Meningen
Hier kun je zien welke berichten Collins als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
W Lesie Dzis Nie Zasnie Nikt (2020)
Alternatieve titel: Nobody Sleeps in the Woods Tonight
Poolse tieners op zomerkamp. Een zomerkamp waar het gebruik van smartphones, ipads etc. niet is toegestaan. Een afkick-kamp zogezegd. Handig bedacht van medeschrijver en regisseur Bartosz M. Kowalski, die met deze inventieve gedachtenkronkel meteen een vervelende communicatieve hobbel in het verhaal wegneemt. Op deze manier is een groepje enthousiaste kampeerders dat tijdens een driedaagse wandeltocht door Hillbilly land nare dingen meemaakt, niet in staat om de buitenwereld te waarschuwen.
In het begin dacht ik nog heel even dat de film zich kritisch wilde opstellen ten opzichte van het excessieve gebruik van moderne communicatiemiddelen. Die gedachte werd al snel de kop ingedrukt. Dat zorgwekkende aspect speelt nauwelijks een rol. Het gaat Kowalski puur om het praktische effect. Personages die afgesneden zijn van de buitenwereld wekken simpelweg meer spanning op dan personages die dat niet zijn. Isolement en spanning gaan nu eenmaal goed samen.
Een slasher. Een weinig verrassende film met bloed en gore. Een film met stereotiepe karakters en een voorspelbaar verloop. Met jump scares die van tevoren gemakkelijk zijn te voorzien. Het is formulewerk. Gelukkig weet je dat al vroeg in de film. Eventuele diepzinnige of andere verwachtingen kunnen meteen overboord. We hebben hier te maken met een doodgewone slasher. Een aangenaam rechttoe rechtaan verhaal dat vooral teert op de prima effecten en de brute kills.
Geen originele film dus. De film doet bijvoorbeeld sterk denken aan Wrong Turn (2003). Ik las het in een eerder bericht ook al. Veel materiaal lijkt bijna uit die film te zijn gekopieerd. Heel oorspronkelijk is deze Poolse variant van de klassieke Backwoods horror dus niet. Nobody Sleeps in the Woods Tonight is niet meer dan een simpele slasher, die vaardig is afgekeken van andere slashers.
Ach. Als simpele ziel vermaak ik me daar meestal wel mee.
W Starym Dworku, Czyli Niepodleglosc Trójkatów (1985)
Alternatieve titel: In an Old Manor House or The Independence of Triangles
Verfilming van een toneelstuk en dat is merkbaar. De meeste film speelt zich af in een toneelachtige setting die het interieur van een landhuis voorstelt. Er is amper sprake van lokatie wisselingen. Het huis wordt slechts sporadisch verlaten. Verder ligt het accent in deze film behoorlijk op de dialoog. Ook typisch toneel. Er wordt flink gekeuveld. Het taalgebruik is afwisselend prekerig, formeel en poëtisch. De vertaling uit het Pools geeft die indruk in ieder geval. De gesproken taal zal dat dan logischerwjs ook wel zijn.
Ondanks de horrorduiding, zijn geestverschijningen de enige horrorelementen in de film. Het accentueren van de geestverschijning gebeurt in Polen met belichting en een surrealistisch kadertje. Weinig indrukwekkend en nogal fantasieloos. Niet eng of spannend ook. Eerlijk gezegd is de film ook helemaal geen horrorfilm. Het is een drama met duistere accenten. De geestverschijningen zijn onderdeel van die duisternis. Belangrijkere duistere onderwerpen die langs komen zijn incest, overspel en familiemoord. Puur drama dus.
Geen swingende film. Statisch acteerwerk. Statisch camerawerk. Veel hoogdravende dialoog. Erg slaapverwekkend. In de dialoog zit uiteraard een boodschap. Ik kon niet echt vat op de boodschap krijgen. Enige maatschappijkritiek kreeg ik mee. Ik kreeg echter sterk de indruk dat er nog meer lagen aanwezig waren. Ik voelde wel iets maar herkende het niet. Misschien moet je van Poolse komaf zijn om de satirische laag (die er volgens mijn gevoel ook inzit) te kunnen herkennen en te kunnen waarderen. Dat geldt ook voor de eventuele andere lagen, die onherkenbaar blijven. Misschien heeft de film zelfs een surrealistische humoristische laag die ik niet herkende. Ik weet het niet.
Ik vond het maar een starre, oninteressante en saaie bedoening.
Wai Dor Lei Ah Yut Ho (2010)
Alternatieve titel: Dream Home
Een fijne mix van drama en horror. Plus een lekkere laag zwarte humor onder de horror.
Hier geen bloedeloze verzameling van kills. Nee, hier toont men creatieve kills, waarvan de noodzaak nog onderbouwd wordt ook. Hier geen saaie voorspelbare aanloop voordat eindelijk de actie begint. Nee, de film gaat gelijk los in actieve zin en doet dat meteen heel fantasierijk en heftig. Daarna is er steeds een dynamische afwisseling tussen drama en horror. De kills zijn alomtegenwoordig en nooit ver weg. Het drama ook.
Behalve de (vaak hilarische) kills geeft de film in een soort tweede laag met terugblikken een heuse inkijk in de psyche van de hoofdpersoon. Niet zeikerig sentimenteel, maar gewoon een weergave van de harde realiteit. Feitelijk. Emotie en sentiment komen in deze film amper voor.
De wisselwerking tussen kills en drama werkt zonder dat overtollige sentiment in de dramatische terugblikken goed. Het switcht gemakkelijk.
Heerlijke kills trouwens. Heel inventief, af en toe heel effectief, maar vooral heel stuntelig. En dat laatste heeft een hilarisch effect. De hoofdpersoon is vastberaden, berekend en kil, maar gaat ook heel amateuristisch te werk. Ondanks de bruutheid van de kills, werkt dat stuntelige aspect erg op de lachspieren.
Fijne sociaal getinte slasher met een heerlijk komisch randje.
Wake in Fright (1971)
Alternatieve titel: Outback
Wake in Fright is een vroeg werk van regisseur Ted Kotcheff die vooral bekend is van First Blood (1982). Wake in Fright is een andersoortige film. Het gaat in Wake in Fright om andere actie en wel om tomeloos zuipen en het controleverlies dat daar het gevolg van is. De film laat zien hoe snel en gemakkelijk een rationeel mens in totaal barbarisme kan vervallen als hij eenmaal de eerste voorzichtige stappen heeft gezet die hem van het beschaafde pad doen afwijken.
Een onderwijzer strandt onvoorzien in een oord met de naam Bundanyabba dat door de inwoners liefkozend The Yabba wordt genoemd. Hij zou er slechts een nachtje doorbrengen, maar dat loopt helemaal anders. Ongelukkige omstandigheden dwingen hem daar langer te blijven. Hij zit vast. Zie daar de aanvang van een dagenlang durende alcoholische tour die hij samen met nieuwe kennissen onderneemt. Een tour door het hellegat The Yabba waarin hij wordt omgeven door simpele zielen, die zich onafgebroken met bier laten vollopen.
