Meningen
Hier kun je zien welke berichten Metalfist als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Treasure Planet (2002)
Alternatieve titel: Piratenplaneet: De Schat van Kapitein Flint
Dang it, Jim. I'm an astronomer, not a doctor!
Om eens gericht iets aan mijn kijkachterstand te doen, heb ik een tijd geleden een lijstje gemaakt met alle films die ik in bezit heb maar waar ik nog niet heb gestemd. Van tijd tot wijlen overloop ik die lijst eens om tot inspiratie te komen en tot mijn verbazing zag ik daar Treasure Planet tussen zitten. Volgens mij heb ik deze Disney indertijd zelfs nog in de cinema gezien maar blijkbaar dus nooit op gestemd. Het was dus al vele jaren geleden dat ik de film nog had gezien dus hoog tijd om deze aan een herziening te onderwerpen.
Zeker omdat ik de afgelopen twee jaar toch al bezig ben geweest om eens geregeld een Disney film te herkijken. Na zich jaren voornamelijk gericht te hebben op meisjes aan de hand van de vele prinsessenfilms, kwam Disney deze keer af met een typische jongensfilm. De piraten, een verdwenen schat, ruimteschepen, ... Het zijn allemaal aspecten die indertijd de kleine Metalfist aanspraken en als ik eerlijk moet zijn: ze doen dat vandaag de dag nog altijd. Ik heb dan ook altijd een zwak gehad voor Treasure Planet en dat bleek gisteravond niet minder te zijn maar toch valt het op dat deze 5e samenwerking tussen Disney veteranen Ron Clements en John Musker niet het niveau van de beste Disney films kan halen. Op zich vind ik het uitgangspunt nog vrij origineel. Zoals gebruikelijk neemt Disney een bestaand verhaal en kneedt het tot een nieuwe versie en het verhaal van Robert Louis Stevenson leent zich perfect voor een update naar de ruimte. Het stoort echter dat er zo weinig mee wordt gedaan want Treasure Planet kabbelt maar wat voort naar het einde en weet nooit echt verrassend uit de hoek te komen. Hier en daar wel een interessant duister momentje (de dood van Mr. Arrow aan de hand van Scroop stond me na al die jaren nog altijd helder bij) maar je mist iets dat dit echt naar een hoger niveau weet te trekken.
Ook de animatie vind ik niet altijd even geslaagd. Als sci-fi fan is het sowieso wel leuk om te zien (inclusief een aantal verwijzingen naar onder andere Star Trek en Star Wars) en de ruimteschepen zien er degelijk uit maar er wordt af en toe vreselijke CGI doorgepompt die compleet vloekt met de wat traditionelere stijl. Qua personages wordt de gebruikelijke Disney formule gehanteerd. De robot B.E.N. komt gelukkig maar vrij laat in het geheel voor, wordt ook veel te druk geportretteerd door Martin Short, maar Morph is wel een leuke toevoeging. De stem van Joseph Gordon-Levitt had ik trouwens compleet niet herkend maar hij slaagt er ook niet echt in om Jim een memorabele smoel mee te geven, iets wat Emma Thompson als Captain Amelia en Brian Murray als John Silver wel weten te doen.
Uiteindelijk is Treasure Planet zo'n typische avonturenfilms voor jongens en daar is zeker niets mis mee. De film staat garant voor anderhalf uur vermaak maar ik verwacht simpelweg net iets meer van Disney. De openingsscène met de jonge Jim en zijn moeder is wel één van de beste uit de Disney catalogus naar mijn gevoel.
3.5*
Tree of Life, The (2011)
The way of nature and the way of grace
Met The Tree of Life ben ik aan de laatste film van 2011 gekomen die ik perse wou zien om eventueel nog in een eindejaarslijstje te steken. Ik had geen idee waar de film juist over ging (had alleen maar het fragment van Brad Pitt gezien die zijn kinderen leert boksen) maar de film leek me op een manier te integreren. Ik wou hem al eerder zien maar de speelduur liet me dit niet toe dus daarstraks maar eens tijd gemaakt om het op te zetten.
En het heeft niet veel gescheeld of ik had de film na een halfuur afgezet. Zoals ik daarjuist al zei: ik had werkelijk geen enkel idee waarover de film juist ging. Had ik het wel geweten dan had ik misschien op een betere gemoedstoestand van mezelf gewacht want ik heb gemerkt dat dit een film kan maken of kraken. Zo heb ik ooit The Last Picture Show van Bogdanovich vrij laag beoordeeld maar bij een herziening ging er een compleet nieuwe wereld open. Dit even terzijde maar ik twijfelde dus of het nu wel de goede moment was. Ik heb nog nooit iets van Malick gezien maar de opening waar we minutenlang naar onderwaterbeelden, vulkanen die uitbarsten en dinosauriërs zitten te kijken was niet echt mijn ding. Neen, dank u maar die symboliek is dus geheel niet aan mij besteed. Ik ben echter van het principe dat ik een film uitzie eens ik er aan begonnen ben dus ik bleef met een bang hartje voort kijken. Na een tijd lijkt de aanpak van Malick dan ook te veranderen. De symbolische weergave over hoe leven tot stand komt verdwijnt en het 'echte' verhaal kan van start gaan. Het is hiermee dat de film nog enigszins van niveau verhoogt want op de een of andere manier geraakte ik gefascineerd door de manier waarop het gezinnetje in beeld wordt gebracht. Het is echter de vele zweverige dialogen en gefluister die de film uiteindelijk de das omdoet. Althans, dat gevoel had ik toch een paar uur geleden maar hoe meer ik erover nadenk hoe meer de film wat in mij hoofd blijft rondspoken. Ik begrijp nog altijd de bedoeling van sommige scènes niet (de rol van de oudere Jack is mij dan ook compleet onduidelijk) maar er is een zekere vorm van fascinatie die me wel intrigeert.
Qua stijl is dit best wel mooi geschoten. Ik kreeg eenzelfde gevoel als Virgin Suicides van Coppola en in mijn boek is dat een compliment. De soundtrack wordt dan ook mooi gecombineerd met de bombast-gehalte van sommige scènes. Hoewel het er hier en daar uiteindelijk erover gaat (ik had het op den duur wel gehad met de klassieke muziek) kon ik het in het merendeel van de film wel waarderen. Brad Pitt begint de laatste jaren echt wel in alles op te duiken. Mij hoor je niet klagen want ik zie hem best nog wel graag spelen en ook hier doet hij het uitstekend. Het religieuze aspect aan de film ontsnapt me compleet maar de manier waarop hij de harde vader neerzet is een erg sterke prestatie. Nooit geweten dat hij dit in zich had. Sean Penn daarentegen is compleet verwaarloosbaar en in mijn opzicht ook nutteloos. Zijn rol voegt nu werkelijk eens niets toe aan het geheel maar het is mij ook nog altijd onduidelijk wat hij hier precies in kwam doen. Jessica Chastain daarentegen is de perfecte tegenhanger voor de norse kant van Brad Pitt.
Nog altijd aan het twijfelen wat ik hier eigenlijk mee moet aanvangen. Een revelatie is het sowieso niet geworden want daarvoor steekt de religieuze ondertoon en de symboliek me te hard tegen maar het is de manier waarop de film wordt geportretteerd en een vrij sterke cast die me toch doen neigen naar een voldoende. Als Malick de evolutie-opening er niet had ingestoken had ik hoogstwaarschijnlijk hoger geëindigd maar nu toch een nipte 3*.
3*
Tree, The (2010)
Alternatieve titel: L'Arbre
Happy families are boring anyway
Een tijd geleden was ik eens op een verkoop die door de plaatselijke bibliotheek werd georganiseerd en tussen het stapeltje DVDs vond ik opeens een Franse film. Die had als naam L'Arbre en was met Charlotte Gainsbourg en aangezien ik altijd wel geïnteresseerd ben in de Franse cinema, had ik dit uiteraard meegenomen. Vreemd genoeg bleek het uiteindelijk om The Tree te gaan, een volstrekt Engelstalige die zich in Australië afspeelt. Een erg vreemde DVD-release (sowieso staat aangegeven dat de DVD enkel Franse audio zou bevatten maar dat is dus niet waar) maar wat boeit dat allemaal als het zo'n indrukwekkende film is.
The Tree is een film over rouwverwerking en dat is nu niet noodzakelijk het meest lichte thema in de wondere wereld van de cinema maar wat Julie Bertuccelli hier op het scherm tovert.. Visueel echt overdonderend - Australië blijft ook een enorm prachtig land natuurlijk met die kilometers aan ongerepte natuur - maar Bertuccelli maakt er eigenlijk ook een lichtvoetig geheel van. Het is een leuke mix van toffe scènes en momentjes die door merg en been snijden. Die conversatie tussen Tim en Simone die eindigt met Tim die zegt dat het niet enkel haar vader is die gestorven is hakte er redelijk hard in bij mij maar ook de manier waarop Dawn met haar verdriet omgaat is sterk gebracht. Ontzettend knap hoe dit langs de ene kant zo herkenbaar is en langs de andere kant worden toch de clichés netjes ontweken. Ik lijk blijkbaar wel één van de weinigen te zijn die dit echt kan waarderen maar wat baat het, er zijn genoeg andere films waar ik absoluut niet van begrijp wat anderen er aan vinden.
Hoofdrol voor Charlotte Gainsbourg en hoewel dat in de eerste plaats geen actrice is, doet ze dit toch wel erg fijn. Misschien niet altijd de meest naturelle in het gezin (dat Australisch accent is ze toch niet echt machtig) maar dat komt ook wel omdat ze hier moet opboksen tegen een aantal indrukwekkende performances. Morgan Davies gaat met het meeste krediet lopen maar die speelt als 8-jarige dan ook wel echt de pannen van het dak. Toegegeven, ze is net iets te intelligent voor haar leeftijd maar storen doet dat niet. Wel een beetje jammer dat de andere kinderen daardoor iets te weinig aan het licht komen. Christian Byers kan als Tim nog wel zijn mannetje staan maar het had misschien wel beter geweest mochten de personages van Charlie en Tom Russell (gespeeld door respectievelijk Gabriel Gotting en Tom Russell) samengevoegd zijn tot één personage.
Erg aangenaam verrast in ieder geval! En dan lijkt The Tree nog de tweede slechts beoordeelde film te zijn in het oeuvre van Bertuccelli, dan vraag je je af wat voor andere pareltjes daar nog zijn verborgen. Toch maar eens actief op naar zoek gaan, afgaande op het stemmenaantal lijkt de rest van het oeuvre echter wel wat lastiger te vinden zijn dan deze The Tree... In ieder geval: een zwaar thema maar de manier waarop Bertuccelli het allemaal brengt is bewonderenswaardig.
4*
Tremors (1990)
I can't believe we said no to free beer!
Ooit in een ver verleden wel eens wat flarden van Tremors gezien, al zou het zomaar ook één van de vele vervolgen kunnen zijn, dus werd het eens hoog tijd om de gehele franchise te gaan kijken. Een reeks die vandaag de dag nog altijd populair genoeg blijkt te zijn om nieuwe delen te vrijwaren (in 2020 kwam het 7e deel genaamd Tremors: Shrieker Island uit) maar het begon allemaal aan de start van de nineties. Kevin Bacon was dankzij Footloose een paar jaar eerder uitgegroeid tot een klinkende naam en mocht de hoofdrol vertolken.
Al zou je in eerste instantie eerder denken dat dit het soort film is dat iemand maakt vooraleer hij/zij bekend wordt. Er zijn talloze acteurs te noemen die hun eerste stappen in het filmgenre in een horror zetten en nadien erg bekend worden (Kevin Bacon zelf eigenlijk met Friday the 13th maar ook Jennifer Aniston in Leprechaun en Johnny Depp in A Nightmare on Elm Street) maar Bacon vond het dus blijkbaar een goed idee om hier zijn sterrenstatus aan te verlenen. En dat heeft hij goed gedacht, want Tremors is inderdaad een erg vermakelijk filmpje geworden. Het fijne is sowieso dat regisseur Ron Underwood weinig tijd verliest. Je krijgt dan ook geen uitleg hoe de beesten zijn ontstaan of iets dergelijks, maar de eerste slachtoffers vallen gewoon snel. Eerst nog een beetje teasen hoe de wezens er gaan uitzien maar Underwood verliest nooit veel vaart en toont de graboids al snel in vol ornaat. Normaal gezien prefereer ik zo'n soort suspense opbouw meer dan meteen al je kaarten op tafel gooien maar de wezens an sich zien er 30 jaar na datum nog altijd geweldig uit en het klikt gewoon ook allemaal erg goed in elkaar. De personages zijn tof, de acties die ze doen zijn al bij al nog vrij logisch en de humor is geslaagd.
Al had die Melvin wel geschrapt mogen worden trouwens. Die knul lijkt ook geen ouders te hebben maar daar op zijn eentje te wonen? De invulling van Robert Jayne is dan ook het enige minpuntje qua cast. Bacon doet dit fijn maar het is toch ook vooral de combinatie met Fred Ward (Earl) en Finn Carter (Rhonda) die het hem hier echt doet. Een aantal leuke running jokes en gewoon ook veel chemie tussen die drie. Net wanneer je denkt dat de film wat gaat inzakken komt dan ook nog eens Michael Gross en Reba McEntire als Burt & Heather Gummer op de proppen. Twee figuren die zo over the top zijn dat je ze niet teveel mag gebruiken en ook dat doet Underwood dus goed. Blijkbaar werkt hij niet meer mee aan de andere delen in de reeks en lijkt de gemiddelde score serieus te zakken, maar ik hoop toch nog op een aantal delen goed vermaak. Zo goed als de eerste zal het wel niet worden waarschijnlijk maar toch.. Recentelijk gezien met de Chucky franchise dat het echt wel mogelijk is om een consistente reeks te maken.
