Meningen
Hier kun je zien welke berichten Metalfist als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
S.O.S. Fonske (1968)
Tussen Twee Keer Twee Ogen en S.O.S. Fonske zitten nog een aantal kortfilms van De Hert maar An Old Story (een soort van Western uit 1964) bijvoorbeeld is verloren gewaand en werd bovendien enkel en alleen maar in vriendenkring getoond. Hopelijk komt er nog een versie uit het immense archief van de regisseur tevoorschijn maar de kans lijkt me eerder klein. Na een animatiefilm met zijn broer Jos “Grapjos” De Hert (A Funny Thing Happened On My Way to Golgotha) ging De Hert terug naar elementen die hij later nog vaker zou opzoeken: het sociaalkritische. In 1966 was Fugitive Cinema opgericht en De Hert werkte toen nog als cameraman voor de toenmalige BRT. Hij vond echter dat de documentaires die ze maakten niet de juiste toon raakten en hij besloot het zelf beter te kunnen en ook te doen. Hij ging een strijd aan met de BRT die alle medewerking weigerde (zowel in financiering alsook in uitzenden van de documentaire) en zo werd meteen precedent geschept van hoe De Hert het met iedereen aan de stok kreeg.
Hij trok echter toch aan het langste eind want wanneer S.O.S. Fonske voor de zoveelste keer wordt gelauwerd met de melding 'informatie zoals die van de televisie verwacht wordt' kan de BRT uiteindelijk niet veel meer doen dan de documentaire ook uit te zenden. Het is inderdaad een schrijnend en waargebeurd verhaal over Fons Noydens, een collega van Patrick Le Bon (die ook deel uitmaakt van het Fugitive Cinema collectief), die een auto-accident heeft en 2 jaar na datum opeens voor de kosten moet opdraaien omdat de verzekeringsmaatschappij ondertussen failliet is gegaan. Fons weigert en uiteindelijk volgt er een bitsige strijd met deurwaarders en toevallige passanten & buren. Het is in dit soort films dat je al duidelijk het DNA van De Hert (en Fugitive Cinema bij uitstek) ziet en het is duidelijk dat de regisseur maar al te goed weet hoe hij moet opbouwen naar een climax en hoe hij op het sentiment moet spelen. De veiling van de meubels, de cynische Fons die antwoordt dat hij maar 800 frank ernaast heeft geschat van wat het zou opbrengen, … Ik kan me voorstellen dat dit anno 1968 danig binnenkwam bij de man in de straat en dus voor de nodige ophef zorgde.
3.5*
Sabotage (1936)
Alternatieve titel: The Woman Alone
sa-botage sà-bo-tarj. Wilful destruction of buildings or machinery with the object of alarming a group of persons or inspiring public uneasiness.
Interessante manier om een film mee te openen. Ook deze Hitchcock bevat weer een vlotte vertelstijl maar vooral ook een onverwachte, memorabele scène. Ik had trouwens niet gedacht dat het broertje ging sterven op die bus. Het was allemaal wel weer zeer zenuwslopend in beeld gebracht.
Sterke vroege Hitchcock. 4*
Sabotage (2014)
Look at you, with your 48 percent body fat!
Arnold Schwarzenegger, ik blijf er toch goede herinneringen aan overhouden. Met één van mijn beste vrienden keek ik indertijd veel van zijn films (net zoals met Jackie Chan) maar in de loop der jaren is dat wat gesleten. De vriendschap is er nog maar het hele weekend samen gamen en film zien zit er niet meer in. Daardoor ben ik ook niet meer volledig mee met wat der Schwarzie in zijn latere jaren heeft gedaan en dan kom je dus opeens zo'n film tegen die je al die tijd hebt gemist. Sabotage is een film uit de periode waarin hij terug gouverneur af was en dat betekent dus een Schwarzenegger op leeftijd.
En dat is een beetje waar het schoentje knelt bij Sabotage, want de Oostenrijkse Eik lijkt niet altijd even goed mee te kunnen met al dit jong geweld. Het is echter maar een kleine smet op een voor de rest uitstekend geheel, want dit is verder van de eerste tot de laatste minuut genieten. Een leuk plotje over een groep DEA agenten die het niet al te nauw met de regels nemen en dat uiteindelijk met hun leven moeten bekopen. Regisseur David Ayer is goed gaan kijken naar verhalen zoals Ten Little Niggers van Agatha Christie en hoewel het op zich redelijk voorspelbaar is dat a) Lizzie degene is die iedereen afknalt en b) dat Breacher er ook voor iets tussen zit, kijkt het allemaal wel erg lekker weg. Geweldig momentje ook om Breacher in kostuum te zien terwijl hij zo'n bureaujob moet doen en wat data in de computer ingeeft. Het gaf net dat rustpuntje in de actie en vond het eigenlijk nog een komisch zicht.
Schwarzenegger mag zich dus van alle kanten laten zien (inclusief dikke sigaar) en komt goed tot zijn recht als oude rot in het vak. Fysiek oogt hij af en toe wat onfris ten opzichte van zijn teamleden (al twijfel ik er niet aan dat hij zelfs vandaag de dag mij nog altijd het pak rammel van mijn leven kan geven) maar die uitstraling maakt bijzonder veel goed. Toffe bijrollen ook met Joe Manganiello (Slade Wilson!) en Terrence Howard op kop. Mireille Enos vond ik wat op het randje van irritant zijn maar bon, ze komt er nog grotendeels mee weg. Tof ook om Olivia Williams nog eens in iets terug te zien, was alweer van het geweldige (doch vergruisde) Dollhouse geleden. Wat overblijft is nog flink wat actie en daar zit het ook wel goed. Een aantal lekker brute momenten die jammer genoeg wel afgewisseld worden met van die scènes waarvan je niet snapt hoe dat in het script is terecht gekomen. Lizzy ligt daar in die kofferbak en Breacher slaagt er maar niet in om vanop een paar meter haar neer te schieten.. Ach, ik bedek het met de mantel der (actie)liefde.
Tof! Ik heb David Ayer niet zo hoog zitten door dat Suicide Squad debacle maar dit is echt wel dik in orde. Blijkbaar ben ik wel maar één van de weinigen die hier volledig de fun inziet maar ach, dat is dan pech voor de rest. Schwarzenegger is heerlijk op dreef, de jonge garde bestaat uit een aantal fijne figureren (een zeldzaamheid in dit soort films) en het tempo is lekker moordend.
4*
Sabrina (1954)
A woman happily in love, she burns the soufflé. A woman unhappily in love, she forgets to turn on the oven
De Krokusvakantie is voor mij een blokverlof doordat ik binnenkort weer eens examens heb en als ontspanning kijk ik geregeld dan een film. Doordat de vrije plaats op de decoder weer is aan het krimpen, probeer ik regelmatig een opgenomen film af te wisselen met gekochte films. Sabrina was zo'n film die al een maand geleden was opgenomen en omdat ik een grote fan ben van Audrey Hepburn, heb ik de film daarjuist opgezet.
Daar kwam natuurlijk nog eens bij dat het een film was van Billy Wilder, al wist ik dat op voorhand niet. Een kenner van zijn werk ben ik zeker niet, al zou ik gerust wat meer willen zien van zijn films, maar de reden waarom hij een pluspunt is, is dat hij de twee beste films met Marilyn Monroe heeft geregisseerd. Reden genoeg dus om Sabrina een kans te geven maar eerlijk gezegd, het is niet Wilders beste werk. De film heeft nochtans wel wat potentie maar gedurende 3/4 van de film blijft het allemaal nogal saai. Oerdegelijk, dat wel, maar er zitten een paar dode momenten in. Misschien is de kleine 2 uur dan ook iets te lang en had het beter geweest als er hier en daar wat in was geknipt maar dat zullen we natuurlijk nooit weten. Het is ook niet dat het allemaal zo verschrikkelijk slecht is want de hand van Wilder is er nog altijd wel in te herkennen. Vooral naar het einde toe wordt de film zelfs erg interessant. Heel de driehoeksrelatie krijgt meer diepgang en wordt beter uitgewerkt met het voorspelbare maar heerlijk romantische einde als gevolg. Op zich ben ik wel blij dat Sabrina uiteindelijk bij Linus terecht komt want het had compleet tegen de sfeer van de film in gegaan mocht ze bij David geëindigd zijn.
Ik had de film eigenlijk voornamelijk opgenomen voor Audrey Hepburn. Deze in België geboren schone heeft een grote aantrekkingskracht op mij terwijl ze eigenlijk helemaal niet mijn type vrouw is. Er is iets in haar présence waardoor ze er altijd in slaagt om mij naar haar films te leiden. Ook hier heeft ze weer deze mysterieuze aantrekkingskracht, al duurt het wel tot haar transformatie compleet is eer het echt tot zijn recht komt. Soit, in ieder geval weet Hepburn er weer een vermakelijke rol van te maken en dat kan niet simpel zijn geweest. Niet omdat het zo'n vreselijk moeilijke rol was, in tegendeel want niemand in de film heeft echt ontzettend veel diepgang, maar eerder omdat de omstandigheden met haar twee mannelijke tegenspelers schijnbaar erg slecht waren. De grootste stoorzender zou Humphrey Bogart zijn geweest en eerlijk gezegd, ik verschoot ervan om hem in dit soort rol te zien. Nu ben ik sowieso al niet echt kapot van Bogie maar het is wel een degelijke acteur die vaak erg goed is in het gangstergenre. In de film is hij echter een last-minute vervanging voor Cary Grant, jammer eigenlijk dat dat niet is doorgegaan want die bewees een jaar eerder met Roman Holiday al dat hij een uitstekende combinatie vormt met Hepburn, maar Bogart wou ook dat zijn vrouw Lauren Bacall de rol van Sabrina had en kon hij ook helemaal niet opschieten met William Holden. En dat zal vast niet gebeterd zijn toen er bijna unaniem door de critici werd vastgesteld dat de rol van Linus beter naar Holden zou zijn gegaan en de rol van David naar iemand jonger. Soit, ik moet ze er wel in gelijk geven want Bogart is inderdaad wel wat een miscast in de film. Hij doet het zeker en vast niet slecht en komt ook tot zijn recht in het midden van de film waarin het nog niet duidelijk is hoe de relatie tussen hem en Sabrina nu juist is maar in de meer romantischere scènes is hij nogal knullig. William Holden is trouwens wel op zijn plaats als de jonge David. De romantische scènes tussen hem en Hepburn komen geloofwaardig over, niet zo moeilijk als je bekijkt dat ze tijdens het maken van de film een koppel werden, maar af en toe was hij iets teveel het leuke rijkeluiskindje, een type personage waar ik eigenlijk nooit veel mee heb. De bijrollen zijn stuk voor stuk goed verzorgd, vooral vader Larrabee was leuk, en de klassieke setting waarin de film zich afspeelt ziet er goed uit.
Beetje een twijfelgeval dit. Ik heb me sowieso goed geamuseerd, dat staat als een paal boven water, maar voor Wilder normen (dit is de 4e film die ik van hem zie waarvan twee 4.5* en één 4*) een tikkeltje minder. Het verhaal is traag maar solide, Hepburn is betoverend maar over het algemeen toch net geen 4* waard maar ik twijfel er niet aan dat Wilder met een 3.5* ook content zou zijn geweest.
3.5*
Sacrament, Het (1989)
Meneer pastoor snurkt niet, zijn neus is verstopt
Ergens in een ver verleden heb ik eens flarden gezien van Het Sacrament. Misschien van tijdens een televisie-uitzending ten tijde van het overlijden van Hugo Claus? Ik weet het niet meer exact, maar in ieder geval liet de film altijd wel een indruk na. Ik was in ieder geval benieuwd wat een volledige kijkbeurt ging geven en gisteren dan eindelijk eens voor gaan zitten. De Leeuw van Vlaanderen was tot nu toe het hoogtepunt in het oeuvre van Claus, maar met Het Sacrament klopt hij die film volledig.
