Meningen
Hier kun je zien welke berichten Shadowed als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Man on the Moon (1999)
Komische film die er plezier in schept om het publiek verwarring aan te jagen, waarbinnen Jim Carrey geknipt is voor de hoofdrol. Steeds vinden regisseur Milos Forman en scenarioschrijvers Scott Alexander en Larry Karaszewski een manier om de kijker op het verkeerde been te zetten, alhoewel de melodramatische kant richting de finale er wat minder mee van de grond komt. Gelukkig steelt Carrey de show en gebeurt er een heleboel om de kijker daar regelmatig van af te leiden. Andy Kaufman is tenslotte excentriek genoeg en Man on the Moon duurt geen minuut te lang of te kort, waar Forman toch de juiste balans weet te vinden tussen inhoud en vormgeving. Het jammerlijke is dat het geheel niet uitblinkt in een specifiek genre, maar dat is zoeken naar een speld in een hooiberg.
Män Som Hatar Kvinnor (2009)
Alternatieve titel: Millennium: Mannen Die Vrouwen Haten
Prima.
Al verkies ik dan wel weer Fincher's remake, die vond ik vele malen interessanter om te volgen. Na enige tijd verloor dit filmpje me namelijk volledig en had ik alleen nog maar de herinnering van de remake om het verhaal te volgen. Gelukkig duurde dat niet al te lang.
Rapace kan ik normaal niet uitstaan, maar hier had ik haar eigenlijk graag nog wat meer gezien. Ze voert haar personage met behoorlijk wat overtuiging aan. Nyqvist was wat saai en straalt weinig echte emotie uit in zijn rol die eigenlijk hoorde te dragen.
Visueel best sfeervol hier en daar, enkele mooie scenes en mooie beelden van het Scandinavische landschap. Ik moest even opwarmen in het verhaal, maar het ging een tijdje wel lekker, maar neigt weer naar het saaie toe richting het einde.
Boeiend verhaal maar wat te lang en het einde was niet interessant meer om te volgen. Voor de rest wel een onderhoudende film waarbij de 152 minuten best snel voorbij gaan.
Man Who Killed Don Quixote, The (2018)
Gilliam verzwakt.
Zat ooit tijdens de jaren '80 perfect op z'n stoeltje binnen de regiewereld, ondertussen is hij nog steeds fantasierijk en creatief maar komen zijn projecten niet meer echt op die lekkere toonzettingen terecht. The Man Who Killed Don Quixote voelt eigenlijk aan als regisseur die zichzelf eventjes kwijt is.
Wel moet ik zeggen dat het desondanks geen slechte film is geworden, maar het is wel een film waarvan ik veel meer had verwacht. Zeker gezien de tijd die het Gilliam heeft gekost om de film te maken. Denk dat hij sommige dromen maar gewoon kan opgeven, want ik zag deze film een stuk beter werken als hij het 30 jaar geleden had gemaakt.
Acteerwerk is redelijk, zeker de locatiekeuze slaat verder aan, verder zit vooral het komische aspect van de film het eindresultaat in de weg. De focus op flauwe grapjes is behoorlijk aanwezig, maar voor de film zelf is het weinig voordelig. Het zorgt namelijk nergens echt voor de luchtige toon, en aangezien de wat grotere sequenties met intentie tot humor nogal lang doorgaan is de film al snel relatief vermoeiend te noemen.
Ik kan het waarderen in termen van schaal en rollen, verder duurt het vooral enorm lang zonder dat het ergens echt een hoogtepunt bereikt. Gilliam brengt in principe niets over. Geen warmte, geen sympathie en al helemaal geen komedie. De film ziet er goed uit als je hem ziet, maar laat je vervolgens met zo'n koud gevoel achter dat je niet veel anders kan dan je een beetje bedrogen voelen.
Man Who Would Be King, The (1975)
Meh.
Filmklassieker met een titel waar vaak naar wordt verwezen. Had er al een langere tijd van gehoord maar nooit gekeken. Dat de film ook niet meer dan 500 stemmen heeft op MovieMeter verbaasd me een beetje. Dit zijn namelijk wel een beetje de films die over de status beschikken, maar klaarblijkelijk trekt het weinig mensen.
Mij trok het ook niet, maar ik kijk al voor een aardig lange tijd wat klassiekers en daar behoort ook deze film tot toe. Verhaal zelf kwam me ook bekend voor, maar de uitvoering kon me nauwelijks boeien. Acteerwerk viel me in het begin ook gelijk al tegen. Connery herhaalt zijn trekjes en past zich pas laat in de film echt aan. Dat vraagt zijn personage uiteraard ook, maar het leek eigenlijk alsof ik gewoon naar James Bond in het Wilde Westen keek. Er wordt te weinig ondernomen om zijn personage voor zijn doen onderscheidend te maken.
Caine is daar tegenover ook redelijk saai. In principe wordt hij naar mijn mening ook niet veel uitgediept, we volgen vooral door middel van situaties het pad van de twee heren. Dat weet nog wel te boeien vanwege de snelle variatie in locaties, maar eenmaal ze gesetteld zijn daalt het niveau aanzienlijk. Nog steeds oogt de productie groots en ambitieus, maar de regiekeuzes deden mijn wenkbrauwen fronzen.
Wat verder een vrolijke film is slaat richting de finale volledig om, en die switch kwam toch niet helemaal lekker te liggen. Opvallend vrolijke film ook voor zo'n uitkomst, want de soundtrack gedurende veldslagen kan gewoon echt niet. Rare toetermuziek die totaal niet in het kader past, vraag me ook oprecht af wat daar het idee precies achter was.
