Meningen
Hier kun je zien welke berichten Metalfist als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Boyhood (2014)
You don't want the bumpers, life doesn't give you bumpers
Er zijn zo van die films waar je wel benieuwd naar bent, maar die je precies altijd achteruit schuift. Wat op zich vreemd is, want regisseur Richard Linklater ligt me wel. Ik heb weliswaar nog geen enkele film gezien die hoger dan 3.5* scoort, Dazed and Confused komt wel erg dicht bij de 4*, maar het coming of age thema in combinatie met de gimmick dat dit over een periode van 12 jaar met telkens dezelfde acteurs wordt gefilmd interesseert me bovendien ook wel. Het probleem dat ik echter vaak bij dit soort gimmicks heb, is letterlijk dat: de film steunt daarop en voor de rest is het niet veel soeps.
Gelukkig is Linklater vakkundig genoeg om de meeste valkuilen te vermijden maar tegelijkertijd snijdt het idee om dit over een lange periode te filmen langs beide kanten. Het is erg fijn om Mason, Samantha en co te zien opgroeien maar het voelt wel allemaal nogal fragmentarisch aan. Dat blijkt uiteindelijk niet zo verbazingwekkend te zijn aangezien Linklater dit filmde als allemaal kortfilms om ze dan nadien aan elkaar te plakken maar daardoor ontbreekt de flow een beetje. Personages komen en gaan (zeker de huwelijken van Olivia hebben hier serieus onder te lijden maar ook de terugkeer van Ernesto, degene die ooit de riolering van het huis van Olivia heeft gerepareerd en nadien manager is geworden nadat ze hem aanraadde om terug naar school te gaan, is een te groot cliché) en ook moet je het maar doen met kleine details om te beseffen waar de film zich ongeveer bevindt. Van Hostel had ik totaal geen idee wanneer die was uitgekomen, de Harry Potter release kon ik nog wel wat situeren en dingen zoals Obama/Biden spreken al meer voor zich natuurlijk maar ook dat verstoort de flow wat.
De gimmick dus. Lorelei Linklater was 8 jaar toen ze de rol van Samantha kreeg (en dat krijgen mag je letterlijk opnemen want als dochter van regisseur was ze blijkbaar gewoon continu aan het zagen om een rolletje in de film) en was het eigenlijk halverwege wat beu maar wist uiteindelijk toch haar enthousiasme terug te vinden. Enthousiasme dat bij Ellar Coltrane compleet lijkt te zijn verdwenen. Het is natuurlijk een gok wanneer je begint met een kind van 6 of 8 jaar en dan hoopt dat hij/zij zich tot een goede acteur ontwikkelt en in het geval van Coltrane loopt het dus wat mis. Dat apathische begint op den duur wat te irriteren maar een aantal scènes met Ethan Hawke raken wel de juiste snaar. Hawke is dan ook geknipt voor de rol van vader en ook Patricia Arquette doet zoals gewoonlijk weinig verkeerd. Beetje jammer dan ook dat de focus volledig op Coltrane is komen te liggen (of beter gezegd: het is jammer dat Coltrane tot een redelijk beroerde acteur is uitgegroeid) maar de bijrollen proberen het nog naar een hoger niveau te tillen en dat lukt wonderwel.
Tof om eens gezien te hebben maar het halleluja gevoel dat ten tijde van de release gehoord werd is me toch vreemd. Oké, het concept is sterk en op zich nog goed uitgevoerd door Linklater en co maar het voelt nooit echt aan als één geheel, laat staan dat je een band met de personages kunt opbouwen. Linklater lijkt vooral te willen mikken op het feit dat je je als kijker met iedereen kunt identificeren en dat we de rest maar zelf invullen. Een goede gok en dat werkt ook maar je mist zo net dat beetje extra.
3.5*
Boys (1992)
Alternatieve titel: Boys: A Film about Girls
Hoedje op... laat je vrijen
Ik denk dat Jan Verheyen één van mijn eerste kennismakingen was met de Vlaamse cinema. Via zijn twee Team Spirit films en de bijhorende miniseries kon hij mij in elk geval bekoren, maar de liefde koelde toen ik wat ouder werd. Zeker de weg die hij vandaag de dag is ingeslagen met onder andere een sequel op de Kampioenenfilm (brrr) is niet mijn ding. Vreemd dan ook dat ik opeens zijn eerste 12 films heb aangeschaft maar wat wil je als deze voor 80% korting de winkel uitgaat..
Ik heb me vooral ook laten verleiden door het boek dat bij 'Jan Verheyen - De Collectie' zit, want ik hoor de regisseur altijd wel graag praten. In ieder geval is Boys de aanschaf van 4 euro al meer dan waard aangezien dit een leuk debuut is. Leuk in de zin dat dit zo'n toffe pretentieloze film is waar eigenlijk bijzonder weinig gebeurt, maar die toch over de gehele lijn blijft boeien. Een plotje rond twee kameraden die op zoek gaan naar het grote geld, vrouwen en het goede leven en ondertussen wat kwajongensstreken uithalen.. Meer is Boys niet en Verheyen laat zich misschien net iets te duidelijk inspireren (die eindscène waar Peter met Tanya in zijn armen de supermarkt verlaat is net iets te hard gekopieerd van An Officer and a Gentleman) en toch blijft dit na al die jaren, de film is dan ook van het gezegende jaar 1991, zijn charme behouden.
Niet het echte filmdebuut van Jan Verheyen, hij had al eens eerder de kortfilm A Helping Hand geregisseerd die trouwens als extra op de DVD is te vinden, maar wel zijn eerste langspeelfilm. Mooi dat hij toch al wel een wat deftige cast bijeen heeft kunnen sprokkelen met een aantal oudgedienden (Bert André en Herbert Flack onder andere) maar ook veel nieuw volk dat uiteindelijk nog wel zijn strepen zou verdienen. Michael Pas heeft met zijn jonge leeftijd toch al de nodige ervaring en de chemie met een debuterende Tom Van Bauwel zit goed. Alleen een beetje jammer van dat ietwat geforceerde AN, dat oogt toch een tikkeltje gemaakt.
Veel bekende koppen uiteraard (let vooral ook nog op een cameo van Jan Verheyen zelf als regisseur van de reclamespot) en voor de liefhebber van het vrouwelijk schoon is er nog wel wat naakt te bekennen. Net zoals in Van Looy's debuut, Ad Fundum, ontgaat de reden ervan me wat maar ach, je hoort me niet klagen.
3.5*
Brabançonne (2014)
Alternatieve titel: Belgian Rhapsody
Oh oh, ik heb zorgen
Brabançonne is me eigenlijk de laatste jaren wat ontgaan. De film heeft wel wat promotie gekregen, maar verdween al snel roemloos uit de zalen en ook qua DVD release bleef het nogal pover. Ik vermoed wel dat hij fysiek is uitgebracht, maar ben de film in ieder geval nog niet in de winkels tegengekomen. Gelukkig bestaat er nog altijd iets zoals het plaatselijke cultuurcentrum die de film opnieuw in roulatie bracht op het grote scherm. De timing was perfect want ik had echt zin in zo'n typische feelgood komedie.
En Brabançonne is dat over de gehele lijn geworden. Ik spreek niet graag in absolute termen, maar volgens mij is dit toch een film geworden waar je als niet-Belg niets mee kunt. De clichés vliegen je om de oren (bij het bezoek aan de Waalse fabriek wordt gevraagd hoeveel mensen er werken waarop een Vlaming antwoord: geen enkele, we zijn namelijk bij de Walen) en de typische onhebbelijkheden die ons land rijk zijn, passeren allemaal de revue. Een van de leukste momenten is dan ook het bezoek aan de VRT toren waarvan de ene kant gebruikt wordt door de Waalse televisie en de andere door de Vlaamse variant. Geen idee of het effectief zo is in het echt, maar ik kan me dit perfect voorstellen. Voor het overige is dit wel een voorspelbare film. Het Romeo & Juliette verhaal zie je van ver aankomen, maar zo af en toe weet de film nog wel te verrassen. Het leukste vond ik eigenlijk nog de Plastic Bertrand scène, al is die knokpartij aan het einde ook nog wel tof.
Brabançonne is een musical en dat zul je geweten hebben. De personages barsten willekeurig uit in zingen en de intermezzo's bestaan uit Nederlandstalige en Franstalige nummers. Dat zorgt voor een feest van herkenning, maar het is wel een stijl die je moet liggen. Ik vond het in ieder geval een leuk uitgangspunt. Best nog wat jazz invloeden trouwens, altijd wel leuk. Qua cast wel wat bekende smoelen, van die typische acteurs waar je nooit de naam van onthoudt, en Amaryllis Uitterlinden is er daar één van. De actrice is geloof ik ondertussen wel vast lid van Ozark Henry zijn groep, maar dit deed ze op zich wel goed eigenlijk. Arthur Dupont is een goede keuze voor de Waalse Hugues en in de bijrollen zijn onder andere Tom Audenaert, Koen van Impe en Fabrice Boutique goed op dreef.
Ik heb me hier in ieder geval kostelijk mee geamuseerd. Misschien ook vanwege de aanstekelijkheid in de zaal (zelden een zaal zo weten lachen), maar Vincent Bal maakt er een erg vermakelijk geheel van. Wat kennis van het land en zijn muziek (zo sakkert Hugues op een bepaald moment dat hij J'aime la vie van Sandra Kim, de Waalse inzending voor het Songfestival en tegelijk het enige nummer waar we ooit mee gewonnen hebben, echt wel beu gehoord is) is wel gewenst vermoed ik.
4*
Braddock: Missing in Action III (1988)
I don't step on toes, Littlejohn, I step on necks
Met deze derde Missing in Action ben ik aan de laatste van mijn voorraadje Chuck Norris films aangekomen. Een aantal jaar geleden, ten tijde van de Expendables rage, me eens laten verleiden tot een aantal van zijn films aan te schaffen en wat bleek? Op zo'n 10 (volwaardige Chuck Norris) films was er welgeteld één die een voldoende kreeg. Hellbound was met zijn 3* een aangename verrassing en ik hoopte de lijn verder te trekken met deze Braddock.
De reden dat dit altijd links was blijven liggen was dat ik de twee voorgangers niet in mijn bezit had. Ik heb echter ondertussen geen zin om nog actief op zoek te gaan naar films van de man met de baard en uiteindelijk dan maar gehoopt dat het niet nodig was om de eerste twee delen te zien. Naar het schijnt is Braddock qua chronologie met zijn voorgangers om van te huilen dus veel heb ik niet gemist denk ik. Wat overblijft is een film met een vermakelijke opening aan het consulaat (alleen die soundtrack was abominabel) en eentje die rustig voortkabbelt terwijl Braddock himself regelmatig is iemand op een vuist trakteert. Niet noodzakelijk een slecht concept, maar de uitwerking is nogal tam te noemen. Hier en daar eens een ontploffing, Braddock die wat cool met één of ander geweer staat te zwaaien en een slechterik wiens vocabulaire enkel en alleen lijkt te bestaan uit het roepen van Braddock's naam. Ondertussen moet er nog een vader-zoon momentje passeren en tegen dan loopt de aftiteling over het scherm.
Hetgeen me eigenlijk nog het meest aantrekt in dit soort films, is de de aanwezigheid van Cannon. Bizar eigenlijk, want zo uit mijn hoofd geef ik de productiemaatschappij geen hoog gemiddelde en toch.. Het is iets waar een zekere status vanuit gaat. Hoewel ik me heb voorgenomen om geen Norris films meer te gaan kijken (van Chuck én van Aaron), wil ik voor een Cannon film nog wel een uitzondering maken. Het is in ieder geval ondertussen duidelijk geworden dat Norris interessant is voor een klein bijrolletje maar dat hij geen volledige film kan dragen. Een compleet gebrek aan emotie, een gebrek aan one-liners (al is die toes quote aan het begin van de film wel heerlijk) en vooral een gebrek aan uitstraling zorgen ervoor dat dit soort films op den duur verzandt in de lagere regionen van een gemiddelde score.
