Meningen
Hier kun je zien welke berichten Flavio als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
J'Accuse (2019)
Alternatieve titel: An Officer and a Spy
Niet al te lang geleden zag ik ook al een film over deze affaire, The Life of Emile Zola (1937), die logischerwijs vooral inzoomt op de rol van de schrijver, dus het verhaal was inmiddels wel genoegzaam bekend. Toch blijft het wel moeilijk te verteren, een dergelijk onrecht. Dujardin is prima in de hoofdrol, gewaagd dat ze hem een kind van zijn tijd hebben gelaten want hij laat al snel blijken niet gevrijwaard te zijn van antisemitische denkbeelden. Garrel, bij mij vooral bekend als eeuwige student in de films van zijn vader, is nauwelijks te herkennen als de ongelukkige Dreyfus.
Polanski's film valt vooral op door de verzorgde beelden, waarin de Lichtstad grauw en kil over komt, en de mensen zijn niet veel beter. Met veel vakmanschap gemaakt, een beetje afstandelijk en stijfjes, maar dat past wel bij het militaire wereldje waarin het zich afspeelt. De tweedeling in de samenleving die de affaire veroorzaakte komt niet echt aan bod, het lijkt in de film alsof iedereen tegen Dreyfus was op een handjevol intellectuelen na. Maar hij genoot ook steun bij het progressieve, anti-klerikale deel van de bevolking, zeker na de open brief van Zola.
Onder de fantasieloze Engelse titel (toegegeven, zo heet het boek waarop de film is gebaseerd) te vinden op HBO Max.
J'Accuse! (1919)
Alternatieve titel: I Accuse
De vierde film over de Eerste Wereldoorlog die ik onlangs gezien heb. Dacht ik dat met het vlammende j'accuse de politici en generaals zouden worden aangeklaagd die honderdduizenden jonge mannen de dood injoegen, het blijkt dat de familie van de gesneuvelden, de onverschilligen, en de profiteurs worden aangesproken. En dat terwijl de familie -de moeders althans- eerder nog als slachtoffers werden genoemd.
Ik was al voorbereid op een lange zit, wist wel dat Gance graag de tijd neemt om een verhaal te vertellen, maar toch keek ik geregeld op de klok de eerste uren. De driehoeksverhouding was niet helemaal goed uitgewerkt en gaf ook nauwelijks diepte aan de karakters- beide kerels waren verliefd op Edith en die vond dat klaarblijkelijk wel een prima status quo, want echt aanstalten om een keer die knoop door te hakken maakte ze niet.
Nou had ze uiteraard wel wat anders aan haar hoofd- de oorlog. Daarvan worden minder beelden getoond dan ik had verwacht, wat shots van Dikke Bertha of een ander kanon. Maar de film werd gemaakt toen de doden nog niet eens begraven werden, sterker nog- de figuranten die de levende doden spelen waren soldaten op verlof en moesten nog terug de loopgraven in. Dat soort wrange details maken dit toch wel een bijzonder document, niet zo sterk als All Quiet on the Western Front en niet in de buurt komend als anti-oorlogsfilm bij Les Croix de Bois, maar zeer degelijk, en voor zijn tijd natuurlijk ook behoorlijk vernieuwend.
J'ai Pas Sommeil (1994)
Alternatieve titel: I Can't Sleep
Vrij onbekende film van Denis uit haar beginjaren is een boeiend portret van drie inwoners van Parijs, alledrie migrant, die op een keerpunt in hun leven staan: de een wil terugkeren naar Martinique ondanks tegenwerpingen van zijn vrouw, zijn broer is in een neerwaartse spiraal beland van geweld en diefstal en dan heb je nog Daïga, die naar Parijs is gekomen in de hoop te kunnen schitteren op het toneel. Denis heeft een aangenaam losse stijl en schurkt hier bovendien een beetje tegen het thriller-genre aan. Het thriller-gedeelte is weliswaar niet helemaal overtuigend, maar zorgt wel voor dreiging, ondanks de laconieke radioberichten over de "granny-killer".
Ster van de film is voor mij toch wel de koele schoonheid Golubeva als Daïga, die later te zien zou zijn in Pola X en l'Intrus. Zij heeft een bijzondere uitstraling waarmee ze ondanks spaarzame dialogen in gebroken Frans veel indruk maakt. Spijtig dat ze zo jong overleed.
