- Home
- Black Math
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten Black Math als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
There Will Be Blood (2007)
Bijzonder matige film, die op meerdere paarden lijkt te wedden, maar op bijna alle fronten volledig tekort schiet.
Het is voor mij haast onmogelijk om me in de hoofdpersoon in te leven, zo'n opportunistische klootzak die naar geld streeft als hij is, en het belangrijkste nevenpersonage wordt al meteen als zo'n verschrikkelijke zeloot neergezet, dat daar hetzelfde voor geldt. Het enige personage dat nog enigszins sympathiek lijkt te zijn, de zoon, wordt weer veel te weinig uitgediept. Het gevolg is dat de film als drama volledig faalt.
Dan zitten er wat momentjes met zwarte humor in, zoals de pijpleiding opmerking na de bekering, maar het is allemaal te flauwtjes om echt leuk te zijn. En dan wordt op het einde de zeloot als hypocriet ontmaskerd, wat nog enigszins een mooie vertoning vol vernedering is, wordt ie doodgeslagen, waardoor het al het effect weg is. Ook geen gevoel van drama wat bij me opkomt, want daar zijn beide personages me te onsympathiek voor. Kortom, als zwarte komedie schiet de film ook te kort.
Is het plot dan slechts een kapstok om een visueel mooie film te schieten? (En ik heb meerdere films met matig plot maar met prachtige visuals op 5* staan, dus dat kan ik zeker waarderen.) Nou, ook niet, want afgezien van een paar schaarse mooie luchten is het vooral visuele saai. Soms is het ook gewoon visueel brak, zo slecht als sommige scenes belicht zijn.
Lichtpuntje is de bijzondere soundtrack. Echt erg interessant, bijvoorbeeld de ritmische muziek tijdens de ontploffing van de boortoren. Leuk om na afloop erachter te komen dat de soundtrack door Jonny Greenwood van Radiohead, één van mijn favoriete bandjes, is verzorgd.
Ook aardig gebruikt is het Brahms vioolconcert, al ben ik niet zo'n fan van vioolconcerten (vind ik een beetje masturbatie voor violisten). Vond de uitvoering eigenlijk niet zo mooi, orkest klonk nogal lelijk. Lees in na afloop dat het de Berliner Philharmoniker is olv Karajan. Zal wel iets misgegaan zijn bij de soundediting van de film, heb ik eerder ook meegemaakt bij de film Mahler waarbij de muziek gespeeld werd door het Concertgebouworkest olv Haitink. Klonk in de film ook veel slechter dan op cd.
Waarom deze film door zoveel critici als (een van) de beste films van het decennium genoemd wordt is me een raadsel. Voor de muziek 1*, wat overigens nog wat meer had kunnen zijn als de film ook niet zo oeverloos lang had geduurd.
Thi Mai, Rumbo a Vietnam (2017)
Alternatieve titel: Thi Mai
Niet goed, maar wel vermakelijk. De film is grotendeels luchtig en vlot en het is leuk om een blik op Vietnam te krijgen. Verder is er een prettige chemie tussen de acteurs en natuurlijk is het uitgangspunt ontroerend (hoewel ik zo mijn bedenkingen heb bij de adoptie-industrie gezien de negatieve verhalen over dat veel kinderen eigenlijk helemaal geen wees zijn).
De film is wel soms over de top, zowel qua humor, bijvoorbeeld met de paspoppen die omvallen, als het drama betreft. Ik geloof er helemaal niets van dat diverse mensen meewerken aan valsheid in geschrifte, en al helemaal niet dat de Vietnamese contactpersoon ineens om is zodra hij zich in de familie van de hoofdpersone verdiept.
Maar goed, als het je lukt om hier een beetje omheen te kijken (wat mij helaas dus niet helemaal gelukt is), is dit een prettig tussendoortje. 2*.
This Is Spinal Tap (1984)
Herzien, dit keer met ondertiteling, waardoor ik het veel beter kon volgen.
Ik was vroeger behoorlijk fan van metal en hardrock (hoewel, eens metalhead, altijd metalhead!) en er valt dan ook veel te herkennen. Aardig is dat er ook de nodige verwijzingen naar The Beatles inzitten. De liedjes zijn behoorlijk lomp en seksistisch, wat best wel grappig is, maar eigenlijk zit het muzikaal ook best aardig in elkaar. Sterk is ook dat de heren duidelijk echt hun instrument bespelen, want playback bij films over rockmuziek doet toch altijd erg afbreuk aan de ervaring.
Verder aardig acteerwerk, de personages worden als niet al te snugger neergezet, wat leidt tot een aantal droge momenten. Alleen, echt supergrappig is de film ook niet echt te noemen. Aardig om een aantal verwijzingen en clichés op een rij te zetten, maar dat maakt het nog niet altijd even grappig. En verder mis ik een beetje de seks, drugs en drank in deze film. Toch ook iets wat onlosmakelijk bij grote rockbands schijnt te horen.
Uiteindelijk voelt het iets te braaf aan om echt leuk te zijn, maar evengoed leuk om weer eens gezien te hebben. 2,5*.
Three Caballeros, The (1944)
Alternatieve titel: De Drie Caballeros
Three Gay Caballeros oftewel Drie Geile Vogels.
