Meningen
Hier kun je zien welke berichten Collins als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Pack, The (2015)
Thriller over gezin dat wordt belaagd door een horde wilde honden. Geen horror.
De spanning wordt goed opgebouwd en dat zit 'm voornamelijk in de sfeer. Mooie lange shots van natuur en landschap, gecombineerd met benauwend aanvoelende beelden van de bewoners binnenshuis zetten een prima omlijsting neer voor het verhaal. De camera doet goed werk. Een beetje inside informatie over de precaire financiële staat van het gezin wekt de nodige sympathie op en maakt het sfeertje compleet. Laat de honden maar komen!
Zodra de honden die de eigenlijke angstfactor zouden moeten zijn, in beeld verschijnen is het meteen over. Het sfeertje wordt niet verder uitgebouwd. De honden zijn gewoon niet eng en mysterieus genoeg om de opgebouwde spanning lang in stand te houden. Het verhaal zakt al snel in en de tocht naar de voorspelbare slotscenes is dan nog lang.
Het acteerwerk is goed.
Package, The (2018)
Een bizar scenario, veel hectiek en banale humor. Een kampeertochtje loopt erg uit de hand als één van de kampeerders een onzinnig ongeluk overkomt. Het incident is aanleiding voor veel laag-bij-de-grondse humor en een film vol geren en gedraaf. En dat is best grappig.
The Package is absoluut niet hoogstaand. De film investeert niet in zijn personages en investeert zeker niet in een diepzinnig verhaal. Het draait in de film puur en alleen om de ongelukkige gebeurtenis en de bizarre uitwassen, die daar het gevolg van zijn. De personages zijn niet meer dan een ondergeschikt onderdeel daarvan. Een middel om grappen aanschouwelijk te maken. Het is hun taak om dwaas gedrag te vertonen en paniekerig te reageren. Ze zijn stereotiep en losjes geschetst en verder doen ze er niet toe.
Een echt verhaal heeft de film niet. Het is met z‘n allen rennen van A naar B terwijl onderweg allerlei absurde dingen gebeuren. De film is bizar, onzinnig, flauw en banaal. Ik heb me goed vermaakt.
Pact, The (2012)
Een bekend element in het horrorgenre is een oud en afgelegen huis waarin argeloze bewoners geconfronteerd worden met bovennatuurlijke gebeurtenissen. Zo’n huis bezit vaak een donkere vochtige kelder met een eindeloos lange trap of een schemerige zolder met verborgen hoekjes. Het zijn van die herkenbare factoren die de smeulende onrust in zo’n huis aanwakkeren. Het zijn clichés. Maar toch. Een cliché is niet per sé een verarming. Ik hou eigenlijk wel van clichés. Elke film is weer anders en in elke film worden de clichés weer anders toegepast. Dat houdt clichés ‘fris’.
In deze film stikt het van de clichés. Voorspelbare jumpscares. Een huis met een verleden. Een sudderend familiedrama. Een spook. Elk cliché is aanwezig. Heerlijk.
De film begint kalm. Rustig ontwikkelen zich de situaties die het verhaal kleur geven. Schijnbaar gebeurt er niet veel. De camera is heel indringend aanwezig en speelt een suggestieve rol. Registreert kleine dingetjes. Een schaduwtje. Een schrikje. Een gespannen gelaatsuitdrukking. Met name dat laatste doet de camera heel gretig. Het is een camera die een voorliefde heeft voor het benadrukken van ongewone en duistere elementen in het huis. Een duisternis waaruit het gevaar elk moment kan opspringen. Soms suggestief. Soms niet.
Een heftig bombardement van dergelijke details maken de film tot een indringende belevenis. Vooral als de film ook blijkt te gaan over een familiedrama dat onderhuids eigenlijk het belangrijkste element van de film is.
Dicht op de huid gezeten, maken we kennis met een angstig en nerveus hoofdpersonage dat met haar geladen aanwezigheid voor een stoot onrust zorgt. Het drama en de zichtbare en onzichtbare horror die haar aanwezigheid genereert zijn heerlijk intens en brengen de sluimerende spanning in de film in een hogere versnelling.
Met goed gelukte schrikmomenten, een goed verhaal, een sinistere sfeer en een alleraardigst hoofdpersonage levert de film prettig vermaak af. En als een film prettig vermaak levert, zie ik onwaarschijnlijkheden, nietszeggende bijpersonages en de vele clichés graag door de vingers.
Paddleton (2019)
Een film die zich met het thema stervensbegeleiding bezig houdt. Een film die zonder veel theater een verhaal presenteert dat bijzonder eerlijk aanvoelt en pijnlijke, grappige en trieste momenten indringend laat binnenkomen.
Centraal in de film staat de vriendschap tussen de buurmannen Michael en Andy. Beide zijn eenlingen en hebben daar gezamenlijk vrede mee. Ze staan buiten de samenleving die prestatie- en sociale druk oplegt aan haar leden. Hun doen en laten maakt een welhaast surrealistische indruk. Het leven van de twee buurmannen glijdt volkomen langs de hectiek van de normale maatschappij heen en is een aaneenschakeling van routinematige handelingen en eigenzinnige vormen van tijdverdrijf.
Hoewel het naderende sterven van Michael een schaduw over hun leven werpt, merkt de kijker daar alleen onderhuids iets van. Beide mannen besteden in hun dialogen maar weinig aandacht aan dit vervelende fenomeen. De film gaat volkomen voorbij aan dramatische ensceneringen en opgeklopte gemoedsuitingen. In plaats daarvan volgt de film heel stug en heel droog de dagelijkse routineuze belevenissen van Michael en Andy.
Juist door het niet benadrukken van de naderende dood van Michael is de emotionele impact groot. De weg naar de dood is een deel van de routine. De dood wordt net als het dagelijks zelfbedachte spelletje Paddleton dat Michael en Andy elke dag spelen, onderdeel van de vaste dagindeling en behoeft slechts hier en daar en terloops wat aandacht.
De film ziet af van dramatische en romantische stijlmiddelen. De film vertelt een sober en monotoon verhaal. De soberheid vind je ook terug in het zeer karige gebruik van een muzikale achtergrond. Soberheid werkt effectief. Het afzien van prikkelende stijlmiddelen werkt de authenticiteit van het verhaal in de hand. Zo’n verhaal heeft geen kunstmatige activatie van de traanbuis of de lachspier nodig. Een ijzersterk script en het fijnzinnige acteerwerk van Mark Duplass en Ray Romano zijn daarvoor voldoende.
Paddleton heeft een fijne balans van licht en zwaar verteerbaar zonder dat scènes in de overdrijving schieten. Feitelijk gebeurt er in de film niet veel. De kijker wordt niet overprikkeld met beelden en geluiden. De dagelijkse sleur wordt heerlijk tragikomisch verbeeld en heeft een vertroostende werking. En dat kijkt erg prettig.
Pale Man, The (2017)
Geen bijster opwindende film.
Vrouw strandt in een dorp en raakt verzeild in dorpse zaken. Een nogal clichématig uitgewerkt misdaad dramaatje ontspint zich. Niet spannend. Het is dat er af en toe een vleugje spirituele mysterie in het verhaal opduikt, dat steeds nèt intrigerend genoeg is om te blijven kijken.
Gelukkig ligt er voor de doorzetter hier en daar nog een ander oppeppertje in het verschiet. Een aantal personages spoort namelijk totaal niet met het slappe karakter van de film. En dat is een goed ding. Er zijn personages die door hun bijzondere vormgeving een leuke en frisse tegenhanger vormen voor de slaperigheid die in alle andere facetten van deze film is te vinden. Best ok.
De vrouwelijke hoofdrol hoort daar gelukkig bij. Geen bijzonder verdiepende hoofdrol, maar wel een frisse en aantrekkelijke verschijning die niet geheel talentloos haar ding doet. Haar naam is Taylor Bostwick. Nooit van gehoord, maar van mij mag ze vaker in een film verschijnen.
En zo zijn een vleugje mystiek, een aantal zonderlinge personages en de aantrekkelijke hoofdrol de hoogtepuntjes in deze kneuterige en vlakke film die verre van opzienbarend is.