Want hoewel dit terug een film is die in lijn ligt van Vrijdag (het wel en wee van een gezin in een rustiek dorpje in Vlaanderen), is dit er wel boenk op. Een eenvoudig plot waarbij een familie een keer per jaar samenkomt om de sterfdag van hun moeder te herdenken escaleert in een onderlinge vete met veel drank, eten en een zenuwslopend spelletje Charades. Claus weet vanaf het prille begin een zekere spanning op te bouwen en slaagt er in om die de gehele speelduur vast te houden. Nergens zakt het Sacrament in en hoewel het einde misschien iets te hard voor de hand ligt, is het wel het perfecte einde. Zeker die confrontatie tussen Jeanne en Deedee als slotbeeld is een goede zet. Verder is dit wel een film waar het theatrale soms iets te hard van afstraalt. Wat op zich vreemd is aangezien het bronmateriaal geen theaterstuk is (in tegenstelling tot Vrijdag) maar effectief een roman. Claus heeft echter zijn roman 'Omtrent Deedee' later ook nog herwerkt tot het toneelstuk 'Interieur' dus misschien heeft hij daar een aantal zaken van overgenomen.
Maakt op zich verder eigenlijk weinig uit aangezien dat theatrale aspect best nog wel goed bij de personages past. Grote emoties gecombineerd met een setting die nooit verandert en een bombastische muziek zorgt in ieder geval voor een geweldig sfeerbeeld. Voor een stuk ook dankzij een uitmuntende cast. Frank Aendenboom heeft al in het verleden bewezen een uitstekende acteur te zijn (in producties van Claus en ook daarbuiten) maar ook Jan Decleir en An Petersen spelen de pannen van het dak. Carl Ridders is als Claude af en toe net iets teveel op het randje, maar geraakt er goed mee weg. Toffe bijrol ook van Marc Didden (grappig eigenlijk hoe Claus vaak niet-acteurs laat opdraven in zijn oeuvre) maar ook An De Donder (in haar eerste en enige filmrol) is een goede keuze gebleken.
Indrukwekkend, zoveel is duidelijk en het verbaast me dat de film hier zo laag wordt gewaardeerd. Dat niet iedereen hier iets mee kan begrijp ik, maar ik had dit op zijn minst toch wel boven de 3* verwacht. In ieder geval misschien wel één van de beste Vlaamse films ooit en dat is een aangename verrassing wanneer je er al die tijd van uit ging dat De Leeuw van Vlaanderen een one-hit wonder was. Nu nog De Verlossing en dan ben ik bij met alles wat Claus heeft geregisseerd.
4.5*
Sadae Solimsa (1984)
Alternatieve titel: Shaolin: The Blood Mission
Geen onderdeel van Jet Li's Shaolin Temple reeks
Degene die geïnteresseerd zijn in het oudere werk van Jet Li, zullen wel gekend zijn met de Shaolin Temple reeks. Het is een trilogie waar de Chinese superster zowat zijn eerste grote stappen in de wereld van de cinema zette en het verbaasde me dan ook dat er in de Kung Fu Classic Collection Vol xx een Shaolin Temple 4 bleek te zitten. Wat blijkt nu echter? Dat is gewoon een alternatieve titel voor deze Shaolin: the Blood Mission. Waarschijnlijk de bedoeling om wat mee te liften op het succes van Li.
Wat het echter nog vreemder maakt, is dat er ook nog een andere Shaolin Temple 4 film bestaat. Vengeance Video heeft namelijk ook een Shaolin Temple 4 op de markt gebracht, maar dat blijkt eigenlijk een alternatieve titel te zijn voor Shaolin Temple Strikes Back (1981), een film uitgebracht een jaar (!) voordat Jet Li opdook in zijn Shaolin Temple. In ieder geval, moest je toevallig via Shaolin Temple 4 op deze film zijn uitgekomen en klopt het plot voor geen kanten, ga dan eens even kijken bij Shaolin Temple Strikes Back. Soit, de versie ik heb gezien duurde maar een goede 85 minuten en zelfs dat duurde me eigenlijk te lang. Veel standaard kung fu nonsens over een deel van een boek met belangrijke namen van rebellen dat gezocht moet worden en dat resulteert uiteraard in een zoektocht met veel gevechten. Die zijn niet altijd van een even hoge kwaliteit en het is pas op het einde dat de film een rare wending neemt wanneer blijkt dat het tweede stuk van het boek is ingenaaid (!) in de rug van een monnik.
Ja, je leest het goed: een boek van ongeveer een 100 pagina's ofzo is ingenaaid in iemands rug en wordt er natuurlijk uitgehaald. Eenmaal het bloed er is afgewassen, lijkt het zelfs zo goed als nieuw.. Dat had ik in ieder geval niet zien aankomen en het maakt dit (voor een klein stukje) nog enigszins de moeite waard om is te checken. Verder vooral een onaffe film als het ware, als er niet effectief End (vreemd genoeg niet The End of iets in die richting) op was gekomen, dan had ik verwacht dat er nog een stuk ging moeten komen. In ieder geval wel fijn om Hwang Jang-Lee nog eens te zien. Zag hem een aantal jaar geleden in Duel of the Ultimate Weapons, ook van regisseur Woo-Sang Park, en ken hem vooral nog als bijrol in een aantal Jackie Chan films. De Engelse dub is trouwens wel hilarisch slecht in muziekkeuze.
Zo wordt de openingsscène ondersteunt door de niets minder dan iconische geluidsband van Psycho en de douchemoord. Verder dus een standaard filmpje dat nooit boven zijn genregenoten komt. Het zegt ook al veel wanneer er besloten wordt om dit uit te brengen als een onofficieel deel van een andere reeks in de hoop dat er toch iemand dit gaat kopen. Ach, bij mij heeft het gewerkt in ieder geval..
2*
Safe House (2012)
You've done a fine job, Son. We'll take it from here. That's when you know you're screwed
Gisteravond nog eens afgesproken met een paar vrienden in de cinema maar eens daar aangekomen kwamen we tot de conclusie dat het lastig was om een film te vinden die ons allemaal aansprak. Safe House was een film waar ik wel wat beelden van had gezien maar voor de rest niets meer. Dit leek ons echter de aangenaamste keus dus werd het het nieuwe actiespektakel van Denzel Washington.
En de film is op zich wel vermakelijk te noemen maar is ook erg voorspelbaar. Espinosa doet een poging om een intelligente thriller voor te schotelen maar over het algemeen kun je perfect voorspellen wat er gaat gebeuren (een explosie hier en daar) maar ook heel de 'twist' waar de film op lijkt te steunen zie je van ver aankomen. Het is dan ook werkelijk de meest standaard twist die je in dit soort films kunt verwachten. Je weet dat er een mol is in de CIA en wie zou het dan anders kunnen zijn dan de enige man die het voor de held durft op te nemen? Juist, niemand anders. De film zet je dus nooit ergens op het verkeerde been, althans toch niet als je al wat meer films in dit genre hebt gezien, maar toch heeft het wel een zekere charme. Toegegeven, verrassingen zijn er dus niet maar over het algemeen boeit de film wel. Dat ligt voornamelijk ook aan het feit dat deze film eens geen 3D heeft want het blijkt wederom dat een film zonder het idiote brilletje een stuk beter eruit ziet dan met en in dat opzicht scoort Safe House wel wat punten. De actie is vlot gemonteerd en in de cinema geeft dit toch net altijd dat beetje extra sfeer.
Vroeger was ik wel fan van Denzel Washington maar in zijn laatste films lijkt hij precies maar wat aan te modderen. De acteur die ons rollen zoals Coach Boone uit Remember the Titans of Rubin 'Hurricane' Carter uit The Hurricane heeft dit niveau nooit meer gehaald en ook Safe House lijkt een routine klus te zijn. Op zich dus wederom niet slecht maar Washington wordt nergens hoogstaand. Interessant weetje misschien is dat Washington effectief werd gewaterboard (als dat überhaupt een woord is) tijdens het filmen van de martelscène aan het begin van de film. Het was maar voor enkele seconden per take maar ik kreeg al de indruk dat Washington er bij vlagen erg realistisch uit zag. Soit, Ryan Reynolds doet het ook wel weer leuk. Voor het eerst gezien in Van Wilder maar de laatste jaren begint die meer en meer betere rollen te spelen. Oké, de helft ervan is nu niet echt hoogstaand te noemen maar ook dit doet hij wel weer leuk. Het samenspel tussen Washington en Reynolds is geslaagd en zorgt ervoor dat de film niet verveelt. De rest van de cast komt redelijk standaard over maar ook daar is weer niets op aan te merken.
Standaard maar op zich blijft de film de gehele speelduur wel boeien. Het verhaal is redelijk voorspelbaar, de actie is geslaagd en de cast is van een degelijk niveau maar het is al zo beter verfilmd. Ik blijf wachten op de film van Washington die terug van eenzelfde niveau is als zijn vroegere rollen.
3*
Safety Last! (1923)
Alternatieve titel: Hooger Op
Make this next floor faster. I'm having a little difficulty in ditching the cop
Safety Last, misschien wel de film uit het silent movie tijdperk die iedereen wel kent. Hoewel, dat klopt waarschijnlijk niet helemaal aangezien de titel (of het feit dat dit een Harold Lloyd huzarenstukje is) vandaag de dag niet meer gekend is, maar ze herkennen wel gegarandeerd de scène met de klok. Het is natuurlijk ook een enorm iconisch beeld - bijna net zo iconisch als King Kong die het Empire State Building beklimt - en het werd eens hoog tijd om de volledige film te zien.
Vooral omdat ik met het gevoel speelde dat dit me wel eens erg goed zou kunnen bevallen. Ik ben sowieso meer fan van Keaton dan van Chaplin en de voorgaande Lloyd films uit de boxset (onder andere The Cat's Paw en Dr. Jack) deden me aan de Stone Face denken konden me wel bekoren. En zowaar, Safety Last gaat inderdaad nog net dat stapje verder. Een voor de hand liggend plotje over een bediende die naar de grote stad verhuist en zich beter voordoet tegenover zijn vriendinnetje terwijl hij eigenlijk op zwart zaad zit. Veel leuke scènes, zowat alles in het warenhuis is echt de moeite waard, en natuurlijk een geweldige climax. Ik heb Keaton nog net iets hoger zitten met zijn stuntwerk (beetje jammer ook dat Lloyd altijd heeft beweerd dat hij al het stuntwerk in deze film deed terwijl dat eigenlijk niet waar blijkt te zijn) maar dit is toch wel enorm vernuftig gevonden. Het is in dit soort films dan ook dat de kracht van een silent film zit naar mijn gevoel. Lekker tempo, vernuftige ideeën en vooral ook het gewoon je eigen ding doen.
De films van Lloyd zijn zelfs qua tussentitels vaak leuk gevonden, bijvoorbeeld op het einde met Bill die nog roept dat hij problemen heeft met de agent maar dat wordt dan op een klein lettertype getoond. De grootste kracht zit hem echter natuurlijk wel in de ster van de film, Harold Lloyd. Het zijn er weinigen gegeven om met een aantal attributen een personage helemaal naar zichzelf te trekken en hoewel het lijkt alsof Lloyd echt nooit iets anders heeft gespeeld (zijn personages zien er altijd hetzelfde uit en dragen bijna ook altijd zijn echte naam), is het iets dat ik nog niet beu ben. Ook de wisselwerking met Mildred Davis blijft overeind staan en vind ik het altijd wel fijn om Anna Townsend nog even te zien passeren. Het was echter wel haar laatste film in een al niet zo rijk gevulde carrière. Let verder vooral ook nog op een cameo van regisseur Fred C. Newmeyer als de behulpzame chauffeur die uiteindelijk met een parkeerboete eindigt.
