- Home
- Black Math
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten Black Math als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Hellraiser (1987)
Alternatieve titel: Clive Barker's Hellraiser
Na A Nightmare on Elm Street nog maar eens een horrorklassieker geprobeerd.
Dat deze is stukken beter is, blijkt meteen al uit de muziek tijdens de opening. Erg sfeervol, maar vooral (harmonisch) erg sterk. Een voorbode voor de rest, want de soundtrack is één van de sterkere die ik ooit heb gehoord en zeker het grootste pluspunt van de film.
Het plot mag er ook wezen, wat er achter de box zit is erg intrigerend. Minpunt is het lange middenstuk met alle moorden. Dat had flink ingekort kunnen worden. Een ander minpunt zijn de effecten die echt hopeloos verouderd zijn. De gore en sommige creaturen zien eruit zoals in menig J-splatter film. Daar is het meestal niet al te serieus bedoeld en dan boeit het niet zo erg; hier daarentegen stoort het. Ook de licht en bliksem effecten zien er maar matig uit. Laatste minpunt is het acteerwerk, vooral de acteur die Frank speelt vond ik maar matig, maar ook over het algemeen is het acteerwerk niet al te sterk.
De film zweeft een beetje tussen 2,5* en 3*. Zodra Pinhead (die wel erg goed is vormgegeven) en de andere cenobites op driekwart van de film om de hoek komen kijken stijgt het pijl flink waardoor ik uiteindelijk toch op 3* uitkom.
Help, The (2011)
Een erg mooie film met een kanttekening. Het is redelijk mooi in beeld gebracht, de setting in de huishoudens van de blanke zuidelijke dames ziet er elegant uit en het is erg interessant om te zien hoe de Zuidelijke samenleving er in die tijd uitzag. Dat slavernij de facto nog gewoon bestond. Hoe de zwarte burgers als tweederangsburgers behandeld worden. En uiteindelijk hoe aan hen een stem gegeven wordt.
Maar met dat laatste heb ik toch een beetje moeite. Uiteindelijk is het een blanke dame die de drijvende kracht achter die stem. Het personage Aibileen heeft ook schrijverskwaliteiten, waarom had in het script niet zij die kracht kunnen zijn? Viola Davis die Aibileen speelde merkte wat mij betreft terecht op dat uiteindelijk dit niet een film is die het zwarte perspectief op het zijn van de hulp biedt, maar een blank perspectief van het karakter van Stone.
Het is allemaal ontroerend en soms ook grappig wanneer het karakter van Octavia Spencer haar voormalige bazin stront laat eten, maar dit doet toch afbreuk aan de film, waardoor ik toch een halfje lager uitkom dan ik initieel in gedachten had: 3*.
Help! (1965)
Geen goede film, wel stukken beter dan A Hard Day's Night. In de voorgaande berichten komen een aantal vergelijkingen voorbij die allemaal wel hout zagen. James Bond (zelfs de soundtrack klinkt op een gegeven moment als Bond), Monty Python (de humor is soms wel erg absurd, met als hoogtepunten het huis en vooral de intermissie). Op een gegeven moment had ik het wel gezien, maar toen bleken we niet eens op de helft van de film te zitten.
Het vervolg zakte flink in wat niveau betreft, waarbij je inderdaad aan Bassie en Adriaan kan denken. Of je gaat volledig absurd, zoals by Monty Python, of je gaat voor een actieplot zoals bij James Bond, maar dit zat er net tussenin op een infantiele wijze met de "aziatische" mensen en de gestoorde wetenschappers die aan de series van de clown en acrobaat doet denken. De liedjes worden wel wat beter ingepast dan in A Hard Day's Night. Uiteindelijk een stuk beter en vermakelijker dan die laatste film waar echt niet doorheen te komen was, dus een ster meer dan die film. 1,5* dus.
Her (2013)
Gezien in het vliegtuig, waar ik later ook Ghost in the Shell zag. Twee science fiction films met Scarlett Johansson, dat was ongepland. Her was in ieder geval wat lastiger te bekijken, want er waren geen ondertitels en Phoenix articuleert niet al te duidelijk, wat al lastig is zonder omgevingsgeluiden, maar toch heb ik het meeste wel meegekregen.
Dit is een typisch "Do Robots Dream of Electronic Sheep"-verhaaltje, waar ik al zoveel van heb gezien. Deze film gaat in het bijzonder in op liefde tussen mens en machine, maar ook wat dat betreft zijn er meerdere films en series over dat onderwerp. Nieuw voor mij was de twist, die je echter lang en breed zag aankomen, dat de machine de mens verlaat in plaats van andersom. Maar voor mijn gevoel niet echt een grote vernieuwing van een uitgekauwde formule. Eerder een variatie op een welbekend thema.
Het tempo is erg laag, wat niet erg hoeft te zijn, maar hier zie je het einde al lang en breed aankomen, waardoor het erg gaat slepen. Wat ook niet helpt is dat Phoenix een bijzonder saai personage weet af te leveren. Visueel is er ook niet veel ter afleiding, want er wordt vooral geregistreerd en niet zozeer gecreëerd. De soundtrack was wel aardig, maar kan niet veel compenseren.
Kortom, het valt allemaal nogal tegen. En dat terwijl Jonze eerdere films behoorlijk interessant waren. Eindwaardering: 2*.
Hercules (1997)
Herzien. Als scholier was ik verslingerd aan het lezen van Griekse mythologieën en was dus erg enthousiast toen ik hoorde dat er een Hercules film zou komen. Het resultaat vond ik echter destijds al niet overweldigend en dat is verslechterd bij deze herziening en dat ligt met name aan de uitwerking van bepaalde keuzes, waarvan ik de motivatie desondanks nu wel begrijp.
