Meningen
Hier kun je zien welke berichten Kiekerjan als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
I Am a Fugitive from a Chain Gang (1932)
Een interessant, op waargebeurde feiten gebaseerd verhaal, een vlotte vertelstijl, een charismatische hoofdacteur en goede regie geven het geheel een serieuze duw in de rug. Het duurt nochtans even voor de film op gang komt, maar nadat de harkerige introductie achter de rug is en de onfortuinlijke Allen in het werkkamp is beland schiet het niveau sterk de hoogte in. LeRoy heeft duidelijk lessen getrokken uit Little Caesar, want de stijfheid die zowat elk aspect van zijn vorige film kenmerkte is hier zo goed als nergens te bespeuren. Integendeel, de sterke acteerprestatie van Muni wakkert het inlevingsvermogen aan en zorgt ervoor dat je hem volledig toejuicht. Zowel zijn vrouw als de rechters op het einde worden op hun beurt duidelijk in een negatief daglicht geplaatst. Lees zeker eens het bizarre verhaal van Robert Burns, op wiens levensloop dit verhaal is gebaseerd en de impact die deze film had op het beruchte 'Chain Gang' gevangenissysteem. Wat mij betreft samen met M (1931) één van de beste vroege talkies.
I Know Where I'm Going! (1945)
Aangename Britse romantiek over een man en een vrouw die vastzitten op een eiland in de Hebriden en noodgedwongen moeten wachten tot een storm gaat liggen. Er heerst een dromerige sfeer die wordt versterkt door de aanwezigheid van de schotse hooglanden, de huilende wind en een trio doedelzakspelers. Een broeiende romance ga je evenwel niet te zien krijgen. Het is eerder het langzame ontstaan van een verliefdheid. De verblindende ambitie van go-getter (en golddigger) Joan komt in schril contrast te staan met de kalme MacNeil. Het is een geval van 'opposites attract' (en een oude vloek die rust op een kasteel). Net zoals in Colonel Blimp is het wederom Livesey die de show steelt. Tegen het einde zie je trouwens een goed voorbeeld van de typisch Britse "stiff upper lip", wanneer het kleine bootje bijna wordt verzwolgen door een legendarische draaikolk.
I Walked with a Zombie (1943)
Verrassend sfeervolle RKO B-horror. Tourneur slaagt erin een dromerige toets aan de beelden te geven. Het decor en de personages zijn vaak in duisternis gehuld en het scherm wordt als het ware in twee gekliefd door een sterk contrast tussen zwart en wit. De scène in de toren is prachtig vormgegeven. De sets zijn doorgaans overtuigend en weten de exotische Caraïben goed te weerspiegelen, ondanks het gebrek aan budget. De voice-over van Frances Dee creëert aanvankelijk een meer mysterieus en afstandelijk gevoel, maar verdwijnt op een gegeven moment volledig. Beetje jammer, want deze verteltechniek leent zich perfect voor dit soort verhalen waarin iemand een verre reis onderneemt en uit zijn/haar comfortzone stapt. De plot is redelijk interessant, maar wordt gehinderd door oppervlakkige en geforceerde romantiek tussen Dee en Conway. Hierdoor neigt het meestal meer naar melodrama dan naar horror. Het einde was ook niet al te denderend. Een bizarre anticlimax waarin de zombie wordt neergestoken door haar voormalige lover, die nu wordt gemanipuleerd via een voodooceremonie? Ze worden daarna achtervolgd door Carrefour, een andere zombie die schijnbaar zelfstandig handelt? Ik begreep de bedoeling niet echt. Het leek alsof er een belangrijk stukje informatie ontbrak, zoals de aanwezigheid van een bokor (soort voodoo heks/magiër). Er wordt iets te veel aan de verbeelding overgelaten en het komt nogal slordig over. De motivatie van bepaalde personages is onduidelijk. Enfin, alleszins meer vermakelijk dan Cat People en The Seventh Victim.
