Meningen
Hier kun je zien welke berichten Shadowed als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Transsiberian (2008)
Prima hoor.
Toch wel weer een prima film van de beste heer Anderson. Ik had hem eigenlijk alleen maar uitgekozen voor 1 van mijn favoriete actrices, Kate Mara. Maar daar was ik al snel afgeleid van, want de film zelf is namelijk beter dan wat ik ervan had gedacht.
Sowieso is Rusland op de achtergrond een interessant gegeven. Harrelson en Mortimer zijn allebei vrij sterk, vooral Mortimer valt behoorlijk op. Oprechte, gemeende emotie die ze hier toont. Daarnaast zijn de sneeuwachtige landschappen ook altijd weer een genot om naar te kijken.
Het verhaal is wel wat traag, er had iets meer tempo in gemogen, maar uiteindelijk blijft het altijd wel boeien. Mensen die veel bruut geweld verwachtten zullen behoorlijk bedrogen uitkomen, want het geweld is hier vrijwel minimaal, dus zal je het met de acteurs zelf moeten doen.
De film blijft voor een groot deel vrij sterk, maar de slotfase is (weer) nogal ongeloofwaardig. Anderson maakte dezelfde fout al met zijn latere The Call. Hier moet nog aan gewerkt worden voor hem, want dat haalt alle kracht ook wel een beetje uit de film.
Gelukkig is alles wat daarvoor in beeld komt prima uitgevoerd en heb ik dit prima uit kunnen kijken. Misschien wel iets waar je van moet houden, maar de sfeer is prima uitgevoerd waardoor het voor mij nergens echt saai werd. Maar goed, als ik iets saai vind, dan moet de film zich er echt wel zijn best voor doen.
Trap (2024)
Gewoon een vermakelijke genrefilm van regisseur M. Night Shyamalan. Uiteraard bereikt Trap niet het niveau dat deze heer ooit wist neer te zetten, maar 't gaat min of meer perfect in dezelfde lijn door als zijn recentere projecten. De volle focus op vermaak gecombineerd met degelijk acteerwerk en genoeg tempo weten namelijk ook van deze film een entertainend geheel te maken, met een uitstekende Josh Hartnett op de voorgrond. Uiteraard is er hier op inhoudelijk vlak weinig logica te bekennen en het schiet zelfs in de laatste 40 minuten geregeld uit de bocht, maar het eerste uur is op-en-top plezier met een fijne flair. Shyamalan wisselt de spanning verder prima af met humor en mystery, al had ik er zelf voor gekozen de clou iets minder snel weg te geven. Ik herken mezelf niet in de zeer stevige kritiek die andere medegebruikers geven, wellicht dat mijn relatief getemperde verwachtingen toch hebben geholpen.
Trap House (2025)
Bijzonder om te zien dat een regisseur als Michael Dowse zich tegenwoordig verbindt aan dit soort bezopen, slecht uitgedachte verhaaltjes. Trap House is op geen enkel vlak logisch te verklaren, waarin een aantal tieners het zonder enige moeite kunnen opnemen tegen georganiseerde misdaadbendes. Het acteerwerk is redelijk, ook al krijgen alle castleden sterke weerstand door middel van de houterige dialogen die ze worden toebedeeld. Dowse doet gelukkig wat terug op het vlak van actie, maar als het dan echt op de finale moet aankomen oogt het allemaal zielloos en ondoordacht. Het is bovendien vreemd dat er zoveel melodrama bij is komen kijken.
Tras el Cristal (1987)
Alternatieve titel: In a Glass Cage
Kunstzinnig en tot op zekere hoogte erg verontrustend, maar regisseur Agustí Villaronga slaagt er niet in om het psychologische aspect naar behoren uit te werken. Je kan natuurlijk een hoop overlaten aan de interpretatie van de kijker, maar ik vond de ontwikkeling van David Sust simpelweg ongeloofwaardig. Villaronga lijkt ook vooral te willen scoren met choquerende beelden, een iets te makkelijke uitweg om een impact van dit kaliber te maken. Niettemin pakt de verhouding tussen de twee hoofdpersonages best interessant uit omdat de film niet bang is de grenzen op te zoeken, ondanks het middelmatige acteerwerk. De meeste punten worden verkregen met het concept, het jammerlijke is dat het gevoel van machteloosheid of begrip nergens wordt overgebracht. Het onvoorspelbare verloop is verder een dikke plus en Villaronga komt qua originaliteit een heel eind, maar uiteindelijk vond ik het diepere laagje te onafgemaakt om te overtuigen.
Trash Fire (2016)
Alternatieve titel: The Wrath
Oké.
Film met meerdere gezichten. Bates Jr. kiest met deze film opnieuw voor een ander pad, maar vermengt niettemin nog steeds dezelfde humor in Trash Fire. Ik kan het tot een bepaald punt best waarderen, maar met de films van Bates Jr. zit er altijd wel iets in de weg eigenlijk. Hierdoor zat er voor mij tot nu toe nooit een echt meesterwerk tussen.
