• 17.278 nieuwsartikelen
  • 182.358 films
  • 12.566 series
  • 34.784 seizoenen
  • 656.192 acteurs
  • 200.437 gebruikers
  • 9.466.225 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Collins als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Private Life of Sherlock Holmes, The (1970)

Billy Wilder is vooral bekend vanwege zijn komische films. Films waarin hij zijn afkeer van Nazi-Duitsland etaleert en waarmee hij zijn eigen verleden en vlucht voor het nationaalsocialisme poogt te verwerken. The Private Life of Sherlock Holmes is een satirische misdaadfilm uit zijn koker. Een film waarin de Duitse exponent weliswaar niet nationaalsocialistisch is, maar wel dubbelhartig.

Een film met een satirische knipoog naar de bekendste Britse detective aller tijden. En een film met een satirische knipoog naar de manier waarop machtspolitiek functioneert. De scherpe, ironische en absurde dialogen en de overdreven weergave van de personages van Dr. Watson en Sherlock Holmes staan in schril contrast met het serieuzere en met veel plotwendingen omgeven verhaal. Op zich een redelijk vermakelijk contrast.

Het lukt Wilder goed om vooral de negatievere kanten van Sherlock Holmes heel vermakelijk bloot te leggen. Het feit dat Holmes er ook wel eens naast zit bijvoorbeeld. Of het gestoorde beeld dat Holmes van de vrouwelijke helft van de mensheid heeft. Ook neemt Wilder de relatie tussen Watson en Holmes een beetje op de hak en voedt de kijker met seksuele insinuaties. Het zijn in deze film vooral de personages die voor het vermaak zorgen. De zaak waarop Holmes zich heeft gestort staat helaas minder centraal in de film. Gezien de lange speelduur is dat jammer. Genoeg ruimte voor details en deductie, zou je zeggen. Wilder kiest echter voor jolig.

Colin Blakely speelt een enthousiaste en impulsieve Dr. Watson. Leuk. Robert Stephens is Sherlock Holmes in een ongewone rol. Wel met de zelfverzekerdheid en de hooghartigheid zoals we Holmes kennen, maar ook met weinig hoogstaande karaktertrekken en elementaire missers. Die profielschets is eventjes vreemd, maar bij gewenning ook best leuk.

De film is niet de beste film van Billy Wilder, maar is ok. De film kent ondanks de lange speelduur weinig inzakmomenten en weet over de gehele linie goed te vermaken. Mij spijt het vooral dat voor de deductieve vermogens van Holmes relatief weinig plaats is ingeruimd.

Prodigies, The (2011)

De figuren zijn heel mooi tot leven gebracht. Dankzij het gebruik van Motion Capture moet je soms echt even twee keer kijken om te beseffen dat The Prodigies toch echt een animatiefilm is. Des te jammer dat de entourage in de meeste gevallen nogal lomp, detailarm en levenloos is neergezet. De verpakking waarin de figuren bewegen is op een enkele scène na gespeend van ziel en charme. Ik ben niet zo van de animatie, maar als het eens gebeurt zie ik graag dat een dergelijke film met oog voor detail is aangekleed en beeldend interessant is. Als dat niet het geval is kan de inhoud natuurlijk veel goedmaken.

De inhoud is echter vrij mager. De film ontpopt zich tot een soort wraakthriller maar doet dat zonder veel motivering. The prodigies plaatst een groep superieure kinderen centraal en laat hen boos zijn op de wereld. Daarbij wordt amper aandacht besteed aan een karakterschets. De personages zijn vlak vormgegeven. Hun achtergrond wordt met wat grove penseelstreken geschilderd. Het zijn niet meer dan grove aanzetjes die nieuwsgierig maken. Het is te weinig om te bewerkstelligen dat een band met hen wordt opgebouwd. Het kijken naar een aantal aardige actiescènes is dan ook een klinische bezigheid die amuseert maar waarbij geen empathische gevoelens voor de figuren vrijkomen.

In het verhaal een paar leuke satirische steekjes omtrent reality-tv en de macht van geld. Ze leven even op en dalen weer snel in. Willekeurig en vluchtig is de film. Ik was op voorhand wel gecharmeerd van het gegeven van kinderen met mentale superkrachten. Een heel leuk plot. De uitwerking is echter tamelijk oppervlakkig. Dus enigszins teleurgesteld. Dat de film zijn personages nooit dieper aftast is een aderlating. Het maakt dat je de film afstandelijk en schouderophalend tot je neemt. The Prodigies kijkt leuk weg maar is uiteindelijk niet meer dan doorsnee.

Prodigy, The (2019)