Betekent dat dat Missing in Action III niets voorstelt? Wel, er zijn jammer genoeg nog slechtere Norris films te vinden. Aki Aleong schmiert er nog wel leuk op los als Quoc en verder is de climax best nog wel leuk gedaan. Had misschien nog beter geweest als Braddock effectief het loodje had gelegd, maar bon: "You can't always get what you want" zoals de Stones zeggen.
Kleine 2*
Brain Eaters, The (1958)
Some of it is fact, some of it scientific hunch
Je moet het de filmmakers van dit soort science-fiction/horror wel aangeven, ze weten er altijd wel een prachtige filmposter van te maken. Probleem is vaak dat zo'n affiche er erg tof uitziet maar dat de film uiteindelijk tegenvalt. Ik ben echter altijd wel in de mood voor dit soort science-fiction nonsens en daardoor niet lang getwijfeld toen ik dit een tijd geleden in de Kringloopwinkel tegenkwam. Jammer genoeg de enige release van Arkoff die daar lag.
Want die hebben blijkbaar een hele resem van dit soort films op de markt gebracht. Altijd fijn als er toch iet of wat moeite is in gestoken en de beeldkwaliteit van de DVD is degelijk + er is ondertiteling aanwezig. Toch ook wel handig, want dit soort films wilt wel eens een onduidelijke geluidsband hebben. Soit, een ietwat standaard verhaaltje dat door een paar punten recht van bestaan heeft ten opzichte van de talloze andere films in het genre. De parasieten waar het om gaat zijn niet indrukwekkend, maar wel een leuke verrassing dat het verhaal net iets meer inhoud heeft dan 'het zijn aliens'. Naar het einde toe is er nog een heuse twist waaruit blijkt dat het geen aliens zijn, maar parasieten die altijd op aarde hebben geleefd. Als dit soort films me toch nog weet te verrassen, dan krijgen ze toch een streepje voor. Verder is het filmen in zwart-wit ongetwijfeld om budgettaire redenen gedaan, maar het geeft altijd toch net iets meer sfeer.
Tweede punt van bestaan is natuurlijk de rol van Leonard Nimoy. Hier nog foutief gecrediteerd als Nemoy en bovendien enkel maar te zien in een bijna onherkenbare bijrol als Cole (de vermiste wetenschapper die naar het einde toe een hele speech afsteekt) maar als Star-Trek fan is dit toch wel tof om te zien. De rest van de cast is van een niveau dat je bij dit soort films kunt verwachten. Laatste rol voor Cornelius Keefe die als Jack Hill in talloze silents meespeelde en hier eens lekker mag gaan schmieren. Altijd grappig om zo'n op en top Amerikaanse legerofficier in deze era aan films te zien. Bij de andere acteurs steekt vooral Ed Nelson er als Dr. Paul Kettering nog wat bovenuit.
Een film die het vooral van de suggestie moet hebben, want de Brain Eaters zien we niet echt in actie komen gedurende het uur dat de film duurt. Is dat erg? Goh, eigenlijk niet. De film is voor de rest vermakelijk genoeg en zeker vanwege de korte speelduur is dit een erg gemakkelijke zit. Daar kunnen andere films zoals The Giant Claw nog wel wat van leren.
3*
Brave (2012)
A lady does not place her weapon on the table
Ik ben altijd een grote fan geweest van de oude Disney tekenstijl en verafschuwde eigenlijk de evolutie die ze met Pixar hadden doorgemaakt. Althans, dat was zo totdat ik geleidelijk aan wat meer werk van Pixar begon te kijken (praktisch altijd op televisie) en moest concluderen dat er wel sterke films tussen zaten. Om de een of andere reden trok deze Brave me wel aan en de keuze was dan ook snel gemaakt toen we op deze kletsnatte zomerdag naar de cinema trokken.
Voor ik vertrok had ik nog even een blik op MovieMeter geworden maar wat ik toen zag heeft me eigenlijk hard verrast. Met zo'n score van nog geen 3* leek dit een wel erg grote teleurstelling te worden maar halverwege de film vroeg ik me of ik eigenlijk wel dezelfde film was aan het kijken als de rest van het publiek op de site. Waarom? Omdat Brave gewoon een oerdegelijke animatiefilm is geworden die alle getrouwe elementen bevat en deze goed weet te verdelen. Natuurlijk is de film nog altijd wel bedoeld voor het kleinere publiek maar er zitten een aantal geslaagde referenties in die de volwassenen onder ons ook kunnen bezig houden. Voor de rest is de film meer een mix van slapstick (altijd wel leuk, zo van die knokpartijen) en de verplichte moraal. Toegegeven, ik fronste ook eerst even mijn wenkbrauwen toen de moeder in een beer veranderde maar op zich werkt het allemaal nog vrij goed. De rest van het gezelschap vond het bij vlagen wat een rip off van Brother Bear maar vermits ik die niet gezien heb valt daar langs mijn kant dus maar weinig over te oordelen.
Ik moet zeggen dat de Pixar animatie me meer en meer begint te interesseren. De Disney stijl uit bijvoorbeeld De Aristokatten blijft voor mij het hoogtepunt van Disney maar dit kan er zeker en vast mee door. De personages blijf ik soms raar getekend vinden, zowat uit proporties, maar wat ze met het haar van Merida doen is wel erg geslaagd. De film heeft daarnaast ook nog een aantal mooie landschappen maar het is voornamelijk Mur'Do die de climax naar zich toe weet te trekken. Het einde wordt dan ook het indrukwekkendste in beeld gebracht en is een genot om naar te kijken. Met Merida voegt Pixar eindelijk zijn eigen prinses toe aan de prinsessenlijn die Disney doorheen de jaren heeft opgebouwd en het is in ieder geval een vermakelijk personage geworden. Ietwat heroïscher dan we gewend zijn (al moet ik toegeven dat ik die latere Disney films niet meer op de voet heb gevolgd) maar ze past perfect in de rij. Brave heeft ook nog een aantal leuke bijrollen in de vorm van de drie kleine kinderen en natuurlijk de 4 vaders. Velen zullen het misschien te kinderlijk vinden allemaal, dat is ook de enige reden die ik voor deze lage score kan bedenken maar ik heb me in ieder geval geamuseerd. Deze keer niet zo'n enorm indrukwekkende stemmencast als gewoonlijk maar Brave bewijst dat het met minder bekende acteurs (althans voor mij toch) ook perfect lukt. Het gesproken dialect blijft dan ook vermakelijk doorheen heel de film.
Volgens mij de eerste keer dat ik een Pixar film in de cinema zie maar het filmpje, La Luna, dat hiervoor wordt afgespeeld is misschien wel één van de originele kortfilms die ik ooit heb gezien. Dat terzijde is Brave een erg vermakelijke film geworden die nergens verveeld en zich perfect kan meten met de rest van de films die ik uit de Pixar stal heb gezien.
4*
Brazil (1985)
You come out of Brazil, and suddenly everything is duct piping and everything's weird and too much.
Het waren deze woorden van Joss Whedon tijdens het Firefly 10th Anniversary panel op ComicCon dat me geïnteresseerd maakte in Brazil. Ik kende de film niet maar werd gefascineerd door twee zaken: het feit dat het door Terry Gilliam was geregisseerd en de enorm mooie poster. Normaal gezien was het dan ook het plan dat ik dit op groot scherm in Cinema Zuid kon gaan zien maar mijn stage stak daar een stokje voor waardoor ik genoodzaakt werd om de DVD te gaan zoeken. Met weinig succes want het is me pas zaterdag in de Mediamarkt in Antwerpen gelukt.
Brazil is een vreemde zit geworden, beginnend met de titel. Gilliam zat op een dag op het strand ergens in de UK, het was geen al te schitterend weer en de regisseur zat er praktisch alleen. Wat verderop zat er één man met een stereo en die luisterde naar Aquarela do Brasil van Ary Barroso. Gilliam werd gefascineerd door het beeld en besloot om het nummer te gebruiken in de film die hij in gedachten. De titel van die film was oorspronkelijk 1984 and a Half (een combinatie van Orwell's 1984 en Fellini's 8 1/2) en varieerde van The Ministry of Torture tot How I Learned to Live with the System - So Far tot So That's Why the Bourgeoisie Sucks. Uiteindelijk werd de titel verandert in Brazil. 1984 and a Half dekt echter wel meer de lading doordat Gilliam hier, net zoals in Orwell's boek, een maatschappijkritisch thema uitwerkt. En hij doet dat goed want Brazil mag van de eerste tot de laatste minuut gezien worden. De sfeer wordt direct gezet met de ontploffing (Gilliam haalde hier zijn inspiratie bij de terroristische aanslagen van de IRA) en het is genieten van de bureaucratische en fatalistische setting die de regisseur hier tevoorschijn tovert. Toch is niet altijd alles even goed geslaagd en had de film misschien net iets korter mogen zijn. Vooral de relatie tussen Lowry en Jill wordt iets te lang gerekt naar mijn gevoel. Het is echter het einde dat ervoor zorgt dat de film zijn status compleet weet vast te leggen. Ik moet eerlijk bekennen dat ik er mee weg was dat Lowry ontsnapte maar je wordt met een mokerslag terug gekatapulteerd naar Lowry in de martelstoel en het laat je verbijsterd achter. Heerlijk!
Zoals gewoonlijk waren er weer een hele hoop productieproblemen waardoor er ook een aantal versies circuleren. Gilliam heeft zich bezig gehouden met twee versies: die van 142 en die van 132. Hij beschouwt de langste versie als de ultieme versie maar aangezien hij de 132 minuten voor de Amerikaanse release gecut heeft, zal hij daar ook niet geheel ontevreden over zijn. Het is echter de 94 minuten versie (gecut door Sid Sheinberg, de baas van Universal en met wie Gilliam ruzie kreeg, die ook wel eens de Love Conquer's All versie genoemd wordt) die compleet waardeloos is doordat het de essentie van de film compleet om zeep haalt. Daar wordt meer gefocust op de relatie tussen Jill en Lowry en worden er vele van de fantasie sequences (inclusief het einde waar alles een droom blijkt te zijn van Lowry) geknipt. En dat is sowieso jammer want Brazil kun je het best classificeren als Monty Python meets Franz Kafka. Visueel is dit dan ook indrukwekkend en kan Gilliam zich weer lekker laten gaan. De bureaucratie wordt heerlijk geparodieerd en de droom sequences waar Lowry doorheen de lucht vliegt of het opneemt tegen een gigantische samoerai zijn fenomenaal.
Je wordt wel wat bedrogen door de namen op de poster. Jonathan Pryce is uitdrukkelijk aanwezig als een soort van James Stewart-achtige figuur maar Robert de Niro en Bob Hoskins zitten echt niet zo veel in de film. Beiden hebben een vermakelijke rol, daar niet van, maar de nadruk wordt toch meer gelegd op Pryce en Kim Greist. Toen Gilliam aan het script begon was Lowry nog maar ergens eind jaren 20 (Pryce zelf was ook nog maar 30) maar eenmaal het filmen echt kon beginnen waren er 7 jaar voorbij gegaan en besloot Gilliam om Lowry dan ook maar wat te laten verouderen zodat Pryce de rol toch nog geloofwaardig kon spelen. En dat is een goede keuze want Pryce is geweldig op zijn plaats. Ook Michael Palin is wel heerlijk op dreef als Jack. Fantastisch hoe hij wegloopt met de psychotische blik in zijn ogen tijdens de slotscène. Veel amusante bijrollen (Gordon Kaye!) zorgen ervoor dat er altijd wel wat leuks is te bekennen in Brazil.
Mijn DVD heeft ook nog de 30 minuten durende What is Brazil? documentaire als extra maar die antwoord niet echt op de titelvraag. Wel interessant om te zien omdat we daarin beelden te zien krijgen van de fameuze eye sequence die de uiteindelijke cut niet heeft gehaald. In ieder geval is Brazil een vreemde maar indrukwekkende zit geworden. Ik neig nu nog net iets meer naar 4* i.p.v. 4.5* maar ik zie het wel gebeuren dat ik dit bij een volgende kijkbeurt verhoog. Gilliam blijft toch een erg interessant regisseur.
