Meningen
Hier kun je zien welke berichten Shadowed als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Don't Turn Out the Lights (2023)
Alternatieve titel: Blue Light
Regisseur Andy Fickman gebruikt een snelle benadering om zijn film mee op te starten, een broodnodige keuze als je ervoor kiest om een griezelfilm uit te spannen tot 110 minuten. Het voordeel is dat er een mysterieuze benadering volgt (na een inleiding van 20 minuten) die zichzelf niet meteen in de kaarten laat kijken, maar uiteindelijk ten onder gaat aan een beperkte beheersing vanuit de regie. Spannend of sfeervol wordt Don't Turn Out the Lights namelijk niet en het duurt allemaal te lang voor de middelmatige onthulling die daar op volgt. Punten voor de enthousiaste castleden, verder heeft deze film weinig om het lijf.
Don't Worry Darling (2022)
Aardig.
Alle politieke meningen even buiten beschouwing gelaten over Don't Worry Darling, de inhoud van de film mag er best wezen. Leuk om in ieder geval te zien dat Wilde als regisseuse niet wil blijven hangen in dezelfde stijl als de vorige film, maar nu echt een poging doet om haarzelf serieus op de kaart te zetten. Daar helpen leden zoals Pugh natuurlijk goed aan mee.
Het verloop van de film is soms ouderwets en ongemakkelijk, maar dat zal wellicht de bedoeling zijn. In dit geval vond ik het bij vlagen te boers. Neem bijvoorbeeld de tapdansscene van Styles. Dat soort dingen zijn dusdanig awkward dat het eigenlijk niet veel meer toevoegt aan de toonzetting en een geforceerde indruk maakt. Daarnaast had het tempo soms wel in versnelling twee mogen staan. Niet alle beelden zijn even interessant en niet elke bijrol is geslaagd. Ik vind vooral dat met name Wilde zelf beter gewoon achter de camera had kunnen staan.
De stilering is best aardig, maar braaf. De productie is best grootschalig, dus wat extra energieke regie-uitdaging was best welkom geweest. Wilde liet dat met haar regiedebuut best aardig zien, dus dat de techniek er nu niet was is geen excuus. Niettemin is het ook zeker niet ondermaats. De effecten worden vooral buiten beeld gelaten, maar de kleuren zitten er best aardig tussenin vermengd en de locatie is scherp gekozen. Ideale setting voor een concept als deze.
Ik vond de wending best aangenaam. Ik had het in ieder geval niet verwacht, maar echt bijzonder spannend is het evenmin. Ik vond het sullige "echte" personage van Styles zeer interessant, maar we krijgen het niet veel langer dan 5 minuten te zien. Zeker die stukken hadden van mij wat meer uitgediept mogen worden. Dan had je het dreigende karakter van Pine wat kunnen terugschroeven. Niet onaardig geacteerd, maar er komt geen spanning of intimiderende houding van hem af. Ik denk dat de acteerkwaliteiten van Pine hem op andere vlakken veel memorabeler hadden kunnen maken. Bovendien vind ik de keuze voor een villain-achtige verschijning in een film als Don't Worry Darling niet passend. Dat doet een deel van het mysterieuze karakter teniet.
Kortom, de film is best aardig. Wilde zet haar niveau goed door, al mag het volgende project nu echt bovengemiddeld zijn. Misschien iets dat wat minder op een boodschap is gericht, maar meer op haar kundigheid als regisseuse. Want ze is niet slecht. Ik denk vooral dat ze nog een project moet vinden dat echt een match is. Overigens kan ik Pugh als actrice erg waarderen. In deze specifieke film wordt ze enigszins belemmerd door een wat braaf personage, maar dat ze tegenwoordig steeds grotere rollen in bredere projecten krijgt kan ik alleen maar toejuichen.
Donnie Brasco (1997)
Leuk.
Voor de verandering een misdaaddrama dat me wel kon boeien. Na het saaie American Gangster dacht ik dat ik het genre wel beu was geworden, maar Donnie Brasco kon ik gek genoeg nog wel waarderen. De chemie tussen Pacino en Depp is er wel degelijk.
Visueel niet erg boeiend, maar het verhaal is nog wel vermakelijk om te volgen. Soms moest ik harder lachen dan bij de meeste komedies. Uiteindelijk is het weer zo'n waargebeurd verhaaltje maar tenminste een die wel een beetje blijft boeien.
Toch wel een tof filmpje, dat niet overdreven lang duurt.
Donnie Darko (2001)
Vreemd.
Niet echt mijn soort film deze Donnie Darko. Normaal hou ik wel van dat vreemde gedoe maar hier ging het totaal niet. Gyllenhaal speelt nogal saai en kwam niet bepaald heel overtuigend op me over, maar ook de rest was niet bepaald heel bijzonder.
Grappig dat Rogen even opdook, maar voor de rest was het een verhaal dat me niet echt pakte. Al was er genoeg gek gedoe en meerdere werkende twistjes. Het verhaal duurde wat te lang en simpelweg pakte me niet helemaal.
Niet bijzonder acteerwerk, maar interessante elementen hier en daar, en daar scoort de film mee. Een voldoende krijgt hij sowieso, maar overtuigen deed het me niet echt. Bizar, ja, pakkend, nee. Ik snap overigens wel waarom sommige mensen deze film wel goed kunnen vinden. Einde is ook wel goed.
Dood Eind (2006)
Alternatieve titel: Dead End
Teleurstellende productie van eigen bodem, die er primair niet in slaagt om een effectieve spanningsboog op te roepen. Desondanks is de directe aanpak van regisseur Erwin van den Eshof niet eens zo'n verkeerde keuze, want de inleiding duurt niet lang en de griezelliefhebbers komen daardoor snel in de film. De locatiekeuze is bovendien effectief, maar al snel grijpt Dood Eind naar ondermaatse effecten waar de castleden niet al te overtuigend naartoe acteren. Van den Eshof pakt nog uit met een aantal venijnige schrikmomenten, maar de personages verzanden heel snel in karikaturen en de afloop oogt rommelig. Middelmatig eindresultaat dat meer verdiende dus.
Doodslag (2012)
Mwa.
