Meningen
Hier kun je zien welke berichten Collins als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Porno (2019)
Achter de filmtitel verbergt zich geen vunzig pornografisch werkje, maar een middelmatige retrohorrorr die zich in een bioscoop afspeelt. Een bioscoop als locatie is fijn. Een bioscoop in een (horror)film, roept bij mij vaak een mysterieuze, maar ook bevreemdende sfeer op. Het is een prettige locatie en een goede plaats om kwade machten in op te roepen.
De film heeft zijn setting in de jaren 90. Intrigerend en aangenaam hoe stevig sommige filmmakers hun fundament in een nostalgische bubbel hebben liggen en er een film in situeren. De jaren 80 bubbel is ook zoiets. Allemaal erg leuk hoor, maar nostalgie levert niet altijd goede films op.
Toch vind ik retro verwijzingen altijd wel grappig. Ook in deze film. Neem alleen al de klassieke filmprojector waarmee films op het doek worden geprojecteerd. Of het naakt dat in deze puriteinse tijden een horrorfilm nog maar zelden siert. Of het boek over occultisme dat als een vervanger voor Google dienst doet als bron van informatie.
Een geheel andere bron is die van het kwaad. Die bron wordt hier verbeeld door een succubus. Die is goed op haar plaats in deze bioscoop in een conservatief stadje waar jongeren hun sluimerende seksuele lusten niet kunnen botvieren. Nou, daar weet de sexy succubus wel raad mee.
De succubus is geen verfijnde moordenaar. De gore mag er zijn. Met de humor is het een tandje slechter gesteld. Niveau: seks georiënteerd op een puberale manier. Soms leuk. Meestal niet.
Naarmate de film vordert neemt de factor trash toe. Regisseur Racela richt zich steeds meer op de sensationele uitwassen van de horrorbeleving en laat de subtielere en minder visuele aanzetten liggen.
Dat betekent veel "humor", veel kills en veel naakt. Vooral tegen het laatste heb ik geen bezwaar, maar als het aantrekkelijkste personage de kleertjes aanhoudt, heb ik daar wel iets op tegen.
Conclusie: Porno is een middelmatige retrohorror.
Portrait de la Jeune Fille en Feu (2019)
Alternatieve titel: Portrait of a Lady on Fire
Het begint met een schilderij. Het schilderij dat de titel ‚Portrait de la Jeune Fille en Feu‘ draagt, roept een heftige herinnering wakker bij schilder Marianne. De film grijpt het moment aan om terug te blikken naar de ontmoeting tussen Marianne en de adellijke Héloise die de jeune fille op het schilderij verbeeldt. Ingelijst in een Gotisch en sprookjesachtig kader rolt de vertelling traag en emotioneel ingehouden over het scherm. Mooie film.
Het perspectief ligt bij Marianne. Zij wordt gespeeld door Noémie Merlaut. Een goede actrice die ik onlangs in het idiote Jumbo (2020) voorbij zag komen, waarin zij trouwens helemaal niet idioot acteerde. Dat doet zij in deze film ook niet. Haar tegenspeelster is de mooie Adèle Haenel. Ben ik wel een beetje fan van. De slotscène in de film waarin zij zich in alle eenzaamheid even heerlijk emotioneel mag uiten, is een kippenvelmoment en een bevestiging van haar talent.
Subtiele film. Het verhaal bouwt op de relatie tussen de twee vrouwen, maar doet dat nooit bijzonder uitgesproken. Romantische en zinnelijke gevoelens moet de kijker ontcijferen uit terloopse blikken, gebaren en aanrakingen die maar kort duren en die gemakkelijk gemist kunnen worden. De personages zijn geheel in lijn met de subtiele vertelling moeilijk te peilen. Uit de normale onderlinge dialogen valt weinig te halen. Om het raadselachtige omhulsel van de personages te kunnen doorgronden is het nodig om de aandacht te vestigen op de boodschappen die in blik en gebaar verborgen liggen.
De locatie van een afgelegen kasteeltje aan de rotskust van Bretagne is goed gekozen. De stilte en het isolement corresponderen prettig met de onuitgesproken hartstochten van beide personages. Een blik die iets te lang op de ander blijft rusten, krijgt in deze feeërieke atmosfeer automatisch een veelzeggende betekenis. De beeldspraak beslaat een heel scala aan emoties en varieert van wantrouwen tot onweerstaanbaar verlangen. De film dreigt daardoor soms naar melodramatische diepten af te dalen maar het scherm van onverstoorbaarheid en onbewogenheid dat beide personages ook bezitten, voorkomt dat.
Céline Sciamma maakt met Portrait de la Jeune Fille en Feu een romantisch drama dat na het kijken nog even zachtjes nagalmt. Fijn.
Possession of Michael King, The (2014)
Een filmmaker met een traumatisch verlies gaat op zoek naar antwoorden. Hij doet dat in documentairestijl en in de paranormale wereld. Een rondgang langs een aantal merkwaardige personen uit het veld levert duister en soms hilarisch filmmateriaal op. Prima origineel begin. De toon is gezet. Intrigerend. Prima insteek.
Daarna het vervolg. De aftakeling van de hoofdpersoon die niet subtiel, maar tamelijk smerig en plastisch in beeld wordt gebracht. Herkenbaar voor het genre. Terug naar af. Wel jammer, vind ik. Van de originele insteek blijft niets over.
Verder veel schokkerige en flikkerende beelden (vervelend en zenuwtergend).
Daartussendoor nog wel een paar goede schrikeffecten en Johnson die een overtuigende hoofdrol neerzet.
Possession, The (2012)
De film confronteert je meteen met een slogan die in veel films voorbijkomt: “based on a true story”. Bij mij gaan dan gelijk evenredig de wenkbrauwen omhoog. Jaja, zal wel. Moet dat nou? Kun je niets beters verzinnen om je film te promoten, Meneer Raimi?
Misschien onterecht gemopper van me. In dit geval is er daadwerkelijk een reden voor deze populaire slogan. Het vervloekte kistje uit de film dat de aanleiding is voor allerhande onaangename gebeurtenissen, bestaat werkelijk. Er schijnt in 2004 via eBay een antiek wijnkistje (met aanhangende vloek!) te zijn aangeboden, dat ooit in het bezit was van een overlevende van de Holocaust. Een kistje met een geschiedenis. De huidige eigenaar is ene Jason Haxton (en hij is goed te googlen). Hij wordt tot op de dag van vandaag door de vloek geplaagd. Uiteraard mag de waarheid van bovenstaand tekstje in twijfel worden getrokken. Soms gaat de marketing voor een film immers ver. Ik vind het een aardige geschiedenis en wil er wel in meegaan. Het is in ieder geval leuk voor de filmbeleving.
In de film draait het om een gezin dat geïnfecteerd raakt door een dibbuk. Volgens de Joodse mythologie is een dibbuk een geest van een overleden, zondige persoon die ontsnapt is uit de hel en bezit tracht te nemen van een levend persoon om zich op die manier te kunnen manifesteren. En ach, als je dit zo leest, dan weet je ook grotendeels wat de film gaat brengen. Enge plagerijtjes, bezetenheid en exorcisme zorgen voor een prima onheilspellend sfeertje. De film hanteert de gebruikelijke spanningselementen die bij deze thema’s horen. Geen innovatieve benadering dus. Maakt mij niet zoveel uit. Ik heb me vermaakt en ben bovendien niet per sé wars van clichés in horrorfilms.
Over het fenomeen Dibbuk kom je eigenlijk niet veel te weten. De film gebruikt het fenomeen voornamelijk als hefboom voor het ontleden van een (gezins)drama en voor het tonen van prettige horror. Prima hoor, maar enige verdieping in de Joodse cultuur in het algemeen en de mythologische Dibbuk in het bijzonder had ik wel op prijs gesteld. De film glijdt erg gemakkelijk door de Joodse mythologische brij heen en mist zo mogelijkheden om de vakkundig gecreëerde onheilspellende sfeer verder uit te bouwen en te intensiveren. De Joodse equivalent van Father Merrin ondergaat hetzelfde lot. Leuke rol, maar veel te kort en veel te eendimensionaal.