Het enige verrassende aan de film is dat het verhaal zich geheel volgens de verwachting ontwikkelt. Ongeveer als volgt: jongetje is zeer intelligent en vertoont verstorend gedrag. Het verstorende gedrag uit zich bijvoorbeeld in geweld tegen klasgenootjes en wordt lange tijd niet onderkend. Uiteindelijk natuurlijk wel, maar dat duurt tergend lang. Ouders zetten een reïncarnatie specialist in. De scènes met de belachelijke specialist zijn heel voorspelbaar. En dan is er nog de spannende laatste confrontatie tussen goed en kwaad en is de film afgelopen. Bekend terrein.
Uiteraard ontbreekt het de film niet aan gemakzucht. In de eerste vijf minuten van de film komen we al twee jump scares tegen. Beide hebben niets met opbouw en sfeer te maken, maar worden opgewekt door gebruik te maken van luide muziek, geluidseffecten en hectische camerabeelden. Ook bekend terrein, maar ach, stiekem nog wel leuk.
Het is niet allemaal rampspoed. Het sfeertje is soms eigenlijk wel verrassend duister. Hier en daar wordt een scène langzaam opgebouwd en ziet het totaalplaatje er behoorlijk sfeervol en creepy uit. Maar ja, dan moet er aan het eind van zo‘n scène zonodig weer een luide punt worden gezet. Laat een scène gewoon eens een beetje sudderen. Dat effect is uiteindelijk veel creepier en reikt veel verder dan het kortstondige schrikmoment van de punt. Des te vervelender dat de luide muziek en de geluidseffecten zo bepalend zijn en de film geheel onnodig voorzien van opgelegde sensationele en spannende momenten, die de plank erg misslaan. Zonde en helemaal niet nodig.
Een film vol clichés waarin de schrik voornamelijk komt van gemakkelijke jumpscares en de jonge acteur die het stoute jongetje vertolkt, weinig indruk maakt.

Professionals, The (1966)

Een uitstekende revisionistische western die zoals meer westerns uit de jaren 60 zich afspeelt tegen de achtergrond van de Mexicaanse revolutie. Het verhaal over vier niet meer zo jeugdige huurlingen die een gevaarlijke opdracht moeten uitvoeren in het gevaarlijke Mexico barst van het testoteron, zit vol actie en is gewoon heerlijk vermaak.

De vier huurlingen zijn specialisten. Ieder heeft zijn meug. Ze zijn stoïcijns, cool en praktisch onoverwinnelijk. Hun dialogen zijn doorspekt met cynische humor. Ze zijn nogal stereotiep, maar op een aangename manier. Lee Marvin, de leider die cooler dan cool is. Burt Lancaster, de schelmse player. Woody Strode, de beheerste en eerbiedwaardige wapenkenner. Robert Ryan, de rustige en bezorgde paardenliefhebber. Heerlijke personages.

De omlijsting is dat ook. Gefilmd in een prachtig sepiakleurig prairielandschap afgewisseld met een typisch berglandschap zoals dat in westerns vaker wordt getoond. Bij de omlijsting hoort een occasionele sfeervolle zonsondergang en -opgang. De muziek is eveneens sfeervol en van Maurice Jarre. In een film vol testoteron hoort natuurlijk een verrukkelijke vrouw. Die vrouw heet Claudia Cardinale en zij is inderdaad verrukkelijk.

The Professionals is een vlotte, goed geschreven, fraai gefotografeerde en bijzonder fijne western.

Profondo Rosso (1975)

Alternatieve titel: Deep Red

Als hoofdpersonage Marcus (David Hemmings) ergens in het begin van de film voor de tweede keer door een gang loopt met aan de muren schilderijtjes en foto’s, vraagt hij aan iemand of er iets is veranderd. Dat blijkt volgens die persoon niet zo te zijn en Marcus vergeet het weer denkende dat zijn observatie eigenlijk niet erg belangrijk is. Deze scène met een terloopse waarneming, blijkt achteraf toch erg cruciaal te zijn.
Dario Argento heet de regisseur. Hij laat in zijn films wel vaker een personage een terloopse waarneming doen, die bij het personage en de kijker vervolgens snel in de vergetelheid raakt. Het gaat altijd om iets kleins. Om een detail. De oplossing van een mysterie, blijkt achteraf meestal te liggen in die aarzelende interpretatie van de eigen waarneming. Die truc is volgens mij wel iets dat bij Dario Argento hoort. In deze whodunnit gebeurt het ook. En als je met die wetenschap de film bekijkt is de filmbeleving extra fascinerend.
Profondo Rosso is een lange film met een speelduur van ruim twee uur. Niet alles is even boeiend. De film bevat ellenlange stukken waarin weinig gebeurt. Daarnaast is het plot niet zo geconstrueerd dat er een logisch en dynamisch verhaal wordt verteld. Zoals je wel vaker in Giallo films tegenkomt, verzandt het verhaal soms in erg trage overbodigheid door scènes te rekken of door vage dialogen in te bouwen. Het verhaal loopt op die momenten niet lekker door. Die stottermomenten verstoren de fijne kijkcadans, die je daarna weer opnieuw moet zien te vinden.
Dat komt uiteindelijk allemaal wel weer goed, maar enigszins irritant zijn die momenten wel. Het is klein leed, want de mooie stilering met oog voor detail die na het irritatiegolfje ook weer onmiddellijk in de beelden opvalt, doet de kritiek weer snel verstommen.
De belangrijkste momenten die bijdragen tot begrip en oplossing van het whodunnit mysterie worden subtiel en goed verstopt gepresenteerd. Uit een kort beeld van een voorwerp of een situatie, uit een onopvallende verschijning in de achtergrond valt veel af te leiden. Het zijn niet eens altijd clous, maar het zijn soms ook gewoon bijzondere momentopnames. Omdat die momenten bij de eerste kijkbeurt veelal ongezien passeren (in mijn geval dan hè), is het leuk om na afloop nog even terug te spoelen en hier en daar een scène opnieuw te bekijken.
Een leuk voorbeeld van zo’n scène is de weergave van het beroemde schilderij ‘Nighthawk’ van Edward Hopper. Het schilderij is opeens in levende lijve zichtbaar achter de nietsvermoedende protagonist Marcus als de kijker in de achtergrond door het raam van een café kijkt en het schilderij in levende lijve door figuranten gekopieerd ziet worden. Smullen!
Het titulaire rood komt in de film bescheiden voor. Veel moordscènes zijn er niet. Maar goed. Als het bloed vloeit, dan vloeit het meteen hevig. De killer die geheel in Giallo stijl zwarte handschoenen draagt, houdt zich op dat vlak niet in.
Verder opvallend. De mooie glijdende shots over de dodelijke attributen van de moordenaar, die een sinister gevoel opwekken. En natuurlijk de stevige muziek van Goblin met een groot aandeel in de immer voelbare dreiging die hoofdpersonage Marcus ondergaat.
Ja, dit was een fijne Argento.

