Meningen
Hier kun je zien welke berichten Collins als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Transylvania 6-5000 (1985)
De film werd bedacht en geregisseerd door Rudy DeLuca. Een man die veel schrijfwerk voor de films van Mel Brooks verrichtte en er af en toe een onbeduidend rolletje in speelde. De humor in Transylvania 6-5000 is dan ook herkenbaar. De ster van de film heet Jeff Goldblum die toen nog moest doorbreken met The Fly. Hij krijgt in deze komedie te maken met een angsthazige collega (Ed Begley Jr.), geschifte Oost-Europeanen en heuse bordkartonnen monsters.
De film verloopt in beginsel nogal moeizaam. Weinig vaart. Luidruchtig. Een flauw verhaaltje. De humor vlak en niet leuk. Geen aansprekende personages. Er springen in de eerste helft geen vonkjes over. Pas als de film zich meer richt op de monsters, neemt de vaart toe, zijn de situaties iets leuker en kan er zelfs af en toe een zuinig lachje af. Met name de interactie tussen Goldblum en zijn collega Begley Jr. verloopt soepeler en kent grappige momentjes.
Eigenlijk is de film vooral leuk om een aantal gevestigde namen in het begin van hun carrière te zien acteren. Een andere goede reden om de film te zien, zou ik niet weten. De humor is niet geweldig en met horror heeft het allemaal niets te maken.
Trap (2024)
Van M. Night Shyamalan. De man die in het verleden goede films maakte, levert met name de laatste jaren wisselvallig werk af. De synopsis van Trap biedt hoop op een positieve uitschieter. Die klinkt interessant en de film belooft op voorhand dan ook een spannend schouwspel op te leveren. Toch niet, zo bleek na afloop. Het viel me tegen.
De film heeft twee noemenswaardige plotwendingen. De eerste is de beste en doemt al in het eerste kwart van de film op. De film loopt op dat moment lekker en heeft spannende momenten. De twist is verrassend en verhoogt de spanning. Prima dus. De tweede openbaart zich aan het eind van de film en maakt weinig indruk. Eigenlijk kun je beter zeggen dat de tweede een onzinnige indruk maakt. Tegen die tijd is de film trouwens alle geloofwaardigheid al kwijt en in die zin past een dergelijke twist natuurlijk uitstekend. Het verval van interessant en spannend naar onzinnig en stupide voltrekt zich niet lang na de eerste twist en geschiedt in rap tempo. Schrijnend.
In Trap ligt het perspectief bij het hoofdpersonage gespeeld door Josh Hartnett. Dat perspectief werkt op zich goed. Josh komt in een benarde situatie terecht waaruit hij moet ontsnappen en het is spannend om met hem mee te beleven. Een interessant aspect hieraan is dat de protagonist in eerste instantie een leuke vaderfiguur lijkt maar in werkelijkheid een gewetenloze seriemoordenaar is. Als dat eenmaal duidelijk is blijft de sympathie toch bij Josh hangen. Het voelt nooit helemaal lekker om met een dergelijk monster mee te leven, maar toch gebeurt het. Het is een sterk punt van de film dat in de eerste helft goed functioneert.
Verderop in de film slaat de onzinnigheid toe en is de behoefte om mee te leven met onze Josh een stuk minder groot. Als de film zich bezighoudt met het kat- en muisspel kijkt dat in beginsel lekker weg. Al snel raken echter de ideeën op en verliest het concept aan kracht. Waarschijnlijk is het tevens de reden dat de film een andere weg zoekt. Dat blijkt echter geen gelukkige weg. Met deze keuze verzandt de film verder in de misère. Goede ideeën ontbreken, dwaze gebeurtenissen doemen op en de ongeloofwaardigheid neemt toe. Van de originele aftrap die lekker wegkijkt, is halverwege nog maar weinig en aan het eind helemaal niets meer over.
Trash Fire (2016)
Alternatieve titel: The Wrath
Beetje humor en geen horror.
Een sterk begin waarin het instabiele bestaan van de hoofdpersonages op zeer grappige wijze wordt uiteengezet. Het begin geeft op een scherp grappige manier een verhelderende analyse van een deprimerend bestaan. De depressieve hoofdpersoon heeft erg grappige tekstjes waardoor alledaagse gebeurtenissen schaamteloos onalledaags worden. Tegelijkertijd maken ze de toon van de film heerlijk absurd. Heb er erg om moeten lachen.
De rest van de film is (hoewel nog steeds absurd) niet meer dan flauwe hap. De tekstjes worden wat minder scherp. De gebeurtenissen zijn niet meer heel fascinerend en voelen steeds vaker aan als ongeinspireerde variaties op eenzelfde thema.
In filmisch opzicht is het opvallend dat de regisseur tijdens de dialogen kiest voor het breeduit in beeld brengen van steeds één personage dat direct in de camera spreekt als ware het de gesprekspartner. Erg confronterend. Erg dicht op de huid. Doordat het acteertalent erg mager is, komt het beoogde effect (ongemak veroorzaken bij de kijker, vermoed ik) niet tot zijn recht. Het enige effect dat de truc veroorzaakt is van de tenenkrommende soort en dat werkt behalve ongemakkelijk ook verstorend op het kijkplezier.
Met betere acteurs en een stabieler script had ik waarschijnlijk naar een grootsere film gekeken.
Trauma (1993)
Alternatieve titel: Dario Argento's Trauma
Hij voelt wat lauw, deze Argento. Niet intrigerend over de hele linie maar wel met spannende oprispingen. Visueel is de film mooi aangekleed. Met name de closeups zijn mooi om te zien. Het zijn ook de closeups die de meeste spanning genereren. De wide shots doen dat niet echt. Hierin veel achtervolgingen, geren en gegil. Niet bijzonder. Niet heel spannend.
Het verhaal is niet ingewikkeld. Iets waar ik me (Argento's reputatie enigszins kennende) niet op had voorbereid. Van mij had het verhaal minder rechtlijnig, veel weelderiger en veel absurder gemogen. Alles is verklaarbaar. Alles wordt uitgelegd. En zo zonder veel vreemde escapades, grillige zijpaden en onverklaarbare gebeurtenissen lijkt de film op een doorsnee whodunnit. Geen losse eindjes en alles keurig rechtgebreid. De enige significante verschillen met het detectivegenre lijken de scènes met gore, de alternatieve score, een extravagantere verhaallijn en de afwijkende manier van filmen te zijn
Met de spanning valt het tegen. Hoewel de onthoofdingen er goed uit zien is er amper sprake van een intrigerende opbouw. De aanloop naar een moord bestaat amper of wordt aangelopen door de camera het gezichtspunt van de moordenaar te geven. Niet sterk. De suspense waarop gemikt wordt, komt te weinig over.
Zodra de camera echter inzoomt gebeurt er wel iets op het spannende vlak. Dat zijn fijne momenten. We zien op die fijne momenten een deel van het geheel. We zien net te weinig om zekerheid te hebben over hetgeen we zien. En dat feit is mysterieus. En dat is spannend. En zo wordt mooi afgewisseld met minder mooi en is de ene onthoofding de andere niet.
De slotscène die zich halverwege verplaatst naar iets dat volkomen los staat van de film (maar ook weer niet) verdient bijzondere aandacht. De scène loopt tot ver in de eindcredits door en is mooi, is verrassend, is absurdistisch en is ontroerend.
Maar goed, die scène staat dan ook los van de film.
Trauma (2017)
Geen film voor tere zieltjes. De opening maakt dat meteen duidelijk als pure horror je imponerend omvat in een scène die er ondubbelzinnig inhakt. Geweld, machtsmisbuik, verkrachting, geestelijke en lichamelijke marteling. Alles meteen maar op het blanco bordje. Een afschuwelijke scène. Om van te rillen. Wie denkt dat de film het hierbij laat krijgt eventjes gelijk. Er wordt na deze enorme aanslag op de tere ziel wat rust ingebouwd. De zon mag een klein half uurtje schijnen, maar die gaat onvermijdelijk ook weer genadeloos onder, teneinde de film met nog meer afschuwelijke, duistere en onmenselijke gebeurtenissen te overgieten. Pure horror. Visueel intrigerend. Maar tegelijkertijd een aanslag op het Introspectieve vermogen. Goeie gore maar wel met een beangstigend en viezig randje, vanwege de kilheid en de onmenselijkheid van het gebeuren.