Verder duurt het allemaal ook best lang, maar dat wordt in principe door het redelijk grote verhaal wel gerechtvaardigd. Het jammere is dat dit nooit echt als een groot verhaal aanvoelt, eerder als een uitgerekte live-action episode van een cartoonserie die je tegenwoordig tegenkomt op Nickelodeon. Die cartoons halen uiteraard hun inspiratie uit films als deze, maar de gelijkenissen zijn bijzonder. Punten voor de locaties, variatie en de gedetailleerde opzet. Verder niks voor mij.
Man with the Golden Gun, The (1974)
Alternatieve titel: Ian Fleming's The Man with the Golden Gun
The man who also directed Goldfinger.
Dat was van de eerste drie toch echt wel de leukste. Nu, met hem terug in de regiestoel, is deze film ook gelijk wel wat leuker geworden. Heb nog wel wat andere films met Moore gezien, die ik niet zo goed meer herinner, maar diegene die ik wel herinner moet ik mee concluderen dat Moore echt de beste Bond was.
Wellicht niet zo charmant als Connery, maar ik vind Moore de leukste van allemaal. Wellicht iets kinderachtiger, maar wel iets grappiger waardoor de films wel beter uit te zitten zijn. Dat maakt Moore wel een leuke Bond moet ik zeggen.
De actie is zo best leuk. Niet altijd even memorabel, maar een aantal scenes zijn toch best wel leuk. Zoiets als die autoflip bijvoorbeeld. Beetje lompe stunts, maar toch wel geinig. Bovendien ook niet te lomp, want het blijft wel James Bond waar we naar kijken.
Vooral de Fantasy Island-achtige omgeving na enige tijd doet het goed. Met Lee en zelfs Villechaize die ten tonele verschijnen is er toch wel een feestje aanwezig. Maar uiteindelijk is de actie zelf wel braaf en mis ik bij de actiescènes ook wel een beetje creativiteit, buiten enkele aardige stunts.
De film kent ook een iets te lange speelduur die zeker in het eerste deel niet altijd even goed weet te boeien. Maar toch heeft het zijn charmes. Hamilton heeft er toch wel een aantal leuke op zijn naam staan moet ik zeggen.
Man without a Face, The (1993)
De debuutfilm van regisseur en acteur Mel Gibson ruikt naar zelfverheerlijking, aangezien hij zichzelf de meest complexe en mysterieuze rol geeft. Gelukkig is zijn acteerwerk niet verkeerd en doet Nick Stahl het als jonge tegenspeler evenzeer prima. De eerste helft is weliswaar mierzoet, maar de relatieontwikkeling tussen de hoofdpersonages is boeiend genoeg en het verhaal kent een verfrissend simplisme. De tweede helft neemt echter een serieuzere toon aan en daar sleept Gibson er van alles bij om de boel te voorzien van (meer) diepgang. Het resulteert in een gebeuren dat nodeloos wordt uitgesponnen en na enige tijd zelfs verzandt in saaiheid, maar het eerste uur is vermakelijk genoeg om dat deels te compenseren.
Man-Thing (2005)
Alternatieve titel: Man Thing
Middelmatige horrorfilm die verrassend genoeg zijn oorsprong kent vanuit de Marvel-stripboeken. Man-Thing is echter niet de film die hedendaags honderden miljoenen dollars aan budget mag opmaken. In plaats daarvan een redelijk doorsnee griezelgebeuren met sfeervolle opnames van het moeras, maar daartegenover sterk gedateerde effecten en slecht acteerwerk. Veel personages komen nogal saai voor de dag, wat niet bepaald uitnodigt om met hen mee te leven. Tijdens de finale komt het wezen vol in beeld en kan iedere kijker voor zichzelf opmaken dat regisseur Brett Leonard duidelijk nog wat te leren had op het vlak van visuele effecten.
Manborg (2011)
Bijzonder.
Eventjes aangegooid om mijn Kostanski-marathon te voltooien. Buiten zijn shorts heb ik nu alles van hem gezien, maar als ik dit zo zie verkies ik liever zijn meer moderne projecten met de nadruk op praktische effecten. Manborg was gewoon een uur lang plezier met een passie.
Want je kan het de makers niet ontnemen dat er veel plezier was tijdens het maken. Voor Manborg werd er veel uit de kast getrokken. De film voelt een beetje aan als een eerdere en goedkopere versie van Kung Fury, maar dan wat klungeliger. Beide films zijn tot in den treurigheid opgevuld met effecten die er behoorlijk goedkoop uitzien. Het heeft echter wel wat.
Maar een uur lang tegen goedkope greenscreen-effecten aankijken gemengd met een hoop poeha en drukte is net te veel van het goede. Na een half uurtje had ik het wel gezien, iets dat Kung Fury goed begreep. Na een tijdje is de lol van Manborg er wel af en dan moet je je nog even door wat knulligheid heen worstelen voordat het eindelijk eindigt.
Ik ben sowieso niet de grootste fan van trash, en deze film zit er behoorlijk vol mee. Toch ziet de algemene vormgeving er goed uit. De stopmotion-effecten zijn erg lollig en de film krijgt er een beetje een Evil Dead-vibe mee. Daarnaast blijft de humor luchtig en lijken de acteurs moeite te hebben met het inhouden van diens lach vanwege alle fun. Ik geloof best dat er een hoop liefde en passie in dit project is gestopt.
Toch is een uur van dit soort onzin te lang, na een tijdje ben je er wel klaar mee. Ik verkies liever de latere Konstanski-films, films waarbij het minder een race is om zoveel mogelijk grappen in je film te verwerken. Manborg is een film die leuk is om een keertje gezien te hebben, maar daarna niet perse nog een keer gezien hoeft te worden.
Manchester by the Sea (2016)
Een vakkundig drama.
