Meningen
Hier kun je zien welke berichten Chainsaw als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Science des Rêves, La (2006)
Alternatieve titel: The Science of Sleep
Chaotisch, speels, creatief. The Science of Sleep van Gondry is een amusant filmpje waarbij allerlei werelden en tijdlijnen in elkaar overlopen en de regisseur een hoop creatieve vondsten en uitvindingen naar de kijker slingert. Vooral de droomwereld van hoofdrolspeler Stéphane zit vol lekker bizarre dingen; steden van karton, gevechten op het werk, een ritje op een pluche paard of een boot waar een bos in groeit. Jammer genoeg wist al dit creatieve geweld niet te voorkomen dat de film halverwege een beetje inzakt. Het lijkt dan soms alsof veel van het kruid al is verschoten, maar er nog tijd was om te vullen. Maar gelukkig komt Gondry aan het einde nog wel terug met een prachtige climax.
3,5 sterren.
Scoob! (2020)
Alternatieve titel: Scooby!
Ik was in de veronderstelling dat dit puur een reboot van Scooby Doo zou zijn, dus was best verrast toen bleek dat dit ging om een soort startschot van een Hanna-Barbera Cinematic Universe. Het lijkt me dat dit filmuniversum het niet ver gaat schoppen (hoewel ik geen nee zeg tegen een Wacky Races- film), dus het was wel even geinig om bepaalde figuren van vroeger voorbij te zien komen. Daar was het ook wel mee gezegd overigens, want verder is Scoob niet veel aan. De letterlijke re-creatie van de opening van de tekenfilmserie aan het begin was wel tof gedaan, maar als het verhaal eenmaal in gang is gezet, is het allemaal enorm ‘zo zo’. Verhaal, personages, grappen zijn zó lopende-band-werk dat het me niets zou verbazen als dit script geschreven is door kunstmatige intelligentie.
2 sterren.
Scooby-Doo (2002)
Alternatieve titel: Scooby-Doo: The Movie
De TV-serie is heerlijke pulp, vind het zelfs nog steeds erg geestig om te zien. De live action verfilming laat jammer genoeg wat te wensen over, maar is al met al gelukkig niet barslecht of ondraaglijk. De vertolkingen zijn aardig, maar met name Lillard is perfect als Shaggy, had geen betere acteur geweten voor de rol. En samen met het uit de PC afkomstige titelkarakter steelt hij de show. Maar goed, op een aantal vermakelijke momenten is en blijft dit toch redelijk standaard. Niet iets dat je lang bijblijft, in ieder geval.
Voordeel van de twijfel, 3 kleine sterren voor het vermaak.
Scooby-Doo 2: Monsters Unleashed (2004)
Alternatieve titel: Scooby-Doo 2: De Losgeslagen Monsters
De eerste film was nu niet bepaald een film die schreeuwde om een vervolg, maar genoeg centen in het laatje zorgen al snel voor een tweede film. En tja, net als het eerste deel is dit zeker niet zo'n leuke pulp als die TV-serie, maar het weet gelukkig nog best te vermaken. Paar geinige creaties (inclusief een hoop knipogen en verwijzingen naar de serie) en een paar aardige bijrollen (Boyle, Green en vooral prima werk van stemacteur Scott McNeil) maken het allemaal nog best kijkbaar. Verder het standaard verhaal; tienerrockliedjes en vervelende dansscènes worden te pas en te onpas ingezet, elk subplotje heeft zijn eigen moraaltje en elke geslaagde grap wordt afgewisseld met een hoop 'hoofd stoten' of 'scheten laten'. Wat dat betreft prima hap-slik-weg voor de doelgroep.
Kleine 2,5 sterren.
Scorpion King, The (2002)
Mwaoh, past op zich nog prima bij The Mummy reeks. Net als The Mummy Returns is dit verre van hoogstaand, maar als hersenloos popcornvermaak kan het er nog redelijk mee door. The Rock probeert een beetje een Brendan Fraser imitatie, terwijl de rest van de cast het op de automatische piloot speelt. Special effects zijn aardig en Russel weet alles redelijk goed in beeld te brengen. Maar zoals gezegd, verder is dit weinig bijzonders.
3 kleine sterren.
Scott Pilgrim vs. the World (2010)
Heerlijk kleurrijk, vlot en amusant, deze Scott Pilgrim vs. the World. Had geen idee wat ik kon verwachten, maar Edgar Wright heeft wederom niet teleurgesteld. Ook in zijn nieuwste film staat absurde, en soms heerlijke gortdroge, humor centraal. Maar wellicht nog belangrijker is het beeld; de geweldige effecten, talloze visuele grappen en het geweldige kleurgebruik springen vrijwel vanaf de eerste seconde in het oog. Goede visuals, sterke karakters, een leuk en origineel script en al met al gewoon een ontzettend hoog amusementsgehalte. En ook de cast is prima, hoewel Michael Cera nu ook wel eens een andere rol mag gaan spelen.
4 sterren.
