menu

Hier kun je zien welke berichten Metalfist als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

A-Team, The (2010)

Alternatieve titel: The A Team

3,0
You spin me right round baby, right round!

Ik heb deze film van The A-Team altijd wat gemeden. De jaren '80 reeks is er één waar enorm veel nostalgie vanaf druipt en ik kreeg de indruk dat deze nieuwe versie bijlange na niet zo goed ging zijn. Een paar dagen geleden heb ik echter de gehele reeks nog eens herkeken (+ de documentaire Bring Back the A-Team waar een poging wordt gedaan om de overlevende teamleden terug bij elkaar te krijgen) en wou dus ook wel eens zien wat ze hier dan eigenlijk mee hebben gedaan. Maar of het zo'n slim idee was om de film direct na de serie te zien?

Ja en nee. De film bevat op zich wel een aantal leuke verwijzingen, zo leren we eindelijk waar B.A.'s vliegangst vandaan komt, maar als vervolg op de serie is dit een aanfluiting. Nu is dat sowieso wel moeilijk omdat de tijden zijn verandert maar heel de setting wordt gewoonweg compleet verandert. Geen Vietnam oorlog meer, geen overval meer op de bank van Hanoi, ... en Carnahan maakt er gewoon een willekeurig Dirty Dozen team van. Op zich ben ik nog wel te vinden om de origine van het team uit de doeken te doen (al is het vrij flauw dat ze enkel en alleen bijeen komen omdat ze eenzelfde tattoo hebben) maar de A-Team fungeerden in de reeks wel altijd als huurlingen en dat is hier niet het geval. Er zijn een aantal afleveringen gewijd aan het omvergooien van een dictator bijvoorbeeld en dat had een veel betere keus qua plotlijn geweest. Wat nu rest is een cartooneske film (in de positieve zin want dat had de serie ook) waar een groep van 4 mannen de wereld gaan redden. Het over-the-top is gelukkig nog altijd wel aanwezig via onder andere het vliegen met de tank maar de echte sfeer wordt nergens benadert. Ik kan me dan ook niet van de indruk ontdoen dat ik dit hoogstwaarschijnlijk beter had beoordeelt mocht de naam van de A-Team hier niet aan vast gehangen hebben. Nu stoorde ik me regelmatig aan het compleet ontbreken van de main-theme, die we dan eindelijk in volle glorie krijgen ergens halverwege de aftiteling, maar ook de legendarische openingsdialoog ontbreekt aan het begin van de film. Als je een film van The A-Team maakt dan zijn dit aspecten die je gewoon moet houden zoals in de serie.

Ook qua cast hadden ze echt wel iets beter kunnen doen. Hetgeen me het meest stoorde was de nieuwe filosofische insteek van B.A. Wat is er in godsnaam door het hoofd van de makers gegaan toen ze besloten om één van de meest iconische personages uit een reeks compleet non-violence te maken! En hij mankeert ook nog eens al zijn kettingen en juwelen.. Volstrekt belachelijk trouwens dat hij de woorden Pity en Fool op zijn knokkels getatoeëerd heeft staan want de quote 'I pity the fool' komt zelfs niet voor in de serie maar wordt gezegd in Rocky 3. Rampage Jackson is daarbovenop ook nog eens bijlange na niet zo indrukwekkend als Mr. T dus dat was wel een teleurstelling. De drie anderen gingen me iets beter af maar Bradley Cooper is op het randje. Het continue bitches, motherfuckers en wat weet ik nog allemaal past niet bij het personage maar gewoon al het feit dat hij zich niet geschoren heeft is een dikke faux pas. Liam Neeson doet het op zich nog wel vrij çava als Hannibal maar je mist de gekheid in zijn ogen. Hannibal is on the jazz is één van de meest uitgesproken quotes in de reeks en dat gevoel krijg je hier nergens. Dan vond ik Sharlto Copley als Murdock nog het beste van de vier al is zijn coole Da Nang verdwenen... Copley heeft wel af en toe de gestoordheid van Dwight Schulz te pakken en komt op zich nog het meest in de buurt van het origineel.

De vier leden zijn natuurlijk de kern van de film maar de invulling van de andere personages was ook maar zozo. Ze recycleren een aantal figuren zoals Lynch en Morrison maar de grote tegenvaller is Jessica Biel. Nu zal dit waarschijnlijk wat seksistisch klinken maar Dirk Benedict zelf heeft ooit eens het volgende gezegd over de aanwezigheid van vrouwen in de serie: It was a guy's show. It was male driven. It was written by guys. It was directed by guys. It was acted by guys. It's about what guys do. We talked the way guys talked. It was the last truly masculine show. En dat klopt wel want de vrouwen in de reeks werden er zonder pardon uitgeschreven (meestal door de schuld van Peppard) maar fungeerden vooral eigenlijk als liefjes van Face of om de slechteriken te verleiden. Op zich is Biel dan ook een slechte keus voor Sosa doordat hier simpelweg een man voor gecast had moeten worden. De rest van de cast is op zich om niet warm of koud van te worden. Wel teleurgesteld in de cameo's trouwens. Die van Dirk Benedict is op zich nog wel geslaagd maar kort maar met Dwight Schulz had zoveel meer gedaan kunnen worden. Waarom hem dan ook laten opdraven als dokter terwijl je hem even goed tussen de andere zotten in het ziekenhuis had kunnen laten zitten. Jammer dat Mr. T niet wou meedoen maar die vond dat hij als hij niet B.A. was, dat hij niets in de film had te zoeken.

Bizar ook dat Carnahan ervoor kiest om zo weinig met het originele materiaal te doen. In het zottenhuis wordt zogenaamd een afleveringen van de reeks afgespeeld (je hoort de muziek) maar dit is geen freaking aflevering! Het is iets dat ze zelf hebben ineen geknutseld want wie wordt er gecrediteerd? G.F. Starbuck (verwijzing naar Dirk Benedict in Battlestar Galactica) en Reginald Barclay (verwijzing naar Dwight Schulz in Star Trek: The Next Generation). In plaats van wat meer ode te doen aan series/films waar de acteurs in hebben meegespeeld had hij beter de echte acteurs meer screentime gegeven. Ook het feit dat er in de reeks maar één iemand on-screen sterft en dat ze hier als muggen vallen is wat jammer maar daar kan ik op zich nog wel mee leven. Tijden veranderen en met dit soort braafheid kon je vandaag de dag niet meer afkomen.

In mijn enthousiasme blijkbaar weer wat doorgedraafd maar er zijn een aantal aspecten die ik wel kwijt moest. Als actiefilm op zich is dit bijlange na nog niet zo'n slechte film maar als onderdeel van de A-Team wordt er te vaak de bal misgeslagen. De oude reeks wordt geen eer aangedaan en meer dan een nieuw jasje is hier niet op aan te merken. Haalt het bijlange na niet bij de jaren '80 nonsens.

Kleine 3*

Aardwolf, De (1985)

2,5
Prima wildschoteltje, schat. De schepen heeft gevréten

Een tijd geleden sprak ik met Steve De Roover - regisseur van de toffe documentaire Forgotten Scares: An In-depth Look at Flemish Horror Cinema (2016) - en werd ik door zijn enthousiasme geïnteresseerd in de Vlaamse horrorfilm. Rob Van Eyck kwam een aantal keer in de documentaire voor en het rinkelde meteen een belletje dat ik al langer eens iets van hem wou zien. The Afterman leek me het interessantste te zijn, maar De Aardwolf was uiteindelijk goedkoper op DVD te vinden.

Want hoewel ik dit graag wou zien, wou ik hier nu ook weer niet teveel geld aan gaan besteden. Het is een moeilijke balans soms, maar voor een euro of 5 kun je de 30th Anniversary Edition van De Aardwolf aanschaffen en dat is op zich een koopje. Temeer omdat hier nog als extra een kortfilm van Van Eyck is toegevoegd (met Eighties-icoon Wendy Van Wanten!) maar ook omdat dit een bijzonder intrigerend filmpje is. Jarenlang onvindbaar geweest omdat een Brusselse rechter de film in beslag liet nemen vanwege de link tussen de LSP-beweging (Leading Success People was een organisatie die zich focuste op positief denken en de volgelingen liet geloven dat financieel succes aan hun voeten lag als ze de cursus volgden) en het nazisme maar dat verbod verviel dus na zo'n kleine 30 jaar. Horror is dit in ieder geval niet en ook het schandaalgehalte dat de film zich (enigszins) ongewild heeft toegeëigend is redelijk laag te noemen, maar wat overblijft is een ietwat vlotte film over een yuppie die compleet doordraait wanneer zijn bedrijf op de klippen loopt.

En die yuppie wordt gespeeld door Kurt Van Eeghem. Niet de meest begenadigde acteur van de Van Eeghem broers (Marc Van Eeghem overleed jammer genoeg vorig jaar reeds op 57-jarige leeftijd aan de gevolgen van prostaatkanker) en hij wordt liever ook niet herinnerd aan zijn rol van Tony. Geen idee waarom aangezien van Eeghem hier lekker los gaat en werkelijk elke dialoog op een heerlijk pedante toon brengt. Nellie Rosiers geeft als Nora, de vrouw van Tony, nog wat extra vuurwerk aan de rol van Van Eeghem en verder is vooral nog een minieme bijrol van Dora van der Groen het benoemen waard. Toch geraakt De Aardwolf nooit echt ver weg van het amateurisme. Zo is de herhaling in de openingsscène op het feestje ronduit irritant en had de film misschien wel te baten gehad bij een remaster. Nu is het vooral toch zien naar een ietwat verlopen VHS kopie.

Langs de andere kant heeft dat wel zijn charme eigenlijk maar dat terzijde. Aangename kennismaking met het werk van Van Eyck in ieder geval. Veel minder gefocust op horror dan ik had verwacht dus misschien dat een herziening wel eens een verhoging kan inluidden. Let vooral ook nog op de aanwezigheid van The Scabs, al zal dat niet moeilijk zijn aangezien hun gitaarriedeltje aan het begin van de film een echte oorwurm is. Maar eens op zoek gaan naar wat meer van Van Eyck en de andere namen uit Forgotten Scares.

2.5*

Abbott and Costello Go to Mars (1953)

3,5
One small step for Abbott, one giant leap for Costello

Het einde van de Abbott & Costello films begint langzaamaan in zicht te komen. Go to Mars is alweer de 32e film in een reeks van 36 maar het was ook een film waar ik een beetje schrik voor had. Nu kan ik sci-fi altijd wel waarderen (o.a. Stargate en de oude Battlestar Galactica reeks) maar die reeksen waren wel serieus bedoeld. Met films die al ettelijke jaren oud zijn, heb ik vaak wat meer moeite omdat het allemaal zo belabberd is gemaakt. Maar Abbott & Costello zouden hun naam niet waardig zijn als ze hier weer niet iets van wisten te maken.

Tijdens het kijken viel me wel op hoeveel gelijkenissen de film eigenlijk heeft met zo'n andere sci-fi 'klassieker', namelijk Missile to the Moon (1958). Het verhaal lijkt er echt redelijk hard op en de film heeft ondertussen evenveel stemmen, een lager gemiddelde maar dat is terecht want dat is nu echt een flutfilm maar daar gaat het nu niet om. Go to Mars was er zo'n 5 jaar eerder en brengt het allemaal nog redelijk leuk. Ik zeg redelijk want de film kent nog altijd wel een aantal minpunten. Zo is het eerste gedeelte van de film waar het duo in New Orleans terecht komt ten tijde van Mardi Gras terwijl ze denken dat ze op Mars zijn nogal saai. Het wordt allemaal nogal langdradig gemaakt, net zoals die raketvlucht trouwens die maar bleef duren. Gelukkig is de 2e helft van de film een stuk beter waardoor de film toch nog een zekere vermakelijkheid kent. Vanaf dat ze op de planeet Venus terecht komen breekt de film wat open en krijgen we een aantal leuke scènes voorgeschoteld. Voor de effecten moet je het hier trouwens helemaal niet doen. In '53 hadden ze nog niet echt de mogelijkheden om een deftige sci-fi flick neer te zetten (de eerste zou in mijn opzicht The Forbidden Planet zijn met een piepjonge Leslie Nielsen) maar daar gaat het, wederom, niet om. De helmen van het duo zijn nog redelijk leuk, al hadden die volgens mij een aantal gaten in zich om Abbott & Costello verstaanbaar te maken? Soit, het zag er op zich wel allemaal leuk uit maar het werd nergens hoogstaand. Eigenlijk is de filmtitel ook wel waanzinnig slecht gekozen doordat er niemand naar Mars gaat. Oké, het was het plan van het groepje dat de raket had gebouwd maar uiteindelijk komen ze op Venus terecht, na een tussenstop in New Orleans.

Het duo is wel weer eens lekker op dreef. De scène met de discussie wie Orville is, is van typisch Abbott & Costello niveau en erg vermakelijk. De raketvlucht is af en toe ook wel leuk maar duurt veel te lang maar dat ligt niet zozeer aan de hoofdpersonen. Wanneer we in de raket zaten, was het wel leuk maar er werd echt teveel geconcentreerd op het vliegen van de raket zelf. De effecten zien er al niet al te best uit en het keer op keer doorkruisen van de Lincoln Tunnel begint snel te vervelen. Waar ik ook minder over ben te spreken is de toevoeging van 2 Abbott & Costello look-alikes, namelijk Jack Kruschen en Horace McMahon. Die zijn het meeste van de tijd erg vervelend en het continue 'I'm with you' kwam mijn oren uit. Geen idee wat de makers nu eigenlijk bezielden om hen in het verhaal te introduceren want passen doet het niet. De Abbott & Costello films staan meestal ook gekend om het vele vrouwelijke schoon dat in de films passeert. Wel, dat is hier niet anders maar nu worden er wel erg veel geïntroduceerd... De vrouwen op Venus zijn namelijk allemaal Miss Universe kandidaten! Je zult dus niet echt lelijke vrouwen ontdekken op Venus.

Leuk maar niet het beste wat het duo heeft gemaakt. Abbott & Costello Go to Mars kent een aantal sterke scènes (Orville - Orvilla) maar de toevoeging van Mugsy en Harry als een slap aftreksel van het duo had nooit moeten gebeuren. de effecten zien er niet uit maar hebben wel een zekere cheesy factor waardoor dit toch nog leuk wordt. Al de Miss Universe kandidaten zijn natuurlijk meegenomen.

