Meningen
Hier kun je zien welke berichten Collins als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Swimmers, The (2022)
Alternatieve titel: Untitled Yusra Mardini Project
Twee Syrische zusjes zijn begenadigde zwemsters met een droom. De droom om hun land op de Olympische Spelen te mogen vertegenwoordigen. De situatie in Syrië is hun echter niet goedgezind. De gevolgen van de woedende burgeroorlog zijn overal zichtbaar en lijken de verwezenlijking van de droom ondoenlijk te maken. Tijd voor zoetigheid en gemoraliseer, is op voorhamd mijn verwachting. Maar nee, dat valt, op wat zoetigheid aan het einde na, reuze mee.
De film is redelijk vrij van gemoraliseer, maar ontziet de kijker niet. The Swimmers laat heel onomwonden de gevaarlijke situatie in Syrië zien. Daartoe maakt regisseur en schrijver Sally El Hosaini gebruikt van contrasten als zij het dagelijkse en relatief vredige leven van de twee zusjes soms abrupt penetreert met oorlogsgeweld. In die contrasten zit de duidelijke reden verstopt waarom mensen soms geen andere keus hebben dan hun geliefde thuis te verlaten.
De film laat zien wat het betekent om huis en haard te verlaten en op de vlucht te slaan met alle gevaren van dien terwijl ook nog eens een onzekere toekomst in het verschiet ligt. De ontberingen, het gemis van familie en de steeds maar weer oprijzende twijfel over de juistheid van het gekozen pad zullen zelfs de meest steenharde kijker niet koud laten. Bovendien is de vlucht een spannende belevenis, ondanks dat de uitkomst bij mij al bekend was. Het betreft immers een op waarheid gebaseerde geschiedenis en die had ik sprongsgewijs al een beetje doorgenomen.
Het laatste deel van de film is het minst aantrekkelijke deel. Een aanzienlijke feelgood factor neemt daarin bezit van de film. En hoewel de waarheid daarmee waarschijnlijk geen geweld wordt aangedaan, is The Swimmers opeens een andere film. Een film die niet onderdoet voor een willekeurige feelgood film. Een film met platte dialogen en clichématig gedrag. Een film waarin Kitsch en Pathos warm worden onthaald. Niet per se oneerbiedig bedoeld overigens, maar gewoon iets dat ik constateer. Stel je trouwens voor dat de dialogen en het gedrag gewoon de letterlijke vertalingen van het gebeuren zijn. Dat zou ook kunnen. Wie ben ik dan om daar kritiek op te hebben. Maar toch. De film had een waardiger afloop verdiend. .
Swinging Safari (2018)
Alternatieve titel: Flammable Children
Fragmentarische en wanordelijke film die weinig tijd neemt om een lekker lopend verhaal neer te zetten. Het verhaal bestaat uit horten en stoten. De ene snelle, drukke en oppervlakkige scène volgt op de andere. Het onderlinge verband tussen de scènes is zwak uitgewerkt en wordt vooral zichtbaar gemaakt door de aanwezigheid van dezelfde personages met scène-overkoepelende issues en door de zwak uitgewerkte running gags. Het voelt geforceerd, nerveus en onwennig.
Toch ontstaat er op den duur een miniem gevoel van geruststelling bij het registreren van die verbanden. Het fragmentarische karakter van de film is echter genadeloos en voorkomt dat de troostende geruststelling zich vertaalt naar een meer solide staat van prettig genieten. Dat lukt niet. Daarvoor is de presentatie blijvend te onrustig en te springerig.
Een drukke en snelle film als deze is gebaat bij een gelimiteerd aantal personages. In deze film stikt het ervan. Alleen al het herkennen van die talloze drukke mannetjes en vrouwtjes kost tijd. De herkenning vergt veel concentratie die ten koste gaat van de aandacht voor het verhaal waardoor humor en dramatische belevenissen troebel en afstandelijk blijven.
De film is eigenlijk een vergaarbak van uitzinnige sketches. De humor en het drama die onmiskenbaar aanwezig zijn, komen door de nerveus volgepropte scènes en de snelle opeenvolging van die scènes niet tot wasdom. Het valt niet. De film heeft zo'n haast met het vertellen van allerlei leuke wetenswaardigheden en herinneringen uit een periode in de jaren 70 dat de pointes in de film en in de scènes niet helder worden. Dat is oprecht jammer. Er is absoluut voldoende voeding te vinden in de bizarre acties van de druktemakers in de film. De presentatie ervan is gewoon niet boeiend. Beetje rust en aandacht en even een ademtochtje hier en daar hadden zeker gescheeld.
.