En het begon allemaal zo mooi en zo zuiver. De film opent met grandioze beelden van de eindeloze leegte van de Australische outback. Beelden die een eerbiedwaardige sfeer van eenzaamheid en troosteloosheid oproepen. Je hebt werkelijk geen idee dat deze ware poëzie aan beeldmateriaal al snel wordt ingeruild voor plastische ellende in een afgrijselijk oord met de naam The Yabba. Dromen over de schoonheid van een eenzaam bestaan dat louterend werkt en een vorm van geluk bewerkstelligt, kunnen de kast in. We verplaatsen ons naar de hel en naar de mensen die er wonen.
Onderwijzer John houdt in eerste instantie enige afstand en bekijkt de mensen en de simpele manier waarop zij het geluk najagen met enige minachting. Dat duurt niet lang. Hij ontdekt dat het bevrijdend werkt om de ketenen van het fatsoen en menswaardig gedrag af te werpen. De intellectuele John die dacht dat hij boven platte verleiding stond, is plots tomeloos aan het zuipen met wildvreemden en verliest al zijn ketenen. Het ene exces volgt op het andere tot een absoluut schokkende ervaring gevat in een bijzonder schokkende scène, hem wakker schudt. En mij erbij. Ik werd gelukkig enigszins gerustgesteld door een mededeling aan het eind van de film, maar het gevoel van walging nam de mededeling niet weg. Voor John is de impact groter. In een tijdsbestek van slechts enkele uren heeft hij iets aangericht dat niet meer kan worden hersteld. Hij zal voor altijd een hol gevoel met zich mee moeten dragen.
Wake in Fright is een intense film met vele markante personages en vele eigenaardige en afschuwelijke situaties. Een film voor wie nog niet geloofde dat het drinken van grote hoeveelheden bier niet goed is. En een film voor degenen die dat al wel geloofden maar dat graag nog eens bevestigd willen zien. Ik hoor gelukkig nergens bij. Heb ik meteen een goede reden om er eentje open te trekken.
Wald (2023)
Alternatieve titel: Woodland
De setting is een dunbevolkte bos- en heuvelrijke streek in het noorden van Oostenrijk. De ideale streek voor iemand om de drukte van de stad en de stress van alledag te ontvluchten. Een idyllisch oord om in bij te komen. In het psychodrama Wald doet Marian na een traumatische ervaring een poging. Ze doet dat in het vervallen huis van haar overleden grootouders. Ze is bekend met de omgeving. Bekend met het koppige volk dat in de streek woont. Marian, een gerenommeerd journalist, hoopt in de streek waar ze is opgegroeid datgene te vinden dat ze nodig heeft om haar leven weer op orde te krijgen. Haar lijdensweg komt tot de kijker zonder sprankelende dialogen, met sprekende beelden en met uitstekend acteerwerk.
Het huis waarin ze haar toevlucht neemt, is een bouwval, is gelegen aan de rand van een dicht bos en ligt op tien kilometer afstand van het dorp. Een oude vervallen boerderij zonder stroom, met een muf interieur en een lekkend dak. Ontdaan van alle gemakken zoekt Marian de geborgenheid van vroeger. Dat valt niet mee als de mensen die zorg droegen voor die geborgenheid er niet meer zijn of zich vijandig gedragen. Haar jeugdvriendin Gerti bijvoorbeeld die haar als een verraderlijke levensgenieter beschouwt omdat Marian destijds na de dood van haar moeder zonder uitleg uit beeld verdween. Het is voor Marian de kunst om de muur van vijandige afwijzing die Gerti heeft opgetrokken, af te breken.
Regisseur en schrijver Elisabeth Scharang brengt het karakter van het dorp en zijn omgeving tot uiting in de microkosmos van de plaatselijke kroeg met zijn sjofele uitstraling. Een etablissement waar de lucht is vergeven van de geur van alcohol, tabak en simpel eten en de bevooroordeelde bezoekers zich argwanend en vijandig tegen Marian gedragen. Erg bekrompen. Erg beklemmend. Ook de kroeg is geen prettig toevluchtsoord voor Marian. Nee, Wald is geen vrolijk makend homecoming-drama. Er wordt een hoop depressiviteit over de kijker uitgestrooid.
De tijd verstrijkt. Het is herfst. Het is winter. De dagen worden korter. Tegen de avond trekt de nevel over het land. De sneeuw valt onbarmhartig naar beneden. Het donkere woud kijkt toe. Het landschap, het ingekapselde verleden en het trauma zorgen tezamen voor een onbehaaglijke sfeer. Het is koud, kil, nat en somber. Tegen dergelijke indringende somberheid zijn zelfs de zomers gekleurde jeugdherinneringen die bij Marian onherroepelijk naar boven borrelen, niet gewassen. In het heden staan het dorp en de streek eromheen veraf van idyllisch gekleurde herinneringen.
En juist op het moment dat ik mij wil overgeven aan een depressie worden voorzichtig optimistische aspecten aan het verhaal toegevoegd. In een (nog steeds) ongemakkelijk verhaal daagt het besef dat vriendschappen die eens waren, er wellicht nog steeds zijn. Gelukkig maar. Dat brokje optimisme had ik even nodig.
Walk Hard: The Dewey Cox Story (2007)
Regisseur Jake Kasdan schreef samen met Judd Apatow het scenario voor deze parodie en muzikale biografie. De film haalt de mosterd in eerste instantie grif bij Walk the Line (2005). De film die het serieuze kevensverhaal van Johnny Cash vertelt en twee jaren daarvoor was verschenen.
Als je met het werk van Kasdan of Apatow bekend bent, is het resultaat niet moelijk in te schatten. Walk Hard is een spoof die inzet op veel, snel, springerig en bizar. Leuk? Soms wel. Soms niet. Het duurt even voordat de film voldoende krediet opbouwt (een eigen richting kiest die wegvoert van Johnny Cash) om de grappen te laten vallen. En dan is ie wel grappig. Vooral de running gags doen het logischerwijs na een tijdje pas goed. De verwijzingen naar de excentrieke gedragingen van bekende popsterren zijn ook zeer geslaagd. Leuk zijn ook de songs, die speciaal voor de film werden geschreven en vol zitten met ironische, onzinnige en dubbelzinnige teksten.