Scream (1996)
Het moge bekend zijn dat Scream een belangrijke film is geweest voor het horrorgenre. Sinds begin jaren 80 waren de slashers razend populair, maar in de jaren 90 was dit subgenre zo goed als dood. Freddy, Michael, Jason … ze deden er niet echt meer toe. En toen kwam daar ineens een slasher met hippe tieners, een who-dunnit verhaaltje en een script vol knipogen naar andere horrorfilms. Overigens allemaal geen nieuwe dingen; de meta-humor was in horrorfilms als jaren daarvoor geïntroduceerd, denk aan There’s Nothing Out There of zelfs Friday the 13th 6: Jason Lives. Maar Scream kwam op het juiste moment en was een enorme knaller. Als het om dit succes ging wees regisseur Wes Craven altijd meteen naar scenarist Kevin Williamson vanwege diens slimme script, hoewel Craven zelf ook niet vies was van wat meta-horror; twee jaar voor Scream maakte hij immers New Nightmare.
Maar waar Williamson na Scream op handen werd gedragen vraag ik me af of zijn script nu wel echt zo sterk is. Enerzijds zijn de referenties naar andere horrorfilms leuk, maar anderzijds lult iedereen echt non-stop over film. Figuren als Randy, Stu en Billy worden weliswaar neergezet als rasechte filmnerds, maar elk personage - of het nu bij hen past of niet - praat voortdurend over film. Sowieso zijn de personages in Scream amper serieus te nemen, het zijn stuk voor stuk enorm dik aangezette typetjes. Dat kan natuurlijk prima werken in een komedie, maar dat is Scream niet; hoe vaak dat ook wordt beweerd. Voor een komedie neemt Scream zichzelf toch echt veel te serieus. Het is horror met een knipoog.
Betreft die typetjes; ieder personage in Scream lijkt een enorme klootzak of trut. Denk aan Courtney Cox die levens wil redden om meer boeken te verkopen. Denk aan tieners die - nadat er net een moord is gepleegd op hun school - gaan rondrennen in de kleding van die moordenaar. Denk aan die hilarisch overdreven pestkoppen die Sidney op het toilet toevallig hoort ratelen over wat voor een slet Sidneys overleden moeder was. Denk aan de pers die meteen naar Sidney komt gerend als ze is aangevallen door een moordenaar. “How does it feel to almost be slaughtered?” roept er eentje. Of de studenten die horen dat hun schooldirecteur is afgeslacht en meteen willen kijken. Je zou bijna vergeten dat tussen al die klootzakken nog iemand in het rond rent met een masker en een mes om mensen te vermoorden.
Ik zeg trouwens wel ‘rent’, maar ‘valt’ is wellicht een passendere omschrijving. Akkoord, men wil een wat realistischere moordenaar dan Michael Myers of Jason Voorhees, maar deze Ghostface moordenaar ligt bij de minste scheet al ondersteboven. Wes Craven heeft er wel een handje van om uit het niets met wat onnozele slapstick te komen. Zo maakte hij Fred Krueger ook een tikkeltje sullig in de climax van Nightmare on Elm Street. Om nog maar te zwijgen van de slapstick rondom de knullige politieagenten in Last House on the Left. Die fetish lijkt Craven hier te herhalen, want ook Dewey is zo’n stuntelige politieagent. Soms is de jolige muziek uit Last House on the Left het enige dat ontbreekt als we hem zien stunten. Ik dacht altijd dat Goofy uit de parodie Scary Movie een enorme overdrijving was, maar Scream terugzien valt dat nog best mee; Dewey is te vaak iets teveel een sukkel.
Dus nee, Scream is bij nader inzien geen meesterwerk, iets dat altijd in mijn hoofd zat. Bepaalde scènes, zoals de openingscène met Drew Barrymore, zijn nog steeds sterk, maar over het algemeen is het niets bijzonders. Scream is niets meer dan een prima gemaakte slasher, maar dan eentje die op het juiste moment kwam en het horrorgenre even weer wakker heeft geschud. Inmiddels is ook wel gebleken dat Kevin Williamson nu niet zo’n groot genie was. Teaching Mrs. Tingle, iemand?
3,5 sterren.
Scream 2 (1997)
Scream speelde natuurlijk met alle vooroordelen en clichés van het horrorgenre, dus ergens was het vrij logisch dat men nog geen jaar later al een vervolg had. In de film zijn perosnages - net als in de eerste film - weer non-stop over film aan het lullen en in dit geval met name over vervolgfilms. Er wordt geregeld geroepen dat er maar weinig goede vervolgfilms bestaan en ze vooral om het geld worden gemaakt. Scream 2 is exact zo’n vervolg; een herhaling van de eerste film, maar dan een heel stuk dommer. Ik had niet verwacht dat het mogelijk was, maar zelfs Ghostface lijkt nog stunteliger dan in de eerste film en gaat om de paar seconden op z’n bek. Scream 2 zelf trouwens ook.
