes en moeders, al is dat wel méér de doelgroep dan mannen van over de dertig. Maar het is absoluut meer dan kijkbaar.

7,6/10, dus kleine 4*

Fear and Loathing in Las Vegas (1998)

Een film die uitkwam toen ik 18 was, en het heeft sindsdien bijna even lang geduurd als mijn leven tot dat moment aan toe, voor ik hem nu uiteindelijk zag. Weird dat een film de helft van je totale leeftijd op je watchlist kan staan, voordat je hem ziet. Wellicht dat dat ook iets zegt over mijn verwachtingen, en de haast die ik had om de film te zien. Helaas werd die immens lange buildup niet met een extatisch filmisch geluk beloond. Zou je toch wel verwachten

Wat de drugs betreft en het beter kunnen begrijpen en vooral waarderen van deze film omdat het herkenbaar zou zijn, ik ben niet roomser dan de paus en heb ook wel het een en ander gehad in mijn wild early twenties, maar trips zoals deze heb ik nooit gehad, gelukkig. Meer dan een mild gefascineerde glimlach wist Fear and Loathing dan ook niet uit me te krijgen. Depps Hunter S. Thompson zou best wel eens goed kunnen lijken, ik las dat hij zich behoorlijk voorbereid had. Maar dat maakt het voor mij als onbekende met het materiaal nog geen plezier om naar te kijken, het blijft voor mij teveel een mal, karikaturaal typetje.

Verder ben ik het met Zwolle84 eens dat iemand die krankzinnig bezopen of gedrogeerd is, niet intrinsiek grappig is, meestal het tegenovergestelde. En de film faciliteerde voor mij ook geen situaties waarin het onverwacht toch grappig werd. Ik ben niet uitgesproken anti-drugs (eerder liberaal), maar het zien van een ander zijn trip, of hoe ze zich gedragen terwijl ze dat ondergaan, neh. Zou Jolienepien dan toch gelijk hebben?

Niet mijn Gilliam, sprak de grunt. Pretty much sums it up for me as well.

3*

Fear Street: 1978 (2021)

Alternatieve titel: Fear Street: Part Two - 1978

Deel 1 heb ik net naar boven afgerond met 3,3*, dit tweede deel is eveneens vermakelijk maar wordt met 3,1* toch wel een zesje.

Net als bij zijn voorganger is de sfeer aangenaam, ditmaal eind seventies, en zijn de kills echt wel goed in beeld gebracht. Ook qua taal is dit bepaald geen PG13 YA filmpje, wat ik altijd op prijs stel. Toch voelde de summercamp setting net iets minder origineel dan hoe ik de eerste film ervoer, en vond ik hier bepaalde karakters wél wat irritant.

Toch kijk ik uit naar wat de derde brengt, stiekem trekt die me al die tijd al het meest.

3,1*

Fear Street: 1994 (2021)

Alternatieve titel: Fear Street: Part One - 1994

De meningen zijn wat verdeeld zie ik, maar ook ik kon me hier prima mee vermaken (en Miss Milton zat grijzend naast me op de bank te kijken). Wellicht hangt ook een deel van je verwachtingen en mindset af, zoals een andere gebruiker volgens mij eerder aangaf. We hadden hem specifiek aangezet omdat er behoefte was aan een onzin-filmpje (Ik had Pig met Nic Cage aan willen zwengelen, maar Miss Milton had een voorkeur voor deze), en daarin voorziet Fear Street prima.

De film is niet beschroomd voor het betere jatwerk (hommage, JM! Hommage), maar had genoeg eigen smoel dat het niet echt storend werd. Of het is gewoon te lang geleden dat ik me ondergedompeld heb in zijn betere voorgangers en inspiratiebronnen. De film lijkt zichzelf met zijn luchtige toon ook niet heel serieus te nemen, waardoor het misschien minder opviel. Ik vond de cast het lang niet gek doen, en ben toch altijd wel een sucker voor deze periode, aangezien ik in 1994 een miltonnetje was van 14. De kills zijn echt heel behoorlijk voor wat oorspronkelijk een YA boekenserie was, en ik merkte daar (gelukkig) niet zo heel veel van. Die onderverdeling in Shady Side en Sunny Vale maakt het niet realistischer, maar zodra je accepteert dat dit de wereld van de film is, is deze eerste film van de Fear Street trilogie best genietbaar.

Op zijn minst verdient Janiak enig respect voor haar ballen om drie films tegelijk voor te bereiden en back-to-back te schieten, dat is behoorlijk ambitieus.

