- Home
- Black Math
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten Black Math als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Devil Wears Prada, The (2006)
In zekere zin is deze film een beetje als Mean Girls, waar de hoofdpersone zich aansluit bij de populaire meisjes in haar klas, en zelfs dusdanig assimileert dat ze tegen haar eigen waarden ingaat, waarna ze besluit dat ze er toch niet bijhoort. Vervang hier de populaire klasgenotes bij de modewereld, en je hebt in wezen dezelfde film.
In zekere zin, want in mijn ogen heeft deze film toch iets meer te bieden. Allereerst uitstekend acteerwerk van Streep, Blunt en Tucci. Hoewel Hathaway het niet onverdienstelijk doet, steekt haar personage wel wat bleekjes af tegenover de personages van de eerstgenoemde actrices en acteur.
Het is natuurlijk makkelijk schoppen tegen de modewereld, en het is makkelijk te sympathiseren met de hoofdpersone, terwijl het net zo makkelijk is de andere karakters allemaal maar als oppervlakkig te zien omdat mode hun leven is, maar de film poogt dit toch in perspectief te zien, wat blijkt uit de monoloog van Streep over hoe de modeindustrie zelfs invloed heeft op de kleding bij bijvoorbeeld een no-nonsense zaak als de Zeeman en uit de monoloog van Tucci over dat de hoofdpersone niet moet zeuren over het gebrek aan waardering van haar bazin, omdat ze zelf cynisch tegenover mode staat. Ondanks dat ik zelf niet veel met de modeindustrie heb, snap ik dat argument.
Het is ook makkelijk afgeven op de nietsontziende cultuur binnen de modewereld, maar ik geloof dat een dergelijke cultuur aanwezig is overal waar een hoge toewijding vereist is om het te maken, zoals in zakenbanken, topsport, ballet, etcetera. De laatste monoloog van Streep is in mijn ogen niet zozeer een monoloog die aantoont wat er mis is met de modewereld, maar eerder een zeer sterke getuigenis over hoe nietsontziend je moet willen zijn om de top te bereiken en die te behouden.
Kortom, in mijn ogen heeft de film wel degelijk meer diepgang dan het onderwerp mode zelf. Jammer alleen dat de film audiovisueel vooral degelijk is en filmisch niet veel meer brengt dan de scène waarin Streep haar jas en tas herhaaldelijk op het bureau van de hoofdpersone smijt. Daarom is dit vooral een film die aardig is om een keer gezien te hebben, maar niet meer dan dat. 2,5*.
Devil's Advocate, The (1997)
Alternatieve titel: Devil's Advocate
Niet slecht. Ergens is één van de uitgangspunten, je geweten opzij zetten om criminelen te verdedigen, iets dat tot de verbeelding spreekt, maar ook een beetje naïef. Als we van advocaten al verwachten dat ze hun cliënten veroordelen, is het rechtssysteem mank.
Maar het geeft wel een mooie kapstok voor een verhaal waarin dat ambitie en ijdelheid ervoor zorgen dat iemand zichzelf verliest. Waar het naar toe gaat, is eigenlijk al duidelijk vanwege de titel, en er wordt mooi opgebouwd naar een geweldige climax. Onderweg worden veel leitmotieven afkomstig geplaatst, zoals de naam van het karakter van Pacino, en veel christelijke symboliek.
Reeves is zoals gebruikelijk erg houterig; Pacino daarentegen speelt één van zijn beste rollen, met als één van de hoogtepunten zijn redevoering tijdens de genoemde climax. Maar ook de scène met het doopvont mag er wezen.
Visueel een aantal keer mooie versnelde opnamen van de stad. Is heel makkelijk, maar ik vind het altijd leuk. De special effects zagen er wat minder uit, maar soit. Soundtrack zal nooit tot mijn favorieten behoren, maar was wel erg effectief. Jammer alleen dat men niet voor Sympathy for the Devil heeft gekozen als lied tijdens de aftiteling, als men dan toch de Rolling Stones wil gebruiken.
3*.
Di Si Zhang Hua (2010)
Alternatieve titel: The Fourth Portrait
Nu ik van mezelf niet meer zoveel films mag kijken, moet ik ze ook van selectiever uitzoeken. Na het lezen van bovenstaande recensie van Onderhond kreeg ik helemaal zin in deze film.
Na afloop ben ik verre van teleurgesteld. Werkelijk een prachtige film met veel aandacht voor licht en kleurgebruik. Zo'n fluorescerend aquarium bijvoorbeeld is werkelijk schitterend. Wat mij betreft is het audiovisuele hoogtepunt de droom, die aanleiding geeft tot de derde tekening, waarbij de combinatie van beelden en soundtrack voor een fantastische sfeer zorgt. Soundtrack is verder erg goed, maar in die scène optimaal.
Verhaaltje is aardig, inderdaad soms een beetje chaotisch maar uiteindelijk niet echt moeilijk te volgen. Niet het sterkste gedeelte van de film, maar wat doet dat er eigenlijk ook toe met zulke mooie beelden. 4,5*.
Di Yi Ci (2012)
Alternatieve titel: First Time
Een mooie en hartverwarmende film, met aandacht voor kleine dingen die het leven mooi maken, hetgeen een thema is dat me erg aanspreekt. Daar bovenop een erg mooie cinematografie, die erg zacht over komt, met een paar aardige animaties.
Kant A schuurt wel een beetje, hoe lieflijk het allemaal overkomt, het voelt een beetje geconstrueerd aan. Het één en ander valt op z'n plek op Kant B, wat me toch een beetje verraste. Uiteindelijk voelt het einde qua plot natuurlijk aan, al wordt het wel erg uitgesponnen. Nogal uitleggerig zoals hierboven al gezegd wordt, terwijl de clou vaak al duidelijk is.
Grootste pijnpunt is de soundtrack. Op een paar flamenco-achtige stukken na veel pop- en rockmuziek die nogal slap aanvoelt, en dat kost de film toch wel een halve ster. Liedjes in films blijven riskant, het kan goed gaan, maar hier dus duidelijk niet. Ik blijft het overigens opmerkelijk vinden dat rockbandjes in films maar zelden echt weten te rocken.