Pieter Kuijpers laat ons kundig zien hoe je een film per 20 minuten steeds verder kan verkloten. Doodslag wordt opgedeeld in vier hoofdstukken waarvan I verreweg het interessantste stuk is. II, III en IV kunnen dat niveau niet meer halen, maar ik verkies dan ook vooral om het perspectief van een hulpverlener te belichten over één of ander afgezaagd discriminatieverhaal.
Niet dat de film overigens inhoudsloos is. Het wil behoorlijk wat vertellen en de problemen die worden aangehaald zijn hoe dan ook relevant, alleen zo ongeloofwaardig naar voren gezet. De mentale aftakeling van Maassen is rond het begin nog wel in te beelden, maar uiteindelijk is de sprong naar wanhoop te gehaast en lijkt het alsof Maassen op en dag wakker werd en besloot lekker gek te gaan doen. Ik snap de sprongen in tijd tussen de hoofdstukken wel, maar dat vind ik een slap excuus om zo'n ingewikkeld verhaal te vertellen.
Rauw is de film absoluut niet, geen idee wat Kuijpers dan ook met II in gedachte had. Rare regiekeuze om opeens te wisselen naar een zwartwit-contrast. De intrede van Aschat is ook een misser. Natuurlijk een ontzettende zak waar we als kijker moeten meedenken over zijn bewoordingen en het achterliggende moraal, maar de connectie tussen hem en Maassen vond ik allesbehalve overtuigend. Ik vond de onderbouwing vooral te gemakkelijk. Dat Maassen zijn chauffeur werd bijvoorbeeld, het komt bijna uit de lucht vallen. De manipulatie van het publiek en de finale in de ziekenwagen vond ik nog erger. Dat soort dingen liggen veel dieper, je kan dit gewoon niet binnen twee scenes afhandelen. Typisch voorbeeld van te veel hooi op je vork nemen.
Ik lijk nu wel kritisch, want de eerste twee hoofdstukken waren erg vermakelijk voordat Doodslag uit de bocht vliegt. De film is vooral het eerste kwart erg sterk en de eerste consequenties van de stoot logisch. Daarna ontspoort de film volledig en komen we bij een uiterst matige finale terecht. Daar vond ik Maassen ook stukken zwakker acteren dan in het begin van de film. Voor een Nederlands project is het best oké, maar inhoudelijk vond ik het helaas veel te gemakkelijk. Dat neemt niet weg dat het qua niveau zeer redelijk is en een hoop andere NL-werkjes voorbij schiet.
Doom (2005)
Gaat wel.
Doom the game heb ik nog nooit gespeeld laat staan gezien. Ik heb het niet erg op games maar toen ik het had opgezocht en allemaal monsters zag dacht ik wel dat dit opzich wel een leuk actiefilmpje kon worden. Aangezien het een grote knipoog geeft naar de monstertjes.
Helaas is het wel iets minder geworden dan ik had gehoopt. Het duurt erg lang voordat de monstertjes eigenlijk in beeld komen en kregen we eerst 3 x een soort gemuteerde mensen te zien en dat was wel jammer. En als eenmaal de monstertjes zelf in beeld komen was het toch allemaal wel niet zo fraai. Ook al heb ik slechter gezien, ik had op meer gehoopt.
Naar het einde toe zit er trouwens wel een leuke scene in, die met Urban in first person shooter. Dat maakt de film naar een 2,5*
Doom: Annihilation (2019)
Matig.
Je kan het ook wel verwachten, een goedkoper vervolg op een gamefilm die ook al niet zo geslaagd was. Het eerste deel vond ik vooral te kort schieten qua variatie in monstertjes. Zelfs met minder budget kan je daar met een vervolgfilm juist op inspelen, maar deze Doom: Annihilation stelt op dat vlak helaas best teleur en is qua niveau dus nog wat minder.
Dat deze film eigenlijk is gefinancierd door studio's zoals Universal doet mijn wenkbrauwen fronsen. Ik zou het namelijk niet kunnen raden na het zien van de film. Het ziet er allemaal best goedkoop en plastiek uit. Dat er veel kleurtjes en decoraties worden gebruikt weet dit gelukkig nog wat vooruit te helpen. Het geld wordt pas echt duidelijk wanneer we richting de finale reizen, waar er plots wel wordt uitgepakt.
We volgen dit keer eenzelfde soort concept als dat we 14 jaar terug ook zagen. Soldaatjes komen aan in één of andere verlaten basis om op onderzoek te gaan en komen erachter dat het niet zo pluis is natuurlijk. Wat vooral jammer is, is dat de variatie in bedreigingen nog altijd wat ontbreekt. Waar het vorige deel monsters had, heeft dit deel zombies en mensen in demonenpakjes. Ze hebben dus eigenlijk toch een manier gevonden om nog meer teleur te stellen.
Dat wil niet zeggen dat de film compleet brak is. Ik kon bepaalde effectjes waarderen en zeker de finale waar ze in een soort hellewereld belanden vond ik leuk gedaan. Qua vormgeving is de film echt niet zo waardeloos als je zou denken. Het mist alleen die durf om er extra voor te gaan, want het is vooral het gebrek aan creativiteit dat de film de das om doet.
Ik heb me niettemin best vermaakt. Genoeg actie, veel geluid en een aardig tempo. Wel mag het duidelijk zijn dat er niet een al te briljante regisseur achter de schermen staat. Eentje die er soms echt te veel met de pet naar gooit, want de elementen waar de film echt op moet scoren (energie, monstertjes, game etc.) worden totaal niet benut. Resultaat is dus een film die nog wat matiger is dan het eerste deel, maar verder aardig wegkijkt.
Doomsday (2008)
Mwa.
Eigenlijk een beetje een tegenvaller voor een Marshall. Hij kan wel degelijk films maken, alleen Doomsday is niet bepaald zijn beste film. Het idee ligt me altijd wel, dat apocalyptische gebeuren. Vooral hoe de mensheid zich erna gedraagt is wel lollig.
De film kent zeker een aantal sterke scenes, maar is in het algemeen wat lawaaierig en matig uitgewerkt. Sowieso, Rhona Mitra kan niet acteren en staat er eigenlijk alleen maar voor haar uiterlijk. Qua bloed en gore zat het wel goed.
