• 15.735 nieuwsartikelen
  • 177.886 films
  • 12.199 series
  • 33.965 seizoenen
  • 646.802 acteurs
  • 198.946 gebruikers
  • 9.369.636 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Collins als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Oak Room, The (2020)

The Oak Room is een productie van Black Fawn Films. Een Canadese productiemaatschappij die genrefilms produceert waarvan de meeste (zo niet alle) via de thuisbioscoop tot de kijker komen. Bite (2015) en The Drownsman (2014) zijn zo twee voorbeelden uit hun aanbod. Het aanbod varieert in kwalitatief opzicht. De twee genoemde voorbeelden vond ik niet erg goed. The Oak Room hoort wat mij betreft bij de betere films van Black Fawn Films.

De regisseur van The Oak Room is Cody Calahan. Een regisseur met een aantal films op Moviemeter, die alle een middelmatige beoordeling hebben. Zijn nieuwste project heet Vicious Fun (2020). Een film die zich rond een zelfhulpgroep voor seriemoordenaars adspeelt. Dat klinkt heerlijk. Die film gaat op de lijst. Zeker na het zien van The Oak Room.

In The Oak Room staat het vertellen van een verhaal centraal. De film vertelt (middels diverse vertellingen van diverse personages) een verhaal over de zin van het vertellen van verhalen. Die zin is er, volgens Calahan. Het verzinnen van een verhaal of het vertellen van een belevenis weerspiegelt het emotionele leven van de verteller. Het verhaal vertelt over zijn zonden en over zijn grootste angsten. Het vertelt over victorie en teleurstelling. Het vertelt over verdriet en vreugde. Een verhaal is een fascinerende manier van beleven. Dat feit komt in deze film goed tot uitdrukking.

De film is minimalistisch van opzet. Het groortse deel van de film speelt zich op één plek af. Een bar. De geëigende plek om verhalen te vertellen. Het anonieme vertrouwen dat van een bar en zijn barman uitgaat werkt als de biechtstoel in de kerk en nodigt tot vertellen uit. De weinige personages in de film vertellen hun verhaal niet enkel om de tijd te verdrijven, maar vooral omdat ze niet anders kunnen.

Tussen de diverse verhalen zijn steeds parallellen zichtbaar die een groter geheel lijken te ontsluiten, die misschien wel iets over de zin van het leven zegt. Wie weet. In de verhalen doen details ertoe. Zaken als de storm die buiten woedt, de tijd die verstrijkt, maar ook stomme dingen als een bierviltje kunnen een belangrijke rol in een verhaal spelen. Mooie verhalen zijn het. Verhalen waarin de verteller van zijn schuld, zijn pijn en zijn angst getuigt.

De kleinschalige setting wekt spanning op en is sfeervol. Met effectieve lichtwerking en beklemmend camerawerk wordt de minimalistische setting prima onheilspellend en duister gebruikt. De markante personages en de bijzondere verhalen doen de rest. The Oak Room is een spannend en fascinerend vlechtwerk van verhalen met een betekenis.

Observance (2015)

Een psychologische horror van het type 'mindfuck'. Heel beklemmend en behoorlijk eng. De sfeer is fantastisch creepy.

De camera zit benauwend dicht op de huid. De beelden zijn gedetaillleerd bloederig, vlezig, viezig en hebben een hallucinatoir gehalte. Gepropt in een gore, viezige en rommelige setting, zorgt de camera ervoor dat er stapsgewijs een sfeer ontstaat die duister en onwerkelijk aanvoelt.

Die stapsgewijze opbouw is heel subtiel. Het oververmoeide hoofdpersonage overkomt kleine offbeat gebeurtenisjes. Die gebeurtenisjes worden door het personage verweven met bepaalde herinneringen. Het wordt voor hem steeds moeilijker om grip op de werkelijkheid te houden. Op den duur, is het voor het personage en ook voor de kijker onduidelijk of gebeurtenissen en herinneringen hallucinatie of werkelijkheid zijn.

De mentale teloorgang van de hoofdpersoon heeft wel gevolgen voor de begrijpelijkheid van het verhaal. Dat wordt warriger en complexer. Het verhaal bestaat uit veel losse componenten die prachtig werken voor de sfeer, maar niet gemakkelijk met elkaar te combineren zijn. Veel verhaallijntjes, die ongebonden blijven en niet bevredigend bij elkaar komen. Met name naar het einde toe, valt het zwaar om nog enige duiding in het verhaal aan te brengen.

Behalve goede sfeer is goede schrik voor mij ook een belangrijk onderdeel van horror. De schrikeffecten zijn in deze film weinig in aantal, maar die paar die in deze ongemakkelijke instabiele sfeer tot wording komen, hakken er wel lekker in.

Mooie en intense film, maar warrig. Ik bleef met vragen achter.

Oddity (2024)

Een magnifiek sounddesign, een intelligent en spannend verhaal en effectieve jumpscares maken van Oddity een hele goede horror. Regisseur en schrijver Damian McCarthy creëert spanning en suspense en gooit er ook nog wat humor doorheen. Het resultaat is een vermakelijke film die in een duistere sfeer is gehuld. De sfeer is echt heerlijk onaangenaam.

De kunst om naar een spannend moment toe te werken zonder daarbij in voorspelbaarheid te vervallen beheerst McCarthy erg goed. Op die manier zijn de shockeffecten en de jumpscares meer dan goedkope trucs. Ze dienen zich onvoorspelbaar aan en worden niet ingeluid door een uitgekauwde situatie of (nog erger) door in volume toenemende spannende muzikale klanken. In plaats daarvan lukt het McCarthy met behulp van een formidabel sounddesign en met veel precisie om de kijker echt te verrassen.

Het verhaal dat de film vertelt is bovendien intrigerend. Een whodunnit-plot dat slechts het hoogstnodige loslaat. Die ingetogenheid zorgt ervoor dat veel niet is ingevuld en veel te raden overblijft. Hierdoor is de nieuwsgierigheid blijvend gewekt. Pas aan het eind worden de gaatjes gedicht. De film ziet af van (bruut) geweld. McCarthy laat alleen de weg zien die naar het geweld leidt of hij toont de gevolgen ervan. In Oddity dient de kijker vooral zijn eigen voorstellingsvermogen te benutten.

Tot slot nog de fijne setting van een afgelegen landhuis vermelden, de prima dubbelrol van Carolyn Bracken benoemen en tenslotte afsluitend op te merken dat Oddity een sfeervolle, spannende en bijzonder amusante film is.

Ofelas (1987)

Alternatieve titel: Pathfinder

De film van Schrijver en regisseur Nils Gaup speelt zich af rond het jaar 1000 en biedt een inkijkje in de Laplandse nomadencultuur. Een historische avonturenfilm over een jongen die op de vlucht is voor een bloeddorstige bende plunderaars die zijn familie heeft uitgemoord en wraak zoekt.

Over de moordzuchtige Tschuden en de Sami, de oorspronkelijke bewoners van Lapland. Nauwelijks ontgonnen terrein voor mij. Mij vielen de overeenkomsten tussen de Noord-Scandinavische bevolking en de oorspronkelijke bewoners van het Noord-Amerikaanse continent op. Tenten, wapens, werktuig, gezang en rituelen deden me erg aan die uit de Indiaanse cultuur denken. Handige overeenkomsten voor de remake uit 2007 waarvoor de maker niet veel meer hoefde te doen dan de Sami in indianen en de Tschude in Vikingen te veranderen.