Kleine 3.5*

Abbott and Costello in the Foreign Legion (1950)

3,0
I feel a damp opening in the wall

Abbott & Costello in the Foreign Legion was een film met hindernissen, niet voor de makers maar eerder voor mezelf. Ik heb de film 2x moeten uitzetten omdat ik ofwel te ziek was ofwel te moe maar veel is daar volgens mij ook aan te wijten dat dit niet zo'n bijzondere film van het duo is. Het is natuurlijk alweer de 26e film in de reeks maar voor het eerst sinds lang is de regie ook niet meer in handen van Charles T. Barton maar wordt Lamont weer eens opgetrommeld sinds Hit the Ice, wat toevallig ook één van de mindere in de reeks is.

Het grote probleem is het plot. Ik ben grote fan van het duo maar ben eerlijk gezegd heel de leger/marine/... situatiehumor wel wat beu aan het geraken. Veel voelt nogal veroudert aan en de films onderscheidden zich ook nooit ten opzichte van soortgenoten in het genre. Zo ook deze Foreign Legion. Net zoals bij Hit the Ice weet Lamont niet echt de goede combinatie te vinden tussen plot en de humor want ook hier slaagt hij er in om de film een groot aantal dode momenten te laten doormaken. Spijtig maar tegelijkertijd ook verbazingwekkend want hoe kun je een film redelijk saai maken wanneer je zo'n geweldig duo tot je beschikking hebt. Het plot heeft op zich wel een aantal goede vondsten zoals de worstelscène maar over het algemeen krijg ik toch iets te vaak een net-niet gevoel. Jammer maar helaas. De film is, in tegenstelling tot een groot aantal andere films van het duo, niet echt memorabel. De routines zijn nogal dun gezaaid en de enige scènes die ik me nog kan herinneren, ik heb de film al een aantal dagen geleden heb gezien, zijn vooral te wijten aan het uitstekende spel van Abbott & Costello.

Abbott & Costello maakten hun films nogal snel achter elkaar. In hun echte hoogdagen was het niet vreemd dat er 3 titels op een jaar uitkwamen maar nu begint er toch wel wat tijd tussen de films te zitten. Op zich niet zo vreemd want de mannen worden natuurlijk al wel een dagje ouder (Abbott was ten tijde van deze film 55 en Costello was er 44 maar zou al 9 jaar later sterven) maar Costello was ook regelmatig ziek. Er waren al eens eerder opnames uitgesteld doordat één van beide ziek was (ik geloof dat Costello ook regelmatig last had van reuma) maar deze keer had Costello last van zijn gal waardoor hij een operatie moest ondergaan. Je moet het was Costello aangeven dat hij liefde voor het vak heeft want hoewel hij op een stuntdubbel kon rekenen voor alle 'zware' scènes, deed hij alles zelf in de film. Met als resultaat een paar uitgerekte pezen en een arm uit de kom. Soit, in ieder geval is het duo wel weer van hetzelfde niveau als vanouds. Patricia Medina is wel weer zo'n leuke verschijning die je wel meer tegenkomt in de Abbott & Costello films. De film kent ook wel een aantal leuke bijrollen zoals Walter Slezak die de rol van Sergeant Axmann op zich neemt. Het plot achter In the Foreign Legion gaat over een worstelaar die overduidelijk niet kan acteren. William 'Wee Willie' Davis is een beer van een vent, was professioneel worstelaar in zijn gloriedagen maar is vooral de moeite waard bij de worstelscènes.

Mindere film van het duo. De cast is op zich wel leuk maar het is vooral het plot dat wat tegen steekt. Lamont weet niet de juiste feeling op te brengen om hier een succes van te maken, mede doordat hij precies de finesse mist om een goede combinatie van verhaal en humor te maken. Jammer maar hopelijk is Meet the Invisible Man van een hoger niveau. Moet wel lukken denk ik doordat The Invisible Man één van mijn favoriete Universal Monsters film is.

3*

Abbott and Costello Meet Captain Kidd (1952)

4,0
This is heavy dirt

Ik sta wat achter met mijn Abbott & Costello films, normaal gezien was het het plan om elke week een film te zien, maar vanwege examens en allerlei andere randzaken was dat er niet meer van gekomen. Nu heb ik gelukkig vakantie maar iedereen van mijn vrienden heeft nog school dus die vrije tijd is het beste besteed aan films kijken natuurlijk. Ik had eerlijk gezegd lage verwachtingen van deze Abbott and Costello Meet Captain Kidd. Met 5 stemmen en een gemiddelde van 1.80 is dit zelfs voor MovieMeter normen ontzettend laag. Ik kende het personage Captain Kidd ook helemaal niet waardoor ik dit met enige argwaan tegemoet ging.

Geheel onterecht en het bewijs dat ik niet meer moet twijfelen aan het hilarische duo. Ik heb geen idee waarom deze zo slecht wordt gewaardeerd of waarom er hier juist meer stemmen op zijn uitgebracht dan de gemiddelde Abbott & Costello film want hij was redelijk moeilijk te vinden, althans ik heb toch serieus moeten zoeken. Misschien ligt het aan het feit dat er nergens ondertitels zijn te vinden en dat de enige versie die op het net circuleert een versie is die van TCM is opgenomen en daarmee van nogal brakke kwaliteit is? Ik zou het echt niet weten. ik blijf het vreemd vinden want deze Meet Captain Kidd is een leuke film geworden in het vergeten Abbott & Costello oeuvre. Het kan er misschien ook wel aan liggen dat ik dit soort swashbuckler films wel graag zie. De gloriedagen van Errol Flynn werden door dit genre gekenmerkt maar Abbott & Costello weten er ook wel wat van te maken. Het verhaal is wederom één van de leukste dat ik al heb gezien van het duo. In de vorige film zaten ze nog ergens in 1890, in de film daarvoor zelfs in een sprookje, en deze keer komen ze bij piraten terecht. Al vanaf de eerste scènes met het aanstekelijke Captain Kidd nummer zit je in de film om er pas uit te komen wanneer de aftiteling over het scherm rolt. Ik moet ook zeggen dat ik de muzikale intermezzo's meer en meer begin te trekken. In hun vroegere periode vond ik het soms nogal vervelend met de Andrews Sisters maar dit soort anthem-achtige nummers kunnen me wel bekoren. Om de een of andere reden zijn de Abbott and Costello Meet... films vaak het beste wat ze in hun hele oeuvre hebben gemaakt doordat de toevoeging van een bekend personage erg goed werkt. Ik zei het al, ik kende Captain Kidd niet maar wat zoeken op MovieMeter leert me dat er verscheidene films zijn met dat personage. De kracht zit hem dan ook in het feit dat dat personage met dezelfde flair op een serieuze manier wordt gespeeld. Captain Kidd blijft even straight, althans dat vermoed ik toch, zoals in de andere films maar in combinatie met Abbott & Costello wordt het hilarisch.

Ik blijf het jammer vinden dat de film wel van redelijk slechte kwaliteit is. Samen met Rio Rita blijft dit de enige Abbott & Costello film die nog altijd niet gereleased is op DVD. Waarom? Geen idee maar blijkbaar bezit Universal toch nog altijd de rechten want anders was de film al wel verschenen op publiek domein zoals met Africa Screams en Jack and the Beanstalk. Dit is trouwens de 2e film van het duo dat in kleur is verschenen, naast bovengenoemde Jack and the Beanstalk. De reden hierachter blijf ik toch nog altijd grappig vinden. Universal weigerde om een film van het duo in kleur te doen dus wat deden Abbott & Costello? Ze produceerden twee films met hun eigen productiehuis! Jack and the Beanstalk is geproduceerd door het productiehuis van Costello, deze Captain Kidd door dat van Abbott. Misschien maar goed ook want de technicolor geeft zeker en vast wel een meerwaarde aan het swashbuckler genre, ik kan me zelf trouwens ook geen enkele piratenfilm herinneren die in het zwart wit is. Vrouwen in een piratenkostuum, het blijft toch een zekere aantrekkingskracht hebben. Hillary Brooke is dan ook geknipt voor de rol van Captain Bonney en doet het ook uitstekend. Als love interest van Costello is ze perfect gecast en ze kent dan ook een aantal leuke scènes. Maar ook Charles Laughton is erg leuk. Het is zo'n acteur waarvan ik nog niets heb gezien, althans toch niet dat ik me kan herinneren, maar waarvan ik nog wel wat op de plank heb liggen waaronder een film met Marilyn Monroe (al heeft hij daar maar een erg klein rolletje in) en een paar Hitchcocks. In ieder geval nodigt deze Meet Captain Kidd wel uit om wat meer van Laughton te zien want hij speelt op een erg amusante manier. Vooral in combinatie met de altijd geweldige Abbott & Costello komt hij vaak erg grappig uit de hoek, al had ik soms wel last om hem te verstaan doordat hij nogal veel roept.

Ik heb het al meerdere keren gezegd maar ik vraag me echt af waarom dit zo slecht wordt beoordeeld. Meet Captain Kidd is een piratenfilm in hart en nieren en is hierdoor ook erg leuk om te zien, als je van het genre houd. Laughton is erg leuk, Brooke is erg mooi en Abbott & Costello zijn wederom hilarisch. Ik blijf het knap vinden met hoeveel films ze me weten te vermaken.

4*

Abbott and Costello Meet Dr. Jekyll and Mr. Hyde (1953)

4,5
The laughs are twice as monster-ous as before!

Dit was een Abbott and Costello waar ik erg naar uitkeek. De meeste Meet films vind ik erg goed (met Meet Frankenstein als uitschieter) maar Dr. Jekyll and Mr. Hyde hebben me altijd erg gefascineerd. Normaal gezien ging ik de film eergisteren zien maar daar kwam het jammer genoeg niet meer van wegens tijdgebrek maar gisteravond na de finale van De Allerslimste Mens ter Wereld heb ik me toch klaargezet voor een film waarvan ik vermoedde dat hij wel eens kon tippen aan Meet Frankenstein.

Meet Frankenstein is nog altijd wel de betere van de twee maar Meet Dr. Jekyll and Mr. Hyde komt toch wel gevaarlijk dicht in de buurt. Ik denk dat ik voor het eerste kennismaakte met de wetenschapper en zijn alter-ego in de film League of Extraordinary Gentlemen, The (2003) en sindsdien hebben ze altijd een zekere fascinatie op me uitgeoefend. Ik was dan ook razend benieuwd hoe het Abbott & Costello ging gaan wanneer ze hem tegenkwamen. In het begin is dit dan ook een nogal vreemd filmpje doordat het erg lang duurt eer het duo op de proppen komt. Wanneer ze er zijn breekt de film los maar kent dan ook nog even een korte Abbott & Costello pauze waarin het verhaal uit de doeken wordt gedaan. Er is deze keer dan precies ook meer werk ingestoken doordat het subplot met de dokter, Vicky en Bruce wel deftig wordt uitgewerkt. Op zich niet slecht want de film had wel een goed plot nodig om heel het idee van Dr. Jekyll en Mr. Hyde te kunnen introduceren. Lamont weet het dan ook allemaal goed te doseren, in tegenstelling tot zijn eerdere films waar hij soms de bal wel eens missloeg (o.a. bij Hit the Ice) maar daar spreken we nu niet over. De spanning wordt lekker afgewisseld met een paar hilarische scènes (gewoonweg alles waar Abbott & Costello in voorkomen is bijna altijd grappig) maar geen één van de factoren moet onderdoen voor een ander. Er is genoeg humor te bespeuren in de film maar er wordt ook nog altijd gebruik gemaakt van een serieus plot waarmee erg veel wordt gedaan. Muzikale intermezzo's komen alleen maar in het begin van de film voor, en dat nummer is dan nog vrij catchy. Wel nemen ze een klein loopje met heel het Dr. Jekyll and Mr. Hyde verhaal. Bij mijn weten is Jekyll altijd een goed mens geweest en was Hyde het slechtste van het slechtste. Dit resulteerde meestal in de innerlijke strijd tussen de twee maar hier is Jekyll zelf redelijk kwaadaardig. Hij schrikt er niet voor terug om in Hyde te veranderen waardoor hij dan ongestoord zijn gangetje kan gaan. Het einde is ook één van de leukste die ik al in eender welke Abbott & Costello heb gezien. In hun eerder werk was de climax van de film altijd een heuse achtervolging waar Costello meestal in de problemen geraakte en hier is het niet anders. Heerlijk vermaak en knap van Lamont dat hij zo'n evolutie heeft doorgemaakt sinds zijn begindagen met het duo.

Abbott & Costello zijn terug op hun oude niveau. Het is niet dat ze er ooit zo ver onder hebben gezeten maar films als Go to Mars zijn toch net dat tikkeltje minder dan deze. Hun chemie is weer als vanouds en de hilariteit is wederom niet ver te zoeken. Werkelijk alles wat de mannen doen, kan meestal op een lach van mij rekenen. Ze vernieuwen niet elke film maar het is altijd wel leuk om eens iets anders te zien, vooral de loopjes van Costello als hij iets fout heeft gedaan veranderen wel eens gedurende de films. Alleen moet Abbott toch echt wel eens van die snor af geraken want die ziet er verschrikkelijk uit maar vermits hij ze al een aantal films heeft betwijfel ik of hij ze ooit heeft weggedaan. Aah, Boris Karloff. De acteur die ons een aantal Universal Monsters heeft bezorgd. Zijn meest memorabele rol blijft natuurlijk die van Frankenstein en The Mummy maar als Dr. Jekyll is hij vast en zeker ook wel te pruimen. Hoewel hij gecrediteerd staat als Dr. Jekyll en Mr. Hyde, klopt dit niet doordat de stuntman Eddie Parker altijd de transformatie onderging, iets wat ook te zien is op een aantal publiciteitsstills. Soit, als Jekyll is hij in ieder geval uitstekend kwaadaardig. Daarmee is het ook goed dat ze een soort van kunstgreep hebben uitgevoerd om Jekyll kwaadaardig te maken want een goede Karloff? Neen, dat komt niet over. Craig Stevens is zo'n typische oude acteur. Een mooi gezichtje en een tikkeltje talent om te acteren maar niet goed genoeg om echt onderscheid te maken met andere soortgelijke acteurs. Hij doet het hier zeker en vast niet slecht maar is op zich niet memorabel genoeg om een indruk achter te laten. Neen, dan slaagt Helen Westcott als Vicky daar beter in. Al kan dat wel aan mij liggen, ik heb namelijk zoals de meeste mannen een zwak voor vrouwelijk schoon, maar ze kan ook zeker en vast een serieus potje acteren. De show wordt natuurlijk gestolen door Abbott & Costello en Karloff maar Westcott doet het ook zeker en vast niet slecht.

Uitstekende film in de reeks. Meet Frankenstein blijft beter maar dit komt echt echt wel in de buurt. Abbott & Costello blijven hilarisch en de toevoeging van Karloff maakt het er alleen maar leuker op. Het plot verloopt lekker, kent genoeg diepgang en de transformatie ziet er, voor die tijd, uitstekend uit. Op naar de volgende film!

