• 17.278 nieuwsartikelen
  • 182.351 films
  • 12.566 series
  • 34.775 seizoenen
  • 656.192 acteurs
  • 200.438 gebruikers
  • 9.466.008 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Collins als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Twins of Evil (1971)

Alternatieve titel: Twins of Dracula

De film is één van de laatste positieve oplevingen in een lange reeks van klassieke Hammer griezelfilms, die in de jaren ervoor succesvol en in grote getale verschenen. De film is het laatste deel van de Karnstein-trilogie en heeft ondanks de alternatieve titel (Twins of Dracula) niets met Dracula van doen. De films van de trilogie worden overigens wel bevolkt door vampiers, maar die gedragen zich heel anders dan ‘good old’ Christopher Lee. Ze zijn minder wereldvreemd en lopen gewoon rond in het daglicht. De twee voorgaande titels van de trilogie zijn The Vampire Lovers (1970) (ook met Peter Cushing) en Lust for a Vampire (1971).

Over het algemeen zijn Hammer films fijne films. Films die met name door de unieke gotische sfeer een bijzondere plek binnen het horrorgenre innemen. Weliswaar worden in deze film in sommige scènes al concessies gedaan aan het exploitatiegenre van de jaren 70, maar gelukkig overheerst hier voornamelijk nog die fijne typische griezelige atmosfeer waar Hammer om bekend staat.

De film trapt meteen heftig af met een heksenvervolging met aansluitende verbranding. Pas daarna zien we de openingscredits verschijnen en treedt de rust in. Een beheerste opbouw gevolgd door een middendeel waarin zowel het spanningsniveau als het tempo nogal fluctueren, maar wel met genoeg scènes die gedrenkt zijn in zeer aangename gotische sferen. Pas in de finale gaan de remmen net als in de eerste scène weer helemaal los.

Een zeer sfeervolle film dus, waarin volgens de Hammer traditie gotische elementen een belangrijke rol spelen. De film speelt zich af in twee werelden. Twee werelden die elementair van elkaar verschillen en uit dat contrast ontstaan natuurlijk de nodige wrijvingen. Aan de ene kant is er het geslacht Karnstein dat al eeuwen in een prachtig Middeleeuws kasteel in decadentie leeft en zich heeft ontworsteld aan het Christelijke juk, waar men in de andere wereld nog erg onder gebukt gaat. De andere wereld bestaat uit een boerengehucht met eveneens de naam Karnstein, waar heksenjager Peter Cushing gewapend met brandende fakkels en met de bijbel onder zijn arm, uit is op het verdelgen van het Kwaad.

Het Kwaad wordt in deze film gepersonifieerd door heksen en vampiers. Peter Cushing heeft het er maar druk mee. Gezien zijn fanatisme is het op zich verbazingwekkend dat er nog voldoende vrouwen over zijn die niet door deze fundamentalist vervolgd en verbrand zijn. Gelukkig voor de film zijn ze nog te vinden.

Een erotisch geladen film is het ook. Dat hoort bij de sfeervolle traditie van de Hammer films. De erotiek komt in deze film van de Collinson tweeling. In die jaren nogal bekend vanwege een playboy fotoshoot. De beide dames wisselen opvallend vaak van kleding en lopen veel in dunne nachthemdjes door de film. Behalve er mooi uitzien, hebben beide dames weinig toevoeging. Acteertalent is hun vreemd.

De enige die daarin uitblinkt is Peter Cushing. De scènes met hem zijn de beste scènes uit de film. De vampier die het andere hoofdpersonage is, maakt met overacting en overdreven boosaardige gelaatsuitdrukkingen, vooral een kleurloze indruk.

Nee, van de belachelijke vampier moet de film het niet hebben. De magnifieke sfeer en het optreden van Peter Cushing maken de film gelukkig nog het bekijken waard.

Two Heads Creek (2019)

Een film uit de categorie Blackwood Slasher. Films met een buitengebied als setting. De mensen leven er afgezonderd van de geciviliseerde wereld en hanteren hun eigen bloedige wetten. De gedegenereerde bewoners houden zich bezig met het vernederen, folteren en doden van argeloze reizigers. Een bekend voorbeeld van zo’n film is natuurlijk The Hills Have Eyes (1977).