Dikke 4*
Breach (2007)
Pray for me
Ik ben altijd wel te vinden door dit soort kat-en-muis spelletjes, mits ze wat deftig worden uitgevoerd natuurlijk. Een aantal jaren geleden had ik een reeks van films gebaseerd op waargebeurde feiten op de kop getikt bij een krant (nogal uiteenlopende films zoals Dead Man Walking en Ali) waarvan Breach er ook eentje was. Vreemd genoeg is die reeks altijd wat blijven verstoffen en heb ik er amper een film van aangeraakt, dus gisteren eens tijd voor vrijgemaakt.
Breach is een film die je moet liggen. Regisseur Billy Ray vertelt het verhaal van één van de grootste spionnen aller tijden in ieder geval en doet dat met de nodige clichés. Heel het achtergrondverhaal van Eric O'Neill (de bezoekjes van Hanssen aan Eric en zijn vrouw, de ruzies die daaruit volgden, ...) is nagenoeg in zijn geheel verzonnen en natuurlijk wordt er hier en daar wel eens een oogje dicht geknepen om de spanning ten goede te laten komen. Dat werkt echter niet overal even goed. Ik vond vooral het begin waar O'Neill de perverse activiteiten van Hanssen, die trouwens in het echt helemaal niet werd verdacht van deze feiten, wat voorspelbaar waardoor de grote dramatische revelatie misplaatst voelt. Toch maakt Ray gelukkig hier en daar wel de juiste keuze. Al even cliché is de ontmoeting in de lift op het allerlaatste moment, maar dat werkt dan weer wel.
Al is dat wel voornamelijk dankzij een uitstekende Chris Cooper als Robert Hanssen. Geen idee hoe de echte Hanssen beweegt en spreekt, maar Cooper weet met ogenschijnlijk veel gemak het personage sterk neer te zetten. Sowieso is hij de drijfveer achter Breach. Ryan Phillippe is een goede tweede, maar het valt toch op dat hij wat een gradatie lager is en hij wordt vooral naar een hoger niveau getrokken in de scènes met Cooper. Die gelukkig wel het merendeel van de film bevatten. Qua bijrollen niet echt al te indrukwekkend. Caroline Dhavernas is wat vervelend als de vrouw van O'Neill en Laura Linney is als directe baas van O'Neill wel erg vlak en kleurloos. Iets wat voornamelijk ook wel te wijten is aan een aantal slechte scènes zoals wanneer O'Neill komt aankloppen bij haar appartement.
Vermakelijke film als je wat geïnteresseerd bent in dit soort spionage verhalen. Er zijn ongetwijfeld betere films te vinden in het genre, maar Cooper houdt de boel mooi overeind. De nodige clichés komen aan bod en het hangt er vanaf in welke mate je dit stoort. Bij mij viel het het algemeen gezien nogal mee.
3.5*
Breaker! Breaker! (1977)
Alternatieve titel: Cindy Jo & the Texas Turnaround
One mean mother trucker
Chuck Norris. Een man wiens status een eigen leven is gaan leiden terwijl het merendeel van de mensen die de Chuck Norris facts of dergelijke dwepen amper een film van de Amerikaanse karateka hebben gezien. Ik had vroeger wel wat van Walker, Texas Ranger gezien maar ik moest bekennen dat ook ik niet zo bijzonder veel van de acteur had gezien. Hoog tijd dus om daar eens iets aan te gaan doen dus ik kocht een hoop Chuck Norris films variërend van ouder werk zoals Slaughter in San Francisco tot Sidekicks. Vandaag was Breaker! Breaker! aan de beurt.
Een film die in dezelfde lijn als Slaughter in San Francisco is gemaakt. Na het succes van Way of the Dragon met Bruce Lee werd Norris gecontacteerd voor een aantal actiefilms waarin zijn kunstjes kon komen doen. The Student Teachers heb ik niet gezien dus geen idee wat zijn rol daarin is maar volgens mij is Breaker! Breaker! wel de eerste film waar Norris de rol van good guy heeft. Een unicum in de filmhistorie (kuch kuch) maar jammer genoeg is dat ook maar het enige interessante aan de film. Wat rest is een film waarvan je continu verwacht dat hij de horror kant opgaat. Ik zal waarschijnlijk gewoon te veel van dit soort hillbilly horror films hebben gezien à la The Hills Have Eyes of Wrong Turn maar het had de film in ieder geval wel wat kunnen opfleuren. Nu krijg je een nogal gezapige film die nergens echt indrukwekkend wordt. Even lijkt het interessant te worden wanneer alle truckers op pad gaan om J.D. terug te vinden maar je ziet hen niets anders doen dan wat rondrijden met hun truck en dat is zonde, een scène waar echt wel meer in had gezeten. Voor de rest zitten er talloze onvolmaaktheden in de film (zeker het abrupte einde is een faux pas want Norris rekent nooit af met de rechter) en is het eindgevecht werkelijk lachwekkend. Waarom er in godsnaam gekozen is om beelden van een rond rennend paard tussen de trucker - politieagent clash te steken zal ik nooit begrijpen. Het ziet er in ieder geval niet uit.
Breaker! Breaker! stamt nog uit de tijd dat Norris aan films geraakte zonder beroep te moeten doen op familieleden zoals Eric en Aron Norris. Voormalig componist Don Hulette zag blijkbaar wel iets interessant in Chuck Norris voor zijn filmdebuut maar slaagt er nooit in om de actie echt goed in beeld te brengen. Confrontaties tussen de Chuckster en de inwoners van het stadje zijn voornamelijk vrij kort maar worden ook nog eens af en toe vreselijk slecht gemonteerd. Norris zelf doet hier echter wat hij het beste kan maar wat me altijd opvalt is dat de man zo vreselijk sloom lijkt te zijn. Dat hij niet kan acteren, daar kan ik nog mee leven, maar zijn traagheid zorgt ervoor dat de gevechten gewoon niet goed overkomen. Zeker wanneer hij door een aantal mensen tegelijkertijd wordt aangevallen valt dit erg hard op. De rest van de cast acteert op een niveau dat je kan verwachten bij dit soort films dus daar weinig op aan te merken. Nog wel best een leuke soundtrack trouwens. Ben sowieso wel fan van dit soort country/bluegrass maar er zaten een aantal geslaagde stukjes. Jammer genoeg worden die hier vaak wel vreselijk verknipt om ze onder de gevechtscènes te kunnen plaatsen. Ik verwacht toch wel meer van iemand die zich voordien heeft bezig gehouden met muziek te componeren voor films.
Met uitzondering van Way of the Dragon zijn die vroege Norris films toch niet echt een succes te noemen. Een vrij saai plot wordt gecombineerd met een aantal ridicule gevechtscènes maar de grootste stoorfactor is dat alles nogal wordt afgeraffeld. Dit terwijl de film een speelduur van nog geen 90 minuten heeft maar het geld zal zijn op geweest zeker.
1*
Breakfast at Tiffany's (1961)
And I said, "What about 'Breakfast at Tiffany's?'"
She said, "I think I remember the film,
Lang geleden ooit eens een deel van het nummer Breakfast at Tiffany's gehoord. Dat was voor jaren dan ook maar de enige link (naast Audrey Hepburn) die ik legde met deze film. Tijd geleden toch maar eens aangeschaft en daarstraks opgezet.
De film opent sfeervol met een Audrey Hepburn, die er echt geweldig uitziet, die door winkelstraten dwaalt om dan uiteindelijk bij de juwelierszaak aan te komen waar de film zijn titel haalt, Tiffany's. Wat daarna volgt is een fijne mix van humor (waaronder die geweldige Aziaat die boven Holly woont en die scène op het feestje waar Holly de hoed van iemand in de fik steekt) maar ook een vermakelijk vleugje romantiek met natuurlijk zo'n clichéHollywood einde. Normaal ben ik daar niet zo voor maar hier past het echt perfect.
Audrey Hepburn acteert echt geweldig als de uiterst charmante Holly die op het eerste zicht geen problemen heeft maar die het uiteindelijk toch ook niet allemaal zo simpel heeft. Vond het echt een prachtscène waar ze die telegram krijgt dat ze haar broer is verloren in een jeep ongeluk. Maar ook haar medespeler George Peppard mag zeker niet vergeten worden. De chemie tussen die twee is werkelijk fenomenaal te noemen.
Breakfast at Tiffany's is een lichtvoetige, feel-good komedie met toch een dramatisch randje aan.
4*
Breakfast Club, The (1985)
Does Barry Manilow know that you raid his wardrobe?
The Breakfast Club is zo'n film die precies elk jaar aan aanhang wint. Iets wat vreemd is, want je zou denken dat een eighties filmpje over een aantal scholieren die een zaterdag moeten spenderen in strafstudie niet echt enorm veel aantrekkingskracht heeft, maar er wordt nog veelvuldig verwezen naar de film in recente films of series waardoor steeds nieuwe mensen de film ontdekken. Ik vond het dan ook beschamend dat ik de film nog steeds niet had gezien dus het werd hoog tijd om daar eens iets aan te gaan doen.
Ik moet wel zeggen dat ik een ander soort film had verwacht. Om de één of andere reden zat ik met het gevoel dat dit een soort Ferris Bueller film gingen worden (misschien omdat dit van dezelfde regisseur is?), maar dat draaide dus wel even anders uit. Het fragment tekst uit David Bowie's Changes zet meteen de toon en wat volgt is een film die anderhalf uur lang blijft boeien. Ik vind het altijd knap hoe je met een beperkte locatie en weinig acteurs toch iets weet te maken dat nooit inzakt. Een bewijs dat je met een degelijk uitgewerkt verhaal best wel ver kunt komen. Het plot achter The Breakfast Club is dan ook simpel (neem 5 scholieren die allemaal tot een andere kliek behoren en laat ze hun verschillen en gelijkenissen ontdekken), maar Hughes weet er een gewoon erg mooie coming-of-age film van te maken. Geen bordkartonnen personages, maar mensen van vlees en bloed met elk hun eigen gebreken. Misschien zijn die gebreken cliché en voorspelbaar te noemen (de prom queen die geen liefde krijgt van haar ouders en de jock wiens vader perfectionistisch is) en naar het einde toe vliegt Hughes misschien een tikkeltje uit de bocht met de verschillende relaties, maar deren doet het niet.
Het is namelijk de cast die hier het verschil maakt, want die zijn gewoon uitstekend op elkander ingespeeld. Iedereen van de vijf tieners heeft zijn eigen five minutes om indruk te maken aan de hand van een monoloog, hetgeen ze ook lukt, maar het is vooral in de groepsscènes dat ze echt weten te overtuigen. Hier en daar een grappige scène om het geheel wat luchtiger te houden, die dansscène was fantastisch, maar het is knappe prestatie van Estevez, Nelson, Hall, Ringwald en Sheedy. De focus van de film ligt vooral op de jongeren en de luttele volwassenen voelen een beetje geforceerd. Hoe goed Hughes de dialogen van de tieners ook weet neer te pennen, bij de volwassenen geraakt hij niet verder dan overdreven one-liners. Zeker Paul Gleason als Vernon is overduidelijk de zwakste schakel.
Ik moet zeggen dat ik hier wel wat van had verwacht en het doet me deugd dat de verwachtingen dan ook volledig uit zijn gekomen. Een puike cast, een simpel doch doeltreffend verhaal en een heerlijke soundtrack.
4*
Brewster's Millions (1985)
None of the above!
Het is eigenlijk vreemd hoe ik van de regisseur van mijn favoriete film aller tijden eigenlijk bijna niets anders heb gezien. Walter Hill heeft met The Warriors één van de interessantste films ooit gemaakt, maar Bullet to the Head viel me indertijd vies tegen en ook Red Heat was vermakelijk maar niet hetgeen ik er van verwacht had waardoor ik niet meteen zin had om de rest van zijn oeuvre te gaan doorspitten. Dan maar wachten tot er eens iets passeerde en een paar dagen geleden was dat Brewster's Millions.