Samenvattend: Een lief filmpje met fraaie beelden, maar met een wat mindere soundtrack. 4*.
Diamonds Are Forever (1971)
Alternatieve titel: Ian Fleming's Diamonds Are Forever
Misschien de minste Bond tot dan toe. Er valt echt weinig te genieten, de humor slaat niet aan, de Bondgirl spreekt niet aan, de antagonist straalt geen charisma uit, de special effects zien er werkelijk vreselijk uit, geen leuke gadgets, en tenslotte suitert het script ook alle kanten op. Ongekend hoe vaak men Bond niet gewoon een kogel tussen de ogen kan schieten, maar liever voor een iets inventiever doch niet doeltreffende alternatief kiezen.
Enige positieve zaken zijn het titellied en dat Amsterdam erin voorkomt, maar dat laatste duurt helaas erg kort. En voor ik het vergeet, Q die een stel gokmachines op een rij aan het kraken is alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Het is allemaal veel te weinig. 1*.
Dictadura Perfecta, La (2014)
Alternatieve titel: The Perfect Dictatorship
Een erg interessante film, die ook zeker weet te boeien. De genreaanduiding "komedie" is wellicht niet helemaal op zijn plaats, want het betreft meer een satire, maar bij vele momenten die flink over de top lijken, moest mijn Mexicaanse vriendin waarmee ik de film keek hard lachen, waarna ze me uitlegde dat het soms echt zo eraan toe gaat in Mexico.
De titel is afkomstig uit een citaat van de Peruviaanse schrijver Mario Vargas Llosa, die het Mexicaanse staatsbestel als zodanig omschrijft, waarin feitelijk één partij, de PRI, aan de macht is en sterk vervlochten is met de almachtige mediazender Televisa die de partij steunt op een manier waarmee de praktijken van een Amerikaanse zender als Fox (wat als de huiszender van de Republikeinen gezien kan worden) zwaar doet verbleken. Bijvoorbeeld de PRI was opgericht door de revolutionairen ten tijden van de Mexicaanse Revolutie in de eerste helft van de vorige eeuw, en journalisten van Televisa hebben zichzelf op tv omschreven als soldaten van de revolutie. Tot zover journalistieke onafhankelijkheid.
Deze film start met een discussie tussen de Amerikaanse ambassadeur en Mexicaanse president (die erg naar de vorige president Nieto gemodelleerd lijkt te zijn), waarbij de laatste President Obama uitnodigt de grenzen voor Mexicanen te openen omdat zij zelfs het werk willen doen wat zwarten niet willen doen en wat zij doen beter doen dan zwarten. Kortom, een mediatechnische blunder zoals de echte Nieto ook regelmatig gemaakt heeft, maar gelukkig voor hem is er de zender Television Mexicana (die dus gebaseerd is op Televisa), die weet hoe het spel te spelen om de aandacht af te leiden.
Alle mediaspelletjes, waarbij nepnieuws natuurlijk niet geschuwd wordt, zijn interessant te zien, mede omdat het allemaal zo schaamteloos is en schijnbaar zwaar over de top. Schijnbaar omdat dit dus echt de realiteit is aldus mijn vriendin. Het wordt allemaal vrij luchtig gebracht, maar is in feite zwaar cynisch. Ik heb overigens geen illusies dat dit soort spelletjes niet in onze eigen samenleving (zij het in zwakkere vorm) gespeeld worden. Ik noemde al Fox in de VS.
Het grootste nadeel van de film is de speelduur die wel erg lang is. Iets compacter was wellicht wat sterker geweest, maar uiteindelijk is deze film zeker de moeite waard. 3,5*.
Dictator, The (2012)
Na de bijzonder matige opvolger van Borat ook deze maar opgezet, die zelfs nog slechter lijkt te zijn. Alles is dit keer gescript en dat maakt dat de nadruk nog meer op flauwe onderbroekenhumor komt te liggen. Zo'n vaginascène is echt beschamend en niet eens origineel, want Ex Drummer heeft een vergelijkbare scène die veel beter is. Of zo'n scène waarin de dubbelganger van de hoofdpersoon niet weet wat te doen met vrouwen die met hem naar bed willen en ze maar gaat melken. Het is gewoon te stupide om grappig te zijn. De film stipt wel actuele thema's aan, maar echt confronterend wordt het niet, behalve wellicht even op het einde als de hoofdpersoon als voordelen van een dictatuur precies alle praktijken opnoemt waar de VS zich schuldig aan maakt, maar daar hoef ik niet eerst zo'n flauwe film voor te zien. Dat een klasse acteur als Ben Kingsley zich hiervoor leent is werkelijk onbegrijpelijk. 0,5*.
Die Another Day (2002)
Waar Bond in Tomorrow Never Dies nog naar roken verwijst als een "filthy habit", hier rookt ie gretig sigaren. Niet dat het me iets kan schelen, maar het viel me wel op.
Deze film is verder ongeïnspireerd, de blauwdruk voor een Bondfilm volgend. Wat technologie (waarbij ik ook de onzichtbare auto te ver vond gaan), wat vrouwen en een gestoorde antagonist met een superwapen. Die antagonist kwam verder over als een corpsbal en maakte dus maar weinig indruk. Het ijspaleis was wel aardig, maar voelt ook aan als een gemiste kans. Je kan filmisch volgens mij zoveel meer doen met ijs, alleen al met hoe het licht erdoor schijnt.
Ik weet het niet met de Brosnanreeks. Ik had ze allemaal al eens eerder gezien, maar ik kon me eigenlijk alleen Goldeneye, die nog wel leuk was, herinneren. De rest weet gewoon weinig indruk te maken en ik voorspel dat ik na deze herziening de andere films ook weer snel zal vergeten. 1*.
Die Hard (1988)
In het begin van mijn studententijd ooit gezien. Wat was ik toen onder de indruk van de rol van Alan Rickman, die voor een flinke hoeveelheid sarcasme zorgde. Ik herinner me nog dat ik toen een tijdje op enkele sites de username Hans Gruber heb gebruikt.