Het bijzondere aan de film zit’m wat mij betreft vooral in de omlijsting en in de details. Zo wordt in de film het originele Sami dialect gebruikt. Het maakt de film die eigenlijk gewoon een simpele wraakfilm is, ietsjes authentieker. Hetzelfde geldt voor de mooie beelden van het witte poollandschap inclusief het poollicht dat aan het einde sfeervol wordt ingezet. De aandacht die wordt geschonken aan de gebruiken van de Sami alsmede kleine details zoals de ijskristallen die zich in de gezichtsbeharing van de mannen afzetten, laten zien dat Gaup een prettig gevoel voor detail heeft. En dat helpt bij de ijselijke inleving in deze vrij gangbare avonturenfilm die prettig wegkijkt maar die verhalenderwijs niet uitblinkt in originaliteit.

Offence, The (1973)

John Hopkins is de schrijver van The Offence die weer is gebaseerd op een toneelstuk van zijn hand. Hopkins schreef ook het script voor de James Bond-film Thunderball (1965). In beide films speelt Sean Connery de hoofdrol. Het personage James Bond staat echter ver af van het personage dat Connery in deze film vertolkt. Naar verluidt was dat feit de belangrijkste reden voor Connery, die graag iets van zijn heldenimago kwijt wilde, om de rol te accepteren. Die kwijtschelding lukt Connery goed. Hoewel de kijker nog geen enkel idee heeft wat er aan de hand is, maakt de eerste scène meteen duidelijk dat Connery in deze film niet de koele held speelt.

De film volgt een niet-chronologische verteltrant en begint in feite met het einde om daarna de voorgeschiedenis na te lopen. Dat gebeurt in de vorm van flashbacks en via dialogen. Zo ontwikkelt zich een boeiende film waarin de identiteit van de dader niet verborgen wordt gehouden en zo de film in staat stelt zich vooral met het motief bezig te houden.

Dat is even wennen. Eén van de grootste factoren die in een thriller spanning opwekt is immers de zoektocht naar de dader. Die spannende factor valt in The Offence weg. Hitchcock liet in zijn films al vaak zien dat het gemis van het speuren naar een dader geen onnoemelijk effect op de spanning hoeft te hebben. In deze film is dat eveneens het geval. De film is absoluut niet saai. De openingsscène maakt veel vragen los die je als kijker graag beantwoord wil hebben. De weg naar die antwoorden is spannend.

De film is gebaseerd op een toneelstuk. Dat is goed zichtbaar. Veel actieve handeling kent de film niet. Er is veel dialoog in lange scènes. Scènes die niet alleen een beklemmende werking hebben door de kleine ruimte waarin ze zich afspelen, maar ook door de bijtende en agressieve toon van de dialogen. Alle dialogen zijn gevechten. Het maakt daarbij niet uit of Connery in een politieverhoor zit of een gesprek met zijn meerdere of met zijn vrouw voert. Elke dialoog is een heftige confrontatie.

Connery speelt een intrigerend karakter. Een worstelende man. Een man die zich in een diep emotioneel dal bevindt. Een man op de rand van een nervous breakdown. In de confrontaties met zijn omgeving is zijn onderhuidse woede en frustratie goed zichtbaar. Connery speelt een uitstekende rol.

De combinatie Sidney Lumet-Sean Connery betaalt zich weer uit. The Offence is een gruwelijk fijne film.

Offering, The (2016)

Alternatieve titel: The Faith of Anna Waters

Een niet bijster interessante en spannende film. Vooral langdradig.

Een rommelig en onduidelijk verhaal. Vage personages en een vage storyline. Ook veel donker gefilmde scenes.

De sfeer is af en toe duister en creepy. Op zich niet slecht, maar het duurt nooit lang. Vaak volgt midden in een sfeervol moment een onlogische en abrupte scenewisseling naar iets totaal anders. Een opbouw wordt niet afgerond, maar ruw onderbroken. Een betere garantie voor een gebrek aan een bestendige sfeer in de film evenals voor oprukkende ergernis is er niet. Echt erg.

Het viel allemaal niet mee. Ik had echt moeite met de concentratie. Een paar voorspelbare schriks trokken me soms weer even bij de les. Maar ook dat was nooit voor lang. Nee, de film maakt weinig indruk.

Tja, de apotheose is dan vaak nog wel even de moeite van het wachten waard, maar ook de slotscenes maken weinig indruk. Meer dan slecht jatwerk is het niet.

Het acteerwerk is alleszins redelijk. Het kind (als belangrijke exponent van het verhaal) valt natuurlijk weer net buiten die redelijkheid. Dat is echt geen natuurtalent. Slecht gecast.

Ok. Eigenlijk deugt er niet veel aan de film.

Office Christmas Party (2016)

Alternatieve titel: Office Party

Office Christmas Party is een verzameling sketches rondom een aantal expressieve karakters. Excentrieke en luidruchtige personages zonder laag wier enige doel het is om de kijker te laten lachen. De film presenteert amper een verhaal en investeert amper in zijn personages. Gelukkig gaat de film voorbij aan een zaligmakende kerstboodschap die de kijker in kerstfilms altijd zo wordt opgedrongen. Samen met een paar geslaagde komische situaties zijn het helaas wel de enige positieve elementen in de film.
Office Christmas Party is geschapen om te vermaken. Ach, waarom ook niet. Op de zoveelste zoete kerstfilm met zoete boodschap zit ik ook niet te wachten. Prima insteek dus. Helaas kon de film mij nauwelijks bekoren. De film zet voornamelijk in op platte en kinderlijke humor. Ik vind die vorm van humor best leuk, maar dan niet als doel op zich. Ik vind platte humor leuk als onderdeel van een groter scala aan komedie. In deze film lijkt elke komische situatie of grap een banale link te hebben. Dat is overkill. Daar ben ik snel op uitgekeken.
Het is kerst. Overal hoor je feestelijke muziek. In een kantoorgebouw is een feest gaande. Uit de penis van een ijssculptuur komt likeur gedropen, waar volwassen mannen gretig aan likken. Nee, voor beschouwelijkheid is in deze film geen plaats. En dat hoeft voor mij ook niet. Voor andersoortige humor is in deze film echter ook weinig plaats. En dat hoeft voor mij weer wel.

Office Killer (1997)

Het meest bijzondere aan deze independent film is de regisseur. Cindy Sherman is een vermaarde fotografe die met name met de ontbloting, de aankleding en de gebreken (misvormingen) van het menselijke lichaam heel kunstzinnig in de weer is. Ze werd beroemd door haar film stills. Een serie foto’s waarin zij fragmenten uit klassieke Hollywoodfilms exact nabootste. Als Sherman zich aan de filmkunst waagt met een film die de subgenres seriemoordenaar en slasher aantikt, maakt dat nieuwsgierig.

In plaats van confronterend, brutaal, shockerend en verrassend is Office Killer teleurstellend conventioneel. Niet per se slecht, maar gewoon erg fantasieloos en eigenlijk wel wat saai. Opvallend is de bijzonder karige inzet van extravagante effecten. Iets dat ik wel had verwacht na het zien van het werk van Sherman. Toch heeft de film zijn momenten. Zo is het camerawerk dat bijzondere perspectieven opzoekt, verrassend goed. De camera brengt wat jeu in de film die met een traag lopend verhaal weinig opwinding veroorzaakt. Ook de humor die in het algemeen best geslaagd is, maakt dat de verhaallijn net even minder slenterig verloopt. Het acteerwerk is daarentegen ondanks de bekende namen niet heel spectaculair en heeft geen verheffend effect op de film.

Als komedie is de film redelijk geslaagd. Er zitten leuke momentjes in. Het horroraspect komt ter sprake maar is in visueel opzicht te verwaarlozen. Het is allemaal niet erg opwindend wat er aan het oog voorbijtrekt. Office Killer is een saaie film met aardige momentjes.