Wat in Scream 2 vooral opvalt is hoe tenenkrommend sommige scènes zijn. De eerste Scream was nu geen groots meesterwerk, maar die kende weinig beschamende scènes. In Scream 2 is bijvoorbeeld de filmklas met Randy echt een verschrikking; met name hoe de hele klas steevast in een deuk ligt van totaal niet-leuke grappen. Even afgrijselijk is de ‘I think I love you’ scène met het vriendje van Sidney. En dan dat hele geneuzel rondom dat toneelstuk, iets dat ik totaal ook niet bij het personage van Sidney vond passen. Anderzijds, het beeld van een ronddansende Ghostface op het podium was wel hilarisch. Net als eigenlijk het gehele script van Williamson. Zo staat in de openingsscène een belangrijk personage in een rij te wachten, waar ze een figurant ineens tegen haar vrienden hoort zeggen “wist je niet dat die tieners echt vermoord zijn, een paar jaar geleden”. Williamson is de koning van geforceerde uitleg-dialogen. En dat terwijl iedereen hem in deze tijd nog steeds zag als de scenarist-koning. Dat is eigenlijk het meest geestig aan deze hele film.
2 sterren.
Scream 3 (2000)
Je weet dat je in de problemen ziet als je Scream-film een matige openingsscène bevat. In tegenstelling tot Scream 2 en zéker de eerste Scream is de opening van Scream 3 enorm inwisselbaar en intens saai. De inspiratie lijkt op. En dat terwijl er toch iets meer tijd was in vergelijking met het eerste vervolg en de eerste Scream. Dat kwam ook omdat Wes Craven tussendoor werkte aan zijn Music of the Heart, een muzikaal drama waar Meryl Streep een Oscarnominatie voor kreeg. Meteen daarna mocht hij weer naar de Scream wereld om een film te maken die nog meer meta zou worden dan de vorige twee films. Met nog meer humor en injokes. Want dáár zaten we op te wachten.
Het is moeilijk om te beslissen wat Scream 3 nu is: een hele domme horrorfilm of een totaal mislukte komedie. Wellicht gewoon allebei. Maar het feit is dat scenarist Williamson en Craven nu volledig inzetten op de grapjes over Hollywood. Het maakt niet uit wat, als het maar mogelijk een lach oplevert. Jay en Silent Bob komen voorbij en verwarren Gale Weathers met Connie Chung en Carrie Fisher speelt iemand die lijkt op Carrie Fisher. Ondertussen doet de film talloze andere pogingen om geestig te zijn. Jamie Kennedy heeft een grappige video opgenomen, Dewey is weer een enorme kluns en de meeste personages proberen in elke dialoogzin grappig te zijn. Zo is Patrick Warburton een prima vent, maar hier totaal ongepast. Of nou ja, vooral ongrappig. En dat is de film eigenlijk voortdurend, enorm on-grappig. Denk dat je om een gemiddelde Scary Movie sequel meer kan lachen.
Maar Scream 3 is dan ook niet enkel een komedie, het is en blijft een horrorfilm. Een intens saaie horrorfilm, welteverstaan. De film is geen seconde eng en los van de mislukte humor gaat het qua toon alle kanten op. Niet gedacht dat we in Scream nog échte geestverschijningen zouden krijgen, maar Scream 3 bewijst het tegendeel. En de film wordt zelfs science-fiction met die stemvervormer die iedereens stem kan nabootsen. Waar een simpele, geslaagde tienerslasher na twee vervolgfilms al in kan veranderen blijft bijzonder om te zien. Ik bedoel, een Jason Voorhees, Leatherface, Freddy Krueger of Michael Myers waren rond hun derde film nog niet naar zo’n bedenkelijk niveau gezakt als Ghostface hier. Toen tijdens de climax bekend werd wie hij echt was, dacht ik maar één ding: “Oh.”
1 ster.
Scream 4 (2011)
Alternatieve titel: Scre4m
Toch wel fijn dat Wes Craven zijn filmografie niet heeft afgesloten met het erbarmelijke My Soul to Take, maar met een laatste deel op één van zijn grootste successen, Scream. Ondanks de populariteit vind ik het bij nader inzien maar een erg matige filmreeks. De eerste is nog best aardig en had ook een belangrijke rol in het genre, maar de vervolgen, met name de derde film, zijn eigenlijk maar rommel. Met Scream 4 maakt Craven geen ijzersterke film, maar wel de beste sinds de eerste film. Alle hoofdrolspelers zijn weer terug, waarvan bij de meeste een filmcarrière volledig uit is gebleven, volgens mij. Zij mogen met een clubje nieuwe gezichten weer eens gaan uitzoeken wie er onder dat masker van de altijd stuntelende Ghostface zit.
In Scream 4 neemt Craven een klein stapje terug in de humor, hoewel de openingsscènes dat niet zouden zeggen. Het meta-gedeelte ligt er weer eens enorm dik bovenop. Zodanig dat de openingsscènes in Scream 4 bijna uit een Scary Movie had kunnen komen. Daarna gaat het allemaal weer op dezelfde manier als we gewend zijn; Dewey en Gale kibbelen, Sidney wordt weer steeds gestalkt en elk nieuw personage heeft twee doelen; verdacht lijken én non-stop lullen over film. Waar het in Scream 2 steeds ging over de sequel en in Scream 3 over de trilogie, daar gaat het in Scream 4 vooral over de reboot. Vandaag de dag was een Scream 5 dus waarschijnlijk over een Scream Cinematic Universe gegaan.