Nu beginnen de jaren van de film wel te tellen. Actie is in diverse films gewoon een stuk vetter, idem voor de special effects, al moet gezegd worden dat wat er hier aan special effects gebruikt wordt er nog steeds goed uit ziet. Je ziet bijvoorbeeld alleen bij Rickmans laatste shot een blue screen. Maar voor de rest is het dus niet zo spectaculair als tegenwoordig.
Verder in een bepaald opzicht een opeenstapeling van clichés, met name wat omgangsvormen tussen de politieagenten betreft, al gebeurt het wel op een leuke manier. Hoogtepunt de FBI-agenten Johnson en Johnson, het Amerikaanse equivalent van Jansen en Janssen van Kuifje, ook qua intelligentie.
Verder best aardig verhaal, zeker de uitwerking van de plannen van de schurken komt intelligent over, wat nog wel eens anders wil zijn in dit soort films.
Kortom, nog steeds wel vermakelijk, maar helemaal verpletteren kan het niet meer. 2,5*.
Diecisiete (2019)
Alternatieve titel: Seventeen
Een film die maar moeizaam op gang komt, al is het maar omdat één van de hoofdpersonen, Héctor, erg stug en we de andere, Isma, aanvankelijk vooral in de rol van opvoeder zien, waardoor het de nodige tijd kost om kennis met ze te maken. Uiteindelijk dringen we meer tot de kern van de personages, zien we ze letterlijk verbroederen en dat is natuurlijk ontroerend, maar gemakkelijk is het zeker niet.
Dit soort films is gebaat bij een goede cinematografie ter afleiding van het plot dat aanvankelijk niet al te soepel is en waar het genre, roadmovie, ook aanleiding toe zou moeten kunnen geven. We zien helaas maar spaarzaam mooie beelden, zoals van de kliffen bij de zee, en zelfs bij die beelden heb ik het idee dat ze niet optimaal in beeld gebracht zijn (maar vraag me niet hoe het beter had gekund).
Echt grappig wordt het nauwelijks, maar dus verder naar het einde toe wordt weet de film wel steeds meer te vermaken en te ontroeren, vooral als de grootmoeder in beeld komt. 2*.
Dig, The (2021)
Ja, dit gaat maar over weinig. Het plot is erg simpel, er gebeurt niet veel behalve een opgraving. Toch is deze film goed gemaakt en weet, ook door degelijk acteerwerk, te boeien. Dat is best knap, er zijn genoeg films waar van alles gebeurt, maar die werkelijk nergens over gaan of compleet onzinnig zijn (de zoveelste flut romcom of superheldenfilm bijvoorbeeld). De beelden zijn ook degelijk, maar omdat er wat camerawerk niet echt speciale dingen gebeuren blijf ik toch op 2,5* steken. Voor meer had de film toch wat meer inhoud moeten hebben.
Dime Cuándo Tú (2020)
Alternatieve titel: Tell Me When
Een film met meer potentieel dan het uiteindelijk waarmaakt. De film wordt redelijk smaakvol geschoten, met name het overlijden van de grootvader, die echt ontzettend lief overkomt, wordt mooi gedaan. Als kleinzoon hierover wil vertellen, volgt één van de meest grappige dialogen die ik in een film heb gezien. Ontzettend droog en ook geweldig geacteerd, met name door Gabriel Nuncio, die ik verder alleen van een serieuze rol uit de Luis Miguel serie ken.
De momenten waarin Nuncio's karakter Beto voorkomt zijn de betere scènes in deze film, maar na die scène wordt hetzelfde niveau helaas niet meer gehaald en zakt de film weg in matige romantische verwikkelingen. Jammer. 2,5*, terwijl er zoveel meer in had gezeten.
Diner (2019)
Alternatieve titel: Diner Dainâ
Zoals verwacht bij deze regisseur is dit erg fraai gestileerd, en toch kon het me niet helemaal grijpen. De personages mogen vreemd zijn, echt interesseren doen ze me niet; het hoofdpersonage is eigenlijk het minst opvallende karakter, en toch boeit ze het meest (wat wellicht ook komt door de charme van de actrice) en dat is niet helemaal een goed teken. De bombastische introducties van de personages maakt ze nog niet episch helaas.
Muzikaal staat Dvořáks Negende symfonie, met name het langzame deel, centraal. Een beetje een clichéstuk als ik eerlijk mag zijn, maar mooi is het wel. De liedversie ervan had van mij dan weer niet gehoeven, hoe mooi de begeleidende beelden ook zijn. Verder komt ook Fauré's requiem voorbij, wat passend was gezien de scène. Meer dan het scherzo uit Dvořáks symfonie, waarvan het gebruik wat willekeurig aanvoelde. Wat dat betreft was de elektronische muziek op andere momenten is eigenlijk wat effectiever.
Visueel dus erg mooi gestileerd, maar toch had ik ook hier het idee dat de voorganger Helter Skelter net wat beter, met meer detail, was. Kortom, het is het toch allemaal net niet, waardoor de film uiteindelijk op 3,5* blijft steken.
Dirty Dancing (1987)
Nooit eerder gezien vanwege het vooroordeel dat dit een enorme vrouwenfilm zou zijn. Dat is het ook wel, maar niet zo storend als ik had gedacht. Ik had wel meer verwachtingen die niet bleken te kloppen, want ik dacht dat dit in de jaren 80 speelde, maar het blijkt 20 jaar eerder te spelen. En verder had ik totaal niet verwacht dat abortus zo'n belangrijke rol zou spelen.
De hoofdkarakters zijn verder allemaal behoorlijk 'likeable', al moet de mannelijke hoofdpersoon aanvankelijk nog wat ontdooien. Natuurlijk is er op een gegeven moment een conflict met vader, maar ook daar reageert iedereen op een logische wijze en uiteindelijk als iedereen alles weet wat er te weten valt komt alles op z'n pootjes terecht.
