Meningen
Hier kun je zien welke berichten Collins als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Sabotage (1936)
Alternatieve titel: The Woman Alone
Hitchcock was nooit zo geïnteresseerd in de centrale vraag van een klassieke whodunnit, namelijk de vraag wie de dader is. In Sabotage wordt dat weer eens duidelijk. Al in de eerste scènes wordt de identiteit van de dader bloot gegeven. Ai, wat is nu nog de lol van de film, is de gedachte die toch weer even door m‘n hoofd flitst. Gelukkig blijkt er weer eens weinig aan de hand te zijn. De bekendmaking van de identiteit is gewoon functioneel. De kijker heeft nu een intellectuele voorsprong op de voortmodderende personages en kan zich nu ongestoord tegoed doen aan de suspense die de film rijk is.
Het gaat Hitchcock eigenlijk zelden of nooit om de vraag wie de dader is en wat voor motieven hij heeft. In Sabotage blijkt dat maar weer eens. De motieven van de dader zijn onduidelijk. Zijn profilering is vaag. De dader heeft behalve als dader geen elementaire functie in het plot. Hij is een middel om een verhaal te vertellen. Hij is inwisselbaar. Het gaat Hitchcock om de hoe-vraag. De film draait om het verloop van het proces dat de dader in werking heeft gezet. En dat verloop is redelijk spannend en zit vol suspense.
De film gaat over een op handen zijnde aanslag en concentreert zich op de inspanningen van personages die er wel toe doen om deze aanslag te voorkomen. De film heeft daarvoor 76 minuten de tijd. Dat is niet veel. Voor buitensporige zijplotjes is geen tijd. Wat rest is een behoorlijk onderhoudend scenario dat doelgericht naar een schitterend suspensvol hoogtepunt leidt, waarin de (door mij licht bekritiseerde) voorkennis van de kijker absoluut nodig is om de spanning volop te ondergaan.
Prima film.
Sacred Flesh (2000)
Als Maria Magdalena (hoer en opwekster van de lust) regelmatig aan haar verschijnt, raakt de moeder-overste van een klooster bezeten. Haar vleselijke lusten die ze altijd succesvol heeft onderdrukt, beginnen haar parten te spelen. Ze staat op springen en vecht er tegen. Ze heeft het er maar moeilijk mee. En zij niet alleen. Samen met haar belandt meteen het hele klooster in de erotische gevarenzone. Spannend hoor.
Tja. Het simpele plotje is niet meer dan een excuus om een heel onorigineel en mager verhaal met veel (saaie) seks scènes op te vullen. Met een rozig filtertje, een kaarsje en een crucifix wordt geprobeerd een spannende atmosfeer te creëren waarin de vleselijke zonde erotisch wordt uitgeleefd.
En hoewel er over vrouwelijk naakt niet te klagen valt (het vlees is mooi en gewillig), lukt het maar niet om een spannende sfeer van verboden erotiek te scheppen. Door de scènes lang uit te smeren, alle emotie weg te halen en herhaling en slow motion toe te voegen, zijn de seks scènes in plaats van sensueel en prikkelend juist ontzettend langgerekt en dodelijk vervelend.
En mocht er desondanks toch enige vorm van opwinding worden gevoeld, dan is er voor voldoende afleiding gezorgd om dat gevoel in de kiem te smoren. Tussen de erotiek door is er tijd voor stompzinnig geleuter dat onder het mom van diepzinnigheid heel langgerekt de vrije loop wordt gelaten. Een betere afknapper bestaat niet.
Sacred Flesh is een ongeinspreerde film die erin slaagt om met prachtige naakte dames zeer prikkelvrije scènes te draaien. De enige prikkels die de film opwekt zijn geeuwprikkels.
Slecht.
Sacrifice (2016)
Een detective-achtige thriller die traag en niet heel boeiend voortbeweegt naar het einde.
Vrouw komt in aanraking met vreemde gebeurtenissen die te maken lijken te hebben met een oude legende over zuivere bloedlijn en rituele moord. Gedurende de gehele film probeert ze te bewijzen dat een groep mannen die rituelen hedentendage nog steeds uitvoert. Ze is daarin volhardend en vermoeiend onvermoeibaar.
Het mysterie wordt vervolgens niet erg goed uitgespeeld. Het verloop is behoorlijk voorspelbaar.
Verder zien we de bekende filmische truukjes om de spanning te verhogen. “De heldin wordt steeds net niet betrapt. De heldin ziet steeds net even dat ene verdachte detail”. Dat soort truukjes.
Ze rekken de film onnodig op en nemen tezamen met de voorspelbaarheid, juist veel van de spanning weg.
Matig.
Sacrilege (2017)
Matige horror.
De film begint niet eens onaardig. Er is een lichtelijk intrigerend mysterie en er hangt een vaag onheilspellend sfeertje. Beide dingen sijpelen het verhaal binnen en veroorzaken een zekere spanning. Wel leuk eigenlijk.
Het schiet alleen vanaf dat bepaalde beginpunt niet op. Er is weinig voortgang in het verhaal. Het moddert voort. De spanning vervaagt snel.
Ja, de entiteit doet haar intrede, maar is geen intrigerende aanwinst. Niet eng. Niet mysterieus. Na de eerste verschijning is het definitief gedaan met sfeer en spanning. We zitten de film uit met een entiteit die nog ettelijke malen verschijnt, maar nimmer spectaculaire angst oproept.
Verder zitten we opgescheept met gedupeerde personages die niet boeiend zijn en met twee saaie spokenjagers die de boel zowaar nog heel eventjes in een rommelige versnelling gooien. Een dappere poging, maar zinloos. Hun inspanningen leveren geen bijzonder spannende impulsen op.
Onderwijl blijven twee vragen de kop opsteken. Hoe zenuwtergend klinkt muziek uit een speeldoos? Hoe irritant zijn harde fluisterstemmen? Slopend en erg irritant luiden de antwoorden.
En zo werd het nog een lange zit naar het verlossende einde van deze langdradige en niet enge film.
Safe in Hell (1931)
Een film uit 1931 die een afgevaardigde van het oudste beroep ter wereld centraal zet. En daarbij zonder omwegen of bedekte termen duidelijk maakt waarmee de protagoniste haar geld verdient. Misschien niet opmerkelijk in die filmdagen, maar ik was verbaasd over de openheid. Later bedacht ik dat die openheid waarschijnlijk niet opmerkelijk is omdat de Hays Code (een verzameling regels waaraan een Amerikaanse film moest voldoen op het gebied van zedelijk gedrag) pas in 1934 werd bekrachtigd. Pas daarna traden andere fatsoensregels in werking.
In latere films is het met de openheid stukken minder. Het benoemen van het beroep van prostituee gebeurt veel minder expliciet. In latere films is de prostituee ook vaak de gebeten hond. Zij staat voor een amorele leefwijze en verdient het gestraft te worden. In Safe in Hell is de callgirl echter een heus rond karakter dat niet per se het negatieve stigma van de prostituee, en het amorele leven dat daarbij hoort, met zich draagt.
Ondertussen bedekken mistflarden de haven van New Orleans. Een callgirl krijgt de opdracht om een klant te bezoeken. Na een kleine vier minuten in de film is de klant dood. De callgirl vlucht. Daarna spoedt de film zich naar een idyllisch eiland alwaar de callgirl in een hotel verblijft dat ook wordt bewoond door een trosje hitsige heren. En dat loopt en draait dan vervolgens wat om elkaar heen. De heren met schimmige karakters. De callgirl strijdend om haar geweten zuiver te houden. Heel sfeervol allemaal. Heel spannend is het echter allemaal niet. De film heeft behalve een wat beklemmende sfeer niet veel te bieden. De dialogen zijn niet heel inspirerend en op de personages ben je snel uitgekeken. De film heeft gelukkig een prettig korte speelduur die dit beaamt.
Safelight (2015)
Een romantisch drama. Een tearjerker. Een film die lekker langzaam voortschrijdt. Een film die sober en gemakzuchtig is qua beeldinvulling en beeldwisseling. De beeldwisselingen die er zijn, zien er bijna lui uit. Verhaal en personages lijken als het ware vast te zitten. Bewegingsloos vastgekleefd en gevangen in passiviteit en desillusie.