De hoofdrol is voor John C. Reilly. Hij kruipt succesvol in de huid van Dewey Cox en etaleert daarbij een soort naïeve kwetsbaarheid die zijn egocentrische personage een bepaalde hoeveelheid sympathie verleent. Reilly draagt de film. De andere rollen zijn niet erg onderscheidend. Het leukst zijn nog de personages met korte speeltijd. De passanten. Uiteraard mogen gastoptredens van een aantal acteurs die op de vriendenlijst van Apatow staan vermeld, niet ontbreken. Paul Rudd, Jonah Hill, Jack Black. Van dat werk. Meer een zaak van namedropping dan heuse intrigerende toevoegingen die het aanzien van de film gigantisch beïnvloeden.
Aan het eind van de film is er berusting. Walk Hard heeft een paar leuke momenten en geslaagde grappen. De songs zijn bijzonder leuk ingebed in tekstuele onzin. Maar toch. Walk Hard is een film van momenten die niet over de hele linie bovenmatig boeit. Daarvoor is de film gewoon te springerig.
Walk in the Woods, A (2015)
Bijzonder aardige film over twee heren op leeftijd die een wandeltocht maken door de Appalachen.
De film is lichtvoetig van toon en kijkt lekker weg. Het verhaal stelt niet veel voor en is op voorhand gemakkelijk in te vullen. Onderweg gebeuren de nodige grappige ongelukjes en vinden vermakelijke ontmoetingen plaats. Niets hoogstaands, maar gewoon plezierig en humoristisch.
De dialogen zijn niet diepgravend, maar wel erg leuk om naar te luisteren. Ze zijn vooral geestig en zitten vol aardige pointes.
Het samenspel tussen Nolte en Redford is top. Prachtig acteerwerk.
Een prettig voortkabbelende film. Gewoon lekker.
Walk, The (2015)
Onderhoudende film die verslag doet van een uitkomende jongensdroom. Film ook die kiest voor de filmvorm met een alwetend verteller. De verteller is Gordon-Levitt in zijn rol als koorddanser Petit. De gewenning aan vorm en personage kost wat tijd.
De eerste paar minuten lijkt Gordon-Levitt met gekke maniertjes en Franse tongval een persiflage te zijn op een Fransman. Pas na enige tijd verdwijnt dat gevoel en begint het geloof in het personage te ontstaan. Gelukkig maar, want een komiek op het koord tussen de beide torens van het WTC had vast geen serieuze en geloofwaardige film opgeleverd.
De film heeft goede en saaie momenten. Een paar aardige scenes uit de opbouwjaren van de artiest Petit. Een minder enerverend tussenstuk waarin het plan nader wordt uitgewerkt. En een zinderend slot als de film eindelijk de focus legt op de stunt. Die is spannend gefilmd. De camera maakt goed gebruik van de hoogte van de torens. Het zielige stukje touw en de eenzame mens erop zien er onbeduidend uit. Gereed om te vallen. Het sfeertje is beklemmend.
Behalve de hoofdrol van Levitt stellen de overige rollen weinig voor. NIet dat zijn rol heel memorabel is, maar hij krijgt in ieder geval de kans om zijn acteertalent te showen. De andere rollen zijn nauwelijks meer dan behang in dienst van de hoofdrol. Wel jammer.
Helaas levert de film geen diepe inkijk op in het wezen van Petit. Desondanks prima vermaak.
Walkabout (1971)
Bevreemdend zit je er in en bevreemdend blijf je achter. Een heel bijzondere ervaring.
Met name de confronterende manier waarop geluiden van elementaire aard (drinken, eten, verorberd worden) hard binnendringen zijn in eerste instantie sfeerbepalend en hakken erin.
Voeg daarbij de afwisseling van rauwe (natuur)beelden met feeërieke en paradijselijke plaatjes en de sfeer van plezierig ongemak met bijbehorend gevoel van verwondering is gearriveerd en gaat niet meer weg. Er heerst een haast voelbare spanning die maar voortduurt en voortduurt.
De muur die tussen twee culturen hangt is een kunstmatige. De overeenkomsten zijn eigenlijk veel groter. Ze zijn er. Ze zijn onontkoombaar. Je moet wel blind zijn om ze niet te zien. Ze verschillen alleen in presentatie. De film toont ze poëtisch en liefdevol relationeel, maar ook koud realistisch. Dat laatste wordt in de film effectief zichtbaar gemaakt in plastische beelden die soms door de verwildering heen uit de beschaving opflitsen. Zo is onbeschaafd villen en lijfelijk stropen hetzelfde als beschaafd hakken met een slagersmes. Zelfs de bijbehorende geluiden klinken eender.
De verschillen zijn gemakkelijker herkenbaar en spreken voor zich. Niet heel spannend. De film focust zich daar ook niet op.
Hoe mooi aaneengesloten de film is, en hoe bijna elk beeld heel treffend iets toevoegt aan sfeer en vertelling, bleek wel toen ik niet in staat was om een geschikt moment te vinden om de film even te stoppen om een sanitaire stop te plegen. Zo'n pauzemoment heeft de film niet.
Mooie film.
Walking Hills, The (1949)
The Walking Hills uit 1949 behoort nog tot het vroegere en budgetarmere werk van John Sturges. Pas vanaf het midden van de jaren 50 wurmde hij zich als regisseur in de opperste regionen met het maken van grote succesvolle westerns. The Walking Hills is een kleine en vrij statische film die zich op slechts enkele locaties afspeelt. Het grootste deel van de handeling vindt plaats op een paar honderd vierkante meter woestijn met zandheuvels.
Een aantal mannen en een vrouw is daar aan het schatgraven. Een helder beeld van de personages heb je als kijker niet. Pas in de loop van de film worden de onderlinge verhoudingen duidelijker en kristalliseren de diverse persoonlijkheden zich scherper uit zonder overigens ooit helemaal scherp te worden. Zelfs de persoonlijkheid van het personage van Randolph Scott die over het algemeen een betrouwbaar imago in een film meebrengt, blijft grotendeels ondoorzichtig.
The Walking Hills is geen klassieke western die barst van de actiescènes en vuurgevechten. De film zoomt in op het groepje gravers en legt de onderlinge spanningen bloot die gewoonlijk ontstaan als een groepje mensen dicht op elkaar vertoeft. Spanningen die nog eens worden versterkt als zich oud zeer openbaart en de frustraties toenemen omdat het schatgraven maar weinig resultaat oplevert. De film speelt zich trouwens af in het jaar 1949 en is ook in die zin geen klassieke western. Die illusie wordt wel heel prettig gewekt als het groepje gravers zich in de woestijn bevindt, de moderne tijd achter zich laat, gehuld gaat in westernkledij en het vervoermiddel heel ouderwets het paard is.
The Walking Hills is een sfeervolle film. Mooie beeldcomposities in de stijl van de Film Noir. Mooie setting ook. Intrigerende personages en een spannende zoektocht naar een schat. Leuk. Ook leuk is de aanwezigheid van Josh White die als enig zwart personage gelukkig niet voor de comic relief is ingehuurd (ik verwachtte dat), maar in plaats daarvan een paar stemmige bluesy nummers te gehore brengt.