Vooral in de eerste helft veel dansscènes, daarna neemt het wat af. Ik ben niet geheel overtuigd van de dansscènes, maar interessant waren ze wel. De soundtrack is alleen erg misplaatst: jaren 80 muziek in een jaren 60 setting. Natuurlijk komt het vaker voor dat muziek uit een later tijdperk gebruikt wordt in een setting terug in de tijd, mijn favoriete voorbeeld is de animeserie Samurai Champloo, die in het samoeraitijdperk speelt, maar die een hiphop soundtrack heeft en daardoor erg fris aanvoelt. Daar werkt het, maar in deze film voelt het veel minder fris aan omdat jaren 80 muziek nu zwaar gedateerd klinkt en dan voelt het ineens erg misplaatst gezien de jaren 60 setting.
Maar goed, minder slecht dan ik had verwacht. 1,5*.
Dirty Grandpa (2016)
Ik heb deze film blijkbaar totaal anders ondergaan dan de meeste mensen hier. Ik snap eerlijk gezegd de kritiek op De Niro niet zo. Ja, het is geen serieuze rol, maar ik vind het alleen maar spreken voor zijn veelzijdigheid dat hij ook dit soort films doet. En met verve in mijn ogen.
Deze film is zeker niet goed, want gaat regelmatig een beetje teveel over de top, maar neemt zichzelf totaal niet serieus en dat is vaak een goed recept voor een leuke film. Een erg leuke De Niro dus, maar ook Plaza moet genoemd worden. Wat een stel samen, met name de laatste scènes. We like Ike! Alleen Efron valt een beetje uit de toon, enkel bij de de bijen/Macarena scène kwam hij een beetje los.
Soms dus een beetje teveel over de top, maar mijn grootste kritiek is dat de film een beetje teveel op The Hangover lijkt. Maar goed, soms kan een variatie op een thema ook erg goed smaken. 3,5*.
Dirty Harry (1971)
Alternatieve titel: Smerige Klabak
Mijn eerste kennismaking met Dirty Harry was toen ik als middelbare scholier in Duitsland was vanwege een uitwisseling en aldaar de films aangekondigd zag worden op reclameborden van een of andere televisiezender. Toen ik niet veel later één van de films voorbij zag komen op de Nederlandse televisie was ik behoorlijk verkocht. Clint Eastwood was supercool, keihard en had gave oneliners. Het duurde dan ook niet lang totdat ik alle films gezien had.
Vandaag is het zo'n 15 jaar later, en heb ik zojuist voor het eerst de eerste film herzien. Ik moet zeggen, het begin smaakte goed met de meer dan sfeervolle muziek. Maar voor de rest valt het vies tegen. Bij dit soort films is het wat minder van belang of het visueel in orde is, als het maar spetterend is. Maar hier waren wel erg veel scènes waar je nauwelijks wat zag omdat bijna compleet donker was. En echt spetterend was het ook niet. Eastwood is minder rauw dan ik me herinnerde, de eerste keer dat hij de "Well do ya, punk?" quote oplepelt staat hij er zelfs bijna bij te glimlachen. De tweede keer kwam het er wat overtuigender uit. Maar het grootste pijnpunt is Robinson als de moordenaar. De man maakt er niet meer van dan wat gegiechel, waardoor ik hem geen moment serieus kon nemen. Dat is jammer want dat haalt de angel helemaal uit de film.
Wat ik wel interessant vond, al gaat de film er nou ook niet heel erg sophisticated mee om, is de vraag hoe ver je buiten je boekje mag gaan als politieagent. Een vraag die sinds Guantanamo Bay alleen maar aan belang heeft gewonnen. Het meest interessante vind ik eigenlijk nog de vraag hoe men er tegen aan keek toen deze film uitkwam ten opzichte van hoe men er nu tegenaan kijkt. Ik weet nog dat ik ooit een discussie had met een meisje, die zo erg tegen martelen was, dat ze vond dat ik haar maar moest laten vermoorden als de dader martelen de enige mogelijkheid was om haar te redden. Dat was wel ruimschoots na 9/11. Aan de andere kant kan ik me ook voorstellen dat sinds 9/11 meer mensen (met name in de VS) vinden dat marteling moet kunnen als je een dergelijke aanslag kan voorkomen.
Maar dit zijn gedachten die uiteindelijk maar zijdelings over de film zelf gaan. Vanwege de muziek (met name aan het begin) geef ik de film niet het absolute minimum, maar ik hoop wel dat de vervolgfilms wat beter bevallen. 1*.
Dirty Pretty Things (2002)
Ik ben het wel eens met de negatieve kritieken. Een dertien in een dozijn film over misstanden onder vluchtelingen. Veel wanhoop, maar de twist op het einde was leuk, waardoor je niet met een depressief gevoel achter blijft als kijker.
Het drama is kundig, maar niet echt kunstzinnig in beeld gebracht. Zakelijk vooral. Het acteerwerk is aardig, Ejiofor zet een innemende hoofdrol neer, en het is altijd fijn om Audrey Tautou te zien (die ook voor mij de reden was om deze film te kijken), maar haar casten als Turkse voelt toch een beetje vreemd aan, omdat ze voor mij zo door en door Frans is door haar Franse rollen en ik haar er eigenlijk ook niet echt Turks uit vind zien.
Uiteindelijk kleurt dit iets teveel binnen de lijntjes en is het net wat te weinig meeslepend om te overtuigen. 2*.
Discovery, The (2017)
Van dezelfde regisseur als Windfall, niet verwonderlijk om dan hier ook Segel en Plemons aan te treffen. Deze film spreekt me wat meer aan. De beelden zijn niet heel erg spectaculair en de film is wat aan de trage kant, maar de film heeft wel een interessant uitgangspunt dat relatief sterk uitgewerkt wordt met een verrassende plottwist, die erg passend is. Mijn enige kritiek op het uitgangspunt is dat het wat mij betreft niet helemaal realistisch is. Heel veel mensen geloven al stellig in een hiernamaals en toch vinden er geen massale zelfmoorden plaats om die reden. Maar goed, uitgangspunten van films hoeven helemaal niet realistisch te zijn en het andere aspect van het uitgangspunt, dat het mogelijk zou zijn om via de wetenschappelijke methode te achterhalen of er leven na de dood is, is al helemaal niet realistisch en daar stoor ik me blijkbaar helemaal niet aan. 3*.
Disutorakushon Beibîzu (2016)
Alternatieve titel: Destruction Babies
Happy Slapping.
