• 15.742 nieuwsartikelen
  • 177.924 films
  • 12.203 series
  • 33.971 seizoenen
  • 646.932 acteurs
  • 198.972 gebruikers
  • 9.370.314 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Flavio als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Paterson (2016)

Paterson kent een relaxed sfeertje waarbij we een weekje meekijken in het leven van een buschauffeur met poëtische inslag. Tijdens zijn werk hoort de chauffeur gesprekjes tussen zijn passagiers, hij schrijft wat gedichten die me niet erg denderend leken maar ook niet vervelend waren, en eenmaal thuis wacht hem altijd weer een verrassing: wat zal zijn bloedmooie maar ook wat vermoeiende vriendin nu weer hebben uitgehaald met de gordijnen? Paterson vindt rust in het type stamkroeg die alleen in Amerikaanse films lijkt te bestaan. Leuk en ontspannen filmpje dus, er is nauwelijks sprake van actie (en de actie die er wel is komt wat geforceerd over), het kijkt allemaal lekker weg.

Pather Panchali (1955)

Alternatieve titel: Song of the Little Road

Het verhaal is misschien niet zo bijzonder, een vrij typisch melodrama met honger en ziekte, maar Pather Panchali ziet er schitterend uit en is prachtig muzikaal omlijst. Ik geef niet zo veel om sitar muziek (ik ken hooguit wat westerse songs met sitar en die skip ik meestal) maar hier komt het toch mooi samen. Ook die trommels en monotone fluitjes kon ik waarderen trouwens. Thematisch behoorlijk verwant aan Mother India, maar dit is toch wel een klasse beter.

Patsy, The (1928)

Aardige komedie, maar komt niet in de buurt van King Vidor-films als The Crowd, Show People of The Big Parade. Misschien ligt het aan het genre. Nog steeds wel vermakelijk, en Davies' imitatie van Lilian Gish was echt spot on in wat sowieso wel een erg leuke scene was (de andere imitaties van Mae Murray en Pola Negri waren overigens ook niet slecht maar die actrices ken ik niet zo goed). Jane Winton deed dan weer een prima Carice van Houten-imitatie maar dat kon ze niet weten. Marie Dressler is nooit te beroerd haar volle gewicht in de strijd te gooien in naam der cinema, en het gehaaste omkleden gevolgd door dat getut voor die spiegel was ook pretty funny. En niet te vergeten Lawrence Gray als grappende playboy die eigenlijk maar een leeg bestaan heeft, een merkwaardig maar geslaagd personage.

Al schrijvende kom ik dan toch tot de conclusie dat deze film wel een halve ster meer verdient, verhoging naar 3,5 dan maar.

Pauline à la Plage (1983)

Alternatieve titel: Pauline at the Beach

Ik heb Rohmer hoog zitten maar dit is toch wel een van zijn mindere films wat mij betreft. Het zomergevoel werd nog wel aardig getroffen, de dialogen vond ik veel te ongeloofwaardig. De personages zijn op Pauline na ook weinig sympathiek, met Marion, een bizarre kruising tussen een harige jaren 80 rocker en een playmate als stralend dieptepunt. En van Pierre die maar doorzanikt over zijn verliefdheid kreeg ik haast plaatsvervangende schaamte.

Op het einde met de snoepverkoper en het daarop volgende conflict wordt het me ook te soapachtig. Niet slecht maar kan toch niet tippen aan Rohmer’s jaren 60 en 70 werk.

Ik had trouwens wel even een wtf- moment toen Marion nogal achteloos Pauline wilde koppelen aan Pierre.

Peau d'Âne (1970)

Alternatieve titel: Donkey Skin

Een aardig sprookje met de wat achterhaalde levensles dat het voor een vrouw toch wel heel belangrijk is dat ze erg mooi is, zozeer dat de knappe koningin op haar sterfbed haar man laat beloven niet te hertrouwen met een minder schone dame. Het is maar waar je prioriteiten liggen. De film ziet er mooi uit met kleurrijke decors en dito personages en kent best aardige liedjes van de zoetgevooisde Deneuve. Alsof dat nog niet genoeg is wordt de kijker getrakteerd op een prima te volgen taartrecept. Ik keek wel even op van de helikopter (later nog eens overgedaan door Alex Cox in Walker).

