• 15.742 nieuwsartikelen
  • 177.914 films
  • 12.203 series
  • 33.971 seizoenen
  • 646.932 acteurs
  • 198.970 gebruikers
  • 9.370.271 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Chainsaw als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Fifth Element, The (1997)

Alternatieve titel: Le Cinquième Élément

Erg aangename verrassing, totaal niet verwacht dat dit zo leuk zou zijn. The Fifth Element is een geestige en kleurrijke achtbaanrit en bestaat enkel uit hilarische flauwekul, idiote over-the-top karakters en gewoon een hoop lol. Met bovenal een briljante Oldman. Geweldig personage.

4 sterren.

Fight Club (1999)

Na een matig deel uit de Alien franchise en twee ijzersterke producties, waaronder de niet minder dan briljante film Seven, kwam regisseur David Fincher met opnieuw een bijzonder werkje. Fight Club, een film die ik jaren geleden niet meer dan met redelijke enthousiasme voor het eerst zag, maar waarvan ik tevens toen al het vermoeden had dat een herziening wonderen zou doen. En inderdaad, zo'n herziening was blijkbaar echt nodig. Enerzijds best opvallend, aangezien de verrassende climax zijn impact de tweede maal uiteraard wat verliest. Maar alle andere facetten van deze intrigerende film blijven staan als een huis. Een groot, stevig huis.

Te beginnen bij het visuele aspect en stijl, de film ziet er namelijk voortreffelijk uit. Heerlijke montage en sterke make-up effecten, maar vooral het grauwe kleurgebruik in combinatie met een paar geweldige settings (vooral in Tyler's oude huis) geven de film tonnen met sfeer. Als tweede komt daar bij dat het het script overvol zit met heerlijke dialogen, doorspekt met sarcasme en zwarte humor. Prachtig om te zien hoe de film speelt met het publiek; het zet de kijker niet alleen op het verkeerde been, maar durft hem of haar ook recht in de ogen te kijken en te confronteren. En dat lukt uitstekend. Als laatste is ook het acteren van hoog niveau, Norton en Pitt spelen de rol van hun leven. En Fincher mag opnieuw een meesterwerkje aan zijn CV toevoegen. Je zou die derde Alien bijna vergeten.

(van 3,5 sterren naar) 4,5 sterren

Fighter, The (2010)

En toch blijven dit soort films vooral op platgereden paden rijden, het is jammer dat men zelden lijkt af te wijken van de standaard vertelwijze. Ook The Fighter weet zich op weinig vlakken te onderscheiden van zijn genre-genoten. Misschien de redelijk over the top humor (zoals met die zussen) wat af en toe even anders (en meestal behoorlijk vreemd) aanvoelt, maar verder worden vooral standaard thema's aangesneden.

Dat maakt The Fighter een prima en degelijke film, maar nergens echt bijzonder of noemenswaardig. Nou ja, bijna nergens. Want wel bijzonder en spectaculair is dat mannetje met de naam Christian Bale, die zich weer eens van een goede kant laat zien. Rollen als deze en The Machinist zijn hem toch duidelijk op zijn akelig dunne lijf geschreven, een stuk beter dan een rol als in Batman of Terminator. De rest van de cast is aardig (hoewel het soms wel vrij duidelijk wordt dat die O'Keefe geen acteur is) en dat geldt dus ook voor de rest van de film. Aardig, visueel prima en verder ook gewoon goed gemaakt. Maar speciaal zou ik het niet willen noemen.

3,5 sterren, vooral voor de rol van Bale.

Fighting Fish (2004)

Nu heb ik sowieso al weinig met kung-fu/ martial arts producties, maar Fighting Fish hier sloeg echt alles. Een oninteressant plot, met uiterst afgezaagde en lachwekkend slechte momenten, en de meest übersaaie personages. Ook het acteerwerk is echt zwaar onder de maat. Met name Chantal "kijk mij eens mooi zijn en alles kunnen" Janzen en die gast die haar broer speelt (volgens mij was dat Smoorenburg), gaan werkelijk grandioos af. Daarnaast dreigen de actie- en vechtscènes, toch het belangrijkste element voor een film van dit genre, nergens ook maar een tikkeltje spectaculair te worden. Het is eerder ontzettend saai; typisch van die momenten waarvoor de fabrikanten de 'Forward' knop op de afstandsbediening hebben gezet. En daar ben ik ze heel dankbaar voor.

1 heel klein sterretje voor dit wanproduct.

File (2008)

Het idee om mensen dagelijks in de file te volgen is leuk, maar ik had bij File het gevoel dat er meer uit te halen viel. Paar aardige momenten gezien en op zich zit het prima in elkaar, maar daar houdt het voor mij ook wel mee op. De hoofdpersonen zijn op zich niet verkeerd, maar het is jammer dat ze imo niet veel interessante dingen te vertellen hebben. Zeker niet om 50 minuten mee te vullen. Vond Van Erp's Pretpark Nederland dan toch een stuk vermakelijker.