De smerigheid en de bruutheid met betrekking tot vernedering van de medemens zijn wel eens eerder in (horror)films getoond. Men denke hierbij aan Srpski Film (2010). Ook geen film vol fijngevoeligheid. Op visueel gebied zijn we dus wel wat gewend. De schokkende reactie vindt daarin dan ook slechts gedeeltelijk zijn oorsprong. Er speelt hier nog iets anders en dat is het realistische gehalte van de horror. Het is het (historische) realisme dat shockeert.
De film vindt zijn fundament in het Chili van Pinochet en wankelt van het dictatoriale verleden naar het heden, alwaar de rigide uitwassen van het oude regime ondergronds nog steeds plaatsvinden. Het voelt heel (on)werkelijk aan. Het zou zomaar nog steeds kunnen gebeuren. De samensmelting van het verleden, waar marteling en vernedering aan de orde van de dag zijn, met het heden waarin die dingen nog niet zijn uitgebannen, voelt beangstigend. Zoals gezegd zijn het niet alleen het bloed en de gore die zorgen voor shock treatment. Nee, dat doet met name de viezige laag die onder het bloed en de gore is gelegd. Dat doet het diepere gevoel van walging over zoveel nutteloos bloedvergieten. Dat doet het realistische gehalte. Onbegrijpelijke waanzin is het.
De film kijkt ongemakkelijk. Je voelt je soms een ongewenste toeschouwer. Het voelt (een beetje) smerig om te worden meegesleept in een verhaal gevuld met vernederende en gewelddadige onmenselijkheden die personages moeten ondergaan. Het voelt als onfrisse fascinatie. Horror is het.
Goeie film dus, maar toch een puntje van kritiek. Hier en daar is hetgeen de personages overkomt dermate buitensporig gewelddadig en gruwelijk, dat de overlevingskans gering lijkt. Toch lukt het de personages vaak om weer op te staan. Absoluut bewonderenswaardig, maar het doet afbreuk aan het realistische gehalte en is een kleine spelbreker bij het kijken. Verder niets dan lof voor de film. Prima settings. Prima acteerwerk. Prima verhaal. Fijne dreigende en duistere sfeer. Prima drama. Prima horror.
Mooie film. Klinkt eigenlijk wel wat gek, maar is wel waar.
Traumland (2013)
Alternatieve titel: Dreamland
Een vijftal kille verhaallijnen cirkelen om elkaar heen en raken elkaar in deze prachtige film die zich afspeelt in het koude besneeuwde Zürich tijdens de kerstperiode. Het is een passend decor voor de lotgevallen van vijf hoofdpersonages die ontevreden met hun leven eenzaam worstelen om emotionele grip te houden.
De personages gedragen zich stoïcijns, hard en onderkoeld. Ze zijn gevangenen van keuzes die eens gemaakt zijn en zijn ten prooi gevallen aan verstarring. Uit hun houding, hun gedrag, hun emoties spreekt hopeloosheid. Ze zijn ongelukkig en hebben weinig perspectief op verlichting.
Erg sympathiek zijn ze niet. Erg bezig met zichzelf. Erg koud en egocentrisch. Veel scènes zijn als gevolg daarvan pijnlijk om te zien. Scènes waarin de kijker keihard wordt geconfronteerd met de hoogmoed en eigendunk. die de personages naar de wereld uitdragen. Enigszins begrijpelijk is die houding overigens wel. Ze zijn immers doodsbang om zichzelf emotioneel kwijt te raken. Hun belangrijkste houvast daarvoor is een ijzeren greep op hun vaste sombere routines.
Op de dag voor kerst moeten alle personages hun zorgvuldig geconstrueerde zelfbedrog onder ogen zien als ze met de gevolgen van gebeurtenissen worden geconfronteerd die ze zelf hebben geïnitieerd of die hun gewoonweg overkomen.
Petra Volpe heet de regisseur, die ook verantwoordelijk is voor het script. Zij construeert een boeiend geheel van al die verhaallijntjes, die allemaal raken aan één personage. Dat personage is Mia. Een prostituee uit Oost-Europa wier handel en wandel ook een kille verhaallijn volgt. Haar verhaal is op creatieve wijze verweven met de levens van de andere personages.
Een beweeglijke film is het ook. Vijf hoofdpersonages met elk hun eigen locatie en hun eigen perspectief. Fijn geïntegreerd in een film die een indrukwekkende kijk biedt in het moderne leven in een stad. Een leven met leugens, vooroordelen, somberheid en persoonlijke geheimen.
En een leven vol eenzaamheid natuurlijk. De nadruk in de film ligt vooral op dat aspect in het treurige bestaan van de personages.
En op Mia. Zij is de verbindende factor in de film en het personage dat daarom het meest lijdt onder de arrogantie, de zelfgenoegzaamheid en de machtswellust van de anderen. De laatste scène is in dat opzicht indrukwekkend en hartverscheurend en ebt nog lang na.
Fijne film.
Tre Volti della Paura, I (1963)
Alternatieve titel: Black Sabbath
Een vroeg werk van Mario Bava. Een anthologiefilm bestaande uit drie episoden, die losjes zijn gebaseerd op verhalen van Anton Tsjechov, Aleksei Tolstoj en Guy de Maupassant. In navolging van de succesvolle Edgar Allan Poe adapties van Roger Corman, die zeer lucratief bleken, bedacht men dat het tijd werd om eens te putten uit het werk van andere klassieke auteurs van naam. Vanwege rechten en geldkwesties werden de drie verhalen niet heel herkenbaar verfilmd, maar gebruikte men de basis ervan. Net herkenbaar genoeg om het bronmateriaal te herkennen, maar niet herkenbaar genoeg om met vervelende kwesties betreffende auteursrechten te maken te krijgen. Het filmische resultaat is met een draaitijd van acht weken, een snel in elkaar geflanste B-film, die in handen van Mario Bava zeer vermakelijk vertier oplevert.
Blikvanger in de film is Boris Karloff. Hij speelt zelf een rol in de tweede episode en vervult daarnaast de rol van gastheer die met een korte stemmige introductie de film aftrapt en met een leuk ironisch optreden de film afsluit.
De eerste episode is getiteld “The Telephone”. Hierin wordt de mooie Michèle Mercier in haar woning telefonisch bedreigd. Wat mij betreft de zwakste episode uit de trilogie. Een stilistisch vingeroefeningetje van Bava met elementen uit de giallo. Een tamelijk vlak verhaaltje waarin de spanning nooit tot grote hoogten reikt, omdat de kijker te vroeg in het verhaal al te weten komt hoe de vork in de steel zit, zodat hem dientengevolge een spectaculaire verrassing wordt ontnomen. Goed geslaagd zijn daarentegen de stilistische elementen. Geen spannend verhaal, maar visueel zeker aantrekkelijk.
The Wurdulak is de langste episode en de episode waarin Karloff een rol heeft. Een Gotisch verhaal dat zich in een winters landschap vol nevelflarden afspeelt. Het handelt over een bloeddorstig familiehoofd. Het verhaal is inhoudelijk niet heel intrigerend, maar atmosferisch is het top. Prachtige Middeleeuwse set design. Sfeervol grauw kleurgebruik. Fraaie belichting. Tot de verbeelding sprekende mimiek van de acteurs. Gewoon een fijne beklemmend e beleving.
De film besluit met “The Drop of Water”. Een verpleegster steelt een ring van een overleden medium en moet daar voor boeten. Voor mij de beste episode. Spannend en sfeervol. Het verhaal speelt zich volledig in het halfdonker af. De korte speelduur van 20 minuten maakt het verhaal prettig puntig. Geen afleidende manoeuvres en weinig spraak. De aandacht blijft voortdurend gericht op de verpleegster en haar angstwekkende beleving. Een leuk en spannend slot van het drieluik.
De laatste minuten zijn vervolgens weer voor Karloff die de kijker middels een grappige scène verlost uit de angstige verkramping die hij tijdens het kijken heeft ontwikkeld. Leuke scène.
Fijne film.
Treasure (2024)
Over een gezamenlijke reis door Polen met dochter Ruth en haar vader Edek die de holocaust overleefde. Een reis die langs het Poolse verleden van Edek voert. De koffer van Ruth vol boeken over het Derde Rijk. Ruth leest zich in en verbaast zich. Joden zijn als luizen en men is verplicht ze uit te roeien, leest de dochter van de holocaustoverlevende in een van de boeken. Tja… Kan de kennis die je opdoet uit boeken de werkelijkheid zoals die jaren geleden werd ervaren door Edek ten volle weerspiegelen? Natuurlijk kan dat niet. De kennis uit boeken is slechts een abstracte weerspiegeling van het concrete beleven, waarover vader Edek evenwel halsstarrig stilzwijgt.
