Alternatieve titel: 13 Days, gisteren om 00:33 uur
Nieuwe samenwerking tussen regisseur Donaldson en Costner na de prima paranoia-thriller No Way Out. Thirteen Days is ondanks de catastrofale dreiging minder spannend dan die film, al zal dat ook te maken hebben met het feit dat de uitkomst bekend is. Het is een degelijk Koude Oorlog drama gemaakt in een tijd dat de Russische dreiging iets uit het verleden was, en de acteerprestaties zijn over het algemeen goed. Costner met zijn rare accent speelt daarbij zeker niet zijn beste rol. Het is vooral een hoop geklets van mannen in pak, de botsing van ego's, en af en toe een korte scène met straaljagers of oorlogsschepen. Er worden wat rare keuzes gemaakt zoals de overgang tussen kleur en zwart-wit en weer terug, en OK, de film had wat korter gekund, maar het weet tot het eind te boeien, en wordt gelukkig ook niet overdreven sentimenteel.
Een interessante geschiedenisles, die tegenwoordig niet meer te kijken is met dezelfde afstand tot het onderwerp. De Russische dreiging is weer helemaal terug, en de mannen aan het roer van de VS zijn niet meer de slimme jongens van weleer.
Alternatieve titel: Evening Land, afgelopen dinsdag om 08:05 uur
Peter Watkins' 'documentaires' over Munch, de Slag bij Culloden en vooral La Commune kon ik allemaal prima smaken. Hier werkt zijn aanpak toch minder, misschien omdat het in de moderne tijd speelt, en de camera's en interviews dat gevoel van vervreemding niet opwekken zoals in zijn andere films. Maar ook door het thema: de stakingsperikelen op een Deens scheepswerf zijn iets minder exotisch dan de overpeinzingen van een 18e eeuwse voetsoldaat. Verrassende nieuwe inzichten zijn er niet echt.
De uitvoering is redelijk vlekkeloos, iedereen zit goed in zijn rol en ook de scenes met de massa's en het politie-optreden zijn, hoewel kleinschalig, redelijk overtuigend. De macht van de vakbonden is inmiddels behoorlijk ingeperkt, toch zijn er ook wel wat overeenkomsten met onze tijd, zoals de discussie over de wapenindustrie en -levering en de ruk naar rechts. Het is net als veel van de vorig jaar overleden Watkins' werk nogal pamflettistisch- er is weinig twijfel aan welke kant Watkins stond.
Drama over de tegenslagen in het leven van een man die gehuwd is met een werkende, succesvolle vrouw in de jaren 50 van de vorige eeuw. Na WO2 hadden niet alle vrouwen zin weer terug te keren naar het leven als huisvrouw, sommigen begonnen zelfs aan carrieres te werken. De hoodfpersoon heeft het maar moeilijk met zijn zelfstandige vrouw, zozeer dat hij verrukt is als hij een vrouw tegenkomt die kwetsbaar is: "She needs me!"- zo kan hij weer in zijn rol van betrouwbare partner vallen- weliswaar met een andere vrouw dan zijn echtgenote, maar hij bedoelt het allemaal goed. Het knappe van O'Brien is dat hij deze toch wat curieuze gang van zaken geloofwaardig brengt. Hij had geen slechte bedoelingen- het is hem een beetje overkomen.
Ik had wel wat meer sympathie voor Harry dan Edmund Gwenn voor hem had. Over Gwenn gesproken, de eerste verwijzing naar diens rol als de Kerstman vond ik nog wel grappig, jammer dat de referentie daarna nog een keer, en nu letterlijk, uitgesproken werd. Ook aardig was de beschrijving van Lupino's personage als een muizige brunette- grappig omdat zij de regisseur was en kennelijk wel wat zelfspot had. Haar regie is niet opvallend maar degelijk, ze had geen al te groot budget maar het ziet er best goed uit.
Zou een aardige double bill zijn met There's Always Tomorrow. Wel kijken met met je eega natuurlijk.