Film ook met een roadtrip element. Een belangrijk element, maar niet thematisch. Nou ja, misschien in geestelijke zin. De feitelijke roadtripjes dienen als de katalysator voor de zelfinzichtelijke ontwikkeling van de twee hoofdpersonages, die hun passiviteit en desillusies pogen te overstijgen.
De hoofdpersonages zijn interessant en hebben laag. Ze zijn karaktertechnisch redelijk bevredigend ingevuld, maar ze blijven tegelijkertijd prettig enigmatisch.
Safelight is een film waarin dingen niet tot in de puntjes worden verklaard of uitgelegd. Niet alles over en in het leven van de personages wordt door de film ingevuld. Het verhaal gunt je slechts inkijkjes. Het complete plaatje blijft wazig. Dingen zijn en dingen gebeuren. Het is als in de echte wereld.
De personages hebben weinig tekst. De beelden in de film zijn sprekender dan de tekstuele invulling. En zelfs de beelden zijn slechts beschouwelijkheden zonder veel uitleg. Afstandelijk en van verre. De interpretatie is aan de kijker.
De cinematografie in de film mag er zeker zijn. Sfeervol. Weids. Beelden die de schoonheid en de aantrekkingskracht van de wijde wereld benadrukken. Pushend en bijna opdringering aanwezig als trigger om de personages ontegenzeggelijk te drijven naar een manier om te ontsnappen aan de troosteloosheid van het bestaan. Een cinematografische ruggesteun in de confrontatie met de vijandige en weinig begripvolle buitenwereld. Mooi.
De sidekicks zijn in tegenstelling tot de hoofdpersonages tamelijk plat vormgegeven. Ze zijn behoorlijk stereotiep. Type bully, type wacko etc. Ze staan in dienst van de hoofdpersonages. Ze zijn slechts nodig voor het verhaal, hebben een aanwezigheidsfunctie en zijn slechts in die hoedanigheid belangrijk. Niet meer. Niet minder. Prima hoor, die nonchalante vormgeving van de karakters. Een duidelijke keuze.
Temple is goed (ik begin fan te worden). Peters is goed. Lahti is sidekick en stereotiep maar is altijd goed.
Emotionele film waarin de emotie niet wordt uitvergroot. Ook hier schijnbare nonchalance. Alles op afstand, maar daardoor juist dichtbij. Het raakte me.
Safety Last! (1923)
Alternatieve titel: Hooger Op
Evenals in de films van Buster Keaton en Charles Chaplin, gebruikt Safety Last grote metaforen om maatschappelijke tendenzen te bekritiseren en te ridiculiseren. In Safety Last vertegenwoordigt het beklimmen van een wolkenkrabber door gewiekste mislukkeling Harold Lloyd de wens die in de meeste mensen leeft om de maatschappelijke ladder te bestijgen. De klim is een overduidelijke verwijzing naar het concept van het streven naar welstand, succes en geluk. Aan dat concept kleven risico’s. Functioneel en psychologisch.
In de film beklimt Lloyd de gevel van een wolkenkrabber, waar een warenhuis in is gevestigd. Lloyd werkt daar als simpele verkoper en wordt niet bepaald met respect behandeld. Niet door de klanten en vooral niet door het personeel dat hoger in de bedrijfshiërarchie is geplaatst. Veel hoop op promotie heeft Lloyd niet. De stunt waarbij Lloyd als geveltoerist zijn leven waagt, weerspiegelt een wanhopige poging om zijn positie als nietsnut te ontstijgen. Safety Last is tragikomedie ten top.
In de film komen veel verwijzingen voor naar de tirannie waaronder 'simpel´ werkvolk gebukt gaat. Ook factoren als geld en tijd spelen een rol in de film. Neem bijvoorbeeld een halsbrekende trip die Lloyd door de straten van de stad onderneemt om maar op tijd op zijn werk te komen teneinde daar gekleineerd te worden en wekelijks een miezerig loontje op te strijken. Een schitterende en oerkomische trip overigens. Of neem de overbekende maar oerkomische scène waarin Lloyd metershoog heel metaforisch boven de begane grond aan de wijzers van een klok hangt.
Ondanks de serieuze ondertonen is Safety Last vooral een ijzersterke komedie. De film is gewoon hartstikke grappig. Het personage Lloyd is een slaaf van de tijd en van zijn werk. Hij moet hard strijden om te kunnen leven. Zijn goede bedoelingen lopen spaak of worden verkeerd geïnterpreteerd. Hij wordt uitgefoeterd, opgejaagd en belachelijk gemaakt. Een fantastisch uitgangspunt voor turbulente en hilarische tragikomische verwikkelingen. Toen ik de ene na de andere komische scène voorbij zag trekken, kon me de maatschappijkritiek verder ook gestolen worden.
Safety Last is een komische parel. Aan de ene kant is er een serieuze ondertoon die ik steeds meer uit het oog verloor. Aan de andere kant is Safety Last vooral een film met doldwaze scènes, halsbrekend stuntwerk maar ook met ruimte voor subtielere humor. Kortweg, een fantastische komedie.
Saint Ange (2004)
Alternatieve titel: House of Voices
In een vervallen weeshuis in de Franse alpen in 1958, ontvlucht de jonge Anna haar verleden om er te gaan werken als hulp in de huishouding. Het weeshuis is een gigantisch groot gebouw met talloze gangen en kamers. Bovendien is het gebouw zo goed als verlaten. Een perfect decor is voor een spookhuisfilm.
Saint Ange is een spookhuisfilm met twee kanten. De film neemt ruimschoots de tijd voor de ontwikkeling van het verhaal. De atmosfeer die daarbij ontstaat is onheilspellend en gespannen. Erg fijn. Tegen het einde wordt de andere kant zichtbaar en verliest de film zich in moeilijk te volgen wendingen en wordt de kijker overladen met brokken warrige informatie die ten koste gaan van de spanning, de sfeer en de begrijpelijkheid. Zo sfeervol en indringend als de film de meeste tijd is, zo mat, haastig en onsamenhangend verloopt de film tegen het einde.
Gelukkig vertoont het grootste deel van de film fijn en subtiel griezelwerk, dat dankzij de magnifiek opgeroepen melancholisch-duistere sfeer heerlijk binnenkomt. Zeer aangenaam is dat de film zich niet op jumpscares of bloedige effecten concentreert, maar zich voornamelijk beperkt tot subtiel griezelwerk. Uitstekend camerawerk en de setting spelen daarin een belangrijke rol.
Een andere belangrijke rol is weggelegd voor de mooie Virginie Ledoyen. Zij zet het personage Anna met veel gevoel neer. Een personage dat zwaar persoonlijk leed achter de rug heeft. Precieze feiten komt de kijker niet te weten, maar zichtbare lichamelijke littekens doen een getraumatiseerd verleden vermoeden. Interessant. De film volgt haar beleving. Haar indrukken. Haar angsten. Ledoyen doet het met prima acteerwerk en een charmante uitstraling.
Regisseur Pascal Laugier maakt met Saint Ange een prima griezelfilm. Dat geldt althans voor het grootste deel van de film. Tegen het einde verliest de film de fijne mysterieuze grip op de gebeurtenissen en gaat los met een haastige en chaotische opeenvolging van scènes die toewerken naar een raadselachtig einde dat op verschillende manieren geïnterpreteerd kan worden. Dat einde is overkomelijk. Het was meer de stijlbreuk die ik niet meer te boven kwam.
Saint Maud (2019)
Een film die de grens aftast tussen persoonlijk lijden en bovennatuurlijke fenomenen. Saint Maud is het filmdebuut van de Britse Rose Glass, die al wel eens een korte film had geproduceerd maar met langspelers geen ervaring had. Ze houdt blijkbaar niet van half werk want ze is zowel verantwoordelijk voor het script als voor de regie. Ze maakt met Saint Maud een interessante film die een mengeling is van drama, horror en mysterie.