Verder, goed acteerwerk en wat leuke effecten.
Bovengemiddelde horror.
Possessor (2020)
Alternatieve titel: Possessor Uncut
Je zal maar Brandon Cronenberg heten en zoon zijn van een beroemde en veelgeprezen regisseur. Al je films zullen worden vergeleken met die van vader David Cronenberg. Stel dat de critici besluiten dat de werken van Brandon tegenvallen. De druk is hoog. Faalangst en kunstzinnige blokkades liggen op de loer. En hoewel een vergelijking voor de hand ligt en je er moeilijk aan ontkomt, wil ik met name constateren dat Brandon Cronenberg gewoonweg veel talent heeft.
Brandon Cronenberg regisseerde en schreef het verhaal, dat zich in de nabije toekomst afspeelt. Huurmoordenaars hebben in die toekomst de mogelijkheid om in een persoon binnen te dringen en die te besturen. Voordelen te over. Een moord is snel gepleegd. De echte moordenaar hoeft zijn handen niet vuil te maken en blijft onherkenbaar voor getuigen. Aan het einde ruimt hij zijn gastheer uit de weg en klaar.
De film trapt geestdriftig af met zo’n huurmoord. De camera zit dicht op de moordenaar. Dat zorgt voor dynamiek en geeft extra impact aan de ruwe manier waarop het moorden gebeurt. Een voorliefde voor splattereffecten kan Brandon daarbij niet worden ontzegd. Het begin levert roerige, bloedige en spannende cinema op.
Die roering is geheel in tegenstelling met Brandon's verbeelding van de dystopische toekomst. Het decor is amper futuristisch te noemen en onderscheidt zich in niets van de huidige wereld. De setting is juist teleurstellend onopvallend. Grauw en duister weerspiegelen de lokaties het even grauwe en duistere gevoelsleven van de personages. De paar sci-fi elementen die in het oog springen, zijn vooral gebonden aan de personagese en zorgen net voor voldoende aandacht om het besef levend te houden dat de film zich in de toekomst afspeelt.
Hoewel de film tamelijk dynamisch opent, verloopt de film daarna eigenlijk vrij rustig. De film bevat lange periodes waarin feitelijk weinig gebeurt. Lange periodes zonder dialoog. Lange periodes zonder dynamische beweging. Het zijn periodes waarin middels indringende visuele impressies van bijvoorbeeld gelaatsuitdrukkingen, lusteloze interactie of gestaar in een spiegel aan een ongemakkelijke sfeer wordt gebouwd. Dat lukt en is tot op zekere hoogte interessant, maar het neigt soms ook wat naar interessantdoenerij. De momenten van ongemakkelijke rust worden overigens frequent onderbroken door heftig splattergeweld. Ik ben daar geen echte fan van, merk ik.
De film ontbeert een spanningsboog. De personages zijn als gezegd grauw ingekleurd. Ik miste de mogelijkheid tot inleving in de personages. Veel kom je over hen niet te weten. Emotionele betrokkenheid is er niet. Die betrokkenheid genereert juist spanning. Een benauwende atmosfeer, een onheilspellende sounddesign en spectaculaire splatteractie kunnen dat gebrek aan spanning niet volledig wegpoetsen. Brandon gunde me visueel plezier maar het emotionele plezier bleef helaas uit.
Post Mortem (2020)
Protagonist Tomás is post-mortem fotograaf die in het jaar 1918 Hongarije doorkruist om onlangs gestorven mensen op de foto te zetten. Een lugubere bezigheid die echter in de periode vanaf 1839 toen de fotografie werd uitgevonden niet ongewoon was. In de 19e en begin 20e eeuw was de kindersterfte hoog en een foto van het gestorven kind was vaak de enige tastbare en betaalbare herinnering. Ook volwassenen werden na hun dood gefotografeerd. Soms werd de overledene slapend afgebeeld. In bed. In de kist. Vaak ook werd hij rechtop gezet en vormde op die manier een levendig onderdeel van een tableau vivant samen met de achtergebleven familieleden. Tegenwoorden is de post-mortem fotograaf nog steeds actief al worden er geen rare fratsen meer uitgehaald om de dode zo levend mogelijk af te beelden. Gewoon te bed of in de kist.
De film dan maar. Een fijne film met een verrukkelijke morbide sfeer. Uiteraard opgeroepen door het beroep van de protagonist die in enkele openingsscènes druk in de weer is met het fotogeniek positioneren van dode mensen. De sfeer is het sterke punt van de film en drukt in elke scène stevig door. Regisseur Peter Bergendy weet die macabere sfeer een film lang goed te onderhouden.
Post Mortem is geen film waarin het bloed overvloedig spuit en op elke hoek een jumpscare op de loer ligt. Post Mortem doet het heerlijk subtiel. Met geluiden op zolder. Met een opdoemende schaduw. Met een grimas op een dood gezicht. Met angstige dorpsbewoners. En met een fantastische setting in de vorm van een kil en achterlijk dorp waarvan de besloten ligging nog eens wordt benadrukt door barre winterse omstandigheden. Fijn camerawerk en perfect afgestemde muziek maken het zeer onheilspellende plaatje compleet.
De nonchalante manier waarop de dorpsbewoners met de aanwezigheid van geesten omgaan vormt een merkwaardig contrast met de onheilspellende sfeer. Ze zijn niet verbaasd dat geesten hun dorp bezoeken. Ze zijn alleen verbaasd en later angstig over de extreme vormen die dat bezoek aanneemt. Die onvoorspelbare houding is een sprekend voorbeeld van de verbazingwekkende en onverwachte finesse waarmee het verhaal steeds weer wordt verrijkt.
Het tempo waarin de dingen gebeuren is traag. Mij beviel het tempo goed. Tegen het einde worden er een paar tandjes bijgezet en belanden we in een verrassend hectische finale die wederom met simpele middelen wordt ingekleed en de film soms zelfs wat in de richting van het surrealistische en het potsierlijke duwt zonder daarin door te drijven. Zeer geslaagd. Fijne film.
Power of the Dog, The (2021)
Bij het kijken naar deze film van Jane Campion dringen zich onmiskenbaar vergelijkingen op met The Piano. Beide films spelen zich af in een afgezonderde omgeving. Beide films hebben een historische setting. The Piano speelde zich af in de 19e eeuw. The Power of the Dog in 1925. Beide films verhalen van intermenselijke relaties. Beide films gaan over onderdrukte gevoelens die niet worden uitgesproken maar voor de kijker helder zichtbaar zijn. Soms visueel. Soms via muziek. Beide films handelen om conflictsituaties tussen de personages. Sudderende onenigheden, die vanaf het begin sfeerbepalend zijn en dermate intensiveren dat de verwachting wordt geplant dat ze ergens in de film tot een gewelddadige uitbarsting komen.
In tegenstelling tot The Piano concentreert de film zich voornamelijk op de mannelijke karakters, waarvan de zeer mannelijke Phil (prachtig vertolkt door Benedict Cumberbatch) wel de meest complexe en meest ondoorzichtige persoonlijke hoedanigheden bezit. De enige relevante vrouwenrol is voor Kirsten Dunst die sterk begint maar haar prominente rol in de film gaandeweg verliest aan de mannelijke karakters.
Omdat de benepen setting niet toelaat dat er vrijuit wordt gecommuniceerd tussen de personages, laat Campion vooral de beelden spreken. In de scènes die het meest over de innerlijke leefwereld van Phil zeggen, wordt in het geheel niet gesproken. Niks kitscherigs aan. Het zijn krachtige scènes die zelfs ontroeren. Het verhaal blijft altijd afstandelijk, benadert de personages heel voorzichtig en laat belangrijke informatie slechts subtiel doorschemeren. Bevrijdende hallelujah-momenten ontbreken.
