Geen top-Capra misschien. Maar toch zeker een leuke film, met de tragische Jean Harlow in een wat a-typische rol als socialite. Ze heeft charisma en talent maar begrijp ook wel waarom sommigen haar een miscast vonden, ze heeft gewoon niet die upper class uitstraling. Iets wat Loretta Young dan weer wel heeft. Young heeft echter de ondankbare rol van muurbloempje die pas op het eind op waarde geschat wordt.
De mannelijke lead is Robert Williams, een acteur die ik niet kende en ik begrijp nu waarom- dit is zijn eerste en laatste hoofdrol. Zonde, hij had zeker een komisch talent met die voortdurende ironie in vrijwel elk gesprek, hoe kort ook. IRL lijkt me dat nogal vermoeiend, maar voor anderhalf uur film goed te pruimen. Vooral de interacties met de butler en de valet ("I like you, you're alright. You'd make a good wife") waren geestig.
De titel van Platinum Blonde was oorspronkelijk "Gallagher" maar werd naar Harlow vernoemd toen die na Hell's Angels doorbrak als hét Amerikaanse seks-symbool. "Gallagher" was ook een matige titel geweest trouwens.
Gemaakt tijdens de Warner Bros stakingen van 1945 en 1946, geschreven door de van communistische sympathieën verdachte Rossen en geregisseerd door de destijds al even omstreden Milestone, The Strange Love of Martha Ivers is een noir met een ferme antikapitalistische boodschap. Des te merkwaardiger dat de aartsconservatieve, anticommunistische Stanwyck de hoofdrol speelt van de amorele Martha.
Ze is met haar kille uitstraling wel perfect gecast, en dat geldt ook voor Heflin en Kirk Douglas, die met deze film dus zijn debuut maakt, ondanks dat hij 'al' bijna 30 was op het moment van filmen. Lizabeth Scott zou met deze film een begin maken van een indrukwekkende reeks aan bekende noir-films, maar ik ben geen fan, ik vind haar acteerstijl altijd wat onnatuurlijk overkomen, en zo ook hier.
The Strange Love of Martha Ivers is al met al geen standaard-noir, en ook zeker geen perfecte film: het had wat compacter gemogen, met wat minder screentijd voor de amoureuze verwikkelingen tussen Sam en Toni- die al met al weinig toevoegen. Maar het spel van de acteurs, de atypische lange intro met de kinderen en het venijn in de onderlinge relaties maken dit wel een klassieker uit de jaren 40 die gezien mag worden.
Toch wel weer een fijne film van Bergman, met de bevallige Maj-Britt Nilsson en Stig Olin, de vader van Lena, in de hoofdrol en een belangrijke bijrol voor Victor Sjöström. Stig is nogal een bijzondere protagonist, niet bepaald sympathiek en eigenlijk is het een beetje een raadsel wat Marta in hem ziet, zijn muzikale talent en ambitie waarschijnlijk. En misschien toch een beetje de 'reddende engel' willen zijn, er zou weinig van die ongelukkige zenuwpees terechtkomen als er geen vrouw was geweest die zich over hem ontfermde. In elk geval weet hun relatie toch te overtuigen,
Dat geldt niet voor de driehoeksverhouding met de oudere man en zijn piepjonge overspelige vrouw. Die vond ik nogal bizar en leek me nogal onwaarschijnlijk in het brave Zweden van de jaren 50, maar wie weet wat er toen allemaal achter de voordeur plaatsvond.
Film waar ik al veel over had gehoord, en ik had al wel een spektakel verwacht, en nóg overtrof het mijn verwachtingen. De scène met de zeppelin en de luchtgevechten met tientallen vliegtuigen zijn waanzinnig in beeld gebracht, en dan te bedenken dat het zonder cgi moest. De film mocht een enorm budget hebben, dat is er van af te zien, maar er werden ook wel enorme risico's genomen, niet in het minst door Hughes zelf- het zou nu bijna ondenkbaar zijn. Het is daarmee wel een van de meest spectaculaire oorlogsfilms waarin vliegtuigen een rol spelen. Hell's Angels deed me soms wel denken aan Wings, met name bij de sterfscenes van de verschillende piloten.