Peau Douce, La (1964)

Alternatieve titel: The Soft Skin

De rusteloze blik van Pierre is voor mij eigenlijk de kern van La Peau Douce.
Zijn voortdurend heen en weer schietende ogen geven aan dat de affaire een zware wissel trekt, alsof het genot steeds wordt overschaduwd door de dreiging van ontdekking. Vooral in het deel in Reims zien we Pierre als opgejaagd wild, en als man die maar nauwelijks beslissingen kan nemen- hij laat nota bene toe dat Nicole wordt lastig gevallen op straat.

Het einde kwam nogal onverwachts maar de opbouw was fenomenaal. De woede-uitbarsting naar de man op straat, het telefoontje naar huis, het kindermeisje dat steeds net te laat komt om Pierre’s noodlot af te wenden, de uiteindelijke wraak, een meesterlijke uitgevoerde sequentie.

Fijne acteurs (Dorléac en Desailly zijn uitstekend) en sfeervolle score maken het helemaal af. Moet nodig meer zien van Truffaut.

Pelle Erobreren (1987)

Alternatieve titel: Pelle the Conqueror

Zweedse gelukszoekers op drift...Zweden was niet altijd de socialistische en egalitaire staat die het nu is, het is natuurlijk ook niet voor niets dat veel Zweden emigreerden naar de VS, behandeld door het verwante (en betere) Utvandrarna, ook met von Sydow.

In deze film zoeken ze het dichter bij huis, maar makkelijk wordt het ze niet gemaakt. Armoede, uitbuiting en pesterij zijn aan de orde van de dag, ziekte en dood liggen op de loer, het is een sombere toestand. Von Sydow is goed als de onhandige en eenvoudige Lasse, de jonge Pelle is prima in de titelrol. De film verrast verder niet echt, is vooral heel degelijk.

Pensionat Paradiset (1937)

Hartstikke leuk die oude films op Netflix maar dit was wel behoorlijk matig. Een Zweedse klucht met het soort humor waarbij je elk moment vreest Piet Bambergen in drag uit een kast te zien opdoemen.

Oubollig maar onschuldig vermaak met een enkele aardige scène die zowaar nog een glimlach op mijn gezicht toverde, en met als meest vermeldenswaardige wapenfeit een aantrekkelijke Zweedse die een deel van de film in haar ondergoed rondrent. In de oudheid van de cinema was dat trouwens vrij normaal maar voor 1937 begrippen redelijk gewaagd. Alhoewel, preuts zijn die Zweden nooit echt geweest.

People vs. Larry Flynt, The (1996)

Best leuk, deze biopic over de kleurrijke Larry Flynt. Jammer dat de vrouwelijke hoofdrol door Courtney Love wordt gespeeld. Dat ze in het begin een minderjarig, aantrekkelijk meisje moet voorstellen vroeg te veel van de suspension of disbelief. Later in de film, als ze een magere junk speelt komt dat dichterbij haarzelf, maar het bleef moeilijk naar haar te kijken. Laten we het er maar op houden dat ik geen fan ben van Courtney Love.

Ook was Woody Harrelson een vrij beperkt acteur op dit moment in zijn carrière, al kan ik me voorstellen dat het buitengewoon moeilijk acteren is als je de hele tijd moet doen alsof je Courtney Love heel leuk vindt, dat vraagt veel van iemand. Nou, genoeg over Courtney.

De rest van de cast is fijner, met o.a. Crispin Glover, die zonder dat hij buitengewoon grappige teksten heeft toch altijd voor een glimlach zorgt, en ook Norton speelt prima. Maar ja, de hoofdrolspelers zijn logischerwijs vaker in beeld dan de bijrollen, dus ik kom uiteindelijk toch niet hoger dan een acceptabele drie sterren.

