Meningen
Hier kun je zien welke berichten Chainsaw als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Incident on and off a Mountain Road (2005)
Alternatieve titel: Masters of Horror: Incident on and off a Mountain Road
Niet slecht, maar het deed me eigenlijk maar weinig. Zoals al eerder gezegd is Incident on and Off a Mountain Road een combinatie van een hoop films in het genre bij elkaar. Hills Have Eyes, Jeepers Creepers, Texas Chainsaw, Wrong Turn. Op zich niet eens echt verkeerd, zo'n feest van herkenning, ware het niet dat dit filmpje nergens ook maar een klein beetje originaliteit weet te tonen. Verder is logica behoorlijk ver te zoeken bij Incident en ook meneer Moonface ziet er behoorlijk matig uit. Had wel iets meer verwacht van Gregory Nicotero.
Gelukkig komt de film nog met een redelijke sfeer en weet het verhaaltje, op die onnodige flashbacks na, nog best goed te boeien. Verder was het einde nog best aardig, die paar laatste shots mogen er zeker zijn. Angus Scrimm is zonder twijfel het hoogtepunt van het kleine uurtje horror en maakt een hoop goed. Jammer genoeg stelt de rest van dit filmpje van Coscarelli, maker van het geweldige Bubba Ho-Tep, nogal wat teleur. Zeker niet de leukste uit de MoH reeks.
2,5 sterren.
Incredible Hulk, The (2008)
Een lichte verbetering op de eerste Hulk uit 2003, maar vergeleken met de Hulk die we in actie zagen tijdens The Avengers stelt ook deze film niet zo heel veel voor. The Avengers toonde ons een Hulk met humor (sterker nog, hij was naast Tony Stark waarschijnlijk het komische hoogtepunt van de film). Maar in de eigen films is ie toch een stuk dramatischer, op een paar referenties na is er eigenlijk geen humor te vinden. Of anders gezegd; de film lijkt zichzelf bijzonder serieus te nemen. En het gaat toch nog steeds om een man die groen en groot wordt als ie boos is?
Vandaar dat ik Edward Norton - hoe goed hij als acteur ook is - maar een matige keuze vind voor Banner. Zijn serieuze aanpak van de gekwelde man on the run met liefdesproblemen is lang niet zo leuk als de wat cynische, intelligente wetenschapper die Ruffalo speelde in The Avengers. Maar het zijn vooral de andere castingkeuzes, waar het bij Hulk uit 2003 toch veel beter zat. Liv Tyler is een erg matige opvolger van Jennifer Connelly en de aanwezigheid van de slaapverwekkende William Hurt werkt ook niet bepaald bevorderlijk. Gelukkig heeft de film een aardig tempo en een paar sterke actiescènes, zodat de aandacht van de kijker niet al te snel verdwenen is.
3 sterren.
Incredible Shrinking Man, The (1957)
Als je denkt aan sci-fi films uit de jaren 50 vol special effects, denk je al snel aan hopeloos gedateerde monsterflicks. Maar The Incredible Shrinking Man is van een heel ander kaliber. Een zeer eenvoudig uitgangspunt en een ijzersterke uitvoering. Richard Matheson wilde oorspronkelijk de film door middel van flashbacks laten vertellen, maar de studio stond op een lineaire vertelling. Gelukkig wordt de introductie interessant genoeg gebracht. De film is die eerste helft niet spannend, maar focust zich vooral op het drama. Soms wordt het erg geestig, zo is het beeld van Scott aan een tafel met een enorme kop koffie hilarisch. Maar de spanning en sensatie beginnen pas als Scott alleen thuis wordt gelaten en later in de kelder belandt. De veelbesproken sequenties met de kat zijn fantastisch en van de spin krijg ik nog steeds kriebels. Uiteraard zijn bepaalde effecten van een film van ruim 60 jaar oud inmiddels wat gedateerd, maar een deel ziet er nog steeds verrassend goed uit. Maar het is vooropgesteld ongelofelijk charmant.
4 sterren.
Incredibles 2 (2018)
Met vervolgen op succesvolle Pixar films kan het vriezen of dooien. Zo kwamen ze ooit met twee fenomenale vervolgen op Toy Story, die met gemak het niveau van de eerste film konden evenaren, maar tegelijkertijd is de studio eveneens verantwoordelijk voor middelmatig werk als Finding Dory en Monsters University. Waar valt Incredibles 2 op deze lijn? Precies in het midden.
Qua superheldenfilm moesten de makers nogal aan de bak; er is veel gebeurd sinds de vorige film is uitgebracht. Het verhaal van superhelden die verbannen moeten worden is alles behalve nieuw en ook komedie in superheldenfilms is niets nieuws. Sterker nog; in vergelijking met een Thor: Ragnarok is - met name het eerste uur van The Incredibles - tamelijk humorloos. De actiescènes zijn prima, maar het hele verhaal rondom Elastigirl is nergens baanbrekend, het loopt allemaal zoals je verwacht. Pas als de focus ook naar Mr. Incredble en - met name - Jack-Jack gaat, wordt het bijzonder geestig. De scène waarin Jack-Jack voor het eerst zijn krachten laat zien is geweldig; alleen dat personage maakt eigenlijk de hele film al de moeite waard. Incredibles 2 kent verder ook nog een handjevol andere fijne sequenties (een paar geslaagde grappen en een paar smakelijke actiescènes), maar jammer genoeg wordt het nergens verder echt memorabel of bijzonder.