Een ietwat atypisch filmpje in het oeuvre van Hill precies. Een volbloed komedie kom ik op het eerste zicht niet tegen, tenzij misschien 48 Hrs. In ieder geval is het wel eens een leuke film om gezien te hebben, maar ook hier wordt het niet meer dan vermakelijk. Oké, het plot is intrigerend genoeg om de gehele speelduur te boeien (al zijn er blijkbaar ook nog wel talloze andere films gemaakt, kan me niet voorstellen dat je dit ooit een 2e keer wilt zien eenmaal je weet hoe het gaat eindigen) maar de uitwerking laat hier en daar wat te wensen over. Je mist vooral de echte schatermomenten die hieruit zouden kunnen voortvloeien en het einde voelt vooral erg onaf aan. Spike Nolan bijvoorbeeld verdwijnt compleet van het toneel in de climax en dat is toch zonde. Verder wel een aantal leuke ideeën zoals met de postzegel en als kijker ben je vooral toch bezig met in je achterhoofd te bedenken hoe jij het zou aanpakken.
Richard Pryor is zo'n acteur waar de genialiteit me eerlijk gezegd van ontgaat. Ik moet bekennen dat ik hem nog niet in veel heb bezig gezien, Superman III schiet me eigenlijk als enige momenteel binnen, maar het is toch een naam met een zekere status. Hoewel zijn rol van Brewster me in ieder geval wel een pak beter lag dan zijn performance in Superman, is en blijft het toch een stijl die moet liggen. Veel drukte in ieder geval en al zeker wanneer John Candy er nog eens bijkomt. Vreemd genoeg tillen die elkander naar een hoger niveau, maar worden ze ook wat rustiger dan in de aparte scènes. Candy blijft geschikt voor dit soort rollen in ieder geval. De film steunt dan ook vooral op deze twee figuren en de bijrollen blijven daardoor een beetje bekaaid achter. Zeker zo'n Lonette McKee als Angela loopt er wat verloren bij.
Tof om eens gezien te hebben, maar daar stopt het ook wel. Ik blijf Hill een merkwaardige regisseur vinden, het lijkt wel alsof The Warriors echt gewoon een complete lucky shot was, en ik wil hem nog niet volledig afschrijven. Het voelt allemaal een beetje gedateerd aan en er had meer in kunnen zitten, maar Pryor en dan vooral Candy maken veel goeds. Toffe rol ook nog van Jerry Orbach als Charlie, de baseballcoach, trouwens.
3.5*
Bride of Chucky (1998)
Alternatieve titel: Child's Play 4: Bride of Chucky
If this were a movie, it would take three or four sequels to do it justice
De eerste 3 Child's Play films waren productietechnisch in een sneltreinvaart gemaakt en Chucky werd daardoor - niet letterlijk natuurlijk - eventjes in de ijskast gestoken. Nadat ieders favoriete pop in verschillende stukjes was geëindigd na de gebeurtenissen van deel 3, werd er een nieuw uitgangspunt gezocht en bovendien ook gevonden. De reeks liet de titel "Problem Child" vallen en met de titel "Bride of Chucky" was al wel een voorzichtige gok te doen naar welke richting ze gingen uitgaan.
En toch denk ik dat niemand anno 1998 verwacht had wat voor een van de pot gerukte film Ronny Yu op ons ging loslaten. Het was zijn eerste echt volwaardige Amerikaanse film na eerst in China een aantal successen te hebben gemaakt en het is meteen een niveau dat hij later niet meer gehaald heeft. Andy wordt volledig gedropt uit de reeks, gelukkig maar, en de kaart van de humor wordt nu volop getrokken. Idiote oneliners, flink wat knipogen naar andere franchises (onder andere de aanwezigheid van een aantal legendarische attributen zoals het masker van Halloween en Jason maar ook die knipoog naar de Cenobites bij de dood van Warren) en gewoon een volstrekt belachelijk plot waar een oud lief van Chucky opeens op de proppen komt en niet veel later ook een pop is geworden. Het enige wat er aan de film schort zijn de menselijke personages. Jade en Jesse zijn twee waardeloze hoofdrolspelers en halen, zeker met David, de vaart af en toe uit de film. Gelukkig is er voor de rest gewoon erg veel fun te beleven met een aantal fijne kills (de Cenobite maar ook de spiegelmoord) en wordt er overduidelijk al gehint naar een sequel, al zou het uiteindelijk nog eens 6 jaar duren vooraleer die gemaakt werd.
Ik noem daarnet de mindere menselijke cast, maar die opmerking gaat niet op voor Jennifer Tilly die zowel in haar menselijke vorm alsook als pop gewoon een heerlijk personage is. Altijd al wel wat een zwak voor haar gehad sinds El Padrino maar dit doet ze toch ook gewoon erg fijn. Brad Dourif is en blijft de perfecte stem voor Chucky en heeft het personage ondertussen overduidelijk in zijn vingers zitten. Toch ook even de knappe effecten vernoemen. Nog niet volledig digitaal, de momenten dat het wel digitaal is vallen wat uit de boot zoals die fake spin die op het gezicht van Damien terecht komt, en gewoon veel ouderwets puppeteer werk. Neen, het grootste euvel zit hem in een volstrekt gezapige Katherine Heigl en dito Nick Stabile. Nooit goed begrepen wat er zo geweldig is aan Heigl trouwens en ook hier is ze echt compleet inwisselbaar. Verder nog wel een toffe bijrol van John Ritter maar die heeft dit soort maniakale personages al wel beter gespeeld. Beetje onderbenut dus.
Ja, ik had het niet verwacht dat ik dit zo leuk ging vinden. Dit stond op 3* maar ik verhoog met een volledige ster. De eerste film blijft het beste, maar ik denk dat ik geen enkele horrorfranchise weet die kwalitatief zo goed overeind blijft staan. Al zeker niet met een vierde deel dat erg dicht in de buurt komt van het eerste en tweede deel en zelfs het derde deel overtreft. Op naar Seed of Chucky waar niemand minder dan Don Mancini, de scriptschrijver van alle Chucky films tot nu toe, de regie op zich neemt.
4*
Bride of Frankenstein (1935)
Alternatieve titel: The Bride of Frankenstein
Warning! The Monster demands a Mate!
Ik zie altijd wel graag van die oude classic Universal Monster films. Ze hebben een bepaalde sfeer over zich hangen die ervoor zorgt dat het altijd wel leuk is om er één op te zetten maar deze Bride of Frankenstein is toch wel een lichte teleurstelling.
De film opent wel vrij origineel door de schrijfster van het Frankenstein verhaal te portretteren in haar huis en haar het vervolg te laten vertellen. Maar wat daarna komt zorgt ervoor dat het allemaal een pak minder wordt. Zo ziet Karloff als Frankenstein er een pak slechter dan in deel 1. Ik kreeg hier het gevoel dat ze zijn gezicht even rap rap hadden gedaan. In het originele verhaal spreekt Frankenstein ook geloof ik maar hier werd dat maar wat zwakjes uitgewerkt door hier en daar wat gegrom en de woorden Good en Bad uit te stoten terwijl hij in het verhaal toch een gevarieerde woordenschat had. De scène met de blinde man was dan wel bijzonder sterk en gelijk ook de beste van heel de film, al waren de mini mensjes ook wel leuk.
Karloff is de geknipte acteur voor Frankenstein. Ik zou me nooit een betere acteur kunnen voorstellen maar ook Elsa Lanchester is goed als de bruid (al zie je die maar voor 5 minuten...) In tegenstelling tot de meesten vond ik Una O'Connor helemaal niet irritant. De twee gestoorde wetenschappers die voor God spelen worden ook wel goed uitgewerkt al is Thesiger wel beter dan Clive.
Zwak vervolg op deel 1, vooral doordat het monster spreekt en dat het verhaal soms wat saai aandoet. De decors zien er wel mooi uit maar Frankenstein daarentegen slaagt tegen.
2.5*
Bride of the Monster (1955)
Alternatieve titel: Bride of the Atom
Don't mind Lobo. He's as harmless as a kitten
Een tijd geleden had mijn broer deze Bride of the Monster gekocht vanwege de rol van Bela Lugosi. Als fan van de acteur kon hij de film moeilijk laten liggen maar het viel me op dat de regisseur de beruchte Ed Wood was en waarschuwde hem dat de film hoogstwaarschijnlijk van hetzelfde kaliber ging zijn als Plan 9 from Outer Space. Toch wou hij de gok wel wagen en tot zijn verbazing was dit een vermakelijke film waarop hij de DVD uitleende aan mij. Een beetje meewarig stak ik Bride of the Monster gisteren in de DVD speler.
Maar hij heeft gelijk want deze Ed Wood film is meer dan behoorlijk. Al is het natuurlijk meegenomen als je dit soort oude monsterfilms kunt pruimen maar zelfs dan nog is hier niet zo erg veel op aan te merken. Althans toch geen zaken die niet van toepassing zouden zijn op soortgelijke films uit de jaren '50. Toegegeven, het verhaal loopt niet altijd even vlot maar het idee dat Vornoff verantwoordelijk is voor onder andere het monster van Loch Ness vond ik wel leuk gevonden. De uitvoering op zich blijft wel vrij knullig maar juist hierdoor is de film wel interessant. Wood die een plastieken octopus uit een John Wayne film gaat stelen maar in die actie onder andere een tentakel afbreekt en de bijhorende motor vergeet mee te pikken waardoor de acteurs genoodzaakt zijn om de octopus tentakels zelf rond hun lichaam te draaien zorgt ervoor dat dit een vrij charmant en zelfs humoristisch filmpje wordt. Het zal wel niet helemaal de bedoeling van Wood zijn geweest maar bon, ik heb al slechtere van dit soort films gezien.
Waar Plan 9 from Outer Space de finale rol van Bela Lugosi was, hij stierf redelijk snel na de start van de opnames, is Bride of the Monster zijn laatste rol met dialoog. En het moet gezegd zijn dat Wood de klasse van de acteur terug naar boven weet te halen. De interessantste scène is en blijft natuurlijk de I have no home monoloog van Lugosi waar hij zijn plannen uit de doeken doet. Wood had schrik dat Lugosi te oud was aan het worden waarop hij de acteur aanraadde om met cue cards te werken maar de ex-Dracula moest daar niets van weten en memoriseerde heel de dialoog. Hij had iets te bewijzen aan Wood en juist daardoor weet hij een zekere emotie in zijn spel te leggen waardoor dit één van zijn beste rollen wordt. Tof ook om Tor Johnson nog eens terug te zien met deze keer eens wat meer screentime dan in Plan 9 from Outer Space waar hij een lijk speelde. Lugosi en Johnson zijn een geslaagde combinatie in ieder geval.
Ik had niet gedacht dat ik ooit een voldoende aan een film van Ed Wood ging kunnen uitdelen maar Bride of the Monster verdient het. Lugosi is heerlijk op dreef als de schmierende mad scientist en de knulligheid waarmee sommige scènes met de octopus worden ingeblikt is aandoenlijk. In ieder geval wel geamuseerd gisteravond.
3*
Brides of Dracula, The (1960)
Alternatieve titel: De Minnaressen van Dracula
You are judging me, child. Sleep before you pass sentence
Zoals het de meesten niet zal zijn ontgaan is het vandaag Halloween. De dag waarop heel de omgeving gehuld is in doodskoppen, spinnenwebben en wat weet ik nog allemaal. Het is een dag waar de cinema ook graag op inspeelt door dan een thema avond te organiseren, al dan niet op Halloween zelf. Cinema Zuid in Antwerpen had het interessantste aanbod met 2x Peter Cushing en dat voor een spotprijs van 3 euro.