Aan mij niet zo besteed. Niets tegen gebrawl in een film, zoals in Crows Zero, maar hier gaat het op een gegeven moment vervelen. Wat de reden voor het gedrag is van de hoofdpersoon blijft in het vage; waar het allemaal naar toe leidt idem dito, want het plot gaat uiteindelijk niet echt ergens naartoe. En dan wordt het vooral een opeenvolging van geweldsmomenten.
Cinematografisch degelijk, maar verre van geweldig, dus daar valt ook weinig uit te halen. Enkel de hoofdrolspeler zet een memorabele rol neer. Dat is dan ook het aspect waar de sterren voornamelijk naartoe gaan. 2*.
Django (2017)
Django Reinhardt als gitarist ken ik al heel lang; jaren geleden eens geprobeerd naar te luisteren, maar toen vond ik er niet veel aan. Een jaar terug nog eens geprobeerd en toen kon ik hem al een stuk meer waarderen. Van zijn persoonlijke geschiedenis wist ik vrijwel niets behalve dat hij door een ongeval nog maar twee functionerende vingers aan zijn linkerhand had, wat natuurlijk een grote handicap is voor menig gitarist, maar blijkbaar niet voor hem.
Interessant dus om eens een film over zijn leven te zien, maar ik begrijp nadat ik na het zien van de film over hem heb gelezen op internet dat deze film geen recht doet aan de werkelijkheid. In werkelijkheid is de vluchtpoging van Django niet geslaagd en werd hij teruggestuurd, waarna hij de oorlog heeft overleefd. In deze film wordt er geschetst dat hij in acuut levensgevaar was mocht hij gepakt worden, maar ik heb de indruk dat dat dus meeviel. Verder heb ik niets kunnen terugvinden over het personage Louise, waarvan ik dus de indruk heb dat ze fictief is.
Nu hoeft een film niet waarheidsgetrouw te zijn om toch leuk te zijn, neem bijvoorbeeld Amadeus, die geen recht doet aan de persoon Mozart maar wel aan zijn muziek. Hetzelfde kan wellicht over deze film gezegd worden, want met name de muziek is een sterk punt en doet smaken naar het herluisteren van Django.
Leukste gedeelte van de film is natuurlijk het concert voor de Duitsers. De eis dat er niet met teveel ritme gespeeld wordt, geen uitgebreide solo's en dergelijken is alsof je Beethoven om een compositie vraagt, maar geen symfonie, geen strijkkwartet, en weet je wat, doe ook maar geen piano. Kortom alsof je alles uitsluit waarin hij uitblinkt. Met het concert bouwt hij het swingende gehalte steeds meer op, waarna de Duitsers steeds liederlijker worden, wat natuurlijk leuk om te zien is. Bij de scène kan je natuurlijk afvragen of die Duitser die het concert stopzet omdat iedereen buiten zinnen raakt van die "apenmuziek" niet ergens gelijk heeft. De muziek maakt in die scène wel degelijk iets los. Maar goed, dat is juist wat ik in muziek waardeer, dat je even alles kan vergeten en dat het je in andere sferen brengt.
Het is interessant om ook eens een film te zien waarin het lot van de Roma en (hier) de Sinti in de tweede wereldoorlog belicht wordt, maar ik vraag me af of een film over Reinhardt daar het juiste podium voor is. Uiteindelijk lijkt hij er zonder al teveel drama door de oorlog gekomen te zijn. Het einde van de film is helaas overdramatisch en dat voelt om die reden toch aan als een dissonant. Niettemin kent de film goede momenten en is om die reden het waard om een keer gezien te hebben. 2,5*.
Django Unchained (2012)
Gisteren gezien, korte conclusie is dat Tarantino er voor mijn gevoel alleen maar op achteruit gaat. Tarantino moet het vaak toch vooral hebben van de karakters en het script. Ik kan niet anders zeggen dat enkele van zijn andere films op beide vlakken veel sterker vinden.
De leukste karakters uit het Tarantino universum zijn toch vaak de typetjes met rare maniertjes, met een knipoog. Eigenlijk is er hier maar een zo'n typetje, Big Daddy, die helaas maar kort voorbijkomt. Niet helemaal in die categorie, maar wel wat mij betreft het hoogtepunt is het karakter gespeeld door Samuel L. Jackson. Helaas maakt hij pas zijn entree halverwege de film, maar wat een kracht straalt er alleen al uit die ogen. En wat steekt Django, die eigenlijk oersaai is, daar bleek bij af. Daar verandert geen zonnebrilletje iets aan.
Een over-the-top karakter neerzetten is wat anders dan overacten, waar DiCaprio zich vlak voor de climax aan schuldig maakt met z'n malle geschreeuw. Íets teveel Pacino, die dat overigens veel beter doet, gekeken ofzo? Las daarvan valt DICaprio's personage niet echt op. Ja hij is sadistisch, maar staat wat dat betreft zeker niet bovenaan de voedselketen vergeleken met wat ik verder in filmland heb gezien. De regie van Tarantino helpt wat dat betreft ook niet echt, als je tijdens de zogenaamd gruwelijkste scène, die met de honden, eigenlijk nauwelijks wat ziet.
Waltz' personage is dan wel weer aardig, weet het eerste gedeelte van de film redelijk boeiend te houden, maar spettert ook niet echt. Wel duidelijk het meest sympathieke personage, en ik vind Waltz ook beter acteren dan in Inglourious Basterds, waar hij voor mijn gevoel toch soms aan het overacten was. Kortom, een paar kleinere rollen die boeien, maar de hoofdpersonages gedragen zich vrij normaal, en dat is jammer, want niet altijd even boeiend.