De basis voor het verhaal staat meteen vanaf het begin vast. Een streng gelovige verpleegster neemt de zorg op zich van een doodzieke danseres. De film besteedt in eerste instantie wat oppervlakkige aandacht aan de wederzijdse kennismaking. Die oppervlakkigheid krijgt langzaam meer substantie als het verhaal beide vrouwen nauwkeuriger onder de loep neemt en de nadruk legt op de wezenlijk verschillende levensvisies van beide vrouwen..
Aan de ene kant de flamboyante Amanda die zelfs in het aangezicht van de dood het leven zo glamoureus en genotvol mogelijk wil beleven. Aan de andere kant de wereldvreemde en naïeve Maud die nooit helemaal in de gaten lijkt te hebben, wat zich in haar gezichtsveld afspeelt, omdat al haar opmerkzaamheid aan de Here is toebedeeld. Het contrast tussen het vleselijke en het geestelijke is groot, spannend en amusant. De confrontaties tussen beide vrouwen zijn indringend, dreigend en soms grappig..
Hoe dieper in de film hoe zwaarder de contrasten gaan wegen. Hoe dieper in de film hoe meer verstevigd de personages vasthouden aan hun visie. Als waan en visoenen de film betreden, doet ook de horror zijn intrede. Uit waan en visioen komt duisternis voort.
En op dat punt maakt de film de meeste indruk. De afgang naar de duisternis is bezaaid met tragiek en verontrusting. Gevat in afwisselend poëtische en afschuwwekkende beelden wordt de kijker meegesleurd in een surrealistische en bizarre wereld. Glass laat immer open wat schijn is en wat werkelijkheid. Die keuze is aan de kijker. Onbegonnen werk. Bezienswaardig is het echter alleszins.
De eindvoorstelling is een grandioze hypnotiserende mix van hilarische, aangrijpende en angstaanjagende beelden die nog een tijdje op het netvlies nabrandt en de overprikkelde hersenen nog een tijdje lam legt.
Goede film.
Sala Samobójców. Hejter (2020)
Alternatieve titel: The Hater
Van regisseur Jan Komasa en scriptschrijver Mateusz Pacewicz komt na het geweldige Boze Cialo (2019) deze wederom indrukwekkende film over een gesjeesde student die een talent blijkt te hebben om via de sociale media publieke figuren in diskrediet te brengen.
Het interessante aan de film is dat die praktijken niet uit boosaardigheid of een bepaalde overtuiging worden verricht, maar puur vanuit zakelijke overwegingen. Het gevoel speelt daarbij geen enkele rol. Het uitschakelen van concurrentie door middel van een lastercampagne gebaseerd op verzinsels is gewoon keiharde business. Weerzinwekkend is het, maar ook erg boeiend.
Een dankbaar thema in deze tijd waarin online van alles beweerd kan worden zonder dat je je veel zorgen hoeft te maken over de consequenties. De film speelt heel doeltreffend met de onbarmhartige mogelijkheden die dat gegeven biedt en toont ook de puinhopen die dergelijke acties veroorzaken.
De lasteraar en hoofdpersoon in de film heet Tomek. Geen personage waar je veel sympathie voor kunt voelen. Vanaf het begin wordt hij neergezet als amoreel, zelfzuchtig, kil en glibberig. Geen karakter waarmee de kijker zich kan identificeren. Geen karakter waarin hij zich gevoelsmatig kan inleven.
Dat heeft consequenties voor het verhaal. Omdat elke empathie ontbreekt, is het op momenten lastig om volledig mee te gaan in de geloofwaardigheid van zijn acties. Door de gevoelsafstand met hoofdpersonage Tomek, bekijk je zijn daden kritischer dan bij een hoofdpersonage waarvoor het script tenminste nog enige eigenschappen heeft ingeruimd om de kijker een ambivalent gevoel te geven. Dat lukt hier niet. Tomek’s karaktertekening is daarvoor gewoon te zwart-wit. Of beter nog. Te zwart.
Ondanks dat is de film spannend. Het is razend spannend om te aanschouwen hoe gemakkelijk het is om mensen te manipuleren en nieuwe waarheden te verzinnen. Het is razend spannend om te zien of en hoe Tomek er in slaagt om weg te komen met zijn gefabriceerde verzinsels.
Goeie film.
Salem's Lot (2024)
De film begint heel sfeervol als de kijker kennismaakt met een saai plattelandsstadje ergens in de jaren 70 en hem al een blik wordt vergund op het imposante en spookachtige huis dat een belangrijke locatie in de film zal worden en dat vanaf de heuvel waarop het is gelegen, neerkijkt op de schrijver die is teruggekeerd naar zijn geboorteplaats om inspiratie voor zijn nieuwe roman te vinden. De aanloop naar het verhaal is prima en had van mij langer mogen duren. De film neemt weinig tijd om het stadje en enkele van zijn bewoners te leren kennen. Weinig tijd om van het kwaad doordrongen te raken. Weinig tijd om sfeer te kweken.
Op een paar mooie minuten in het begin na is er van een onheilspellende sfeer nooit echt sprake. En dat is een groot gemis want zonder passende duistere sfeer voelt deze adaptie van het boek van Stephen King in het verloop aan als leeg horrorvermaak. Niet dat de film slecht is, maar het is gewoon zo jammer dat sfeer wordt opgeofferd voor actiescènes en snelle kicks zonder eerst te bouwen aan een solide omineuze basis. Maar goed, misschien wil de huidige kijker op die manier horror beleven. Ik geef er de voorkeur aan om eerst sfeer te scheppen, die lekker te laten garen, het kwaad sluimerend aanwezig te laten zijn en dan pas uit te pakken met duistere actie.
Ondanks de respectabele speelduur van bijna twee uur, heeft de film niet het geduld om sfeervol te garen. Toch zit de film desondanks verder degelijk in elkaar zonder overigens memorabel te zijn. Salem’s Lot heeft vaart. Het kwaad ziet er dreigend uit. De effecten zijn redelijk tot goed. Het acteerwerk is heel behoorlijk. De actiescènes zijn in orde. De personages zijn helaas vluchtig geschetst en kunnen weer snel worden vergeten. Het horrorgehalte is gering. Over sfeer hebben we het al gehad.
Mij viel trouwens op dat de dagen erg kort duurden en de zonsondergangen steeds maar aanstaande waren. Een wat flauwe manier om spanning op te wekken. Een snelle zonsondergang zien we ook voordat de film de finale ingaat. Een finale die verder goed in elkaar steekt en zelfs enige spanning genereert. Misschien toch nog iets memorabels gezien dan.
Salmer fra Kjøkkenet (2003)
Alternatieve titel: Kitchen Stories
Een Zweeds onderzoeksinstituut doet veldonderzoek naar het keukengedrag van alleenstaande mannen. In een eerder stadium is dat ook voor vrouwen gedaan. Aan de hand van de onderzoeksresultaten werd een moderne praktische keuken ontwikkelt. Alleenstaande mannen waren nog niet onderzocht. Dat gebeurt in deze film.
Observant Folke wordt gekoppeld aan de excentrieke vrijgezel Isak, die duidelijk niet zo’n zin heeft in het hele gedoe. Gezeten op een hoge stoel in de hoek van de keuken observeert Folke Isak’s handelingen in de keuken. Omdat het onderzoek objectief moet zijn is het de observant niet toegestaan om zich met het onderzoeksobject te bemoeien. Geen enkele vorm van persoonlijk contact is gepermitteerd.
De film speelt met de grenzen die aan het onderzoek kleven. Folke, de professionele onderzoeker observeert Isak. Isak die een ietwat recalcitrant onderzoeksobject blijkt, observeert op zijn beurt Folke. Behalve irritatie levert die wederzijdse observatie weinig op. Isak gedraagt zich niet als een slaafs object. Hij verricht opzettelijk weinig handelingen. Folke heeft in feite weinig tot niets om als onderzoeksresultaat te noteren. Een merkwaardige patstelling ontwikkelt zich die voor de kijker erg vermakelijk is om te aanschouwen.