Na The Curse of Frankenstein was dus The Brides of Dracula aan de beurt. De verwachtingen waren eerlijk gezegd niet enorm hoog gespannen voor dit deel uit de Dracula cyclus want Prince of Darkness stelde wat teleur ten opzichte van het leuke A.D. 1972 dus ik wist niet welke richting de reeks ging uitgaan. En eerlijk is eerlijk, Brides of Dracula schaart zich jammer genoeg meer bij de eerste film dan bij de tweede. Het uitgangspunt is nochtans wel vrij origineel doordat de film zich meer concentreert op vrouwen maar de hoofdvampier zelf is teleurstellend. Er gaat nooit enige vorm van spanning uit en hoewel regisseur Terence Fisher wel probeert, slaagt hij er niet in om de climax met Van Helsing boeiend te laten verlopen. Hij moet het dan ook nog eens doen met vleermuizen die er vrij slecht uitzien. Daar blijkt echter wel een reden voor te zijn want het props department had wel een realistische vleermuis op poten kunnen zetten maar niet lang voor filmen begon, zijn ze die kwijt geraakt... Hammer staat ook bekend als een productiehuis dat last minute veranderingen uitvoert aan het script maar dit was de eerste keer dat ik het gevoel had dat ze effectief chaotisch te werk zijn gegaan. Zo worden sommige plotlijnen compleet verwaarloosd (wie was de man aan het begin van de film die meereist met de koets en nadien een nogal imposante entree maakt in de pub?) en dat is toch wel jammer.
Na het succes van Dracula in 1958 besloot Hammer om er een sequel rond te maken maar deze keer zonder Lee aangezien Dracula zelf er niet aan te pas komt. David Peel werd gecast als de nieuwe vampier maar doet dat eerlijk gezegd maar vrij kleurloos. De spanning is ver te zoeken en Peel wordt compleet weggespeeld door het schoon vrouwvolk waar Hammer voor garant staat. Yvonne Monlaur speelt op een verleidelijke Brigitte Bardot-achtige manier, al kan het gewoon door het Engels met Frans accent zijn dat ik deze associatie leg, en doet dat goed. De film krijgt nog wat extra vaart door Peter Cushing die zoals gewoonlijk erg sterk is maar hij is minder nadrukkelijk aanwezig dan ik had verwacht.
De Dracula reeks ligt me wel maar ik mis blijkbaar iets om dit ten volle te kunnen waarderen. Nochtans heeft Brides of Dracula alle elementen die dit soort films goed maken maar David Peel is wat teleurstellend als de baron. Iets wat gelukkig nog wel wordt goedgemaakt door onder andere Peter Cushing, Yvonne Monlaur en Martita Hunt maar het is toch een kleine smet.
3*
Brides of Fu Manchu, The (1966)
Within a few moments the entire world will capitulate to me. This is the destiny of Fu Manchu
De eerste Fu Manchu film (The Face of Fu Manchu) was een fikse tegenvaller. Ik begreep in ieder geval niet vanwaar de reeks zijn status vandaan haalde en ik begreep al helemaal niet hoe die film er in geslaagd was om zowaar 4 vervolgen te rechtvaardigen. Sequels die bovendien in een hels tempo werden gemaakt en een jaar later was er dus The Brides of Fu Manchu. Opnieuw geregisseerd door Don Sharp en uiteraard opnieuw met Christopher Lee.
Want hij is eerlijk gezegd de enige die dit draaglijk maak en meteen ook de enige reden waarom ik in hemelsnaam nog van plan ben om de andere sequels te gaan zien. The Brides of Fu Manchu heeft nochtans alles om een heerlijke cultfilm te worden. Het kat-en-muisspel tussen Fu Manchu en Nayland Smith gaat verder waar het in de eerste film geëindigd was en halverwege blijkt er nog een heuse death ray aan te pas te komen. Ondertussen ontvoert onze Aziatische slechterik ook nog de vrouwen en dochters van een aantal geleerden (allemaal bijzonder mooie dames die nagenoeg de volledige film in hun nachtkledij ronddartelen) en is er een klein subplot waaruit blijkt dat hij met hen allemaal wilt trouwen. Klinkt geweldig, maar dat is het niet. De film sleept zich voort tot een nagenoeg dezelfde climax als in de voorganger en het plot is verre van boeiend. Vooral omdat de strijd tussen Smith en Fu Manchu werkelijk nooit van de grond komt en je het handvol aan twists al van ver ziet aankomen.
Gelukkig is er dus nog Christopher Lee. Niet meteen één van zijn beste rollen, maar het is duidelijk dat hij er op zijn minst nog iets van probeert te maken. Hij mist echter de dreiging die zijn andere bekende rollen (Saruman in Lord of the Rings, Count Dooku in Star Wars, Dracula in de Dracula reeks van Hammer, ...) wel uitstraalde. Bij The Face of Fu Manchu zei ik nog dat Nigel Green al niet meer zou terugkeren als Nayland Smith voor de sequel en dat dat geen groot gemis zal zijn. Ik had gelijk, maar de opvolger in de vorm van Douglas Wilmer is nu ook niet bepaald om over naar huis te schrijven. Voor de rest nog wat mooi vrouwvolk (ik blijf deze reeks een soort combinatie tussen Hammer films en Fantomas vinden) maar daar scoor je geen (of toch weinig) punten mee.
Het erge is dat ik eigenlijk vooral benieuwd ben naar wat Jesús Franco met de reeks gaat doen. Die komt pas tevoorschijn bij deel 4 en 5 dus moet ik me eerst nog even door The Vengeance of Fu Manchu worstelen. Misschien dat die beter is dan zijn twee voorgangers, maar het gemiddelde voorspelt al niet veel goeds. The Brides of Fu Manchu is niet slechter dan zijn voorganger, maar ook niet beter. Het had alleen tof geweest als dat dan had geresulteerd in een goede film.
2*
Bridge of Dragons (1999)
All men are killers. He just made me a good one
Met Bridge of Dragons ben ik aan de laatste film gekomen van het rijtje Lundgren DVDs dat ik een aantal jaar geleden kocht op een rommelmarkt. Een reeks met hoogtes en laagtes en om de een of andere reden was deze film er één die me niet echt meteen aansprak. Vooral omdat me dit eigenlijk wat een slap aftreksel bleek te zijn van Men of War en dat vond ik meteen ook niet één van Lundgren's beste films. Ik had echter nog wel eens zin in een ouderwets vechtfilmpje en dan toch eens hier voor gaan zitten.
En dan sla ik me voor het hoofd dat ik hier niet eerder aan ben begonnen. Met Men of War heeft dit niet zo erg veel te maken en dit is gewoon een sfeervol verhaaltje van een stel rebellen tegen een nieuwe dictator. In het midden van de twee kampen zit het personage van Lundgren die uiteraard verliefd wordt op een bekoorlijke dame die de kant van de rebellen kiest en tegelijkertijd moet hij ook de dictator te vriend houden. Heel het plot is niet al te origineel, maar ik vind dat bij dit soort films nooit echt storend. Wat wel belangrijk is, is dat de film op zijn 90 minuten nergens inzakt en zelfs een paar erg leuke scènes bevat. De stokgevechten zijn sowieso al cool, maar de overdreven gevechten geven dit een extra charme. Personages vliegen werkelijk bij elke shot, trap of klop meters ver waardoor dit een soort van kung fu vibe kreeg. Tof!
Lundgren blijft Lundgren en Lundgren blijft cool. Heerlijk stoïcijns, qua fysiek op zijn hoogtepunt en nog een aantal leuke one-liners. Blijft toch een acteur die dit soort films naar een hoger niveau kan tillen en al helemaal als hij een nog wat degelijke cast ter beschikking krijgt. Cary-Hiroyuki Tagawa wordt weer herenigd met de Zweedse acteur (nadat ze samen met Brandon Lee Showdown in Little Tokyo nog wat beter hadden gemaakt) en dat blijft toch een geweldige slechterik. Die smoel alleen al is goud waard. Fijne vrouwelijke input ook nog met Valerie Chow, die om de een of andere reden gecrediteerd werd onder de naam Rachel Shane, en die een fijne chemie heeft met Lundgren.
Weinig op aan te merken, op voorwaarde dat je wat open staat voor het genre. Lundgren heeft grotere rommel in zijn carrière gemaakt (kuch Retrograde kuch) en hier lijkt hij erg veel plezier te beleven. Blijft een imponerend figuur en al helemaal wanneer hij nog zo'n Tagawa tegenover zich krijgt.
3.5*
Bridges at Toko-Ri, The (1954)
All I want to do is take their picture but look how mad they get
The Bridges at Toko-Ri was de enige film van Grace Kelly die ik nog moest zien, televisieseries dus niet meegerekend. Een tijd geleden eens op puur geluk tegen gekomen op een rommelmarkt maar weggezet bij de rest van haar oeuvre en uiteindelijk vergeten dat ik dit nog had liggen. Gisteravond viel mijn oog hier terug op en ineens maar eens opgezet.
De verwachtingen waren al wel niet al te hoog gespannen doordat ik al vaker had gehoord dat The Bridges at Toko-Ri beschouwd werd als een niet zo interessant oorlogsvehikel. Halverwege de film moest ik dit beamen want op narratief gebied is de film nogal slepend. Gedurende anderhalf uur wordt er op gehamerd hoe levensgevaarlijk die bruggen eigenlijk wel zijn en wanneer puntje bij paaltje komt, is de klus in nog geen 5 minuten geklaard. Ik moet daarbij ook wel zeggen dat ik de verkeerde verwachtingen rond het personage van Brubaker had geschept aan de hand van de plotomschrijving van de DVD. Deze heeft het over een oorlogsmoede veteraan uit de Tweede Wereldoorlog die zijn gezin moet achterlaten om opnieuw te gaan vechten maar die ook zijn vliegtuig vanaf een door golven overspoeld dek kan sturen, doelen opzoekt boven onbekend Koreaans terrein en daarna terugkeert naar iets wat lijkt op een vlekje in de zee. Met deze beschrijving verwachtte ik in ieder geval een ander soort type van man. Ik had het ook allemaal net iets meer epischer verwacht maar de film kabbelt wat voort tot de laatste 5 minuten. Vanaf dan wordt het opeens een stuk interessanter met Brubaker die crasht maar wat ik erg kon waarderen is het feit dat zowel Brubaker als Forney en Nestor het niet overleven. Ik had gedacht dat de film een nogal patriottisch getint einde ging hebben waar de Amerikaanse held de vloer aanveegt met de Koreanen maar ik werd aangenaam verrast.
Voor Grace Kelly moet je het hier niet doen. Ik begrijp eerlijk gezegd ook niet waarom ze voor deze rol heeft gekozen want met onder andere High Noon, Rear Window en Dial M For Murder had ze toch wel een serieuze klasse getoond. Als Nancy Brubaker komt ze amper voor in het plot en weet ze alleen maar te schitteren in de scène met de admiraal en in het zwembad. Nagenoeg de enige twee scènes waar ze in zit. De hoofdrol is weggelegd voor William Holden, die in hetzelfde jaar nog eens met Kelly zou spelen in The Country Girl. Het is een rol die hem in ieder geval goed afgaat en zeker het moment waar hij de opgenomen beelden van de CAG ziet is hij voortreffelijk. Mickey Rooney ken ik voornamelijk als ex-man van Ava Gardner maar hier is hij toch niet echt op zijn plaats. De humor is van een bedenkelijk niveau en de vechtscènes zien er niet uit.
Ik hoopte op iets beter om Kelly's carrière mee af te sluiten. Haar rol is hier enorm beperkt maar de chemie met Holden is gelukkig wel aanwezig. Qua plot is dit echter niet zo'n interessant geheel en de rol van Rooney vloekt met de ietwat donkere sfeer die voor de rest door de film hangt.