Ruth is serieus. Ruth is eenzaam. Ruth is ongelukkig. Edek is niet als Ruth. Hij wil van zijn leven genieten, wil ongedwongen plezier hebben en bekommert zich niet heel erg om het verzet of de afkeuring van andere mensen daartegen. De verhouding tussen vader en dochter is een moeizame. Ruth lijkt meer met het verleden te worstelen dan haar vader. De basis voor het verhaal is somber. De aanleiding voor de reis, die Edek alleen maar maakt om zijn dochter een plezier te doen is een sombere aanleiding. Van hem hoeft het niet. Hij wil vergeten. Door de reis toch te maken brengt hij een groot offer. Ruth is te zeer met zichzelf bezig om dat te beseffen. Ze verwacht van haar vader medewerking en geen tegenwerking.
De strubbelingen tussen vader en dochter zijn gelukkig tamelijk lichtzinnig van aard. De ondertoon is serieus, maar de uitingsvorm is dat absoluut niet. Dialogen tussen en gedragingen van beide personages zijn humoristisch ingekleed. De onderliggende zwaarte van het drama wordt er prettig door verlicht en dat is erg welkom in deze gedifferentieerde psychologische analyse van twee karakters. De film maakt zowel de zienswijze begrijpelijk van de vader die zijn verleden achter zich wil laten en die de pijn die besloten ligt in de herinnering niet weer wil ervaren alsook de zienswijze van de dochter, die geheel rechtmatig haar roots wil ontdekken en wil weten wat er verborgen ligt achter de sluier van stilzwijgen waarmee zij haar hele leven al wordt geconfronteerd.
Het gaat in deze film niet om de holocaust an sich. Het gaat niet om aanklacht, om moraal en om schuld. Het gaat om de prijs die moet worden betaald als verdringing en stilzwijgen moeten worden opgeheven. En dat laat regisseur en coauteur Julia von Heinz met behulp van goed acteerwerk van Lena Dunham en Stephen Fry en met de treurigstemmende Poolse ambiance goed zien.
Triangle of Sadness (2022)
Ruben Östlund staat er niet om bekend in zijn films het meest positieve mensbeeld te willen schetsen. Een cynische kijk en een satirische laag horen bij de films van de schrijver en regisseur. Niet verrassend dus, dat in Triangle of Sadness dezelfde elementen prominent worden toegepast. En misschien nog wel iets meer dan tevoren, want het lukte me zelfs niet om één personage te vinden om mee te sympathiseren.
In tegenstelling tot zijn vorige films maakt het in Triangle of Sadness niet uit rondom welk personage zich het verhaal ontvouwt. Triangle of Sadness is een ensemblefilm met een grote variëteit aan gelijkwaardige personages. De film begint dan wel met een jong droompaar dat de hoofdrol lijkt te gaan vervullen, maar in het middendeel wordt de focus in de breedte verlegd. In dat deel dat zich op een cruiseschip afspeelt, bevindt zich een grote diversiteit aan personages waar het droompaar mee assimileert. Het paar wordt een deel van het geheel en is als zodanig niet belangrijker dan de andere personages. Andersom werkt dat evenzo.
De film houdt zich onder andere bezig met hiërarchie en macht. De film laat zien hoe relatief de waarde van rijkdom kan zijn. Hoe relatief de invloed van een persoon eigenlijk is. Het belang en de status hangen slechts van de context af waarin de personages zich bevinden. Ach ja, open deuren, maar het is desondanks wel interessant om te zien hoe mensen zich in veranderende contexten gedragen.
Toch boeit de film niet over de gehele speelduur. Meer dan 140 minuten zijn veel te veel. De personages, de thema's en de verhaallijntjes zijn veel te veel. Niet elk personage is even boeiend. Datzelfde geldt voor de aard en de uitwerking van de thema's en de verhaallijntjes. Het zijn risico's die je als maker loopt in een lange film met veel invalshoeken en het gemis van een eenduidige rode draad. Bovendien melkt Östlund bepaalde situaties overdreven lang uit en dat nekt de concentratie. Die werd bij mij af en toe minder scherp. Iets minder van alles, had van mij best gemogen. Iets minder tijd voor alles, had van mij ook gemogen. Östland is een meester in tijdrekken en dat irriteert soms.
Maar toch. Ondanks dat is Triangle of Sadness een vermakelijke film. Een film met stukjes satirische finesse, maar ook een film met momenten van plompe humor. Ook een film met goed acteerwerk. En een film die een bepaalde spanning en nieuwsgierigheid over de volgende stap in de verhalende handeling oproept. Genoeg positiefs dus om het aanschouwen van de film als 'de moeite waard‘ te kwalificeren.
Trick (2019)
Een slasher die zich afspeelt tijdens Halloween. De film gebruikt elk aspect van dat feest om de horror goed tot uiting te laten komen. Zo draagt de moordenaar een eng masker, is hij bovenmatig geïnteresseerd in pompoen en oefent hij zijn moordlustige activiteiten alleen ten tijde van Halloween uit.
Een beetje een flauwe slasher is het. Dat begint al bij de personages. Erg plat en gewapend met een vocubalaire die een standaard personage tot zijn beschikking heeft in zouteloze films. Dat uit zich in stompzinnig geleuter en slappe one-liners.
De personages begeven zich heel voorspelbaar en tegen alle duidelijke signalen in toch op plaatsen waar ze maar beter niet kunnen komen. Ze doen dat juist op de momenten dat de killer zich lekker aan het uitleven is op slachtvee zoals zij. Wel zijn die domme acties altijd goed voor een paar flinke jumpscare waarin de film dan ook hevig grossiert.
Ach, tot op zekere hoogte is het allemaal wel vermakelijk. Er wordt voldoende gehakt en gesneden. Er wordt bloed vergoten. Horror genoeg toch? Ja hoor. Horror genoeg, maar geen interessant verhaal eromheen. En dan stel ik helemaal geen hoge eisen hoor. Met wat karakterbouw en wat drama ben ik al snel tevreden. Zo halverwege de film heb je alles dat een slasher te bieden heeft wel voorbij zien komen Maar ja, dan ben je pas halverwege. Wat meer inhoud is dan welkom.
De hoofdpersonages doen het goed. Het verhaal waarin ze spelen zit gewoon niet mee, terwijl de aanzet van het verhaal best interessant is. Een mysterie, een moordenaar, een verbeten detective, wraakzuchtige slachtoffers, een wreed kat- en muisspel. Prima elementen die een verhaal prettig kunnen oprekken. Maar ja, dan moet je ze in het script wel goed gebruiken.
De plotlijntjes zijn zo dun dat de interesse voor personages en verhaal zich nooit ontwikkelt. Het is dat de killer en zijn geslash nog wat opwinding teweeg brengen, anders was het wel een erg trieste bedoening geworden.
Over triest gesproken. Het slot is pas triest. Het mysterie wordt natuurlijk opgelost, maar de verlossing uit de spanning is zo afschuwelijk ongeïnspireerd en zo uitermate vergezocht dat het woord triest de lading niet eens dekt. Oei, wat een afknapper.
Trick is een zwakke film met wat leuke momenten. De zwakte van de film heeft niets te maken heeft met cinematografie en camerawerk, maar alles met een miserabel script.
Trick 'r Treat (2007)
Alternatieve titel: Trick or Treat
Leuk hoor, deze omnibus aan vertellingen die zich afspeelt tijdens Halloween.
Een klein slaperig stadje waar het tijdens Halloween helemaal los gaat, vormt de fijne sfeervolle setting. Een vijftal verhaaltjes spelen zich er af en het aardige is dat al deze verhaaltjes met elkaar verbonden zijn en door elkaar lopen. Leuk opvallend detail daarbij is dat de personages van de ene vertelling figureren in de andere vertellingen en andersom. Er ontstaat op deze manier een levendige dynamiek in de afzonderlijke hoofdstukken en in de film als geheel.
Een klein wezentje gekleed in een viezig oranje huispakje en getooid met een juten zak speelt de verbindende factor. Hij is de kwade genius of misschien de goede. Het is maar hoe je het bekijkt.
Het wezentje voedt in ieder geval gevoelens van ongemak en creëert (deels) de benarde situaties waarin de personages terecht komen. Zijn verschijning roept een onheilspellende sfeer op en dat werkt aangenaam als onderlaag bij de verhaaltjes.