Allereerst de tekenstijl. Ik vond dat bij het uitkomen van de film al erg lelijk, maar ik begrijp nu dat men de tekenstijl van de Griekse vazen heeft geprobeerd te imiteren. Ik vind het echter nog steeds lelijk. Dan het gospelkoor. Griekse toneelspelen in de oudheid werden verteld door een koor en daaraan heeft men nu geprobeerd een moderne draai te geven. De liedjes zijn echter weinig memorabel en vaak zelfs gewoon irritant, dus helaas, het werkt niet. Het voelt geforceerd modern aan en een modern jasje kan soms goed werken (neem bijvoorbeeld Romeo + Juliet), maar hier wringt het.
Deze keer in de oorspronkelijke dub gezien waarbij ik me ook aan de voice acting kon ergeren. Het voelt op de een of andere manier allemaal erg New York aan, wat wellicht ook door de rol van Danny DeVito komt, maar ook omdat de stad Thebe in de film eenzelfde vibe met snelle mensen, wat een ander voorbeeld van een modern jasje dat wringt oplevert. De film poogt verder grappig te zijn, maar veel meer dan wat een snelle babbel, wat slapstick en Hades die weer eens ontploft is het niet.
Verder is de film niet vies van een kapitalistische boodschap (Hercules is lekker bezig met z'n merchandise), maar vooral van slijmerige Disneyboodschappen van "je moet in je hart kijken, en een echte held is bereid zich op te offeren" word ik onpasselijk.
Ik heb nog overwogen een halfje extra te geven omdat de setting de antieke wereld betreft, waar ik nog steeds veel mee heb, maar nu ik al het gal teruglees dat ik gespuwd heb kom ik toch op het minimum uit. 0,5*.
Hercules in New York (1970)
Alternatieve titel: Hercules Goes Bananas
Oei, wat was dit slecht!
Actiescènes die vooral uit het smijten met mensen bestaan, het wegknippen om vooral maar geen special effects te hoeven gebruiken, Arnie die voordurend z'n body showt, inclusief bewegende borstspieren, Arnie die in geen andere film met een vetter accent praat dan in deze film met oneliners die te dom voor woorden zijn. Het gros van acteurs dat niet kan acteren. De beer die meer op de Night Monkey van Jackass lijkt dan op een echte beer, de verkeersgeluiden op de achtergrond bij de godenscènes op de berg Olympus, Zeus die met een vuurpook in plaats van de bliksem zwaait. Samson (die komt toch uit de Bijbel?) die ineens opduikt. En tenslotte: de melige Griekse muziek de hele tijd.
En het leuke is, het is allemaal zo slecht, zo knullig dat het best grappig wordt, al vraag ik me sterk af of dat wel het effect was wat men heeft beoogd. Het maakt me weinig uit, ik heb me er behoorlijk mee vermaakt. 2,5*.
Herutâ Sukerutâ (2012)
Alternatieve titel: Helter Skelter
Een zeer geslaagde herziening. Best wel opmerkelijk, want de vorige kijkbeurt was ik er een stuk negatiever over. Maar goed, we zijn ruim vier jaar verder, ik ben iets meer vertrouwd met verhalen over wat er achter de schermen van de Japanse idool-industrie speelt, maar vooral was ik er nu op voorbereid dat deze film nauwelijks sympathieke karakters kent, waardoor ik de film meer afstandelijker kon kijken. Ik denk dat dat het meeste hielp.
Het beeld dat de film hier van de Japanse modellenwereld schetst is natuurlijk nog steeds wat overdreven, maar ik kan me nu wat meer inleven in de gedachte dat het een wereld is die je dwingt om operaties te ondergaan om aan de bak te blijven en waarin iedereen inwisselbaar is als je hier niet meer in mee kan komen.
Personages blijven weinig grotendeels weinig sympathiek. De hoofdpersone is natuurlijk één en al plastic, haar assistente is pathetisch, en de rechercheur an sich niet onsympathiek, maar wel enigszins apart met zijn filosofische verhandelingen. Maar goed, een film hoeft niet per se over sympathieke personen te gaan. Toch is er wel eentje die in de buurt komt. De vorige keer viel de concurrente me ook al op, deze keer ben ik er meer van overtuigd. Duidelijk iemand die het wereldje kan relativeren, haar werk ook niet meer dan werk ziet, en die ook geen divagedrag lijkt te vertonen getuige de scène waarin ze met de mensen achter de schermen proost op een geslaagde fotoshoot.
De vorige keer beweerde ik de boodschap van de film te begrijpen. Dat weet ik eigenlijk nu niet meer zo zeker. Wellicht maatschappijkritiek, maar de wijze waarop de film gestileerd is lijkt dat tegen te spreken. Of wil de film laten zien hoe verschillende mensen met ouderdom en wat voor effect dit op schoonheid heeft omgaan? De concurrente weet het blijkbaar te relativeren, of geeft er gewoon niet om. De manager van de hoofdpersone is blijkbaar zelf een model geweest en gaat ermee om door haar protegé naar haar eigen beeld te vormen. En de hoofdpersone zelf kiest blijkbaar voor de It's better to burn out, than fade away tactiek.