Krijg in ieder geval zin om meteen weer een Lloyd film op te zetten en dat is een goed teken. Silent movies blijven bij mij altijd wat een twijfelgeval, maar in het geval van deze bebrilde ster zie ik er weinig problemen in. Ben in ieder geval benieuwd wat de rest van de langspelers gaat geven en al zeker de talloze shorts die mee in de box zijn ondergebracht. Wordt vervolgd!
4*
Sagebrush Trail (1933)
Alternatieve titel: An Innocent Man
Smith, ain't it. That's the handle most of you fast travelers use
Soms heb je wel zin om een film op te zetten, maar heb je dan weer geen behoefte aan iets van meer als 90 minuten. Als je wat fan bent van John Wayne, dan zit je wel snor met de Lone Star Productions reeks. Voor weinig geld op de markt gebracht door onder andere Classic Movies en allemaal met een speelduur van ongeveer een uurtje. Wayne zou uiteindelijk 16 films uitbrengen bij Lone Star en Sagebrush Trail was één van de drie die ik nog niet gezien had.
Wel gezien over een aantal jaren, want sommige films hebben zelfs geen review gekregen dus ik zou die eens moeten herzien. Soit, de algemene tendens is dat het wel vermakelijke films zijn, maar dat je er niets al te hoogstaand van mag verwachten. Iets wat zeker en vast klopt voor Sagebrush Trail, want Armand Schaefer levert een op zich nog wel boeiend plotje rond een man die onterecht wordt veroordeeld en na zijn ontsnapping op zoek gaat naar de echte dader, maar het mag duidelijk zijn dat er verhaaltechnisch echt wel wat mankementen zijn. Zo voelt heel de vriendschap tussen Smith en Jones nogal van de hak op de tak springend aan en is de dood van Jones wel erg slecht uitgevoerd. Een film die ondertussen toch ook alweer de nodige leeftijd heeft, maar een personage dat de zin 'I'm bleeding... Internally!' uitspreekt op zo'n houterige manier.. Ik kan me moeilijk voorstellen dat dat in 1933 wel kon worden geapprecieerd.
De versie die ik heb gezien is dus uitgebracht door Classic Movies, maar er schijnt ook een kleurenversie van te bestaan. Nu vraag ik me af of er eventueel ook een versie met muziek zou bestaan, want ik vond de film op dat gebied nogal erg kaal eigenlijk. Vooral tijdens de vechtscènes hoor je continu stilte dat dan hier en daar eens wordt onderbroken door het geluid van een vuistslag. Voor de rest wel weer een degelijke film. John Wayne wilt in zijn oudere rollen nog wel eens atypisch uit de hoek komen (hoewel hij altijd de good-guy blijkt te zijn natuurlijk) en zijn goede vriend Yakima Canutt (die hier de bendeleider speelt) is ook nog eens van de partij. Ze worden ondersteund door Lane Chandler (de houterige Jones) en Nancy Shubert (Sally, de vrouw die op het einde in de armen van Wayne eindigt) en die doen het behoorlijk.
Mwah, best nog wel mee geamuseerd eigenlijk. John Wayne die als kok voor een bende begint te werken, het is eens iets anders. Voor de rest een film die vanwege zijn korte speelduur nergens inzakt, maar tegelijkertijd ook nergens echt hoge toppen scheert. Voer voor de liefhebbers dus.
3*
Sailor-Made Man, A (1921)
Alternatieve titel: Hou Je Roer Recht!
Father says we'll sail 'round the world - maybe farther - and you're invited
Een tweetal weken geleden zei ik nog bij Speedy het volgende: "Met Speedy ben ik aan mijn 12e Harold Lloyd film gekomen en tot mijn verbazing blijkt dit de laatste van zijn silent features te zijn." Het klopt dat Speedy inderdaad zijn laatste silent feature was, maar ik was A Sailor-Made Man compleet vergeten. Ik weet nog dat ik ten tijde van mijn kijkbeurt van Grandma's Boy gelezen had dat er discussie was wat nu effectief Harold Lloyd's eerste echte full feature was en dat de algemene tendens een beetje naar Grandma's Boy leek te neigen.
Vooral omdat die dichter tegen de 60 minuten zit en dat zou de doorslag hebben gegeven. Maakt voor mij eigenlijk allemaal weinig uit, zolang het maar een vermakelijke (kort)film is en A Sailor-Made Man voldoet perfect aan die beschrijving. De reden waarom dit rond de 45 minuten duurt is dat het oorspronkelijk het plan was om de opnames aan een testpubliek te tonen en de scènes te knippen waar de reactie wat minder was om dan uiteindelijk met een kortfilm te eindigen. Blijkbaar was de respons echter over de gehele lijn enorm positief waardoor Lloyd dan maar besloot om het in zijn volledigheid uit te brengen. Dat in het achterhoofd houdend is A Sailor-Made Man misschien een kleine teleurstelling (Lloyd zou later nog veel betere films maken vind ik) maar toch is dit opnieuw wel erg fijn. Voor mij is Lloyd (samen met Buster Keaton) dan toch de grote ster van de silent comedy, ik begrijp na al die jaren nog altijd niet waarom het net Laurel & Hardy en Charlie Chaplin zijn die vandaag de dag nog herinnerd nog worden.
Ach, er zal wel niemand van wakker liggen dat ik dat vind dus wat maakt het ook uit. Op zich wel tof om opeens nog eens een serieuze stap terug te doen in de carrière van Lloyd en daar zie je toch wat kleine verschilletjes met het typetje dat hij later zou spelen. Hier is hij in het begin nog veel arroganter maar al gauw is dit gewoon weer Lloyd zoals je hem kent. Ook tof om Mildred Davis nog eens even terug te zien, ze blijft een leuk klankbord voor Lloyd, en in dit soort films vind je ook gewoon echt de meest imposante slechteriken. Noah Young is als "The Rowdy Element" (Lloyd's medematroos) een toffe verschijning maar ook Dick Sutherland als de Maharajah is geweldig. Sowieso komt de film echt goed onder stoom eenmaal Lloyd zich bij de marine aansluit.
Ik zou eigenlijk is moeten zien welke speelfilms er nu nog in die Harold Lloyd Definitive Collection zitten en anders begin ik maar eens aan de kortfilms. Genoeg Lloyd materiaal om me nog een fikse tijd mee te kunnen amuseren. Weet er trouwens iemand of er nog iets uit de Definive Collection ontbreekt? Met zo'n titel zou je denken van niet maar er duiken af en toe nog wel eens oude opnames op nadat zo'n boxset al is uitgebracht..
3.5*
Sailors Don't Cry (1990)
Als het stil is, hoor ik meneige groeien
Tot voor kort kende ik Marc Didden vooral als mede Bob Dylan liefhebber en schrijver van een aantal erg vermakelijke artikels in Humo. Had al wel is een aantal films gezien met een scenario van hem, maar als regisseur was hij nog onbekend en onbemind. Waar begin je dan ook het beste mee? Een klassieker zoals Brussels by Night of dan toch eerder iets met één van de beste acteurs van België?
De keuze is uiteindelijk dus op Sailors Don’t Cry gevallen en dat is vooral dankzij Josse De Pauw, één van de beste acteurs van België dus. Het resultaat is een intrigerende film, maar wel eentje die net iets teveel voortkabbelt om echt volledig te kunnen boeien. Het tempo ligt wat laag en toch is dit wel een film die gedurende zijn speelduur blijft boeien. De driehoeksrelatie tussen Guy, Paul en Hilde doet denken aan François Truffaut en van tijd tot wijlen knettert het lekker. Beetje jammer dat Didden naarmate de film vordert zijn film wat laat ontsporen (vond vooral de afloop van het robbertje vechten tussen Guy en Paul een beetje bleek) maar die eindscène is wel erg mooi. Sowieso hangt hier een erg rare sfeer die nog eens benadrukt wordt door de soundtrack van Raymond van het Groenewoud.
Hoewel je het niet echt een soundtrack kunt noemen doordat het eigenlijk maar om één nummer gaat. Het heeft dezelfde titel als de film en is een echte oorwurm in ieder geval. Sowieso is het altijd interessant om te zien wat voor soundtrack van het Groenewoud nu weer op het scherm gaat toveren. Hij is vooral bekend van zijn andere muziek, maar net zoals in Iedereen Beroemd! doet hij dit toch ook weer erg goed. Sterke cast ook met een altijd degelijke De Pauw, maar ook Hilde van Mieghem heeft nooit een hoger niveau dan dat van haar naamgenoot gehaald. Goede rol ook nog van Johan Leysen die een stok in de wielen komt steken in de relatie tussen Guy en Hilde. De interessantste figuur in het geheel is misschien nog wel Din Meysmans. Van zijn carrière is uiteindelijk niet meer veel gekomen, maar hij overtuigt hier over de gehele lijn.
Toffe film en nu ik er een nacht over heb geslapen, vraag ik me af of ik dit niet te laag beoordeel. De dialogen (Meysmans lijkt eigenlijk slecht te acteren maar raakt perfect de juiste snaar) en de traagheid beschouw ik bijna nu als een pluspunt. Visueel ook erg geslaagd en volgens mij een film die nog lang gaat blijven doorspoken. Laat ik het nu maar op een solide 3.5* houden, verhogen kan later nog altijd.
3.5*
Salaire de la Peur, Le (1953)
Alternatieve titel: The Wages of Fear
Vrachtwagens en nitroglycerine
Een aantal jaar geleden had ik me aan L'Enfer d'Henri-Georges Clouzot gewaagd. Een documentaire over L'Enfer, een film met Romy Schneider en Serge Reggiani in de hoofdrollen maar die nooit door Clouzot werd afgemaakt. Als documentaire op zich niet zo bijzonder, maar wel een interessant beeld van hoe een film (bijna) tot stand komt. Ik was altijd al van plan om me nog eens aan iets van de regisseur te wagen en het is uiteindelijk Le Salaire de la Peur geworden. Waarom? Gewoon omdat het één van de meest mooiste titels in de geschiedenis van de cinema is.
De film zelf moet echter wat op gang komen, zeker het begin in het café is redelijk taai om door te komen. Het wordt pas interessant wanneer onze vier vrijwilligers in hun vrachtwagen kruipen en vanaf dan laat de ware Clouzot zich zien. De 'strijd' tussen de twee duo's blijft boeien en het is vooral de evolutie in de relatie tussen Mario en Jo die erg beklijvend wordt neergezet. Redelijk onvoorspelbaar ook en dat had ik niet meteen verwacht. Je voelt/weet natuurlijk dat één van de twee vrachtwagens de rit niet gaat overleven maar de dood van Luigi en Bimba komt dan toch nog op een ietwat onverwacht moment. Ook het einde waar Mario verongelukt nadat hij ligt te zigzaggen over de weg zie je nogal aankomen, maar dat wordt dan vakkundig genoeg in beeld gebracht om niet als storend te ervaren. Sowieso eigenlijk best wel een aantal iconische scènes met de beenbreuk van Jo als spreekwoordelijke hoogtepunt, beklemmend stukje cinema is dat.
Vreemd om zo'n jonge Yves Montand te zien eigenlijk. Ik heb al een handvol films met de Franse klassebak in de hoofdrol gezien, maar nagenoeg allemaal uit de jaren '70 of '80. Fijn om te zien dat hij op jonge(re) leeftijd ook al overtuigend genoeg was om een film te dragen. Hoewel, dat is niet helemaal waar. Met Montand is absoluut niets mis maar er zijn nog andere acteurs die hun steentje zeker en vast bijdragen. Zo is Charles Vanel indrukwekkend als Jo (het verschil in de manier waarop hij de film binnenkomt en hoe hij hem verlaat is geweldig) maar ook Folco Lulli en Peter van Eyck drukken als de rivaliserende chauffeurs zeker en vast hun stempel. Verder nog een ietwat vreemde romance tussen Mario en Linda (een rol van Véra Clouzot, de vrouw van) waarbij het nut van de karakteruitdieping van die laatste me een beetje ontging.