De film is met name vermakelijk. De verhaaltjes steken geraffineerd genoeg in elkaar om geconcentreerd te blijven kijken. Ze zijn lichtelijk humoristisch en kennen een spannende opbouw. Ze zijn niet heel eng. Het is geen harde horror. Hoogstens veroorzaken ze een gevoel van verontrusting. Zonder uitzondering zijn de twists en de pointes in elk verhaal bijzonder aardig.
Ook met heel behoorlijke sfx en goed acteerwerk.
Leuke film.
Trolljegeren (2010)
Alternatieve titel: Trollhunter
In het found footage genre zijn twee dingen een zekerheid. Het eerste is een hoeveelheid tekst bij aanvang die de vondst van ruw filmmateriaal aankondigt, gevolgd door de mededeling dat het gevonden materiaal na gedegen onderzoek met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid als echt moet worden gekwalificeerd. Hoe onorigineel en onwaar die boodschap ook is, ik blijf het fascinerend en verlokkend vinden. In de meeste gevallen word je bij het bekijken van het gevonden materiaal natuurlijk hevig teleurgesteld. Dat is althans mijn ervaring.
Het tweede zekerheidje is de camera, die altijd op essentiële momenten bewegende en dansende kuren krijgt. Momenten waarop je als kijker graag iets of iemand helder en gedetailleerd op het netvlies geprojecteerd zou willen zien, maar waarbij de camera in dat opzicht een frustrerende sta-in-de-weg is. Een storend zekerheidje vind ik dit altijd.
Beide kenmerken vind je terug in deze film. En beide zijn overkomelijk. Het gevonden materiaal stelt niet teleur. De film is leuk. Zo leuk dat zelfs de beweeglijke camera geen bovenmatig storende factor is. Een hectische opeenvolging van onvaste beelden heeft hier niet per sé de functie om een dreiging te verdoezelen die budgettair gezien niet geloofwaardig valt te produceren. De trollen komen namelijk heel zichtbaar in beeld en zien er ok uit. De beweeglijke functie lijkt hier puur bedoeld om spanning op te wekken. Nog steeds vervelend, maar het verzacht de pijn.
Hoewel aan de trollen soms duidelijk hun computeroorsprong is af te lezen, zijn ze indrukwekkend. Hun uiterlijk is misschien wat potsierlijk, maar hun aanwezigheid en gedrag zijn imposant. Hun verschijning in een decor van bos, berg en sneeuw geeft een hele natuurlijke indruk. Een authentiek Noors sprookje komt tot leven. Leuk.
Een film met acceptabele personages. Een prima hoofdrol voor een knorrige trollenjager die bij de andere personages (sceptische filmmakers) lichtelijke angst oproept door zijn nurkse gedrag, maar hun ook leedvermaak bezorgt met bloedserieuze feitjes en weetjes over trollen. Over spannende ontmoetingen, over de hilarische gedragspatronen van de trol en over ongewone manieren om de trol te elimineren. Ook leuk.
Found Footage zoals ik het graag zie. Een bizar verhaal dat niet de geijkte paden volgt, een serieuze toon aanslaat met ruimte voor een incidenteel luchtig uitstapje en dat af en toe zelfs spannend is.
Trouble with Harry, The (1955)
Alternatieve titel: Herrie om Harry
Hitchcock noemde deze film de meest Britse film die hij in de Verenigde Staten draaide. Vol ironische en zwarte humor vertelt de film hoe de inactieve Harry die als lijk niet veel te doen heeft, ervoor zorgt dat vier fatsoenlijke burgers hun dag in een chaotische warboel zien veranderen.
Geen typische Hitchcock. De film is een komedie, die amper de gebruikelijke thriller effecten gebruikt. Je zou de film als een soort schelmenfilm kunnen kenschetsen. Een film over vier schelmen die op een kwajongensachtige manier dingen doen die eigenlijk niet kunnen en op charmante wijze proberen het gezag te slim af te zijn.
Geen van de personages kan het iets schelen dat Harry dood is. Van enige piëteit met de dode is geen enkele sprake. Er wordt met het lijk nogal respectloos omgegaan. Dat klinkt macaber maar is in het licht van de vette ironische en absurde laag die over de film hangt, juist erg grappig. Zelfs het herhaaldelijk begraven en weer opgraven van het lijk dat zonder enige vorm van rouw of treurigheid geschiedt, is hilarisch.
De vraag wie Harry heeft vermoord is niet belangrijk en dient vooral als middel om het verhaal op gang te brengen. De film draait om de acties van de personages en om de bizarre gevolgen van die acties. Die vertelstructuur zie je in andere films van Hitchcock trouwens vaker. Het verschil met die films is dat Hitchcock de identiteit van de moordenaar altijd in een vroeg stadium weggeeft. Dat gebeurt hier pas laat.
Een beetje opmerkelijk is die afwijking wel. Vreemd genoeg gebeurt met dit gegeven vrijwel niets. De dader is een raadsel dat nauwelijks ter sprake komt. De personages zijn er niet echt mee bezig. Gelukkig voor de kijker, wordt de oplossing van het raadsel uiteindelijk wel gegeven. Prettig om dit puntje af te kunnen vinken, maar ik moet eerlijk zeggen dat de wie-vraag mij ook niet heel erg interesseerde.
The Trouble with Harry is een ongewone Hitchcock film. Onder het genot van veel gevatte dialogen en oneliners, heerlijk understatement en met de plaatsing van verrassende verhaalwendingen is warrig gedoe rondom een lijk boeiend, amusant en erg grappig.
Trouw met Mij (2014)
Alternatieve titel: Marry Me
Twee culturele werelden komen bijeen op een trouwfeest. De opmaat voor spannende en komische verwikkelingen, denk je dan. Nee, dus. Geen spitse, scherpe dialoog. Geen grappige of absurde situaties. Niets van dat alles.
Wat dan wel. Nou, een film waar na 5 minuten de lijntjes (personage- en verhaalsgewijs) al zijn uitgezet en het verdere verloop keurig binnen die lijntjes blijft. Een film ook, waarin de acteurs wel behoorlijke karikaturen neerzetten, maar waarin de acteerprestaties onder de maat blijven. En een film, die valselijk als komedie wordt geafficheerd, maar toch echt meer elementen van een drama in zich heeft.
Teleurstellend.
Trübe Wolken (2021)
Alternatieve titel: Cloudy Clouds
De film vertelt een coming of age-verhaal en wel van de tienerjongen Paul die een gesloten karakter heeft en een outsider is. De film is een drama maar heeft ook thrillerelementen. In het stadje waar Paul woont, gebeuren verontrustende dingen. De setting geeft blijk van een troosteloze sfeer. Het stadje maakt een doodse indruk en in het gezin waar Paul onderdeel van uitmaakt, sprankelt het ook niet heftig. De algehele sfeer in de film is kil en onaangenaam.
Paul is een gevoelige jongen die de dingen intens beleeft. Voor gevoeligheid is maar weinig plaats in Paul’s wereld. Paul zoekt antwoorden over het leven, over de liefde, over seksualiteit. Net als elke tiener. Rolmodellen heeft hij echter niet. Het is voor hem moeilijk om de antwoorden te vinden. Hij moet er zelf achter komen. De werkelijkheid kent vele diepten. Daar is hij al snel achter. De film onderstreept de algehele mistroostigheid door heel sfeervol met licht en donker te spelen. Zo ontstaat een schemerige en wat wazige wereld die isolement uitdrukt maar die ook de mogelijk biedt om heimelijk te kunnen opereren. Het is Paul's wereld.
Paul is een vreemde vogel. Gesloten. Amper reagerend en daardoor onvoorspelbaar in zijn reacties. Niemand kent hem echt. Paul kan spontaan een leugen bedenken. Kan zich anders voordoen dan hij is. Een eigenschap die hem schijnbaar helpt zich aan te passen aan zijn omgeving zodat hij gewenst gedrag vertoont. Gewenst gedrag voelt bij hem niet als natuurlijk gedrag. Paul is een beetje eng, heeft vreemde gewoontes en het is voorstelbaar dat hij een outsider is. Jonas Holdenrieder speelt Paul. Hij speelt hem geloofwaardig raadselachtig. Hij wordt daarbij overigens goed geholpen door de niet-lineaire vertelstijl die goed functioneert om Paul's gedrag en zijn karakter fragmentarisch tot de kijker te laten komen.
De springerige vertelstijl zorgt daarnaast voor een irritante traagheid in de voortgang van het verhaal. Er sluipt af en toe wat saaiheid de film binnen. De film slaagt er trouwens wel goed in een spanningsveld te creëren uit het contrast tussen de saaie eentonigheid van het leven in het stadje en het verontrustende gevoel dat de kijker besluipt als hij de jonge protagonist Paul en zijn merkwaardige gedrag aanschouwt. Een intrigerende tegenstelling die gedurende de film intrigerend blijft en tot het einde toe is omkleed met onzekerheden en raadsels.