Vermakelijke gangsterfilm losjes gebaseerd op het leven van een beruchte crimineel, waarbij het verloop erg doet denken aan Scarface. Ik moest wel even wennen aan Ray Danton, maar hij zet toch wel een prima sociopaat neer, een enorme klootzak- zulke onsympathieke protagonisten zie je niet vaak in pre-New Hollywood cinema.
Het verhaal is soms wat gehaast en slaat belangrijke gebeurtenissen gewoon over (de eerste arrestatie van Diamond, de moord op Rothstein), en soms gaat een scène juist te lang door (drie newsreels in drie talen tijdens het Europadeel was waarschijnlijk een goedkope manier om de Europese reis in beeld te brengen), maar Boetticher’s regie is vlot en kundig en de compactheid zorgt er ook voor dat het erg to the point blijft. Het onvermijdelijke eind vond ik ook wel goed, daar komt alles mooi samen.
Boetticher mag dan vooral bekend staan als western-regisseur, dit is een van zijn betere films wat mij betreft (van wat ik gezien heb, ik heb er nog heel wat voor de boeg).
Toffe film weer van Radu Jude, heel anders dan de andere films die ik tot nu toe van hem zag. Een road movie over een sherrif die een ontsnapte slaaf moet terughalen, met als setting het 19e eeuwse Walachije (Roemenië)- met zo'n premisse ben ik ook wel meteen aan boord. Prachtige beelden van het landschap, leuke onderonsjes tussen de personages en een passend, zij het nogal gruwelijk einde maken dit een aangename zit. Bezig baasje trouwens die Radu, die sinds Aferim! alweer acht films afleverde, met nog eens twee in de maak.
Blijft toch knap hoe de Roemeense filmindustrie zich heeft ontwikkeld de laatste paar decennia. Roemeens is geen grote taal, er zijn evenveel mensen op de wereld die Roemeens spreken als Nederlands (28 miljoen). Ze doen daar echt iets goed.
Alternatieve titel: The Middleman, 25 mei, 12:03 uur
Net als in The Adversary onderzoekt Ray de economische noden van de middenklasse- ook zij ontsnappen niet aan de hoge werkeloosheid, want voor tien vacatures zijn er maar liefst 100.000 sollicitanten. De student Somnath hoopt met zijn goede cijfers meer kans op een baan te krijgen, maar zijn examinator heeft geen goede bril en doet kennelijk maar wat tijdens het nakijken: met als gevolg dat Somnath het maar gaat proberen met een eigen zaak, als "middleman".
Waar het allemaal nog best positief begint en Somnath na een aarzelend begin de smaak te pakken begint te krijgen, blijkt al snel dat je als middleman niet wars moet zijn van wat corruptie hier en daar. Sterker nog, het wereldje waarin hij zich beweegt lijkt er volledig van te zijn doordrenkt. Dat uitgerekend de zus van zijn beste vriend de prostituée blijkt te zijn die hij wil inzetten om zijn contact bij een fabriek te overtuigen is wel erg toevallig natuurlijk, maar verder vond ik het een sterke film over het ethische individu die probeert zijn plek te vinden, in de maatschappij die van je eist dat je je ethiek opzij schuift- en zo blijft het systeem overeind. Een donkere, sombere film met uitstekend acteerwerk, zeer de moeite waard.
Onbekendere film van Hitchcock die niet tot zijn klassiekers gerekend wordt, maar die toch best de moeite waard is, en dat ondanks de matige leading man Robert Cummings. Saboteur gaat over een onschuldige man op de vlucht, geliefd terrein voor Hitch. Een aantal keer laat de regisseur zijn klasse zien, met name de scène in de bioscoop en de eindscène op het Vrijheidsbeeld steken er bovenuit, maar de interactie met het sabotage-netwerk vond ik minder goed: ze waren wel erg naïef en de ontsnapping door het brandalarm te activeren vond ik maar slap. De scène met de blinde man lijkt me een referentie aan Frankenstein. Filmdebuut van de pas een paar jaar geleden overleden Norman Lloyd.