De wel erg vlakke achtergrond in het begin doet meteen al de verwachtingen voor de rest temperen. De eerste twee filmpjes doen eerder denken aan de korte filmpjes die Disney eerder maakte met Mickey Mouse en Donald Duck in de hoofdrol, dan aan de langere films zoals Snow White. Het kijkt wel aardig weg, maar is niet meer dan dat.
In het vervolg worden Joe Carioca en Panchito geïntroduceerd, die ik verder alleen kende uit het stripblad de Donald Duck. Aardig om ze een keer in een film te zien, maar hoogstaand is het niet. Vooral een grote mix met live-action dansbeelden waar de vogels betoverd raken door het vrouwelijk schoon. Interesant om die mix te zien, die er soms verschrikkelijk uit zag, met name als de dame uit Baia geïntroduceerd wordt en Donald en Joe achter haar aan hollen. Op andere plekken was het beter, maar nog steeds verre van geweldig.
Wat ook interessant was, was Donalds trip na het liedje van de dame uit Mexico-City, die een beetje deed denken aan de roze olifantenscene uit Dumbo. Om die reden kom ik niet helemaal op het minimum uit, maar voor de rest was het erg vervelend. Al dat gedans is niet bepaald aan mij besteed, en zeker niet als er de hele tijd drie van die geilneven door het beeld rondlopen. 1*.
Thunderball (1965)
Alternatieve titel: Ian Fleming's Thunderball
Na Goldfinger kon deze film eigenlijk alleen maar tegenvallen. De muziek zet de toon, ondanks dat het wel aardig is, mist het de kracht van de soundtrack van Goldfinger. Het verhaal is wel aardig, maar zodra SPECTRE om de hoek komt kijken, voelt alles meteen zo gedateerd aan. Zo'n organisatie doet toch ergens een beetje denken aan de Booswichtenclub uit de Donald Duck qua diepgang.
Visueel weer veel bluescreens, maar ook de versnelde beelden tijdens de boottocht aan het einde film zagen er bijzonder matig uit. De onderwaterscène mag toen wellicht spectaculair hebben geoogd, daar is nu niet veel meer van over, en bovendien lijkt er geen einde aan te komen.
Wat wel leuk is, is dat in dit film het jetpack wordt geïntroduceerd. Jetpacks zijn gewoon altijd cool. En het vrouwelijk schoon mag er, meer nog dan bij Goldfinger, ook zeker wezen, met name Claudine Auger. Jammer dat ze allemaal roken, terwijl dit de eerste film is waar Bond zelf niet rookt (bron: Wikipedia).
Op het vrouwelijk schoon en het jetpack na dus een stapje terug, en dus ook qua waardering: 2*.
mooie dames veel blue screens jetpack mindere muziek spectre booswichtenclub versneld afgespoeld laatste boottocht
Tian Bian Yi Duo Yun (2005)
Alternatieve titel: The Wayward Cloud
Een half jaar later ben ik het niet meer met mezelf eens. De liedjes waren eigenlijk behoorlijk grappig en ik zat deze keer ook steeds naar de volgende uit te kijken. Hoogtepunten waren de laatste twee liedjes, maar ook het liedje waarbij de dames zich wulps om een standbeeld kronkelen is best komisch als je je bedenkt dat dat beeld van Chiang Kai-shek is.
En je moet het nageven, wie erin slaagt om overtuigend een watermeloenenpornomusical te maken, heeft toch wel goed werk afgeleverd, vooral omdat je als je de film nog niet gezien hebt zou denken dat het onmogelijk is om porno, musical en watermeloenen te combineren.
Wat me deze keer ook meer opviel waren de camerastandpunten. Soms leek de camera echt op de vreemdste plekken neergezet te zijn, wat soms voor interessante beelden zorgt. Ik moet wel zeggen dat ik de shots niet altijd even mooi vind.
Erg geslaagde herziening dus, en een flinke ophoging naar 4,5*.
Tian Liang Zhi Qian (2016)
Alternatieve titel: One Night Only
Een aardige film, die er ook nog eens mooi gestileerd uitziet, al is het niet zo overweldigend als de film die ik gisteren zag (See You Tomorrow), waardoor ik niet stijl achterover sla van de stijl. Nochtans is het degelijk en zeker een stuk fraaier dan de doorsnee film.
Verhaaltje gaat inderdaad alle kanten uit en weet grotendeels te vermaken. Misschien is de autorit met blinddoek wel het hoogtepunt. Deed me een beetje denken aan een soortgelijke motorrit in Nerve, die toevallig ook z'n wereldwijde premiere in juli 2016 had. Het einde is nogal dramatisch en had wat mij betreft niet gehoeven. Geeft de film toch een andere nasmaak waarvan ik niet helemaal overtuigd ben.
Niettemin een prettige kijkervaring. 3,5*.
Ticket to Paradise (2022)
Zou deze film een gaan over de relatie van Roberts en Clooney na de Ocean's 1x films? Dit is in ieder geval een behoorlijk voorspelbare film, die ook enigszins ongeloofwaardig is gezien hoe ruim de verloofde van de dochter woont en de kinderen in zijn familie keurig Engels spreken. Ook het karakter van de piloot was wel erg weinig ontwikkeld. Maar goed, bij dit soort films gaat het natuurlijk noch om de originaliteit noch om de geloofwaardigheid. Roberts en Clooney vormen in ieder geval een aardig koppel, waardoor het nog wel enigszins te behappen valt. Leukste scène was de beer pong scene, met name vanwege de muziek. 2*.