Tof! Had er met het taaie begin geen goed oog meer in maar Clouzot heeft me naar het einde toe compleet weten draaien. Fijn dat er toch nog films bestaan die je langzamerhand compleet in hun greep krijgen. Een aantal geweldige scènes (de obstakels op de weg vormen het hoogtepunt) en natuurlijk een cast die geweldig op elkaar is ingespeeld. Heb hier denk ik ook nog ergens Les Diaboliques rondzwerven, dat wordt de volgende Clouzot waar ik me aan ga wagen. Moet er maar eens werk van maken.
Kleine 4*
Salmon Fishing in the Yemen (2011)
Vissen was nog nooit zo interessant
Ik ben geen fan van vissen, laat ik er maar ineens voor uitkomen. Het is voor mij één van de saaiste dingen om naar te kijken en het was me dan ook een raadsel dat ik aangetrokken werd tot de film. De reden is waarschijnlijk Lasse Hallström die met What's Eating Gilbert Grape en An Unfinished Life vermakelijke films op zijn naam heeft staan want voor de rest is Salmon Fishing in the Yemen een film die, zoals de titel al doet vermoeden, over vissen in Yemen gaat en dat leek me bitter weinig om een film mee te vullen.
Bon, het was eigenlijk dankzij een aantal positieve reviews dat ik me uiteindelijk liet overhalen om dit eens op te zetten en daar ben ik die mensen best wel dankbaar voor want Hallström weet er weer een erg geslaagde film van te maken. Vreemd eigenlijk want op zich is de vistrip vanaf de eerste tot de laatste minuut voorspelbaar (er kan toch werkelijk niemand zijn die niet gedacht had dat Robert nog altijd ging leven en tijdens de climax even terug op de proppen zou komen) maar het behoudt een zekere charme. Je zou verwachten dat je ook bekend moet zijn met heel het visserswereldje maar ook dat blijkt gelukkig niet het geval te zijn en krijg je eigenlijk een film voorgeschoteld die vele thema's omarmt. Zo weet Hallström zowel op politiek vlak als op het gebied van milieu en romantiek een geslaagde film te maken die nergens verveelt. Dat is dan ook vooral te wijten aan de aanstekelijke dialogen die gevuld zijn met maatschappijkritiek maar die bovenal grappig zijn. Geen idee trouwens of dit meer te wijten is aan het kunnen van Paul Torday die het boek schreef waarop de film is gebaseerd maar de regisseur weet in ieder geval wel de Britse finesse van onder andere Dr. Jones zo perfect te benaderen dat de personages in zijn handen erg aandoenlijk worden.
Maar dat pluspunt is toch ook mede tot stand gebracht door een uitstekende cast. Salmon Fishing in the Yemen is nochtans een film waar ik qua acteurs en actrices niet koud of warm voor liep maar Ewan McGregor en Emily Blunt zijn hartveroverend als atypisch koppel dat op het eerste zicht niet bijzonder veel met elkander te maken (willen) hebben. Het is vooral mooi om te zien hoe hun chemie eigenlijk meer en meer begint te spetteren naarmate ze ook meer en meer naar elkaar toe groeien. Je zou dan ook beginnen denken dat Amr Waked, die hier de rol van de rijke Sheikh speelt, wat verwaarloost zou worden maar ook hij weet zich perfect staande te houden tussen McGregor en Blunt. Schitterende bijrol ook nog voor Kristin Scott Thomas die als vuilbekkende politici lekker haar gang kan gaan. Wel een beetje zonde van de soms lelijke effecten (de springende zalmen zien er niet uit) maar ik veronderstel dat de film op dit gebied niet veel budget wou kwijtspelen.
Een stuk amusanter dan ik had verwacht. Salmon Fishing in Yemen is voorspelbaar maar juist hierdoor krijgt de film een zekere charme waar andere films nog niet in geslaagd zijn. Het thema is origineel genoeg om de gehele speelduur te blijven boeien en de uitmuntende cast is de kers op de taart. Toch een regisseur om in het oog te blijven houden voor de komende jaren.
4*
Salò o Le 120 Giornate di Sodoma (1975)
Alternatieve titel: Salò, or the 120 Days of Sodom
Pasolini en de film waarbij ik voor het eerst vroegtijdig de cinemazaal heb verlaten
Ik was blij toen Cinema Zuid aan een retrospectief rond Pier Paolo Pasolini begon. Het was de eerste keer dat ik een poging ging wagen om nagenoeg het gehele oeuvre van een regisseur op het grote scherm te zien en ik heb enkel Il Vangelo secondo Matteo moeten laten schieten wegens een verjaardag en I Racconti di Canterbury + Il Fiore delle Mille e Una Notte wegens ziekte. Met Salo werd de reeks gisteravond afgesloten.
Ik had al eerder al wat wilde verhalen gehoord wat voor een ranzige film dit eigenlijk was, maar ik speelde altijd met het idee dat dat vooral met de tijdsgeest had te maken. We zijn ondertussen 40 jaar verder en ik dacht dat de beruchte status van Pasolini's laatste film wat overroepen was. Vooral omdat het een regisseur is die op zich wel wat interessants heeft gemaakt, maar Salo is zowat het slechtste dat ik ooit heb gezien. Dit is geen cinema, dit is gewoon ranzige walgelijkheid waarbij ik totaal geen idee heb wat ik er nu eigenlijk mee aanmoet. Ik heb me nog nooit zo ongemakkelijk gevoeld in een cinemazaal en ben het dan ook afgestapt toen één van de vier op de grond begon te kakken en een meisje dwong zijn uitwerpselen op te eten. Ik ben nog nooit zo gedegouteerd geweest tijdens het kijken van een film en vraag me af of ik het ooit nog zal worden.
Vooral ook omdat hier met uitzondering van de martelingen en vernederingen (in de zaal hoorde ik een fan dit allemaal benoemen als een schitterende commentaar op het fascisme van Italië in de Tweede Wereldoorlog) werkelijk niets van overeind blijft. De visuele feeling die Pasolini ten tijde van zijn Griekse tragedies (Edipo Re en Medea) op het scherm overbracht is bijzonder ver te zoeken en ook de cast is gewoon waardeloos. Het lijkt wel alsof niemand van Pasolini's vertrouwde cast (Anna Magnani, Ninetto Davoli, Franco Citti, ...) hier ook maar iets mee te maken wou hebben. Zelfs de soundtrack, net zoals bij de meeste Pasolini films ook hier door Ennio Morricone, is allesbehalve memorabel en past ook gewoonweg niet bij de rest van de film. Komaan, dat deuntje tijdens de openingscredits klinkt als iets waar mijn grootouders nog met plezier op zouden walsen.
Het zal al wel duidelijk zijn, maar Salo is werkelijk niets voor mij. Ik probeer altijd zo open minded als mogelijk is aan een film te starten en ik vind van mezelf dat ik me wel een filmliefhebber kan noemen, maar dit is helemaal niet aan mij besteed. Aangezien ik ongeveer iets meer dan de helft vermoed ik heb gezien stem ik ook niet. Wou enkel mijn mening toch nog even kwijt. Ironisch genoeg heb ik de film nog op DVD liggen, dus mocht er iemand interesse hebben..
Salut en de Kost (1974)
Bedankt voor den boterham
Gisteren raakte bekend dat regisseur Patrick Le Bon op 81-jarige leeftijd was overleden en het is eigenlijk enorm triest om te zien hoe weinig ruchtbaarheid daar aan wordt gegeven. Oké, Le Bon was misschien niet de meest ronkende naam uit de Vlaamse filmgeschiedenis maar toch wel iemand die veel voor de cinema heeft betekend. Hij is onder andere nog mee lid geweest van het Fugitive Cinema collectief, waar na het overlijden van Robbe De Hert vorig jaar niet veel meer medewerkers van overschieten, en maakte in 1974 zijn regiedebuut met deze Salut en de Kost.
Ik ben vooral fan van Zaman maar ook Hellegat mag er zeker zijn. Zijn meest bekeken film, De Paniekzaaiers met de onvermijdelijke Gaston & Leo, vond ik persoonlijk iets minder en gelukkig is Salut en de Kost weer een stap in de goede richting. Grappig om te zien hoe Le Bon hier al zijn vertrouwde thema's weet boven te halen maar wat overblijft is een ietwat sociaalkritische film over ondertussen lang vervlogen tijden. Zo is de legerdienst alweer een aantal jaren afgeschaft maar is het schrijnend om te zien dat er vandaag de dag nog altijd niet zo nauw wordt gekeken naar bouwvoorschriften en dat het vooral allemaal maar snel snel moet gaan. Spilfiguur in het geheel is Billy (die trouwens wel erg lang haar heeft voor net afgezwaaid te zijn uit het leger, ik dacht dat ze daar instant een militaire coupe kregen) die met zichzelf geen blijf weet nadat hij afgezwaaid is. Hij maakt zijn vriendin per ongeluk zwanger, met zijn familie botst het langs alle kanten, hij is liever lui dan moe en kan geen werk vasthouden en krijgt het bovendien aan de stok met iedereen. Een niet al te aimabel personage maar het interessante is dat Le Bon zich niet laat vangen om hier een coming of age van te maken en dat Billy uiteindelijk tot inkeer komt.
Het laatste dat we hem zien is dat hij geld van zijn vader heeft gestolen (het is subtiel maar hij vraagt 5.000 frank, krijgt 4.000 van zijn vader en die zegt dat hij hiermee 5.000 frank heeft) en al mijmerend over het feit dat hij Mieke kwijt is met zijn moto in de nacht vertrekt. De invulling van Hans Royaards is af en toe op het randje maar in scènes met theaterlegende Romain Deconinck stijgt hij naar een hoger niveau. Af en toe ook een beetje tongue in the cheek humor (Frieda die vertelt dat ze gaat trouwen en Billy vraagt met wie waarop Frieda antwoord "met Dirk natuurlijk, met wie anders? Marc Dex?" terwijl die Dirk wordt gespeeld door... Marc Dex) en een toffe titelsong van Zjef Vanuytsel. Dex mag op het bovengenoemde trouwfeest ook nog even een liedje zingen, het was in de eerste plaats een zanger natuurlijk, maar dat oogt wat gekunsteld. Let vooral ook nog op een kleine bijrol van Fred Van Kuyk (die wel vaker te zien is in films die onrechtstreeks met Fugitive Cinema te maken hebben) en René Verreth als de ploegbaas die iedereen achter de veren zit.
Ik zag dat de televisiefilm De Zoete Smaak van Goudlikeur (die ooit werd gedraaid voor de Made in Vlaanderen reeks voor de toenmalige VRT) op Youtube staat dus die passeert binnenkort ook nog wel eens. Jammer dat Le Bon uiteindelijk maar zo weinig films heeft gedraaid. Hij stapte zo'n 20 jaar geleden uit de filmwereld omdat hij zijn politiefilm "Zure Regen" maar niet gefinancierd kreeg, jammer dat het er nooit meer van zal komen nu.
3.5*
Samouraï, Le (1967)
Alternatieve titel: The Godson
Il n'y a pas de plus profonde solitude que celle de samouraï si ce n'est celle d'un tigre dans la jungle
Met Le Samouraï kwam er een einde aan mijn jaarkaart van Cinema Zuid. In totaal 69 films gezien op dat jaar en ik hoopte dat ik met een knaller ging kunnen eindigen. De gangsterrollen van Alain Delon waren me bekend doordat mijn vader altijd zei dat dat echt waanzinnig goede films waren, maar dat ze zo verdomd lastig te vinden zijn. Ondertussen zijn we al een aantal jaar verder en heb ik eindelijk kunnen kennismaken met één van de meest memorabele rollen van Delon.
