Hm, lastig dit. Het lijkt erop dat Beresford als buitenstaander zó bang was om een al te stereotiep beeld van de Texanen neer te zetten dat hij een beetje doorsloeg de andere kant op. De Texanen in deze film zijn allemaal zo voorkomend, vriendelijk en rustig- het zou me niet gebben verbaasd als de brave bandleden in de film een oud vrouwtje zouden helpen oversteken of de Dierenambulance zouden bellen voor een aangereden straathond. En als Robert Duvall dan een korte scène een beetje loopt te vloeken en tieren en boos rondrijdt, en zelfs de unaniem geadoreerde country-muziek bekritiseert, lijken de Texanen geraakt en vragen ze zich ontredderd af waarom iemand zo onaangepast doet. Toch een soort alternatief universum. En nee, natuurlijk hoeft niet elke film over countrymuziek en Texas te ontaarden in een film vol gezuip, geknok, racisme, guns en wat al niet, maar dit was wel het andere uiterste. Maar ik heb ook helemaal niks met die muziek, dat helpt ook niet.
Duvall is wel erg goed en ook Harper vond ik prima, en de ex was helemaal geloofwaardig als zo’n griezelige country-ster met ontploft kapsel en carnavalskleding. Zelfs het kind was helemaal niet irritant en speelde zeldzaam naturel. Maar de terughoudendheid in combinatie met het thema maken toch dat ik er niet warm of koud van werd. Als op het einde toch het drama zijn intrede doet gebeurt dat geheel in stijl, en dat is op zich best verfrissend. Maar ook wat rimpelloos.
Een zesje dan maar voor dit best sympathieke kleinschalige filmpje dat Duvall zijn verdiende Oscar opleverde.
Katie Jarvis is fenomenaal als het pubermeisje Mia, die eindelijk een vaderfiguur vindt in de nieuwe vriend van haar moeder, maar ook een crush ontwikkelt. Tegenstrijdige gevoelens, hormonen en een uitgestoken middelvinger naar de wereld die haar niet moet, Jarvis weet het perfect neer te zetten. Ze is streetwise met een grote mond, maar dan is ze heel kwetsbaar om een scene later het bloed onder je nagels te halen, en vervolgens weer de houding van de stuurse puber aan te nemen. Je zou zeggen dat ze ofwel een zeer begenadigd natuurtalent is, of een rol speelt die dicht bij haarzelf ligt. Ook Fassbender speelt trouwens goed, net als Wareing die de moeder speelt die zelf nog volwassen moet worden.
Fish Tank zit vol mooie kleine scenes, soms subtiel, soms in-your-face, en heeft een aangenaam tempo, en ondanks de sombere materie is het geen grijs deprimerend drama- ik heb zelden de zon zo vaak zien schijnen in een Britse film. Het is wel enige tijd geleden dat ik die zag, maar het deed me denken aan The Florida Project qua sfeer en beeld. Prima soundtrack ook, maar dat had ik, American Honey in gedachten, niet anders verwacht.
Film over nostalgie naar de oude bioscoopjes van weleer, die de concurrentie van de TV niet meer konden dragen en uiteindelijk verdwenen. Dat doet natuurlijk sterk denken aan die andere beroemde Italiaanse film, die ik nog wel een slag beter vind. Er spreekt veel liefde voor film uit, met name voor de Italiaanse klassiekers natuurlijk, en Mastroianni en Troisi zijn een leuk duo. Die laatste heb ik nu in meerdere pre-Postino films gezien en hij heeft toch een onnavolgbare acteerstijl en humor die me wel aanspreekt. Vlady vond ik wat minder.
Leukste scène vond ik die tegen het einde, als Jordan zijn nemesis een zeer duurbetaalde klap verkoopt. Terwijl hij en zijn vrienden weglopen, ervan overtuigd dat de vermedering compleet is, wordt de ontvanger van de klap als een held vereerd- de tegenstelling tussen het hart en het hoofd perfect verbeeld.
Het einde is aan de ene kant prima, filmisch en magisch-realistisch. Maar aan de andere kant denk je: waar waren al die mensen nou in de jaren dat de bioscoop ze nodig had?
Alternatieve titel: The Year 01, 15 februari, 11:03 uur
Een film die de geest van de late jaren 60 ademt. Op ironische wijze wordt het kapitalisme gefileerd, en daarvoor in de plaats komt een speels anarchisme dat door iedereen wordt omarmd. Een anarchistische variant van de hemel op aarde, met lammetjes en leeuwen die vrolijk met elkaar spelen, hier verbeeldt als burgers die hun sleutels weggooien en geld dat alleen nog nostalische waarde heeft.