Vooral de punker gebieden waren leuk, begon ook wel sterk, maar het ridderachtige gebied was niks en de film is vaak wat saai op sommige stukken. Qua actie genoeg te beleven, maar allemaal te stompzinnig gedaan.
Door Mouse (2022)
Half.
Bijzondere film. Zeldzaam een regisseur zo hard zien proberen om een eigenzinnige wereld tot leven te brengen. Toegegeven, dat lukt Jogia ook aardig, zeker in de eerste paar minuten. De kleurrijke montage helpt meteen en de introductie loopt vlot, daarna begint de geforceerde regie-inbreng op te vallen. Trouwens leuk om Janssen weer eens te zien. Briljant actrice allerminst, maar opvallend is het wel.
Door Mouse kent een aantal pijnpunten. Allereerst het personage van Law zelf. Al dat gedoe om van haar een cool en stoer figuur te maken is niet om aan te zien. De stoïcijnse blikken, de constant falende oneliners (zelden iemand zoveel onzin uit zien kramen) en merkwaardige vormgeving werken averechts. Klaarblijkelijk is het ook moeilijk om je kapsel te veranderen. Law gaat zelfs naar bed zonder maar iets aan haar kapsel te doen, maar gelukkig zit het permanent goed in Jogia-land. Het jammere is dat Law helemaal niet onaardig acteert (zeker te merken in meer dramatische scenes), het is echt de vormgeving van Jogia zelf die het personage in de steek laat.
Het tweede pijnpunt is lef, of de kunde om lef uit te kunnen voeren. Richting de finale zitten er een aantal geweldsuitbarstingen tussen die via stripboekscenes worden uitgevoerd. Onzinnige, onbegrijpelijke keuze. Zeker omdat ze enkel op die momenten worden ingezet. De bijpersonages kennen ook maar weinig kleur. Powers kijkt de hele film lang hetzelfde (en kan ook z'n kapsel niet veranderen) waardoor het wel heel makkelijke rollen worden. Voor hem geldt ook dat hij wel degelijk kan acteren, maar niets kan opschieten met de vormgeving.
Gelukkig is het cinematografisch niet onaardig. Mooie, kleurrijk versierde settings en een best creatieve invulling van het verhaal. Door Mouse is geen moment saai. In de tweede helft van de film zitten er zelfs uitstekende scenes tussen (De veiling) en werkt zich toe naar een meer dan degelijke finale. Jogia leek niet helemaal te weten hoe het moest eindigen want Door Mouse gaat vooral te lang door, maar de dialoog tussen De Dame en Mouse was best geslaagd. Alles daarna had geschrapt of vervangen mogen worden.
Door Mouse haalt ook veel voordeel uit het hoge tempo. Opvallend hoog voor een noirfilm, maar ik kon het alleen maar toejuichen. Daarnaast is het ook een moderne film die feilloos langs een hoop trends loopt. Dat zal niet iedereen liggen, maar voor mij deed het best aardig z'n werk. Bij elkaar is het een half geslaagd resultaat geworden dat ik tot op zekere hoogte goed kon waarderen.
Doorman, The (2020)
Alternatieve titel: Doorman
Kitamura op de rem.
Want als je een aantal andere films van hem hebt gezien zal het je snel opvallen dat deze film zich maar beperkt tot enkele trucjes, terwijl hij daarvoor geweldig kon uithalen met z'n stijl. The Doorman is op een hoop opzichten echter braaf. Ik hoop dan ook niet dat Kitamura nu met deze films doorgaat, want dat zal toch een grote stap terug zijn.
Verder zit het qua regie eigenlijk nog wel goed met deze film, maar in het achterhoofd dat het allemaal afkomstig is van Kitamura maakt het wel frustrerend. Het oogt namelijk erg braaf allemaal. Het camerawerk beperkt zich maar tot enkele bijzondere scenes en het verloop is erg standaard. Net als het geweld eigenlijk, bijzonder voor Kitamura. Dit is dan ook tot nu toe de braafste film die ik van hem zie.
Acteerwerk is aardig, maar net als een hoop andere elementen, niet bepaald bijzonder. Rose kan aardig vechten en heeft enkele goede scenes, maar Reno daartegenover valt toch wat tegen. Als acteur past hij perfect in deze film, maar Kitamura doet toch te weinig met hem. Eigenlijk vormt Hennie dan ook een leukere schurk dan Reno.
Montage is verder aardig maar inderdaad wat rommelig soms. De bewegingen en snelheid zijn goed, maar het camerawerk oogt soms net wat te chaotisch. Veel shots zijn daarom ook weleens onnodig, tenminste, dat lijkt zo. Kitamura had soms wat meer de rust mogen bewaren, want verder toont hij wel redelijk gevoel te hebben voor actie. Het komt aardig binnen, en zeker de opening is best aardig.
Verder enkele erg gave shots met de camera, maar toch kent The Doorman niet het meest interessante verloop. Script zit vol met clichés en voorspelbaarheden en zeker de kinderen zijn regelmatig een beetje irritant. Het gaat de boel verder ook nogal gemakkelijk af en logica zit niet echt in deze film, maar verder is het aardig vermaak. Kitamura kan zeker beter, dus laten we hopen dat dit project vooral centjes moest opbrengen zodat zijn volgende film weer lekker kan knallen.
Doors, The (1991)
Regisseur Oliver Stone mag zich visueel volop uitleven in deze registratie van Jim Morrisons turbulente levensloop. Zeker de tweede helt bevat daarmee een aantal uitstekend in beeld gebrachte concertregistraties met een innemende stilering. Val Kilmer zit uitzonderlijk goed in zijn rol tijdens de krankzinnigere scenes en zijn personage leent zich voor genoeg excentrieke momenten. Jammerlijk is dat zo'n verhaal uiteraard met een uitgesponnen inleiding moet komen en die neemt in het geval van The Doors een geheel uur in beslag. Daar zit Stone duidelijk minder comfortabel op zijn plek, want het duurt erg lang voordat de film je weet te absorberen. De bijpersonages verwateren bovendien compleet naar de achtergrond, maar eenmaal Kilmer zijn microfoon oppakt wordt er gelukkig efficiënte afleiding aangeboden.
