Meningen
Hier kun je zien welke berichten Kiekerjan als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Things to Come (1936)
Archaïsche sciencefiction met een verhaal dat te ambitieus blijkt voor een productie uit de jaren dertig. De technologie was destijds nog niet voldoende ontwikkeld om de futuristische ideeën correct te weerspiegelen. Het 'Retrofuturisme' oogt vandaag de dag weliswaar enigszins charmant, maar veel meer dan een oude gimmick is het niet. Opvallend trouwens hoe ze steeds weer zoveel moeite steken in allerlei practical effects, om dan zo goed als niets te veranderen aan het taalgebruik. Je ziet zoveel gedetailleerde schaalmodellen, groteske machines, hier en daar enkele accurate toestellen zoals flatscreentelevisies en tablets, maar van zodra er iemand zijn mond opendoet wordt je meteen honderd jaar terug de tijd in gekatapulteerd. Het acteerwerk is stijf en vooral prekerig. Acteurs zijn in feite niets meer of minder dan een medium om alle moraaltjes te verspreiden. Hierdoor is het moeilijk om een connectie te vormen met de personages, al was dit blijkbaar de bedoeling van de makers. Het verhaal zelf is onderverdeeld in drie delen die van elkaar worden gescheiden door grote sprongen in tijd (en ruimte). Eerst de aanvang van de Tweede Wereldoorlog in 1936, daarna een Mad Max-achtige toestand in 1970 en tenslotte een blik op de toekomst in 2036, waar voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid een raket naar de maan wordt geschoten. Die hele affaire rond de maanlanding is echter vrij bizar. Niet alleen zaten ze er bijna 70 jaar naast, de raket zelf schijnt niet over een motor te beschikken en wordt gewoon de ruimte ingeschoten en aan zijn lot overgelaten. Hoe gaan ze ooit de nodige manoeuvres uitvoeren om het ding op de maan te doen landen? Enfin, alle delen waren qua decor en algemene aankleding meer dan behoorlijk, maar voor de rest blijft er weinig nazinderen. Het tweede deel bevatte net iets te veel onderling gekibbel en kon best ingekort worden.
To Be or Not to Be (1942)
Zeer vermakelijke komedie die entertaint van begin tot eind. De film verandert van een soort backstage toneelstuk in een dolkomische klucht boordevol zwarte humor. Het is opvallend goed geschreven en de cast speelt geweldig op elkaar in. Vooral Jack Benny steelt de show als jaloerse echtgenoot en 'Concentration Camp Ehrhardt'. De dialogen zijn simpelweg geniaal en combineren pure onzin met scherpzinnigheid. De schrijver behandelt het publiek niet als idioten en laat e.e.a. aan de verbeelding over. Verder dus een bijzonder boeiend verhaal, waarin de Nazi's voortdurend in de maling worden genomen door een bende ruziënde Poolse toneelspelers. Het is een waar spektakel dat spionage, verraad, de dreiging van Nazi Duitsland, maar ook het zelfingenomen gedrag van acteurs op een fantastische wijze in het belachelijke trekt. De film bevat enkele screwball elementen, maar Carole Lombard transformeert gelukkig niet volledig in het typische warhoofd dat haar man het leven zuur maakt. Het verhaal en de humor heeft meerdere lagen die allemaal mooi samensmelten. Een verrassing, want Lubitsch had hiervoor weinig indruk gemaakt.
To Have and Have Not (1944)
Een onbeduidend oorlogsdrama/romantische komedie met een verhaal dat pas begint wanneer de film eindigt. Het relaas speelt zich af in Martinique, een eiland in de Caraïben onder gezag van Vichy-Frankrijk. De centrale 'hub' is een Hotel-Café, waar de rebellen hun plannetjes smeden. Uiteraard wordt er een onvermijdelijke 'dame' in het verhaal gestouwd die een nogal warrige romance aangaat met ex-pat Bogart. Het is geen oninteressante historie, maar ik voelde me doorgaans weinig betrokken. Veel personages voelen karikaturaal of onvoldoende uitgewerkt aan. Er zit (te) veel ongepaste comic relief in verwerkt; niet alleen dronkenlap Eddie, maar ook de corrupte politiechef werkt eerder op de lachspieren. Bogart zelf is iets minder stijf dan gewoonlijk, maar zijn nonchalante houding verdrijft eveneens elke vorm van spanning en inlevingsvermogen. Ik kreeg nooit de indruk dat er echt iets op het spel stond. De aandacht lijkt eerder uit te gaan naar harkerige romantiek tussen de twee hoofdrolspelers. Hun bizarre back-and-forths vond ik echter niet bepaald getuigen van buitengewone chemie. De dialogen neigen af en toe naar het belachelijke en lijken eerder thuis te horen in een screwball comedy. Hawks was misschien niet de ideale persoon voor deze job. De sets zijn weliswaar sfeervol en ergens zal er wel een goed verhaal in zitten, maar ik vond het iets te kluchtig overkomen om op enige belangstelling te rekenen.