Two Heads Creek is een horrorcomedy die de kijker meeneemt naar een gemeenschap in de Australische Outback, waar stugge plattelanders zich overgeven aan praktijken waar de geciviliseerde mens niet eens aan zou denken. Een Britse broer en zus van Poolse komaf met familiebanden in deze gemeenschap, ondervinden al snel dat de gemeenschap niet heel vriendelijk met buitenstaanders omgaat.

Dat zijn de ingrediënten voor een gitzwarte komedie, die ik in tegenstelling tot wat de zuinige waarderingen aangeven, heel vermakelijk vond. De weergave van de Australiërs is heerlijk stereotiep. De twee protagonisten zijn heerlijk naïef en verwaand. De actie is heerlijk overtrokken en ridicuul. Fijne scherpe dialogen komen voorbij. Absurd, soms pijnlijk en politiek incorrect, maar vooral heel grappig.

Van actuele thema’s als de immigrantenproblematiek en de vreemdelingenhaat (of angst) maakt de film dankbaar gebruik om een onderliggende serieuzere laag aan te brengen. Moeilijk herkenbaar te midden van de luidruchtige komische hectiek die de bovenlaag van de film karakteriseert, maar het is er volgens mij wel. Het maakt van Two Heads Creek soms iets meer dan puur vermaak. De film kun je puur als leuke onzin beschouwen, maar aan de botte vreemdelingenhaat die de Australiërs propageren, kleeft ook een serieus en satirisch randje.

De film staat te boek als een horrorkomedie. Er is horror, maar de humor overheerst. De horror die we te zien krijgen is erg overtrokken en kun je niet als serieuze horror beschouwen. De finale is één groot festijn voor de liefhebber van gore. Koppen rollen. Ledematen vliegen door de lucht. Het bloed vloeit en spuit hevig. Van dat werk. Het is veel en het is bizar. De CGI erg zichtbaar. De komische teneur die de film in alle facetten beheerst, wordt door de hoeveelheid gore en bloed bepaald niet weggespoeld.

Two Heads Creek is leuke onzin, maar onder al die nonsens bespeurde ik soms een serieuze ondertoon. Daar hoef je je als kijker overigens niets van aan te trekken. De hectiek en de absurde humor overschreeuwen de satire met gemak.

Leuke film.

Two Mules for Sister Sara (1970)

Alternatieve titel: Dos Mulas para la Hermana Sara

Het beeld van de zwijgzame revolverheld met de korzelige en zwaarmoedige blik onder de ver naar beneden getrokken hoed met tussen zijn door de zon geteisterde lippen een rokende cigarillo, wordt in mijn ogen het best uitgedragen door Clint Eastwood. De man die al in 1964 in A Fistfull of Dollars de zwijgzame revolverheld speelde en die rol daarna nog ettelijke malen herhaalde, doet het ook in Two Mules for Sister Sara. Hij is de met hoed, colt en cigarillo uitgeruste revolverheld Hogan.

Eastwood speelt zijn vertrouwde rol in een film die je als een spaghettiwestern zou kunnen kenschetsten, maar die door de overdreven toepassing van de bekende stijlmiddelen die in de Italiaanse western thuishoren, wat luchtiger aandoet. Die luchtigheid heeft eveneens te maken met de aanwezigheid van Shirley Maclaine. Als zedige non met de naam zuster Sara is zij gekoppeld aan de stoere revolverheld. Een leuk koppel is het. Een outlaw die een deugdzame non bijstaat en een non die een goddeloze outlaw assisteert. Bijtende dialogen en bizarre situaties zijn het gevolg.

De typische cynische houding van de revolverheld zoals we die uit spaghettiwesterns kennen, is uiteraard aanwezig. Opmerkelijk genoeg heeft Eastwood in tegenstelling tot zijn gebruikelijke zwijgzaamheid daarbij de beschikking over een spraakvermogen dat ongekend is als je dat relateert aan de weinige woorden die de gemiddelde revolverheld met een zwaarmoedige blik en een verholen gezicht met daarin een rokende cigarillo, uit zijn mond laat rollen. Dat type spreekt gewoonlijk amper een woord. Hogan praat veel.