Zo, nu ga ik even iets van Hole opzetten.

Pépé le Moko (1937)

Onderhoudende film in een bijzondere setting, Frans-koloniaal Algiers, destijds kennelijk een multiculturele stad met de casbah als afvoerputje, bevolkt door criminelen, leeglopers en hoeren. De introductie van de casbah met zijn nauwe steegjes, donkere spelonken en ontelbare dakterrassen zette meteen de toon. De mysterieuze Pepe wordt prima vertolkt door Gabin, en ook zijn bendeleden krijgen allemaal een eigen smoel. Jammer daarom dat je de bende alleen maar ziet rondhangen, en Pepe vooral bezig is met relatieperikelen- ik had graag wat meer van hun criminele activiteiten gezien, nu beperkt tot wat afrekeningen met verklikkers en een enkele shootout.

Maar het is een vroege noir, het genre moest zich nog ontwikkelen, al was de fatale vrouw al wel nadrukkelijk aanwezig, twee stuks maar liefst. Mooie laatste scene, de zoekende blik van Gaby die Pepe nadrukkelijk over het hoofd ziet, de scheepstoeter die de schreeuw van Pepe overstemt, zijn tragische dood.

Per Qualche Dollaro in Più (1965)

Alternatieve titel: For a Few Dollars More

De eerste echt epische western van Leone haalt misschien niet het niveau van The Good The Bad & The Ugly of Once Upon a Time in the West, maar past toch wel in dat rijtje, meer dan de "Fistful-films" in elk geval. Dat is op de allereerste plaats te danken aan het typische Leone-Morricone sfeertje, en Eastwood en Van Cleef zijn natuurlijk geweldenaars binnen het genre, veel cooler dan dat wordt het niet. Volonté is een goede bad guy en ik vond zijn bendeleden ook wel fijn gecast, maar de meesten krijgen maar weinig te doen. Kinski speelt weer eens een bizar personage die je eerder op een Parijse klokkentoren verwacht dan in een stoffig western-stadje maar hij heeft helaas maar weinig screentijd en legt vrij simpel het loodje. For A Few Dollars More kent ook aardige humor, van de breeduit lachende Volonté op zijn wanted-poster tot de showoff met de hoeden.

De genoemde positieve punten verbloemen wat zwakke keuzes in het script- ik vond het gedoe binnen de bende niet heel sterk. Dat die Sancho die met veel bombarie wordt binnengehaald (waarmee Monco zelfs het vertrouwen wint van de bende) botst toch met al het verraad en onderlinge gemoord daar net na. Aan de andere kant is hebzucht gezien de titel ook wel het centrale thema dus wellicht was het toch Leone's intentie een moralistische les te geven, zeker ook gezien de laatste scène waarin Van Cleef afziet van zijn deel.

Perceval le Gallois (1978)

Originele film van Rohmer die een film maakte als ware hij een Middeleeuwse cineast. Theatraal, op rijm en de acteurs melden hun eigen handelingen in plaats van ze te tonen zoals gebruikelijk is. Nou dat laatste heeft niet zo veel met de Middeleeuwen te maken maar zorgt soms voor een droog-komisch effect.

Ik had me voorbereid op een lange zit en taaie kost maar dat viel dus gelukkig erg mee- het is zelfs vrij lichtvoetig. Echt helemaal in de film komen deed ik niet, daar is te theatraal voor, maar ik heb me dik twee uur vermaakt met de wat onnozele Percival, gespeeld door een weinig imposante Fabrice Lucchini, schone deernen en Middeleeuwse muziek.

Niet een film die ik aan iedereen zou aanraden maar de moeite waard.