Pale Rider (1985)
In de jaren 80 was de publieke interesse in westerns niet hoog. De neergang was al in de jaren 70 ingezet. De kijker was steeds minder geïnteresseerd om zich in de gewelddadige, anarchistische en eigengereide setting van het wilde westen te begeven. In de jaren 80 deden films als The Long Riders (1980) en Windwalker (1980) het weliswaar nog redelijk in de bioscoop, maar ze draaiden kort en werden snel vergeten.
Ondanks alle slechte voortekens begaf Clint Eastwood zich in 1985 wel in die impopulaire setting. Hij deed dat gewoon op zijn eigen ouderwetse eigenzinnige manier. Als eenzame en zwijgzame wreker speelt hij de hoofdrol in deze rustige, mooie, ecokritische en heerlijk conventionele western. Fijne hoofdrol. Helaas miste ik de cigarillo. Dat gemis zal wellicht veroorzaakt zijn door de kritische tand des tijds. Erg jammer. De cigarillo hoort gewoon bij het karakter van de man zonder naam, die in deze film simpelweg als Preacher wordt aangeduid.
Het verhaal is weinig opzienbarend en doet sterk denken aan de verhaallijn in een film als Shane (1953). In Pale Rider wordt een dorpje met goudzoekers door een machtige industrieel en grootgrondbezitter bedreigd. Een zwijgzame wreker schiet te hulp. De film heeft een heerlijke mysterieuze sfeer, die beklemtoond wordt door beelden van uitgestrekte nevelige bossen, in wolken gehulde bergen, een besneeuwd stadje en natuurlijk door de Preacher die uit het niets opduikt en waarvan de herkomst en identiteit schimmig blijft.
Net als in High Plains Drifter (1973) bezit de film een bovennatuurlijk laagje. De filmtitel refereert aan één der vier ruiters van de Apocalyps, die in het Bijbelboek Openbaring de naderende dag des oordeels aankondigen. In Pale Rider brengt de Preacher, gezeten op een vaalgeel paard, hoop en gerechtigheid voor de onderdrukten en schroomt daarbij niet om zijn revolver te gebruiken. Als de Preacher de weg der wrake kiest, legt hij zijn priesterboordje af en verwisselt het ding voor een revolver.. De Preacher wordt een machiavellistisch symbool voor tucht en orde.
De wraakoefening is subtiel, koel en weloverwogen. Maar ja, wat wil je ook met Eastwood die zichzelf hier schitterend als stoïcijnse, rechtvaardige en goedaardige wreken neerzet. De overige leden van de cast zijn wat bleekjes gemodelleerd. De kleinere rollen zijn nog het meest interessant. Chris Penn en Sidney Penny spelen leuk. Richard Kiel (Jaws) maakt fysiek indruk.
Analoog aan het verhaal spelen milieuvervuiling en roofbouw een rol. Een heuse boodschap dus, die ondanks de vele ondubbelzinnige beelden, aangenaam op de achtergrond vertoeft. Als Preacher stevig met dynamietstaven tekeer gaat en waterleidingen en mijninstallaties van de slechte kant opblaast, voelt dat heerlijk rebels en absoluut rechtvaardig. Eastwood legt in tegenstelling tot zijn personages in vroegere westerns (High Plains Drifter bijvoorbeeld) zijn cynische blik op de wereld af. Zijn drang om de wereld om hem heen tot zijn voordeel te benutten, lijkt ingenomen te zijn door een daadwerkelijke menselijke verbinding met de behoeftigen. Beetje jammer is dat wel, maar het stoïcisme, de zwijgzaamheid en het eigenzinnige karakter van de solitaire held zijn gelukkig gebleven.
Palm Trees and Power Lines (2022)
Met Palm Trees and Power Lines maakt regisseur en schrijver Jamie Deck een film die de fascinatie van jonge vrouwen voor oudere mannen onderzoekt. De 17-jarige Lea woont in een Amerikaans stadje waar niet veel te doen is en veel hoop op een luxueus en opwindend leven niet bestaat. Lena grijpt de kans om haar onbeduidende leven te ontvluchten met steeds meer overtuiging aan. Ze doet dat in een film die mij qua sfeer en leefomgeving aan het luchtiger Red Rocket (2021) deed denken.
De setting ademt treurnis, verveling en leegheid. Een oord waarin tieners geen andere keus hebben dan rond te hangen. Er is simpelweg niets anders te doen. Maar goed, om aan een avontuur met een oudere man te beginnen, is iets meer nodig dan een saai en vervelend woonoord. Dat beseft Jamie Deck natuurlijk ook en daarom graaft de film ook naar persoonlijke motieven die Lea overstag doen gaan. De slonzige verhouding met haar moeder bijvoorbeeld. Of het gemis van een vader. Of de weinig inspirerende vriendenkring. En dan zijn er natuurlijk nog de gebruikelijke angsten die de meeste tieners doormaken. Al deze aspecten die overigens nauwelijks opzienbarend zijn, worden door Deck nauwkeurig geobserveerd en plausibel benut.
Lea wordt fantastisch vertolkt door Lily McInerny. Onschuldig, naïef en zichtbaar blij met de aandacht die de oudere Tom haar schenkt. Tom is geen sympathiek, maar wel een intrigerend personage. Een personage dat met charmante aandacht Lea manipuleert en daarbij steeds op de rand van het decente balanceert en die grens heel subtiel steeds ietsjes oprekt. Prima rol van Jonathan Tucker.
De film ontroert. De manier waarop de emotionele afhankelijkheid tot stand komt, is subtiel en voorstelbaar. Als kijker zie je dat de emotionele kogels die Tom afvuurt, een onafwendbaar effect op Lea hebben. Als kijker zie je ook dat Lea niet bij machte is de kogels te ontwijken. Misschien omdat ze werkelijk goedgelovig is. Misschien omdat ze elke vorm van aandacht prettig vindt. Als kijker die heel goed het net kan ontwarren waarin Lea gevangen zit, onderga je het wanhopig zuchtend en teergevoelig steunend.
Palm Trees and Power Lines maakt niet een heus statement, maar toont een situatieschets en laat het verder aan de kijker om te walgen, te fnuiken, te oordelen. De film roept emoties op en vertelt de kijker niet welke emoties de juiste zijn. Dat is helemaal aan de kijker. Ik hou wel van die niet-aanmatigende aanpak.
Palmer (2021)
Zwak drama waarvan het verloop op voorhand geen enkele verrassing inhoudt. Ex-gevangene Justin Timberlake neemt de zorg op zich voor een verwaarloosde jongen. Nou, vul maar in. Niet alleen de loop van het verhaal is clichématig. De titelfiguur is dat ook.
Wat wel een ongewone touch aan de film geeft is de invulling van de jongen. Hij speelt met poppen en draagt met Halloween het outfit van een prinsesje. In de landelijke omgeving waar het verhaal zich afspeelt, zorgt dat gedrag voor agitatie bij de lokale rednecks. Palmer is echter geen coming-of-age film over een jongetje dat obstakels moet overwinnen en zijn plaats in de samenleving moet zien te vinden, maar is een film over een volwassen man die obstakels moet overwinnen en zijn plaats in de samenleving moet zien te vinden. Met de eerste insteek was de film ongetwijfeld een interessantere film geworden.
Het verhaal is zoet. Het verhaal is voorspelbaar. De film is draaglijk door het samenspel tussen Timberlake en Ryder Allen die de rol van de jongen vertolkt. En hoe zoet de film dan ook is, de interactie tussen beiden wekt toch ontroering op. Het acteerwerk van beiden is dan ook gewoon goed te noemen. En zo ontstaat alsnog een solide werkje dat zich perfect aan de regels van het feelgood genre houdt en er dan toch in slaagt om bij de kijker een gevoelige snaar te raken.
En zo is Palmer een zwak drama dat de uitgesleten paden heel succesvol met ontroerend raffinement weet te plaveien.