Ook het script overdondert me niet. De dialogen zijn okee, maar ook niet zo gaaf als in eerdere films, al is het zeker beter dan in Inglourious Basterds waar het wel erg veel geouwehoer was. Verder ga ik volledig mee met Ramon K betreffende de plotholes, al wil ik er niet te zwaar aan tillen. In de meeste films zitten wel plotholes. Wel had wat mij betreft de shoot-out niet onderbroken hoeven worden. Ik had wel sterk gevonden als na al die dialogen Django echt uit zijn schulp was gekropen door iedereen in een stuk overhoop te knallen (met als positief bijeffect dat de film ook korter was geweest), de onderbreking doet daarvan af. Bovendien vind ik de wijze waarop hij ontsnapt ongeloofwaardig. Wel leuk om eventjes Michael Parks te zien, past prima in de setting van het Zuiden, en had ook een grotere rol mogen krijgen. Tarantino had daarentegen het beste met z'n kop uit de film kunnen blijven. Ik zag vooral de regisseur die een zuidelijk accent probeert na te doen zag in plaats van een personage. Gelukkig is zijn rol erg kort.
Tenslotte beeld en muziek. Het eerste is verre van speciaal. Wat muziek betreft viel het op dat het dies irae uit Verdi's requiem werd gebruikt tijdens de Ku Klux Klan scène. Had niet verwacht dat Tarantino klassieke muziek zou gebruiken. Verder viel de muziek me nauwelijks op, ik herinner me veel meer spetterende soundtracks in andere Tarantino films. De hiphop stoorde mij overigens nauwelijks.
Al met al kom ik op 2* uit. Gek, ik vond deze film voor mijn gevoel beter dan Inglourious Basterds die ik een ster meer heb gegeven. Die moet dan ook vrezen bij herziening vrees ik.
Do Lok Tin Si (1995)
Alternatieve titel: Fallen Angels
Echt beter dan verwacht. Chungking Express was nou niet echt goed aangeslagen en ik had een beetje begrepen dat het werk van Wong Kar Wai pas echt de moeite waard is vanaf In the Mood for Love, dus de verwachtingen waren niet echt hoog.
Maar deze film is toch best goed te genieten. Af en toe gave beelden, met name als er op de motor wordt gereden, ook het neonrijke Hongkong wordt soms mooi vastgelegd, al begreep ik niet echt waarom er ook soms zwartwit beelden waren. Vergeleken met Chungking Express is de montage een stuk rustiger, alleen de muziek is ook hier niet bepaald geweldig te noemen. Veel jaren 80 wat af en toe behoorlijk cheesy klinkt. De grootste dissonant.
De verhaallijntjes zijn wat warrig, komen ook niet echt bij elkaar samen, maar zijn door enkele personages wel redelijk vermakelijk. De blonde dame vond ik wel erg irritant, zo hysterisch was ze soms, maar de stomme jongen vond ik erg grappig zoals hij mensen dwingt om ijs te eten, en de relatie met z'n vader wordt op het einde nog zelfs redelijk emotioneel. Veruit het meest interessante personage van de film.
Visueel nog niet zo mooi als In the Mood for Love, 2046 of My Blueberry Nights, die ik ook qua verhaalstructuur wat beter vond, maar wel een stap vooruit ten opzichte van Chungking Express. 3*.
Dogville (2003)
Na jaren weer eens herzien. Destijds vond ik het al een erg interessante film, dat is niet veranderd.
Het eerste dat opvalt is natuurlijk het decor. Een dorp waarvan de huizen alleen zijn aangegeven door lijnen. In zekere zin is het gefilmd toneel, maar gezien de vele camera's en geluidseffecten van niet-bestaande deuren kan je toch nauwelijks van een Dogme-film spreken. Verder ook fraaie muziek, Von Trier is een van de weinige regisseurs die voluit gebruikt maakt van klassieke muziek. Hier is het vooral barok-muziek, niet mijn favoriete genre binnen de klassieke muziek, maar toch aangenaam.
Hoe je het ook wilt classificeren, het plot en de acteurs dragen de film, met name Nicole Kidman. Haar personage Grace weet te flink te bekoren vanwege haar zachtmoedigheid en charme, Het helpt natuurlijk ook dat Kidman destijds nog een prachtige vrouw was, de goede oude pre-botox tijd. Het plot wordt door sommigen als anti-Amerikaans gezien. Ik zie het eerder als misantropisch en bijzonder cynisch. We krijgen een afglijdende schaal te zien waarbij Grace uiteindelijk als slavin gebruikt wordt en zelf dan nog het goede in de mens probeert te zien. In deze neergang wordt duidelijk getoond dat niemand in het dorp onschuldig is, zodat de ontknoping Bijbelse proporties aanneemt, waarbij Grace als een Abraham het dorp verdedigt, maar uiteindelijk moet toegeven dat het dorp eenzelfde soort lot dient te treffen als Sodom.
Ik moet eerlijk zeggen dat ik moeite heb om mee te gaan met Von Triers misantropie. Enerzijds denk ik niet dat er mensen die net zo vergevingsgezind zijn als Grace, ten tweede hoop ik toch dat de mensheid beter is dan de mensen in Dogville. Aan de andere kant zou je kunnen zeggen dat diverse genocides wel degelijk Von Triers wereldbeeld bevestigen, waarin iedereen tot kwaad in staat is gegeven de "juiste" omstandigheden.
De film is met bijna drie uur een tikkeltje aan de lange kant, en vooral het semi-filosofische gebrabbel van het karakter Tom begint na verloop van tijd te vervelen, maar uiteindelijk overheerst toch het gevoel dat de denkwereld van Von Trier op een interessante wijze uitgewerkt worden, zowel wat vorm als wat plot betreft. 4*.
Dokter Pulder Zaait Papavers (1975)
"Knabbelen? Knabbelen? Een echte alcoholist knabbelt niet!"
Dit was een zin die ik meende te herinneren nadat ik als klein kind deze film heb gekeken met mijn ouders. Zij wilden destijds deze film graag zien omdat mijn vader zelf huisarts is. Ik heb zelf een enorme hekel aan het woord "knabbelen" als je het hebt over pinda's en noten eten, dus vandaar dat het is blijven hangen. Ik weet dat ik de film destijds aanvankelijk nogal saai vond, maar zodra de alcohol meer ging vloeien naarmate de film vorderde, werd het steeds boeiender. Ik had dan al jaren de wens deze film eens te herzien, en vandaag was het dan zover (ook nu weer met ouders).