Perfetti Sconosciuti (2016)

Alternatieve titel: Perfect Strangers

Leuk concept, maar het verloop is weinig realistisch, het ene grote geheim volgt op het andere, en het soms wat moralistische toontje stond me ook wat tegen. Ik vond de kleine, pijnlijke dingen nog het best: de dochter die tijdens het gesprek met haar vader haar moeder een bitch noemt, het vrijblijvend zoeken naar een mooi plekje voor je fijne schoonmoeder, voorstelbare zaken die best ongelegen kunnen komen als ze in het openbaar worden uitgesproken. Alle onderlinge romances en intriges waren wat voorspelbaar, al was de escalerende telefoonswap wel amusant. Het einde vond ik ook vrij sterk, het leek bijna een pleidooi om de onderlinge relaties maar niet te bederven met de ongemakkelijke waarheid.

Performance (1970)

Film die uit twee delen bestaat: het meer conventionele eerste deel waarin we Chas leren kennen en hij een moord pleegt, en het meer trippy tweede deel in het huis van Turner. Het eerste deel is vermakelijk, een Britse gangsterfilm (de acteur die Harry Flowers speelt is wel opvallend slecht), het tweede deel is als een vage droom waarin je als kijker vaak op het verkeerde been wordt gezet.

Zo zie je Chas in bed liggen met Turner, maar daarna is het opeens Lucy. En als de auto wegrijdt met Chas is hij veranderd in Turner- die ook dood in de kast ligt. Tel daarbij nog een hoop symboliek met pruiken, spiegels, de androgyne Lucy en Turner, en je hebt een film waar het nodige aan te ontdekken/ herontdekken valt.

Naast de originele shots ook een fijne soundtrack en niet te vergeten de niet te versmaden Anita Pallenberg, alles samen toch wel een bijzondere kijkervaring.

Perks of Being a Wallflower, The (2012)

Leuke en sympathieke film met prima soundtrack en naturel spel van de hoofdrolspelers. Film kiest duidelijk partij voor de wat nerdy underground scene waarin volop geexperimenteerd wordt met sex, drank en drugs, en muziek het bindmiddel is- heel herkenbaar ook, bandjes maken voor meisjes die je leuk vindt. Of sowieso muziek als grote gemene deler, op een gegeven moment koos ik mn vrienden min of meer op basis van muzieksmaak, kennelijk zegt muzieksmaak ook best veel over de persoon. Geen idee of dat nog steeds zo werkt trouwens, iemand zal niet zo snel meer onder de indruk raken van een in elkaar geflanste tape (of CD)- of misschien ook wel.

Personal Journey with Martin Scorsese through American Movies, A (1995)

Eigenlijk zou elk groot filmland een Martin Scorsese moeten hebben, die enthousiast en met goed ingelicht over de filmgeschiedenis kan vertellen. Hij behandelt typisch Amerikaanse filmgenres: de spektakelstukken uit de silent era, jaren 30 gangsterfilms, de film noir, de western en de musical, en af en toe een vreemde eend zoals Cassavetes.

Wel jammer dat de docu stopt eind jaren 60 (al wordt Barry Lyndon nog wel meegepakt) want eind jaren 60 t/m eind jaren 70 is toch wel een mooie filmperiode- niet in de laatste plaats dankzij Scorsese zelf. Het zou mooi zijn als hij de draad weer een keer oppakt.

Binnenkort in ieder geval "Il mio viaggio in Italia" kijken.

Opvallend veel regisseurs hadden vroeger trouwens een ooglapje.

Peter Pan (1924)

Deze oudste Peter Pan verfilming is uiteraard gedateerd maar toch best onderhoudend, met zelfs een interactief element. Speciale effecten zijn voor die tijd best goed gedaan en de strijd tussen de Lost Boys en de piraten waarbij de kinderen onder gejuich de piraten doden is haast surrealistisch. Minpunt is wel het misplaatste pattriotisme maar dat hoort misschien bij het boek. Ook beetje vaag dat Peter Pan door een meisje wordt gespeeld.

