Een Israelische jongeman (geen makkelijke rol voor nieuwkomer Mercier) verhuist naar Parijs in een soort omgekeerde aliya omdat hij zich niet meer thuisvoelt in zijn land, in zijn taal, in zijn Israeli-zijn. Zijn identiteitscrisis wordt gespiegeld aan een paar macho's die juist trots zijn op hun Israelische identiteit en die (buiten beeld) gevechten tot de dood houden met neo-nazi's. Yoav doet zijn Israelische identiteit af (overigens laat hij zijn Joodse naam buiten schot, zijn afkeer is niet van zijn religie maar van zijn land), maar de Franse krijgt hij er niet voor in de plaats, en zo raakt hij steeds meer ontworteld.
Op zich is dat een interessante premisse, en in het licht van de laatste jaren alleen maar urgenter, maar helaas werkte het niet echt voor mij. De man in kwestie gedraagt zich bizar en is ook gewoon vervelend, met zijn gedeclameer en fanatisme. Misschien was dat ook de intentie van de maker, het is kennelijk ook deels autobiografisch, maar het maakt de vriendschap die het Franse koppel hem geeft er bijvoorbeeld niet geloofwaardiger op. Sommige scenes werken los wel (zoals "Hallelujah" en de taalklas) maar ik miste een flow, het ging mij te veel van de hak op de tak, en het werd er gaandeweg ook niet bepaald beter op met random scenes waarin Yoav zich onmogelijk gedraagt of vernederingen moet ondergaan.
Aangezien dit Lapid's hoogstgewaardeerde film is (zijn andere films hebben hier sowieso nauwelijks stemmen) zal ik geen haast maken met de rest van zijn oeuvre- al klinkt de synopsis van zijn nieuwste film Yes als "post-7 oktober"-film ook wel weer interessant.
Met een kleine Bogdanovich inhaalslag bezig, en na de teleurstellende What's Up Doc en Nickelodeon beviel deze Saint Jack me gelukkig wel, dat was ook wel even nodig om de moed erin te houden. Gazarra speelt inderdaad een vergelijkbare rol als in Killing of a Chinese Bookie en dat doet hij voortreffelijk. Elliott's inbreng is ook erg fijn als aimabele Brit die ondanks de ogenschijnlijk grote verschillen een zielsverwant herkent in Jack.
Wat Saint Jack zo prettig doet wegkijken is het relaxte tempo en de exotische, enigszins louche sfeer van de film, een wereld van hoeren, pooiers en dubieuze expats. Van Singapore's imago van veilig en smetteloos paradijs blijft niet zoveel over. De film is ook behoorlijk grappig, met sterke anekdotes en vrolijke dronkenschap, en heeft talloze mooie, kleine observaties over het expat-leven en bijbehorende cultuurverschillen.
Beetje verbaasd door de lage score. Natuurlijk is dit geen top-Hitchcock, maar ik vond het best genietbaar. Lombard vind ik sowieso een zeer prettige actrice met goede komische timing, en de mij onbekende Robert Montgomery geeft haar prima weerwerk. Zeker de eerste helft zijn er de nodige grappige scenes, zoals het herkenbare, niet-zo-onschuldige gesprekje aan de keukentafel in het begin, het etentje bij Mama Lucy, en het uitje in de Florida Club. Eigenlijk kakt de film pas in als ze in Lake Placid zijn, dat hele deel beviel me maar matig en het voorspelbare einde kwam, zelfs voor een romantische komedie, volledig uit de lucht vallen. Maar dit is wat mij betreft zeker geen slechte film, en ik heb Hitchcocks gezien die een heel stuk minder waren.
Ik dacht trouwens altijd dat de film Mr. & Mrs. Smith uit 2005 een remake was, maar dat is een totaal andere film.
Vermakelijke satire over materialisme over een man die in plaats van mee te gaan in de Japanse rat race kiest voor een bestaan in de luwte en zijn slag probeert te slaan op een Japanse versie van Marktplaats. Ik vond de eerste helft vooral intrigerend, was benieuwd waar het heen zou gaan, zeker als er wat onaangename dingen gebeuren in zijn leven. Maar dan slaat het om en de tweede helft is een stuk minder subtiel, eerder een soort zen-versie van Free Fire.
Daarbij speelt de (nota bene ontslagen) assistent van de Marktplaatsverkoper een doorslaggevende rol, op het einde wordt gesuggereerd dat hij wel eens de personificatie van de duivel zou kunnen zijn die in Ryosuke een perfect vehikel ziet voor zijn snode plannetjes, maar misschien heb ik het mis.