Normaal trek ik dit soort films wat moeilijker. Het heeft echt kracht in de regie nodig om deze bij mij tot een goed einde te brengen. Gelukkig is Lonergan zo'n regisseur, die een redelijk standaard plotje toch nog goed kan afleveren in een film van 137 minuten.
Ik keek van tevoren al tegen de speelduur op van 137 minuten. Dat zijn meestal van die films die heel erg potentieel willen zijn en daarom een zwaar verhaal vertellen en daar dan vervolgens uitgebreid de tijd voor nemen. Manchester by the Sea is gelukkig niet zo'n film, die dat soort zaken niet prominent in beeld brengt.
Affleck in een erg sterke rol. Ik heb hem al eerder sterk zien acteren, maar hier overtreft hij zichzelf echt volledig. Ik moet toch echt wat meer met Afflech gaan kijken, want hij laat hier op een indrukwekkende wijze zien dat hij dit soort films goed kan spelen.
Qua regie is het allemaal ook best sterk. De uitvoering dan, want bij vlagen laat het visuele gedeelte van de film het wat afweten. Maar Lonagan weet een groot deel van de film interessant te houden. De dialogen zijn vaak scherp en de beelden boeiend.
Het verhaal is niet het meest origineel. Ik vreesde al even omdat het weer die standaard onderwerpen raakt die we al vaker zijn tegengekomen. Maar de manier waarop daarmee wordt omgegaan is gelukkig best boeiend en weet te boeien voor een groot deel van de speelduur.
Hier en daar kakt de film wat in met wat saaiere stukjes. Het is visueel ook met weinig detail gebracht en redelijk deprimerend. Dat op zichzelf best passend is bij zo'n film als deze, maar de kaalheid van de film gaat op den duur wel opvallen helaas.
Alles is wel heel erg troosteloos gebracht vond ik. Dat is wel een dingetje waar veel van dit soort films naartoe neigen. Maar gelukkig valt dat wat minder op, en bovendien is het nooit overdreven dus heel veel kan ik er niet voor aftrekken.
Film steunt soms wel op het goede acteerwerk van Affleck, zonder hem was het wellicht meer naar een 3,0* gegaan. Afflech is een grote schakel in de film. Maar de regie zelf is ook gewoon kundig in een prima, klassiek verteld verhaal. Het is wel deprimerend, maar een echte impact geeft het dan weer niet. Desondanks een goede film.
Manchurian Candidate, The (2004)
Regisseur Jonathan Demme is een ervaren vakman binnen de filmindustrie, maar kan niet verdoezelen dat The Manchurian Candidate veel te lang uitgesponnen en niet altijd even interessant is. De beste segmenten komen tevoorschijn wanneer het verhaal zich focust op droombeelden en flashbacks, maar dat zijn er niet veel. Denzel Washington doet het meer dan degelijk in de hoofdrol, maar hij zal zich erbij neer moeten leggen dat dit één van zijn mindere personages is. De bijrollen van Liev Schreiber en Meryl Streep zijn verder best aardig neergezet, maar nogal voorspelbaar en stereotiep ingevuld door het scenario. De film opent overigens sterk en bevat beklijvende momenten waarvoor extra punten, maar over de grote lijn heb ik me toch zitten vervelen tijdens het kijken. Dan is een speelduur van 129 minuten al snel aan de lange kant.
Mandela Effect, The (2019)
Matig.
Film met een goed begin en een goede slotfase, maar die in zijn geheel vooral matig en terughoudend is. The Mandela Effect is een film die op een sterk concept weet te leunen, maar dit niet voldoende uit weet te werken. Daarnaast lijkt het me ook eerder een glitch-in-the-matrix film dan een Mandela effect film.
De eerste 10 minuten van de film zijn goed. De soundtrack ondersteunt de film geweldig en het voelt bijna aan alsof je in een soort droom bent belandt. Het is jammer dat dit echter vooral de introductie betreft, want als de film overgaat in meer reguliere beelden dan daalt de interesse snel. Het gaat ook over van een dromerige introductie naar een standaard dramaverhaal.
Het punt is dat de dramakant van het verhaal niet weet te boeien en eigenlijk vooral weer richting standaardzaken zoals verlies kantelt. Het is nergens vernieuwend en de hele uitleg van het Mandela effect neemt ook ruim een uur van de speelduur in. Als kijker hoop je dat er uiteindelijk gewoon iets gaat gebeuren, maar daar zit je dan lang op te wachten.
Acteerwerk is best zwakjes. Hofheimer acteert maar matig en weet zijn personage weinig mee te geven. Palladino daar tegenover is ook niet veel beter. Taylor en Peters als bijpersonages doen het dan wel weer goed, maar komen erg beperkt in beeld. Wel fijn om Taylor nu ook iets subtieler te zien spelen want normaal ben ik gekke typetjes van hem gewend.
Veel gebeurt er uiteindelijk niet in deze film. Veel uitleg en twijfel, maar nooit echt van het interessante soort. Hierdoor valt er een goed uur van de film plat, en komt pas helemaal richting het einde weer terug. Daar worden we namelijk verrast met wat funky effectjes en leuke ideeën. Die neigen alleen weer meer naar een glitch-in-the-matrix verhaal.
Wat gekke wendingen hier en daar, maar die allemaal makkelijk te verklaren zijn en niet heel ondersteunend zijn. Deze film opent sterk maar de interesse daalt daarna gewoon. Het duurt te lang ondanks de korte speelduur en pas helemaal richting het einde weet het uit te halen. Aangezien het einde niet perse heel veel te maken heeft met het concept hadden ze net ze goed gewoon een glitch-in-the-matrix verhaal kunnen maken. Een gemiste kans van een leuk project.
Je kan beter even de trailer kijken want daar wordt veel van het leuke gedeelte al weggegeven. Bespaart je eigenlijk gelijk 80 minuten.