Toch vond ik Trash Fire beter dan een Suburban Gothic of een Excision. Die films wisten beiden op een bepaald vlak zeker indruk te maken, maar Trash Fire voelt als geheel vlotter en vermakelijker aan. Net als bij zijn vorige films kiest Bates Jr. voor een hele specifieke richting en probeert hierin zijn balans te vinden, maar dat wil nog weleens wankelen hier en daar. Toch voelt deze film als resultaat iets completer aan.
Vooral omdat het eigenlijk niet echt een horrorfilm is verder. Meer een komedie met korte romantische en thrillermomenten. Beide genres worden erg in toon gehouden, want het zijn vooral de scherpe dialogen en vreemde typetjes die deze film opvullen. In de eerste helft weet dit aardig te werken dankzij twee scherpe rollen van Grenier en Trimbur.
Die twee hebben ook wel degelijk chemie en weten dankzij hun bovengemiddelde acteerwerk de film te verheffen naar een vermakelijk resultaat. Het is niet grensoverschrijdend, maar ook absoluut niet vervelend. De regie van Bates Jr. heeft daarnaast ook meerwaarde met wat aardige decoraties en on-point camerawerk die nog weleens buiten het boekje wil gaan.
Verder duurt de film ook niet lang, maar neemt een iets vermoeiendere wending in de tweede helft. De poster belooft een gekke film, maar dat komt niet van de grond. Uiteindelijk zal je, als je het zo promoot, ook wel iets moeten doen met de horror en dat blijft hier beperkt. Omdat de film nogal kleinschalig blijft voel je je als kijker mogelijk een beetje bedrogen, en dat is jammer.
Tweede helft sleept dus een beetje, maar verder vond ik dit een best lollige film hier en daar. Niet alles raakt, maar de scherpe dialogen zorgen er in ieder geval voor dat het als geheel vermakelijk blijft. Nu ben ik benieuwd wat Bates Jr. met zijn volgende film in elkaar heeft gestopt. Qua ideeën probeert hij steeds een andere richting uit, maar de afwerking en daadwerkelijke horror mogen iets beter uithalen.
Trauma (2017)
Eerste horror uit Chili.
En dat laat in ieder geval wel mooi zijn stempel achter. Het is lang geleden dat ik weer een echt harde film heb gezien, en die periode is dan mooi verbroken met deze Trauma. Benieuwd of er nog meer Chileense horrorfilms zijn die ook zo rauw zijn.
De film is schijnbaar politiek overladen, maar dat was in mijn optiek niet erg te merken. Vond het een wat slap excuus om een hard verhaal wat begrijpelijker te maken. Uiteindelijk is het voor mij gewoon een goede, sterke horror met wat lichte erotiek dat niks toevoegd.
Ondanks dat ik zie dat het naakt blijkbaar aanslaat bij het publiek, vind ik het maar niks. Vond het vaak nogal overdreven zelfs. Elke keer weer die neiging om wat naakt te laten zien zodat het wat vlotter en vermakelijker is vind ik simpelweg lomp en lui.
Maar als het op horror aankomt komt de film behoorlijk binnen. Al bij de opening wordt de toon gezet en op een behoorlijke manier. Dan gebeurd er voor een kleine 30 minuten niks en dan is het weer raak. Een echte impact liet het niet na, maar het is duidelijk wel een stuk harder.
Visueel goed. Lekker rauw sfeertje dat door de film hangt en dat is ook wel nodig omdat de beelden zelf ook best rauw en bruut zijn. De gore is goed, alhoewel er soms wel zichtbaar niet al te veel budget is. Ook is de film behoorlijk actievol hier en daar, dat ik niet meteen heb verwacht.
De film is vooral gewoon erg hard en dat is wat de film doet opvallen. Het vermaakt de volle 106 (geen 110) minuten. Soms vond ik het wat lui, (de naaktheid) en soms vond ik het sterk. Geen hele goede, maar vooral harde en grove horrorfilm.
Trauma Center (2019)
Alternatieve titel: Trauma Cen+er
Trauma Center ziet er bij vlagen sfeervol uit en Nicky Whelan doet het aardig in de hoofdrol, maar deze thriller van regisseur Matt Eskandari komt bijzonder saai voor de dag. Er gebeurt een heleboel en toch weet het geen moment te beklijven, mede door een gebrek aan spanning, vernieuwing en goed acteerwerk. Specifiek Bruce Willis bakt er nogal weinig van, maar ook de overige personages creëren erg weinig. Het kabbelt allemaal voorwaarts naar een teleurstellende finale met betrekkelijk weinig tempo. Voor een aantal technisch knappe camerabewegingen en Whelan zijn er nog bonuspunten, maar dat redt het eindresultaat beslist niet.