4.5*

Abbott and Costello Meet Jerry Seinfeld (1994)

4,0
Abbott & Costello van voor de films

Gisteravond was ik eigenlijk een Marx Brothers film zien maar ik was redelijk moe en koos toch voor iets korter. Toen kwam ik tot de conclusie dat ik deze Meet Jerry Seinfeld nog had liggen en dat die vrij kort was. Ik heb nog altijd moeite met het compleet afsluiten van het Abbott & Costello oeuvre (ben nu aan de documentaires bezig) doordat ze zo'n geniaal duo waren maar dit kon wel eens uitermate interessant zijn dus was ik wel benieuwd geworden.

Ik had voor deze film eigenlijk nog nooit van Jerry Seinfeld gehoord maar zijn rol is hier dan ook compleet verwaarloosbaar. Seinfeld lijkt dit niet puur uit geldklopperij te doen maar wilt wel degelijk een ode aan het duo brengen waar hij mee is opgegroeid. En hij doet dat goed! Er wordt gekozen om er geen one-man show van Seinfeld van te maken met sporadisch een verwijzing naar Abbott & Costello maar er worden echt talloze oude filmpjes boven gehaald. Ik heb alle films van het duo gezien maar nog niets van The Abbott & Costello Show of the Colgate Comedy Hour maar in dit opzicht is deze documentaire/compilatie ook een uitstekende vondst doordat er enorm veel materiaal uit die periode wordt bovengehaald. En dat blijkt dan ook nog eens geniaal spul te zijn. Ik heb me in ieder geval kostelijk geamuseerd en ben nu nog benieuwder geworden naar hun burlesque periode, lijkt me fantastisch om daar wat van te zien. Maar dat is nog niet het enige want we krijgen ook verschillende home videos te zien van zowel Abbott en Costello solo maar ook verschillende fragmenten waarin ze bij elkaar zijn te vinden met hun familie. In dat opzicht biedt deze Meet Jerry Seinfeld dan ook een geweldige blik in een periode die ondertussen al compleet vergeten is. Want eerlijk is eerlijk, Abbott & Costello zijn geweldige komieken maar jammer genoeg zijn ze in de loop der jaren vergeten en is dit soort home videos erg moeilijk te vinden.

Er wordt ook een poging gedaan om het leven van Abbott & Costello uit de doeken te doen maar daar is jammer genoeg te weinig tijd voor. De speelduur van 45 minuten is sowieso al erg kort en wanneer je daar de verscheidene fragmenten van af trekt, dan schiet er bijzonder weinig over voor geïnterviewden. Toch doet Jerry Seinfeld nog wel zijn best want we krijgen een aantal erg interessante personen te zien zoals Lou Costello Jr. en Bud Abbott Jr. Voor de rest krijgen we voornamelijk een hele hoop leuke anekdotes over hun films (hoe ze in Japan tijdens de 2e Wereld Oorlog de film Buck Privates lieten zien aan hun soldaten om duidelijk te maken hoe achterlijk de Amerikan waren) maar ook erg fijne weetjes over hun persoonlijke levens. De continue vriendelijke competitie tussen de 2 vrienden (de ene richtte een productiestudio op dus deed de ander dat ook) blijft interessant om te zien. Als afsluiter krijgen we dan ook nog eens de geniaalste uitvoering van de Who's on First routine uit The Naughty Nineties en een beter einde had je simpelweg niet kunnen hebben want in die enkele routine zit voor mij de kracht van Abbott & Costello, namelijk (iets wat in de film ook wordt gezegd) het duidelijk maken van wat beide partijen bedoelen maar tegelijkertijd ook begrijpen waarom de ander het niet snapt. De timing is weergaloos, ze zijn zo goed op elkaar ingespeeld (zelfs wanneer er moest worden geïmproviseerd) en het blijft verdomd jammer dat men ze nu niet meer herinnert. Vergeet Chaplin want Abbott & Costello dat zijn de echte komieken wiens humor tijdloos is gebleven.

De korte speelduur is een mankement en ook de 2 lookalikes die achter Seinfeld rondlopen zijn vervelend maar de vele fragmenten zijn goud waard. Abbott & Costello op hun best en Seinfeld geeft een eervol tribuut aan hen. Al lijkt me dit enkel voer voor de echte Abbott & Costello fan, voor Seinfeld moet je het al niet doen.

4*

Abbott and Costello Meet the Invisible Man (1951)

3,5
You forgot to say the mouse went up the clock!

Deze Abbott & Costello heb ik exact een week geleden gezien maar door ziek te zijn (in dezelfde nacht als dat ik deze film heb gezien notabene), is het er niet van gekomen om een recensie te typen. Nu zal ik nog een poging wagen maar jammer genoeg is de film niet bijster memorabel en ben ik al een groot gedeelte vergeten...

De verwachtingen waren nochtans hoog gespannen. De eerste Abbott & Costello Meets... film was een schot in de roos bij mij, het ging hier trouwens over degene met Frankenstein. En nu ging het duo kennis maken met één van mijn favoriete Universal Monsters, namelijk The Invisible Man. Jammer genoeg is het toch niet zo'n succes geworden als ik had gehoopt. Veel is volgens mij te wijten aan de verandering van regisseur. Charles Barton staat bekend als de beste regisseur die het duo heeft gehad in hun carrière (met reden want films als Meet Frankenstein, Meet the Killer, het vervolg op Buck Privates en The Time of their Lives zijn een aantal uitstekende films) maar sinds In the Foreign Legion is de fakkel weer overgedragen aan Charles Lamont, die al eens eerder een poging waagde met Hit the Ice maar keer op keer stuit ik op dezelfde 'ergernis'. Lamont weet nog altijd geen goede combinatie tussen humor en verhaal weer te geven. Al is dit misschien niet compleet zijn schuld want deze film was oorspronkelijk bedoeld om een vervolg in The Invisible Man reeks te zijn. Het was pas toen Meet Frankenstein een succes werd, dat er werd besloten om hier wat meer mee te doen. Op zich een leuk idee maar met Barton aan het roer had dit volgens mij een stuk beter tot zijn recht gekomen. Nu krijgen we een op zich wel leuke film met een aantal verwijzingen (o.a. een foto van Claude Rains) maar de echte genialiteit ontbreekt. Vooral doordat de film een nogal serieus kent. Naast dat de film al een soort van halfbakken herinterpretering van The Invisible Man Returns is, zijn er ook niet echt routines te ontdekken in de film (iets waar ik Abbott & Costello toch enorm voor waardeer). Ook toch nog even de special effects want die zien er wel weer ontzettend mooi uit. Een aantal scènes zijn jammer genoeg over genomen van The Invisible Man Returns maar dat neemt niet weg dat het op zich wel goed gemaakt is.

Toch blijft het een geweldig hilarisch duo, die twee. Mocht dit een film zijn met andere acteurs dan zou ik dit waarschijnlijk helemaal niet zo goed waarderen. Echter toen ik op een dag eens ziek was (een andere moment dan nu), begon ik aan twee films die ik op de decoder had staan en die waren zo leuk dat ik ineens aan de rest begon. Met reden want ondertussen heb ik al meer als 10 jaar van het leven van het duo overbrugt en ze blijven altijd hilarisch. Ze zijn uitmuntend op elkaar ingespeeld maar hun beste werk komt echt tot hun recht in films als deze. Films waar ze vrienden/broers/collega's/... zijn en in hetzelfde schuitje zitten. De stommiteiten van Costello, de droge opmerkingen van Abbott, ... Voor sommigen is het misschien veroudert, ik kan er in ieder geval erg hard van genieten. Leuk weetje is misschien dat de achternamen van de hoofdrollen (Bud Alexander en Lou Francis) eigenlijk Abbott & Costello hun middelste namen zijn. Arthur Franz is op zich wel leuk in combinatie met Costello, vooral de gevechten in de ring zijn de moeite waard, al is dit natuurlijk ook weer dankzij Costello. De Abbott & Costello films zitten altijd wel vol met schone klassieke deernen en daar is deze ook weer geen uitzondering op. Nancy Guild is de love intrest van Franz, vaak is die eer weggelegd voor Costello, maar ze doet het op zich best wel leuk. Niets hoogstaand natuurlijk maar ook zeker en vast niet slecht en net zoals in praktisch elke Abbott & Costello geldt dat voor de hele cast.

Een lichte teleurstelling doordat ik had gehoopt dat de combinatie van één van mijn favoriete humoristische duo's met één van mijn favoriete Universal Monsters wel eens de moeite kon zijn. Dit is jammer genoeg niet het geval maar toch is het nog altijd wel een film die de moeite waard is in het grote oeuvre van de twee komieken.

3.5*

Abbott and Costello Meet the Keystone Kops (1955)

4,0
Abbott en Costello met zelfspot

Ik had nog nooit van de Keystone Kops gehoord. Ik had het vermoeden dat het weer zo'n Universal klassieker zou zijn zoals Frankenstein, Captain Kidd en The Invisible Man maar het fijne wist ik er niet van. Ik had echter geen twijfel dat Abbott & Costello hier niet iets leuks van wisten te maken.

Op zich hebben de Keystone Kops eigenlijk niet meer bijster veel met de film te maken, er werd zelfs even getwijfeld om de titel van de film te veranderen naar Abbott and Costello in the Stunt Men. Van dat idee zij ze blijkbaar dan toch weer afgestapt maar het had eigenlijk niet veel uitgemaakt. De Keystone Kops komen dan ook alleen maar naar het einde toe tevoorschijn. Maar net zoals Abbott & Costello, is de populariteit van de Keystone Kops blijkbaar gigantisch gedaald in de loop der jaren. Oorspronkelijk was de groep van incompetente politie agenten goed voor een aantal erg gewaardeerde shorts maar nadien kwamen ze in contact met sterren als Chaplin in Tillie's Punctured Romance. Dit speelde zich allemaal af in de jaren 1912 - 1917 maar met de intrede van de geluidsfilm was het gedaan met de Kops. In dat opzicht is het wel mooi dat Abbott & Costello er een hele film aan wijden en ze maken er ook mooi gebruik van. Ik heb, voor ik aan deze recensie, wat opgezocht van de Kops en dan blijkt dat Abbott & Costello met respect de gloriedagen van het groepje politiemannen terug leven in blazen. De achtervolging was vaak erg hilarisch en als ik het internet moet geloven, was dit echt typisch Keystone materiaal met zelfs nog een paar authentieke acteurs uit de gloriedagen. Wel jammer dat er zo bijzonder weinig van is te vinden van de groep. Een hele boel acteurs blijven nog altijd onbekend en zelfs vandaag de dag komen er nog shorts op de proppen waarin o.a. Chaplin is te zien voor hij bekend werd.

Het verhaal van Abbott and Costello Meet the Keystone Kops is ook wel om van te smullen. Vooral omdat er zoveel zelfspot is te ontdekken in de film. Zo komen ze ongewild in de filmbusiness terecht als stuntmannen worden ze daarna als komisch duo geportretteerd. Het hilarische was dat ze dit in de film eerst niet wouden doen omdat ze toch onmogelijk grappig konden zijn en dat ze rasechte drama acteurs zijn. Erg leuk en met de nodige ironie zorgen deze paar scènes ervoor dat Meet the Keystone Kops een ondergewaardeerde film is geworden. Ook het subplot met de film in de film en de regisseur Joseph Gorman/Sergei Toumanoff is erg leuk. Ik vraag me soms echt af waarom de film zo'n slechte waardering krijgt want dit kan voor mijn part meten met Buster Keaton, Marx Brothers en is zelfs beter dan Chaplin, die sowieso al vreselijk overgewaardeerd is. Ook de typische humor van het duo is weer aanwezig. Vooral de openingsscène is hilarisch (de film waar Costello naar is aan het kijken ziet er trouwens ook erg goed uit. Ik denk dat het Uncle Tom's Cabin is, die trouwens al eens werd geparodieerd door Abbott & Costello in The Naughty Nineties). Sowieso is hier wel weer wat leuks te ontdekken. Het duo weet een aantal erg leuke scènes te brengen zoals de hierboven genoemde openingsscène en de inbraak in het huis van Gorman. Ik ga het duo echt missen wanneer ik aan Dance With Me, Henry ga aankomen, wat Abbott & Costello's laatste film is. Gelukkig heb ik nog 3 documentaires/compilaties en 2 films met Costello apart maar toch, zo'n komisch duo ben ik nog nooit tegen gekomen. Er verschijnen een paar authentieke Keystone Kops, wat sowieso al een meerwaarde geeft aan de film, maar Fred Clark geeft een soort Howard Hughes-achtige indruk aan zijn personage en het is een leuke toevoeging aan de film. Vooral in de inbraakscène weet hij de show te stelen, iets wat niet gauw is weggelegd voor een andere acteur die niet Abbott of Costello noemt. Lynn Bari is niet echt zo bijzonders maar weet nog een leuke diva neer te zetten. Ook helemaal geweldig natuurlijk is de cameo van Mack Sennett, de bedenker van de Keystone Kops en regisseur van hun shorts. Daaruit blijkt dat de film toch niet zomaar is gemaakt om even rap geld te maken maar dat het bronmateriaal wel met respect wordt behandelt.

Wederom een erg leuke en erg ondergewaardeerde film van het duo. Hun later werk wordt vaak als het minste gezien maar titels zoals deze Meet the Keystone Kops en Meet Dr. Jekyll and Mr. Hyde bewijzen het tegendeel. Natuurlijk zijn er soms zwakkere films te ontdekken in hun oeuvre van 36 (!) films maar deze is er zeker en vast geen van. Erg leuk allemaal.

4*

Abbott and Costello Meet the Killer, Boris Karloff (1949)

4,0
The culprit and the murderer

Na Abbott & Costello Meet Frankenstein zat er een pauze tussen de Meet films. Africa Screams, Mexican Hayride en The Noose Hangs High zaten er tussen en ergens vond ik dat jammer want Meet Frankenstein was van zo'n hoog niveau dat ik benieuwd was naar de andere films. Gisteravond was het dan eindelijk zover en zette ik me klaar voor de enige acteur die in Meet Frankenstein ontbrak, namelijk Boris Karloff.