Jackie (2016)
Ik heb weinig tot niets met Jackie Kennedy (ook niet tegen haar trouwens) maar besloot deze film een kans te geven. Nathalie Portman is erg goed - ik ga er maar van uit dat Jackie ook zo praatte en bewoog, dat soort acteerprestaties op detail niveau kun je Hollywood wel toevertrouwen- maar daarnaast weet ze haar personage ook boven de toch soms wat banale gebeurtenissen heen te tillen. De film is knap geschoten, heeft een aparte, indringende stijl waarbij je letterlijk dicht op de huid zit - wat met name bij de aanslag een indringende scene oplevert, en ook de aankleding overtuigt. Na het zien van de film weet ik nog altijd niet wat Jackie Kennedy nou zo bijzonder maakt dat haar naam nog steeds rondzingt. Of misschien was haar legacy niet meer dan het zijn van een jaren 60 stijlicoon, zoals de mannequins op het eind suggereren?
Gelukkig is er voor gekozen slechts de gebeurtenissen rond de moord op JFK centraal te stellen, en krijgen we geen biopic van wieg tot graf. Portman is uitstekend, ontpopt zich toch wel tot een veelzijdige actrice. Sarsgaard vond ik wel een beetje een miscast als Bobby. De scenes met John Hurt, in wat een zijn laatste films zou worden, kregen veel extra lading.
Jackie Brown (1997)
Idem hier, de herziening pakt prima uit. Vond Jackie Brown als opvolger van het destijds opzienbarende Pulp Fiction best een teleurstelling en heb hem sindsdien ook niet meer herzien, maar de jaren lijken de film goed te hebben gedaan. Een slim uitgewerkt scenario, een coole en ook behoorlijk stijlvaste soundtrack en een pak goede acteurs maken het een erg fijne kijkervaring. Hij voelt ook zeker niet te lang, hoewel ik van tevoren best aanhikte tegen de speelduur.
Prachtrol voor Grier, eind 40 maar nog steeds fine zoals een barman terecht opmerkt. Jackson speelt een niet heel verrassende rol als gangster maar dat doet hij ongeëvenaard, dat laatste geldt ook voor zijn pruik trouwens. Verder een atypische, leuke rol voor De Niro als vadsig heethoofd, hij zou hierna vooral te zien zijn in een reeks flauwe komedies- pas sinds dit jaar lijkt hij daar (voorlopig) van teruggekomen. En als Jackson herkenbaar is aan zijn haar, Fonda gooit haar zongebruinde benen en beringde voeten in de strijd. De pas overleden Forster overtuigt ook als de love-smitten Max Cherry.
Ik heb bij Tarantino altijd het idee dat hij het moet hebben van de overrompelende eerste kijkbeurt, en dat zijn films na herziening eerder in mijn achting zullen dalen dan andersom, maar dat is bij deze Jackie Brown alvast gelogenstraft. Misschien ook zijn (door mij) minst gewaardeerde film The Hateful Eight nog eens een kans geven, over een jaar of 10 dan.
Jacob's Ladder (1990)
Niet meer de impact van 30 jaar terug maar nog steeds een prima film. De hallucinaties zijn best freaky, maar ook weer niet te, en hoewel het einde niet helemaal bevredigend was heeft dat vooral te maken met de herkenning van films die hier allemaal ná kwamen- Jacob's Ladder was destijds een originele mindfuck. Het door elkaar lopen van hallucinaties, herinneringen en nachtmerries dankzij effectieve montage en camerawerk is ook goed gedaan, je wordt als kijker meegezogen in de twijfel en verwarring van Singer. De beste scenes zijn die als die plotselinge vervreemding van zijn directe omgeving optreedt, als in een bad trip: de scenes op het feest en in de badkuip komen dan als eerste op, en de bizarre helletocht door het ziekenhuis moet natuurlijk ook genoemd worden.
Tim Robbins speelt een van zijn beste rollen en ook de bijrollen, waaronder wijlen Danny Aiello en de ook al overleden Elizabeth Peña doen het goed. Maar het is vooral toch een oneman-show van Robbins. Prima score van Jarre, die geïnspireerd lijkt door het werk van Satie.
Jag Är Nyfiken - en Film i Gult (1967)
Alternatieve titel: I Am Curious (Yellow)
Interessante maar ook nogal gedateerde film, met politieke straatinterviewtjes over sociale thema's, wat protesten, veel bloot en een opvallende structuur, waarbij de regisseur en andere crewleden eveneens personages zijn, en de indruk gewekt wordt dat fictie en werkelijkheid in elkaar overlopen. Hoewel overduidelijk een politiek geladen film is het allemaal niet al te ernstig- af en toe is het best grappig, al had dat vermengen van de film met de opnamecrew wat mij betreft nog verder doorgevoerd mogen worden. Grappig dat King en Palme worden geïnterviewd, niet wetende dat ze opgevoerd worden als personages in wat toch wel een behoorlijk controversiële film zou blijken. Met twee uur duurt de film wel wat lang.