Wat de film ook wil zeggen, het kan me eigenlijk deze keer een stuk minder schelen, net zoals dat ik me deze keer een stuk minder aan de personages ergerde. Met als resultaat dat ik veel meer op kon gaan in die prachtige stilering van de film. De beelden zijn echt schitterend en bijzonder kleurrijk, stuk voor stuk. Ik noemde de vorige keer al de scène in het aquarium, die echt het hoogtepunt is, maar er zijn zoveel meer prachtige momenten. De beelden van de rode veren tijdens de laatste persconferentie bijvoorbeeld. Of de surrealistische scène gedurende de talkshow, waarin echt alle remmen los lijken te gaan.
Ook de soundtrack is eigenzinnig, maar net als de vorige keer werkt het soms wel en soms niet. Door deze film ben ik naar Nina Hagen gaan luisteren, wiens nummer Naturträne al vroeg in de film klinkt en wat erg goed werkt. Verder dus veel klassiek, inclusief de vreemde kopie van het derde deel uit de achtste symfonie van Sjostakovitsj, waarin ritme en instrumentatie precies overeenkomen met het origineel, maar waar alleen de melodie anders is. Erg afleidend. Dat geldt ook voor de versie van Pachelbels canon, met niet al te zuivere zang van een Japanse dame erover heen. En tenslotte Beethovens negende symfonie en An der schönen blauen Donau van Johann Strauss Sohn, waarvan het gebruik verrassend genoeg nog redelijk goed werkt. Maar echt origineel is het niet.
Conclusie: een dikke ophoging van anderhalve ster. Ik heb nog over het maximum nagedacht, maar daar is de soundtrack niet consistent genoeg voor. 4,5* dus.
Heruzu Enjueruzu (2008)
Alternatieve titel: Hells
Ik heb de film toch anders beleefd. Inderdaad is de animatie fantastisch, het geheel ziet er bijzonder kleurvol uit, en de stijl spreekt me erg aan. Ik zie de links met Studio 4°C, Dead Leaves en Redline,dus ik zou er helemaal wild van moeten worden, en toch kon het me niet grijpen.
Dit komt met name door het bijzonder incoherente verhaal dat mijns inziens te prominent aanwezig is en daardoor in negatieve zin afleidt. Ik hou van weirdness, maar dat is in mijn ogen toch iets anders dan randomness. Er wordt gerefereerd naar een verhaal uit het Oude Testament, maar de personages gedragen zich zo ontzettend random en het verhaal springt zo alle kanten op dat ik geen diepgang kan ontdekken. Ik moest een beetje denken aan Tengen Toppa Gurren Lagann, waar ook diepgang wordt gesuggereerd, terwijl de logische structuur helemaal zoek is, en dat werkt voor mij totaal niet. Hier ligt volgens mij het grote verschil met Dead Leaves en Redline, die zich voor mijn gevoel een stuk minder bekommeren om diepgang, en toch vooral lekker knallen respectievelijk scheuren zijn.
Het gebaby van Helvis ging me ook op een gegeven moment zwaar de keel uithangen. Dat is jammer want volgens mij had je juist van hem een prachtig over-the-top figuur kunnen maken in plaats van het schreeuwfiguur dat het nu is geworden. Ja, Retro uit Dead Leaves is ook een schreeuwfiguur, maar heeft wat mij betreft daarnaast ook meer dan genoeg coolness. Het voelt hier aan alsof men meer met Helvis kunnen doen.
De hoge verwachtingen die ik had na Onderhonds recensie zijn dus maar gedeeltelijk ingelost. Maar toegegeven, visueel is het fantastisch, Een krappe 3,5*.
Heung Gong Zai (2014)
Alternatieve titel: Aberdeen
Aardig, maar niet overweldigend in vrijwel alle opzichten. Allereerst ziet het er visueel zeer verzorgd uit, ik kan niets anders zeggen, maar het weet me gek genoeg nauwelijks te overbluffen. Misschien is het het verwachtingspatroon dat het bij Pang altijd goed zit, maar ik had het gevoel dat ik veel meer onder de indruk van Shi Hun was, om een andere recente Aziatische film te noemen die ik onlangs zag.
Het helpt dan ook niet echt dat ik de film muzikaal niet al te sterk vind. Waar Isabella echt een fantastische soundtrack had, worden we bij de opening op muziek getrakteerd die ik gewoon dreinerig vind. Dat zwakt af in het vervolg, maar dan is de muziek vooral nietszeggend. Misschien ligt hier wel het grootste pijnpunt voor mij; muziek of geluid kan ervoor zorgen dat de beelden nog veel meer overweldigend overkomen, maar kan net zo goed de sfeer dempen.
Het drama was ook best aardig, maar leek een beetje focus te missen. Uiteindelijk komt het toch redelijk bij elkaar en weet het ook best te ontroeren, maar ook hier niet helemaal overtuigend.
Jammer, iets meer van verwacht. Met groot vakmanschap gemaakt, maar niet groots. 3,5* is dan precies op z'n plaats.
Higgs (2009)
De informatiedichtheid van deze documentaire is opvallend laag. Veel beelden van mensen die met elkaar aan het praten zijn, de gesprekken hebben nooit direct iets met het Higgs deeltje te maken. Komt Peter Higgs zelf aan het woord, wordt het gevolgd door langdradige beelden van hoe hij door het park loopt, of hoe hij een brief op de post doet.
Beelden van de achterkant van een monitor zijn nou ook niet echt boeiend.
Veel beelden van de machine, maar nooit uitleg over wat je ziet. De muziek erbij wordt na verloop van tijd behoorlijk irritant.
Wil men een goede documentaire over de nieuwste ontwikkelingen binnen de natuurkunde, dan kan men beter naar The Elegant Universe van Brian Greene kijken.