3,5 sterren.
Incredibles, The (2004)
Pixar doet het opnieuw. Na toppers als Toy Story, Monsters Inc en Finding Nemo ga je je toch afvragen of de volgende Pixar film wel aan dat niveau kan tippen. En ja, dat kan The Incredibles zeker. De film ziet er fantastisch uit, de animaties zijn formidabel en de actie is spectaculair. Visueel is de film nagenoeg perfect. Maar gelukkig is het inhoudelijk ook weer genieten met een aantal heerlijke personages, sterke voicecast (Nelson, Hunter, Jackson, Lee) en een plot dat geen moment weet te vervelen. Niet de beste van Pixar, maar zeker eentje die zich in het gezelschap van het speelgoed, de monsters en de clownvis niet hoeft te schamen.
4 sterren.
Independence Day (1996)
In mijn herinnering was Independence Day zo’n typisch explosie-festijn, met enkel een hoop schiet- en knalwerk. Maar vooral de eerste akte van de film wist me toch aangenaam te verrassen; het draait allemaal meer om een serie cartooneske typetjes, stuk voor stuk best leuk om naar te kijken. Het helpt ook dat ze wat charismatische en sympathieke acteurs hebben aangehaald. Het resultaat is een leuk eerste half uurtje met wat spanning, wat leuke interacties en her en der een explosie. Maar gaandeweg wordt Independence Day steeds meer domme onzin en een hoop patriottistisch geleuter, waar veel Amerikanen ongetwijfeld zeer opgewonden van raken. Zeker als de muziek van David Arnold even flink hard wordt gezet terwijl de Amerikaanse vlag wappert in de wind. Op zulke momenten is het fijn als een sigaarrokende Will Smith een alien even in z’n gezicht mept of een onderonsje heeft met zenuwpees Jeff Goldblum. Soms is de film lekker luchtig, maar op andere momenten lijkt men het stupide verhaaltje iets te serieus te nemen. Als die knipoog meer aanwezig was en men had dertig minuten uit de film geknipt, dan was Independence Day een erg geslaagde film geweest. Nu is het niets meer dan een bij vlagen best aardige popcornfilm, met vooral een prima eerste akte. Was ik Amerikaan geweest, had ik daar ongetwijfeld anders over gedacht.
3 sterren.
Indiana Jones and the Kingdom of the Crystal Skull (2008)
Oef, dit blijft pijnlijk om te zien.
George Lucas weet als geen ander wat je moet doen met uitstekende filmtrilogieën: jaren later nog een deel maken van bedroevende kwaliteit. Na Star Wars was in 2008 Indiana Jones aan de beurt. Er werd schijnbaar talloze jaren aan gewerkt, maar het resultaat is simpelweg om te janken. Wist Spielberg in de jaren 80 nog zo goed actie, komedie en zelfs vleugjes horror af te wisselen in de Indiana Jones films; hier is hij enkel geïnteresseerd in over de top actiescènes neerzetten en zelfs dat lijkt hij niet meer te kunnen. De man die ons ooit Raiders en Jurassic Park bracht - films met fantastisch spektakel en tijdloze effecten - komt nu met weerzinwekkende achtervolgingen in de jungle met de lelijkste CGI en greenscreen effecten die je in een film met zo'n budget kan tegenkomen. Overigens ziet elke actiescène in Crystal Skull er bijzonder lelijk uit.
Ford krijgt ditmaal hulp van Shia LaBeouf. LaBeouf is geen Kate Capshaw, maar is alsnog onuitstaanbaar. Nog erger zijn de momenten dat er een band ontstaat tussen vader Jones en zoon Mutt; Indiana Jones die trots glimlacht naar zijn zoon onder vioolmuziek van John Williams, bah! Verder lopen er een hoop andere kleurloze figuren rond, zelfs Marion - één van de leukere vrouwelijke filmpersonages - weten ze compleet te verkloten. Maar het toppunt van dit zooitje domme personages is Cate Blanchett, die schijnbaar enkel de regieaanwijzing kreeg om een flauw, inwisselbaar en compleet bespottelijk tekenfilmfiguur uit te beelden. De schurken uit de vorige Indiana Jones films waren ook krankzinnige figuren, maar leuk en memorabel. Wat Blanchett hier doet is vooral beschamend. En dat geldt voor Crystal Skull in het algemeen; de film probeert de vorige films na te doen, maar het eindresultaat is niet om aan te zien.
1,5 sterren.
Indiana Jones and the Last Crusade (1989)
Indiana Jones and the Temple of Doom bleek een tegenvaller voor velen (vooral de makers zelf) en dus moest Indiana Jones weer terug naar het niveau van Raiders. En wat doe je dan? Dan maak je een film die in bijna alle opzichten op Raiders lijkt. Personages uit die eerste film werden voor deel 3 weer teruggehaald, met een paar bekende gezichten als helden en de nazi's weer in de schurkenrol (iets minder memorabel als die uit Raiders, dat wel). Ook de luchtige toon van komedie en avontuur is terug en het tempo ligt weer zo hoog als bij Raiders; de film rolt van de ene actiesequentie in de volgende, beginnend bij een sterke openingsscène met een jonge Indy.