Timbuktu (2014)
In de bioscoop gezien, en het was geen tegenvaller. Ik heb verder nooit een film uit deze contreien gezien, het enige wat misschien in de buurt komt zijn de twee films die ik van Ghobadi gezien heb, maar die spelen in Koerdistan, en betreffen het leven onder het juk van een seculiere dictator, in plaats van onder religieuze terreur.
Gezegd mag worden dat deze film visueel een stuk mooier oogt. Veel functioneel camerawerk, maar toch soms erg mooie shots. Met name het meer ziet er mooi uit met het tegenlicht, en de weerspiegeling van de zon in het water. Absoluut hoogtepunt is als de hoofdpersoon het meer oversteekt. Het shot erna waarbij je mensen weerspiegeld ziet in het wateroppervlak mag er ook zijn.
Qua plot kabbelt het een beetje; het voelt nogal aan als een slice-of-life film in fundamentalistisch-islamitisch gebied. Het voelt aan alsof er naast de sluiers op de hoofden van de vrouwen ook een bedrukkende sluier is gekomen over alles wat het leven mooi maakt; dingen als muziek en voetbal. En toch lukt het de film om poëzie uit te stralen, met name tijdens het balloze voetbalspel. Erg mooi en overtuigend gedaan! Ook de stiekeme muzikale scènes waren mooi, net als de dame in het blauwe gewaad met haan die door de straten loopt. Intrigerend.
En toch knaagt het ergens een beetje. Wat we voor de kiezen krijgen is behoorlijk pittig, maar is de werkelijkheid niet nog erger? En is het niet een beetje te makkelijk hoe de hoofdpersoon als sympathiek persoon neergezet wordt?
In ieder geval een interessant beeld van het leven in een fundamentalistische samenleving; enkele mooie beelden (het meer) en de voetbalscène zorgen voor een paar memorabele momenten. 3*.
Time Cut (2024)
Redelijk uitgangspunt, maar de uitwerking is matig. De film doet een beetje aan Scream denken, maar dan met een sci-fi smaakje. Het hele tijdreizen is maar matig uitgewerkt want het lijkt te hinten op parallele tijdlijnen. Ik ben meer fan van tijdlijnen zoals in Terminator. Verder valt de verschrikkelijke popmuziek op. Er is genoeg aardige muziek uit de tijd, kiezen ze deze pulp. 2*.
Titanic (1997)
Ook weer eens herzien. Eerste keer was in de bioscoop gedurende de Leo-mania, waar alle jonge meisjes leken te dromen van DiCaprio. Deze keer gezien ter gelegenheid van Valentijnsdag met iemand die interessant genoeg meer zwijmelt van Victor Garber, die Titanic ontwerper Andrews speelde. We wilden een cheesy film, wat mooi paste bij de dag, aangezien Valentijnsdag natuurlijk een commercieel gedrocht is, maar wat ook goed paste bij in de garnalenlasagna die we hadden bereid met extra veel kaas (geen idee of de garnalen uit de Atlantische oceaan kwamen, dat zou ook wel weer passend geweest zijn).
Deze film is helaas ook een commercieel gedrocht, al kan ik wel bewondering hebben dat men kosten noch moeite heeft gespaard om de hele setting zo geloofwaardig en waarheidsgetrouw mogelijk neer te zetten. Ik begrijp dat er zelfs een replica van het hele schip is gebouwd die niet veel kleiner was dan het origineel, en van wat ik erover heb gelezen is het hele proces hoe het schip gezonken heel erg waarheidsgetrouw uitgebeeld in de film. Over het algemeen ziet het er dus erg goed uit, al zag de botsing met de ijsberg er wel te gedateerd uit de computer uit.
Het zinken van het ding is natuurlijk niet voldoende voor een speelfilm, dus er moest een liefdesverhaal in geweven worden. En dat is helaas van het niveau "Disney" zo plat de karakters zijn. De antagonist lijkt door en door slecht te zijn, weet geen greintje sympathie op te wekken, en zelfs het enige dat als een goede daad aangemerkt zou kunnen worden, het redden van het kind, is louter bedoeld om het eigen vege lijf te redden. Daartegenover staat het personage van DiCaprio, die goedheid zelve lijkt te zijn, die nauwelijks egoïstisch lijkt te zijn, en die op alle momenten precies het juiste zegt. Allebei karakters zo plat als een dubbeltje met daartussen Winslet als cliché damsel in distress. Het voelt allemaal erg herkenbaar aan, en daarom verkoopt het natuurlijk goed. Verder wordt er natuurlijk flink veel aandacht aan besteed aan hoe mensen kunnen sterven tijdens zo'n ramp. Hierbij wordt er soms flink ingezoomd op de gruwelijke details, zoals schoorstenen die op mensen neerkomen, of mensen die op de schroefbladen vallen. Voor de cynicus zit er enig vermaak in (en ik moet toegeven dat de ik flink cynisch word tijdens het zien van zo'n film), maar het voelt ook een beetje pornografisch aan. Wat ik wel heb geleerd van deze film is dat het de schuld van Jack en Rose is dat het schip gezonken is. Immers als zij niet gezoend hadden in het zicht van de wachtposten, waren de laatsten niet afgeleid, en hadden ze de ijsberg op tijd gezien!