Oorspronkelijk was dit eigenlijk helemaal niet voor Abbott & Costello bedoelt. Normaal gezien ging de rol naar Bob Hope, die rond de jaren '40 serieus furore had gemaakt met zijn Road to films, maar doordat Meet Frankenstein zo'n groot succes was, en met reden, werd er geopteerd om nog een soortgelijke film te maken. Het script werd herschreven, Bob Hope werd niet meer gevraagd en Meet the Killer was geboren. Op zich voelt de film dan ook niet echt aan als een ware Abbott & Costello film. De vergelijking met Who Done It uit 1942 is nogal snel gemaakt en Meet the Killer is van ongeveer hetzelfde niveau, ware het niet dat ik daar ook het plotje als minpunt zag. Het probleem is gewoon dat het duo hilarisch zijn in hun routines en de meeste films spelen daar dan ook perfect op in. Wanneer je echter een film zoals deze bekijkt dan merk je dat er wel een poging is gedaan om de humor er in te steken maar dat het allemaal net niet is. Een gebrek aan routines, hoewel het verwissel van de lijken al voorkwam in Hold That Ghost dus technisch gezien wel een routine is, maar gelukkig weet de film dit gemis op vele andere vlakken goed te maken. Zo heeft de film op zich wel een leuk wie-is-de-dader plotje en is het einde nog redelijk verrassend, al kan dat aan mij liggen want ik suck in plottwisten te zien aankomen. Ik had toch wel serieus mijn twijfels doordat de moordenaar (of de culprit natuurlijk) al in de titel bekend werd bekend gemaakt. De film speelt hier dan ook op in door de gehele tijd te insinueren dat Karloff effectief de dader is, samen met zijn drie partners in crime. Echter wordt je als kijker op het verkeerde been gezet doordat uiteindelijk de hotelbaas heeft geflikt. Leuk, maar niet echt hoogstaand natuurlijk. Abbott & Costello behoren tot mijn favoriete komieken maar ik heb ze wel liever als ze een gewoon verhaal maken want voor een detective komt het soms toch allemaal wat te gedateerd over.

Waarom dan toch 4*? Wel, vooral voor de bijrol van Karloff. Jammer genoeg is deze niet al te groot, de rol want Karloff zelf is een boom van een vent, maar hij weet het wel met verve te spelen. De scènes in combinatie met Costello zijn goud waard. Gelukkig dat Barton uiteindelijk dan toch Karloff in de film heeft gestoken want oorspronkelijk was zijn rol voor een vrouw geschreven! De film ging dan ook simpelweg Abbott and Costello Meet the Killer noemen tot 4 dagen voor het filmen men opeens op Karloff stuitte. Hij accepteerde de rol en de titel werd verandert, gelukkig. Het duo Abbott & Costello zelf zijn wel weer zoals altijd hilarisch. Het valt me wel op dat ze precies minder en minder 'samen' spelen. Daarmee bedoel ik dat in de vroegere films ze altijd wel in hetzelfde schuitje zaten maar in de latere films zijn ze meestal nog wel aan elkaar gerelateerd (vrienden, familie, ...) maar over het algemeen is Abbott de meer succesvollere van de twee in de film. Ook hier is Costello maar een simpele Bell Boy terwijl Abbott toch weer net iets meer is. Ach, storen doet het niet en de combinatie van de twee blijft toch nog altijd goud waard. Deze keer weer geen Shemp, wat wel jammer is want ik had gehoopt hem terug wat meer te zien doordat hij in Africa Screams meespeelde, maar de rest van de cast is goed genoeg om dit gemis te overtreffen. Karloff steelt natuurlijk de show van de bad-guys maar zijn handlangers weten zich goed te redden.

Leuke who done it maar eentje die vooral wordt gered door de sterke prestatie van de cast. Het duo is van eenzelfde niveau als altijd maar Karloff steelt regelmatig de show. Het verhaaltje verloopt vlot, kent genoeg humor om mij te amuseren, zeker als je bekijkt dat dit 25e film is die ik van Abbott & Costello zien. Vernieuwend zijn ze nergens maar hilarisch zijn ze zeker.

Kleine 4*

Abbott and Costello Meet the Mummy (1955)

Alternatieve titel: Meet the Mummy

3,5
It has been said that a man's best friend is his mummy...

Toen ik een week vakantie had, heb ik er eens werk van gemaakt om mijn achterstand met de Abbott & Costello film wat teniet te doen. Missie geslaagd en nu resten me nog maar 2 films waarvan de eerste deze Meet the Mummy is. De Meet films van het duo zie ik meestal wel graag en ik had hier wel grote verwachtingen van omdat de Mummy één van mijn favoriete Universal Monsters is.

Beetje jammer dan wel dat dit gewoon over een mummie gaat en niet de Mummy die gecreëerd was door Boris Karloff en co. Hoewel er wel redelijk duidelijke verwijzing is (in elke Mummy film buiten het origineel noemde de mummie Kharis en hier is het Klaris geworden) is er voor de rest niet echt veel te bespeuren van het origineel. Maar deze lichte teleurstelling was al licht verteerd want ik dacht wel dat Abbott & Costello hier weer een leuk filmpje van wisten te maken. En dat is het ook wel geworden, al is het niet één van hun beste werken. Het verhaal zelf is best wel leuk en er komen een aantal routines in voor die we al lang niet meer hebben gezien in één van hun films. Favoriet is toch wel het gerotzooi met het lijk dat elke keer op een andere plaats terecht komt. De reactie van Costello is echt goud waard. Toch zijn er jammer genoeg een aantal inzakkingen in de film waardoor het allemaal soms nogal saai overkomt. Gelukkig is het einde waar er 3 mummies zijn hilarisch en doen er weer veel woordgrapjes intrede in de film. Het is wel leuk om eindelijk eens Costello's bekende 'Hey Abbooooooott' roep origineel in de film te horen. Al is dat wel raar want zowel in het script als op de aftiteling worden Abbott & Costello gecrediteerd als Peter Patterson en Freddie Franklin maar in de film zelf worden hun gewone namen gebruikt. Abbott and Costello Meet the Mummy is trouwens ook de laatste film die het duo voor Universal zou maken. De pap met de Universal Monsters was blijkbaar op (nogal logisch als je bekijkt dat ze Frankenstein, de Invisible Man, Dracula, de Wolf Man en Dr. Jekyll and Mr. Hyde zijn tegengekomen in hun films) maar daarmee kwam er dus een einde aan de samenwerking met Universal die voor al hun films heeft geduurd met uitzondering van Rio Rita, Lost in a Harem, Abbott and Costello in Hollywood (die werden gemaakt toen het duo werd uitgeleend aan MGM) en Dance With Me, Henry die hierna zou volgen.

Abbott & Costello zijn wel weer erg leuk in hun rol. Hoe slecht een film ook is, zij weten er bijna altijd een leuke film van te maken. Oké, ze hebben hier en daar een misstap gehad in hun carrière maar Meet the Mummy is er daar niet één van doordat er een aantal leuke scènes worden geïntroduceerd. Het was al weer een tijd geleden dat we een aantal woordgrappen voorgeschoteld kregen maar dat zit hier dus wel goed. De routine met het lijk die ik hierboven vernoemde is ook weer van hun niveau. Toch blijf ik het jammer vinden dat men niet Karloff hiervoor heeft kunnen strikken. Oké, het is meer een parodie op de latere vervolgen op het origineel uit '32 maar het is niet dat Karloff zich nog nooit in een Abbott & Costello film heeft laten zien. Met zijn toevoeging had dit wel eens een uitstekende film kunnen zijn maar het heeft niet mogen zijn. Wel leuk dat Eddie Parker deze keer de rol van Kharis op zich neemt net zoals hij dat in de vervolgen van de Mummy doet, al was hij toen wel stunt double van Lon Chaney Jr. De rest van de cast is op zich niet slecht maar het wordt nergens memorabel en dat is iets waar acteurs in de vorige films toch in slaagden.

Een leuke film maar zeker niet hun beste werk. Abbott & Costello stelen nog altijd de show maar zelfs zij kunnen het mindere plot en cast niet doen vergeten. Gelukkig zijn er nog een aantal routines die wel erg geslaagd zijn waardoor de film toch nog op een goede score uitkomt. Vermakelijk maar ik prefereer toch de Meet Frankenstein of Meet Dr. Jekyll and Mr
Hyde films.

3.5*

Above Suspicion (1943)

4,0
There's a practice blackout tonight

Ik ben best wel een fan van TCM maar het is wel vervelend dat ze gedurende een periode altijd dezelfde films uitzenden. Het is daarmee ook het beste om altijd eens voor een paar maanden de zender niet te checken zodat je daarna een bijna geheel vernieuwd aanbod hebt. Above Suspicion was zo'n film die ik daarvoor nog nooit was tegen gekomen maar trok meteen mijn aandacht vanwege het hoge Hitchcock gehalte dat de korte inhoud heeft.

En de uiteindelijke uitwerking voelt ook enorm Hitchcock aan vanwege vele misverstanden rond valse identiteiten en het gebruik van muziek als belangrijk plotelement (deed Hitchcock trouwens niet een soortgelijke moord zoals Thorley hier doet op de Duitse officier in één van zijn films?) maar Thorpe slaagt er in om geen klakkeloze kopie van te maken waardoor Above Suspicion helemaal niet aanvoelt als een slap aftreksel. Het basisconcept van de film is op zich redelijk standaard (een koppel op huwelijksreis moet gaan spioneren) en we hebben het al meermaals gezien in de loop der jaren maar vooral het eerste gedeelte is vrij suspensevol en erg aangenaam om te zien. De film is middenin de tweede Wereldoorlog gemaakt en op dat punt heeft het de tand des tijds niet doorstaan doordat het allemaal nogal hard naar propaganda ruikt. Over Duitsland kan er maar bitter weinig positief worden gezegd en elke Duitser blijkt wel een schimmig persoon te zijn. Is dat erg? Bwah, ik stoorde me er in ieder geval niet enorm hard aan doordat dit gewoon de tijdsgeest bevat. Pluspunt trouwens dat de personages wel hun oorspronkelijke taal spreken. Duitsers spreken dus effectief Duits en dat is toch aangenaam om te zien want dat wordt te vaak over het hoofd gezien.

Joan Crawford. Een bekende naam maar tot mijn grote schaamte had ik er hiervoor nog niets van gezien, althans toch niet dat ik me kan herinneren. Crawford had vanaf 1925 alleen maar films voor MGM gemaakt maar dit zou haar laatste voor de studio worden. Ze was niet meer content met de kwaliteit van de scripts en besloot op te stappen. Of deze film de druppel is geweest lijkt me onwaarschijnlijk want met uitzondering van het wat abrupte einde is er niet veel slechts op aan te merken. Crawford speelt haar rol met schijnbaar plezier en de wisselwerking Fred MacMurray is zeker en vast te pruimen. Ik heb een tweetal dagen geleden een Sherlock Holmes collectie met Basil Rathbone gekocht. Ik had echter nog nooit van de man gehoord maar ben altijd wel te vinden voor Sherlock Holmes verfilmingen maar soit, die neemt hier de rol van de Duitser Sig von Aschenhausen op zich en doet dat erg goed. Ben benieuwd geworden naar zijn invulling van de meest bekende detective ter wereld. Ook de bijrollen zijn van een solide niveau.

Above Suspicion is uiteindelijk een suspensevolle propagandafilm geworden die erg vaak aan Hitchcock doet denken. Crawford had liever Hitch als regisseur gezien in plaats van Thorpe maar het resultaat mag er imho wel wezen. Het einde voelt wat afgeraffeld aan maar de intrige is sterk en de cast is navenant.

4*

Abraham Lincoln: Vampire Hunter (2012)

3,0
We'll be late for the theater!

Om de horroravond die we gestart waren met Alone in the Dark II en Wrong Turn 4 af te sluiten kozen we voor één van de Abraham Lincoln meet Vampires/Zombies film. We hadden ze allebei tot onze beschikking en waren wat aan het twijfelen welke van de twee we eigenlijk gingen zien. Uiteindelijk dan toch voor de meer bekendere versie gegaan. Niet echt een idee wat we goed moesten verwachten maar Bekmambetov zijn stijl kwam in Wanted goed tot zijn recht dus ik was wel benieuwd wat hij hier van ging maken.

Op visueel vlak is dit dan ook een geslaagde film. De vechtscènes zien er goed uit en het gebruik van de slow-motion past in de film. Het is dan ook jammer dat de vampiers op zich er niet zo goed uitzien. Als longtime Buffy/Angel fan heb ik wat een vastgeroest beeld qua vampiers maar wat Bekmambetov er hier van maakt zag er maar vrij lelijk uit. Ook de regels die de regisseur rond de vampiers gebruikt zijn op zijn minst merkwaardig te noemen. Dat ze elkander niet kunnen doden was op zich nog wel een toevoeging (al wordt het wel vrij inconsistent gebruikt) waar ik mee kon leven maar het feit dat ze niet tegen zilver kunnen is natuurlijk compleet van de pot gerukt. In de loop der jaren zijn de regels rond vampiers menig maal herschreven maar dit is toch de ultieme karaktertrek die aan weerwolven wordt toegewezen. Op zich niets mis met het herschrijven van een aantal aspecten maar zorg er dan op zijn minst voor dat het geen aftreksel wordt van een ander legendarisch monster. De toevoeging van 3D was zoals gewoonlijk volstrekt waardeloos maar bon, dat is toch tegenwoordig de standaard bij dit soort films.

Altijd tof om Alan Tudyk terug te zien. Als er nu één acteur is die dringend wat meer in films moet gaan verschijnen, is hij het wel. Hier heeft hij een compleet onbelangrijke bijrol en hij verdwijnt geruisloos van het scherm om hem nooit meer terug te zien maar ik ben al blij dat hij zich eens wat kan mengen met grotere Hollywood producties. Om de één of andere reden dacht ik dat James McAvoy de rol van Lincoln ging spelen maar blijkbaar is die naar Benjamin Walker gegaan. Een vertolking die op zijn minst merkwaardig is te noemen doordat hij pas in de laatste 10 minuten van de film gebruik maakt van het kenmerkende stemgeluid van Lincoln. De rest van de cast met Dominic Cooper op top doet wat ze moeten doen maar zijn weinig memorabel.

Een origineel idee en de uitwerking kan er ook wel mee door maar toch is 105 minuten te lang voor dit soort nonsens. Het laatste stuk waar Henry terug in een bar zit en met iemand (een toekomstig president?) praat had echt niet gehoeven. Visueel ziet dit er vrij goed uit maar hier had toch net iets meer in kunnen zitten.

3*

Absolutely Fabulous: The Movie (2016)

3,5
Oh, darling

Nooit verwacht eigenlijk dat ik deze Absolutely Fabulous nog eens in de cinema ging kijken. Gisteren echter een dag Oktoberfest gehad en dan was vandaag meer een katerdag voor ondergetekende en zijn kameraden. Hoe die beter te spenderen dan in een donker cinemazaaltje naar een komedie te gaan kijken. Het probleem met Cinema Corso in Stuttgart is echter dat die niet bijzonder veel films hebben en dat dit eigenlijk de enige is die we nog niet hadden gezien. Ach, kunnen maar proberen natuurlijk.