Wanderers, The (1979)
The Wanderers is de naam van een Italiaanse jeugdbende in het Amerika van de jaren 60. De film bemoeit zich met veel personages rondom de bende en vertelt van veel gebeurtenissen. De film is een wilde mix van personages en verhalen. Een mix met een authentieke uitstraling.
De film bestrijkt een bepaalde tijdspanne en dat betekent dat bijna geen gebeurtenis wordt afgerond. Net als in het echte leven, waar de dingen zich niets aantrekken van een tijdklok of luisteren naar de wens van een persoon, maar gewoon doorgaan tot ze waarschijnlijk ooit eens stoppen of van vorm veranderen.
De zweem van authenticiteit die de film uitstraalt wil overigens niet zeggen dat gebeurtenissen altijd realistisch zijn. Er passeert genoeg dat elke realiteitszin ontbeert en soms schurkt de film zelfs tegen het clichématige aan. Maar ook een heleboel keren gebeurt dat niet. De wilde mix gedoopt in een nostalgisch sausje met een verrukkelijke score, smaakt gewoonweg heerlijk.
Drama is er genoeg, maar de emotionele geladenheid van de film is niet heel hoog. Er is afstand tot de personages. Er is afstand tot de gebeurtenissen. Dat wil niet zeggen dat de kijker niet kan meeleven. Het wil alleen zeggen dat de kijker niet verdwijnt in empathische dwang, maar dat de film hem in staat stelt om gebeurtenissen en personages objectief te beschouwen terwijl de film hem tegelijkertijd in staat stelt een passend gevoel te ervaren.
En misschien is het juist dat wat The Wanderers tot zo’n prachtfilm maakt. De kijker verzamelt een hoop indrukken en verwerkt die indrukken op zijn eigen manier. Omdat de film enige afstand tot personages en gebeurtenissen in acht neemt, wordt de kijker niet noodgedwongen meegesleept in allerhande kitscherige banaliteiten. Hij blijft gefocust op de handelingen an sich zonder te worden afgeleid door een grote emotionele binding met iemand of iets.
En dat betekent dus niet dat de personages niet interessant zijn. Dat betekent niet dat de personages geen sympathieke of onsympathiek uitstraling hebben. Juist door de ingebrachte afstand tot de personages is het vrij gemakkelijk om iemand sympathiek of niet sympathiek te vinden. Het is vanwege de afstandelijkheid zelfs mogelijk om de dagelijkse onbenulligheden en beslommeringen die de personages overkomen als belangwekkend te gaan zien.
The Wanderers gaat om meer dan alleen rivaliteit tussen bendes. De film houdt zich met meer dingen bezig dan met thema's als rassenhaat en kansenongelijkheid. De film houdt zich ook met meer persoonlijke gewaarwordingen bezig. Zoals de constatering dat ouders soms liefdeloze wezens zijn. Zoals het verlammende probleem of je moet kiezen voor een ware liefde of voor een verstandige liefde. Of zoals de vraag of trouw aan de bende altijd boven alles moet gaan. Allemaal belangwekkende banaliteiten.
De film snijdt belangrijke en onbenullige issues aan. De film gaat over veel. De film verdiept niet, maar roert slechts aan. Regisseur Kaufman laat het aan de kijker om te oordelen. De kijker kan de film als een film over bendes zien. Of als een metafoor voor de samenleving.. Of als een genietbare brok nostalgie. Of als een dramatische coming of age. De wilde mix maakt alles mogelijk en dat kijkt bijzonder smakelijk.
Wanderlust (2012)
Over twee New Yorkse neurotische carrièrejagers zonder veel succes die bij toeval in een commune met hippies en New Agers belanden. Dat strookt moeilijk met elkaar en leidt tot misverstanden en chaotische taferelen. Wanderlust is een film over het zoeken naar het ware innerlijke wezen. En dan niet serieus, maar komisch gebracht en ontspannen geënsceneerd.
Het verhaal doet er niet echt toe, is gewoon een grove omlijsting met ijkpunten zodat je als kijker een herkenbare bodem hebt. Humor werkt vaak beter in een herkenbare setting met herkenbare personages. Dat is hier ook het geval. De commune ziet eruit zoals je je dat voorstelt. De bewoners van de commune zijn heerlijk stereotiep. De twee neuroten zijn dat ook. Een herkenbare bodem voor leuke komedie. De tegenstelling tussen beide partijen doet de rest.
De humor is tamelijk banaal en bestaat uit wat situatiekomedie voortkomend uit wederzijds onbegrip en uit valsaardige woordgrappen over zaken als de strijd der seksen en spotternijen over een bepaalde leefstijl en levensvisie. Best leuk. Met name het gebrek aan een geforceerde manier om de lach op te roepen is sympathiek. De humor is ongedwongen. Het wordt je niet verkrampt en lomp door de strot gedouwd.
Af en toe raakt de film wat verstrikt in de talloze handelingslijntjes. De meeste doen er niet erg toe en juist daarom ware het beter geweest de boel gewoon compact te houden. Ook de poging om alles op Hollywoodse wijze tot een goed einde te brengen was niet nodig. Veel te krampachtig en daarmee in tegenspraak met de ongedwongenheid die de film uitstraalt. Een afscheid in de vorm van een simpele fade-out was voldoende geweest. Desondanks is Wanderlust een prima komedie. Ik heb af en toe lekker kunnen lachen. Zelfs nog tijdens de endcredits als het obligate bloopermateriaal passeert.
Wannabe, The (2015)
Niet heel boeiende film over een labiele man met een maffia fetisj die zich samen met zijn labiele vriendin overgeeft aan gewelddadige overvallen.
De loop van het verhaal is niet verrassend en niet spannend. De film bevat vooral veel obligaat (verbaal) geweld en doet weinig aan karakterstudie. Dat de film onder al dat geweld afstevent op een hopeloze afloop is vanaf de eerste minuut al heel goed te voorspellen. Met nog veel tijdrekkende film voor de boeg is dat een vervelende wetenschap.
De vertolking van Piazza als labiele crimineel is vlak. Het personage is niet erg interessant. Bijna de gehele film verkeert het personage in een staat van opgefoktheid, die al snel geen indruk meer maakt. Het personage handelt derhalve zeer clichématig in alle acties en reacties. Nee, geen imposante rol.
Arquette doet het iets beter, maar haar subtielere acteerwerk wordt overschaduwd door de overspannen opgefoktheid van Piazza.
De gebeurtenissen zijn geënt op waarheid. Dat staat altijd leuk op een affiche, maar is geen garantie voor een goede film. Dat bewijs is hier geleverd.