De verbale confrontaties zijn hartstikke leuk. Eastwood vuurt de ene na de andere spitsvondige tekst en oneliner af en persifleert op die manier de stoere revolverheld zoals we die met name uit de Italiaanse western kennen. Gelukkig wordt de persiflage niet in het belachelijke getrokken, maar balanceert soms hoogstens op het randje van de geloofwaardigheid. Het karakter bezit voldoende serieus fundament om hem als een heuse revolverheld te beschouwen. Maclaine vertolkt de non op een speelse en charmante manier en is eveneens niet op haar mondje gevallen. Het duo harmonieert lekker. De stekelige samenwerking van het duo is als gezegd hartstikke vermakelijk.

Het enige dat je de film kwalijk zou kunnen nemen is het gebrek aan een opvallende antagonist. Zo’n figuur werkt toch aansprekender dan een anoniem garnizoen Franse soldaten of een bijeengeraapt groepje kwaadwillende desperado’s. Maar goed, over het algemeen heeft de film prima actie en zijn de plaatjes van het landschap waar Eastwood en Maclaine doorheen trekken, wonderschoon. In het midden zakt de boel een beetje in, maar de actierijke finale trekt de film weer uit de impasse. Voor de muziek in deze luchtige western is Ennio Morricone verantwoordelijk. Heerlijke klanken die je meteen in de western-mood brengen. Leuke film.

Two Pigeons (2017)

Alternatieve titel: 2 Pigeons

Fijne comedy, die het in alle opzichten klein houdt en met sardonische humor de boel op scherp zet en die scherpte tot het einde toe bewaart. Het is een grappige film.

Een film met weinig personages. Niet ingewikkeld en prettig overzichtelijk. De personages die er zijn, vallen niet onder de noemer 'innemend'. Oppervlakkig, hatelijk en egocentrisch zijn betere bewoordingen bij het beschrijven van de karaktertrekjes. Van enige binding met één van hen is dan ook absoluut geen sprake. Er is geen sympathie, maar opvallend genoeg ook geen antipathie, Er is hoogstens wat afschuw over de letterlijk smerige kantjes van de pesterijen.

Verder zijn de gebeurtenissen gewoon erg komisch en is het grappig spannend om de acties en de reacties van de personages te ondergaan zonder de vermoeiende inleving die er normaal gesproken bijna verplicht bijhoort. De film legt geen empatische accenten. Lachen zonder inleving in de personages lukt prima en voelt heel verfrissend. De sardonische humor werkt goed onder neutrale condities en kan heerlijk puur en ongefilterd worden geproefd en genoten.

Lekker puntig verteld verhaaltje ook. Geen onnodige omleidingen in verhaal en lokatie. Gewoon een appartement waarin spannend komische pesterijen plaatsvinden. Meer achtergrond is ook niet nodig. De film doet het trouwens wel en geeft zo tussen de bedrijven door een bevredigende verklaring voor het stalk- en pestgedrag.

Voor mij hoefde dat niet echt. In de sardonische sfeer vond ik bevrediging genoeg.

Two Rode Together (1961)

De thematiek van Two Rode Together ligt in het verlengde van The Searchers (1956), die vijf jaar eerder uitkwam. Ook van John Ford en de betere film. Het is ook de film waarin John Wayne zijn nicht uit de jarenlange gevangenschap van de Comanchen bevrijdt waarna de kijker zich afvraagt of die daad werkelijk een bevrijding is of misschien een hernieuwde gevangenschap maar nu in de blanke gemeenschap.

De blanke kolonisten in Two Rode Together zijn daarin in ieder geval nogal duidelijk. Ook zij krijgen te maken met door de Comanchen gevangen genomen familieleden, die Indiaans zijn geworden. De kleinburgerlijke en naïeve kolonisten zijn tamelijk radicaal in hun denken en worden als extreem haatdragend geportretteerd. De terugkomers die in de ogen van de achterblijvers blank zijn gebleven, maar het natuurlijk niet meer zijn, zijn eigenlijk al bij voorbaat kansloos. Ze zijn hoe dan ook gevangenen. De film geeft met deze geschiedenis een cynische kijk op de Amerikaanse samenleving in de tijd van de pioniers.

Het verhaal rondom de thematiek is boeiend. De film vertelt van een vriendschap tussen twee mannen. Gespeeld door James Stewart en Richard Widmark die heel vaardig met pittige dialogen in de weer zijn. Goeie rol van Stewart. Het ene moment zit je om hem te grijnzen in zijn rol als charmante en schelmse sheriff. Het andere moment verstart de grijns als Stewart heel kil en puur voor zijn eigen gewin bemiddelt tussen de blanken en de Comanchen. Een man met twee gezichten. Beide gezichten overtuigen.