Pandemonium (1982)
Pandemonium is een parodie op een slasher. Beter gezegd: Pandemonium is een hele matige parodie op een slasher. In een mager onzinnig verhaaltje wordt een maf zootje cheerleaders belaagd door een killer. Tijdens het kijken wordt de kijker belaagd met een enorme lading slapstick, oneliners en absurde situaties. Klinkt leuk, maar is het niet. Slechts weinig momenten van deze komisch bedoelde onzin ontlokken een lach. Pandemonium is een prima film voor mensen die dialoogjes als deze grappig vinden:
You are frightened of the night?
Baloney!
You are frightened of baloney?
In de loop heeft de film nog tijd om de kijker specifieker te vervelen door films als Carrie, Godzilla en The Twilight Zone te parodiëren. Deze kleine parodietjes binnen de grote parodie zijn bijna nooit geestig. Hierdoor passen ze perfect in een film die dat ook niet is.
De bezetting is met mensen als Carol Kane, Judge Reinhold en Tim Smothers niet eens zo onaardig. Ze voorzien de film echter niet van een positieve boost. Ze zijn net zo goed als het materiaal waarmee ze werken. Ook de fans van de verschrikkelijke Paul Reuben zitten goed. Hij doet zijn typetje en dat is natuurlijk erg hilarisch. Haha. Ik heb de man nooit grappig gevonden.
Pandemonium is een horrorkomedie. Van de komedie was ik niet onder de indruk. Van de horror ook niet. De kills zijn bijzonder zwak geënsceneerd en dragen allemaal een grappig jasje. Van enige duistere sfeer is geen sprake. Suspense? Spanning? Nee, geen sprake van. Er is niets in de film dat horrorwaardig is. Nou ja, behalve de humor dan. Pandemonium is echt een slechte film.
Pandora'nin Kutusu (2008)
Alternatieve titel: Pandora's Box
Met behulp van zeer rustige, poëtische en zorgvuldig gecomponeerde beelden vertelt schrijver en regisseur Yesim Ustaoglu over vervreemding binnen een Turkse familie. Een familie waarin halve waarheden, leugens en laffe uitvluchten meedogenloos worden blootgelegd als Nusret, de oude moeder en oma van de familie ziek wordt. De film vertelt een ontroerend verhaal dat zich overal had kunnen afspelen. Uiteraard plaatsen de aanwezigheid van fraaie mistroostige landschappen, de levendige entourage van het overvolle Istanbul en de Turkse rolbezetting de film onmiskenbaar in de Turkse cultuur. Het verhaal is echter een universeel verhaal.
Evenals in de Griekse mythe over de doos van Pandora, die bij opening allerhande onheil over de werled uitstortte, wordt in de film ook een plaag uitgestort over de personages. De plaag is de Alzheimer van de oude vrouw. In de film is de ziekte de katalysator die geheimen en valse pretenties bij haar kinderen en hun aanhang blootlegt. Zodra de ziekte deze rol krijgt toebedeeld, verdwijnt de ziekte enigszins op de achtergrond. De film richt zich vanaf dat moment op de thema’s vervreemding, verweerde familiestructuren en op de consequenties van (vaak verkeerde) beslissingen die in een mensenleven worden genomen.
De oude Nusret wordt gespeeld door de 90-jarige toneelspeelster Tsilla Chelton, die in deze film pas haar tweede hoofdrol in een film heeft te pakken. Met haar bijzondere uitstraling is zij het hart van de film. Een film met een sombere sfeer. Maar ook een film die vertedert en ontroert en naast alle zware somberheid gelukkig ook plaats biedt aan vleugjes licht en optimisme. Pandora’nin Kutusu is geen film die sensatie, opwinding of de ostentatieve traan zoekt. Pandor’nin Kutusu is fijnzinnige cinema met oog voor detail. Met oog voor zijn personages en hun wijze en onwijze gedrag. Rustig, bescheiden en echt. Genoten!
Pandorum (2009)
Een SF-actiefilm die alle mogelijke bestanddelen van het genre door elkaar gooit, heftig strooit met cliffhangers en die op geen enkel moment wat relativerende comic relief inzet. De film wil nogal veel en maakt daardoor een erg gejaagde en halfslachtige indruk. Er zijn ergere films, maar verder dan de kwalificatie 'aardig‘, komt deze film niet.
Veel leentjebuur. Alien (1979), Event Horizon (1997), Resident Evil (2002). Om maar wat te noemen. Paul W.S. Anderson heet de voornaamste verbindende factor. Hij is de regisseur van de laatst genoemde films en de producer van deze. Het is te zien.
De film is een verstrengeling van twee plotlijnen. Dat functioneert verwarrend en verstorend. Vreemd genoeg, raken de twee lijnen elkaar amper, maar worden ze wel steeds afgewisseld. Bovendien werken beide lijnen met cliffhangers. Zodra er een spannende confrontatie is, schakelt de film over naar de andere plotlijn, die even daarvoor ook werd verlaten vanwege een spannende confrontatie. Ik heb daar een bloedhekel aan. Maak gewoon de scène af, zet een punt achter de situatie en ga pas dan over naar het andere plotje. De film hangt van dergelijke cliffhangers aan elkaar. Het werkt erg chaotisch en onoverzichtelijk en brengt een verstorende vibe in de film.
De actiescènes (het zijn er veel) zijn heel onbeheerst gemonteerd. Abrupte cuts en snelle beeldwisselingen moeten zorgen voor opwinding. Dat lukt redelijk. Het is dan wel weer erg vervelend dat zelfs gevechts- en achtervolgingsscènes (in het kader van het gebruik van de techniek van de spanningverhogende cliffhanger) halverwege worden verlaten om naar een onafgeronde spannende situatie terug te keren die zich in de andere plotlijn afspeelt. Ik raakte daar enigszins prikkelbaar van. Elke plotselinge afkapping van een scène ging gepaard met menig scheldwoord mijnerzijds.
De setting is magnifiek. Een ruimteschip met veel donkere gangen voor het claustrofobische effect en veel metalen framewerk voor het accentueren van de kille en afstandelijke atmosfeer.
Er is degelijk acteerwerk met bekende namen als Ben Forster en Dennis Quaid in de belangrijkste rollen. Daaraan toegevoegd nog wat Aziatische vechtkunst, Afrikaanse gekte en Europees snoepgoed. De personages vertegenwoordigen heel correct in belangrijke mate het etnische spectrum. Het is trouwens heel opvallend dat de Ariërs het in deze film uiteindelijk overleven. Over correct gesproken...
"Pandorum" is niet meer dan een aardige film die zich met behulp van een snelle montage erg druk maakt. Als de camera tijdens het tonen van de eindcredits nog een keertje rustig door de gangen en ruimtes van het ruimteschip zweeft (à la "Alien"), betrap ik mij erop dat ik zelfs dan nog zit te wachten op een abrupte scènewisseling. Die blijft gelukkig uit.
Paper Boy, The (1994)
Alternatieve titel: The Paperboy
De film speelt zich af in het jaar 1969 en is gesitueerd in het plaatsje Lately dat in het moerassige deel van Florida is gelegen. Daar werd in 1965 de impopulaire sheriff vermoord. White trash met de naam Hillary van Wetter wordt voor de brute moord ter dood veroordeeld. Twee journalisten van de Miami Times onderzoeken signalen die op de eventuele onschuld van Hillary wijzen.
De film volgt het onderzoek van de journalisten en zoomt behalve op het feitelijke onderzoek vooral in op de gevoelens die bij alle personages in de loop van het onderzoek vrijkomen. In plaats van op zinderende spanning drijft The Paper Boy met name op onderdrukte emoties. De invulling van de personages en het acteerwerk dat daarbij hoort zijn dan belangrijk. De ene acteur verdwijnt overtuigender in zijn emoties dan de ander. Het ene personage is realistischer vormgegeven dan het andere.
Nicole Kidman en John Cusack maakten de minste indruk. Nicole Kidman als de sletterige vriendin van Hillary, doet haar best maar ik vond de stereotype invulling van haar personage niet echt overtuigen. Ook John Cusack viel tegen. Als psychopathische en seksueel uitgehongerde bruut blijf hij hangen in een stereotype vertolking van een psychopathische en seksueel uitgehongerde bruut. De rest van de cast is redelijk tot goed, waarbij Zac Efron zich onderscheidt en zich wat mij betreft in de categorie goed bevindt.