En zo begint er dus ten huize Metalfist een nieuwe horrorfranchise. Geen idee hoe dit verder gaat evolueren, want ik vermoed dat je met het concept van de graboids nu niet echt gigantisch veel richtingen uit kan. De kwaliteit van de sequels doet er echter niet toe, want die zullen geen afbreuk doen aan de kwaliteit van deze Tremors. Bacon is fijn, toffe chemie met de rest van de cast en gewoon heel de setting is perfect voor dit soort creature feature. Meer van dit graag!
Dikke 3.5*
Tremors 3: Back to Perfection (2001)
I'm a masterpiece of selfdestruction
Net zoals je nooit mag oordelen over een boek op de basis van de cover, mag je dat bij een filmposter eigenlijk ook niet doen. Er zijn talloze voorbeelden van monsterfilms uit de jaren '50 en '60 waar een fantastisch mooie poster bij staat maar waar de uiteindelijke effecten zwaar teleur stellen. De effecten van de eerste twee Tremors films waren op zich nog vrij goed maar de poster van dit derde deel lijkt in elkaar te zijn geflanst door een tiener die een illegale versie van Photoshop heeft gedownload en indruk wil maken op zijn vriendjes. Wat blijkt echter?
De effecten van de Graboids en hun afgeleiden zijn inderdaad van het niveau van de poster, dus je kan de makers alvast niet beschuldigen dat ze de film mooier willen voorstellen dan dat de realiteit is. Dat neemt niet weg dat dit qua visuele dingetjes een hele stap achteruit is ten opzichte van het sterke eerste deel. Zeker wanneer je de Graboids van deel 3 (die "I am Ishmael" scène met El Blanco spant de kroon) vergelijkt met hetgeen meer dan 10 jaar eerder in elkaar werd gestoken. Verder is dit wel een Tremors film die kwalitatief nog vrij goed overeind blijft staan. Het niveau zakt weliswaar verder en verder weg maar in tegenstelling tot wat ik had verwacht, benadert dit op zich nog het niveau van deel 2. Dat komt vooral door de terugkeer naar Perfection. Oké, over Valentine wordt niet meer gesproken en tussendoor wordt even vermeld dat Earl en Grady effectief hun pretpark hebben geopend en er wordt misschien iets te kunstmatig geprobeerd de films aan elkaar te linken (de nicht van Chang die nu het winkeltje heeft overgenomen) maar het werkte beter dan ik had verwacht door de terugkeer van een aantal personages. Het is geen al te grote herhaling van zetten en dat is vooral omdat de Graboids hier hun derde (en laatste?) evolutie doormaken. Na in het eerste deel onder de grond te hebben gezeten, konden ze in het tweede deel bovengronds mensen zoeken met hun heat seekers en nu kunnen ze zowaar vliegen.
De manier waarop is op zijn minst speciaal te noemen trouwens. Daardoor krijg je wel wat running jokes zoals Burt die denkt dat hij volledig voorbereid is op de aanval van de wezens en uiteindelijk in het stof moet bijten. Ook is Burt gewoon nog altijd een erg fijn personage dat hier meer en meer larger than life begint te worden. Niet alles werkt daarin even goed (die scène waarin hij opgegeten wordt is er toch lichtjes over, zelfs in een film als deze) maar Michael Gross doet het fijn. Wel tof trouwens dat Robert Jayne terugkeert als Melvin. Ok, het was een vervelend personage in de eerste film en hij is er qua acteur niet veel beter op geworden in die 11 jaar die tussen beide films zit maar toch, ik ben altijd wel fan van dit soort hernemingen. Hetzelfde kan gezegd worden van Charlotte Stewart, Ariana Richards en Tony Genaro trouwens die ook allemaal wederkeren, bovendien haalde dit trio niet het bloed onder mijn nagels in de eerste film dus dat is helemaal mooi meegenomen! Visueel dus heel wat minder dan de voorgangers en dat is vooral te wijten aan het feit dat ze volledig CGI gaan. Het zoveelste bewijs dat het met een computer misschien wel wat makkelijker is maar dat het er daarom niet noodzakelijk beter uitziet.
Met Tremors 3 lijkt de reeks wel wat afgesloten te worden en met het vierde deel maken we ineens een tijdssprong naar 1800. Een slim idee eigenlijk, want het concept van de Graboids lijkt nu wel wat op te zijn maar de verandering van setting kan nog veel goeds betekenen. Het is natuurlijk de vraag wat S.S. Wilson en de zijnen er mee gaan doen.
3*
Tremors 4: The Legend Begins (2004)
Expect arrival of a great conqueror
Na 3 delen in de huidige tijd (althans toch op moment van uitbrengen natuurlijk) gaat de Tremors saga het eens wat verder in het verleden zoeken. Dat leek me op voorhand wel een goede zet te zijn, want ik had het gevoel dat je met de eerste 3 films wel een mooie trilogie had. De levenscyclus van de Graboids en alle vervolgen werd uit de doeken gedaan en uit de setting was ook wel al het mogelijke gehaald. Daarop besloot regisseur S.S. Wilson (die ook al deel 2 voor zijn rekening had genomen en zelfs had meegeschreven aan het plot van de eerste film) om 100 jaar in de tijd terug te keren.
Het is het jaar 1889 en we zitten nog steeds in Perfection, Nevada. Toen had het nog de ietwat meer toepasselijke naam Rejection gekregen en kijk, Chang's Market is er ook nog steeds. Wilson en co doen in ieder geval hun best om dit zo goed mogelijk aan de vorige films te linken en eigenlijk is dat wel een goede zet. Er komen een aantal running jokes aan te pas, maar het is vooral de toevoeging van Hiram Gummer die de film zijn extra glans geeft. Ik denk echter wel dat het nodig is dat je een zekere voorliefde voor het Gummer personage uit de reeks moet hebben om hier ten volle van te kunnen genieten. Hiram is logischerwijs een voorouder van wapengek Burt uit de eerste 3 films maar het leuke is dat diens personaliteit deze keer omgedraaid is. Hiram is een rijke stinkerd die nooit zijn handen uit de mouwen heeft moeten steken en dat resulteert toch in een ietwat frisse insteek. Opnieuw qua personages een fijne dwarsdoorsnede van zo'n klein stadje - deze keer dan in het Wilde Westen - maar de meest geweldige toevoeging is toch die van Black Hand Kelly. Beetje jammer dat die uiteindelijk niet zo heel lang in de film meedraait maar zorgt natuurlijk ook wel voor een goede karakterevolutie van Hiram. Verder hebben de Graboids hier weer een andere vorm (en andere naam) gekregen maar de effecten zijn alvast wel een stuk beter dan in de voorganger.
Ik ben dan ook erg blij dat ze ervoor gekozen hebben om niet teveel op de CGI te vertrouwen, het derde deel bewees dat dat echt geen goed idee was. Het is allemaal wat kleiner qua budget dan bijvoorbeeld de eerste twee films maar het resultaat mag toch nog wel gezien worden. Een prequel dus die zich 100 jaar voor de eerste film afspeelt, dan zou je verwachten dat er niemand van de originele cast terugkeert. Verkeerd gedacht dus, want wat is Tremors zonder Michael Gross? Hij keert deze keer terug als Hiram Gummer en dat is een compleet andere Gummer dan de Burt die we kennen uit de vorige delen. Gross lijkt zich te amuseren met die running joke (onder andere weer zo'n I feel I've not been privy to critical, most needful information quote) en draagt dan ook de gehele film. Hoewel, dat klopt niet helemaal aangezien de komst van Black Hand Kelly ook nog wel voor een fikse opleving zorgt. Billy Drago is een heerlijk acteur voor dit soort rollen en doet dan ook perfect wat je zou verwachten. Verder weinig bekende gezichten, buiten August Schellenberg uit Free Willy dan, maar op zich nog vrij weinig aan te merken op de cast.
Ik ben aangenaam verrast dat de reeks toch nog vrij consistent blijkt te zijn. De eerste Tremors blijft de beste, maar het gebeurt niet zo vaak dat een vierde deel zijn voorgangers weet te overtreffen. Meer dan 10 jaar later kwam er dan toch nog een deel 5 (en ondertussen zitten we aan deel 7 zelfs) maar ik vrees dat die er net teveel aan gaan zijn. Ach, we zullen wel zien. Die Chucky films bleken ook een tweede adem te krijgen met de reboots/remakes.
3.5*
Tremors 5: Bloodlines (2015)
Sure as hell ain't Mickey Mouse
Het is vreemd eigenlijk: de eerste 3 Tremors vormen een semi-trilogie, deel 4 was een prequel op die eerste 3 films en deel 5 neemt de draad weer op ettelijke jaren na de eerste 3 films. Ik krijg er altijd een vervelend gevoel bij wanneer ze zo met de tijdslijnen beginnen te schuiven, want franchises als Puppet Master hebben bewezen dat dat niet altijd de meest goede zet is. Ach, Tremors was tot nu toe nog altijd wel een reeks die zijn charme had en met deel 4 kreeg je zelfs een film die redelijk dicht in de buurt kwam ten opzichte van de film waar het allemaal mee begon.
Tremors: Bloodlines is losjes gebaseerd op een script dat S.S. Wilson en Brent Maddock (die altijd wel op de één of andere manier verbonden waren met de vorige films) in 2004 schreven na de release van deel 4 maar het uiteindelijke resultaat zou naar het schijnt niet veel meer met hun script te maken hebben. Er was sprake van dat ze een producerende rol op zich gingen nemen, maar wegens creative differences zoals dat dat dan in het jargon heet trokken ze hun handen van de film. Het was John Whelpley (die mee aan het script voor deel 3 werkte) die uiteindelijk het script voor Bloodlines neerpende en bij aanvang pakken we de draad terug op in Perfection, Nevada. Om toch nog eens iets anders te kunnen doen, wordt er deze keer naar Zuid-Afrika gegaan waar Burt Gummer (wie anders?) weer verrast wordt door die dekselse Graboids. Het is een fijne running joke doorheen de films dat hij altijd denkt dat hij volledig voorbereid is, maar dat de beesten hem op één of andere manier toch nog altijd te slim af zijn. Het is jammer genoeg ook maar één van de weinige pluspunten aan de film. Het voelt allemaal teveel aan als een herhaling en met uitzondering van Burt zijn het simpelweg ook geen boeiende personages.
Daar komt dan ook nog eens bij dat de 25 jaar tussen Tremors en Tremors 5 duidelijk zichtbaar zijn en dat, hoewel Burt mijn favoriete personage uit de franchise is, ik het gevoel heb dat hij toch beter zijn geweren aan de haak hangt. Het is niet dat Gross niet probeert, daar niet van, maar als ze het al nodig vinden om hem met een zoon waar hij niets van af wist op te zadelen.. Dat is het teken dat het er niet beter op gaat worden en al helemaal niet met deze cast. Jamie Kennedy is vervelend als Travis, Daniel Janks heeft potentie als slechterik maar het komt er niet helemaal uit en de dood van Dreyer (Brandon Auret) komt alleszins geen seconde te vroeg. Gelukkig is er dan nog wel iemand Ian Roberts om als Bravers de film nog wat peper te geven, maar die krijgt dan weer zo'n over the top scène dat hij het overleefd wanneer hij volledig wordt opgegeten door een Graboid. Het irriteerde me zelfs toen dat Gummer overkwam in één van de vorige delen Het lijkt ook alsof ze ondertussen maar gewoon wat willekeurige kenmerken bij elkaar gooien wanneer het op die wezens aankomt, het feit dat ze per deel juist een extra evolutie ontdekten was hetgeen dat de eerste 3 films nog de moeite maakten.
Gelukkig zijn de effecten nog vrij goed. Ik blijf meer fan van hetgeen ze in het eerste deel lieten zien, maar het is tenminste al niet zo'n aanfluiting als deel 3. Ik vrees dat het verval van de reeks nu wel definitief is ingezet aangezien deel 6 op dezelfde lijn lijkt voort te borduren. Ik kijk de reeks nog wel uit, enkel die televisieserie ga ik aan me laten voorbij gaan, maar Burt zal er logischerwijs niet jonger op worden..
2*
Tremors II: Aftershocks (1996)
Alternatieve titel: Tremors 2: Aftershocks
I feel I was denied critical need-to-know information
De eerste Tremors was een semi-onverwacht succes en toch duurde het nog geruime tijd vooraleer er aan een vervolg werd gedacht. Er zit maar liefst 6 jaar tussen de eerste Tremors en deze Aftershocks en in die periode is er nog veel gewijzigd aan het idee van de film. Zo was het budget oorspronkelijk bijna het viervoudige en ging onder andere Kevin Bacon terug meedoen in de rol van Valentine. Toen die echter afhaakte, zakte het budget ook zienderogen en werd er maar besloten om dit als straight to video uit te brengen in plaats van via de cinema.
En toch is Aftershocks an sich nog wel een goede film. Hij tapt misschien in het begin iets teveel uit hetzelfde vaatje als zijn voorganger, maar het is wel een toffe twist dat de wezens evolueren in een compleet ander design. Dat houdt het allemaal wat fris en het enige jammerlijke daaraan is dan ook dat ze ervoor kiezen om de wezens te situeren nog voor het precambrium tijdperk. Het wordt toch net wat ongeloofwaardiger dat die beesten al die jaren onontdekt zijn gebleven, dan vond ik Earl zijn idee dat het aliens zijn (hoe krom het ook mag klinken) toch geloofwaardiger en beter kloppen. Verder is dit wel een film die goed beseft wat er moet gebeuren om het publiek gefocust te houden. Het duurt allemaal weliswaar een tikkeltje langer, maar je krijgt ook wel een flinke dosis nieuwe personages in de plaats. In de voorganger was het een ideale mix van verschillende types (al was die Melvin wel bloedirritant) en hoewel die mix hier minder goed tot zijn recht komt, is de combinatie met de aanwezigheid van oudgedienden Earl en Burt een goede zet gebleken.