Sydney (1996)
Alternatieve titel: Hard Eight
Sydney is de debuutfilm van Paul Thomas Anderson. De film is gebaseerd op zijn korte film Cigarettes & Coffee, waarin mensen in een café converseren. Dat klinkt saai maar is het niet. In Sydney speelt (evenals in Cigarettes & Coffee) Philip Baker Hall de hoofdrol als door de wol geverfde gokker. Naast hem staat John C. Reilly als de simpele en door pech achtervolgde John. Andere markante rollen zijn voor Gwyneth Paltrow en Samuel L. Jackson.
Prachtfilm. Anderson als schrijver is groots. De dialogen zijn interessant en realistisch, maar ook merkwaardig en surrealistisch. De toon en de manier van spreken vertelt daarbij iets over de karakterbouw van de personages. Sydney spreekt monotoon, rustig en weloverwogen. De spraak komt overeen met zijn zelfverzekerde, door de wol geverfde uitstraling. John spreekt met een stem die een paar octaven hoger ligt. De manier waarop hij spreekt is vragend en verwonderend. Welhaast kinderlijk. Hij is een simpele en goedgelovige ziel zonder veel initiatief die gemakkelijk is te manipuleren en teleur te stellen. Paltrow en Jackson hebben dan weer een andere toon en manier. De personages bezitten diepgang en hebben heuse drijfveren voor hun handelen. Ze zijn vet aangezet maar komen desondanks realistisch binnen.
Vier markante personages die zich aan de rand van de maatschappelijke waarneming bevinden. De toon in de film is koel en relaxt. Het verhaal dat zich onder die coole façade afspeelt, zit echter vol verrassingen en onverwachte wendingen. Het verhaal bewandelt hiervoor geen buitensporige zijpaden, maar behoudt de focus op de karakters en hun leefwereld. De film maakt daarbij heftig gebruik van de sfeergevoeligheid van de locaties. De harde veelkleurige verlichting in de casino’s. Beklemmende autoritjes. Steriele hotelkamers. Een kleurloze diner. Fantastische locaties die het verhaal en de personages helpen bij het creëren van een verloren, sombere, weemoedige, ontredderde en melancholische sfeer. De camera doet bij dit alles prachtig werk en is hypnotiserend aanwezig.
Sydney is een kleine film, maar is grootse cinema.
Syk Pike (2022)
Alternatieve titel: Sick of Myself
Over een vervelend, competitief en narcistisch koppel dat zich steeds in een onderlinge wedstrijd om de aandacht bevindt. Als Thomas een beetje succes boekt als kunstenaar, geraakt Signe zo geprovoceerd dat zij ertoe overgaat zichzelf te verwonden om aandacht te krijgen. Ze is psychisch niet stabiel. Zoveel is duidelijk. Is dat komisch? Nou, nee.
Toch afficheert de film zich als een komedie. Schrijver en regisseur Kristoffer Borgli maakt in mijn ogen eerder een psychologisch drama versierd met wat body horror en surrealisme die voortkomt uit de waanvoorstellingen van de protagoniste. Zij isoleert zich daarmee van de realiteit en dat geeft de film een vleugje droefgeestigheid mee die weer de voedingsbodem is waarop humor kan worden geboren. Maar goed, dat met die humor is in deze film niet aan de orde.
Zelfdestructie is wel aan de orde. Signe gaat daarin ver. In haar strijd om in het middelpunt van de aandacht te staan, neemt ze lichamelijk verval op de koop toe. Pas als zij wordt opgemerkt, voelt zij zich belangrijk en heeft haar leven zin. Wat anderen in haar of aan haar zien doet voor haar niet ter zake. Als ze maar wordt opgemerkt. Daarin zal dan ook de humor wel liggen. In de afgronden waarin Signe bereidt is zich te storten. De afgronden zijn een voedingsbodem voor een specifiek soort zwarte humor waar ik klaarblijkelijk niet gevoelig voor ben.
Syk Pike is niet per se een slechte film. Dat niet. Ik had gewoon totaal niets met de personages en van de vermeende humor heb ik slechts sporadisch een glimp kunnen ontdekken. Het psychologische aspect beviel. Verder weinig klik hier.
Systemsprenger (2019)
Alternatieve titel: System Crasher
Een iets te lijvig, maar wel bijzonder roerend drama over een 9-jarig meisje dat bij de onmachtige jeugdzorg geen doeltreffende hulp krijgt. Ze is een ‘systemsprenger’. Een onofficiële term voor kinderen die hulpbehoevend zijn, maar met wie absoluut niets valt aan te vangen. Ze zijn niet in staat zich ergens aan te conformeren en kunnen moeilijk omgaan met teleurstellingen. Aansluiting bij andere kinderen of plaatsing in een pleeggezin is bijkans onmogelijk.