Het verhaal wordt hoofdzakelijk vanuit het perspectief van de zwarte huishoudster Anita verteld. Door haar ogen maakt de kijker kennis met de personages en met de dagelijkse vernederingen waarmee de zwarte mens en Anita in het bijzonder worden geconfronteerd. Met het eigenlijke verhaal heeft deze beleving niets te maken, maar het tonen ervan is wel van toegevoegde waarde voor de sfeertekening. Het geeft een schrijnend beeld van het racisme dat in dit deel van Florida nog welig tiert. Niet alleen de segregatie komt langs. Ook sociale ongelijkheid, hiërarchisch denken en afhankelijkheid (ook van seksuele aard) hebben een sfeerbepalende plek in de film. Het is wat veel.
Door de sterk aanwezige psychologische subtekst wordt de thrillerkant van het verhaal in de loop wat uit het oog verloren. Zelfs de journalisten lijkt de ontrafeling van het moordmysterie op den duur niet veel meer te kunnen schelen. Te zeer zijn ze behept met de psychologische laag die over hen heen rolt. De beslissende aanwijzing voor de ontrafeling wordt dan ook enigszins plompverloren gedropt en blijft vervolgens in vaagheid schemeren. Een concreet antwoord levert de film niet. Ik bleef na afloop in dat opzicht teleurgesteld en een beetje mopperend achter.
Paper Man (2009)
Alternatieve titel: Unlikely Hero
Een sombere en niet bijster succesvolle schrijver (Jeff Daniels) die een paar weken in een vakantiewoning verblijft om aan zijn tweede boek te werken ontmoet de zelfbewuste maar sombere tiener Abby (Emma Stone). Na wat misverstanden komt het tot een vriendschap die op weinig sympathie van de buitenwereld en meer in het bijzonder op weinig sympathie van Abby’s stalker (Kieran Culkin) kan rekenen.
Ondanks de sombere personages is de film redelijk luchtig. Grappig zijn de interacties van de schrijver met zijn imaginaire maatje de superheld Captain Excellent (Ryan Reynolds). Grappig zijn ook de interacties van de ietwat excentrieke schrijver met de buitenwereld. Goed bedoelde pogingen om met deze of gene te interacteren zijn steeds enigszins out of place, slaan door of worden verkeerd geïnterpreteerd.
Paper Man is tragikomedie pur sang en leeft van zijn karakters. De depressieve schrijver die tot niets in staat is. De imaginaire Captain Excellent die na 40 jaar eindelijk wel eens ontslagen wil worden van zijn trouwe dienst aan de volwassen baby met issues en een writer's block. Stalker Culkin met een emo uitstraling die niets liever wil dan een eeuwige verbintenis met Abby. En natuurlijk Abby, die net als de onvolwassen schrijver haar plek in de wereld nog niet heeft gevonden. De onderlinge dynamiek is leuk.
Paper Man is een film met sympathieke personages die helaas verzuimd om zijn personages van veel meer dan wat oppervlakkige inhoud te voorzien. De figuren hadden best wat meer laag mogen hebben. De mistroostige laag die in de film wel degelijk op de loer ligt, komt nu niet helemaal uit de verf maar verzandt in oppervlakkige gevoelens van sympathie en medelijden. De dramatische diepte die de mistroostige laag ook had kunnen aanboren, blijft liggen. De aanzetjes zijn veelbelovend. De uitwerking is wat standaard en levert niet veel verrassingen op.
Desondanks is Paper Man een leuke film. Geen film die emotioneel veel indruk maakt en lang in het geheugen blijft hangen, maar wel een film die lekker wegkijkt.
Paper Towns (2015)
Een matig verhaal over high schoolers die zich bezig houden met zaken als verliefdheid, toekomst, de promnight en uiteraard elkaar.
In de film ervaren en doen ze dezelfde dingen als soortgenoten doen in soortgelijke films. Ze spijbelen. Ze zijn onzeker. Ze zijn verliefd. Ze gaan naar een party. Ze kotsten alles en iedereen onder. Weinig verrassend of verheffend. Behoorlijk standaard.
De film onderscheidt zich echter door het inbrengen van mysterie in de vorm van een zoektocht naar een meisje. Het ontrafelen van clues en de zoektocht zelf zijn redelijk spannend en leuk om te volgen. Ze tillen de film iets boven de standaard uit.
Maar ja, de personages zijn jammer genoeg niet erg interessant. Het zijn de gebruikelijke highschool nerds en beauties. De personages worden neergezet met een zweem van gelaagdheid, maar dat is schijn. In de uitwerking zijn ze vrij oppervlakkig en doorzichtig.
Het is ook de reden dat het me in feite niets kon schelen wat er met wie dan ook ging gebeuren.
De zoektocht is interessant. De personages allesbehalve.
Paradies: Hoffnung (2013)
Alternatieve titel: Paradise: Hope
Na Liefde en Geloof sluit de Oostenrijkse regisseur Ulrich Seidl zijn paradijs-trilogie af met Hoop. Een film die zich in een dieetkamp afspeelt waar de 13-jarige overgewichtige Melanie door haar moeder wordt gedropt om af te vallen. Saillant detail: de moeder reist onderwijl door naar Kenia, waar zij haar bijdrage levert aan het eerste onderdeel van de trilogie, zijnde Liefde.
Behalve speelfilms maakt Seidl documentaires. Een vaardigheid die in Hoop herkenbaar is te zien. De film is opgebouwd uit documentaire achtige scènes, die (min of meer) spontaan lijken te gebeuren. Ogenschijnlijk losse pols-werk dat een non-fictionele indruk wekt. Een indruk die wordt versterk doordat de meeste rollen door amateurs worden vertolkt. Een argeloze kijker die per ongeluk middenin de film terecht komt, zal hoogstwaarschijnlijk denken in een authentieke documentaire over tieners met overgewicht terecht te zijn gekomen.
Het resultaat is tweeledig. De scènes waarin de gezette jeugdigen zich onderling vermaken, gein trappen of hun grenzen uittesten, komen heel natuurlijk over. De scènes waarin volwassenen optreden, zijn tamelijk statisch, missen een naturelle schwung en doen denken aan knullig geregisseerde toneelstukjes met ongemakkelijk en onbeholpen acterende personages. Vooral als de volwassenen hun autoriteit laten gelden, komt dat dermate gekunsteld over dat een scène eerder belachelijk dan serieus uitwerkt.
Hoop is een sympathieke film. Geen film die (ondanks de serieuze thematiek) heftig emotioneert. Een film met een verzameling willekeurige scènes die een inkijk geeft in het alledaagse leven van een groep jongeren die zich net zo gedraagt als elke willekeurige groep jongeren op zomerkamp. Het enige verschil is dat ze blijkbaar een probleem hebben. Welk probleem eigenlijk? Het zijn de volwassenen die het corpulente probleem steeds benoemen. De jongeren hoor je er niet over. Die schijnen geen probleem te hebben. Als kijker heb je die beleving derhalve ook niet en dat maakt dat je je na afloop van de film hoogstens eventjes afvraagt wat de film nu precies wil uitdragen. Daarna kan de film worden bijgezet als een sympathieke herinnering die inhoudelijk in snel tempo zal vervagen.
Paradine Case, The (1947)
Alternatieve titel: De Zaak Paradine
Aan het draaien van de film gingen wat perikelen vooraf tussen Hitchcock en producent David O. Selznick. Selznick stond erop dat Gregory Peck, Alida Valli en Louis Jordan de hoofdrollen voor hun rekening zouden nemen. Hitchcock vond geen van allen geschikt, maar ging akkoord. Selznick bleef vervelend doen door het draaiboek steeds aan te passen, zodat Hitchcock het juiste script pas steeds op de draaidag zelf tot zijn beschikking had. Een onwerkbare situatie voor de perfectionist en Master van de planning die gewend was zijn scripts veel eerder onder ogen te krijgen.
Uiteraard had deze werkwijze consequenties. Het draaien van de film duurde veel langer dan gepland en de productiekosten rezen de pan uit. Tot ergernis van Selznick. Nadat de film gereed was, werd de jarenlange samenwerking tussen regisseur een producer beëindigd.