Een paar schoonheidsfoutjes weliswaar, dat Kate die centerfold blijkt te zijn waar Earl al jaren achteraan loopt is wel erg idioot, maar het kijkt allemaal nog wel vlotjes weg. Vooral dankzij de aanwezigheid van Fred Ward en Michael Gross die hun rollen uit het eerste deel terug opnemen. Die eerste lijkt in de tussentijd wel 15 jaar ouder te zijn geworden, maar heeft nog altijd die kwajongensachtige charme die in het eerste deel zo goed klikte met Kevin Bacon. Die is er deze keer dus niet bij en wordt vervangen door Chris Gartin en een beetje zelfspot is de makers dan ook niet vreemd. Gartin speelt sowieso een ander personage dan Bacon maar er wordt toch regelmatig gehint naar het feit dat hij niet de originele sidekick van Earl is. Niet alles komt altijd even goed tot zijn recht met betrekking tot Gartin maar waar de scènes met Earl soms de mist ingaan, zijn die met Burt wel geslaagd. Gewoon ook wel omdat Gross een heerlijk schmierend personage is dat de film een schop onder de kont geeft.
Benieuwd wat de reeks verder nog gaat brengen. Het is alleszins een goede zet om een soort van nieuwe monsters te introduceren, maar daardoor wijk je wel nogal hard af van het initiële concept van beesten die afgaan op geluid. Hier zijn het gewoon beesten met een soort van hittesensor geworden. Ben benieuwd hoe ze dat in de komende delen gaan aanpakken, maar dat zien we dan wel weer!
3*
Tremors: A Cold Day in Hell (2018)
Alternatieve titel: Tremors 6
Graboids don't make good pets, Mr. Cutts
Regisseur Don Michael Paul nam de Tremors reeks in een nieuwe richting met Tremors 5: Bloodlines maar vergat daarbij wel om een echte Tremors film te maken. Je zou denken dat een regisseur die zich enkel en alleen bezig lijkt te houden met sequels (onder andere voor Death Race, Kindergarten Cop, The Scorpion King en Jarhead) ondertussen zou weten hoe hij in de buurt van het origineel moet blijven, maar nee: Tremors 5 was tot dan toe het slechtste deel in de reeks en het zag er dan ook niet goed uit voor deel 6 en 7. Die werden namelijk ook allebei door hem geregisseerd maar wat blijkt? Met deel 6 gaan we terug de goede richting uit.
Je kan beargumenteren dat dit eigenlijk gewoon een herhaling van zetten is van dingen die we in de vorige film(s) hebben gezien en dat klopt. A Cold Day in Hell brengt niets nieuws aan de franchise maar doet tegelijkertijd toch wel een aantal dingen goed. De switch naar Canada is een goede zet en ik kan er niet juist mijn vinger op leggen maar de dynamiek tussen Burt en Travis komt ook gewoon veel beter tot zijn recht. Verder een aantal verwijzingen naar de voorgaande delen (met het idee dat Valerie de dochter van Val en Rhonda uit deel 1 is wordt wat te weinig gedaan maar ik moest wel grinniken om Travis die zegt dat Rita haar broek moet uitdoen - net zoals Val in het eerste deel tegen Rhonda zei - om aan een Graboid aanval te ontsnappen, al draait het hier wel iets anders uit) en daar scoor je bij mij altijd wel punten mee. Het is echter vooral ook het zootje ongeregeld waar Burt mee in aanraking komt dat nog wel tof is. Een leuke mix van het soort overdreven personages die in dit soort films thuishoren en wat al helemaal mooi is: de vervelende personages zoals Freezze leggen al vrij snel het loodje. Deze keer trouwens ook geen andere evoluties wat betreft de Graboids/Ass Blasters/Shriekers/... maar gewoon de vertrouwde beesten die chaos en vernieling zaaien.
Burt Gummers is Tremors en Tremors is Burt Gummers. Er zijn maar weinig filmreeksen in dit genre die zo gedomineerd worden door één bepaald personage (die dan ook nog eens oorspronkelijk begon als kleine bijrol) en Michael Gross neemt met ogenschijnlijk veel plezier nog altijd de honneurs waar. Hij krijgt deze keer weliswaar eens een ander petje op zijn hoofd maar al bij al is het nog altijd de grote Gross-show. Door het personage ook wat kwetsbaarder te maken, is de krampachtigheid die Gross in de vorige film had ook weggeëbd. Gross is dus de grote publiekstrekker maar de rest van de cast is al bij al ook nog niet slecht. De chemie met Jamie Kennedy (Travis) is ook een stuk beter en Kennedy is ook gewoon een stuk minder irritant dan in de voorganger. Dan blijven er nog een aantal leuke bijrollen over zoals Rob van Vuuren als Swackhammer en Tanya van Graan als Rita. Ook visueel nog wel degelijk trouwens. De reeks is nu al een tijdje de CGI richting uitgegaan maar Paul en de zijnen weten nog wel leuke dingen uit de computer te toveren.
Dat maakt me nu toch nog wel benieuwd naar het - voorlopig? - laatste deel in de Tremors cyclus: Shrieker Island. Gross zou naar het schijnt nog wel open staan voor een vervolg maar de man wordt er logischerwijs ook niet jonger op en hoewel het op zich een franchise is die een veel betere houdbaarheidsdatum heeft dan ik in eerste instantie had verwacht, denk ik dat de rek er toch echt wel uit is aan het gaan. Ach, we zien wel wat het nog gaat brengen. Ergens hoop ik nog altijd op een soort van reünie, al zal het dan eerder Tremors in het rusthuis zijn.
3*
Tremors: Shrieker Island (2020)
Alternatieve titel: Tremors 7
Who needs guns, when you got Pennsylvania steel?
Met Shrieker Island ben ik alweer bij het laatste deel uit de Tremors cyclus aangekomen. Een ietwat vreemde reeks die eigenlijk ruwweg onder te verdelen valt in een trilogie, een prequel en nog eens een trilogie. In alle delen is Burt Gummer de leidende draad (in de prequel een voorouder van Gummer weliswaar) en eigenlijk is het wel grappig om te zien hoe hij de reeks zo heeft gekaapt. In het eerste deel was hij absoluut niet zo nadrukkelijk aanwezig, maar het is hij wel die de vervolgen nog een zekere kwaliteit wist te geven. Benieuwd wat Shrieker Island ging geven, 30 jaar nadat de originele Tremors het bioscoopscherm sierde.
De regie was opnieuw in handen van Don Michael Paul die ook al deel 5 en 6 voor zijn rekening had genomen. Met wisselend resultaat trouwens, deel 5 is de minste film uit heel de cyclus, maar dit doet hij wel fijn. Kleine kanttekening daarbij is wel dat door de tropische setting dit het deel is dat het minst Tremor-achtig aanvoelt, maar gelukkig wordt dat opgevangen door de aanwezigheid van Gummer. Er wordt flink gerefereerd naar de voorgaande films (iets dat ik altijd wel kan waarderen in een franchise zoals deze) en hoewel niet alles even goed werkt (Jimmy is eigenlijk gewoon een kloon van Travis geworden, maar om de één of andere reden wordt Travis maar eventjes in een Mexicaanse gevangenis gestoken), is het toch genieten van een waardig einde van de saga. Hoewel er hoogstwaarschijnlijk niemand anno 1990 had gedacht dat er 30 jaar later nog een vervolg op de film gemaakt ging worden, mag het hier toch echt wel stoppen. Het eerbetoon aan Burt is mooi, zijn verhaallijn is nu echt wel volledig afgerond en hem nu terug tot leven wekken zou volstrekt belachelijk zijn. Michael Gross wordt ook echt wel wat te oud voor dit soort rollen, hoewel hij nu wel veel kwieker oogt dan in deel 5.
Misschien was daar de schok met de tijdsperiode tussen deel 4 en deel 5 te groot en ben ik nu meer gewend aan een oude Burt? Ik zou het niet weten, maar het blijft wel de geknipte persoon voor de rol van wapengek Gummer. Veel plagerijtjes (de manier waarop hij Jimmy altijd Ramboy noemt in plaats van Rambo), de nodige zelfspot (die opmerking dat ze nu niet in één of andere Hollywood monsterfilm zitten) en gewoon veel referenties naar andere films zoals Predator. Gross doet het allemaal met een glimlach en wordt bijgestaan door een toffe cast. Jamie Kennedy is dus eigenlijk gewoon ingeruild voor Jon Heder maar Heder doet het best nog leuk. Het is echter Richard Brake die als gekke jager en een soort van anti-Burt nog voor een flinke dosis toffe momenten weet te zorgen. Verder nog wel girlpower (Jackie Cruz!) en dan valt vooral het feit dat er twee leden van Jimmy's team zijn die gedurende heel de film werkelijk geen woord zeggen nog op. Ik vraag me echt af wat daar de bedoeling van is.
Ja, toffe reeks. Veel beter dan ik in eerste instantie had verwacht, hoewel geen enkel deel de status van echte klassieker verdient. De eerste blijft de beste, maar er zitten best nog wel leuke sequels tussen en het zijn maar weinig reeksen die erin slagen om met een 7e deel nog een dikke voldoende uit de brand te slepen. Een aantal aspecten zorgen ervoor dat ik dit niet op hetzelfde niveau als deel 4 zet maar ik heb me er toch mee geamuseerd.
3*
Trial of the Incredible Hulk, The (1989)
Alternatieve titel: The Incredible Hulk Meets Daredevil
My name is David Banner. The world thinks I'm dead. I travel alone. I try to keep the beast caged within myself
Ik heb nooit iets van de originele reeks van de Hulk gezien met Lou Ferrigno, was toen bijlange na nog niet geboren en ook voor de heruitzendingen was ik te jong. Toch heeft de reeks altijd wel een zekere aantrekkingskracht op mij gehad wanneer ik de DVD boxen in mijn handen had. Toch heb ik nooit de gok gewaagd maar voor 2 euro op een rommelmarkt kon ik deze film nu niet laten liggen. Niet perse hoge verwachtingen of iets dergelijks maar gewoon hopend op een vermakelijke avond.
En eerlijk gezegd, dat is het wel geworden. Ik ben nooit zo'n enorme fan geweest van het Hulk personage. Het is leuk om wel eens een keer te zien maar ik zou er voor de moment geen geld aan uitgeven. Ook de teleurstellende live-action verfilmingen van Ang Lee en Louis Leterrier waren geen succes te noemen. Het komt allemaal vaak nogal rommelig en karikaturaal over maar hier wordt het op zich op een goede manier gebracht. De eerste beelden van de film duiden overduidelijk op een televisiefilm maar het verhaal is op zich wel vrij interessant te noemen. Van Daredevil kan ik wel genieten, de verfilmingen van een paar jaar geleden daarbuiten gelaten, en misschien daarmee dat dit me wel interesseerde. De combinatie van de 2 superhelden werkt wonderwel op het scherm en de redelijk lange speelduur, zeker voor dit soort films, is snel voorbij. Leuk ook om een aantal bekendere personages uit de Daredevil comics te zien passeren zoals Turk en Wilson Fisk, al blijf ik het vreemd vinden dat ze nooit naar hem als The Kingpin refereren. Wat trivia op Imdb leert me echter dat dit komt doordat de acteur voor Fisk, John Rhys-Davies, de rol zonder nadenken had geaccepteerd en dus niet doorhad dat The Kingpin eigenlijk kaal is. De producers geraakten niet aan een pruik en besloten het dus iets anders aan te pakken. Er wordt dus expres nooit gerefereerd naar Fisk als The Kingpin. Ook het pak van Daredevil is een stuk donkerder, bijna zwart, dan zijn paarse pak in de comics maar daar ben je snel aan gewend. Leuk ook dat dit de enige film is uit heel de reeks met Bixby en Ferrigno waarin de Hulk zijn authentieke paarse broek aanheeft.
Wat een geweldige combinatie is die Bill Bixby met Lou Ferrigno. Ze lijken langs geen kanten op elkaar, de transformatie effecten zijn hilarisch en het enige wat Ferrigno doet is grommen. Ik had al vaker gehoord dat dit vrij hilarisch moest zijn maar dat het zo campy ging zijn, dat had ik niet zien aankomen. In ieder geval wel leuk om naar te kijken en Bixby acteert eigenlijk helemaal nog niet zo slecht, ik had het erger verwacht. De rol van Ferrigno is op zich niet echt het hoogtepunt van acteren maar zonder twijfel een doorslaggevende factor aan de score van de film. Let trouwens ook op een cameo van Stan Lee in de droom van Banner wanneer hij zich in de rechtszaal bevindt. Hij is daar één van de juryleden maar het is vooral memorabel om twee redenen: de man is echt nog geen spat verandert in 20 jaar maar het was ook zijn allereerste cameo maar daar zou hij later een Hitchcock gewoonte aan over houden. Ook leuk om John Rhys-Davies in de film te zien. Ik kende hem voor Lord of the Rings eigenlijk gewoon niet en ik dacht toen dat hij een onbekende acteur was maar het valt me nu pas op dat hij zelfs voor LotR al een mooie carrière had gemaakt. In ieder geval een erg amusante rol als slechterik van dienst. Rex Smith zet trouwens een uitstekende Daredevil neer! In het begin had ik even wat mijn twijfels maar in mijn ogen overtreft hij Affleck in de nieuwe versie ruimschoots.
De film was zijn 2 euro zeker en vast wel waard. Ik ben nog altijd niet verkocht om de serie te kopen, dat is nu eenmaal teveel geld om ineens te spenderen en er is nog zoveel anders moois te zien maar dit is wel een erg leuke aflevering in de Hulk saga. Hopelijk kom ik de andere films ook nog eens voor een mooie prijsje tegen.
3.5*
Tribute to a Bad Man (1956)
Say, friend... You don't just happen to have one of them new mail order catalogues?
Ik heb Tribute to a Bad Man al geruime tijd (lees: ettelijke jaren) liggen, maar ik had me er nog nooit aan gewaagd. De reden waarom ik hem had opgenomen was tegelijkertijd ook de reden waarom ik hier zo lang mee had gewacht en die reden is namelijk James Cagney. Als je deze tegenstrijdigheid begrijpt, dan neem ik mijn hoed voor je af, want het is één van de meest kromme zinnen die ik ooit al heb neergeschreven. Soit, wat ik er dus mee bedoel is dat ik een groot fan ben van Cagney in zijn gangsterfilms en eerlijk gezegd mijn twijfels had of hij me in een western wel ging kunnen bekoren.