Met Scream 4 bevindt Craven zich vooral dus op bekend terrein. De leukste nieuwe toevoeging is Hayden Panettiere als Kirby, een sympathiek personage. Ook het motief van de killer die wil lijken op Sidney levert wel wat leuks op; het moment waarop Jill zichzelf in haar eentje bezeren is best geinig en een leuke afwisseling op het einde van de eerste film. Maar goed, als je de vier films achter elkaar bekijkt, veroorzaakt Scream 4 ook een hoop deja-vu’s. Het is allemaal iets minder cringy dan Scream 2 en kwalitatief een heel stuk sterker dan Scream 3. Maar het blijft uiteindelijk maar een wat matige reeks, die Screams. Het is vrij duidelijk dat na de eerste film de koek wel behoorlijk op was en we sinds Scream 2 vooral op wat restjes zitten te kauwen. Het ene restje is alleen iets smakelijker dan het andere.
2,5 sterren.
Scream, Queen! My Nightmare on Elm Street (2019)
'David Chaskin doesn't know it yet, but someone is coming to get him.'
Dat Nightmare on Elm Street 2 een interessante film is bleek al wel uit de documentaire Never Sleep Again. Er zijn genoeg interessante aspecten; het feit dat de film een zooitje is, het feit dat de film gehaat werd, maar tegenwoordig steeds meer fans krijgt, maar natuurlijk vooral vanwege de homoseksuele ondertonen. Want wie wist nu eigenlijk tijdens het maken dat de film deze toon bevatte? Sommige acteurs zijn overtuigd dat ze het er al over hadden tijdens het filmen, terwijl prominenten als producent Robert Shaye en regisseur Jack Sholder zeggen dat ze destijds geen flauw benul hadden. Jack Sholder en scenarist David Chaskin wijzen vooral naar elkaar en Chaskin’s beweringen wisselen geregeld. Eerst zei hij er niets mee te maken te hebben, later gaf hij echter toe dat zijn script wel degelijk vol zat met subtekst. Maar die subtekst werd veel te veel naar voren gebracht. Volgens hem was het casten van Mark Patton in de hoofdrol één van de hoofdredenen dat de homoseksuele subtekst veel te veel naar voren kwam.
En het lijkt dat deze bewering de hele reden is dat de documentaire Scream, Queen! bestaat. Mark Patton wil namelijk wraak. Jammer genoeg verklapt de documentaire al meteen dat Patton de confrontatie aangaat met Chaskin, inhoudelijk een hele slechte keuze als je het mij vraagt. Het voelde als zo’n commercial van een SBS6-programma vlak voor een reclameblok (‘blijf kijken, want straks ga ik de confrontatie aan!’), terwijl dat veel toffer was om als verrassing te houden. Alsnog voel je aan alles dat de film daar naar toe opbouwt; Patton is boos op Chaskin en wil een excuses, punt. De film toont verder het levensverhaal van Patton en we krijgen wat meer info over Nightmare 2. Daarin is vooral de kleine Nightmare 2 reünie erg leuk, waarbij de acteurs in een onderonsje nog maar eens testen of Sholder echt van niets wist.
Inhoudelijk probeert men een redelijk rechttoe rechtaan verhaal te vertellen; Patton had succes, verdween vervolgens uit Hollywood en gaat nu op zoek naar het punt waar hij vooral last van heeft; de rare uitspraken van scenarist Chaskin. Qua vorm en stijl gaat deze documentaire echter alle kanten op. Men knipt van hot naar her en qua stijl is de montage soms hip en ineens wordt het beeld zwart-wit met dramatische zware muziek eronder, onder het mom; kijk eens hoe zwaar Patton het heeft. Zijn verhaal is wellicht vrij dramatisch, maar door deze stijl komt hij soms toch een beetje over als een drama queen. Zeker als je ziet hoe het interview met Chaskin geprobeerd wordt om de boel extra ongemakkelijk te maken in de montage, terwijl je overduidelijk ziet dat men daar aan het ‘monteren’ is geweest.
Scream Queen is geen Never Sleep Again, maar wil ook duidelijk een ander verhaal vertellen. Een interessant verhaal over een interessante film en liefhebbers van de Nightmare reeks en Freddy’s Revenge in het bijzonder zullen het ongetwijfeld ook interessant vinden, maar de pogingen om Scream, Queen heel belangrijk en zwaar te laten voelen, slaan een beetje dood.
Vooruit, nipt 3,5 sterren.
Screaming Skull, The (1958)
Wel handig om de kijker een gratis begrafenis aan te bieden als je sterft van angst bij het kijken van de film en dan The Screaming Skull voorschotelen. Kost je geen cent. Althans, er zullen weinig mensen bang worden van een plastic schedel, waarbij je nog net niet de hand ziet die het ding in beeld schuift. Gelukkig zijn veel van dit soort momenten in de film van het niveau 'hilarisch slecht' en valt er dus best wat te lachen. Zeker rond het einde wordt het allemaal onbedoeld geestig. Jammer genoeg moet je je dan wel eerst door aardig wat langgerekte en oersaaie scènes worstelen. Eeuwige shots van een starende vrouw, het bonken op de deur en een huis zonder meubels. Gevoelsmatig duurde de film wat dat betreft zeker geen uurtje. Maar gelukkig geeft het einde nog wat amusement.