3,3*

February (2015)

Alternatieve titel: The Blackcoat's Daughter

“I feel like the best of the horror genre deals with that which we can’t see, or fully understand, all of the dark matter that’s kept just out of our reach.” - Oz Perkins

The Blackcoat’s Daughter. Zo leerde ik February destijds kennen, maar de titel is bij ons schijnbaar nog steeds anders (IMDB hanteert wel The Blackcoat’s Daughter). De film is een horrorthriller over een aantal meiden op een zogenaamde boarding school in de kerstvakantie, en doorgaans geldt dan: hoe minder je weet, hoe beter. Dat trof, want wat ik in de trailer gezien had, was ik allang weer vergeten. Het enige dat ik nog wist is dat Kiernan Shipka een van de hoofdrollen had (de dochter van Don Draper in Mad Men), en ik was benieuwd wat die inmiddels kon. Emma Roberts, die de andere hoofdrol vertolkt, kende ik alleen uit het mij tegenvallende Nerve, als we Blow (2001) niet meetellen. Het is mijn eerste film van regisseur Oz Perkins (zoon van Psycho acteur Anthony Perkins), aangezien ik I Am the Pretty Thing That Lives in the House niet heb gezien, al werd hij me wel door Zwolle84 aangeraden. Dat is iets wat ik na deze film recht zal moeten trekken.

Vanaf de eerste shots ziet het er al meer dan behoorlijk uit, fijn gekadreerd, unheimisch sfeertje. Een normaal zo drukke, maar nu voor het winterseizoen leeglopende katholieke kostschool, je zou wellicht een beetje aan het Overlook hotel kunnen denken aan het begin van The Shining, ware het niet dat Perkins’ film verder in niets op Kubricks klassieker lijkt. Dat hoeft natuurlijk ook niet, integendeel, het is juist fijn dat Perkins hier in zijn regiedebuut zijn eigen ding doet. En het is zeker niet slecht, in ogenschouw nemend dat de man nog nooit iets had geregiseerd. Geen videoclip, niets. Wellicht dat hij als acteur zijn ogen goed de kost gegeven heeft, want voor een eerste film, is het wat mij betreft heel behoorlijk. De film kreeg een mini-release door A24 in de verenigde staten, maar ik kan over het budget weinig vinden. De box office stelde weinig voor, maar met 74% fresh op RT, is de film zeker niet slecht ontvangen.

Emma Roberts maakt hier meer indruk dan in Nerve, en ook Kiernan Shipka laat zien dat ze een eind is gekomen sinds Mad Men, en blijkt uitstekend gecast. Maar ik was met name gecharmeerd door Lucy Boynton (Sing Street), die hier een oudere student van de kostschool speelt. Voor horrorfans komt het geheel wellicht te traag op gang (dit is absoluut een slow-burner), dus wie hoopt dat de gruwel gelijk begint en niet zit te wachten op een gestage opbouw, kan beter verder kijken. The Blackcoat’s Daughter draait voornamelijk op zijn vanaf het begin aanwezige ongemakkelijke sfeer; dat nare voorgevoel dat er iets mis is, maar je weet niet wàt. De score van Elvis Perkins speelt hierin geen onbelangrijke rol.

Wat een fijne opbouw met bijpassend (spoilers!) einde, en wat zijn messteken toch naar...

3,7*

Fehér Isten (2014)

Alternatieve titel: White God

Gisteren gezien in de Amongst Friends Sneak van het Louis Hartlooper Complex, Utrecht.

Ik wist niets van de film, noch van deze regisseur. De dame die de film inleidde meldde dat White God Un Certain Regard gewonnen had op Cannes en dat de eigenlijke hoofdrol niet voor een mens was maar voor een hond, of breder, honden. Een critically acclaimed film over Furry friends dus? Not quite. Dat laatste dan. Want hoewel de film als sociaal drama begint, blijft hij niet alleen in dat (sub)genre hangen. De scéne vrij meteen in het begin van de film met Lili op haar fiets, gevolgd (of achterna gezeten?) door honderden rennende honden in de straten van Budapest benam me even de adem. 'Dit is cinema', ging er door mijn hoofd. Het was nog totaal niet te plaatsen welke gebeurtenissen hierheen zouden gaan leiden, maar oh, wat zag het er bijzonder uit.

Ik wil eigenlijk niet voor anderen spoilen wat ik zelf totaal onwetend heb kunnen kijken, maar laat ik volstaan met de gedachte dat het uit de auto gooien van Lili's hond de katalysator blijkt te zijn voor een vrij bizarre plotwending. White God is geen standaard cinema, Mundruczó geeft ons een parabel en ongeremd stukje cinema. Het acteerwerk is over het algemeen vrij prima, al las ik dat op dat aspect wel wat kritiek te vinden is. De dertienjarige Zsofia Psotta deed mij een beetje denken aan Horse Whisperer Scarlett. De muziek was sterk en het camerawerk was blij vlagen bijzonder mooi, al waren er een hoop in principe vrij statische shots handheld, waardoor deze toch iets shaky waren. Die artistieke keuze begrijp ik dan weer niet helemaal.

White God zal gerust een aantal 'waar gáááát dit over's tot gevolg hebben. De drie door de begintitels heen kletsende, overgeparfumeerde dames naast me verlieten halverwege de film de zaal (mijn biertje smaakte opeen weer naar pils in plaats van Yves Saint Laurent). Maar het is een film zoals ik niet eerder gezien had, uitnodigend tot nadenken en discussie. Wat wil Mundruczó zeggen? Wat vind ik van de manier waarop hij dat doet? Kunnen genres op deze manier worden gemengd?