En die twijfels smolten al vrij snel weg voor zon, want Cagney is hier heerlijk in zijn sas als de norse en wraakzuchtige Jeremy Rodock. Cagney vloekt, zuipt, hangt mensen op of martelt ze... Als Rodock draait hij er duidelijk zijn hand niet voor om en het is eerlijk gezegd genieten van het eerste deel van de film. Naarmate de film vordert komt zijn jaloezie ook nog eens meer en meer op de proppen en de film leek af te stevenen op een dikke 4*. Ik vond het in ieder geval interessant om te zien hoe Rodock meer en meer de vernielzuchtige kant opging en hiermee er uiteindelijk voor zorgde dat Jacosta van hem wegging. Jammer genoeg besluit regisseur Robert Wise in de laatste minuten dat compleet om te gooien en eindigen Rodock en Jacosta toch nog met elkaar. Dit gecombineerd met de mierzoete voice-over (vreemd ook dat Steve zo lyrisch is over het koppel, want ik had de indruk dat hij en Rodock toch niet echt goede vrienden waren geworden) zorgt ervoor dat de film toch wat van zijn flair verliest. Zonde eigenlijk, want voor de rest is dit een Western die best wel gezien mag worden. Toegegeven, het verhaal op zich had iets meer vlees mogen hebben, maar het blijft boeien voor anderhalf uur.
Bovendien kan Tribute to a Bad Man ook nog eens rekenen op een uitstekende cast. Cagney is zoals gezegd uitstekend (interessant eigenlijk hoe een veelzijdig acteur dat is, want hij heeft ook nog een tijd in onder andere musicals meegespeeld), maar het is vooral Irene Papas die erg sterk is. Oorspronkelijk was de rol van Jacosta bedoeld voor Grace Kelly, maar dat ging echter niet door vanwege haar aankomende huwelijk en ik ben daar niet slecht gezind om, want ik betwijfel of Kelly dezelfde finesse had kunnen leggen in de relatie met Cagney. Legende Lee Van Cleef heeft hier ook nog een erg minieme bijrol, had daar op zich wel iets meer van verwacht toen ik zijn naam op de openingscredits zag verschijnen, maar sowieso is iedereen hier wel op zijn plaats.
Aangenaam verrast dus. Normaal gezien was de hoofdrol weggelegd voor Spencer Tracy en hoewel ik die ook erg graag zie spelen, is Cagney hier geknipt voor. De chemie met Papas is overduidelijk aanwezig en het is dan ook zonde van het einde dat me met een onvoldaan gevoel achter liet. Typisch gevalletje van hoe je eigen film onderuit te halen. Zonde, maar ik heb me nog altijd wel vermaakt met de overige 90 minuten.
3.5*
Trinity Goes East (1998)
Bud Spencer en Terence Hill kloon
Zo af en toe heb ik wel eens zin in een hersenloos kungfu filmpje. Voor die reden heb ik dan ook een groot deel van de Kung Fu Classics Collection Volumes aangeschaft (een low-budget uitgave met films die hilarisch slecht gedubt zijn en waar de Nederlandse ondertiteling vol spelfouten staat, je moet er van houden) aangezien dat toch het soort film is waar ik het niet bij erg vind mocht ik in slaap vallen. Trinity Goes East was daar gisteravond geen uitzondering op en dus vandaag maar eens even verder uitgekeken.
Al vervloek ik soms wel mijn principe dat ik een film volledig gezien moet hebben vooraleer ik er een stem aan geef, want Trinity Goes East is wel heel slecht. Je kunt het het beste vergelijken met een rip-off van de Bud Spencer en Terence Hill films. De hoofdpersonages (de dief Trinity en Bambino, een inspecteur die dan nog eens de bijnaam Bigfoot heeft..) lijken zelfs fysiek op onze Italiaanse helden en gaandeweg worden er nog een hoop andere films 'geparodieerd'. Bambino loopt dan ook nog eens rond met een klein biggetje - dat regelmatig wordt vervangen door een slecht uitziend namaak biggetje - en er komt bovendien ook nog eens een Bruce Lee kloon op de proppen. Humor is echter regisseur Robert Tai niet vreemd aangezien hij op een bepaald moment zelfs één van de personages laat lachen met het laten opdraven van zo'n veredelde Lee. Halverwege de film wordt er nog eens een telefoontje gedaan naar de Ninja Centrale (en dat telefoneren mag je letterlijk nemen) en uiteindelijk eindigt de film met een anti-climax van jewelste. Het is zo het soort film dat je moet gezien hebben om er over te kunnen meespreken, maar eerlijk gezegd kan ik het niet aanraden.
Vraag me ook af wat de originele voertaal hier geweest is. De DVD die ik heb gezien is gedubt naar het Engels maar er lopen best wat internationale acteurs rond die overduidelijk dan weer niet gedubt zijn. Het grappigste is nog het moment waarop Bambino het bij de tempel aan de stok krijgt met Mong Rei. Het gesprek start in het Engels, Bambino klaagt dat Mong Rei zogezegd geen Engels tegen hem spreekt en dan gaan ze gewoon verder in? Het Engels.. De rol van die Bambino is weggelegd voor Roberto Lopez die er eigenlijk een imposante carrière in stunts heeft op nagehouden. Hier vooral gecast vanwege zijn gelijkenis met Spencer dus. Wel fijn om Steve Tartalia nog eens terug te zien. Zo'n acteur die veel werd gecast als de grote slechterik uit het Westen (in onder andere Once Upon a Time in China en Operation Condor) maar om een film in zijn geheel te dragen.. Dat blijkt toch andere koek te zijn. Sky Dragon is de Bruce Lee kloon van de dag (inclusief het krabben aan de neus) maar stelt bijzonder weinig voor.
Veruit één van de slechtste films uit de collectie. Niet dat de vorige 15 films zo'n hoog niveau waren, maar daar zaten best nog wel eens amusante films tussen. Trinity Goes East is een kloon van veel dingen en bovendien eentje die nergens het niveau van het origineel weet te benaderen. Interessant om te weten dat dit bestaat, maar ik hoef het geen 2e keer te zien.
1*
Tripper, The (2006)
But I'm a Republican!
Mijn broer is met zijn vriendin gaan samenwonen en dit resulteert in regelmatig een filmpje kijken bij hen thuis. De vriendin heeft ook een redelijk grote verzameling van films (voornamelijk horror) dus daar is altijd wel iets te vinden. The Tripper was zo'n film die ik al vaker in mijn handen heb gehad vanwege die hilarisch slechte tagline maar het was er nooit van gekomen om de film zelf eens te kopen, ik ben altijd nogal argwanend ten opzichte van dit soort horrorproducties, maar gisteravond was dus een perfecte gelegenheid om de film eens een kans te geven.
Het was me vroeger nooit opgevallen dat dit eigenlijk geregisseerd is door David Arquette en geproduceerd is door Coquette Productions, het bedrijfje dat David Arquette samen met zijn toenmalige vrouw Courteney Cox heeft opgericht. Als ik dat eerder had geweten dan had ik de film misschien wel sneller opgezet want de combinatie Cox - Arquette vond ik in Friends wel leuk. Arquette neemt naast een kleine bijrol dus de regie op zich en doet dat op zich nog niet zo slecht. De film komt ietwat traag op gang, zeker voor een speelduur van zo'n 90 minuten duurt het op zich wel lang eer de hippies worden afgeslacht, maar er wordt nog een vrij vermakelijke film afgeleverd. Komt voornamelijk dankzij de aanwezigheid van de killer die zich vermomd heeft met een Ronald Reagan masker. Het zorgt in ieder geval voor een aantal vermakelijke scènes waardoor de film nooit verveelt. Alleen blijft het zonde dat de film niet sneller op gang komt en dat we te lang moeten wachten op de moment wanneer de hippies afgeslacht worden. Ergens verwachtte (en hoopte) ik eigenlijk op Cartman uit South Park die de boel nog eventjes recht zou zetten maar het heeft niet mogen zijn.
David Arquette heeft dus een kleine bijrol als typische redneck maar ook zijn wederhelft is eventjes in een cameo te zien als blondine die wordt afgeslacht door een hond. Niets bijzonders maar op zich wel leuk. Het is echter überstoner Jason Mewes (Jay uit het geweldige komische duo Jay & Silent Bob) die de show weet te stelen. Het is natuurlijk geen rol die mijlen ver van zijn gebruikelijke rollen staat (het blijven wel hippies die alles roken en snuiven wat ze te pakken krijgen) maar hij zorgt voor een handvol leuke momenten. Hij wordt bijgestaan door Jaime King (die net als Mewes een leuk rolletje heeft in Fanboys) en ook zij weet zich staande te houden. Voor de rest is The Tripper een film die niet echt bol staat van geslaagde rollen. De acteurs lijken over het algemeen gekozen naar hoe geloofwaardig stoned ze er kunnen uitzien. Thomas Jane als Buzz was trouwens af en toe wel op het randje.
Een handvol leuke momenten en over het algemeen weet de film zich redelijk goed te houden. Voor een regiedebuut weet Arquette een vermakelijke film af te leveren die vooral door het basisidee en een aantal acteurs boeiend blijft. Leuk om Jason Mewes eens zonder Kevin Smith te zien en Jaime King is ook geen straf om een anderhalf uurtje naar te kijken.
3*
Tristan + Isolde (2006)
Alternatieve titel: Tristan & Isolde
Before Romeo & Juliet, there was...
Ik ben altijd al een serieuze fan geweest van het Romeo & Juliet verhaal. Ik zou niet echt kunnen zeggen waarom maar het heeft een enorme aantrekkingskracht op mij en vroeger had ik een boek (ik moet het nu nog altijd wel ergens hebben liggen denken) met de Nederlandse vertaling van Romeo & Juliet en deze Tristan & Isolde. Nu dat verhaal vond ik nooit zo even pakkend dus het zit een stuk minder vers in mijn geheugen maar de film leek me wel vrij aantrekkelijk te zijn dus op een regenachtige avond maar eens opgezet.
En Tristan & Isolde is op zich een degelijke film geworden, al is het middenstuk soms echt wel te saai. De ontmoeting tussen de twee geliefden wordt erg mooi in beeld gebracht maar eens ze aan hun verhouding op het hof beginnen, zakt de film een tikkeltje in. Eens Marke achter de relatie komt schiet de film wel terug in een vaart maar dan is het kwaad jammer genoeg al geschiedt. Op zich is het uitgangspunt van de film één van de oudste in de geschiedenis maar het wordt nog altijd wel goed uitgewerkt. Reynolds weet duidelijk hoe hij een liefdesverhaal in beeld moet brengen zonder het al te melig te doen overkomen, iets wat toch niet zo simpel is in een film als deze. Daar komt natuurlijk wel blij dat de film nooit echt een standaard chick-flick over Prince Charming is want qua actie zijn er ook wel genoeg hoogtepunten. Reynolds slaagt er dan ook in om een goede dosering te vinden waardoor er niets geforceerd aanvoelt. Nog wel een extra vermelding trouwens voor de mooie setting van de film. De kostuums, de locatie, ... Alles voelt erg authentiek aan en het tilt de film naar een iets hoger niveau.
Volgens mij was Franco's rol als James Dean in de gelijknamige film mijn eerste kennismaking met hem. Toen was ik al een vrij grote fan van James Dean en Franco bracht hem magnifiek over op het grote scherm. Sindsdien ben ik hem wat uit het oog verloren (buiten de kleine bijrolletjes in Spider-Man) maar dit leek me een rol te zijn die perfect voor hem geschreven was. Franco speelt dan ook werkelijk uitmuntend maar veel van zijn kunnen is hier wel te danken aan de mooie Sophia Myles. Franco apart is de moeite maar in combinatie met Myles, die de rol van Isolde vertolkt, speelt hij op een hoger niveau. Niet moeilijk ook want zijn tegenspeelster ademt Isolde in en uit. Geen idee of ik haar al eens eerder ben tegengekomen, op de hoes staat dat ze in Underworld mee doet maar daar kan ik ze me niet herinneren, maar hier speelt ze erg sterk. De chemie tussen de twee is er overduidelijk en dat kan een film als deze alleen maar ten goede komen. Rufus Sewell is trouwens ook wel uitstekend gecast als Marke, een acteur die precies echt wel enorm veel verschillende rollen aankan.
Degelijke film maar niet meer dan dat, daarvoor is het naar het midden toe iets te saai. De film wordt grotendeels gered door een uitstekende cast en een mooie aankleding. Als ik echter zou moeten kiezen tussen de twee grote liefdesverhalen, dan ga ik toch nog altijd voor Romeo & Juliet. Tristan & Isolde is aangenaam om naar te kijken maar meer ook niet.
3.5*
Tron (1982)
Alternatieve titel: Tron: The Original Classic
A world inside the computer where man has never been. Never before now
De poster van Tron kwam me voor het eerst onder ogen dankzij de serie Chuck die ik nu al een tijd volg. Het hoofdpersonage, Chuck dus, staat helemaal zot van deze film en heeft een poster in zijn kamer hangen, samen met Dune. Nu is dat één van de meest sfeervolle posters die ik ooit heb gezien dus heb ik de film gisteren maar via de alternatieve wegen binnengehaald en meteen gekeken.
