• 15.735 nieuwsartikelen
  • 177.886 films
  • 12.199 series
  • 33.965 seizoenen
  • 646.802 acteurs
  • 198.947 gebruikers
  • 9.369.673 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Kiekerjan als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Salaire de la Peur, Le (1953)

Alternatieve titel: The Wages of Fear

Franse avonturenfilm met enkele kenmerken van het poëtisch realisme. Behaalt hetzelfde niveau als Sorcerer en streeft het op bepaalde vlakken zelfs voorbij. Het minst overtuigende aspect is zonder twijfel de lange intro die alle personages en hun hopeloze leefwereld onthuld. Het acteerwerk tijdens de eerste veertig minuten is matig tot tenenkrommend, (neven)personages komen karikaturaal over en veel scènes en dialogen konden ingekort of volledig weggelaten worden. Gelukkig stijgt het niveau exponentieel naarmate de film vordert. De angst waarnaar de titel verwijst wordt uitstekend weerspiegeld, de obstakels zijn bloedstollend en de wisselwerking tussen de vier personages is doorlopend interessant. Vooral Jo en Mario doorstaan elk een ruwe 'character arc' die het verloop een bijzonder zwaarmoedige ondertoon bezorgt. Hun emotionele rollercoaster is één van de belangrijkste steunpilaren van deze film. Ook de verschillende obstakels en manoeuvres die ze trotseren doen tegelijk likkebaarden en huiveren. De rotsscène, het wankele platform, het 'wasbord' en natuurlijk de macabere krater vol olie zijn quasi perfect uitgevoerd en zorgen ervoor dat de angst voelbaar wordt. Hier en daar wat ongelukkige toepassingen van rear projection, maar het mag de pret niet drukken, zeker aangezien het merendeel op locatie is gefilmd. Het typische downer ending kon beter zijn geëindigd met het shot van Mario die neervalt voor de vlammenzee. De remake heeft weliswaar de fantastische soundtrack van Tangerine Dream, een betere intro en ook de brugscène blijft onovertrefbaar. De twee films zijn aan elkaar gewaagd en blijven even nazinderen.

Salt of the Earth (1954)

Een sociaal drama waarin meerdere maatschappelijke problemen worden aangekaart. De cast bestaat grotendeels uit amateurs die een gevoel van realisme moeten versterken. Het overkoepelende thema is gelijkheid, zowel tussen 'Anglo's' en Mexicanen, maar evenzeer tussen mannen en vrouwen. Naarmate de film vordert begint de feministische ondertoon de staking te overschaduwen. De mannen doorlopen een aantal fases en zien het leven voor de eerste maal vanuit het standpunt van een vrouw, mede door een totale role reversal. Er zijn enkele mooie beelden te zien die in een flits doen terugdenken aan Zemlya. De verbondenheid van de arbeiders en de wrijvingen met de lokale politie weten bij momenten wat spanning op te wekken. Een echte betrokkenheid kon ik evenwel niet tot stand brengen.

Sanshô Dayû (1954)

Alternatieve titel: Sansho the Bailiff

Ongeveer van hetzelfde niveau als Tales of Ugetsu. Ditmaal zonder bovennatuurlijke elementen, maar i.i.g. beklemmend en meeslepend tot aan het bitterzoete einde. Dat het leven een strijd is wordt in deze 'Jidaigeki' op confronterende wijze onderstreept. Het is een verhaal over middeleeuws (on)recht, zelfopoffering, individualisme en verlossing waarin de kinderen van een halsstarrige gouverneur in de slavernij belanden. Mizoguchi neemt duidelijk de tijd om het relaas uit de doeken te doen en creëert een bij wijlen dromerige sfeer die de fabel versterkt. Ook het camerawerk is verrassend goed, met veel crane shots en long takes die de personages centreren en het publiek probeert te betrekken met de beelden. Het acteerwerk is over het algemeen ingetogen en ligt in lijn met de sombere/fatalistische ondertoon. Verteerbaar, zij het enigszins uitgesponnen.

