• 15.742 nieuwsartikelen
  • 177.925 films
  • 12.203 series
  • 33.971 seizoenen
  • 646.932 acteurs
  • 198.972 gebruikers
  • 9.370.316 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Chainsaw als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Little Miss Sunshine (2006)

Heerlijke roadmovie. Bijzonder hoe een film over zelfmoord, depressie, gebroken dromen en de dood zo'n enorme feelgood film is. Faris en Dayton weten, een beetje in de lijn van Todd Solondz, op perfecte manier zwarte en gortdroge humor te combineren met aangrijpend drama. Soms hartverwarmend, soms heerlijk awkward. Ook qua toonsetting en sfeer heeft de film wel wat weg van het werk Solondz of films als American Splendor en Ghost World. Films waarbij je als kijker soms voor het vreemde dilemma staat of je nu moet lachen of huilen. Ook dat wordt in Little Miss Sunshine erg sterk doorgevoerd. Ze hebben verder een interessante cast verzameld, waar verscheidene namen echt aangenaam weten te verrassen. Met name Steve Carrell wist zich in Little Miss Sunshine voor het eerst los te maken van enkel komische rollen, maar ook een Abigail Breslin of Toni Collette zijn ijzersterk. Tel daar nog een paar erg geslaagde bijrollen bij op en je hebt een film die je niet snel vergeet.

4,5 sterren.

Little Monsters (2019)

De zombiekomedie is nog lastiger dood te krijgen dan de ondode antagonisten zelf. Neem alleen dit jaar al: Jim Jarmush kwam met The Dead Don’t Die en over enige tijd zien we Woody Harrselson en vrienden terugkeren in Zombieland: Double Tap. Tussen die twee is hier Little Monsters. En nee, dat is niet een remake van die film met Fred Savage en Howie Mandel. Het is de tweede horrorfilm van 2019 voor Lupita Nyong’o, die eerder dit jaar nog een fantastische rol had in Us. Alle mannelijke personages die juffrouw Nyong’o zien lijken meteen als een blok voor haar te vallen en ik snap heel goed dat je meteen verliefd op haar kan worden. Juf Caroline straalt, zingt, zorgt en als puntje bij paaltje komt schopt ze ook nog een heleboel kont. Het is misschien een minder diepgaande rol dan in Us, maar alsnog laat Nyong’o zich van haar beste kant zien.

Maar ze is niet de enige, ook Alexander England - de échte hoofdrolspeler van de film - is sterk als sympathieke egoïst en idioot. Verder zit de film naast levende doden ook vol met kleine kinderen en ook deze doen het stuk voor stuk enorm leuk. Het jochie dat het neefje van England speelt is énorm aandoenlijk en de kids doen voortreffelijk werk. En zelfs Josh Gad - de komiek met het motto ‘hoe harder ik schreeuw, hoe grappiger ik ben’ - is zelfs aardig op zijn plaats. Toegegeven, hij wordt iets teveel gebruikt, de momenten met hem gaan iets te lang door. Maar alsnog is hij verantwoordelijk voor een paar hele geestige momenten. Wie een brute horrorfilm verwacht kan bedrogen uitkomen. Sure, er is de nodige gore, maar Little Monsters is toch vooral een komedie. Hier en daar zit een vleugje drama en de film kent een paar aardige bloederige taferelen, maar het is vooral een hoop slapstick en erg leuk gekibbel tussen een boel kleurrijke personages.

Little Monsters is niet vernieuwend, daarvoor zijn er teveel zombiekomedies als dit gemaakt. Maar Abe Forsythe doet wel heel veel goed. Qua timing, personages, sfeer; het klopt allemaal. Het zijn niet non-stop enorm hoogstaande grappen die op je worden afgevuurd, maar ik heb anderhalf uur met een grote grijns zitten kijken. Een film - en een poster - om heel vrolijk van te worden.

4 sterren.

Little Rascals, The (1994)

Alternatieve titel: De Boefjes

Snap dat dit je als kind uitstekend weet te vermaken. The Little Rascals is op zich ook geen onaardige kinderfilm. Ook best een uitdaging van Spheeris om praktisch enkel met kleine kinderen te werken. Maar gelukkig is het eindproduct duidelijk voor een hele jonge doelgroep en die zullen zich zonder enige twijfel amuseren. Veel brave grappen, die vooral bestaan uit achtervolgingen die versneld worden afgespeeld, pestkoppen die in de modder vallen en kinderen die 'o darn' roepen. Wel vrij duidelijk dat de inspiratie van deze film uit de jaren 30 stamt. Maar ach, het heeft z'n charme.

2,5 sterren.

Little Shop of Horrors (1986)

Een verfilming van de musical Little Shop of Horrors, die op zijn beurt weer is geïnspireerd op de kluchtige horrorfilm van Roger Corman uit 1960. Het verhaal is vrij identiek aan die film van Corman, met het grote verschil dat deze film dus vol zit met liedjes. En opvallend leuke en catchy liedjes. De titelsong is meteen een lekkere binnenkomer. Er volgen nog meerdere goede nummers, maar het met voor een Oscar genomineerde Mean Green Mother From Outer Space is wel een hele lekkere. Dit is vooral te wijten aan de fantastische stem van Levi Stubbs. Met zijn stem en het poppenwerk van een hoop vaklui die onder meer ook aan The Muppets werkten is plant Audrey II echt de grote ster van de show.