Wanneer ik eigenlijk een poster zie hangen in een serie of een film die ik goed vind dan moet ik die betreffende film zien. Ik weet niet waarom maar het is een tic die ik heb omdat ik in mijn hoofd heb gestoken dat wanneer een maker de poster in zijn serie/film stopt dan wordt dat gedaan als eerbetoon en dan moet ik gewoon weten waarom iemand dat zo'n goede film vind. Dit werkt alleen als de maker niets heeft te maken met de film waarover het gaat want als Michael Bay in een van zijn films de poster van Bad Boys hangt dan kan me dat nu echt niets schelen. Soit, ik ben aan het afdwalen dus we gaan terug naar Tron. Voor velen is dit jeugdsentiment maar gezien ik pas over 9 jaar bij de release van de film ter wereld ging komen gaat die vlieger voor mij niet op. Dat neemt niet weg dat ik kan genieten van dit soort cheesy films. Want geef nu toe, Tron is in alle opzichten een heerlijk jaren '80 filmpje. De effecten voelen dan ook ouderwets aan maar tegelijkertijd ook ontzettend verfrissend. Het kan zijn dat ik de bal ernaast sla maar ik ken geen enkele andere film die dit soort animatie (?) techniek gebruikt. Het zag er in ieder geval wel amusant uit met maar één nadeel. Ik had soms echt moeite met te herkennen wie er nu eigenlijk in beeld was. De helft van de tijd kon ik dan ook het onderscheid tussen Tron en Flynn niet maken en dat stoorde me wel. De visuele gimmick begon me het einde ook wel wat te storen dus het had misschien wel wat beter geweest mocht de film een tiental minuutjes korter geweest.
Qua verhaal was Tron verfrissend. Deze keer geen filosofische vraagstukken waar we de laatste mee overspoeld worden maar gewoon een effectief verhaal over een geniale programmeur die wraak wilt. Geen idee of het er iets mee heeft te maken maar ik studeer zelf ook Informatica Beheer dus ik heb sowieso al wel een zwak voor dit soort zaken. In ieder geval zat Tron wel vol met een aantal leuke vondsten zoals de gevechten doorheen de film, deed me zelfs wat denken aan Lacrosse, maar ook qua personages is het allemaal leuk gevonden. Eigenlijk is heel het idee achter Tron wel origineel te noemen maar ik hoop dat de nieuwe Tron hier zich niet teveel op baseert maar juist net zo vernieuwend als deze wilt zijn. Ik zei het hierboven al, ik had echt last om de personages uit elkaar te houden. Ik verschiet er dan ook niet van dat ik de geweldige Jeff Bridges niet heb herkend. Daar staat dan wel tegenover dat ik hem eigenlijk alleen echt goed ken van zijn rollen in The Big Lebowski, The Men Who Stare at Goats, Iron Man, ... In ieder geval, hij speelt wel leuk. Net zoals de rest van de cast eigenlijk maar de film moet het vooral toch hebben van zijn visuele, vernieuwende kracht.
Dit is weer zo'n soort film waar ik de DVD van moet hebben. Het voelt allemaal soms ouderwets aan maar toch kon ik echt genieten van de sfeer die doorheen heel de film zit. Het verhaal is ook amusant maar de film heeft het vooral toch van zijn effecten maar dat is niet erg. Ik kijk uit naar het vervolg.
4*
Tron: Legacy (2010)
Bio-digital jazz man
Ik leerde TRON voor het eerst kennen doordat er een poster in de kamer van het hoofdpersonage van één van de geweldigste reeksen ooit hing, Chuck. De sfeervolle poster was de aanleiding om de film te zien en die beviel me zo goed dat ik erg hoge verwachtingen had van het vervolg. Lang heb ik er naar uitgekeken en gisteren was het dan zover. Met mijn gratis ticket (moest wel 2 euro opslag betalen omdat het in 3D is...) en één van mijn beste kameraden zat ik dan in een redelijk lege zaal. Helemaal klaar om me te laten verrassen.
TRON: Legacy is een waardig vervolg. Meer zelfs, ik zou het een tikkeltje beter vinden dan het origineel. De film uit '82 was de moeite waard dankzij de coole special effects maar die hadden het nadeel dat het soms onduidelijk werd naar welk personage je eigenlijk bent aan het kijken. TRON: Legacy heeft daar helemaal niet veel last van en laat visueel ook van zich spreken. Ik lees hier en daar commentaar dat Clu er niet goed uitzag maar ik vond het juist erg geslaagd. Oké, sommige emoties komen niet helemaal uit de verf (als Clu kwaad wordt bijvoorbeeld) maar ik vond het een erg verdienstelijke poging die in mijn opzicht erg goed is geslaagd. Maar de film heeft visueel nog wel wat meer te bieden. Heel de sfeer van de originele TRON wordt goed benadert en het ziet er allemaal erg netjes uit. De motorraces krijgen een update en ook die is wonder boven wonder geslaagd. Visueel is TRON: Legacy ten opzichte van het origineel zeker een verbetering en is eindelijk eens een titel die het waard is om een waardig vervolg te noemen. Vandaag de dag kan er veel meer dan 30 jaar geleden en alles wordt dan ook uit de kast gehaald om dit aan de kijker duidelijk te maken. Het is wel jammer dat werkelijk alles uit de kast wordt gehaald want ook van de nieuwe hype, het 3D, kan de film niet aan ontsnappen. Al heb je de bril eigenlijk helemaal niet nodig want er is erg weinig aan 3D te ontdekken. Oké, de ondertiteling komt wat dichter en af en toe hebben de disc gevechten (die er trouwens ook geweldig uitzien) een driedimensionaal trekje maar meer echt niet. Dan had de trailer van de nieuwe Pirates of the Caribbean film die voor de film kwam nog meer 3D. Ik ben zelf ook niet zo'n harde fan van Daft Punk, ik kan er eerlijk gezegd ook niet direct een nummer van opnoemen, maar ze leveren wel een erg goede soundtrack. De muziek past perfect in de film en de toevoeging van Journey (net zoals in het origineel) komt goed uit de verf. In de film zijn trouwens wel meer smakelijke knipoogjes naar het origineel te vinden.
Qua verhaal is dit weer puur Disney. Het origineel had ook al serieus veel van die eigenschappen en de sequel moet er niet voor onder doen. Toch wordt net nergens te moralistisch of ergerniswekkend waardoor het ietwat schamele plot goed te verteren valt. Op zich is het wel leuk natuurlijk dat ze hier een rechtstreeks vervolg op het origineel van maken. Oké, de film zal wel te begrijpen zijn als je het origineel niet hebt gezien maar het is natuurlijk wel meegenomen. Op zich is de film de naam TRON niet echt waardig maar om eerlijk te zijn, het origineel draaide ook al meer om Flynn. Ik bedoel dat de film de naam TRON niet waardig is doordat TRON zelf eigenlijk bijzonder weinig voorkomt. Er zijn hier en daar een paar scènes waar hij in voorkomt, vooral naar het einde toe wordt zijn rol iets groter, maar al bij al komt hij niet veel voor. Wel laten ze een poort open voor misschien nog een 2e sequel die van de TRON reeks een trilogie zou maken, laten we alleen hopen dat er niet weer 28 jaar tussen zit.
Want dan zitten we weer met een hele hoop acteurs die zelfs nog niet waren geboren toen het origineel uitkwam. Niet dat dat echt storend is, het is ook niet te merken maar op zich is het wel merkwaardig. Wel is Bridges weer van de partij en dat kan ik alleen maar toejuichen. Hij kende een kleine doorbraak in het origineel en is het erg leuk om hem 28 jaar na datum terug te zien in de sequel. En net zoals in TRON is Bridges weer heerlijk op dreef. Ik begin hem tegenwoordig nogal vrij veel in films tegen te komen (eigenlijk geldt dat voor de hele familie Bridges) maar het valt me op dat hij vaak erg leuke rollen heeft. Ook hier als verouderde hippie heeft hij weer een aantal erg leuke scènes. Garrett Hedlund ben ik blijkbaar al meer in films tegen gekomen (o.a. in Troy en Eragon) maar daar heeft hij precies nooit echt een indruk nagelaten. Gelukkig komt daar hier verandering en geeft hij op een goede manier gestalte aan Sam. Toen Quorra in de film verscheen kreeg ik continu de indruk dat ik haar ergens van kende. Het zwarte haar en de manier waarop het geknipt was bracht me echter in verwarring en ik slaagde er maar niet in om haar thuis te brengen. Even dacht ik zelfs aan Yvonne Strahovski, nu dat zou pas cool zijn geweest doordat ze een leading role heeft in Chuck, maar de aftiteling bewees mijn ongelijk. De actrice bleek Olivia Wilde te zijn maar de naam zei me niets. Tot ik opeens op Google op een foto stootte uit The O.C. en toen viel mijn frank. Een heerlijke rol als Alex in die reeks maar ook hier is ze zeker op haar plaats. De chemie tussen Wilde en Hedlund is er niet altijd maar spat er bij meerdere scènes dan weer vanaf. Ook leuk natuurlijk dat ze Bruce Boxleitner terug hebben bovengehaald voor de rol van TRON/Alan Bradley. Het bijrolletje van Michael Sheen was ook hilarisch trouwens.
Een erg goed vervolg. Kosinski maakt zijn regiedebuut met respect naar het origineel en de film slaagt erin om perfect op zichzelf te draaien. Het is geen nodeloze kopie van TRON die alleen maar een update heeft gekregen maar een geheel nieuwe film die mooi voortborduurt op het oorspronkelijke verhaal. Alleen jammer van de 3D gimmick.
Dikke 4*
Tropic Thunder (2008)
Tropic Thunder
De film begint redelijk sterk met het vertonen van de valse trailers maar daar zit dan ook meteen een van de beste stukken van de film want voor de rest is hij eigenlijk niet zo speciaal en is het lage gemiddelde ergens wel te verwachten.
Jack Black was lekker op dreef, Robert Downey Jr. was toch ook weer geweldig maar wat is Ben Stiller toch een irritante kloot. Vroeger vond ik hem nog wel vrij grappig maar tegenwoordig is hij gewoon een zak.
Maar wat doet de film nu uitstijgen boven de middelmaat?Eigenlijk zijn dit 2 zaken. Het gebruik van bekendere acteurs in rollen die je niet echt verwacht (Cruise als dikke papzak) en een aantal geparodieerde scenes (die ik er toch heb kunnen uithalen waaronder de sterfscene van Platoon)
Tropic Thunder begint sterk, heeft een redelijke middelmaat en een iet of wat deftig einde.
3*
Trouble in Paradise (1989)
Robbe De Hert gaat de politieke toer op
Zou er iemand die het oeuvre van De Hert een beetje kent nog verschieten van zo'n zin als bovenstaand? Ik denk het eigenlijk niet, maar ergens is het wel hetgeen ik net fijn vind aan de regisseur. Hij schopte graag nogal eens tegen de schenen maar het meest interessante is misschien nog wel het feit dat hij dat in compleet verschillende films doet. Waar bijvoorbeeld Camera Sutra veel meer gestoeld is op de werkelijkheid, gaat hij met Trouble in Paradise de richting van bijvoorbeeld een John le Carré uit. Een politieke thriller met een mengelmoes van talen (Nederlands, Engels, wat Deens, ...) maar zo hoort het ook.
Toch wanneer je een film wilt maken met personages die effectief uit anderstalige landen komen. De Hert laat iedereen de respectievelijke taal spreken en hoewel dat hier en daar nogal houterig overkomt, is het nog altijd veel geloofwaardiger dan bijvoorbeeld van die typische Hollywoodse omstandigheden waar iedereen Engels spreekt met een (slecht) accent. In ieder geval is Trouble in Paradise een vlotte wegkijker. Ann Kusters komt tegen wil en dank terecht in een stinkend zaakje rond illegale wapenhandel en hoewel De Hert vele verhaallijnen probeert te jongleren, komt het uiteindelijk allemaal netjes samen tot één reddende engel in nood: de jonge Carl. Toch komt niet alles altijd even goed tot zijn recht. De samenwerking met de Nederlandse krant bijvoorbeeld is tenenkrommend (dat segment tussen Carl, Freddy en diens bazin is een schoolvoorbeeld van 'dit had geknipt mogen worden, want het doet meer fout dan goed') maar dat komt misschien ook wel door de vreemde keuze in de cast.
Want die Carl die dus alles bij elkaar moet houden wordt gespeeld door niemand minder dan Carl Huybrechts. Toen vooral nog bekend als sportcommentator voor de toenmalige BRT (hoewel dat in deze periode veruit soepel liep aangezien hij in 1988 zijn ontslag gaf nadat hij van Sportweekend was gehaald) en die in de loop der jaren is uitgegroeid tot voltijds commentaargever op de werking van de VRT om recentelijk nog beschuldigd te worden van seksisme. Dat allemaal terzijde is het ook niet meteen iemand dus met enige acteerervaring en dat merk je aan elke zin die hij moet uitspreken. De chemie met Beatie Edney is soms ver te zoeken, maar die is overduidelijk wel meer in haar sas als Ann Kusters. Verder weer een aantal De Hert vertrouwelingen (onder andere Ida Dequeecker in de boekenwinkel die door de politie wordt onderzocht) maar ook in de internationale cast zitten wel wat goede acteurs tussen. In zo'n co-productie moet precies altijd met een quota gewerkt worden maar Eric Schneider bijvoorbeeld is een heerlijk gluiperige Kusters en Patty Pontier weet naar het einde toe (met die conversatie over hoe die foto's op het bureau van Kusters kwamen) ook te overtuigen als Myrthe.
Fijn! Er schort teveel aan de film om hier echt met een goed geweten 4* aan te kunnen geven, maar het is toch fijn dat De Hert hier opnieuw eens een andere weg is opgegaan. Hij heeft toch altijd wel zijn eigen ding gedaan en het blijft jammer dat dat materiaal zo enorm lastig te vinden is. Ooit eens op televisie geweest maar voor de rest is dit bij mijn weten nooit op (DVD) uitgebracht. Zonde, want dit is een vermakelijke politieke thriller.
3.5*
True Grit (1969)
Alternatieve titel: De Eenogige Sheriff
Looking back is a bad habit
Ik ben altijd al wel een fan geweest van het werk van John Wayne. Ik had een lange tijd geleden een aantal Lone Star films op de kop kunnen tikken maar die behoren toch niet echt tot het hoogtepunt van de Duke zijn carrière. Toen deden ze een actie in de Mediamarkt die bestond uit verscheidene John Wayne titels voor 4.90 euro. Ik heb er toen een stuk of 8 meegenomen en met de remake in het verschiet (die nu pas in de Belgische zalen is terecht gekomen) heb ik me gewaagd aan deze True Grit. En om eerlijk te zijn, ik had best wel hoge verwachtingen.