Toch bracht Trübe Wolken me uiteindelijk geen voldaan gevoel. Het verhaal is mager en impliceert meer diepte dan het in werkelijkheid bezit. Daarnaast is het zo dat het een behoorlijke opgave is om naar een personage te kijken dat ondanks zijn raadselachtige karakter vrij kleurloos blijft en waarvoor ik geen enkel moment sympathie kon opbengen. Ik was blij dat ik afscheid van Paul kon nemen.
True Confessions (1981)
In de jaren 40 vestigde Elizabeth Short zich in Los Angeles met de droom om actrice te worden. In een film speelde ze nooit. Toch is ze beroemd geworden als slachtoffer van een gruwelijke moord. Haar lijk werd in tweeën gesneden en afschuwelijk verminkt gevonden. De moord is tot op heden niet opgelost. De complottheorieën zijn talrijk en beïnvloedden schrijvers als James Ellroy en filmmakers als Brian de Palma.
En regisseur Ulu Grosbard. True Confessions is de adaptie van een roman van John Gregory Dunne die ook meeschreef aan het script. De film volgt Robert Duvall als inspecteur Spellacy die zich bezig houdt met een moordonderzoek waarvan de omstandigheden en het slachtoffer uiteraard refereren aan de moord op Elizabeth Short.
Duvall volgt een dun spoor en belandt in een wespennest met rijke en machtige verdachten. Zijn broer wordt gespeeld door Robert de Niro. Hij is Monsignore in de Rooms-Katholiek kerk en heeft zakelijke- en vriendschapsbanden met de personen uit het wespennest. De film richt zich al snel op de politiek van scrupuleuze machtsuitoefening en corruptie die in de bovenlaag van Los Angeles gemeengoed is.
Het eigenlijk whodunnit plot raakt bij deze stijlvol geregisseerde film die sterk aan een Film Noir doet denken al snel op een zijspoor. In plaats daarvan maakt de film van de wervelingen, die ontstaan na de ontdekking van het vermoorde meisje, het zwaartepunt en richt zich op de persoonlijke consequenties voor de verdachten en de persoonlijke consequenties voor de twee broers. Het gaat in de film om lang verborgen smerigheden en machtspelletjes die aan het licht komen. Het gaat in de film om morele dilemma's. Het gaat in de film om gewetensnood. Het gaat in de film over confrontaties met keuzes uit het verleden. Het gaat in de film niet zozeer om de feitelijke misdaad.
True Confessions stelt heel behoedzaam een geloofs- en allerhande morele crises ten toon tegen de achtergrond van een gruwelijke moord. De toon is cynisch en laconiek. Veel galgenhumor ook. Hier en daar belandt de film in gezapigheid. Wat obligaat gebabbel. Wat slap moreel geouwehoer. Niet heel interessant. Mij leek dat ook niet nodig in een film met een moorddadig plot. Maar ja dat moorddadige element legt het roemloos af tegen de persoonlijke crises van de Niro en Duvall. Die krijgen veel meer aandacht. Maar toch. Ook al valt de film inhoudelijk wat tegen, de Niro en Duval zijn grandioos in hun rollen en een genot om naar te kijken. Dat scheelt.
True Story (2015)
Fascinerende film over de confrontatie tussen een journalist en een verdachte van moord. De film kent een spannende uitwerking, maar zindert niet over de gehele speelduur.
De dialogen en subtiele interactie tussen beide hoofdrolspelers zijn geslaagd. Op die momenten ontwikkelt zich een intrigerend psychologisch steekspel. Spannend en meeslepend.
Doordat de film met name de energie steekt in deze confrontaties, raken subplots niet goed uitgewerkt en zijn scenes anders dan die tussen beide hoofdrollen niet altijd interessant en soms zelfs storend.
Ook zwijgzame scenes met de overduidelijke bedoeling een sfeer van raadselachtigheid en dubbelzinnigheid te creëren, zijn niet geslaagd. Te geregisseerd.
Goed en overtuigend spel van Franco (soms wat overacting, maar niet ergerlijk) en een behoorlijk degelijk optreden van Hill.
Tevreden.
Truman (2015)
Prachtig emotievol drama. En dan niet uitbundig emotioneel, maar juist zeer ingehouden.
De personages zijn weinig uitgelaten en mededeelzaam. Bedoelingen en gevoelens moeten voornamelijk tussen de regels door worden opgepikt.
Om met die beperking veel gevoelvolle emotie over te kunnen brengen, is goed acteerwerk erg belangrijk. En dat acteerwerk is gewoonweg fantastisch en wordt deugdelijk ondersteund door een goed script met prachtige omsingelende dialogen.
Het tempo is traag. Het bevordert de indringenheid van alles. Van de emotie. Van de pijn. Van het verdriet.
Vanaf het begin hangt er boven de film een soort dubbele laag. Een soort verborgen boodschap. Een niet uitgesproken doemgedachte die langzaam vorm aanneemt. Dat gebeurt heel subtiel. In kleine gebaartjes en woordjes worden aanwijzingen gegeven, die aan het eind nog steeds heel ingehouden en heel ingepakt samenkomen om vervolgens met één emotionele klap te worden geserveerd. Kaboem! Missie volbracht. Spreekwoordelijke tranen met tuiten.
Veel drama dus. Wat ik node miste was meer verlichtende humor. Daar was een chronisch gebrek aan. Het gebrek maakt dat de film iets te veel doorslaat naar zwaar dramatisch. Niet per sé verkeerd hoor, maar ik heb graag wat meer balans. Wat meer relativering.
Desondanks, genoten!
Trumbo (2015)
Biopic over Dalton Trumbo, scenarioschrijver te Hollywood, wiens naam ten tijde van de jacht op aanhangers van het Communisme in de jaren '50 en '60 op de zwarte lijst prijkte.
Een zwarte periode in de Amerikaanse (politieke) geschiedenis. De nietsontziende en mensonterende jacht zorgde er voor dat veel mensen niet meer aan (betaald) werk konden komen en derhalve diep in de ellende raakten.
De periode wordt in geschiedkundige zin niet diepgaand behandeld. De film scheert er als het ware langs en stipt hier en daar wat aan. Het tijdperk fungeert meer als sfeervolle achtergrond voor het verhaal.
De focus ligt op het personage Trumbo. De film is een verzameling anekdotes uit zijn leven gedurende die periode. Op zich best interessant.
Tegelijkertijd niet heel diepgravend. We schampen langs het diepe leed en de stress die het gezin heeft getroffen. Het blijft allemaal fragmentarisch en daardoor oppervlakkig. Het leed en de emotie kruipen niet onder de huid. We ondergaan het min of meer schouderophalend.
Het is desondanks prettig kijkvoer. De toon is niet al te zwaar. De tijd vliegt voorbij. Tekstueel is het trouwens genieten. De man staat garant voor gevatte tekst. Heerlijk.
De scenes die een worstelend schrijvende Trumbo laten zien zijn prachtig en worden passend ondersteund door zwoegende bigband klanken.
De sfeer, de muziek en de cinematografie deden me denken aan Tucker: The Man and His Dream. Ook zo'n anekdotisch in elkaar gezet, maar eveneens aangenaam werkje. Wel ietsjes beter op alle fronten, trouwens.
Aangename rol van Cranston. Tevens een paar aardige sidekicks. Dean O'Gorman als Kirk Douglas is indrukwekkend. Niet vanwege zijn acteertalent maar om zijn gelijkenis.
Trust, The (2016)
Eindelijk een film waarin Cage een behoorlijk goede rol vertolkt.
Hij doet dat helaas dan wel weer in een film die geen slapende honden wakker maakt.
De film is niet erg opwindend. Het verhaaltje stelt niet veel voor en blijft hangen in kabbelende matheid. De film ontstijgt de vlakheid zelden en is af en toe rommelig in de verhaallijn.
Verder wat voorzichtige humor en weinig spanning. Geen echt “puntje van de stoel”-werk dus.
Toch zijn de voorwaarden voor een uitermate spannend en humoristisch eindproduct wel degelijk aanwezig. In de film ontbreken helaas de punchlines die actie en dialoog naar een hoger niveau van spanning en humor moeten tillen. 't blijft allemaal wat hangen in de ontwikkelfase en het is gewoonweg niet gepeperd genoeg.