Offspring, The (1987)

Alternatieve titel: From a Whisper to a Scream

Een leuke horroranthologie. Een mengeling van typische jaren 80 splatter en ouderwets griezelwerk. Honderd minuten prettig vermaak veroorzaakt door goed acteerwerk, een duistere sfeer, pakkende verhaaltjes en prima speciale effecten van Rob Burman, die ook de effecten deed voor The Thing (1982).

Vier episoden omringd door een raamvertelling waarin Vincent Price gezeten in een stoffige huisbibliotheek de kijker trakteert op griezelige verhaaltjes die zich allemaal in het plaatsje Oldfield afspelen. Een stadje waar volgens verteller Price het kwaad verantwoordelijk is voor lugubere gebeurtenissen. Fijne rol van Price. Ik zou uren naar die man kunnen luisteren.

Vier leuke episoden met weinig niveauverschil, die niet per sé toewerken naar een grote knal aan het einde of naar een spitsvondige clou. Het zijn mooie ronde korte filmpjes die met aandacht zijn gemaakt en ook zonder verrassende slotwending het bekijken zeker waard zijn.

Ondanks die constatering, blijf je je natuurlijk op voorhand verheugen op die verrassende clou. Daarin word je niet teleurgesteld. De filmpjes hebben naast een aangenaam verhaal ook nog eens een bijzonder einde. En zo hoort het ook in een horroranthologie.

Oh, Hi! (2025)

Mannen zijn schoften. En vrouwen die daar achter komen zijn wilde furies. Molly Gordon is zo’n furie. Ze speelt het personage Iris dat samen met haar vriend Isaak romantisch op vakantie is in een buitenhuisje ver van de bewoonde wereld. Als vriend Isaak er uit flapt dat hij de relatie niet als een vaste relatie beschouwt en hij af en toe ook aan de rol is met andere vrouwen, is Iris zeer teleurgesteld. Haar roze wolk kleurt donker en hup, daar komt de furie los. Zij zal hem wel even laten zien dat zij de ware voor hem is. En dat doet zij op onorthodoxe en furieuze wijze.

Molly Gordon kende ik uit Theater Camp. Mooie vrouw en (uiteraard) belangrijker nog ook een goede actrice. Verderop in de film komt ook Geraldine Viswanathan nog voorbij. Ik ben blij. Voordat het zover is, is eerst Iris nog bezig met haar onorthodoxe methode om haar vriend vaster aan zich te binden. Iris laat zich helemaal meeslepen en wordt steeds enger. Ze doet niet onder voor Kathy Bates in Misery. Ik check het genre nog maar eens. Er staat toch echt Comedy. Hm. Regisseur en schrijver Sophie Brooks heeft de genreaanduiding intussen ook gezien en stopt dan ook acuut met de thriller vibes. Ze sleept de film weer naar luchtiger sferen. Ik wou dat ze dat niet had gedaan. .

De humor zit ’m vooral in de situatie die ontstaat nadat Iris’ wereld instort. En die situatie biedt inderdaad een tijdje vermaak. Helaas worden de acties van Iris die in aanzet een intelligente vrouw is op den duur zo onnozel dat er van humor geen sprake meer is. Ik begon Iris een beetje vervelend te vinden. De krampachtigheid waarmee luchtigheid en humor in de lucht werden gehouden werkte bepaald niet luchtig en humoristisch. De komst van Geraldine Viswanathan maakt de tocht naar de endcredits verteerbaar.

Oh. What. Fun. (2025)

Op zich al verfrissend om in de grote hoop kerstfilms die aan het eind van het jaar weer zijn uitgebracht, eens niet een romantische komedie tegen te komen. Oh. What. Fun. is een familiekomedie, zou je kunnen zeggen. De film gaat over een familie die gezamenlijk de feestdagen doorbrengt, wat onderlinge vrijvinkjes heeft en waarvan de leden ook nog eens eigen probleempjes hebben. De meeste wrijving komt voort uit het feit dat men niet echt met elkaar praat, niet echt naar elkaar luistert en men dus ook nooit weet waar bij de ander de schoen wringt.

In het middelpunt van het verhaal staat de moederfiguur Claire gespeeld door Michelle Pfeiffer. Samen met haar man ontvangt zij haar kinderen en hun aanhang die van heinde en ver het ouderlijk huis bezoeken om daar de feestdagen door te brengen. De thematische aanzet van de film is nobel. De aanzet bestaat eruit dat mensen vaak iets als vanzelfsprekend aannemen maar vergeten dat daar een inspanning aan vooraf gaat. In deze film is het Claire die de organisatie van het perfecte familiefeest in handen heeft, maar daarvoor amper dankbaarheid ontvangt. Dat zij zelf amper luistert naar de behoeften en verhalen van anderen, zorgt voor wat familiale onderhuidse spanning. En zo kan de film zich ontwikkelen tot een typische kerstfilm waarin verzoenende klanken op de loer liggen en de kijker de mogelijkheid heeft om ontroerd te raken en om die ontroering weg te lachen met behulp van allerhande komische verwikkelingen. Een lach en een traan. Zo hoort een kerstfilm te zijn.

De ontroering wordt vooral met sentiment opgewekt. In een kerstfilm die je over het algemeen met een bepaalde goedwillende instelling bekijkt, werkt dat meestal wel. Hier is dat ook het geval. Met de humor had ik meer moeite. Eigenlijk vond ik bijna niets echt grappig. Het spelende ensemble doet het prima. Met name de momenten met Michelle Pfeiffer brengen wat vuur in de film. Over het algemeen heeft de film daar te weinig van. Uiteindelijk is Oh. What. Fun. niet heel bijzonder. Vanwege het goed spelende ensemble verdient de film toch wel een iets hogere waardering dan de standaard romcom-kerstfilm.

Oi! Warning (1999)

De titel verwijst behalve naar een song ook naar het gevaar dat de jonge Janosch loopt als hij zich aansluit bij een groep skinheads die door zijn vriend Koma wordt aangevoerd.. De film is gedraaid in zwart-wit en is niet vies van een wat experimentele aanpak in beeld en geluid. Oi! Warning is een film die gaat over de escalatie van geweld binnen een subcultuur. Over de zelfontplooiing van Janosch. En over de gevaarlijke keuzes die daarin moeten worden gemaakt.

Skinheads dus, maar niet de clichématige skinheads die altijd in verband worden gebracht met rechts-extremisme. In deze film is het eerder een manier van leven. Een levensovertuiging. Het verband met rechts-extremisme is er amper. Neem Koma. Hij heeft een baan en woont samen met zijn vriendin die zwanger is. Een skinhead met verantwoordelijkheden die af en toe een uitbarsting van geweld niet uit de weg gaat en zich in zijn vrije tijd flink uitleeft maar zich in het dagelijks leven redelijk goed aan het systeem heeft aangepast.

En dan is er het homo-erotische aspect dat niet te verenigen is met de subcultuur zoals die steevast wordt gepresenteerd. De film schetst een beeld dat voorbij de gebruikelijke clichés gaat. Voorbij het oppervlakkige beeld van provocerend gedrag waarmee skinheads terecht maar ook wel wat enkelzijdig in verband worden gebracht. Het is een verfrissende kijk. Inhoudelijk komt de film overigens wel ietwat geforceerd over. Te geconstrueerd en daardoor niet steeds overtuigend. Ook de dialogen klinken veelal onnatuurlijk en zijn in veel gevallen trouwens overbodig omdat de beelden voor zich spreken, wat mij betreft.

Inhoudelijk hapert het wat en is het verhaal niet altijd erg interessant, maar daar staat tegenover dat de film er goed in slaagt om een benauwende en onheilspellende sfeer op te roepen. Het subculturele aspect wordt in de film uitstekend verbonden met de saaie dagelijkse realiteit. Twee werelden die conflicteren en die beide verschillende dingen vragen van de personages. De botsing waarop die twee werelden lijken af te stevenen doet recht aan de titel van de film. Soms gaat de weg ernaartoe gepaard met lichtzinnige en vrolijke beelden. Soms ook met harde en gewelddadige beelden. Een geslaagde combinatie die prettig in evenwicht is.