En als ik eerlijk moet zijn, ik heb me wel geamuseerd. Ik heb vroeger wel eens wat afleveringen van Absolutely Fabulous gezien en heel de totstandkoming heb ik ook wel met een half oog gevolgd vanwege talkshows als Graham Norton (die een leuke cameo heeft trouwens) maar ik zou niet weten of dit effectief mooi aanleunt bij de serie. Wat ik wel weet is dat dit een vlot ogend filmpje is dat wel eens de bal wilt mis slagen, maar waar best wel veel fun van afstraalt. Veel gedoe, gevloek en gewoon van de pot gerukte scènes maken dit een erg vermakelijk anderhalf uurtje. Dat neemt echter niet weg dat de film op zich naar het einde toe wat begint te slepen en dat Saunders er niet in slaagt om tot een goede spanningsboog te komen. Zeker het einde voelt nogal haastig aan en dat is op zich toch wel zonde.

Veel cameo’s en dan denk ik dat ik het merendeel ervan zelfs nog niet heb herkend. Ben zelf niet zo thuis in dat modewereldje, maar ben altijd wel te vinden voor een flinke dosis zelfspot en dan is het wel leuk om te zien dat zo’n Kate Moss of Stella McCartney dat toch wel hebben. Saunders en Lumley dragen natuurlijk de volledige film en zijn na al die jaren een heerlijk geroutineerd koppel geworden. Verder blijkbaar ook een feest van herkenning van personages die vaak ettelijke jaren later opeens nog eens tevoorschijn komen. Dat komt niet altijd even goed over, vond het contrast tussen Saffy en Eddy nu toch een beetje te oud geworden, maar het geeft gelukkig wel wat leukere scènes.

Kan aan de omstandigheden liggen natuurlijk, maar ik heb me best wel goed vermaakt. Saunders blijft een leuke actrice en de chemie met Lumley blijft overeind staan. Beetje jammer van die bijrol van Rebel Wilson, toch een actrice waar ik een hartsgrondige hekel aan begin te hebben, maar de scène met Lumley maakt veel goed.

3,5*

Accattone (1961)

3,0
Pasolini en de pooier

Pasolini is zo'n regisseur waar ik al jarenlang tegenaan loop te hikken. Ik heb in de loop der jaren een drietal films van hem aangeschaft (I Racconti di Canterbury, Il Vangelo secondo Matteo en Salo), maar om de één of andere reden is het er nog nooit van gekomen om eens een poging te wagen. Naar aanleiding van de documentaire van Abel Ferrara wordt er een Pasolini reeks in Cinema Zuid gehouden waarvan Accattone de eerste was.

Accattone was meteen ook het debuut van Pasolini zijn filmcarrière. Met een verfilming van twee van zijn eigen boeken (Boys of Life en A Violent Life) maakte hij de switch van schrijver naar regisseur (iets wat blijkbaar indertijd voor verbazing moet hebben gezorgd), maar je voelt jammer genoeg ook dat dit een debuut is. Het lijkt wel alsof Pasolini een aantal gokjes waagt met wat zou werken en wat niet en het resulteert in een nogal trage film die echt wel wat compacter had gemogen. De bekommeringen van de laagste klasse in Italië is op zich boeiend genoeg materiaal om mee te werken (Visconti's Rocco e i Suoi Fratelli dat een jaar eerder werd uitgebracht onder andere), maar Accattone kabbelt maar wat voort. Al wil ik dit niet geheel aan Pasolini wijten, want de print die ik gisteren onder ogen kreeg was gewoon erg zwak. Sommige stukken werden gewoon niet ondertiteld en het was daarbovenop nog eens een vrij onduidelijke ondertiteling qua kleur, want je kon de tekst niet meer lezen eenmaal Accattone een wit hemd aanhad. Aangezien ik geen Italiaans spreek wordt het zo wel lastig natuurlijk.

Er is iets met de stijl van Italiaanse films. Het is soms zo overdreven, zo houterig en tegelijkertijd zo fascinerend. Accattone is misschien wel één van de best gelukte anti-helden. Hij is een mengelmoes van een hoop slechte kwaliteiten (onder andere lui, werkschuw, liegen en bedriegen) en is bovendien nog een pooier die van zijn zoontje steelt om een cadeau voor zijn nieuwe vriendin te kunnen bekostigen, maar de waarop Franco Citti het titelpersonage speelt is schitterend. Vond voor de rest vooral de vrouwen eigenlijk nog echt overtuigend. Accattone's vrienden zijn niet echt het toonbeeld van goed acteren, maar Franca Pasut (Stella) en Silvana Corsini (Maddalena) matchen goed met Citti.

Ik wil de film nog wel eens opnieuw een kans geven, maar dan in een opgepoetste transfer. Ik hoop in ieder geval dat de overige films wat van een betere kwaliteit zijn. Soit, Accattone is een film waarin je de hand ziet van een regisseur die wel tot iets groots in staat zou kunnen zijn. Benieuwd of dat ooit gebeurd is.

3*

Ad Fundum (1993)

4,0
Het vliegend tapijt

Nu De Slimste Mens ter Wereld weer volop in de gang is, dan komen de gebruikelijke moppen over de carrière van Erik Van Looy als regisseur weer bovendrijven. Meestal gaat het om de vele versies van Loft en het feit dat de Amerikaanse release zo lang heeft geduurt, maar het herinnerde me er wel aan dat ik zijn regiedebuut hier nog ergens op DVD had rondslingeren. Nu mijn studentencarrière er sinds kort opzit leek me dit wel het perfecte moment om Ad Fundum eens op te zetten.

Ik ben zelf wel geen lid geweest van een studentenclub, maar als voormalig student in Antwerpen kan ik me wel vinden in de reacties dat wat Van Looy hier op het scherm toont wel wat overdreven is. Al is de film ondertussen toch ook alweer een dikke 20 jaar oud en schijnt heel het studentenleven wat getemperd te zijn. Soit, het is echter niet de eerste keer dat een bepaald gegeven enkel als kapstok wordt gebruikt en dat bepaalde aspecten serieus uitvergroot worden. Gelukkig levert dat soms wel een interessante film op en dat is het geval bij Ad Fundum. Van Looy weet het studentenleven leuk te schetsen, zeker de massa scènes waren geslaagd, en het lukt hem zelfs om de film geleidelijk aan te laten overgaan naar een rechtbankthriller (blijf ik toch graag zien, indien sterk uitgevoerd) en hoewel het einde weliswaar wat over the top is, laat het je wel met een gevoel van voldoening achter.

Vooral verbaasd hoeveel bekende koppen hier eigenlijk aan meedoen. Van Looy had weliswaar al twee kortfilms geregisseerd (Dr. Tritsmans en Yuppies), maar slaagt er hier in om een hele hoop bekend volk, vaak in hun jonge jaren, voor de camera te krijgen. Normaal gezien niet zo'n fan van Sven de Ridder, maar dit doet hij goed. Ook Tom Van Landuyt en Mathias Sercu overtuigen, maar het is vooral een heerlijk arrogante Tom Van Bauwel die de show steelt. Vreemd ook dat we nadien niets meer hebben gehoord van Tania Poppe. De partner in crime van de praeses en een heerlijke bitch. Zwakste schakel, en dat zullen ze op deze site graag horen, was de Nederlandse Margot van Doorn. Ze zorgt met Van Landuyt ook voor de meest misplaatste scène in de film, de seksscène na de rechtszaak, en het nut van speciaal een Nederlandse cast in te schakelen ontgaat me eerlijk gezegd. Het is niet dat dit een Nederlandse co-productie is.

Wel grappig dat uitgerekend Erik Van Looy zo'n verhaal voor zijn debuut koos. De man was tot sinds kort nog nooit zat geweest en had überhaupt zelfs nog nooit een pint aangeraakt. Dat neemt niet weg dat hij hier een sterk verhaal van bier, vriendschap en liefde weet te maken dat van het begin tot het einde blijft boeien.

4*

Adam's Rib (1949)

3,0
Licorice, mmmm. If there's anything I'm a sucker for, it's licorice

Vandaag is Hemelvaart dus dit betekent geen les dus dit betekend automatisch ook nog eens uitslapen. Gisteravond was dus de perfecte gelegenheid om nog eens film voor het slapen op te zetten en de keuze viel op deze Adam's Rib. Tot nu toe ben ik nog altijd geen grote fan van de films met Tracy en Hepburn in de hoofdrol maar vermits ze er zo'n 9 hebben gemaakt, vermoed ik dat er toch één goede moet tussen zitten. Plus ik zie Hepburn erg graag spelen dus dat is altijd mooi meegenomen. Jammer genoeg is dit ook weer niet de film geworden die me overtuigd waarom het duo zo succesvol was dat ze er nog veel 'vervolgen' van hebben gemaakt..

Adam's Rib is gebaseerd op het waar gebeurde verhaal van William Dwight Whitney en zijn vrouw Dorothy Whitney die Raymond Massey en zijn ex-vrouw Adrienne Allen verdedigde en met zo'n concept lijkt het me niet al te moeilijk om een film te maken die vol zit met snedige dialogen tussen het koppel. Jammer genoeg is daar maar bitter weinig van te merken en zijn er maar een paar handvol momenten die het verwachtte niveau halen. Deze battle of the sexes is daarentegen vrij voorspelbaar en de invulling zelf komt ook helemaal niet geloofwaardig over. Ik vond het in ieder geval een interessant uitgangspunt dat een overspelige vrouw erger zou zijn dan een overspelige man maar het komt gewoon niet echt over. Hoewel er vandaag de dag nog zo'n vooroordelen zijn (ik denk meteen aan het feit dat een vrouw vaak een slet wordt genoemd als ze met meerdere mannen sex heeft gehad terwijl dit voor een man een bepaalde status geeft) voelt Adam's Rib nogal oubollig aan. Ergens ook wel logisch natuurlijk want we spreken hier over een film van ondertussen meer dan 60 jaar oud maar toch, blijft jammer dat het de tand des tijds niet heeft doorstaan.

Gelukkig redt het samenspel tussen Hepburn en Tracy de film nog grotendeels. Hoewel mijn eerste kennismaking met de twee me erg slecht beviel (Pat and Mike was die film trouwens) wisten ze me in Sea of Grass toch wel weer te overtuigen. Hier doen ze op datzelfde niveau verder maar worden ze wederom weer compleet onderuit gehaald door het verhaal en de andere cast. Het is nochtans leuk om Tom Ewell nog eens te zien. Ik ken hem alleen maar uit The Seven Year Itch waar hij fantastisch is en hier is hij, in zijn voor de rest wel erg kleine bijrol, erg leuk. Ook Judy Holliday doet het erg leuk en heeft een paar amusante opmerkingen maar degene die eigenhandig voor een hele boel irritaties zorgde was David Wayne die de rol van Kip op zich nam. Man, wat een enorm vervelend personage was me dat! De rest van de bijrollen zijn nu niet meteen noemenswaardig doordat toch alle aandacht naar Tracy en Hepburn gaat.

Een wel erg feministisch getinte film die vooral door het trage tempo, het ietwat ongeloofwaardige en oubollige verhaal de tand des tijds niet heeft doorstaan. Hepburn en Tracy doen het leuk maar ik betwijfel of de film nog bekend had geweest mocht dit met andere hoofdrolspelers geweest zijn. Cukor blijft toch altijd een twijfelgeval bij mij.

Nipte 3*

Adjustment Bureau, The (2011)

4,0
You don't have free will, David. You have the appearance of free will

Ik weet niet goed waarom, maar ik dacht altijd dat The Adjustment Bureau een romantische film pur sang was. Het verbaasde me dan ook toen ik in de tv-gids zag dat dit gebaseerd is op een kortverhaal van Philip K. Dick. Een schrijver wiens werk sinds Blade Runner, al heb ik Do Androids Dream of Electric Sheep altijd een veel mooiere titel gevonden, meerdere keren is verfilmd. Ik heb ondertussen al wel wat verfilmingen achter de kiezen, maar The Adjustment Bureau was blijkbaar compleet aan me voorbij gegaan.

Ik had wel mijn twijfels of de combinatie van sci-fi en romantiek wel ging werken. Het zijn twee werelden die naar mijn gevoel niet zo goed samen gaan, al was The Time Traveler's Wife een meer dan aangename verrassing, maar op de romance van David en Elise is niets aan te merken. Ik vind het gegeven van het bureau en het Grote Plan sowieso al interessant en het is jammer dat George Nolfi zijn goesting uiteindelijk niet helemaal heeft kunnen doordrukken. De film bouwt op naar een climax waar je de chairman ontmoet en de scènes waren zelfs al geschoten. Het interessante hieraan is dat de rol was weggelegd voor actrice Shohreh Aghdashloo, maar de distributiemaatschappij durfde de film niet uitbrengen met een moslim in de hoofdrol dus moest de climax terug opnieuw gefilmd worden.. Je merkt het op zich niet dat de climax maanden later is gefilmd (en het is nog altijd een vrij bevredigend einde), maar ik had toch graag het originele slotstuk gezien.

Matt Damon, ik weet nooit goed waar ik me aan moet verwachten wanneer hij in een film meespeelt. Hij is hier in ieder geval meer op zijn plaats dan in zijn recente sci-fi vehikel (Elysium) en de chemie met Blunt is uitstekend. Daar zit hem voor mij dan ook de kracht van de film want heel het plot steunt op deze twee personages, maar je gelooft ook effectief dat David en Elise voor elkaar bestemd zijn. Visueel zit de film ook nog wel goed in elkaar. De achtervolgingen hebben de nodige pit, maar ook het reizen door de deuren ziet er verzorgd uit.

Aangenaam verrast in ieder geval. Het valt me op dat de verhalen van Philip K. Dick me altijd wel weten te boeien, al ben ik zelf meer een Aldous Huxley of Arthur C. Clarke fan, maar The Adjustment Bureau staat anno 2014 nog garant voor een vermakelijke en intelligente sci-fi met romantische invloeden of vice versa. Het is dankzij Blunt en Damon, die het geheel nog net iets extra geven, dat er een halfje meer bijkomt.

4*

Adventures of Don Juan (1948)

4,0
History's Boldest Lover . . . Most Daring Swordsman!!

Ik was gisteren eigenlijk van plan om Adventures of Robin Hood, The (1938) nog eens op te zetten voor een herziening tot ik me opeens herinnerde dat ik nog ergens Adventures of Don Juan had liggen met dezelfde hoofdrolspeler, Errol Flynn. Flynn gaf het verhaal van Robin Hood een leuke flair mee en ik was eerlijk gezegd wel benieuwd of hij dit ook als Don Juan kon afbrengen.