De personages vertolkt door Cage en Wood zijn interessant. Vreemde personages met duidelijke issues. Beide personages zijn inhoudelijk helaas tamelijk vlak uitgewerkt. Wat jammer is, want de personages zijn in aanleg complex genoeg voor meer verdieping. In combinatie met het goede acteerwerk, zou dit de film zeker van meer cachet hebben voorzien.
Jerry Lewis (voormalig King of Comedy) speelt een miniem rolletje. Wat de toegevoegde waarde van de bekaaide inzet van deze held is, is mij niet duidelijk. Ik vond het nogal respectloos.
Tudo Bem No Natal Que Vem (2020)
Alternatieve titel: Just Another Christmas
Het leven van een familieman bestaat na een val van het dak alleen nog maar uit kerst. De rest van het jaar is volledig uit zijn bewustzijn verdwenen. Hij herinnert zich alleen nog maar de dag van kerst. We zien hem steeds op deze dag wakker worden waarna hij door zijn familie wordt bijgepraat over het afgelopen jaar. De film springt van kerstfeest naar kerstfeest. In de loop van de film passeren aardig wat kerstdagen.
Vooral in het begin wordt dit zich herhalende gegeven komisch ingezet. Helaas is het helemaal niet grappig. Dat ligt aan de hoofdpersoon die erg druk doet en niet grappig is. Dat ligt aan de weinige variatie van gebeurtenissen. Elke kerstdag lijkt erg op de andere kerstdag. Dezelfde familieleden. Dezelfde grappen. Dezelfde voortgang. Na als kijker op deze manier ettelijke kerstdagen samen met protagonist Jorge te hebben doorgebracht, zal de scenarist net als deze kijker hebben gesnakt naar wat variatie. Er volgt dan ook een poging om van de film iets meer te maken dan een flauwe komische kerstfilm rondom een hectische familie. Dat gebeurt met een dosis feelgood.
De factor feelgood wordt ruimschoots toegevoegd en verbonden met de boodschap die de film uiteraard wil uitdragen. Het gaat om bezinning en om het openen van kille harten. Een originele boodschap die je niet heel vaak in een kerstfilm aantreft. De film zet daartoe in het verloop minder in op humor en speelt vaker de sentimentele kaart. De afwending van de flauwe humor is op zich welkom, maar het inbrengen van sentiment brengt geen verlichting. Het sentiment ontpopt zich alras als erg kunstmatig en ontroert niet.
De film valt erg tegen. Het plotgegeven is niet onaardig. De uitwerking is over het algemeen behoorlijk saai en gelijkvormig. Heel zelden een geslaagde scène die een verrassing inhoudt of een bescheiden lach weet op te roepen. Het is erg weinig.
Turistas (2006)
Alternatieve titel: Paradise Lost
De film begint zoals honderden andere horrorfilms beginnen. Een groep tieners bevindt zich feestend op een afgelegen locatie. We verlustigen ons aan naakte schoonheid. We ergeren ons aan stompzinnige dialogen. We beschouwen de mooie omgeving. En we zijn niet verbaasd als blijkt dat het vrolijke festijn sporen van een nachtmerrie gaat vertonen. We gaan gapend mee in het voorspelbare vervolg. Tieners verdwijnen en tieners gaan dood. De voortzetting is voorzienbaar, niet spectaculair en zodanig gecensureerd gesneden dat maar weinig expliciete beelden voorbij trekken.
De film laat de personages, die zich noch door diepzinnige karaktereigenschappen noch door goed acteerwerk onderscheiden, maar wat aanmodderen. Het is dan ook prettig als de verlossende eindstrijd aanbreekt. Een apotheose die erg lang duurt en waarin weinig opzienbarends gebeurt. Geen heuse apotheose dus.
Turistas is een ongeïnspireerde Hostel-kloon, die zelfs niet ook maar beetje interessant wordt. Laat staan spannend. De film scoort geen 0,5 vanwege de bijzonder aardige onderwaterscènes. De enige scènes die enigszins verrasten en er gewoon mooi uitzagen.
Turkey Shoot (1982)
Alternatieve titel: Escape 2000
'Freedom is obedience, obedience is work, work is life'.
Aldus luidt het motto van het heropvoedingskamp waar de afvalligen wordt bijgebracht hoe zij als deugdzame burgers moeten functioneren in een autoritaire maatschappij die veel weg heeft van een Orwelliaanse samenleving.
Maatschappijkritiek, semi-intellectueel gewauwel en geschiedkundige verduidelijking worden in deze film consequent achterwege gelaten. Het kamp en de onmenselijke omstandigheden er in zijn er gewoon en hebben geen andere functie dan heel snel duidelijkheid te verschaffen over wie wij als kijkers moeten haten en met wie wij moeten sympathiseren, zodat we alleen maar achterover hoeven te leunen om gevechtsactie, sadistische spelletjes en nudity te verorberen. Exploitatie hè.
Het hoofdbestanddeel van de film is de jacht op een aantal gevangenen. En dat is best amusant kijkvoer. De ongelijke strijd tussen de zielige gevangenen die in de jungle worden losgelaten en de sadistische jagers zit vol vaart en is redelijk spannend. De confrontaties zijn voldoende afwisselend. De jagers zijn heerlijk foute personages die elk met een eigen jachtmethode ruim de gelegenheid wordt geboden zich te manifesteren. Een aantal leuke scènes is het gevolg.
Verder zit er nog wat bloed en wat gore in de film. En natuurlijk (full frontal) nudity. Helemaal niet onaardig. Wel onaardig zijn de sfx en enkele erg slecht geënsceneerde vechtsscènes waarbij duidelijk zichtbaar geen tik wordt uitgedeeld. Niet eens B-film waardig. Ach, kleine domper. De rest van de film ziet er acceptabel genoeg uit en bevat voldoende exploitatiemateriaal om tevreden te worden gesteld.
Turn Me On (2024)
De film speelt zich af in een gemeenschap waar armoe en geweld niet meer bestaan. De leden van die gemeenschap betalen daar een prijs voor. Ze dienen dagelijks pillen te slikken. Door de inname van die pillen leidt men een zorgeloos bestaan, maar ervaart men geen diepe gevoelens meer. Hoe het leven in deze gemeenschap eruit ziet, beleeft de kijker aan de hand van het echtpaar Joy en William. Joy en William worden ’s ochtends in hun los van elkaar staande bedden wakker en stellen elkaar de mechanisch klinkende vraag: “Are you content”? Het antwoord is altijd hetzelfde. Vervolgens slikken ze hun pil en gaan naar hun werk waar monotone werkzaamheden wachten. In de avond treffen ze andere echtparen waarmee ze saaie VR-spelletjes spelen en saaie gesprekken voeren.
Enscenering en dialogen zorgen voor de frisse wind. De toon van de film is humoristisch. Dat is fijn want van de opwindende activiteiten waarmee het echtpaar Joy en William de dag vult, moet de film het niet hebben. Het absurde van de situatie die door iedereen als doodgewoon wordt beleefd, komt door de humoristische insteek echter goed naar voren. Er zijn daardoor voldoende momenten in het verhaal die bovengemiddeld intrigeren.
Aan de bijpersonages wordt helaas wat weinig aandacht geschonken. Als de inname van de pillen uitblijft en onverwachte liefdesgevoelens en jaloezie de kop op steken, zou je meer dynamiek verwachten. Door de bleke inkleuring van de personages (met uitzondering van Joy en in mindere mate van Michael) blijft die dynamiek uit. Hoe verder in de film hoe meer de veranderde situatieschets niet leidt tot een verrassend doordacht en spannend vervolg.
Toch is Turn Me On het bekijken waard. De aanzetjes tot het verhaal zijn leuk. Een aantal scènes is heerlijk absurd en hilarisch. De personages Joy en in mindere mate Michael zijn leuk genoeg om te boeien. Met name Joy is een interessant personage. Haar nieuwsgierigheid en expressieve aanwezigheid staan haaks op de grijze uitstraling van de setting en de kleurloosheid van haar menselijke omgeving. Haar aanwezigheid voorziet het ietwat prikkelarme verhaal van een sprankelend randje.
Na afloop stelde ik mijzelf de volgende vraag: "Was I content?" Iets minder enthousiast dan het standaardantwoord in de film beantwoordde ik de vraag als volgt: "Sometimes I was and sometimes I wasn’t".