White God is de Hongaarse inzending voor de Oscars van 2015. Ik zie het niet zomaar gebeuren dat het goed valt bij de Academy, maar de meer avontuurlijke en openminded filmliefhebber zou deze bijzondere film zeker een kans moeten geven.

Fellini - Satyricon (1969)

Alternatieve titel: Satyricon

Bijna niet doorheen te komen.

Waar het op 'klassiekers' aankomt (ik weet niet of Fellini - Satyricon die accolade verdient) ben ik het niet vaak eens met Onderhonds lage waarderingen. Maar deze snap ik. Bij Amarcord (1973) moest ik ook al enigszins ontluisterd verzuchten: "Ik wil niemand tegen het hoofd stoten, maar: wat kunnen ze toch schreeuwen, die Italianen."

Hier begint het al in de openingsscène, en ze tetteren maar door, al dan niet begeleid door 'muziek met een enorm hoog keukengerei-trommel gehalte', zoals OH het noemt. Ik doe het met gepast plezier wanneer het volgens mij op zijn plaats is, maar ik kan hem werkelijk geen ongelijk geven, al klinkt het wat cru naar een grote naam als Fellini, waar ook ik een paar deftige uitgaves van in de filmboeken kast heb staan. Er zal gerust moois te halen zijn wanneer je verder kan kijken dan dat, maar mij lukt het niet.

Mijn Fellini gemiddelde staat met 3,15 gemiddeld over 7 films nog steeds op een voldoende. Maar dat duurt niet langs als er nog een paar van deze schifting bijkomen. Le Notti di Cabiria (1957) is tot nog toe de enige acht in het rijtje.

En dit (gelukkig) de enige 1,5*

Femme et le TGV, La (2016)

Alternatieve titel: The Railroad Lady

Te zien op Prime Video

Heeft iets sprookjesachtigs, dit Zwitserse filmpje.

De wijze waarop de shots opgezet zijn, zouden in een geanimeerde short ook niet hebben misstaan. Deze wereld heeft iets artificieels zonder dat dat ten koste gaat van de charme; misschien dat je met goede wil een zweempje Wes Anderson met Amelie saus zou kunnen bespeuren, al heeft dit een geheel eigen stijl zonder die kenmerkende symmetrie en kleurgebruik. Leuk om Birkin weer eens te zien, ze heeft er ook lol in, lijkt het. werd genomineerd voor een Oscar in 2017, maar moest het afleggen tegen de Hongaarse short Mindenki (2016). Ook een lief filmpje, maar deze wint voor mij nipt. Diego Baldenwegs sfeervolle score maakt het af.

Erg charmant.

3,8*

Ferdinand (2017)

Verrassend genoeg een stuk genietbaarder dan ik verwachtte.

De trailer maakte me niet erg warm, maar ik heb zeker een paar keer hardop gelachen, en me gedurende de hele speelduur prima vermaakt. Ik ben niet de doelgroep van de film, en er zijn talloze animaties die beter rekening houden met de volwassen kijker. Toch was het zeker niet zó vooral-voor-de-kids dat ik me een vreemde eend in de bijt voelde. De dolblije big smile van mijn vriendin naast me op de bank, werkt misschien toch aanstekelijker dan ik soms doorheb.

Zoals vaker bij animatiefilms van deze leest ligt de moraal niet diep onder de oppervlakte: Durf jezelf te zijn en laat anderen je niet vertellen wie je zou moeten zijn. Dat wil me nog wel eens storen, maar ik heb me er bij Ferdinand niet aan geërgerd. De kritiek op het stierenvechten is welkom (ik juich stiekem en soms ook uit volle borst als ik lees dat een matador het onderspit heeft gedolven. Sue me), alleen de eindscène voelde voor mij daardoor een beetje vals. Dat het eerst zo bloeddorstige publiek (al worden ze niet persé zo getoond, je weet waarvoor ze komen) tot de redding komt van Ferdinand, waarmee ze zelf in feite ook redeemed worden voor mijn gevoel. Juichen en bloemen en eind goed al goed? Dacht het niet, je bent in mijn ogen nog steeds een verachtelijk wezen door daar überhaupt te zitten. Daar doet je spreekwoordelijke duim omhoog niets aan af. Want volgende week zitten ze er waarschijnlijk weer en dan gaat het weer anders. Uiteraard kan een film als Ferdinand nooit een rauw traktaat tegen misstanden worden, maar die scène voelde voor mij niet helemaal lekker. Maar ik wil de film er in dit geval niet teveel op afrekenen.

Hoe dan ook, prima vermaak om rustig mee wakker te worden op een vrije dag. Niet John Powells beste score ooit trouwens, vrij onopmerkelijk. En de Oscarnominatie gaat me eerlijk gezegd ook wat te ver.

3,3*

Field Niggas (2015)

Khalik Allah borduurt in Field Niggas voort op zijn eerdere shorts Urban Rashomon en Antonyms of Beauty (Vimeo). Evenzeer fotograaf als filmmaker, is hij hieraan voorafgaand jaren bezig geweest met het fotograferen van de mensen die zich ophouden op de hoek van 125th en Lexington, waar een hoop mensen rondhangen onder invloed van drugs zoals de problematische, synthetische drug K2.