Het schiet de tweede helft geregeld uit de bocht (sowieso, boze klanten verenigen zich om een ontvoer-martel-moordplan uit te voeren), zeker als de vriendin ook nog over lijken wil gaan om wat credit cards te bemachtigen, maar als je het allemaal niet te serieus neemt is het een aangename rit.
Bij dergelijke blockbusters die ik op het grote scherm wil zien wacht ik altijd een paar maanden om de grote drukte te vermijden, maar het was nog steeds behoorlijk vol. Maar goed, vrijdagavond, het was ook wel te verwachten. The Odyssey komt een beetje traag op gang, maar vanaf de cycloop is het redelijk spectaculair, al is het wel vreemd dat Nolan de bekendste passage uit de Odyssee ("Niemand") gewoon overslaat. Ook de avonturen bij de Titanen en Circe waren geslaagd, en hoewel de structuur soms wat overbodig heen en weer ging in de tijd -Nolan zal ook nooit eens een verhaal chronologisch vertellen- was het allemaal prima te volgen. Ook positief: het geluid, met de muziek die maat probeert te houden met de verhoogde hartslag als er weer eens gevaar dreigt.
Over de cast is veel geschreven, maar ik vond die het over het algemeen goed doen, met Damon als een geslaagde Odysseus en Hathaway is OK als Penelope - het is natuurlijk niet de meest interessante rol maar waar ze kan pakt ze haar moment. Pattinson vond ik weer sterk spelen, die valt sowieso positief op de laatste jaren. Sommige rollen waren een beetje overbodig, zo voegde Zendaya als Athena weinig toe.
The Odyssey is opvallend kuis, terwijl een verfilming van de Odyssee zich natuurlijk best leent voor wat zwoele scenes hier en daar. Nolan kiest er zelfs voor de sirenen buiten beeld te houden, en al was dat op zich best een sterke scène, het was bepaald niet hoe ik me die had voorgesteld. De stukjes met Kalypso en Circe zijn al even gespeend van enige seksuele lading. Het zal de preutsheid zijn die door Hollywood waart.
De scène waarin Odysseus afrekent met de 'vrijers' (vreemde term eigenlijk) was wat lang en donker, en gezien Odysseus' innerlijke strijd ook niet helemaal logisch, maar het is een bevredigend sluitstuk van dit epos.
Eindoordeel, een knap gemaakt en vermakelijke film met de nodige visuele hoogtepunten, maar waar de film probeert wat dieper te gaan is dat niet helemaal geslaagd.
Alternatieve titel: Journey Into the Night, 21 september, 10:57 uur
De oudste bewaarde film van Murnau, en bij deze heb ik al zijn films gezien die nu nog gezien kunnen worden- maar hopelijk komt er ooit nog een lost film boven water.
Der Gang in die Nacht is een drama, en met de aanwezigheid van Veidt krijgt het ook direct een gothisch randje. Het is een vroege film, en eigenlijk nauwelijks vergelijkbaar met Murnau's latere werk waarin hij de kunst van het vertellen met beeld zo goed verstond. Hier wordt het drama uitvergroot door de acteurs, met name Olaf Fonss, die om onbegrijpelijk redenen de beeldschone Helene inruilt voor Lily. Zoals te verwachten valt is de opbouw traag, en zit het drama met name in de laatste akte, als zo'n beetje alle personages dan wel dood ofwel doodongelukkig zijn.
Alternatieve titel: The Funeral, 20 september, 23:32 uur
Genoten van dit debuut van Itami. Een film over de rituelen omtrent een begrafenis, maar ook over de banaliteit ervan. Hoewel de film nergens echt komisch is zit het vol grappige momenten, en ik heb best vaak met een glimlach gekeken naar de perikelen van de verschillende familieleden. Het werd nooit grotesk, het bleef grotendeels redelijk subtiel- op de episode met de maîtresse na dan, dat was een onverwachte break van alle plechtigheiden. Vraag me nog wel af of die instructievideo's echt bestonden.
Leuke acteurs met een paar bekende gezichten. Chishu Ryu had ik eerlijk gezegd niet eens herkend, zag zijn naam pas bij de aftiteling.
Alternatieve titel: No Fear, No Die, 20 september, 20:40 uur
Sterke tweede leg van Denis, over de organisatoren van clandestiene hanengevechten. Daar waar het voor de een puur om geld gaat, is het voor zijn compagnon een haast heilig ritueel, en hij krijgt gaandeweg steeds meer afkeer van het wereldje waarin hij zit. Sterk spel van beide protagonisten, vooral van vaste Denis-acteur Descas, die zich steeds meer vereenzelvigt met zijn hanen, tot zijn dood aan toe.