Dat wil niet zeggen dat de film gebeurtenissen emotieloos registreert. De film heeft heus ontroerende en liefdevolle momenten. Korte scènes met ruimte voor het tonen en ondergaan van menselijke gevoelens. Het is alleen zo dat uit het verhaal nooit de bevestiging ontstijgt dat alles ooit helemaal goed komt. De onderlinge relaties vertoeven nu eenmaal in een moeizame atmosfeer van achterdocht, hatelijkheid en tragiek.
Prachtfilm.
Prairie Home Companion, A (2006)
Robert Altman vertelt in A Prairie Home Companion over de laatste uitzending van een beroemde en succesvolle radioshow met livemuziek. Een uitzending vol countrymuziek. Een uitzending vol weemoed. Dertig lange jaren werd de show uitgezonden vanuit een schitterend theaterpand. Een Texaanse zakenman heeft het pand echter opgekocht. Weg thuisbasis. Weg show. Weg schone kunsten. Weg nostalgie. Een parkeergarage en een fastfoodrestaurant zullen de plaats gaan innemen van het sfeervolle theater. Lang leve het kapitalisme.
Achter de coulissen delen de artiesten en radiomakers herinneringen. Aan de goede tijden. De optredens van de countrysterren, die vooral vergane glorie representeren, worden competent en hilarisch begeleid door de eigenaardige spreekstalmeester GK. Met zijn sprekende en zingende bijdragen is hij de spil van de show. Hij wordt gespeeld door Garrison Keillor, die in het echte leven geen acteur is, maar een auteur en de persoon die ooit daadwerkelijk een radioshow met de naam A Prairie Home Companion presenteerde.
A Prairie Home Companion is een levendige film. De film presenteert een potpourri aan personages gspeeld door gerenommeerde acteurs. Er zijn uitgerangeerde cowboys, een depressieve tiener, een versleten countryster, twee zingende zussen die elkaar steeds in de haren vliegen. Zomaar een greep. Vermakelijke taferelen zijn het gevolg. Maar ook minder vermakelijke. De film kent ook slaapverwekkende (muzikale) momenten en scènes waarin de personages zich te buiten gaan aan oninteressant gekeuvel. Bovendien is niet elk personage dat speeltijd inneemt even boeiend.
De film is een springerige warboel van personages, ware en verzonnen herinneringen en steeds irritanter klinkende countrymuziek. Steeds zijn er muzikale intermezzo's. Steeds weer klinkt daar de melancholieke countrymuziek op die (in mijn oren althans) steeds hemeltergender binnenkomt. Steeds weer wordt door de zingende zusjes een nieuwe ballade ingezet. Steeds weer reizen de zingende cowboys Dusty en Lefty in hun songs door verzonnen stadjes en vermaken de kijker met puberale lol. De sympathieke manier waarop ze dat doen maakt dat je er soms nog om kunt lachen ook.
A Prairie Home Companion brengt een ode aan een ouderwetse radioshow en geeft blijk van een grenzeloze liefde voor de countrycultuur en de onbezonnen leefstijl die daar bijhoort. Een fragmentarische en levendige ode. Het levert over het algemeen leuk amusement op. Wel vervelend dat die muziek zo'n prominente rol speelt.
Prange - Man Ist ja Nachbar (2025)
Alternatieve titel: Prange
In Prange draait het om de mensen in een appartementencomplex. In het middelpunt van de film staat de titulaire Prange. Een alleenwonende, chagrijnige en teruggetrokken man die met niemand iets te maken wil hebben. Althans is dat de indruk die hij vestigt. Eigenlijk verlangt de norse Prange ernaar om door anderen geaccepteerd te worden. Prange is helaas niet erg bedreven in de omgang met mensen. Hij zegt en doet net de verkeerde dingen en reageert onhandig in het bijzijn van anderen.
Prange is een komedie. Het komische element is gelegen in Prange’s gedrag dat wat conflictjes en pijnlijke situaties oplevert. Best amusant maar niet heel erg grappig. Daarvoor is de humor gewoon niet oorspronkelijk en scherp genoeg. De aankleding van de personages is daarnaast tamelijk vlak. Met de voltrekking van een paar opvallende karaktereigenschappen houdt het wel op. Er is net genoeg moeite gedaan om het minimum aan vereiste kenmerken op de personages te plakken om empathie te kunnen opbrengen. Net genoeg om je meegaand op te stellen en je te amuseren.
Prange klinkt nu misschien als een middelmatige film, maar dat is hij nu ook weer niet. Prange is geen luidruchtige film. Prange is een ingetogen film. En zo af en toe maakt het portret van de bewoners van een appartementencomplex iets meer los dan een geamuseerd gevoel. Als de bewoners in de loop van de film meer naar buiten treden en meer met elkaar in contact treden, levert dat meermaals een vleugje ontroering op. En soms zelfs een bescheiden lach.
Prank, The (2022)
The Prank is een leuke highschool komedie met thrillerelementen. De hoofdrollen zijn vrij stereotiep ingevuld. Twee scholieren die in een moeilijk parket terecht komen vormen een leuk buddykoppel. Beiden een beetje nerdish maar geen echte outsiders. Beiden min of meer gelijkwaardig. In dergelijke films zie je nog wel eens dat het ene personage als grappige sidekick fungeert. Dat is hier niet het geval.
Een leuk koppel dus. Goed en fris gespeeld door Connor Kalopsis en Ramona Young. Rita Moreno heeft een rol als de lerares Mrs. Wheeler. Ze is streng, niet geliefd en slachtoffer van de schelmenstreek die door het duo impulsief en onbedachtzaam wordt uitgevoerd. Een schelmenstreek met onvoorzienbare gevolgen. Een vermakelijk verhaal volgt dat en passant tevens kritiek inhoudt op het fenomeen Fake News en op de vluchtige onzinnigheid die van de sociale media afdruipt. Twee ergernissen die het verdienen om bekritioseerd te worden.
The Prank is vlot, grappig en af en toe een beetje spannend. Gewoon een lekker hapje.
Predestination (2014)
Ethan Hawke is tijdreiziger. Hij reist naar het verleden om catastrofale gebeurtenissen te voorkomen. Best leuk en door mij jaren geleden ook goed gewaardeerd. En die constatering deed een beetje pijn. Na afloop van de film ontdekte ik dat ik hem in 2014 al eens had bekeken. Gewaardeerd met 3.5* ook nog. Tijdens het kijken was ik me daar totaal niet van bewust. Ik kon me werkelijk niets meer van de film herinneren. En dus keek ik wederom met frisse blik naar een vermakelijke film.
Leuke film. Gemaakt met een beperkt budget door Michael en Peter Spierig. De film ziet er echter helemaal niet uit als ware hij onder budgetarme omstandigheden gemaakt. Camerawerk, montage en setdesign zouden in een grotere productie niet misstaan. Ook het verhaal is interessant. In een vertelling binnen een vertelling neemt de thriller die als basis ergens in de jaren 70 is gesitueerd, aanvankelijk een kijkje in het verleden door middel van flashbacks. De film vergezelt Hawke vervolgens op diverse momenten in zijn bestaan. Een beetje verwarrend soms, zoals dat nu eenmaal gebeurt in films over tijdreizen die met sprongen in de tijd variërende stadia in de ontwikkeling van de hoofdpersoon laten zien.
In een sleutelscène wordt Hawke uitgedaagd een grap te vertellen. Dat lukt moeizaam. De grap is niet erg leuk, maar legt wel de kern van het verhaal bloot. “Wat was er het eerst?”, vraagt Hawke. “De kip of het ei?”. Voordat Hawke het antwoord kan geven, heeft de persoon met wie hij een dialoog heeft, het antwoord al paraat. “De haan”, zegt hij. Deze korte dialoog geeft precies aan waar het in de film om draait. Wie is de haan, de kip en het ei in Predestination. En wie was er het eerst. En is die vraag wel relevant, want misschien heeft het tijdreizen daarop geen enkele invloed en is iets als het lot simpelweg bepalend voor de loop der dingen.