Trauma Porn Club (2024)
Lekker directe titel, maar de inhoud van de film doet er toch behoorlijk aan onder. Regisseur Michael Middelkoop mocht het vierde filmpje binnen de Koolhoven Presenteert-reeks op zich nemen en iedere deelnemer kreeg daarin volledige vrijheid, maar wel overduidelijk met een kleinschalig budget. Trauma Porn Club is vooral zo'n film die in de basis best interessant uitpakt, maar nergens echt hard durft uit te halen. De groteske finale is veel te kort en afzonderlijke horrormomenten veel te tam, niettemin zijn dat juist de scènes die een film als deze moeten maken. Daar komt ook nog bij dat de neerwaartse spiraal van Sigrid ten Napel (door het middelmatige acteerwerk) niet uit de verf komt en de dialogen hoogstwaarschijnlijk niet zijn nagelezen. ”Ga jij mij pijn doen” bijvoorbeeld kwam er zo ongemakkelijk uit (in de negatieve zin) dat ik me afvroeg waarom ze dat moment niet integraal geschrapt hadden. Wel knap gedaan is de visuele meerwaarde van de film, die door Middelkoop strak onder de controle wordt gehouden en een eigen sfeerzetting over het geheel uitroept. Ik vind dit tot nu toe de minste film uit de serie, maar voor Nederlandse standaarden is het op z'n minst weer iets nieuws. Extra punten voor het redelijk onvoorspelbare verloop.
Traumatika (2024)
Semi-overtuigende horrorthriller met een sterke eerste helft, waarbinnen regisseur Pierre Tsigaridis de dramatiek overslaat en direct begint met doordenderend gegriezel. De atmosfeer zit er goed in, de spanning wordt sterk opgebouwd en de verveling slaat nergens toe. Daardoor is het extra jammer dat de tweede helft aanzienlijk trager van aard is en veel minder goede ideeën uitwerkt. Het hele gedoe rondom de moordenaar wil niet onderhouden en de finale mist de atmosfeer die de eerste 45 minuten wel hadden. Gevoelsmatig leek Tsigaridis niet helemaal te weten hoe zijn film moest laten eindigen, waardoor er onafgemaakte concepten ongelukkig worden geïntroduceerd.
Tre Volti della Paura, I (1963)
Alternatieve titel: Black Sabbath
Matigjes.
Van tevoren was ik niet op de hoogte dat Black Sabbath een anthologiefilm betrof, ik wist enkel dat het onder handen genomen zou worden door regisseur Mario Bava (en Salvatore Billitteri). Een grote naam onder de horrorliefhebbers, maar ik werd er niet bepaald warm van. Zo slecht als ik dacht werd de film uiteindelijk niet, maar er zat niettemin geen segment tussen dat wist te charmeren.
The Telephone (1,5*). De potentie is er zeker, vooral aangezien dit stukje film als een raket uit de startblokken schiet. Geen introducties of achtergronddramatiek, de mysterieuze belletjes gaan meteen af en voeren de horror direct op. Het spijtige is dat het daarna niet zoveel meer te bieden heeft. Het acteerwerk is erbarmelijk, de spanningsopbouw slordig en de plotwending compleet stompzinnig. Het appartement ziet er verder gedetailleerd uit, maar de makers vangen er simpelweg niets mee aan.
The Wurdulak (2,5*). Binnen deze volledige anthologiefilm zeker het beste segment, maar slechts gematigd boeiend. Met name de locaties ogen sprookjesachtig en sfeervol, bijgestaan door knappe details en eigenzinnige decors. Het acteerwerk is niettemin (wederom) schandalig onder de maat en de concepten die uiteindelijk uit de doeken worden gedaan zijn wel heel vergezocht. Dit stukje moet het toch hebben van de psychologische onderlaag waardoor het uiteindelijk bij een dood eind terechtkomt, aangezien geen van de personages maar enigszins weten te boeien.
The Drop of Water (2,0*). Het enige segment met een zeker gevoel voor spanningsopbouw, maar de uiteindelijke pay-off oogt zo idioot dat het de rest van dit stukje omver blaast. Het acteerwerk is bovendien opnieuw zeer slecht, toch bijzonder hoe er zoveel actrices worden gestrikt die niet kunnen acteren. Je zult bijna denken dat ze er enkel als sit-still-look-pretty figuren staan. Het huis ziet er verder gedetailleerd uit en er komt een zekere dreiging van het onbekende vanaf, maar eenmaal bekend wordt wat er precies gaande is mondt de film uit in een flinke domper.
Het gemiddelde cijfer is een 2,0*. Tot op zekere hoogte kon ik er wel wat mee, maar de ideeën komen toch wel wat armoedig over. Alsof dit de concepten waren die niet voor een langspeelfilm uitgevoerd konden worden en daarom half uitgewerkt bij elkaar worden gesmeten. Ik ben best te porren voor een anthologiefilm, maar het blijft bijzonder hoe er zelden eentje op een goed gemiddelde uitkomt.
Tree of Life, The (2011)
Ik vond het een erg indringende, herkenbare registratie van een neerwaartse familiespiraal en ik kon de hele film lang de mentale pijn van de acteurs/actrices voelen. De unieke regiebenadering van Terrence Malick maakt van The Tree of Life een uiterst onderscheidende en subtiele ervaring die echter geen geheel oplevert dat iedere kijker zal smaken. Het knip- en plakwerk is vluchtig, de cameraregie uiterst nerveus en de atmosfeer dromerig, maar het zijn allemaal stijlkeuzes die de voortgang van het verhaal ten goede komen en het concept ondersteunen. Malick oogt soms zelfingenomen met een lange sequentie over het ontstaan van de aarde die onhandig in het verhaal wordt geplakt en veel willekeurige scenes die niet allemaal evenveel toevoegen, maar uiteindelijk zijn de 188 minuten (de editie die ik heb gekeken) opmerkelijk genoeg geen lange zit. Wat je ook van het gebeuren vind, The Tree of Life levert een uiterst bijzondere filmreis op die me op bepaalde momenten erg wist te raken. Zonder twijfel mijn favoriete filmbijdrage van Malick.