Field Niggas is erg mooi geschoten, en het is duidelijk dat we hier met een filmmaker te maken hebben die jarenlang aan nachtfotografie heeft gedaan. Allah focust op de gezichten, terwijl we in een asynchroon geluidspoor de stemmen van deze mensen te horen krijgen. Je zou dus kunnen zeggen dat Khalik Allah hier een street journalism documentaire aflevert met een afwijkende vorm van talking heads. Maar onder zijn regie en cinematografie krijg je iets lyrisch, meditatief, mooi en verontrustends. Tegelijk ethnografie en registratie, worden hier de levens aan de onderlaag van de maatschappij, op een beruchte hoek van New York op prachtige wijze in beeld gebracht.

En zijn tweede langere film Black Mother (2018) is nog beter.

4*

Fille de Nulle Part, La (2012)

Alternatieve titel: The Girl From Nowhere

Gevonden door de Letterboxd lijst New French Extremity, en La Fille de Nulle Part (2012) is een totaal andere film dan de rest die ik zag die ik onder die noemer schaar, of ik gebruik de definitie niet breed genoeg, en dat lijkt inderdaad het geval: The New French Extremity, Explained: More Than Simply Horror.

Brisseau's film heeft weliswaar enkele horrorelementen, maar laat zich niet makkelijk in een hokje stoppen. Het is bovenal een film over geborgenheid, vriendschap en eenzaamheid. Brisseau speelt zelf de hoofdrol en nam de film voor een luttel bedrag op in zijn eigen appartement, en volgens mij ook op digitale video in plaats van film. Kort gezegd zien we hoe er plots een wending aan zijn oude dag wordt gegeven wanneer er voor zijn deur een jonge vrouw in elkaar geslagen wordt, waar hij zich over ontfermd.

De bovennatuurlijke elementen in de film vond ik zelf wat lastig te plaatsen, dan gingen de filosofische dialogen me nog beter af. Jaja, die zijn er. Dit is geen boerenkinkel horror, Brisseau won er zelfs een Gouden Luipaard mee op het festival van Locarno.

Kijk vooral eerst de trailer voor je je eraan waagt. Ik was wel gefascineerd, en blij dat ik de vrouwelijke componist Elinor Remick Warren heb leren kennen. Haar stuk Christmas Candle is een terugkerend thema in de film. Ja, wel een fijn filmpje voor JM.

3,7*

Final Cut - Hölgyeim És Uraim (2012)

Alternatieve titel: Final Cut: Ladies and Gentlemen

Ontzettend creatieve film, opgebouwd uit fragmenten van 450 andere (vaak klassieke/bekende) films. Palfi's supercut werkt op verschillende niveaus uitstekend. Het prikkelt de cinefiel en geeft commentaar op storytelling en continuity editing theorie.

Ik werd continu heen en weer geslingerd tussen het raden van alle verschillende films, het bewonderen van de keuze van de fragmenten (soms cliché, soms erg onverwacht) en het volgens van de hieruit opgebouwde metanarratief van deze film zelf. Hierdoor zou het me niet verbazen als ik de film nog eens wil kijken, want het volgen van de overkoepelende verhaallijn had niet altijd prioriteit tijdens deze eerste kijkbeurt.

Het is verbazingwekkend hoe snel je toegeeft aan het feit dat er een continuity of action is, terwijl de acteurs en mise-en-scene voortdurend wisselen. Knap gemonteerd, fijne muziekkeus (de keuze voor non-diegetische muziek is een uitstekende wat mij betreft) en een waar feestje voor de gemiddelde cinefiel.

Mijn docent voor het vak Film Art (Bordwell) aan de RUG blijkt een artikel over deze zeer beperkt uitgebrachte film te hebben geschreven voor de gerenommeerde site Senses of Cinema. Zeer interessant voor diegenen die ook op academisch niveau in film geïnteresseerd zijn.

Final Destination, The (2009)

Alternatieve titel: Final Destination 4

Afgelopen dagen de cyclus maar eens herkeken, en vanaf hier was het voor mij ook 'nieuw'. Zo verrassend herkijkbaar als 1-3 nog waren, zo slecht is dit vierde deel. Het is op praktisch alle fronten minder, en soms beduidend. Je ziet dat ze wanhopig hebben geprobeerd mee te liften op de toen net ontstane heropleving van 3D, en waar digitale effecten in de eerdere delen spaarzaam werden gebruikt, heeft het nu de overhand. Maar een beperkt budget en 2009 maakt dat het er nog Asylum/Sharknado-achtig uitziet. Het is uitermate crappy.

De acteurs zijn ook van dat niveau. Mary Elizabeth Winstead en Ali Larter uit de voorgaande delen zijn misschien niet de beste acteurs op de wereld, maar vergeleken met dit groepje is het verschil behoorlijk. Bobby Campo deed het dan nog het beste, zou ik zeggen, maar dat zegt niet veel. Ook Mykelti Williams leek nogal te schmieren voor mijn gevoel.