Prima film. Interessant verhaal en interessante personages. Ook prettig zijn de wat duistere atmosfeer en een goed spanningsveld. En als je zin hebt kun je onderwijl en achteraf nog wat nadenken over tijdparadoxen enzo. Predestination is echter nog steeds geen film die mij lang zal bijblijven, vrees ik. Na afloop van de film was ik er ook weer klaar mee. De film levert prima vermaak voor het moment. Niet voor de langere termijn. Zijn lot is wederom de vergetelheid, vermoed ik.
Preggoland (2014)
Deze romantische komedie heeft een leuk uitgangspunt en kent een paar fijne humoristische momenten. En ja, dat is het dan ook wel.
Het verhaal is erg mager en kent weinig verrassing.
De onechte zwangerschap staat centraal en dit (in beginsel) frisse idee wordt behoorlijk uitgemolken. Na verloop van tijd is dit kunstje echter uitgewerkt en doet de humor het niet meer. Flauwe hap.
Het romantische deel is niet heel bijzonder en volgt de gangbare weg van bijna elke andere romantische komedie. Geen originaliteit te bespeuren.
Het acteerwerk van Bennet is in orde. De acteerprestaties van de bijrollen zijn matig. Enkel de rol van Trejo is enigszins memorabel. Caan (toch een enorm acteerkanon) is ook niet indrukwekkend.
Presence (2024)
Een gezin betrekt een nieuwe woning en wordt geconfronteerd met angstaanjagende gebeurtenissen. Het horrorgenre zit vol met dergelijke plots. Ik houd wel van een sfeervolle spookhuisfilm, maar moet toegeven dat de innovaties in het genre miniem zijn. Presence van regisseur Steven Soderbergh pakt de enscenering anders aan dan gebruikelijk. Zijn insteek maakt dat de film intrigeert. Zijn insteek zorgt echter ook voor frustratie.
De film onderscheidt zich voornamelijk door het gebruik van de camera. In Presence is de camera een personage. Het hele gebeuren wordt vanuit het perspectief van dit personage getoond. Een leuke gimmick. Soms is de camera in stilstand en observeert enkel. Op een volgend moment rent de camera door het huis of verstopt zich in een kledingkast. In het eerste half uur levert dat een interessante film op. Na verloop van tijd wordt het wat vermoeiend. Met name omdat de leuke gimmick belangrijker is dan het verhaal.
Presence is geen film die veel uitlegt. We observeren door een camera die soms niets doet en soms wild op en neer rent, maar komen nooit nader tot dat personage. Dat er een trauma achter het merkwaardige gedrag hangt lijkt me duidelijk. Inhoudelijk inzicht in de aard van het trauma wordt de kijker niet gegund. Frustrerend vond ik het. Heel onheilspellend wordt het op die manier ook niet. De film laat het wezenlijke verhaal dat interessant genoeg is, steeds weer ondersneeuwen door de kunstzinnige optiek. Vaak heeft de muziek in zo’n geval nog een sfeervolle bijdrage. Hier niet. De muziek is niet echt passend en niet geschikt om een bijdrage aan het creëren van een beklemmende sfeer te leveren. Frustrerend.
Het verhaal achter de optische beleving maakte me steeds nieuwsgieriger. Achter de gimmick schuilt een ander verhaal waarover ik wel meer wilde horen. Een verhaal dat vooral over het disfunctionele gezin gaat waarvan de leden amper met elkaar praten, men elkaar niet in de ogen kijkt en innerlijke pijn onverwerkt blijft. Dat onderlinge ongemak levert een paar fraaie scènes op die nog eens accentueren dat de visuele gimmick te belangrijk wordt gemaakt. Het is daarnaast jammer dat het dolende personage letterlijk en figuurlijk onaanraakbaar blijft. En erg jammer dat de potentie van het onderliggende verhaal niet ten volle wordt benut. Daar was in combinatie met de dolende presence zeker horrorwaardige sfeer te vinden.
Pressure (2015)
Gevangen in een duikersklok op de bodem van de oceaan met weinig kans op redding. Het zal je maar gebeuren. Paniek en claustrofobische spanning liggen dan logischerwijs op de loer.
De mannen zijn blijkbaar wel wat gewend en ondergaan de schijnbaar uitzichtloze kwelling redelijk koel. Behalve van wat onderlinge irritaties, is er amper sprake van paniek of angst.
De algehele benauwende en beklemmende sfeer, die normaliter gepaard gaat bij gevangenschap in een kleine ruimte en zo mooi gesluierd over een film kan hangen, ontbreekt. De camera vangt die spannende sfeer in ieder geval niet. Jammer.
Toch zijn de verwikkelingen onderhoudend genoeg. Er gebeuren de nodige ongelukjes en rampjes, die de spanning opvoeren. Het element tijd speelt daarbij een belangrijke rol. Een betrouwbaar middel om de spanning te verhogen en het werkt hier goed.
Aardig detail is dat de uitzichtloze situatie in de klok de mannen dwingt om hun geweten te reinigen. Schaamtevolle geheimen uit hun verleden zien het daglicht. Het maakt de mannen iets minder koel en zorgt voor enige inleving.
Prima film.
Prestige, The (2006)
Een illusie bestaat uit drie essentiële fasen. In de eerste fase laat de illusionist zijn publiek met iets kennismaken dat doodgewoon is. Zoals een spel kaarten, een konijn of een persoon. Het publiek stelt vervolgens vast dat het object of subject inderdaad heel gewoon is. In de tweede fase laat de illusionist met het doodgewone object iets ongewoons gebeuren. Hij laat een speelkaart, het konijn of de persoon verdwijnen. Het publiek is verbaasd en zoekt naar een verklaring, maar vindt die niet. Dat hoeft ook niet want het publiek is gekomen om zich te laten misleiden. De derde fase is het moeilijkste onderdeel van de truc. Het is het onderdeel waarmee het prestige van de illusionist wordt bepaald. De wijze waarop hetgeen dat is verdwenen wordt teruggebracht, is bepalend voor de grootsheid van de illusionist.
Regisseur Christopher Nolan die samen met zijn broer Jonathan het script schreef, laat het verhaal volgens deze set regels verlopen. Het verhaal volgt als het ware drie fasen. Het resultaat is een bijzonder interessant en spannend verhaal rond de elkaar beconcurrerende illusionisten Robert Angier (Hugh Jackman) en Alfred Borden (Christian Bale). De film geeft tevens een heerlijke inkijk in de wereld van de magie die zich in ouderwetse illustere theaters in Londen afspeelt. De entourages zijn bijzonder sfeervol. Ze stemmen nostalgisch en creëren een opwindende spanning. Erg fijn.
Het verhaal wordt met tempo en in niet-chronologische volgorde verteld en openbaart zich als een imposant, gedetailleerd en gecompliceerd raadsel. Een raadsel waarvan de oplossing een hoge materiële en psychische inzet vraagt. Voor Angier en Borden staat alles in het teken van het illusionisme. Al het andere dat het leven te bieden heeft (liefde bijvoorbeeld) is bijzaak. In hun onderlinge strijd om de ander te overklassen met geweldige magie, overschrijden Angier en Borden de nodige ethische grenzen. De inzet is hoog. De prijs die betaald moet worden is dat ook.
Met The Prestige regisseert Christopher Nolan een prachtfilm over de verwoestende macht van de illusie. Prachtig gestileerd, spannend, complex, raadselachtig en formidabel gespeeld door Hugh Jackman en Christian Bale. Met Jackman en Bale heeft de film twee acteurs in huis die in staat zijn om hun innerlijke onrust uitstekend uit te dragen. Prima bijrollen zijn er voor Michael Caine en Scarlett Johansson.