Tja, wat valt er verder over de soundtrack te zeggen. Veel My Heart Will Go On, maar dan zonder de stem. Het maakt weinig verschil, het is behoorlijk sentimenteel en een ander voorbeeld van een commercieel gedrocht, maar dan in de muziek. Het geeft toch de denken dat dit nummer door de barmannen van mijn toenmalige stamkroeg werd gedraaid wanneer het sluitingstijd was, om maar zoveel mogelijk klanten weg te jagen.
Technisch meer dan in orde, zeker voor die tijd, maar het weet mijn gevoel in ieder geval niet te beroeren, zoals wel meer commerciële gedrochten in de huidige (pop)cultuur. 1* voor de moeite om een waarheidsgetrouwe setting neer te zetten. Het is aardig dat men er zoveel aandacht aan besteed heeft, maar waarheidsgetrouwheid maakt nog geen goede film, terwijl er zoveel films die veel minder waarheidsgetrouw zijn en juist daarom werken (bijvoorbeeld Amadeus), en vandaar dat ik er niet meer aan kwijt wil.
To the Bone (2017)
Meh. De film probeert duidelijk anorexia onder de aandacht te brengen, of althans een impressie te geven hoe het leven van een anorexiapatiente en haar familie is. Het interesseert me eigenlijk niet zo heel erg. Ik ben ook niet geheel overtuigd. Hoe mager Collins ook mag zijn, ze ziet er nou niet bepaald uit als een echte anorexiapatient. En verder kan ik ook maar weinig met haar personage. Het zoveelste karakter met problemen en een onwil om die aan te pakken totdat er zich een catharsis aandient. De enige die nog voor wat humor zorgt is het karakter van Sharp, en zelfs dat karakter irriteert me tegelijkertijd. 1*.
Toast (2010)
Pfff, dit was toch een stuk dramatischer dan wat ik van te voren verwacht had. Maar over het algemeen wel een interessant om een keer te zien. Sowieso spreekt het Brits-Engels taalgebruik me meer aan dan het Amerikaanse Engels, maar de Britse sfeer is ook erg prettig.
Wat verder aardig is, is dat geen van de personages uiteindelijk echt sympathiek is. De schoonmoeder is dus de "vijand", maar die komt er wellicht nog het beste vanaf. Ik zie in haar geen golddigger, maar iemand die met haar kookkunsten echt haar best doet om het hart van haar man te veroveren. Maar wellicht dan anderen dit anders zien. Je mag toch wel verwachten dat na een aantal jaar de zoon haar accepteert, maar zijn afwijzing omdat ze van lagere klasse is, maakt hem er niet sympathieker op. En verder leven hij en vader zich maar weinig in elkaar in.
Dat de strijd zich voornamelijk culinair uit, is grappig. Wat verder ook sterk is, dat de homoseksualiteit van de hoofdpersoon maar terloops ter sprake komt. Er zijn niet veel films waar de hoofdpersoon homo is, maar waar het er eigenlijk niet veel toe doet. En dat doet verfrissend aan.
De film mag er verder visueel redelijk uitzien, maar uiteindelijk heeft deze film hetzelfde probleem wat meer biografische films hebben. Het gevoel van: "ja en?" Waarom is het zo belangrijk om deze levensgeschiedenis te vertellen? En van dat belang weet de film me niet te overtuigen. 2,5*.
Todos Queremos a Alguien (2017)
Alternatieve titel: Everybody Loves Somebody
Dit soort films zijn uiterst voorspelbaar: ze kiest altijd voor de nieuwe geliefde, want met de oude is het uit om een reden. Wat rest is dan de uitvoering en die is uiterst saai. Er zit maar weinig tempo in, karakters spreken maar weinig aan (de oude geliefde is een gluiperd met een baard, de nieuwe geliefde is maar weinig aansprekend met zijn gladgeschoren babyface) en de hoofdpersone zelf is weliswaar een plaatje om te zien, maar voelt vooral aan als een groot cliché. Ik kan er uiteindelijk niet veel mee. 0,5*.
Toki o Kakeru Shôjo (2010)
Alternatieve titel: Time Traveller: The Girl Who Leapt through Time
Matig. Ben deze gaan kijken omdat het gebaseerd is op hetzelfde boek waarop de anime The Girl Who Leapt Through Time gebaseerd is. Vond die toch wel een stuk beter. Visueel is het degelijk, maar nooit echt mooi, zelfs in de tijdsprong had wat mij betreft meer in gezeten. De muziek was een beetje Hollywoodachtig. Erg nadrukkelijk aanwezig als er iets gebeurt, wat ik als storend ervaar. Ook was het J-Pop gehalte erg hoog. Jammer.
Verhaaltje was wel vermakelijk, al vond ik het een beetje vreemd dat ze zich ineens bedacht dat ze naar 1974 ipv 1972 moest. De afloop die niet geheel positief was beviel me eigenlijk wel.
Vond overigens de hoofdrolspeelster tegen het irritante aanzitten zo hyperactief kon ze zijn. Al met al een fikse tegenvaller. 1,5*.