Mandela: Long Walk to Freedom (2013)
Regisseur Justin Chadwick neemt nogal wat hooi op de vork door het leven te willen verfilmen van de bewonderenswaardige Nelson Mandela, in deze film vertolkt door Idris Elba. Het is echter een behoorlijk complex en uitgebreid geheel om in filmformaat te dirigeren en dat is dan ook het voornaamste struikelblok in dit geval. De tijdsprongen zijn onbeschrijfelijk groot, het verhaal wordt met te veel snelheid doorgelezen en de verouderingskuur van met name Elba oogt bijna komisch. Chadwick pikt de hele tijd wat kleine hoogtepuntjes uit het leven van Mandela om te belichten, maar het resulteert in een nogal onrustig verteld verhaal waarin de chemie tussen de personages allesbehalve overtuigend is en de politieke urgentie niet voelbaar is. Een film met zo'n moeilijke inhoud kan simpelweg niet afgeraffeld worden, maar enkele gewelddadigheden tussendoor komen opvallend sterk uit de hoek. De druk van het racisme evenals de dreiging van geweld loeren constant om de hoek, bovendien vind ik de monologen van Mandela altijd indrukwekkend om te horen. Het zijn echter te minuscule hoogtepuntjes voor een film van dit kaliber.
Mandrake (2010)
Hm.
Reed was de regisseur die mijn eerste 0,5* film regisseerde, Manticore. Die film was dan ook echt bizar slordig. Met Mandrake zit er wel vooruitgang in de regie van Reed, maar ook Mandrake is lang niet perfect. Maar de kijker zal wel rekening moeten houden met aan wat voor soort film hij/zij begint.
Een opvallend puntje is dat het acteerwerk eigenlijk nog heel redelijk is. Vooral Martini doet het erg leuk. Andere rollen doen ook niet erg ten onder aan Martini, de dialogen worden overtuigend gesproken en de houdingen lijken nooit terughoudend te zijn. Gewoon oké.
Een ander positief puntje is dat het tempo ook hoog ligt. Na een tijdje gaan dit soort films me altijd een beetje vervelen, maar Mandrake wist mijn aandacht lang genoeg vast te houden om niet op de klok te kijken. De toevoeging van wat avontuur zal daar ongetwijfeld een rol in hebben gespeeld.
Maar de film is voor de rest niet al te best. Net als bij Manticore neemt Reed zijn film veel en veel te serieus. Ik weet niet of de filmmakers dit soort films in opdracht zo serieus neerzetten, maar dit kan je totaal niet serieus nemen. Spanning is niet aan de orde, en qua verhaal kent de film een hoop gaten.
Visueel ook behoorlijk slordig, buiten de CGI van dat beest en de takjes om. Het camerawerk is erg slecht, het bos wordt erg amateuristisch in beeld gebracht. Je voelt je als kijker nooit betrokken in de film omdat alles zo afstandelijk in beeld wordt gebracht, en de kleur van de CGI vloekt zo erg met de achtergrond dat het pijn aan je ogen doet. Ook een aantal zeer opvallende greenscreen-stukjes.
Dat beest zelf vond ik eigenlijk nog wel oké. Qua animatie natuurlijk erg slecht, maar qua vormgeving nog stiekem wel geslaagd. Vooral omdat het nu geen krokodil of haai is, maar gewoon iets geks. Dat mag ik wel. Jammer dat er dus geen budget was om het monster daadwerkelijk geloofwaardig neer te zetten. Van het monster moet de film het ook hebben, want die stam leek nergens op. Kleding van de Intertoys is nog geloofwaardiger.
Het is eigenlijk gewoon op niveau van zijn soortgenoten. SyFy-achtig gebeuren. Visueel erg slordig, qua acteerwerk dan weer beter. Cijfer komt dus eigenlijk op hetzelfde uit als een hoop van zijn soortgenoten.
Mandy (2018)
Ha.
Dat dit een film is die maar een beperkt publiek aanspreekt is natuurlijk al te raden, daarom moet je dit ook niet bekijken als je trippy dingen maar niks vind. Ikzelf kan er wel van genieten, al heb ik hier betere films van gezien.
Maar goed, het is ook nogal een aparte film deze Mandy. Het duurt lang voordat je de film actie/horror kan worden genoemd. Ik vond wel dat het wel wat sneller mocht gaan, want dit had ook weer geen 120 minuten hoeven duren, de eerste 60 minuten leeft zijn vrouw zelfs nog.
Het eerste deel ziet er wederom prachtig uit, veel kleurengebruik en mooie beelden, dit kon ik zeer waarderen. Al is de film behoorlijk traag en kan er haast geen genre aan geplakt worden. In het tweede deel is het trippy gedeelte wat verminderd en gaat de film over in harde horror.
Cage is grappig, de kills zijn lekker bruut en de film verveelt eigenlijk gewoon nergens. Ik had wel meer vaart leuk gevonden, want 60 minuten on-drugs was wel wat lang, maar het verveelde niet. Dit is een aparte maar best leuke film op zijn eigen manier.
Maneater (2022)
Stiekem wel leuk.
Maneater is de volgende haaienfilm die 2022 op ons afstuurt. Toen de film Shark Bait uitkwam dit jaar had ik plots even vertrouwen in de haaienfilms van 2022. Vervolgens nam dat vertrouwen weer af, maar Maneater mag zich weer bij een betere variant van dit jaar voegen. Briljant niet, wel vermakelijk.