Pretty Lethal (2026)
Vanaf het begin zet de film in op een onheilspellende atmosfeer. Daarbij vertrouwt Pretty Lethal vooral op de settingen. Een donker bos waarvan de film al snel afscheid neemt zonder dat er iets bijzonders gebeurt. En een afgelegen herberg die er zo ongastvrij uitziet dat je je afvraagt waarom iemand daar uit vrije wil zou willen verblijven. Het grootste deel van de film speelt zich in de herberg af. Een herberg waar ongure types huizen, de misdaad welig tiert en waar een onschuldig groepje balletdanseresjes komt binnen vallen.
Regisseur Vicky Jewson begint al vroeg met de escalatie. Er is actie. Er vallen doden. Balletdanseresjes versus geharde gangsters. Erg overdreven en tamelijk absurd. Ah, een komedie, denk je dan. Nee hoor. De bedoeling is om het serieus te nemen. Dat valt niet mee gezien het absurde scenario en de overtrokken karakterisering van de personages. De film is een matige actiethriller. Ik probeerde de film dus als een leeghoofdige actiekomedie te bekijken. Dat lijkt in eerste instantie beter te werken ware het niet dat Pretty Lethal behalve een matige thriller eveneens een matige komedie is.
Slappe hap. De film slaagt met zijn duistere settingen. De film slaagt ook nog met het frisse spel van de acteurs. Spannend is de film niet. Grappig ook niet. De inhoud stelt weinig voor. Het verhaal hangt van toevalligheden aaneen en zit vol herhaling. In beginsel is actie gecombineerd met ballet nog wel leuk om te zien. Na de zoveelste balletachtige actiescène haalde ik vermoeid mijn schouders op. Uma Thurman doet trouwens ook mee. Ik las het achteraf. Ik had haar niet herkend. Zal de vermoeidheid zijn geweest.
Pretty Persuasion (2005)
Alternatieve titel: High School Confidential
Pretty Persuasion is een zwarte komedie. Bijtend, hard en satirisch. Desondanks is Pretty Persuasion ook een emotionele film. Dat emotionele aspect komt niet zozeer tot uiting in de personages, maar meer in de inleving in die personages. De film weet zijn personages met respect voor hun leefwereld weer te geven. De moralistische wijsvinger wordt daarbij niet gehanteerd. De kijker mag zelf bepalen hoe hij reageert op de acties van de personages.
De film geeft een inkijk in de samenleving. Hoewel de setting een highschool is, worden zowel de perspectieven van de volwassenen als van de leerlingen getoond. Dat levert veel percepties op die dan weer niet per se chronologisch aan het lopende verhaal worden geopenbaard. Veel informatie wordt pas op een later moment prijsgegeven. Een passend moment. Een moment waarop duiding nodig is over een personage of een gebeuren. Zo word je als kijker doorlopend op het verkeerde been gezet. Al heb je dat vanwege de niet-chronologische werkwijze vaak pas later in de gaten.
Evan Rachel Wood heeft de significante hoofdrol. Bij haar begint het allemaal. Zij is de draagster van de film. De centrale figuur die aan de bron staat van alle intriges, gebeurtenissen en onthullingen. Een uitstekende vertolking. The odd one out was voor mij James Woods. Weliswaar goed voor een paar hilarische momenten, maar zijn verschijning valt nooit lekker in het verhaal. Hij is er amper onderdeel van. Zijn verschijning werkt zodoende wat bevreemdend in het geheel. Niet echt storend, maar wel opvallend.
Pretty Persuasion trapt af als een lichtvoetige komedie. Weliswaar vol zwarte humor, maar toch luchtig. In het verloop wordt drama toegevoegd en is de humor minder prominent aanwezig. De humor blijft gelukkig wel een belangrijk element. De balans werkt goed. Balans is er ook wat inhoud betreft. De film bestaat uit een interesante en reflecterende bundel van gebeurtenissen, onthullingen en personages die gewoon lekker in elkaar passen. Pretty Persuasion kijkt heerlijk weg.
Prevenge (2016)
Prevenge is een heuse one-woman-show. Regie, draaiboek en hoofdrol komen op het conto van Alice Lowe. Het schijnt dat het idee voor de film over een moordende zwangere vrouw tijdens haar eigen zwangerschap werd geboren. Een hoogzwangere vrouw die brute moorden pleegt is natuurlijk een bizar gegeven. Het idee zal wel iets met een humeurige overvloed aan hormonen te maken hebben gehad.
Het is een film geworden die aan de ene kant iets conventioneel en aan de andere kant behoorlijk bizar is. Een bloedige film vol zwartgallige humor en ontegenzeggelijk erg Brits.
Dat het zwangere hoofdpersonage Ruth niet terugdeinst voor een bloedige moord, wordt al snel duidelijk. De openbaring van haar beweegredenen laat langer op zich wachten.. De moorden zijn allereerst grappig, maar verglijden zonder verhalend kader na verloop van tijd richting schouderophalende gebeurtenissen. Het moment waarop de beweegredenen worden verduidelijkt komt dan ook op het juiste moment. Tegen die tijd is wat meer achtergrond gewenst.
Het broodnodige verhalende element zorgt helaas voor weinig substantie. Het verhaaltje blijkt erg mager en zorgt niet voor voldoende kader om te boeien. Gelukkig is er één blijvende betrouwbare factor die wel blijvend boeit en dat is de zwarte humor. Die is de gehele filmduur krachtig aanwezig, verveelt nooit en kenmerkt zich door afwisselend heerlijke grofheid en verfijnd Brits relativisme.
Het verhalende kader zorgt voor meer conventionaliteit als het de film dwingt zich incidenteel op de psychologische kant van Ruth en haar zwangerschap te richten. Die kanten uiten zich vooral in interacties tussen Ruth en haar verloskundige. Absurdistisch getinte interacties die echter ook duidelijk maken dat Ruth zich vervreemd voelt van de wereld maar eigenlijk goed in staat is in de realiteit te bivakkeren. Deze in aanzet interessante lijntjes zijn te fragmentarisch in de film geplaatst om blijvende indruk te veroorzaken. De aandacht gaat na een sessie al snel weer uit naar haar irrationele moordgedrag.
Prevenge is een aardige film die leunt op moord en humor, maar vergeet beide elementen in een interessant verhalend kader te plaatsen.
Prey (2021)
Het scenario is niet heel origineel. Een vijftal hikende mensen wordt in een afgelegen gebied door iemand belaagd. Het is een scenario dat al talloze malen is verfilmd. Misschien is het enige originele dat de vijf hikers het onderling niet zo gezellig hebben. Er is wat haat en nijd. In aanzet interessant maar de motieven blijven helaas aan de vage kant. De personages worden onvoldoende uitgekleed om als kijker erg in de rats te zitten als de jacht wordt geopend. De vijf elementen zijn te anoniem. Ik had geen klik. En waarom zou je je trouwens erg bezorgd tonen als het de vijf niet eens lukt om veel sympathie voor elkaar op te brengen?
Op zich is de gedachtengang achter het scenario niet eens zo verkeerd. Behalve de dreiging van de onbekende jager is er ook nog de onderlinge kift waartegen gestreden moet worden. Dat biedt dubbele mogelijkheden om potentiële spanning om te zetten in echte spanning. Maar goed, daarvoor is dan wel enige fundamentele achtergrondinformatie nodig. En die blijft onvoldoende uit. Je komt te weinig te weten over de personages en hun onderlinge verhoudingen. En dus deed het me allemaal niet zoveel.
Het camerawerk is trouwend goed. De camera weet het bosrijke gebied als een dreigend oord neer te zetten. De setting is goed gekozen en heeft een prima onheilspellende uitstraling. Met de sfeer is eigenlijk niets mis. Het is daaarom ook zo vervelend dat de film inhoudelijk niet veel voorstelt en de spanning maar niet overtuigend wil doorbreken. Dat is dan met uitzondering van een enkel moment of een enkele scène die opeens wel beklemming laat zien en je even doet opveren. Die momenten zijn er echter veel te weinig.