Tel daar lachwekkende (of zorgwekkende, pick your choice) dialogen bij op en minder creativiteit, gore en vrouwelijk schoon, en je hebt een sequel die de reeks gelijk flink naar beneden haalt. Ben benieuwd hoe de laatste bevalt. Slechter dan dit zal toch niet? Verbazend om te zien dat David R. Ellis ook voor deel 2 verantwoordelijk was, dat was ook niet geweldig, maar wel in verhouding tot deze. James Wongs eerste en derde deel van de cyclus, zijn voor mij van deze vier dan toch de vermakelijkste.

2*

P.s. Je bent inderdaad in de war met de eerste film Kondoro0614. Vliegtuig en docent is niet de The Final Destination, maar Final Destination

Fire in the Sky (1993)

Het is niet uit te sluiten dat ik tot de voorbereiding van de horrorchallenge nooit van Fire in the Sky (1993) gehoord had. Het staat me in elk geval niet bij. Hoe dan ook leek het een uitgelezen keuze voor het sci-fi horror subgenre, met een houthakker uit Arizona die schijnbaar 5 dagen lang door Aliens wordt ontvoerd, als hij en zijn buddies in het bos langs de weg plots een fel rood licht zien, en een object in de lucht. Travis loopt er naartoe en wordt plotseling door stralen de lucht in verplaatst om vervolgens levenloos op de grond te blijven liggen. Overtuigd dat hij morsdood is (en doodsbang) slaan zijn maten op de vlucht. De autoriteiten verdenken de groep dat ze iets met Travis' vermissing te maken hebben.

Regisseur Robert Lieberman, die afgelopen zomer aan kanker overleed, heeft een hoop afleveringen geregisseerd van serie die ik heb gezien (The Expanse, Nikita, Dexter, The X-files), maar het is de eerste film die ik van zijn hand zie. Met een jonge Robert Patrick en Henry Thomas, en de tegenwoordig meer als regisseur bekend staande Peter Berg.

Met name de scènes dat Travis wakker wordt in de UF0 in een soort Pod en in contact komt met de Aliens waren erg goed gedaan. We zien dat niet vaak zo uitgebreid als hier. Maar vooral de scènes dat dat ze hem weer grijpen en in bedwang houden op een operatietafel, om vervolgens allerlei narigheid uit te halen. De film zelf vind ik misschien niet geweldig, maar die scènes zijn bijzonder memorabel.

3,5*

First Omen, The (2024)

De horrorliefhebber die zich reeds in de wortels van het genre verdiept heeft en de klassiekers een beetje heeft verkend, is uiteraard bekend met Richard Donner's The Omen (1976). Overigens is dat ook voor mij geen klassieker zoals The Exorcist dat wel is; ik zag The Omen pas na mijn dertigste voor het eerst, en vond het een solide zeven. Een invloedrijke horrorfilm zonder twijfel, maar niet eentje die JM's canon haalt.

Het niet hebben van torenhoge verwachtingen hielp wellicht, maar ik was blij verrast door The First Omen (2024) vanaf de opening. Het ziet er goed uit, is adequaat gespeeld (Als je bijrollen Ineson, Dance en Braga zijn mag je niet klagen). Mooi dat regisseur Arkasha Stevenson deze kans gekregen heeft na haar TV verdiensten, ik ben erg benieuwd naar wat ze hierna gaat maken.

3,4*

Fisherman's Diary, The (2020)

Wie vreest voor Nollywood perikelen, kan The Fisherman's Diary (2020) rustig een kansje geven, want het is een behoorlijke gelikte productie. Het ziet er goed uit en is behoorlijk gefilmd. Bovenal is het leuk om zo'n film uit een land als Kameroen te zien. Het acteerwerk is niet het meest naturel wat je ooit zult zien, maar zeker niet slecht. Faith Fidel maakt van Ekah bovendien een sympathieke protagonist. Wie van Afrikaanse muziek houdt kan zijn lol op overigens, want de regisseur gooit er graag liedjes tegenaan om de sfeer te versterken. Met 143 minuten had de film iets korter gemogen, maar het was aardig om eens een recentere film uit Kameroen te zien, na Muna Moto (1975) en Afrique, Je Te Plumerai (1992).

Winnaar van de Grand Prix voor beste regisseur op het Leonid Khromov International Film Festival 2020, kennelijk. For what it's worth.

3*

Fitzcarraldo (1982)

"Fitzcarraldo" is not a perfect movie, [..] but as a document of a quest and a dream, and as the record of man's audacity and foolish, visionary heroism, there has never been another movie like it.
- Roger Ebert, 1982.

Dit was inderdaad de gedachte die bij mij overheerste. Hij is op sommige momenten traag, de dub is enigszins vervelend (doch absoluut niet onoverkomelijk), maar het is vooral het waanzinnige aspect dat maxcomthrilla als eerste noemt dat mij met grote ogen en open mond liet kijken. Wat een grandioze waanzin. Hoe ver kan een man gaan, om zijn dromen te verwezenlijken?