Twarz (2018)
Alternatieve titel: Mug
In Twarz staat het geschonden lichaam centraal. Beter gezegd, het gehavende gezicht van Jacek. De heavy metal fan valt op de bouwplaats van een stellage en landt hard op de sokkel van een gigantisch Jezusbeeld in aanbouw. In het ziekenhuis wordt hem een nieuw gezicht gegeven. De eerste gezichtstransplantatie ooit in Polen.
In het begin van de film zien we een grote horde halfnaakte mensen die in slow motion een warenhuis bestormt en elkaar bijkans de hersenen inslaat in de zucht om sterk afgeprijsde artikelen te bemachtigen. Verderop in de film vraagt de dorpspastoor tijdens de biecht verlekkerd aan een jonge vrouw: “raak je zijn geslacht aan”? De film geeft een somber beeld van het menselijke gedrag. De samenleving is ziek en komt alleen nog door zelfzuchtige prikkelingen aan haar trekken. De media zijn gedienstig en voeden de zelfzucht en hang naar sensatie. Ze bombarderen in dat kader de onfortuinlijke Jacek tot nationale held.
Twarz is een venijnige satire gevuld met gortdroge humor en met een bittere vorm van realisme. De film is een parabel over het moderne Polen. Jaceks geschonden gelaat en zijn nieuwe masker dat het oude bedekt, staan voor de kapotte toestanden in de Poolse samenleving. De film hekelt op sensatie beluste media, de hypocrisie van de rooms-katholieke kerk en de onbeheerste zucht naar consumptie.
De film kijkt met een cynische blik naar een doortrapte wereld die zich achter een edelmoedige moraal verschuilt. Een wereld waar een natuurlijke menselijke eigenschap als oprechte empathie ver in het geheugen is weggezakt. De trechter waar al deze laaghartigheid zich op richt, is Jacek. Even gebombardeerd tot held, maar vanwege zijn vreemde uiterlijk al snel veracht door zijn familie en zijn brave dorpsgenoten. Op straat schelden kinderen hem uit voor satanist. Jacek is innerlijk niet veranderd maar door zijn nieuwe uiterlijk is hij dat wel voor zijn omgeving. Hij is een exoot en een buitenstaander geworden.
Regisseur en schrijver Malgorzata Szumowska schetst met haar film een somber beeld van de menselijke gemeenschap. Slechts weinig personages komen positief voor het voetlicht. In de beelden van coauteur en cameraman Michal Englert liggen schoonheid en lelijkheid dicht bij elkaar. Soms is het ene aspect scherp in beeld Soms het andere. De wereld eromheen is grofkorrelig en onscherp. Het is aan de samenleving om het grofkorrelige te herontdekken en afstand te nemen van haar gepolariseerde kijk op dingen.
Aan het eind van de film torent het gereed gekomen monstrueuze Jezusbeeld hoog uit boven het Poolse heuvelland. De 36 meter afstand die hem scheiden van de bodem zijn veelzeggend. Afstandelijk en roerloos beschouwt hij. Zijn versteende gelaat is zonder veel expressie. Beetje droevig misschien. Volgens mij heeft hij het opgegeven.
Twelve Chairs, The (1970)
Alternatieve titel: The 12 Chairs
Een oud Russisch moedertje vertelt op haar sterfbed dat zij in één van twaalf stoelen de familiejuwelen heeft verstopt. De twaalf stoelen bevinden zich intussen niet meer in de inboedel maar bevinden zich op andere plekken ergens in Rusland. Die bekentenis maakt de hebzucht wakker in een aantal personages die een turbulente jacht naar de schat ondernemen. Een leuke opstap voor veel hilariteit, nietwaar? Leuke opstap, wel waar. Hilariteit, niet waar.
De film is gebaseerd op een satirische roman van Yevgeni Petrov en Ilya Ilf en is vaker verfilmd. Mel Brooks verfilmt het verhaal in zijn tweede film. Nu eens geen parodie op een filmgenre of op een andere cuturele manifestatie, maar een satire over Rusland met verwijzingen naar de revolutie. In het boek is de humor veelal subtiel. In de film van Brooks is dat minder het geval, hoewel de film in het algemeen minder uitgelaten en overdreven is dan zijn andere films.
Erg leuk is het allemaal niet. Brooks hanteert de gebruikelijke hollywoodclichés over Rusland, voegt wat flauwe woordgrapjes toe en leukt scènes op met (jawel) slapstick. De film kent vele momenten van stilstand. Momenten zonder tempo. Momenten waarop subtiele humor goed zou aarden. Niet bij Brooks. Op die momenten wordt slapstick ingezet. Het gaat zelfs zover dat hele stukken film in een versneld tempo worden afgespeeld. Hoe humorloos.
Een grote bijrol is weggelegd voor Dom DeLouise. Voor mij is hij de verpersoonlijking van anti-humor. In deze film bewijst hij weer eens met zijn mimiek en zijn overdreven aanwezigheid hoe onleuk hij is.
Ik kan Brooks best hebben. Een film als Blazing Saddles vind ik hilarisch.The Twelve Chairs is gewoon een oninteressante film uit zijn oeuvre. Een miskleun waar je als beginnend filmmaker recht op hebt.
Twinless (2025)
Een tragikomedie over rouwverwerking. In films over rouwverwerking worden de feiten vaak in het begin al over de kijker uitgestort, waarna de film zich verantwoord psychologisch met de rouwende protagonist kan bezighouden. In Twinless zijn de feiten vanaf het begin niet helder. En als je denkt de feiten helder te hebben, volgt nog een wending die alles weer overhoop haalt. Het gaat niet per se om een wending die wordt ingebracht vanwege het verrassingseffect hoewel dat effect wel wordt gesorteerd. De wending dient voornamelijk om bij te dragen aan meer verdieping in de personages en aan een verbreding van de tragiek in het verhaal. Door de wending verandert de aard van het verdriet. Een prima truc van scenarist en hoofdrolspeler James Sweeney die de emotionele chaos waarin twee rouwende protagonisten zijn terechtgekomen hiermee nog eens extra beklemtoont..
De film is vooral een praatfilm en is behalve van goede dialogen afhankelijk van de geloofwaardigheid van zijn personages. Die geloofwaardigheid is er. James Sweeney speelt een wat wispelturig karakter die de neiging heeft zich aan iemand vast te klampen. Zijn personage is een aimabel persoon maar in zijn doen en laten ook wel wat vermoeiend. Dylan O’Brien heeft een dubbelrol en laat twee totaal verschillende personages tot leven komen. Het ene personage in een bijrol is flamboyant en arrogant. Het andere en belangrijkere personage is niet erg toegankelijk, een moeilijke prater en tamelijk onbeholpen in zijn interacties met anderen. De personages hebben allen zo hun eigenzinnigheden en gedragen zich niet altijd even voorbeeldig. Ze zijn menselijk. Het zijn mensen die in een emotioneel dal zijn beland en de weg naar boven weer proberen op te pakken.
Tot nu toe klinkt het allemaal vrij ernstig. Valt mee. De film behandelt weliswaar een zwaar thema maar doet dat niet alleen op een dramatische manier. De film is eveneens een komedie. Centraal staat de kennismaking tussen twee rouwende mannen die elkaar in een praatgroep tegenkomen. Er ontwikkelt zich een vriendschap waarin grappige momenten worden afgewisseld met ontroerende momenten. Soms is het alsof je naar een platonische romantische komedie kijkt. Neem bijvoorbeeld een ongemakkelijke en kneuterige scène waarin de beide mannen samen boodschappen doen in de supermarkt. Een scène die zowel grappig als ontroerend is. De film heeft veel meer van dergelijke kleine scènes die voor opklaring zorgen. Het zijn vooral dergelijke scènes die de film sfeervol kleuren en ervoor zorgen dat de film niet verzinkt in een algeheel tranendal. Prima gelukt wat mij betreft.
Twins of Evil (1971)
Alternatieve titel: Twins of Dracula
De film is één van de laatste positieve oplevingen in een lange reeks van klassieke Hammer griezelfilms, die in de jaren ervoor succesvol en in grote getale verschenen. De film is het laatste deel van de Karnstein-trilogie en heeft ondanks de alternatieve titel (Twins of Dracula) niets met Dracula van doen. De films van de trilogie worden overigens wel bevolkt door vampiers, maar die gedragen zich heel anders dan ‘good old’ Christopher Lee. Ze zijn minder wereldvreemd en lopen gewoon rond in het daglicht. De twee voorgaande titels van de trilogie zijn The Vampire Lovers (1970) (ook met Peter Cushing) en Lust for a Vampire (1971).