Prey for the Devil (2022)
Alternatieve titel: The Devil's Light
Films die zich met exorcisme bezighouden zijn er legio. Sommige zijn interessant en spannend. Vele zijn dat helemaal niet. Prey for the Devil is een film die in ieder geval probeert om enigszins origineel voor de dag te komen. De setting is een katholieke school waar jonge priesters tot exorcisten worden opgeleid en de zaken niet alleen religieus maar ook wetenschappelijk worden aangepakt. In het verhaal wordt een feministisch element ingebracht in de vorm van protagoniste zuster Ann die over een bijzonder exorcistisch talent blijkt te beschikken en het mannenbolwerk opschudt met haar vasthoudende en eigenwijze handelswijze.
Het verhaal verloopt voorts tamelijk teleurstellend. Elke nieuwe gebeurtenis opent intrigerend en verloopt vervolgens nogal voorspelbaar. En zo belandt de film toch weer gewoon in het bekende exorcisme concept. Ook de personages die in beginsel interessante potentie hebben, zetten die potentie niet om in iets dat hun meer smoelwerk verleent. En aldus bevinden alle personages zich in stereotiepe ondiepten. Dat geldt ook voor zuster Ann. Zij onderscheidt zich enigszins door haar eigenzinnigheid en een moeilijk verleden, maar groeit met dat onderscheid niet uit tot een memorabel karakter.
De horrormomenten dan maar. Hoe zit het daarmee? Af en toe bekruipt je een onheilspellend gevoel. Dat gevoel komt vooral voort uit de sfeertekening. Er wordt veel gebruik gemaakt van beperkte lichtval, schaduwwerking en creepy make-up. De meest actie die de kijker te zien krijgt is echter behoorlijk standaard. Voor de geoefende kijker valt er op het horrorvlak weinig te beleven.
Prey for the Devil begint veelbelovend maar wordt nooit meer dan een gemiddeld horrorwerkje. Ik had het gevoel dat er meer te halen was geweest uit de setting, het verhaal en de personages. Dat mocht helaas niet zo zijn. Ik vond het een gemakzuchtige film die veel potentie ongebruikt laat.
Primal Fear (1996)
Redelijk drama met wat thrillerelementen.
De film start, met een mysterieuze moordzaak die veel vragen oproept, veelbelovend. Spanning volop. Dat gaat een tijdje goed. De neergang zet in als de handeling zich langzamerhand verplaatst naar het proces en naar de rechtbank. Het vergaren van de bewijslast is een levendig en spannend avontuur. Het gedoe in de rechtbank is theatrale onzin en valt in spanning niet mee.
De advocatentruukjes van Gere zijn van een lachwekkende simpelheid. De voorstelling waarin een advocaat van allure met belegen trucs en eenvoudige provocaties geroutineerde mensen in de war brengt, onbeheerste reacties uitlokt en zelfs machtige entiteiten aan het wankelen brengt, is erg ongeloofwaardig. Het is allemaal nogal overdreven en daardoor teleurstellend voorspelbaar.
Dat zijn de personages ook. De uitgesproken zwart-wit gekleurde personages zijn simpel leesbaar. Goed is goed en slecht is slecht. Lekker herkenbaar. Lekker makkelijk. En net als je daaraan gewend bent, is er (oh verrassing) opeens wat voorzichtige nuance. Is er warempel ruimte voor wat verandering in kleur als iemand wikkend en wegend lering trekt en met hernieuwd zelfinzicht de goede kant kiest. Ontroerend.
Norton acteert prima. Zijn scènes roepen onbestemdheid en ongemak op. Hij is eigenlijk het enige personage dat daarin slaagt. Het lukt Gere niet.
Aardige film. Af en toe spannend. En af en toe wat simpel en voorspelbaar.
Primal Rage (2018)
Alternatieve titel: Primal Rage: The Legend of Oh-Mah
Bij het zien van de poster komt gelijk een gedachtenreeks op. En wel deze: Ah, daar heb je weer zo’n typische horrorposter met een lekkermakende uitstraling, terwijl de inhoud van de film natuurlijk weer eens helemaal niets voorstelt. Zo’n poster waarop een monster staat afgebeeld met een lekker stukje aas. Zo'n poster die je met visuele beloftes een stukje spannende horror voorspiegelt dat z’n weerga niet kent, waarna de film vervolgens alleen vanwege het miserabele amateurisme in staat blijkt om rillingen van afschuw op te wekken. Zo’n film dus. Als je dan ook nog ergens leest dat het budget voor de film erg gelimiteerd is geweest, dan lijkt een prettige kijkbeurt bijna verkeken.
Waarom me dan toch wagen aan zo‘n film? Het antwoord is heel simpel: gewoon, omdat zo’n film op m’n pad komt. Een ander antwoord is er niet. Het voordeel van deze houding is dat je naast de verwachte bagger soms onverwachte schoonheid tegenkomt. Of je komt iets tegen dat geen van beide is, maar gewoon acceptabel. Zoals deze film.
Regisseur Patrick Magee doet het heel behoorlijk in zijn regiedebuut. Hij pakt de bekende dreigende elementen uit monsterfilms (vreemde doodsoorzaken, mysterieuze dreiging, groepje mensen dat vecht tegen die dreiging) en overgiet die elementen met een sausje Bigfoot en een sausje Heks. En dat werkt prima. De film is redelijk onderhoudend, soms zelfs spannend en bevat een grote dosis goed uitziende gore.
Met de speciale effecten zit het wel goed. Moet ook wel. Magee is groot geworden in de make up en de sfx. Er staat een aardig lijstje aan films achter zijn naam waarin hij zich heeft uitgeleefd. Dat monster en heks er in deze film zo goed uitzien is dan ook geen verrassing. Datzelfde geldt voor de gore. De slachtoffers in deze film worden behoorlijk toegetakeld. De splatter is ruim aanwezig en zorgt op momenten voor een gewelddadig, bloederig, overtuigend smerig en waar visueel feest.
Het verhaaltje is aan de magere kant. Maar goed, de gore, de mooie plaatjes en de dreigende sfeer zorgen voor dermate veel vermaak dat je het magere verhaaltje maar voor lief neemt.
Vermakelijke monsterfilm.
Primate (2025)
Animalhorror van regisseur en schrijver Johannes Roberts, die eerder scoorde met het aardige 47 Meters Down (2017). Na de haaien zijn de apen aan de beurt. In Primate is het een chimpansee die zich niet al te vriendelijk presenteert. Ik raakte er niet erg opgewonden van. Primate is een formulefilm die zowel verhaaltechnisch als cinematografisch van weinig ambitie getuigt.
Bij een dergelijke film horen personages die vooral niet te ingewikkeld zijn gevormd en in het beste geval functioneel zijn. Dat wil niet zeggen dat alle personages zonder enige vorm van bezieling tot stand zijn gekomen. Het stelt niet veel voor, maar sommigen zijn voorzien van een bepaalde eigenschap. Neem bijvoorbeeld de vaderfiguur. Die is doofstom. In het verhaal niet erg relevant maar dat feit zorgt wel voor een aardige scène. Het neemt niet weg dat de personages in Primate nietszeggend of gewoon vervelend zijn.
Ook in de chimpansee is wat bezieling gestopt. Het beestje dat dreiging moet brengen, brengt daadwerkelijk af en toe dreiging. De chimpansee is oersterk en gedraagt zich als een woest brok natuurgeweld. Bovendien bezit hij een intelligentie die de intelligentie van dieren in andere animalhorrors overtreft, zodat de dreiging die van de chimpansee uitgaat wordt versterkt. Soms denk je simpelweg met een soort slimme variant van de oermens te maken te hebben.