Een andere nominatie voor ster van de show is Steve Martin als heerlijk dik aangezette bad boy annex tandarts. Hoe hij op een gegeven moment met zijn motor een steeg binnen komt vliegen is hilarisch. Want sure, Rick Moranis en Ellen Greene spelen prima hoofdrollen, maar Martin trekt de aandacht. Het is vooral leuk om te zien hoe in de bekende tandarts-scène - de scène in het origineel met Jack Nicholson - Bill Murray ineens komt opduiken. De twee komieken lijken al worstelend op een tandartsstoel bijna een wedstrijdje te doen wie de show het meest kan stelen. Toch kan geen van hen winnen van de mensetende plant met kwaadaardige plannen. Daarover gesproken; aan iedereen het advies om de versie met het originele einde te bekijken. Het einde van de bioscoopversie - dat gemaakt moest worden omdat een testpubliek weer eens teveel zeggenschap kreeg - is waardeloos.

3,5 sterren.

Little Shop of Horrors, The (1960)

Als ik soms een heel weekend geen hol heb uitgevoerd, bedenk ik me op zondagavond: ‘Weet je, Roger Corman had in deze tijd een hele speelfilm kunnen maken’. Dat Little Shop of Horrors uit 1960 slechts in twee á drie dagen is gemaakt is bijzonder. Het is de film wel aan te zien, want alles is grotendeels op één locatie opgenomen en de film bevat veel dialoogscènes in tegenstelling tot actiescènes. Niet heel vreemd dus dat de film later werd bewerkt voor het toneel en er een bekende musical op poten werd gezet. Eentje waar in 1986 een filmversie van werd gemaakt door Frank Oz.

Ondanks de premisse van een mensetende plant en het woord Horrors in de titel, is er niet heel veel horror aan Little Shop of Horrors. Het is vooral een komedie en eentje die soms meer neigt naar een klucht. Maar dan wel een hele leuke. De film kent een hoopje sympathieke acteurs, waaronder een bloem-etende Dick Miller. De bekendste rol is het kleine bijrolletje van Jack Nicholson, die vervolgens op tig dvd-uitgaves van deze film op de cover kwam te staan. Dit korte intermezzo met een masochist bij de tandarts heeft verder niets met het verhaal te maken, maar het is wel geestig. En dat geldt voor de hele film. Rondom de finale begint de film ondanks zijn 70 minuten speelduur een beetje te trekken, maar de lollige typetjes, lekker vlotte dialogen en fijne knulligheid maken de film bijzonder sympathiek.

3,5 sterren.

Littleman (2006)

Alternatieve titel: LiTTLEMAN

Net als je dacht dat je na Date Movie alles wel gezien had. Krijg je dit.

Het lijkt behoorlijk hard achteruit te gaan met de Wayans broers. Oké, hun vorige producties waren ook nergens hoogstaand of hilarisch, maar daar was van tijd tot tijd tenminste nog wel een beetje om te lachen. In tegenstelling tot Little Man, wat niet meer is dan één grote pot ergernis en irritatie. Het uitgangspunt is natuurlijk al te dom voor woorden, maar het bleek verbazingwekkend allemaal nóg erger te kunnen. Een gigantische serie domme en uiterst flauwe grappen over poep, pies en scheten passeren de revue en uiteraard krijgt iemand om de tien minuten een voorwerp keihard in zijn kruis. Ja, Little Man zal vast hilarisch zijn als je vier jaar oud bent.

Naast het belachelijke script (waar schijnbaar drie Wayans- broers voor nodig waren om het in elkaar te zetten) zijn de acteurs ook vreselijk ergerlijk. De 'grote' Wayans laat zien echt niet te kunnen acteren en de kleine Wayans doet niets meer dan wat rare bekken trekken in de hoop zo lollig te zijn. Missie mislukt. En ook de rest van de cast bakt er bijzonder weinig van; zelfs lui als Dave Sheridan, John Witherspoon en Fred Stoller, normaal best goed voor een lach, weten deze film niet te redden. Staat volkomen terecht in de bottom 100 van Imdb. Mag op Moviemeter ook snel gebeuren, dat dit boven de 3 sterren komt is natuurlijk bespottelijk. Ik wens alle mensen die dit gedrocht nog gaan kijken alvast alle sterkte toe.

0,5*

Live Free or Die Hard (2007)

Alternatieve titel: Die Hard 4.0

Geregeld claimen mensen dat vanaf déze film de Die Hard serie enorm bergafwaarts ging. Ik heb zo het idee dat die mensen Die Hard 2 zijn vergeten en zich Die Hard 3 in hun herinnering veel mooier hebben gemaakt. Beide zijn prima actiefilms verder, net als deze. Er is niets uitmuntends, vernieuwends of baanbrekends te vinden en Bruce Willis is al druk bezig met acteren op de meest slaapverwekkende automatische piloot aller tijden, maar qua vermakelijke en verzorgde actie doet de film weinig onder vergeleken met de vorige twee. Wel ontbreekt het aan wat kleurrijke personages. Men probeert nog wel wat met Long en Smith, maar het spat niet echt van het scherm. Meest krankzinnige is nog wel dat men Timothy Olyphant cast als schurk, maar hem schijnbaar hebben gevraagd om al zijn charisma thuis te laten. Was waarschijnlijk te duur.

3 sterren.