Filles du Botaniste, Les (2006)

Alternatieve titel: The Chinese Botanist's Daughters

Zo'n film waar je heerlijk bij tot rust kan komen. The Chinese Botanist's Daughters is een warme, rustgevende en sfeervolle film, waarbij de kijker genoeg tijd krijgt om van de sprookjesachtige settings en de twee sympathieke hoofdkarakters te genieten. Best wel prettig dat de film alles op z'n elfendertigst doet, het maakt de film een ontroerend en meeslepend portret van twee verliefde Eva's in het paradijs in China van de jaren '80. De romantiek is veelal erg stijlvol gedaan, maar zodra de film wat meer naar drama neigt, werkt het allemaal ineens een stuk minder en ligt alles er veel te dik bovenop. Vooral de muziek van Eric Levi is erg wisselvallig; de ene keer voegt hij echt iets toe aan een mooi moment, maar de andere keer wordt alles veel te dik aangezet en slaat het eigenijk volkomen de plank mis. Had het idee dat de film vooral tijdens het laatste half uurtje een behoorlijk andere weg insloeg en daardoor behoorlijk wat moet inleveren aan kracht. En dat is jammer, want zo hou je er toch een onbevredigend gevoel aan over.

3 sterren.

Filmpje! (1995)

Erg plat en flauw, maar gelukkig valt er wonder boven wonder nog wel eens te lachen. Vooral in het begin is Filmpje! nog best geestig. Bob die gaat pinnen levert bijvoorbeeld een lekker lompe scène op. Maar tegen het einde wordt het allemaal een stuk minder en wordt het geheel zelfs langdradig. Op een gegeven moment weet je het wel. Goed filmmaken is dit sowieso niet, maar de platte flauwekul is gelukkig, zeker in het begin, nog wel eens goed voor een lach.

2,5 sterren.

Final Destination (2000)

Ik weet eigenlijk niet wat ik grappiger vind aan deze film; de absurde sterfscènes of het feit dat geen enkel personage in dit script praat als een normaal mens. Dat laatste viel me bij een nieuwe kijkbeurt extra op. ‘Het is bijna herfst’, is het eerste dat Clair tegen hoofdpersoon Alex zegt als ze hem ziet, waarna ze een raar praatje houdt over haar vage kunstwerken. Het is slechts een enkel voorbeeld van nogal rare dialogen tussen de personages, die ook vrij snel tot conclusies springen vanwege de voorspellende gave van Alex. En dan komt Tony Todd ineens even om de hoek kijken voor nog vagere woorden. Dit valt vooral op omdat de rest van Final Destination eigenlijk vrij rechttoe rechtaan is; een geinige premisse voor een horrorfilm. Hoewel je ook duidelijk ziet dat James Wong nog niet helemaal wist welke kant het op moest gaan.

Inmiddels kennen we de Final Destination serie als een enorm over de top feestje met eveneens lekker overdreven sterfgevallen, maar de eerste Final Destination schommelt duidelijk nog een beetje tussen vermaak en een serieuze aanpak. Soms probeert Wong het - wat mij betreft tevergeefs - nog spannend te maken, een ander moment gaat ie juist helemaal los. Bij de sterfscène van Tod zien we nog vooral pogingen tot spanning en is men duidelijk ook nog aan het spelen met de aanwezigheid van de Dood, die zelfs zijn eigen sporen uitwist. De hilarische scène met docent Lewton is al meer wat we van de reeks kennen; een hoop idioterie, dat geregeld bijna tegen slapstick aanzit. Vooral als na alle ellende ook nog eens dat messenblok naar beneden flikkert en ze een mes tussen haar ribben krijgt. Final Destination blijft een geinige en vermakelijke film, ook al is de toon soms echt ‘all over the place’.

3,5 sterren.

Final Destination 2 (2003)

Wat mij betreft een vervolgfilm die het beter doet dan de eerste film. Was men bij de eerste film nog een beetje zoekende naar de toon, hier gaat regisseur David R. Ellis duidelijk voor lomp, lekker over de top en niet al te serieus. Er wordt vrij weinig tijd gespendeerd om scènes echt spannend te maken, we weten dat het misgaat, maar zijn vooral benieuwd hoe erg het misgaat. Was het vliegtuigongeluk aan het begin van de eerste film nog vrij spectaculair, de opening van Final Destination 2 is echt een paar flinke scheppen erbovenop. Die kettingbotsing is wellicht één van de beste auto-ongelukken ooit gefilmd. En ook al is de toon in die scène nog niet voluit humoristisch, zelfs daar zien we al flink wat lekker lompe taferelen voorbij komen. En we zitten dan nog puur in de openingsscène.

Vervolgens knalt Ellis steevast door het verhaal heen. Vaak letterlijk en figuurlijk. Want alles - en iedereen - kan ontploffen, zo bewijst hij hier. Uiteraard zijn er ook in deze film momenten dat de hoofdpersonages even moeten puzzelen met elkaar en bedenken hoe de vork in de steel zit - met wederom een bezoekje aan een alles-behalve-concrete Tony Todd - maar een groot deel van Final Destination 2 wordt gespendeerd aan personages - of eigenlijk gewoon typetjes - die op compleet over de top manieren aan hun eind komen. De kleine momenten dat de film iets te dramatisch wil doen, alsof we echt iets geven om hoofdpersonage Kimberly en de wat charismaloze agent Burke, werken een beetje tegen, maar ook daar gaat gelukkig niet teveel tijd naar toe. De meeste tijd gaat naar lollige typetjes die uit elkaar knallen. Nee, het is geen hoogstaande cinema, maar potverdorie, vermakelijk is het wel.