De film dan. Aan de film valt niet af te zien dat onenigheid ten grondslag lag aan zijn ontstaan. Over de acteerprestaties van de ongewenste acteurs niets dan goeds.
Het script is natuurlijk niet ideaal. Veel te veel gericht op dialoog en dat werkt vertragend. De film kent niet het gewoonlijke narratieve tempo dat Hitchcock hanteert en waarin de suspense met stilistische zorg wordt opgebouwd. Daarentegen past het verhaal dat een mengeling van thriller en romantiek is en tragische en psychologische componenten bezit, wel weer prima bij de regisseur, die zijn praatzieke karakters redelijk onder de duim houdt en er heel behoorlijk in slaagt plukjes suspense te laten doorsijpelen.
De film ziet er technisch mooi uit. Met creatief en schitterend camerawerk. Neem bijvoorbeeld de scène waarin de rollende camera secondenlang Louis Jordan volgt als hij de rechtzaal betreedt en helemaal om Alida Valli moet heenlopen terwijl hij haar onderwijl heel ongemakkelijk negeert. In een paar seconden voltrekt zich daar een technisch en dramatisch prachtig stuk film. Prachtscène.
The Paradine Case is niet de spannendste Hitchcock. De grote hoeveelheid dialoog staat onvervalste suspense in de weg. De film is ook niet één van de meest temporijke. En ook niet één van de meest humoristische. Visueel, dramatisch en acteertechnisch echter zeer bezienswaardig.
Paradise Drifters (2020)
Een onuitgesproken verlangen naar geborgenheid, een zwangerschapstest en een plechtig pact tussen twee broers. De film toont fragmenten uit het leven van drie thuisloze jongeren. Drie jongeren die elkaar in de betonnen periferie van de welvaartsmaatschappij tegen het lijf lopen en aan elkaar blijven plakken.
Het zijn 85 lange minuten. De emotionele geborgenheid waarnaar de drie personages schijnbaar verlangen, wordt maar matig ingevuld. Een veronderstelde diepzinnige zoektocht naar verbinding met de samenleving, onderlinge saamhorigheid en een betere toekomst wordt in deze film heel teleurstellend gereduceerd tot een banale speurtocht naar geld. Daar is verder niets diepzinnigs aan.
Dat mag je natuurlijk ook niet verwachten van personages zonder dimensie. Onnozele en inhoudsloze karakters brengen immers enkel oninteressante dingen te berde en maken oninteressante roadtrips naar Zuid-Europa. Heel toepasselijk is dan ook de geringe aandacht voor de (in aanzet boeiende) innerlijke conflicten waarmee de personages aan het worstelen zijn. Die conflicten groeien nooit uit boven de stereotype weergave van jeugdige narigheid en ellende.
Drie protagonisten zijn eigenlijk twee en een halve protagonist. Het enige personage dat misschien wat meer inhoud aan de film had kunnen geven, verdwijnt (heel begrijpelijk) vrij snel uit de film. Wat rest is een strijd van twee nietszeggende protagonisten tegen een berg aan uitzichtloze, ongeloofwaardige en vermoeiende dilemma‘s die elk perspectief op een relevant maatschappijkritisch commentaar van regisseur en schrijver Mees Peijnenburg kansloos ondergraven.
Paradise Drifters is weing meer dan een verzameling van oninteressante clichés in een hobbelig verhaal.
Paradise Hills (2019)
Wees godsvruchtig. Wees zwijgzaam. Wees aantrekkelijk. Wees gehoorzaam. Het zijn deugden en condities die men in andere eeuwen aan vrouwen oplegde. In deze film van Alice Waddington die zich in de toekomst afspeelt, zijn ze weer actueel geworden. Jongedames die zich aan dit harnas van deugdzaamheid willen onttrekken, worden heropgevoed in een idyllisch aangelegd heropvoedingskamp.
Emma Roberts is zo’n geval. Veel te individualistisch, veel te mondig en veel te bezig met de ontwikkeling van haar eigen persoonlijkheid. Dat kan dus niet in deze masculiene samenleving. Dergelijke buitenproportionele uitwassen moeten de kop worden ingedrukt met een programma vol afleidende bezigheden (met veel make up en yoga) en agressieve indoctrinatie.
In de film is Emma Roberts ironisch genoeg het enige personage dat werkelijk is uitgerust met een beetje persoonlijkheid en een diepzinniger achtergrond. Bij haar kun je je voorstellen dat zij voor heropvoeding in aanmerking komt. De overige personages (in het bijzonder de mannelijke) zijn vlakjes uitgewerkt en dienen meer als entourage. Roberts weet met die unieke uitdaging niet veel te doen. Mechanisch acterend werkt zij zich door de film, waardoor een intense vorm van interesse en empathie bij mij uitbleef.
Over entourage gesproken. De wereld van Alice Waddington is kleurrijk en gedetailleerd en synoniem aan het woord überkitsch. De film steunt bijna volledig op het sprookjesachtige design, waarin de personages gehuld in bijpassende flamboyante kledij rondzwieren, zonder dat zij uitzonderlijke en spannende avonturen beleven.
En dat is jammer. De feministisch getinte film met invloeden uit het science fiction-, sprookjes- en kostuumdrama genre bevat genoeg basisvoedsel voor talloze diepzinnigheden, intriges en avonturen. Die dingen komen er allemaal niet uit.
Paradise Hills leunt bijna compleet op zijn design. De film is een prachtig visueel festijn, waarin weinig gebeurt. De overduidelijke boodschap die de kijker zegt om geen concessies te doen en vooral de persoon te zijn die je bent, wordt ondubbelzinnig en fantasieloos gebracht en nodigt juist daarom niet uit tot verdere contemplatie. Het is te oppervlakkig, te populair. Bovendien weet je het allemaal al.
Een goede film is Paradise Hills niet. Een aardig schouwspel is het wel.
Paradox (2016)
Ach, het verhaaltje is inhoudelijk nog te doen. Niet opzienbarend en liever niet nog eens, maar te doen. Het twistje op het eind is zelfs lichtelijk verrassend.
De manier waarop alles voor het voetlicht wordt gebracht is alleen van zo'n vermoeiend laag niveau. Zo schreeuwerig. Zo rommelig. Zo emotieloos. Zo zonder ziel. Zo overdreven hyperactief gefilmd. Zo slecht geacteerd.
Met van die vervelende personages waarvan je hoopt dat ze het spannende avontuur niet overleven.
En dat alles in zo'n fantasieloze setting met van die nare dansende lichten.
En dan die ongelooflijk slechte dialogen gevuld met schaamteloos gejatte en banale oneliners.
Heb ik de abominabele spanningverhogende muziek al genoemd?
The End.
Parallels (2015)
Blijkbaar bedoeld als het eerste hoofdstuk van een serie. Een serie die niet wordt voltooid.
Kennis die ik bij het kijken helaas nog niet had. Ik verwachtte namelijk een afgeronde film te zien. De korte tijdsduur vond ik op voorhand trouwens wel verdacht.
Het verhaal is inderdaad simpel maar desondanks dermate intrigerend dat ik vrijwel meteen alle wetenschappelijke en logische bezwaren opzij zette. Dat ging gemakkelijk.
Het acteerwerk en de grafische effecten zijn middelmatig. Dat wel.
Maar toch. Spannend hoor, die parallele werelden en al die verwikkelingen er om heen.
Na het open einde, bleef ik achter met een gevoel van teleurstelling. Nieuwsgierig was ik naar de manier waarop het verhaal zich zou hebben ontwikkeld en hoe losse draadjes zouden zijn ingevuld.
Uiteindelijk dus geen mooi afgerond verhaal, maar slechts kop, een beetje romp en geen staart.
Het is gewoon niet af. Erg onbevredigend allemaal.
Paranormal Activity (2007)
Geduld is een schone zaak in deze found footage waarin het heel lang duurt voordat eindelijk eens iets gebeurt. Hetgeen dat uiteindelijk gebeurt is trouwens ook nog eens behoorlijk teleurstellend. Het is een slaapkamerdeur die beweegt. De demonische aanwezigheid die de slaap en later ook de zielenrust van het jonge stel in hun nieuwe huis verstoort, neemt de tijd om zich te manifesteren.