Loaded Weapon 1 (1993)

Alternatieve titel: National Lampoon's Loaded Weapon 1

Ik blijf wel een zwak houden voor dit soort films. De kans dat het niveau van een Naked Gun of Airplane! bij dit soort films wordt gehaald is vrij nihil, maar ze blijven iets sympathieks hebben. Heb ook bij Loaded Weapon 1 wel af en toe moeten gniffelen. Met Emilio Estevez heeft de film een fijne droogkloot als hoofdrolspeler en het is geestig om Samuel L. Jackson in zo’n rol te zien. Zijn mimiek in de momenten waarin hij een flashback krijgt of achter de assistent aanloopt zijn hilarisch. Is toch een andere Samuel L. Jackson dan die we daarna vooral te zien kregen. Het aantal écht geestige grappen is op één hand te tellen, maar er zijn genoeg geinige vondsten te vinden voor - op z’n minst - een brede glimlach.

3 sterren.

Loch Ness Horror, The (1981)

Alternatieve titel: Nessie

Je hebt lowbudget, je hebt no-budget en je hebt 'we zetten een dinosauruskop van papier-maché op een stok, blazen wat rook door z'n muil en slenteren daarmee het bos door'. Altijd geestig hoe bij dit soort films de poster meestal duizend maal meer epic is dan de uiteindelijke film, afgaande op de film krijg je nog enigszins wat spanning en sensatie. De film daarentegen is vooral druk met personages als een idiote Schotse John Carpenter, die enkel ouwehoert over het monster (of over onderzeeërs uit de Tweede Wereldoorlog). Van deze eeuwig lullende personages is de uit de kluiten gewassen sokpop die het monster van Loch Ness moet voorstellen nog het meest tweedimensionaal. Het beest komt heel soms in actie om mensen op de meest trage manier dood te bijten, gezien zijn bek alleen maar een beetje open en dicht kan. Daarna loopt het monster in z'n achteruit weer weg, want omdraaien kan ie ook niet.

1 ster.

Lock, Stock and Two Smoking Barrels (1998)

Alternatieve titel: Lock, Stock & Two Smoking Barrels

Kan mij helemaal aansluiten bij PatrickL. Zo zie ik mijn vermaak graag voorgeschoteld; een vlotte over-the-top actiefilm vol dolkomische personages, heerlijke humor en uitstekende actie. En dan is het ook nog eens erg mooi in beeld gebracht ook.

4 sterren.

Loenatik - De Moevie (2002)

Ben niet bekend met de serie, maar de film was in ieder geval leuker dan ik in eerste instantie had verwacht. Erg geestige personages met heerlijke over the top vertolkingen (Buijsman, van Waardenberg, Crommelin; stuk voor stuk erg sterk) en een script vol ongein en hilariteit. Loenatik zat goed in elkaar en wist niet te vervelen. Mooi voorbeeld van een film voor een grote doelgroep, zowel jong als oud kan hier prima van genieten.

3,5 sterren.

Logan (2017)

Na belachelijk geanimeerde klauwen in het knullige Wolverine Origins en het gezanik en gemiep in het matige The Wolverine is er dan eindelijk een échte Wolverine film. Eindelijk is daar een film die het personage - en de acteur die hem al die tijd met succes vertolkt - eer aan doet. Logan is de film waar menig fan al op zit te wachten sinds ze Hugh Jackman tekeer zagen gaan in X2. In Logan is Wolverine wie hij moet zijn; chagrijnig, bot en charmant en met woedeaanvallen, waarbij hij zijn klauwen flink aan het werk zet.

Het feit dat Logan Rated-R is, heeft er veel mee te maken. De 'fucks' vliegen je om de oren, het bloed stroomt als nooit tevoren en koppen en ledematen vliegen in het rond. Maar - wellicht nog belangrijker - de R-rating zorgt ervoor dat regisseur Mangold veel vrijer is. De film hoeft niet gemonteerd te worden voor jongeren van 16, die zich snel vervelen en - volgens de studio - om de 5 minuten een exploderende helikopter nodig hebben. Scènes mogen hier echt scènes zijn, de pacing en feel is anders dan een gemiddelde superheldenfilm en dus voelt Logan erg fris in een tijd waarin het superheldenfilms regent.

Een ander belangrijk element: Logan is simpel. Godzijdank! Superheldenfilms moeten steeds grootser, complexer en bombastischer worden (zoals X-Men: Apocalypse - het dieptepunt uit de franchise - vorig jaar nog liet zien). Logan is echter een roadtrip met ons hoofdpersonage, de oude Professor X en een klein mysterieus meisje. Daarover gesproken; uiteraard is Hugh Jackman fenomenaal in zijn rol en bereikt hij wederom hoogtepunten, maar enkel om Patrick Stewart is deze film al volledig de moeite waard. Compleet anders dan we hem eerder zagen als Charles Xavier zien we Stewart in een paar ijzersterke scènes die voor kippenvel en een brok in de keel zorgen. Enkel de chemie tussen Stewart en Jackman is al waardig om een volledige film omheen te breien.

Naast drie interessante hoofdpersonages is er ook een charismatische, eenvoudige bad guy. Boyd Holbrook speelt een fijne klootzak, die zich opvallend goed staande houdt tegenover Jackman en interessanter is dan de meeste bad guys die we de afgelopen jaren in superheldland voorbij zagen komen. En ook de actie en het spektakel is uitmuntend, duo Wolverine en X-23 zitten alles behalve stil. Logan is wellicht niet overal extreem vernieuwend, bepaalde gebruikelijke ingrediënten komen zeker voorbij, maar het voelt allemaal wel enorm fris. Maar Logan is vooral énorm goed gemaakt. Wolverine blijft één van de tofste superhelden aller tijden. En zijn zwanenzang is één van de beste superheldenfilms tot dusver.