3,5 sterren.

Final Destination 3 (2006)

Na het leuke Final Destination en het nóg leukere Final Destination 2 heb je natuurlijk hoop dat die stijgende lijn doorgezet kan worden. Maar helaas, een terugkerende James Wong gaat met deze derde Final Destination op bepaalde vlakken finaal de mist in. Was hij in de eerste film nog een beetje zoekende of de film nu lekker bespottelijk of toch ook serieus spannend moest zijn, wist regisseur David R. Ellis met het vervolg de juiste toon te bereiken; lekker over de top en geestig, maar niet té belachelijk. En die kant gaat Wong helaas op met de derde Final Destination, een film die af en toe net iets te bespottelijk wordt.

Bij de derde film mag de formule van een Final Destination wel duidelijk zijn; de film opent met een spectaculair ongeluk, waarna we nog een hoop geestige sterfgevallen krijgen. Wat betreft dat eerste zou het lastig zijn om de fenomenale kettingbotsing van Final Destination 2 te overtreffen. Het idee van een achtbaan is leuk, maar de aanpak is vrij betreurend en de CGI is af en toe echt te bespottelijk voor woorden. Het voelde soms als Looney Tunes en zag er écht niet uit. Dan sta je als Final Destination film al meteen met twee-nul achter, als je openingsscène niet lekker zit. De sterfscènes die daarna volgen zijn van wisselend niveau. Soms erg leuk, zoals de zonnebank-scène, hoewel ik persoonlijk de overgang van de zonnebanken naar de doodskisten nog het leukst vond. Het spijkerpistool had ook nog wel wat, maar de rest is eigenlijk niet heel memorabel. Wederom zit soms de foeilelijke CGI in de weg en anderen zijn gewoon een beetje lame. Als je laatste kills in de grote finale gespietst door een vlag en geplet door een bord zijn, dan krijg ik het gevoel dat de creativiteit op was.

Alsnog bevatten deze cartooneske sterfscènes nog wel wat vermaak, met name om te zien hoe enorm omslachtig de Dood is om de personages dood te krijgen. Dat je ergens nog wel eens denkt; er moet toch een makkelijkere manier zijn om deze typetjes dood te krijgen? Want typetjes, dat zijn het. Wong doet niet eens meer moeite om personages te maken, we zien domme blonde tutjes, gespierde sukkels, seksistische narcisten… zijn film lijkt in ieder geval vooral uit klootzakken te bestaan, waarvan we hun dood alleen maar kunnen toejuichen. Iedereen behalve natuurlijk het hoofdpersonage en de love interest, die - geheel volgens traditie - zo saai als de pest zijn. Schijnbaar bedacht men op het laatste moment dat er voor het hoofdpersonage toch wat karakterontwikkeling moest zijn en dus wordt er tig keer benoemd dat het hoofdpersonage een control freak is. Zó, genoeg diepgang. Het maakt dat alle momenten dat de film even op de rem getrapt wordt voor wat drama met een huilende Mary Elizabeth Winstead nogal vervelend worden. Je voelt je als een tienerjongen die alleen maar naakt en gore wil zien. Maar in dit geval neem ik mezelf niets kwalijk, want al dat drama rondom het personage van Winstead is nu eenmaal oprecht oersaai.

2,5 sterren.

Final Destination 5 (2011)

Eigenlijk zou nu de beurt weer zijn aan James Wong om te regisseren, maar ergens ben ik wel blij dat Steven Quale de boel in handen heeft, want hij maakt met Final Destination 5 weer eens een echt geslaagde film. Het meest lastige van deze filmserie lijkt de toon; het moet vooral fun en niet te serieus zijn, maar ook weer niet té dom. Iets wat eigenlijk alleen Final Destination 2 echt goed had. Maar ook Quale lijkt met de vijfde Final Destination goed te weten wat hij doet. Hij introduceert een paar leuke overdreven typetjes en laat hen op de meest idiote manieren sterven, maar het is allemaal een stukje minder knullig en voelt iets natuurlijker dan de derde en vierde film. Ook de effecten zijn aanzienlijk beter. Uiteraard zit er nog wat lelijke CGI her en der, maar in vergelijking met deel drie en vier is het allemaal van een hoger niveau.

Daarnaast heeft Final Destination 5 een paar kleine inhoudelijke wijzigingen. Want elke film in deze reeks heeft een identiek uitgangspunt, dus elke kleine wijziging is welkom. Zo krijgt de hoofdpersoon ditmaal geen talloze visioenen van de doden van de rest en introduceert men hier het neem iemand anders leven in plaats van dat van jou element. Niets baanbrekends, maar zoals gezegd; elk stukje vernieuwing in deze franchise vol herhaling is fijn. Het schijnt dat de makers in de media lieten weten dat ze een wat serieuze toon wilden toepassen voor deze film, maar dat is gelul; Final Destination 5 is één van de grappigste films uit de serie. Maar goed, wie verwacht ook een serieuze toon als mensen als David Koechner en P.J. Byrne zijn gecast. Verder is Final Destination 5 lekker lomp en over de top zoals het hoort en het einde, waarin de eerste film er op een leuke manier wordt bijgehaald, is erg leuk gedaan. Wat mij betreft na Final Destination 2 de beste uit de reeks. Jammer dat men niet - met deze kwaliteit - is doorgegaan met de serie.