Tôkyô Boshoku (1957)
Alternatieve titel: Tokyo Twilight
Ik kan haast één op één kopiëren wat ik bij Tokyo Monogatari geschreven heb. Ik vond deze film werkelijk oersaai. Het drama wil maar niet op gang komen. Pas na anderhalf uur had ik het gevoel dat de kaarten eindelijk echt op tafel lagen en dat het spel kon beginnen, maar zelfs toen vlotte het nauwelijks. Uiteindelijk in stukken gekeken, waardoor ik bijna twee keer zo lang over de film heb gedaan.
Het helpt ook nauwelijks dat de beeldtaal van Ozu me totaal niet aanspreekt. Het lijkt niet meer dan simpel registreren. Veel dialogen zijn - net als bij Tokyo Monogatari - gefilmd door mensen afwisselend tegen de camera te laten spreken. Het ziet er enigszins apart uit, maar eigenlijk vind ik het een irritante wijze van filmen.
De intromuziek was aardig en zet een sfeer neer van een zwoele avond in Parijs. Curieus om dan deze muziek ook te horen bij de wat zwaardere scènes waarbij personages elkaar confronteren. Wat wel leuk is om ook hier pachinko automaten aan te treffen, en dat men toen ook al mondkapjes droeg, wist ik ook niet.
Ik heb nu twee films van Ozu geprobeerd, afgaand op de cijfers op deze site de populairste en de hoogstgewaarderde, maar hij lijkt duidelijk niet mijn regisseur te zijn. Misschien dat ik Ohayo nog eens probeeren, maar ik denk dat ik hem voorlopig maar links laat liggen. 1*.
Tokyo Eyes (1998)
Een film waarvan de still in Mochizuki Rokuro's top 300 van Japanse films onmiddelijk mijn aandacht trok. Bril met positieve sterkte kunnen soms grote effecten hebben op de ogen van de drager, met name als ze erg sterk zijn, worden ogen enorm vergroot. Ik herinner me nog een orkestproject waaraan ik meedeed, waar een meisje met zo'n bril voor me zat en de hele tijd achterom keek. Ontzettend irritant, omdat je echt het gevoel krijgt aangestaard te worden, ook al keek ze waarschijnlijk naar iets anders.
Eenzelfde functie blijkt de bril in deze film te hebben. Het verhaal mag niet heel veel om het lijf hebben, intrigeren doet de hoofdpersoon wel. Wat zijn z'n motieven? Het helpt ook dat hij behoorlijk charmant over komt. Kortom, een interessant personage. Het vrouwelijke hoofdpersonage komt wat meer over als een gansje, maar goed, ze moet ook voor een zeventienjarige doorgaan. Verder verrassend om Osagi en Kitano in (zeer) kleine bijrollen tegen te komen. Leuk!
Opvallend is de soundtrack: elektronisch, en af en toe behoorlijk hypnotiserend. Qua beelden valt het tegen. Gezegd moet worden dat de enige versie die ik te pakken kon krijgen niet de hoogste kwaliteit heeft, maar voor mijn gevoel had de film zo tien jaar eerder gemaakt kunnen zijn. Wellicht dat de aspect ratio van 4:3 ook een rol speelt hierin. Jammer.
Leuk om een keer gezien te hebben, zeker geen verspilling van tijd, maar met name de visuals doen de film enigszins de das om. 2,5*.
Tokyo Fist (1995)
Alternatieve titel: Tokyo-Ken
Helaas met onderbrekingen moeten zien, maar wat een film! Wat een adrenaline, vooral naar het einde toe! Geen verhaaltje als bij Rocky of Hajime no Ippo waarbij de hoofdpersoon bokst om wereldkampioen te worden, nee hier wordt alleen maar gebokst om de rivaal letterlijk verrot te beuken, met als inzet een geschift wijf is dat alles piercet, wat er maar te piercen valt.
En dan wordt af en toe de intensiteit doorbroken door bijzonder sfeervolle shots bijvoorbeeld van de stad.
Het enige dat jammer is zijn sommige shots waarbij je een close-up ziet van een gezicht, vervolgens een shot waarbij een vuist op de camera afkomt, waarna je weer een close-up ziet van de impact van de slag op het gezicht. Erg cliché, maar Tsukamoto maakt het goed door de hoeveelheid bloed die erbij vrijkomt. Soms wel erg over the top, zoals bij de laatste scene in de boksring waar het bij de overwinnaar op zo'n manier spuit dat ik er om moet lachen. Lijkt me niet helemaal de bedoeling, maar vanwege de intensiteit komt Tsukamoto er wat mij betreft mee weg.
Ook erg gaaf waren de beelden van de rivaal die op een stootzak beukt, waarbij de camera ook alle kanten op gaat. Zo heftig heb boksen nog niet gezien. Met afstand de beste boksfilm dus, en dat terwijl het boksen niet eens centraal staat.
Tôkyô Monogatari (1953)
Alternatieve titel: Tokyo Story
Niet al te best. Het eerste uur is verschrikkelijk om doorheen te komen. De dialogen zijn vooral veel geneuzel, en de beelden zijn maar spaarzaam mooi. Voornamelijk registreren, en soms gaat ook de mist in met dat er sprake is van naar mijn smaak te weinig contrast. De wijze waarop de dialogen geregistreerd worden gaat op een gegeven moment ook vervelen. Veelal dat iemand tegen de camera spreekt, waarna er een shot komt van de ander die ook tegen de camera spreekt. De muziek die spaarzaam klinkt is wel mooi, maar wordt soms hardhandig afgekapt bij een overgang naar een andere scène.