Benni heet het meisje dat in deze film de systemsprenger is. Ze is licht ontvlambaar. Als ze explodeert, geraakt ze in een toestand van onbeheersbare razernij, waarin ze onbereikbaar is voor rede en alles vernield wat haar in de weg staat. Emotioneel en fysiek. Ze is een gevaar voor zichzelf en voor anderen.
De film verdiept zich in de (subjectieve) waarneming van Benni, die ontspoord is en een groot verlangen heeft naar haar moeder en naar een liefdevolle omgeving. De film neemt de kijker mee op een dollemansrit vol onbeheerste emoties en laat daarbij meteen de radeloosheid en hulpeloosheid van de jeugdhulpverlening zien. Zonder overigens met de vinger te wijzen. De film signaleert simpelweg gebeurtenissen en hint slechts lichtjes.
De camera hecht zich bijna de gehele film aan Benni. Razend en tierend, maar ook lief en aandoenlijk, presenteert ze zich aan de kijker. Haar onvoorspelbare aanwezigheid legt een stilzwijgende dreigende sfeer over de film. Dat voelt heel onaangenaam.
Haar innerlijke beleving komt ook aan bod. Intense droomachtige fragmenten die af en toe opduiken geven een indruk van haar eigen waarneming en gedachtewereld. Een impressie van een trauma en een mogelijke oorzaak voor haar gedrag schemeren door en verhelderen zich naarmate de film vordert.
Een intens verhaal. Een intens portret. Benni wordt indrukwekkend gespeeld door de getalenteerde Helena Zengel en bezorgt de kijker behalve een leeg en triest gevoel ook een gevoel van radeloosheid.
We bevinden ons niet in Hollywood. Regisseur Nora Fingscheidt biedt de kijker geen verlichting. Heel consequent ontzegt ze de kijker een verhalende reddingsboei of fantasievolle opluchtende twist. Geen soelaas dus. Wel een authentiek sociaal drama dat rauw binnendringt en nog langdurig en onbehaaglijk nasuddert.
Een indrukwekkende film. Dat blijkt wel uit bovenstaande. Toch bevat de film ook wat storende elementen. Zo blijft de film op momenten iets te lang in scènes hangen en valt daardoor soms dood. Misschien bedoeld om de sfeergevoelige omstandigheden te versterken, maar wat mij betreft werken die lange scènes eerder saai dan constructief.
Over de volwassen personages valt ook wel iets storends te zeggen. De volwassen personages zijn eigenlijk maar weinig interessant. Ze zijn erg onvolwassen, erg passief en tamelijk stereotiep vormgegeven. Ze gaan naar verloop van tijd irriteren.
De film is erg afgestemd op de hoofdrolspeelster. De omlijsting is verder vrij zwak. Ik denk dat Systemsprenger zonder de aanwezigheid van Helena Zengel veel minder had geïmponeerd.
Szép Napok (2002)
Alternatieve titel: Pleasant Days
Nare en afstandelijke film.
Hoe ellendig en deprimerend de gebeurtenissen ook voor het netvlies komen, de kommer wil maar niet onder de huid gaan zitten. En dat klinkt misschien vreemd, want de personages overkomt een hoop ellende. Toch is het verklaarbaar. Ze zijn onsympathiek.
Vreugdeloosheid door zelfzucht is ieders levensdoel zo lijkt het. De omvang van de treurnis waarmee de personages hebben te kampen is groot en onomkeerbaar. Zo hard en verwoestend is het gif in deze personages dat het wezen en de diepte ervan niet emotioneel aanslaan, maar bij de kijker afstandelijkheid oproepen. Te veel, te structureel en gewoonweg onvoorstelbaar. De personages zijn rariteiten.
Op zich is het knap om geen affiniteit met de personages te voelen terwijl de camera bij tijd en wijle de personages bijkans aanraakt. Zo dicht op de huid zie je het maar zelden. Het gevoelloze wezen van de personages is echter volhardend. Zelfs tijdens de enkele korte momenten waarin zij heel even een stapje buiten de grauwheid zetten, blijf je als kijker voorzichtig en wantrouwend. "Jaja, schone schijn. Daar trappen wij niet in. Wij bewaren uit voorzorg de afstand". Die houding zegt veel over de personages. Die blijven onder alle omstandigheden afstotelijk. Zelfs een andere hoedanigheid helpt niet. Afstotelijk in hun wezen zijn zij. Totaal geen verband mee. Totaal geen begrip voor. Ik verbleef erg graag aan de buitenkant van hun deprimerende wereld.
En dan die grauwe sfeer die in de beelden verstopt zit. Een grauwheid die zelfs voortduurt in de met meer kleur geschoten plaatjes. De vreugde die kleur bewerkstelligt bestaat kennelijk niet in die wereld. Vreugde is een illusie. Hoe deprimerend. Hoe naar. Hoe afstandelijk.