Jailhouse Rock (1957)
Alternatieve titel: Gevangenis Rock
Ik heb niet zoveel met Elvis of zijn muziek, maar wilde hem wel eens als acteur zien, als opwarmer ook voor zijn biopic. Op zich doet hij het niet slecht maar de film vond ik behoorlijk saai, die hele Vince en zijn carrière konden me eigenlijk niks schelen. Was wel verrast dat hij zo onsympathiek was, dat pleit op zich wel voor Elvis. Het gedeelte in de gevangenis is maar kort maar boeide voor geen meter, daarna wordt het wel iets beter maar al met al een behoorlijk inwisselbaar filmpje dat aan de vergetelheid is ontrukt dankzij The King. Als dit de beste van Elvis was sla ik de rest maar over denk ik.
Jakten (1959)
Alternatieve titel: The Chasers
Originele film waarbij de hoofdpersonen via allerlei terzijdes praten met een alwetende verteller, om hun versie te vertellen over een jachtincident. Mooie zwart-wit fotografie van uitgestrekt, leeg landschap waarin her en der wat patrijzen verborgen liggen en goed spel- al had ik liever een wat knappere actrice in de hoofdrol gezien, en sowieso met beter geëpileerde wenkbrauwen, ik schrok wel even in de close-up. Mooie sleutelscène van het ongeluk.
Jalousie, La (2013)
Alternatieve titel: Jealousy
Garrel weet meteen een bepaald sfeertje te creëren met wat losse episodes uit de levens van een jong stel, zonder al te veel uitleg en context. Dat werkt bij hem meestal best aardig, maar ik kon me maar moeilijk verplaatsen in Louis, de hoofdpersoon die de jaloezie uit de titel ondergaat. Zijn object van begeerte is namelijk nogal een zelfingenomen, egoïstische dwarreltante, en een doorrookte stem kan best sexy zijn, maar met haar was het toch een beetje als daten met ET. De mislukte zelfmoordpoging (schot naast het hart? Niet te ernstig blijkbaar want een weekje bedrust was voldoende voor volledig herstel) voelde nogal misplaatst.
Het beste vond ik nog de scenes met de dochter.
Jamón Jamón (1992)
Alternatieve titel: Jamón, Jamón
Niet bepaald hoogstaand filmpje met knappe en geregeld half-ontkleedde Cruz als voornaamste wapenfeit. Visueel weinig bijzonder en soms best lelijk geschoten (die slow motion scenes), en het verhaal is melig en slap, en niet eens grappig. De laatste scène is zelfs melodramatisch te noemen, terwijl iemand die net met een ham is doodgeslagen door de minnaar van zijn moeder terwijl zijn verloofde met zijn vader aan het vrijen was toch enigszins op de lachspieren zou moeten werken- maar nee.
Janghwa, Hongryeon (2003)
Alternatieve titel: A Tale of Two Sisters
Intrigerende film, die je eigenlijk 2 x moet zien om het helemaal door te krijgen, al is de clou ook weer niet zo verrassend- de meesten kunnen denk ik wel 2, 3 films opnoemen waarin een van de hoofdrolspelers niet blijkt te bestaan, of dood is- toch is het knap gedaan. De film is niet erg eng op een paar scenes na, maar de sfeer is meesterlijk neergezet zodat het gevoel van dreiging je toch nooit helemaal loslaat.
Jason and the Argonauts (1963)
Toch nog maar even meegepakt voordat deze volgende week van Netflix verdwijnt. Pas de eerste film die ik zie waarbij de stop motion verzorgd wordt door Harryhausen bovendien. Jason and the Argonauts gaat over een Odyssee-achtige reis vol gevaar en avontuur, waarbij de cycloop vervangen is door een bronzen reus. Die stop motion effecten van Harryhausen zijn ook wel meteen het hoogtepunt van de film, al mag de dans van de goud geschminkte Medea er ook wel zijn. Verder is Jason and the Argonauts onderhoudend maar echt heel boeiend werd het niet. Dat is ook wel te wijten aan de Argonauten, een ensemble nogal inwisselbare helden, waarvan de enige met een beetje karakter ook nog achterblijft bij de eerste stop. Jason zelf is een nogal saaie held, en Acustus een beetje een halfslachtige intrigant.
De aartsvijand Pelias, verantwoordelijk voor de moord op Jason's familie, komt vreemd genoeg helemaal niet meer terug, het verhaal eindigt eigenlijk plotseling, alsof de makers (net als Zeus) zonnen op een tweede deel met verdere avonturen van Jason.
Jazz Singer, The (1927)
Leuk om deze eindelijk eens gezien te hebben. Niet alleen de vroegste talkie (nu ja vroegste talkie die commercieel succes boekte zo blijkt), ook mijn eerste filmkennismaking met Al Jolson, waarschijnlijk de bekendste vaudeville artiest, nu nog vooral gekend om zijn blackface spel.