Two Rode Together is een ongewone western. Geen romantische western met revolverhelden, shootouts en sfeervolle landschappen, maar een cynische western over ontheemding, eigen gewin, huichelarij en racisme. Het is even wennen, maar de film beviel uiteindelijk goed.

Two Thousand Maniacs! (1964)

Alternatieve titel: 2000 Maniacs

Een verhaal waarin een groepje vreemdelingen vast komt te zitten in een vals vriendelijke omgeving heeft vaak een hoog griezelgehalte. Ik hou van dit type vertelling. Zo'n vertelling roept een bepaalde angst op. Het appeleert aan een oergevoel. Een natuurlijk verlangen om te gaan en te staan waar men wil. Een gevoel van leven en vrijheid. Een universeel verlangen dat indien gedwarsboomd een onprettige sensatie oproept. Het oproepen van dat gevoel in een verhaal of in een film maakt dat er bij de lezer of kijker herkenning ontstaat. Hij wordt plaatsvervangend boos of angstig of iets anders. De verbeelding wordt aangesproken. Er kan ingeleefd worden. Zoiets is het, geloof ik. Bij mij dan.

In deze film komt dat gevoel onvoldoende naar voren. De film roept geen ongemakkelijk gevoel op. Bij dat gevoel hoort veel meer duistere en sinistere sfeer dan hier wordt getoond. In deze film is die sfeer ver weg. Het is te luchtig, te kolderiek en te zonnig. Op bepaalde momenten is Benny Hill niet ver weg. Achtervolgingen begeleid door snelle ukelele klanken botsen nogal met de serieuze kills die in een ander gevoelsdeel van de film aan de orde zijn. Een hoop ludieke scènes, de muziek en de overacting verhinderen je om ook maar iets van het horrorgebeuren ernstig op te vatten. Er is teveel jolige overkill en die zit het ontstaan van spanning in de weg.

Desondanks, geen onaardige film. De kills zijn inventief. Er is wat gore. Gezien in het licht van de tijd niet eens onaardig gedaan. En de personages zijn belachelijk maar aangenaam en vermakelijk.

Leuk filmpje, maar ik miste gewoon wat spanning en horror.

Two Way Stretch (1960)

Alternatieve titel: Two-Way Stretch

Two Way Stretch is een komedie die overduidelijk uit een andere tijd stamt. Two Way Stretch behoort tot de reeksen Britse komedies die zich vrolijk maken over thema’s die in de arbeidersklasse een rol van betekenis spelen. In Two Way Stretch wordt een simpel verhaal vertelt dat vol zit met giftige humor en sarcastische kwinkslagen met betrekking tot het systeem en het establishment. Voor de arbeider (in deze film is dat de gevangene) is het een vermakelijke bezigheid om beide te slim af te zijn.

De film speelt zich af in een gevangenis en richt zich op drie gevangenen, waarvan Peter Sellers de belangrijkste is. Hij is best leuk. De komedie zelf lijdt onder een tamelijk vrijblijvend en simpel verhaal maar biedt desondanks mild amusement. De film biedt ouderwetse charmante humor met vermakelijke dialogen. Allemaal heel onschuldig. Een prima film voor als je het niet te moeilijk wilt en op zoek bent naar onschuldig en gemakkelijk verteerbaar vermaak.

Two-Lane Blacktop (1971)

Monte Hellmans’ film Two-Lane Blacktop heeft geen strakke verhalende kern. Een duidelijk plot ontbreekt. De film begint ergens plompverloren met een dragster race en eindigt plompverloren midden in een moment dat bij voortzetting een spectaculair einde van de film zou kunnen zijn geweest. Tussen het begin en het einde ligt een roadmovie.

Een film met personages zonder naam. The driver, the Mechanic, GTO en the girl. Ze zijn op zoek naar het geluk. Of naar iets anders dat hun doelloze reis over de eindeloze Amerikaanse wegen zin geeft. Kleine betekenisloze gebeurtenissen doen zich onderweg voor. Ze kleuren de reis even kort en verdwijnen geruisloos weer uit beeld. Het zijn bijrijders die zonder commentaar opduiken, zich even in de belevingswereld van de naamloze personages bevinden, geen duidelijke impact hebben en weer verdwijnen.