Resultaat: The Last Crusade is een erg vermakelijke avonturenfilm en al met al amusanter dan Temple of Doom (Kate Capshaw mocht godzijdank namelijk thuisblijven), maar is eigenlijk nergens beter dan Raiders of the Lost Ark. Het enige bijzondere in The Last Crusade is Sean Connery en zijn samenspel met Harrison Ford als vader en zoon Jones. De lekker droge humor (het moment dat ze tijdens een achtervolging worden ingehaald door die nazi in een vliegtuig zonder vleugels is hilarisch in zijn droogheid) en het gekibbel en de slapstick is een plezier om naar te kijken. Gelukkig dan ook dat deze vader-zoon relatie in The Last Crusade is verwerkt, want dat geeft The Last Crusade in ieder geval nog echt een eigen smoel en niet een simpele kopie van Raiders.
3,5 sterren.
Indiana Jones and the Temple of Doom (1984)
In vergelijking met Raiders of the Lost Ark is Indiana Jones and the Temple of Doom inderdaad duister. De film kent een aantal best zwartgallige momenten, van duivelse rituelen tot kinderarbeid en -mishandeling. Spielberg, Lucas, Ford en andere betrokkenen kijken dan ook niet met heel veel plezier terug naar deze 'naargeestige' Temple of Doom. Terwijl het naargeestige aspect van Temple of Doom juist het beste werkt. Toegegeven, het is een contrast met Raiders, maar die duistere kant die de film opgaat is best interessant en levert een aantal interessante sequenties op. Sowieso zijn sommige actiescènes van Temple of Doom uitstekend, het spektakel is nog steeds prima.
Maar Temple of Doom heeft twee gezichten. En dat andere gezicht is spuuglelijk. De film heeft namelijk ook een enorm kinderlijke kant. Eén van de meest afgrijselijke elementen is Kate Capshaw als Willie. Capshaw zelf omschreef haar personage als een blonde trut die alleen maar schreeuwt en daar heeft ze gelijk in, meer is haar personage niet. Gillen om haar nagels, haar make-up, om vieze beesten; Indiana Jones is niet de enige die er moe van wordt. Ke Quan als Short Round is overigens niet veel beter, hij lijkt ook een memo te hebben gekregen dat je al je teksten moet schreeuwen. 'Funny funny', roept hij steeds. Maar als Temple of Doom iets niet is, dan is het grappig. De slapstick is vaak nogal misplaatst en dom. Had Spielberg in de vorige film de mix nog goed in de hand, hier maakt ie toch geregeld een misstap. Maar eerlijk is eerlijk; Temple of Doom is een meesterwerk vergeleken met Kingdom of the Crystal Skull.
3 sterren.
Inglourious Basterds (2009)
Dit blijft toch veruit Tarantino’s beste film. In de film is zijn handtekening uiteraard enorm duidelijk te herkennen, maar zijn iets te bekende trucjes zijn hier voor de verandering geenszins vervelend. Met Inglourious Bastards maakt Tarantino daarbij zijn meest strakke film. Waar veel van zijn films scènes veel te lang door laten gaan, heeft Inglourious Bastards eigenlijk geen grammetje vet, ondanks de best fikse speelduur. Elke verhaallijn is interessant, komisch, spannend en meestal alle drie tegelijkertijd. Neem alleen al de fenomenale openingsscène met Christoph Waltz. Waar Tarantino’s keuze voor ellenlange dialoogscènes geregeld een tikkeltje vermoeiend wordt, zit je hier bij elke scène op het puntje van je stoel. Ik bedoel, een spannender spelletje ‘Wie Ben Ik’ zie je zelden.
4,5 sterren.
Inkubus (2011)
Als trouwe volger van elke film waar meneer Englund in zit, blijf ik altijd hopen dat hij een beetje projecten met enigszins niveau uitkiest. Jammer genoeg komt dat niet erg vaak voor. Een goed voorbeeld is Inkubus, waar Englund de titelrol op zich neemt. Tegenover hem staat William Forsythe, die nog een memorabele rol had in The Devil's Rejects. Maar hoe mooi deze twee namen ook op de poster staan, Inkubus is eigenlijk niets meer dan een C-horrorfilm zoals we ze te vaak gezien hebben. Het grootste deel van de acteurs heeft, evenals het script, geen enkel niveau en elk shot ademt een emmer vol amateurisme uit.
Maar waar veel C-horrors zich nog wel redden door een portie humor of zelfspot, Inkubus neemt zichzelf belachelijk serieus. Er had bijvoorbeeld erg veel leuks gedaan kunnen worden met Englund, die met zijn Kroenen-achtige wapen, een hoopje oninteressante karakters op toffe wijze om zeep helpt. Helaas kiest men er bij Inkubus echter voor juist die oninteressante mensen de meeste screentijd te geven. Wat volgt is anderhalf uur oninteressant gezeik tussen een stel vervelende GTST- personages, waar Englund als rots in de branding af en toe opduikt voor een amusante scène. En het wordt (zoals zo vaak) weer eens duidelijk dat Englund veel teveel talent heeft voor projecten als dit. Hoop dat hij snel weer eens een goed project voor zijn neus krijgt.
1,5 sterren.