4,5 sterren.

Logan's Run (1976)

Gedateerd en knullig, maar het heeft zeker zijn charme. Naast het feit dat de special effects en de andere vormen van knulligheid (die hilarische rijdende robots voorop) voor enig vermaak zorgen, is het uitstekende uitgangspunt absoluut het hoogtepunt van de film. Hoofdrolspeler York deed me hier overigens erg denken aan een combinatie tussen een jonge Jeff Bridges en Billy Zane.

Wat betreft goede ideeën, daar zit Logan's Run vol mee. De film bevat een prima sfeertje en aardig wat leuke vondsten, hoewel hier en daar misschien nog wel wat meer uit te halen viel. Ben dan ook best benieuwd of de remake nog doorgaat, denk dat dat met de juiste mensen aan boord nog best

wat kan worden.

3 sterren.

Lone Ranger, The (2013)

Zeker niet geweldig, maar heb wel het gevoel dat The Lone Ranger ietwat onterecht volledig met de grond gelijk is gemaakt. Waarom dit dé grote flop van het jaar moest worden en emmers kritiek moest slikken, terwijl de man van staal een mooie zomer kreeg, is mij nog altijd een raadsel.

Zoals te verwachten is de film sowieso veel te lang. En er had toch met veel gemak heel veel uitgehaald kunnen worden. Waarom bijvoorbeeld steeds terug snijden naar een oude Tonto? Sowieso waren die scènes vrij beroerd en haalde je continu uit de film. Irritant jochie ook. Verder had ik die vrouw en haar zoontje ook niet gemist. Vrij belabberde rollen en interessante scènes kwamen er niet uit voort. Nee, dan was William Fichtner toch veel beter op zijn plaats en stal zonder meer de show. Ook Depp doet weer zijn ding en ditmaal godzijdank minder vervelend als in een Alice in Wonderland. De keuze van Armie Hammer blijft nog steeds opvallend, naast dat ik nog nooit van 'm had gehoord, is hij eveneens een vrij charismaloos figuur. Niet helemaal je man om een film te dragen.

Verder is The Lone Ranger een constante mix van over de top actiescènes en droge humor, precies zoals we ze zagen in de Pirates of the Caribbean serie. Niet gek als regisseur, producent, schrijvers én acteur van die reeks hieraan werkte. En het is duidelijk te zien, alleen dus een stuk minder verrassend, scherp of zelfs vermakelijk als de eerste Pirates. Desondanks komen er gelukkig een paar amusante actiesequenties voorbij en met een bak popcorn op schoot is het allemaal prima door te komen. Wat dat betreft is deze 'ramp' helemaal zo rampzalig niet.

2,5 sterren.

Long Kiss Goodnight, The (1996)

Met regisseur Renny Harlin en scenarist Shane Black verwacht je op z'n minst een alleraardigst actiefilmpje. Niets blijkt jammer genoeg minder waar. Van overacterende bijrolacteurs tot een inwisselbare bad guy met wel erg weinig charisma. Het standaard script van The Long Kiss Goodnight stikt van de erg foute one-liners, belachelijke toevalligheden en debiele karakters. Positieve punten? Nou ja, naast een paar redelijke actiescènes weet Jackson (hoewel wederom op de automatische piloot) er nog enigszins wat van te maken. En de korte bijrollen van Morse en Cox waren op zich ook prima. Maar ja, als er aan het einde dan zo'n zeikerig, jankend kind bij moet worden gehaald voor wat extra sentiment, dan heb ik het erg snel bekeken.

2 sterren.

Long Weekend, The (2005)

Snap niet hoe men dit grappig kan vinden ...

De grappen zijn gigantisch voorspelbaar en werkelijk geen moment om te lachen en fatsoenlijk acteerwerk is ook ver te zoeken. Die vervelende homevideo's tusssendoor (die iedereen hier leuk schijnt te vinden) maakten het wat mij betreft alleen maar erger.

1,5 sterren, met veel moeite.

Look Who's Talking (1989)

Alternatieve titel: Daddy's Home

Een film die ik als kind vaak met plezier zag, maar bij een herziening zie ik nu pas dat de film eigenlijk helemaal niet voor kinderen is. De Baby’s Day Out- achtige poster en de premisse van een baby met een grappig stemmetje lijken gericht op een jong publiek, maar de doelgroep van deze romantische komedie is toch duidelijk voor twintigers en dertigers. De film vertelt over een alleenstaande moeder en haar zoektocht naar een ideale vader. Met grappen over seks, zwangerschap en belastingaangiftes. Ik denk dat de meeste grappen vroeger dan ook volledig aan mij voorbij gingen, ik zag vooral een film waarin Bruce Willis een baby - en later peuter - van een stem voorziet en met komische opmerkingen strooit.

Dat laatste werkt trouwens nog steeds. Willis werd door Die Hard wellicht een actieheld, maar daarvoor was hij vooral een komisch acteur. En hij doet het leuk, beter dan de Willis op automatische piloot, die we de afgelopen jaren vooral krijgen te zien. Ook prima zijn hoofdrolspelers Alley en Travolta. Noodzakelijk bij een film als dit is uiteraard de chemie tussen het hoofdstel en dat zit hier wel snor, ze lijken veel plezier te hebben in hun rol. Met Olympia Dukakis, George Segal, Abe Vigoda en Don S. Davis kent de film ook nog een paar geinig bijrollen. Hilarisch is Look Who’s Talking nooit. Zwaar ontroerend of stilistisch fascinerend ook geen seconde. Maar een sympathieke dertigers romkom over baby’s, seks en boekhouden is het wel.