3,5 sterren.

Final Destination, The (2009)

Alternatieve titel: Final Destination 4

Op zich wel een geestig gegeven dat James Wong en David R. Ellis elkaar afwisselen voor de regie van de Final Destination films. En voorafgaand aan deze film gaf me dat ook hoop, aangezien de vorige keer Ellis een betere film wist te maken dan Wong; dus de kans dat hij het matige Final Destination 3 zou overtreffen was groot. Maar oef, dat bleek niet het geval. Sterker nog, kwalitatief gaat The Final Destination geregeld behoorlijk ver onder deel 3 zitten. Kwalitatief gezien - qua scenario, spel en acteren - doet de film eerder denken aan een Final Destination porno spoof, maar dan zonder de porno. Wat is er in zes jaar tijd gebeurd met Ellis om van een Final Destination 2 af te dalen naar dit?

In ieder geval CGI. Want waar hij in deel 2 nog één van de spectaculairste kettingbotsingen maakte, zien we hier een ongeval met effecten die je inmiddels elke amateur op YouTube zelf ziet maken. En het is jammer genoeg net niet over de top genoeg om ‘leuk slecht’ te zijn, ik vrees dat men destijds echt dacht dat dit er goed uitzag. En nee, zelfs voor die tijd zag het er verschrikkelijk uit. Vervolgens begint deze kortste Final Destination vrij snel door alle elementen heen te gaan; anderen gaan dood en de charismaloze hoofdpersoon gaat achterhalen wie de volgende is aan de hand van oerlelijke visioenen. Alle personages zijn ofwel klootzakken ofwel sympathieke vrienden van het hoofdpersonage en die eerste categorie zien we op overdreven manieren doodgaan. Maar veel creativiteit is er niet. Ik geloof dat nu in elke doodsoorzaak er een fles omvalt met een vloeistof - dat is zo’n beetje de enige set-up die men hier kon bedenken. Ook de pay-off is altijd hetzelfde; lelijke CGI en er vliegt iets naar de camera. Want hé, de film is immers niet voor niets in 3D.

Jammer, dit. 2 sterren.

Final Girls, The (2015)

Het kan altijd verschillende kanten opgaan met een meta-horrorkomedie. Soms krijg je een verrassende Tucker & Dale vs. Evil, Cabin in the Woods of Scream, maar voor datzelfde geld heb je ineens een Scary Movie of Friedberg en Seltzer voor je neus. Gelukkig neigt The Final Girls veel meer naar die eerste categorie. Uiteraard genoeg flauwe grappen en onderbroekenlol, maar het is gelukkig veel meer dan een simpele flauwe parodie. Sterker nog, de film slaat soms zelfs teveel de andere kant op met teveel geforceerde dramatische moeder-dochter momenten. Maar daar tussendoor zit vermaak van de bovenste plank; veel rake grappen, leuke verwijzingen naar het horrorgenre en een hoop creatieve vondsten.

3,5 sterren.

Final Sacrifice, The (1990)

Alternatieve titel: Quest for the Lost City

Een amateuristische en lachwekkende productie, waarin een knullige jongen ronddwaalt in een bos, op de vlucht voor een groep mannen met bivakmutsen, onder leiding van de compleet over de top schurk Satoris. Het personage krijgt echter hulp van niemand minder dan Rowsdower. Inderdaad, Rowsdower! En als dat nog niet genoeg is, komt ook een compleet krankzinnige Mike Pipper op hun pad. Gelukkig zijn deze idiote personages aanwezig, want verder gebeurt er eigenlijk geen hol in deze film. Laat staan dat er ook maar een vleugje spanning te bekennen is.

1,0*

Finder's Fee (2001)

Vrij vermakelijk tussendoortje, dat een klein verhaal weet te vertellen met de minimale middelen. Een paar aardige acteurs, één appartement en een simpel uitgangspunt vullen anderhalf uur film, maar zonder al teveel problemen. Oké, het verhaal gaat soms alle kanten op en op bepaalde momenten worden vrij veel planken misgeslagen (het met drama gevuld moment dat Tepper's vriendin buiten staat bij de intercom is echt te slecht voor woorden). En echt heel memorabel of uitzonderlijk is Finder's Fee geen moment. Maar daar staat tegenover dat vervelen ook geen optie is. Aardig spel, soms best goed opgebouwde spanning en een best fraai slot maken Finder's Fee het bekijken waard. Prima voor de regen(of sneeuw)achtige donderdagavond.

3 sterren.

Finding Dory (2016)

Op momenten dat je het vervolg op Finding Nemo, één van de geslaagdere Pixar films, wat aan de magere kant vindt, ga je je afvragen of inmiddels een enorme ouwe zuurpruim geworden bent of de film ook gewoon echt niet zo heel sterk was. Of beide. Waarschijnlijk beide.