In tegenstelling tot Onderhond vond ik het visueel wel de moeite waard, en ook in de rest van zijn verhaal kan ik me niet vinden, maar het is dan ook persoonlijk en we zijn het eigenlijk wat filmsmaak betreft wel vaker niet eens. Waar hij 'slechts' iets magisch zag (wat de negatieve zaken kennelijk niet overstemde), voelde ik me er in ondergedompeld bij veel scènes. "Fitzcarraldo" is one of the great visions of the cinema, and one of the great follies., schreef wederom Ebert in zijn tweede review over deze film voor zijn Great Movies serie, en dat karakteriseert mijn gevoel toch een stuk meer.

Maar hij schrijft ook dat je Herzog niet volledig kunt appreciëren zonder bekend te zijn met zijn vele documentaires en meer obscure films. Ik zou daaraan toe willen voegen dat het 'kennen' van de personen Herzog en Kinski, de dynamiek van hun relatie en de productie van deze film, op hun beurt ook enorm veel toevoegen. Ik ben dan ook zeer benieuwd naar de hierboven al eerder genoemde Burden of Dreams.

Wat bekendheid met zijn werk betreft, voorlopig heb ik meer nieuwe dan oude Herzog gezien helaas. Op deze, Aguirre en Die Große Ekstase des Bildschnitzers Steiner na, zijn de andere 5 Herzogs die ik gezien heb van 2005 en later. Daar moet dringend wat aan worden gedaan.

4*

Five Nights at Freddy's (2023)

Volgens mijn Steam profiel heb ik daar 961 games, en dat is alleen op steam. Er waren tijden dat ik ook vrij getrouw het nieuws bijhield op Gamespot, Kotaku, Game Rant, PC Gamer, etc. Toch weet ik niet zeker of ik ooit van Five Nights at Freddy's had gehoord to de game uitkwam. Dat kan natuurlijk komen omdat hij me totaal niet aanspreekt (wie benieuwd is; hij kost slechts 3,99 op steam), en ik de game dus gewoon weer vergeten ben. Al met al geen voorkeurskandidaat om te kijken voor het subgenre video game adaptation, maar die blijft gewoon lastig. Want hoewel we met The Last of Us en Fallout inmiddels goede series hebben die gebaseerd zijn op games, blijft het met films vooralsnog toch iets lastig. En aangezien dit toch wel een bekendere titel is moet het maar: mijn 2* is de 249e stem.

Mike Schmidt is een nachtwaker die bij het plaatselijk restaurant Freddy Fazbear's Pizza begint te werken. Tijdens zijn eerste nacht op het werk realiseert Mike zich dat er iets niet pluis is. Weldra wordt hij geconfronteerd met de waarheid over de poppen die er verblijven: het zijn niet zomaar robots. Ze leven. Zal Mike de vijf komende nachten in het restaurant kunnen overleven?

Ik vond Emma Tammi's film Five Nights at Freddy's (2023) dus vrij ruk. Niet eng, niet spannend, niet knap gemaakt, geen tof character design, een josh Hutcherson, meh. Was er dan helemaal niets leuk? Jawel, Matthew Lillard. Ik twijfelde even of het hem was in het begin, maar hij was voor mij een van de lichtpuntjes hier.

De sequel is al in de maak en moet December 2025 uitkomen. Te laat voor de horrorchallenge 2025 dus, maar anders zou ik hem ook niet hebben gekeken.

2*

-Bij de Horrorchallenge 2024

Five Star Final (1931)

"I think you can always get people interested in the crucifixion of a woman." – Miss Taylor

Genreaanduidingen blijven nu en dan terugkomen als onderwerp van discussie, en films als Five Star Final (1931) helpen niet mee om dit te beperken. Op IMDb is het een Crime-Drama en op MM een Misdaad-Horror. Zelf zou ik het houden op Misdaad-Drama-(Early) Film Noir. Want hoewel het gruwelijk is hoe je als individu door beeldvorming getekend kunt worden, ontbreken hier toch echt de gebruikelijke elementen die horror tot horror maken.

Om de verkoopcijfers op te schroeven van een zieltogend blad, rakelt Joseph Randall (Edward G. Robinson) een 20 jaar oude moord op. De nooit veroordeelde verdachte van de moord is niet opgewassen tegen de hernieuwde confrontatie en pleegt samen met haar echtgenoot zelfmoord. Dat drijft hun dochter Jenny Townsend (Marsh) op haar beurt tot een roekeloze daad. Aldus de synopsis. Maar het fenomeen dat sensatie verkoopt, is natuurlijk van alle tijden. Kijk maar eens naar de koppen die je tegenwoordig in je newsfeed ziet. Het is allemaal amazing, heartbreaking en gutwrenching. Tot je erop klikt en onherroepelijk denkt: ‘was dat het?’. In Five Star Final (1931) wordt iemand het slachtoffer van die lust naar sensatie, en wat een journalist bereid is te doen om daarin te voorzien.