Ook wel aardig zijn de wat brutere scènes die met bloeddorst en geweld gepaard gaan. Verder onderscheidt de film zich niet. De personages doen domme dingen. Er zijn de gebruikelijke jumpscares. Er zijn veel scènes die spanning beloven maar waarin uiteindelijk weinig gebeurt. Het slotakkoord is (evenals veel andere gebeurtenissen in de film) voorspelbaar. Primate is niet meer dan inspiratieloos formulewerk. Niet heel slecht, maar ook niet goed.
Prime Cut (1972)
In de jaren 70 tekende zich een kleine revolutie af in de Amerikaanse filmwereld. Nieuwe filmmakers rekten met hun films de grenzen op. De films waren realistisch en zaten vol seks, drugs en geweld. New Hollywood was geboren.
Prime Cut is geregisseerd door Michael Ritchie, een vertegenwoordiger uit de New Hollywood stal. Prime Cut heeft seks en geweld maar ook een weinig origineel verhaal. De manier waarop het verhaal wordt verteld alsmede de (humoristische) details in het verhaal zijn echter wel intrigerend. Neem alleen al de naam van het personage dat door Gene Hackman wordt gespeeld. Hij speelt een laag-bij-de-grondse crimineel terwijl zijn naam geheel contrasterend Mary Ann luidt. Een naam waarover niemand zich verbaast. Een naam waarover geen enkel uitleg wordt verstrekt, maar wel degelijk een naam die iedereen blijkbaar heel passend vindt voor een stuk tuig dat handelt in drugs en vrouwen.
Veel geweld en seks in de film. Veel wordt daarbij aan de fantasie van de kijker overgelaten. Vreemd genoeg is het effect van de geweld- en naaktscènes indrukwekkend. De suggestieve kracht van de beelden is formidabel. Hun impact is groot.
De personages zijn weinig meer dan wandelende clichés. Hard en meedogenloos. Lee Marvin en Gene Hackman acteren prima en zorgen er in ieder geval voor om geloofwaardige clichés te zijn. Prime Cut is de debuutfilm van Sissy Spacek, die heel onverwacht meerdere keren heel bloot verschijnt, maar die bovenal een prima acteerprestatie neerzet als pittig slachtoffer.
De film is rijk aan tempo en bevat veel droge humor. De actiescènes zijn talrijk en het hoogtepunt van de film is een actiescène waarin Spacek en Marvin belaagd worden door een maaidorsmachine. Indringend camerawerk en een snelle montage halen een maximum aan spanning uit de scène.
Ook indrukwekkend is de opening van de film. De film begint als een foute promofilm voor de vleesindustrie waarin wordt getoond hoe slachtvee wordt bewerkr tot een kant en klaar vleesproduct. De realistische beelden worden door romantische muziek ondersteund. De muziek verleent de nare beelden een opwekkend tintje en dat maakt van de openingsscène een bizarre, enigszins surrealistische happening. Een wonderbaarlijke maar mooie scène.
Prime Ciut is een ok-film.
Prince of Darkness (1987)
De sfeer is altijd wel ok bij een film van Carpenter. Hier dus ook. Een fijne opbouw met verwijzingen naar dreigend gevaar. Een gotische lokatie. Een kerk in verval. Duister en vol heilige referenties. Donald Pleasence als jeremiërende priester. Een groep vagebonden die zich buiten de kerk in het halfduister stilzwijgend manifesteert. Muziek die monotoon aanwezig is en alleen even opveert als de spannende film momenten moeten worden benadrukt. Ja, op die manier ontstaan in de film langzaam en gedegen een onheilspellende sfeer en een ongekende dreiging die zich heel indringend en prangend invreet in de kijkersziel. Een gespannen sfeer waarin ieder kraakje en beweginkje een nerveuze reactie oproept. Dat overkomt de kijker en dat overkomt de personages in de film ook.
Het verhaaltje is helaas wat aan de magere kant en kent op den duur geen nieuwe inzichten of wendingen meer. Meteen de belangrijkste reden waarom de sfeer niet tot het einde van de film indringend blijft. De dreiging vlakt er wat door af.
Ander minder geslaagd dingetje is de Prince of Darkness. Niet het angstaanjagende imposante figuur dat je verwacht. Groen en vloeibaar doet het duivelsjong z'n ding en dat ziet er toch wat amateuristisch uit. Niet iets om heel bang van te worden.
Verder heel aardig acteerwerk en enkele aardige sfx. Met name de two-way mirror effecten zijn van een grote indrukwekkende schoonheid.
Goeie horrorfilm. Verhaal is weliswaar wat dun en heeft na een uurtje weinig ontwikkeling meer. Maar die sfeer! Magnifiek!
Private Life of Sherlock Holmes, The (1970)
Billy Wilder is vooral bekend vanwege zijn komische films. Films waarin hij zijn afkeer van Nazi-Duitsland etaleert en waarmee hij zijn eigen verleden en vlucht voor het nationaalsocialisme poogt te verwerken. The Private Life of Sherlock Holmes is een satirische misdaadfilm uit zijn koker. Een film waarin de Duitse exponent weliswaar niet nationaalsocialistisch is, maar wel dubbelhartig.
Een film met een satirische knipoog naar de bekendste Britse detective aller tijden. En een film met een satirische knipoog naar de manier waarop machtspolitiek functioneert. De scherpe, ironische en absurde dialogen en de overdreven weergave van de personages van Dr. Watson en Sherlock Holmes staan in schril contrast met het serieuzere en met veel plotwendingen omgeven verhaal. Op zich een redelijk vermakelijk contrast.
Het lukt Wilder goed om vooral de negatievere kanten van Sherlock Holmes heel vermakelijk bloot te leggen. Het feit dat Holmes er ook wel eens naast zit bijvoorbeeld. Of het gestoorde beeld dat Holmes van de vrouwelijke helft van de mensheid heeft. Ook neemt Wilder de relatie tussen Watson en Holmes een beetje op de hak en voedt de kijker met seksuele insinuaties. Het zijn in deze film vooral de personages die voor het vermaak zorgen. De zaak waarop Holmes zich heeft gestort staat helaas minder centraal in de film. Gezien de lange speelduur is dat jammer. Genoeg ruimte voor details en deductie, zou je zeggen. Wilder kiest echter voor jolig.
Colin Blakely speelt een enthousiaste en impulsieve Dr. Watson. Leuk. Robert Stephens is Sherlock Holmes in een ongewone rol. Wel met de zelfverzekerdheid en de hooghartigheid zoals we Holmes kennen, maar ook met weinig hoogstaande karaktertrekken en elementaire missers. Die profielschets is eventjes vreemd, maar bij gewenning ook best leuk.
De film is niet de beste film van Billy Wilder, maar is ok. De film kent ondanks de lange speelduur weinig inzakmomenten en weet over de gehele linie goed te vermaken. Mij spijt het vooral dat voor de deductieve vermogens van Holmes relatief weinig plaats is ingeruimd.
Prodigies, The (2011)
De figuren zijn heel mooi tot leven gebracht. Dankzij het gebruik van Motion Capture moet je soms echt even twee keer kijken om te beseffen dat The Prodigies toch echt een animatiefilm is. Des te jammer dat de entourage in de meeste gevallen nogal lomp, detailarm en levenloos is neergezet. De verpakking waarin de figuren bewegen is op een enkele scène na gespeend van ziel en charme. Ik ben niet zo van de animatie, maar als het eens gebeurt zie ik graag dat een dergelijke film met oog voor detail is aangekleed en beeldend interessant is. Als dat niet het geval is kan de inhoud natuurlijk veel goedmaken.
De inhoud is echter vrij mager. De film ontpopt zich tot een soort wraakthriller maar doet dat zonder veel motivering. The prodigies plaatst een groep superieure kinderen centraal en laat hen boos zijn op de wereld. Daarbij wordt amper aandacht besteed aan een karakterschets. De personages zijn vlak vormgegeven. Hun achtergrond wordt met wat grove penseelstreken geschilderd. Het zijn niet meer dan grove aanzetjes die nieuwsgierig maken. Het is te weinig om te bewerkstelligen dat een band met hen wordt opgebouwd. Het kijken naar een aantal aardige actiescènes is dan ook een klinische bezigheid die amuseert maar waarbij geen empathische gevoelens voor de figuren vrijkomen.