Het kost moeite om geconcentreerd te blijven als er niets gebeurt. De film kijkt bovendien als een amateuristische homevideo. Dat helpt niet voor de concentratie maar is wel logisch. Gedraaid in zeven dagen door Oren Peli, die als locatie zijn eigen huis gebruikte met een budget dat ergens tussen 10.000 en 15.000 dollar zweefde, mag je immers weinig meer verwachten.
Die kosten zijn intussen ruim vergoed. De film bracht miljoenen op. Paramount kocht de rechten op advies van Steven Spielberg, die trouwens ook een ander einde voorstelde, zodat de film de eerste van een succesvolle merchandise kon worden. Zo gaat althans het verhaal en zo geschiedde.
Paranormal Activity is weinig boeiend. Inhoudelijk stelt de film weinig voor. Geen reflectie over de bedreiging. Geen indrukwekkend beeldmateriaal. Geen boeiende interacties tussen de personages. Geen klik met iets. Wat rest dan? Enkele aardige scènes die doen schrikken, waarbij moet worden aangemerkt dat de timer onder in beeld op die momenten even wordt vertraagd, zodat duidelijk is dat er iets staat te gebeuren. Echt onverwacht zijn de effecten dus niet, maar ze lieten me desondanks niet onberoerd.
Paranormal Activity is geen opzienbarende horror. Daarvoor is de verfilming te amateuristisch (ook al is dat opzettelijk) en het verhaal inhoudelijk te mager. Een onbehaaglijke sfeer ontstaat amper. Stompzinnig zijn de personages. Saai zijn hun interacties. De demonische verschijning had wel wat, maar zijn filmtijd is te kort om blijvende indruk te maken.
Geen blijvertje in mijn geheugenbank.
Paranormal Activity: Next of Kin (2021)
In 2007 was Paranormal Activity een bijzondere sensatie. Een minimalistisch gedraaide film die na The Blair Witch Project en Rec een frisse wind door het landschap van de found footage liet waaien. Het grote succes van de frisse film leidde helaas al snel tot ongeïnspireerde vervolgen. Dit zevende deel van de franchise is daarop geen uitzondering.
De film speelt zich af in een afgezonderd gelegen amish-gemeente. Behalve de titel heeft de film verhalenderwijs niets met de franchise te maken. Dat biedt hoop. Die wordt snel de bodem ingeslagen. Next of Kin presenteert een brokje van The Witch, een brokje Wicker Man en een brokje Blair Witch en hult zich in een mysterie dat totaal niet verrassend is.
Het enige geslaagde aan de film is het treurige en nevelige decor waartegen de gebeurtenissen zich afspelen. Dat genereert als enige element een verontrustende sfeer.
Wat verder nog. Uiteraard barst de film van de jumpscares, die je van mijlenver ziet aankomen. Van subtiele opbouw van de spanning is geen sprake. Uiteraard werken de personages op de zenuwen. De camera wordt niet stabiel gehanteerd. Een open einde doet vrezen voor meer vervolgen.
Paranormal Activity: Next of Kin is ongeïnspireerde found footage die bestaat uit heel veel jumpscares en heel veel bijeengesprokkelde ideetjes uit andere films. Dit deel brengt de ten dode opgeschreven franchise bepaald niet tot leven.
Paranormal Demons (2018)
Found footage en slecht.
In de 96 minuten die de film duurt, gebeuren geen bijster opmerkelijke dingen. De eerste drie kwartier bestaat uit oninteressante interacties tussen groepsleden die de missie hebben opgevat om paranormale verschijnselen te ontkrachten die worden getoond in een filmpje dat op internet circuleert. Een hoop gebabbel en geklooi met camera’s gaat aan de feitelijke missie vooraf. Erg saai.
De plaats van handeling die na die ellenlange introductie wordt opgezocht, is een vervallen psychiatrische inrichting. Eigenlijk is die locatie best ok. Lange gangen. Duister. Sfeervol wel. Het blijkt achteraf het enige goede puntje aan de film.
De gebeurtenissen op locatie zijn vervolgens heel voorspelbaar en net zo saai als de ellenlange introductie. Er valt ’s een stoel om. Er klapt ‘s een deur dicht. Die dingen brengen grote schrik teweeg in de groep met als gevolg dat het camerawerk dat tot dan toe redelijk stabiel is, volkomen uit het lood slaat. Spannender wordt het er niet op. Wel chaotischer.
De monsterlijke dreiging die alle chaos veroorzaakt blijkt vervolgens ook nog eens bijzonder lachwekkend in al zijn monsterlijkheid. De groepsleden denken daar natuurlijk anders over. Die zijn onder de indruk. Daar getuigen de vele gilletjes, doldwaze acties en de panische bewegingen van de camera in ieder geval van.
Blij dat het klaar was.
Parasomnia (2008)
Danny wordt verliefd op een slapend meisje dat vanwege haar slaapaandoening in het ziekenhuis wordt behandeld. In haar slaap vertoeft zij in een droomwereld. Danny vertoeft in de werkelijke wereld. De film spoelt heen en weer tussen droom en realiteit.
Regisseur en schrijver William Malone financierde de film zelf. Het is de film aan te zien. Malone zet fors in op CGI, maar die is niet steeds overtuigend. De droomwereld wordt veelvuldig getoond en ziet er tamelijk goedkoop uit. De droomwereld prikkelt de fantasie niet bepaald. De monsters en gezichten die in die wereld opduiken zien er dan wel weer goed uit.
Het verhaal ontwikkelt zich nogal moeizaam en loopt niet echt lekker. Overgangen tussen scènes voelen niet naturel. Personages zonder duidelijke rol of bestemming duiken veelvuldig op. Gebeurtenissen volgen niet altijd de wetten der logica. Het verhaal hapert. Dat het verhaal zich niet geheel in de realiteit afspeelt is intrigerend, maar zorgt binnen deze instabiele constellatie ook voor warrigheid.
De beide protagonisten zijn volwaardige personages. Aan de karakterontwikkeling van de personages wordt voldoende aandacht besteed om met hen te kunnen sympathiseren. Bovendien is hun acteerwerk niet desastreus slecht. De bijrollen zijn niet belangrijk. Ze zijn vlak ingevuld en niet meer dan middelen om een gebeuren te forceren en het verhaal een bepaalde kant op te duwen. De booswicht in de film krijgt ook geen gelegenheid om zich uit zijn positie van de bijrol te ontworstelen. Dat is jammer. Hij is een moordenaar en hypnotiseur wiens optreden de film een dreigende sfeer verstrekt. Hij is een intrigerend en duister personage met veel te weinig speeltijd.
Parasomnia is een goedbedoelde film met een ietwat amateuristische uitstraling, een stroef lopend verhaal en personages met potentie. Geen topfilm. Wel een sympathieke film.
Paris, Je T'Aime (2006)
Parijs is niet zomaar een stad. Parijs is een manier van leven. Er zijn in ieder geval 21 regisseurs die dat geloven en Parijs in 18 korte films de revue laten passeren. Hoofdthema in de filmpjes is natuurlijk de liefde. Dat zal geen verrassing zijn.
Het Parijse project begon ooit met regisseur Tom Tykwer, wiens korte film “Faubourg Saint-Denis” door producenten Emmanuel Benbihy en Claude Ossard werd gebruikt om de interesse van geldschieters en regisseurs te wekken. En dat lukte. Een groot scala aan gerenommeerde regisseurs van over de gehele wereld levert een bijdrage aan de film. Een aardige voetnoot bij de totstandkoming van deze anthologiefilm is trouwens dat de vermaarde regisseur Jean-Pierre Jeunet (regisseur van o.a. Le Fabuleux Destin d'Amélie Poulain (2001)) zich afmeldde met als toelichting dat hij in zijn films al alles over Parijs had gezegd wat er te zeggen valt.