Tremors (1990)
Erg lollig.
Wou deze film al best lang zien, omdat hij me toch wel erg grappig leek. Die poster alleen al, neemt Jaws voor een gedeelte goed in de zeik. Die wormen zien er ook zo leuk uit. Natuurlijk alles behalve realistisch, maar zo leuk.
Ward & Bacon zijn een best lollig duo. Beide overacten enorm en dat maakt de film dan ook zo leuk. De rest is soms ook wel lollig, maar halen het niveau wat de twee heren spelen ook niet meer. De sets zijn ook best leuk, het heeft echt wel een arme woestijn uitstraling.
Het eerste deel van de film is wat minder, maar het tweede deel is zo leuk. Die wormen komen ook echt in beeld. De Graboid cams zijn ook leuk. Soms zelfs ondergronds. Maar het beste is toch wel als de wormen soms uit elkaar spatten met oranje blubber.
Best geslaagde en soms lompe en lollige film. Natuurlijk niet een hoogstaander, maar een erg leuke ervaring voor die 96 minuten.
Tremors 3: Back to Perfection (2001)
Het derde deel.
Het eerste deel blijft van de eerste drie in ieder geval nog altijd het beste deel, maar dat was ook te verwachten van een reeks die zichzelf niet serieus neemt en daardoor steeds verder in dwaze concepten vervalt. Soms kan het werken, maar de duidelijk goedkopere en makkelijkere aanpak van deze reeks is daarin niet voordelig.
Toch blijft het concept waarbij grote worm naar klein beestje naar vliegende bedreiging evalueert best lollig te noemen, en ook goed gevonden. Voor wezens die echter al zo lang hebben bestaan is het bijzonder dat deze mutaties nu pas opduiken, maar in kader van eindresultaat en verhaal maakt het weinig verschil. In ieder geval niet voor mij.
De aanpak van de film blijft een beetje hetzelfde als het tweede deel. De leukste scenes zijn afkomstig van de Graboids zelf en daarom is zo'n park voor Graboids ook leuk gevonden. Jammer genoeg zie je ze in dit geval enkel boven de grond komen en niet bewegen of exploderen, en hebben daardoor toch een stukje minder charme. De geanimeerde mutaties zien er namelijk best slecht uit.
Het camerawerk is lekker druk maar de film zelf blijft er wat kaal uitzien, en de spanning ontbreekt op een hoop momenten. De film gaat veel voor komedie, maar regelmatig ook voor spanning, en zo'n uit de hand gelopen pretpark voor die beesten is dan ideaal gevonden. Helaas is dit hier niet het geval, het blijft toch wat terughoudend en te braaf.
Cinematografisch talent ontbreekt en tevens een beetje gevoel voor humor die het eerste deel wel heel goed had. Het duurt ook allemaal net wat te lang en het personage van Gross is er niet veel leuker op geworden. Tussendoor zitten er nog wel lollige momenten tussen, maar in zijn geheel blijft de film iets te makkelijk en soms ronduit taai. Weer een stapje terug in de reeks.
Tremors 4: The Legend Begins (2004)
Fijn dat regisseur S. S. Wilson de praktische effecten met dit vierde deel weer in volle glorie terugbrengt. De nogal matige computereffecten begonnen in het verleden namelijk een te grote rol te spelen. Helaas wijken de schrijvers niet echt af van het basisgegeven, waardoor het wederom weinig verrassend uitpakt op inhoudelijk vlak. Dit soort films draaien natuurlijk om het vermaak, maar steeds hetzelfde zien eist uiteindelijk zijn tol. Niettemin kent het gebeuren nog wat excentrieke figuren en een charmante finale. Eenmaal de Graboids boven de grond steken leeft de film behoorlijk op, maar buiten het feit dat dit een oorsprongsverhaal is blijft het een uitgekauwd gebeuren.
Tremors 5: Bloodlines (2015)
De vorige vier delen werden in de staat Californië opgenomen, maar regisseur Don Michael Paul brengt dit vijfde deel voor de verandering naar Zuid-Afrika. Michael Gross keert ook hier weer terug en kent dit keer het gezelschap van Jamie Kennedy. Samen vormen ze een aardig duo, maar gaan uiteindelijk behoorlijk vervelen. Met name omdat deze film het erg moet hebben van de humor en minder van de actiescenes, maar dat gaat op den duur knagen aan de kijker. Tremors 5 kent overigens weer een terugval naar computereffecten. Ze zien er wat beter uit ten opzichte van de voorgaande delen, maar missen daarmee de smerigheid die voor het nodige plezier moet zorgen. De finale is gelukkig spectaculair en de personages blijven vermakelijk, maar dat weerhoudt het gebeuren er niet van om geregeld saai uit de hoek te komen. Extra spijtig is dat de protagonisten enkel met twee vijanden te maken hebben.
Tremors II: Aftershocks (1996)
Alternatieve titel: Tremors 2: Aftershocks
Stapje terug.