De film is grappig, krachtig, bevreemdend en absoluut kunstzinnig, maar kon me in verhalende zin niet steeds boeien. Ook het acteerwerk is niet om over te juichen. Dat is logisch. De makers werken met een mengeling van professionele acteurs en amateurs afkomstig uit de skinheadcultuur. Het professionele acteerwerk is echter ook niet erg goed. Het zijn zaken die ergernis opwekken en afbreuk doen aan de amusementswaarde.

Oiktos (2018)

Alternatieve titel: Pity

De vrouw van een succesvolle advocaat ligt al lange tijd in coma. De advocaat ontvangt veel medeleven van buren, bekenden en collega’s. Iedereen helpt hem met kleine gebaren. Niet alleen raakt de advocaat gewend aan deze blijken van medeleven, hij raakt ook gewend aan het medelijden dat hem ten deel valt. Hij zwelgt erin. Hij kan niet meer zonder. De film werpt de kijker meteen zonder einige verklaring in de handeling.

De spanningsboog wordt langzaam opgebouwd door steeds locaties, handelingen en gedragingen te herhalen. De personages zijn afstandelijk, nuchter, emotieloos. Acteur Yannis Drakopoulos verbeeldt het precieze en ordelijke gedrag van zijn naamloze en psychopathische personage uitstekend. Het personage wordt in de credits niet met een naam maar met de term 'de advocaat' aangeduid. Het zegt veel over de afstand die er altijd is tussen kijker en protagonist. “Most crying in movies is so fake“. Die tekst verschijnt in beeld. Vervolgens laat de camera de advocaat zien die snikkend op de rand van zijn bed zit. Het is een blijk van verdriet die als een act moet worden opgevat.

Regisseur Babis Makridis werkte in deze film samen met scriptschrijver Efthymis Filippos. Filippos werkte ook samen met regisseur Yorgos Lanthimos. Misschien is het daarom dat Oiktos (Pity) dezelfde gortdroge verteltrant, dezelfde uitdrukkingsloze manier waarop de dialogen worden uitgesproken, dezelfde pastelkleuren, dezelfde geometrische blik van de stilstaande camera en dezelfde bevreemdende kilte bezit als de films van Lanthimos. Hetzelfde maar dan een stukje meer berekenend, zo lijkt het. Een stukje minder vaardig. Ondanks de kille sfeer, de fascinerende personages en de fijne apotheose weet te film niet heus te raken, te emotioneren of te shockeren. Boeiend is de film zeker.

Old (2021)

Het idee voor de film is afkomstig van een strip van Pierre Oscar Levy en Frederik Peeters en klinkt interessant. Een aantal mensen bijeen op een strand waarop zij heel snel verouderen en dat zij niet kunnen verlaten. De setting is paradijselijk. Een schilderachtig zandstrand, een strakblauwe hemel en een uitnodigende oceaan. Het contrast met de bedreiging is groot. Intrigerend. Met regisseur M. Night Shyamalan weet je het echter nooit. Hij maakt goede films en hij maakt middelmatige films. En helaas, in het geval van Old maakt hij wat mij betreft een middelmatige film.
De eerste helft van de film is goed. De merkwaardige eigenschappen van het strand staan garant voor nieuwsgierigheid en spanning. De schijnbare zinloosheid van de situatie en de onzekerheid over het lot van de personages houden de nieuwsgierigheid en de spanning op peil. Intrigerende personages trouwens. De personages zijn verre van standaard. Ze gedragen zich bijna onnatuurlijk. Ze hebben ook afstand tot de kijker. Het draagt allemaal bij aan de mysterieuze sfeer die de film in de eerste helft succesvol oproept.
Maar dan is de koek wel op. De film blijft hangen in de situatie en voegt behalve onderling gekrakeel en een incidenteel horrormomentje maar weinig toe. De intrigerende situatie glijdt af naar een monotone beleving. Het gedrag van de personages wordt steeds afstandelijker en de dialogen klinken steeds meer zonder gevoel. Inleving in de personages was er al amper en blijft door deze ingrepen nog verder buiten bereik, waardoor hun verdriet, paniek en angst emotioneel niet echt binnen komen. Het kon mij in ieder geval maar weinig schelen wat er met de personages gebeurde.
Het enige dat mij op een bepaald moment nog op de been hield was de vraag naar het waarom. Het antwoord op die vraag en het obligate en gemakzuchtige einde waren vervolgens een teleurstelling.
Aan het camerawerk ligt het overigens niet. Dat is indrukwekkend. Mooie paradijselijke beelden waar tevens een ongemakkelijke laag in verborgen ligt. Heel bijzonder. Des te jammer dat het verhaal en de personages het op een bepaald moment laten afweten.

Old Dark House, The (1932)

Alternatieve titel: In de Macht van het Monster

The Old Dark House is nostalgisch griezelen in een oud en vervallen huis waar een aantal reizigers onderdak vindt tegen de storm, de slagregens en het onweer die verder reizen onmogelijk maken. De bewoners gedragen zich merkwaardig en de stomme butler (gespeeld door Boris Karloff) wekt ook niet bepaald vertrouwen. Een vijftal reizigers samen in een huis met geesteszieke personages. Uit deze situatie ontwikkelt zich een amusant horrorwerkje waarvan je je kunt voorstellen dat het in de jaren 30 als spannend en eng werd ervaren.

De regie is in handen van James Whale die ook Frankenstein (1931) regisseerde. Met geringe middelen slaagt hij erin een creepy atmosfeer neer te zetten. Het oude huis, zijn bewoners, het weerlicht en de donderende geluidseffecten zijn de ingrediënten die daarvoor verantwoordelijk zijn. Het verhaal is niet indrukwekkend en dient eigenlijk alleen als fundament voor dynamische interacties tussen de personages. Die zijn heel beweeglijk, draaien om elkaar heen en bedienen zich van vinnige taal in de onderlinge communicatie. Met de vaart en de levendigheid is in de film niets mis. Die zorgen er met name voor dat de film vermakelijk blijft.

The Old Dark House is een ouderwetse griezelfilm die met veel dynamiek is geregisseerd, een creepy sfeer neerzet en zijn personages met bijtende ironie op elkaar laat reageren. De term Screwball-Horror past goed. Niet eng. Niet spannend. Wel chaotisch en bijtend. Best leuk.

Old Guard 2, The (2025)

The Old Guard vond ik goed. Een film met interessante personages en met nieuwsgierig makende aanzetjes die zich met de tragiek van het fenomeen onsterfelijkheid bemoeien. Een film die niet alleen een prima actiefilm is, maar tevens voorzichtig een psychologisch laagje aanbrengt. Prima materiaal om een tweede film mee in te gaan. Ik heb goede hoop. In deel 2 wordt dezelfde cast ingezet als in de eersteling. Ook Greg Rucka op wiens comics de films zijn gebaseerd schreef weer mee aan het script. Het enige verschil is een nieuwe regisseur met de naam Victoria Mahoney. Na even kort gespeurd te hebben blijkt zij vooral uit te blinken in tv-werk. Hm...

...Oei. Wat een teleurstellende film is The Old Guard 2. De personages worden amper verder uitgewerkt en de aanzetjes zijn een stille dood gestorven. Het sterkste punt in de film heet Uma Thurman die in de eerste film niet eens meespeelde. Ze is de antagoniste en speelt haar rol met een charmante vileine touch. Ze is helaas weinig te zien. De film spendeert meer tijd met het team der onsterfelijken dat onder leiding van Andy (Charlize Theron) af en toe beweeglijk maar verder vooral niet heel boeiend in de weer is.