Project Almanac (2015)

De bouw van een tijdmachine is een leuke fantasie en een aardig uitgangspunt voor een film. Helaas is de uitwerking van dit idee in deze film benedenmaats.

Ondanks dat het spelen met de tijd uitdaagt tot grootse en spannende daden, stijgt het verhaal nergens boven het niveau "highschool-onbenulligheden" uit. Het blijft vlak, clichématig en kinderlijk.

Het is "Back to the future" met middelmatige acteurs en zonder enige zelfspot.

Iets positiefs? Visueel was het ok.

Project Hail Mary (2026)

Een sciencefiction avontuur dat over het algemeen vermakelijk is een sympathieke vibe heeft. Alleen zo jammer dat het verhaal zo wordt uitgerekt. Het is een modeverschijnsel dat vaker en vaker voorkomt bij de films die men als blockbusters aanmerkt. Ruim tweeëneenhalf uur film is gewoon erg lang. Nu is het niet per se zo dat de film als gevolg van zijn speelduur grandioze inzakmomenten heeft. Dat niet. De verveling ligt soms weliswaar op de loer maar slaat nooit hard toe. Het is alleen dat het verhaal zich vanaf een bepaald punt nog nauwelijks ontwikkelt en je je gaat afvragen wat de meerwaarde van bepaalde scènes is. En zodra mij dergelijke gedachten overspoelen, weet ik dat een film niet meer mijn volledige aandacht heeft.
Het verhaal neemt trouwens een secundaire positie in. Dat verhaal bestaat uit een mysterieus element dat intrigeert en waarop wordt voortgeborduurd. Een man komt in het begin van de film bij bewustzijn en hervindt geleidelijk zijn geheugen. De kijker komt stapsgewijs achter het hoe en waarom. Dat klinkt interessant en spannend en dat is het deels ook. In de film wordt de geschiedenis echter fragmentarisch en nogal laconiek benaderd. Te fragmentarisch en te laconiek om er tot in alle vezels door te worden gegrepen.
Het verhaal drijft op twee sporen. Het tweede spoor in het verhaal is het avontuur in de ruimte. Dat verloopt niet onaardig, maar is amper spannend te noemen. Dat had meer spannende impact kunnen en moeten hebben. Het euvel? Het avontuur wordt in deze film met humor opgesierd. Iets te nadrukkelijk naar mijn smaak. Door praktisch alle gebeutenissen van een vleug humor te voorzien, onstaat een relativerende atmosfeer. Uit zo'n atmosfeer valt nauwelijks heuse spanning te genereren.
In beginsel staat in de film een reddingsmissie centraal. Die missie wordt steeds minder belangrijk. Belangrijker wordt de interactie tussen de hoofdpersoon en een zeer van hem verschillend buitenaards wezen. Onderling onbegrip en misverstanden zijn een grote bron van vermaak. In de loop van de ontmoeting vervalt de humor die de cultuurbotsing oplevert steeds meer en kijken we in toenemende mate door een serieuzere bril naar de totstandkoming van een ongewone maar mooie vriendschap. In die fase raakt de film aan minder luchtige zaken. Emoties krijgen de kans om zich prominenter te laten zien. Er is ruimte voor ontroering, voor gevoelens van eenzaamheid, voor vertwijfeling. En er is plezier en aandacht voor de schoonheid der dingen. De melancholische en sentimentele snaren zijn in deze fase aan de beurt om te worden geraakt. En dat lukt goed.
Ryan Gosling (die ik altijd verwar met Ryan Reynolds en andersom) speelt de hoofdpersoon. Grote delen van de film is hij het enige personage in beeld. Het enige personage waarmee de kijker het moet doen. Een sympathieke nerd die door vindingrijkheid en soms ook door geluk moeilijkheden overwint. Als de interacties met de buitenaardse tegenspeler eenmaal tot het middelpunt van de film zijn uitgegroeid, zijn de zwakke punten van de film (zoals de lange speelduur en de laconieke aanpak) al snel vergeten. De interacties zijn boeiend, spannend en prettig humoristisch. En uiteraard is er feelgood. Die kon ik na verloop van tijd goed hebben.
De liefhebbers van sciencefiction zullen waarschijnlijk niet volledig aan hun trekken komen. Het wetenschappelijke en het avontuurlijke aspect zijn daarvoor te weinig meeslepend. De liefhebber van fijne monologen en dialogen zitten hier beter. Project Hail Mary begint als een sciencefiction avontuur en ontwikkelt zich daarna tot een film over een ongewone vriendschap. Die ontwikkeling maakt van de film een bijzonder aangename kijkervaring. Dermate aangenaam dat de minpuntjes al snel vervlakken en ik me goed heb vermaakt.