Al Jolson is eigenlijk te oud voor de rol, hij komt nou niet bepaald over als een jongeling die het wil gaan maken, en hij heeft ook een aparte mimiek, met veel gerol met de ogen en wat ongemakkelijk ogende dansbewegingen. Toch heeft hij zeker wel charisma, en hoewel ik bij "jazz singer" niet direct aan zijn zoetgevooisde liedjes over zijn moeder denk, is hij onmiskenbaar behept met vocale talenten.
Verder stelt The Jazz Singer niet direct teleur, zijn reputatie is niet bepaald goed te noemen en hij scoort ook niet hoog. Maar los van de geluidsfragmenten is het ook niet bepaald bijzonder, zelfs niet als je hem in de tijd plaatst. Zoals John Milton al laat zien was 1927 een prachtig filmjaar, met toppers als Wings, Metropolis en Sunrise, films die zich wat mij betreft kunnen meten met de beste moderne films. Daar steekt The Jazz Singer dan toch bleekjes bij af.
Je Rentre à la Maison (2001)
Alternatieve titel: I'm Going Home
Manoel de Oliveira kende ik eerlijk gezegd alleen van naam, als de regisseur die tot op zeer hoge leeftijd films bleef maken.
Dit was de eerste kennismaking met zijn werk, en ik heb gemengde gevoelens. Het begint met een lange scene van een toneelstuk, en net als de mannen die Picolli het vreselijke nieuws moeten mededelen, wacht je ook als kijker- waar gaat dit heen? Dat wordt gaandeweg wel duidelijk, maar het duurt te lang. Dat is jammer, want daarna herpakt de film zich, en krijgen we aan de hand van subtiele scenes een schets van het leven van Piccoli na het ongeluk.
John Malkovich speelt een leuke bijrol als ambitieuze regisseur die zowat het meest onverfilmbare boek toch wil verfilmen. Dat Je rentre a la maison laat zien dat Joyce verfilmen een slecht idee is lijkt me wat overdreven, Joyce verfilmen lijkt me sowieso een slecht idee.
Dit schijnt een van Oliveira's meest toegankelijke late films te zijn, dus dat nodigt niet direct uit om meer van zijn latere werk te zien. Op zich ben ik nog wel benieuwd naar zijn vroege films.
Jeanne Dielman 23,Quai du Commerce 1080 Bruxelles (1975)
Ook mijn eerste Akerman, logisch ook wel gezien de chronologie en het feit dat dit verreweg haar bekendste film is.
Hoewel ik wel begrip heb voor de negatieve commentaren vond ik Jeanne Dielman een sterke film, met Seyrig in een afmattende tour de force: ze is zowat elk shot in beeld, vaak minutenlang. De bewust statische camera geeft perfect de sleur weer waarin Seyrig's personage zich verliest. Huishoudelijke taken als therapie, rust gunt ze zichzelf nauwelijks- uiteindelijk moeten zelfs de poppetjes in de vitrinekast worden afgestoft. De conversaties met haar zoon vond ik best geloofwaardig, ik moet de eerste stuurse puber nog tegenkomen die de oren van zijn moeders hoofd kletst.
Dat de film zo lang duurt is voor sommigen een minpunt maar een keuze die wel te verdedigen valt- sleur kun je het beste tonen door herhaling, zodat je als kijker ook meegaat in dat oneindige ritme. Daarbij vond ik het persoonlijk ook niet saai om naar te kijken, terwijl er niks gebeurt zijn er zoveel kleine dingen die opvallen. Ik begon me bv af te vragen of ze de afspraak bij de schoenmaker van 4 uur niet was vergeten. Ik was geïntrigeerd door dat flikkerende blauwe licht dat onophoudelijk knippert, en waarom ze geen gordijnen hadden opgehangen. Ik verbaasde me er over hoe het kussen op zijn plaats bleef terwijl het bed tot bank werd gepromoveerd. Dat klinkt misschien allemaal erg minimaal maar soms ben ik met weinig tevreden. En je pikt nog eens een receptje mee- droge gekookte aardappelen met vlees, bij wie loopt het water dan niet in de mond...
Het einde had ik niet verwacht, hoewel ik wel op een soort uitbarsting wachtte had ik niet op een moord gerekend. Vond het uiteindelijk wel passend, en mooi hoe Jeanne daarna, eindelijk, minutenlang niks zit te doen.
Jenseits der Stille (1996)
Alternatieve titel: Beyond Silence
Ging hier volledig blanco in, maar had toch al snel een Aha-Erlebnis. Het is namelijk hetzelfde verhaal als Le Famille Bélier en CODA, maar dan in het Duits en met een klarinet. En veel eerder. Nogal wat scenes zijn gekopieerd in de Franse en Amerikaanse remake, zoals het verkeerd vertalen tijdens het gesprek met de leraar en natuurlijk de eindscène als de vader komt kijken naar het examen.