Phantom (1922)

Alternatieve titel: The Phantom

Beetje tegengevallen deze film van Murnau, die toch een paar meesterwerken op zijn naam heeft staan. Hoofdrolspeler Alfred Abel is te oud voor de rol van naïeve dromer, en loopt de hele film als een geslagen hond rond. De plot is nogal simpel en rechtvaardigt de behoorlijk lange speelduur niet bepaald. Wel een aantal mooie surrealistische scenes.

Phantom Thread (2017)

Knappe rol hoor, van Krieps. Zij overtuigt als schuchtere serveerster die tot muze wordt gebombardeerd voor een high society couturier. Day Lewis is als altijd een zekerheidje, ondergedompeld in zijn rol zoals alleen hij dat kan (blijkbaar heeft hij echt een jurk gemaakt tijdens de productie). Hij praat hier trouwens zoals Malkovich, lijzig, met nauwelijks ingehouden dedain.

Na de introducties krijg je een traag schouwspel voorgeschoteld waarin de relatie tussen Reynolds (is dat een bestaande voornaam?) en zijn dominante zus, de persoonlijke band die Reynolds heeft met zijn klandizie, en zijn liefde voor Alba uit de doeken worden gedaan. De relatie tussen Reynolds en Alba is eigenlijk vanaf het eerste moment vrij ongemakkelijk, en niet alleen door het grote leeftijdsverschil, maar een echte spanningsboog ontbreekt. Er komt wat meer pit in de film als er conflicten ontstaan naar aanleiding van het verrassingsetentje. Inmiddels is wel duidelijk dat Reynolds autistische trekjes heeft, alles moet op zijn manier, voorspelbaar, en hij mag vooral niet gestoord worden- iets te hard je thee inschenken kan al zijn toorn wekken.

Visueel is het sober, de ernstige jaren 50 lenen zich misschien ook wat minder voor frivoliteiten, maar met oog voor detail en met een aantal leuke trucs, zoals de autoritjes, die visueel dichtbij A Clockwork Orange komen. The Phantom Thread is ontegenzeggelijk vakwerk, en je ziet dat er enorm veel talent en werk in zit, maar het raakte me nergens echt. Een veilig zeventje dan maar.

Phenomena (1985)

Alternatieve titel: Creepers

Redelijke film met veel typische Argento ingrediënten, een soort kruising van Friday the 13th en zijn eigen Suspiria. Daardoor weinig verrassend, maar het sfeertje en de art direction maken zoals vaker veel goed. Goblin's score is wat minder aanwezig dan anders, er is jammer genoeg gekozen voor die typische jaren 80 metal waar ik geen fan van ben. Ook het acteerwerk was niet om over naar huis te schrijven, met name de lerares c.q. gestoorde moeder bakte er weinig van. Andere minpunten vond ik de insectenzwerm (leek eerder een zwerm spreeuwen), het hele slaapwandel-zijplotje waar eigenlijk weinig mee wordt gedaan, en een aap, tsja.

Maar ondanks deze minpunten toch wel prima kijkbaar.

Piccadilly (1929)

Grotendeels eens met de recensie hiervoor. Het verhaal is niet heel bijzonder, op de interraciale verhouding na dan, maar visueel kan dit zich meten met de betere films uit de jaren 20. Daarmee is Piccadilly natuurlijk wel in het voordeel dat hij uit 1929 stamt: de techniek was vergevorderd en dat merk je aan een veel dynamischer cameravoering en montage dan films van een jaar of 5 eerder. Het blijft toch wonderlijk die transitie bij de intrede van het geluid: film werd een hele poos vooral gericht op het nieuwtje van de dialoog en minder op visuele vondsten, en de films van eind jaren 20 zijn vaak veel interessanter dan die van de eerste helft van de jaren 30.