Akkoord, Finding Dory is een sympathieke film en op geen enkel front barslecht te noemen, maar in tegenstelling tot de eerste film had ik ook veelal het gevoel van 'meh'. De film is in grote lijnen veel te veel een herhaling van de eerste film, men had tijdens het maken de Finding-Nemo-checklist voortdurend bij de hand, zo lijkt het. Maar ook los gezien van het origineel valt de film in herhaling, de gehele speelduur zien we vissen van waterbak naar waterbak hoppen om iets te vinden. Onderweg komen ze wat nieuwe typetjes tegen, die allemaal niet zo bijster memorabel zijn. Leuke sequenties zijn er wel en de film zorgt geregeld voor een glimlach. Maar net zo vaak - of misschien wel vaker - voor een déjà vu.

3 sterren.

Fire City: End of Days (2015)

Monsters Inc. meets Nightbreed.

Tom Woodruff Jr. is een grote naam in de wereld van de special make-up effects en monster design. Hij werkte mee aan Terminator, Aliens en Predator, ontwierp de Graboids uit Tremors en speelde monsters als Pumpkinhead, de Xenomorph en Gillman uit The Monster Squad. Logisch dat we in zijn regiedebuut dus veel monsters en creatures zien. Hij is niet bang om al zijn demonen veelvuldig en in vol ornaat te laten zien. Hoofdpersonage Vine doet wat denken aan de Djinn uit Wishmaster (toevallig ook geregisseerd door een special make-up artist). Sommige make-up is prima, maar het is niet altijd een schot in de roos. Sommige demonen kunnen onder hun maskers hun lippen nauwelijks bewegen en dat oogt knullig. De CGI, die tijdens de finale af en toe opduikt, is ook vrij erbarmelijk. Desondanks is het knap wat men met het lage budget heeft bereikt.

Woodruff Jr. slaagt erin om af en toe een ‘film noir’-sfeer neer te zetten. De vervreemdende toon levert soms mooie surrealistische sequenties op. Het maakt Fire City wel weer een lastige film om in te komen. De eerste twintig minuten zijn bijvoorbeeld een warboel. Het uitgangspunt van demonen die ellende nodig hebben om te overleven is interessant, maar de uitvoering mocht wel iets toegankelijker. Dat Woodruff Jr. aandacht heeft voor make-up en sfeer is duidelijk, maar iets meer oog voor het script en structuur was geen overbodige luxe geweest.

Wie met de premisse van de film een actiefestijn, spannende horror of lekkere splatter verwacht, komt helaas bedrogen uit. Fire City is eigenlijk een mix van drama en thriller met veel dialoog. Dit laatste heeft ongetwijfeld met het beperkte budget te maken en geeft de film soms het gevoel van een soapserie; personages lopen van ruimte naar ruimte en hebben lange gesprekken. Het is ook jammer dat de film zichzelf net iets te serieus neemt. Iets meer luchtigheid en actie had Fire City goed gedaan. Wat overblijft is op zijn minst een interessant experiment te noemen, maar een beklemmende film levert Woodruff Jr. met zijn regiedebuut nog niet af.

Fire City: End of Days - schokkendnieuws.nl

2,5 sterren.

Firestarter (1984)

Alternatieve titel: Ogen van Vuur

Op vele opzichten zou je bij deze film een soort simpele Carrie- kloon verwachten. En gebaseerd op het latere werk van de regisseur spring je ook niet meteen een gat in de lucht. Toch viel me deze Firestarter erg mee, het was eigenlijk een verrassend aangename film.

Firestarter kent een hoop gaten en onlogische momenten in het script, de film is op bepaalde vlakken nogal inconsistent en de dialogen en het bijbehorende spel is niet altijd optimaal. Desondanks zit de film alles behalve slecht in elkaar. Keith en de 8-jarige Barrymore zijn sympathieke hoofdpersonen, terwijl Martin Sheen en George C. Scott op sterke wijze gestalte geven aan de slechteriken. Vooral de band tussen Scott en Barrymore wordt interessant uitgewerkt. Verwacht geen snoeiharde horror, maar eerder een psychologische thriller, die vooral door zijn personages gelukkig goed weet te boeien. Voor de liefhebber is er verder een lekkere jaren 80 sfeer en bijbehorende muziek van Tangerine Dream.

3,5 sterren.

Flesh for Frankenstein (1973)

Alternatieve titel: Andy Warhol's Frankenstein

Las enorm veel positieve reacties op deze film, waarbij ik even ging denken dat ik de verkeerde film gezien had. Want ik heb wel vermaakt met Flesh For Frankenstein, maar toch met name omdat het zo’n bespottelijke film is. Udo Kier steelt de show door zo idioot te acteren dat zelfs Tommy Wiseau nog zou denken; ‘gast, een tikkeltje minder mag ook wel’. Zijn Dr. Frankenstein is een naar, vies, gestoord ventje, maar dat geldt eigenlijk voor alle personages in Flesh For Frankenstein. Sleazy jaren 70 erotiek en knalrode ingewanden wisselen elkaar steevast af, in 3D nog wel. En zoals vaker wordt hier ook alles behalve subtiel gepoogd om zoveel mogelijk spullen richting de camera te wijzen, want het is immers 3D. Genoeg elementen aan Flesh For Frankenstein zijn dus wel geinig, maar het totaalpakket komt niet zonder verveling, het zakt nogal eens in. Geen idee wie dit oprecht hoogstaande cinema vindt, maar als idiote slock - met een hilarische Udo Schmier - vond ik het nog best leuk. Maar meer ook niet.