Project X (2012)

In de jaren 10 van deze eeuw werden veel found footage films geboren. De meest daarvan bedienden het horrorgenre. Er werd echter ook gezocht naar mogelijkheden om found footage binnen andere genres te introduceren. Een voorbeeld uit het komische genre is Project X. De film werd een succes en leverde iets van 100 miljoen Amerikaanse dollars op. Heel opmerkelijk gezien het geringe budget waarmee de film tot stand kwam. Ook heel opmerkelijk omdat de belangrijke personages werden gespeeld door onbekende namen.

Het was overigens niet alleen een budgettaire kwestie dat de makers afzagen van bekende namen. Een andere reden (maar dat is gemakkelijk gezegd als je geen budget hebt) was om de film van een authentieke sfeer te voorzien. Dat werd bereikt door mensen als het ware van de straat te plukken. In dat kader is het grappig om te constateren dat de meeste personages in de film gewoon de naam dragen van de acteur. De grens tussen feit en fictie vervaagt daardoor enigszins, aldus de makers. Misschien werkt het inderdaad zo. Het kan. Ik twijfel aan de effectiviteit van zo’n simpele filosofie. Laat ik dus maar zeggen dat de film momenten heeft die er authentiek uitzien.

De film gaat over een feest dat gigantisch uit de hand loopt. In die escalatie zit de attractiviteit van de film. De aanloop naar de escalatie gebeurt in kleine stapjes. Zodoende kun je lang meegaan in de gekte en gebeurtenissen en situaties gedurende lange tijd als relatief normaal beschouwen. Tot opeens het moment daar is dat je denkt: “ja, nu is het uit de hand gelopen”.

Er is moeite genomen om wat verhaallijntjes in de gekte te verwerken. Bepaalde verhaaltechnische elementen keren om de zoveel tijd terug en bieden wat houvast in de gekte. Die wederkerende elementen maken van de film iets meer dan een simpele feestfilm over een uit de hand gelopen tienerparty. Project X is een film die de kijker behalve vertier ook verdieping brengt. De film slaagt er zelfs in om de belangrijkste personages te voorzien van een tableau met angsten, illusies, driften en verwachtingen. Klinkt goed, maar stel je er vooral niet teveel van voor. Dunnetjes is het allemaal wel.

De film is een komedie. Valt er wat te lachen dan? Het antwoord is ja als je van grove en platte grappen houdt. Verwacht niet veel vrouwvriendelijkheid. Verwacht ook geen respect voor de kleine medemens. Verwacht vooral veel feestgedruis, gezuip en gekke acties van gekke feestgangers. Verwacht verder maar niet teveel. Ach, het stelt allemaal niet heel veel voor. Het kijkt gewoon wel lekker weg.

Prom Night (2008)

Een vervelende film. Het label horror is erg overrated. Thriller ligt meer voor de hand. Nou vooruit dan, thriller met wat voorspelbare horror elementen.

De verhaallijn volgt bijna precies de verwachting. Geen onverwachte wendingen. Geen verbazingwekkende invalshoeken. Gewoon een rechttoe rechtaan verloop zonder verrassingen. Vol gemakzuchtig jatwerk uit andere producties. En dan ook nog eens veilig en niet shockerend gekopieerd zodat een te hoge dosis aan spanning en shock wordt voorkomen.

Na afloop zag ik het volgende: Rated PG-13 for violence and terror, some sexual material, underage drinking, and language. Wat een onzin. En als je dan aan horror denkt in relatie tot de film, dan weet je eigenlijk al genoeg. Van expliciete horror of andere vormen van expliciteit zal geen sprake zijn. Geen brute kills, geen gore, geen naakt. En dat klopt dan ook.

Tja, wat hou je dan nog over? Zinderende spanning natuurlijk. Heerlijke suspense. Maar nee, die dingen heeft de film ook niet. Van een spannende laag in de film of zelfs in een enkele scène is geen sprake. Er is een saaie aanloop naar de kills, die vervolgens tegenvallen. Er zijn onlogische keuzes van personages die daardoor heel voorspelbaar het ongeluk over zich afroepen. Saai. Er is het gestuntel van de politie. Er is zoveel en het is allemaal vervelend. Het duurt maar en het duurt maar.

Soms voelen 90 minuten lang. In deze brave en gemakzuchtige film is dat het geval.

Promising Young Woman (2020)

De film heeft een spitsvondige titel. De titel refereert aan ene Brock Turner die als student aan de universiteit van Stanford in 2016 veroordeeld werd voor seksueel geweld, maar in de media heel consequent een promising young man genoemd bleef worden.

In Promising Young Woman is het hoofdpersonage tot het moment dat haar leven op de kop werd gezet een modelstudente. Daarna wordt ze iets anders.

Fascinerende film. De film straalt brute kracht uit, maar is tegelijk heel elegant vorm gegeven. De film is ook ironisch geëngageerd. Hij toont giftige mannelijkheid in weerzinwekkende vorm. In de wereld van deze film zijn er bijna geen goede betrouwbare mannen meer. De film toont vooral mannen die zichzelf als goed beschouwen maar er niet voor terug deinzen een hevig aangeschoten vrouw die zonder veel weerbaarheid is, lastig te vallen.

Die arme wanhopige mannen toch. Maar niet heus. Wat vroeger ook niet juist was, maar waarmee de man toen nog kon wegkomen, wordt in deze film niet getolereerd door wraakgodin Carey Mulligan. Ze speelt een prachtrol als gedesillusioneerde vrouw met slechts één doel in het leven.

Goeie en indrukwekkende film, die de typische elementen uit een wraakfilm pakt en deze elementen heel creatief inzet om vanuit vrouwelijk gezichtspunt een wereld te schetsen waarin de man geconfronteerd wordt met zijn seksistische wandaden. Gelukkig is de film niet somber van toon, maar weet meestal een gechargeerde toon aan te slaan. Dat verzacht de pittige boodschap. Prettig.