De film van regisseur en schrijver Bent Hamer wekt zijn personages tot leven met behulp van de absurde situatie en door geringe maar goed geplaatste droogkomische dialogen. De dialogen zijn spaarzaam in deze film. Logisch natuurlijk, want communicatie tussen de observant en zijn proefpersoon is immers niet toegestaan. De meeste tijd kijk je dan ook naar twee mannen die in stilte hun eigen ding doen terwijl ze zich heel erg bewust zijn van elkaars aanwezigheid. De situatie is heerlijk bizar en erg grappig.
Leuke film, die fijn rustig voortkabbelt en dat steeds heel beschaafd doet. Van luidruchtigheid en opwinding is weinig sprake. Te midden van een besneeuwd landschap is het afgezonderde dorp met ingetogen en merkwaardige inwoners een heerlijke setting waar frivool gedrag sowieso moeilijk voorstelbaar is. Salmer fra Kjøkkenet is een leuke kleine film die ik met een bijna continu aanwezige grijns heb bekeken.
Salon Kitty (1976)
Alternatieve titel: Madam Kitty
Nazisploitation die zich afspeelt in het bordeel Salon Kitty. Een film die gebaseerd is op feiten. Twintig door de nazi’s gerekruteerde prostituees hebben de opdracht dossiers aan te leggen over hun klanten. Hun sessies met klanten worden eveneens afgeluisterd. Op die manier verkrijgen de nazi’s informatie over critici van het regiem en over complotten die worden gesmeed. Een stukje geschiedenis waar ik niets over wist. Interessant voer voor een film.
Maar ja. Nazisploitation hè. In plaats van in te zoomen op spannende verwikkelingen rondom het afluisteren van bordeelbezoekers, richt de film zich vooral op lichamelijke activiteiten. In beginsel nog wel interessant en schokkend als een patholoog aan de hand van een aantal lijken de nazistische rassenleer heel plastisch weet te verduidelijken, maar al snel weerzinwekkend afglijdend naar scènes waarin de nazi-prostituees in spe seksueel in de weer zijn met lilliputters, gehandicapten en gechargeerd vorm gegeven representanten van het Joodse- en het zigeunergeslacht.
Na hun wanstaltige opleiding te hebben afgerond, kunnen de nazi-prostituees aan de slag in Salon Kitty. En in Salon Kitty blijft geen wens onvervuld en een grote demonstratie van seksuele afwijkingen neemt een aanvang. Misschien kun je er met wat goede wil nog een verantwoord label opplakken. Iets over een zorgwekkende vervreemding van het menszijn. Of misschien iets over de noodzaak om excessen op te zoeken als middel om toch nog iets te kunnen voelen.
Zoveel goede wil bezat ik na het kijken niet meer. Ik had helemaal geen zin om daarover serieus na te denken. Salon Kitty is pure exploitatie die een interessant historisch feit gebruikt om de kijker op heel veel seksuele agressie en fetisjisme te trakteren. Ik vond er geen reet aan.
Saloum (2021)
De film werpt de kijker bijna meteen in een actierijke handeling. Dynamisch camerawerk zorgt voor onrust en sleept de kijker mee in een soortement rollercoasterrit met slechts af en toe enige momenten van rust. Begeleid door een soundtrack van indringende afrobeat, komen drie übercoole huurlingen door omstandigheden gedwongen terecht in een kibboetsachtige omgeving ergens in de Saloum delta in Senegal om daar geconfronteerd te worden met bovennatuurlijke verschijnselen.
Drie intrigerende protagonisten. Chaka de charismatische aanvoerder, Rafa de onbehouwen krachtpatser en Minuit de bedachtzame magiër met zilverwitte dreadlocks. Samen zijn zij de hyena’s van Bangui. Actiefiguren die intrigeren door hun coole manier van doen. Een gedragstype dat afstand tussen kijker en personage garandeert. Veel verder dan een zekere fascinatie kwam ik niet. Voor de bijrollen geldt eigenlijk hetzelfde. Bijzondere personages betreden het speelveld. Personages die fascineren zonder dat ik daarbij enige vorm van emotionele binding voelde. Ook de scherpe dialogen die de personages onderling voeren zijn fascinerend en vermakelijk maar zorgen niet voor intense beleving.
De film doet diverse genres aan. Actiethriller. Poëtisch drama. Horror. Over de actie en de poëzie geen klachten. De horror valt wat tegen. Met schuddende beelden (geschoten met een handcamera) die de bovennatuurlijke dreiging weinig zichtbaar weergeven, wordt veel hectiek opgewekt. Heel spannend zijn de hectische horrorscènes echter niet.
Saloum is een aardige film. Met een klein budget gemaakt. Met name zichtbaar in de bescheiden decorwisseling en in de creatieve manier waarop de bovennatuurlijke bedreiging is vormgegeven. Saloum biedt best aangenaam vermaak maar ik had er na 80 minuten Afrobeat en macho coolness ook wel weer even genoeg van.
Saltburn (2023)
Emerald Fennell scoorde goed met haar debuut, de thrillerkomedie Promising Young Woman (2020). Een verrassend leuk debuut. Ik was derhalve erg benieuwd naar haar tweede film en werd niet teleurgesteld. Saltburn is het bekijken zeker waard.
Saltburn is wederom een mooie mix van thriller en komedie. Een bijzonder amusant verhaal over een briljante student Oliver van arme komaf die in Oxford studeert en bevriend raakt met de rijke Felix die hem uitnodigt om een paar dagen bij hem en zijn excentrieke familie woonachtig in een prachtig kasteeltje door te brengen. Vervolgens ontwikkelt zich een film waarin duistere scènes worden afgewisseld met luchtige scènes.
In Saltburn draait het verhaal om de verhouding tussen twee sociale klassen. Oliver past niet goed tussen de elite van Oxford en Oliver past niet goed binnen de entourage van de rijke familie. Hij wordt geduld, maar hoort niet echt bij de incrowd. Met deze gegevens zou de film gemakkelijk het spoor van een sociaal drama kunnen volgen. Dat gebeurt echter niet. Saltburn doet veel meer denken aan een film als Gisaengchung (2019) waarin een arme luis het huis van rijke lui op nonchalante wijze infiltreert.
De film bouwt het verhaal op rondom een impliciete vraagstelling. Wie gebruikt eigenlijk wie? Is Oliver een parasiet of is de familie die geld verdient zonder de handen vuil te maken en anderen voor zich laat werken een parasitaire familie? Best intrigerend en de vraagstelling levert een vermakelijke film op. Hier en daar permitteert de film zich een paar verrassende wendingen, maar die zijn niet heel gecompliceerd. De film is gemakkelijk te volgen. Misschien is ie soms zelfs wat voorspelbaar. Het is de film vergeven. De film als geheel kijkt prettig weg en vermaakt uitstekend.
Barry Keoghan die de rol van Oliver op zich neemt, is goed. Zijn personage is zowel de figuur waarmee de kijker zich kan identificeren als de figuur die de kijker een onaangenaam gevoel bezorgt. Een ander opvallende rol is de rol van Richard E. Grant als het hoofd van de familie. Het hoofd is een schertsfiguur die door Grant heerlijk schmierend wordt vormgegeven. De overige grote en kleine rollen zijn eveneens plezierig ingevuld. Prima personages in een prima verhaal. Het enige dat je de film kwalijk zou kunnen nemen is de ietwat lange speelduur van 130 minuten, die uitnodigt tot soms te langgerekte scènes die best iets compacter uitgewerkt hadden mogen zijn. Verder niets dan lof.
Salvage (2006)
Alternatieve titel: Gruesome
De titel en de cover duiden op voorhand niet op een geweldige filmbeleving. De zoveelste goedkope slasher lijkt aanstaande. In materiële zin klopt dat ook. De film kwam tot stand met een budget van 25.000 dollar. En dat is niks natuurlijk. In kunstzinnig opzicht lijkt de film in eerste instantie ook van de goedkope soort te zijn. Na even de eerste scènes te hebben doorgebeten die een goedkope indruk maken, verbetert de film zich in rap tempo.