2,5 sterren.

Flirt (2005)

"Alsof er iemand zit te wachten op de zoveelste kutfilm over relaties?!"

Een vraag die ik me op een gegeven moment ook een beetje ben gaan stellen bij het kijken van deze film. Want hoewel Flirt van tijd tot tijd best aardig was, het plot was wel héél erg mager; daar hadden de heren Terstall en Van Eyck toch wel heel wat meer aandacht aan mogen besteden. Ook had er wel voor een romantische komedie wel een stuk meer komedie in gemogen, want op een paar momenten na was de (geslaagde) humor ver te zoeken.

Maar goed, de film zag er goed en lekker kleurrijk en vrolijk uit, had op zich een prima sfeertje en er werd tevens erg aardig geacteerd, hoewel ik niet helemaal ondersteboven was van Lodeizen en Weeber. Wel erg sterk vond ik Lidewij Mahler, en ook de kleine bijrolletjes van onder andere topper Hensema, Mascini en uiteraard Van der Meer deden de film erg veel goeds. Het ontbreken van een fatsoenlijk script zorgt er echter voor dat Flirt niet meer is dan een sympathiek maar dertien in een dozijn romantisch filmpje.

Héle krappe 3 sterren.

Ik zie op Imdb overigens dat er een remake van deze film in 2008 gepland staat. Weet iemand daar iets meer over?

Flodder (1986)

Had gedacht dat dit voor mij meer jeugdsentiment zou zijn dan dat het ook echt een goede film was. Gisteren na jaren de eerste Flodder eens teruggezien en ik moet zeggen dat de film zich nog prima staande weet te houden. Hij was op veel momenten zelfs leuker dan in mijn herinneringen.

Alles aan Flodder is natuurlijk lomp, over de top en compleet idioot, maar dat maakt het wel zo vermakelijk. De karakters zijn stuk voor stuk memorabel, de film kent one-liners als geen ander en er is een uitstekende cast bij gehaald (hoewel die Apollonia van Ravenstein, waarschijnlijk vooral door vrij matige nasynchronisatie, er in negatieve zin uitspringt). Maar typetjes als ma Flodder, Sjakie of buurman en buurvrouw Neuteboom blijven je zeker bij. Verder ook een paar combinaties van slapstick en toffe actiescènes, met de SRV- sequentie als hoogtepunt. Als laatste geinige soundtrack, paar toffe kleine bijrollen (Lex de Regt, Peter Lusse, Frans Kokshoorn) en opvallend veel geslaagde grappen. Maakte Maas ze nu nog maar zoals deze.

Stem gaat een halfje omhoog, 3,5 sterren.

Flodder in Amerika! (1992)

Alternatieve titel: Flodder 2

Ietwat teleurstellend vervolg. Best aardig hier en daar, maar zeker niet zo leuk als de eerste film. Af en toe nog best vermakelijk, maar echt hilarisch werd het jammer genoeg nergens. Hoewel, dat Engels van Sjakie is toch wel érg grappig.

Flushed Away (2006)

Alternatieve titel: Muis van Huis

Ging hier eigenlijk met maar weinig verwachtingen naar toe en werd vervolgens ontzettend aangenaam verrast. Visueel is Flushed Away voortreffelijk verzorgd en ook de humor is, zowel voor jong als oud, erg geslaagd. Verder een voortreffelijk gekozen stemcast, met Ian McKellen als grote hoogtepunt met z'n heerlijke stem. Maar ook Jackman, Serkis, Nighy, Reno en Winslet lieten zich van hun beste kant horen. Daarnaast weet de film, met zijn vlotte sfeertje en prima soundtrack, geen seconde te vervelen. Vooral Le Frog was geweldig.

Toch één van de leukere animatiefilms van de afgelopen jaren.

4 sterren.

Fly, The (1958)

Een heel stuk minder knullig dan je zou verwachten van een monster-sciencefiction uit de jaren 50. The Fly uit 1958 lijkt veel meer in te zetten op mysterie en suspense. Dat blijkt al aan de vertelling, want in tegenstelling tot de bekende remake van David Cronenberg is de chronologie hier wat door elkaar geschopt. En dat maakt het begin wel interessanter, zelfs als je het verhaal en verloop al weet. De film is net als de remake een hoop opbouw; de film bevat een vrij simpel uitgangspunt met slechts twee hoofdfiguren, één hoofdlocatie en wat bijrollen. In het geval van The Fly wordt één van die bijrollen vertolkt door Vincent Price, wat in principe altijd een pluspunt is, voor welke film dan ook.