Qua acteerwerk best aardig en al binnen een kwartier zien we drie haaienaanvallen die allemaal goed in beeld komen. Ze zijn niet opvallend bloederig, wel best grappig en soms gemeen qua toonzetting. Daarna blijft het voor een halfuur even rustig en settelt regisseur Lee zich binnen zijn gekozen locatie. Ik kan deze regiekeuze best ondersteunen, omdat een paradijs als deze absoluut niet verwaarloosd mag worden door de regisseur.
Maneater is duidelijk het slachtoffer van budgettaire beperkingen, maar eenmaal de registers opengaan loopt het wel erg snel en mogen de lijken lekker snel vallen. Er valt binnen de film genoeg te beleven en met een tropische achtergrond is het niet moeilijk om lekker naar achteren te leunen en te genieten van het bloedvergieten. Anderzijds is het weinig creatief of kwalitatief.
De aanvallen zijn niet perfect geregisseerd en de personages niet interessant genoeg om ons echt vast te houden in diens omgeving. De finale, waarin een personage dat heel los gekoppeld zit aan de film zelf de boel eventjes komt redden, is ook een beetje belachelijk te noemen. Haai zelf wordt ook niet best geanimeerd, maar al bij al zit dit het vermaak niet te veel in de weg. Ook een erg gave poster trouwens. Ik heb me eerlijk gezegd best vermaakt.
Mangeur d'Âmes, Le (2024)
Alternatieve titel: The Soul Eater
Een tegenvallende film voor regisseursduo Alexandre Bustillo en Julien Maury, die in het verleden herhaaldelijk de juiste toon wisten aan te slaan en deze kans met The Soul Eater niet nog een keer kunnen benutten. Gelukkig blijft het duo in de basis nog altijd vakkundig, waardoor de praktische effecten verzorgd ogen en het acteerwerk goed wordt begeleid. Paul Hamy steekt er positief tussenuit als mysterieuze protagonist met een verleden en de overige rollen doen het evenzeer aardig. De opbouw van spanning is echter bijzonder ineffectief voor het doen van Bustillo en Maury, die zich zeker naar de slotfase toe verslikken in de inhoud. Een aantal belachelijke plotwendingen en verklaringen doen het geheel namelijk geen goed en de speelduur is te uitgesponnen voor de redelijk beperkte informatie die wordt voorgeschoteld. The Soul Eater brengt nog altijd kwaliteit, maar is niettemin teleurstellend.
Mangler, The (1995)
Regisseur Tobe Hooper leek zelf in te zien dat het gegeven van The Mangler bestaat uit gebakken lucht en focuste zich daardoor extra op camp. Een aantal bijzonder expliciete gruwelijkheden maken daarbij meteen indruk en de vormgeving van de persmachine is geslaagd, maar daar houdt het meeste binnen deze film wel mee op. Het acteerwerk is bedroevend, het middenstuk vooral onbenullig en de uiteindelijke finale wordt gedeeltelijk onderuit gehaald door de matige computereffecten. Je moet natuurlijk wat als je wordt aangewezen om de grootste onzin ooit op het witte doek te dirigeren, maar dat het vervolgens relatief saai voor de dag komt is een haast onmogelijke prestatie.
Manhunter (1986)
Alternatieve titel: Red Dragon
Mann goes Hannibal.
De voorganger van de Hopkins-films dus. Toen ik die zag wist ik niet eens over het bestaan van Manhunter, terwijl Michael Mann niet bepaald de meest onbekende regisseur is. Wat mij betreft iemand die een jaar of 30 te laat geboren is, want je ziet de enorme hoeveelheid pogingen om van Manhunter een moderne film te maken. Hier voelt de moderne benadering alleen ietwat misplaatst aan, met als ideaal voorbeeld de dreunende technomuziek tijdens spannend bedoelde scenes.
Het verhaal loopt aardig en het politieonderzoek vond ik best degelijk. Altijd leuk om te zien hoe ze een ongrijpbaar, excentriek figuur proberen te pakken. Nu is het jammer dat Mann niet veel heeft aangevangen met Hannibal Lecktor zelf. Brian Cox komt absoluut niet in de buurt van Anthony Hopkins, maar maakt er niettemin een uniek figuur van. Uiteindelijk zie je zijn verschijning maar een keer of 3 in deze film en wordt in de tweede helft een geheel andere crimineel naar voren geschoven.
Petersen is een bijzonder gezichtloze detective. De hele film lang kent hij maar een enkele uitdrukking en de scenes waar hij tegen zichzelf praat zijn volkomen idioot. Noonan is als mysterieuze killer wel intrigerend, maar eenmaal Mann hem een gezicht begint te geven is daar niet veel meer van over. Zo is de introductie van zijn personage erg bijzonder, maar zodra Allen in beeld komt verzandt de film in middelmatige en halfbakken romance.
Tussendoor kent Manhunter enkele bijzonder sfeervolle scenes. De opening is een goed voorbeeld, maar de film heeft wel meerdere opvallende stukken (Eerste onderzoek in het huis en de rolstoel). Strak camerawerk daarnaast, alles wordt wel overzichtelijk in beeld gebracht. Nog iets meer spelen met spanning en minder met muziek en dan was Manhunter een serieus sfeervolle zit geweest. Voor nu kent het een bonk aan potentie, maar niet veel daarvan wordt benut. Ik heb me dus aardig vermaakt met de film, maar echt kwalitatief sterk vond ik het niet. De finale maakt nog wat goed, maar Mann heeft absoluut betere en passendere films geregisseerd dan Manhunter.
Maniac (2012)
Mwa.
Interessante regiekeuzes, maar in het algemeen blijft het allemaal echt iets te zwak en terughoudend. Ongeveer op alle gebieden. Terwijl deze film juist had kunnen opvallen door de omstandigheden en plot. Maar de regie laat het vaak een beetje afweten.