Die zijn dan ook allemaal uitgekomen. Ik hoor vaak commentaar dat Wayne geen goed acteur zou zijn en nog dergelijke uitspraken maar persoonlijk vindt ik hem een geweldige acteur. Hij is nog zo één van de laatste echte venten van de vroege cinema en het is een genot om naar hem te zien. Hij weet dan ook op een heerlijke manier het personage van Rooster Cogburn gestalte te geven. De hilarische citaten zijn niet meer op één hand te tellen en Wayne weet van Cogburn een uiterst memorabel personage te maken. Kim Darby, die de rol van Mattie op zich neemt, was wel een gradatie minder. Het schijnt dat Wayne haar helemaal niet in de rol van Mattie wou (hij opteerde eigenlijk voor zowel zijn dochter of Karen Carpenter) maar die plannen gingen blijkbaar niet door, Geen idee of dat beter was geweest maar eerlijk is eerlijk, de chemie tussen Wayne en Darby is bij vlagen wel erg ver te zoeken. Als je bekijkt dat ze nooit met elkaar spraken naast de set en dat ze eigenlijk elkaar niet konden hebben, dan moet je al niet te ver gaan zoeken naar de reden hiervoor. Best wel jammer want anders had de film misschien nog wel hoger geëindigd. Glen Campbell doet het trouwens ook niet zo slecht. Meestal heb ik het niet zo op zangers die opeens in films komen opdraven (ik denk dat dat aan die paar Elvis films die ik heb gezien is te wijten) maar hij weet af en toe wel een leuke scène met Wayne te creëren. Sowieso wordt de film eigenlijk echt wel serieus gedragen door Wayne. Het is ook wel leuk om een aantal beginnende acteurs in de bijrollen te herkennen. Robert Duvall had ik er zo uitgehaald, al was het toch nog eventjes twijfelen maar de aftiteling moest de oplossing brengen over welke rol Dennis Hopper nu juist op zich neemt. Het zijn wel twee leuke bijrollen en vooral Duvall is fantastisch naar het einde toe.
Het verhaal heeft eigenlijk op zich niet zo bijster veel om handen. De film duurt ongeveer twee uur maar toch weet het enigszins minieme plot nergens te vervelen. Hathaway neemt rustig de tijd om het verhaal en de relaties tussen de 3 personages op te bouwen en eerlijk gezegd, ik kan het wel appreciëren. Ik heb het boek waar de film op is gebaseerd nog nooit gelezen maar ben het wel van plan want, hoewel we ons de gehele tijd op de drie personen concentreren en er niet zo heel veel schietpartijen aan te pas komen, blijft de film wel de gehele tijd boeien. Het einde vond ik dan wel weer er een beetje bij de haren bijgesleept. Dan heb ik het niet over de geweldige showdown tussen Cogburn en de Pepper bende maar eerder over de ziekte van Mattie. Eerst wordt er geïnsinueerd dat ze het niet gaat overleven, dan blijkt ze toch nog altijd te leven en dan krijgen we nog zo'n paar mierzoete slotzinnen over dat zij hoopt dat Cogburn naast haar komt te liggen en dergelijke. Ik had het liever gezien dat Cogburn wel geraakt was door de vriendschap tussen hem en Mattie (hoewel het bij de acteurs zelf dus overduidelijk niet het geval was) maar dat hij het gewoon voor zich hield en dat het niet zo uitbundig werd gevierd. Cogburn is een zure dronkenlap en het springen over het hek had voor mij niet gehoeven. Trouwens wel erg mooie landschappen doorheen de film.
Erg aangename film. True Grit is John Wayne ten voeten uit en dat kan ik op zich blijkbaar erg hard waarderen. Het is alleen jammer dat ze voor de rol van Mattie een iets mindere actrice hebben uitgekozen maar over het algemeen valt het nog goed te doen, alleen dat haar was verschrikkelijk! Soit, Wayne is heerlijk als Cogburn en de rest van de acteurs zijn aangenaam om naar te kijken. Ik ben benieuwd naar de remake of herinterpretatie van het boek zoals Jeff Bridges het noemt.
4*
Tucker and Dale vs. Evil (2010)
I should have known if a guy like me talked to a girl like you, somebody would end up dead
Tot een tijd geleden had ik nog nooit van Alan Tudyk gehoord. Totdat ik eens op een rommelmarkt de complete serie van Firefly tegen kwam voor nog geen 10 euro en die in mijn Joss Whedon verzamelwoede meenam. Daar bleek Tudyk een erg leuke rol te vertolken, geniaal zelfs in de film die daarop volgde, maar ook in Dollhouse (ook van Whedon) en Transformers 3 wist hij een erg toffe indruk na te laten. De goede recensies betreffende deze film en de hoofdrol van Tudyk zorgden ervoor dat dit op mijn verlanglijstje kwam te staan en gisteren was het een perfect moment om deze eens op te zetten.
Tucker & Dale mag zich dan hoogstwaarschijnlijk ook in mijn top 10 van 2011 scharen. Hoewel het officiële jaartal 2010 is, is de film hier maar in de bioscopen op 13 januari terecht gekomen dus dan mag het voor mij. Het zou ook jammer zijn als de film hierdoor in geen enkele lijst zou terecht komen want Eli Craig verdient het. In een wereld waar slashers en andere horrors een filmgenre is dat enorm veel wordt uitgebuit, weet Craig met een enorm verfrissende film af te komen. Het uitgangspunt is dan ook niet minder dan briljant maar de hele film blijft ook gewoon puur genieten en hardop lachen. Wat ik vooral kon waarderen was de manier waarop de misverstanden op zich nog vrij geloofwaardig worden gebracht. Toegegeven, de teenagers gaan soms wel op een erg makkelijke manier dood maar Tucker & Dale hebben zoveel pech dat het hilarisch wordt. De sherrif die tegen de kapotte balk leunt en nagels in zijn kop krijgt, één van de college kids die struikelt en in de woodchipper terecht komt, ... Het zijn maar een paar voorbeelden van de heerlijke misvattingen die in de film voorkomen. Speelduur is trouwens ook perfect want hoewel ik gerust een hele film zou kunnen zien met gewoon Tucker & Dale die wat rondklussen in hun vakantiehuisje, is dit een gimmick die je geen twee uur moet laten doorgaan. Craig weet wanneer het genoeg is en sluit dan ook af op een hoog niveau. Laat je trouwens niet vangen aan het komedie gedeelte want de film kent hier en daar nog wel geslaagde gore.
Alan Tudyk is een held, zoveel is zeker na het zien van deze film en de bovenstaande titels die ik al eerder noemde. De droge humor waarmee hij Tucker in de verf zet is fantastisch om naar te kijken en zorgt ervoor dat ik continu met een dikke glimlach op mijn gezicht zat te kijken. De sarcastische opmerkingen, de problemen die hij meemaakt, het bier drinken, ... Tudyk weet dit erg lekker neer te zetten en ik zou dan ook niemand weten die dit zou kunnen verbeteren. Maar het zou niet eerlijk zijn om echt alles aan Tudyk te wijten want Tyler Labine is sowieso van een even hoge waarde. Het samenspel tussen de twee is dan ook werkelijk om je vingers van af te likken (wanneer de sherrif voor het eerst aankomt en ze beiden met een been van die gast staan die in de woodchipper is terecht gekomen!) en dit zorgt ervoor dat de film naar een nog hoger niveau wordt getild. Persoonlijk nog nooit gehoord van Labine maar laat hem maar in meer van dit soort werkjes opdraven. De studenten waren op zich vrij waardeloos vermits alle aandacht naar Tudyk en Labine wordt getrokken maar dat is zonder Katrina Bowden gerekend. In het begin dacht ik dat ze de typische blonde stoot in nood zou spelen maar Craig slaagt erin om zelfs dit cliché grotendeels te vermijden. Hoewel, echt waardeloos waren de andere studenten eigenlijk niet nu ik er over nadenk. Het zijn de typische high school jongeren die je in dit soort films ziet opdraaien en in dat opzicht zijn de blonde bimbo, de excuusneger, de lafaard, ... wel vrij goed gekozen.
De clichés van een horrorfilm worden mooi opgevangen en getransformeerd tot een erg verfrissende film. Ik had wel het gevoel dat dit wel eens iets kon gaan worden maar dat dit zo'n pareltje ging zijn, dat had ik niet verwacht. Ben benieuwd naar een eventueel vervolg maar ik ben even content als ze het hier bij zouden houden. Het trio Tudyk, Labine en Bowden is goud waard en de speelduur is perfect.
4.5*
Tuxedo, The (2002)
Jimmy, I hate to say this, but don't take advice from women about women
The Tuxedo was één van de meer recente Jackie Chan films die ik al ooit eens had gezien. Het was niet meteen een succes als ik mijn vorige stem (1,5*) moet geloven maar die was ergens in het begin van mijn MovieMeter periode geplaatst en mijn smaak is nogal verandert tegenover toen dus ik hield er rekening mee dat dit me wel eens kon bekoren. Op zich had ik niet zo enorm veel zin in deze film want de nasmaak van The Accidental Spy zat nog in mijn mond maar bon, je moet film puur op zichzelf beoordelen.
En wat blijkt? The Tuxedo is in ieder geval nog een vrij vermakelijk filmpje geworden dat jammer genoeg nooit echt zijn volle potentie weet te benutten. Ik had hier maar al te graag een 4* aan willen uitdelen (is alweer van Drunken Master II uit 1994 geleden) maar daarvoor zijn er teveel kleine hekelpuntjes waar de film op vastloopt. Vooral het gebruik van special effects (die er op de koop toe nog niet zo geslaagd uitzien) is erg jammer, zeker wanneer je een heerlijke stuntman als Chan ter beschikking hebt. Natuurlijk is het verhaal rond een tuxedo die een hoogtechnologisch standje is waarmee je alles kunt doen wat je maar kunt bedenken compleet overdreven maar het zorgt voor een redelijk geslaagde kapstok waar je een aantal amusante scènes aan kunt hangen. De bad-guy wordt er met de haren bijgesleept (ik heb de film vrijdag gezien en op moment van schrijven is het zondag en ik kan me al niet meer herinneren hoe hij in het verhaal past..) om toch maar met een climax te kunnen afsluiten maar storen doet het niet.
Ik weet niet hoe het komt maar ik blijf Jackie Chan erg aandoenlijk vinden met dat brakke Engels van hem. Soms versta je hem gewoonweg niet maar ik ben hem na zo'n vijftigtal films nog altijd niet beu geraakt. De man straalt gewoon iets heerlijks uit. Chan is in de loop der jaren al regelmatig met schoon vrouwvolk opgedoken in zijn films en deze keer is de eer weggelegd voor Jennifer Love Hewitt. Een actrice die ik normaliter graag zie spelen en ook dit doet ze redelijk goed. Een ietwat vreemd personage als je het mij vraagt (ze wisselt nogal vaak van stemming) maar bon, de chemie met Chan kan er zeker en vast mee door. Voor de rest nog een paar leuke bijrollen van onder andere Colin Mochrie (Whose Line Is It Anyway!), James Brown en naar het schijnt is er een cameo van Bill Murray ergens op de achtergrond naar het einde toe waardoor je gebeiteld zit voor een amusante 90 minuten.
Zeker en vast niet het beste dat Chan heeft afgeleverd maar ik heb ook al een pak slechtere films gezien waaraan zijn naam is verbonden. The Tuxedo is een film die het vooral moet hebben van een handvol leuke scènes en een leuke cast. Tof om eens een keer gezien te hebben maar meer ook niet.
3*
Twee Keer Twee Ogen (1963)
De legende gaat dat Robbe De Hert in 1962 op het Nationaal Belgisch Filmfestival (een tweejaarlijks filmfestival dat sinds 1954 in Antwerpen werd georganiseerd, eind jaren ’60 naar Knokke verhuisde en daar een stille dood stierf) niet tevreden was met wat hij toen zag en de weddenschap met iemand aanging dat hij tegen het volgende festival er met zijn eigen kortfilm ging staan. Je zou dat makkelijk kunnen wegschrijven als branie van een 20-jarige snotneus maar zowaar: in 1964 stond De Hert er met Twee Keer Twee Ogen en won effectief ook nog een prijs. Maria Rosseels, indertijd een toonaangevende filmjournaliste van De Standaard, zag een nieuw Belgisch wonderkind en het zette meteen De Hert op de kaart van Belgische filmgeschiedenis.
En hoewel ik het er volledig mee eens ben dat De Hert uniek was in al zijn facetten, zie ik toch niet wat er zo geweldig is aan Twee Keer Twee Ogen. Gefilmd met een camera die hem was gesponsord door de bazin van Freyman en Van Loo (het expeditiebedrijf waar de regisseur indertijd werkte) en met de hulp van wat filmlessen bij Ivo Michiels (hoewel De Hert eigenlijk alles leerde uit de films die hij zelf keek) vertellen De Hert en co het verhaal van twee toevallige voorbijgangers (Ernie Van Bruggen en Jos Davit) die in het Centraal Station van Antwerpen die op elkaar botsen en een heel korte coup de foudre hebben vooraleer ze terug uiteengedreven worden door de drukte. Het is allemaal nogal chaotisch en iets te druk naar mijn zin en de muziek van Walter Heynen is te nadrukkelijk aanwezig. Leuk om eens gezien te hebben maar ik had er eerlijk gezegd toch iets meer van verwacht.
2.5*
Twelfth Night, or What You Will (1988)
Alternatieve titel: Twelfth Night
Some are born great, some achieve greatness, and others have greatness thrust upon them
Ik heb al een tijd een Shakespeare box liggen met daarin deze Twelfth Night, Romeo and Juliet (1976), Macbeth (1979) en King Lear (1974). Een aantal jaren '70/jaren '80 verfilmingen van de Bard dus en die Romeo & Juliet verfilming smaakte naar meer. Het was weliswaar de minste verfilming die ik tot nu toe van het toneelstuk had gezien maar dat probleem ging ik bij Twelfth Night momenteel niet hebben: het is namelijk de eerste keer dat ik hiervan een verfilming zie.