David Hedison en Patricia Owens zijn niet zo charismatisch als Price, maar Hedison is sympathiek en Owens doet gelukkig iets meer dan alleen maar schreeuwen - en dat is vrij bijzonder voor een vrouwenrol in een jaren 50 sciencefiction. En terwijl Cronenberg in zijn remake alles expliciet laat zien, toont het origineel ons vrij weinig. Een paar belangrijke elementen in het verhaal worden juist niet getoond en Neumann houdt zoveel mogelijk voor ons geheim. Stiekem is dat één van de sterkste elementen aan The Fly; want in tegenstelling tot de versie van Cronenberg is het hier juist fijn dat je The Fly amper ziet. Want eerlijk is eerlijk, het is een beetje knullig; zo'n grote vliegenkop met zo'n overhemd aan. Maar knullig of niet, de film werkt voor een groot deel van de tijd uitstekend, met ook een einde dat je wel even bijblijft.

3,5 sterren.

Fly, The (1986)

Prima remake, waarin Cronenberg helemaal los kan gaan met zijn fascinatie voor groteske lichaamsveranderingen. Maar wie gore wil, moet bij The Fly wel even geduld hebben, de film is namelijk vooral veel opbouw. Waar het origineel de chronologie nog wat overboord gooit, werkt The Fly van Cronenberg chronologisch het verhaal af van de wetenschapper wiens experiment misgaat en langzaam begint te veranderen. Dit betekent dat veel op de schouders rust van Jeff Goldblum en Geena Davis en in iets mindere mate John Getz. Goldblum is prima en ook Davis is aardig, maar hun liefdesverhaal is nu ook weer niet bijster sterk. Dat er met Getz een soort driehoeksverhouding wordt geïntroduceerd dat gepaard gaat met jaloezie is wat mij betreft het minst overtuigende aspect van de film. Getz is een een groot deel van de film een zeur en de perikelen tussen Goldblum en Davis niet overal even interessant.

De film wordt sterker naar mate Goldblum gaat transformeren. De film wordt nergens eng, maar fascinerend is de transformatie wel en gaat gepaard met uitstekende special effects die grotendeels nog steeds staan als een huis. Wat wederom opvalt is dat hoe extreem de film ook wordt, een scène waarin Goldblum simpelweg zijn nagel afpulkt is gruwelijker dan de ranzigheid die we daarna nog te zien krijgen. Overigens had ik niet verwacht dat de film hier en daar ook vrij geestig is; zo'n moment waarop Goldblum zijn oor verliest is qua toon vooral komisch. Maar welke toon de film ook heeft, Cronenberg weet de boel gelukkig interessant genoeg te houden, ondanks de film ondanks grote pieken ook genoeg sequenties kent die verre van memorabel zijn.

3,5 sterren.

Fog, The (1980)

Fijne Carpenter. The Fog is verre van zijn beste werk, maar wat ik ook al bij Prince of Darkness zei: Zelfs een mindere Carpenter is en blijft een Carpenter. Hij maakte deze film tussen zijn grote horrormeesterwerken Halloween en The Thing in en The Fog voelt ook een beetje als zo'n tussendoortje; een sympathieke horror die het vooral moet hebben van de sfeer en het mysterie. De locatie is een stadje waar nooit iets gebeurd en een tijdje lijkt dat in de film ook zo te zijn. Oké, de bevolking heeft op een avond last van wat kleine onverklaarbare zaken, maar verder is het vooral kijken naar de dagelijkse perikelen van de inwoners, vertolkt door een hoop bekende gezichten uit ander werk van Carpenter als ouwe snoepkont Tom Atkins, Charles Cyphers, Adrienne Barbeau, Buck Flower en Jamie Lee Curtis (en met een rol van haar moeder Janet Leigh, hoewel ze opvallend genoeg geen scène delen).

Er gebeurt vrij weinig in The Fog, dus als de personages of sfeer je niet grijpen of boeien, heb je er niet zoveel aan. Het is maar een klein, eenvoudig verhaal, ik vind het dan ook niet verrassend om te lezen dat de eerste cut van de film te kort bleek, de film voelt hier en daar vrij gerekt en zit alsnog ‘slechts’ op 83 minuten qua speelduur. Rond de climax komt er meer actie, maar alsnog houdt Carpenter het tempo vrij laag. De geestverschijningen zijn nog trager dan een zombie van Romero en ze doen eigenlijk ook niet echt iets. Had wel iets toffers ingezeten, zou je denken. Maar anderzijds; het leger in de kerk - met make-up artiest Rob Bottin als de leider - levert wel een paar machtig mooie plaatjes op.

3,5 sterren.

Footloose (1984)

Meer jaren 80 dan dit krijg je het niet.

Kevin Bacon is boos. Daarom rijdt hij naar een verlaten warenhuis, speelt een cassettebandje af in zijn kever en danst als een gek op Never van Moving Pictures. Ondertussen ziet hij wat flashbacks van dingen die hem eerder zijn overkomen. Het is cheesy, het is knullig, maar het is stiekem ook erg leuk. Footloose is vooral een feelgoodfilm. Drama als huiselijk geweld en moralen als ‘leren loslaten’ steken hier en daar zeker de kop op, maar worden afgewisseld met gekke dansscènes op vrolijke jaren 80 muziek door mensen met de meest kleurrijke en idiote kleding. Het is de tijd van schoudervulling, hoop opgetrokken spijkerbroeken en felgekleurde beenwarmers. En de tijd waarin Kevin Bacon meneer Chris Penn leert dansen op Let’s Hear It For the Boy van Deniece Williams, waarschijnlijk de leukste scène in de hele film.