Prettig is trouwens ook het einde. Niet werkelijk happy, maar wel bevredigend.

Protégé, The (2021)

Alternatieve titel: The Asset

Martin Campbell is de regisseur van veel doorsnee films. Campbell is echter ook de regisseur van Golden Eye (1995) en Casino Royale (2006). Twee goede James Bond films. Als zo'n man dan een actiethriller regisseert over een vrouwelijke huurmoordenaar, dan ben ik geïnteresseerd. Helemaal als de bezetting onder andere bestaat uit de veteranen Michael Keaton en Samuel L. Jackson. Het resultaat is niet bijzonder maar wel heel vermakelijk.

Het verhaal is niet bijzonder en uit zich in een tamelijk standaard actiethriller. De film biedt verder een paar zijwaartse plotlijntjes die wat persoonlijk drama en zelfs een vleugje romantiek tonen. Zo kunnen de acteurs net iets meer acteertechnische kunsten laten zien dan gebruikelijk is in een doorsnee actiethriller. Verder prima actie en aardige dialogen die zijn doorspekt met humor en goed bevallen.

The Protege profiteert erg van zijn bekende namen. Jackson is degelijk in een variatie op het soort personage dat hij veel vaker speelt. Altijd ok. Keaton heeft een sterke présence en overtuigt als dubieus personage en als actiefiguur. En Maggie Q. is een leuke frisse verschijning met opzienbarende moves en een charmante uitstraling.

The Protege is leuk vermaak.

Prowler, The (1981)

Alternatieve titel: Rosemary's Killer

Een aardige slasher. Traag en ook wel wat fantasieloos, maar met een goeie killer en met goeie kills. Als geheel niet bovenmatig spannend met af en toe zelfs echt saaie momenten. Killer, kills en apotheose maken de film aardig.

Veel scènes zijn saai en mislukt enerverend. We zien veel langdurige scènes in met schaduwen bevolkte panden, waarin elke hand op een deurknop een aanzwelling van de muziek betekent. Schrik? Eén keer. Na de tweede en zoveelste keer niet meer.

We zien veel jump scares. De meeste voorspelbaar en aangekondigd. Een enkele is verrassend. De meeste echter niet. De meeste zijn te flauw voor woorden.

We zien veel kills. Zonder uitzondering spannend uitgevoerd. Goeie sfx. Verrukkelijk en bloederig hak- en snijwerk valt ons ten deel. De verantwoordelijke killer is een vakman en maakt een prima indruk. In nevelen gehuld en in een horrorwaardige outfit struint hij over de campus van de universiteit en zaait er angst en verderf. Echt een prima killer.

De slotacte is uitstekend. De regisseur doet er een tandje tempo bij. Zeker in vergelijking met het bedaagde tempo van de rest van de film. De spanning stijgt. De laatste 20 minuten vliegen voorbij.

Zonder behoorlijke apotheose had de film minder indruk achtergelaten. Ondanks de aangename killer en kills. Met deze apotheose is het nog een aardige film geworden.

Proxima (2019)

Een moeder-dochter drama dat zich afspeelt tegen de achtergrond van een op stapel staande ruimtereis waar de moeder voor wordt klaar gestoomd. Moeder Eva Green lijkt er klaar voor. Dochter Stella niet.

Het verhaal ontwikkelt zich in een gezapig tempo. Te gezapig om er van in hogere sferen te geraken. Op zich is de tweestrijd van Eva Green best interessant. Het moederschap uitoefenen en tegelijkertijd carrière maken, is sowieso al moeilijk. Het wordt ondoenlijk als je wekenlang wordt opgesloten in een trainingskamp en vervolgens een jaar lang in een ruimtestation moet verblijven. Veel gelegenheid dus voor spannend psychologisch grensonderzoek en dramatiek.

Hoewel de film spannende aanzetjes heeft, bereikt de film halverwege het punt waarop het verhaal weinig ontwikkeling meer doormaakt. De thematiek is duidelijk. De relatie moeder-dochter is duidelijk. De inkijk in de harde astronautentraining is duidelijk. Vanaf halverwege de film volgen enkel nog scènes die het drama nogmaals bevestigen en scènes die nogmaals de nadruk leggen op de keiharde training. Er volgen geen nieuwe inzichten en plotlijntjes meer.

Eva Green en haar filmdochter spelen heel behoorlijk. Beide geven goed gestalte aan hun personages. Heel degelijk en heel kundig. In de interactie ontbreekt alleen een bepaalde heftigheid. Een bepaalde hartstocht. Het acteerwerk blijft binnen verstandelijke lijntjes en is een overtuigend middel om een verhaal te vertellen maar slaagt gevoelsmatig minder goed. Ik voelde in ieder geval weinig emotie bij de scènes tussen moeder en dochter.

De scènes in het trainingskamp fascineren. Interessant om te zien welk programma de atronauten moeten doorlopen voordat ze eindelijk gereed zijn voor een ruimtevlucht. Regisseur Winocour heeft dit onderdeel goed bestudeerd. Het oogt in ieder geval authentiek.

Uiteraard overkomt de personages tijdens de training af en toe een kritiek momentje dat moet zorgen voor spanning. Ook hier geldt dat de personages, hun interacties en hun training dermate koel en zakelijk worden gepresenteerd, dat een kritiek momentje weinig beroering in mijn emotionele gesteldheid opleverde.