Pas de tweede helft komt het drama enigszins op gang. Inderdaad is het treurig als alleen je schoondochter, die nota bene al jaren lang weduwe is, tijd voor je neemt. Wat ergens jammer is, is dat het zo uitgespeld wordt. Ik zie het allemaal, waarom moet het dan later nog eens door de personages bevestigd worden? Het helpt ook niet dat de personages veelal glimlachen, wat enigszins ten koste van de emotie gaat.
Niettemin is die tweede helft qua plot wel stukken interessanter, waardoor de film toch nog op 1,5* uitkomt. Maar gezegd moet worden dat een ander Japans drama uit die tijd, Ikiru van Kurosawa, me toch wat beter beviel.
Tôkyô Mukokuseki Shôjo (2015)
Alternatieve titel: Nowhere Girl
Een film waar ik enorm naar uitgekeken heb, waarna het alleen maar kan tegenvallen. Het ziet er allemaal verzorgd uit, maar het voelt niet speciaal aan. En wat ook verrassend is, is het ontbreken van Kenji Kawai als componist van de soundtrack. Ik ben erg nieuwsgierig wat de reden daarvoor is, want de combinatie Oshii/Kawai zorgde altijd voor een geweldige sfeer. Hier klinkt met name Mozart en ondanks dat in mijn ogen Mozart en Bach de grootste componisten ooit zijn, zeker groter dan Kawai, is de combinatie Oshii/Mozart niet zo sterk als Oshii/Kawai, ondanks dat Oshii één van de mooiste adagio's van Mozart gebruikt, namelijk dat uit het divertimento voor strijktrio. Erg dramatische muziek, maar de scène waarin het adagio gebruikt wordt is de climax van de film en het voelt ergens als teveel aan.
Die climax van de film is overigens één van de geweldigste vechtsequence die ik ooit gezien heb. Erg welkom ook, want voor die scène kabbelt de film voornamelijk, ook omdat de beeld/muziekcombinatie in mijn ogen dus niet zo geweldig is. En dan na die climax wordt ineens alles met een sepiafilter geschoten en is het alsof we in een andere werkelijkheid terechtkomen. Wat precies de bedoeling daarvan is, is met niet helemaal duidelijk. De hoofdpersone heeft PTSS, het kan haar wereld zoals zij die beleefd uitbeelden, of juist haar verleden. Wel is het typisch voor Oshii.
Allemaal interessant, maar tippen aan zijn beste werk kan dit niet. 3,5*.
Tokyo Tribe (2014)
Alternatieve titel: トウキョウ トライブ
Leuk. Ergens doet het een beetje denken aan Burst City van Ishii, alleen dan met hiphop in plaats van punk. Visueel alleen stukken beter, wat dat betreft jammer dat hiphop toen niet hip was en punk nu.
Het ziet er allemaal erg hip, kleurrijk en futuristisch uit. Toen ik zelf in Tokyo was ben ik niet verder gekomen dan het portiek van het Robotmuseum, maar wat ik ervan gezien heb zou het me niets verbazen als het een van de belangrijkste decors in deze film was. Verder natuurlijk af en toe muren met passende graffiti als "Fuck da world". Kortom, de decors passen goed bij de hiphopsfeer.
Sono kan het natuurlijk niet laten om even Beethoven te laten horen, in dit geval de vijfde symfonie, maar voor de rest is het louter hiphop. Niet helemaal mijn ding, de beats zijn vaak wel aardig, maar de teksten zijn dikwijls van het niveau Star Wars Gangsta Rap. De lol spat er wel vanaf, en dat is het belangrijkste. Veel absurditeiten, misschien vond ik het levend meubilair nog het gaafste. Na een wat trage aanloop mag het eindgevecht er ook zijn, waarbij met name de vechtstijl van het breakdance jochie me het meest kon bekoren.
Sono lijkt tegenwoordig de enige binnen Japan te zijn, die nog met echt interessante experimenten komt, zeker nu Miike wat meer richting de commercie is afgedreven. Muzikaal had het sterker gemogen, maar voor de rest is dit een interessant gedurfd project. 4*.
Tôkyô Zankoku Keisatsu (2008)
Alternatieve titel: Tokyo Gore Police
Na Robo-Geisha en Frankenstein's Army had ik kennelijk nog geen genoeg van dit soort filmpjes. Aangezien deze duidelijk die films overtreft, gok ik zo dat ik nog wel even in dit genre kan blijven hangen.
De designs van de creaturen zijn werkelijk fantastisch qua geschiftheid. Een vrouw als een slak inclusief slakkenhuisje en uitpuilende ogen, krokodillenbenen, een man met een enorme lul als kanon (dat begeleidende liedje!!) en als je benen afgehakt worden, is dat helemaal niet erg, want je zet gewoon de bloedfonteinen die eruit spuiten harder en je kan als een raket vliegen.
Een wat beter acterende hoofdrolspeelster dan bij Robo-Geisha. Shiina is niet de meest betoverende actrice in Japan, maar evengoed is het erg aangenaam om haar te zien. Ook hier een verhaaltje dat nergens op slaat, maar er wordt veel minder aandacht aan besteed zodat het ook nauwelijks stoort. Eigenlijk moest ik al best wel lachen om het idee om de politie te privatiseren. Mooie persiflage op het vrije marktdenken. Wat dat betreft maken de absurde reclames het plaatje compleet.