Inland Empire (2006)
Altijd leuk om bij één film de meest uiteenlopende reacties te lezen. Ben er na de eerste kijkbeurt echter nog niet helemaal uit aan welke kant ik nu moet aanschuiven. Enerzijds heb ik best genoten van de sfeervolle plaatjes en heerlijk bizarre momenten die Lynch de kijker in zijn Inland Empire voorschoteld. Daarnaast speelt Dern een sterke rol en de bijrollen van Theroux, Irons en Stanton waren geweldig. En ook erg leuk om de Rabbits terug te zien. Krijg steeds meer waardering voor dat drietal.
En toch viel de film nogal tegen. Ben veel van Lynch gewend, maar dit moet wel zijn meest onbegrijpbare film tot nu toe zijn. En op zich is dat niet erg, ware het niet dat de film me gewoon niet 170 minuten lang wist vast te houden. Begin vond ik erg sterk, maar op een gegeven moment begint de film zoveel af te dwalen en is er werkelijk geen enkel touw meer aan vast te knopen, hoe goed je ook bij de les blijft. Het duurt allemaal ook veel te lang, dit had prima een film van 2 uur kunnen worden. Verder zag de film er jammer genoeg erg lelijk uit. Leuk geprobeerd misschien, maar ik kon er maar weinig mee.
Hou het voor nu even op een neutrale score van drie sterren, een herziening (zoals bij de meeste films van sir Lynch) zal waarschijnlijk uitkomst bieden of die stem omhoog of omlaag gaat. Want hoewel ik niet ondersteboven was van Lynch' nieuwste werkje, er zat zeker het één en ander in.
3 sterren.
Innocents, The (1961)
Uiterst sfeervolle film met schitterende zwart-wit beelden en inderdaad één van de betere 'haunted house' films. Erg goed sfeertje (hier en daar ook behoorlijk angstaanjagend), effectieve schrikmomenten en ook uitstekend acteerwerk. Met name hoofdrolspeelster Kerr en de twee kinderen Stephens en Franklin deden het erg goed. Eén van de mooiste momenten was naar mijn mening het begin van de film (nog voor de credits), waarin Flora te horen is met het schitterende en erg sfeervolle liedje O Willow Waly (welke overigens een aantal keer in de film is verwerkt). Prachtig nummer, past erg goed bij de sfeer van de film.
4 sterren voor The Innocents.
Inseminoid (1981)
Alternatieve titel: Horror Planet
Met zo'n poster en titel verwacht je op zijn minst erg geinige pulp. Maar zoals wel vaker bij dit soort films is de poster het hoogtepunt, zo leuk is de film geen seconde. In het geval van Inseminoid is de film echt dusdanig zoutloos dat anderhalf uur naar de poster loeren vermakelijker is. Een vrouw wordt verkracht door een buitenaards wezen, maar het wezen zelf komt verder niet echt aan bod; de film gaat vooral over de daarna doorgedraaide zwangere vrouw. Wie dus tonnen monsters en actie verwacht komt zeer bedrogen uit, er valt in Inseminoid bar weinig te beleven. Rond de climax zit hier en daar nog wel een minuscule pulpscène verstopt die nog enigszins vermaakt, maar daar heb je bijna een vergrootglas voor nodig. Voor het merendeel is Inseminoid gewoon een flink snoozefest.
1 ster.
Inside Llewyn Davis (2013)
Inside Llewyn Davis is een rasechte en typische Coen. Dat zegt echter vrij weinig voor filmmakers met de meest uiteenlopende films op hun filmografie. Van extreme kalme karakterstudies tot hysterische komedies met kleurrijke typetjes. Inside Llewyn Davis combineert elementen uit veel van hun vorige films; liefde voor folkmuziek, sterk drama met een zwart en komisch randje en een maf typetje hier en daar. En ook titelkarakter Llewyn Davis is zo'n typisch Coen- hoofdkarakter. Enerzijds een enorme cynische en bittere klootzak, maar je hebt veel veel sympathie voor hem. En dat is maar goed ook, want hij zit in praktisch elke scène van de film. Hij wordt ook goed vertolkt door Oscar Isaac.
Wel erg prettig dat de Coens het vrije bestaan van deze artiest met idealen en dromen niet romantiseren. De film blijft zijn gehele speelduur opvallend somber en zwartgallig. Wat dat betreft is Inside Llewyn Davis een beetje de tegenhanger van O Brother, Where Art Thou - waar met folkmuziek nog een kleurrijke, optimistische en luchtige film werd neergezet. Hier is het vooral cynisme en somberheid. Maar, zoals gebruikelijk bij de Coens, is het nergens echt loodzwaar en is er altijd ruimte voor wat lucht. Het terugkerende plotje met de kat van de Gorfeins, de scène met de opnames van Please Mr. Kennedy of het (uiteraard) lompe en grofgebekte karakter van John Goodman zorgen voor genoeg momenten om even te kunnen glimlachen. Nergens zijn het typische komedie- taferelen, maar goed gedoseerde komische momenten in een verder best zwartgallig filmpje.
Als laatste is ook deze film weer geweldig qua cinematografie (ondanks het ontbreken van Roger Deakins, de vaste DOP van de Coens), elk shot is een plaatje. Mooie lange shots met veel oog voor detail. En je moet er van houden, maar ook de soundtrack beviel mij eigenlijk wel. Oscar Isaac levert als Llewyn Davis een paar mooie nummers af en de gehele soundtrack pakt perfect die sfeer van de Verenigde Staten in de jaren 60. Ik kan nu al niet wachten op het volgende werk van de gebroeders. Maar filmjaar 2013 hebben ze in ieder geval weer iets moois gegeven.