Het verhaal is inhoudelijk erg zwak. De film is eigenlijk behoorlijk saai. Je zou verwachten dat onsterfelijken zich bezig houden met belangrijkere kwesties (en sowieso op een ander niveau) dan met kinderachige dingen als persoonlijke wrok, haat, nijd, jaloezie en machtsissues. Misschien ligt daarin de tragiek van het fenomeen onsterfelijkheid verborgen? Gelukkig zijn daar de incidentele fysieke oprispingen van de onsterfelijken die voor vermaak zorgen. De actie is goed. Niet goed is dat de film geen heus einde heeft maar wordt afgebroken en daamee overduidelijk hint op een derde deel.

Old Guard, The (2020)

Van Netflix. Superhelden. Een film over bovennatuurlijk begaafde personages. En helemaal niet onaardig. De film houdt het simpel met betrekking tot het bovennatuurlijke element. Geen personages die de beschikking hebben over een grote verscheidenheid aan superkrachten, maar die heel basic in het bezit zijn van de gave der onsterfelijkheid en daaraan gekoppeld de kracht bezitten om te herstellen van hun verwondingen.

De film is geen opgewekt actiespektakel waarin het sensationeel kogels en knapperige teksten regent. De film is ook geen psychologische veldslag die ingaat op de vloek der onsterfelijkheid die de onsterfelijke dwingt toe te kijken hoe de mensheid hopeloze ambities nastreeft. Ook humor is er amper. Afgezien van een enkele vechtdialoog bezit de film er weinig van.

De film probeert nog wel even de verdieping op te zoeken door hoofdpersonage Andy (een fijne Charlize Theron) als tragische figuur in het middelpunt van het verhaal te plaatsen. Die edelmoedige poging wordt helaas niet heel intensief uitgeboord en zo is deze interessante component uiteindelijk niet meer dan een emotionele voetnoot in het verhaal. De film kiest toch vooral voor actie, terwijl juist de balans met het drama zo veel belofte inhoudt. Andy is een interessante figuur die best wel wat psychologisch onderzoek verdient te midden van het fysieke en brute geweld.

In plaats van (zoals in films met superhelden gebruikelijk is) in te zetten op een regen van sensationele effecten om daarmee de actiescènes kracht bij te zetten en teveel bruutheid te camoufleren, gaat het er in de film veel meer fysiek aan toe. Het geweld is bruut en realistisch . Een kogel veroorzaakt ook daadwerkelijk zichtbare schade aan lijf en leden. De geweldsscènes zijn niet heel elegant of gracieus geënsceneerd, maar gewoon recht voor z’n raap. Gewoon lekker tot he point. Extra prettig is het dat een clichématige eindeloos durende finale gevechtsscène ontbreekt. Uiteraard is er wel een pandemonium aan het eind, maar die wordt niet eindeloos gerekt. Erg fijn.

Het verhaal is absoluut enerverend en leuk, maar is tevens wat oppervlakkig. Daarom had ik het prettig gevonden om wat meer achtergrond te krijgen bij het fenomeen onsterfelijkheid. Veel meer dan wat flarden persoonlijke geschiedenis van de personages is niet zichtbaar. Zodoende ontbreekt een zweem van mystiek. Personages die al honderden jaren leven, zouden een soort episch gevoel moeten opwekken. Dat gebeurt niet. De helden zijn erg aards en de film eigenlijk ook.

Bij het kijken manifesteerde zich het gevoel dat deze film best eens de eerste uit een reeks zou kunnen worden. De film biedt die ruimte. Van mij mag het. Ik heb me goed vermaakt. Bovendien resten er na het kijken nog onduidelijkheden die vragen om een antwoord. Die kunnen dan in de loop van de franchise mooi worden opgehelderd. Iets om naar uit te kijken.

Old Henry (2021)

Een rechtlijnige solide western die met bescheiden middelen en sterk acteerwerk een heerlijke sfeer weet neer te zetten. Heerlijk sober. Heerlijk dreigend. Heerlijk onbehaaglijk. Heerlijk kil. En heerlijk spannend.

Simpele middelen. Een vlakte begroeid met hoog gras dat in de wind op en neer deint. De lucht grijzig. Nevelige velden. Een stel grimmig uitziende ruiters. Een schamele woonstede. Van die dingen. Simpele middelen die de film een fijne ongemakkelijke sfeer bezorgen. In het midden van die opgeroepen hoedanigheid bevindt zich Tim Blake Nelson als armzalige boer met de naam Old Henry die samen met zijn zoon een hard en eenvoudig bestaan leidt. Een kop kleiner en beduidend meer uitgemergeld dan de andere personages, domineert Tim Blake Nelson de film.

Het verhaal is niet heel opzienbarend. Denk Rio Bravo. Een kleine groep mensen binnenshuis tegen een overmacht buitenshuis. Spannend. Daarbij spelen nog wat vragen over de identiteit van bepaalde personages, inclusief die van Old Henry, die zich ontpopt als een man die heel vaardig een revolver hanteert. Leuk. En dan is er nog de heftige en bloedige finale met een shootout die er zijn mag.

Fijne western.

Old Man & the Gun, The (2018)

Er is één ding dat Forrest Tucker heel goed kan. En dat is het beroven van banken. Hij is een legende op leeftijd met een interessante carrière in de misdaad. Het vertellen waard. Toch besteedt de film maar relatief weinig aandacht aan de criminele activiteiten van Forrest. De overvallen zijn voor hem zo alledaags en niet spannend dat ze er in de film ook maar een beetje bijhangen. Voor spectaculaire actie hoef je de film dan ook niet te gaan zien. Bovendien gebruikt Forrest Tucker geen wapens maar werpt zijn charme in de strijd. Hij is een heer op leeftijd die beleefd en heel correct het bankpersoneel benaderd en vervolgens heel rustig met de buit de bank weer verlaat.

Een film over een beroepsmisdadiger die het moet doen zonder uitzonderlijke aandacht voor de misdrijven. Dat is The Old Man & the Gun. De film bemoeit zich in plaats daarvan veel uitgebreider met alles wat er om de criminele activiteiten heen hangt. En dat betekent veel dialoog. Veel focus op de personages. Veel sfeertekening.

Rustig kabbelend beweegt het verhaal voort binnen een eigen dimensie, want het verhaal lijkt zich in een eigen realiteit af te spelen. Een wereld die is bedekt met vleugjes nostalgie, sereniteit en romantiek die niet van deze wereld lijken te zijn maar speciaal voor de film lijken te zijn bedacht. Een vreemde gewaarwording en meer gebaseerd op gevoel dan op feitelijke beschouwing.

Mooie dragende rol van Robert Redford als Forrest Tucker. Meer bekende namen sieren de film. Casey Affleck als de detective die het Forrest lastig maakt. Sissy Spacek als de love interest. Kleine rollen van Danny Glover en Tom Waits. De onderlinge interacties zijn indrukwekkend en wekken vaak ontroering op. Vooral de scènes tussen Spacek en Redford hebben die uitwerking.

The Old Man & the Gun is geen spannende film. Het is wel een weemoedige film. Een ontroerende film. Een sfeervolle film. Geen idee of Robert Redford nog meer acteerplannen heeft, maar stel dat dit zijn laatste optreden is geweest, dan is zijn afgang een waardige.

Old People (2022)

Omdat horrorfilms over en met jonge mensen gemeengoed zijn, is het bijzonder om eens een horrorfilm te kunnen bekijken waarin de oude garde centraal staat. Regisseur en schrijver Andy Fetscher hanteert een scenario dat op een zombiefilm georiënteerd is. In de film maakt een horde wild geworden oudjes jacht op iedereen die nog niet de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. Ik verwachtte met een dergelijke plotlijn een film te gaan zien met een satirisch laagje. Een film met knipogen. Die verwachting werd niet ingelost. Old People blijkt een horrorfilm die zich serieus met horror bezighoudt.