3 sterren.

Look Who's Talking Now (1993)

Voor wie het na de herhalingsoefening getiteld Look Who’s Talking Too nog niet doorhad, de Look Who’s Talking franchise had duidelijk munitie voor slechts één romkom. Dat er na het succes van de eerste meteen een kopie wordt gemaakt als sequel is niet vreemd, denk aan een Beethoven’s 2nd of Home Alone 2. Beide series gingen daarna nog verder, maar geen van de originele castleden keerde terug. Dat is niet het geval bij deze derde Look Who’s Talking, zowel John Travolta als Kirstie Alley zijn weer van de partij, evenals een paar van de bijrolacteurs uit de eerste twee delen. Maar in plaats van een kind gaat het ditmaal om twee honden met stemmen van beroemdheden - in dit geval Danny DeVito en Diane Keaton. Bruce Willis en Roseanne Barr zijn niet meer nodig, de kinderen van Travolta en Alley kunnen inmiddels gewoon zelf praten.

Het zal niemand verbazen dat deze film over pratende honden anders voelt dan de vorige twee; Look Who’s Talking Now is veel meer een kinderfilm dan een romantische komedie voor dertigers, vol met seksgrappen. Look Who’s Talking Now is braaf en veelal flauw. Enige positiviteit valt er te halen uit de chemie van het gezin, Travolta en Alley zijn nog steeds een prima stel en de scènes met hun twee aardig gecaste kids zijn best oké. Maar als het Lady en de Vagebond- verhaal begint met de poedel en de straathond zakt alles naar een niveau Beethoven deel 5. Men haalt nog wel elementen uit de eerste film - als de relatieperikelen en droomsequenties - terug, maar de film focust vooral op honden en de kerstman. Look Who’s Talking Now is een onschuldig braaf familiefilmpje, die nergens echt belabberd wordt, maar ook geen seconde het niveau van de - niet eens zo fantastische - eerste film bereikt. Inmiddels zou een sequel met Travolta en Alley als grootouders nog wel kunnen, maar ik verwacht eerder dat er over een tijdje een reboot zal verschijnen van de Look Who’s Talking serie.

2 sterren.

Look Who's Talking Too (1990)

Met het succes van Look Who’s Talking moest men als een speer een vervolg baren - ik gok dat men zelfs minder tijd had om deze sequel te maken dan normaliter een zwangerschap duurt. Amy Heckerling was er dan ook niet echt mee eens, maar ze zat vast aan een contract. Voor haar was het verhaal wel verteld met de eerste film en daar krijgt ze gelijk in; Look Who’s Talking Too is zo’n typisch ongeïnspireerd vervolg, dat letterlijk de zetten van de vorige film herhaalt. Dus wederom relatieproblemen tussen Travolta en Alley, waarbij ze steevast naar haar ouders of beste vriendin gaat voor advies, terwijl haar kroost commentaar geeft. Naast Bruce Willis is ditmaal Roseanne Barr aangehaald, zij mag met haar kenmerkende geluid hun dochter Julie een stem geven.

De cast en regisseur keerden terug, maar door het script is Look Who’s Talking Too een stuk minder dan zijn voorganger. Dit komt vooral door de slappe manier waarop het verhaal wordt verteld. Nadat de excentrieke broer van Alley een tijdje op bezoek komt, krijgen Alley en Travolta wat ruzie en íneens zijn ze - een soort van - uit elkaar. Het verliefde stel kibbelt voortdurend, dus waarom dit ogenschijnlijk nietszeggend ruzietje ineens wordt gebruikt als het dramatisch hart van de film mag Joost weten. Daarna kabbelt de film nog wat voort; we zien vooral veel shots van een huilende baby Julie en af en toe verandert de film in een sentimentele videoclip. Het is desondanks niet ondenkbaar dat liefhebbers van de eerste film deze ergens nog kunnen waarderen, zóveel slechter is het nu ook weer niet en Look Who's Talking Too heeft her en der z'n sympathieke momenten. Een flop 100 positie is wat mij betreft dan ook wel overdreven, maar nee, met een goede - en vooral grappige - film hebben we hier niet te maken.

2 sterren.

Looney Tunes: Back in Action (2003)

Mwoah, dit viel me eigenlijk nog best mee. Had verwacht dat 't stukken slechter was dan het vermakelijke Space Jam, maar het was eigenlijk nog best amusant. Oké, het gaat helemaal nergens over, leuk is het toch wel. Met name de zelfspot en een paar erg geestige scènes (het gesprek tussen Shaggy en Lillard) maken dit een prima kijkbaar tussendoortje.

Looper (2012)

Alleraardigste actie/scifi met tof concept, maar die helaas niet veel meer wil worden dan dat. Film oogt verzorgd, heeft een paar toffe actie-scènes en wat aardige vertolkingen. Met name Gordon-Levitt bewijst wederom klaar te zijn voor de grote hoofdrollen, hij draagt met gemak de film. De rest doet het prima, hoewel geen baanbrekende optredens. Maar daar waren het ook niet echt karakters voor, de film is duidelijk veel meer plot-gedreven. En dat plot is zeker oké, er komen zeker wat toffe vondsten voorbij. Maar niet alles in de film werkt even goed. Vooral jammer dat we maar bar weinig (zeg maar gerust, helemaal niets) meekrijgen van de Rainmaker uit Willis' tijd. Nu deed zijn missie me als kijker maar bar weinig. Daar was volgens mij nog best wat spanning mee te winnen.