Vooral gekeken omdat deze binnenkort van Netflix verdwijnt, en ik niet verwacht dat de reeks van Tremors nog snel op TV zou komen. Ondanks ik er nog redelijke verwachtingen had uitgehaald, was ik verbaasd te zien dat dit eigenlijk qua lol ook niet in de buurt komt.
Het tempo is een stuk saaier vooral. Ondanks dat de film soms nog best lomp is en enkele grappige momenten kent, is de lompe lol van deel 1 nergens echt meer te bekennen en de spanning is er eigenlijk ook al volledig uit weggenomen.
Vooral omdat wormpjes opblazen nu veel makkelijker lijkt te gaan, en bij deel 1 waren ze nog wat onvoorspelbaarder en enger. Als ze dan vervolgens vervangen worden door een soort groepje Konijnen trekt de film zich eigenlijk volledig terug.
Ook begint de film soms CGI te gebruiken, en dan valt hij nagenoeg in elkaar. Van de echt smerige sfeer is er minder sprake. Ook speelt een deel zich plots af in een graslandje, inplaats van de woestijn, en dan krijg je nagenoeg een compleet verschillende Tremors dan deel 1.
Alhoewel het nog best redelijke momenten kent, is dit deel saaier en in het algemeen wat minder. Jammer, want deel 1 was destijds best een positieve verrassing.
Tremors: A Cold Day in Hell (2018)
Alternatieve titel: Tremors 6
Zoals wel vaker bij een horrorreeks daalt het niveau per film en regisseur Don Michael Paul maakt die verwachting met dit zesde deel meer dan waar. Het vorige deel kende al een beperkt aantal vijanden en dit zesde deel zet die schaarsheid voort. Het zorgt voor een formaat dat min of meer exact op het vorige deel lijkt, maar dan tegenover een ijsvlakte. Erg koud ziet het er verder niet uit (het werd tenslotte wederom in Zuid-Afrika gefilmd omdat de koude bergen van Bulgarije geteisterd werden door een zware sneeuwstorm) en de actiescenes komen saai voor de dag, maar de personages weten gelukkig nog enigszins voor redelijk vermaak te zorgen. Paul is duidelijk dol op de effecten waarin je een worm onder de oppervlakte ziet bewegen, maar zet dit dermate vaak in dat je het na enige tijd wel gezien hebt en dan volgt het moment nog een keer of zeven. Tremors 6 vormt nu toe het minste deel van de reeks.
Tremors: Shrieker Island (2020)
Alternatieve titel: Tremors 7
Ten opzichte van het oninteressante vorige deel is Shrieker Island weer een kleine vooruitgang, maar ondertussen begint de indruk sterk te heersen dat de makers gewoon naar verre landen op vakantie wilden gaan. Dit keer mogen we ons in de landschappen van Thailand bevinden, waar met gemuteerde varianten afgerekend moet worden. Wederom zet regisseur Don Michael Paul sterk in op de computereffecten en laat de praktische effecten zoveel mogelijk achterwege. De actiescenes worden met wat meer tempo en adrenaline opgezet, maar eenmaal de Graboids of de Shriekers in beeld komen beginnen deze scènes wel heel erg te lijken op bepaalde momenten binnen de twee voorgaande delen. Wormen die zich bijvoorbeeld bovengronds bewegen als kurkentrekkers of de ontploffingen wanneer zo'n beest zich onder de oppervlakte beweegt zijn qua opzet letterlijk gekopieerd van de voorgangers. Het gevoel dat je alles (zeer letterlijk) al eens eerder hebt gezien hangt daarom continue in de lucht en het gebrek aan vernieuwing zorgt dan ook voor een boel saaie momenten. Positief is dat Richard Brake hier een bijrol mag vertolken, al was dit duidelijk niet specifiek voor zijn aanwezigheid geschreven.
Trespass (2011)
Ietwat flauwe gijzelingsthriller van de ervaren regisseur Joel Schumacher, die zijn desbetreffende ervaring in zijn laatste speelfilm helaas niet overtuigend kon doorvoeren. Niettemin wordt er vanuit de regie genoeg ondernomen om de boel op gang te helpen, met een duidelijk gevoel voor opbouw van druk en chaos. De hysterie kent geregeld wat knappe opvoer van tempo en de acteerprestaties van met name Nicolas Cage en Cam Gigandet vallen op, maar het scenario van Karl Gajdusek is nogal dwaas. Te vaak wordt er gegrepen naar toevalligheden en ongeloofwaardige plotwendingen, die toch steeds wat te nonchalant geïntroduceerd worden. Zeker richting de finale vliegt de film uit de bocht, de "romantische" onthullingen bijvoorbeeld om de onderhuidse spanningen op te krikken werken namelijk simpelweg niet. De makers hadden zich er goed aan gedaan wat minder naïef te beginnen aan het schrijfwerk, maar Trespass includeert wel genoeg spektakel, tempo en onrust voor een korte en boeiende kijkervaring.
Trial of Christine Keeler, The (2019)
Ok.
Redelijke miniserie, eigenlijk alleen gekeken vanwege Cookson. Nu heb ik niet heel veel films met Cookson gezien, maar ik zal eerlijk zeggen dat de poster aantrekkelijk genoeg was om deze miniserie op te zetten. Was ook niet zo'n hele grote opgave, een uurtje per week.