Het is wel een toneelstuk dat ik vele jaren geleden eens heb gelezen (als ik me niet vergis in een vertaling door Hugo Claus) maar er bleven nog flarden hangen. Ik durf niet zeggen in hoeverre dit overeenstemt met het toneelstuk van Shakespeare maar aangezien dit een verfilming is onder het goedkeurend oog van Kenneth Brannagh.. dan ben ik er 99% zeker van dat het wel goed zit. Het was dan ook Brannagh die het toneelstuk regisseerde maar deze televisieadaptatie liet hij over aan Paul Kafno. Ik vraag me af hoe dat exact in zijn werk is gegaan, maar je voelt wel dat dit eigenlijk een ietwat veredeld toneelstuk is. Alles speelt zich nagenoeg op dezelfde 2 sets af (ofwel bij Olivia ofwel bij Orsino) en het ziet er allemaal nogal gekunsteld uit maar toch heeft dat eigenlijk nog wel zijn charme. Kafno/Brannagh maken er een lange versie van, maar ze verveelt eigenlijk op geen enkel moment.
Vooral omdat dit qua cast wel erg goed zit. Caroline Langrishe bezit die onberekenbare schoonheid die Olivia hoort te hebben en Christopher Ravenscroft is een uitstekende Orsino, maar de fun (want het is tenslotte toch een komedie) zit vooral in het groepje Anton Lesser (Feste), Shaun Prendergast (Fabian), James Saxon (Sir Toby Belch) en James Simmons (Sir Andrew Aguecheek). Beetje vreemd dat de Nederlandse ondertiteling de namen wijzigt - zo wordt Andrew opeens André - maar wanneer die vier bij elkaar zijn en kattenkwaad uitsteken.. Het zorgt voor een aantal heerlijke scènes en zeker de confrontaties met Richard Briers als Malvolio zijn erg geslaagd. Ook nog een eervolle vermelding voor Abigail McKern als Maria trouwens, ze is uitstekend in de komische scènes met de hierboven genoemde namen.
Tof! Het duurde wel eventjes vooraleer ik hier volledig inzat doordat de sets er wel erg fake uitzien maar na een tijdje merkte ik er niets meer van. Had het misschien nog iets beter gevonden als Frances Barber (Viola) ook de rol van haar tweelingbroer had opgenomen, want nu oogt de verbazing van de anderen een beetje stom wanneer ze het hebben over het feit dat Viola en Sebastian een spiegelbeeld zijn van elkaar. Barber en Christopher Hollis zijn dat namelijk niet.. Het is maar een kleine smet op een voor de rest uitstekend geheel.
4*
Twelve Monkeys (1995)
Alternatieve titel: 12 Monkeys
I'm looking for the Army of the Twelve Monkeys
Twelve Monkeys was een film die al erg lang op mijn verlanglijst stond om eens te zien maar wegens tijdgebrek leek het er nooit echt van te komen. Ook nu stond de film al zo'n dikke 3 maand digitaal stof te happen op de Belgacom decoder maar daarstraks, als ontspanning voor de komende examenblok, er dan toch eens tijd voor vrijgemaakt. De verwachtingen waren in ieder geval hoog gespannen vanwege de aanwezigheid van Terry Gilliam als regisseur.
Ik ben altijd al wel een fan geweest van het werk van Gilliam. Zijn Monty Python animatieperiode vind ik het minste wat hij heeft getoond maar vooral zijn inbreng in The Holy Grail en The Meaning of Life (die openingsscène!) is juist hetgeen waardoor ik fan ben geworden. Ik wist de exacte details van Twelve Monkeys niet maar ik wist wel dat het een science-fiction film was en ik was er dan ook volmondig van overtuigd dat Gilliam dit goed ging afgaan. En het gaat hem ook goed af maar toch, het pakte me niet volledig. Ik kan er dan ook niet juist mijn vinger op leggen maar hoewel de film een degelijk verhaal heeft, had ik toch net iets ingewikkelders verwacht. In mijn opzicht blijft het allemaal nogal straight-forward en ik had op het einde nog een echte mindfuck verwacht. Die blijft jammer genoeg uit en dan loopt ineens de aftiteling over het scherm. De uiteindelijke twist waar de jonge James Cole zijn eigen dood aanschouwt is in ieder geval leuk gevonden, is precies ook redelijk verfrissend in het genre want ik ben nog niet vaak een sci-fi film tegengekomen waar er niet wordt gezaagd over iemand die zijn jongere zelf ontmoet. Het tijdreizen aspect zelf komt op zich nog wel leuk uit de verf door middel van een aantal toffe gimmicks zoals de overeenkomsten tussen de twee verschillende tijdsperiodes.
Sterke rol voor Bruce Willis, zoveel is duidelijk. De evolutie die hij en Kathryn meemaakt (eerst gelooft zij hem niet en wanneer ze hem dan eindelijk wel gelooft, begint hij aan zichzelf te twijfelen) is redelijk uitgekauwd maar Willis weet hem goed te dragen. Dat is ergens ook wel te danken aan sterk tegenspel van Madeleine Stowe die vooral in de tweede helft van de film weet te overtuigen. Het was echter Brad Pitt die hier vaak de show weet te stelen. Tijdens het opnemen van de film was Pitt bijlange na nog niet zo bekend en hij werd dus een redelijk laag salaris betaald. Echter, toen de film werd uitgebracht had de wereld kennis gemaakt met onder andere Se7en en Interview with a Vampire waardoor hij een klasse hoger in de loonlijst was terecht gekomen. En dat is niet meer dan juist want waar ik vroeger altijd het idee had dat Pitt een pure pretty-boy acteur was, weet hij me hier nogmaals erg aangenaam te overtuigen. Leuk trouwens om Christopher Plummer (Captain Von Trapp!) nog te zien verschijnen in een kleine bijrol.
Typische Gilliam film die vooral weer interessant is vanwege de visuele vondsten. Qua verhaal blijft het echter allemaal nogal kort door de bocht en ik had toch iets meer speciaal verwacht, zeker als blijkt dat Gilliam rechten op de final cut had en zodoende dus het Brazil probleem kon vermijden. In ieder geval interessant om eens te zien maar ik zie hem liever bij Monty Python of Fear and Loathing in Las Vegas.
3.5*
Twilight (2008)
I'd never given much though to how I would die. But dying in place of someone I love, seems like a good way to go
Een groot aantal van mijn vriendinnen zijn echt verzot op deze film maar mij zei het nu eigenlijk niet echt veel. Toen ik de film van iemand kon lenen heb ik toch maar mijn kans gepakt en hem daarjuist opgezet. Er rest me nu nog maar één gevoel, wat zien al die mensen hier in godsnaam in?
Het eerste uur is verschrikkelijk saai en ik begon me al af te vragen of ik het misschien verkeerd had gehoord dat er vampiers in kwamen. Wanneer ze dan uiteindelijk kwamen was het ook nog eens verschrikkelijk teleurstellend. De witte make-up past niet en waarom iedereen met een X-chromosoom in zwijm valt bij Pattinson als Edward is mij ook een raadsel. De 'kracht' van de vampiers wordt ontzettend lelijk in beeld gebracht (laten we eens samen op wat bomen gaan klimmen
) maar de grootste dieptepunten zijn de honkball wedstrijd en het geforceerde actie einde.
Qua acteerprestaties is Twilight ook niet veel soeps. Pattinson heeft het charisma van een zak pattatten en Stewart loopt constant met een ik-probeer-een-gewoon-meisje-te-zijn-maar-kijk-wat-voor-een-innerlijke-strijd-ik-voer blik. Verschrikkelijk gewoon. De muziek stelt ook teleur en is 9/10 keer totaal ongepast. Voor de rest zitten er nog een paar mooie beelden in en af en toe is een leuk stukje of toffe quote maar dit kan de film totaal niet redden.
1*
Twin Peaks: Fire Walk with Me (1992)
Through the darkness of future past The magican longs to see
One chance out between two worlds: Fire walk with me
Ik kende de Twin Peaks serie vroeger alleen maar van naam maar toen ze een tijd geleden werd uitgezonden op tv was ik helemaal verkocht. Nadat ik de serie compleet had gezien smaakte het naar meer en dan kwam deze Fire Walk With Me op de proppen. Het duurde even voor ik tijd had om hem op te zetten maar daarstraks was het zover.
Al vanaf de openingscredits (in het Frans?) ondersteund door de geweldige memorabele muziek van Badalamenti waande ik me direct terug in het Twin Peaks universum. Er worden een paar nieuwe, bizarre personages geïntroduceerd maar gelukkig komen ook de oude helden van weleer weer tevoorschijn. Fire Walk With Me zorgt ervoor dat bepaalde vragen, waar in de serie al wel was op geantwoord, beter tot hun recht komen zoals hoe dat Laura nu eigenlijk juist in die treinwagon terecht komt. En dat is zeker niet slecht want zo wordt alles toch wel net iets duidelijker. Het is dan ook bijzonder interessant om de laatste week van Laura Palmer in levende lijve te volgen.
Sheryll Lee acteert werkelijk geniaal als Laura Palmer. Prachtig hoe ze die rol heeft neergezet maar ook de andere cast leden mogen niet worden vergeten. Wise als Leland, Silva als de verschrikkelijk creepy Bob, ... Stuk voor stuk geweldige personages die even goed worden neergezet. Al is het wel spijtig dat voor Dana een andere actrice werd gekozen.
Twin Peaks is toch wel iets wat ik nooit zal vergeten. Het geweldige verhaal, de boeiende personages en de fantastische muziek maar al bij al voelt de film toch iets minder aan dan de serie. Misschien omdat het eigenlijk te kort is i.t.t. een tv-serie maar desalniettemin is dit een mooie afsluiter.
4*
Twins (1988)
The pavement was his enemy
Twins moet zo één van die films zijn die ik vroeger vrij veel heb gehuurd in de videotheek. Van de echte actiefilms met Schwarzenegger moest ik indertijd niet al te veel hebben maar dit, Kindergarten Cop en Junior waren toch wel de toppers voor mij. Maar toen er niet meer zo veel naar de videotheek werd gegaan om verscheidene redenen (degene in de buurt sloten én de resterende werden vrij duur), kwam Twins dan ook wat in de vergetelheid terecht. Gisteren in de Kringloopwinkel puur toevallig op de film gestoten en natuurlijk meteen meegepakt.
En het is leuk om te zien dat Twins na al die jaren nog niets van zijn kracht is verloren Het concept is simpel maar geniaal en de film draait dan ook vooral om de lotgevallen van de twee broers. De ene is Mr. Perfect maar is wereldvreemd en de andere is een autodief die er fysisch niet zo indrukwekkend uitziet. Het zorgt in ieder geval voor een handvol erg leuke momenten (wanneer Schwarzenegger bijna beroofd wordt en hij zo onschuldig als een nest pasgeboren hondjes probeert om de overvaller nog te helpen!) waardoor het eerste deel van de film erg vermakelijk is. Natuurlijk is heel het verhaal compleet van de pot gerukt maar dat bedek je met de mantel der liefde als je ziet wat het resultaat is. Wanneer de film de meer serieuze kant opgaat met het gezoek naar hun moeder, zakt Twins qua humor een beetje in maar vanwege het geweldige samenspel van Schwarzie en De Vito blijft het allemaal wel leuk. Al blijft het wel jammer dat de film nog zo overdreven happy moet eindigen met de tweeling die dan ook nog eens elk een tweeling krijgen. Beetje onnodig als je het mij vraagt.
Het had niet veel gescheeld of Twins had helemaal niet met ons olijke duo geweest. Dat komt omdat Schwarzie en De Vito de keuze kregen tussen deze Twins en Suburban Commando. Mochten ze voor de 2e film gekozen hebben, dan waren de hoofdrollen uit die film (Hulk Hogan en Christopher Lloyd) naar hier verhuist. Of Hogan en Lloyd een geslaagd komisch duo is, ik weet het niet maar ik ben toch blij dat het op deze manier is uitgedraaid want de casting van Schwarzenegger en De Vito als tweelingen is goud waard. De twee hebben een heerlijke chemie en tillen de film eigenhandig naar een hoger niveau. De tweeling wordt bijgestaan door een andere tweeling (of waren het eigenlijk gewoon maar zussen?) in de vorm van Kelly Preston en Chloe Webb en die zijn in ieder geval een leuke aanvulling. Zeker Preston heeft nog wel een paar leuke scènes met Schwarzenegger. Verbazingwekkend trouwens hoe hard Hugh O'Brian op Schwarzenegger lijkt in de scène waar vader en zoon elkaar voor het eerst terugzien.
Ik had wat schrik om Twins aan een herziening te onderwerpen maar het resultaat mag er nog altijd wezen. De film wordt in zijn geheel gedragen door een hilarische Schwarzenegger die hiermee bewijst dat hij komisch talent bezit en een uitmuntende De Vito die een heerlijk duo vormt met de Oostenrijkse eik. Junior heb ik hier ook nog liggen, binnenkort maar eens opzetten.
3.5*
Two Bits (1995)
Alternatieve titel: A Day to Remember
Your belly needs. Your heart wants. That's the difference
Het moet alweer een jaar of 10 geleden zijn dat ik me voor de eerste keer aan Two Bits had gewaagd. Mijn stem dateert nog van ergens begin juni 2008 en al die tijd heb ik, hoewel ik de film nooit herzien had, er warme herinneringen aan over gehouden. Ik ben sowieso van plan om ooit op het punt te komen waar elke stem op MovieMeter een bijhorende review heeft dus was de recente aanschaf van Two Bits (in een lelijke slipcover met de film Lansky als tweede film op hetzelfde schijfje) de perfecte gelegenheid om me hier nog eens in onder te dompelen.