Natuurlijk was ik het meest benieuwd naar de knabbel-quote, maar toen die kwam, bleek die toch niet helemaal zo te zijn als ik me herinnerde. Beetje jammer dat mijn geheugen me in de steek heeft gelaten (nee, in dit geval komt dit niet door teveel drank), maar er zitten genoeg andere leuke uitspraken in de film, zoals "Jij morst gewoon met je zaad, suffe Onan!" Die zaaiscène was overigens één van de grappigste scènes uit de film.
Ik lees hier veel over het slappe verhaal, maar ik vond het eigenlijk best wel boeiend, al komt dat vooral door de aparte personages en hun interacties, wat ik behoorlijk interessant vond. Leuk is Kees Brusse, die er volledig in slaagt een ultiem duffe dokter Pulder neer te zetten, maar de show wordt helemaal gestolen Dora van der Groen, die de ultieme zuiplap neerzet. Ik weet niet, ik vind dit soort personages interessant, zal ook wel de reden zijn waarom ik Fear and Loathing in Las Vegas een interessante film vond.
Visueel had ik er wel wat meer van verwacht. Vond ik Haanstra in Fanfare nog leuk spelen met film, hier was het een stuk meer registeren in plaats van filmmaken. Wel af en toe aardige overlays, maar daar houdt het mee op. Muziek was schaars, maar wel goed. Misschien als ik de muziek vaker hoor, dat ik het ook echt prachtig ga vinden. Uiteindelijk toch een krappe 3*, vooral omdat ik me hier heel erg mee heb vermaakt.
Dolls (2002)
Alternatieve titel: ドールズ
En weer eens herzien.
Ik weet nog wel dat ik het maar raar vond, de eerste keer dat ik de beginscène in het Bunraku theater zag. Je ziet duidelijk de mensen die de poppen laten bewegen. En dan die rare zang van de verteller.
Inmiddels ben ik het veel meer gaan waarderen. Ik zie mezelf nog wel eens naar een echte voorstelling gaan, mocht ik ooit in Japan terechtkomen. Ook al versta ik geen Japans, die zang heeft toch iets. Misschien is het net zoiets als naar opera- of flamencozang luisteren. Dat ben ik ook pas gaan waarderen na er wat langer aan blootgesteld te zijn.
Als inleiding op wat er verder gaat komen, is de Bunrakuscène helemaal essentieel. De verhalen staan vrijwel helemaal los van elkaar, maar de overkoepelende thema's zijn erg interessant. en elk verhaal weet te ontroeren. Alle verhalen mogen dan hun onwaarschijnlijke kanten hebben, op het einde herinneren de Bunrakupoppen ons eraan dat het slechts theater is, terwijl tegelijkertijd de vraag op komt in hoeverre de mens ook niet slechts een pop is in het kosmische theater.
De beelden die ons voorgeschoteld worden zijn echt schitterend. Kitano mag dan zelf toegeven hebben dat het enigszins cliché is om de natuurpracht van Japan door de seizoenen heen te laten zien, ik geniet er niet minder om en ik heb nog geen andere film mogen aanschouwen waarin het mooier is gedaan. Maar ook de scènes in de stad zijn bijzonder vanwege de manier waarop ze opgezet zijn, waarbij de scène met het balletje mijn favoriet is. Een andere favoriete scène is de droomscène van Sawako met de wand van windmolentjes in alle kleuren. Wat mij betreft is er niemand die zulke bijzondere droomscènes tevoorschijn kan toveren als Kitano. Ze zijn altijd bijzonder surrealistisch en hebben altijd een heerlijke vervreemdende sfeer. Gezien mijn waardering voor dergelijke scènes, mag ik me gelukkig prijzen dat Kitano zelfs een keer een andere film heeft gemaakt die vrijwel helemaal bestaat uit één lange droom.
De montage viel me ook op. Die is zonder opsmuk: als iemand een herinnering beleeft, wordt deze flashback niet voorafgegaan door een wazige overgang om de kijker eraan te herinneren dat het een flashback betreft. Fijn dat Kitano vaak snijdt in beelden die de meeste regisseurs zouden handhaven ondanks dat ze niet echt nodig zijn. We zien bijvoorbeeld voorafgaand aan het eerste shot dat Sawako gebonden is, Matsumoto kijken naar een waslijn, maar nergens zien we hoe hij haar werkelijk vastbindt. Ook gebruikt Kitano sommige beelden om te laten zien wat personages waarnemen zonder duidelijke hints te geven dat het perspectief veranderd wordt. Als je even niet oplet, mis je iets, maar dat maakt de herkijkwaarde groter.
De soundtrack is echt schitterend en wordt steeds mooier naarmate je hem vaker hoort. Echt van toegevoegde waarde voor de sfeer en ik blijf het betreuren dat Kitano niet langer meer gebruik maakt van de diensten van Hisaishi.
De film is niet helemaal vrij van minpunten, maar ze zijn klein en schaars en doen niets af aan de uniekheid van deze film. De vijf sterren en de top 10 positie blijven ruimschoots gehandhaafd.
Don Camillo (1952)
Alternatieve titel: De Kleine Wereld van Don Camillo
Een wat mindere Don Camillo, vooral omdat Fernandel zijn geweldige glimlach een stuk minder laat zien in vergelijking met de andere Don Camillo films. Hierin zit toch de meeste charme.
Verder is het wel erg lieflijk om te zien hoeveel genegenheid Don Camillo en Peppone voor elkaar hebben, dat ze eigenlijk voor dezelfde zaken strijden hoewel ze eigenlijk aan tegenovergestelde kanten staan. Maar an sich is dit niet echt nieuw vergeleken met de andere Don Camillo films, dus vanwege wat minder charme een halfje minder ten opzichte van die andere films. Ik vind deze overigens nog steeds wel 2* waard, dus krijgen de andere twee die ik heb gezien een ophoging van een halve ster.
Don Camillo e l'On. Peppone (1955)
Alternatieve titel: Don Camillo en de Edelachtbare Peppone
Van Don Camillo was ik als kind al fan, ook al begreep ik er niet veel van. Het zal deze film zijn, die door mijn ouders ooit is opgenomen, dat ik met hem in aanraking ben gekomen, maar het zijn vooral de boeken die ik heb verslonden, zeker toen ik wat ouder werd. Ik heb het altijd prachtig gevonden hoe een priester en een communist elkaar te slim af proberen te zijn, terwijl ze eigenlijk niet zonder elkaar kunnen. En vooral vond ik het gevatte commentaar van Jezus-van-het-kruis op de daden van Don Camillo, waarmee Jezus eigenlijk het geweten van Don Camillo vormde, altijd erg grappig.