Alles bevat eigenlijk een hoop elementen om op een TV-serie te lijken. Het is moeilijk uit te leggen, maar de vibe van TV-series en de vibe van films is altijd anders. Deze serie neigt ten volle naar de vibe toe van de TV-series. Nogmaals, moeilijk uit te leggen, maar het is wel zo.
Maar die vibe is niet bepaald goed. Alles komt er namelijk nogal gemaakt mee over. Inleving met de karakters is er tevens moeilijk mee. De serie doet erg zijn best om de karakters uit te diepen, maar het uiteindelijke resultaat is toch redelijk plat en eentonig.
Cookson doet het goed, speelt met gemak de rest van de cast weg. Dat zegt niet zo veel over de rest van de cast, aangezien Cookson ook de meeste ruimte krijgt. Norton doet het bijvoorbeeld ook erg goed. Zijn personage is wel erg overdreven en gemaakt, maar nog steeds met veel charme gespeeld.
De miniserie bevat een hoop drama en poeha, maar niets wil echt raken. Dat is ook het voornaamste probleem waar de miniserie mee kampt. De kijker wordt op geen enkele manier betrokken in het verhaal. De problemen voelen gemaakt aan, de gebeurtenissen zijn te gedramatiseerd en niets wil echt raken of aanzetten.
Maar het weet wel te boeien en dankzij alle poeha die gebeurt is het geen vervelende serie om doorheen te komen. Acteerwerk van iedereen is goed en geloofwaardig, maar de rollen zelf zijn niet bepaald geloofwaardig. De film kent een aantal betere stukjes en de sfeer van de periode komt goed naar voren. Het is allemaal uiterst verzorgd, kijkt goed weg en kent solide acteerwerk, maar het is allemaal helaas ook erg plat en overdreven.
Trial of the Chicago 7, The (2020)
Op opzet van deze historische registratie wordt enigszins ingeperkt om duidelijk een groter publiek aan te spreken. Dit resulteert in veel onnodige, soms ronduit theatrale pogingen om humor in het gebeuren te verwerken dat de serieuze toon niet ten goede komt. Met name de rol van Sacha Baron Cohen (ondanks het zeer verdienstelijke acteerwerk) valt compleet buiten de boot en past amper in het grote geheel. Daartegenover staan wel heel veel sterke acteerprestaties, enkele doeltreffende geweldsuitbarstingen en een interessant proces. De afwisseling tussen perspectieven levert een vermakelijk beeld op, ondanks dat alle politieke richtingen van het verhaal nergens diepgaand worden uitgedrukt (is ook per definitie niet nodig). Jammerlijk is dat slechts enkele personages worden voorzien van uitdieping, maar het sentiment weet in de tweede helft effectief te zijn en het einde vond ik stiekem erg mooi.
Triangle (2009)
Toch met een halfje verlaagd na herziening. Regisseur Christopher Smith levert nog altijd vermakelijk vakwerk af met veel tempo en een aantal onverwachte plotinsteken, maar laat qua spanning te veel punten liggen. Ik vond Melissa George bovendien helemaal niet goed in haar rol zitten en de overige personages te onderbelicht om dat te compenseren. Met het sfeertje zit het gelukkig wel goed en de inhoud is natuurlijk geweldig, maar het viel me dit keer op hoe snel het allemaal eigenlijk voorbij was en niet naar een hoogtepunt kan toewerken. Slecht is het zeker niet, maar de mijlpaal die ik er ooit inzag, is inmiddels uitgewerkt.
Triangle of Sadness (2022)
Satirische komediefilm met een geïnteresseerde bijdrage vanuit regisseur Ruben Östlund, die Triangle of Sadness zoveel mogelijk van zijn eigen kwaliteiten probeert mee te geven. Hierdoor zit de film vol met apart geschoten scenes tussen een variatie aan excentrieke personages. Problematisch is dat die niet allemaal even goed werken, want zeker Woody Harrelson en Zlatko Burić zijn dermate flauw dat de satire niet echt van de grond komt. Het merendeel van dit 147-minutendurende project voelt aan als goedkoop scoren met voordehandliggend materiaal, waardoor je je als kijker afvraagt waarom Östlund zoveel tijd nodig heeft om het allemaal uit te werken. Afzonderlijk zijn de scènes best boeiend en geregeld tamelijk komisch, maar het is te breed uitgesponnen en te flauw om een hoger cijfer te garanderen.
Trick (2019)
Haha.
Toch wel 1 van de meest bizarre horrorfilms die ik heb gezien, niet omdat wat er gebeurd zo ontzettend vreemd is, maar omdat de aanpak wonderlijk is. Lussier wachtte 8 jaar maar zijn terugkomst is helaas niet goed genoeg om weer naam te maken.
Het is wel een pure slasher, en daarmee wil ik zeggen dat er waarschijnlijk meer moorden vallen dat scenes met verhaal. Elke scene eindigt waarschijnlijk wel met een steekpartij. Het is wat verwonderlijk dat Epps hier aan meedeed, maar het maakt het wel iets kijkbaarder.