3,5 sterren.

Lord of the Rings, The (1978)

Er is veel op deze Lord of the Rings van Bakshi aan te merken, maar toch zijn er in zijn verfilming van de bekende boeken van Tolkien ook best wat interessante keuzes gemaakt. Verhaaltechnisch loopt het niet even lekker, maar bepaalde keuzes over het neerzetten van karakters of de sfeer werkt redelijk effectief. Ook in de animatie zelf zien bepaalde dingen er vrij belabberd en lachwekkend uit, maar zorgen bepaalde experimentele shots daarentegen weer voor een hoop interessante scènes. En deze tweedeling zit ook in het stemwerk, zo is John Hurt uitstekend als Aragorn, maar Samwise is weer een bespottelijk en irritant mannetje geworden.

2,5 sterren.

Lord of the Rings: The Fellowship of the Ring, The (2001)

Na jaren weer eens opnieuw de hele trilogie bekeken.

Dit eerste deel deed me voorheen altijd het minst. Dat ik 17 jaar geleden uitkeek naar deze film had dan ook niets met de boeken te maken - daar had ik destijds niet eens van gehoord - maar met de maker Peter Jackson. Dus als fan van Bad Taste, Braindead en The Frighteners zat ik te kijken naar een fantasyfilm van drie uur met een hele hoop moeilijke namen. Oftewel, het duurde een paar kijkbeurten voor ik deze eerste film een beetje kon volgen. En waarderen.

The Fellowship of the Ring is als eerste film logischerwijs vooral een introductie. De manier waarop in de proloog het hele verhaal in een aantal minuten uit de doeken wordt gedaan is sterk, evenals hoe de belangrijke spelers daarna worden voorgesteld. En niet allemaal tegelijk, gaandeweg leren we steeds weer een nieuw personage kennen. Tot het moment waarop het reisgenootschap wordt samengesteld is dat nog prima, maar tegen de tijd dat we het personage van Cate Blanchett ontmoeten, was ik wel een beetje klaar met die nieuwe gezichten. Sowieso zijn de vrouwelijke rollen - naast Blanchett ook het personage van Liv Tyler - maar karig en voegen weinig toe. Dat wordt in de vervolgen overigens niet beter. Maar goed, de rest van de film heeft een hoop voortreffelijke figuren. Oké, de twee onbelangrijke Hobbits lopen maar een beetje mee en Orlando Bloom is geen acteerwonder, maar daartegenover heb je een Viggo Mortensen, Christopher Lee en - vooral - Ian McKellen, die perfect gecast zijn.

Wie bij The Lord of the Rings meteen denkt aan grote veldslagen, krijgt in Fellowship een opvallend ingetogen film. Fellowship is veel meer een spannende avonturenfilm dan een groots oorlogspektakel. Maar de actiescènes die voorbij komen zijn alsnog enorm groots en sensationeel. De proloog, het gevecht tussen tovenaars Lee en McKellen en natuurlijk het grote spektakel; alles dat zich afspeelt in Moria. Het is opvallend dat het gevecht met de Uruk-Hai dan weer enorm kleinschalig aandoet, het voelt soms een beetje als een paar cosplayers in een bos. Maar goed, na Moria valt elk stukje spektakel natuurlijk in het niet. The Fellowship of the Ring is niet vlekkeloos. 9 van de 10 special effects zien er nog steeds magnifiek uit, maar hier en daar schuilt ook een lelijk effect - met name de slowmotion die Jackson af en toe toepast wint geen schoonheidsprijs. Maar die schoonheidsprijs mag naar tig andere facetten van de film; de setting, de make-up en sets, de muziek van Howard Shore, de sfeer, de kostuums.

Fellowship of the Ring staat nog steeds als een huis. Een prachtig huis. Zeg maar gerust een riante villa.

4,5 sterren.

Lord of the Rings: The Return of the King, The (2003)

Het is alweer 15 jaar geleden dat bij de première van deze film in Amsterdam zat. Zelden keek ik zo uit naar een film, zeg. Terugkijkend blijft het lastig de Lord of the Rings films los te beoordelen, de meeste mensen namen deze film als excuus om de gehele film te beoordelen. Zo kreeg deze film de Oscars, die ongetwijfeld voor de gehele trilogie bedoeld waren. En hoewel de toon en sfeer van de drie films nagenoeg identiek is (duidelijk het voordeel als je drie films in één ruk opneemt) heeft elke film wel een eigen smoel.

Zo is Return of the King grootser dan de voorgaande twee films. Wie dacht dat Helms Deep een grote en spectaculaire veldslag was, die staat nog wat te wachten. Het gevecht rondom Minas Tirith is een uitputtend schouwspel. Normaliter ben ik niet zo van de veldslagen, maar Jackson brengt het op een sterke manier in beeld, waardoor het blijft boeien. Maar voor mij is Return of the King vooral een film met de meeste actie rondom duisternis en monsters. Momenten dat Gandalf en Pippin uitkijken richting Mordor in de stilte - waarna ineens Minas Morgul 'ontploft' en leegstroomt - doen me nog meer dan een epische veldslag. Sowieso zit het qua monsters en creaties wel goed met deze film; van de Witch-King, de Gothmog, de duizenden orcs. En van Shelob krijg ik nog steeds kriebels. De grote afwezige van de slechteriken in de bioscoopversie is Saruman, het blijft vreemd dat Jackson de scène met Saruman niet in de reguliere film heeft gestopt en enkel in de uitgebreidere versie.