Moet wel zeggen dat het in het begin wel doorbijten was, pas als Lara volwassen is begint de film wat interessanter te worden, dankzij Testud met name. Ook kiest Link voor een dramatische aanpak met een tragisch sterfgeval en een zeer moeizame dochter-vader relatie. En de klarinet, mja, je moet ervan houden. Maar als film toch wel beter dan de navolgers, die ik beiden al erg overgewaardeerd vond. En nu al helemaal.
Overigens wel bijzonder dat de actrice die de moeder speelt jonger is dan de actrice die haar dochter speelt.
Jerry Maguire (1996)
Aardige film is vooral de eerste helft leuk, met een aantal sterke scenes. Maar helaas ontpopt de film zich tot een voorspelbare rom-com met een wat al te feelgood einde. Terwijl hij nog wel zo veelbelovend begon. Neemt niet weg dat ik me de hele film afvroeg waarom hij kapte met zn leven als gladde makelaar om er vervolgens alles aan te doen om weer toegelaten te worden tot het wereldje. Goed, Cuba hoeft niet op een kameel te zitten maar verder valt er weinig idealistisch te bespeuren in zijn aanpak, in dat wereldje draait nou eenmaal alles om geld. Als je echt wat anders wil met je leven ga dan soep uitdelen in daklozencentra of zo.
Jesus Christ Superstar (1973)
Beetje gemengde gevoelens. Ik vond de setting wel grappig, hippies die in Israel de laatste dagen van JC verbeelden zonder zich al te druk te maken over anachronismen. Alleen vond ik lang niet alle liedjes heel bijzonder- met name die van Yvonne Elliman konden me maar matig bekoren. Maar af en toe werd het toch bijna groots en meeslepend, zoals het licht-hysterische liedje van Simon en de zeloten, Getshemane, de titelsong en Judas bij de Farizeëers, en vooruit dat liedje met Herodus was wel geinig. Maar aangezien de hele film gezongen wordt is 5 a 6 memorabele liedjes toch net een wat matige score.
Toch leuk om gezien te hebben en wellicht dat bij een volgende kijkbeurt meer liedjes blijven hangen.
Jeux Interdits (1952)
Alternatieve titel: Forbidden Games
Mooie, rustige film over vriendschap, rouw en kinderlijke onschuld. Wat meteen opvalt is de tegenstelling tussen het onschuldige kind en de harde werkelijkheid. Paulette is zich nauwelijks bewust van gevaar en probeert haar hondje te redden als die ontsnapt, juist op het moment dat er een Messerschmidt over de karavaan heendendert. Haar ouders proberen haar tegen te houden en worden allebei doodgeschoten- een harde scene, en kan me voorstellen dat het destijds niet makkelijk was om te kijken, krap 7 jaar na de oorlog.
Nauwelijks in staat om de wrede werkelijkheid te bevatten neemt Paulette haar dode hondje mee (dat stuiptrekt en dus wel echt lijkt te sterven), en ze komt uiteindelijk terecht bij een boerenfamilie. Daar ontfermt de jongste zoon Michel zich over haar als een grote broer, en samen begraven ze het hondje.
Dan volgt iets wat nogal luguber lijkt maar toch heel realistisch is: kinderen spelen immers de werkelijkheid na.Michel zoekt dode dieren - en helpt het lot soms een handje- om Paulette gelukkig te maken. Volgens haar kinderlijke logica is het dan namelijk gezelliger op de begraafplaats voor haar hondje.
Jeux Interdits werkt zo goed omdat het met een heel persoonlijke, kleine historie de gruwelen van de oorlog toont, op een subtiele manier. Daarbij zijn beide jonge hoofdolspelers geweldig- met name het kleine meisje speelt heel naturel en ingetogen. De scene bijvoorbeeld dat ze de familie ontmoet en een glas melk aangeboden krijgt en dat stuurs afwijst, of de laatste hartverscheurende scene als ze Michel hoort roepen en op zoek gaat naar haar vriend- ik geloof niet dat ik ooit een betere performance van een jong kind op film zag. Ook de bijrollen zijn goed, met name de vader en de stervende broer vond ik overtuigend.
Jewel of the Nile, The (1985)
Alternatieve titel: "Juweel" van de Nijl
Was ik al niet zo weg van Romancing the Stone, zijn opvolger behoort toch wel tot de slechtste films die ik de laatste tijd heb gezien. Een stompzinnige plot, een verschrikkelijk irritante DeVito -die ik inmiddels wel tot mijn minst favoriete acteurs kan rekenen-, melige liedjes en futloze performances, en dat alles met een hoog 'Kuifje in Afrika' gehalte, maken dit beneden de middelmaat.