Het is niet moeilijk om in te zien dat Le Samouraï een unieke film is. Al vanaf de eerste seconden krijg je de indruk dat Jean-Pierre Melville hier een visueel plaatje van wilt maken. De grijze tinten, het gebrek aan dialoog (en toch al meteen een heerlijke spanning) en een grauw Parijs waar je niet wilt thuishoren. Zo'n verschil met de anders altijd zonnige stad die je in films te zien krijgt en Melville weet over de gehele lijn te overtuigen. Even lijkt hij uit de bocht te gaan met de aanval op Costello aan de treinsporen, maar zelfs dan blijft de film enorm boeien. Costello geraakt als een kat in het nauw (die achtervolging die maar blijft duren! Had van mij zelfs nog wel wat langer mogen doorgaan) en besluit uiteindelijk zijn eigen lot te bezegelen door achter de pianiste aan te gaan. Het is geen seppuku waar onze samoerai zelf zijn leven ontneemt, maar het resultaat blijft hetzelfde. Over de gehele lijn een film gevuld met memorabele scènes en zo ziet iedereen ze graag vermoed ik. Bovendien een schoolvoorbeeld in films die een jazz soundtrack tot hun hoogste nut weten te benutten.
Melville is verantwoordelijk voor een groot deel van de score die ik geef, maar Delon is hier wel erg cool. Die lange regenjas, die gedeukte hoed gecombineerd met de continue tik om langs de rand te strijken.. Hij is nog het indrukwekkendste wanneer hij niets zegt. Zijn toenmalige wederhelft (hij ging uiteen met Nathalie Delon in 1968) speelt de op het eerste zicht nietszeggende bijrol van Jane, het alibi van de huurmoordenaar. Ik vreesde eerst voor een vriendendienst, maar Nathalie deelt een goede chemie met Alain en overtuigt over de gehele lijn. Geweldige rol ook nog van François Périer die zich als inspecteur in de moordzaak vastbijt. De confrontatie met Jane in haar kamer is voor mij het hoogtepunt.
Ik heb L'Armée des Ombres nog liggen van Melville dus die gaat binnenkort ook wel de DVD speler in. Ben op zich content om dit eens op het grote scherm te kunnen aanschouwen, geeft toch altijd net dat beetje extra bij dit soort visuele spielereien. Delon voegt nog eens een rol toe aan zijn toch al erg indrukwekkende oeuvre.
4.5*
San Andreas (2015)
It's been a long time since I got you to second base!
Ik ben altijd wel te vinden voor een rampenfilm. Vraag me niet waarom, maar er is iets leuks aan het zien hoe een bekende stad/plaats gewoon compleet de vernieling in gaat. San Andreas had dan ook nog eens de immer geweldige Dwayne 'The Rock' Johnson in de hoofdrol en dan ben ik helemaal geïnteresseerd. Gisteren eens voor gaan zitten en uiteindelijk toch niet zo hard weggeblazen als ik in eerste instantie had verhoopt.
Vooral omdat dit wel erg, erg cliché is. Langs de ene kant behoort het wel tot het genre om weer een disfunctionele familie te introduceren, maar ik betrapte me erop dat ik het nu wel wat gehad had met dat soort personages. Weer een gezin dat uit elkaar was (bovendien nog eventjes op het gevoel inwerken met een dochter die overleden is) en een nieuwe boyfriend voor de moeder (die dan natuurlijk een klootzak blijkt te zijn, ik had veel liever gezien dat ofwel Ray ofwel Emma hem nog in haar/zijn handen kreeg in plaats van die die stierf door een vallende container) enzovoorts. Het enige wat ontbrak was een quote die een 'fuck yeah, America!' uitstraling had gevolgd door een shot van een Amerikaanse vlag en zelfs dat kregen we op het einde nog voorgeschoteld. Betekent dat dan dat San Andreas een slechte film is? Nee, het is en blijft een vermakelijke rollercoaster met een aantal scènes die er echt tussenuit springen. Het tempo ligt erg hoog (veel aandacht wordt er aan het probleem ook niet geschonken, zelfs niet door de regering of een andere overheidsinstantie) en de film kent genoeg afwisseling qua situaties. Er wordt zelfs nog een tsunami uit de kast gehaald..
Van al die figuren uit het wrestling circuit die het tot acteur proberen te schoppen is The Rock toch wel mijn favoriet. Dat imposante uiterlijk, die bulderende stem en toch ook wel een zeker komisch talent. Een talent dat hier echter niet van toepassing is aangezien hij een liefhebbende vader moet spelen, maar af en toe kan er nog wel eens een leuke one-liner af. De grootste bijrol is weggelegd voor Alexandra Daddario die dochterlief Blake speelt. Een stel priemende ogen en je begrijpt al snel waarom Hugo Johnstone-Burt (Ben) en Art Parkinson (Ollie) alles op alles zetten om haar te redden. Alleen vergeten ze daarbij wel dat ze moeten acteren.. Kleine bijrol ook voor Paul Giamatti die als wetenschapper wat uitleg moet geven aan de ramp. Kan er mee door, net zoals die cameo van Kylie Minogue.
Goh, het blijft allemaal wel boeien tot op een bepaald niveau, maar eerlijk gezegd is San Andreas zwakker dan ik hem had verwacht. Een leuke Dwayne Johnson zorgt ervoor dat het een film is die wel gezien mag worden, maar ik heb in het verleden betere in het genre gezien. Al vraag ik me af of ik die nu ook nog zo zou waarderen aangezien ik me hier wel wat stoorde aan de vele clichés.
3*
San De Huo Shang yu Chong Mi Liu (1977)
Alternatieve titel: The Iron-Fisted Monk
Sammo Hung's regiedebuut
Ik weet al lang niet meer wat mijn eerste film met Sammo Hung was (het moet 99% zeker iets met Jackie Chan zijn geweest) maar ondertussen is hij niet meer in mijn filmcollectie weg te slaan. Het is echter een acteur die wel eens durft te komen opdraven in kleine bijrolletjes en ik wou eigenlijk meer volwaardige rollen zien. Dan maar eens op zoek gaan naar werk dat hij heeft geregisseerd en op goed geluk deze Iron Fisted Monk en Encounters of the Spooky Kind aangeschaft. Bij toeval ook het regiedebuut van Sammo dus een perfecte start!
Het is niet het oudste dat ik van de man met het litteken op zijn lip heb gezien (toegegeven, de bijrol in The Shadow Whip is me compleet ontgaan maar in Hapkido had hij wel een grotere rol) maar het is wel even wennen hoe jong hij hier is. Het blijft een imposant iemand die door zijn figuur niet meteen de schijn geeft van echt atletisch te zijn, maar hij laat hier toch weer mooie dingen zien. Fijn ook om nog een aantal regulars van vroeger te zien zoals James Tien en Dean Shek. Zeker Shek bracht wel erg veel herinneringen terug aan de periode dat ik veel Jackie Chan films keek met een goede vriend. In ieder geval ligt dit soort films perfect in het verlengde van hetgeen Hung kan. Als stunt-coordinator voor de Shaw Brothers had hij al de nodige ervaring opgebouwd en ook als regisseur laat hij wel een aantal fijne dingen zien. Het is vooral interessant om te zien hoe hij er in slaagt om er een goede mix van een aantal typische elementen uit dit soort films van te maken.
Die humor moet je dan ook echt wel liggen en die speelse opening waar Husker (Hung) zowat de clown uithangt.. Ik kan me perfect voorstellen dat dit niet voor iedereen weggelegd is. Veel humor en veel martial arts dus maar hij maakt er ook een redelijk brute film van. Er zitten twee verkrachtingen die - afhankelijk van welke versie je beschikbaar hebt blijkbaar - nogal hard zijn en ook de gevechten durven wel wat aan de hardere kant zijn. Stoort dat? Absoluut niet omdat het een extra onderscheid is voor het ietwat dertien in een dozijn plot. Weinig verrassingen ook omdat je weet dat Husker zijn wraak op de Manchus wel zal kunnen voltrekken maar genoeg fijne momentjes zoals de scène in het hoerenhuis waar hij de andere wang toekeert om 5 minuten later toch genadeloos toe te slaan en iedereen daar een pak rammel te geven.
Fijn! Erg fijn zelfs en ik heb lange tijd gezweefd tussen een dikke 3.5* of een kleine 4* maar het is dat tweede geworden. Hung laat hier als regisseur al veel goeds zien en geeft het genre toch een net iets andere film dan ik gewend ben, of ik heb gewoon de verkeerde films gezien. Hijzelf blijft een erg fijne acteur en zo'n Dean Shek bijvoorbeeld is gewoon perfect voor dit soort rollen. Op naar Encounters of the Spooky Kind!
4*
San Ging Chaat Goo Si (2004)
Alternatieve titel: New Police Story
Jackie Chan en de reboot
De eerste drie delen van Police Story zijn erg vermakelijk te noemen. Het eerste deel is zelfs één van de beste films uit het oeuvre van Chan maar de reeks kreeg een wrange nasmaak met deel 4. Een geheel oninteressante film die met uitzondering van wat stuntwerk van Chan werkelijk niets om handen heeft. Ik stond eerlijk gezegd dan ook wat weigerachtig tegenover New Police Story omdat ik de indruk had dat Chan zijn feeling met de reeks was kwijtgeraakt. Dat was echter geheel onterecht want dit is tot nu toe het beste dat ik van Chan heb gezien.
Het 4e deel kon je eigenlijk moeilijk al een vervolg op de andere films noemen (met uitzondering van de naam van het hoofdpersonage leek er geen enkele connectie te zijn) maar New Police Story breekt alle links met de andere delen. Ik kreeg dan ook het gevoel dat dit een soort van reboot was maar soit, dat heeft op zich geen effect op de film zelf. Ik ben niet zo'n enorme fan van Chan's huidige werk maar het deed me deugd om te zien dat New Police Story een erg degelijke verhaallijn heeft. Het dramatische aspect komt meer naar voor en er is minder humor aanwezig, wat eigenlijk vrij goed in de film past. Zeker het eerste halfuur waar het complete team van Chan het loodje legt is erg sterk. Deze verhaallijn wordt voor de rest goed uitgewerkt en gaat alleen maar naar het einde toe een beetje de mist in. Ik was me al aan het afvragen hoe ze gingen fiksen dat het politiekorps de bende te pakken kon krijgen maar om dan hun ouders te laten opdraven in de nationale bank (wat eigenlijk meer leek weg te hebben van een winkelcentrum met onder andere dat Lego winkeltje) vond ik wat flauw. Zeker omdat er voor de rest een heerlijke dreiging van hen uitgaat en ze nu eigenlijk gedegradeerd worden tot moederskindjes.
Benny Chan stelde me met Who Am I eigenlijk wat teleur. Ik verwachtte waarschijnlijk wat teveel want ik had me laten vertellen dat de samenwerking tussen de twee Chan's resulteerde in een aantal erg vermakelijke films maar de eerste kennismaking was dus niet veel soeps. Gelukkig is de combinatie hier wel geslaagd en begin ik te begrijpen waarom Benny Chan die status heeft gekregen. Die andere Chan is hier zichtbaar ouder geworden maar is nog altijd niets van zijn stuntwerk verleert. De gevechten bestaan uit heerlijk knokwerk maar Jackie Chan speelt hier ook een meer dramatische rol. Het is niet de eerste keer dat hij dat doet (denk Heart of Dragon onder andere) maar het gaat hem hier een stuk beter af dan zijn eerdere pogingen. De focus ligt echter niet geheel meer op Chan maar er komt een nieuwe generatie aan te pas. Deze wordt geleid door Nicholas Tse die hier de rol van Chan's partner op zich neemt. Kan ook een aardig potje meeknokken en het is wel leuk om Charlene Choi uit Twins Effect nog eens terug te zien in een kleine bijrol.