En voor wie zegt: er is geen ruimte, want de film is al te lang; er had volgens mij veel uit de film gekund. Want wederom krijgen allerlei personages zendtijd die totaal oninteressant zijn. Is er iemand rondom het grote gevecht om Midden-Aarde geïnteresseerd in een slecht uitgewerkte driehoeksverhouding tussen Mortensen, Tyler en Otto? En waarom zit Karl Urban nog in deze film? Faramir krijgt tenminste nog een aardige sequentie, maar Eomer doet verder niets. En ook Theoden krijgt net iets teveel aandacht. Voor iemand die van monsters en creaties houdt heb ik trouwens het dodenleger nooit heel sterk gevonden, ze walsen met iets teveel gemak door iedereen heen. Maar gelukkig is de film dan nog niet klaar, want de echte strijd wordt op veel kleinere schaal geleverd bij Sam en Frodo, waarin Astin en Wood ijzersterk acteerwerk laten zien.

Geestig genoeg is een gigantische film als Return of the King het sterkst in de kleinere momenten. Dat moment dat Frodo en de rest in slowmotion op het bed dansen van gelukis verschrikkelijk, een walgelijke scène. Maar bij de sequentie waarin iedereen buigt voor de Hobbits ontstaat nog steeds kippenvel op mijn armen. Eveneens prachtig en veelzeggend is de korte scène waarin de vier Hobbits weer in de kroeg zitten in de Shire na hun avontuur. De tijd heeft er stilgestaan, terwijl zij zoveel hebben meegemaakt. Ze weten even niet goed hoe daar mee om te gaan. Mooi moment in iets dat door velen wordt omschreven als de vele eindes van Return of the King. Een kritiekpunt waar ik me nooit echt in heb kunnen vinden, ik snap wel dat je de tijd wil nemen om je grote trilogie af te sluiten. Maar iets minder lelijke slowmotion of iets meer tijd voor de afronding van het gevecht op de Pelennor Fields.

4,5 sterren.

Lord of the Rings: The Two Towers, The (2002)

The Two Towers was altijd mijn favoriet van de drie. Na herziening moet ik dat iets bijstellen.

Zo'n middelste film van een trilogie heeft vaak als probleem dat het niet echt een begin of eind heeft, maar voelt als een aflevering van een TV-serie. Daarom is het ook niet altijd eenvoudig om een film als The Two Towers als losse film te beoordelen. The Two Towers gaat netjes verder waar The Fellowship gebleven was, met nieuwe uitdagingen, grote sets en personages. Eén van die personages - Gollum - is een fantastische toevoeging en niet voor niets groeide dit CGI wezen uit tot één van de populairste personages uit de hele franchise. Een prachtig tragisch figuur en een fijne verschijning tussen de enorme goedzakken als Sam en Frodo en het overduidelijke kwaad als een Sauron en zijn orcs. Het is jammer dat de overige personages die in The Two Towers worden geïntroduceerd niet zo bijzonder zijn. Een Treebeard of Grima Wormtongue - want tja, Brad Dourif - zijn nog wel leuk, maar The Two Towers kent echt een hoop nietszeggende figuren.

Er gaat vrij veel tijd naar Theoden, Eowyn en Eomer. Eowyn kan op de lijst met matig geschreven vrouwenrollen in The Lord of the Rings, hoewel ze in de volgende film wel iets meer van zichzelf laat zien. Hier lijkt ze vooral een oogje te hebben op Viggo Mortensen, maar die zit ook nog steeds met Liv Tyler, ook een personage dat compleet onnodig was in deze film. Karl Urban als Eomer en David Wenham als Faramir zijn niet veel beter - bij eerste kijkbeurten kon ik de twee nooit uit elkaar houden. Hun personages zijn in ieder geval niet zo boeiend. Het script van The Two Towers bevat dan ook veel gepraat, wat de film vaak een beetje stilzet. Er wordt veel gediscussieerd met Theoden, de reis van Frodo en Sam wordt vrij lang onderbroken door Faramir en die twee onbelangrijke Hobbits zien we steevast met de bomen, die ellenlange gesprekken voeren (of er in ieder geval heel lang over doen). De tweede akte van The Two Towers lijkt vooral veel te bestaan uit rekken. Neem zo'n sequentie waarin men een tijdje doet alsof Aragorn is gesneuveld tijdens een gevecht. Compleet onnodig.

Maar The Two Towers heeft - godzijdank - een verrassing in petto. Want dat vele praten en rekken is misschien even doorkomen, maar eenmaal bij de climax aangekomen komt de film wel met twee machtige actiesequenties. Aan de ene kant is er Helms Deep, die erg spannend begint en steeds meer groots spektakel krijgt. Zo'n shot van al die Uruk-Hai's op ladders die omhoog worden getakeld, fantastisch! Dat één of andere elf in slowmotion sterftdeed me niet zoveel, maar het moment dat Gandalf terugkeert met een leger om te redden werkt nog steeds. Maar terwijl deze veldslag gaande is, is er ook gedoe rondom Isengard in één van mijn favoriete sequenties uit de hele trilogie. De last march of the Ents zorgt nog steeds voor kippenvel op mijn armen en het gevecht dat daarna ontstaat is kort, maar krachtig. En ook geestig, alleen al die boom die zijn vlammen dooft in het water uit de rivier. Deze twee sequenties aan het einde van de film maken enorm veel goed, want gedurende de film valt er toch niet heel veel te beleven.