De film is geen onnozele tienerslasher en is visueel goed gemaakt. Geen snelle hippe cuts, die hectiek visualiseren. Geen snel bewegende en wiebelende camera die voor onrust zorgt. Nee, integendeel.
De verteltrant is rustig. De camera doet geen gekke dingen. De film laat de gebeurtenissen rustig en overzichtelijk passeren, vertelt een verhaal en neemt de tijd om spanning op te bouwen. Jeff en Josh Crook verfilmen heel vaardig hun eigen scenario.
Het budget van 25.000 dollar is uiteraard af en toe zichtbaar. De handgemaakte sfx zijn niet meer dan ok. De dialogen zijn niet altijd vlot en overtuigend geschreven. Niet elke scène is spot on en de voortgang van het verhaal vertoont als gevolg daarvan soms wat haperingen. Ook pogingen om wat humor in de film te brengen slaan de plank behoorlijk mis. Het matige acteerwerk is daar voornamelijk schuldig aan. Hoofdrol Lauren Currie Lewis als tienermeisje dat door een seriemoordenaar wordt gestalkt is hierop een aangename uitzondering. Prima actrice.
Het verhaal blijkt trouwens minder rechttoe rechtaan te verlopen dan bij aanvang gedacht. Het verhaal bevat enkele verrassende twists en sluit af met een laatste wending die de film in de loop al in een aantal scènes heel subtiel en vernuftig aankondigt. Iets dat ik pas na afloop ontdekte, zal ik eerlijk bekennen. De verrassende wendingen trekken de film definitief uit de middelmaat.
Salvage is niet alleen een film met gebreken en met pluspunten, maar is vooral een film die veel potentieel laat zien.
Leuk.
Sam (2015)
Flauwe komedie met romantische inslag.
Nu is, in een film waarin een transformatie in een ander persoon het uitgekauwde thema is, flauwe humor niet heel verrassend. Flauwe humor kan zelfs erg leuk zijn. Helaas geldt dat niet voor de flauwe humor in deze film.
In deze film een minieme hoeveelheid 'dick-humor'. En dat terwijl je dat type humor wel verwacht. Daar zit 'm de flauwheid dus niet in. De focus van de humor ligt vooral op de shock die de verandering bij de hoofdpersoon teweeg brengt en verschuift, nadat alle variaties op dit thema wel zijn benut, naar grappen over de verschillen tussen man en vrouw.
De humor zit 'm in de uitvergroting van clichés en in de uitvergroting van de reacties op die clichés. Beide zijn zouteloos stereotiep en niet leuk.
En die ene zeldzame scène die dan ietsjes meer is dan zouteloos, onderga je hoopvol glimlachend. Hopend op meer. Maar meer zit er niet in. Geen enkele scène is echt heel hilarisch of echt scherp of echt leuk.
Low budget. Het toont zich in de settings en de armoedige decors. Het toont zich ook in (de slappe humor van) het script en in het matige acteerwerk.
Verder opvallend slechte editing (niveau goedkope tv-film) en matig camerawerk. Geen enkel opvallend shot of camerastandpunt gezien.
“Sam” is in alle opzichten een kleurloze film.
Samaritan (2022)
Films met superhelden zijn er veel. Films met superhelden die iets anders zijn dan het zoveelste geijkte concept van een film met een superheld, verschijnen minder vaak. Samaritan is zo’n film. Een vuige actiefilm met een doorsnee verhaal waarin sombere dramatische elementen zijn verweven die dieper snijden dan doorsnee. De setting van een verpauperde wijk in een naargeestige stad met de naam Granite City is schitterend en verleent het drama extra somberte.
Hier leven de mensen aan de zelfkant. Hier leven de mensen die zich hebben teruggetrokken uit de samenleving. Hier leeft ook de voormalige superheld Samaritan. Hij wordt heel aanschouwelijk gespeeld door Sylvester Stallone. De korzelige held op leeftijd is teleurgesteld in de wereld en draagt een zichtbaar leed met zich mee. Samaritan is een interessante figuur en wordt door Stallone uitstekend vertolkt.
Hoewel de setting en de aankleding van de held afwijken van de standaard superheldenfilm, volgt het verhaal die standaard wel. Een strijd van goed tegen slecht gevuld met actie. Het is klassiek superheldengedoe met de onverwoestbare actieheld Stallone in het middelpunt. De actie blijft gelukig ver verwijderd van de sensationele effecten die je in Marvelfilms tegenkomt. De actie is minder afhankelijk van de effectenmachine en rust meer op het ouderwetse solide handwerk. Positief vind ik dat. Het maakt dat de film minder in het teken staat van de speciale effecten en minder glad oogt dan gebruikelijk is in dergelijke films.
Samaritan is een leuke superheldenfilm over een uitgerangeerde held. Een opmerkelijke en interessante insteek, die ruimte biedt aan dramatische elementen die iets dieper worden uitgespit dan gangbaar is bij de reguliere superheld. Uiteindelijk volgt de film toch het geijkte verhaal, maar de mistroostige setting en het personage van Stallone zorgen desondanks voor een blijvende donkere en mysterieuze sfeer, die de film interessant houden.
San Andreas (2015)
Een rampenfilm die er grafisch goed uitziet en verder niets voorstelt.
De film start aardig met de introductie van een aantal personages. Paar interessante karakters. Best aardig om deze personages in een paar leuke plotlijntjes te volgen.
Helaas wordt aan verdere plotontwikkeling niet gedaan en de in beginsel beloftevolle plotlijntjes verdwijnen in een overvloedige zee van "spannende" actiescenes. Toch wel jammer.
Het acteerwerk dat tussen alle actie door plaatsvindt, is overigens van een bedroevend niveau. Het ontwikkelen van gevoelens van medeleven is dan ook bijna onmogelijk.
Murw gebeukt na de zoveelste levensbedreigende situatie, constateerde ik dat mijn emotionele betrokkenheid was gedaald naar het absolute nulpunt. Toen aan het eind de Amerikaanse vlag ook nog patriottisch ging wapperen, zakte ik er zelfs onder.
Sandheden om Mænd (2010)
Alternatieve titel: Truth about Men
Romantische komedies zijn er vele. Moeilijk om op dat vlak nog iets origineels te produceren. Dat doet Nikolaj Arcel die de film schreef en regisseerde dan ook niet. Toch is de film een aangename film. De film heeft twee sterke punten die hem boven de doorsnee uittillen. In de eerste plaats is dat zijn protagonist. In de tweede plaats hanteert de film een aardig ironisch toontje dat suikerzoete momenten die zo kenmerkend zijn in het genre, geen levensvatbaarheid geeft.
Mads is het hoofdpersonage. Lamlendig en hypochondrisch. Hij is een scriptschrijver. Zijn leven beschouwt hij als het draaiboek voor een film. In één van zijn scenario’s laat hij een personage zeggen: "If your life was a movie, would you... watch it?" Het is een vraag die Mads zichzelf stelt. Steeds meer versmelten zijn filmdraaiboek, zijn leven en zijn dromen en herinneringen met elkaar. Vrees echter niet, want een film in een film is Sandheden om Mænd niet.
Mads heeft fantasie maar blijft met beide benen op de grond. Hij is ontevreden en niet gelukkig en zoekende. Toch is hij niet vervelend. Zijn wat maffe gedrag en eigenaardige beschouwingen maken hem juist tot een sympathiek personage. Dat sympathieke aspect geldt ook voor de overige personages die evenals Mads geflatteerd zijn neergezet. Op z’n romcoms zou je kunnen zeggen. Te sterk geaccentueerd om geloofwaardig te zijn en toch ook weer net geloofwaardig genoeg om mee te sympathiseren of juist niet. Al naar gelang de karakterschets van het betrokken personage.
Sandheden om Mænd is een prima film die de clichés van het genre ironisch benadert. Een lichtvoetig maar ook bijtend relaas over een zoektocht naar een levensbestemming. Een beetje vreemd maar wel leuk en lekker.