Hooguit interessant om te zien dat je destijds kennelijk een film kon maken met niet al te subtiele raciale stereotypes zonder allerlei actiegroepen op de lange tenen te trappen. Misschien omdat het zo tenenkrommend slecht was.
JFK (1991)
Herzien in de DC. Indrukwekkende film toch van Stone, met een overweldigend oog voor detail- het is natuurlijk ook wel het grootste mysterie van de moderne tijd, en bron van vele conspiracy theories- wie vermoordde JFK. Het moet haast wel een passieproject zijn geweest voor Stone, maar dat heb ik bij meer films van zijn hand: het lijkt altijd persoonlijk. Dat de moord op JFK uiteindelijk leidde tot de escalatie van de Vietnam-oorlog is bijna wel zeker- ik zag niet helemaal toevallig later vandaag de documentaire The Fog of War waarin McNamara tot dezelfde conclusie komt, en alles wat met Vietnam te maken heeft is natuurlijk typisch Stone-terrein.
JFK is bijna documentair van opzet, en is behoorlijk overtuigend, en al is voor zover ik weet de officiële Warren-lezing nooit herzien, tenzij Stone hier onzin verkoopt moet er toch heel wat hebben gespeeld. Costner is geen groot acteur, maar als ietwat kleurloze 'man in office' is hij wel te pruimen, beter dan als held in elk geval, en dit is misschien wel zijn beste rol. Een grote, indrukwekkende cast staat hem bij. Ook de echte Garrison heeft nog een klein rolletje in de film als Warren- ik dacht zelf heel even dat het Jack Elam was vanwege de onfortuinlijke stand van de ogen.
JFK blijft tot en met de traditionele rechtbank-scène spannend en boeiend. De slotwoorden van Garrison komen voor een deel overeen met de slotspeech in de film, maar de meest extreme gedeeltes waarin gesuggereerd wordt dat ook Bobby Kennedy en Martin Luther King door hun overheid zijn vermoord, en dat elke hartaanval, auto-ongeluk etc. van bekende figuren met enige argwaan moeten worden bekeken, lijken toch uit de koker van Stone te komen. In hoeverre de Amerikaanse overheid betrokken was bij de moord- het blijft onduidelijk, ondanks de reeks aan documenten die de laatste jaren zijn vrijgekomen, 97% zou nu beschikbaar moeten zijn. In juni dit jaar volgt nog een batch documenten die Biden nog achterhield, dus wie weet volgt binnenkort dan eindelijk een doorbraak.
Jingi Naki Tatakai (1973)
Alternatieve titel: The Yakuza Papers
Leuk om eens een oude Fukasaku te zien. Diens Battle Royale maakte veel indruk toen ik die voor het eerst zag (al was het vervolg misschien wel de slechtste film die ik heb gezien- maar dat valt de zoon aan te rekenen). Deze yakuza-film heeft een nogal warrig plot, de introducties verschaffen nauwelijks helderheid, maar het is stijlvol gefilmd en ik bleef de hele film wel geëntertaind. Alle ingrediënten van een misdaad-epos komen zo'n beetje voorbij, maar het gaat allemaal zo snel dat het ook wel erg vluchtig blijft.
Ik weet nog niet of ik de hele reeks hoef te zien als het vooral meer van hetzelfde is. Vraag me sowieso af of je wel echt de personages leert kennen met een dergelijke bodycount, van alle bendeleden overleven slechts drie man dit eerste deel als ik goed geteld heb.
Jisatsu Sâkuru (2001)
Alternatieve titel: Suicide Circle
Suicide Club heeft een bizar, verontrustend gegeven en begint ijzersterk met de massale zelfmoord van vrolijke schoolmeisjes, onder vrolijke J-pop deuntjes. Ook de scene bij de school vond ik erg goed, omdat het bijna voorstelbaar was dat scholieren onder dergelijke groepsdruk naar beneden springen.
Helaas gooit Sono er een bizarre verhaallijn in over een rol van aan elkaar genaaide stukjes huid, een moorddadige bende muzikanten en kinderen die existentiële vragen stellen, zonder dat hij hier helemaal uit weet te komen, waardoor je als kijker met een hoop vragen blijft zitten.
Nu had ik al eerder een film van Sono gezien waarbij ook nogal wat losse eindjes openbleven, maar waar het me toen niet stoorde omdat het zich sowieso in een absurd universum afspeelde had ik daar nu toch meer last van. Tegelijkertijd zat ik ook weer helemaal niet te wachten op een voorspelbare plot over subliminale boodschappen in popmuziek of iets dergelijks, (het wordt wel gesuggereerd vandaar toch maar spoilertags) waardoor ik Sono toch maar het voordeel van de twijfel geef. Ik vond het ook gewoon een toffe kijkervaring, ben benieuwd naar nieuwer werk.