Want Two Bits, dat is een warme film. Het soort film dat vooral teert op de nostalgie en een lang vervlogen tijdperk terug tot leven brengt. Hier zijn dat de vroege jaren '30 waar de wereld nog te lijden had onder de Wall Street Crash in 1929 en we volgen de kleine Gennaro die met grote ogen diezelfde wereld bekijkt. Dat gebeurt aan de hand van een aantal karweitjes die hij uitvoert om uiteindelijk aan 25 cent, oftewel two bits, te geraken om dan naar de grote opening van de lokale cinema te gaan. Het coming of age speelt uiteraard een groot aspect in het verhaal, maar dit voelt erg hard aan als een persoonlijk verhaal en juist dat geeft net dat beetje extra authenticiteit dat de film nodig heeft. Regisseur James Foley laat een aantal zaken over aan de interpretatie van de kijker (onder andere de dokter en zijn vrouw, die laatste heeft trouwens een heerlijke confrontatie met Gennaro) maar behoudt wel altijd het feelgood aspect. Zelfs wanneer de grootvader onvermijdelijk overlijdt, blijf je met een warm gevoel achter. Iets wat vooral ook te wijten is aan een uitstekend acterende Jerry Barone.
Barone speelt namelijk de 12-jarige Genarro en doet dat geweldig. Er zit iets in zijn blik die nog een zekere kwajongensachtige uitdaging bevat en tegelijkertijd ook de volwassenheid van iemand die al een aantal dingen heeft meegemaakt maar de impact ervan niet helemaal kan plaatsen. Je ziet hem echt evolueren en in een film van om en bij de 85 minuten is dat toch een knappe prestatie. Ik keek Two Bits indertijd vooral voor Al Pacino en die doet het toch ook weer degelijk. Misschien iets te hard gegrimeerd om echt geloofwaardig te zijn als oude man, maar die uitstraling (en de chemie met Barone) maakt veel goed. Pacino zou later zeggen dat hij de rol vooral had geaccepteerd om regisseur Foley (met wie hij samen Glengarry Glen Ross maakte) een plezier te doen. Hij wordt hier trouwens ook herenigd met zijn zus uit Scarface, Mary Elizabeth Mastrantonio, maar die speelt deze keer zijn dochter. Zegt veel over de hoeveelheid maquillage die Pacino elke dag op zijn gezicht moest smeren..
Eenvoudig en kleinschalig, daarmee kun je Two Bits wel mee omschrijven. Er is ongetwijfeld veel dat misloopt en onrealistisch aanvoelt maar het lukt Foley om je perfect mee in zijn wereld te slepen. Coming of age is sowieso al wel een interessant thema, maar de invulling door Barone is gewoon erg degelijk te noemen. Pacino is altijd wel een meerwaarde en ook de gehele aankleding geeft de film net dat beetje meer.
4*
Two Faces of January, The (2014)
Hossein goes Hitchcock
Hossein Amini, onder andere schrijver van het bejubelde Drive, heeft met The Two Faces of January zijn eerste langspeelfilm gemaakt. Een film die vreemd genoeg na 2 jaar al een beetje in de vergetelheid is geraakt. Er was natuurlijk wel een promotietour met onder andere Kirsten Dunst die aan Graham Norton in diens show vertelde hoe ze aan een leger straatkatten was geraakt tijdens het filmen, maar de film maakte duidelijk geen brokken in de box-office. Ikzelf was dit ook alweer praktisch vergeten totdat ik de DVD gisteren in de Kringloopwinkel tegenkwam.
Natuurlijk meegenomen, anderhalve euro voor een film uit 2014 sla ik niet af, en gisteravond meteen maar eens opgezet. Ik heb een zekere fascinatie voor La Dunst in ieder geval. Eerst dacht ik altijd dat het vanwege het feit is dat ze de ultieme Mary Jane Watson is, maar ze heeft een zekere aantrekkelijkheid die zelfs in chickflick tienerkomedies zoals Bring it On wel werkt. Dit terwijl ik een 25-jarige man ben, niet meteen de juiste doelgroep lijkt me. Soit, Dunst heeft hier nog altijd diezelfde aantrekkingskracht en je begrijpt zonder problemen dat Rydal als een baksteen voor haar valt. Die Rydal wordt gespeeld door Oscar Isaac die tot nu toe enkel X-Men Apocalypse als teleurstellende performance op zijn CV heeft staan. De driehoeksverhouding wordt voltooid via Viggo Mortensen die eigenlijk nooit iets verkeerd doet. Amini levert dan ook een driehoeksverhouding af zoals ze hoort te zijn. De romantiek is geloofwaardig, de ingehouden strijd tussen de twee mannen is dat evenzeer.
Verder is dit een verhaallijn die Hitchcock (of een Richard Thorpe bijvoorbeeld die met Above Suspicion indertijd een erg goede Hitchcock-achtige thriller afleverde) wel had geïnteresseerd. Een degelijk web van intriges waar de hoofdpersonen dieper en dieper in de shit geraken. Hoewel de film in kleur is geschoten, krijgt het geheel een zekere noir vibe en dat komt de sfeer ten goede. Echt nagelbijtend spannend wordt het nergens, daarvoor moet Amini toch nog een tandje bijsteken, maar degelijk is het wel. Pluspuntje ook dat de film niet nodeloos wordt gelengd om aan een 'acceptabele' speelduur van 100 minuten te komen.
Ik heb me hier in ieder geval goed mee geamuseerd en het verbaast me ook een beetje dat de film hier niet al te denderend wordt beoordeeld. Kan me voorstellen dat velen mijn 4.0* overdreven zullen vinden, maar had het gemiddelde toch eerder tegen 3.5* verwacht. Ach, wat maakt het ook allemaal uit. Zolang het Amini niet tegenhoudt om nog eens een film te maken.
4*
Two Mules for Sister Sara (1970)
Alternatieve titel: Dos Mulas para la Hermana Sara
Everybody's got a right to be a sucker once
Vandaag was weer zo'n dag dat het veel te warm was. Volgens het weerbericht en het nieuws is het een slecht idee om inspanningen te doen vanaf 14.00 tot 22.00. Nu vind ik dat wel wat overdreven maar op het warmste uur van de dag zul je mij toch niet veel zien bewegen, perfecte gelegenheid om een film op te zetten dus.
Eastwood blijft een held. Geen idee in welke rol ik hem voor het eerst ben tegen gekomen maar de twee rollen die me het beste bevielen waren Dirty Harry en The Man With No Name. Ik had dan in het begin ook wat mijn twijfels bij Two Mules for Sister Sara want ik had schrik dat Eastwood gewoon zijn kunstje uit de Leone films ging herhalen. Technisch gezien doet hij dat wel maar het is zo'n heerlijk kunstje dat je mij niet hoort klagen. De droge opmerkingen zijn hilarisch en die zure kop is er één om in te kaderen en boven je bed te hangen. Eastwood is en blijft één van de beste acteurs om in een western mee te spelen. Gewoon de manier waarop hij een personage met zo weinig woorden maar met zoveel emotie kan invullen is geweldig om naar te zien. Shirley MacLaine daarentegen viel wat tegen. Ik kende haar van een redelijk gewaagde rol in The Children's Hour en ik zag haar een paar dagen geleden nog in Closing the Ring maar in die films laat ze haar kunnen veel beter zien dan hier. Al vanaf de eerste scène met haar voel je aan dat ze in feite geen non is waardoor de twist helemaal niet zo verrassend overkomt als waarschijnlijk bedoeld was. Ook de chemie tussen beide hoofdpersonen is vaak nogal ver te zoeken. MacLaine had constant zever met zowel Eastwood als Siegel en dat is er jammer genoeg aan te merken. Sowieso haar minste prestatie tot nu toe. Op zich kan geen van beide rollen tot zijn recht komen zonder de andere, de film concentreert zich wel erg hard op de relatie tussen beide, maar toch voelt MacLaine niet authentiek aan. Al zit het gebruik van mascara en dergelijke daar volgens mij wel voor een groot stuk tussen.
Western en komedie, ik vindt het toch maar een rare combinatie. Een combinatie die niet altijd uit de verf komt want het plot bevat soms nogal rare bokkensprongen. Gelukkig steken de positieve scènes er met kop en schouders boven uit, de minutenlange scène waar Eastwood dronken tegen MacLaine is aan het inpraten om zijn wond dicht te schroeien is fantastisch, maar heel het idee van een non die op reis gaat met een cowboy komt bij nogal vreemd over. Op zich komen er hierdoor een aantal grappige scènes in het verschiet maar jammer genoeg wordt niet alles echt goed uitgewerkt. Vooral de eindscène met de revolutie van de Mexicanen voelt nogal gepropt aan. Spijtig, want op zich is het een uitstekende climax voor de film maar de bloederige gevechten (nu niet dat het er zoveel zijn en tegenwoordig zijn we wel wat meer gewend) passen simpelweg niet goed in de sfeer van de film.
Two Mules for Sister Sara heeft naast de rol van Eastwood als cowboy nog iets anders gemeen met de onsterfelijke trilogie van Leone, namelijk een uitstekende score van Ennio Morricone. Hoogtepunt blijft natuurlijk wel de pijnlijk gezongen versie van Sam Hall door Eastwood tijdens het verwijderen van de pijl in zijn schouder. Als grote Johnny Cash fan kende ik het nummer al van de American Recordings IV: The Man Who Comes Around maar het blijft toch altijd leuk om te zien waar de man zijn inspiratie heeft gehaald. Ik weet natuurlijk ook wel dat het nummer al langer bestond als traditional maar ik meen ergens te hebben gelezen dat Cash nogal een grote Eastwood fan was dus de mogelijkheid is er wel.
Eastwood is fantastisch en is zeker en vast een meerwaarde. MacLaine daarentegen zit onder haar kunnen maar valt op zich nog wel mee. Qua humor zit het wel goed en het plot is vermakelijk genoeg. De score van Morricone is er weer één van de betere.
3.5*
Two Scoops (2013)
Het moet ergens anno 2012 a 2013 zijn geweest toen bekend geraakte dat Robert Rodriguez besloot om een onafgewerkt idee uit te brengen met de hulp van eenieder die maar wou/kon helpen. De details zitten niet meer zo helder in mijn hoofd maar je kon foto's opsturen om bij de missing posters te horen maar je kon ook meewerken aan het design van het monster. Vandaar dus dat op de eindcredits zowel Robert Rodriguez alsook 'you' wordt genoemd. Het resultaat is echter maar zozo. Rodriguez is er niet vies van om wat familieleden in te schakelen (de zusjes Avellan zijn ook de nichtjes van de regisseur) zijn vooral bekend als babysitters uit de Planet Terror film, ook van Rodriguez natuurlijk, maar je voelt dat de gekheid allemaal net niet gek genoeg is. Een speelduur van 11 minuten is misschien ook simpelweg wat te weinig, je hebt toch eerder een halfuur zoals Kung Fury nodig om een goede basis te leggen, maar de twist met "We're not from here" in de zin dat de zusjes half alien zijn is nog wel fijn. Dan vond ik Black Mamba wel een leukere kortfilm, al is de lijn tussen kortfilm en reclame wel erg kort daar.
Nipte 3*
Two Thousand Maniacs! (1964)
Alternatieve titel: 2000 Maniacs
The South will rise again!
Na het kijken van The Gruesome Twosome had ik me voorgenomen om me niet meer aan de films van Herschell Gordon Lewis te wagen. Voor een jaar of 4 is dat effectief gelukt, maar vorige week had mijn broer tijdens de Nacht van de Wansmaak zich tegoed gedaan aan het bijhorende DVD standje met als resultaat onder andere deze film en Blood Feast, nog zo'n verzinsel van Lewis. De remake had ik in een ver verleden wel eens gezien en ik moet toegeven dat ik hier best wel benieuwd naar was. De Godfather of Gore noemde dit zelf één van zijn favoriete werken en daar moet toch ergens een reden voor zijn.
En eerlijk is eerlijk, Two Thousand Maniacs is op zich nog een vrij verdienstelijke poging en is stukken beter dan het voorgenoemde Gruesome Twosome. Dat neemt niet weg dat Lewis ook hier ruimschoots zijn boekje te buiten gaat qua amateurgehalte. Filmisch voelt dit vaak erg vreemd aan, Lewis slaagt er af en toe ook niet in om de camera stabiel te houden, en het geluid lijkt soms wel onder water te zijn opgenomen. Allemaal erg slecht in ieder geval, maar toch blijft dit typische Hillbilly filmpje wel boeien. Hoewel de gore minder nadrukkelijk aanwezig is, zijn de kills stuk voor stuk wel vermakelijk. Persoonlijke favoriet trouwens is toch wel degene met de ton. Naar het einde toe probeert Lewis er verhaaltechnisch nog iets van te maken door met geesten, legendes en wat weet ik nog allemaal te spelen, maar het zijn eerlijk gezegd vijgen na Pasen. Toch nog wel een vermelding voor die schitterende soundtrack trouwens. Lewis speelde, schreef de tekst en muziek van het Rebel Yell nummer (dat zich vooral tijdens het begin laat horen) zelf, maar ook de toevoeging van The Pleasant Valley Boys is een goede zet geweest. De scènes waar de Yankees worden achtervolgd door een meute onder begeleiding van zo'n heerlijk country muziekje is schitterend.
Qua cast is dit natuurlijk erg pover. Voormalig Playboy playmate van de maand juni in 1963, Connie Mason, bleek toentertijd de bekendste te zijn en mag zich dan ook scharen in het selecte groepje van overlevenden. Het acteerwerk is van een niveau dat je kunt verwachten van een Playboy playmate, maar het schrijnende is dat er voor de rest niemand anders die beter is. Jeffrey Allen maakte blijkbaar wel wat indruk op de regisseur, want voor de rest van zijn carrière zou hij nagenoeg alleen nog maar in films van Lewis spelen. Hoewel Allen een vrij degelijke poging doet als burgemeester Buckman, is hij nadien toch voorbijgestoken door horrorlegende Robert Englund die in de remake zou meespelen.
Een handvol leuke scènes, voornamelijk de kills dan, maar voor de rest toch wel armoede troef. Lewis zal nooit één van mijn favoriete regisseurs worden, maar met Two Thousand Maniacs maakt hij zijn Gruesome Twosome toch wel weer wat goed. Dit is zo'n typische film die leuker wordt wanneer je hem met meerdere mensen kijkt. Benieuwd wat Blood Feast zal geven.
2.5*