Maar de verhalen kloppen wel degelijk. Er valt veel bloed neer, en alhoewel het geweld nooit extreem is, wordt er wel op volle toeren op losgesneden. Veel, heel veel steekpartijen met allen wel wat bloed. Het is eigenlijk zo veel moorden dat het begint af te leiden van het verhaal zelf.
Bovendien zitten er wel weinig creatieve kills in de film. Ik tel maar 2 momenten die een beetje gaaf waren. Voor de rest is het steken in de nek, benen, voeten, maag, rug maar nooit echt iets creatiefs. Wel veel bloedbaden en tempo wat de film wel kijkbaar houdt gelukkig.
Maar het lijkt een beetje alsof de makers en regie er zelf niet zo'n zin meer in hadden en vooral de focus gingen leggen op de moorden zelf. Wel een leuk halloweensfeertje soms en leuk opgebouwde decors, maar veel meer dan steekpartijen zie je helaas niet en deze film had er misschien nog wat verhaal omheen moeten maken.
Trick 'r Treat (2007)
Alternatieve titel: Trick or Treat
Geweldige herziening.
Ik vroeg me al af waarom ik deze film maar op een zesje had staan terwijl ik de andere vakantiehorrorfilm Krampus van Dougherty zo kon waarderen. Die twijfels bleken dan ook terecht te zijn, want de herziening van deze horrorfilm die ideaal kijkvoer is voor deze enge feestdagen bewees zich geweldig, waardoor het cijfer een aanzienlijk stuk wordt verhoogd.
Het viel me dit keer op dat ik wat minder moest letten op hoe spannend de film was, want deze film mikt daar niet (altijd) echt op. Ik geloof dat ik daar de eerste keer zo tegenaan liep, nu kon ik vooral van het sfeertje en het verhaal zelf genieten. Dougherty verbindt op opvallend slimme en frisse wijze de verhaaltjes. Lijnen die niet prominent zijn worden snel uit de weg geruimd, en de ruimte wordt op z'n plaats gegeven aan de elementen die er wel toe doen.
De personages zijn stuk voor stuk geslaagd. Het is niet dat ze inhoudelijk zoveel meekrijgen dat ze zo leuk maakt, maar de frisse uitstraling en onderscheiding die ze krijgen wel. Ieder personage is weliswaar karikaturaal, maar in een stripboekenhorrorfilm gewoonweg zeer treffend. Leuk dat Doughterty ze allemaal zo verschillend van elkaar maakt, waardoor ze allemaal op een aparte (en geslaagde) wijze aan weten te slaan bij de kijker en daarmee ook op hun eigen manier plezier creëren.
De verhaaltjes apart beoordelen is voor mij geen optie, aangezien ze allemaal qua stijl best op elkaar lijken, alhoewel het mikpunt toch anders is. Allemaal delen ze dezelfde speelse, vlotte sfeer die de Halloween-feestdagen uitoefenen, maar de een is toch duidelijk meer gericht op spanning terwijl de ander meer op plezier of fantasy gericht is. Allemaal wel komedie, maar de een iets donkerder dan de ander. In ieder geval kon ik van elk verhaaltje waarvan elk genoeg focus krijgt erg genieten.
Leuk geacteerd, lollig geschreven en bevredigende scene na bevredigende scene. Alles ademt horror en Halloween uit, een heerlijke combinatie die geweldig wordt uitgewerkt door Dougherty. Wordt voor hem hoog tijd dat hij weer terugkeert naar de feestdagen, die grotere blockbusters zijn duidelijk door het gebrek van creativiteit wat minder geslaagd. Ik las ook dat een vervolg hierop uit moest komen, laat die maar eens doorkomen! Ik vond die Sam alleen niet zo leuk als iedereen dat klaarblijkelijk wel vind, buiten zijn strakke look. Iets aan het feit dat het een kind is stoot me wat af. Verder topvermaak.
Trick or Treat (1986)
Erg cute, deze charmant vormgegeven tienerhorrorfilm die voor de fans van het desbetreffende muziekgenre natuurlijk een absolute must is. Regisseur Charles Martin Smith tovert zeker in de tweede helft genoeg sfeervolle beelden en bombastische scenes tevoorschijn om geen verveling toe te laten slaan, waardoor het matige acteerwerk en ondermaats belichte concept niet al te vermoeiend worden. Op het vlak van griezelscenes had Trick or Treat gerust beduidend bruter en onvoorspelbaarder mogen zijn en Gene Simmons jaagt weinig angst aan, maar het vermaakt zeker rondom de koude dagen in oktober uiterst degelijk.
Trick or Treats (1982)
Het authentieke Halloweensfeertje uit de jaren 80 is hier niet stuk te krijgen en redt de film van een nog lager cijfer, want verder is dit goedkope product van regisseur Gary Graver op niet al te veel punten te prijzen. Erg slecht geacteerd, vooral Jacqueline Giroux overtuigt werkelijk geen enkel moment als de nogal houterige babysitter. Chris Graver (de zoon van de regisseur) is de enige die wat van zijn rol weet te maken, maar krijgt ook veruit het leukste figuurtje om te spelen. Verder gebeurt er in Trick or Treats vooral veel te weinig, met een groots gebrek aan spanning en voortgang. Het duurt een goed uur voordat de horrorelementen voorzichtig om de hoek komen kijken en de uiteindelijke slotfase die daarop volgt, is vervolgens behoorlijk aan de brave kant. Het gebrek aan noemenswaardige momenten is dan ook de voornaamste dooddoener van deze film, ondanks de fijne sfeer en de luchtige toonzetting.