Over het algemeen zijn Hammer films fijne films. Films die met name door de unieke gotische sfeer een bijzondere plek binnen het horrorgenre innemen. Weliswaar worden in deze film in sommige scènes al concessies gedaan aan het exploitatiegenre van de jaren 70, maar gelukkig overheerst hier voornamelijk nog die fijne typische griezelige atmosfeer waar Hammer om bekend staat.
De film trapt meteen heftig af met een heksenvervolging met aansluitende verbranding. Pas daarna zien we de openingscredits verschijnen en treedt de rust in. Een beheerste opbouw gevolgd door een middendeel waarin zowel het spanningsniveau als het tempo nogal fluctueren, maar wel met genoeg scènes die gedrenkt zijn in zeer aangename gotische sferen. Pas in de finale gaan de remmen net als in de eerste scène weer helemaal los.
Een zeer sfeervolle film dus, waarin volgens de Hammer traditie gotische elementen een belangrijke rol spelen. De film speelt zich af in twee werelden. Twee werelden die elementair van elkaar verschillen en uit dat contrast ontstaan natuurlijk de nodige wrijvingen. Aan de ene kant is er het geslacht Karnstein dat al eeuwen in een prachtig Middeleeuws kasteel in decadentie leeft en zich heeft ontworsteld aan het Christelijke juk, waar men in de andere wereld nog erg onder gebukt gaat. De andere wereld bestaat uit een boerengehucht met eveneens de naam Karnstein, waar heksenjager Peter Cushing gewapend met brandende fakkels en met de bijbel onder zijn arm, uit is op het verdelgen van het Kwaad.
Het Kwaad wordt in deze film gepersonifieerd door heksen en vampiers. Peter Cushing heeft het er maar druk mee. Gezien zijn fanatisme is het op zich verbazingwekkend dat er nog voldoende vrouwen over zijn die niet door deze fundamentalist vervolgd en verbrand zijn. Gelukkig voor de film zijn ze nog te vinden.
Een erotisch geladen film is het ook. Dat hoort bij de sfeervolle traditie van de Hammer films. De erotiek komt in deze film van de Collinson tweeling. In die jaren nogal bekend vanwege een playboy fotoshoot. De beide dames wisselen opvallend vaak van kleding en lopen veel in dunne nachthemdjes door de film. Behalve er mooi uitzien, hebben beide dames weinig toevoeging. Acteertalent is hun vreemd.
De enige die daarin uitblinkt is Peter Cushing. De scènes met hem zijn de beste scènes uit de film. De vampier die het andere hoofdpersonage is, maakt met overacting en overdreven boosaardige gelaatsuitdrukkingen, vooral een kleurloze indruk.
Nee, van de belachelijke vampier moet de film het niet hebben. De magnifieke sfeer en het optreden van Peter Cushing maken de film gelukkig nog het bekijken waard.
Two Heads Creek (2019)
Een film uit de categorie Blackwood Slasher. Films met een buitengebied als setting. De mensen leven er afgezonderd van de geciviliseerde wereld en hanteren hun eigen bloedige wetten. De gedegenereerde bewoners houden zich bezig met het vernederen, folteren en doden van argeloze reizigers. Een bekend voorbeeld van zo’n film is natuurlijk The Hills Have Eyes (1977).
Two Heads Creek is een horrorcomedy die de kijker meeneemt naar een gemeenschap in de Australische Outback, waar stugge plattelanders zich overgeven aan praktijken waar de geciviliseerde mens niet eens aan zou denken. Een Britse broer en zus van Poolse komaf met familiebanden in deze gemeenschap, ondervinden al snel dat de gemeenschap niet heel vriendelijk met buitenstaanders omgaat.
Dat zijn de ingrediënten voor een gitzwarte komedie, die ik in tegenstelling tot wat de zuinige waarderingen aangeven, heel vermakelijk vond. De weergave van de Australiërs is heerlijk stereotiep. De twee protagonisten zijn heerlijk naïef en verwaand. De actie is heerlijk overtrokken en ridicuul. Fijne scherpe dialogen komen voorbij. Absurd, soms pijnlijk en politiek incorrect, maar vooral heel grappig.
Van actuele thema’s als de immigrantenproblematiek en de vreemdelingenhaat (of angst) maakt de film dankbaar gebruik om een onderliggende serieuzere laag aan te brengen. Moeilijk herkenbaar te midden van de luidruchtige komische hectiek die de bovenlaag van de film karakteriseert, maar het is er volgens mij wel. Het maakt van Two Heads Creek soms iets meer dan puur vermaak. De film kun je puur als leuke onzin beschouwen, maar aan de botte vreemdelingenhaat die de Australiërs propageren, kleeft ook een serieus en satirisch randje.
De film staat te boek als een horrorkomedie. Er is horror, maar de humor overheerst. De horror die we te zien krijgen is erg overtrokken en kun je niet als serieuze horror beschouwen. De finale is één groot festijn voor de liefhebber van gore. Koppen rollen. Ledematen vliegen door de lucht. Het bloed vloeit en spuit hevig. Van dat werk. Het is veel en het is bizar. De CGI erg zichtbaar. De komische teneur die de film in alle facetten beheerst, wordt door de hoeveelheid gore en bloed bepaald niet weggespoeld.
Two Heads Creek is leuke onzin, maar onder al die nonsens bespeurde ik soms een serieuze ondertoon. Daar hoef je je als kijker overigens niets van aan te trekken. De hectiek en de absurde humor overschreeuwen de satire met gemak.
Leuke film.
Two Mules for Sister Sara (1970)
Alternatieve titel: Dos Mulas para la Hermana Sara
Het beeld van de zwijgzame revolverheld met de korzelige en zwaarmoedige blik onder de ver naar beneden getrokken hoed met tussen zijn door de zon geteisterde lippen een rokende cigarillo, wordt in mijn ogen het best uitgedragen door Clint Eastwood. De man die al in 1964 in A Fistfull of Dollars de zwijgzame revolverheld speelde en die rol daarna nog ettelijke malen herhaalde, doet het ook in Two Mules for Sister Sara. Hij is de met hoed, colt en cigarillo uitgeruste revolverheld Hogan.
Eastwood speelt zijn vertrouwde rol in een film die je als een spaghettiwestern zou kunnen kenschetsten, maar die door de overdreven toepassing van de bekende stijlmiddelen die in de Italiaanse western thuishoren, wat luchtiger aandoet. Die luchtigheid heeft eveneens te maken met de aanwezigheid van Shirley Maclaine. Als zedige non met de naam zuster Sara is zij gekoppeld aan de stoere revolverheld. Een leuk koppel is het. Een outlaw die een deugdzame non bijstaat en een non die een goddeloze outlaw assisteert. Bijtende dialogen en bizarre situaties zijn het gevolg.
De typische cynische houding van de revolverheld zoals we die uit spaghettiwesterns kennen, is uiteraard aanwezig. Opmerkelijk genoeg heeft Eastwood in tegenstelling tot zijn gebruikelijke zwijgzaamheid daarbij de beschikking over een spraakvermogen dat ongekend is als je dat relateert aan de weinige woorden die de gemiddelde revolverheld met een zwaarmoedige blik en een verholen gezicht met daarin een rokende cigarillo, uit zijn mond laat rollen. Dat type spreekt gewoonlijk amper een woord. Hogan praat veel.
De verbale confrontaties zijn hartstikke leuk. Eastwood vuurt de ene na de andere spitsvondige tekst en oneliner af en persifleert op die manier de stoere revolverheld zoals we die met name uit de Italiaanse western kennen. Gelukkig wordt de persiflage niet in het belachelijke getrokken, maar balanceert soms hoogstens op het randje van de geloofwaardigheid. Het karakter bezit voldoende serieus fundament om hem als een heuse revolverheld te beschouwen. Maclaine vertolkt de non op een speelse en charmante manier en is eveneens niet op haar mondje gevallen. Het duo harmonieert lekker. De stekelige samenwerking van het duo is als gezegd hartstikke vermakelijk.
Het enige dat je de film kwalijk zou kunnen nemen is het gebrek aan een opvallende antagonist. Zo’n figuur werkt toch aansprekender dan een anoniem garnizoen Franse soldaten of een bijeengeraapt groepje kwaadwillende desperado’s. Maar goed, over het algemeen heeft de film prima actie en zijn de plaatjes van het landschap waar Eastwood en Maclaine doorheen trekken, wonderschoon. In het midden zakt de boel een beetje in, maar de actierijke finale trekt de film weer uit de impasse. Voor de muziek in deze luchtige western is Ennio Morricone verantwoordelijk. Heerlijke klanken die je meteen in de western-mood brengen. Leuke film.