Seventh Victim, The (1943)

Alweer een low budget horrorfilmpje van RKO dat veel decors uit voorgaande producties recycleert. De herkenbare trap uit The Magnificent Ambersons maakt hier voor de derde keer zijn opwachting. Ook acteur Tom Conway hervat zijn rol uit Cat People als 'mysterieuze' psychiater Judd. Er zijn veel film noir elementen in terug te vinden, zoals privé-detectives, een kwaadaardige vrouw, een onschuldige vrouw, veel low-keybelichting en een grimmig einde. Het magere verhaaltje lijkt af en toe potentieel te bevatten, maar wordt bijna voortdurend gefnuikt door een allesbehalve charismatische cast en het totale gebrek aan spanning. Je zou denken dat satanisme een aantal sinistere scènes kan opleveren, zelfs met een beperkt budget, maar helaas wordt de sekte enkel afgebeeld als een klein groepje dames en heren die gezellig koffie drinken in een salon. Er wordt op dat vlak misschien iets te veel aan de verbeelding overgelaten. De personages komen weinig geloofwaardig over en nemen bizarre en ongemotiveerde beslissingen teneinde een beetje sensatie in het verhaal te wurmen. Denk aan Mary die te lang op de metro zit en uiteindelijk tegenover de dode P.I. en twee sekteleden komt te zitten. Hier en daar zijn er enkele interessante scènes. Het silhouet op het douchegordijn zal bij velen wel een belletje doen rinkelen. Visueel interessant, maar het gevoel van wanhoop en onderdrukking komt niet tot zijn recht.

Shadow of a Doubt (1943)

Alternatieve titel: Een Schijn van Twijfel

Komt te traag op gang en heeft qua spanning weinig te bieden. Het is eerder een oppervlakkig melodrama met enkele kenmerken van een thriller. Cotten doet zijn best om de leegte op te vullen, maar wordt gehinderd door onnodige verhaalelementen die de boel behoorlijk uitrekken. Denk aan de vader en zijn vriend die op nonchalante wijze fantaseren over moord. Ongepaste comic relief die ook in The Lady Vanishes aanwezig was. De politie-inspecteur die zijn liefde verklaart voelt eveneens geforceerd aan. Het enige dat deze film de moeite waard maakt is de interactie tussen de twee Charlies, hetgeen vooral in het laatste halfuur enkele interessante scènes oplevert. De hoogtepunten waren wat mij betreft de 'restaurant scène' waarbij ze hun kaarten op tafel leggen, alsook het POV shot aan de eettafel tijdens Charlie's nogal vrouwonvriendelijke monoloog. Bizar einde overigens. Een volwassen man die zijn kleine nicht niet kan overmeesteren? Misschien niet heel verrassend als je beseft dat ze werd geholpen door de Hays Code.

Signs & Wonders (2000)

Dit was een vermoeiende zit waarbij ik meerdere keren naar de klok keek, hopende dat het einde nabij was. Het is op het eerste zicht een romantisch drama over een scheefpoeper die uiteindelijk terug verliefd wordt op zijn ex-vrouw. Het hoofdpersonage is een warrige man die overal een betekenis achter zoekt, zonder echt rekening te houden met de context. Hij lijdt mogelijk aan een bipolaire stoornis, maar een echt interessante inkijk in zijn persoonlijkheid krijg je helaas nooit. Het verhaal is repetitief en langdradig, de personages zijn quasi inhoudsloos en het camerawerk is vaak misselijkmakend. De makers gingen wellicht voor een experimentele/dromerige look, maar in realiteit produceerden ze slechts een amateuristisch ogende puinhoop die ik niet bepaald als zinnenprikkelend kan omschrijven. Het script lijkt geschreven door een jonge knaap die zijn opleiding filosofie vroegtijdig heeft stopgezet om vervolgens te focussen op zijn artistieke ontplooiing. Het resultaat is bedroevend: veel overbodige dialogen die geen enkele bijdrage leveren, onnozele misverstanden en enkele zaken die vlakaf lachwekkend zijn. Vooral het shot van Stellan in de gevangenis die alle puzzelstukjes ziet samenvallen is volslagen idioot, evenals de vergezochte twist. Kortom, een doelloze, lelijke en slaapverwekkende film die een totale verspilling van mijn tijd was.