Een film die de wegen van Amerika berijdt. De landschappen weids en wisselend. De verlorenheid van de personages heeft met die weidsheid te maken. De mogelijkheden zijn onbegrensd. De zoektocht naar wat dan ook is grenzeloos en zorgt voor een voortdurende cadans zonder uitzicht op een verwezenlijking van iets. De dorpjes, de landschappen, de wegrestaurants, de tankstations en de passanten zijn aan verandering onderhevig, maar voor de personages verandert de situatie niet. Zij bevinden zich continu in een toestand die door de personages zelf als ‘passing through’ wordt aangeduid.

Over de personages komt de kijker niet veel te weten. Een verleden hebben ze niet. Een toekomst is er niet. Interacties in het heden geven geen elementaire persoonlijke informatie prijs. De gezichten blijven zonder uitdrukking. De camera schiet maar weer wat plaatjes vanaf het dashboard van de auto. Op weg naar de volgende dragster race. Het volgende wegrestaurant. De volgende passant. Op weg naar de volgende kleine gebeurtenis zonder enige betekenis.

Het verhaal over drie mannen, een vrouw en twee auto’s is een verhaal dat eeuwig kan voortduren. Of opeens zomaar kan stoppen. De camera kijkt over het dashboard op de weg. De motor brult. Het beeld wordt vertraagd. De haren van bestuurder James Taylor wapperen in slowmotion door het beeld. Dan lost het beeld op in niets. De reis gaat door, maar zonder ons.

Two-Lane Blacktop heeft een magnifieke cinematografie. Uit de beelden spreekt een hartstocht die in de personages nauwelijks is terug te vinden. Ze spreken weinig en zijn vooral emotieloos aanwezig met gezichten zonder expressie. Antwoorden blijven uit. Motieven blijven onuitgesproken. Verrekte fascinerend is het. Two-Lane Blacktop is een fijne sfeervolle slowburner.

TWST: Things We Said Today (2024)

Visuele kunsten als de schilderkunst, de fotografie en de filmkunst slagen erin de tijd vast te houden die is vergleden maar niet is vergeten. De kunstvormen slagen erin om de herinnering levend te houden. Ze slagen erin om aan (op het eerste gezicht) alledaagse beelden een waardevolle betekenis te geven vanwege de herinnering die eraan kleeft. De Roemeense filmmaker Andrei Ujică omringt in zijn film TWST (Things We Said Today) middels vrij alledaags filmmateriaal een markant gebeuren in de tijd (zijnde het optreden van de Beatles in New York in 1965) met maatschappelijke veranderingen en herinneringen.

De documentaireachtige film is een soort tijdscapsule waaraan Ujică meer dan tien jaar werkte. Met de heisa van het concert van de Beatles als uitgangspunt, creëert hij een portret van een tijd die op het punt staat te veranderen. TWST is een film over de politieke, sociale en culturele teneur in het jaar 1965 en is terzelfder tijd een overdenking van de vergankelijkheid van de tijd en de herinneringen die blijven. De film volgt de belevingen van twee tieners die in archiefmateriaal zijn getekend en de beelden becommentariëren. Aldus ontstaat een tijdsbeeld van 1965 en tegelijkertijd ontstaat het persoonlijke verhaal van de twee vertellers.

Door de archiefbeelden en vanuit het perspectief van de twee vertellende tieners beleeft de kijker niet alleen de heisa rondom de bekende band, maar proeft hij ook de sfeer in de wijk Harlem, bezoekt hij de Bronx en beleeft hij in Los Angeles de rellen in de wijk Watts. Vanuit het perspectief van de twee tieners krijgt de kijker een inkijk in de actualiteit van 1965 en kan hij zich verbazen over de massahysterie rond een popgroep en in contrast daarmee de verpletterende sociale realiteit die zich van die belachelijke massahysterie niets aantrekt en ongenadig zijn stempel drukt.

Het persoonlijke geheugen mengt zich met het collectieve geheugen. Andrei Ujică vangt de geluiden van een vergane tijd en confronteert de kijker met culturele, politieke en sociale spanningen die veranderingen inluiden. Hij vertelt zijn beschouwingen in een stilistisch aansprekende stijl en wist mij behalve narratief te amuseren ook geschiedkundig te boeien.