Sangailes Vasara (2015)
Alternatieve titel: Sangaïlé
Gefascineerd kijkt de jonge Sangaile naar de stuntvliegers die hun vliegtuigen met sierlijke pirouettes en indrukwekkende loopings door de lucht laten dansen. De camera laat nu eens de vliegtuigen in de hoge lucht zien en dan weer Sangaile die vanaf de grond toekijkt. De camera suggereert afstand tussen het ene en het andere. En dat blijkt inderdaad zo te zijn. Sangailė heeft hoogtevrees, durft niet te vliegen en zal haar droom om vliegenier te worden waarschijnlijk nooit kunnen verwezenlijken.
Het vliegen en de pogingen om de angst daarvoor te overwinnen vormen niet de hoofdmoot van de film. Ze staan eerder model voor de levenshouding van Sangaile. Een gesloten meisje dat veel meer angsten kent en daarover niet kan praten. Zeker niet met haar ouders die hun eigen problemen voorop stellen en Sangaile aan haar lot overlaten. Dan ontmoet ze het spontane en zelfbewuste meisje Auste en raakt ze verliefd. Het begin van een in poëtische, vaak vrolijk gekleurde en zonovergoten beelden gevat zomersprookje.
Auste en haar extraverte aard vormen een uitdaging voor de introverte Sangaile. Tegelijkertijd vindt ze in Auste een veilig toevluchtsoord waar ze terecht kan met haar angsten en dwangneurosen. De film mengt de dagelijkse realiteit met fantasie en doet dat met poëtische beelden die een magisch realistische sfeer oproepen. Mooie intermezzo’s ontstaan bijvoorbeeld als de twee meiden voor elkaar poseren in kleding die Auste heeft ontworpen of als ze vlak voordat ze elkaar de eerste keer liefhebben in het hoge gras schuchter tegenover elkaar staan in felgekleurde en glinsterende kledij.
De film wisselt de buitenopnamen frequent af met binnenopnamen. De tevens sfeerbepalende binnenscènes spelen zich voornamelijk in het huis van Auste en het huis van Sangaile af. Auste is met haar moeder woonachtig in een grauw flatgebouw. Van buitenaf een onaantrekkelijke woonstee gesitueerd in een onaantrekkelijke woonwijk. In het appartement is van kilte geen sprake, maar ademt een prettige leefsfeer. Het huis waar Sangaile met haar ouders bivakkeert is een prachtige landelijk gelegen villa. Binnenshuis ademt de woonstee echter donkerte, benauwenis en isolement. Het is de plek waar Sangaile zich terugtrekt en zich overgeeft aan haar angstgevoelens en eenzaamheid.
De film is een coming-of-age die over het klassieke verhaal wordt getild. Geen film die simpelweg een meisje toont dat er niet bij hoort maar dat wel heel graag wilt. De film rust zijn protagoniste niet uit met die innige en allesbepalende wens. De film toont haar eerder als vrij volwassen en in acceptatie met haar isolement. In de film gaat het niet zozeer over de levensfase waarin ze verkeert maar gaat het meer over haar pogingen haar angsten te overwinnen en zich in gezelschap van een ander op haar gemak te voelen. Regisseur Alante Kavaïté vertelt het vaak in gevoelige en poëtische en soms in duistere en pijnlijke beelden. Mooi.
Sasquatch Sunset (2024)
Sasquatch Sunset presenteert spectaculaire natuurbeelden en creëert daarmee een betoverende sfeer. In de eerste beelden van de film is de zon nog net niet opgekomen en worden we vergast op mooie plaatjes van donkere wolken aan het hemelgewelf en mistflarden die stilletjes rondom de bomen van het donkere woud drijven. In het eerste vale licht verschijnen vier gestaltes. Het zijn de vier leden van een bigfootfamilie die we de komende 88 minuten zullen gaan volgen. Het is een mooie opening. Daarna wordt het allemaal minder mooi.
De film maakt geen gebruik van dialogen. Bigfoots beheersen de gesproken taal niet, zo leert de film mij. Dat wil niet zeggen dat Sasquatch Sunseet een stille film is. Er wordt wel ‘gesproken’ maar enkel in dierlijke klanken. De onderlinge communicatie vindt plaats door gebruikmaking van brullende keelklanken, weeklagend gepiep, luid gesnuif en door driftig gegesticuleer. Lawaai en hectiek genoeg dus.
Sasquatch Sunset zou je een gefingeerde natuurdocumentaire kunnen noemen. We kijken naar acteurs als Riley Keough en Jesse Eisenberg die zich in een maf pak hebben gehesen en de dagelijkse dingen doen die een bigfootfamilie mogelijkerwijs ook zou doen. Is dat leuk? Het antwoord is nee.
De film is niet meer dan een overspannen getoonzette kinderlijke klucht. Er wordt woest gecopuleerd, teder gevlooid, wederzijds gesnuffeld en onsmakelijk gegeten. De lichaamssappen stromen vrijelijk en veelvuldig. Flauw, niet grappig en niet stimulerend voor de geest. Sasquatch Sunset plaatst de kijker veilig achter glas in een dierentuin en laat hem zich op afstandelijke en banale wijze vergapen aan een diersoort die zich ongeremd te buiten gaat aan faecalische humor. Je moet er van houden.
Pas bij het laatste shot begreep ik een beetje dat de film blijkbaar een onderliggende boodschap heeft. De romantiek van het wilde natuurlijke leven wordt geplaatst tegenover roofbouw op de natuur en commercieel gewin. Het ene is goed. Het andere is fout. Afgeleid als ik was door al het puberale gedoe, was die boodschap natuurlijk volkomen langs mij heen gegaan. Wel een grappig beeld trouwens, dat laatste shot. Een mooi begin en een grappig einde. Verder kon de film mij amper boeien.
Satanic (2016)
Film waarin de actie pas laat op gang komt. Voordat de spannende slotaktes aanbreken, moet je je eerst door 45 minuten gewauwel en oninteressant gedoe heen worstelen. Het gaat om vervelende verwikkelingen rond vier vrienden die zelf ook heel vervelend zijn. Heel stereotiep, heel plat en ergerlijk onvolwassen.
In die 45 minuten enkele schaarse momenten van opwinding en vele momenten van ergernis over de handelswijze van die vervelende personages die eigenlijk niets meer doen dan op overdreven wijze reageren op nietserige gebeurtenisjes die hun eigen kleine egocentrische belevingswereldje een beetje doen schudden. Het levert heel veel niet opwindende scènes op, die slechts zijn geënt op puberale opwinding. Blèh en boring.
De opbouw is veel te traag en veel te lang. Het laatste halve uur is goed en maakt ook wel iets goed, maar komt te laat om de lege nasmaak van daarvoor voldoende weg te wassen. Zonde.
Satanic Rites of Dracula, The (1973)
Alternatieve titel: Count Dracula and His Vampire Bride
Oei. Dat was niet geweldig. De enige vampierfilm van Hammer die ik nooit eerder zag. En ik heb spijt.
Ik ben een heuse fan van de vampierfilms uit de Hammer school. Met name de films met Christopher Lee als vampier en geregisseerd door Terence Fisher zijn vaker dan eens gepasseerd en blijven een waar genot voor het oog.
Sterke punten in de vampierfilms met Lee zijn de suspense, de sinistere sfeer, de fantastische gotische settings, de verrukkelijke maagdelijke slachtoffers, het herkenbare maar spannende verhaal en natuurlijk de onovertroffen Christopher Lee als Dracula.
Lee speelt doorgaans een heerlijk theatrale vampier. De hypnotiserende blik van de bloed doorlopen ogen is huiveringwekkend en dreigend. De vampier zoals ik hem graag zie. Een wezen dat vreugdevolle sidderingen veroorzaakt.
Al die zaken brengt Lee niet in deze draak van een film. De vampier oogt lusteloos. Zijn pogingen om dreigend over te komen zijn welhaast sneu om te zien. De mondhoeken trillen en grimassen zonder angst in te boezemen. De ogen priemen amper. 't Is niet de vampier zoals ik hem ken. Het woord pijnlijk dringt zich zelfs een enkele maal op.