In beginsel is er trouwens nog wat ruimte om je wenkbrauwen op te trekken bij het zien van de erbarmelijke omstandigheden waaronder de bejaarde medemens in de film de dag moet zien door te komen. Dat is echter maar gedurende een korte tijdspanne. De wenkbrauwen kunnen al snel weer hun normale stand aannemen zodra de bloeddorstige oudjes aan de gang gaan. Het is tijd voor serieuze horror. Helaas valt de horror tegen. De film is eigenlijk nogal saai. Er gebeurt vrij weinig. Er is bovendien opvallend weinig te zien. De meeste horroractie speelt zich in het donker af. Je ziet gewoon geen zak.

Het is jammer dat van een originele grondgedachte en een (op het oog) intrigerend scenario zo’n slaapverwekkende film is gemaakt.

Omen IV: The Awakening (1991)

Tien jaar na The Final Conflict werd speciaal voor het tv-publiek nog een vierde deel van The Omen geproduceerd. Dat vierde deel is een overbodig deel dat niet meer doet dan dat het domweg bepaalde elementen uit de voorgaande delen verzamelt en die zonder enige creatieve bewerking herhaalt. Het enige opmerkelijke verschil is waarschijnlijk dat de antagonist deze keer niet van mannelijke origine is, maar wordt vertolkt door een meisje.

Geproduceerd als tv-film. Dat is te zien aan de speciale effecten en het bloedgehalte. Beide zijn aangepast aan de strengere fatsoensnormen waar een tv-film aan dient te voldoen. Dat betekent amper enige brute actie van betekenis. Dat betekent amper een druppeltje bloed. Dat betekent dat dit overbodige deel een bijzonder braaf deel is.

Spanning is er nauwelijks. Wel wordt gepoogd om met behulp van slow motion de actiescènes heftiger te doen lijken. Ik neem tenminste aan dat de bedoeling van een vertragend beeld is om spanning op te wekken. Het werkt niet. Ook in de slow motion blijft de actie verstoken van spanning.

De duistere koormuziek uit het eerste deel wordt ook weer te voorschijn gehaald. Op zich prima muziek die de spanning kan doen oplopen indien toegepast op de juiste momenten. In deze film gaat dat niet op. Het “Ave Satani” klinkt dan wel onheilspellend maar wordt amper ondersteunend ingezet om de spanning te verhogen. In plaats daarvan klinkt het op hele onlogische momenten.

Omen IV: The Awakening is een brave, een gebrekkige en een overbodige film.

Omen, The (1976)

Horrorklassieker met Gregory Peck over de geboorte van de zoon van de duivel. De geboorte van de film verliep overigens minder eenvoudig dan de geboorte van het duivelskind. De speurtocht naar de mannelijke hoofdrol en de regisseur verliep moeizaam.

Hoewel het horrorgenre met grote kaskrakers als The Exorcist en Jaws zich enigszins uit het B-genre had ontworstelt, zegden acteurs als William Holden en Roy Scheider af voor de hoofdrol. De carrière van Peck die dus niet de eerste keus was, bevond zich op dat moment in een dipje. Hij had er wel oren naar en hapte toe. Ook de regisseur was niet de eerste keus. De gerenommeerde regisseur Mike Hodges zag het horrorproject niet zitten. Te riskant. Voor hem kwam Richard Donner, die vooral bekend stond als regisseur van tv-series. Het betekende zijn doorbraak als filmregisseur.

Bij de realisatie van het vervolg (Damien: Omen II) lagen de papieren trouwens anders. Het grote succes van The Omen leidde ertoe dat Hodges graag bereid was het script te leveren voor het vervolg dat twee jaren later uitkwam. Hij zou de film eveneens regisseren maar hield daar na een paar weken alweer mee op vanwege artistieke meningsverschillen. De hoofdrol ging naar William Holden die ineens erg geïnteresseerd was in het project.

Maar goed. Terug naar deel 1. The Omen had ik slechts één keer eerder gezien en dat was zeker 20 jaar geleden. De film viel me toen wat tegen. Het was dan ook in een tijd dat ik veel brute slashers uit de jaren 80 bekeek en die referenties kleurden toen erg mijn opinie over de kwaliteit van een horrorfilm. The Omen lijkt weinig op een slasher uit de jaren 80. De film heeft geen jump scares, geen hoge bodycount en geen opzienbarende gore.

De film hangt ook niet van sensationele plotwendingen aan elkaar. In plaats daarvan ontvouwt zich langzaam een gruwelijk en onvoorstelbaar scenario dat beklemmend onder de huid kruipt. De legendarische soundtrack ‘Ave Satani’ van Jerry Goldsmith voedt de duistere sfeer nog eens extra. The Omen is gewoon heerlijke atmosferische horror opgesierd met een handvol verontrustende moord- en actiescenes.

Mijn mening heb ik dus maar herzien. The Omen veroorzaakt een uitstekend apocalyptisch basisgevoel en piekt daarin met enkele gedenkwaardige spannenede momenten. Tegen het einde voegen pessimisme en fatalisme zich zwaarmoedig bij dat basisgevoel in een zinderende finale. Ik heb genoten!

Omen, The (2006)

Het origineel uit 1976 is een klassieker. Een film met een heerlijke sfeer en enkele brute scènes, waarvan vooral een onthoofding nog stevig in het geheugen staat gegrift. De remake is uit 2006 en is niet beter dan het origineel, maar viel me ook niet erg tegen. De remake is dezelfde oude film die respectvol in een modernere jas is gehesen.
Nee. Regisseur John Moore maakt van zijn verfilming van de opstanding van de duivelse Damien, geen vernieuwende film. Hij houdt zich strak aan het originele script en permitteert zich zelden de vrijheid om nieuwe scènes in te brengen en om aan oude scènes een andere filmische interpretatie mee te geven. De remake is een film zonder creatieve vernieuwing en staat stilistisch vrij strak.
De verschillen zitten voornamelijk in de techniek. Zoals in de actiescènes die met gebruikmaking van digitale techniek iets flitsender ogen en iets meer shockeren. De onthoofding is trouwens een voorbeeld van een scène die Moore op een andere manier ensceneert. De scène in het origineel maakte desondanks meer indruk. De reden daarvoor is niet technisch van aard maar schuilt in de duistere sfeer die in het origineel zo heerlijk opbloeit en een heftige gebeurtenis extra impact geeft.
De opbouw van de sfeer wil in deze film gewoon niet lekker lukken. De remake van The Omen is een prima gefotografeerde horrorfilm die echter veel te vaak terug grijpt op horrorclichés. De hoeveelheid onweersbuien in de film is enorm en werkt op den duur op de lachspieren. Niet goed voor het opwekken van een duistere sfeer natuurlijk.
Het gebrek aan sfeer kan ook aan de acterende cast liggen. Liev Schreiber die ik verder amper ken, loopt rond alsof hij alle moeite moet doen om een heftige buikgriep in toom te houden. Mia Farrow doet het leuk als nanny, maar heeft niet de intense bezetenheid die Billie Whitelaw in de jaren 70 had. Ze is niet erg angstaanjagend. Het kind tenslotte is een aanfluiting. Ik vond het kind in het origineel al niet heel bijzonder, maar dit kind is helemaal niet overtuigend als zoon van de duivel.
Ook belangrijk voor de sfeer is de score. Die is doorsnee. De muziek wordt passend gebruikt om spannende momenten te accentueren, maar is niet onderscheidend. Hoewel de muziek van Jerry Goldsmith (Ave Satani) wel wordt gebruikt, is het thema maar moeilijk herkenbaar. De sfeervolle bombastische koorzang waarmee het ooit werd gezongen en die de stemmingmaker bij uitstek was, ontbreekt hier volledig.
The Omen is een veilig gefilmd product dat weinig opzien baart. Iemand zonder kennis van het origineel zal zich hier best mee vermaken, denk ik.

