Meningen
Hier kun je zien welke berichten Kiekerjan als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Bad and the Beautiful, The (1952)
Een film met veel potentieel waar uiteindelijk niet genoeg mee wordt gedaan. Het uitgangspunt is interessant: een zelfzuchtige, zelfdestructieve, manipulatieve, slijmerige Hollywood producer en professionele 'heel' treedt in de voetsporen van zijn vader en steekt messen in de rug van eenieder die zijn pad durft kruisen. De film bestaat uit drie verschillende flashbacks, verteld vanuit het standpunt van respectievelijk een regisseur, actrice en schrijver die allen door de befaamde Jonathan Shields zijn besodemieterd. Je zou denken dat het een mooie gelegenheid vormt om een kritische blik te werpen op de filmindustrie, maar helaas draait het eerder uit op een redelijk tam en saai romantisch drama, waarin de slechterik slechts wordt aanzien als een product van zijn omgeving. De confrontatie op het einde wordt op een onnozele wijze omzeild en er wordt zowaar compassie opgewekt door de drie 'slachtoffers' rond de telefoon te verzamelen. Een totaal ongepast einde, vooral voor de schrijver die zijn vrouw indirect is verloren ten gevolge van Shields' sluwe manoeuvres. Onvergeeflijke daden worden onder de mat geveegd en het einde voelt aan alsof de makers zich neerleggen bij de verraderlijke natuur van Hollywood. Acteerwerk en regie zijn zeer goed. Douglas blijft een persoonlijke favoriet.
Band Wagon, The (1953)
Soort backstage musical die eerder aanvoelt als een eerbetoon aan Broadway legende Fred Astaire en eveneens dient als een tijdelijke verzoening tussen oude en nieuwe 'cinema'. Ik weet ondertussen wat een film als deze te bieden heeft: een graatmager verhaal dat om de haverklap wordt onderbroken door zang- en dansscènes, een vorm van overacten die zelfs Balthazar Boma uit F.C. De kampioenen niet kan volhouden en nog een aantal kenmerken uit vroegere Astaire vehikels zoals long takes, comic relief en uiteraard het weerzinwekkende kastijden van de vloeren genaamd tapdans. Gelukkig wordt dat laatste binnen de perken gehouden. Traditioneel wordt er afgesloten met een grote show die meestal het hoogtepunt van de hele productie moet voorstellen. Afgezien van een interessant stukje (neo) noir vond ik het echter een onsamenhangende janboel. Vooral het nummer met de drie peuters die elkaar willen vermoorden raakt kant noch wal. Positief zijn de vele long takes die het uithoudingsvermogen van de cast op de proef stellen en enkele grapjes die een glimlach tevoorschijn toveren. Over het algemeen blijft er vrijwel niets nazinderen en blijf ik achter met een leeg en onvoldaan gevoel.
Bank Dick, The (1940)
Een bijna exacte kopie van "It's a Gift", waarin W.C. eveneens de rol van nonchalant uilskuiken speelt. Zijn familienaam wordt nog steeds verkeerd uitgesproken, zijn lichaamstaal is onveranderd en zijn vrouw en kind behandelen hem tot even voor het einde als het vuil van de straat. Het verhaal voelt opnieuw aan als een aaneenrijging van verschillende sketches, waarin flauwe slapstick en vervelende running gags hoogtij vieren. Grappen worden vaak herhaald en expliciet uitgelegd, alsof het publiek te dom is om de pointe te snappen. Het hele relaas kan vergeleken worden met een gemiddelde aflevering van Samson en Gert, al is dat programma doorgaans interessanter. Let trouwens op de achtervolging tegen het einde, een meer bespottelijke toepassing van Rear Projection zal je niet snel tegenkomen. Brengt heel af en toe een glimlachje teweeg.
Beat the Devil (1953)
Een onnozele low-budget farce waarin Bogie en zijn cronies elkaar de oren van de kop kletsen. Peter Lorre begint steeds meer op Churchill te lijken en vormt samen met Bogart het enige lichtpuntje in deze mislukte poging tot humor en sensatie. Zowat elke andere acteur levert een slechte tot rampzalige prestatie af; vooral de vrouwen zijn doorlopend schuldig aan overacting. Het magere verhaal slabakt non-stop en ik was op verschillende momenten nagenoeg in slaap gedonderd. Ergens zie ik potentieel in dit soort kluchtige avonturenfilms, maar hier getuigt de uitvoering van een zodanige onkunde dat elk sprankeltje hoop direct wordt vermorzeld. Veel blabla, weinig actie. Huston is er op de één of andere manier in geslaagd om de Italiaanse streek op de meest mottige manier in beeld te brengen. Sfeer/ambiance is minimaal en het geheel voelt leeg en ongeïnspireerd aan. Mijden als de pest.