En kudos voor de toffe poster!
2 sterren.
Screwed (2000)
Behoorlijk flauw en melig, maar door de gigantische hoeveelheid flauwe en idiote siutaties die op je worden afgevuurd zijn, zijn er nog best een aantal die wél werken. Verder deden Chappelle en MacDonald (die me hier erg aan Bruce Campbell deed denken) het best aardig, maar DeVito steelt de show met een hilarische rol. Een paar geinige bijrolletjes en cameos en verder gewoon een script propvol hersenloze ongein maken de boel compleet. Niks meesterlijks, maar als je in de juiste bui bent is dit nog best een geinige komedie.
3 sterren.
Scrooge (1951)
Alternatieve titel: A Christmas Carol
Eén van de bekendste kerstverhalen, A Christmas Carol, met in deze versie Alastair Sim als hoofdpersoon Scrooge. Goed gecast, de man heeft een uitstekende kop voor zo'n rol als zuurpruim. In de eerste tien minuten van de film wordt meteen neergezet wat een man het is, zodat hij daarna vier geestverschijningen kan ontvangen. Scrooge zelf verandert dan al vrij snel van zuurpruim naar angstige jammerkont, maar in de segmenten die de geesten 'm laten zien, zien we nog wel wat van die norse man. De rest gaat wat gepaard met behoorlijk theatraal acteerwerk en wat gedateerde effecten, maar de sfeer is overal sterk. Scrooge bevat veel drama en is hier en daar vrij zwaarmoedig qua toon. Een hoop interessante keuzes, hoewel ik inhoudelijk niet altijd even geïnteresseerd was in de segmenten met zijn vriendin Alice of zijn neef Fred.
Pas aan het einde wordt het weer sterk en dan mag Sim zich weer van zijn beste kant laten zien; het is een enorm plezier om hem in die rol te zien. Het moment waarop hij zijn lach bijna niet kan inhouden als hij zijn werknemer wil verrassen is erg mooi. Alleen voelde het slot van de film wel wat afgeraffeld. Na een paar sterke scènes komt er een voice-over die snel vertelt dat Scrooge nu een geliefde man is en hij beste vrienden is met Tiny Tim, een personage waar hij volgens mij verder geen screentijd mee heeft gehad. Ook opvallend dat een Alice, waar de film nogal wat tijd aan besteedt gedurende het verhaal aan het einde helemaal niet meer aan bod komt. Scrooge is ongetwijfeld één van de betere, vele verfilmingen van dit zeer bekende verhaal. Maar vooral de treffende sfeer en de sterke rol van Sim blijven echt bij, de rest is eigenlijk veelal te omschrijven als 'prima'.
3,5 sterren.
Scrooged (1988)
Geestige versie van A Christmas Carol, waarin regisseur Donner op een leuke manier horror en familiefilm combineert. Vooral de horror-elementen, zoals al het gebeuren rondom de vier geestverschijningen, werken prima, met name met de fantasierijke score van Danny Elfman erbij. Het sfeertje is sterk en het is geestig om Murray in de weer te zien met de geesten. In tegenstelling tot veel verfilmingen van A Christmas Carol waar Scrooge al vrij snel begint te draaien, is en blijft Murray hier boven alles nog steeds een cynische klootzak. Dat resulteert dat de film tegen het einde ineens vrij drastisch moet veranderen. Maar goed, wie bij een verfilming van A Christmas Carol klaagt dat het rond het einde te sentimenteel wordt, kan ook bij een verfilming van de Titanic gaan klagen dat die boot zinkt.
Toch is niet alles even sterk gedaan. Die toonwissel en hele speech van Murray aan het einde voelde enorm gerekt en ook een tikkeltje misplaatst. Het leek nu alsof alles wat Murray te zien kreeg hem niet echt zou veranderen, maar als hij aan het einde zichzelf ziet verbranden in een kist slaat ie om. Verder is Murray leuk als cynische klootzak met af en toe ineens een hysterische uitspatting, maar gaandeweg de film lijkt Murray voornamelijk te schreeuwen. En dat is niet grappig. Sowieso is Scrooged vaak iets te hysterisch om écht grappig te zijn; dan gooit Donner allerlei soorten slapstick, geschreeuw en gekkigheid op het scherm in de hoop dat je je vermaakt. Terwijl Scrooged op de iets rustigere momenten juist erg geestig kan zijn.
3,5 sterren.