L'An 01 is grappig, een beetje doelloos, de uitvoering is uiteraard volledig onpraktisch, maar het zet je toch ook wel aan het denken.
Alternatieve titel: The Adventures of Goopy and Bagha, 9 februari, 10:50 uur
Een atypische Ray, die eens een keer een kinderfilm wilde maken, en er ook nog eens zijn muzikale ei in kwijt kon. Het is aardig maar ik zie toch veel liever de serieuze Ray dan een dergelijke fantasie-musical, die dichterbij de Indiase cinema lijkt te staan dan zijn eerdere werk, en wellicht daarom zo populair was in eigen land. Het begint nog best oké, en Goopy en Bagha zijn ook best een grappig koppel, maar het hele gebeuren rondom de dreigende oorlog en de magische krachten boeide me maar matig. En hoewel de speelduur vergeleken met andere Indiase musicals nog best genadig was, was het toch best een lange zit.
Een aardig uitgangspunt, op een subtiele, kleinschalige manier gebracht. Wel heel kleinschalig, maar dat kan soms best aangenaam zijn. Maar dan moet alles wel meezitten. Helaas kwam het acteren van de kleine tweeling niet erg goed over, ze spraken hun teksten onnatuurlijk uit, alleen als ze samen pannekoeken gaan bakken gedragen ze zich als achtjarigen. Het ziet er verder wel mooi verzorgd uit, en het nazomerse bos is een mooie setting, maar toch een beetje een tegenvaller van Sciamma.
Niet Lynch' beste werk, maar blijft toch erg leuk. Het begin alleen al, als Sailor een belager van de trap af smijt en volledig overkill gaat. Sowieso speelt Cage echt heerlijk, als iemand die de afslag naar 'cool' net gemist heeft maar dat zelf niet helemaal doorheeft. Veel bonte bijfiguren, sommigen komen maar heel even langs zoals Jack Nance en Crispin Glover- je kunt je misschien afvragen waarom dergelijke scenes in Wild at Heart zitten, maar die weirde randomness maakt de film juist zo vermakelijk; anderen hebben een grotere rol zoals Defoe als geweldige gluiperd. Ook weer een fijne rol van Harry Dean Stanton, geweldig dat schooljongensachtige gezicht als Diane Ladd op hem af komt kruipen. En er zijn zoveel van dat soort kleine momenten in de film, ik heb echt veel moeten lachen. Vreemd dat de genre-aanduiding komedie hier ontbreekt, het was toch meer komisch dan 'thrillend'.
Alternatieve titel: There Is No Evil, 2 februari, 14:09 uur
Een film die in het licht van de huidige protesten in Iran en de keiharde repressie van het regime nog even actueel is als toen hij uitkwam. Het aantal jaarlijkse executies is sinds 2020 zelfs bijna vervijfvoudigd. Een belangrijke film dus, die het gezichtspunt toont vanuit degenen die de executies moeten uitvoeren- over de geëxecuteerden kom je nauwelijks iets te weten. Het levert vier verschillende verhalen op, elk met een eigen inslag, waarbij deel 4 een (soort van) sequel is op het tweede verhaal. Alle vier de verhalen kwamen behoorlijk binnen, en ondanks dat het thema na het eerste verhaal wel bekend is, weet de film toch steeds te verrassen. Met name het laatste deel was het lang onduidelijk welke kant het op zou gaan (er werd gesuggereerd dat het slecht zou aflopen voor het meisje),
There is No Evil wil ook laten zien dat er onder de (dienstplichtige) soldaten weinig fanatisme lijkt te zijn- de meesten voldoen hun dienstplicht omdat je door dienst te weigeren je jezelf zoveel moeilijkheden op de hals haalt- het werd meerdere keren genoemd dus dat vond de regisseur kennelijk van belang om mee te geven. De vrijwilligers van de Basji is natuurlijk een heel ander verhaal. De beul uit het eerste verhaal is ook een op het oog geen onvriendelijke familiy man die zijn zieke moeder verzorgt, maar dan op zijn werk zonder veel omhaal meerdere gevangenen executeert. Het verhaal paste wat dat betreft niet helemaal bij de rest omdat de morele dilemma's niet worden belicht, maar het laat haarfijn de alledaagsheid, de banaliteit van de executies zien.
Het blijft bijzonder, maar ergens is het misschien ook wel logisch, dat het onderdrukkende regime zoveel goede cineasten voortbrengt.