Staat ook op deze site:
Hijo de la Novia, El (2001)
Alternatieve titel: Son of the Bride
Net als pieter_kerkhof moest ik ook aan Suarez denken bij het zien van de hoofdpersoon. Een film die het erg moet hebben van de interacties tussen de personages. Dat komt ook wel oprecht over, en is in bepaalde gevallen ook best ontroerend, met name wat betreft het oude stel.
Helaas heeft de film wel degelijk inkakmomentjes, en visueel is de film ook behoorlijk dor. Eén moment staat me wel bij, met de intercom, maar voor de rest gebeurt er visueel maar weinig. Jammer, want dat helpt soms om door de momenten die plottechnisch wat saaier zijn heen te raken.
Omdat de film qua plot dus ook niet volledig weet te boeien, valt de score nogal laag uit. 1,5*.
Himizu (2011)
Alternatieve titel: ヒミズ
Wederom een sterke Sono die echter niet boven de 4* uitkomt.
Sono lijkt met zijn latere films steeds evenwichtiger te worden. Nog steeds de ongelooflijke intensiteit van de eerdere films, maar het voelt allemaal veel realistischer aan. Ik vraag me af hoe ik zou reageren als ik door mijn ouders verstoten zou worden. Het drama komt in ieder geval erg sterk op me over, waarbij ik in tegenstelling tot velen hier geen moeite heb met het geschreeuw. Sterker nog, het voedt de intensiteit alleen nog maar extra op. De eindscene is dan ook overweldigend. Dit is overigens ook de eerste film die ik heb gezien waarin gerefereerd wordt naar de tsunami en Fukushima. Ik gok dat er in de toekomst nog velen zullen volgen, het verbaast me eigenlijk dat dit pas de eerste is.
Ook deze Sono heeft een soundtrack die veel klassiek bevat. Het Requiem van Mozart past perfect bij de desolaatheid van de verwoesting die de tsunami heeft achtergelaten. Alleen jammer dat het steeds voor de koorinzet wordt afgebroken. Bovendien werd het wel erg vaak herhaald, in zo'n mate dat ik bang begon te worden dat het me op een gegeven moment de keel uit zou gaan hangen en dat zou ik zonde vinden, want het is een mooi stuk. Dat is niet gebeurd, maar ik weet wel dat ik deze film voorlopig niet moet herzien, want dan zou dat alsnog kunnen gebeuren. Het gebruik van het Adagio for Strings van Barber vind ik een cliché (ik weet het, het wordt ook in Reconstruction gebruikt, en die heb ik in mijn top 10), maar hier werkte het wonderlijk genoeg wel. In de eerste plaats omdat het na al die Mozart herhalingen erg verfrissend aanvoelde. In de tweede plaats omdat het hier niet op mij overkwam alsof het gebruikt werd om de kijker vooral in het gezicht te smijten hoe dramatisch het allemaal wel niet is wat er te zien is. Wat er te zien is, is al zo ontzettend intens, dan voelt het Adagio niet aan als een trucje, eerder als iets dat er perfect bij past. Ik had niet verwacht een film te treffen waarbij ik me niet zo storen aan het gebruik ervan, maar Sono slaagt er toch in. Verdere soundtrack bevat vooral veel distortion, wat ook erg bijdroeg aan de beklemmende sfeer. Beelden waren degelijk, verder niet heel erg bijzonder.
Uiteindelijk blijft deze Sono toch ook op 4* steken, en dat komt vooral door het overgebruik van Mozart. Jammer. Desalniettemin, deze film doet me zeker verlangen naar nieuw werk van Sono, en dat is veelzeggend.
Hiso Hiso Boshi (2015)
Alternatieve titel: The Whispering Star
De laatste van de vijf films die Sion in 2015 uitbracht die ik nog moest zien. Op één na waren de andere films degelijk, maar haalden niet het niveau van zijn betere films. Dat doet The Whispering Star wel, en ook nog eens ruimschoots. Met afstand zijn mooiste film, waarbij ik wil benadrukken dat dat bij mij niet betekent dat het zijn beste film is, want Guilty of Romance en Why Don't You Play in Hell? zijn geduchte concurrenten, die zich echter op respectievelijk waanzin en prettig gestoorde humor richten.
The Whispering Star richt zich meer op poëzie en verstilling. Er wordt niet gesproken, hooguit gefluisterd. Er gebeurt weinig en wat er gebeurt vind plaats in een zeer laag tempo. Een recept voor verveling, en al moet ik toegeven dat ik naar het einde toe het wat moeilijker kreeg, heb ik vrijwel de hele film gebiologeerd gekeken naar de prachtig gestileerde beelden. Op één kort shot na volledig in sepia, waarbij ik me afvraag of Sono geïnspireerd was door films als The Red Spectacles en Avalon van Oshii. Maar misschien liggen de inspiratiebronnen elders. Elders op internet zag ik bijvoorbeeld een recensie waarin de film een mix tussen Tarkovski en Futurama genoemd wordt.
Ook veel schoonheid in het uitgangspunt: een robot die de intergalactische post bezorgt in een ruimtevoertuig in de vorm van een huis, en daarbij voornamelijk vrijwel verlaten planeten bezoekt. De omgeving van Fukushima vormt kennelijk het decor voor die planeten. Opmerkelijk toch dat Sono tot nu toe de enige regisseur is die de tsunami (in Himizu) en de nasleep in Fukushima aanstipt. Althans de enige regisseur waar ik weet van heb. Ondanks de verwildering weet Sono toch de schoonheid op het scherm te toveren.