Dora and the Lost City of Gold (2019)
Alternatieve titel: Dora the Explorer and the Lost City of Gold
Matig.
Een nogal ongebalanceerde film die niet los wil laten van de oude Dora-serie die gericht is op zeer jeugdige kijkers maar ook graag een spannend en avontuurlijk pad op wenst te gaan. De afwisseling met spannende situaties die voor de jongsten te eng zijn en kinderachtige musicalscenes is dan ook niet al te sterk gedaan.
Dat is echter niet het enige probleem waar Dora and the Lost City of Gold mee kampt. Voor een avonturenfilm ziet het er visueel namelijk niet overtuigend genoeg uit. Na enige tijd gaat de film een CGI-kant op, maar de effecten weten daarin nauwelijks te overtuigen. Het is nogal houterig geanimeerd geweld die de doelgroep waarschijnlijk niet op zal merken, maar de meekijkers zoals ik wel.
Acteerwerk vond ik ook maar zozo. Merced komt er nog wel redelijk vanaf dankzij haar enthousiasme, maar de rol is gewoon te dwaas om er iets goeds mee te doen. Het is vooral een stripfiguurtje in de echte wereld neerplanten en kijken wat er gebeurt, maar de situaties worden er enkel onwerkelijker en ongemakkelijker mee. Dit kan wel voor een deel de intentie zijn, maar Dora verandert niet en uiteindelijk is de film zelf gewoon een soort stripboek. Voor kinderen geen probleem, maar ik had een beetje menselijkheid erg gewaardeerd tussendoor.
Het voelt nergens te lang aan en een redelijk speelse aanpak realiseert een aardige kijkbeurt, maar verder maakt deze film maar weinig indruk. Ik vond de scenes in de middelbare school eigenlijk een stuk interessanter dan in het bos. Een paar aardige shots van de natuur redden het geheel nog een beetje, en daarnaast zijn de personages eigenzinnig genoeg om het energieke karakter van de film bij te blijven.
Verder een redelijk matige film met ondermaatse CGI en vooral vervelende situaties. Een balans is er niet echt. Ik heb geen idee of de film wat dappere kinderen aanspreekt of gewoon de kleinsten onder ons. Beiden lijkt me onwerkelijk aangezien de doelgroepen qua interesses zo ver uit elkaar lijken te liggen. Misschien zit ik daar extra mee, maar ach. Een irritatie is een irritatie zeg ik maar.
Dorian Gray (2009)
Niet hoogstaand.
Dorian Gray geeft me een beetje een arrogante vibe. Niet omdat het personage van Barnes zelf zo arrogant is, maar omdat regisseur Parker met deze film leek te denken dat hij er al was door enkel en alleen een charmante setting te regisseren. De film leunt weliswaar op een aardig stijltje, maar inhoudelijk valt het door de mand.
Barnes levert een aardige, maar ietwat terughoudende prestatie af. De rol lijkt wat te beschamend voor hem te zijn, en de nerveuze trekjes die door zijn rol erbij komen kijken worden helaas niet onderdrukt. Firth daarentegen lijkt zich volledig in zijn element te voelen met zijn sarcastische en innemende rol. Het moet dan ook vooral van zijn personage komen hier, want daar zit ook de meeste verrassing in.
Het concept van een magisch schilderij lijkt van tevoren op een erg origineel gegeven, maar wordt nauwelijks benut door regisseur Parker. De kijker weet dat er iets verandert, maar het had veel origineler kunnen zijn. Bovendien wordt het uiteindelijk ook op een rommelige manier afgerond om volledig kopje onder te gaan tijdens een flauwe en vergeetbare finale.
Visueel is er weinig te klagen over de film. Aardige keuze voor muziek, charmant ingericht. Het camerawerk had wat bijzonderder mogen zijn, maar qua kleur valt er in Dorian Gray genoeg te aanschouwen. Dat moest ook wel, want het woordje "kunst" vormt een belangrijk punt door de film heen. Eigenlijk draait het er zelfs om, dus een beetje gevoel voor inkleuring was dan ook broodnodig.
De rommelige afwerking en het gebrek aan originaliteit terwijl de film er wel dringend om vroeg zijn te voelen en laten het ten onder gaan. Verder zat er wel een aardige film achter met een redelijk charmante regiestijl. Het ontbreekt de film gewoon aan sfeer en spanning ook verder. Een teleurstellende film als geheel met potentie, maar te veel zwaktepunten.
Double Indemnity (1944)
Alternatieve titel: Bloedgeld
Tja.
Ik was de laatste tijd een beetje in de war waarom die oude films me niet altijd even goed smaken. Nou, hier vond ik die reden wel erg goed in terug. Die romantiek ging me wel heel erg irriteren. Het voelt zo nep aan, waarbij het niet op me over kwam.
Die soundtrack kan ook echt niet. Het leek wel een soort Marvel slotfase, veel te bombastisch op rustige momenten. Stanwyck was gewoon irritant, vond haar ook niet heel knap eigenlijk .Dat het zwart-wit is, kan Wilder niet veel aan doen en daar trek ik niets voor af.
Niet heel theatraal (gelukkig) en McMurray voert zijn rol bijzonder goed uit en tilt de film naar een hoger niveau. Echter, de "perfecte" moord was helemaal niet zo perfect in mijn ogen. Hoe abnormaal wil je je nu precies gedragen? Alsof ze gewoon ontdekt willen worden. Maar daar moet je blijkbaar overheen kijken.
Ook niet erg boeiend, voelde geen moment spanning. Ik vond het niet echt saai, dat dan weer niet, maar echt heel goed, laat staan top 100 materiaal vind ik het absoluut niet. Het voelt niet alleen door het acteerwerk, maar ook gewoon door de beslissingen niet echt geloofwaardig aan en het verhaal blijft vrij voorspelbaar ook. En nogmaals, die romantiek was zo overdreven dommig en onwerkelijk dat je je begint af te vragen waarom zo'n intelligent figuur als MacMurray er nog in meegaat ook.
Double Mommy (2016)
Campbell.