Silver Lode (1954)

Zwakke B-western die gelijkenissen vertoont met High Noon en The Ox-bow Incident. Er wordt getracht een kritische blik te werpen op de typische 'mob mentality', waarbij bewijsmateriaal een andere invulling krijgt naargelang de heersende gemoedstoestand of persoonlijke vooroordelen. Deze thematische uiteenzetting van gerechtigheid en due process schiet op veel vlakken tekort. Het acteerwerk schommelt tussen degelijk en povertjes, het magere verhaaltje loopt af op een bizarre anticlimax en afgezien van een in het oog springende long take wordt er doorgaans een visuele eenvoud bewaard. Zowel de shootout in de klokkentoren als de poging tot blackmail getuigen van een ongeziene onnozelheid. Slaat nooit mijn gewenste richting uit.

Singin' in the Rain (1952)

Bestaat er een meer achterlijke vorm van entertainment dan tapdans? Ik vermoed van niet, en persoonlijk kijk ik nog liever naar een live optreden van Yoko Ono dan naar Gene Kelly die met zijn domme tandpastasmile de vloeren kapot stampt. Dit is escapisme in het kwadraat. Alles aan deze film is nep en dat wordt geenszins verborgen of afgezwakt, integendeel. Net zoals in Pre-Code Busby Berkeley producties ligt de nadruk op het creëren van een fantasiewereld die de aandacht moet afleiden van de grauwe realiteit. De Technicolor katapulteert de glans en glorie naar niveau elf met zijn typerende felle rode en gele kleuren. Hoewel ik doorgaans liever van een brug spring dan naar een musical te kijken, dwingt het vakmanschap en het setdesign hier af en toe respect af. Sommige dansnummers neigen meer naar wat Woody uit Toy Story omschrijft als 'vallen met stijl', maar het valt bij momenten echt in de smaak. Ook de throwback naar 1927 is amusant. De gags met de microfoon op de set waren gewoon grappig en er wordt op een ludieke wijze gespot met de transitie van silent naar talkie. De cast laat geen blijvende indruk achter. Gene Kelly is een charismatisch figuur, maar hij verknoeit het door om de twee minuten zijn tong, dan wel voeten in beweging te brengen. Plaats hem tot zijn schouders in een bak cement met een prop in zijn mond en ik ben bereid hem te herevalueren.

Sommaren med Monika (1953)

Alternatieve titel: Zomer met Monika

Lente, zomer, herfst en winter met Monika. Zweedse gevoelslyriek boordevol intieme en dromerige romantiek die bij wijlen sterk deed denken aan Vigo's L'Atalante. Twee verliefde tieners voelen zich onderdrukt en vluchten weg in een kleine motorboot. Ze belanden in een soort droomwereld alwaar de realiteit niet of nauwelijks doorsijpelt. Verstoppen is echter zinloos, en meerdere negatieve aanvaringen met de 'buitenwereld' leiden uiteindelijk tot hun onvermijdelijke terugkeer. Het einde vormt een goed voorbeeld van verblinding door nostalgie en het lot van het gebroken koppel is bijgevolg onduidelijk. Enkele scènes bevatten naaktheid; toepasselijk gezien de tekenen van rebellie en de drang naar vrijheid. Bergman maakt ruimte voor stiltes, waardoor geluid meer impact heeft. Verder mooie landschapsbeelden, overtuigend acteerwerk en zonder meer een interessante weergave van 'coping' en reactiepatronen.