Net als in veel van haar andere werk raakt Denis het thema van kolonialisme en de nasleep daarvan. Het is wel duidelijk wat Ardennes vertegenwoordigt als hij verlekkerd terugdenkt aan zijn tijd in de kolonieën. Denis is prettig onsentimenteel, en ook de scheidslijn tussen goed en kwaad is diffuus, want al ligt de sympathie bij Jocelyn en Dah, met name Jocelyn is in zijn onvoorspelbaarheid en ingehouden woede moeilijk te peilen. Als Toni toenadering zoekt en hij de keel van de naar haar genoemde haan dichtknijpt zie je haar in verwarring weglopen.
Over de hele film hangt een naargeestige, louche sfeer die me wel bij hanengevechten lijkt te horen. Vond het niet altijd gemakkelijk om te kijken want de gevechten zien er overtuigend uit. Dat er geen dieren gewond zijn geraakt zoals op het eind geclaimd wordt moeten we dan maar aannemen.
Red Dust heeft van alles wat: komedie, drama, avontuur, en het leidt tot een vermakelijk geheel. Gable is op zijn plek als macho man die in de jungle een rubberplantage leidt. De komst van twee vrouwen leidt tot een complexe situatie, waar hij zich uiteindelijk prima uit weet te redden. Ten koste van een schotwond, dat wel- wat hij overigens sportief opvat. Harlow was een bijzondere actrice, een voorbeeld voor Monroe, maar die speelde toch een heel ander soort blondjes. Ze is lekker gevat en perfect als tegenpool van de keurige Mary Astor, die ik trouwens ook prima vond. Fijne speelduur maakt het ook prettig compact.
Na tien minuten had ik al de neiging de film uit te zetten en iets anders te doen wat me leuker leek, een auto-wortelkanaalbehandeling uitvoeren bijvoorbeeld, maar ik ben toch maar blijven kijken, en zowaar, de irritante voice-over houdt zijn klep en de combinatie beeld en muziek werkt veel beter. Nog steeds zat de film vol beelden die me totaal niks deden op bevreemding na (een naakte man die een rauwe bloemkool eet, dat soort dingen), en soms begon dat gebazel van de verteller weer op te spelen, maar dan kwamen er net op tijd weer stukjes die audiovisueel wel werkten, en het laatste stuk met de jonge Swinton in haar bruidsjurk was zowaar geslaagd. Maar avant-garde is niet echt aan mij besteed, zo is weer bevestigd.
Charmante film met de wat atypische Hollywood-ster Astaire en de altijd leuke Ginger Rogers. Ik dacht dat het een oubollig filmpje zou worden met knappe dansscenes, maar er zit toch best veel geslaagde humor in. Vooral Pop had leuke momenten, een wat merkwaardig figuur maar een geslaagd personage, zeker in combinatie met de no-nonsense Mabel als zijn tegenspeler.
Genoeg leuke momenten, afgewisseld met aardige liedjes en natuurlijk de knappe dans-choreografie. Het is misschien niet zo innovatief als in latere musicals als Singin' in the Rain, en ik vind het vooral knap en wordt er niet door in vervoering gebracht, maar de klasse spat er wel van af. Jammer dat het tegen het einde wat minder wordt als, om er een eind aan te breien, de "pants with no cuffs"-grap wordt herhaald en men hier iets te hard en te lang om moet lachen.
Alternatieve titel: Pictures of the Old World, 12 september, 18:54 uur
Mooi kleine docu over mensen die ruim 50 jaar geleden al tot een ander tijdperk leken te horen, en dat is nu natuurlijk helemaal het geval. Oneerbiedig gezegd deden hun levens bijna middeleeuws aan. Ik vond het wel een fascinerend kijkje in die verdwenen wereld, waar de mensen soms ontwapenend eerlijk antwoord geven op de Grote Vragen in plaats van quasi-wijsheden te prevelen: "Weet ik niet, ik ben niet zo veel naar school geweest."
Prachtig die doorleefde gezichten, op een opmerkelijk jeugdig ogende 80-jarige na- al moet je de leeftijden soms wel met een korreltje zout nemen vermoed ik.
De korte impressies doen niet altijd recht aan de mensen, maar de combi film-foto werkte verrassend goed, en ook de muziek had echt meerwaarde. Bij de man die ondanks zijn verlamming een huis had gebouwd vroeg ik me trouwens af waarom hij een trap had gebouwd naar zijn voordeur?