Ondertussen is het weer even geleden dat ik een film van deze man zag, en ik denk niet dat ik er nog veel op de verlanglijst heb staan. Campbell is een ontzettend duffe regisseur die werkelijk niets kan toevoegen aan zijn films op het vlak van regie. Waarschijnlijk is dat ook de reden waarom hij nooit is doorgebroken.
In plaats daarvan is hij klem te komen zitten in het maken van dit soort Tv-films. De films hebben zeker een mate van educatie, maar zijn verder nogal standaard en voorspelbaar ingericht. Deze film draait ook om een bekend maatschappelijk probleem dat op de dag van vandaag spijtig genoeg nog altijd aan de orde is. Het is echter alleen de eerste helft van de film die zich aan het onderwerp houdt.
De tweede helft is namelijk meer een echt fictieverhaal, met schurkachtige personages en de helden. Het verhaal en de boodschap worden steeds verder naar achteren gedrongen, en enkel het degelijke acteerwerk kan de film nog boven water houden. De eerste helft is daarom ook stukken beter te doen, en boeit daarnaast ook gewoon heel erg goed.
De keuzes die worden gemaakt vanuit het schrijfwerk zijn herhaald. Het lijkt wel of verkrachters in Amerika in dit soort films altijd dezelfde achtergrond hebben. Het voelt niet realistisch meer aan, ik had liever gezien dat een persoon niet alleen een absolute loser wordt door zijn achtergrond maar bijvoorbeeld ook door zijn eigen geest. Dat uitgangspunt is ontelbaar veel interessanter dan wat er nu staat, die alles de schuld geeft aan het zware leven.
Boeiende film wel, die niet al te lang duurt en best aardig acteerwerk kent. De rest van de film wordt ontzettend lui ingevuld, erg ondermaats geregisseerd van een regisseur die waarschijnlijk liever thuis op de bank zat dan op de set. Maar goed, dat is ondertussen te verwachten van een Tv-film als deze, die doen tegenwoordig niet zo veel meer.
Double Teamed (2002)
Beter dan verwacht.
Je zou niet denken dat dit soort films eigenlijk verder komen dan een 1,5*, maar deze film vond ik eigenlijk wat beter dan ik had verwacht. Uiteraard kampt het nog met de problemen die dit soort films wel vaker hebben, maar inhoudelijk oogt het allemaal net wat schattiger dan de gemiddelde sportfilm met tieners.
Dit keer dus een soort indirecte biografiefilm. Waarom zeg ik indirect? Kijk voor de lol eens op de trivia-pagina van IMDb. Klaarblijkelijk is het allemaal een beetje verdraait, maar de kinderen die hiernaar kijken zullen er vast weinig last van hebben. Ik heb me in ieder geval wel weten te vermaken, en veel meer hoef je ook niet te weten over deze twee dames behalve dat ze een behoorlijke lengte hebben.
De sportscenes weten te vermaken en de onderlinge verhoudingen tussen iedereen zijn best leuk. Het acteerwerk is niet briljant, maar ze slagen er wel in om de personages iets interessanter te maken dan normaal. Vooral omdat het niet altijd evenveel wordt ingewreven. Soms zijn gezichtsuitdrukkingen treffend, en deze film weet daar naar mijn eigen optiek wat beter gebruik van te maken.
Verder kent het genoeg schattige momenten en kon ik de finale wel waarderen. Qua narratief zitten er wat rommeligheden in die gebruikelijk zijn zoals personages die na enige tijd zowat vergeten worden, maar verder kijkt het prima weg. Ik betwijfel dat deze film veel aangeklikt zal worden op Disney+, maar ach, ik heb me voor een middagje aardig vermaakt. Niet briljant verder, maar net wat verrassender dan gewoonlijk.
Double Vie de Véronique, La (1991)
Alternatieve titel: The Double Life of Veronique
Eerste Kieslowski.
Eigenlijk wel een bekend regisseur, onder het publiek dat actief naar deze films zoekt. Ik weet dat zijn naam vaak als voorbeeld wordt gebruikt in filmcursussen, en ik begrijp achteraf ook meteen waarom. Dit zijn de films die ook tot op de dag van vandaag nog innovatief en geslaagd aanvoelen. Kieslowski lijkt erg trefzeker te zijn.
Het voornaamste voordeel van deze film is uiteindelijk de aandacht die richting decoratie en cinematografie gaat. Ik krijg niet de indruk dat deze film heel duur was om te maken. Kieslowski bewijst dan ook met deze film dat geld niet alles is dat telt, talent is ook een belangrijke factor, en dat laat deze film vlekkeloos zien via de stijl van regisseren.
Het acteerwerk is aardig, wat me minder pakte van de film waren de dialogen die me gewoon niet geboeid konden houden en de film langer aan deden laten voelen. Dat is meteen mijn enige kritiekpunt, maar het is wel zo dat ik hierdoor geen interesse had om achter de boodschap te komen of het verhaal zelf te volgen. Het kon me worst wezen, ik was vooral betoverd door de regiestijl.
De cinematografie van deze film is magistraal en de kleuren komen geweldig tot leven, zowel in de binnen als buitenwereld. Het levert een bijna fantasierijke sfeer op, en het zou me niet verbazen als regisseurs zoals Jeunet of Del Toro hier hun inspiratie vandaan hebben gehaald. Een verzorgde regiestijl laat deze film altijd stralen, met sterk camerawerk en goede standpunten.
De gedetailleerde aanpak van de film doet het hem, inhoudelijk interesseerde de film me alleen helemaal niets. Ik zal dan wel het een en ander gemist hebben, maar ik vond de stijl ook een stuk belangrijker in deze film. Boeiend geheel, bijzonder geregisseerd. Ik kon mijn ogen de hele speelduur eigenlijk uitkijken, en dat is fijn. Goede film.
Double, The (2011)
Hm.
Toch niet echt een heel goede film dit, waar ik vooraf ook niet al te hoge verwachtingen voor had. Typisch RTL7-voer waarbij het leuk was dat Topher Grace er ook in speelde. Grace was ook gelijk de enige reden waarom ik hem had meegepakt van de TV.