Belle et la Bête, La (1946)
Alternatieve titel: Beauty and the Beast
Een meer dan behoorlijke adaptatie van het bekende sprookje en een duidelijke inspiratiebron voor de vele remakes die zouden volgen. Cocteau begint met een aanmaning tot 'suspension of disbelief' en vraagt het publiek om onze kinderlijke naïviteit op te diepen, al was het maar voor anderhalf uur. De meest interessante scènes spelen zich af in het magische kasteel, alwaar het beest als een kluizenaar wacht op de ware liefde. Er heerst een dromerige sfeer die via verschillende originele technieken tot stand wordt gebracht. Reverse motion, slow motion, dempen van geluid, enzovoort. Er wordt getracht om de realiteit te vervormen en een contrast te creëren tussen het afgezonderde domein en de buitenwereld. Opvallend is de afwezigheid van sprekend meubilair of enige verbale interactie met de antropomorfe objecten. Hierdoor wordt het gevoel van isolatie versterkt. Aan fantasie nochtans geen gebrek, aangezien het kasteel wordt bekleed met levende standbeelden en allerlei magische voorwerpen. Het beest zelf komt verrassend overtuigend over en de acteur Jean Marais weet zijn performance een zekere melancholie mee te geven. Zijn make-up en kostuum zijn indrukwekkend voor die tijd en het komt een pak overtuigender over vergeleken met bijvoorbeeld The Wolf Man. Het is jammer dat er op een bepaald moment ruimte wordt gemaakt voor een nogal vervelend zijplotje. Het complot van de broer, minnaar en zussen vond ik slecht uitgewerkt en jaagt de opgebouwde magie abrupt weg. Ik geloof dat we dezelfde resolutie konden bereiken zonder de invoering van dit conflict. Maar goed, Cocteau respecteert slechts het bronmateriaal en dat kan hem niet verweten worden.
Big Sky, The (1952)
Een redelijk zeldzame film die ik pas na een drietal weken zoeken heb gevonden in een uithoek van het internet. De kopie was zichtbaar (en hoorbaar) beschadigd, maar een andere optie was er niet. Ik word niet warm of koud van dit soort westerns/avonturenfilms die zich afspelen in het 'American Frontier' era, zeker niet als de zaken zo hevig geromantiseerd worden. The Big Sky voelt aan als een oude legende die zich aan een langzaam tempo ontvouwt. Een groepje pelsjagers en koopmannen varen tweeduizend mijl richting een indianenstam om daar handel te drijven. Onderweg stuiten ze op allerlei obstakels, soms met de dood tot gevolg. De Franse crew is redelijk charmant, de opbouw en het verloop van het verhaal is oké, de cameravoering en fotografie in het algemeen weet nergens te verrassen en zelfs de doorgaans geweldige Kirk Douglas is nagenoeg onzichtbaar. Mogelijk zou Technicolor wat meer animo kunnen creëren, maar op dit moment voelde ik niets anders dan onverschilligheid. Er was geen enkel personage waaraan ik me kon vastklampen en ik kreeg nooit het gevoel alsof er echt iets op het spel stond.
Bigamist, The (1953)
Een gedateerd drama met enkele kenmerken van film noir dat het volgende ethische dilemma opwerpt: kan men sympathiseren met een scheefpoeper/bigamist als hij open kaart speelt en beide vrouwen op gelijke voet behandelt? De film is het hoofdpersonage eerder gunstig gezind en geeft hem een zekere zachtheid mee waardoor je hem gaat beklagen. Het thema wordt zeer voorzichtig en diplomatisch aangepakt, teneinde de Hays Code niet tegen de schenen te schoppen. Hierdoor blijft het uiteindelijk een relatief simpel en braaf verhaal met een tekort aan spanning, sensatie of suspense. Als karakterschets van een bigamist heeft het eveneens weinig te bieden, want een interessante inkijk geven in de psyche van het hoofdpersonage vormt zelden een prioriteit voor dit soort producties. Personages zijn slechts een medium om een oppervlakkig moraaltje naar voren te schuiven zonder hierbij echt een gedurfde blik te werpen op het onderwerp. Dit gebrek aan diepgang is een wederkerend probleem in veel Hollywood producties. Het is duidelijk een low-budget film die visueel niet bepaald indrukwekkend is. Het acteerwerk is oké. Het boek vergelijkt de laatste scène in de rechtbank met The Passion of Joan of Arc, maar een dergelijke morele ambiguïteit wordt naar mijn mening nooit bereikt.