Wood speelt een interessant personage. Ik vind hem tegenwoordig ook echt een beetje een engerd. Nou, dan is dit toch wel de ideale rol voor hem. En hij kan ook goed een creep spelen. Al zien we eigenlijk behoorlijk weinig van Wood, wel door Wood.
Interessante keuze om zeker 90% van de film in POV te laten afspelen. Het maakt de boel in ieder geval wel iets leuker. Maar het voelt uiteindelijk niet echt aan als POV. Wood moet wel heel rechtop lopen om deze beelden te geloven als POV.
Dat is ook jammer, want dat gaat ten koste van de ervaring. De POV heeft uiteindelijk de charme verloren, vooral omdat het vaak niet helemaal als POV aanvoelt. Voor de rest wel een aardig visueel stijltje, maar ook dat gaat op den duur wat vervelen.
Richting het einde was het ook gewoon wat saaier. De kills zijn het enige wat de film een beetje overeind houdt op het pad naar de slotfase. Al missen een hoop kills wel wat pit. Soms wel grof, maar in het algemeen bij lange na niet zo gruwelijk als een hoop mensen beweren dat de kills zijn.
Het gaat op den duur vervelen, alhoewel de film zich weer even redelijk herpakt in de slotfase, waar het allemaal iets intenser is. Dat mist de film op voorgaande stukken wel een beetje. De film is iets te traag in het algemeen, en als de POV niet echt werkt dan heb je helaas wat punten laten vallen.
Maar een goede slotfase, en geweldige laatste scenes. Zeker als Wood door zijn waanbeelden aan stukken gereten wordt. Daar is ook eigenlijk de gore die de rest van de film een beetje mist. Voor de rest een prima film, maar het had veel beter kunnen zijn.
Maniac Cop (1988)
Ik vond het lawaaierige onzin. Maniac Cop is duidelijk een film die door de jaren heen een best redelijke status heeft op weten te bouwen, maar op de dag van vandaag is het amper meer aan te zien. Belabberd acteerwerk van Atkins, zelfs Campbell kan in zijn saaie bijrol geen leven in de brouwerij toevoegen. Het concept is best aardig, maar Maniac Cop toont dat je er niet alleen met een aardig gegeven al bent. De actiescenes zijn ruk en de effecten achterhaald, vooral de villain ziet er belachelijk uit. Alles bij elkaar maakt van Maniac Cop een totaal onvertuigend stuk cheese, eentje die wat mij betreft makkelijk in de vergetelheid had kunnen blijven van de jaren '80. We waren dan echt niks tekort gekomen mocht dat zo zijn geweest.
Maniac Tales (2016)
Alternatieve titel: Maniac Tales: Relatos Inquietantes
Jee.
Op Netflix spookt vanalles rond in het aanbod en een fanatieke filmkijker kan dus op allerlei soorten films stuiten als hij of zij even rondkijkt. Maniac Tales was daarbinnen dan ook een toevallige vondst, waarbij ik er pas tijdens het kijken achterkwam dat het een daadwerkelijke anthologiefilm betrof. Het betreft een Spaans stukje film die graag een breder publiek wil aanspreken en daarom maar de Engelse taal heeft ingevoerd i.p.v. Spaans.
Skull of Desire (1,0*). Het eerste segment is haast een parodie, want het valt als kijker moeilijk serieus te nemen als volbloed horrorfilm. Regisseuse Denise Castro heeft in ieder geval absoluut geen tijd aan het script besteedt, want de twee gasten die hier op komen dagen kunnen niet veel anders dan met hun gedachtes in pornoland rondbanjeren. Het was werkelijk ongelooflijk hoeveel onzin eruit kwam per dialoog, maar ook het vreemde geëxperimenteer met editing en muziek maakte een amateuristische indruk. Het gemak van het onderliggende concept had nog wel iets, maar op algemeen vlak kende dit stukje wel erg weinig potentie.
Cimbelin (1,5*). Dit segment kijkt weg als een soort bewegend schilderij. Zeer aparte en kunstzinnige animatiebenadering die ik persoonlijk na bijna 5000 films nog nooit eerder heb gezien, maar het hapert en schuurt aan alle kanten. Regisseur Kike Mesa ervaart al heel snel moeite om een figuur van punt A naar B te krijgen en dan kijkt Cimbelin al snel weg als een soort bad trip. De voice-acting is werkelijk schaamteloos matig, maar enkele animatiesequenties die afwijken van de hoofdstilering zien er geweldig uit. De structuur van het verhaal is overigens ver te zoeken.
The Perfect Moment (1,0*). Idioterie ontmoet idioterie in dit segment van regisseur Enrique García, die wanhopig naar een bepaalde vorm van originaliteit opzoek lijkt te willen gaan. Het levert werkelijk een spervuur op aan vreselijk oninteressante personages en halfbakken horrorwendingen. Enkele gore momenten maken indruk, maar de trage opkomst wekt uitsluitend irritatie op. Verder regelmatig met verbazing zitten kijken naar het "bijzondere" acteerwerk.
The Visit (1,5*). Iets beter gedecoreerd op visueel vlak, maar het concept is zo uitgekauwd dat de verrassing die regisseur Abdelatif Hwidar eraan hoopt te geven compleet ineffectief is. Het kijkt weg als een soort samenvatting van een langere film, waarbij de finale een complete dooddoener vormt dankzij de matige CGI. Het is wel zowat het eerste segment dat met computereffecten wilde experimenteren en dat valt meteen op, maar verder is het eerder een halfbakken horrorfilm dan vernieuwende genreklassieker.