Verhaaltje is in het eerste uur nog wel aardig om te volgen, om uiteindelijk in het laatste half uur finaal in te storten. Maar dat neemt niet weg dat het geen vermoeiende 98 minuten waren. Daarvoor wist het verhaaltje het eerste uur genoeg te boeien.
Gere is ondertussen langzaam het pad richting een Cage & Willis carrière aan het nemen. Steeds mindere rollen, steeds suffere rollen. Deze valt echter nog mee. Hij weet zich ook wel staande te houden. Grace is niet heel geschikt voor wat serieuzer werk, maar weet zich nog behoorlijk solide te redden.
Qua regie heeft het weinig om het lijf. Rare soundtrack soms en klunzige achtervolgingen in het eerste half uur. Voelt in ieder geval heel erg aan als TV-film. Je ziet maar weinig hoogtepunten. Klassiek camerawerk. Wat leeg kleurgebruik. Minder acteerwerk van bijpersonages.
Maar dat geeft uiteindelijk nog niet al te veel reden om het onvoldoende te beoordelen. Want waar het verhaal nog enige houvast had in het eerste uur, stapelen de slordigheden zich op in het laatste half uur. Twists die nergens onderbouwd zijn, klunzige gevechtjes. Clichés die wel heel erg prominent te zien zijn.
Geen beste film, maar het vermaakt wel en kent goed acteerwerk van Gere en Grace. Daarvoor nog een 2,5*.
Down (2001)
Alternatieve titel: The Shaft
Matige Maas.
Onze Maas op avontuur in het buitenland, hopen dat hij net als in Nederland de industrie snel kan opschudden met een horrorfilm over een lift. Nu ben ik al niet de grootste fan van zijn Nederlandse versie, maar deze Amerikaanse remake is zowaar serieus matig.
Liften blijven altijd wel een leuke villain voor een horrorfilm, aangezien het idee te stompzinnig voor woorden is. Maas loste dat beter op in zijn Nederlandse film, want hier wordt daadwerkelijk een poging gedaan om een sterke verklaring te geven voor de horrorlift. Die verklaringen zijn alleen vreselijk, zowaar nog belachelijker dan het concept zelf.
Overigens is het tevens de simpelste verklaring die je kan geven. Gemene professors die een lift met eigen leven hebben gecreëerd. Eigenlijk de meest banale verklaring die je kan geven, maar goed, als de rest van de film leuker was geweest had het nog vergeven kunnen worden. Het is jammer dat de rest van de film niet perse beter is.
Van de gedateerde CGI naar matige soundtrack, er gaat van alles mis in de regie. Het acteerwerk is serieus slecht. Marshall loopt er verloren bij en Watts doet ook weer een misstapje. Niet dat ik haar überhaupt ooit zo goed heb gevonden, maar dit is voor haar doen ondermaats. Daarnaast kennen we nog enkele bijrollen die op z'n beurt ook weinig indruk maken.
Verder is er een gebrek aan spanning, er is bijna geen opbouw te bekennen en enkel de scenes in de lift zelf zijn de moeite waard vanwege de lompe toon die ze uitstralen. Het is jammer dat de film op een hoop gebieden faalt, maar het valt moeilijk te ontkennen dat het allemaal niet vermaakt door de vele lollige typetjes die hierin rondlopen. De kills zelf vind ik ook hilarisch, de skater die de lift in werd gezogen vond ik zelfs een hoogtepunt.
Jammer dat de film slimmer wil zijn dan eigenlijk nodig is en de meest suffe verklaringen geeft. De finale gaat hierdoor goed mis. Verder duurt het net iets te lang, maar het vermaak blijft er ten alle tijden in en dat is fijn. Jammer dat Maas hierna niet echt meer op buitenlands avontuur ging, maar ach ja, dit was dan ook niet zijn beste stempel.
Down a Dark Hall (2018)
Tam.
Maar inderdaad ook niet zo heel slecht. Het heeft zijn meeste kracht toch wel te danken aan de regiekracht. Alhoewel deze bij lange na niet perfect is, weet Cortés best wel een eind te komen, vaak in de vorm van de sfeer zelf.
Waar het echter fout gaat is dat Cortés duidelijk niet een horrorregisseur is. Hij kan meer de voetsporen van Del Toro volgen, en alhoewel deze film best een fantasierijk randje heeft, is het nooit volledig en blijft het vooral bij een donker-huis thema.
Robb doet het best aardig, in de eerste scenes had ik even twijfels maar ze weet snel haar draai te vinden. Ook Fuhrman en Day als meisjes vond ik best indruk maken. Moroles en Russel vond ik wel meer onderuit gaan, deze types zijn duidelijk niet voor hen.
Thurman heeft ergens wel charme, maar krijgt haar acteerkracht er hier nooit volledig uit. Genoeg uitstraling, maar weinig acteerkracht in deze film. Silver gaat ook wat onderuit wanneer hij meer de drama kant op moet gaan, helaas.
Huis en settings zijn sfeervol gebracht. Sfeer is optimaal wanneer Robb een figuur ziet staan in de donkere gang maar helaas wanneer het echt spannend moet zijn of eng moet zijn gaat de film onderuit. Enkele makke schrikmomenten moeten voor de dreiging zorgen, maar dit werkt niet echt helemaal lekker.
Jammer, want het is allemaal sfeervol genoeg. Op een gegeven moment gaat het verhaal vervelen, en dat is een best slecht teken met zo'n setting. Gelukkig weet de finale verrassend bombastisch te zijn en krijgt de film ergens nog best een rauw randje soms, maar toen was het eigenlijk al te laat.
Genoeg sfeer, knappe setting en goed acteerwerk. Echter te weinig opbouw en spanning en een wat teleurstellende slotfase. Erg jammer, maar je moet deze film vooral zien als een gemiste kans eigenlijk.