Joe (1970)
Aparte film die totaal anders verloopt dan ik had verwacht. Ging ook met 0 voorkennis kijken, dus toen de racistische tirades spuwende kerel in de kroeg zich voorstelde als Joe was ik enigszins verrast. Er ontstaat een niet al te geloofwaardige vriendschap, die je vanuit het oogpunt van Bill opportunistisch zou kunnen noemen, die culmineert in een bizarre zoektocht naar de weggelopen dochter van diezelfde Bill, een klein rolletje van een jonge Susan Sarandon, voor wie een echte doorbraak nog wel even zou duren. De nieuwbakken vrienden belanden bij een groepje hippies, wat uiteraard resulteert in een nacht vol drugs en seks, waarna het nog flink escaleert in een orgie van geweld.
Joe was kennelijk een inspiratie, o.a. All in the Family wordt genoemd, omdat er een stem gegeven werd aan de "gewone man", de hardwerkende kostwinner uit de arbeidersklasse, ook wel bekend als de deplorables (vrij naar H. Clinton), en tegenwoordig een niet te onderschatten machtsfactor in de westerse wereld. Maar als het Avildsen te doen was begrip te kweken is dat toch niet helemaal gelukt. Zeker, de sluwe Bill die de elite vertegenwoordigt die overal mee weg komt, inclusief moord, is een smerig mannetje, maar Joe zelf is zo mogelijk nog ranziger, met een totaal gestoord wereldbeeld. Ook de hippies komen er niet best van af trouwens, ze worden hier geportretteerd zonder de hun toch ook kenmerkende idealen, en als weinig meer dan leeghoofdige junkies. Ik beschouw Avildsen's film dan maar als waarschuwing dat de blue collar Joe's bepaald geen nobele wilden zijn en dat de hele maatschappij verrot is.
Johnny Belinda (1948)
Prima drama gebaseerd op ware gebeurtenissen van een mij volledig onbekende regisseur, die wel een paar bekende titels op zijn naam heeft staan- dit is de eerste die ik van zijn hand zie. Ster van de film is Jane Wyman, die op relatief late leeftijd doorbrak met The Lost Weekend, en die voor deze film een Oscar won. Haar Oscarspeech besloeg krap twee zinnen, destijds opzienbarend maar nu staat ze daarmee nog niet eens in de top 10 van de kortste Oscarspeeches aller tijden.
Wyman speelt een doofstom meisje, ook toen was de Academy al dol op acteurs die een gehandicapt persoon uitbeeldden, maar ze doet het wel echt heel goed met haar mimiek, en het is volstrekt geloofwaardig dat de dokter, wel erg nobel gespeeld door Lew Ayres, zich over haar ontfermt. Waar de hechte dorpsgemeenschappen nogal eens worden geïdealiseerd is daar hier geen sprake van, integendeel zelfs- het is een zeer gesloten, vijandige gemeenschap, tussen de roddels en vuile blikken door godvrezend, je zou er niet dood gevonden willen worden. Ik had daarom ook misschien een wat minder happy end verwacht - de boerderij die door een woedende menigte in de hens wordt gestoken waarbij de dokter net te laat komt om Belinda te redden, maar de baby het wel overleeft, zoiets, maar dat was misschien iets te gortig geweest.
Joli Mai, Le (1963)
Alternatieve titel: The Lovely Month of May
Chris Marker is vooral bekend dankzij La Jetée en Sans Soleil, en waar ik bij de eerste alle lof wel kon begrijpen had ik met Sans Soleil de nodige moeite, ik ben de hele film ook al vergeten op wat losse beelden na en heb hem met drie sterren misschien zelfs wat ruim bedeeld. Wellicht helpt een tweede kijkbeurt, ooit.
Enfin, ik ging met de nodige scepsis naar deze Joli Mai kijken, en deze beviel een stuk beter, sterker nog ik vond het een zeer interessante docu waarin Parijs en haar inwoners van begin jaren 60 worden geportretteerd. Veel minder poëtisch misschien dan zijn latere werk, maar dat vond ik eerlijk gezegd juist wel prettig. Dat wil overigens ook niet zeggen dat dit een rechttoe rechtaan docu is of dat het aan diepgang ontbreekt.