Black Narcissus (1947)
Alternatieve titel: Het Huis der Vrouwen
Alweer een aangename film van The Archers met een geweldig einde. Hoewel er niet op locatie wordt gefilmd, slagen ze er toch in een overtuigende en sfeervolle setting te creëren. De grootste troef is wederom de fenomenale cast die overloopt van charisma. Hun persoonlijkheden worden goed ontwikkeld en dragen elk bij tot het geheel. De samenwerking (en het contrast) tussen de pragmatische nonnen en de nonchalante Mr. Dean, de profetische liefde tussen de prins en de 'beggar maid' en allerlei plaatselijke tradities getuigen net zoals in voorgaande Archer producties van het cliché 'opposites attract'. Het is ook duidelijk een film die meer is dan de eerste indruk doet vermoeden. Neem in acht de geschiedenis van het paleis, het verleden van Clodagh, de horrorwending op het einde met de jaloerse Ruth bezeten door de Duivel, de naam van het parfum dat vervliegt in de huilende wind, de schijnbare nutteloosheid van de missie. Het is in zekere zin een tijdelijke omarming van het absurde met Mr. Dean als absurde held en de zusters blindelings gedreven door God. Schitterend in beeld gebracht met Technicolor die belangrijke zaken accentueert en verheft. Een film die meerdere keren bekeken moet worden.
Bride of Frankenstein (1935)
Alternatieve titel: The Bride of Frankenstein
Geinig filmpje. Het verhaal begint waar Frankenstein (1931) eindigt en wordt op theatrale wijze ingeleid door Mary Shelley en twee van haar metgezellen. Niet de echte schrijfster zo bleek, want die was al bijna een eeuw dood. Dit vervolg voelt alleszins een pak luchtiger aan dan zijn voorganger. Er zijn meer memorabele scènes aanwezig, meestal met een al dan niet bedoelde komische ondertoon. De minimensjes waren bijvoorbeeld lachwekkend, alsook het feit dat het monster nu plots kan praten. Het voelt op bepaalde momenten aan alsof ze de draak steken met het hele verhaal en even verwachtte ik dat het monster het Empire State Building zou beklimmen toen hij de vrouw ontvoerde. Deze voortzetting bevat ook vele knipogen naar zijn voorganger, met de iconische resurrectie in het kasteel als hoogtepunt. De titel zelf is echter clickbait, want de bruid treedt pas vijf minuten voor de afloop ten tonele en heeft misschien een totale schermtijd van 2 à 3 minuten. Haar voorkomen en vooral kapsel is weliswaar een beeld dat je niet snel zal vergeten. Entertainend is het in ieder geval wel te noemen en de korte speelduur bleek meer dan voldoende.
Brief Encounter (1945)
Een simpel, maar doeltreffend liefdesverhaal met twee innemende hoofdacteurs. Er heerst een dromerige sfeer die wordt versterkt door de aanhoudende voice-over van Johnson en de sfeervolle beelden in het treinstation. Het thema deed me af en toe denken aan In the Mood for Love, waarin buitenechtelijke relaties eveneens centraal staan. In dit geval worden de personages van begin tot eind getormenteerd door schuldgevoelens en lijkt hun affaire of ontmoeting inderdaad van korte duur te zijn. Het gebruik van flashbacks was een goede keuze en geeft het einde aanzienlijk meer impact. De manier waarop Laura's wanhoopsdaad in beeld wordt gebracht vormt wellicht het hoogtepunt. Dutch angles voelen vaak nogal 'gratuit' aan, maar hier was het een perfecte keuze. Ook de belichting draagt veel bij tot de algemene stemming en het donkere, mistige station vormt een passende achtergrond voor de hopeloze en verboden liefde.
Bringing Up Baby (1938)
Tekstboek "screwball" met enerzijds een infantiele vrouw die de term chaoot een nieuwe invulling geeft en anderzijds een volstrekt reddeloze man die letterlijk en quasi permanent met de handen in het haar zit. De film verraste me direct met zijn scherpe dialogen en uitstekende vertolkingen door zowel Cary Grant als Katharine Hepburn. Veel makkelijker te verteren dan bijvoorbeeld My Man Godfrey. De grappen en grollen bevatten weliswaar de gebruikelijke slapstick en andere overdreven humor, maar worden op een onweerstaanbare manier opgevoerd door de twee hoofdacteurs. Het eerste uur vond ik ronduit fantastisch en zat ik de waanzin continu met een glimlach op het gezicht te aanschouwen. Daarna zakt het niveau enigszins en wordt de interactie tussen Grant en Hepburn teruggeschroefd. Het misverstand met de tweede tijger en alle scènes die zich in de gevangenis afspelen vond ik opvallend zwakker dan de rest. Zo eindigt de film een beetje in mineur. Desalniettemin een aanrader.