Triumph des Willens (1935)
Alternatieve titel: The Triumph of the Will
Interessante documentaire met een grote historische waarde. Propagandistisch tot en met natuurlijk. Het begin zet perfect de toon, waarin Hitler als het ware neerdaalt vanuit de hemel, het wolkendek doorboort en Neurenberg vanuit vogelperspectief benadert. De tocht doorheen de overvloeiende straten toont goed aan hoe Hitler als Paus werd aanbeden en hoe gehersenspoeld de Duitse bevolking alreeds was. Er is duidelijk geen plaats voor negativisme. Werkelijke elke scène, elk shot staat in functie van de verheerlijking van Duitsland. Luide trompetten, ritmisch tromgeroffel, oorverdovend gejuich, wapperende vlaggen en bij momenten eindeloze en imponerende parades. De film staat er bol van. Het oog van de Führer ziet alles en keurt goed. Het duurt twintig minuten vooraleer het eerste woord wordt geopperd. Één van de vele opzwepende speeches ingeleid door Rudolf Hess geeft de aftrap. Ik moet nochtans toegeven dat de film verrassend luchtig overkomt. De expansiepolitiek en het 'übermensch' idee komen bij mijn weten nooit aan bod. Er wordt vooral gefocust op het hersenspoelen van de Duitse bevolking en het ophemelen van de NSDAP, maar het wordt op zo'n manier gefilmd en gemonteerd dat de verdorvenheid enigszins gemaskeerd wordt. Uiteraard is het beangstigend als je weet welke horror zich de jaren nadien zou manifesteren, maar van die waanzin is hier voorlopig weinig te merken.
Filmtechnisch is het eveneens een krachttoer. Verschillende camerahoeken, strakke montage en enkele zeer knappe shots. Er is over nagedacht, zoveel is zeker. De precieze voorbereidingen die Riefenstahl heeft getroffen waren dan ook waanzinnig. Wat me het meest stoorde waren de lang uitgerekte parades die het geheel behoorlijk vertragen en de aandacht doen verslappen. Ik begrijp dat men wou demonstreren hoe machtig het Duitse leger precies was, maar het gaat uiteindelijk ten koste van de filmkwaliteit. Desalniettemin een boeiend en vooral invloedrijk portret.
Two-Lane Blacktop (1971)
Een existentiële roadmovie die in eerste instantie weinig te bieden heeft, maar op de één of andere manier toch even blijft nazinderen. Is dit daadwerkelijk een geval van 'stille waters hebben diepe gronden'? Two-lane Blacktop is een trage, zwijgzame en vrij raadselachtige tocht doorheen ruraal Amerika. Geen coole muziek, weinig interessante dialogen, geen typische anti-establishment typetjes en geen duidelijke verhaallijn. De twee hoofdpersonages worden (bewust) afgebeeld als inhoudsloze, doelloze zwervers die enkel via illegale races wat zin aan hun bestaan geven. Op een bepaald moment botsen ze op een kerel in een midlifecrisis die zijn vervlogen viriliteit nieuw leven wil inblazen. Er wordt een race aangegaan en een bestemming vastgelegd. Degene die het eerst in D.C. arriveert wint beide auto's. Het duurt echter niet lang vooraleer iedereen de focus verliest en wederom vervalt in een soort repetitieve roes. Het asfalt werkt blijkbaar hypnotiserend en duwt hen voorwaarts op automatische piloot.
Het wordt dus onder de noemer existentialisme/absurdisme geplaatst, waarbij "l'existence précède l'essence". M.a.w. we leggen geen vastgelegd parcours af en iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen acties en de invulling die hij op die manier geeft aan zijn leven. De moed opgeven is absurd, dus wat kan je anders doen dan het gaspedaal ingeduwd houden? Op dit moment vond ik het iets te mager over de hele lijn en mocht enkel het open einde rekenen op enige belangstelling. Mogelijk ontwikkel ik na verloop van tijd een nieuwe appreciatie, zoals bij tijdgenoot Vanishing Point het geval was.