Terug naar Piccadilly, waarbij best gewaagde thema's worden behandeld. Zo is op de poster de danseres Shonsho topless te zien, wat het succes (en de jaloezie van Mabel) natuurlijk grotendeels verklaart. Exotisme werd vroeger vaker gekoppeld aan seksualiteit, het is daarom jammer dat de film zelf in dat opzicht een stuk kuiser is. De hoofdrol voor de Amerikaans-Chinese Wong is ook opvallend gezien het jaartal, en ook de aandacht voor racisme -in de scène waarin een zwarte man danst met een blank meisje- is ook niet iets wat je alle dagen ziet als je de zwijgende cinema doorstruint. Wong speelt trouwens geweldig, haar zelfbewuste houding en superieure glimlach die vloeken met haar rol in de spoelkeuken maar tot hun recht komen als ze het liefje van Valentine wordt- ook al weer een verwikkeling die ik niet direct had verwacht in deze film. Waarschijnlijk waren de Britten in bepaalde opzichten toch wel een stuk verder dan Hollywood, Londen wordt ook al voorgesteld als een multiculturele stad terwijl de Verenigde Staten in films uit dit tijdperk meestal roomblank zijn.

Het verhaal blijft dan wel een beetje achter, en het eindigt ook curieus als de Chinese Jim de schuld op zich neemt, waarna iedereen over tot de orde van de dag gaat. Kennelijk was de moordzaak alleen sensationeel vanwege de blanke verdachte. Ook daarin valt wel wat maatschappijkritiek in terug te vinden. Hoe het verder afloopt tussen Mabel en Valentine wordt ook niet getoond en geeft ook maar aan dat in de visie van Dupont alles draaide om Wong. Let trouwens ook op het officieuze filmdebuut van Charles Laughton als corpulente restaurantgast.

Toch wel een interessant regisseur die Dupont, jammer dat hij relatief weinig films heeft gemaakt.

Pickpocket (1959)

Ik hou wel van de stijl van Bresson, vond Au Hasard en Un Condamné wel net wat sterker.

LaSalle was perfect in de hoofdrol, met zijn wantrouwige uitstraling en slechtzittend pak. Vond Pickpocket er ook best mooi uitzien, zo kaal was het visueel toch niet, en ik heb wel degelijk redelijk wat muziek gehoord- geen jazzy soundtrack zoals je hier misschien eerder zou verwachten maar klassiek. De al vaak aanhaalde rolscenes waren leuk om te zien, soms wel moeilijk voor te stellen dat het slachtoffer niks merkt.

Pieta (2012)

Alternatieve titel: 피에타

Dit is even andere koek dan Bin Jip of Spring, Summer etc. Best naargeestig inderdaad, maar ik vond het eerlijk gezegd ook geregeld zwart-komisch. Het ging soms zó over de top: de kersverse vader die zijn beide handen wil laten afzetten- kennelijk lucratief- maar nog één keer gitaar wilde spelen...en in plaats van een gevoelig liedje te spelen vervolgens een talentloze bak herrie maakt, of het uitje met "moeder" inclusief malle brillen passen en ballondieren, dat was toch moeilijk serieus te nemen en ik moest hardop lachen. En dat einde ook, man o man.

Daar tegenover staat ook wel de nodige smerigheid - ik weet niet wat "moeder" nu precies in haar mond stak, een keutel of zo, maar dat was wel even een ranzig moment- en ellende natuurlijk, het is dus een wat onevenwichtige maar daardoor ook wel vrij unieke film over moederliefde, wraak en berouw. Het vindt allemaal plaats in een vreemd maar fotogeniek universum van kleine werkplaatsen en kassen vol ouderwetse machines en rolluiken.

Pink Panther, The (1963)

Ik dacht dat ik deze wel eens had gezien, maar herkende eigenlijk niks, dus waarschijnlijk komt mijn Pink Panther kennis van de vervolg-films. Het eerste wat opvalt aan deze film is dat de hoofdrol niet voor Peter Sellers is, maar eerder voor David Niven. Sellers is al wel vrij prominent aanwezig, maar moest duidelijk nog groeien in zijn rol als stuntelende inspecteur.