Main Tale (1,5*). Het einde is leuk en de opbouw kent wat appeal omdat het zo hak-op-de-tak is. Het kent echter een groot gebrek aan structuur en introduceert allerlei irrelevante personages die alleen maar ingeschreven lijken te zijn om het verhaal wat op te rekken. Regisseur Rodrigo Sancho heeft geen kaas gegeten van spanningsopbouw en dendert redelijk levenloos door het verhaal in, maar enkele leden hierin kunnen gelukkig daadwerkelijk acteren. Ik vond het verhaal al bij al erg idioot en gehaast, laat staan handig als verbindingsverhaal.
Het gemiddelde komt neer op een 1,30*. Afgerond zal dat neer moeten komen op een 1,5*, maar het is met tegenzin. Waarbij een anthologiefilm normaal gesproken een afwisseling vormt tussen leuke en minder leuke segmenten kent deze film haast uitsluitend pure matigheid.
Mank (2020)
Je kunt de meest betrouwbare en professionele regisseur inzetten om van een bepaald iemand een bijzonder figuur te maken, maar sommige mensen zijn nu eenmaal niet erg interessant. Dit is het euvel waarover regisseur David Fincher blijkt te vallen, ondanks de zeer sterke acteerprestatie van Gary Oldman. Scenarist Jack Fincher pakt uit met uiterst sterke dialogen die de benodigde sérieux uitstekend verbinden met komische noten, maar uiteindelijk is Mank ontdaan van intrigerende gebeurtenissen. De bijpersonages zijn bovendien van weinig meerwaarde en specifiek Tom Burke is een complete miscast als Orson Welles. Fincher lijkt te mikken op een soort persoonlijke groei van Herman J. Mankiewicz over een periode van enkele dagen, maar verdiept zich amper in de achtergrond van dit personage. Juichen voor iemand die permanent dronken is en sarcastisch handelt zit er voor mij persoonlijk niet in, waardoor ik mijn voldoende enkel toeken aan de professionele regiebenadering van Fincher. Op visueel vlak oogt de film verder uiteraard kundig, maar te weinig experimenteel om de klassiek opgezette stilering te laten excelleren.
Mannenharten (2013)
Alternatieve titel: Men in the City
Regisseur Mark de Cloe brengt allerlei zijsporen op niet al te overtuigende wijze bij elkaar in deze herbewerking van de Duitse romcom. Niettemin wordt er over de brede lijn best aardig geacteerd door de heren, al worden ze vrijwel allemaal in een personage gestopt met vervelende trekjes. Fabian Jansen vormt bijvoorbeeld dermate geforceerd de komische inslag dat het opdringerig aanvoelt en eigenlijk niets toevoegt aan de inhoud. Verder kabbelt het verhaal wat voort tussen allerlei heren en dames, maar de clichés stapelen zich daarbij in rap tempo op en de film brengt geen vernieuwende inslagen. Ook met het materiaal dat er dan wel staat wordt er weinig gevoel bij de kijker opgewekt, waardoor het eindresultaat niet al te memorabel is.
Manoir, Le (2017)
Alternatieve titel: The Mansion
Best vreselijk.
Voor een horrorkomedie kan ik maar weinig horror bekennen in deze behoorlijk drukke komediefilm waarin een stelletje tieners wat lawaai schoppen in een landhuis. Soms komen er wat dreigingen van buitenaf bij kijken, maar verder focust deze film zich vooral op het dwaze gedrag die deze groep jongelingen vertonen.
Wat al vroeg opvalt aan de film is dat er heel, heel veel hysterie te bekennen is door de film heen. Ieder personage probeert zoveel mogelijk een eigen smoel te creëren, door diens smoel te gebruiken. Heel veel geschreeuw en drukte door de film heen, maar het komt allemaal maar vermoeiend over. De komedie is echt om te huilen. Ik heb geen enkele keer kunnen lachen.
Het drukke gedrag weet effectief elke scene die maar een beetje sfeervol of eng had kunnen zijn volledig om zeep te helpen. Ik vind dat er nogal aparte keuzes worden gemaakt vanuit de regie, want de potentie was er wel. Genoeg detail en aardige kleurtjes, alleen allemaal zo overdondert door de grote hoeveelheid hysterie die zich in elke scene bevindt.
De finale gaat wat meer richting de horror maar niettemin weigert de film wat van de hysterie los te laten, waardoor het me allemaal niet erg veel meer kon schelen. Deze onzin moest vervolgens ook nog eens uitgerekt worden naar een speelduur van 100 minuten waarvan bijna elke minuut vervelend of vermoeiend is. Dan wordt de film al snel een nare zitting.
Het heeft echter nog wel potentie, vooral omdat de film er op het visuele vlak nog best aardig uitziet. Er zitten ook wel degelijk goede ideeën tussen, maar alle kansen om goede horror op te wekken worden overrompelt door de hysterie en drukte van de film. Het is eigenlijk gewoon een volwassenenfilm op een zeer kinderachtige manier uitgevoerd, en die combinatie gaat maar moeilijk samen helaas.
Manor, The (2021)
Horrorthriller met een interessante opzet, om vervolgens in een compleet belachelijke verklaring te verzanden. Het fijne is dat de acteurs bekwaam genoeg zijn om te weten wat ze met hun personages aan moeten vangen, zeker Barbara Hershey weet zich goed staande te houden in de hoofdrol. Veel krijgen de castleden niet om mee te werken, maar niettemin wordt er het maximale gedaan met het minimale. Regisseuse Axelle Carolyn slaagt er spijtig genoeg niet in om de horror uit de bedreiging te persen, voornamelijk omdat de spanningsopbouw niet subtiel genoeg is om te beklijven. Op cinematografisch vlak ziet het er allemaal degelijk uit, waardoor het extra jammerlijk is dat de film nooit doet wat het eigenlijk wel moet doen en dat is de kijker angst aanjagen. Dat was echter nog enigszins te vergeven, was het niet dat de uiteindelijke ontknoping te stompzinnig voor woorden is en de rest van het geheel omverblaast. Het gaat simpelweg nergens meer over, fijn dus dat de boel enkel 81 minuten duurt.