Trico Tri Happy Halloween (2018)
Slecht.
Trico Tri leek op de poster afgaand nog wel een vermakelijk en vlot tussendoortje op Netflix. Als film lijkt deze niet echt ontdekt te zijn door het grote publiek, wat ik wel verrassend vind. Merico is namelijk een kandidaat van American Idol, een best goed bekeken show. Bijzonder dat deze film dus over het hoofd is gegaan bij het publiek.
Wat al snel een grote troef blijkt te zijn voor deze film is het acteerwerk, dat toch echt serieus slecht te noemen is. Zeker de kinderen bakken er in dit geval niet veel van. Vertes mist bijna alle uitstraling en lijkt bijna stijf van de zenuwen te staan eenmaal de camera's op haar gericht zijn. Merico is ook niet veel charmanter, en levert een afstandelijke prestatie af als hoofdpersonage. De volwassenen doen het gelukkig wel iets beter.
Voor een kinderfilm die erg graag speels en vrolijk wil zijn is deze film een behoorlijk gefaald geheel. Ik mis namelijk creativiteit vanuit alle vlakken, voornamelijk wanneer het op het gespook aan moet komen. De decoraties worden zowat genegeerd bij deze film, als geheel kent het geen enkel effectje of trucje en het maakt allemaal een erg kale indruk. Een degelijke montage kan er eigenlijk niet eens vanaf.
De grapjes willen nog weleens leuk zijn, zeker Picanes wil nog weleens leuke dingen doen door haar dwaze manieren van acteren. Verder is de film ook goedbedoeld en kijkt aardig weg, regisseur Vogeler weet het qua tempo nog wel aardig te verzorgen. Jammer van het gebrek aan griezels, maar alles komt niettemin overzichtelijk in beeld met een aardige filter.
Grootse cinema zal het nooit worden en als film is het ook best slecht te noemen, maar dankzij vlotte humor is het in ieder geval nog uit te kijken. Jammer genoeg is het op het vlak van regie ook ondermaats te noemen, en kent de film gewoon te weinig inspanning en acteertalent, maar ook (veel) te weinig creativiteit. Kinderen hopen natuurlijk op mooie dingen en spannende geesten, die verwachtingen gooit Trico Tri doodleuk in de prullenmand.
Triggered (2019)
Aan de brakke kant.
Triggered is een horrorfilm die graag wil scoren op het twitterconcept, waarmee ik bedoel dat deze film maar wat graag hip wil zijn door allerlei kritieken die overgevoelige mensen die door alles beledigd raken te adresseren. Dat had de film ook best leuk kunnen maken, maar ik vond het helaas maar matig werken.
Zeker omdat de crewleden eigenlijk gewoon niet zo goed kunnen acteren. Mohler krijgt veel op haar bord, maar haar rol is juist een kans om lekker uit te pakken. Helaas beschikt ze niet over het talent om haar dialogen grappig af te leveren en voelt het allemaal maar ongemakkelijk aan. Ze probeert het wel, dat kan ik haar meegeven, maar het wil alleen niet zo lukken.
Verder wil deze film ook graag modern zijn door allerlei maatschappijonderwerpen aan de kaak te stellen, zoals homorelaties. Wordt ondertussen een betrokken concept in cinema, maar in horrorfilms zie ik het best weinig, en daar willen films zoals Triggered verandering in brengen. Ik vond het alleen niet meer dan een extraatje, en erg bijzonder is dat uiteraard niet.
De horror is niet bijzonder, de moorden zijn vaak buiten beeld. Uiteraard omdat het budget geen mooie dingen toeliet, maar toch hoop je op net wat meer dan goedkope maskertjes die achter personages aanrennen. Desnoods het maskertje even verven of leukere kleding aantrekken, want dit sloeg nergens op. Het lijkt alsof de film het horroraspect een beetje wil ontwijken op die manier.
Film duurt veel te lang en biedt toch te weinig om zo'n speelduur te rechtvaardigen. Soms in zijn dwaasheid nog wel grappig en de pogingen om er soms wat kleur aan toe te voegen kon ik zeker waarderen. Vlot is deze film uiteindelijk zeker omdat het een redelijk moderne film is (had ook wel gemoeten, de film doet er wel 100 pogingen naar), maar toch blijft het al bij al te matig om er iets moois mee te doen.
Triggered (2020)
Herzien en het cijfer blijft staan. Ondanks de grotendeels negatieve geluiden slaagt regisseur Alastair Orr er goed in om een fijne sfeerzetting op te zetten en te profiteren van een leuk concept. Het acteerwerk is verder ook bovengemiddeld en de humor slaat aan, waar effectief wordt ingezet op scherpe dialogen. Triggered haalt soms degelijk uit met praktische effecten, maar Orr speelt zijn kaarten op dat vlak nog net te veilig. Het bloedvergieten had gerust verdubbeld mogen worden en de aanloop is te traag, maar het zit een amusante filmavond gelukkig niet te veel in de weg.