De laatste bezorglocatie is enigszins afwijkend, want in het universum van de film een planeet waar veel mensen wonen. Het decor wordt deze keer niet door Fukushima gevormd, maar is erg abstract met alle geprojecteerde schaduwen. Misschien uiteindelijk de mooiste scène, mede met dank aan de verstilde muziek van De Lalande, te weten het deel Tombeau pour Monsieur Lully uit het werk Leçons de Ténèbres. Ik moet zeggen dat ik nog nooit eerder wat van deze componist heb gehoord, dus een fijne kennismaking.
Voor de rest is de muziek erg spaarzaam. In de eerste helft van de film komt hetzelfde stuk van De Lalande ook voorbij; iets meer tegen het einde van de film horen we nog even het Ave Maria van Bach/Gounod. Kortom, zoals vanouds klassiek in een film van Sono, maar eens een keer een erg originele keuze met vrij onbekend werk in plaats van bijvoorbeeld Beethoven.
Kortom, veel schoonheid in zowel beelden, als plot en muziek. De algehele sfeer is er één van eenzaamheid en nostalgie, dat laatste ook getuige de aankleding van het ruimtevoertuig waarbij de computer eruit ziet als een computer uit een jaren 60 film, en waarbij het stuurwiel kennelijk een stuurwiel van een oud zeilschip is.
Uiteindelijk kan ik niets anders concluderen dat dit echt een pareltje is. En hele dikke 4,5*, wellicht ooit nog eens meer na een herziening.
Hobo with a Shotgun (2011)
Technicolor ... check,
Slecht acteerwerk ... check,
Verrotte samenleving ... check,
Geflipte personages ... check,
Flink over the top ... check.
Het voelt enigszins ironisch aan, Hauer die ooit Floris en De Soldaat van Oranje was, die nu een vieze oude zwerver speelt. Al zien z'n tanden er iets te goed uit om echt geloofwaardig als zwerver over te komen.
Gezien de checklist hierboven een typische exploitation film, die het moet hebben van de inventieve manieren waarop gemoord wordt, al is daar vaak niet veel van te zien. Aardig is de Bumfights referentie. Ik weet nog dat dat een item was toen ik eerstejaars student was.
De film valt verder allemaal niet erg serieus te nemen (wat ook moeilijk is met het verplicht slechte acteerwerk). Alles is allemaal behoorlijk overdreven, met name de twee Darth Vaders, maar dat zorgt er wel voor dat het redelijk vermakelijk is, ondanks dat het verloop redelijk voorspelbaar is.
Het mag soms aangedikt slecht zijn, omdat dat nu eenmaal bij het genre zou horen, minder had ook wel gemogen. Omdat genoeg betere films die in dezelfde vijver vissen ken, neem ik dit ook mee in de score. 2*.
Hogar (2020)
Alternatieve titel: The Occupant
Ondanks een interessant uitgangspunt (dat enigszins aan Parasites doet denken) toch wel matig en dat heeft denk ik met name met het tempo en met timing te maken. Het komt allemaal langzaam op gang en echt spannend wordt het niet ondanks enkele duidelijke kunstgrepen zoals de interactie met de tuinman. De film laat je verder ook maar weinig meeleven met de personages of het nou de hoofdpersoon betreft of zijn slachtoffer(s). Audiovisueel ook verder maar matigjes en dan blijft er niet veel over. Het enige positieve is dat het plan van de hoofdpersoon slaagt zonder repercussies. Vaak gooien de makers er toch nog een moraalles achteraan, maar dat blijft dus gelukkig achterwege. Het redt de film van de laagste waardering. 1* dus.
Hôhokekyo Tonari no Yamada-kun (1999)
Alternatieve titel: My Neighbors the Yamadas
Al een tijdje genomineerd om te herzien, maar na Kaguyahime no Monogatari, die in zekere zin een soortgelijke stijl heeft, was er geen ontkomen meer aan.
Het eerste wat aan deze film opvalt is die stijl. Ogenschijnlijk erg simplistisch, schetsmatig en minimalistisch, maar bevat wel alles wat essentieel is. Het is eerder opgemerkt, soms zijn het maar een paar lijntjes, maar wel voldoende om alles precies herkenbaar te maken. En dan ineens een paar scènes waar een ontzettend weelderige en vloeiende animatie zich laat kennen. Erg interessant.
Verder mooie muziek, waarbij klassiek niet overgeslagen wordt. Leuk om Chopin en Mahler voorbij te horen komen, naar de laatste wordt ook gerefereerd, waardoor je het gevoel krijgt dat Takahata er misschien ook echt affiniteit mee heeft. De overige muziek mag er ook zijn, met name de koekoek-muziek was dikwijls bijzonder goed op z'n plaats.
Het verhaal is nogal episodisch, en gaat over een Japans modaal gezin. Het sprak me wat meer aan dan de vorige keer dat ik deze film zie. Ik kon er in ieder geval genoeg in herkennen, mooi zo'n scène waar vader niet de grote held is als er hangjeugd herrie trapt, en vervolgens wegdroomt dat hij een held is die z'n gezin redt. Wie heeft nou niet zulke dagdromen? Prachtig uitgevoerd. Verder kenmerkt de film een droog soort humor, waar ik ook echt om kon lachen. Apart, want daar kon ik me weinig van herinneren van de eerste kijkbeurt. Mijn favoriete personage is denk ik de dochter, die grappig genoeg op dezelfde manier "geboren" wordt als de hoofdpersone uit Kaguyahime no Monogatari.
Ruim vier jaar sinds de eerste kijkbeurt en de film is zeker gegroeid. Of ben ik gegroeid? Voor nu in ieder geval een halfje erbij, maar de film zit dicht bij nog een halfje extra. Misschien over nog eens vier jaar. 4*.