4 sterren.
Inside Out (2015)
Alternatieve titel: Binnenstebuiten
Het was natuurlijk ook onmogelijk dat Pixar enkel meesterwerken uit kon poepen en de laatste jaren leek de studio de kwaliteit van een Toy Story, Finding Nemo of Incredbles een beetje kwijt met Brave, Cars en Monsters University. Met Inside Out nemen ze weer een paar stappen in de goede richting. Inside Out is geestig, ontroerend en bevat als vanouds die perfecte mix van slapstick en doeltreffende drama, die Pixar telkens zo goed weet te combineren. De film is hartverwarmend, hier en daar lekker chaotisch en kleurrijk en vooral ontzettend creatief.
4 sterren.
Insidious (2010)
Het begint al met het feit dat de familie vrij snel tijdens de vreemde gebeurtenissen in hun nieuwe huis in een ander huis trekt. Het is wellicht een kleinigheid, maar het maakt een film als dit zoveel frisser. Met Insidious weten Wann en Whannel opnieuw een alleraardigste horror neer te zetten. Ditmaal is het vooral een audiovisueel spektakel. De soundtrack is echt ontzettend sterk en er komen een paar geweldige creaties en shots voorbij. Vooral de eerste drie kwartier wordt het uiterste behaald met minimale middelen. Ook al er niets gebeurd, er blijft een akelige sfeer hangen waarin niets zeker is. Je denkt er als kijker in ieder geval geen moment aan om van dat puntje van je stoel af te gaan.
Op een gegeven moment slaat de film een wat andere weg in, waarbij meer humor en surrealisme bij komt kijken. Op zich niet erg, maar het contrast met het eerste half uur is vrij groot. Daarnaast is het jammer dat de film naast zeer effectieve schrikmomenten ook geregeld gebruik maakt van goedkope jump scares. Ik had gehoopt dat men daar ook iets meer had gepoogd clichés te omzeilen, want volgens mij heeft deze film dat niet nodig. Al met al is Insidious zeker een aardig horrorwerkje en bevat zeker een paar uiterst geraffineerde en doeltreffende momenten, die je nog wel even bijblijven. Maar daarnaast blijft er aan bepaalde momenten weer een duidelijk 'been there, done that' gevoel kleven.
3,5 sterren.
Insidious: Chapter 2 (2013)
Aangename sequel, die in ieder geval niet oogt als een vlug product om even snel te cashen.
Wan en Whannell gaan door met de kleurrijke personages die ze in de eerste film hebben geïntroduceerd en het vervolg gaat goed verder waar de eerste film ophield. Op originele wijze betrekken Wan en Whannell de gebeurtenissen uit de eerste film in het verhaal en het is fijn dat bepaalde personages meer backstory krijgen. Vooral de uitwerking van Parker Crane en zijn moeder leveren sterke scènes op, het moment dat ze in het huis van Parker komen, met de lijken op een rij was effectief. Verder goed sfeertje en een paar aardige nieuwe personages. Uiteraard zijn veel clichés weer van de partij (de krakende vloeren, donkere gangen en piepende deuren), maar de makers weten er toch weer goed mee om te gaan. Ondanks dat de film met veel elementen komt die we tig keer eerder hebben gezien (en sowieso het feit dat de film een sequel is), voelt Insidious: Chapter 2 vreemd genoeg toch nog opvallend fris.
3,5 sterren.
Insidious: Chapter 3 (2015)
Vind het juist best knap dat men nog zo’n sterke trilogie heeft weten neer te zetten.
Zeker voor een franchise waarbij al bij de eerste film veel platgetrapte paden zijn bewandeld. Inmiddels kennen we die krakende huizen, donkere gangen en piepende deuren wel. Maar de franchise van Wan en Whannell heeft gelukkig veel meer te bieden. Zoals interessante personages, zoals het personage van een voortreffelijke Lin Shaye, die zich van haar beste kant laat zien. En sfeer, dat is een belangrijke factor voor deze films. Uiteraard kent de film de nodige clichés met mensen die in slakkentempo in een donkere ruimte lopen, met de gebruikelijke jumpscare als afsluiting. Maar Whannell weet gelukkig goed hoe je jumpscares effectief inzet en zet godzijdank tegenover elk lomp schrikmoment een subtielere scène die juist het onderbuikgevoel aanwakkert.
Al met al niet de beste van de trilogie, maar wel noemenswaardig dat een horrorreeks drie films het niveau hoog weet te houden. Hoop ergens dat ze niet te lang doorgaan met de serie (of gewoon bij deze trilogie stoppen), voordat de Insidious franchise wel scheuren gaat vertonen.
Recensie: Insidious: Chapter 3 - schokkendnieuws.nl
3,5 sterren.