Jaren 70 SF naar een kort verhaal van Stanislaw Lem, de man die ook Solaris schreef. Test Pilota Pirxa deed daar soms wel een beetje aan denken, o.a. met de Engelse namen en de tegenstelling tussen de normale aardse setting en de scenes in het ruimteschip. Het is filosofische SF, waarbij de aanwezigheid van één of meer robots in de crew van een testvlucht naar Saturnus tot wantrouwen bij de missieleider leidt- de crewleden zaaien extra verwarring door (tegen het bevel in) tegen de kapitein te zeggen of ze wel of geen mens zijn, en wie ze ervan verdenken robot te zijn. Dat levert enkele best interessante gesprekjes op, maar voordat het mysterie echt uitkristalisseert maakt de robot zich al bekend.
Daar waar Solaris in een jaren 70 stijl mooi geschoten is, breken de matige special FX deze film wel een beetje op. Het ziet er wel erg low budget uit, en ik probeerde me daar wel overheen te zetten, toch haalde het me geregeld uit de film. Ook werd in het begin een plot gesuggereerd waarin wat hoge piefen graag willen dat Pirx de missie leidt, maar niet omdat ze willen dat de missie slaagt, ten minste dat dacht ik, maar dat komt later in de film niet meer terug.
Paar leuke scenes op Aarde, waaronder een futuristische disco jaren 70 style, van het type waar je Alex DeLarge en zijn droogs zou kunnen hangen aan de bar. Fijne soundtrack van Arvo Pärt, vooral zijn electronische soundscapes vond ik geslaagd.
Was niet zo kapot van deze komedie. Ondanks dat het onderwerp -de Motion Picture Patent Wars- zich prima leent voor een leuke film over de beginjaren van de cinema, is de uitvoering niet best. Het is te druk, de focus ontbreekt, de cast overtuigt niet (de debuterende Jane Hitchcock acteert erg vlak en zou het wijselijk bij deze ene rol houden). En de film is helaas ook niet grappig. Flauw dat Bogdanovich na What's Up Doc? nu wéér met een plotje over verwisselde koffers komt. Ook met Ryan O'Neal trouwens. Zwak.
Toch jammer, want er was redelijk budget zo te zien, de film ziet er best goed uit. Bogdanovich had zich ook al bewezen als kundig regisseur. Maar het hele productieproces was rommelig en uiteindelijk was niemand tevreden en flopte de film hard. Bogdanovich had het beter bij drama gehouden denk ik.
The Avenging Conscience: or 'Thou Shalt Not Kill' (1914) 2,5
Alternatieve titel: The Telltale Heart, 5 september, 11:24 uur
Niet bijster interessant deze Griffith vlak voor zijn grote doorbraak. Wel kent The Avenging Heart een paar grote sterren uit de beginjaren van de film, waarvan de merkwaardige inbreng van Mae Marsh en Robert Harron werkelijk niets toevoegt en wel uit een andere film lijkt te komen. Maar Blanche Sweet had ik nog nooit op film gezien, om te zeggen dat ze indruk maakt is overdreven maar ze doet het best aardig. Bijzondere mode wel in die tijd voor jonge vrouwen.
Zoals een hoogbejaarde film betaamt wordt de zeer eenvoudige plot veel te lang uitgesmeerd waardoor zeker de eerste helft bijzonder weinig enerverend was. Na de moord wordt het wel iets leuker, maar veel langer had het allemaal niet moeten duren.
Klein, ingetogen oorlogsdrama dat de waanzin van oorlog toont door de strijdende partijen terug te brengen tot individuen. Dat werkt verrassend goed, ook al omdat de katalysator van dit alles een tweetal koppige Estse boeren is die zich vooral druk maken om de mandarijnenoogst. Vond het ook een bijzonder stukje geschiedenis over Estse dorpjes in Abchazië, er wonen heden ten dage nog steeds een paar honderd Esten in die regio las ik.
Ik vreesde eigenlijk dat Tangerines zou eindigen met de vijanden die gebroederlijk mandarijnen plukken, maar hoewel de toenadering er uiteindelijk natuurlijk wel komt, loopt het allemaal toch iets anders. Toen Nika eindelijk ontdooide en er plannen werden gesmeed voor na de oorlog kon je wel op je vingers natellen dat er iets zou gebeuren, en zo geschiedde. Als de -enigszins verrassende- muziek schalt uit de auto van de Tsjetsjeen is dat ondanks alles ook wel weer ergens hoopvol, al heeft de geschiedenis zich weer eens herhaald.