Evenwaardig aan het eerste deel en zelf nog net iets beter vanwege het geniale eerste halfuur. De climax bestaat weer als vanouds uit heerlijk stuntwerk maar het is vooral de combinatie van degelijke actie, een goed verhaal en sterk acteerwerk die ervoor zorgen dat dit de eerste Chan film is die op, weliswaar een kleine, 4,5* kan rekenen.
4,5*
San Guo Zhi Jian Long Xie Jia (2008)
Alternatieve titel: Three Kingdoms: Resurrection of the Dragon
Epische verfilming van het bekende San Guo verhaal
Ik ga niet perse op zoek naar geschiedkundige Chinese verfilmingen maar met deze Three Kingdoms kwam ik voor een 2e keer terecht in een grootschalige verfilming van één van de bekendste verhalen uit China. Cheh Chang bewees met The Water Margin al dat het mogelijk was om zo'n verhalen geslaagd te verfilmen dus ik was hier wel geïnteresseerd in geraakt, al zeker wanneer ik de DVD voor nog geen 3 euro kon kopen.
Three Kingdoms is een redelijk geslaagde verfilming te noemen. Red Cliff kwam ongeveer rond dezelfde periode uit en baseert zich ook op hetzelfde boek maar waar men daar twee films nodig heeft om het verhaal te verfilmen, wordt er hier gekozen om het in één film te steken die dan eigenlijk ook nog niet zo bijster lang duurt. Tegelijkertijd zit hier ook het grootste hekelpunt aan de film want er wordt wel enorm veel van de hak op de tak gesprongen. Je moet er serieus je aandacht bij houden wil je alles mee hebben en zelfs dan nog mis je bepaalde verwijzingen. Jammer, maar het nodigt wel uit voor een herziening want de film is het sowieso wel waard dankzij het interessante plot. Nu ben ik sowieso niet bekend met heel het verhaal rondom Zhao Zilong maar ik vond dit best wel fascinerend. We krijgen een hele hoop flashbacks en herinneringen voorgeschoteld en de film gaat ook over een serieuze tijdspanne maar het wordt nergens saai. Al blijft het wel zonde dat de impact van het verraad van Ping-An compleet mist doordat je al van ver aanvoelt dat hij niet helemaal zuiver op de graat is.
Visueel is dit wel een waar spektakel. Persoonlijk ben ik altijd meer te vinden voor de authentieke gevechten in de stijl van de Shaw Brothers maar dit is ook erg geslaagd te noemen. De gevechten zijn spectaculair en de manier waarop ze in beeld worden gebracht blijft vermakelijk om naar te kijken. Ook de aankleding van heel de setting is erg geslaagd te noemen doordat het er allemaal erg getrouw uitziet. Qua cast is dit trouwens ook wel sterk te noemen. Andy Lau kwam me al erg bekend voor vanwege zijn rol in House of Flying Daggers, al moet ik eerlijk toegeven dat ik had gedacht dat ik die film wat had verdrongen. Lau neemt de rol van Zhao Zilong op zich en doet dat op een erg geslaagde manier. Het is echter in combinatie met Maggie Q naar het einde toe dat beide rollen echt volledig tot hun recht komen. Het is de eerste keer dat ik Q in een film zie spelen, al deed de naam me al wel een belletje rinkelen, maar hier is ze in ieder geval goed op haar plaats. Ik had er eerst mijn twijfels of ze de rol van Cao Ying wel goed ging aankunnen want ik kreeg de indruk dat ze niet meer was dan een schoon opgemaakte dame die ze een wapen hadden gegeven en bevolen hadden om wat te gaan vechten maar niets blijkt dus minder waar te zijn. Leuke bijrol nog van Sammo Hung Kam-Bo die af en toe wel leuk uit de hoek komt.
Ik blijf erbij, je moet er je aandacht serieus bijhouden maar Three Kingdoms is een aangename film geworden. Ik ben benieuwd geworden naar Red Cliff maar dit mag er in ieder geval ook zeker zijn. Visueel wordt de film erg aantrekkelijk voorgesteld en de cast acteert op een goed niveau. Alleen toch jammer van het hak op de tak springen waardoor ik niet het volledige verhaal heb meegekregen.
3.5*
Sanbiki no Samurai (1964)
Alternatieve titel: Three Outlaw Samurai
Fijne kennismaking met Hideo Gosha
Een aantal jaar geleden was ik terecht gekomen in mijn Kurosawa periode en besloot ik ook eens wat andere regisseurs in het genre een kans te geven. Ik vond toen deze Three Outlaw Samurai voor 10 euro in de Koinobori editie maar om de een of andere reden was ik eventjes klaar met het genre. Waarom? Ik weet het zelf ook niet meer zo goed maar op dit soort regenachtige dagen leek het me de perfecte gelegenheid om er nog eens aan te beginnen.
En daar ben ik blij om want twee jaar later na aankoop kan ik eindelijk concluderen dat Three Outlaw Samurai een heerlijke film is geworden. Zoals ik daarjuist al zei heb ik de Koinobori editie maar persoonlijk vond ik de kwaliteit erg goed meevallen. Langs de andere kant heb ik zelf nog nooit een Criterion of MoC release gezien dus waarschijnlijk weet ik gewoon niet beter. Bon, ik ben wel bekend met een aantal films van Kurosawa (ik geloof dat ik er zo'n vijftal heb gezien) maar het is in ieder geval verfrissend om eens een andere aanpak te krijgen. Want hoewel Gosha zijn regiedebuut soms nogal lijkt op Kurosawa's Seven Samurai is dit ook sowieso de moeite. Vooral knap om te zien hoeveel kritiek de regisseur in zijn film gestoken krijgt. Het is dan ook het zwarte einde waar de boeren uiteindelijk toch niet in opstand komen tegenover de rijkere klasse dat me echt kan bekoren. Het laatste beeld waar de drie samoerai wegwandelen is dan ook een perfect eindshot. Sowieso is heel de cinematografie hier wel erg de moeite waard, heb erg mooie shots gezien. Wat ook nog erg aangenaam is, is de relatief korte speelduur. Zeker als je deze vergelijkt met de gemiddelde lengte van Kurosawa films (ik vergelijk alleen maar met hem doordat hij de enige andere samoerai regisseur is waarvan ik iets heb gezien) is dit een erg korte zit.
Dit is niet mijn eerste Japanse film, ik heb er onder andere ook al een aantal Shaw Brothers opzitten, maar ik heb meestal toch wat moeite met het theatrale gehalte in dit soort films. Het zal waarschijnlijk gewoon een kwestie van cultuur zijn maar Japanners zijn altijd zo overdreven, net zoals Italiaanse vrouwen altijd lijken te roepen. Het is dus altijd even wennen maar eens je in de film zit, blijkt dat er hier toch weer een sterke cast achter zit. Het is vreemd om eens geen Tifune te zien maar Tetsurô Tanba als Shiba is een even sterke keus. De film noemt Three Outlaws voor een reden dus dat betekend dat er nog twee andere hoofdrollen zijn en die worden netjes ingevuld door Isamu Nagato als Sakura en Mikijiro Hira als Kikyo. Ik kan me hierin trouwens vergissen maar ik had altijd de indruk dat Sakura een vrouwennaam was (ik baseer me hier voor op de manga/anime van Naruto) maar hier wordt het voor een mannelijk personage gebruikt. Beetje vreemd in het begin maar soit, storen doet het niet. Het enige minpunt aan de film is wel dat het af en toe een tikkeltje verouderd aanvoelt. Vooral de zwaardgevechten lijken soms nogal knullig gemaakt te zijn maar dat valt nog gelukkig met de mantel der liefde te bedekken vanwege de vele andere kwaliteiten in de film.
Ondertussen is de Aziatische sectie in de Fnac alweer gesloten dus het is me nog maar de vraag waar ik dit soort films ga vinden maar dit was in ieder geval een erg aangename zit. Het politieke verhaal blijft boeiend over de hele lijn en de cast acteert op een goed niveau. Moet dringend de resterende Kurosawa en Shaw Brothers films die ik hier nog heb liggen eens zien.
4*
Sandong Muljangsu (1982)
Alternatieve titel: Incredible Shaolin Thunderkick
Geen ninja's
Ik denk dat ik eens gewoon toevallig op de filmpagina van Godfrey Ho ben gekomen en me verbaasde over hoeveel films de man eigenlijk heeft gemaakt in zijn leven. Hij heeft tussen 1973 en 2000 ongeveer een 130 (!) films gemaakt en het merendeel daarvan zijn gevuld met ninja's. Ik wou al langer eens iets van hem gaan zien en was dan ook verheugd dat het 13e deel in de Kung Fu Classic reeks deze Incredible Shaolin Thunderkick was. Het heeft even geduurd vooraleer ik er aan startte maar daarnet toch eens opgezet.
Op zich wel een beetje teleurgesteld dat dit blijkbaar een film is zonder ninja's maar ik had er sowieso in de eerste plaats toch echt wel wat meer van verwacht. Ho, de man met de vele aliassen, doet eigenlijk niet meer dan werkelijk elke andere standaard kung fu flick te kopiëren. Er zit werkelijk geen greintje originaliteit in dit, toegegeven voor het overige al niet zo'n baanbrekende, genre. Hoewel, dat is misschien niet helemaal waar aangezien ik de scène waar het hoofdpersonage wordt gereduceerd tot een eunuch nog niet eerder heb gezien. Soit, verwacht je dus vooral aan de vertrouwde sul die aan de hand van een paar trainingssessies aan het einde opeens de grote kung fu meester wordt. Ondertussen komen we nog te weten dat zijn vader vermoord is door de medestudent van zijn meester (die natuurlijk familie is van de slechterik) en krijg je een drunken master scène met... water.
De Kung Fu Classic reeks is moeilijk het neusje van de zalm te noemen qua DVD-releases. Er heeft iemand met een goedkoop programma een menu gemaakt, de subtitles zijn door iemand vertaald die geen Engels spreekt (Food is namelijk niet hetzelfde als Foot) en de kwaliteit van de DVD laat ook wel wat te wensen over. Toch blijft dit nog steeds een zekere charme behouden en de actiescènes op zich zien er best nog wel ok uit. Ook hier niets vernieuwend te zien. Sowieso een vreemde mix met de soundtrack, vraag me af of Ho die zelf heeft gekozen. Qua cast in ieder geval het gebruikelijke niveau dat je bij dit soort films kan verwachten.
Bwah, er zijn echt wel betere films in de reeks te vinden. Ik had hier moeite mee om wakker te blijven, wat vreemd is op een doodgewone namiddag, en het is eigenlijk pas het laatste halfuur ofzo dat me echt kon bekoren. Vanaf dan schiet de film qua actie naar een hoger niveau (na uiteraard eerst genezen te worden van het gebrek aan een penis door acupunctuur) en is het wel tof om te zien.
1.5*
Sandpiper, The (1965)
Elizabeth Taylor, Richard Burton, Eva Marie Saint, een vogel en toch nog een tegenvallende film
Met Who's Afraid of Virgiana Woolf hadden Elizabeth Taylor en Richard Burton een uitstekende film te pakken. The Sandpiper verenigt deze twee sterren ongeveer een jaar eerder dus needless to say dat de verwachtingen erg hoog gespannen waren. Reken daar de regie van Vincente Minnelli nog eens bij en dan zou dit wel eens erg interessant kunnen gaan worden. Zoals nu al duidelijk zal zijn, de film is dat dus niet...