Mensen worden geïnterviewd met de nodige ironie (een uitvinder praat over zijn werk terwijl de camera een wandelende spin op zijn jas volgt) en soms kan de interviewer zijn minachting nauwelijks verbergen zoals bij de gesprekjes bij de beurs, maar de meeste gesprekken zijn met open vizier waarbij de geïnterviewden goed en welbespraakt uit hun woorden komen. Van alles passeert de revue: de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog, armoede, toekomstdromen, politiek, het weer...mijn favoriete scène was de vroege introductie van "bullshit jobs" en het mijmeren over een 20-urige werkweek. Ook aan het woord komen een jonge Beniner en een Algerijnse atheïst die het multiculturele Parijs vertegenwoordigen, en die hun ervaringen met racisme delen. De sporadisch gebruikte muziek van Michel Legrand is fraai maar het meest in het oor springend is als Yves Montand halverwege het lied Le Joli Mai inzet.
Aanrader.
Jonestown: The Life and Death of Peoples Temple (2006)
Boeiende docu, nogal klassiek van opzet, over de bizarre en uitermate trieste gebeurtenissen rondom Jim Jones' sekte. Het eerste deel over de opkomst van de charismatische Jones was al interessant, maar het is vooral het tweede deel, vanaf Guyana, dat bij zal blijven.
Jones zelf blijft wel een enigma. Duidelijk is wel dat hij al in zijn kindertijd verontrustend gedrag toonde, en het is maar de vraag of zijn idealisme ooit gemeend was (ook gezien zijn seksuele avances, lang voordat hij aan paranoia ten onder ging). Dat hij zich vervolgens steeds meer ontwikkelde tot een manipulerende charlatan wordt helder beschreven, maar zijn volgelingen waren toch vooral idealistische mensen uit alle lagen van de bevolking die geloofden in een mooiere wereld, een soort socialistische heilstaat.
Dat zij collectief zelfmoord pleegden is trouwens een twistpunt, want de meer dan 250 kinderen werden vergiftigd -vermoord dus, en ook de volwassenen gingen lang niet allemaal uit vrije wil. Volgens voormalig lid Tim Carter, vrij prominent aan het woord in deze docu als een van de weinige overlevenden, werd 90 % vermoord en nam hooguit 10 % vrijwillig het gif. En hoe vrijwillig is dat eigenlijk, na jarenlange manipulatie en leugens. Het is in elk geval niet zo dat iedereen uit een soort absurde volgzaamheid het bevel tot zelfmoord opvolgde, wat ik eigenlijk altijd had gedacht.
Journal d'une Femme de Chambre, Le (1964)
Alternatieve titel: The Diary of a Chambermaid
De met de haren bijgesleepte symboliek die cinemanukerke in zijn review noemt had ik er ook niet uitgehaald, het is natuurlijk de vraag of het echt zo bedoeld is door Buñuel, of dat overijverige adepten er van alles bij slepen om hun essay meer cachet te geven. Valt dat de film aan te rekenen? Ik meen van niet.
Journal d'une Femme de Chambre is met zijn afkeer van de bourgeoisie een echte Buñuel, maar dan zonder het surreële. Moreau is uitstekend in de titelrol, en van de andere acteurs kon ik vooral genieten van Piccoli als seksueel gefrustreerde landjonker. Het verhaal is op en top ironisch, met name tegen het einde, als Moreau denkt de jonge Claire te hebben gewroken om er vervolgens achter te komen dat Joseph is vrijgelaten. Om dan vervolgens over te schakelen naar Joseph, die zijn droom heeft waargemaakt en een fascistische optocht toejuicht. So much for happy endings.
Judex (1916)
Vrije dag, alleen thuis, ideaal om een 5 uur durende stomme film te kijken. Ik had van Feuillade al Les Vampires en Fantomas gezien, en dit is, oneerbiedig gezegd, een beetje meer van hetzelfde. Wel vermakelijk, maar wel met een hoog deja vu-gehalte. Dat komt niet in de laatste plaats door de aanwezigheid van Mathé en Musidora, die een soortgelijke rol aannemen als in Les Vampires. Net als in die film(s) is het vooral de laatste die de show steelt als misdadiger zonder al te veel scrupules. Held van dienst, de mysterieuze Judex, is een wat saaie protagonist, al was de background-story van hem en zijn broer nog wel interessant- waarom hij Judex werd wordt getoond in een lange flashback, een van de eerste in de filmgeschiedenis wellicht.
Zoals te verwachten bij films met een dergelijke ouderdom is het erg statisch, al zijn er een paar shots vanuit een rijdende auto. Toch lijkt de editing wel iets vlotter dan bij Feuillade's eerdere werk, ondanks dat er maar een paar jaar tussen zit. Maar in de beginjaren van de film tellen jaren bijna als hondenjaren. Hoewel ze nog een stuk langer duren ben ik daarom nog wel benieuwd naar Tih Minh en Barrabas, en ook zeker naar Franju's remake van deze Judex, schijnbaar een ode aan Feuillade's misdaadserials.