Voor deze vraag is er eigenlijk maar één antwoord en dat is een volmondig ja. Flynn, die in zijn off screen leven al bekend stond als een casanova, zet de rol van Don Juan met verve neer. Het is nog maar de 2e film die ik met hem in de hoofdrol zie maar hij weet op een charmante manier en met een zekere flair de rol compleet naar zich toe te trekken om die nooit meer los te laten. Hij is nobel, idealistisch, uitermate romantisch en snel met woorden maar toch kun je niet meer dan sympathie op wekken voor de man. Ik lees hier ook commentaren dat hij hier in zijn mindere periode zat maar daar was in mijn ogen niets op aan te merken, hij kwam even goed over als in Robin Hood. Adventures of Don Juan is meer een one-man show van Flynn maar dat neemt niet weg dat de rest van de cast ook niet de moeite waard is. Zo is er de prachtige verschijning van Queen Margaret in de vorm van Viveca Lindfors, vroeger hadden ze toch echt een aantal mooie en klassieke diva's. Robert Douglas zette ook een uitstekende bad guy neer als Duke de Lorca. Ook vond ik die dwerg bij vlagen vrij grappig, deed me hard denken aan Nick Nack uit de James Bond film The Man With the Golden Gun, maar ik vind jammer genoeg zijn naam niet bij Imdb.

Adventures of Don Juan is nog eens een echte swashbuckler film. Het is een tak van de cinema waar ik nog niet zo heel veel mee heb, ik heb er ook nog niet zo veel films van gezien maar dat mag gerust veranderen. Ik heb nooit een boek over Don Juan gelezen (ik heb er hier wel ergens één liggen maar ik heb geen idee of dat een origineel is) dus ik kan ook moeilijk beoordelen of het verhaal zich trouw houd aan het boek. Is dit niet het geval dan kan dat geen kwaad want Sherman levert een uitstekend verhaal af dat nergens verveelt en dat de kleine 2 uur zo doet voorbij vliegen. Of het nu de vele liefdescapriolen zijn of de energieke gevechten, alles is ontzettend vermakelijk. De reden hiervoor is zonder twijfel het uitstekend in elkaar gestoken decor. Alles ziet er realistisch uit en door Technicolor krijgt het nog net even dat extra tintje. Ik vind het ook wel leuk dat ze niet alleen Don Juan laten zien als casanova maar ook effectief als een man die enkel vrede voor zijn land wou en uitstekend kon vechten. Wat wel jammer is, is dat er voor sommige stukken gebruik gemaakt is van beelden uit Flynns andere films zoals Adventures of Robin Hood of Private Lives of Elizabeth and Essex waar Flynn zelfs 9-10 jaar jonger is dan hier.

Flynn is simpelweg Flynn en zet hier wederom een uitstekend personage neer. De rest van de cast is ook gewoonweg solide en het verhaal verloopt vlot. De decors zien er magnifiek uit en hoewel er gebruik is gemaakt van beelden uit andere films stoort dit niet echt.

Dikke 4*

Africa Screams (1949)

3,5
That's the kind of girl I dream about. But you should see the ones I get

Africa Screams is één van de twee Abbott & Costello films die ik op DVD bezit. Best wel jammer eigenlijk, het duo behoort tot mijn favorieten maar om de een of andere reden zijn de films hier ontzettend moeilijk te vinden. Je kunt alleen maar boxsets kopen die dan ook nog niet eens compleet zijn waardoor je waarschijnlijk een aantal titels dubbel hebt. Zonde maar ik doe het dus nu maar via een alternatieve versie. De reden waarom ik dit opbreng is eigenlijk om te zeggen hoe waardeloos Nederlandse ondertiteling eigenlijk is. Normaal gezien kijk ik altijd met Engelse subs of zonder maar Nederlands komt dus echt niet over. Traag ondertiteld, foutief vertaald en sommige grappen worden gewoon overgeslagen. Ach, je kunt misschien ook niet meer verwachten van het Classic Movies label dat meestal films verkoopt voor 1 euro...

Soit, over naar Africa Screams. Ik heb de zwart-wit versie gezien (de originele dus) want doordat niemand de filmrechten bezit waardoor de film in publiek domein is beland. Dit komt er op neer dat er een groot aantal verschillende maatschappijen deze film kunnen uitbrengen met als resultaat dat er nogal geëxperimenteerd is met de film. Zo is er ook een kleuren versie te vinden, die met de computer is ingekleurd, en naargelang de screens die ik op internet vind, ziet dat er nog niet zo vreselijk slecht uit. Dit terzijde, ik ben sowieso al iemand die het origineel wil zien dus ik ben blij dat ik de zwart wit versie heb gezien. Abbott & Costello komen deze keer in, zoals de titel al doet vermoeden, Afrika terecht en geraken daar weer in allerlei situaties. Op zich is dit dan ook wat een mindere film van het duo doordat er wederom weinig plaats is voor de bekende routines. Ook de vele conversaties tussen beide komieken lijkt serieus geknipt te zijn doordat er in het eerste halfuur niet zo bijster veel grappigs gebeurd. Gelukkig breekt de film in de tweede helft helemaal los en is het weer ouderwets genieten geblazen. Costello die in de leeuwenkooi terecht komt, de achtervolging door de inboorlingen, ... Typische Abbott & Costello humor die werkelijk nooit gaat vervelen. De film speelt zich zogenaamd af in Afrika maar daar is niet zo bijster veel van te merken. Compleet gefilmd in Nassour Studios in Los Angeles bevat de film nogal veel mannen in dierenpakken. De Orang Oetangs zien er vaak nogal fake uit, het is echt overduidelijk dat er een man inzit, maar langs de andere kant is de scène met de leeuwen dan wel weer van een erg hoog niveau. De krokodil ziet er het meeste van de tijd ook goed uit, alleen af en toe iets te mechanisch, maar gezien de tijdsgeest waarin dit is opgenomen (70 jaar geleden!) is dit allemaal nog wel erg hard te pruimen. Zo zie je maar dat goede humor tijdloos is.

Ze blijven toch een geweldig duo met twee. Het zal wel gaan vervelen dat ik dit bij werkelijk elke film zeg maar hun timing is zo uitstekend op elkaar ingespeeld. Hier kunnen veel zogenaamde komische duo's echt nog veel van leren. Costello is overduidelijk de meer grappige van de twee maar hij had bijlange na niet zover kunnen raken zonder de hulp van Abbott. De manier waarop hij altijd met zo'n uitgestreken gezicht weet rond te lopen is fascinerend en hilarisch tegelijkertijd. Ik ben al blij dat deze film eens wat meer aandacht krijg dan alle andere Abbott & Costello films (waarschijnlijk doordat hij gemakkelijk en goedkoop op DVD is te vinden) want op zich staat het met de populariteit van het duo wel op een extreem laag puntje. Natuurlijk ook fantastisch dat de ultieme Stooge van de Three Stooges ook weer van de partij is. De fans weten natuurlijk dat ik het over Shemp Howard heb. Het was geleden van It Ain't Hay (zo'n 6 jaar voor deze) dat hij nog in een Abbott & Costello had meegespeeld. Ik begon hem werkelijk te missen en ik hoop dat hij nu weer wat regelmatiger optreed. Voor de rest kent de film nog wel een paar bekende gezichten. Zo is Max Baer van de partij en gedurende film zat ik me maar af te vragen waarvan ik hem kende tot het me ineens te binnen schoot bij het gevecht waar Boots "I'll hit you harder than Louis ever did" zegt. Max was een bokser die nog tegen Primo Carnera heeft gevochten. Ook leuk om te zien dat Boots en Grappler eigenlijk in het echt broers zijn.

Africa Screams is op zich wel leuk, vooral de tweede helft van de film, maar het haalt toch wederom niet het niveau van de echte toppers. Abbott & Costello blijven hilarisch, Shemp is uitermate cool en de toevoeging van de twee boksers is leuk maar ik krijg weer een net-niet gevoel. Jammer voor Barton maar helaas, gelukkig is een 3.5* ook nog altijd een goede score.

3.5*

African Queen, The (1951)

3,5
Nature, Mr. Allnut, is what we are put in this world to rise above

Langzamerhand begint John Huston wel één van mijn favoriete regisseurs te worden. In de loop der jaren wel wat van hem gezien (dit is nummer 9 geloof ik, weliswaar nog altijd maar een fractie van zijn oeuvre), maar het duurde even eer ik doorhad dat het telkens dezelfde John Huston was die voor een aantal dikke 3,5*, een aantal 4* en zelfs 1x 4,5* zorgde. Jammer genoeg was mijn volgende film van hem, Moulin Rouge, niet echt een succes te noemen. Hierdoor bleef The African Queen dan ook stof verzamelen totdat ik eindelijk nog eens zin had in zo'n ouderwetse avonturenfilm.

En het is een film die wel gezien mag worden. Voor een groot stuk opgenomen in toenmalig Belgisch Congo levert Huston een vermakelijke avonturenfilm af over een man en een vrouw die besluiten om een Duits schip te laten zinken. Vermakelijk dus, maar ook niet meer dan dat en ik mis de hand van Huston die Night of the Iguana en In This Our Life net dat beetje extra wist te geven. Het is een mengelmoes van romantisch gezwijmel en een aantal McGyver/A-Team avant la lettre toestanden die af en toe op de klippen gaat. Vooral naar het einde gaat de film wat uit de bocht (met onder andere de trouw, al zorgt die scène wel voor een schitterende quote) en dat is toch zonde. Qua effecten nog vrij sterk eigenlijk. Toegegeven, de screens die je af en toe ziet zien er vreselijk lelijk uit (een hekelpunt dat wel vaker voorkomt bij dit soort oude films) maar vond de afdalingen voor de rest er wel geslaagd uitzien. Plus, het filmen op locatie helpt bij dit soort films ook wel.

Katherine Hepburn als oude vrijster, het is een rol die ze wel eens meer op zich nam. Beetje vreemde keuze eigenlijk, want het is een beeld dat ik nooit met de actrice associeer. Soit, de stijl van Hepburn is er één die je moet liggen en voor de rest is dit weer een kolfje naar haar hand. Ik ben iets minder te spreken over Humphrey Bogart. Sowieso al niet één van mijn favoriete acteurs uit deze tijdsperiode, maar hij verzilverde voor de rol van Charlie Alnutt zijn enige Oscar. Zal wel aan mij liggen, maar hij heeft betere (en jammer genoeg ook slechtere) rollen. De film steunt vooral op de interactie tussen Hepburn en Bogart en in dat opzicht valt hier nog wel wat te beleven. Een paar leuke scènes, vond vooral het stuk waar Rose alle Gin overboord begint te kappen wel tof, en Hepburn trekt Bogey naar een hoger niveau. Vond het voortdurende slapstick muziekje wel wat een afknapper trouwens.

Goh, ik ben altijd wel wat positiever bij het oude Hollywood. Het is een stijl van filmen die je vandaag de dag niet meer terugziet en dat geldt ook voor de combinatie Huston - Hepburn - Bogart. Vooral een film die een legendarische status heeft gekregen rond een aantal randzaken (het filmen op zich, de hele ploeg die aan dysenterie lijdt met uitzondering van Bogart en Huston omdat die enkel Whiskey dronken, ..) maar een klassieker is het inderdaad niet.

3,5*

Afscheid, Het (1966)

Alternatieve titel: Les Adieux

3,5
Verhavert doet Michiels, opnieuw

Ik blijf het een interessante regisseur vinden, die Roland Verhavert. Met De Zachtmoedige en met De Loteling heeft hij twee degelijke films gemaakt, maar ik bleef wel elke keer zitten met het gevoel dat er iets meer in had kunnen zitten. Op goed geluk heb ik indertijd bijna het volledige oeuvre van Verhavert redelijk snel na elkaar kunnen bijeen krijgen, dus dan maar eens de volgende in rij proberen en dat was Het Afscheid.

De tweede keer dat Verhavert een boek van Ivo Michels verfilmde (het eerste verfilmde boek was Meeuwen Sterven in de Haven) en naar het schijnt is dit een film die perfect in het verlengde ligt van Meeuwen. Het had misschien handig geweest om dat op voorhand te weten, maar ik betwijfel of het nu zoveel verschil uitmaakt aangezien dit eigenlijk perfect als een Verhavert-film aanvoelt. Opnieuw een ietwat klinisch en afstandelijke aanpak en een film die het vooral moet hebben van zijn dialoog. De titel dekt de lading in ieder geval volledig, want eigenlijk gaat het een goede 80 minuten lang over afscheid nemen. Afscheid van vrouw en kinderen, afscheid van collega's en afscheid van een zekere manier van leven. Tot een climax komt het nooit en toch blijf je als kijker wel gebiologeerd hangen. Het is moeilijk uit te leggen waarom, want eigenlijk het enige wat je ziet is een boot en wat cafés maar de manier waarop Verhavert dit allemaal registreert is hypnotiserend.

En je hebt natuurlijk Julien Schoenaerts ter beschikking, een acteur die je standaard van de eerste seconde hypnotiseert. Julien was in 1966 even oud als dat zijn zoon Mathias nu is en dan is het eigenlijk erg vreemd om te zien hoe hard die op elkaar lijken. Er waren echt momenten dat ik dag dat ik Mathias zag, de appel valt daar in ieder geval niet ver van de boom. Schoenaerts trekt als Pierre Wesselmans de film nagenoeg volledig naar zich toe, maar dat is niet zonder Senne Rouffaer gerekend. Die zat in '66 in volle Kapitein Zeppos mode (een jeugdfeuilleton van de toenmalige BRT) en speelt hier een collega van Schoenaerts. Een op het eerste zicht redelijk belangrijk figuur in het geheel, maar hij gaat er met een sisser tussenuit. Dan is vooral de Nederlandse Petra Laseur nog de moeite waard als vrouw van Pierre en weet Kris Betz als conducteur ook nog wel indruk te maken op het einde.

Geweldig mooie filmposter trouwens, maar dat telt ook voor onder andere De Loteling. In ieder geval de derde film die op 3.5* kan rekenen. Ik verwacht eerlijk gezegd nog net iets meer van Meeuwen Sterven in de Haven maar wie weet kan Verhavert me met nog iets anders veranderen. Zijn kortfilm Ansfred van Antwerpen is ook nog de moeite trouwens. Ben benieuwd naar de rest!

3.5*

Age of Adaline, The (2015)

4,0
Well, you've seen one, you've seen 'em all

Ik was eerst van plan om The Age of Adaline links te laten liggen. Iets wat vooral te wijten was aan het gevoel dat dit een soort van Benjamin Button film ging worden en die stelde indertijd wat teleur. Het was eigenlijk vooral de aanwezigheid van de immer bevallige Blake Lively dat ik dit nog wel eens een kans wou geven. Zo gezegd, zo gedaan en wat blijkt? The Age of Adaline is een serieuze meevaller geworden.

