Ach Godard, altijd eigengereid, meestal wel interessant, soms briljant, maar ook geregeld vervelend. La Chinoise is een politiek document met veel quasi-interessant geneuzel over de klassestrijd en is bij tijden bijna niet te harden, ondanks de aanwezigheid van de altijd prima Leaud en overige acteurs (waarbij ik al een Nederlandse tongval vermoedde bij 'Kirilov', en inderdaad).
Het zou best kunnen dat die quasi-intellectuele woordenbrij ook de bedoeling was van Godard, serieus te nemen waren de studenten niet, en Godard was zelf politiek weliswaar geëngageerd, hij was daar tegelijk kritisch op vanwege zijn bevoorrechte achtergrond. Het maakt het er allemaal niet makkelijker op wat hier nu van te maken. Dan volgt er opeens een normaal gesprek (tussen Veronique en de filosoof in de trein), waaruit volgt dat het dreigen met geweld op universiteiten uit individuele overtuiging, ofwel zonder representatie, kant noch wal raakt. In die zin zeker interessant met het oog op het ontluikende extreem-linkse terrorisme dat een paar jaar later Europa zou treffen, veelal gepleegd door studenten die radicaliseerden in hun eigen bubbel.
Godard had de tijdsgeest dus aardig in de smiezen, het levert alleen een frusterende film op.
Alternatieve titel: 13 Days, afgelopen zaterdag om 00:33 uur
Nieuwe samenwerking tussen regisseur Donaldson en Costner na de prima paranoia-thriller No Way Out. Thirteen Days is ondanks de catastrofale dreiging minder spannend dan die film, al zal dat ook te maken hebben met het feit dat de uitkomst bekend is. Het is een degelijk Koude Oorlog drama gemaakt in een tijd dat de Russische dreiging iets uit het verleden was, en de acteerprestaties zijn over het algemeen goed. Costner met zijn rare accent speelt daarbij zeker niet zijn beste rol. Het is vooral een hoop geklets van mannen in pak, de botsing van ego's, en af en toe een korte scène met straaljagers of oorlogsschepen. Er worden wat rare keuzes gemaakt zoals de overgang tussen kleur en zwart-wit en weer terug, en OK, de film had wat korter gekund, maar het weet tot het eind te boeien, en wordt gelukkig ook niet overdreven sentimenteel.
Een interessante geschiedenisles, die tegenwoordig niet meer te kijken is met dezelfde afstand tot het onderwerp. De Russische dreiging is weer helemaal terug, en de mannen aan het roer van de VS zijn niet meer de slimme jongens van weleer.
Alternatieve titel: Evening Land, afgelopen dinsdag om 08:05 uur
Peter Watkins' 'documentaires' over Munch, de Slag bij Culloden en vooral La Commune kon ik allemaal prima smaken. Hier werkt zijn aanpak toch minder, misschien omdat het in de moderne tijd speelt, en de camera's en interviews dat gevoel van vervreemding niet opwekken zoals in zijn andere films. Maar ook door het thema: de stakingsperikelen op een Deens scheepswerf zijn iets minder exotisch dan de overpeinzingen van een 18e eeuwse voetsoldaat. Verrassende nieuwe inzichten zijn er niet echt.
De uitvoering is redelijk vlekkeloos, iedereen zit goed in zijn rol en ook de scenes met de massa's en het politie-optreden zijn, hoewel kleinschalig, redelijk overtuigend. De macht van de vakbonden is inmiddels behoorlijk ingeperkt, toch zijn er ook wel wat overeenkomsten met onze tijd, zoals de discussie over de wapenindustrie en -levering en de ruk naar rechts. Het is net als veel van de vorig jaar overleden Watkins' werk nogal pamflettistisch- er is weinig twijfel aan welke kant Watkins stond.
Drama over de tegenslagen in het leven van een man die gehuwd is met een werkende, succesvolle vrouw in de jaren 50 van de vorige eeuw. Na WO2 hadden niet alle vrouwen zin weer terug te keren naar het leven als huisvrouw, sommigen begonnen zelfs aan carrieres te werken. De hoodfpersoon heeft het maar moeilijk met zijn zelfstandige vrouw, zozeer dat hij verrukt is als hij een vrouw tegenkomt die kwetsbaar is: "She needs me!"- zo kan hij weer in zijn rol van betrouwbare partner vallen- weliswaar met een andere vrouw dan zijn echtgenote, maar hij bedoelt het allemaal goed. Het knappe van O'Brien is dat hij deze toch wat curieuze gang van zaken geloofwaardig brengt. Hij had geen slechte bedoelingen- het is hem een beetje overkomen.
Ik had wel wat meer sympathie voor Harry dan Edmund Gwenn voor hem had. Over Gwenn gesproken, de eerste verwijzing naar diens rol als de Kerstman vond ik nog wel grappig, jammer dat de referentie daarna nog een keer, en nu letterlijk, uitgesproken werd. Ook aardig was de beschrijving van Lupino's personage als een muizige brunette- grappig omdat zij de regisseur was en kennelijk wel wat zelfspot had. Haar regie is niet opvallend maar degelijk, ze had geen al te groot budget maar het ziet er best goed uit.
Zou een aardige double bill zijn met There's Always Tomorrow. Wel kijken met met je eega natuurlijk.