Beelden zijn aardig, maar niet alles ziet er overtuigend uit. Gek genoeg vond ik dat het meest storend bij de automutilatiescène. Verder aardig de splitscreens bij de vierendeling, maar dat had natuurlijk in z'n geheel op die manier gefilmd moeten worden.
Desalniettemin de leukste film in dit genre. 4*.
Tokyo.Sora (2002)
Alternatieve titel: Tokyo.Skies
Zoals beloofd herzien.
Na veel aarzelingen een paar dagen geleden eerst Su-ki-da gezien, toen die aansloeg stond niet veel de herziening in de weg.
Een paar maanden geleden wellicht met de verkeerde verwachtingen gekeken, ik had bijvoorbeeld veel meer extravagante kleuren verwacht, en dan valt het minimalisme hier nogal rauw op je dak. Ik kan dat laatste nu veel meer waarderen, wist deze keer ook wat ik voor de kiezen zou krijgen. Deze keer had ik ook veel minder problemen met het onderscheiden van de verschillende vrouwen, ik snap nu ook niet meer wat daar nou zo moeilijk aan was. Aan de andere kant wordt het ons vanwege de afstandelijkheid ook niet heel erg makkelijk gemaakt. We komen bijvoorbeeld maar twee namen te kennen, terwijl er zes vrouwen rondlopen.
De onderlinge relaties zorgen soms voor hartverwarmende taferelen. De moeite die het kost om verlegenheid te overwinnen, ik herken er veel in en het is behoorlijk vertederend. Een mooi voorbeeld is de scene waar de vriend van de tekenares voorzichtig over zoenen begint.
Het niet kenbaar durven maken van je onvrede, zoals de schrijfster wiens verhaal ineens is herschreven, ook behoorlijk herkenbaar. Erg pijnlijke scene overigens.
Het maakt de film behoorlijk bijzonder.
De vorige keer kon alles me veel minder grijpen, en dan gaat het vervelen, waarbij de lange speelduur niet bepaald helpt. Deze keer ook wel inzink-momentjes gehad, maar dan kwam ineens weer zo'n scene als de ren-scene. Of dan kwam er ineens de eenvoudige, maar mooie muziek van Kanno die je weer eventjes liet dromen. Ondanks de gitaar in Su-ki-da lijkt het alsof er hier meer muziek in zit. Maar ook muziek wordt hier bijzonder minimalistisch gebruikt.
In ieder geval is deze kijkbeurt me een stuk beter bevallen dan de vorige, dus ook een flinke ophoging naar 4,5*.
Uiteindelijk toch iets minder dan Su-ki-da, die in mijn ogen net wat mooier geschoten is, zowel de shots van de personages als van bijvoorbeeld de luchten. Su-ki-da was ook wel wat makkelijker, met een wat duidelijker structuur omdat er slechts twee personages gevolgd worden en met de voice-overs. Makkelijker is niet meteen beter, wellicht dat een andere herziening Tokyo.Sora alsnog gelijk trekt met Su-ki-da. We zullen zien.
Tomorrow Never Dies (1997)
Een stuk minder dan de voorganger. De film mist een epische scène zoals met de tank; achtervolgingen hebben we wel genoeg gezien in andere films. Het radiografisch besturen van de auto is weliswaar leuk, maar ook weer niet zo spectaculair. Vooral grappig om Bond te zien lachen alsof hij een videospel speelt.
Het plot spreekt ook minder aan. Eén van de belangrijkste elementen, het uitlokken van een oorlog tussen twee atoommachten, kennen we al uit You Only Live Twice. De Duitse spierbundel als antagonist is ook een lopende cliché. Verder is het idee van een nieuwsorganisatie die het nieuws controleert of zelfs maakt natuurlijk iets dat tot de verbeelding spreekt, zeker gezien de huidige praktijken bij het Murdoch conglomeraat of Facebook, maar het doel in de film is ongeloofwaardig. Het gaat uiteindelijk om uitzendrechten in China. Als je zo erg overheden kan manipuleren, zou de inzet gewoon hoger moeten zijn.
Wat rest is een film met veel actie die weinig weet te verbazen met een plot dat zelfs binnen het Bond universum vrij ongeloofwaardig aanvoelt. 1*.
Tonari no Totoro (1988)
Alternatieve titel: My Neighbor Totoro
Herzien en wederom een beleving. Ook al is de film geschikt voor de jongste kinderen, ik vond het zeker zeer genietbaar. Zowat de hele film bekeken met net zo'n brede glimlach als Totoro zelf heeft.
Coole vader, grappige kinderen waarbij de interacties ook voor mooie gevoelens zorgen. Ik heb erg het idee dat de animatie ook vooruit is gegaan sinds Laputa, er leek bijvoorbeeld een breder kleurenspectrum gebruikt te worden, vooral in de luchten toen Mei zoek was. Dat kleine drama zal wel zijn toegevoegd om de film enigszins diepgang te geven, maar van mij had dat niet gehoeven. De beelden erbij waren in ieder geval wel de mooiste van de hele film. De meest memorabele scene was de regenscene bij het bushokje. Alleen al voor zulke magische momenten is de film de moeite waard.