De scènes met de vampier zijn niet het gevolg van een mooie en spannende opbouw. Veel gevoelsmatige connectie met het verhaal en met de andere personages hebben zijn verschijningen niet. Het is soms net of de scènes met de vampier er later zijn ingeplakt om het verhaal van wat extra vuur te voorzien. Erg spannend zijn ze desondanks niet. Ze zien er soms zelfs wat onbeholpen uit.
Lee heeft ook nog eens de setting niet mee. De film kiest voor een nieuwere en modernere insteek waarin Lee in een modern flatgebouw resideert en een zakenimperium beheert. Die modernere achtergrond deugt van geen kant. Lee hoort gewoon in een gotisch kasteel rond te dolen en maagden te bijten. Ik zou ook van slag zijn. Dit hoort niet.
Satanik (1968)
Met zo'n sexy poster, het label horror en een plot dat sterk doet denken aan Jekyll and Hyde, lijkt de verwachting dat de film op z'n minst intrigerend zal zijn, niet te hoog ingezet. Maar helaas, die verwachting blijkt na afloop veel te hoog te zijn geweest, want het is een vervelende film.
Absoluut geen horror. Het Jekyll and Hyde motief komt eigenlijk amper ter sprake. En als het thema in de film ter sprake komt en visueel wordt, is dat op een hele saaie manier. Er wordt betreffende de transformatie eigenlijk niets spectaculairs getoond. We zien niets. Geen effectje, geen greintje spanning. Wel een spannend muziekje. Maar ja, dat werkt niet goed onder gezapige beelden. Jekyll is tenminste horror. Hij transformeert en moordt. En ja dat doet de leading lady in deze film natuurlijk ook, maar haar kills zijn totaal niet opwindend, niet bloederig en niet verrassend.
Satanik is niet meer dan een doodgewoon rommelig misdaadfilmpje maar dan heel saai, heel voorspelbaar en heel slecht. Geen verrassende ontwikkeling te bespeuren. Toegegeven, dat is ook lastig als het verhaal niets om het lijf heeft en er weinig gebeurt. Er is simpelweg weinig materiaal om uit te putten.
De maker beseft dat ook en grijpt veelvuldig naar minutenlange folkloristische en toeristische beeldvulling. Hopeloos. Het besef van de diepe leegheid die de film uitstraalt, wordt na minutenlang doelloos gestaard te hebben naar een groep Spaanse flamencodansers alleen nog maar meer geaccentueerd. Pijnlijk.
En als tenslotte een potentieel spannende striptease die enige hoop biedt op wat opwinding, voortijdig wordt afgebroken, is de bodem bereikt en is alle krediet bij mij definitief verspeeld.
Eén ding deugt trouwens wel aan de film. De film heeft een hele deugdelijke jazzy score. Dat is toch iets.
Sator (2019)
Een interessante film. Althans zo lijkt het. Met name interessant vanwege de achtergrondgeschiedenis. Op mij maakte de film helaas weinig indruk. Traag, log, rommelig. Zelfs wat aan de saaie kant.
Sator handelt over het gelijknamige wezen dat diep in de bossen leeft. Een wezen dat mensen in zijn ban brengt. Adam is het personage dat door zijn grootmoeder van het bestaan van het wezen op de hoogte werd gebracht. Blijkbaar beïnvloedt het wezen zijn familie al tijden. Adam heeft het op zich genomen om Sator te stoppen.
Jordan Graham scheef het scenario en regisseerde. De totstandkoming van dat proces duurde vijf jaar. In die tijd werd het script met regelmaat aangepast. Graham’s grootmoeder (die overigens ook in de film is te zien) raakte dement en schreef vellen papier vol met hersenspinsels over ene Sator. Graham gebruikte de input voor zijn film. Hoewel ontsproten aan de fantasie van een zieke geest, heeft de film in die zin een link met de realiteit. Interessant.
Valt tegen. Graham schreef een warrig verhaal dat wat mysterieus stof doet opwaaien maar waarin amper iets wordt verklaard. De kijker wordt aan het werk gezet. Maar ja, de kijker moet zich op zijn zoektocht naar verklaringen en interpretaties baseren op weinig fundament. De film bestaat voornamelijk bij de gratie van zijn beeldmateriaal en ontbeert een wezenlijk verhaal.
Beeldspraak dus. Het decor wordt gevormd door een woest en afgelegen woud. Een beangstigend decor. Heel sfeervol. Heel duister. Samen met simpele maar effectieve geluidseffecten werkt de omlijsting voor het verhaal indrukwekkend. Dat verhaal ontbreekt echter grotendeels. Vanaf het begin kent de film terugblikken die in zwartwit en in een 4:3 formaat voorbij trekken. De stilering brengt dramatiek teweeg zonder dat je precies weet welke dramatiek. Er is immers geen verhaal om je gevoel aan te reflecteren. Geen verhaal om wat dan ook tegen af te zetten. Normaal gesproken dienen terugblikken als verheldering, als emotionele toevoeging of desnoods als gangmaker. Hier zijn ze absoluut sfeervol maar verder eveneens even nietszeggend als het verhaal.
Het is een drukkende film. De beelden drukken op je gemoed. Het traag voortslepende non-verhaal drukt op je geduld. De personages die weinig in beeld zijn, niet veel te doen hebben en weinig dialoog tot hun beschikking hebben, drukken de stroperige traagheid van het geheel naar nog grotere hoogten. De film drukte op mij zonder dat ik mij amuseerde. Bij mij werden zo halverwege de film de eerste tekenen van een depressie merkbaar.
Eigenlijk wel jammer dat Sator zo weinig amuseert. De omlijsting is goed. De horrorscènes zijn dat in al hun eenvoud ook. Het creatuur ziet er simpel uit maar bezit zeker dreiging. De geluidseffecten zijn armoedig, maar hebben een sinistere werking. De film heeft sterke momenten, maar bezit zo weinig verhalende context. Het filmmateriaal oogt als los zand. Als saaie vulling rondom een ijzersterke sfeer en als nietszeggend bindmiddel tussen enkele krachtige scènes.
Sator is vooral saai.
Saturday the 14th (1981)
Saturday the 14th is een leuke horrorparodie. De humor is tamelijk onschuldig en stompzinnig maar desondanks heb ik af en toe behoorlijk gelachen. Erg grappig vond ik de hardnekkige aanduiding van vleermuizen als uilen. Dat klinkt niet grappig maar dat is het wel. Verder heeft de film trashy monsters en verwijst op grappige wijze naar films als Jaws, Creature from the Black Lagoon en Dracula.
De speelduur is kort en precies goed. De film eindigt op het moment dat je je gaat realiseren dat je nu wel genoeg met flauwiteiten bent bestookt. Tot die tijd is het goed toeven in het nieuwe huis van de familie Hyatt dat wordt belaagd door allerhande monsters. De monsters zien er niet erg dreigend uit. Misschien een gevolg van een klein budget of misschien opzettelijk. In de onbenulligheid van het geheel passen de goedkoop ogende monsters in ieder geval goed.
Het acteerwerk is niet erg goed, maar ook daar vermoed ik opzet. Nog leuk om te vermelden dat Paula Prentiss, die de vrouw des huizes speelt, ten tijde van de opnamen rondliep met een gebroken arm. Ze werd steeds op een dusdanige manier gefilmd die voorkwam dat haar gips in beeld zou komen. Ook leuk om te vermelden: de filmtitel is aanleiding is om te vermoeden dat de film Friday the 13th (1980) juist een van de films is die geparodieerd wordt. Vreemd genoeg is dat nu juist niet het geval. Ook daar vermoed ik opzet.
Saturn 3 (1980)
Saturn 3 is een film met een leuke aanloopgeschiedenis. Zo werd regisseur John Barry ontslagen vanwege onenigheid met hoofdrolspeler Kirk Douglas en met productiemaatschappij ITC Entertainment. De inzet van de onenigheid was de artistieke koers van de film. ITC en Douglaqs wilden een soort Alien-kloon fabriceren met de spaarzaam geklede Faraw Fawcett als geheide publiekstrekker. Barry wilde zich echter aan het originele script van Martin Amis houden die een film met minder sensatiezucht zou opleveren.