Kleine 3* met een halfje extra voor het einde
Brightburn (2019)
Take the world
Vandaag de dag zijn superheldenfilms niet meer uit onze cinema's weg te slaan. In plaats van dezelfde weg uit te gaan als een DC of een Marvel, staan er echter mensen op die er een andere richting mee willen uitgaan. Twee van die mensen zijn Brian Gunn en Mark Gunn (respectievelijk broer en neef van James Gunn, regisseur van onder andere de Guardians of the Galaxy reeks) die na een uitstapje naar Journey 2 opnieuw samen aan een film hebben geschreven. Deze keer staat ook James mee aan het roer als producent en het resultaat mag er zijn.
Want Brightburn, wat misschien wel één van de saaiste titels van de laatste jaren is, is een film waarbij een loopje wordt genomen met heel de Superman/Supergirl/Aliens-die-op-aarde-landen-en-de-mensheid-redden mythe. Het debat van nature VS nurture wordt van stal gehaald en hoewel Brandon alles heeft om gelukkig te zijn met zijn huidige leventje, resulteert het halverwege dus in een tiener die iedereen begint uit te moorden wanneer hij ontdekt dat hij eigenlijk een alien met superkrachten is. Een prijs voor het meest originele plot zal Brightburn niet winnen, maar de horroraanpak is een ietwat verfrissende wind door het genre. Dat, en het feit dat regisseur David Yarovesky het allemaal compact houdt, maakt dit een meer dan vermakelijke zit. Qua effecten is het anno 2019 wat op het randje, maar de spaarzame gore (onder andere de scherven van een TL-lamp in iemands oog en een vrij expliciete auto-crash) ziet er algemeen gezien goed uit. Oh ja, absoluut geen fan van Billie Eilish maar haar nummer Bad Guy is wel de perfecte afsluiter tijdens de credits.
Kinderen in films.. Het is niet altijd de meest ideale combinatie, maar het horrorgenre is wel het genre bij uitstek waar het het beste werkt. Genoeg films die op dat gebied op het algemene netvlies gebrand staan (The Omen onder andere) en hoewel Brandon misschien net iets te tam blijft in vergelijking met andere, maakt Jackson A. Dunn er wel een degelijke invulling van. De chemie tussen Elizabeth Banks en David Denman zit vrij goed en het is wel grappig trouwens om nog een aantal Ravagers (Steve Agee, Michael Rooker, Stephen Blackehart en Terence Rosemore) uit Guardians of the Galaxy Vol 2 te zien passeren in kleine bijrolletjes. Lijkt wel één of andere vriendendienst voor/van de Gunn clan te zijn. Zou er trouwens expres ruimte zijn gelaten voor een vervolg of was The Big T. en zijn andere samenzweringstheorieën gewoon een knipoog naar DC zijn geweest?
De tijd zal het uitwijzen, maar op zich mag een vervolg er gerust komen. Brightburn kijkt erg vlotjes weg en eigenlijk is het nog het beste dat je hier compleet zonder voorkennis aan begint. Oké, je ziet al vrij snel waar de film naar toe wilt gaan, maar het is toch leuker om die evil Superman link zelf te leggen. Ik ben benieuwd of dit een nieuwe trend wordt in het superheldengenre of dat het maar een "eenmalige" uitstap zal zijn.
3.5*
Bring It On (2000)
Alternatieve titel: Girls United
Our next defeat is scheduled for next Friday, 8 o'clock
Elke filmfan heeft wel zijn guilty pleasures. Een soort film waar je je eigenlijk voor schaamt, bij gebrek aan een beter woord, dat je ze leuk vind. Ik heb al ondervonden dat dat soort films bij mij zich meestal in het chick flick genre situeert en kreeg het gevoel dat Bring It On me wel eens ging kunnen liggen. Om de één of andere reden was ik alleen nog maar de vervolgen (sinds 2009 telt de reeks alweer 5 delen) tegen gekomen maar een paar dagen geleden dan toch het origineel op de kop kunnen tikken bij Blokker.
Al is het wel een enorm brakke uitvoering blijkbaar. De film zat in de 5 voor 5 actie maar het menu ziet er niet uit en de ondertiteling (enkel Nederlands, brr) staat vol met fouten. Sowieso heeft de film een nogal goedkope uitstraling, de credits onder andere, alsof het budget wel erg laag was. Soit, op zich stoort het niet maar het viel me wel op. Bring It On is een film highschool film over cheerleaders dus erg veel verrassingen qua plot verwachtte ik niet. Ik krijg ze ook niet want over de gehele lijn is de film zo enorm voorspelbaar als iets (zelfs winst van de Clovers zag je van mijlenver aankomen) maar toch straalt de film een zekere vrolijkheid die ik wel kan waarderen op zo'n druilerige dag als vandaag. Hier en daar wel wat vervelende personages zoals dat jongere broertje van Torrance maar over het algemeen een genoeg leuke scènes die de mindere momenten rechtvaardigen. Ik ben op zich ook wel verbaasd dat de verschillende stijlen die Torrance opnoemt (vechtsport, musical en wat weet ik nog allemaal) effectief aan bod komen in hun eindroutine. Het zou niet de eerste keer zijn dat dat in dit soort films compleet wordt verwaarloosd.
Kirsten Dunst en Eliza Dushku. De ene is de ultieme Mary-Jane en de andere is als Faith misschien wel één van mijn favoriete personages uit een tv-serie. Reden genoeg dus om Bring It On op zijn minst een kans te geven en het valt op dat beide dames, hoewel toch ietwat verschillend van elkander zijn, een leuke chemie delen. Zeker Dunst weet je helemaal mee te trekken in haar aanstekelijkheid als kapitein. De andere tieners zijn een gradatie minder maar aangezien Dunst & Dushku toch alle aandacht naar zich toe trekken, is dat niet erg. Jesse Bradford ben ik blijkbaar al wel in wat meer films tegen gekomen maar heeft nooit echt een indruk nagelaten. Ook hier voelt hij af en toe aan als een wat flauwe bijrol maar ook hij wordt meegetrokken op de Dunst-trein en geraakt op den duur beter en beter in zijn rol. De leukste scènes zijn dan ook die waar de twee aarzelend flirten.
Vermakelijk, erg vermakelijk. Vooral de tandem Dushku - Dunst zorgt ervoor dat de film zich naar een hoger niveau werkt waardoor ik mijn twijfels heb of de sequels, die er toch allemaal een andere bezetting op nahouden van eenzelfde niveau zullen zijn. Ach, dat zien we dan wel weer maar deze eerste Bring It On mag in ieder geval gezien worden.
3.5*
Bringing Up Baby (1938)
I was born on the side of a hill
Ik leerde Howard Hawks voor het eerst kennen via de film The Aviator met Leonardo DiCaprio. Het leek me een interessant persoon te zijn en het kwam dan ook mooi uit dat hij een paar films met Marilyn Monroe had gemaakt dus sloeg ik twee vliegen in één klap. Hawks kwam meer en meer tevoorschijn bij films die me interesseerden (onder andere Rio Bravo met John Wayne) maar zijn reputatie kreeg wat een knak met de verminking van To Have and Have Not. Niettemin was ik enorm geïnteresseerd in deze samenwerking met Cary Grant en Katherine Hepburn.
Hawks levert met deze acteurs tot zijn beschikking een typische screwball komedie af maar het blijft toch een genre waar ik op zich niet zo bijzonder veel mee heb. Toegegeven, het zorgt meestal wel voor vermakelijke films maar ook niet meer dan dat. Bringing Up Baby heeft dan ook een lekker hoog tempo en een aantal absurde momenten (mijn favoriete stuk is sowieso het diner in het huis van de tante waar Grant continu de hond achterna loopt) maar echt schaterlachen wordt het nooit. Naargelang we dichter en dichter bij het einde komen wordt de film hysterischer en het zorgt een beetje voor een overkill. Het lijkt me trouwens wel het leukste mocht je totaal geen idee hebben waar de film over gaat want dan komt de toevoeging van het luipaard nog onverwachts over. Sowieso verdient de film wel een pluim voor de interactie met de dieren. Het moet een vrij moeilijke klus zijn geweest met split screens, projecties en dergelijke maar het resultaat mag er zeker en vast wezen.
Het was de eerste keer dat Katherine Hepburn haar medewerking verleende aan een komedie maar dit kan in ieder geval tellen als eerste poging! Je zou het haar dan ook niet aangeven dat het haar eerste keer was en dat ze door onder andere Howard Hawks hemzelf getraind moest worden in timing en dergelijke. Nu ben ik sowieso al wel een fan van Hepburn maar dit doet ze toch wel goed. Ik ben op zich iets minder te spreken over Cary Grant. Hij heeft zeker en vast wel iets komisch maar hij lijkt te hard op een aftreksel van Harold Lloyd en dat is niet zo geslaagd. De dialogen tussen hem en Hepburn zijn vermakelijk maar nergens spettert het er vanaf. Het einde met de brontosaurus vond ik wel erg flauw trouwens maar dat terzijde. Nog iemand die Hepburn heeft geholpen om komisch over te komen in de film is Walter Catlett. Zij vond zijn hulp zo goed dat ze aan Hawks vroeg om Catlett, die de rol van agent Slocum op zich nam, een grotere rol te geven. Catlett die in zijn tijd ook een gevierd komiek was, is echter nooit echt grappig en zorgt ervoor dat het einde wat slepend oogt.
Vermakelijk, dat is Bringing Up Baby vast en zeker maar het wordt nergens schaterlachen en dat is toch wel jammer. Gedateerd voelt de film niet echt aan maar de snelle en absurde dialogen hebben op den duur geen effect meer op mij. De combinatie Hepburn - Grant is vast en zeker geslaagd te noemen. Niet Hawks zijn beste maar ik begin hem zijn Hemingway verfilming langzamerhand toch te vergeven.
3,5*
Broadway Danny Rose (1984)
You're eating the mashed potatoes!
Ik was al langer eens wat kleine stappen aan het zetten in het oeuvre van Woody Allen en met recentelijk een DVD box met 20 van zijn films in te kopen, is daar opeens een grote stap in gemaakt. De box bevat veel van zijn ouder werk en op dit moment neig ik meer wat naar de korte komedies. Broadway Danny Rose leek me dan ook perfect aan deze omschrijving te voldoen. Bullets over Broadway vond ik al een heerlijke Allen film dus ik was wel benieuwd wat hij er hier van ging maken.
Beetje jammer wel dat hij ervoor heeft gekozen om in het zwartwit te filmen. Een stijl die me normaal gezien wel erg goed ligt, maar ik vond het hier eerlijk gezegd niet zo mooi passen. Soit, Danny Rose zelf is een nogal typisch Woody personage, hoewel ik hem deze keer iets meer uitgewerkt vond met onder andere de scène waar Lou hem verteld dat hij een andere manager heeft, maar sowieso lijkt de film me wel een trip down memory lane te zijn voor de regisseur. De vermelding van Weinstein's Majestic Bungalow Colony resort in de Catskills (waar Allen zelf op 16-jarige leeftijd optrad met wat goocheltrucs), het feit dat het personage Danny Rose is gebaseerd op Jack Rollins, die de manager/producent van Allen was en die trouwens ook te zien is in de film, enzovoort. Wat overblijft is vooral een kleinschalige film waar kleinschalige personages, het cliënteel van Danny Rose is gewoon fantastisch te noemen, de show stelen. In dat opzicht is het dan ook jammer dat hij uiteindelijk voor meer focus kiest op Lou en Tina. Zeker Lou is op zich nogal een waardeloos personage waar te weinig mee wordt gedaan.
Onherkenbare rol voor Mia Farrow trouwens, maar ik zal zeker en vast niet de eerste en ook niet de laatste zijn die dat zegt. In de periode dat ze getrouwd waren schreef Allen regelmatig een rol voor haar waarvan andere mensen dachten dat ze het niet ging kunnen. Vandaar dat ze deze keer een heerlijke Italiaanse vrouw mag spelen (die wel gedurende 95% van de film onder haar zonnebril zit omdat Allen vreesde dat zonder bril de geloofwaardigheid toch echt een brug te ver zou zijn) en ze doet dat uitstekend. Rosemary's Baby blijft tot nu toe mijn favoriete Farrow rol, maar dit is zeker de runner-up. Allen doet ook weer waar hij goed in is en dat neurotische typetje dat hij speelt verveelt vooralsnog niet. Nick Apollo Forte is de derde persoon waar heel de film om draait en is wat de zwakste van de drie.