Weer eens gekeken na lange tijd, en het blijft toch een hele fijne komedie. Een plot die draait over mannen in vrouwenkleren kan banaal uitpakken, maar Some Like It Hot heeft daarvoor te veel talent in huis. Slim geschreven met veel kleine grapjes ("suppose the Dodgers leave Brooklyn") en een lekker tempo. En natuurlijk een topcast, met name Lemmon is geweldig en gaat helemaal op in zijn rol als Jerry/Daphne. MM beschikte naast sex appeal ook over het nodige komisch talent, terwijl Curtis ook zijn momenten heeft maar toch meer de rol van aangever heeft. Joe E. Brown in de bescheiden maar belangrijke rol van Osgood moet het volledig van zijn mimiek hebben maar die olijke blik en die brede grijns werken aanstekelijk. Plus dat hij natuurlijk degene is die de beroemde slotzin mag uitspreken. De gangsterplot is noodzakelijk voor het verhaal maar is verder niet heel interessant of scherp geschreven. De maffiosi hebben wel stuk voor stuk uitstekende boeventronies.
Vond dit eigenlijk helemaal niet zo beroerd. Natuurlijk kan The Great Moment zich niet meten met Sturges' topfilms, maar ik heb me best vermaakt met de vertelling over de -betwiste- ontdekker van anesthesia. Ik vond McCrea degelijk, sidekick Demarest had zijn momenten, en ook kleinere rollen als die van Jackson en Warren werden goed ingevuld. Maar ik vond het ook gewoon een interessante geschiedenis over de ontdekker van de verdoving (al lijkt de consensus nu te zijn dat een andere arts de pionier was).
De structuur laat wel te wensen over, maar daar is ook flink in gesneden door de studio. Want pas nadat de film was afgelopen begreep ik wat bedoeld werd met de laatste zin in de proloog, dat een servant girl Morton's downfall zou betekenen. Ook kunstmatige ingrepen om wat spanning op te voeren, zoals dat ze bijna te laat komen bij de operatie, konden me niet zo bekoren, en er zit wat rare slapstick in. Toch wel met gemak 3 sterren voor deze onbekende Sturges.
Alternatieve titel: I Live in Fear, 13 mei, 13:44 uur
Vond deze ook iets minder dan ander werk van Kurosawa, zeker als je kijkt welke films hij hiervoor en hierna maakte- het was Kurosawa op de top van zijn kunnen. I Live in Fear is interessant omdat de angst voor de bom geen veelgebruikt thema voor een film is. Mifune's karakter is bepaald geen baken van rationaliteit, maar ook geen paranoïde wappie- zijn angst was tien jaar na Hiroshima en Nagasaki en vier jaar na de Varkensbaai wel degelijk ergens op gebaseerd. Helaas vond ik Mifune niet heel sterk, en het onderlinge gekibbel tussen de familieleden iets te veel op de voorgrond. Waarom een karakter opvoeren met zoveel, al dan niet erkende kinderen, vond het weinig toevoegen. Laatste scène, het laatste shot van de trap vooral, vond ik wel erg mooi. Ontreddering, schuldgevoel, twijfel over de toekomst en het verleden, in één beeld vastgelegd.
Scola is een van die regisseurs die altijd wel goed scoort bij mij, ik heb nog geen slechte film van zijn hand gezien- al ontloop ik tot zover wel zijn minst gewaardeerde werk en heb ik nog geen film gezien van na 1989. ook Il Commissario Pepe is een meer dan aardige film met Tognazzi als nogal uitgebluste cop die amorele escapades in een provinciestadje (Vicenza) moet onderzoeken en al snel een beerput opentrekt. Of open kán trekken, want die blijft, vanwege allerlei illustere overtreders, uiteraard gesloten.