Down Terrace (2009)
Volkomen oninteressant langspeelfilmdebuut van regisseur Ben Wheatley, die vooral veel figuren introduceert maar diens bestaansrecht nergens rechtvaardigt. Ik geloof eigenlijk niet dat ik ooit zo'n saaie film heb gezien, werkelijk geen enkele scene trok me maar een beetje naar het scherm toe. Het voornaamste probleem is dat de figuren allesbehalve boeiend worden neergezet. Ze zeveren door over alles en nog wat, maar ik zag niet in waarom ik me er enigszins om zou moeten bekommeren. De nerveuze en kale regie van Wheatley maakt de presentatie ervan daarnaast niet bepaald beter, alles oogt snel in elkaar gedraaid en graflelijk. Enkel de acteerprestaties zijn zeer redelijk, maar als zelfs Michael Smiley hier geen interessante invalshoek in kan spelen draait het snel uit op niets. Het verhaal zal vast met een slimme insteek bedacht zijn, maar het interesseerde me werkelijk geen mallemoer. Ik heb in het verleden weleens moeite moeten doen om een film uit te zitten, maar Down Terrace zat echt tegen het onmogelijke aan.
Down to Hell (1997)
Links en rechts kent Down to Hell wat leuke effecten en passend camerawerk, maar eigenlijk was het doorkomen al bij al een behoorlijke uitdaging. Het geheel kent vooral een te serieuze toon en de personages worden amper voorzien van kleur om leuk te zijn. Eigenlijk is ieder figuurtje van bordkarton en die slagen er niet in de aandacht van de kijker te trekken. Wanneer ze vervolgens aan hun einde komen is het weliswaar bloederig, maar dermate karig vormgegeven dat het weinig verschil maakt. De creatieve drang van regisseur Ryûhei Kitamura zorgt voor wat onverwachte momenten, maar dat is dan ook het voornaamste compliment dat hier aan te geven valt.
Downrange (2017)
Goed.
Erg nuchter ook. Ik mag die Kitamura wel. Hij is nu al een tijdje bezig met zijn stempel op films te drukken in Amerika, maar toch krijgen zijn films maar relatief weinig aandacht. Zeker zijn meer recente horrorfilms. Nu heeft hij waarschijnlijk zijn beste films in Azië gemaakt, maar daarin ben ik wat minder geïnteresseerd.
Downrange is een film die zowat bovenaan stond bij mij in het kader van "deze film wil ik het liefst zien". Het gebeurt me ook niet vaak dat ik een film op mijn DVD verlanglijst zet zonder hem gezien te hebben, maar bij deze gebeurde dat. Alleen heb ik hem nog niet op DVD, ik heb hem gehuurd, wat tevens ook niet vaak voorkomt.
Kitamura heeft lak aan een introductie. Al in de eerste 30 seconden krijgen we autopech. En na een klein kwartier vallen er al twee doden. De vaart zit er desondanks niet heel erg in, maar de spanning genoeg. Daarnaast was het ook gewoon boeiend. Normaal hou ik niet zo van dit soort settings, maar Downrange gaat toch net wat verder wat het leuker maakt.
Wie andere Amerikaanse Kitamura films heeft gezien zal het er misschien mee eens zijn dat realisme niet meteen zijn eerste trademark was. In Downrange is het dat verrassend genoeg wel, al blijft het beperkt om aan het nodige bloedvergieten te voldoen. Toch is de algemene aftermath van zo'n moord opvallend realistisch naar mijn mening. Vuil bloed, vieze omgeving en een angstaanjagend overzicht.
Het acteerwerk is niet heel bijzonder, maar ik vond Pearson best aardig acteren. De overige tieners doen wel hun best maar kunnen hun inwisselbaarheid helaas niet verhullen. Acteerwerk is ook uiteindelijk niet zo boeiend, de film zelf en de aanpak ervan zijn dat wel. Kitamura geeft genoeg regiepower mee.
Leuk camerawerk vooral, genoeg trucjes te bekennen. De spinnende camera bijvoorbeeld. Ook de lompheid en grofheid van de film op het gebied van geweld maken het redelijk bijzonder. Veel wordt gewoon in beeld gebracht waarbij het bloed alle kanten opspuit en een erg smerig lichaam achterlaat.
Alhoewel de film niet de volledige speelduur spannend weet te zijn kent het wel zijn momenten. Toch is het voornamelijk het vermaak dat spreekt. Het is allemaal erg boeiend om te zien en dankzij een hoop slachtvee is er qua horror ook genoeg te genieten. Onnodig slachtvee natuurlijk, zoals de politie en de auto, maar het maakt de film er wel veel leuker op.
Tot slot wil ik nog even de toon prijzen van de film. De hardheid knalt namelijk flink door. Het gaat er best bruut aan toe, en ik mag het wel. Nu heb je dus een film die uitstekend geregisseerd is, boeiend is en ook nog ballen heeft op het gebied van horror. En dat met een redelijk saai concept. Misschien maar ooit eens een Aziatische film van Kitamura opzetten.
Død Snø (2009)
Alternatieve titel: Dead Snow
Matige slasher.
Tja, het concept is ook niet erg origineel. De zombies zelf misschien wel en een nieuwe locatie dan dat ik meestal zie. Maar het verhaal zelf is natuurlijk flinterdun. Paniekerende groep vrienden die dan omringd zijn en een manier moeten vinden om terug te vechten.
Niets nieuws, en soms ook een beetje saai. Maar blij vlagen zitten er brute en zeer vermakelijke scenes in. Met als voorbeeld Een sneeuwscooter met mini gun en een gezicht dat open gerukt word door zombies. en die scenes maken deze film wel een voldoende.
Het vervolg was verrassend beter
Død Snø 2 (2014)
Alternatieve titel: Dead Snow 2
Grappig vervolg.
Waarbij de eerste film een beetje een matige slasher was was deze verrassend grappig. En bij vlagen ook nog eens origineel. Ik had opnieuw zo'n slasher verwacht met af en toe vermakelijke stukjes maar dit was iets anders. En dat brengt lollige scenes met zich mee.
Het concept zombieleger tegen zombieleger vond ik heel lollig. Ik keek deze film met een maat en we lagen plat toen de zombies een dorp aanvielen met lollige gevolgen.. Ik vind persoonlijk dit deel beter dan het origineel.
Leuk, maar ook niet veel meer
Dr. Jekyll and Mr. Hyde (1920)
Gezien: Blu-ray versie.