Niet alles is even goed geslaagd, de scène met het helium was maar goed voor even, en toch is dit weer een geslaagde Allen film. De man heeft zeker en vast missers gemaakt in zijn carrière, maar Broadway Danny Rose is dat niet. Hoewel het dus niet één van de beste Allen films is, is het toch één van de meer interessantere. Al is het maar om die atypische rol van Farrow eens te zien.
3.5*
Broer (2016)
Alternatieve titel: Brother
The great comeback of Michel Lebeer
Ik ben me de laatste tijd terug wat meer aan het interesseren in de Vlaamse film en één van de beste ontdekkingen die ik daarin heb gedaan is Titus De Voogdt. Een acteur die precies nooit echt een hoofdrol heeft weten te versieren, maar in bijrollen (Any Way the Wind Blows, Welp, ...) altijd wel zijn mannetje weet te staan. In Broer leek hij een redelijke grote bijrol te vertolken dus meteen maar eens opgenomen toen ze dit een paar dagen geleden uitzonden.
Het is de tweede film van Geoffrey Enthoven die ik zie in nog geen maand tijd en net als bij Vidange Perdue eindigt de film op 3.5*. Broer heeft op zich een interessant uitgangspunt, maar het probleem zit hem erin dat Enthoven nooit echt goed weet welke richting hij moet uitgaan. Af en toe een vleugje komedie, dan wat drama en regelmatig neigt het zelfs naar thriller. Daar komt dan ook nog eens bij dat de film vrij voorspelbaar is over de gehele lijn en dat de zogenaamde twists niet al te verrassend zijn. Stoort dat? Goh, op zich valt dat eigenlijk nog goed mee. De film blijft vlot om naar te kijken en de setting met dat Ierse landhuis spreekt op zich wel tot de verbeelding. Naar het einde vliegt de film wat uit de bocht (het zoveelste verraad van Ronnie voelde geforceerd aan), maar het open en weliswaar abrupte einde is dan wel weer een leuke zet. Een film hoeft niet altijd te uitleggerig te worden, al voel je wel aan in welke richting het verhaal wilt brengen.
Het lijkt wel alsof Koen De Bouw de nieuwe Jan Decleir is aan het worden. Niet qua kwaliteit, Decleir blijft een klasse apart, maar hij speelt wel mee in praktisch elke Vlaamse film die de laatste jaren wordt gemaakt en dat kon in een bepaalde periode ook van Decleir gezegd worden. De Bouw is op zich ook wel een goede acteur, maar moet hier wel wat in zijn rol komen. Titus De Voogdt speelt dus de wat meer komische rol en doet dat goed. Geweldig taaltje ook dat hij en De Bouw onder elkaar en met Grace spreken, dat Dunglish (combinatie tussen Nederlands en Engels) doet het altijd wel goed bij mij. Paar fijne bijrollen ook nog. Udo Kier is op zijn plaats als de ietwat beangstigende chauffeur van Grace en diezelfde Grace wordt zowaar gespeeld door ex-Bond girl Alison Doody. Kleine rol is er ook nog weggelegd voor Koen De Graeve, maar die heeft niet meer om handen dan de geestesverschijning van een doordraaiende De Bouw te spelen.
Vermakelijk, zoveel is zeker en Broer nodigt in ieder geval wel uit om eens wat meer van het oeuvre van Enthoven te gaan ontdekken. Hasta La Vista lijkt de grote uitschieter te zijn, maar ik zal wel zien wat ik het eerste tegenkom. Benieuwd wat zijn volgende project gaat worden.
3.5*
Broken Circle Breakdown, The (2012)
There’s a better home a-waiting In the sky, lord, in the sky
Ik denk niet dat er in Vlaanderen nog iemand is die nog nooit van The Broken Circle Breakdown heeft gehoord. Via elke media worden er interviews, trailers, recensies, ... aangeboden die wel erg grote verwachtingen scheppen. Het toneelstuk werd indertijd praktisch unaniem geloofd en ook de regisseur, Felix van Groeningen, heeft met De Helaasheid der Dingen een parel op zijn naam staan. De lat werd dus enorm hoog gelegd en het was dan ook maar de vraag of de film alle verwachtingen kon waarmaken.
En wanneer de gehele zaal muisstil blijft zitten na de aftiteling, dan kun je wel vaststellen dat de film een indruk heeft nagelaten. The Broken Circle Breakdown is in ieder geval geen gemakkelijke film, zoveel moge duidelijk zijn, maar Van Groeningen (en Heldenberg natuurlijk want die schreef tenslotte het originele toneelstuk) weten er een intens drama van te maken dat perfect de combinatie weet te vinden tussen een dikke krop in de keel en een gevoel van gelukzaligheid. En juist in dit opzicht is de film in mijn ogen zo uniek want voor elke scène die meedogenloos inhakt op je gevoel is er een evenwaardig moment van pure schoonheid. Dat Maybelle stierf was algemeen geweten maar Van Groeningen weet de ultieme mokerslag uit te delen door Elize ook te laten sterven. De eindscène waar Didier besluit zijn vrouw dan toch laten gaan om daarna een laatste eerbetoon te brengen aan haar sterfbed is een moment dat je wezenloos in je stoel achter laat. Schrijnend maar toch heeft het ook iets moois en de film verliest dit niveau nergens. En dan te bedenken dat dit op zoveel manieren fout had kunnen aflopen want dit soort films wilt nogal snel vervallen in goedkoop cashen op gevoelens maar hier werd ik gewoon stil van. Van Groeningen gaat maar eventjes uit de bocht door het toevoegen van een erg lelijke rode kleurfilter maar globaal gezien is dit een ware parel. Dat de Vlaamse film aan een opmars is, was al duidelijk maar nu legt de regisseur zijn naam als één van de primussen overduidelijk vast.
Maar dat dit niet resulteert in een tanentrekker pus sang is zonder meer ook dankzij een erg sterke muziekkeuze. Ik ben een enorme Johnny Cash fan dus een aantal van de nummers was me niet onbekend (Will the Circle Be Unbroken en Wayfaring Stranger zijn prachtig gecoverd door hem) maar nu worden ze ten gehore gebracht door een groep acteurs. Ook hier had het kunnen mislopen maar het samenspel tussen de muzikanten is prachtig om te zien. Het lijkt alsof ze al jaren met elkaar op het podium staan en ze zijn perfect op elkaar ingespeeld. Een knik hier, een blik daar en meer hebben ze niet nodig om de film iets luchtiger te maken. Maar degenen die dan toch de show weten te stelen is zonder twijfel de tandem Veerle Baetens en Johan Heldenbergh. Erg knap hoe ze erin slagen om hun relatie zo reëel op het scherm te brengen en de chemie spat er dan ook van af. En ze kunnen ook nog eens een serieus pak zingen. Wie trouwens ook sowieso niet vergeten mag worden is de jonge Nell Cattrysse die de rol van Maybelle op zich neemt. Voor zo'n jong iemand doet ze dat werkelijk uitmuntend.
De keuze om het verhaal niet chronologisch te vertellen kan ik alleen maar aanmoedigen doordat het anders te zwaar zou worden. Nu is het nog altijd een film die je bijna wezenloos laat zitten maar tegelijkertijd is er ook zoveel schoonheid in dat het het allemaal waard is. Van Groeningen flikt het in ieder geval weer. Het is dat ik nooit meteen 5* uitdeel (daarvoor moet een film meerdere kijkbeurten doorstaan) maar dit gaat er waarschijnlijk nog wel van komen.
4.5*
Bronenosets Potyomkin (1925)
Alternatieve titel: Battleship Potemkin
This is a battleship, show some respect for yourself and your men on the Potemkin
Ik was eigenlijk al tijden benieuwd naar Eisensteins Battleship Potemkin maar ik vond hem nooit in de gewone winkels en op het internet kostte hij al gemakkelijk 20€. Gelukkig bracht de zender Arte een oplossing door de film uit te zenden, al was het dan wel met Franse subs.
Dat was dan ook de reden waarom het een tijd heeft geduurd voor ik effectief aan de film begon. Nu is het gelukkig een silent film, die nooit echt een snel verhaal bevatten, maar om een film te volgen met Russische bordjes die worden vertaald is toch vrij moeilijk. Mijn Frans op zich is gelukkig dan wel weer redelijk waardoor ik toch het merendeel van de film heb kunnen meepakken. De film op zich is ingedeeld in 5 hoofdstukken waar het ene hoofdstuk soms een pak interessanter is dan het andere. Persoonlijke favoriet is toch de magnifieke trappenscène die later door DePalma werd gebruikt voor zijn epos, The Untouchables. Het probleem dat ik alleen heb bij silent films is dat ik me nooit echt zo goed kan in leven de personages en het bijhorende verhaal maar Battleship Potemkin is één van de weinige films die daar heel dicht bij komt. Ik heb eigenlijk geen idee waarom maar door de hoofdstukken bleef de film me eigenlijk heel de tijd boeien, alhoewel ik door de Franse ondertiteling sommige zaken niet al te goed meekreeg.
Ik vind het altijd moeilijk om de cast te beoordelen in dit soort films. Eigenlijk moet je als acteur niet veel doen dan wat over the top gaan met je gezichtsuitdrukkingen. Zo ook in Battleship Potemkin maar storen doet het allemaal niet. Het idee van Eisenstein om geen echte acteurs in te huren maar amateurs die gewoon leken op officiers of andere matrozen paste dan wel goed in de film. Ik zeg het nog eens, bij dit soort films moet je geen fantastische acteurs casten.
De reden waarom Battleship Potemkin wordt gezien als een filmklassieker is niet voor zijn acteurs en ook niet voor zijn verhaal maar voor de montage. Althans dat is toch wat ik had gehoord en met dit in het achterhoofd stelt Eisenstein toch wat teleur. Oké, je moet de film natuurlijk in zijn tijdsbeeld zien en in 1925 zal het vast allemaal zeer vernieuwend zijn geweest maar heden ten dage voelt het allemaal serieus achterhaald aan. Dat neemt niet weg dat ik niet kon genieten van de snelle montage en de flitsende beelden maar toch krijg ik het gevoel dat ik de film niet ten volle kan waarderen juist doordat het allemaal later verschillende keren is nagedaan. Gelukkig duurt de film ook niet te lang want vaak beginnen silent films mij nogal snel te vervelen.
Interessante film om eens een keer te hebben gezien maar in mijn ogen niet koopwaardig. Misschien als ik hem ooit nog eens zie met verstaanbare ondertitels dat mijn stem omhoog gaat maar voor nu krijgt Eisenstein een dikke voldoende.
3.5*
Bronson (2008)
Magic? You just pissed on a gypsy in the middle of fucking nowhere
Ik had al een aantal keer getwijfeld om Bronson eens op te zetten maar elke keer opnieuw koos ik toch voor een andere film. Op zich interesseerde het concept me wel maar de slechte commentaren vanuit mijn vriendengroep zorgden ervoor dat ik er toch maar wat weigerachtig tegenover stond. Gisteravond dan eindelijk eens de knoop doorgehakt en opgezet en het gevoel dat dit inderdaad niet al te best is overheerste de aftiteling.