Spellbound (1945)

Alternatieve titel: Obsessie

Een redelijk interessante mystery film die helaas bijna voortdurend wordt genekt door ongeloofwaardige romantiek en een vervelende traagheid. Ingrid Bergman neemt de rol aan van psychiater en would-be detective Petersen die een onopgeloste moord moet uitpluizen. De vermoedelijke moordenaar lijdt echter aan een soort dissociatieve amnesie en moet stapsgewijs via psychoanalyse zijn verleden blootleggen. Bijgevolg worden er verschillende emotionele reacties 'getriggerd' totdat alle puzzelstukjes samenvallen. Het probleem is echter dat het mysterie te vaak op de achtergrond belandt en voorrang moet verlenen aan een duffe en geforceerde liefdesrelatie tussen de twee hoofdrolspelers. Het vertrouwen dat Petersen stelt in 'J.B.' is in mijn ogen volledig misplaatst en doet afbreuk aan het verhaal. Er zijn ook veel zaken die (onbedoeld) op de lachspieren werken. Denk aan de politie-inspecteur die een brilletje tekent op de foto van Petersen, de karikaturale dokter Brulov, de hopeloze rear projection tijdens de skiscène en uiteindelijk de vergezochte, maar verwachte twist in functie van het happy end. De typische Hitchcock comic relief in de vorm van de opdringerige hotelgast uit Pittsburgh mist zijn uitwerking dan weer volledig. Dit alles gecombineerd met een bijzonder traag verloop verhindert zowat elke kans op inlevingsvermogen. Het enige dat me bijblijft is de mooi vormgegeven droomscène à la Dali, alsook enkele knappe POV shots.

Steamboat Bill, Jr. (1928)

Dit is misschien wel de meest bekende Keaton, vooral dankzij het laatste kwartier, waarin voor honderdduizenden dollars aan decors werden vernield. Een plotse storm zorgt er namelijk voor dat een stadje volledig van de kaart wordt geveegd. Gebouwen scheuren in twee en alles wat niet vastgeketend is vliegt weg. In het midden van deze chaos treffen we ons bekende uilskuiken aan, dat met zijn stenen gezicht de ene na de andere levensgevaarlijke situatie ondergaat. De stunts die hij hier uitvoert zijn echt te gek voor woorden. Wat een ongelooflijk kwieke gast was het toch, een gymnast bijna, die zonder twijfel de grootvader van de moderne stuntman kan genoemd worden.

Het is weliswaar jammer dat er opnieuw zoveel langdradige onzin moet voorafgaan aan zo'n geweldig einde. Het eerste deel moet het vooral hebben van een charismatische Ernest Torrence, maar gaat al vlug gebukt onder een karrenvracht aan afgezaagde pogingen tot humor. Je kijkt bijna een uur lang naar slaapverwekkende slapstick, om nadien beloond te worden met een behoorlijk indrukwekkende filmsequentie. Trekt het einde alles wat eraan voorafging recht? Niet geheel. Zoals gewoonlijk: knettergekke stunts, vergetelijke rest.

Stranger, The (1946)

Alternatieve titel: De Vreemdeling

'The Stranger' wordt gekenmerkt door een verhaaltechnische zwakzinnigheid die zelfs binnen het genre afsteekt tegen de rest. Het aantal onlogische beslissingen die de scenarist hier op papier heeft gezet bereikt al vroeg een nieuw hoogtepunt. Een commissie voor oorlogsmisdaden laat een nazi doelbewust ontsnappen uit de gevangenis opdat hij hen zou leiden naar de gezochte Nazi-officier Franz Kindler, gespeeld door acteur-regisseur Welles. In plaats van hem te laten schaduwen door meerdere mannetjes werd besloten om de taak over te laten aan één detective op leeftijd, gespeeld door veteraan Edward G. Robinson. Het duurt echter niet lang vooraleer hij wordt verschalkt en zijn doelwit kwijtraakt. Hierna vervalt het verhaal in absurditeit. Waarom wordt Kindler niet gearresteerd onder verdenking van oorlogsmisdaden? Waarom rekenen ze in plaats daarvan op de mentale inzinking van zijn vrouw? Waarom wordt Kindler niet de klok rond in de gaten gehouden? Waarom vraagt de detective nooit naar bijstand? Waarom besluit Kindler zijn vrouw te vermoorden door haar naar de kerk te lokken en de bovenste trede van de ladder te saboteren? Let trouwens op het papiertje waarop hij in koeien van letters zijn alibi uiteenzet. Altijd fijn wanneer een film zijn publiek als idioten behandelt. Ik begrijp dat vergezochte en sensationele verhaalelementen een handelsmerk zijn van film noir, maar dit gaat me een brug te ver. Ik geef wel punten voor Robinson, die ondanks het onnozele verloop toch een aangenaam ankerpunt weet te vormen voor de kijker. Welles levert als regisseur knap werk af en gebruikt een aantal technieken die ik ook in zijn eerdere films kon appreciëren. Veel ongewone cameraperspectieven, long takes, tracking shots en chiaroscuro. Zijn acteerwerk daarentegen is om in tranen uit te barsten.