Wanted (2008)
In Wanted leeft regisseur Timur Bekmambetov (Nochnoy Dozor (2004) - Night Watch) zich helemaal uit. Evenals in Night Watch is de setting een parallelle wereld die midden in onze werkelijkheid bestaat. Een universum waarin ruimte en tijd geen grenzen kennen. Alles is mogelijk in deze door CGI gegenereerde wereld. Een overkill aan effecten. Vele wendingen in het verhaal. En grote plotgaten. Een film die het met de realiteit, de logica en politieke correctheid niet zo nauw neemt. Sterker nog, die elementen worden simpelweg genegeerd. Hoe ouderwets verfrissend. Wanted levert simpelweg spektakel en dat bevalt uitstekend.
Het verhaal is niet ingewikkeld. Men neme een protagonist met een gebrek aan testosteron. Gewoon een sneu figuur die niet bij machte is om zich tegen de nare aspecten van het alledaagse leven te verweren. Voorzie hem van buitengewone vaardigheden en transformeer hem in een actieheld. Maak vervolgens vooral veel gebruik van elementen uit the Matrix. Wel zo gemakkelijk. Klein verschilletje: waar held Neo juist tabletten slikte om te kunnen ervaren dat niets is wat het lijkt, laat held James McAvoy zijn pillen juist voor wat ze zijn om zo ten volle de potentie van zijn vaardigheden te kunnen benutten.
Ach, inhoudelijk is het allemaal net interessant genoeg om met de personages mee te kunnen leven. Het verhaal is grofmazig ingevuld en tamelijk stompzinnig. Er gebeuren vreemde dingen in de wereld van Wanted. Neem ze gewoon voor lief en vraag je verder niets af. Vragen worden niet beantwoord. Verklaringen worden niet verstrekt. Bekmambetov wenst geen kritische blik van de kijker. Zijn enige doel is om de kijker te overladen met adrenalinestoten. En, laat ik eerlijk zijn. Dat lukt hem uitstekend.
War Book (2014)
Spelen met dillema's. Altijd leuk om te doen en om naar te kijken.
De film zet een aantal kopstukken in een kamer. De kopstukken buigen zich over een oorlogsscenario. Wat volgt zijn discussies en keuzes. Het levert boeiend, maar ook vluchtig theater op.
Van veel doorwrochte betogen is namelijk geen sprake. De snelheid van handelen staat voorop. Dat komt in de film goed naar voren. De snelheid creëert echter ook oppervlakkigheid. Het genereert niet de intensiteit die nodig is om in het toneelstuk te worden meegezogen. De snelheid maakt dat er afstand blijft tussen kijker en plot.
Aardig is dat er zich (naast het rollenspel) een tweede verhaallijn ontwikkelt, waarin de onderlinge verhoudingen (met veel oud zeer) naar voren komen. Doordat bij de kijker specifieke kennis ontbreekt, is er ook hier logischerwijs afstand.
In een extra halfuurtje film hadden de personages meer uitgediept, en de twee verhaallijnen meer verweven, kunnen worden.
En dat zou zeker geen straf zijn geweest, want er wordt goed en overtuigend geacteerd.
Die keus is helaas niet gemaakt.
War Dogs (2016)
Alternatieve titel: Arms and the Dudes
Rise and Fall. Gebaseerd op echte gebeurtenissen. Welke zijn dan echt, vroeg ik me tijdens het kijken steeds af. Van een aantal gebeurtenissen leek mij het waarheidsgehalte niet erg hoog. Ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat er misschien wat bij gefantaseerd was om de film van extra vaart en van extra sensatie te voorzien. Moet tegelijkertijd ook eerlijk bekennen dat ik me niet echt in de feiten heb verdiept, dus mijn gevoel kan helemaal fout zijn.
Dat gezegd hebbende. Rollercoaster van een film. Snelle opeenvolging van gebeurtenissen. Echt tijd om je te vervelen is er niet. Gewoon op en top vermaak.
Geafficheerd als komedie wekt War dogs verwachtingen op dat vlak. De humor valt echter tegen. Hoewel het verhaal an sich natuurlijk wel komisch werkt en enkele scènes hilarisch zijn, bezitten de personages nauwelijks enige humor. Geen grappig tekstje komt over hun lippen. En daar hou ik nou juist zo van.
Ja, de personages. Ze zijn zo vlak. Enige uitdieping van de karakters is duidelijk niet de keus geweest. Waarschijnlijk zou zo'n keus het rollercoastergevoel ook wel ondermijnt hebben, vermoed ik. Karakterbouw kost immers tijd en dat werkt vertragend voor het verhaal. Een commerciële keuze van de regisseur, denk ik dan maar.
Ik heb me prima vermaakt hoor, maar het begon wel wat te knagen...
War on Everyone (2016)
Niets is heilig. Alles is relatief. Elke situatie en elk onderwerp lenen zich voor een humoristische aanval, hebben een humoristische insteek of worden humoristisch gebruikt. Het is vooral deze houding waarmee de hoofdpersonages, die heerlijk laconiek worden neergezet door Peña en Skarsgård, inspelen op de overdreven normale of serieuze houding van de andere personages die de film zo geslaagd grappig maakt.
In tegenstelling tot de humoristische hoofdpersonages ontsnapt uit de andere personages slechts incidenteel wat humor. De andere personages zijn niet meer dan een middel voor het duo om hun komische lusten op bot te vieren. Als middel doen ze het prima.
Hoe een ogenschijnlijk normale situatie opeens absurd wordt. De off beat quote die zo heerlijk valt. De stoicijnse reacties die zo misplaatst zijn. De acteurs vertolken het allemaal prima. Met dank aan een goed geschreven scenario natuurlijk
Leuk duo in een absoluut grappige film.
Ben aan het eind van de film trouwens nog steeds geen fan van Glen Campbell.
War Pigs (2015)
Alternatieve titel: Saints and Soldiers: War Pigs
Zwak en fantasieloos.
Een vlakke vertoning die heel amateuristisch overkomt. Onbenullig en kneuterig.
Totaal geen opwinding of spanning in het verhaal. Zelfs niet in de actiescenes.
De personages zijn belachelijk karikaturaal.
Er wordt zeer matig geacteerd. De dramatiek die gepaard gaat met gewond raken of sterven is lachwekkend.
De rol van Mickey Rourke is schandelijk benedenmaats. Hij zou als 'creep' in een low-budget horrorfilm misschien nog kunnen overtuigen. Hier niet. Hoe diep kan iemand zinken.....
In de film wordt ongelooflijk veel gerookt. Echt opvallend en heerlijk tegendraads met de huidige schone tendens. Grote pluim daarvoor.
Ward, The (2010)
Alternatieve titel: John Carpenter's The Ward
Wat meteen weer opvalt is dat Carpenter een prima onheilspellende sfeer neerzet. Laat dat maar aan Carpenter over. Ook de beeldspraak is erg goed. In het eerste kwartier wordt amper een woord gewisseld, maar vertellen de beelden alles wat je als kijker moet weten.