Regisseur Mervyn LeRoy was niet direct een naam waarvan ik zijn filmografie paraat had, maar ik bleek nochtans reeds 6 van zijn films te hebben gezien. Bijzonder fijne pre-code films als Gold Diggers of 1933 (1933) en I Am a Fugitive from a Chain Gang (1932). Of verrassingen als Random Harvest (1942) en The Bad Seed (1956). En ten slotte grote titels die ik nog niet gezien heb, als Quo Vadis (1951). Bij nader inzien echt wel een naam om te onthouden dus. Net als Gold Diggers, is Five Star Final (1931) een pre-code film, die een jaar of vier later niet meer in deze vorm gemaakt hadden kunnen worden: een gewetenloze dominee (gespeeld door Boris Karloff), ogenschijnlijke sympathie voor criminelen, en toespelingen op verkrachting, overspel en zelfmoord; niet direct de ingrediënten waar Will Hays zo dol op was.

Het acteerwerk is duidelijk een exponent van zijn tijd en bij vlagen behoorlijk theatraal, maar toch wist Frances Starr met haar performance van Nancy 'Voorhees' Townsend absoluut mijn sympathie te winnen. De verstikte wanhoop, die steeds meer naar de oppervlakte komt. Haar dochter Jenny wordt gespeeld door de zeventienjarige Marian Marsh, over wie ik tijdens de horror challenge in 2016 reeds opmerkte dat ze ‘geen straf was om naar te kijken’, in de film Svengali die zes maanden voor deze titel was uitgekomen. Helaas is haar acteerwerk niet even lonend om naar te kijken. Dan doet Aline MacMahon het als secretaresse, die me in Gold Diggers ook al positief opviel, stukken beter.

Hoe dan ook, wat horror betreft, behoort 1931 toch echt aan Universal toe, en niet aan de Paramounts, First Nationals en Warner Bros van deze wereld. Helemaal niet wanneer het eigenlijk geen horror betreft, zoals bij dit verder deugdelijke misdaaddrama met noir trekjes.

Maar als aanklacht, is het verhaal van Five Star Final nog even toepasbaar als 85 jaar geleden.

3,5*

Flash Gordon (1936)

Mooi bouwjaar, 1980. Al zal het niet om die reden zijn dat Flash Gordon (1980) me zo aansprak als tiener. Het was een van de titels die ik als joch van 10, 12 graag huurde in de videotheek. De muziek van Queen, de onbekende werelden… Wat een deceptie toen ik die in mijn twintiger jaren weer eens terugzag. Damn.

Terwijl die 1980 variant rustig wacht om nu in mijn fourties weer een keer bekeken te worden (nostalgische herwaardering?), leek het me aardig eens kennis te maken met een vroege voorganger van die jeugdliefde: de Flash Gordon serial uit de jaren 30. Een extreem vroege comicverfilming in feite, lang voor Marvel er zo goed mee begon te scoren. Voor een serial had Flash Gordon een ongebruikelijk hoog budget, en de 13 afleveringen van 20 minuten werden in een moord tempo van 6 weken opgenomen. En aangezien ik vrij was en vroeg wakker, kon ik mooi aan de cheesy, classic sci-fi deze morgen.

Despite its large budget, this serial utilized many sets from other Universal films, such as the laboratory and crypt set from Bride of Frankenstein (1935), the castle interiors from Dracula's Daughter (1936), the idol from The Mummy (1932) and the opera house interiors from The Phantom of the Opera (1925). In addition, the outer walls of Ming's castle were actually the cathedral walls from The Hunchback of Notre Dame (1923).” Zoals de trivia aangeven, voelde Universal zich niet beschaamd om de middelen te gebruiken die ze ter beschikking hadden. If you have it, flaunt it? Hoe dan ook, is dat leuk voor de liefhebber van Universal classics om die dingen eruit te proberen te pikken. Ik herkende ook een stukje score van een van die films.

Net als de jaren ‘80 verfilming zijn ook hier de effecten achterhaald, en zijn de stereotyperingen soms behoorlijk seksistisch en racistisch. De makers gingen er bovendien vanuit dat de kijkers de voorgaande delen niet perse gezien hadden, dus het voorgaande werd kort uitgelegd in een title card, en daarna moest er 20 minuten iets niet te ingewikkelds, exotisch en spectaculairs volgen. Zien hoe ze dat toen deden, maakt Flash Gordon voor early sci-fi liefhebbers die een cheesefest niet uit de weg gaan, nog steeds de moeite waard.

3,2*

Flesh of the Void (2017)

Flesh of the Void (2017) is een experimentele film over hoe het zou voelen als de dood werkelijk de meest verschrikkelijke bewuste ervaring zou zijn. Een gewelddadige en groteske reis door de diepste angsten van de mens, aldus de synopsis. Gezellige film voor de zondagochtend, terwijl buiten op straat de kerkgangers gebogen door de regen schuifelen.

James Quinn maakte voordat hij hiermee zijn eerste lange film afleverde al even gezellige shorts, zoals Trinity of Decay. Flesh of the Void gaat voor mijn gevoel nog wel een stapje verder. De vergelijking met Begotten (1990) is al gemaakt, en ik vind die zelf niet vergezocht. Deze film is voor mijn gevoel iets sterker, maar dat kan evenzeer aan de bui hebben gelegen. Bij dit soort films zonder plotlijnen is het sowieso veelal gevoel en hoe de beelden en geluiden op je over komen. En juist dat laatste is belangrijk. Flesh of the Void heeft een uiterst nare soundtrack, eigenlijk zou je hem in het pikdonker met headphones moeten kijken (of hard uit fatsoenlijke speakers).