Holidate (2020)
Als de humor van laxeerpillen moet komen weet je dat het goed mis is. Een bijzonder flauwe romantische comedy met behoorlijk slecht uitgevoerde dialogen. Dat was nog wel het meest opvallend, er vallen voortdurend kleine pauzes in de dialogen wat het geheel onbedoeld erg ongemakkelijk maakt. Ik wijt het aan een slechte chemie tussen de acteurs.
Maar goed, het plot zelf is ook behoorlijk matig. Het is allemaal erg voorspelbaar en veel clichés vliegen ons om de oren. Natuurlijk zit er een scène in waarin één van de hoofdrolspelers een hele mensenmassa stil krijgt om de andere hoofdrolspeler de liefde te verklaren met veel oehs en ahs van de massa bijvoorbeeld. En tenslotte veel sidekicks die totaal niets toevoegen. Zo'n zwarte panter... De tante heeft nog het meest, maar het voelt allemaal veel te makkelijk aan.
Ik kan hier werkelijk niets mee. 0,5*.
Hologram for the King, A (2016)
Een soort Saoedische Lost in Translation maar dan met minder onbegrip voor de onbekende cultuur. Tom Hanks is zoals hij altijd is, de humor komt meer van Elba als taxichauffeur. Het liefdesplot voelt een beetje onwaarschijnlijk aan, maar soort verder weinig. Een film die uiteindelijk weinig zegt, maar wel prettig wegkijkt. 2,5*.
Home Again (2017)
Een draak van een film. De omschrijving is komedie, maar ik heb eigenlijk geen humor in deze film kunnen ontdekken. Wel twee kindjes wiens karaktertjes overdreven volwassen reageren (met "wereldwijze" monologen, waarop de jongere zus met rollende ogen reageert), wat totaal ongeloofwaardig aanvoelt gezien hun leeftijd. Maar blijkbaar moet dat voor grappig doorgaan.
Verder dus de verwikkelingen van de hoofdpersone met drie jonge mannen en haar ex. Er zijn enkele conflicten, met de ex, maar ook met de jonge man waarmee ze aanpapt. Vooral van de laatste kan je alles uittekenen. Het onverantwoorde gedrag waarbij zijn geliefde op de tweede plaatst staat is al in zoveel eerdere films vertoont. En natuurlijk komt er het berouw en doet hij het juiste in een volgend soortgelijk moment, en dan moeten wij als kijkers natuurlijk geloven dat hij voorgoed ten goede veranderd is. Wat een cliché! En ook de scheiding met de ex gaat uiteindelijk superharmonieus. Het is allemaal maar weinig geloofwaardig.
Kortom, echt schuren doet de film nooit, dus interessant wordt het op geen moment. Dat zou totaal niet erg zijn als de film het label "komedie" maar waar had kunnen maken, maar qua humor schiet de film dus al helemaal te kort. Ik kan niets anders dan deze film het absolute minimum geven: 0,5*.
Home Alone (1990)
Voor mij was dit ook alweer meer dan 15 jaar terug, wellicht zelfs 20 jaar geleden. Ik herinnerde me vooral de strijd tussen jochie en bandieten, maar dat blijkt slechts een kort gedeelte aan het einde te beslaan. De rest van de film bestaat uit incompetente ouders, een jochie dat veel te wijs(neuzerig) voor zijn leeftijd is en veel kerstgeslijm op muziek van Williams (die verre van mijn favoriete filmcomponist is). Niet veel aan dus. De strijd aan het einde is wel leuk, een beetje Tom en Jerry achtig qua impact op de bandieten, die soms ook net zo schreeuwen als Tom wanneer Jerry hem met een grote hamer op de tenen mept. 1,5*.
Home Alone 2: Lost in New York (1992)
Merry Christmas, you filthy animal.
Net als het eerste deel heb ik deze film meer dan 10 jaar, wellicht zelfs meer dan 15 jaar geleden voor het laatst gezien. Ik herinnerde me er dan ook maar weinig van, behalve dan dat Trump een cameo had, omdat de opnamen in één van zijn hotels plaatsvonden.
Kort samengevat is dit afgezien van de setting een regelrechte kopie van het eerste deel. Precies hetzelfde patroon: jochie raakt familie kwijt, ontmoet een eng persoon, heeft een wijze levensles voor de enge persoon, komt bandieten tegen, verdedigt zich met boobytraps, wordt uiteindelijk door de bandieten gegrepen, maar gered door de enge persoon.. En ook deze film laat een fragment zien van een fictieve film. In de eerste film was dat Angels with Filthy Souls, kennelijk een parodie op Angels with Dirty Faces. De bovenstaande quote komt uit de fictieve film in deze film, Angels with Even Filthier Souls een vervolg op de fictieve film uit het eerste deel. Vanwege de herhalingsoefening het hoogtepunt uit de film, wat natuurlijk niet echt een aanbeveling is. 1*.
Honey Boy (2019)
Deze film voelt aan als een therapeutische sessie en als je na afloop bij de credits ziet dat het script geschreven is door LaBeouf, dan weet je hoe laat het is: het is (semi)biografisch en vast onderdeel van het verwerken van een jeugdtrauma, wat inderdaad zo blijkt te zijn.