Weliswaar eentje met de nodige schoonheidsfoutjes (ik had nu niet echt een voice-over nodig om te begrijpen wat er aan de hand was, al moet ik toegeven dat ik langs de andere kant wel gecharmeerd was doordat het me qua stijl wat deed denken aan Pushing Daisies), maar de film bevat een zekere aantrekkingskracht die ik wel kon waarderen. Toegegeven, heel het plot is nogal vergezocht en toch zorgt Lee Toland Krieger er nergens voor dat het te cliché of te klef wordt. Leuke wending ook nog met William die ineens op de proppen komt als vader van Ellis en vanaf dan krijgt de film wat meer vaart met een aantal erg leuke scènes. Plus, elke film die het geniale Simple Twist of Fate van Bob Dylan op een geslaagde manier weet te verwerken heeft sowieso een streepje voor. De goede afloop is te verwachten, alsook het feit dat Adaline na het tweede ongeval opeens toch terug ouder wordt, maar soms wil je gewoon eens een keer niets anders.

Zucht, Blake Lively. Met Gossip Girl ben ik na een tijd opgehouden omdat ik teveel tijd tussen de afleveringen liet en niet meer echt mee was met de intriges, maar de blonde schone stond sindsdien wel op mijn netvlies gebrand. Hier doet ze het ook meer dan behoorlijk en weet ze de film uitstekend te dragen. De chemie met Michiel Huisman had misschien net iets beter gemogen, maar naar het einde toe werkt het wel perfect. Ook met Harrison Ford leek het wel te klikken en die laatste speelt misschien wel één van zijn beste rollen van de laatste jaren. Kudos trouwens aan de casting director, want je gelooft direct dat Anthony Ingruber een jonge William moet voorstellen.

Aangenaam verrast dus. The Age of Adaline pretendeert niet veel te zijn (romantiek triomfeert en de rest van de vragen die je bij dit plot kunt stellen op wetenschappelijk worden gewoon uit de weg gegaan), maar is gewoon erg goed in hetgeen het moet zijn. En liever een volledige film dan zo'n film die niet weet welke richting hij juist moet uitgaan.

4*

Ah! Les Belles Bacchantes (1954)

Alternatieve titel: Femmes de Paris

1,0
Louis de Funès en Leopolda

Boxsets, ik vind het toch ietwat een vergiftigd geschenk. Het is natuurlijk tof om (soms ook nog voor weinig geld) een resem films in eenzelfde thema te kunnen aanschaffen, maar het is irritant wanneer er nadien een nieuwe boxset uitkomt met daarin dezelfde films plus eentje die er vorige keer nog niet bijzat. Het was me voorgevallen bij deze Ah! Les Belles Bacchantes en ik was dan ook blij toen ik dit een tijd geleden opeens apart tegenkwam op DVD. Als Louis de Funès completist uiteraard meegenomen.

Al vind ik het dan wel weer jammer dat ik hier uiteindelijk de volledige prijs voor heb betaald. De dvd was een euro of 6 à 7 dacht ik, maar dat is zeker al de helft teveel. Het enige dat hier merkwaardig aan is, is het vele vrouwelijke naakt. Toch ietwat onverwacht voor een film uit deze periode, al ben ik misschien wat teveel jaren '50 Hollywood gewoon, maar voor het overige is dit vreselijk saai. Gedurende anderhalf uur zitten we naar een generale repetitie van een toneelstuk te kijken waar elke sketch/performance vreselijk lang lijkt te duren. Het defilé zonder jurken, het ontstaan van de aarde (elke keer een vrouw laten paraderen met als thema het licht, het donker, de wind, de vrouw etc) maar er is gewoon ook geen enkele lijn in het verhaal te bekennen. Jawel, de lijn van zoveel naakt in een film maar ook dat geraak je op den duur beu.

Vooral gezien van Louis de Funès natuurlijk en hij is het enige lichtpuntje in het geheel. Zijn performance als politieman die het merendeel rondloopt als een kip, inclusief geluidjes, is het beste aan heel de film. Samen met de sketch rond de strandkleedkamers, maar ook dat is vooral vanwege de Funès. Wel grappig om een hoop namen (onder andere Jacqueline Maillan, Colette Brosset, Jacques Legraste en Mario David) te zien die later opnieuw met de Funès zouden samenspelen, alleen jammer dat ze hier compleet waardeloos zijn. Was ik trouwens de enige die vond dat Raymond Bussières, de loodgieter, wel erg hard op Buster Keaton leek?

Neen, ik kon hier bitter weinig mee. Het is dat ik het vervelende trekje heb dat ik een film compleet gezien wil hebben vooraleer ik er een stem aan kwijt kan, anders had ik dit snel afgezet. Nu heb ik me gewoon anderhalf uur vervloekt waarom ik hier mijn tijd aan vergooi. Een amusante de Funès en 1 (!) sketch die me kon bekoren. Dan ben ik nog erg royaal met mijn score.

1*

Aile ou la Cuisse, L' (1976)

Alternatieve titel: Wie Dan Leeft, Wie Dan Zorgt!

4,0
Louis de Funès en de vele kostuums

Van deze L'Aile ou la Cuisse had ik eigenlijk vrij hoge verwachtingen doordat mijn moeder hem indertijd in de cinema was gaan kijken en er nog altijd goede herinneringen aan had. ik had helemaal geen idee wat ik moest verwachten maar toen ik hoorde dat de Funès de rol van restaurantcriticus op zich ging nemen, was ik al overtuigd dat dit wel eens erg leuk zou kunnen worden.

En dat is ook het geval want L'Aile ou la Cuisse blijft vandaag de dag eigenlijk nog vrij actueel. Het is het symbool van de Franse aanklacht tegen Amerikaanse fastfood en wegrestaurants en ik kan me eigenlijk best wel in hun gading vinden. Maar het valt vooral op dat L'Aile ou la Cuisse bovenal een goede verhaallijn heeft, iets wat in de rest van het oeuvre van de Funès soms wel eens wilt tegenvallen. Jammer genoeg valt de film op zich nogal uiteen in twee delen (de bezoekjes aan restaurants en de strijd tegen Tricatel) waardoor het als geheel niet altijd even goed lijkt te passen, zeker wanneer vader en zoon aan hun inbraak in de fabriek beginnen lijken het twee aparte films te zijn. Beetje zonde maar gelukkig zijn beide delen van een evenwaardig niveau en is het alleen de lijm die hen aan elkaar moet plakken wat minder. L'Aile ou la Cuisse wordt ook als één van de klassiekers van de Funès gezien maar er zitten dan ook veel legendarische scènes tussen zoals het moment waarop hij die emmer water in zijn gezicht krijgt. Dat is gewoonweg één van de beste de Funès momenten die ik al ben tegen gekomen.

Maar wat voor een geniaal acteur was dat eigenlijk ook. In maart 1975 begon de Funès echter hartproblemen te krijgen waardoor hij geruime tijd niet meer mocht acteren. L'Aile ou la Cuisse was dan ook zijn terugkeer naar het grote scherm (hij zou in 1983 overlijden aan een hartaanval) en het is te merken dat dit inderdaad een iets rustigere rol is. Het heeft als effect dat de Funès (een tikkeltje) ingetogener speelt maar de hierboven genoemde scène met de emmer water getuigt juist hierdoor van grote klasse. Zijn uitbarstingen zoals in Oscar heb ik hem nooit meer weten doen maar dit is toch evenwaardig. Doordat dit terug zijn eerste wapenfeit na 3 jaar was, wouden de marketing mensen alleen zijn naam in het groot op de posters vermelden en die van Coluche in een kleiner formaat. Het was de Funès zelf die hiertegen was en die eiste dat beide namen even groot waren. Een nobele daad van de Fransman en hoewel Coluche in het begin van de film niet helemaal tot zijn recht komt, ontpopt hij zich nadien als een geslaagde komische toevoeging.

Een paar schitterende scènes (de Funès als Amerikaan met dat roze pak!) zorgen ervoor dat dit één van de beste films uit zijn carrière is. Blijkbaar ook één van de bekendste op het aantal stemmen af te gaan maar dat is dus volledig terecht. De kolerieke Fransman is als vanouds heerlijk op dreef en met Coluche vormt hij een goed duo. Meer van dit!

4*

Airplane! (1980)

Alternatieve titel: Flying High

3,5
Don't call me Shirley

Ik moest vandaag een programmeerproject verdedigen (voor de geïnteresseerden, het was Mastermind) maar ik moest om 10u15 en mijn volgende les was pas om 13u15... Wat doe je dan? Juist, je kijkt op je gemak een filmpje om de tijd te overbruggen en vermits ik deze Airplane nog op mijn laptop had staan, was de keuze al snel gemaakt. Ik wou sowieso al eens wat meer van Leslie Nielsen gaan zien en dan was dit dus een perfecte gelegenheid.

Ware het niet dat Nielsen hier eigenlijk niet zo erg veel in doet. De reden wordt al snel duidelijk als je de trivia op Imdb overloopt want blijkbaar was dit de eerste keer dat Lesie Nielsen werd gevraagd voor een komische rol. Ik wist dat hij eerder serieuze rollen speelde (waarvan Forbidden Planet toch wel de bekendste is) maar dat hij meer dan de helft van zijn carrière heeft gevuld met serieuze rollen, dat had ik toch niet verwacht. Het duurt dus een 40 minuutjes eer Nielsen op de proppen komt maar eens hij er is, is het er wel vol op. Hij is hier weer dezelfde droogkloot als in zijn andere humoristische rollen maar doet het met zoveel verve dat ik er naar kan blijven kijken. De uitspraken, die het merendeel ontstaan door een dubbele betekenis, zijn vaak erg leuk gevonden en tillen de film dan ook wel naar een hoger niveau, vooral dankzij Nielsen. Want, eerlijk is eerlijk, de andere acteurs vond ik simpelweg niet zo grappig overkomen. Het grootste probleem is, iets wat hier ook al meerdere keren is aangekaart, is dat er te weinig geslaagde grappen op je worden afgevuurd. Sommige stukken zijn wel erg flauw en voorspelbaar maar gaat ook veel te lang door, ik denk dan aan een scène zoals de stewardess met de gitaar die elke keer de bakster van het meisje uit slaat. De film kent zeker wel zijn hilarische scènes maar over het algemeen zitten er toch iets te veel saaie stukken in om een geniale film te zijn.

Ik zei het daarjuist al, Nielsen is wel weer fantastisch in de film. Het probleem bij de andere acteurs is dat ze ook vaak grappig proberen over te komen en daar soms jammerlijk in falen. Normaal gezien kan ik hem altijd wel waarderen in films zoals High Noon en is hij zelfs geniaal in Battlestar Galactica maar in Hot Shots vond ik hem al redelijk vervelend. Ook hier is het niet anders, al zijn sommige stukken zoals de Looks like I picked the wrong week to quit... quote wel leuk. Wel leuk om Kareem Abdul-Jabbar nog even in een bijrol te zien verschijnen. Ik vond al dat hij er verdacht hard op trok maar had niet verwacht dat hij het effectief was. Het verhaal zelf staat ook compleet in lijn met de acteurs en dat is wel jammer. Er wordt teveel gehoopt op performance van acteurs zoals Robert Hays maar die is het meeste van de tijd irritant. Ik kon er niet aan doen maar de momenten dat hij over zijn oorsprong met Elaine spreekt en de passagiers zelfmoord plegen waren dodelijk saai en totaal niet grappig. Hays brengt het allemaal redelijk vervelend en mocht hij meer van dit soort scènes hebben dan zou de film wel een stuk lager zijn geëindigd. Gelukkig zijn er nog genoeg andere en leukere personages. De openingsscène is trouwens goud waard.

Een lichte teleurstelling doordat ik op een 4* film had gehoopt. Nielsen is wel weer hilarisch en de film kent zeker en vast zijn goede momenten maar over het algemeen zijn er toch een aantal saaiere stukken die de film wat nekken. Ik denk dat ik de sequel maar ga laten voor wat het is want zonder Nielsen maar wel met al de rest lijkt me dat niet echt de moeite.

Kleine 3.5*

Airport (1970)

3,5
He once played the Minute Waltz in 58 seconds

De Airport franchise moet één van de meest succesvolste reeksen zijn in de geschiedenis van de rampenfilm zijn. Vreemd genoeg verwachtte niemand het succes van dit eerste deel doordat de interne strubbelingen (over geld, wat anders) ervoor zorgden dat de grote bazen van Universal dachten dat dit een gigantische flop ging worden waardoor ze de film overal tegelijkertijd uitbrachten in de hoop zoveel mogelijk kijkers te lokken vooraleer de slechte mond-tot-mond reclame hen de nek omdeed. Het geruzie bleef (niettemin omdat producer Ross Hunter in interviews vertelde dat deze film gedurende ettelijke jaren verantwoordelijk was voor het salaris van de Universal executives), maar het heeft hen toch een mooie franchise opgeleverd.

Je mag zeggen wat je wilt, maar Airport is toch wel een erg vermakelijke film geworden. Regisseur George Seaton neemt ruim zijn tijd om zijn verhaal uit de doeken te doen en met een speelduur van meer dan 2 uur en een half is de film misschien in zijn begin wat te traag. Daar had eventueel wel wat in geknipt mogen, maar eenmaal Guerrero op het vliegtuig zit geraakt de film wel in een hogere versnelling. Wat mij echter nog het meest charmeerde was de vrij eenvoudige aanpak. Geen overdreven landing waar het vliegtuig praktisch uiteen bibbert en uiteindelijk met veel lawaai naar de startbaan dondert, maar gewoon een droge conversatie tussen de verkeersleider en de piloten die het vliegtuig met vakmanschap terug met zijn wielen op de grond zet. Het is vooral de combinatie met een (althans voor mij toch) getrouwe weergave van een luchthaven die te kampen heeft met de nodige weersomstandigheden. Dat, en de wel erg cheesy dialogen natuurlijk. Airport heeft een nogal hoog soap gehalte en de gesprekken tussen de personages liegen er in ieder geval niet om.

Burt Lancaster verdiende hier een mooie cent aan doordat hij had bemiddeld dat hij 10% van de opbrengst kreeg wanneer de film de kaap van 50 miljoen dollar zou overschrijven. In Noord-Amerika alleen zaten ze al aan 45 miljoen dollar en toch zou Lancaster altijd blijven verkondigen dat dit de slechtste film was waarin hij heeft meegespeeld. Zie niet in waarom aangezien Lancaster hetzelfde niveau bereikt als ik van hem gewend ben. Niet één van zijn beste rollen weliswaar, het is geen Il Gattopardo bijvoorbeeld, maar niets om je voor te schamen. Zeker niet wanneer je tegenspeler de altijd goede Dean Martin is en er dan nog eens een stewardess rondloopt in de vorm van Jacqueline Bisset. George Kennedy, Van Heflin en Helen Hayes maken het geheel af.