Ook was dit de doorbraakrol van Jean Harlow. Ze was me in andere films nooit zo opgevallen, ik was ook nooit zo onder de indruk van haar schoonheid, maar hier spettert ze toch van het scherm- dat ze sex appeal heeft is een understatement. Ze had daarnaast ook echt wel talent laat ze hier zien. Ook het overige acteerwerk vond ik prima, van de twee broers die elkaars tegenpool zijn (de scène waarin Monte op zijn doodsbed tot inkeer komt was me wel iets te sentimenteel) tot de Duitse von Stroheim-achtige commandant.
Alternatieve titel: Het Onding, 24 juli, 09:55 uur
Toch niet helemaal wat ik ervan verwacht had. Een horrorfilm kiest meestal uit twee richtingen: ofwel een serieuze aanpak waardoor het onder je huid kruipt, en het echt naar wordt, ofwel een zo over the top aanpak dat het vooral vermaak is vol gore en afgehakte ledematen. Nu kiest The Entity duidelijk voor de eerste aanpak, maar omdat het 'entiteit'-gegeven zo onzinnig is wordt het beoogde effect bij mij in elk geval niet behaald, de "het is waargebeurd"-claim op het eind ten spijt.
Hershey en Silver maken er nog wel wat van maar niet de horrorklassieker waar ik op had gehoopt.
Alternatieve titel: Bad Luck Banging or Loony Porn, 20 juli, 11:38 uur
Veelzijdig regisseur die Jude. Paar maanden terug zag ik nog de prima historische film Aferim, maar deze Bad Luck Banging or Looney Porn is wel andere koek. De titel geeft dat ook wel een beetje weg.
Als je de film opstart kom je meteen in de actie, heb het geluid toch maar even zachter gezet. Wat daarna volgt is een tragikomische verhandeling als een spiegel van de Roemeense maatschappij, zoals tijdens de film ook wordt benoemd bij de mythe van Medusa. De hypocrisie van maatschappij, vertegenwoordigd door de ouders die woedend zijn over de sekstape maar tijdens de argumentenuitwisseling zonder al te veel weerwoord vervallen in steeds grover sekisme, racisme, fascisme, antisemitisme lijkt het punt van Radu te zijn, en dat punt wordt niet bepaald subtiel gebracht, ik vond het best raak.
Daarnaast is de film vaak ook best grappig en ik vond alle delen op zichzelf ook interessant, van de wandeling door Boekarest, waar nogal wat korte lontjes lijken te wonen, tot de soms random ogende losse flodders in het deel daarna, en uitmondend in de al genoemde ouderavond. Het groteske 'derde einde' was een mooie afsluiter.
Kidman in topvorm, prachtig gefilmd en een majestueuze soundtrack van Desplat- what's not to like? Het mysterie wordt misschien iets te snel ontrafeld, met ook iets te veel aanwijzingen al vroeg in de film, maar in essentie is dit een film over onverwerkte rouw, en niet zozeer een mysterie/thriller. Als je met die mindset de film ingaat snap ik het lage gemiddelde hier niet.
Viel me al met al niet tegen, al is het inderdaad een geschiedenisles met de botte bijl. Vooral de "truc" om Göring veroordeeld te krijgen was nogal lachwekkend, inclusief de goedkeurende knikjes en blikken richting de daarvoor nog zo afgezeken psychiater, een Rami Malek die ook niet helemaal lijkt te weten waar hij nu weer in verzeild is geraakt. Ik vond hem in The Pacific goed, maar in geen enkele film heeft hij mij weten te overtuigen, inclusief Bohemian Rhapsody.
Crowe krijgt veel lof en doet het an sich prima, maar om nou te zeggen dat ik echt het gevoel had naar Göring te kijken, nou nee. Vond het eigenlijk vooral leuk Slattery weer eens te zien, die sinds Mad Men geen dag ouder lijkt geworden. Voordeel voor mensen die vroeg grijs worden wellicht. Ik dacht trouwens dat de fictieve journaliste Margaret Qualley was, maar dat was dus Lydia Peckham. Prachtige meid, maar haar inbreng was geloofwaardig noch noodzakelijk.