Klassieke horrorfilms of films in het algemeen die afstammen uit de jaren 20 en 30 gaan er regelmatig goed bij me in. Daar kan ik in ieder geval meer waardering voor opbrengen dan films die 40 jaar later werden uitgebracht. Deze oude variant op een bekend verhaaltje kon me echter totaal niet bekoren, vooral omdat het niet echt binnenkwam.
Normaal vind ik dit soort films uitermate charmant, maar dat kan te maken hebben met het feit dat ik ook voor die tijd wat duurdere films zag. Dit lijkt voor wat minder geld te zijn gemaakt, en dat valt erg van het resultaat af te lezen. Het verhaal dat in de eerste 10 minuten nog weet te boeien vervalt namelijk al snel in een wat knullig geheel dat nooit een sterke indruk achterlaat.
Vooral de Mr. Hyde versie vond ik ronduit belachelijk overkomen. Wellicht dat die beelden vroeger veel indruk hebben gemaakt op de zenuwen van de kijker, maar tegenwoordig ziet het er niet meer uit. Een beetje dwaas de camera inkijken met een gebogen rug, ik kan er weinig sympathie voor opbrengen. Als vervolgens ook nog een soort romantiekplotje wordt toegevoegd is het snel afgelopen met de pret.
Ik kwam er nogal moeilijk doorheen. Wellicht dat ik het beter had kunnen waarderen als ik de 50-minuten versie voor ogen had, maar in dit geval was er geen andere keuze dan de langste versie en die duurde dus vooral lang. Soms zijn films van dit kaliber uitermate sfeervol en indrukwekkend, maar hier kon ik die knappe beelden eigenlijk geen moment herkennen.
Dr. Jekyll and Mr. Hyde (1931)
Ondanks de meerdere verfilmingen moet de gotische novelle van Robert Louis Stevenson voor mij nog altijd op een boeiende, interessante manier worden geregisseerd. Ook deze klassieke vertelling van regisseur Rouben Mamoulian brengt daar geen verandering in, mede omdat de film nogal weinig elementen biedt om als horrorliefhebber enthousiast van te worden. Intrigerend zijn de FPV-experimenten van de camera en de technische invulling van de eerste transformatie, maar die verbleken al snel bij de nogal saai ingevulde hoofdrollen. Fredric March speelt een ronduit belachelijk personage als Mr. Hyde die vooral geen enkele dreiging of eigenzinnigheid uitstraalt, waardoor hij de hele film enkel oogt als vervelend ettertje. Als Dr. Jekyll is hij vooral te klassiek en overdreven kinderlijk om zijn alterego te compenseren. De vrouwelijke bijrollen ogen zelfs voor die tijd bijzonder ouderwets en Mamoulian krijgt het niet voor elkaar een decor op te bouwen dat charmant oogt, waardoor deze jaren '30 adaptie uiteindelijk uitermate vermoeiend is om doorheen te bijten.
Dr. No (1962)
Alternatieve titel: Ian Fleming's Dr. No
De eerste Bond.
Nooit mijn favoriete reeks geweest, maar toch maar eens voor de grap herzien. Echter betekend de eerste Bond-film voor mij niet gelijk dat het een goede opening was. Alhoewel de bekende elementen er weer inzitten, had er toch meer ingezeten voor mij.
Connery als Bond. Ik weet niet wat ik ervan moet vinden. Het heeft hem wel tot icoon gemaakt in ieder geval, maar als Bond vind ik hem eigenlijk vooral een smerige verschijning bij vlagen. Heel glad, ietwat saai maar bij vlagen wel erg charmant. Dat wel.
Het probleem dat ik met Dr. No heb is dat het me nooit echt wist te boeien. Pas richting het einde begon ik wat meer in de film te komen. Voor de rest kon ik soms genieten van de bekende scenes, zoals Andress die het strand oploopt. Die bikini moet wel mode zijn geweest toen. Nu vind ik het er echt niet uitzien.
Acteerwerk voor de rest vond ik ook niet heel speciaal. Wiseman vond ik echt heel erg gemaakt. Alsof hij van een andere planeet leek te komen. Andress was ook niet al te speciaal. Typische definitie van een bond-girl denk ik zo. Maar weinig Bond-girls maken echt indruk op me.
Bij vlagen krijgen we wel een aardige actiescène, maar het verhaaltje boeide me voornamelijk niet. Anders was dit wel iets leuker geweest wat mij betreft. Maar nu vooral brave actie ondersteund door enkele bekende Bond-elementen. Voor mij iets te min. Maar voor de fan natuurlijk wel leuk.
Dr. Strangelove or: How I Learned to Stop Worrying and Love the Bomb (1964)
Alternatieve titel: Dr. Strangelove
Minste Kubrick.
Althans, voor mij persoonlijk dan. Ondanks dat ik er nog een hoop moet zien, is dit tot nu toe van de 6 de grootste domper. Ik was er al een beetje bang voor, een perfectionist zoals Kubrick gemixed met een wat theatrale en flauwe komedie is te apart.
Het verhaal is al standaard moeilijk te volgen. Kubrick kijk ik vooral voor zijn prachtige vondsten, maar veel mooie dingen zag ik hier eigenlijk niet. De meest indrukwekkende scenes waren dan nog de bestorming van het gebouw, gefilmd in een soort Saving Private Ryan-achtige manier.
Voor de rest is de komedie zelf niet bijster grappig. Op het einde kwamen er een aantal trekjes die ik wel mocht, maar een briljante film in zijn genre vind ik dit echt niet. Het verbaasd me daarom ook nogal dat deze Kubrick als zo'n goede film wordt gezien en zelfs een plekje in de top 250 heeft weten te veroveren.
Alhoewel de setting mooi is en enkele beelden zoals ik al eerder zei knap waren, kan ik helaas niet zeggen dat ik hier makkelijk doorheen kwam. Politieke satire doet het dan ook standaard niet geweldig bij me, maar dit is simpelweg niet heel hilarisch.
Wel enkele legendarische momenten, maar deze film van een man zoals Kubrick valt me tegen. Hij kan veel beter, dus ik hoop dat ik nog wel een paar keer verrast kan worden door de beste man in de toekomst. Moet wel lukken hoop ik.