It's a Gift (1934)
Komedie die aanvoelt als een aaneenrijging van verschillende sketches. Sommigen scènes doen een flauwe glimlach op het gezicht verschijnen, maar de meesten laten je steenkoud. Het geheel heeft veel weg van een aflevering van Schone Schijn, met een bedeesde man die zwaar onder de sloef ligt. Zelfs de verkeerd uitgesproken familienaam (Bucket – Bouquet) komt meerdere malen aan bod. De visuele humor op zich heeft een hoog hit-or-miss gehalte. W.C. is in feite de enige die het boeltje boven water houdt. Zijn trieste gemompel en zijn algemene onverschilligheid vond ik af en toe wel geinig.
Ivan Groznyy I (1944)
Alternatieve titel: Ivan the Terrible, Part One
Een Sovjet epic waarin de totstandkoming van Ivan de Verschrikkelijke wordt doorlopen. Hij wordt door Eisenstein afgebeeld als een heroïsch, doch kwetsbaar figuur met een ijzeren wil. Dit eerste deel focust op de verovering van Kazan, het begin van de Lijflandse oorlog en het verraad van de bojaren. Ditmaal dus geen 'actuele' blik op het politieke landschap, waarin talloze bolsjewieken streven naar ideologische eenheid en het proletariaat genadeloos wordt vermorzeld. Het acteerwerk is doorheen de film opvallend beweeglijk en expressief, maar dat blijkt niet noodzakelijk ongepast in deze context. De acteurs communiceren vooral via oogcontact en lichaamstaal en niet zozeer verbaal, waardoor je al snel een jaar of twintig terug in de tijd wordt gekatapulteerd. Zo ondoordringbaar als bijvoorbeeld Laurence Olivier's Henry V wordt het acteerwerk gelukkig nooit, al moet je er wel even aan wennen. Inhoudelijk is het niet over de hele lijn even sterk en enkele grote sprongen in tijd en ruimte kunnen je nogal abrupt van de ene periode naar de andere verplaatsen. Het thema spreekt me sowieso weinig aan. Eisenstein brengt de zaken naar goede gewoonte zeer keurig in beeld. De interessante cameraperspectieven en de vele mooie shots vormen zonder twijfel het beste aspect. Er wordt ook ruimte gemaakt voor symboliek en hier en daar wordt er leuk gespeeld met schaduwen. Het is visueel aantrekkelijk. De fenomenale openingsscène benadert Dreyer's Passion of Joan of Arc, daarna daalt het niveau langzaam maar zeker.
Ivan Groznyy II: Boyarsky Zagovor (1946)
Alternatieve titel: Ivan the Terrible, Part Two: The Boyars' Plot
Een directe voortzetting van de gebeurtenissen uit deel één, ditmaal met een nadruk op het verraad van tante Eufrasie en de groeiende paranoia (en harde hand) van Ivan. Het speelt zich volledig af in het paleis van de tsaar en bevat tevens enkele flashbacks die Ivan's afgunst tegenover de Bojaren wat meer context geeft. Het acteerwerk is nog steeds bijzonder expressief. Iedereen speelt zijn rol met veel bravoure; vooral Cherkasov (Ivan) is ontzettend charismatisch. Hij werd de titel Volksartiest van de Sovjet-Unie toegewezen en was één van Stalin's favorieten. De indrukwekkende kostuums transformeren de acteurs haast in levende standbeelden die volledig opgaan in het decor. Het verhaal zelf is wederom vrij mager en wordt uitgerekt door een overvloed aan close-ups, de uitbundige lichaamstaal en de heel langzame ontvouwing van de geplande regicide. De laatste wandeling van de zwakzinnige zoon is echter het enige dat ik echt als memorabel kan omschrijven, terwijl de scènes die hieraan voorafgaan vooral langdradig aanvoelden. Even voor deze wandeling werd er ook een soort ruwe Technicolor filter toegepast, waardoor de beelden een demonische look kregen. Het is visueel niet minder interessant dan deel één, alleen vond ik hier enkel het einde enigszins gedenkwaardig. Dit was de laatste film van Eisenstein.
Ik moet wel toegeven dat dit tweeluik een charme bevat die ik op dit moment niet helemaal kan plaatsen. Hoe meer ik erover nadenk, hoe meer ik de twee films kan appreciëren. Ze hebben mogelijk baat bij een herziening.