Bronson is vooral een vreemde film geworden. Langs de ene kant heeft het sowieso zijn charme in de vorm van Bronson zelf. Een gestoorde gast die van het ene moment op de andere compleet kan omslaan en ondertussen doodleuk commentaar geeft op zijn eigen verhaal. Refn zorgt ervoor dat de film nogal wat surrealistische trekjes krijgt door een handvol interessante scènes (zo vond ik het 'dubbelgesprek' tussen Bronson en de bazin van het zottenhuis na zijn moordpoging op die pedofiel erg geslaagd) en lijkt vooral zowat zijn eigen Clockwork Orange te willen maken. Het kon me echter allemaal niet echt ten volle vastgrijpen waardoor de rustigere scènes wel erg saai aanvoelen. Erg vreemde keuze ook qua muziek maar ook dit heeft tot op een bepaalde grens wel ergens zijn charme. Na een tijd heb je het echter allemaal wel gezien en wordt het erg moeilijk om je aandacht nog bij de film te houden, vooral omdat je nooit echt enige feeling met het Bronson zelf lijkt te krijgen. De film lijkt zich op den duur dan ook meer te herhalen in een cyclus van Bronson komt in de gevangenis, Bronson hangt de beest uit en slaagt wat mensen in elkaar, Bronson wordt in bedwang gehouden en wordt daarna overgeplaatst.
Tom Hardy is dan eigenhandig ook de enige reden waarom ik er ben in geslaagd om de film in zijn geheel uit te zien. Wat die hier allemaal toont.. Pure magie. Met zijn rol in Inception had hij niet erg veel indruk gemaakt maar het komische ging hem goed af in This Means War maar dit is onwaarschijnlijk sterk. Het accent, de schizofrenie, de spiermassa, ... Werkelijk schitterend om naar te kijken. De film is dan ook eigenlijk compleet een one-man show van deze acteur geworden want de rest van de cast staat er maar wat bij. Ik heb de film gisteravond gezien maar vraag me zelfs niet wie er voor de rest nog in meespeelde want ik zou het antwoord schuldig moeten blijven.
Een film die de moeite waard is om eens gezien te hebben vanwege een aantal geslaagde scènes maar the bigger picture werkte in ieder geval bij mij niet. Hardy is geniaal in zijn rol, sowieso een acteur om in het oog te houden, maar voor de rest is hier niet bijzonder veel aan. Ik kan trouwens toch niet de enige zijn die nog nooit van Bronson had gehoord?
2*
Bronx Tale, A (1993)
It was great to be Catholic and go to confession. You could start over every week
Ik ben nu al een tijdje bezig om eens wat meer van het oudere werk van Robert de Niro te zien en dan kun je natuurlijk niet voorbij zijn regiedebuut. Het was niet de eerste keer dat ik de acteur in de regiestoel zag plaatsnemen, in 2006 deed hij hetzelfde met The Good Shepherd, maar ik hoopte in ieder geval op een wat betere film dan dat Matt Damon vehikel. Met Chazz Palminteri heb je in ieder geval al een heerlijke genre acteur ter beschikking.
En dat voel je ook in de film aangezien Palminteri werkelijk de film compleet naar zich toe trekt. Interessant wel dat de Niro er niet voor heeft gekozen om zelf de rol van Sonny op zich te nemen. Hij kiest hier voor een wat atypische rol als brave huisvader, maar dat is vooral ook doordat het op èn naast het scherm de grote Palminteri-show is. A Bronx Tale is namelijk gebaseerd op zijn toneelstuk en hij was bovendien ook bij bijna elk aspect van de productie aanwezig. In ieder geval een interessante samenwerking tussen twee grote namen die elkaar genoeg ruimte geven om hun eigen ding te doen. Het plot is misschien over de grote lijn gezien net iets te cliché, zeker de relatie tussen de volwassen Calogero en Jane is soms om te janken, maar de Niro geeft het geheel een eigen stijl. Hier en daar misschien iets teveel gaan lenen bij Martin Scorsese, zeker de soundtrack deed me daar erg aan denken, maar storen doet het niet. Valt wel op dat vooral de eerste helft van het verhaal (met de jonge Calogero) het beste stuk uit de film is.
Vooral omdat er daarin een aantal heerlijke personages passeren met dito namen. Zo'n types als Jojo the Whale, Frankie Coffeecake en Tony Toupee spreken toch tot de verbeelding. Vond de jonge Francis Capra, die in zijn carrière niet meer verder zou geraken dan eens een occasionele bijrol in een televisieserie, wel erg goed trouwens. Toch wel beter dan zijn oudere versie die hier gespeeld wordt door Lillo Brancato, al heeft die dan weer het geluk dat hij best wel wat weg heeft van een jonge de Niro. Het zijn echter natuurlijk de twee grote namen die hier de show stelen. Palminteri heeft een geweldige uitstraling en deelt een aantal leuke scènes om de Niro. Ook tof om één van die andere grote maffia namen nog in een erg klein bijrolletje te zien.
Beetje jammer wel van de slechte release van DFW. Nu heb ik hier sowieso niet veel geld voor betaald, maar dan nog.. Had soms het idee dat ik naar een VHS rip zat te kijken. Dat neemt echter niet weg dat ik hier best wel van heb genoten. Hier en daar misschien wat te voorspelbaar of niet goed uitgewerkt maar er zit genoeg kwaliteit in om hier toch nog een kleine 4* aan uit te delen
4*
Brotherhood of Satan, The (1971)
Not your baby. Our baby! Satan's Baby!
Ik ben me de laatste tijd aan het verdiepen in wat werk van William Castle en de Blu-Ray waar ik Mr. Sardonicus op heb gezien is eigenlijk een double feature met deze The Brotherhood of Satan. Ik snap echter nog altijd niet goed waarom beide films op hetzelfde schijfje zijn uitgebracht, want William Castle heeft werkelijk niets met The Brotherhood of Satan te maken en dat was toch een tegenvaller. Na de initiële teleurstelling dat dit geen film van hem is, besloot ik er echter maar het beste van te maken en ik kan nog altijd niet goed pinpointen wat maar er is iets fascinerends aan The Brotherhood of Satan.
Er zit wel een typische William Castle gimmick in trouwens. Naar het schijnt kregen de bezoekers indertijd een zakje met "Satan's Soul"-zaden bij elk bioscoopticket en zouden die zaden bescherming moeten geven tegen de heksen van de Brotherhood of Satan. Jammer dat ze zo'n dingetjes eigenlijk niet meer doen, het zou zo'n bioscoopbezoek toch net dat beetje extra geven. Dat terzijde is het meest merkwaardige sowieso hoe dit vooral aanvoelt als een Stephen King verhaal. Het plot zou zomaar geïnspireerd kunnen zijn door bijvoorbeeld Children of the Corn en Desperation maar zowaar: L.Q. Jones, Sean MacGregor en William Welch schreven het script maar liefst 3 jaar vooraleer King met Carrie debuteerde. Beetje bij beetje worden de geheimen van de Brotherhood vrijgegeven maar op zich gebeurt dat allemaal wel iets te traag, als kijker heb je al lang door hoe de vork in de steel zit. Er hangt echter wel een fijn angstig sfeertje en hoewel het hier en daar iets te theatraal oogt, zitten er toch wel een aantal toffe scènes in.
Zo vond ik die onthoofding nog wel de moeite maar laat Charles Robinson zich als priester wel te hard gaan in overacting in hetgeen erop volgt. Qua einde eigenlijk ook nog wel geslaagd. Het oogt even als een serieuze anti-climax maar ik vond het wel iets hebben dat ze dan eindelijk binnenbreken in het huis en dat er gewoon niets te zien is buiten wat spelende kinderen. Ik had wel nog ergens een kleine knipoog (een flikkering of iets dergelijks bij één van de kinderen) verwacht maar die is er jammer genoeg niet, of ik heb het gemist. Ook wel niet meteen de beste cast en dat is straf, want hier zitten wel een aantal grote namen tussen. Strother Martin (die in zijn carrière vooral veel met Sam Peckinpah, John Wayne en Paul Newman lijkt te hebben gewerkt) is nogal cliché als Doc Duncan en ook L.Q. Jones schmiert er soms iets te hard op los als de Sheriff. Wel fijn om Ahna Capri nog eens in iets terug te zien, wist niet dat ze nog in iets anders dan Enter the Dragon had gespeeld.
De film heeft hier nogal een lage gemiddelde score en ik vraag me of de teleurstelling dat dit geen William Castle film is bij anderen voor een negatieve start heeft gezorgd? Ik zou het niet weten en het doet er uiteindelijk ook niet toe. Brotherhood of Satan is tof om eens gezien te hebben en dan vooral dankzij het sfeerbeeld maar ik denk dat dit met een herziening te hard zou beginnen tegen te steken.
Nipte 3*
Brothers (2009)
Because she saw the salad dressing
Ik heb een schap in mijn DVD kast gewijd aan een speciaal soort films. waarbij het gaat om cinema die niet altijd even gemakkelijk is te verteren. Zo staan er een resem oorlogsfilms tussen waaronder The Reader en deze Brothers. Ik had de film ooit eens in een actie bij de Free Record Shop gekocht maar het was er nog nooit van gekomen om me hier eens in te verdiepen en de film lag al jaren te wachten om eens in de DVD speler gestopt te worden. Daarstraks was ik aan het zoeken naar een film om op te zetten en werd ik opeens aangetrokken naar dit oorlogsdrama.
De meesten hier lijken op voorhand geweten te hebben dat dit een remake is van de gelijknamige Deense film uit 2004 maar mocht het niet op de openingscredits tevoorschijn zijn gekomen, dan had ik het niet geweten. Op zich is het altijd jammer dat Hollywood zich laat verleiden om een remake te maken omdat het origineel in een andere taal is (een reden was dat er nu eenmaal meer Amerikaanse soldaten in Afghanistan zitten dan Deense waardoor dit een verhaal was dat het Amerikaanse publiek ging kunnen smaken en zoals we weten leest de gemiddelde Amerikaan geen ondertiteling) maar bon, Sheridan heeft me in ieder geval wel benieuwd gemaakt naar het origineel en dat is toch ook goed. Soit, wat Brothers voor mij zo uitermate interessant maakte is dat het geen typische Amerikaanse oorlogsfilm is geworden want het verhaal en de bijhorende emoties zijn zo universeel dat je dit met eender welke oorlog in eender welk land kunt laten afspelen zonder enige vorm van kwaliteitsverlies. De essentie zit hem dan ook niet in de oorlog zelf maar in het effect dat zo'n oorlog heeft op een gezin en Sheridan bouwt de film dan ook op een geslaagde manier op. Toegegeven, Brothers balanceert soms op het randje van klef zijn maar het werkt en de emoties vloeien perfect in elkaar over waardoor je met een mes de spanning kunt snijden, met de verjaardag van het jongste dochtertje als climax. Alleen jammer dat Tommy en Grace enkel maar een kus delen want het had misschien nog net iets interessanter kunnen zijn mocht er meer uit zijn voortgevloeid.
Ik had mijn twijfels over Tobey Maguire. Hij is echt doorgebroken bij het grote publiek als Peter Parker maar ik mistte iets. Iets wat ik ook niet terugvond bij kleine bijrollen zoals in Fear and Loathing in Las Vegas of zelfs bij een hoofdrol zoals in Ride with the Devil maar as God is my whitness, hier is het ontbrekende stuk te vinden. Als kapitein oogt hij op het eerste zicht wat te jong maar Maguire maakt de eerste helft van de film ruimschoots goed bij zijn terugkomst. Die ijzige blik, die woede-uitbarstingen, ... Toch is het geen solo act van Maguire want hij wordt bijgestaan door Jake Gyllenhaal (die even een break heeft moeten nemen van het filmen vanwege de dood van Heath Ledger) en Nathalie Portman. Ieder op zich is uitstekend maar wanneer ze tezamen zijn gebeurt er iets magisch. Sowieso is de cast van een hoog niveau maar degene die me het meeste opvielen waren de twee dochtertjes. Kinderen kunnen soms zo enorm irritant zijn in een film maar Bailee Madison en Taylor Geare komen er perfect mee weg.
Cliché? Bij vlagen druipt de film er inderdaad wel wat van over maar ik kan het hebben. Meer zelfs, ik kan het waarderen wanneer het op zo'n geslaagde manier als hier wordt uitgewerkt. Brothers is een film die in de eerste plaats over familie gaat en het effect van een oorlog op zo'n familie. Het geheel blijft boeien en de uitstekende cast maakt het af. Ik ben onder de indruk.
4.5*