Sea of Love (1989)
Sea of Love opent meteen erg amusant (met een klein rolletje voor Samuel L. Jackson), waarmee de kijker meteen in het verhaal zit. Vervolgens volgen een handjevol erg aardige scènes, waaronder een serie undercover dates met Pacino en Goodman, die goed weten te vermaken. Na een uurtje zakt de boel echter behoorlijk in en loopt het geheel niet zo soepel meer. Pacino, Barkin en Goodman leveren op zich prima acteerwerk af, maar het script laat ze op den duur wel behoorlijk in de steek. Ook de ontknoping stelt nogal teleur. Jammer, want het had best leuk kunnen zijn.
3 sterren.
Searching (2018)
Ik was een beetje bang dat ik in de trailer van de film al teveel gezien had, maar gelukkig had Searching nog genoeg verrassingen in petto. Vooropgesteld is het een enorm knappe film. Qua vorm kiest men om álles te laten zien via een computerscherm. Wat we kennen van found footage films kan een dergelijk concept goed uitpakken, maar het kan soms ook erg geknutseld overkomen en een beetje een flauw trucje worden. Dat gebeurt bij Searching eigenlijk zelden, men pakt het erg goed aan en alles komt goed over. Je zou niet denken dat een film waar je voornamelijk screen captures ziet van social media je zo op het puntje van je stoel kan zetten. De verhaal wordt intrigerend verteld en bevat naast veel spanning ook mooie karakterontwikkelingen en hier en daar zelfs passende humor. John Cho kende ik vooral als sympathieke geinponem uit de serie Off Centre en de Harold and Kumar films, maar hij draagt deze film met gemak. Een knappe rol in een goedgemaakte film, een zeer aangename verrassing.
4 sterren.
Secret Life of Pets, The (2016)
Alternatieve titel: Huisdiergeheimen
De standaard animatie-checklist is weer eens volledig afgewerkt. Sterker nog, The Secret Life of Pets is gewoon een remake van Toy Story; twee hoofdpersonen die elkaar niet mogen hebben een conflict, komen in gevaar als ze een bad guy ontmoeten en verscheidene side characters moeten ze redden. Op enige vorm van vernieuwing is de film niet te betrappen.
Erg grappig is de film niet. Het moment met de poedel werd al in de trailer verklapt – en wordt nog eens twee keer letterlijk herhaald. Het moment dat er steeds meer zooi op die slang valt is ook nog wel geinig. Verder is het hooguit een beetje lichtelijk grinniken, maar in principe heb je alles al eens eerder gezien. De personages zijn niet uitzonderlijk en de stemacteurs zijn eigenlijk vrij inwisselbaar. Dat schreeuwende Kevin Hart-konijn gaat bijvoorbeeld bijzonder snel vervelen.
2,5 sterren.
Secret Window (2004)
In de enorme waslijst van Stephen King verfilmingen is Secret Window eigenlijk gewoon een degelijke thriller. Geen memorabel meesterwerk van het kaliber Carrie of The Shining, maar ook geen complete rotzooi als The Mangler of Children of the Corn of hilarische troep als Maximum Overdrive of Sleepwalkers. Secret Window is zo'n prima gemaakte thriller met vrij weinig poespas. Het ziet er gelikt uit, de cast is prima en het verhaal wordt netjes binnen 90 minuten verteld. En dat moet ook wel, want het script is eigenlijk zelfs al te lang voor dit verhaaltje. Koepp heeft verder geluk dat hij Depp heeft kunnen strikken in de hoofdrol, niet in de laatste plaats omdat er dan wel wat mensen in de bioscoop zouden komen. Depp is veelal bekend van de rare typetjes, maar speelt in Secret Window voor zijn doen ingetogen en normaal. En dat staat hem niet verkeerd, hij mag vaker van dit soort rollen op zich nemen. Verder is Secret Window zo'n beetje de belichaming van het woord 'prima', niets minder, maar ook zeker niets meer.
3 sterren.
Seed of Chucky (2004)
Alternatieve titel: Child's Play 5: Seed of Chucky
Ik had lange tijd een vrij grote hekel aan Seed of Chucky. De humor in Bride of Chucky kon ik nog wel hebben, maar in Seed of Chucky gaat men veel verder. En stiekem, als ik de film nogmaals zie, heeft het ergens wel zijn charme; deze complete bespottelijke ongein. De film kwam in hetzelfde jaar als Team America: World Police en daarin had men al gezien dat poppen goed te combineren zijn met de meest platte humor. Maar voor alle horrofanaten die Chucky ergens nog serieus nemen, kan het soms verkeerd vallen. Want alles en iedereen in Seed of Chucky wordt belachelijk gemaakt.
Seed of Chucky zet veel dingen in de zeik; Jennifer Tilly neemt zichzelf op de hak, heel Hollywood wordt belachelijk gemaakt en ook Chucky zelf krijgt hier veel te verduren. Denk eerst maar eens terug aan die sterke scène uit de eerste Child's Play waarin Catherine Hicks haar eerste confrontatie heeft met Chucky en daarna aan scènes uit Seed of Chucky, waarin Chucky moet masturberen in een plastic bekertje of Britney Spears van de weg afrijdt. Het is compleet bespottelijk, maar als je er in mee gaat, is het eigenlijk best geinig. De film komt met een hoop seks, poep en pies. Niet voor niets dat filmmaker John Waters ook even zijn gezicht laat zien; hij kan hier zijn haat voor paparazzi flink kwijt. Seed of Chucky is enorm dom en plat, maar het is vele malen leuker om aan te zetten dan een inwisselbaar, matig horrorwerkje als Child's Play 3.