Leuke nonsens in ieder geval die je best niet ziet wanneer je de dag erna op het vliegtuig stapt. Weliswaar wat traag, maar het is genieten eenmaal de film goed in gang is geraakt. Er wordt voldoende tijd genomen om de personages te introduceren en dat heeft uiteindelijk wel zijn nut. Misschien maar eens wat meer van dit soort films zien, heb Earthquake hier ook nog liggen.

3.5*

Akahige (1965)

Alternatieve titel: Red Beard

4,0
De laatste samenwerking tussen Akira Kurosawa en Toshirô Mifune

Het was in 1948 met Drunken Angel dat Akira Kurosawa voor het eerst Toshirô Mifune in één van zijn films castte. Het was liefde op het eerste gezicht tussen de twee en ze maakten de ene na de andere film. Echter na een goede 17 jaar, en bijna evenveel films, kwam er met het filmen van Red Beard dan toch een kink in de kabel. Kurosawa die de authenticiteit van zijn titelpersonage wou bewaren eiste dat Mifune zijn baard liet staan gedurende twee jaar waardoor die geen andere rollen kon accepteren en diens productiemaatschappij op het randje van faillissement balanceerde. Filmisch gezien zou het nooit meer goed komen tussen de twee, hoewel ze nog altijd wel vol lof over elkaar spraken.

Het was met deze informatie dat ik de film startte en ik vond het eigenlijk jammer dat het zo is moeten eindigen tussen de twee iconen. Het is misschien wel één van de meest interessante combinaties die ooit het grote scherm hebben mogen sieren en het deed me dan ook wel deugd om te zien dat er van enige strubbelingen hier amper iets te zien is. Mifune was zo'n imposante acteur die eigenlijk elke rol wel aankon en het in de huid kruipen van de bedeesde Dr. Kyojô Niide is ook een kolfje naar zijn hand. Zelden zo'n geweldige acteur gezien die zo moeiteloos kan switchen qua uitstraling. Leukste moment aan deze Red Beard? De scène waar hij bij het bezoek aan het hoerenkot eventjes een volledige lokale bende boefjes om zeep helpt. Die woede die daarna gevolgd wordt door het spijt dat hij er te hard is ingevlogen. Heerlijk! Genoeg lof voor Mifune, hoewel dat er naar mijns gevoel nooit teveel kan zijn, want Yûzô Kayama is als de jonge nieuwkomer, Dr. Noboru Yasumoto, toch ook wel een interessante pion in het geheel. Een goede afwisseling ten opzichte van Niide en het is vooral de relatie tussen de twee die in deze langdurige film echt mooi tot zijn recht komt.

Daar zit hem echter ook wel een tikkeltje het knelpunt aan Red Beard, namelijk de speelduur. Kurosawa was niet vies van een lange film en als er één regisseur is waar ik vertrouwen heb dat hij dat tot een goed einde kan brengen, dan is hij dat wel maar hier verliest hij zich toch net iets teveel in flashbacks. Toch blijft dit een film met een grote aantrekkingskracht. Je bent als het ware een vlieg op de muur die kijkt naar het reilen en zeilen van een ziekenhuis in de 19e eeuw en Kurosawa brengt het bijzonder fascinerend. Enkel bij de verhaallijn rond de kleine dief die vergiftigd was door rattenvergif zakt het verhaal in. Het serene zwart-wit, ook de laatste keer dat Kurosawa dat zou doen, geeft toch ook een zekere authenticiteit aan het geheel trouwens. Die werd sowieso al serieus verstevigd door het feit dat de regisseur besloot om een volledig ziekenhuis op poten te zetten met alles erop en eraan door enkel maar gebruik te maken van materiaal dat toen beschikbaar was.

Het einde van een tijdperk dus, maar gelukkig voor mij nog niet de laatste film die ik moest zien van het duo. Er staat me dus nog wel wat Kurosawa-Mifune lekkers te wachten. Toch heb ik ietwat een gemengd gevoel hierbij. Mifune imponeert zoals altijd, maar Kurosawa weet niet altijd even goed de aandacht te houden. Ik moet wel bekennen dat de film uiteindelijk een grotere indruk heeft achtergelaten dan ik gisteravond besefte. Wou oorspronkelijk 3.5* geven, maar een halfje verhoging is dus wel op zijn plaats.

4*

Aladdin (1992)

4,5
Jafar, ik stik!

Toen ik een paar dagen geleden De Aristokatten was aan het zien sloop de gedachte in mij op dat ik dat wel eens de beste Disney zou kunnen vinden. Ergens riep er een klein stemmetje: "Maar neen, Aladdin was toch altijd je favoriet?" Dat kleine stemmetje had ergens wel een punt maar het was te lang geleden dat ik Aladdin had gezien waardoor ik dus niet echt een duidelijk oordeel kon vellen. Gisteravond had ik absoluut geen zin om in mijn bed te kruipen (je kent dat wel, je verlangt naar het weekend en voor je het weet is het weekend weer om) dus kwam ik tot de conclusie dat ik die tijd goed kon spenderen door Aladdin nog eens op te zetten. Zo gezegd, zo gedaan.

Aladdin is vandaag de dag zo'n film geworden waarvan iedereen wel een aantal zinnen tekst blindelings kan opzeggen. Het zorgde bij mij in de klas dan ook vaak voor hilariteit wanneer op de meest willekeurige momenten "Ik ben oppermachtig" werd uitgeroepen met een erg diepe stem. Soit, ik denk dat ik waarschijnlijk nu maar de enige ben die stiekem is aan het lachen dus terug over naar de film. Aladdin is gebaseerd op een sprookje, zoals de meeste Disney films, en net zoals de meeste sprookjesadaptaties is het weer een mooi sprookje geworden. Aladdin kent alle elementen van een klassiek verhaal en speelt ze dan ook heerlijk uit. De romance tussen de straatrat en de prinses wordt leuk vertaald naar het witte doek maar het zijn vooral de kleurrijke personages die de show stelen. De meest bekendste is de hyperactieve Geest natuurlijk. Een personage dat door de vele spot soms niet echt in de tijdsgeest (no pun intended) past door zijn verwijzingen naar Groucho Marx, Jack Nicholson of Robert de Niro maar tegelijkertijd hierdoor vaak wel erg hilarisch uit de hoek komt. Hetzelfde geldt voor de meest hilarische vogel aller tijden, Iago. Ik haalde daarjuist al de herinnering aan waarin klasgenoten, nog niet zo bijster lang geleden eigenlijk, vele quotes van de film uitspuwden. Vele van die quotes kwamen dan ook van deze papegaai. Een geweldig raspende stem en een heerlijke opvliegendheid. Vooral in combinatie met één van de beste bad-guys uit de Disney stal, Jafar, is hij vaak erg leuk. De prinses is ook weer zo'n mooi stukje dat Disney typeert. De prinsessen zijn soms niet het boeiendste aan de film (Doornroosje/Aurora kun je nu niet echt het hoofdpersonage noemen) maar hier wordt het tegendeel bewezen. Aladdin zelf is natuurlijk ook weer zo'n typisch Disney personage dat nooit verveelt. Het zou op den duur kunnen vervelen, dat Disney bulkt van de ultieme goedzakken en bad-guys,maar eerlijk gezegd stoort het mij helemaal niet. Blijft toch een erg leuk vermaak. Ik heb eigenlijk nooit geweten dat de straatventer in het begin van de film blijkbaar de Geest moet voorstellen. Dit is te zien aan het feit dat ze allebei een sikje hebben, allebei maar 4 vingers (terwijl iedere mens er in de film 5 heeft) en de klederdracht (blauw met een rode band). Ook de vele verwijzingen naar andere Disney films zijn wel leuk om te spotten. Let trouwens ook op de vele Hidden Mickeys doorheen heel de film. De eerste keer dat ik van zoiets hoor maar blijkbaar zit heel de film er vol mee.

De animatie is deze keer ook weer van een hoog niveau. De Oosterse bruine tinten komen erg mooi tot hun recht en ook het geëxperimenteer met de CGI komt redelijk goed uit de verf. Het is wel eventjes wennen en de Grot der Wonderen ziet er in het begin redelijk goed uit maar wanneer Aladdin wordt afgevuurd in de toren door Jafar, is er toch even pijn aan de ogen. Ik blijf het extreem jammer vinden dat Disney geen tijd meer vrijmaakt voor films op de ouderwetse tekenstijl (oké, The Princess and the Frog was een uitzondering) want dit blijft toch zoveel keer mooier dan die hedendaagse Pixar crap. De personages op zich zien er wel weer erg goed uit. Gebaseerd op Tom Cruise en Jennifer Connelly zijn Aladdin en Yasmine een mooi geanimeerd koppel. Zoals elke Disney die ik de afgelopen paar dagen heb gezien, is het hoogtepunt qua animatie weer te vinden in het einde. Het gevecht tussen Aladdin, Jafar en de andere is erg mooi geanimeerd maar vooral de donkere, bruine kleren versterken de scène echt hard. Sowieso had er voor Agrabah geen andere kleurenpalet gekozen moeten worden dan hetgeen er nu is gebruikt. De Nederlandse stemmencast is trouwens ook wel weer van een hoog niveau. Dubs zijn normaal gezien een faux pas maar voor Disney knijp ik toch wel gemakkelijk een oogje toe heb ik de indruk.

Na een tijd nadenken beschouw ik toch Aristokatten als de beste Disney tot nu toe maar Aladdin komt vast en zeker op een solide 2e plaats. Het plot loopt lekker, is boeiend en de animatie ziet er ook weer erg mooi uit. De personages zijn hilarisch maar het geexperimenteer met de CGI zorgt ervoor dat de film toch iets aan kracht inboet. Jammer maar Aladdin kan toch nog altijd op een dikke, solide score rekenen.

4.5*

Alamo, The (1960)

4,5
I hope they remember. I hope Texas remembers

Ik ben helemaal niet bekend met de slag rond de Alamo. De catchphrase 'Remember the Alamo' kende ik wel, onder andere uit An American Werewolf in London maar verder dan dat ging mijn kennis dan ook niet. Het was dus hoog tijd om daar eens iets aan te doen en die kans kwam er via het regiedebuut van John Wayne. Als Wayne fan vind ik hem als acteur al geweldig en ik was dan ook benieuwd hoe hij de regie ging aanpakken. Toevallig vandaag op DVD kunnen vinden en daarstraks ineens maar eens opgezet. Het was een lange zit maar het was elke minuut waard.

Al vind ik het op zich wel jammer dat ik een ietwat verknipte versie heb gezien. De DVD release bevat blijkbaar alleen de 154 minuten durende versie (zoals hij oorspronkelijk is gereleased op zijn première in Los Angeles) maar er is dus ook een langere versie die onder andere de dood van een aantal personages verder uitwerkt en een iets andere sterfscène van Crockett heeft. Ach, in ieder geval is de DVD versie dan precies wel de versie zoals Wayne ze heeft bedoelt maar voor mij mocht het gerust allemaal nog wat langer duren. Ik ben dan ook fan van dit soort verhalen waar een kleine minderheid het tegen een heel leger opneemt. The Alamo is dan ook bijna een perfect schoolvoorbeeld hoe het narratief en visueel in beeld moet gebracht worden waardoor dit een heerlijke rit wordt. De film neemt rustig zijn tijd om tot een goed tempo te komen (het duurt ook vrij lang eer er eigenlijk schoten worden gelost) maar de climax is het perfecte hoogtepunt. Zelden zo'n heerlijk opwindend stukje cinema geweten. Op zich heb ik er dan ook geen problemen mee dat dit niet strookt met de waarheid maar kan wel perfect begrijpen waarom dit voor anderen een probleempunt zou zijn. Ik kan er ook niet tegen als ze het bronmateriaal niet respecteren (tenzij het er beter van wordt maar dat is maar zelden) maar hier ken ik het bronmateriaal niet dus geen ergernis langs mijn kant. Interessant is trouwens ook nog de korte documentaire John Wayne's 'The Alamo' die als extra op de DVD staat. Naast wat leuke weetjes haalt die ook nog een paar verschillen met de werkelijke geschiedenis aan.

Wat mij trouwens ook nog erg aansprak was het respect waarmee Wayne zijn tegenstanders in beeld bracht. Meestal barst dit films van de typische good guys (die werkelijk niets verkeerd kunnen doen) en de typische bad guys (die werkelijk niet juist kunnen doen) maar Wayne brengt ze menselijk in beeld. Zeker het moment waarop de Mexicanen de galante heren uithangen en toelaten dat de vrouwen en de kinderen mogen vertrekken is een kippenvelmoment. Dit alles gecombineerd met de heerlijke muziek van Dimitri Tiomkin natuurlijk.

Eigenlijk wou John Wayne helemaal niet de hoofdrol spelen. Hij produceerde de film al (hij was dan ook al jaren aan het rondlopen met het idee om een verfilming te maken), nam ook de regie op zich en kreeg het idee dat het allemaal wel eens vrij zwaar ging worden om al die taken uit te voeren. Hij wou dan ook Charlton Heston en Clark Gable in de film maar die weigerden allebei (Charlton was toen nog democraat en Gable wou niet werken met een debuterend regisseur) waardoor Wayne de rol van Crockett eigenlijk aan Widmark wou geven. Wayne kreeg echter alleen maar financiële steun als hij zelf de hoofdrol speelde waardoor hij dus de rol van Crockett op zich nam. Het bekende hoofddeksel past niet goed bij hem maar voor de rest is dit weer een geweldige John Wayne rol. Blijft toch één van mijn favoriete acteurs. De film steunt voornamelijk op drie personages: Crockett, Travis en Bowie. Die laatste twee worden gespeeld door Laurence Harvey en Richard Widmark en het zorgt voor spektakel. Hoewel Widmark en Wayne elkander niet zo erg tof vonden naast de set krijg je toch een zekere chemie tussen de drie mannen te zien. Ik betwijfel of dit ook zo had geweest met Gable en Heston.

John Wayne heeft bloed, zweet en tranen in de film gestoken maar het resultaat mag er zeker en vast zijn. De drie hoofdrollen worden sterk ingevuld, de bijrollen ook trouwens, maar ook op gebied van regie stelt Wayne zeker en vast niet teleur. Ik moet nog veel zien van de Duke maar ik twijfel er niet aan dat dit één van mijn favoriete rollen van hem zal zijn.

Dikke 4,5*