Streetcar Named Desire, A (1951)

Alternatieve titel: Tramlijn Begeerte

Een dichterlijk, theatraal en sensationeel melodrama waarin Southern Belle Blanche DuBois een manische episode doorstaat in het huis van haar zus en schoonbroer. Het is niet onmiddellijk duidelijk wat er precies met haar aan de hand is. Aanvankelijk komt ze over als de typische verwaande aristocrate, schijnbaar geobsedeerd door haar voorbijgaande schoonheid. De sets zijn half in duisternis gehuld in een luttele poging haar rimpels te verbergen. Het is een opmerkelijk zwoele, broeierige en sfeervolle film die zich grotendeels afspeelt in een klein appartement in New Orleans. De drukkende stemming wordt versterkt door jazzy pianomuziek en de aanwezigheid van Marlon Brando, die hier een ongeziene prestatie aflevert. In geen van de voorbije vier decennia heb ik zo'n unieke acteur aan het werk gezien. Hij domineert elke scène met zijn dynamische, instinctmatige aanpak en komt al vanaf de eerste scène in schril contrast te staan met de rest van de cast. Hij is het eerste teken van een nieuwe generatie die wil afwijken van de bestaande normen en waarden. A Streetcar Named Desire voelt niet aan als een film die uitkwam onder de Hays Code. Denk aan de laatste scènes waarin Blanche's reflectie in de spiegel wordt gebroken, een aankondiging voor haar latere zenuwinzinking. Of Stanley haar al dan niet verkracht heeft is niet 100% zeker, al vormt het de meest logische verklaring. Deze film heeft me op dezelfde manier weten te overtuigen als The Heiress, meer bepaald via uitstekend acteerwerk en een duidelijk overdreven toon van begin tot eind. Kan zelfs groeien bij herzieningen.

Sullivan's Travels (1941)

Alternatieve titel: De Lotgevallen van Sullivan

"There's always a girl in the picture." Amerikaanse komedie die af en toe neigt naar metacinema, maar uiteindelijk vervalt in redelijk simpele satire. Een Hollywood regisseur wil plotseling een meer realistische en sociaal relevante film maken, in plaats van het gewoonlijke escapisme. Hij kiest voor een 'method'-aanpak en vermomt zich als zwerver om zo de omstandigheden van de marginalen van dichtbij onder de loep te nemen. Wat volgt is bepaald geen 'Grapes of Wrath', integendeel. Veel slapstick en andere flauwe grappen. De avonturen van Sullivan zijn doorlopend voorzien van een komische ondertoon. Het komt over als een nogal warrige roadmovie met een onduidelijke boodschap. Veronica Lake is wel een mooie verschijning en werkt goed samen met McCrea, maar slaagt er niet in extra diepgang te geven aan het oppervlakkige verhaaltje. Gelukkig schiet het niveau in het laatste halfuur toch de hoogte in en zie je voor het eerst een meer serieuze en oprechte poging om het thema aan te kaarten. Of de moraal "escapisme boven realisme" vandaag de dag nog enige waarheid bevat zal weliswaar verschillen van persoon tot persoon.