Insidious: The Last Key (2018)
Alternatieve titel: Insidious: Chapter 4
Ik heb een lichte zwak voor de Insidious films, maar merkte bij Chapter 3 al wel dat de serie vrij snel deukjes zou kunnen oplopen. En die deuk heet Insidious: The Last Key. Wederom een prequel - die zich tussen Chapter 3 en Chapter 1 afspeelt - waarbij ik me afvraag waarom men niet verder gaat op het einde van Insidious: Chapter 2. Maar sequel of prequel maakt eigenlijk niet zoveel uit, want een Insidious film is redelijk formulewerk; er is ergens een geestverschijning in een huis, Lin Shaye en haar twee comic reliefs gaan er op af, waarna Lin Shaye ontdekt dat deze bijzonder is en ze stapt uiteindelijk de Further in, waar ze het moet opnemen tegen een demon, vaak gespeeld door een lange, dunne man met veel make-up, ditmaal in de vorm van Spanjaard Javier Botet, die de laatste jaren alle enge dunne monsters in horrorfilms mag spelen. Hij is de man die je belt als Doug Jones niet kan.
Maar het sleutelmonster dat Botet hier vertolkt is een beetje lame. Hij oogt weinig creatief en doet ook bijster weinig, behalve af en toe zijn sleutelvingers in de keel van dames duwen. Dan waren Darth Maul en de zwarte bruid uit de eerste Insidious toch een stuk leuker. Maar het sleutelmonster is dan nog enigszins nieuw, de rest van Insidious 4 is vermoeiend alle elementen afstrepen; lopen door lange donkere gangen en tunnels, een hoop jumpscares en een serieuze Lin Shaye met ditmaal iets te komische Specs en Tucker. Maar de film werkt vooral niet op dramatisch niveau; de momenten waarop Lin Shaye met haar broer - en vooral diens inwisselbare dochters - wordt geïntroduceerd, zakt de film naar een bedenkelijk niveau. De horrorelementen in Insidous: The Last Key mogen dan totaal niet indrukwekkend zijn, maar echt slecht is het allemaal niet. Maar het drama rondom Lin Shay en haar nichtjes is hier en daar niet door te komen.
2,5 sterren.
Insomnia (2002)
Niet de beste, maar ook niet de slechtste film van Nolan. Eigenlijk gewoon een prima en sterk geacteerde thriller. Pacino en Williams leveren goed werk, het is met name interessant dat Williams zich - naast One Hour Photo uit hetzelfde bouwjaar - zich eens van een andere kant laat zien. Swank houdt zich overigens prima staande tussen de twee, de overige personages vallen nauwelijks op. Verder prima script en uitvoering, maar bijzonder wordt het allemaal nergens. Geen noemenswaardige of hoogstaande thriller en zeker niet Nolans meest uitzonderlijke werkje, maar voor een doorsnee thriller is het prima.
3,5 sterren.
Inspector Gadget (1999)
Vrij waardeloos. De tekenfilmserie had volgens mij prima mogelijkheden tot een aardige verfilming, in ieder geval als luchtige (familie)komedie. Maar het blijkt maar weer dat een hoop non-talent bij elkaar alles kan verprutsen. Inspector Gadget is een kitscherige peuterprent geworden die voor een iets oudere kijker opvallend snel op de zenuwen gaat werken. Claw, in de serie een tof karakter met idem stem, wordt bijzonder flauw neergezet en je had geen slechtere hoofdrolspeler kunnen bedenken dan die levende zak cement van een Matthew Broderick. Leuk voor kinderen onder de 3 jaar.
Instinct (1999)
Zeker geen briljant drama en het plot is ook alles behalve geniaal, maar ik vond de uitwerking nog best aardig. Film bevat een hoop cliche's en sentimenteel geneuzel, maar gelukkig zijn er een aantal sterk geacteerde momenten en paar mooie plaatjes. Gooding doet prima werk, maar vooral Hopkins speelt zijn rol erg sterk.
3 sterren.
Interstellar (2014)
Na het kritische en financiële succes van de Batman trilogie, is het niet gek dat studio's geld smijten naar Christopher Nolan met de simpele opdracht 'maak maar wat je wilt'. Maar Nolan is geen koning Midas, hoewel men dat na Inception wellicht wel dacht. Interstellar is in ieder geval geen goud. Sterker nog, het is eerder oud ijzer. En veruit de minste film van Nolan tot dusver.
Matthew McConaughey heeft zich de afgelopen tijd erg bewezen, maar hier is ie met z'n gemompel toch bijna een parodie van zichzelf aan het worden. Caine moest natuurlijk ook weer opduiken in een Nolan-film, met dezelfde filosofische en uitleggerige teksten. Sowieso zijn de dialogen in Interstellar vrij weerzinwekkend, gezien elk personage enkel sprak in geforceerde quasi-intelligente uitspraken. Die speech van Anne Hathaway over liefde was het meest weerzinwekkend van allemaal. Verder snapte ik qua casting de keuze van Matt Damon niet. Prima acteur verder, maar totaal misplaatst en enkel afleidend. Bijna net zo afleidend als halverwege 12 Years a Slave ineens Brad Pitt te zien opduiken.