Een leuke satirische beschouwing over de corrupte handel en wandel, vooral wandel, die luchtig blijft ondanks toch redelijk zware vergrijpen- daar zou Scola nu niet meer zo makkelijk mee wegkomen. De muzikale ondersteuning houdt dat luchtige ook in stand, van die typische dromerige fluitmelodietjes die opgeld deden in de Europese cinema van de jaren 60. Acteerwerk is op de altijd okeeje Tognazzo na weinig opvallend, wel een speciale vermelding voor de in zwaar Veneto-dialect sprekende huishoudster.
The Russians Are Coming, the Russians Are Coming (1966) 2,5
Alternatieve titel: Daar Komen de Russen, Daar Komen Ze Aan..., 10 mei, 10:58 uur
Film waar ik tot voor kort nooit van had gehoord was destijds een behoorlijk succes, met meerdere Oscarnominaties- 1966 was in de VS kennelijk geen geweldig filmjaar. Wat voor de film spreekt is dat men breekt met het starre vijand-denken: The Russians Are Coming (x2) is een Koude Oorlog-film waar de Russen menselijk worden getoond, en op het eind zingt men nog net niet gezamenlijk liederen aan het kampvuur. De premisse is best aardig, maar wat volgt is een vrij voorspelbare opeenvolging van paniek en misverstanden. Het verbaasde me dan ook niks dat de schrijver tot het Ealing-kamp behoort.
Spannende film over een driehoeksverhouding met larger-than-life acteur Laughton in een glansrol, al neigt hij, zeker tegen het einde, wel tegen overacting aan. Anders dan de film in het begin vertelt, had hij zijn Hollywood-debuut een jaar eerder al gehad.
Ook een zeer fijne rol van Bankhead, die me met haar licht-cynische oogopslag en wijze van acteren veel meer aan Bette Davis dan aan Garbo deed denken. Ik vond Cooper trouwens ook prima en leuk om Grant te zien in een van zijn eerste films. Het eerste deel gaat vooral over de jaloezie van Laughton en de korte romance tussen Bankhead en Cooper, en vond het vrij fascinerend. Niet alleen het acteeerwerk, maar ook de setting, met een snelle montage van een feest em de zwalkende Tallulah als hoogtepunt. Het tweede deel is dan wat meer conventioneel spannend maar prima uitgevoerd. Vroeg me wel af hoe dat zit met het risico op decompressieziekte.
Ik dacht tijdens het kijken trouwens dat deze film geregisseerd was door een vrouw, maar Marion is/was kennelijk ook een jongensnaam.
Die Spinnen, 2. Teil - Das Brillantenschiff (1920) 3,0
2 mei, 11:53 uur
Die Spinnen is, met Hara-kiri, de oudste nog bewaarde Fritz Lang film, zijn debuutfilm is helaas verloren gegaan. Ik heb beide delen van Die Spinnen achter elkaar gezien en die sluiten naadloos op elkaar aan. Het doet erg denken aan de serials van Feuillade van een paar jaar eerder, maar de techniek ging zo snel dat die Spinnen vergeleken met Les Vampires of Fantomas een stuk dynamischer is. Net als bij Feuillade is de held een wat kleurloos figuur, Ressel Orla als Lio Sha maakt meer indruk. Spijtig dat ze maar zo'n korte carrière heeft gehad en jong is overleden.
Een keur aan exotische locaties maken van Die Spinnen een aardig avontuur, al is het verhaaltje niet altijd even boeiend. Lang maakt weinig gebruik van tussentitels, dialogen worden nauwelijks vertaald, alleen als er sprake is van een tijdsprong of -de favoriet uit de silent era- een briefje, wordt een tekstblok getoond. Dat is aan de ene kant fijn, te veel tussentitels slaan het tempo dood, maar de kijker wordt nu soms in het ongewisse gelaten. Tegen het einde wordt opeens gerept over een reis naar Amsterdam, maar helaas besluit de politie daarvoor de bende op te rollen dus geen beelden van de Amsterdamse grachten van 100 jaar geleden.