Fijne locatie ook. Een psychiatrische inrichting in 1966. Het jaartal is van toegevoegde waarde voor de sfeer. De aankleding van de inrichting is donker en grauw. Veel bruin. De behandelingsmethoden zijn ouderwets. De kleding van de personages en de inrichting van de kamers en zalen hebben een conservatieve charme. Allemaal sfeergevoelige details.
Uiteraard is de film meer dan een mooie sfeertekening. Er gebeurt ook nog iets. Er huist iets kwaadaardigs in de inrichting. Dat kwaad steekt op onverwachte momenten schoksgewijs de kop op en gaat vooral gepaard met scherpe voorwerpen, versplinterend glas en lichamelijk letsel. De film is niet expliciet in het tonen van bloed en foltering. De film laat net genoeg zien om de fantasie te prikkelen.
Niet alles is overigens ingetogen. De film bevat wel degelijk enkele brutere scènes, maar gebruikt die gedoseerd. De klassieke jumpscare ontbreekt eveneens niet, wordt ook niet overdadig gebruikt en functioneert derhalve goed.
Verder een leuke hoofdrol van Amber Heard en een fijn scala aan merkwaardige personages.
Helaas is Carpenter niet verantwoordelijk voor de score. Dat is jammer. De score voldoet wel maar is bepaald niet opzienbarend. Daar laat Carpenter wel wat liggen. Een ander minpuntje is het verhaal dat in de loop toch vrij standaard blijkt te zijn en weinig onvoorspelbare paden betreedt. Te veilig, naar mijn smaak.
The Ward is geen topfilm van John Carpenter, maar is zeker sfeervol en spannend vermaak.
Warlock (1989)
Warlock verbindt heel leuk fantasy elementen met een prettige horroratmosfeer. Denk bij het woord horror vooral niet aan slasherachtige taferelen. Alleen de sfeer doet horrorachtig aan. Die is duister en spookachtig. Daarbinnen zijn het vooral fantasy elementen en een achtervolgingsjacht die de dienst uitmaken. Het verhaal is wat dwaas maar overdrijft die dwaasheid niet zodat gebeurtenissen en personages genoeg voorstelbare authenticiteit bezitten om je te kunnen inleven.
Een tijdreis heeft een heksenjacht in het landelijke Amerika van 1989 tot gevolg. Een Middeleeuwse heksenjager maakt jacht op een Middeleeuwse mannelijke heks. Het verhaal is best leuk en af en toe zelfs een beetje spannend. Het tempo ligt niet erg hoog, maar er gebeurt genoeg om je blijvend te amuseren. De film veroorlooft zich bij tijd en wijle wat humor zodat de spanningsboog niet continu strak staat. Leuke humor wel, die voornamelijk is gebaseerd op de verschillen tussen de wereld van de late 17e eeuw en de wereld van 1989.
Julian Sands speelt de warlock en maakt van deze kwaadaardige heks een overtuigende snoodaard. De speciale effecten zijn helaas niet zo best, waardoor niet alle snode activiteiten die hij uitvoert heel serieus kunnen worden genomen. Het ziet er allemaal wat houterig uit. Ondanks dat straalt het hele gedoe wel een bepaalde nostalgische charme uit, die ik goed kon waarderen. De tegenspeler van Sands is Richard E. Grant. Prima acteur, die een prettige rol als heksenjager vertolkt en daarbij (evenals Sands trouwens) over een heerlijke Engelse tongval beschikt.
De jaren 80 vibe, de houterige effecten, het gemakkelijk verteerbare verhaal en de fijne personages maken van Warlock een vermakelijke beleving. Ik kwam tot de ontdekking dat Warlock is uitgegroeid tot een franchise. Warlock is leuk genoeg om me eens te gaan wagen aan een vervolg.
Warlords of Atlantis (1978)
Alternatieve titel: Warlords of the Deep
De film handelt over de zoektocht naar een verborgen onderzees land. Atlantis in dit geval. Kevin Connor maakte een reeks avonturenfilms die zich allemaal bezig hielden met een dergelijke zoektocht. Films met een simpele verhaallijn en wankele speciale effecten.
De hoofdrolspeler in die films heet meestal Doug McClure. McClure is een enthousiast overkomende acteur die in series en films vaak een aanjagende rol heeft. Hij is een goeie sidekick en niet meer. Ik heb wel eens een aflevering van de westernserie The Virginian (1962-1971) gezien, waarin hij een rol heeft. McClure is daarin een prima acteur om het hoofdpersonage te ondersteunen, maar geen geschikte acteur voor de hoofdrol. Dat viel me in deze film ook weer op.
Het verhaaltje over een zoektocht naar Atlantis, is erg simpel, maar heeft wel charme. De scènes in Atlantis zijn duidelijk in de studio opgenomen. De monsters zijn eerder grappig dan angstaanjagend. De actiescènes zijn onbeholpen. De karakters blijven onontgonnen gebied. Toch oogt het allemaal wel sympathiek, maar het maakt gewoon weinig indruk.
Warm Bodies (2013)
Zombiehorror is niet een van mijn favoriete subleaques binnen de horror. Zombies zijn van die maffe, traag bewegende en absoluut niet enge creaturen waar mijn hartslag niet veel harder van gaat lopen. Nou ja, van ergernis misschien. Toch heb ik wel eens een behoorlijke zombiefilm bekeken. Ze bestaan dus wel. Deze film behoort niet tot die categorie. Deze gaat de ergernis voorbij.
Een zombie die romantische gevoelens koestert is echt heel belachelijk en ongeloofwaardig. Een mooie tegenspeelster die er omgekeerd ook last van heeft, is al even belachelijk en ongeloofwaardig. De ontwikkeling van de relatie in de film is bovendien een hele oninteressante, een hele flauwe en een hele vlakke.
De film is een suikerzoet liefdesdrama. De combinatie zombie en romantiek is ongetwijfeld lief bedoeld maar is erg lachwekkend. Geen moment wordt dit gegeven geloofwaardig verbeeld. Geen inleving van mijn kant.
Voor een zombiefilm bevat de film erg weinig horror. Weinig spannend staaltje zombiesmerigheid te bekennen. Er is wel veel sprake van schietende en rennende actie. En van lachwekkende romantiek natuurlijk.
Behalve zombies speelt nog een andere groep monsters een rol in deze film. De overtreffende trap van de zombies, genaamd Boneys. Best leuk, deze creaturen. Ze zijn snel en in aanzet angstaanjagend. Helaas zien ze er in grafisch opzicht niet overtuigend uit.