Verder speelt het misdaad-gegeven eigenlijk een kleine rol. Het is vaak meer een klucht zoals de Tros die vroeger wel eens uitzond, en dat is geen compliment. Zoals Onderhond al aangeeft gaan veel scenes bovendien tergend langzaam. Een weinig opzienbarend gesprek tussen Niven en Cardinale (als Indiase prinses, maar minder adembenemend dan in andere films) duurt een eeuwigheid, en zo zijn er meer scenes die ellenlang duren om uiteindelijk clouleaus te eindigen, met excuses voor de woordgrap- dat krijg je er dus van. Uit de film had met gemak 30 minuten geknipt kunnen worden zonder wezenlijk van inhoud te veranderen.

Ik vond het al met al maar een matig geslaagde komedie, ik zal me nog wel eens wagen aan een vervolg, want die waren toch een stuk leuker.

Piscine, La (1969)

Alternatieve titel: The Swimming Pool

Wat een vrouw was Romy Schneider toch. Hoewel ze ouder oogt dan ze is - ik had haar toch wel eind 30 geschat en ook ouder dan Delon- is ze prachtig. De cameraman moet het daarmee eens zijn geweest want die streelt met zijn instrument haar fraaie rug, zonder te vervallen in ongecontroleerde wellust. Zij krijgt meer dan prima weerwerk van co-star Delon die ondanks de zomerse setting een magnifieke melancholie uitstraalt. De twee andere acteurs, Harry en Birkin, worden enigszins ondergesneeuwd maar doen het naar kunnen.

Van de personages komen we maar sporadisch iets te weten. Ze zijn duidelijk well to do, en hebben al dan niet gefnuikte carrières in de muziek, de literatuur, journalistiek.

De scenes spelen zich grotendeels af in en bij het enorme zwembad, dat nog dienst zou kunnen doen als Olympisch bad en zich ook prima zou lenen voor een potje waterpolo, en dat een heel palet aan stemmingen oproept: romantisch, feestelijk, eenzaam, dreigend, doods, al naar gelang de gebeurtenissen rondom de personages. Er broeit wat: achter een sluikse blik schuilt een onbekend verleden van bedrog en begeerte, en het gebrek aan uitleg versterkt dat sfeertje van een alle kanten uitstralend wantrouwen. Dat culmineert in de bruuske doodslag, en wordt gevolgd door een immense leegte, slechts onderbroken door een stijfkoppige politie-inspecteur.

Place beyond the Pines, The (2012)

Goed eerste deel, maar Gosling die eigenlijk helemaal geen psycho-uitsraling heeft wordt toch wel erg vaak gevraagd voor dit soort rollen- onderkoeld en met gewelddadige uitbarstingen. Motorscenes springen er uit, erg goed en realistisch gefilmd.

Helaas na de dood van Luke wordt het een stuk minder. Wat volgt is een te lang uitgesponnen tweede deel over berouw en zonde. En je zag het natuurlijk al aankomen dat de zoons elkaar tegenkomen en dat de zoon van Luke wraak zoekt. Cooper is niet bepaald een favoriet maar doet het niet slecht.

Plages d'Agnès, Les (2008)

Alternatieve titel: The Beaches of Agnès

Agnes Varda blikt terug op haar leven in deze nostalgische docu waarin ze meandert van haar kindertijd naar haar films en haar grote liefde, Jacques Demy. Varda is innemend en zit nog steeds vol ideeën, iets wat ook al te zien was in Villages Visages die ik onlangs zag, en wat ik in die film een beetje miste komt in deze film ruimschoots aan bod: herinneringen aan de groten en iets-minder-groten van de Franse cinema. Van Godard moeten we het doen met het shot wat ook al te zien was in Visages Villages: een shot zonder zonnebril. Chris Marker wordt op bijna South Park-achtige wijze verstopt achter een tekening van een kat en robot-stem. Hij staat overigens niet bij de cast, het zal een grapje geweest zijn. Verder gaat het veel over de doden, niet zo gek aangezien Varda vooral de jaren 50 en 60 herbeleeft en haar oude kennissenkring voor een aanzienlijk deel het tijdelijke voor het eeuwige heeft verwisseld.