Want wat een inspiratieloos gedoe is dit geworden! Dat The Sandpiper vooral een dialoogfilm is daar heb ik geen problemen mee maar werkelijk alle dialogen komen redelijk suf uit de monden van de acteurs. Het verhaal zelf heeft dan ook redelijk weinig om handen want de plotomschrijving van de volledige twee zinnen hier op MovieMeter verteld eigenlijk al alles en weet de twee uur dan ook totaal niet te vullen. De potentie is er nochtans wel want films zoals Night of the Iguana met een ijzersterke Ava Gardner bewijst hoe je een film moet maken over een priester die zich aangetrokken voelt tot een andere vrouw maar het komt er gewoon nooit uit. Ook de toevoeging van de zoon die zogenaamd erg slim zou moeten zijn komt nooit tot zijn recht en het zijn dan maar een handvol scènes die ervoor zorgen dat je enigszins met halve interesse blijft kijken.
Ik noemde daarjuist Night at the Iguana als veel betere soortgelijke film en dat is toevallig ook met Richard Burton in de rol van priester. Het is dus niet de eerste keer dat hij dit soort personages speelt maar dit mag zich direct profileren als de slechtste rol die ik tot nu toe van hem heb gezien. Ook de mooie Elizabeth Taylor doet op zich niet veel meer dan mooi wezen en is hier en daar gevat uit de hoek te komen. Beide zijn compleet inspiratieloos en spelen op geheel automatische piloot. Is er dan werkelijk niets goed aan deze film? Neen, dat is ook onterecht want The Sandpiper diende weer als een mooie springplank voor Charles Bronson om wat bekender te worden. Nu speelt hij hier een beatnik die voor de rest niet veel meer doet dan een beeld te hakken van een blote Elizabeth Taylor (cinemabloot voor alle duidelijkheid voor hier allerlei harten gaan overslaan) maar ik blijf het schitterend vinden hoe heerlijk slecht hij er altijd uitziet. Blijft toch de perfecte kop hebben voor een gangster. Ook Eva Marie Saint komt hier eens opdraven, is voor mij alweer sinds North By Northwest van Hitchcock geleden, maar ook zij is compleet verwaarloosbaar.
Mocht je grote fan zijn van Elizabeth Taylor (zoals in mijn geval wel is) of een poging willen doen om alle 13 films die Taylor met Burton maakte te zien dan kun je dit een kans geven maar heb je niets met de acteurs of actrices die hierin in meespelen, dan kun je de film beter links laten liggen. Taylor is mooi, Bronson heeft diezelfde heerlijk slechte kop als altijd en Burton is inspiratieloos.
2*
Sands of Iwo Jima (1949)
Now, nobody knows exactly what they've got on this island, but they've had forty years to put it there
Een tijd geleden las ik het boek Allan Dwan: The Last Pioneer dat werd geschreven door één van mijn filmische helden (Peter Bogdanovich) en de liefde voor de cinema spatte werkelijk van de bladzijden. Ik had me toen al voorgenomen om Sands of Iwo Jimi eens op te zetten, maar uiteindelijk werd The Gorilla (1939) mijn vuurdoop. Een tegenvaller die enkel en alleen nog ietwat de moeite waard was vanwege de aanwezigheid van Bela Lugosi. Dan was het hopen dat Sands of Iwo Jima een betere zit ging worden.
Beter kun je deze film inderdaad wel noemen, maar het is nog altijd geen hoogvlieger in het oeuvre van John Wayne. Een film die perfect inwisselbaar is met talloze andere van dit soort oorlogsfilms (zelfs in het oeuvre van Wayne zelf!) en eerlijk gezegd, dat is een genre dat me niet zo boeit. Dwan heeft nog de kunde om hier op een realistische manier authentieke oorlogsbeelden tussen te monteren, maar verder is dit een wat platgetreden plot rond een groepje mannen die worden opgeleid tot soldaten en uiteindelijk als kanonnenvlees dienen. Weinig verrassingen, al had ik het niet zien aankomen dat het Stryker zelf ging zijn die op het einde het loodje ging leggen, maar wel onderhoudend genoeg. Vreemd genoeg was dit één van de twee films waar John Wayne genomineerd werd voor een Oscar voor Beste Acteur. Hij zou die uiteindelijk verliezen van Broderick Crawford in All the King's Men maar zou later met True Grit revanche pakken.
Pas op, het is niet dat Wayne hier slecht is. Verre van zelfs, maar ik begrijp niet wat dit zo uniek maakt ten opzichte van zijn rol in bijvoorbeeld They Were Expendable of The Wings of Eagles. Soit, maakt op zich ook niet zo veel uit. Wayne doet wat hij moet doen en doet dat zoals gewoonlijk goed. Het probleem is echter dat de rest van de cast nogal inwisselbaar is. Je moest er goed je aandacht bijhouden of je was niet meer mee met wie nu wie was en dat lost Dwan en co op door er nogal stereotiepe personages van te maken. Een komische Griek, twee vechtersbazen, ... Diepgang ontbreekt en niemand is echt memorabel. Het is dan ook bijzonder dat juist een kleine bijrol zoals die van Julie Bishop voor de mooiste scène in de film weet te zorgen. Bishop speelt een hoertje dat een kortstondige flirt heeft met Wayne en het is misschien wel één van de mooiste man/vrouw relaties in Wayne zijn carrière.
Goh, kijkt vlotjes weg en de combinatie met archiefbeelden is goed gelukt maar verder is er niets dat Sands of Iwo Jima echt de moeite waard maakt na al die jaren. Er zijn andere en betere oorlogsfilms en ook Wayne zelf heeft betere films op zijn naam staan. Dwan is een routine regisseur, zoveel is duidelijk en ik hoop ooit eens iets beters van hem te kunnen zien maar ik ga er niet actief naar op zoek gaan.
2.5*
Sands of Oblivion (2007)
Niet het beste dat Syfy te bieden heeft
Ik heb altijd een zwakke plek voor Sci-fi Channel (al heet het ondertussen Syfy) gehad doordat zij mee verantwoordelijk zijn voor een paar van mijn favoriete programma's zoals Stargate SG1, Firefly, The 4400 en ga zo maar door. Als het iets met science-fiction was, dan is de kans groot dat het ooit te zien was op dit kanaal. Dat ze al geruime tijd films maken, wist ik ook maar dat was altijd met nogal wisselend succes. Ik was dan eerst ook niet van plan om Sands of Oblivion een kans te geven maar het was vanwege de aanwezigheid van Adam Baldwin en Morena Baccarin dat dit mijn interesse wekte.
Want zoals gezegd ben ik een grote fan van Firefly en degene die die reeks hebben gezien (of de afsluitende film, Serenity) herkennen beide acteurs direct en ik laat geen kans liggen om meer van hen te zien. In dat opzicht ben ik dan ook wat bevooroordeeld want zowel Baldwin en Baccarin kunnen weinig verkeerds doen. Maar eerlijk gezegd, ik vind dat ze hier eigenlijk ook niet veel verkeerd doen. Wel had het iets logischer geweest als Baldwin de rol van soldaat had gekregen in plaats van de professor want dat soort rollen gaan hem een stuk beter af, zie maar naar zijn heerlijke rol in Chuck. De rest van de cast is echter niet veel soeps en blinken bijna allemaal uit in het spelen van bordkartonnen personages. De voorspelbaarheid is nogal hoog maar bon, ik heb in ieder geval al slechter gezien. Leuk ook om Victor Webster uit Charmed eens in iets anders te zien. De film laat in de openingscredits ook nog zien dat Dan Castellaneta er in meespeelt maar het is serieus lang wachten tot hij zijn optreden maakt. Geen idee hoe dat Cecil B. De Mille in het echt was maar de manier waarop Castellaneta sprak en acteerde irriteerde me vrij hard.
Het valt wel op dat Sands of Oblivion nogal Stargate SG1 getint is. De openingsscène lijkt zo uit de serie afkomstig (al had die wel betere effecten) maar ook de soundtrack lijkt zo te zijn geschreven voor de capriolen van O' Neill en zijn team. Toch heeft het verhaal wel wat potentie en is het nog een redelijk boeiende zit. Het is in ieder geval een origineel uitgangspunt door The Ten Commandments met het verhaal te verweven maar het resultaat is niet altijd navenant. Zoals gezegd is het allemaal nogal vrij voorspelbaar maar hetgeen waar de film uiteindelijk op vastloopt is de CGI. Afgaande op de commentaren hier had ik het erger verwacht (het monster zelf ziet er nog vrij degelijk uit) dus dat was nog een verademing maar wanneer bijna de gehele climax bestaat uit een gevecht tegen papieren muurschilderingen is de pret er vrij snel af.
Uiteindelijk is Sands of Oblivion een ietwat ondergewaardeerde film maar echt schitterend is het inderdaad niet. De effecten kunnen er over de grote lijn nipt mee door en het verhaal heeft een zekere charme. Daar komt bij dat ik Baldwin en Baccarin graag zie spelen dus een nipte voldoende langs mijn kant.
2,5*
Sap Ji Sang Ciu (2012)
Alternatieve titel: CZ12
Jackie Chan als Indiana Jones, deel III
Er schieten nog een handvol Jackie Chan films over uit onze queeste om alles van de man zijn oeuvre te zien, maar degene met wie ik aan de film ben begonnen was de Chan Man wat beu geraakt waardoor het kijken van zijn films op pauze werd gezet. Gisteren kwam hij echter ineens met Chinese Zodiac op de proppen. Die kreeg als subtitel Armour of God III mee en dat wekte wel mijn interesse. De eerste uit 1987 was niet al te denderend, maar de sequel was erg vermakelijk.
Het is dan ook zonde dat Chan hier terug de mist ingaat. Het grootste probleem aan dit derde deel (al is het maar een derde deel in name only, want voor de rest hebben de films niets met elkander te maken) is de speelduur. Het verhaal klokt af op iets meer dan 2 uur en dat is simpelweg een pak te lang. Ik had ook het gevoel dat dit meer een samenraapsel is van twee verhalen. De film bouwt halverwege op naar een climax met het vinden van het schip en de piraten om daarna gewoon nog een uur verder te gaan met de veiling van de bronzen koppen. Sommige personages verdwijnen geruisloos uit de film (Catherine bijvoorbeeld) en de verschillende verhaallijnen worden naar het einde toe nog even snel snel aan elkaar geknoopt. Ik moet zeggen dat ik toch iets meer verwacht had van Chan die verantwoordelijk was voor het verhaal. Niet alles wat hij in zijn carrière heeft geschreven is even goed, maar dit behoort toch tot zijn minste werk.
Gelukkig is hij voor de rest wel weer op zijn vertrouwde niveau. Hij maakt hier misschien iets teveel gebruik van CGI, maar de stunts zien er wel degelijk uit. Hoewel ze hier en daar iets te lang (de openingsscène had wel wat geknipt mogen worden) zijn, is het over het algemeen toch wel weer de moeite. Dat Chan als acteur niet het beste is wat film in het algemeen te bieden heeft, zal niemand verbazen. Wat mij wel verbaasde was dat hij in Chinese Zodiac zowaar de beste acteur is, want wat voor een zootje ongeregeld heeft Chan hier opgetrommeld! Wat een Oliver Platt hier bijvoorbeeld heeft te zoeken is me een raadsel, maar Laura Weissbecker (Catherine) is het schoolvoorbeeld van hoe het duidelijk niet moet. Voor de rest nog wat erg vervelende personages (die Franse flikken onder andere) waardoor enkel Chan en zijn crew te genieten is.
Nah, Chinese Zodiac is niet voor mij weggelegd. Chan heeft in zijn carrière wel wat slechter werk gemaakt, maar dit is het minste dat ik heb gezien waarbij hij zelf in de regiestoel zat. Al moet ik Xinhai Revolution en 36 Crazy Fists nog zien.