Een mooie ode ook aan de natuur. Zo kan het dus ook, liefde voor de natuur etaleren zonder moralistisch te worden. Jammer dat Miyazaki in sommige andere films de moraallessen niet achterwege kon laten, hier vergalt hij gelukkig niet mijn plezier. Samen met Laputa mijn favoriete Miyazaki.
Tonî Takitani (2004)
Alternatieve titel: Tony Takitani
Prachtfilm. Het eerste dat opvalt is de pianomuziek, heel erg intiem en bijzonder sfeervol. Verder erg mooi camerawerk met strakke pans en waarbij mooi gekadreerd wordt. Schitterend zijn de overgangen tussen de verschillende scènes, waarbij het vaak lijkt alsof het in één shot is.
Maar de grootste aantrekkingskracht zit em toch in wat de film laat zien.Het geheel is een prachtige karakterschets van een eenzame man. Ik moet zeggen dat ik het een en ander van Tony in mezelf herken, ik kon me dus wel goed identificeren met hem, wat zeker helpt voor de ervaring. Het is emotioneel, oprecht, maar niet sentimenteel. Ik wist trouwens niet dat dit gebaseerd is op een verhaal van Murakami. Nog nooit wat gelezen van die man, al hoor ik veel positieve berichten over hem. Misschien toch ook maar eens in verdiepen.
Het enige minpuntje wat mij betreft is het kleurgebruik dat mij een beetje te mat was. Maar voor de rest is dit zeker een pareltje. 4,5*.
Top Gun (1986)
Nadat ik de film een aantal jaar geleden voor het laatst had gezien toch maar weer eens een groot stuk gekeken toen ie gisteren op tv kwam. Dat krijg je als je bij je ouders langs gaat, zij zelf even weg zijn, en je hebt verder niets anders te doen. Ik kan me herinneren dat ik de film vroeger wel tof vond, maar ook toen niet echt geweldig. Daar is nu helemaal niets meer van overgebleven, want wat is dit een afgrijselijke cliché film.
Alles is aanwezig:een wereld waar - typisch Amerikaans - gaat om wie de beste is, een hoofdpersoon die natuurlijk met problemen uit z'n jeugd zit (waarom papa nou dood?). Natuurlijk is de instructrice een knappe blonde vrouw die zich eerst hard to get opstelt, maar later uiterst gewillig is. En natuurlijk gaat sidekick Dr. Mark dood, want het moet de held natuurlijk niet te makkelijk gaan. Na de nodige zelftwijfel door Dr. Marks en papa's dood overwonnen te hebben, komt de held natuurlijk keihard terug en laat zien dat hij de ware held is.
Tel daarbij de oeverloze scènes in de vliegtuigen op - waarbij ik soms geen idee heb wat er precies gebeurt, maar het zal wel spannend zijn aan het opgewonden krakeel van de acteurs te horen - en de irritante jaren 80 kutmuziek (alleen leuk voor foute feestjes, niet als filmmuziek) en ik kom op 0,5* uit.
Topo, El (1970)
Alternatieve titel: The Mole
Na La Danza de la Realidad en The Holy Mountain had ik hier toch wel verwachtingen van, maar dit is toch een beetje een teleurstelling.
Zeker, alle elementen uit die andere films komen hier ook voor: een surrealistisch en bizar plot, veel symboliek, de kreupelen en mismaakten. En toch werkt het hier veel minder. Het is moeilijk om er helemaal de vinger op te leggen, maar voor mijn gevoel worden de gebeurtenissen audiovisueel veel minder creatief weergegeven. Het surrealisme zit hier vooral in het verhaal, minder in de audiovisuele uitwerking. Qua muziek waren die andere films in mijn herinnering ook veel hypnotiserend, en de omgeving in de vorm van een woestijn werkt ook niet mee.
Interessant om een keer gezien te hebben, maar op een gegeven moment wordt het erg langdradig. Fijn dat John Lennon deze film wel de moeite waard vond, want daardoor kon The Holy Mountain, die ik dus stukken beter vond, gemaakt worden, maar ik vind dit toch echt de minste Jodorowsky die ik heb gezien. 2*.
Torinói Ló, A (2011)
Alternatieve titel: The Turin Horse
Toch een beetje een tegenvaller. De film bevat veel mooie zwart/wit beelden met mooie contrasten, hooguit een enkele keer wat teveel aan de donkere kant, maar ik mis een beetje het gevoel voor subtiele camerabewegingen en kadrering die de andere films van Tarr naar mijn idee meer hebben; de camera voelt wat minder vrij aan.
De omgeving is desolaat, en er lijkt een constante storm te woeden. Dat zorgt voor een onheilspellende sfeer; ook met dank aan de muziek, met name door het repeterend basmotief. De gebeurtenissen in de film zijn echter minimaal. Het dagelijks leven wordt gevolgd, hoe er water uit een put gehaald wordt, hoe men zich aankleed etc. Een eerste keer weet dat ook wel te boeien, en dat is best knap, maar na de zoveelste keer wordt het toch erg zwaar. Uiteindelijk gaat de film letterlijk en figuurlijk als een nachtkaars uit. 3*.
Tortilla Soup (2001)
Ik kan me goed aansluiten bij Theunissen. Het is luchtig en hoewel het niet super grappig is, is het plot vermakelijk. Voor mijn vriendin was het gezien haar achtergrond een feest van herkenning. De vele closeups van het bereiden van voedsel geven het geheel extra jeu en zien er smakelijk uit. 3*.