3 sterren.
Sen to Chihiro no Kamikakushi (2001)
Alternatieve titel: Spirited Away
Waarschijnlijk de bekendste en populairste film van Miyazaki. Persoonlijk deed Mononoke-Hime me meer en er zijn nog wel meer Ghibli films die ik beter vond. Kon me zelfs niet eens heel veel van Spirited Away herinneren, er zijn me vooral fragmenten bijgebleven. Bij herziening komt dat waarschijnlijk omdat de film ook vooral opgebouwd is in interessante sequenties. Echt rechtlijnig is de film niet, het script moet het duidelijk niet van plot hebben. Het maakt de film enerzijds onvoorspelbaar, maar tevens niet altijd even toegankelijk, zeker niet voor liefhebbers van vooral Westerse (animatie)films. Desondanks is Spirited Away niets minder dan práchtig! De creativiteit spat vaak bijna letterlijk van het scherm met bijzondere wezens en knotsgekke creaties. Een heerlijk wereldje om even twee uurtjes in rond te zweven.
4,5 sterren.
Series of Unfortunate Events, A (2004)
Alternatieve titel: Lemony Snicket's A Series of Unfortunate Events
Een aardige film, die er zonder meer schitterend uit ziet. De special effects zijn prachtig en qua sfeer en settings doet de film veel denken aan Silberling's Casper, hoewel daar toch wel ietwat meer magie in te vinden was als in deze film.
Maar het sterkste van alles blijft toch het geweldige werk van Carrey, die onder een flinke laag make-up een paar hilarische typetjes neerzet. Maar ook op het acteerwerk van de overige castleden is helemaal niets aan te merken.
Al met al is A Series of Unfortunate Events noch een hilarische komedie, noch een prachtig sprookje, maar de film ziet er prima uit en is van tijd tot tijd best grappig.
3 sterren.
Serious Man, A (2009)
Opnieuw een overheerlijke nieuwe Coen-film, deze serieuze man. Hoewel de bekende gezichten ditmaal wegblijven, alle andere elementen waar de Coens o zo sterk in zijn, zijn overduidelijk aanwezig. De film introduceert een serie geniaal grappige karakters, stuk voor stuk geweldig neergezet door het groepje relatief kleine namen. Vooral Sy Ableman was een hilarisch personage. Verder wordt er een voortreffelijke sfeer neergezet, er zijn weinig films waarin ongemakkelijke stiltes zo perfect zijn getimed. A Serious Man is een rustige, mooi opgebouwde en ook op audiovisueel gebied ijzersterke zwarte komedie, waarmee de Coens voor mij voor de zoveelste maal bevestigen briljante filmmakers te zijn. Op naar het volgende project van de broers.
4,5 sterren.
Serving Sara (2002)
Vrij onschuldig tussendoortje, dat overal eigenlijk prima weet te vermaken. Het script is vrij vergezocht, maar desondanks een prima kapstok voor een reeks typetjes om hun ding te doen. Perry en zijn altijd vermakelijke cynische toon, onze beste Ash als Texaanse womanizer, Vincent Pastore in zijn standaard rol en een hoop bijrollen en cameo's van onder andere Jerry Stiller, Marshall Bell en Mike Judge. Wat dat betreft is Serving Sara geen straf om naar te kijken. Verder is de film kleurrijk, vlot en hier en daar best geestig. Toegegeven, veel grappen zie je mijlenver aankomen en bijzonder kun je de film nergens noemen. Maar daar krijg je anderhalf uur vrij aardig amusement voor terug. Ook leuk.
3 sterren.
Seven Year Itch, The (1955)
Alternatieve titel: Geen Tijd om te Blozen
The Seven Year Itch, een schitterende romantische komedie die me van tijd tot tijd wat deed denken aan Wilder's The Apartment met Jack Lemmon.
Hoofdrolspelers Ewell en Monroe spelen beide de sterren van de hemel en de bijrolvertolkers leveren ook prima werk af. Plot is erg goed uitgewerkt, de personages zijn vermakelijk en de humor werkt aanstekelijk. Vooral de droombeelden/ fantasieën van hoofdpersonage Sherman waren soms hilarisch.
Weer een toppertje van Wilder! 4 sterren.
Shadow Builder (1998)
Alternatieve titel: Bram Stoker's Shadowbuilder
Lag hier al een tijdje te wachten, maar vanavond was Shadow Builder eindelijk aan de beurt. Film viel me uiteindelijk nog best mee, mede dankzij de lage verwachtingen. En hoewel ik redelijk lage verwachtingen van de film had, viel hij me toch erg mee. Oké, het is allemaal niet van erg hoogstaand niveau, maar de special effects zagen er tot mijn verbazing nog best aardig uit, het acteerwerk was niet zo slecht als gedacht en vervelen deed de film ook niet. Desondanks verre van bijzonder (de nodige clichés passeren uiteraard de revue), maar het wist me wonder boven wonder nog best te vermaken.