Het probleem van deze film is dat een dergelijk verhaal al in zoveel andere films en verhalen verteld is. Er zijn zoveel mensen die door hun ouders getraumatiseerd zijn, en soms is dat omdat de ouders zelf getraumatiseerd zijn. Je hoeft bijvoorbeeld alleen maar te kijken naar verhalen van de nakomelingen van holocaustoverlevers. Dit is slechts nog een zo'n verhaal (zij het met een oorlogsveteraan als vader), maar dan met een hoofdpersoon die mij totaal niet aanspreekt (ik heb echt helemaal niets met LaBeouf), maar ook omdat het karakter van zijn vader erg matig uitgewerkt wordt.
Er wordt een poging gedaan om interessant camerawerk te produceren, wat ik an sich kan waarderen, maar ook daar weet de film niet te overtuigen. Het enige positieve dat ik kan noemen is dat LaBeouf een sterke rol neerzet. Ik vind hem een erg matige acteur, maar dit doet hij goed. Waarschijnlijk omdat het voorbeeld voor de rol zijn eigen vader is.
Wellicht is dit wel iets voor fans van LaBeouf, maar ik vind noch hem, noch deze film als therapeutische sessie interessant. Vanwege de poging tot artistieke beelden niet het absolute minimum. 1* dus.
Honey, I Shrunk the Kids (1989)
Geen jeugdsentiment voor mij, want dit is de eerste keer dat ik de film zag. Maar ik zie wel dat het voor die tijd een behoorlijke indruk gemaakt moet hebben op kinderen. Het gegeven is leuk, door de hoofdpersonages veel te verkleinen wordt hun wereld natuurlijk veel groter, en ga je dingen compleet in een ander perspectief zijn. De film speelt er een beetje mee, al gaat het natuurlijk niet te diep en al zien de effecten er tegenwoordig behoorlijk brak uit. Maar gezegd moet worden dat een film als Minuscule - La Vallée des Fourmis Perdues de wereld op eenzelfde schaal laat zien en dit op een veel leukere en vooral fraaiere wijze doet. Vervelend was dit toch ook weer niet waardoor ik op 2* uitkom.
Hope (2016)
Alternatieve titel: The Hope Affair
Een telefilm, dus esthetisch wordt het nergens. Maar met name het hoofdpersonage maakt het bijzonder lastig om de film uit te kijken (wat ik uiteindelijk wel gedaan heb). Vol met naïeve idealen die op prekerige toon uitgedragen worden. Maar voor zover ze serieus te nemen zijn (want de bankierswereld lijkt me inderdaad niet echt een prettige wereld), wordt dat teniet gedaan door de geëtaleerde biologische driften van het hoofdpersonage, met als gevolg dat het hoofdpersonage met open ogen vol het ravijn inrijdt. Daar kan ik altijd slecht tegen bij films of ze nu wel of niet op de werkelijkheid gebaseerd zijn. Misschien dat het anderen aanspreekt, maar mij totaal niet. Ik kan hier echt niets mee. 0,5*.
Hope Springs (2012)
Aardig als tussendoortje, maar meer niet. Audiovisueel sprankelen doet de film niet, maar moet het vooral hebben van het plot en acteerwerk. Het laatste is zeker in orde, inclusief Steve Carell, die ik niet in een wat serieuzere rol had verwacht.
Het is ergens verfrissend om een film over oudere mensen te zien; de meeste films gaan toch over jongere mensen. De huwelijksperikelen wekken af en toe een glimlach op, maar echt humoristisch is de film nooit. Het wordt allemaal degelijk uitgewerkt, voelt ook best realistisch aan, maar landt uiteindelijk zoals verwacht neer op een feel-good einde. Allemaal niet erg opzienbarend, en ik verwacht over een maand het meeste alweer vergeten te zijn. 2*.
Horrible Bosses (2011)
Horrible bosses, horrible movie.
Echt het enige dat leuk aan deze film is, is de rol van Spacey. De hoofdpersonages zijn helaas niet al te snugger en vooral erg onhandig, wat zorgt voor de nodige plaatsvervangende schaamte. Dit is typische Amerikaanse humor, een serie als Friends moet het ook vaak van de plaatsvervangende schaamte hebben, terwijl ik daar juist niets van moet weten. Ik vind er gewoon niets aan, maar ik begrijp dat ik wat dat betreft tot de minderheid behoor.
Audiovisueel verder ook niets bijzonders, gewoon standaard gefilmd, en dan blijft er weinig over. Een halfje bovenop het minimum voor Spacey: 1*.
Hors de Prix (2006)
Alternatieve titel: Priceless
Niemendalletje. Vooral gekeken vanwege Tautou, die voor de verandering eens een keer een minder sympathieke rol speelt. Haar mannelijke tegenspeler oogt een beetje suf, wat enerzijds past bij de naïviteit van zijn rol, maar anderzijds heb ik het idee dat het daardoor niet helemaal wil spetteren wat de chemie tussen de personages betreft. Het uitgangspunt van de film is in ieder geval origineel, maar het einde voelt niet helemaal geloofwaardig aan. In dit soort romantische komedies is het natuurlijk regel dat ze voor elkaar kiezen op het einde, maar zeker voor Tautou’s personage zie ik niet bepaald een reden om haar levensstijl op te geven voor iemand die toch een beetje een sulletje is. En daar ervaar ik dus precies het gebrek aan chemie. De film kijkt verder wel prettig, en Tautou heeft ook in deze film de nodige charme, maar dat tilt het geheel niet boven de middelmaat uit. 2,5*.