Bij het kijken naar de film kreeg ik soms de indruk een documentaire te aanschouwen. Een documentaire over een trainingskamp voor astronauten bijvoorbeeld. Een zakelijke registratie van gebeurtenissen. Heel interessant in de vorm van een bondige documentaire, maar minder interessant en zelfs wat saai in de vorm van een speelfilm.

Psycho Therapy: The Shallow Tale of a Writer Who Decided to Write about a Serial Killer (2024)

Alternatieve titel: The Shallow Tale of a Writer Who Decided to Write about a Serial Killer

De seriemoordenaar kom je normaliter tegen in thrillers en horrorfilms. Geen wonder natuurlijk, want het regelmatig vermoorden van een mens is immers een tamelijk duistere aangelegenheid. Er zijn uitzonderingen. Onlangs zag ik het leuke en luchtige How to Make a Killing (2026). Een komedie waarin de protagonist een aimabele seriemoordenaar is. In Psycho Therapy is de hoofdpersoon schrijver Keane die behalve met zijn relatie ook met een nieuw boek worstelt. Hij loopt bewonderaar en ex-seriemoordenaar Kollmick tegen het lijf die hem met zijn verhalen van inspiratie wil voorzien om hem van zijn writer’s block te verlossen. .

In het begin denk je nog dat de film zich op een of andere manier dan waarschijnlijk gaat bezighouden met de levensgeschiedenis van Kollmick, die met zijn gruwelijke verhalen schrijver Keane inspireert om een boek te schrijven volgens het motto: om succes te hebben, moet je aan de laagste instincten van de lezer appelleren. De film laat deze insteek al vroeg in de film vallen en spint een verhaal rondom een misverstand. De seriemoordenaar wordt door Keane’s eega voor een relatiecoach aangezien. Het misverstand levert een aantal verrekt grappige scènes op waarin Kollmick zijn moordlustige ervaringen op een manier inzet die klinkt als gedegen psychologisch advies.

Regisseur en schrijver Tolga Karacelik maakt met Psycho Therapy een leuke debuutfilm. Een film met fijne zwarte humor. Een film met komische gebeurtenissen. Een film met een prima cast. Steve Buscemi speelt de curieuze en praatgrage seriemoordenaar. John Magaro is de ietwat wereldvreemde schrijver. En Britt Lower is de koele echtgenoot. Leuke personages die plezierig interacteren en aldus bijdragen aan het vermaak. Als punt van kritiek zou je kunnen zeggen dat de film hier en daar aan de timide kant blijft waar explosievere escalatie wat mij betreft best had gemogen. Hoe dan ook. Een prima debuut. Benieuwd naar de volgende van Karacelik.

Publieke Werken (2015)

Alternatieve titel: Public Works

Boeiend historisch drama van Nederlandse bodem. Het kan dus nog. Een goede Nederlandse film produceren is gelukkig nog steeds mogelijk.

Het verhaal is intrigerend. Heerlijk dramatisch ook. Hoewel de gebeurtenissen grotendeels fictief zijn, zijn de grotere kaders waarin het verhaal plaats vindt gebaseerd op feitelijkheden. Zo lagen bij de bouw van Hotel Victoria wel degelijk twee huizenbezitters dwars en zijn de erbarmelijke omstandigheden waaronder de turfstekers leefden niet overdreven. Die wetenschap geeft aan het verhaal een extra realistisch tintje mee.

De aankleding is imponerend. Het tijdsbeeld van eind 19e eeuw is prima vormgegeven. Met vooral veel dank aan de goed ogende CGI natuurlijk. Daarnaast ogen lokaties, interieurs en landschappelijk leven behoorlijk authentiek. Althans zo oogt het voor mij als niet-autoriteit met betrekking tot het leven in de 19e eeuw.

Acteerwerk in Nederlandse films haalt de kracht van een scenario vaak naar beneden waardoor het filmische eindresultaat vaak teleurstelt. Dat is hier niet het geval. Er wordt goed geacteerd. Echt een verademing vergeleken bij ander recent Nederlands werk.

Fijne dialogen ook. Mooi taalgebruik. Ouderwets en formeel. Toch goed begrijpelijk. Ik hou er wel van.

Goeie film.

Pulse (1988)

Treurige thriller. Heel veel voorspel waarin niets noemenswaardigs gebeurt, gevolgd door een minuutje of twintig hectiek. En zelfs dan wordt het niet spannend.

Als oorzaak voor het gebrek aan spanning is wel wat te noemen. Vlak camerawerk is zoiets. In plaats dat een shot op eigen kracht spanning genereert, is er spannende muziek die kortstondig oprispt en de kijker erop attent maakt dat het spannend wordt. Poeh, weten we dat ook weer.

Het belabberde acteerwerk is zeker noemenswaardig. Geen enkele overtuiging bij de acteurs. En dus geen overtuiging bij mij. Ook de sfeerloze setting prikkelt de zintuigen niet echt.

Maar de belangrijkste reden is, denk ik, dat een puls als kwade macht niet tot de verbeelding spreekt. Je kunt er niet zoveel mee. Het is moeilijk om een puls te personificeren. Het blijft een vaag en abstract fenomeen. En zo'n vage abstracte macht is niet spannend. Dat heb ik althans zo ervaren.