Omdat het wat te laat werd voor de film die we eigenlijk wilden zien, vandaag maar deze film opgezet, die een flink stuk korter was en dus wel voor twaalf uur afgekeken kon worden. Is eerst toch wel schrikken, want de kwaliteit is niet zo hoog. Het lijkt soms alsof er met te weinig beeldjes per seconde is geschoten, als je ziet hoe beroerd het eruitziet als mensen in de film klappen. Verder zijn de scèneovergangen in de film ontzettend lelijk en soms enorm abrupt en wat ook jammer is, is dat de hoofdpersoon nagesynchroniseerd is, al is dat geloof ik karakteristiek voor de oude Italiaanse cinema.
Tot zover het azijnzeiken van mijn kant, want ik vond de film toch nog steeds vermakelijk. Hoewel het plot niets nieuws te bieden heeft ten opzichte van het boek, was het dusdanig lang geleden dat ik het boek heb gelezen dat er heel wat op te halen viel. Verder kwam het verhaal een beetje fragmentarisch over, maar dat stoorde niet. Grootste charmeur in deze film is natuurlijk Fernandel, ondanks dat hij nagesynchroniseerd wordt (wat toch wel erg jammer is). Hij is niet de potige pastoor zoals uitgebeeld in de tekeningen in het boek, maar zijn brede glimlach als hij Peppone weer eens een streek heeft geleverd is werkelijk hilarisch.
Uiteindelijk kom ik op 2* uit, voor een groot deel voor de glimlach van Fernandel en vanwege jeugdsentiment. Hoger wil ik niet gaan, daarvoor heeft de film teveel gebreken op cinematografisch vlak.
Don Camillo Monsignore Ma Non Troppo (1961)
Alternatieve titel: Don Camillo op de Barricade
Een tijdje geleden een hoop Don Camillo DVD's voor mijn ouders meegenomen, en gisteren was deze aan de beurt. Voor mijn ouders veel nostalgie uit de tijd dat zij opgegroeid zijn. Voor mij eigenlijk ook, als kind verslond ik de boeken en heb ik enkele films ook wel eens voorbij zien komen.
Deze heb ik in ieder geval als kind ook al eens gezien, ik herinnerde me nog een aantal scenes, bijvoorbeeld de scene waarin zijn kleren worden gestolen. Leuk om weer gezien te hebben, en de beeldkwaliteit viel me ook honderd procent mee. Gewoon degelijk geschoten, wat me verwonderde. Bij een andere Don Camillo film heb ik wel geklaagd over de slechte kwaliteit.
Inhoudelijk vond ik hem een tikkeltje minder. Ik blijf het toch het leukst vinden als Don Camillo en Peppone aan elkaar gewaagd zijn, maar hier eindigde het toch wel in een klinkende 4-1 overwinning voor de eerste. Ook was deze film wel een beetje aan de lange kant. Desalniettemin niet onaardig. 2,5*.
Don't Look Up (2021)
Een film met een goede boodschap. Er is een duidelijke analogie tussen de komeet in deze film en klimaatopwarming in realiteit. De analogie gaat alleen mank in de zin dat de komeetinslag binnen een half jaar de mensheid weg zal vagen, terwijl het effect van klimaatopwarming langzamer en geleidelijker gaat. Wat dat betreft zijn we meer als de kikker in water dat langzaam tot een kookpunt gebracht wordt. We blijven inactief.
Dit zorgt ervoor dat de analogie een beetje geforceerd aanvoelt. Maar het grootste probleem van deze film is dat de werkelijkheid de parodie al voorafgegaan is. De president in deze film is bijvoorbeeld duidelijk op Trump gebaseerd, ook al is ze vrouw. Een aantal uitspraken komen voorbij die aan de zijne doen denken. Veel is herkauwing van de werkelijkheid met enkele omdraaiingen. Op de punten waar de film verder gaat dan de werkelijkheid zoals een pornoacteur die voor het hooggerichtshof voorgedragen wordt ben ik niet eens meer zeker hoe onwaarschijnlijk dat zou zijn. Het voelt niet meer als overdrijving aan.
Het is allemaal degelijk geschoten en het weet de aandacht vast te houden, maar helemaal werken doet het niet. 2,5*.
Donnie Darko (2001)
Jaren geleden eens gezien, en toen was ik al niet heel erg onder de indruk, vandaar dat de herziening erg lang op zich liet wachten.
Het speelt in de jaren 80, en afgezien van enkele special effects (die er inmiddels ook al redelijk verouderd uitzien) ziet de manier waarop de film opgenomen is er ook uit alsof de opnamen in de jaren 80 plaatsvonden. Voor sommige kijkers misschien een pré om zo helemaal in de tijdgeest te duiken; ik ben persoonlijk minder fan van de wijze waarop de gemiddelde jaren 80 film eruit ziet.
Muziek blijft veelal ook in de jaren 80 hangen, maar is iets beter omdat er ook in de jaren 80 soms goede popnummers gemaakt zijn. Niettemin is het wat popmuziek betreft (en in tegenstelling tot rockmuziek) geen favoriet decennium van mij, en er zit ook genoeg troep in deze soundtrack, dus meer dan middelmatig kan ik het niet noemen.
Het verhaal is nogal mysterieus met een hoop crackpot tijdreistheorieën, die het leuk doen in een komedie als Futurama, maar niet in een film met een serieuze setting. Niettemin kijkt de film wel aardig weg; de hoofdpersoon en zijn vriendin vormen een aardig maar niet standaard stelletje dat enigszins doet denken aan het stelletje bestaande uit de dochter en haar buurjongen in American Beauty, waardoor het ook wel weer meevalt met hoe niet-standaard ze zijn.
Kortom, ik kom er de avond mee door, maar geweldig vind ik het niet. 2*.