In het verhaal een paar leuke satirische steekjes omtrent reality-tv en de macht van geld. Ze leven even op en dalen weer snel in. Willekeurig en vluchtig is de film. Ik was op voorhand wel gecharmeerd van het gegeven van kinderen met mentale superkrachten. Een heel leuk plot. De uitwerking is echter tamelijk oppervlakkig. Dus enigszins teleurgesteld. Dat de film zijn personages nooit dieper aftast is een aderlating. Het maakt dat je de film afstandelijk en schouderophalend tot je neemt. The Prodigies kijkt leuk weg maar is uiteindelijk niet meer dan doorsnee.
Prodigy, The (2019)
Het enige verrassende aan de film is dat het verhaal zich geheel volgens de verwachting ontwikkelt. Ongeveer als volgt: jongetje is zeer intelligent en vertoont verstorend gedrag. Het verstorende gedrag uit zich bijvoorbeeld in geweld tegen klasgenootjes en wordt lange tijd niet onderkend. Uiteindelijk natuurlijk wel, maar dat duurt tergend lang. Ouders zetten een reïncarnatie specialist in. De scènes met de belachelijke specialist zijn heel voorspelbaar. En dan is er nog de spannende laatste confrontatie tussen goed en kwaad en is de film afgelopen. Bekend terrein.
Uiteraard ontbreekt het de film niet aan gemakzucht. In de eerste vijf minuten van de film komen we al twee jump scares tegen. Beide hebben niets met opbouw en sfeer te maken, maar worden opgewekt door gebruik te maken van luide muziek, geluidseffecten en hectische camerabeelden. Ook bekend terrein, maar ach, stiekem nog wel leuk.
Het is niet allemaal rampspoed. Het sfeertje is soms eigenlijk wel verrassend duister. Hier en daar wordt een scène langzaam opgebouwd en ziet het totaalplaatje er behoorlijk sfeervol en creepy uit. Maar ja, dan moet er aan het eind van zo‘n scène zonodig weer een luide punt worden gezet. Laat een scène gewoon eens een beetje sudderen. Dat effect is uiteindelijk veel creepier en reikt veel verder dan het kortstondige schrikmoment van de punt. Des te vervelender dat de luide muziek en de geluidseffecten zo bepalend zijn en de film geheel onnodig voorzien van opgelegde sensationele en spannende momenten, die de plank erg misslaan. Zonde en helemaal niet nodig.
Een film vol clichés waarin de schrik voornamelijk komt van gemakkelijke jumpscares en de jonge acteur die het stoute jongetje vertolkt, weinig indruk maakt.
Professionals, The (1966)
Een uitstekende revisionistische western die zoals meer westerns uit de jaren 60 zich afspeelt tegen de achtergrond van de Mexicaanse revolutie. Het verhaal over vier niet meer zo jeugdige huurlingen die een gevaarlijke opdracht moeten uitvoeren in het gevaarlijke Mexico barst van het testoteron, zit vol actie en is gewoon heerlijk vermaak.
De vier huurlingen zijn specialisten. Ieder heeft zijn meug. Ze zijn stoïcijns, cool en praktisch onoverwinnelijk. Hun dialogen zijn doorspekt met cynische humor. Ze zijn nogal stereotiep, maar op een aangename manier. Lee Marvin, de leider die cooler dan cool is. Burt Lancaster, de schelmse player. Woody Strode, de beheerste en eerbiedwaardige wapenkenner. Robert Ryan, de rustige en bezorgde paardenliefhebber. Heerlijke personages.
De omlijsting is dat ook. Gefilmd in een prachtig sepiakleurig prairielandschap afgewisseld met een typisch berglandschap zoals dat in westerns vaker wordt getoond. Bij de omlijsting hoort een occasionele sfeervolle zonsondergang en -opgang. De muziek is eveneens sfeervol en van Maurice Jarre. In een film vol testoteron hoort natuurlijk een verrukkelijke vrouw. Die vrouw heet Claudia Cardinale en zij is inderdaad verrukkelijk.
The Professionals is een vlotte, goed geschreven, fraai gefotografeerde en bijzonder fijne western.
Profondo Rosso (1975)
Alternatieve titel: Deep Red
Als hoofdpersonage Marcus (David Hemmings) ergens in het begin van de film voor de tweede keer door een gang loopt met aan de muren schilderijtjes en foto’s, vraagt hij aan iemand of er iets is veranderd. Dat blijkt volgens die persoon niet zo te zijn en Marcus vergeet het weer denkende dat zijn observatie eigenlijk niet erg belangrijk is. Deze scène met een terloopse waarneming, blijkt achteraf toch erg cruciaal te zijn.
Dario Argento heet de regisseur. Hij laat in zijn films wel vaker een personage een terloopse waarneming doen, die bij het personage en de kijker vervolgens snel in de vergetelheid raakt. Het gaat altijd om iets kleins. Om een detail. De oplossing van een mysterie, blijkt achteraf meestal te liggen in die aarzelende interpretatie van de eigen waarneming. Die truc is volgens mij wel iets dat bij Dario Argento hoort. In deze whodunnit gebeurt het ook. En als je met die wetenschap de film bekijkt is de filmbeleving extra fascinerend.
Profondo Rosso is een lange film met een speelduur van ruim twee uur. Niet alles is even boeiend. De film bevat ellenlange stukken waarin weinig gebeurt. Daarnaast is het plot niet zo geconstrueerd dat er een logisch en dynamisch verhaal wordt verteld. Zoals je wel vaker in Giallo films tegenkomt, verzandt het verhaal soms in erg trage overbodigheid door scènes te rekken of door vage dialogen in te bouwen. Het verhaal loopt op die momenten niet lekker door. Die stottermomenten verstoren de fijne kijkcadans, die je daarna weer opnieuw moet zien te vinden.
Dat komt uiteindelijk allemaal wel weer goed, maar enigszins irritant zijn die momenten wel. Het is klein leed, want de mooie stilering met oog voor detail die na het irritatiegolfje ook weer onmiddellijk in de beelden opvalt, doet de kritiek weer snel verstommen.
De belangrijkste momenten die bijdragen tot begrip en oplossing van het whodunnit mysterie worden subtiel en goed verstopt gepresenteerd. Uit een kort beeld van een voorwerp of een situatie, uit een onopvallende verschijning in de achtergrond valt veel af te leiden. Het zijn niet eens altijd clous, maar het zijn soms ook gewoon bijzondere momentopnames. Omdat die momenten bij de eerste kijkbeurt veelal ongezien passeren (in mijn geval dan hè), is het leuk om na afloop nog even terug te spoelen en hier en daar een scène opnieuw te bekijken.
Een leuk voorbeeld van zo’n scène is de weergave van het beroemde schilderij ‘Nighthawk’ van Edward Hopper. Het schilderij is opeens in levende lijve zichtbaar achter de nietsvermoedende protagonist Marcus als de kijker in de achtergrond door het raam van een café kijkt en het schilderij in levende lijve door figuranten gekopieerd ziet worden. Smullen!
Het titulaire rood komt in de film bescheiden voor. Veel moordscènes zijn er niet. Maar goed. Als het bloed vloeit, dan vloeit het meteen hevig. De killer die geheel in Giallo stijl zwarte handschoenen draagt, houdt zich op dat vlak niet in.
Verder opvallend. De mooie glijdende shots over de dodelijke attributen van de moordenaar, die een sinister gevoel opwekken. En natuurlijk de stevige muziek van Goblin met een groot aandeel in de immer voelbare dreiging die hoofdpersonage Marcus ondergaat.
Ja, dit was een fijne Argento.