De film springt ondanks een redelijk chronologische volgorde van gebeurtenissen prettig van de hak op de tak, zoals het herinneringen betaamt, en de Fransen hebben een naam hoog te houden met associatieve kunst. Varda zelf is te zien als kind op foto's maar ook als jonge en iets oudere filmmaker, gesprekken uit het verleden worden afgewisseld met die uit het heden (uit 2008 dan), figuranten uit haar oude films blijken inmiddels zelf op leeftijd, en Varda's eigen kinderen worden voor het oog van de camera ouder en krijgen zelf een gezin. Het is het portret van de filmmaker in de diepe herfst van haar carrière en leven, maar Varda wordt wel wee- maar nooit zwaarmoedig. Steeds weer komt er een herinnering of shot dat de ernst lijkt te relativeren, waardoor het redelijk "licht" blijft (ik schreef eerst luchtig maar dat is toch niet het goede woord). Varda is openhartig over haar verdriet -en over de steek van jaloezie als ze een bevriend koppel dat al 45 jaar samen is interviewt- en mooi is ook de trots als ze een straatje in Pointe Courte ontdekt dat haar naam draagt.

Los van het persoonlijke verhaal kent Les Plages d'Agnes leuke anekdotes, over de beginjaren van de Franse New Wave bijvoorbeeld (Zeg Jean-Luc, ken je niet nog wat filmmakers die een goedkoop zwart-wit filmpje kunnen schieten die geld opleveren?), over haar eigen films en die van haar man, maar ook over het activisme -niemand protesteert meer, wordt ergens nog verzucht.

Play (2011)

Knappe en ook wat ongemakkelijke film , sober en vanaf vast punt gefilmd, met goed en zeer overtuigend spel van de cast, met name de crimineeltjes.

De hele groepsdynamiek wordt heel geloofwaardig gebracht, soms vond ik de jongens die beroofd worden wel heel erg argeloos, maar het is ook wel weer te begrijpen. Alleen dat ze niet uitleggen dat ze beroofd zijn aan de conducteur en hun boete accepteren vond ik wat vreemd. Maar ze waren wellicht nog steeds erg onder de indruk van alles.

Op het laatst nog die confrontatie tussen de vader van de beroofde zoon en een dame die staat voor het zeer politiek-correcte Zweden, dat was in het klein de discussie die inmiddels overal in West-Europa aan de gang is.

Play It Again, Sam (1972)

Aardige Allen-klucht, gebaseerd op zijn eigen stuk, maar mist de scherpte van zijn latere films waarmee hij zou doorbreken als regisseur. Vond de Humphrey Bogart en ex-vrouw verschijningen eerder vervelend dan leuk. Wel aantal geslaagde grappen maar soms is het iets te makkelijk dat klungelige optreden van Allen, zonder de normaal wat meer aanwezige ironie.

Kijkt wel lekker weg- wat een verademing, een film van krap anderhalf uur.

Pleasure Garden, The (1925)

Niet onaardig, deze eersteling van Hitch, maar als je zijn eerste films beschouwt had hij toch wel even nodig om echt tot wasdom te komen. Tarantino's 10-film theorie gaat in elk geval niet op voor hem, voor zijn eerste echte klassieker uitkwam (gemakshalve tel ik The Lodger even niet mee) had hij er al bijna 20 gemaakt en zijn beste films dateren uit de jaren 50, toen hij al dertig jaar in het vak zat.

The Pleasure Garden heeft wel wat scenes die boven de middelmaat uitsteken, maar het plot is vrij zwak, van niveau keukenmeidenroman vol ongeloofwaardige romantiek. Cameravoering is solide, de mij onbekende acteurs doen het redelijk, vooral Miles Mander als Levett. Apart wel dat meerdere mensen moeite hadden de twee hoofdrolspeelsters uit elkaar te houden. Ze hadden allebei een beetje hetzelfde kapsel, maar verder leken ze toch niet echt op elkaar. Misschien lag het aan de print.