Teresa Palmer is trouwens leuk. Ik begrijp die zombie wel. Hij acteerde het gewoon niet geloofwaardig. Ik kon me maar niet voorstellen dat Teresa Palmer daar trek in had.
Wat een flutfilm.
Wasting, The (2017)
Thrillerachtige horror van de psychologische soort. Meisje met anorexia gelooft dat ze wordt belaagd door een geest. En daar gaan we. Als kijker hink je dan natuurlijk meteen op twee niet verrassende gedachten. Is er werkelijk sprake van een geest of is er sprake van hallucinaties door ondervoeding.
Er zijn wat subtiele en indirecte aanwijzingen die voor beide opties spreken zodat Je een film lang blijft hinken op die twee gedachten. En dat hinken gebeurt helaas niet in een atmosfeer die overloopt van spanning en sensatie. De blik van anorexia levert dan wel hallucinerende plaatjes op, die enigszins beklemmend en bevreemdend werken, maar daar is ook alles mee gezegd. Verder is er amper iets dat een gevoel van spanning oproept.
De setting is ok. Platteland, klein dorpje, bos. De late herfst zorgt voor een sombere en weinig idyllische aanblik. Het basissfeertje in de film is een goede voedingsbodem voor een pakkend verhaal.
Maar dat verhaal loopt niet echt lekker. Scènewisselingen verlopen hobbelig. Dialogen klinken onnatuurlijk. Het acteerwerk oogt houterig en ongemakkelijk. Al die zaken doen een hoop afbreuk aan de voorzichtige sfeer van beklemming die in beginsel in de film aanwezig is. Die sfeer komt nooit tot ontplooiing en minimaliseert zelfs.
En dan, tegen het einde gebeurt er opeens iets. Tijdens de apotheose schemert er plots wat spanning door en wordt de onderuitgezakte kijkhouding even verlaten voor een rechte zit. Het slot is even leuk. Even spannend. Maar ja, erg lang duurt dat dus allemaal niet.
Watcher (2022)
In Watcher speelt Maika Monroe evenals in It Follows (2014) een personage dat zich geobserveerd en achtervolgd voelt. Waan of niet? Het lukt de film in ieder geval goed om een onbehaaglijk gevoel van paranoia op te bouwen. De hand van regisseuse Chloe Okuno is voelbaar. Telkens weer werkt de omgeving waarin Maika zich bevindt beklemmend. Ze bevindt zich in Roemenië en spreekt de taal niet. Ze kent de zeden niet. De mensen gedragen zich in haar ogen merkwaardig. Ze is klein en kwetsbaar in een onbekende en bevreemdende omgeving. Tezamen met de grauw gekleurde beelden waarvan Okuno zich bedient, ontstaat zo een naargeestige en deprimerende atmosfeer die de paranoia voedt.
De film moet het vooral hebben van die sombere atmosferische laag. De emotionele diepgang vind je niet in de personages. De personages zijn nogal eendimensionaal en staan in dienst van het verhaal. Nu stelt dat verhaal behalve dat het een gevoel van paranoia oproept, niet veel voor. De meeste tijd laat de film mensen zien die observeren en geobserveerd worden. De handelingen zijn tamelijk repetitief. Juist dan is het belangrijk om gelaagde personages te introduceren, lijkt me. Dat gebeurt niet.
Met de sfeer zit het wel goed. De camera registreert het gebeuren rustig en statisch. Vaak is geen enkel geluid hoorbaar. Een schitterende basis voor schrikeffecen. Die zijn er dan ook. Als de stilte ineens drastisch wordt doorbroken omdat iemand bijvoorbeeld heel hard op een deurt klopt, is de impact groot. De monotonie van het verhaal wordt hier en daar onderbroken door dergelijke dingetjes. Niet alleen door dergelijke dingetjes trouwens. Er zijn wel degelijk enkele spannende scènes in de film verwerkt. Een scène in de ondergrondse van Boekarest is gewoon erg spannend te noemen. Datzelfde geldt voor de finale.
Watcher is een traag voortkruipende psychologische thriller met weinig ontwikkeling in het verhaal en in de personages maar is ook een film met spannende momenten en met een fantastisch duister sfeerbeeld.
Watchers, The (2024)
Het is onvermijdelijk dat je als kind van een beroemde filmmaker wordt vergeleken met je vader of moeder Zeker als je Ishana Night Shyamalan heet en met dezelfde professie je brood wilt verdienen. Ervaring deed zij op bij producties waarbij vader M. Night Shyamalan het scepter zwaaide. Haar regiedebuut is in theorie een eigen project. In praktische zin is senior betrokken als producent en financierde hij de film.
The Watchers is een film die een mengeling is van horror, mysterie en thriller. Ishana zoekt het in dezelfde regionen als haar vader. Locaties zijn er weinig. De film speelt zich grotendeels af in een gebouw en in het afgelegen bos daaromheen. Knock at the Cabin (2023) en The Village (2004) komen voorzichtig in de gedachten op. De gedachten krijgen vaste grond als blijkt dat het in the Watchers gaat om mysterieuze wezens die de personages in het gebouw in de nachtelijke uren observeren en bedreigen. Als dan ook nog blijkt dat de personages zich aan strikte regels moeten houden om niet door de wezens gedood te worden, zijn de gedachten definitief geworteld.
The Watchers slaagt er in de loop van zijn bestaan niet in om een eigen smoel te krijgen. De film lijdt aan ideeënarmoede en aan een gebrek aan thrills. De voyeuristisch ingestelde wezens zouden zich goed lenen voor wat satire, wat maatschappijkritiek of simpelweg voor wat enerverende sidderingen. Ook de tragische geschiedenis van het hoofdpersonage Mina die veelbelovend wordt aangezet, verzandt in het niets in plaats van deze te verbinden met het verhaal. Inhoudelijk is de film niet erg sterk. En dan te bedenken dat de film is gebaseerd op een roman. Ik ken het boek niet maar denk eerder aan een slechte filmische adaptie dan aan een slecht boek.
Een zwak verhaal kan doorgaans worden vergoelijkt met een portie spanning. Die is er echter amper. Er zijn een paar spannende aanzetjes die in de kiem blijven hangen. In de film zit duidelijk meer potentie dan wat de kijker krijgt voorgeschoteld. Ok, genoeg gejammerd nu. Het is tijd voor wat positieve opmerkingen om mee af te ronden. De cast is goed. De setting is weliswaar niet origineel, maar bevalt. Er zijn momenten dat de film een prima duistere sfeer ademt. Nou dat is het wel, geloof ik.
Water Diviner, The (2014)
Prima vermaak met wat kanttekeningen. Strakke regie. Mooie plaatjes van cultuur en natuur, en realistisch in beeld gebracht oorlogsgeweld.