Ominous (2015)

Gedegen opbouw en middendeel, waarin behoorlijk subtiel spannende elementen worden toegevoegd. Ze zorgen voor een sinistere sfeer en een prima uurtje film. Daarna zakt de boel in.

Overdrijving en vaart nemen de plaats in van subtiel. De suspense en de spanning verdwijnen. Het verhaal wordt opeens slordig en rommelig. De boel wordt afgeraffeld.

De film gooit alle subtiliteit en sfeer overboord en gaat voor visueel vuurwerk. Er verschijnen opeens grootse speciale effecten, die er overigens niet eens goed uitzien.

De personages reageren adrem en passen meteen hun handelswijze aan. Ze stappen uit hun ingetogenheid en ondernemen allerhande wilde acties, waarvoor de onderbouwing geheel ontbreekt.

De visuele knieval heeft zoals gezegd een grote weerslag op de verhalende kwaliteit in het laatste halve uur. Het slot is dan ook tegenvallend en erg voorspelbaar. Het rammelt echt aan alle kanten. Toch wel teleurstellend, gezien het bijzonder aardige begin.

De film doet enigszins denken aan The Omen (1976). De filmtitel lijkt er trouwens wel wat op. Opzettelijk? Waarschijnlijk wel. Pure zelfoverschatting. Dat niveau haalt de film bij lange na niet.

On Becoming a Guinea Fowl (2024)

Geschreven en geregisseerd werd de film door Rungano Nyoni. Een vrouwelijke regisseur die in Zambia werd geboren en op negenjarige leeftijd met haar familie naar Wales verhuisde. On Becoming a Guinea Fowl is mede geproduceerd door A24 en is haar tweede lange speelfilm. De film speelt zich evenals haar eerste film (I Am Not a Witch (2017)) af in Zambia. On Becoming a Guinea Fowl sleepte op diverse filmfestivals behoorlijk wat prijzen in de wacht. Ik snap waarom. Het is een goeie film. Een interessante film. Een film die na afloop nog niet is afgelopen, maar nog nagalmt in het hoofd. Het is film die nieuwsgierig maakt naar haar eerste film die overigens ook veel lof kreeg toebedeeld.

Het begin van On Becoming a Guinea Fowl is verrassend simpel. Shula rijdt ‘s nachts in haar auto op een verlaten weg. Ze draagt een groteske zonnebril en een bizar pak en luistert naar popmuziek op de radio. Ze komt van een mondain feestje en is in een uitgelaten stemming. Plotseling stopt ze en is er van de uitgelatenheid niets meer over. We zien waarom. Op de weg ligt een levenloos lichaam. Het is haar oom Fred. Na een hoop turbulente verwikkelingen, duurt het uren voor de politie het lijk weghaalt. Het is een simpel en komisch begin van de film, die zich in het verloop als een serieus karakterdrama met satirische trekjes ontwikkelt en een gelaagde inkijk geeft in de Zambiaanse samenleving.

Na de dood van oom Fred doorloopt Shula samen met talloze familieleden de dagenlang durende traditionele begrafenisrituelen. De vraag rijst of Shula die een moderne vrouw is, zich kan verenigen met de tradities zoals de conservatieve familie die uitgevoerd wil zien. De indruk ontstaat dat Shula zich in ieder geval gevoelsmatig buiten de tradities plaatst. Het is een culturele botsing die niet heel opzichtig plaatsvindt. De film schetst twee werelden. Twee polen. Soms bewegen de personages zich in de ene wereld. Soms in de andere. Soms heeft het cultuurhistorische aspect meer aantrekkingskracht. Soms duwen het realisme en het pragmatisme de traditie opzij.

Los van het verhaal is het interessant om de tradities rondom een begrafenis te volgen. Terwijl de vrouwen luid huilend van hun rouwende gevoelens blijk geven en zich inspannen om voedsel te bereiden, dragen de mannen niet veel bij. Ze laten zich graag bedienen. Dat wel. Toch wel een beetje een cultuurschok. Gelukkig valt er ook wel iets te lachen. Ik weet niet of het opzet is maar het gemeenschappelijke geween is omkleed met veel ostentatief drama en werkt daardoor soms op de lachspieren. Andere dingen roepen ook een lach op. Neem het malle verbod dat Shula krijgt opgelegd om niet te douchen tot na de begrafenis of de opdracht die de weduwe krijgt om weeklagend door het huis te kruipen. De scheidslijn tussen ernst en luchtigheid is dun. De scheidslijn tussen traditie en het moderne leven is dun. De waarde die aan de traditie moet worden gehecht moet vooral in een relativerend licht worden bekeken. Zo heb ik de boodschap althans ervaren.

De film legt de zere vinger op de tegengestelde opvattingen tussen generaties en kaart de onrechtmatige tegenstelling aan tussen de positie van de man en die van de vrouw. Shula staat midden in de traditionele wereld maar voelt zich er niet mee verbonden. Een interessant gegeven. Een interessante film. Sfeervol ook. Een belangrijke rol is in dat opzicht weggelegd voor het sounddesign. Atonale en metaalachtig klinkende geluiden roepen een verontrustende sfeer op. Een sfeer waarin de ietwat dromerige beeldspraak veelzeggend is voor de innerlijke gemoedstoestand van de personages in het algemeen en van Shula in het bijzonder. Een sfeer waarin duistere geheimen uit het verleden sudderend en sputterend tot leven komen.

Een verdrongen familietrauma lijkt voor haar de definitieve splijtzwam te zijn. Een geheim dat uit het verborgene naar de oppervlakte drijft. Een trauma dat verstopt lag binnen de tradities, ontsnapt uit de verstikking daarvan en openbaart zich. Shula is klaar met de cultuur van verdringing en stilzwijgen. Ze opent haar mond. De tijd is daar. Het gedrag van Shula doet denken aan het gedrag van de parelhoen die met zijn merkwaardig klinkende luide schreeuw de omgeving waarschuwt voor onheil en zo de groep beschermt en uiteindelijk sterker maakt door juist niet lijdzaam te berusten. Haar uitgesproken houding levert een prachtig slot van de film op.

On the Count of Three (2021)

On the Count of Three is het speelfilmdebuut van Jerrod Carmichael, die mij onbekend is maar blijkbaar als stand-upper bekendheid heeft. De film verhaalt over twee vrienden die zich beide in een depressieve fase in hun leven bevinden. Ze sluiten een zelfmoordpact. De film is geen pure komedie. Vanaf het begin is al duidelijk dat het innerlijke leed van de beide vrienden centraal staat en serieus wordt genomen.
Dat wil gelukkig niet zeggen dat de film een zwaarmoedig drama is. Nee, gelukkig niet. Het thema depressie wordt dan wel serieus maar ook met de nodige humor bekeken. Naast de tragiek die het verhaal oproept, is er ruimte voor humor. De protagonisten raken herhaaldelijk in zeer absurde situaties verzeild waarin de galgenhumor rijkelijk vloeit. Ook de muzikale ondersteuning heeft humoristische grondslag. Het ironische gebruik van het nummer „Last Resort“ van Papa Roach, dat meerdere malen opklinkt, is bijzonder grappig. En wat te denken van een zingende vis. Hilarisch.
On the Count of Three is vooral een film met veel tragikomische situaties die heel vermakelijk zijn. In het laatste deel neemt de film ook nog thrillerachtige trekjes aan en mondt uit in een zenuwachtige en hectische finale waarin te veel bestanddelen samenkomen en de sentimental touch niet ontbreekt. Weg is de scherpte van de tragiek en weg is de scherpte van de humor. Tikkie teleurstellend.
Desondanks is het grootste deel van de film een gelukte mix van zwarte humor, absurdisme en een melancholische inkijk in de beide hoofdpersonages. Al met al, een prima debuut.