In de 18 filmpjes die zich steeds in een ander deel van de stad afspelen staan allerhande romantische intermezzo’s centraal. De verscheidenheid in de aanpak van dat thema is groot. De episoden spelen zich in sfeervolle oorden af. Typische Parijse cafés, steegjes, promenades en parken zijn de locaties waar romantiek bloeit, (pijnlijke) herinneringen opborrelen en liefde verdwijnt of begint.
De prominente Parijse bezienswaardigheden komen af en toe langs maar dienen slechts als oppervlakkig sentimenteel decor. De Parijse sfeer wordt in het algemeen subtieler gevangen. De bijdrage van de gebroeders Coen is daarvan een mooi voorbeeld. Die gaat zelfs geheel voorbij aan herkenbare toeristische ijkpunten en is in dat opzicht exemplarisch voor de opzet van de verhaaltjes, die hun kracht niet halen uit de uitbuiting van bekende panorama’s, maar uit een puntige verhalende strekking.
Leuk filmpje trouwens van de broertjes Coen. Ze blijven met hun filmpje “Tuileries” geheel ondergronds. Het verhaal speelt zich af in een metrostation waar een voortreffelijke Steve Buscemi onbedoeld de romance van een Parijs liefdespaartje verstoort. Een grappig en enigszins verontrustend filmpje dat in enkele minuten heel puntig en grimmig een handeling afrondt zonder de kijker het idee te geven dat hij cruciale informatie of een diepzinnige boodschap heeft gemist. Een knap filmpje. En niet de enige in deze filmomnibus.
Uiteraard kun je met een hoeveelheid van 18 filmpjes niet allemaal hoogtepunten verwachten. Toch is de doorsnee kwaliteit alleszins acceptabel. Slechts met één filmpje had ik geen enkele connectie. Het surrealistische filmpje “Porte de Choisy” van Christopher Doyle dat strooit met uitzaaiingen naar de Aziatische vechtkunst, vond ik eigenlijk wel vervelend. En als je dat van slechts één filmpje kunt zeggen, kun je spreken van een geslaagde anthologiefilm.
De (tragikomische) hoogtepunten dan maar. “Faubourg Saint-Denis” van Tom Tykwer, waarin een blinde jonge man mijmert over zijn liefde voor zijn vriendin. Verder noem ik natuurlijk het al gememoreerde “Tuileries” van de broers Coen. En tot slot. “14e arrondissement” van Alexander Payne, waarin een Amerikaanse toeriste in gebroken Frans met een Amerikaans accent vertelt over haar vakantie in Parijs.
Een bijzondere vermelding is er voor Wes Craven die in zijn amusante bijdrage “Père-Lachaise” Oscar Wilde tot leven brengt. Ook een hoogtepuntje.
"Paris, Je T’Aime" bestaat vooral uit verrassend korte en verrassend leuke filmpjes van goed niveau en kwalificeert zich als aangenaam vertier.
Paris, Texas (1984)
Een man met de naam Travis loopt schijnbaar zonder doel en zonder water door de Texaanse woestijn. Hij is aan het einde van zijn krachten en stort in. Zijn broer wordt gebeld om hem op te halen. In de eerste 25 minuten van de film spreekt Travis niet.
We zien fantastische beelden van de troosteloze woestijn. We zien Travis en zijn broer. Veel handeling is er niet. Er wordt amper gesproken. De sobere maar emotievolle muziek van Ry Cooder begeleidt droefgeestig de beelden en verleent aan de geweldige inleiding een onwezenlijk en bevreemdend tintje. Het is duidelijk dat Travis veel heeft meegemaakt en veel heeft te vertellen. Wat is zijn verhaal? Op welk moment en hoe wordt zijn geschiedenis verklaard? Of is het misschien zo dat Travis een enigmatische verschijning blijft? Ik weet het niet. Een subtiele spanning sluipt de film binnen. Ik ben onder de indruk.
De 147 minuten durende film heeft een rustige cadans. De film neemt de tijd en voert de kijker brokjes informatie die heel langzaam het personage Travis tot een bevattelijker persoon maken. Het personage en zijn voorgeschiedenis worden niet zozeer in heldere bewoordingen en in doorzichtige beelden verklaard. Dat gebeurt anders. Subtieler en fluisterend. Dat gebeurt door zijn merkwaardige gedrag te observeren. Dat gebeurt door gesluierde flashbacks te percipiëren. Beide heel intrigerend. De interpretatie is aan de kijker.
Het laatste deel van de film is beweeglijker. Hierin stuurt regisseur Wim Wenders zijn hoofdpersonage op een queeste en laat hem een roadtrip maken. De beeldcompositie is weer prachtig. De Amerikaanse highways en de plattelandsstadjes leveren schitterend beeldmateriaal op. Kleurrijk en sfeervol. De combinatie van nachtelijke neonverlichting en (alweer) de gevoelig indringende klanken van Ry Cooder vormen een achtergrond die de hopeloze en hoopvolle queeste van extra lagen hoop en wanhoop voorzien. Kippenvel.
Een prachtige film met prachtige scènes . De meest gedenkwaardige scène speelt zich af tussen (de altijd indrukwekkende) Henry Dean Stanton en (de altijd indrukwekkende) Nastassia Kinski. De plaats van handeling is een treurige peepshowcabine. Gescheiden door een glazen wand en verbonden met een telefoon, ontvouwt zich een prachtige emotionele scène, waarin verleden en heden elkaar vinden. Pure magie.
Paris, Texas is een gevoelvolle meditatie over de dwaalsporen waarmee het leven soms je wandel plaveit. Over de verwerking van het verleden. De film doet dat visueel prachtig en verrukkelijk mijmerend.
Genoten.
Party, The (2017)
Dat een feestje niet altijd even feestelijk verloopt als gehoopt is eenzelfde bevinding als de ondervinding dat bekenden onverkwikkelijke geheimen bij zich dragen. In The Party vertelt regisseur en schrijver Sally Potter in eerste instantie niets nieuws als tijdens een prettig samenzijn opeens geheimen worden geopenbaard die de sfeer onprettig doen omslaan.
De film rekent vinnig af met de intellectuele en financiële elite en met hun comfortabele levens- en politieke beschouwingen. De genodigden zijn karikaturen. Ze vertegenwoordigen ideeën en concepten. De één spuit filosofische onzin, de ander haalt de wijsheid uit genderstudies en weer een ander ontleent zijn bestaansrecht aan financieel succes. Tussendoor passeren nog diverse schimscheuten over de Britse gezondheidszorg, waar de organisatrice van het feestje als schaduwminister deel van gaat uitmaken. Leuk.
Nog leuker wordt het als blijkt dat achter die indrukwekkende intellectuele façaden geheimen schuilgaan, die de personages liever niet ontdekt zien worden. De geheimhouding staat echter onder druk als het ongemak tussen de personages toeneemt. Als dan onvermijdelijk de knuppel in het hoenderhok wordt gegooid, verliest het gezelschap al snel zijn gedistingeerde welsprekende pantser. De dialogen worden scherper, nijdiger, primitiever en hatelijker. Het is vermakelijk en spannend om te aanschouwen hoe ver de personages gaan in hun driften en welke smerige geheimen er zoal tevoorschijn komen.
De film speelt zich af in een aantal kamers in een huis. Een kleine setting die toneelmatig aandoet. Weinig handeling en veel dialoog. Het acteerwerk is dan belangrijk. En met een aansprekende cast zit dat wel goed. Tot slot nog de opmerking dat de film in ongeveer twee weken tijd werd opgenomen, dat hij in contrasterend zwart-wit is gedraaid en daarmee de tegenstellingen tussen de personages mooi scherp weergeeft. Leuke film. Prettig kort ook.
Passing (2021)
New York in de jaren 1920. Irene en haar man zijn zwart en behoren tot de gegoede zwarte burgerij. Irene’s zwarte vriendin Clare evenzo. Alleen hoort zij niet bij de zwarte middenklasse. Clare draagt een blonde pruik en heeft een blanke huid. Zij pretendeert met succes blank te zijn en is zelfs getrouwd met een racist. Hoewel Clare wel het meest duidelijk een rol speelt, kan dat ook van de andere personages worden gezegd. Irene, haar man, haar goede vriend de schrijver Hugh Wentworth. Allemaal spelen zij een rol.