Voordeel van de twijfel. 2,5 sterren.
Shadow of a Doubt (1943)
Alternatieve titel: Een Schijn van Twijfel
Had het niet verwacht, maar dit is toch zeker één van Hitchcock's sterkste werken. Van de dertien films die ik van de filmmaker zag laat hij met Shadow of a Doubt pas écht zien dat hij met erg weinig bijzonder veel kan. Overigens mag niet alle eer naar Hitch gaan, de acteurs leveren stuk voor stuk ook fenomenaal werk af. Met name Cotten en Wright zijn erg sterk, de spanning tussen deze twee karakters is geregeld erg voelbaar.
Verder is de film, zoals de meeste films van de grootmeester, van alle markten thuis; de film bevat spanning, drama en een nodige portie humor. Vooral recensent Herbie Hawskins en die kleine wijsneus met brilletje zijn typische Hitchcock- personages, erg geestig. Ik hoorde onlangs dat dit Hichcock's persoonlijke favoriet was en dat kan ik me eigenlijk goed voorstellen. Bij mij komt deze sfeervolle, geweldig geacteerde en bovenal erg goed doordachte thriller hoog in mijn Hitchcock top.
4 ruime sterren.
Shadow of the Vampire (2000)
Het concept is fantastisch, de uitvoering iets minder. Het idee dat Max Schreck, de acteur die Orlock speelde in Nosferatu uit 1922, een echte vampier zou zijn, is erg leuk. Alleen dit gegeven blijkt echter net iets te mager te zijn voor een volle speelfilm, althans met deze uitwerking. Shadow of the Vampire is duister en traag, waardoor een passende sfeer wordt neergezet, maar het gebrek aan spanning breekt de film een beetje op. De manier waarop ze filmscènes uit de klassieker nabootsen is erg knap, maar als karakters worden uitgediept zakt de film steeds wat in. Cast is verder prima, maar niet echt uitzonderlijk. Behalve Dafoe dan, die steelt de show.
3 sterren.
Shaggy Dog, The (2006)
Alternatieve titel: Shaggy de Hond
Tim 'ik kan maar één rol spelen' Allen speelt de zoveelste filmvader die teveel werkt en geen tijd heeft voor zijn vrouw en belabberd acterende kinderen. Maar hij krijgt gedurende de film een ander beeld van ze en wil koste wat kost een betere vader worden. Ondertussen is hij ontslagen als advocaat, maar wil toch proberen de zaak te winnen. Hierbij mijn welgemeende complimenten voor de schrijvers van het script. Zelden zoveel originaliteit in één film gezien. Bravo.
Maar ook verder is Shaggy Dog maar een erg matig product. Humor van het 'hij scheurt uit zijn broek' niveau, acteerprestaties beneden niveau en praktisch alle grappen en 'plotwendingen' zijn door een kind nog te voorspellen. Enkel de rol van Downey Jr. was in het begin nog best geestig, maar bleek veel te groot te zijn. Desondanks was hij de enige die er nog een beetje wat van wist te maken; de rest van de cast, de regisseur en met name de scriptschrijvers hadden blijkbaar totaal geen zin om ook maar een beetje moeite te doen.
1,5 sterren.
Shakma (1990)
Alternatieve titel: Nemesis
Verrassend dat deze film na al die jaren voor mij de tand des tijds nog kan doorstaan. Shakma is persoonlijk jeugdsentiment en zo'n heerlijke typische film uit het videotheek-tijdperk. Destijds vond ik 'm aardig en na een herziening blijkt dat de film hier en daar zeker zijn charme nog heeft. Alle scènes met het titelkarakter zijn prima gedaan, vooral de achtervolgingen in het grote verlaten gebouw zorgen voor een paar sterke scènes. De baviaan acteert prima en speelt de rest van de acteurs van het scherm. Wel is het leuk om Roddy McDowall (Fright Night) en Amanda Wyss (A Nightmare on Elm Street) te zien. Het geeft de film net dat beetje meer.
Maar goed, horror op zijn best is Shakma absoluut ook niet te noemen. Bepaalde acteerprestaties zijn vrij matig en Christopher Atkins is een matige held (en een grotere schreeuwlelijk dan de aap waar hij het tegen op moet nemen). Verder is de scène-opbouw niet helemaal geslaagd. Zeker tegen het einde wordt er behoorlijk veel gerekt om spanning op te bouwen. Met als gevolg dat ze door hun trage tempo behoorlijk slaapverwekkend zijn. Na een kwartier heb ik het wel gezien met een rondwandelende Atkins in een leeg gebouw. Laat dan die aap maar snel komen. Helaas lijkt de film continu op zwart te gaan als de aap eenmaal zijn aanval heeft gedaan. Wat betreft gore hoeven de horrorliefhebbers dan ook vrij weinig te verwachten. Maar hou sowieso die verwachtingen gewoon laag, dan valt dit geinige horrortussendoortje nog best mee.
Vooruit, een klein halfje omhoog. 2,5 sterren.