Barry‘s plaats werd ingenomen door Stanley Donen. Donen is de regisseur van films als Singin' in the Rain (1952) en Funny Face (1957). Films die ver buiten het spectrum van de Horror en de Sci-Fi zijn te vinden.
Donen is een vreemde keus. En dat blijkt, want in plaats van zich op de regie van de film te richten, stoorde hij zich aan het Brooklyn-accent van Harvey Keitel en liet hem door een stemacteur nasynchroniseren.
Uiteindelijk kwam de film na heftig snijwerk in de bioscopen. Moordfantasiën van Douglas en Fawcett sneuvelden, evenals een brute aanval van een robot. Ik ken de redenen voor het elimineren van deze scènes niet, maar jammer is het wel. De scènes klinken hoogst interessant.
Er is in ieder geval flink in de film gesneden. Het snijwerk was zelfs zo rigoreus dat componist Elmer Bernstein er met zijn filmcompositie niet meer uitkwam en zijn muzikale bijdrage moest aanpassen en inkorten.
Allemaal gedoe dus. Uiteindelijk draaide Saturn 3 trouwens voor lege zalen en kon zich verheugen op een nominatie voor slechtste film van het jaar bij de Golden Raspberry Awards.
Het is duidelijk. Het gaat hier om een film met een slechte naam. Dat was me vooraf bekend. Ik vond het allemaal wel meevallen. Al in de eerste minutem verrast de film met mooie surrealistische beelden van gemaskerde mannen die onder begeleiding van de gecorrigeerde muziek van Elmer Bernstein allerlei handelingen verrichten in een ruimtestation. Na een aangename kill volgt een poëtische scène waarin een klein ruimteschip door de ringen van Saturnus raast. Heel aardig allemaal.
De kwaliteit van de effecten laat trouwens wel te wensen over, maar heel storend is dat niet. Andere dingen storen meer. Het acteerwerk bijvoorbeeld. Dat is van laag niveau, waarbij Farah Fawcett de absolute kroon spant. Zij acteert echt abominabel.
Je kunt natuurlijk zeggen dat zij slechts haar taak als eye candy moet uitvoeren en dus geen acteertechnische capaciteiten hoeft te bezitten. Daar zit wat in en klinkt als een hele legitieme verzachtende omstandigheid. Maar dan moet zo iemand wel candywaardig zijn, vind ik. Ik moet eerlijk bekennen dat de uiterlijke kenmerken van deze barbie-achtige stoeipoes mij tamelijk teleurstelden.
Saturn 3 is een hele acceptabele film met mooie decors, leuk bedachte constructies en met een fijne onheilspellende sfeer die door de laaghartige acties van de antagonist (Harvey Keitel in de nasynchronisatie) nog eens extra wordt aangezet.
Saturn 3 is goed te doen.
Saul Fia (2015)
Alternatieve titel: Son of Saul
Een film die er niet in slaagt om indringend en ontroerend te zijn. Althans niet voor mij.
Ik had eerlijk gezegd soms enige moeite om de aandacht er bij te houden. Ik kon gewoon niet goed in het verhaal komen. Dat is niet oneerbiedig bedoeld, want de thematiek is heftig en van een afschuwwekkende grootsheid. Het had meer met de filmtechniek en met de missie van het hoofdpersonage te maken.
Het cameraperspectief is het perspectief van de hoofdpersoon. En doordat de camera dicht op de hoofdpersoon blijft is het perspectief beperkt en nauw. De beelden zijn behoorlijk onrustig door de focus van de camera. De camera hangt steeds om de hoofdpersoon heen en is in beweging. Heen en weer. Op en neer. Ook is de camera voortdurend out of focus. De hoofspersoon kijkt namelijk overal langs. De hoofdpersoon kijkt op een achteloze, ontwijkende en defensieve manier steeds niet naar de verschrikkingen. Begrijpelijk. Het gaat immers om overleven. En enige andere aandacht dan egoïstische aandacht kan dan fataal zijn.
Maar juist door die beperktheid in zijn (en dus ook mijn) zicht werd ik erg nieuwsgierig naar de omgeving. Ik snakte meer en meer naar breedte en wijdsheid. Naar de andere gevangenen. Naar de bewakers. Naar de artsen. Naar de echte verschrikkingen. Ja, de echte verschrikkingen, want de missie van de hoofdpersoon wilde maar niet ontroerend worden. Zijn persoonlijke en gevaarlijke missie werd nooit de mijne. Ik bleef de hele film de neiging houden om voorbij de hoofdpersoon te kijken naar iets dat interessanter en roerender was. Ik wilde steeds maar kijken naar het echte leed. En de missie van de hoofdpersoon viel voor mij niet in die categorie.
De film derhalve gezien met een frusterende niet-registrerende insteek. Zoals bedoeld door de maker.
Gekeken zonder veel gevoel. En ja, dat vind ik toch een gemis.
Sauna (2008)
Alternatieve titel: Filth
Sauna is stilistisch van hoogwaardig niveau. De film is terughoudend in verklarend en verhalend opzicht. Er gebeurt eigenlijk vrij weinig. Met de gebeurtenissen die wèl plaats vinden, moet de kijker zich maar zien te redden. En zo duurt het enige tijd voordat enigszins duidelijk wordt wat het verhaal inhoudt. Meer intrinsiek is het de bedoeling dat de kijker grotendeels zelf aan het interpreteren slaat. Die manier van filmkijken moet je liggen. Ik houd er wel van als niet alles je op een presenteerblad wordt aangereikt.
Horror zegt het label nogal overtuigend. Die rubricering dekt de lading niet. Het bovennattuurijke aspect van de film neemt geen extreme of overheersende plek in. Het aspect is veel subtieler aanwezig. Het schemert en blijft raadselachtig. Het is somsl op de achtergrond aanwezig. Soms ook niet. Niet heel erg, want dat is ook de bedoeling van regisseur Annila, bij wie de horrorelementen niet op de eerste plaats staan. De aandacht gaat voornamelijk uit naar de dramatische verwikkelingen en naar de interessante personages.
Het verhaal over een groep Russische en Zweedse functionarissen dat in 1595 na een oorlog tussen beide naties opnieuw de grens tussen Rusland en Zweden moet bepalen, bezit met zijn personages al zoveel spannend potentieel dat een schemerende horrorgeschiedenis eigenlijk helemaal niet nodig was geweest. Ieder personage heeft scherpe en gelaagde kantjes. ieder personage is een verhaal op zich. Dat betekent niet dat de horror overbodig is. Ik hou nu eenmaal van horror, maar ik kan me deze film ook goed voorstellen zonder bovennatuurlijke elementen.
De strijd tussen de ego‘s levert op zich voldoende stof voor een interessante film op. Bovendien biedt het grauwe, doodse, weidse landschap al zoveel mysterieuze toonzetting dat je de flm sowieso met een bovenzintuigelijke verwachting en een duister gevoel bekijkt. Een extra accentuering in de vorm van daadwerkelijke horror had van mij niet per sé gehoeven.
Sauna is een prima film met een eigen gezicht die alleen daarom al de doorsnee kwaliteit van vele horrorproducties ontstijgt. De film vangt zijn gebeurtenissen op optisch schitterende wijze en maakt perfect gebruik van de mystieke lading die het onaantrekkelijke landschap oproept. Menselijke ondeugden als wantrouwen, (on)eer en leugenarij die zich in deze vijandige omgeving sterk openbaren, hadden wat mij betreft inniger uitgespeeld mogen worden. In dat geval had de film waarschijnlijk een aardser einde gekend en zou de filmtitel een andere zijn geweest. Ik was eerlijk gezegd niet bijzonder onder de indruk van het mysterieuze einde met een centrale rol voor de sauna. Optisch prachtig, maar niet veel meer dan dat.
Ik ben horrorfan, maar de rol die de horror hier speelt, had voor mij ook door het inniger uitspelen van menselijke driften mogen gebeuren. Het acteerwerk was er goed genoeg voor.
Genoeg gezeverd. Uiteindelijk is Sauna gewoon een prima film.