Verder werkte de film op verschillende fronten niet voor mij. Ten eerste krijg je een flinke introductie van drie kwartier met boer McConaughey en zijn dochter, maar nergens voelde ik een urgentie dat de hele planeet naar de klote was. Daarvoor blijven we teveel hangen bij slechts een handjevol personages. Vervolgens lijkt toeval de film eindelijk in de volgende versnelling te drukken (dus NASA zocht niet naar Cooper, maar toen hij hen vond wilde ze hem meteen hebben omdat hij de beste is?). De reis die daarna wordt afgelegd is toegegeven best interessant om te volgen, tot de clichématige dingen beginnen op te duiken. Dat Damon ineens evil blijkt te zijn en McConaughey dood wil hebben. En er uiteraard erg spannend gedaan moet worden of het schip gedockt kan worden. En er weer offers gebracht moeten worden. Hans Zimmer smeert de boel ondertussen lekker dicht. Had iets meer originaliteit verwacht. Het enige oprechte sterke moment voor mij was als McConaughey de videobeelden van zijn kinderen terugkijkt als er 23 jaar verstreken zijn. Op Aarde snapte ik echter weer niets van de beweegredenen van (het zeer onderontwikkelde personage van) Casey Affleck, die ineens een klootzak was. Ik snap dat het frusterend is als je personage eigenlijk de hele film geen hol te doen krijgt, maar nergens werd zijn motivatie duidelijk.
Voor mij bleef er enkel een visueel schouwspel over. Dat maakt het uiteraard geen goede film, maar visueel werden er wel wat sterke scènes voortgebracht. Alleen als Cooper aan het einde in zo'n grote boekenkast verschijnt had dat iets heel knulligs, jammer genoeg. En ik vind het nog steeds onbegrijpelijk dat men hele planeten kan creëren, maar Michael Caine 20 jaar ouder maken is schijnbaar onmogelijk.
2,5 sterren.
Interview with the Vampire: The Vampire Chronicles (1994)
Alternatieve titel: Interview with the Vampire
Vampiers zullen wel nooit mijn favoriete monsters worden. Als ze lol hebben, kan ik ze prima hebben, maar ik ben dat eeuwige gemiep en geklaag altijd snel zat. Zo is Tom Cruise hier lekker bezig; hij schmiert en geniet, geheel in de stijl van een Kiefer Sutherland in Lost Boys of Bill Paxton in Near Dark. Maar die films hebben vaak veel aandacht voor de gekwelde ziel. Hier is dat Brad Pitt, die met zijn gezeur vrij snel begint te vervelen. Interview with the Vampire is dan ook op z’n leukst als Tom Cruise lekker loopt te geinen. Brad Pitt die poedels opvreet, dát is geestig. Maar helaas is Interview with the Vampire naast komisch, campy en energiek ook geregeld te chaotisch, kabbelend en soms ronduit saai.
3 sterren.
Into the Wild (2007)
Into the Wild lag hier al een lange tijd op dvd, ik zat te wachten op het juiste moment om er eens goed voor te gaan zitten. Vanavond eindelijk gezien en ondanks de torenhoge verwachtingen was de impact groot. Heel groot. Het simpele, maar prachtige verhaal wordt op fenomenale wijze in beeld is gebracht en de uiteenlopende, kleurrijke en vooral herkenbare personages voegen stuk voor stuk iets toe aan het geheel. Dit laatste komt overigens mede door het grandioze spel (vooral Holbrook speelt een fantastische rol, hij wist me echt te raken in de scène dat hij afscheid nam van Chris). Tja, en dan krijg je ook nog eens een onvoorstelbaar mooie soundtrack met prachtige nummers van Vedder. Als er één zanger is die alle emoties bij mij weet los te maken met zijn fenomenale stem, dan is hij het wel. Het maakt van Into the Wild een prachtig en intens portret, eentje die ik niet snel zal vergeten. En ongetwijfeld binnenkort nogmaals in de speler stop. Evenals de soundtrack, trouwens.
Prachtig, simpelweg prachtig. 5 sterren.
Intolerable Cruelty (2003)
Mijn negende Coen film, filmmakers waar ik maar geen genoeg van kan krijgen. En ook met Intolerable Cruelty is weer genieten van geweldige momenten, erg grappige personages en hilarische dialogen. Clooney en Zeta-Jones spelen prima en zoals in de meeste Coen films stikt de film ook van de geweldige bijrollen (van o.a. Geoffrey Rush, Billy Bob Thornton, Paul Adelstein, Bruce Campbell). Maar vooral Richard Jenkins was hilarisch als advocaat Freddy Bender. Intolerable Cruelty is misschien niets vergeleken met de Coen meesterwerken als O Brother, Fargo of Lebowski, maar desondanks is ook deze film 100 minuten lang topvermaak. Eén van de leukste romkoms die ik heb gezien.
3,5 sterren.
Oh ja, en die zelfmoord van Wheezy Joe was echt geweldig. 
Intouchables (2011)
Alternatieve titel: The Intouchables
Het verhaal van twee karakters uit uiteenlopende milieus, die met elkaar moeten leven, is al zo oud als Metusalem, maar toch blijkt men er nog prima films uit te halen. Het beste van Intouchables is dat de film de ellenlange introducties achterwege laat. Na een heerlijke openingsscène, komen we zonder toeters en bellen te weten hoe het verhaal van Philippe en Driss begon. Van de karakters zelf weet de kijker net zo veel als zij van elkaar weten. Vervolgens gaat het razendsnel, de komische scènes waarin Driss Philippe verzorgt, volgen elkaar in rap tempo op. Echt een duidelijke lijn is er niet eens, het is vooral een aaneenschakeling van schitterende en vaak hilarische momenten tussen het bijzondere duo. Het zorgt er wel voor dat de film nogal fragmentarisch en als los zand aanvoelt.