Hoshi o Ou Kodomo (2011)
Alternatieve titel: Children Who Chase Lost Voices from Deep Below
Zo, wat heb ik hier naar uitgekeken. De vorige films van Shinkai waren werkelijk oogstrelend, hij speelt werkelijk schitterend met lichtval en kleurschakeringen, en in z'n laatste film leek hij een beetje de naïviteit verloren te zijn, dus de verwachtingen waren behoorlijk hooggespannen. Zeker als je hoort dat het plot aan Laputa zou herinneren, een film die ik werkelijk fantastisch vind, maar die als enig minpunt heeft dat het duidelijk visueel verouderd is. Dus tel het avontuur van Laputa bij de visuele schoonheid van Shinkai op en je begrijpt dat ik hoopte op een film waar ik de maximale score aan kan uitdelen.
Helaas lopen dingen soms anders in het leven. Eén ding is zeker: visueel teleurstellen doet Shinkai niet. Integendeel, het mag al een tijd geleden zijn dat ik z'n vorige film zag, maar voor zover mijn herinneringen kloppen is Hoshi o Ou Kodomo zelfs nog mooier dan 5 cm/s. Werkelijk een lust voor het oog. Het grote pijnpunt zit hem echter in de muziek en vooral hoe die gebruikt wordt. Elk moment van drama wordt nog eens extra aangedikt door de muziek die daarbij flink op de voorgrond treedt. Over subtiel gesproken. Je moet het zielig vinden, daar is geen twijfel over!! Een soortgelijk verhaal geldt bij de actiemomenten waarbij de titel Pirates of the Caribbean soms in me opkwam. Jammer, het verpest echt een hoop voor mij.
Komen we bij het verhaal. Inderdaad, de link naar Laputa is snel gemaakt. Ook hier een vreemde wereld waarnaar op zoek wordt gegaan, de clavis doet herinneren aan de steen die leidt tot Laputa en eén van de Quetzalcoatls doet zelfs ook een beetje denken aan de robots uit Laputa. Wat echter voor mij onverwachter was, en ook een beetje onaangenaam, is dat er volgens mij ook flink gekeken is naar Fullmetal Alchemist: Het opzoek gaan naar een manier om de doden op te wekken, het principe van gelijkwaardige ruil, lichaamsdelen die genomen worden als de ruil niet gelijkwaardig blijkt te zijn, de bloedzuiger-wezens lijken afgekeken te zijn van de mensenzielen die de steen der wijzen vormen, en de ogen op de ark Shakuna Vimana komen ook bekend voor. Verder een aantal personages die niet echt weten wat ze willen, een aantal bijfiguren die niet bijdragen aan de coherentie en je hebt een film te pakken die de vreselijk muziek niet weet te compenseren met een meeslepend en sterk plot. Goed, daar blonk Beyond the Clouds nu ook niet echt in uit, dus zo zwaar wil ik er ook niet aan tillen, maar wat plot en personages betreft wint Laputa het wel dik, om maar eens de vergelijking met een andere avonturenanime te trekken.
Voor mij ondanks de prachtige beelden duidelijk de minste Shinkai. Hij doet er wat mij betreft goed aan om die componist van hem, Tenmon, die ook 5 cm/s met dat afschuwelijke liedje op het einde heeft verpest, eruit te gooien. Er zijn genoeg Japanse filmcomponisten die wel mooie muziek kunnen schrijven. Hopelijk gebeurt dat nog, want deze film heeft er niet voor kunnen zorgen dat mijn interesse in volgende projecten van Shinkai is afgenomen. Want ondanks de kritiek blijft het een belevenis, al is het maar om de beeldenpracht. 3,5* is het eindoordeel. Lager kan en wil ik niet gaan.
Hot Chick, The (2002)
Ooit toen ik nog student was met mijn huisgenoten gezien, en er toen smakelijk om gelachen. Deze film heeft het blijkbaar nodig dat je hem met anderen kijkt en dat iedereen flink melig is, want zonder een dergelijke entourage blijft er helaas weinig van over.
Destijds kon ik het wel waarderen, de strapatsen van Schneider die een meisje uitbeeldt dat gevangen is in het lichaam van een man. Het verleidelijk eten van ijs etc. Het kwam nu toch stukken minder overtuigend over, en de humor is ook bijzonder flauw. Plat ook, maar dat hoeft geen bezwaar te zijn, maar als de timing faalt, is er weinig te genieten. Aardig rolletje wel voor Sandler, met name met de trommels, voor de rest af en toe een glimlach, maar vooral een gaap. 1*.
Hot Gimmick: Girl Meets Boy (2019)
Alternatieve titel: Hotto Gimikku: Garu Mitsu Boi
Visueel een erg mooie film die inderdaad sterk gemonteerd is. Maar op andere vlakken schiet de film toch wat tekort, met name wat het plot betreft wat gewoon te melodramatisch is. We krijgen heel wat voor de kiezen: meerdere jongens die misbruik (proberen te) maken van de naïeve hoofdpersone, die erg bezig is zichzelf te vinden, waarbij blijkt dat broer geadopteerd is, en met huwelijksperikelen van de voornamelijk afwezige ouders van sommige karakters. Veel navelstaarderij van de hoofdpersone, wat logisch is voor scholieren; het zal me zeker aangesproken hebben toen ik nog op school zat, maar nu staat het vrij ver van me af.
De stijl van de soundtrack is grotendeels aardig, al is het soms wat aanwezig, met name aan het begin en het einde, waar de karakters ook nogal (te) druk zijn. Wat jammer is, dat de melodieën die de revue passeren nogal clichématig zijn: Altijd is Kortjakje Ziek, Canon van Pachelbel, Für Elise van Beethoven. Dat doet toch wel afbreuk.
Goed, maar het visuele maakt veel goed, daar heb ik gewoon een zwak voor, waardoor ik op 3,5* uitkom.