Een film die beoogt om je een supernaar gevoel te geven dus, als je de synopsis zo leest. En aangezien het de (vertaalde) woorden van de regisseur zelf zijn, hoef je dus aan zijn intentie allerminst te twijfelen: Quinn is hier niet om je prettig vermaak voor te schotelen. Wel onrust, piemel, ejaculaties, en een keur aan onprettige beelden en verontrustende geluiden. Een nachtmerrie van doodsangsten in experimentele filmvorm zogezegd. Sommige sequenties duren iets te lang en je kunt je vraagtekens zetten bij de rubber pielemuizen. Maar ik was alsnog erg gefascineerd door dit naargeestige werkje.

Ik kreeg trouwens nog wel de slappe lach van het gezicht van miss John Milton die onverwacht binnen kwam lopen, terwijl een afgehakte snikkel tussen twee gulzige lippen verdween. De 'waarom kijk je dat?!?' die ik naar mijn hoofd geslingerd kreeg terwijl ze met grote ogen rechtsomkeert maakte, kon ik zo snel even niet beantwoorden...

Kijk vooral de teaser zou ik zeggen, weet waar je aan begint.

3,5*

Flesh+Blood (1985)

Alternatieve titel: Flesh & Blood

Ik trap de Nederlandse filmchallenge vandaag af met de eerste Engelstalige film van Paul Verhoeven, Flesh+Blood (1985). Deze Nederlands-Spaanse-USA co-productie schreef hij zoals we dat praktisch gewend zijn met Gerard Soeteman, en speelt zich af in het Italië van de 15e eeuw. Centraal staat de huurling Martin, die samen met zijn mannen wraak neemt op een edelman en diens zoon Steven, door de jonge bruid Agnes te ontvoeren. Hoofdrollen zijn er voor Rutger Hauer en een jonge Jennifer Jason Leigh.

Naar verluidt was Verhoeven erg ontgoocheld dat de vele betrokken partijen allemaal hun eigen kant op wilde met dit verhaal, dat op ongebruikt materiaal van de serie Floris gebaseerd was. Ook met Hauer kwam hij in conflict, daar Verhoeven een meer realistische depictie van de Middeleeuwen wilde (waar het niet waarschijnlijk was dat je ver kwam met het zijn van een held), en Hauer die na Blade Runner eigenlijk juist geen moreel dubieus wilde spelen.

Qua Box Office en kritische ontvangst was de film geen succes. Gelukkig zou Verhoeven 2 jaar later met Robocop wel erg goed slagen, en die film staat nog steeds overeind. Flesh+Blood voelt daarentegen best onevenwichtig, en hoewel interessant om te zien, voelen de scènes ook niet heel strak geregisseerd. Ik lees dat Verhoeven een lossere visuele stijl ambieerde en de film dus niet gestoryboard had, en wellicht is het daardoor dat de actie er niet goed uitziet. De zwaardgevechten en momenten dat iemand gestoken worden zien er erg amateuristisch uit, en dat is juist een van de zaken die in zo'n film moet overtuigen.

Leuk om gezien te hebben, en Verhoeven stopt er wat leuke religieuze iconografie in hier en daar, maar een dikke waardering zit er helaas niet in.

3,1*

Flight (2012)

Geweldige Denzel stelt toch teleur

Dat er aan het begin van Flight een vliegtuigcrash plaatsvindt mag nauwelijks een spoiler heten en dat het een van meest spectaculaire vliegrampscènes ooit is, ook niet. Piloot Denzel Washington wordt vanwege zijn miraculeuze redding als held onthaald, maar wat de kijker eigenlijk al weet is dat hij een behoorlijk alcoholprobleem heeft. Na de crash gaat de film over de aanloop naar het officiële verhoor en de moeilijkheden die hij tegenkomt omtrent zijn verslaving, want verslaafd is de man: hij had een prima tijd in Las Vegas kunnen hebben met Nicholas Cage.

De film is in het middenstuk behoorlijk traag en hoewel Washington een behoorlijk sympathiek acteur is, lukte het mij niet mee te blijven voelen met zijn karakter. Op een gegeven moment was de koek op nadat hij het voor de zoveelste keer verpest had. De film heeft leuke bijrollen en verveelt qua acteerwerk nergens maar het ging nooit naar de kwaliteit toe waar ik op gehoopt had. Verder werd er behoorlijk geramd op katholieke thema's als bekentenis en verlossing, iets waar de film dan ook uiteindelijk nog eens in culmineert. Het zijn voornamelijk het verlies van de sympathie voor Washingtons karakter, de traagheid en de Rooms-Katholieke boodschap die Flight eigenlijk richting het zesje toetrekken. Zonder Washingtons acteerwerk zou Flight die ook hebben gekregen, maar Denzel en de vliegtuigscène zorgen dat ik naar boven afrond, met een 7/10.

Maar het gaat niet geheel van harte, en een gevoel van teleurstelling overheerst