On the Rocks (2020)

De film heeft iets vertrouwds. Vervreemding en eenzaamheid zijn de belangrijkste thema’s. Een stel op weg in de nacht teneinde een innerlijke leegte te vullen. Een typische Bill Murray doet zijn leuke ding en Rashida Jones is gewoon leuk.

Je ontkomt er niet aan. Lost in Translation is niet ver weg. De grote doorbraak van Sofia Coppola was dan wel een film vol melancholie, terwijl On the Rocks veel meer met humor werkt, maar de thematische overeenkomsten en de karakterisering van de hoofdpersonages zijn navenant.

Centraal staat een absurde spionagemissie wegens vermeend overspel van de echtgenoot van Rashida Jones. Bill Murray volvoert de missie met enorme geestdrift. Rashida Jones doet het met zichtbare tegenzin. De uitwerking van de missie waarin veel anders loopt dan gepland, is aangenaam komisch. Bovendien is de missie dermate belachelijk dat je er eigenlijk alleen maar om kunt lachen. Met name de interactie tussen beide personages is erg plezierig. Humorvol en soms ontroerend.

De vraag of er werkelijk sprake is van overspel is ondergeschikt. Dat antwoord geeft de film trouwens al relatief snel. De film gaat in de eerste plaats over de relatie tussen vader Murray en dochter Jones. Een relatie die zowel intiem als afstandelijk is. Het verleden van Murray die ooit zijn gezin verliet voor een andere vrouw, speelt daarbij een grote rol. Hij zoekt toenadering maar is onwennig en weet niet precies hoe zich te gedragen. Dochter Jones maakt het hem niet gemakkelijk. Zij neemt hem zijn vertrek nog steeds kwalijk. De link met haar eigen situatie is helder.

Best tragisch allemaal. Coppola legt andere accenten. Ze ziet af van veel verdieping in haar personages en laat de personages met hun problemen vooral luchtig aanmodderen. Het verhaal dat niet veel body heeft, wordt hier en daar wat afgeraffeld. Alsof de film de 96 minuten grens niet mocht overschrijden. Zo worden plotlijntjes niet geheel bevredigend afgesloten en is het einde wat gemakkelijk.

Toch is On the Rocks een hele aardige tragikomedie. Verwacht er gewoon niet teveel van.

Onder het Hart (2014)

Alternatieve titel: In the Heart

Een goed scenario en een goede regie leveren een behoorlijk drama van Nederlandse bodem op. Het spel is naturel. Soms ingetogen en soms uitgelaten, maar nooit op een gekunstelde of overdreven manier. De film vliegt zodoende nergens uit de bocht.

Hoewel het thema niet bepaald luchtig is, is er gelukkig wel ruimte voor wat luchtige dialogen en situaties. Die momenten zijn goed gekozen en voorkomen dat de film het label "tearjerker" meekrijgt. Lammers was in dat opzicht een goed gekozen sidekick.

De verstaanbaarheid van de spelers (met name van De Graeve) liet af en toe te wensen over.

Het is trouwens onbegrijpelijk dat het geluid bij sommige Nederlandse films nog steeds een issue is.

One Eyed Girl (2014)

Film waarover in het eerste halve uur een prima zwaarmoedige sfeer hangt waarin de geestesgesteldheid van de hoofdpersoon goed tot uiting komt. Een sfeer van depressie en zwartheid die de uitzichtloze situatie van de hoofdpersoon goed weergeeft. Het persoonlijke trauma waarmee hij worstelt knippert in flashbacks door en geeft druppelsgewijs steeds meer inzicht in het trieste personage. Filmtechnisch interessant.

Het filmbegin heeft ook plottechnische potentie en is acteertechnisch van behoorlijk niveau. Ja, de opbouw maakt indruk.

Daar blijft het dan ook bij, want de intrigerende opbouw wordt vervolgens helemaal teniet gedaan door middelmaat en gebrek aan fantasie. Het vervolg van het verhaal en de uitvoering daarvan maken de hooggespannen verwachtingen totaal niet waar.

Als de hoofdpersoon eenmaal gevangen is in de armen van de sekte, geleid door een (Jim Jones-achtige) sekteleider, is het gedaan met de filmpret. De gebeurtenissen die volgen zijn voorspelbaar en sfeerloos. Van het deprimerende en ongemakkelijke sfeertje uit het begin blijft niets meer over.

Het acteerwerk dat van behoorlijk niveau was, is plotseling ook een stuk minder overtuigend.

De vervoering van de sekteleden en de geestelijke reiniging van de hoofdpersoon worden houterig, kneuterig en inspiratieloos gepresenteerd. De uitstraling van de sekteleider is trouwens lachwekkend niet charismatisch. Dat helpt ook al niet.

Alle overtuiging en potentie uit het begin worden achteloos weggespoeld en komen op geen enkel moment meer terug. Vreemd eigenlijk.

Film met een prima start en een vervelend inspiratieloos vervolg.

One for the Road (2023)

Mark drinkt. Hij drinkt veel. Hij drinkt graag. Hij is een gezelschapsdrinker en een solodrinker. Dat klinkt ernstig en dat is het ook. Het excessieve drinken van de protagonist is een probleem. En hij is niet de enige met het probleem, zo blijkt. Een scène waarin op een feestje een grappige multiplechoicetest wordt afgenomen laat zien dat alle aanwezigen een probleem met alcohol hebben. Een grappige vaststelling maar ook een ernstige. Een beetje maatschappijkritiek is de film niet vreemd.
Het grootste deel van de film bestaat uit de bewustwording van Mark dat hij een probleem heeft. Een pad dat vele dalen kent. Toch weet One for the Road van dit gegeven een aangename tragikomedie te maken. Ernst wordt succesvol met humor verbonden. De weg die voert naar bewustwording is overigens niet bijster origineel. De film volgt de sporen die dergelijke films over een verslaving altijd volgen. Het vechten, het kortstondig overwinnen enzovoort. Toegevoegd wordt een psychologische analyse die Mark’s verslavingszucht moet verklaren. Een analyse die tamelijk nietszeggend is en die men beter achterwege had gelaten.
Vanaf een bepaald moment sluipt de romantische komedie de film binnen. Niet zoetsappig, maar meer levensecht. Het is niet al goud wat er blinkt. Behalve door positiviteit en loutering wordt de relatie tussen Mark en de eveneens alcoholistische Helena gekenmerkt door hatelijkheid. De momenten van terugval zijn soms behoorlijk heftig en bepaald niet om te lachen. De interacties tussen beiden zijn afwisselend grappig, ontroerend, desperaat en deprimerend. Al naar gelang de staat van zijn. De introductie van Helena is een interessante toevoeging aan het verhaal dat zich tot dat moment alleen op Mark richt. Net op tijd, want ik begon al een lichte irritatie met betrekking tot Mark te ontwikkelen. Niet echt mijn type, zal ik maar zeggen.
One for the Road is een aaneenschakeling van gebeurtenissen. Van momenten. Het maakt van de film een ietwat episodische voorstelling. Het kijkt op zich prettig weg. De film rekt de voorstelling alleen wat te lang. Aan de continue wisselingen tussen hoog- en laagconjunctuur van de personages lijkt maar geen einde te komen. Het duurt lang voordat de cyclus wordt onderbroken door een echte ontwikkeling. Als die komt werkt die bevrijdend. En dan is het ook genoeg geweest. Uiteindelijk is One for the Road dan een prima film. Alleen wat te lang.