Niet alles aan Footloose is trouwens sterk. De film is wat lastig in te komen, de film hopt daar vooral van scène naar scène; soms met een hoop hysterisch gebrabbel van een groepje dames. Pas als scènes iets langer duren, wordt het iets beter en krijgt de film iets meer focus. John Lithgow is verder een uitstekend acteur, die in deze film bewijst dat hij zowel enorm over de top kan gaan als vrij subtiel en klein kan spelen. Ik was ook blij dat zijn personage niet té eendimensionaal was. Footloos is wat dat betreft een prima film, eigenlijk gewoon 3 sterren waard. Maar bij de dansscènes met die vette jaren 80 hits en foute kleding werd ik toch wel weer erg vrolijk. Mijn voeten bewogen elke scène weer vrolijk mee. Dus die vrolijkheid is nog wel een extra half sterretje waard.

3,5 sterren.

Ford v Ferrari (2019)

Alternatieve titel: Le Mans '66

Le Mans '66, ik begrijp wel dat ze voor de niet-kenners (vooral de Amerikanen) voor de titel Ford v Ferrari zijn gegaan. Voor mij waren het puur een paar positieve geluiden die me naar de bioscoop brachten, want ik had voor deze film nog nooit van de Le Mans gehoord. Des te knapper is het dat James Mangold zo’n vermakelijk project maakt van een film van twee en een half uur over racen. Dat heeft vooral te maken met de cast, met name de twee hoofdrolspelers. Waren velen van mening dat Leonardo DiCaprio en Brad Pitt hét filmduo van 2019 waren, ik zou eerder kiezen voor Christian Bale en Matt Damon. Damon is uitstekend als man die de hele film tussen twee kampen in bungelt en Bale is voortreffelijk als de ietwat excentrieke monteur/coureur. Gelukkig is hij niet te excentriek met allerlei veel te opzichtige maniertjes en trekjes, Bale maakt er een erg geloofwaardig figuur van. Gewoon een lekkere eigenzinnige en cynische vent.

Alleen laat de film het qua geloofwaardige personages een beetje afweten bij Leo Beebe, die nog net geen kapstoksnor en monocle op z’n gezicht had en de hele film een kat streelt. Het onderdeel van het scenario over aanpassen en sponsoring is sterk, maar jammer genoeg wordt deze Beebe wel heel erg als een evil guy neergezet. Los daarvan een fijn clubje personages bij elkaar, hoewel de aandacht vooral naar Bale en in iets mindere mate Damon gaat. Maar naast die twee sterren zijn Mangold en crew ook wel ware sterren, want de film ziet er dankzij hen voortreffelijk uit. De races zijn sterk gefilmd en af en toe zelfs spannend. Daarnaast wordt deze behoorlijke lange film goed in toom gehouden door Mangold en zijn editor, ze weten zichtbaar wat ze moeten doen als de film dreigt in te zakken en houden de boel scherp. Enkel aan het einde gaan ze wel iets te snel richting de dood van Bale. Natuurlijk gaat de hele film over snelheid, maar daar racet men naar mijn smaak net iets te snel langs.

4 sterren.

Foreign Affair, A (1948)

Alternatieve titel: Een Avontuur in Berlijn

Alsof je een biljet van 50 euro vindt tijdens het opruimen; zo voelt het als je een Billy Wilder in je collectie tegenkomt die je nog niet hebt gezien. Want Wilder stelt eigenlijk nooit teleur. En A Foreign Affair ook niet. Het is een typische Wilder; scherp en snel met een goede combinatie van komedie, drama en hier en daar zelfs een vleugje spanning. John Lund is uitstekend gecast, maar de aandacht gaat toch vooral naar de twee vrouwelijke rollen. Beide sterke rollen, waarbij Marlene Dietrich wellicht de bekendere naam is, maar Jean Arthur de show steelt en veel bereik laat zien in één rol; ze transformeert gedurende de film van geestig typetje naar mooi, complex personage. A Foreign Affair is niet Wilders scherpste, grappigste of spannendste film, maar wel een uitstekend voorbeeld van hoe sterk hij is in het vertellen van verhalen. Ook als er relatief weinig gebeurd, Wilder houdt je bij de les. Hij ontroert je met weinig en heeft zelfs nog minder nodig om je te laten lachen. Foreign Affair; een klein meesterwerk van een groot meester.

4 sterren.

Forgotten Silver (1995)

Forgotten Silver, een geweldige film die briljant in elkaar is gezet. Deze mockumentaire weet het levensverhaal van Colin McKenzie op een zeer boeiende wijze te vertellen door middel van fantastische beelden. Vooral het eerste half uur van de film is echt fantastisch, erg leuk bedacht allemaal en het weet goed te amuseren. Opnieuw komt in deze film Peter Jackson's grote passie voor films overduidelijk naar voren.

4 sterren.