Het gegeven (vader zoekt zonen) lijkt aanleiding tot een avontuurlijke en spannende film, met bescheiden ruimte voor drama. Wat mij betreft gaat Crowe echter regelmatig over die bescheiden grens heen. Het leidde af van de kern van het verhaal.
De cast speelde over het algemeen acceptabel en overtuigend. Hier en daar werd een personage wel dusdanig dik aangezet, dat het op de lachspieren ging werken. Dat kon volgens mij niet de bedoeling zijn.
Al met al toch een ruime voldoende.
Waxwork (1988)
Regisseur Hickox brengt klassieke horror tot leven in de vorm van vampier, weerwolf, mummie en levende doden. Om maar wat te noemen. Het zijn afgeleide belevenissen die allemaal zijn terug te voeren naar de centrale setting, zijnde het wassenbeeldenmuseum.
Een stel bevriende tieners bezoekt het museum en verdwijnt als het ware in de lugubere taferelen die door de wassen beelden worden uitgebeeld. De nietsvermoedende tieners worden als gehypnotiseerd de geëtaleerde horrorscenario’s binnengetrokken. Aldus worden de tieners één voor één de protagonist in een horrorverhaal. Het basisidee is leuk. De uitwerking is dat soms.
De film moet het vooral hebben van zijn aankleding. Van de opsmuk. Het decor doet een hoop. Een wassenbeeldenmuseum waarin allerhande gruwelijke taferelen worden uitgebeeld, is nu eenmaal een verontrustende en een onheilspellende plek. Een ander sterk punt is de verhalende afwisseling die de korte episoden bieden.
Beetje braafjes zijn ze trouwens wel. Maar, ondanks hun braafheid hangt er boven de korte verhaaltjes een fijne horrorsfeer. De belevenissen die de diverse tableaux vivants de personages laten meemaken, duren kort en zijn lekker to the point. Sommige verhaaltjes slagen er zelfs in redelijk creepy en duister te zijn.
De belevenissen die afzijdig daarvan in het wassenbeeldenmuseum plaatsvinden, zijn een stuk minder enerverend. Vlak en futloos passeren flauwiteiten, die je hevig doen verlangen naar nog een leuk stukje vampier of mummie uit zo’n korte verhaallijn. De lol van de film zit ‘m echt in die korte episoden. Niet in het centrale verhaal. Als de film zich op een bepaald moment volledig richt op het basisverhaal en de slotscènes aanbreken waarin zich een massale slapstickachtige vechtpartij ontwikkelt tussen monsters en mensen, is voor mij de lol er wel af.
Echt slecht is Waxwork niet. Daarvoor zijn de horrorfragmenten te leuk. De rode draad is echter weinig boeiend en heeft een flauwe humoristische insteek, die mij niet kon bekoren.
Way Down (2021)
Alternatieve titel: The Vault
In Way Under presenteert regisseur Jaume Balagueró (Frágiles (2005), [Rec] (2007)) zijn versie van een perfect geplande overval. Een heist film die bestaat uit een generieke aaneenrijging van tegenslagen en plot twists, waarbij de logica en de geloofwaardigheid soms wat in het geding zijn. Inhoudelijk niets nieuws onder de zon, maar absoluut vermakelijk.
Balagueró slaagt er goed in met de bekende bouwstenen van het genre een spannende film te kneden. Het resultaat is een solide film die nergens heel spectaculair is. De film vertelt een conventioneel verhaal met gebruikelijke actie, met gebruikelijke momentjes van spanningstoename en met de gebruikelijke verrassing aan het einde. Gewoon degelijke kost, die goed vermaakt.
De speelduur van bijna 2 uur is wat aan de lange kant. Veel tijd gaat op aan de voorbereidingen. Interessant, maar hier en daar iets teveel uitgerekt als gevolg waarvan mijn gedachten af en toe een geheel eigen richting uitwaaierden. Zodoende vergat ik gedurende het kijken soms eventjes wat ook alweer het doel van de hele operatie was en waarom iedereen zich ook alweer zo druk maakte.
Voor een belangrijk aandeel in het vermaak zorgt de aangename cast die grotendeels bestaat uit Brits-Spaans acteertalent. Freddie Highmore als briljante nerd is het prettige middelpunt. Verder leuke rollen voor Luis Tomar als handige fikser en natuurijk voor de Spaanse Astrid Bergès-Frisbey die haar aantrekkelijke charme in dienst van de heist scherpzinnig uitbuit.
En zo is Way Under geen hoogstaande heist film, maar gewoon leuk vermaak.
Way Out West (1937)
De kracht van deze komedie ligt voornamelijk in de signatuur van zijn twee belangrijkste personages. Laurel en Gardy behoren natuurlijk tot de bekendste en meest indrukwekkende figuren uit de filmgeschiedenis. Zet beide heren in het centrum van een film en je hebt al gauw een geslaagde komedie.
Het maakt dan verder niet veel uit of het verhaal goed in elkaar steekt en de ondergeschikte rollen wel of niet sterk worden ingevuld. In deze film zijn de bijpersonages met recht bijpersonages en is het verhaal niet opzienbarend. En dat maakt voor het komische gehalte dus helemaal niet uit. De film drijft puur op de komische aanwezigheid van het duo.
Laurel en Hardy beheersen elke scène. De overige personages zijn dienstbaar aan de komische capriolen van het duo. En dat werkt magnifiek. Iedere situatie en ieder klein voorval worden met veel begeleidende commotie heerlijk uitgebuit. Way Out West is een verrukkelijke opeenstapeling van scènes vol slapstick. Laurel en Hardy zijn op hun best.
Een geweldige komedie dus. Tegelijkertijd is de film geen geweldig technisch product. De scènes zijn ruw aaneengeplakt. De cuts zijn abrupt. De editing is slecht gedaan. Ook op het verbale vlak is het niet best. De dialogen zijn erg zwak. Slechts een enkele verbale grap slaat aan.
Het is dus simpelweg de aanwezigheid van twee ijzersterke personages en hun ijzersterke samenspel die de film ondanks zijn zwakheden maakt tot de fantastische komedie die hij is. De timing, de gebaartjes, de uitroepen en de virtuoze slapstick maken van de film iets bijzonders. Iets klassieks.
We Are Still Here (2015)
Goed verhaal. Het camerawerk is uitstekend en levert prachtige suggestieve plaatjes op. De suspense is dan ook prima. Het hardere werk ziet er filmisch ook goed uit. Wel jammer dat de geesten er nogal houtje-touwtje uitzien. Dat doet wel enige afbreuk aan het inlevingsvermogen van mij als kijker en dus aan het griezelgehalte van de film.
Het goede verhaal en het perfecte camerawerk hadden betere vertolkingen van de karakters verdiend. Het acteerwerk verpest namelijk een hoop. Zonder uitzondering, zet elke acteur een erbarmelijk slechte prestatie neer. Jammer, jammer.