Pump Up the Volume (1990)

Pump Up the Volume houdt zich bezig met censuur en in het bijzonder met de huichelarij van integere instanties die malversaties en schimmigheden bewust verzwijgen en zich derhalve niet conform de eigen fatsoensregels manifesteren. Kritiek op hun functioneren wordt de kop ingedrukt. Slechts hij die positieve of zeer mild kritische boodschappen uitdraagt wordt door die instanties de vrijheid gegund om zijn mening te uiten. De instantie waarover het in deze film gaat is een highschool. De roepende criticaster heet Hard Harry, die zijn opruiende boodschappen via een illegaal radiokanaal de wereld instuurt.

Harry brengt misstanden aan het licht en ontpopt zich tevens tot hulpverlener van scholieren met problemen. Harry gebruikt zijn radioshow om onrecht op de highschool aan de kaak te stellen. Door de grenzen te overschrijden die de gevestigde orde ooit heeft vastgelegd, wordt hij binnen de kortste keren de spreekbuis van de scholieren die niet worden gehoord. Christian Slater zet de rol van de schuchtere scholier Mark, die in een verbaal begaafde mr. Hyde verandert als hij eenmaal radio maakt, fantastisch neer.

Pump Up the Volume is leuk vermaak met een opruiende boodschap die priemend maar luchtig wordt verkondigd. De film ontaardt niet in vervelend gemoraliseer en onthoudt zich van sentimentele trucs om goedkoop emoties los te weken. De score werkt goed en is trefzeker. Het is dan ook heel merkwaardig dat de aftiteling niet door een stevige uitsmijter maar door een slap stukje muziek wordt begeleid die mijn innig gegroeide opruiende stemming meteen bekoelde en mij noodzaakte de film af te breken. Wat een ongelooflijke misser. Het is gelukkig de enige.

Pumpkinhead (1988)

Fantastische setting en sfeer in deze monsterfilm met een vrij simpel verhaal.

Het verhaal speelt zich af in een streek met bouwvallige huisjes en dito boerderijtjes die ver van elkaar en van de bewoonde wereld zijn verwijderd. Verlatenheid en isolement. Het landschap is bebost met kale bomen. De wind blaast stof en zand. Kortom, het is een heerlijke somberheid die zich inwringt in het verhaal en die zichtbaar is in bijna elke scène.

Het verhaal is alsgezegd simpel. Het bekende stramien. Groepje vrienden komt in verlaten gemeenschap en veroorzaakt heibel. De heibel loopt verkeerd af en men tuigt een monster op dat ook weer heibel veroorzaakt. Dat is het dan. Niet belangrijk verder. Het gaat om de sfeer, het aanzien, de effecten, het monster. De rest inclusief de personages is van ondergeschikt belang.

Fijne effecten. Het monster is spectaculair opgetuigd. De andere effecten deugen ook. In de meeste gevallen heeft de grime kwast goede werken verricht. Die heks! Wauw! Het is duidelijk met liefde gedaan. Het levert sfeervol griezelige beelden op.

Zo'n film is het. Een sfeervolle monsterfilm. Niet doodeng, maar sfeervol eng.

Puppet Master (1989)

Alternatieve titel: Puppetmaster

De reeks films die het gevolg was van dit relatief onbekende origineel, doet vermoeden dat Puppetmaster wel een geweldige parel binnen het horrorgenre moet zijn. Is de film nu terecht in de relatieve vergetelheid geraakt of hebben we hier inderdaad met een kleine parel te maken? Tja. Laat ik het zo zeggen. De hoeveelheid films die na het eerste deel het licht zag, is dan wel buitensporig hoog maar valt niet te verklaren.

Puppetmaster is niet spannend en de personages zijn tamelijk belachelijk. Een groep paranormaal begaafde personages wordt naar een hotel gelokt om daar door tot leven gebrachte poppen te worden gedecimeerd. Het feit dat alle leden van de groep bovenzintuigelijk begaafd zijn, is eigenlijk een overbodig detail. De film krijgt er geen spannende meerwaarde door.

In de eerste helft van de film wordt de kijker verveeld met hun overvloedige aanwezigheid. Onderlinge gesprekken en inkijkjes in de respectievelijke paranormale talenten, die in aanzet best interessant zijn, worden dermate lang gerekt dat de zenuwen van de kijker het zwaar te verduren hebben.

Het verhaal is weinig boeiend en valt nergens serieus te nemen. Hoe verder in de film, hoe minder de vraag opspeelt welke beweegredenen de personages hebben of waarom ze bepaalde onzinnige acties uitvoeren. Het heeft trouwens geen nut om je dat af te vragen. Antwoorden komen niet. Het verhaal kent vele gaten die niet worden afgedicht. Laat gaan, zeg ik en richt je op hetgeen wel leuk is. En dat zijn de poppen, die zich in de aanhef van de film al even lieten zien. Een aangename kennismaking.

Het wachten is op meer scènes met de poppen. En het wachten loont, want zodra ze eindelijk komen opdraven, is de film meteen een stuk leuker. De poppen gaan flink tekeer en zijn verantwoordelijk voor leuke kills. Die worden niet heel expliciet in beeld gebracht, maar de kracht van de kills zit ‘m in de originaliteit. Bovendien is de kijker in dit stadium niet meer zo kritisch omdat hij blij en opgelucht is, dat er eindelijk iets gebeurt.

De stop motion effecten en de op afstand bestuurde poppen, zien er trouwens prachtig uit. Door het moderne oog bekeken, misschien effectief achterhaald, maar voor het nostalgische oog is het absoluut genieten.

Puppetmaster is een middelmatige film die op de momenten dat de poppen in actie komen, zeer aangenaam kijkvoer wordt. De kans dat ik me aan een ander deel waag, lijkt me klein.