Passing is de naam van de roman die Nella Larsen schreef en de roman is waarop de film is gebaseerd. Een verhaal over de twee jeugdvriendinnen Clare en Irene die elkaar na vele jaren onder bijzondere omstandigheden weer zien in New York. Rebecca Hall is de regisseur en coauteur van de film. De film confronteert de kijker met sociale normen, racisme en met de vraag of en wanneer gedrag cultureel dan wel biologisch is bepaald. Hall giet het verhaal heel toepasselijk in scherp contrasterende zwart-wit beelden. Opvallend is de beeldcompositie. Het 4:3 beeldformaat dat ze hanteert, draagt bij aan het beklemmende gevoel dat het fenomeen passing oproept.
Passing is een begrip uit de sociologie en daar is sprake van als een persoon zich voordoet als iemand van een andere sociale groep dan de eigen groep. In de film pretenderen mensen iets te zijn dat ze niet zijn. Soms neemt dat gedrag ernstige vormen aan. Vaak ook is het onschuldig gedrag dat de kijker vast wel bekend voorkomt. Het gebeurt op diverse niveaus. In het geval van Clare is het duidelijk. In andere gevallen gebeurt het subtieler. Een kledingstuk als een beschermend schild dat de ware ik bedekt. Een bepaalde pose die een gewenste identiteit uitdrukt. Of ook niet subtiel: een vrouw hebben terwijl je homoseksueel bent.
Naast de opvallende beeldcompositie valt de vaak melodramatische focus op de gezichten van de personages op. In close-up. Zowel beeldcompositie als focus doen denken aan de manier van filmen zoals dat in de jaren 20 gebruikelijk was. Sfeervol. Lichtelijk beklemmend. Mij bekroop gaandeweg het gevoel dat elk personage met ingehouden adem rondliep om maar niet op te vallen. Er hangt een soort bedrieglijke rust in de film en over de personages, die dat gevoel oproept. Knap gedaan. Passing is dan ook een goede film.
Passion of Martin, The (1991)
Negen maanden van geluk. Negen maanden van knus, warm, geïsoleerd geluk. En dan opeens: dokters, buisjes, klemmen, hectiek. Een man die aan een vrouw vraagt: Heb je het? Te laat. Zij heeft het niet. En hup, protagonist Martin ploft na negen gelukkige maanden op de grond. Zijn navelstreng uitgerekt als het elastiek tijdens een bungeejump. Een desillusie. Vanaf dat moment is het afgelopen met het geluk. Martin die zich ooit wentelde in benijdenswaardige gelukzaligheid, is nu een volwassen man die vreugdeloos, ellendig en melancholisch zijn plek in de wereld bezet.
The Passion of Martin heeft het niet goed voor met zijn protagonist. Hij leidt een ellendig bestaan. Dat is ok, want Martin is niet aardig. Martin is fotograaf. Hij probeert het perfecte plaatje te schieten door zijn objecten bang te maken en hun paniek vast te leggen. Nee, Martin is geen sympathieke figuur. En zo portretteert regisseur Alexander Payne (About Schmidt (2002), Sideways (2004)) hem ook in deze 49 minuten durende film. The Passion of Martin is zijn afstudeerproject aan het UCLA en is nog steeds een prima verteerbare film.
In de film zijn de contouren van de latere werken van Payne al zichtbaar. De film baadt in een sfeer van non-existentie die de regisseur in de jaren daarna in het bezit van een groter budget en met medewerking van grote acteurs, verder zou exploreren. In The Passion of Martin loopt Martin in de wereld rond zonder het gevoel te hebben er daadwerkelijk onderdeel van te zijn. Payne presenteert het drama op zwarthumoristische wijze. Martin is evenals Warren Schmidt en Miles verwikkeld in een grote depressie. Een depressie die voortkomt uit een soort stelregel die zegt dat de mens niet in staat is met zichzelf te leven, laat staan met andere mensen. Martin denkt aan deze stelregel te kunnen ontsnappen door verliefd te worden. Het is uiteraard tevergeefs.
Ik zei het al. Geen sympathiek personage, die Martin. Wel een intrigerend personage. Waan, hersenschimmen en een potpourri aan verstrengelde geluiden schieten zonder ophouden door Martins brein. Martin begeert zijn geliefde. Hij begeert heftig en overschrijdt grenzen. Andersom is die begeerte niet aanwezig. Martins liefde overstijgt alle rede. Knipper met je ogen, als je van me houdt, smeekt hij. Ze knippert niet en Martin is desondanks tevreden. Want ook als de ander niet tot reageren in staat is, bloeit er liefde, denkt Martin. Die Martin toch.
Past Lives (2023)
Een opmerkelijk debuut is dit drama van de Zuid-Koreaans-Canadese Celine Song die de film regisseerde en het script schreef. Een opmerkelijk drama gecamoufleerd door een ogenschijnlijk simpel verhaal dat heel rustig verloopt en heel onopvallend een intelligente reflectie is over thema’s als identiteit, migratie, assimilatie en spiritualiteit.
Nora komt oorspronkelijk uit Zuid-Korea en is als 12-jarige met de naam Na Young met haar ouders naar Canada geëmigreerd. In haar naamsverandering en ontkenning van haar oorspronkelijke identiteit zit al een klein verhaal over migratie en assimilatie verborgen. Haar beste vriend Hae Sung bleef achter en het contact verwaterde. Twaalf jaar later zoekt Nora digitaal naar Hae Sung en vindt hem weer via facebook. Hae Sung bleek al langer op zoek maar kon haar vanwege haar naamsverandering niet vinden. Dat Hae Sung in al die jaren geen contact heeft kunnen leggen, is wat onwaarschijnlijk. Celine Song doet er nogal nonchalant over. Iets over een speling van het lot. Dat kan natuurlijk. Het verhaal is immers gebaseerd op de eigen levenservaringen van Song. Het is maar een voetnoot en wie ben ik...
Dan verbreekt Nora plotseling het contact als ware zij bang dat het verleden haar toekomst als toneelschrijver in New York in gevaar zal brengen. Ze is immers westers geworden en heeft alle Zuid-Koreaanse tradities aan de kant geschoven. Een hechtere relatie betekent een harde confrontie met haar afkomst, emotionele herinneringen aan het verleden en waarschijnlijke aanpassingen in haar leefstijl. Het is slechts een interpretatie want niets in de film is uitgesproken. De film grossiert in camouflagetechnieken en non-verbale hoogstandjes.
Na nog eens twaalf jaar stilte, kondigt Hae Sung aan haar te willen bezoeken in New York. Daarmee vangt de langste episode uit de film aan en ontwikkelt zich tot het ontroerende hart van de hele geschiedenis. In deze episode speelt het fenomeen “In-Yun” een grote rol. Het woord betekent voorzienigheid of lot en geeft inhoud aan het spirituele concept dat een relatie tussen twee zielen wordt gekenmerkt door eerder contact en wel in vorige levens. Nora’s vorige leven ligt natuurlijk in Korea. Haar stabiele Amerikaanse leven dat zij al tientallen jaren leeft en volkomen los staat van het traditionele Zuid-Koreaanse leven, wordt door de ontmoeting met Hae Sung in emotionele zin behoorlijk aan het wankelen gebracht. In een scène vertelt Nora haar Amerikaanse echtgenoot zelfs dat zij zich door haar contact met Hae Sng helemaal weer een Koreaanse voelt.
Zonder heel erg op de sentimentele of nostalgische toer te gaan, vertelt Celine Song over dat wat was en dat wat is. Ze vertelt van oude relaties en nieuwe perspectieven. Van de strijd tussen verlangen en verstand. Ze doet dat met beelden die veelzeggend expressief zijn. Ze doet dat met dialogen die nietszeggend lijken maar veelzeggend zijn. Ze doet dat met non-verbale hoogstandjes. De vraag die over de film hangt of Nora haar zorgvuldig opgebouwde zekerheid zal riskeren voor een smeulend verlangen wordt in een hartverscheurende scène beantwoord waarin Nora die haar emoties strak onder controle heeft, zich onverwacht laat gaan. Mooi en ontroerend. Net als de film.