Verder is het niet te ontkennen dat Intouchables een hartverwarmende feelgood film is. Waar in soortgelijke films vaak één van de twee partijen een halve film nodig heeft om te ontdooien, daar stralen de twee hoofdpersonages hier allebei vanaf de eerste seconde een heel pak sympathie uit. Er is geen clichématige bad guy of een sleutelmoment waarop het duo ineens een gigantische ruzie krijgt en uit elkaar gaat, het loopt allemaal net even anders. Niet te zeggen dat de film volledig onvoorspelbaar is, het verhaal wordt alsnog redelijk straight forward verteld. Het kent veel bijpersonages en kleine subplots, die verder nergens naar toe gaan of ergens voor lijken te dienen, het verhaal draait eigenlijk enkel en alleen om Philippe en Driss, de rest is een minimale bijzaak. Maar dit duo geeft ons wel een hilarische en hartverwarmende film.
4 sterren.
Invasion of the Body Snatchers (1956)
Toffe science fiction/horror uit de jaren 50. Geen vliegende schotels aan touwtjes of monsters in apenpakken met een ruimtehelm, maar de dreiging komt van de mensen waar je het niet van verwacht. Niet één of ander buitenaardse wezen, maar je eigen buren of familie kan het gevaar zijn. Iets dat in het horrorgenre gaandeweg de jaren 60 en 70 steeds meer werd gebruikt.
De setting van het kleine plaatsje werkt goed, zo'n plek waar iedereen elkaar kent. Mensen gedragen zich anders, maar tegelijkertijd zijn ze op bijna alle fronten nog precies hetzelfde. Wat dat betreft alsnog knap van de hoofdpersonages dat ze zo snel ontdekken hoe de vork in de steel zit. Maar het moet ook allemaal niet te lang duren, want Don Siegels bekende science fiction duurt amper 80 minuten. Dat is fijn, want de film loopt daardoor enorm vlot. Dat er dan af en toe redelijk wat sprongen worden genomen, neem je maar voor lief, hoewel ik soms wel wat meer had willen zien. Zo lijkt het vrij plotseling dat iedere bewoner behalve onze twee hoofdpersonen zijn getransformeerd, dat had van mij nog wel iets opgebouwd mogen worden. En ook de climax had van mij zelf nog wel iets langer mogen duren.
Over die climax gesproken, het is jammer dat de studio een meer optimistisch einde wilde, de film leek perfect te eindigen bij ons hoofdpersoon op de snelweg, wat het oorspronkelijke einde zou zijn. Daarnaast is ook het begin vrij onnodig, want zo'n vertelling in flashback laat je meteen al weten dat ons hoofdpersoon het in ieder geval niet zal veranderen. Iets meer verrassing was daar wel prettig geweest. Maar alsnog is Invasion of the Body Snatchers spannend genoeg, knap hoe men met vrij weinig middelen - en amper special effects - een uitstekende spanningsboog creëren, waarin zaken als paranoïde en angst goed naar voren komen. Wat is er eigenlijk aan de hand en - vooral - wie kun je nog vertrouwen? Hele fijne film en een inspiratie voor veel hele goede films, waaronder een gelijknamige film uit de jaren 70.
4 sterren.
Invasion of the Body Snatchers (1978)
Invasion of the Body Snatchers uit 1978 wordt steevast aangehaald als één van de beste remakes aller tijden. Knap, zeker als de originele film zó sterk is als die film uit 1956. Een van de sterkste elementen van deze film is dat het geen simpele herhalingsoefeningen is, er wordt voldoende nieuws toegevoegd. Zo is deze film een stuk enger dan zijn voorganger. Dat kan met de tijd te maken hebben - ongetwijfeld was de versie uit 1956 voor die tijd enorm eng - maar bepaalde scènes en shots uit deze remake zijn nog steeds bijzonder effectief. Zo'n beeld van een donkere tunnel waarin een groep getransformeerde mensen met hun akelige geschreeuw achter de hoofdpersonen aan rennen is angstaanjagender dan de gehele originele film. De film laat ook veel meer zien, met hier en daar wonderbaarlijke special effects. De film voelt soms ook meer aan als The Thing dan de originele Invasion of the Body Snatchers.
Maar deze remake verslaat zeker niet in alles zijn voorganger. De remake is een stuk langer van speelduur en als je het mij vraagt té lang. Het origineel was weliswaar met zijn 80 minuten aan de korte kant, maar hier zijn de twee uur ook net iets teveel, zeker rond de climax lukt het regisseur Kaufman niet om de hele tijd de spanning vast te houden. De film heeft echter wel een puike cast, met prima rollen voor Donald Sutherland, Jeff Goldblum en Leonard Limoy. Maar ik vond vooral Brooke Adams een sterke rol spelen, het stukje romantiek tussen haar en Sutherland kwam geloofwaardig over. Verder een paar geinige knipogen naar het origineel, vooral de scène met Kevin McCarthy is erg leuk. En dan heb ik het nog niet eens gehad over het fenomenale einde; die iconische laatste shots! Het maakt het erg lastig om te zeggen welke van de twee films nu beter is, ze staan in ieder geval heel dicht bij elkaar. De term 'remake' heeft een slechte naam, maar een Invasion of the Body Snatchers bewijst maar dat het ook heel goed kan uitpakken.
4 sterren.