4 sterren.

Lost Boys, The (1987)

In 1985 maakte Tom Holland met zijn vampierfilm Fright Night vampiers weer een beetje cool. En die sfeer werd door velen doorgezet. Daarnaast zorgde het succes van The Goonies uit 1985 ook voor veel kopieën, zoals The Monster Squad. De ultieme combinatie tussen Fright Night en The Goonies is deze The Lost Boys. Het zou oorspronkelijk nog meer een Goonies-achtige film worden, maar regisseur Joel Schumacher eiste dat de hoofdfiguren meer tieners zouden worden. Alsnog is de sfeer één en al Goonies - wat natuurlijk versterkt wordt door Corey Feldman in een bijrol te hebben. Maar nog sterker aanwezig is de jaren 80 sfeer; alleen gebaseerd op de kapsels die in deze film voorbij komen kun je stellen dat je bijna nergens meer jaren 80 krijgt dan bij The Lost Boys.

The Lost Boys is amusante, komische tienerhorror. De film wisselt steevast tussen twee hoofdrolspelers: Jason Patric als Michael (en we weten dat hij Michael heet, want zijn naam wordt vijftig keer per minuut genoemd) en zijn broertje Corey Haim. Je zou verwachten bij dit soort films dat het gedeelte met de vampiers het meest interessant is, maar juist de momenten met Haim zijn het leukst, als hij op onderzoek uitgaat wat er in dat kleine plaatje aan de hand is. Het deel met Patric en de bende vampiers, onder leiding van Kiefer Sutherland, is eigenlijk opvallend saai en ook met opvallend weinig humor. Dan zijn scènes met de gebroeders Frog aan de eettafel bijvoorbeeld een stuk leuker. Tijdens de climax komt alles samen en is de film gelukkig weer erg vermakelijk. Alleen had dat tijdens de tweede akte ook wel iets meer gemogen.

3,5 sterren.

Lost Highway (1997)

Heb nog maar net kennisgemaakt met het werk van Lynch, maar het bevalt me nu al uitstekend. Lost Highway is een heerlijke bizarre film met scènes die er zonder meer prachtig uit zien. De sfeer is fantastisch en de muziek van Badalamenti is tevens grandioos. De cast (met onder andere een paar leuke cameo's en bijrolletjes) waren ook prima, hoewel ik Arquette niet al te best vond.

Maar verder heb ik erg van de film genoten, hoewel ik wel verwacht dat de film nog moet groeien en een paar herzieningen nodig heeft. Maar eerst op zoek naar het andere werk van Lynch. Ik heb in ieder geval nog veel van de beste man te gaan! Lost Highway krijgt voorlopig voordeel van de twijfel.

4 sterren.

Lost in Space (1998)

Matige, maar gelukkig daardoor ook erg lachwekkende film. Het acteerwerk is niet bepaald geweldig, hoewel Oldman een erg amusante rol speelt en duidelijk de show steelt. De rest van de film bestaat vooral uit kromme dialogen en matige special effects, maar gelukkig weet het nog wel te vermaken. Onder het motto; zo fout dat het amusant is. Beste voorbeeld daarvan is Matt LeBlanc als stoere piloot. Dan vraag je er ook om.

2,5 sterren, vooral voor Oldman.

Lost in Translation (2003)

Schitterende, komische en van tijd tot tijd best ontroerende film. De film ziet er prachtig uit en bevat een aantal hilarische scènes (Murray op dat fitnessapparaat) en dialogen. Murray is dan ook het hoogtepunt met zijn sarcastische opmerkingen, droge humor en geweldige mimiek. Verder gewoon een heerlijk sfeervolle film met goede muziek, prachtige settings en een goede combinatie van humor, drama en romantiek.

4 sterren.

Lost Weekend, The (1945)

Toch wel weer even wennen om na een hoop heerlijke komedies weer een drama van Wilder te zien. Maar met The Lost Weekend bewijst Wilder voor mij weer opnieuw dat hij beide genres als geen ander weet te beheersen. Want The Lost Weekend was een erg indrukwekkend en zelfs aangrijpend stukje film met een aantal visuele hoogstandjes en een erg interessant plot.

Ray Milland speelt een geweldige hoofdrol en heeft die Oscar dan ook meer dan verdiend. Zijn spel deed me overigens hier en daar wat denken aan dat van Cary Grant, die grappig genoeg ook een kandidaat bleek te zijn voor de rol van Don Birnam. Milland zet echt een erg sterk personage neer en speelt zijn rol zo voortreffelijk, dat je echt met het personage mee gaat leven. Overigens ook niets meer dan lof over de bijrolacteurs.

Wat betreft het veelbesproken happy end; die zag ik eigenlijk wel aankomen, ik had eerlijk gezegd op de één of andere manier niet anders verwacht. De film wist me dus niet echt te verrassen, maar is verder wel een échte Wilder; prachtig geschoten, heerlijk acteerwerk en boeiend van begin tot eind. Ik miste af en toe een beetje de scherpe dialogen, maar verder had The Lost Weekend alles wat een uitstekend drama in huis moet hebben.

Aangrijpend! 4 sterren.