Manos: The Hands of Fate (1966)
Vanuit een kwalitatief perspectief gezien is Manos: The Hands of Fate natuurlijk een gigantische drol, maar absoluut een deelnemer aan het so-bad-it's-funny gebied. Het voornaamste vermaak dat je hieruit kan halen is tot op zekere hoogte simpelweg leedvermaak. Gecombineerd met een lekker korte speelduur is het allemaal dus best te doen. Het zou overigens mogelijk kunnen zijn dat de acteurs/actrices niet eens heel slecht acteren, aangezien het regisseur Harold P. Warren zelf is die er voornamelijk een absolute puinhoop van maakt. De montage, cinematografie en het camerawerk zijn beneden alle peil en verdienen zeker geen complimenten, maar ik neem aan dat elke filmliefhebber dat meteen kan zien. Hilarisch is hoe de personages met elkaar omgaan, dat regelmatig te belachelijk voor woorden is (en dus grappig). De gehele productie voelt totaal incompetent aan en dat is uiteindelijk wel het appeal van de film, maar veel vaste liefhebbers zal het er niet mee verkrijgen.
Manticore (2005)
Vreselijk.
De eerste film die bij Shadowed in de 0,5 sectie staat. Het kon echt niet anders, er zit geen enkel lichtpuntje in deze film.
Sommige spreken over degelijk acteerwerk, dat is er niet. Vooral de journaliste is irritant, misschien speelt het 10 jarige jongetje met enige overtuiging. De "Manticore" ziet er uit als een 3 meter lange huiskat. Hij was meer schattig dan angstaanjagend.
De actie is vervelend, de camera blijft heen er weer gaan. Zeer simpel, geen over the top scenes en ook geen moment waarvan je gaat denken dat de film zichzelf niet serieus meer neemt. Dat sommige mensen dit echt nog op de markt durven te zetten is bespottelijk.
Overslaan.
Many Saints of Newark, The (2021)
Gepolijste voorganger op de bekende televisieserie, met eenzelfde sfeerimpressie. Alhoewel de stilering iets moderner wordt opgezet door regisseur Alan Taylor, lijkt de inhoud redelijk dicht bij de kern te blijven. Helaas is die desbetreffende inhoud maar zeer beperkt interessant, met te weinig gebeurtenissen en te veel opbouw om The Many Saints of Newark doorlopend boeiend te krijgen. De personages zijn namelijk niet intrigerend genoeg (Alessandro Nivola) of krijgen te weinig mee (Leslie Odom Jr. evenzeer als Michael Gandolfini) om de rechtvaardiging van een 120 minuten speelduur strak te trekken. De scenarioschrijvers doen hun best om iedereen een zekere mate van diepgang mee te geven en de inkleuring van de achtergrond is bovengemiddeld fraai, maar toch levert het een gematigd interessante filmervaring op.
Map That Leads to You, The (2025)
Regisseur Lasse Hallström is op zijn oudere leeftijd de kunst van het filmisch dirigeren niet verleerd, maar zijn nieuwste project vanuit Amazon Prime is toch wat mislukt. The Map That Leads to You is namelijk erg gemaakt in het tonen van emoties en de chemie tussen K.J. Apa en Madelyn Cline komt dan ook nooit van de grond. Apart van elkaar acteren deze twee namen op professionele wijze diens clichématige personages naar voren, maar echt samenkomen doen ze niet. Hallström brengt een aantal Spaanse achtergronden verder warm in beeld en het begin loopt vlot, maar eenmaal de romance naar buiten komt valt de film een beetje dood. Het is bovendien best jammer dat de uiteindelijke Europese reis zich enkel beperkt tot één enkel land.
Maps to the Stars (2014)
Ok.
Cronenberg die een andere richting opgaat in zijn carrière als horrorregisseur. Dit keer slaat hij dus meer de satire op, die soms wel neigingen heeft naar horror maar in het algemeen in de drama en komedie blijft hangen met een dikke laag satire.
Het lijkt wel alsof het meeste budget in de cast zelf is gegaan, want visueel gaat er weleens wat mis. Het vuur op het einde was het dieptepunt. Cronenberg probeert er soms wat sfeer in te pompen maar de sfeer komt er eigenlijk nooit echt optimaal uit.
Acteurs en actrices die de film in het eerste deel echt redden van de ondergang zijn Wasikowska en de jonge Bird. Geweldige prestaties van beide. Voor de rest zijn acteurs zoals Cusack en Pattinson best onzichtbaar en voegen niet veel toe. Dan heb je nog Moore, die zichzelf eigenlijk vooral voor paal zet. Had best een paar tandjes terug mogen doen.
Cameragebruik is soms aardig knap, had wel wat opvallender gemogen maar in het algemeen heb ik er weinig tegen. Sets zijn ook knap, de echte sets dan. Huizen zijn mooi en de Amerikaanse Hollywood sfeer is er overduidelijk aanwezig. Dit soort dingen helpen de film omhoog.
Samen met een aantal sterke scenes die voelbaar zijn tilt het de film nog omhoog naar een voldoende. Vond het wel jammer dat de effecten tegenvallen en de "dromerige" scenes door de mand vallen. Cronenberg gooit er alleen een dik aangezette soundtrack overheen maar het lijkt nooit alsof ze echt hallucinaties hebben of dromen. De sfeer komt nooit uit de verf daar.
Wat de satire betreft, soms is dat wel gelukt, toegegeven. Maar de cast overdrijf net iets te veel waardoor het er allemaal net iets te dik overheen hangt. Maar een onvoldoende kan ik het eigenlijk ook niet geven.