Alternatieve titel: The 25th Hour, 11 juli, 11:38 uur
Anthony Quinn is zeer goed als een naïeve "everyman", die in zijn argeloosheid soms doet denken aan Being There's 'Chauncey Gardiner', een man die zonder enige ideologische baggage maar met een sterk rechtvaardigheidsgevoel zijn lotgevallen gedwee ondergaat tijdens en net na de Tweede Wereldoorlog. Hij staat aan beide kanten van de oorlog, als slachtoffer en als dader, verandert regelmatig van naam al naar gelang tot welke groep hij wordt ingedeeld, en tijdens een ongemakkelijke maar sterke scène wordt hij zelfs uitgeroepen tot de posterboy van de SS.
Hoewel de handelingen regelmatig ten koste gaan van de goeloofwaardigheid zit het script goed in elkaar. De film eindigt ook geweldig met die opdringerige fotograaf en de steeds verder verwrongen, wanhopige grijns, alsof Johann op het eind pas beseft wat hem is overkomen. Verder zijn er nog kleine rollen voor goede acteurs als Reggiani en Redgrave, maar eigenlijk draait alles om Quinn, en vooruit, in beperkte mate om Virna Lisi als zijn mooie echtgenote.
Een film gespeend van enige heroïek, wat voor een relatief oude oorlogsfilm vrij uitzonderlijk is.
Prima verfilming van het klassieke verhaal verteld vanuit het perspectief van Cora en Uncas, Hawkeye heeft niet meer dan een kleine bijrol. Dat is trouwer aan het bronmateriaal (dat ik niet heb gelezen), maar het levert bovendien een in bepaalde opzichten betere film op dan de bekende Michael Mann versie, al is het maar omdat de romance in die film nooit van de grond kwam en er een aantal rare keuzes werden gemaakt. Deze versie verloopt logischer, is ook een stuk korter. En de brute aanval op de vrouwen en kinderen onder vrijgeleide doet niet onder voor de gelijksoortige scène in Mann's film.
Niet alle personages komen uit de verf, maar Barbara Bedford is goed in de vrouwelijke lead, verder valt Wallace Beery op als de schurk Magua. Ook een rolletje voor Boris Karloff maar die heb ik niet kunnen spotten. Fijne muziekscore ook.
Een Hitchcock uit eind jaren 20 van de vorige eeuw, daar had ik toch wel iets meer van verwacht dan dit niemendalletje. Het camerawerk is prima, met een aantal inventieve shots, maar het verhaaltje is zo mager dat daar nauwelijks tegenop te experimenteren valt. De paar geslaagde shots vormen misschien 5 minuten van de film, de rest is vooral doorbijten. Veel scenes zijn gewoon ontzettend lang en saai en stuwen het verhaal nauwelijks voort. De acteurs overtuigen ook niet bepaald. Hitchcock vond het zelf ook een mislukte film en ik vind het misschien wel zijn minste (op Elstree Calling na misschien).
Alternatieve titel: God Is Dood, 4 juli, 11:02 uur
Toch een beetje underwhelming. Iets te stichtelijk allemaal, deze zwart-wit (zowel letterlijk als figuurlijk) bewerking van Greene's roman, waarbij alle rafelrandjes van het hoofdpersonage vakkundig zijn weggepoetst, zodat je inderdaad een soort Christus-figuur overhoudt. Del Río is al even vroom in een weinig boeiende rol, en de Judas-figuur is dan weer overdreven gluiperig- subtiliteit is ver te zoeken. Het enige personage dat wat meer lagen heeft is de luitenant, maar die kjrijgt te weinig screentijd om dat echt invoelbaar te maken.
Wat The Fugitive wel goed doet is de fotografie, het ziet er erg mooi uit. Maar een iets getrouwere versie van het bronmateriaal had denk ik toch een betere film opgeleverd.