2*
Saphead, The (1920)
All they do here is knock off hats, but I enjoy it. It occupies the mind
Gisteravond na mijn verjaardag thuisgekomen en het was nog zo fucking warm (ofwel regen het 2 weken aan één stuk in de zomer ofwel is het snikheet) dat ik besloot om nog een korte film op te zetten. Ik kwam tot de conclusie dat ik uit mijn Buster Keaton box nog één film niet had gezien van zijn full length features en die duurde een dikke 70 minuten dus de keuze was snel gemaakt.
Ik dacht eigenlijk zelfs eerst dat ik een verkeerde film had geselecteerd want ik was ervan overtuigd dat The Saphead een film was uit Keaton's latere periode maar ik kon er blijkbaar niet verder naast zitten vermits dit zijn debuut is. En ik had ook beter iets anders gekozen want eerlijk gezegd, The Saphead is een vrij waardeloze film. Nu ben ik sowieso al geen enorme fan van silent films maar de films van Keaton kon ik altijd wel appreciëren. Het probleem echter is dat deze film helemaal geen Keaton is zoals we gewend zijn en zijn vertrouwde stijl er dus nergens aan te pas komt. Wat rest is een saaie film over wat geknoei met aandelen die nergens echt boeit. Het einde brengt nog even een opflakkering want zelfs even lijkt de film het niveau van Keaton's verdere werk te halen maar die vlam dooft ook bitter snel.
Neen, er zijn eigenlijk twee redenen waarom deze film gezien mag worden. De eerste reden is dat dit het filmdebuut van Keaton is en dat het als fan sowieso dan wel interessant is om eens te kijken waar The Great Stoneface mee begon. De tweede reden is misschien nog net iets interessanter want in een korte flits kun je Keaton zien lachen. Jaja, zelfs Keaton had blijkbaar de mogelijkheid om toch een glimlach te produceren. Voor de rest had hier even goed een andere acteur gecast kunnen zijn. Schijnbaar was Keaton voor de rol aangeraden door Douglas Fairbanks, die de toneelversie had geschreven, maar waarom blijft mij een raadsel. Al doet hij dit op zich nog altijd wel redelijk goed en heeft hij nog een paar leuke scènes op zijn naam staan maar over het algemeen viel de film vies tegen. Zeker omdat ik met de grootste moeite van de wereld het merendeel van de personages in de film amper kan herinneren..
Neen, The Saphead is niet aan mij besteed. Leuk om eens te zien als tijdsdocument en natuurlijk de glimlach van Keaton maar voor de rest is dit saai, vervelend en absoluut niet interessant. Geef mij maar het latere werk van Keaton, daar kun je je tenminste nog mee amuseren.
1*
Satsujin Ken 2 (1974)
Alternatieve titel: Return of the Street Fighter
Nog altijd coole Chiba maar in een mindere film
Een goede maand geleden me eens gewaagd aan het eerste deel uit de Street Fighter franchise en dat smaakte in ieder geval wel naar meer. Gelukkig had ik deel 2 en 3 ook meteen aangeschaft dus was het even afwachten om een juist moment te vinden om me eens terug te verdiepen in de wondere wereld van Sonny Chiba. Ik had er in ieder geval wel zin in, want de algemene tendens leek te zijn dat dit een betere film dan de voorganger ging zijn.
Iets wat jammer genoeg niet helemaal waar is. De eerste Street Fighter is al geen toonbeeld van een lange film en zijn sequel is dat nog minder. Een deel van de 80 minuten wordt nog eens opgevuld met een aantal flashbacks naar scènes uit het vorige deel, maar op narratief gebied is dit ook een vrij kale film. Tsurugi wordt deze keer achtervolgd door de maffia, maar de coole bad-guys (die Zatoïchi kloon uit het eerste deel!) ontbreken. Wat volgt is een film die wel qua actie wat lekkerder oogt en in de gevechten zijn weer een aantal leuke scènes te vinden. Favoriet is ongetwijfeld Tsurugi die iemand op de achterkant van zijn hoofd klopt en dan de ogen die eruit poppen zoals een Tom & Jerry of Looney Tunes cartoon. Erg leuk gedaan in ieder geval. Geen Rakuda dus in deze film aangezien de stomme sidekick in de vorige film het loodje legde, maar regisseur Shigehiro Ozawa besluit om de vrouwelijke variant te introduceren. Eentje die zowaar nog irritanter is dan Rakuda.. Ook dat is een jammerlijke zet in deze sequel.
Gelukkig is er nog altijd de immer geweldige Chiba die zich weer eens kan laten gaan met de nodige smoelentrekkerij. Had de indruk dat hij er iets minder fun in had dan in de vorige film, maar dat kan een gedacht zijn. In dit tweede deel wordt het helemaal duidelijk dat hij de absolute drijfveer is in de franchise en hij trekt alle aandacht naar zich toe. Wel tof dat een paar acteurs zoals Masafumi Suzuki (Kendo Masaoka) en Masashi Ishibashi (Tateki Shikenbaru) opnieuw van de partij zijn. Een paar nieuwkomers ook waarvan Claude Gagnon de meest in het oog springende is. Voornamelijk omdat hij blank is uiteraard, maar ook omdat zijn personage de achternaam Costello draagt. Dan wordt het nog wat lastiger om hem geloofwaardig te vinden aangezien ik meteen aan Abbott & Costello dacht.
Tjah, de reeks blijft zijn charme hebben en vanwege de korte speelduur is dit een nog wel erg genietbaar filmpje maar het vorige deel is toch echt wel een stuk beter. Voornamelijk de moeite nog vanwege Chiba dus en een handvol coole gevechten. Hoop wel dat het derde deel terug wat meer de goede richting uitgaat.
3*
Saturday Night Fever (1977)
Al Pacino! Attica! Attica! Attica!
Saturday Night Fever was zo'n film die al lang op mijn verlanglijstje stond maar waarvan het nog nooit was gekomen om hem te kopen. Een tijd geleden gaven ze hem toen op VijfTV (de enige zender volgens mij die regelmatig nog eens zo'n dansklassieker uitzend) dus had ik hem toen opgenomen. Gisteren maar eens opgezet met de gedachte dat dit iets zoals Grease ging zijn.
Daar zit dan ook meteen de verrassing van deze film, het is helemaal geen Grease. Technisch gezien is Grease geen Saturday Night Fever want die was eerder maar soit, je weet wel wat ik bedoel. Badham levert een film af die zwaarder van toon is dan ik me had voorgesteld. Het dansen overheerst natuurlijk nog altijd maar de film probeert een aantal maatschappelijke problemen te introduceren die soms geslaagd zijn maar al even vaak misplaatst zijn. Thema's zoals de 'verkrachting' op Stephanie wordt netjes uitgewerkt en ook de dood van Bobby C voel je van verre aankomen maar het wordt nog altijd wel boeiend in beeld gebracht. Langs de andere kant hadden de stukken met Anette van mij niet gehoeven. Wel kent de film een aantal onafgewerkte scènes zoals heel het gebeuren tussen de Faces en die Spaanse bende. Ze waren ervan overtuigd dat ze rammel gingen terugkrijgen maar er wordt met geen woord meer over gerept? Beetje vreemd. Op zich is het ergens wel leuk natuurlijk want nu heeft de film nog een paar ietwat interessante subplotten want qua dansen had ik wel wat beter verwacht. Ik ben zelf geboren in '91 dus je kunt me moeilijk kwalijk nemen dat ik disco niet zo fantastisch vind. Travolta doet hier en daar een leuk kunstje maar jammer genoeg blijft het daar bij en stelt Saturday Night Fever in dit opzicht toch wat teleur (zeker als je kijkt naar wat Travolta een jaar later zou afbrengen met Grease). The Bee Gees hebben nooit echt tot één van mijn favoriete groepen behoord, ben toch meer een oude rock fan à la Led Zeppelin, maar ik moet toegeven dat het hier allemaal toch niet zo slecht klinkt. Ik zou er geen cd van willen hebben maar in combinatie met de discowereld komen nummers zoals Staying Alive, Night Fever en How Deep is Your Love compleet tot hun recht.
Travolta, wat valt daar tegenwoordig nog over te zeggen. Hij wordt terug vader en als je als dochter/zoon van naar de films van pappie kijkt dan moet je wel toegeven dat de man er een rijkelijk gevuld oeuvre op heeft nagehouden. Met dansfilms werd hij bekend maar later wist hij zich pas echt een plaats in de cinema te geven door films à la Pulp Fiction en Face/Off. Het is dan ook vreemd dat het eigenlijk hier allemaal is begonnen. Ik moet toegeven dat Travolta het voor een eerste hoofdrol zeker en vast niet slecht doet. Soms een tikkeltje te passief of te overdreven (de don't hit my hair scène o.a.) maar over het algemeen wel goed te pruimen. Voor de andere acteurs geldt dit wat minder. Zowat 40% van de cast had nog nooit voor een camera gestaan en dat is er wel aan te merken. Gelukkig zorgt dit wel voor een zekere charme die de film goed doet. Natuurlijk is het ook leuk om uit die 40% een aantal bekende namen uit te pikken zoals Fran Drescher. Karen Lynn Gorney doet het als Travolta's love intrest ook niet slecht maar weet in de 'normalere' scènes niet echt te overtuigen. Als bitch daarentegen...
Qua inhoud is het één van de beste dansfilms maar jammer genoeg straalt de film een te negatieve sfeer uit om andere feelgoods van de troon af te stoten (Saturday Night Fever kan wel als feelgood worden opgevat omdat Tony en Stephanie toch bij elkaar komen) Minder als Grease maar toch wel het kijken waard, film is hier wel serieus ondergewaardeerd. Want hoe je het ook draait of keert, een serieuze invloed heeft Saturday Night Fever zeker en vast gehad, bekijk de references lijst op Imdb maar eens..
3.5*
Saturday Night Fever: The Ultimate Disco Movie (2017)
Gimme that night fever, night fever. We know how to show it
In 2017 was het alweer 40 jaar geleden dat Saturday Night Fever uitkwam. Een film die meteen de carrière van John Travolta lanceerde, de Bee Gees enorm populair maakte en dat allemaal terwijl dit oorspronkelijk bedoeld was als een goedkoop niemendalletje. De film zit vol met iconische scènes en hoewel het ondertussen bijna 10 jaar geleden is dat ik de film überhaupt nog heb gezien, is er nog altijd wel veel blijven hangen. Om de verjaardag te vieren kwam Ian Denyer op het idee om een documentaire te maken rond de film en zijn succes.
En dat is dus Saturday Night Fever: The Ultimate Disco Movie geworden. Een interessante zit ware het niet dat choreograaf Bruno Tonioli veel te nadrukkelijk aanwezig is. Ik begrijp ook niet goed wat zijn meerwaarde is aangezien hij gewoon één van de zovele fans is en in het begin lijkt dit eigenlijk gewoon een eenzijdige blik van een die-hard fan te worden. Op een bepaald moment begint dat echter te keren en zit het interessante stuk in deze documentaire in ieder geval aan het feit dat er veel verhalen van achter de schermen worden getoond. Interviews met John Travolta, met Barry Gib van de Bee Gees, met producers, ... Iedereen die geïnteresseerd is in de geschiedenis van de film (zoals de switch in directors) komt hier dan wel aan zijn trekken. Ook wel interessant om te zien in hoeverre de dansscènes er goed uitzien en tegelijkertijd ook aartsmoeilijk zijn. De opvulling met de dansschool die naar de beelden kijkt had voor mij dan ook weer niet gehoeven, maar het zal een poging zijn geweest om dit wat tot een acceptabele speelduur te trekken.
Verder is dit op zich wel het type making-of dat je wel vaker als extra op een DVD vind en heeft dit niet perse een meerwaarde. Het zijn vooral de interviews die dit nog interessant maken en het vele archiefmateriaal. Ik vind het ook altijd wel leuk om te zien hoe de vroegere straten, winkels, etc er tegenwoordig uitzien maar kan me voorstellen dat niet iedereen daar mee gediend is.
3*