Pyewacket (2017)

Van regisseur Adam MacDonald zag ik ooit Backcountry (2014). Zijn eerste lange speelfilm. Een survival film die ik maar matig kon waarderen. Op voorhand zijn de verwachtingen over deze nieuwe poging van MacDonald dan ook laag gespannen. Na afloop kan ik zeggen dat de lage verwachtingen niet werden bewaarheid. Pyewacket is een stuk vermakelijker dan de eersteling.

De waardering zit 'm niet in het verhaal zelf. Dat is tamelijk dun en gemakkelijk te doorzien. Bovendien is er pas na 40 minuten reden tot enige opwinding. Tot die tijd moeten we ons vermaken met oninteressante bezigheden van tieners, hun probleempjes en hun overpeinzingen.

De waardering zit 'm in de sfeervolle uitwerking van het verhaal. Dat gebeurt echter pas na 40 minuten, maar is de moeite. De film vult zich na 40 minuten opeens met onheilspellende momenten en een donke sfeertje. De sinistere wending in het verhaal ontstaat in de eerste plaats door de handelingen van de personages, maar een veel groter aandeel in de totstandkoming van de duistere sfeer is weggelegd voor het geluid.

De sounddesign is van grote klasse. Niet alleen door de inbreng van een passende heavy metalscore met sinistere accenten, maar vooral door in lange stukken film iedere vorm van kunstmatig geluid te elimineren.

In bepaalde scènes is minutenlang geen ander geluid te horen dan het geluid van de natuurlijke omgeving.

De wisselwerking tussen het natuurlijke achtergrondgeluid en de gevoelslagen die bij het angstige hoofdpersonage worden aangeboortd, werkt veel effectiever dan menige angstaanjagende plompe muzikale uithaal in een willekeurige horrorfilm. Het effect is naargeestig en behoorlijk spannend.

Het camerawerk is prima en gevarieerd. Bij dreiging toont de camera nu eens een blik over de schouder van het hoofdpersonage, dan weer toont hij het hoofdpersonage frontaal of werpt een blik in de donkere bossen. Nu eens rent de camera uitbundig met het hoofdpersonage mee, dan weer richt de camera zich ingehouden op een schaduwpartij op de muur. Nu eens dit, dan weer dat. De camera is dynamisch aanwezig en genereert actie en spanning.

Leuke film. Alleen jammer van die 40 oninteressante minuten inspeeltijd.

Pyramid, The (2014)

Gelijk maar met de deur in huis vallen. Het grootste zwaktepunt aan de film is het verhaal. Dat verrast op geen enkel moment en is aan het einde zelfs wat lachwekkend. Niet omdat de film een standaardafloop kent, maar omdat de CGI die voor enige schrik moet zorgen, er nogal kinderlijk uitziet en behalve een lachstuip geen andere emoties teweeg brengt.

Toch begint de film niet onaardig. De film trapt intrigerend af met een lange indrukwekkende vlucht over het Egyptische land. Van demonstrerende massa’s in Cairo via de troosteloze weidsheid van de woestijn eindigt de vlucht uiteindelijk op de plaats van bestemming, zijnde een pas ontdekte Pyramide. Een mooie afstrap met mooi sfeervol camerawerk.

In eerste instantie lijkt de film geen found footage film te gaan worden. De kijker wordt het kampement van een groep archeologen binnengeleid met traditioneel camerawerk. Als er plots beelden binnenglijden, die worden gemaakt door een teamlid, blijkt dat regisseur Grégory Levasseur kiest voor een mengeling van traditionele film en handcam.

De verbinding tussen beide technieken loopt echter niet heel lekker. De vertelstructuur maakt geen onderscheid tussen found footage en traditioneel. De kijker wordt getrakteerd op een willekeur aan beelden van de ene en van de andere soort zonder dat een structuur herkenbaar is. Met de invoeging van Found footage kun je bijvoorbeeld prima dynamiek en spanning in een film brengen op een manier die de traditionele camera niet bezit. Omdat de wisseling van camera’s zonder merkbaar plan gebeurt, heeft geen van beide methodes meerwaarde. De toegevoegde waarde van de ene camera boven de ander, ontging mij in ieder geval.

The Pyramid is een film met monsters, met bloed en heeft met een Pyramide een fijne locatie. De monsters en het bloed zijn effectief van laag niveau. Ook jammer dat de labyrintische mogelijkheden van de Pyramide niet naar tevredenheid worden benut. Uit donkere ruimtes, brokkelige gangen en verborgen deuren valt veel meer beklemmende sfeer te ontlenen.

Iets positiefs nu. Het acteerwerk is degelijk. Daarbij zij aangetekend, dat er niet echt veel van de acteurs wordt gevraagd. Meer dan wat geschreeuw, wat angstige blikken en wat gekruip in donkere gangen stelt het acteerwerk niet voor. Degelijkheid levert overigens niet veel emotionele verbondenheid met de kijker op. Als de groep archeologen uitdunt, is de gelatenheid groot. Mij kom het geen barst schelen.

Na afloop bleek ik de film al eens eerder gezien te hebben. Daarvan kon ik mij niets meer herinneren, hoewel sommige scènes mij wel bekend voor kwamen. Ik dacht tijdens het kijken steeds dat het aan de voorspelbaarheid van het verhaal lag. Dat bleek dus niet geheel het geval te zijn.

Slechte film. De eerste keer beoordeelde ik de film met 2*. Nu niet.