Meningen
Hier kun je zien welke berichten yeyo als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Salamandre, Le (1969)
Het feit dat het goed bedoelde, maar naïeve post-koloniale uitgangspunt Le Salamandre allang achterhaald is, doet geen afbreuk aan de rest van de film. Wat een kleurrijke, zwierige, weergaloze film. Net als veel van zijn tijdgenoten is Cavallone erg geïnspireerd door Blow-Up (zie ook Blue Movie) en staat de soms turbulente relatie van artiest en model centraal. De speelse stijl doet dan weer denken aan Godard, maar gelukkig heeft Cavallone de hele stroom van beeld-en woordgrapjes (waar Tinto Brass' Col Cuore in Gola bijvoorbeeld wel wat onder leed) achterwege. Bovendien is Le Salamandre best ambigue van toon, en ontaarden de frivoliteiten en de eeuwige woordgrapjes van spraakwaterval Schurer op het eind in een pijnlijk, met whisky doordrenkt slot waar de personages elkaar à la Who's Afraid of Virginia Woolf proberen te vernederen.
Sauveur, Le (1971)
Alternatieve titel: The Savior
Het zal mogelijks een generatiekloof zijn, maar ik heb hier als cynische millenial hipster best van genoten. Zo een lijzig 70s kunstfilmpje is toch ook soms lekker? Pedofilie, machtsspelletjes, inhoudsloos existentieel geleuter... en natuurlijk allemaal tegen de achtergrond van het nazisme. Ik moet toegeven dat ik ook wel gefascineerd ben door enigmatische figuren zoals Michel Mardore, die vluchtig een paar filmpjes inblikken en dan van de radar verdwijnen. Na wat zoekwerk blijkt dat hij ook ooit een 'door de Sade geïnspireerde' roman schreef. Hahaha, hoe kon het ook anders.
Save the Last Dance (2001)
Compleet zinloze avond met gedwongen dansfilm doublebill en bier deel 2:
Dit was dan weer helemaal niks. Twee volledig charismaloze leads, een One Tree Hill achtig 'ik los mijn puberproblemen op door lange monologen te houden' scenario en de lijzige naar jaren '50 melodrama neigende cinematografie (met nog eens een onmogelijke interraciale relatie om het helemaal als een derderangs Far From Heaven te laten aanvoelen) helpen de film naar verdoemenis. Soundtrack bestaat uit wat willekeurig bijeengeraapte hiphop en de speelduur is ondraaglijk lang.
Scarface (1983)
Wat valt er eigenlijk nog te vertellen over Scarface? Tijdens mijn jonge jaren heb ik de film ontzaglijk vaak gezien, waardoor hij ondertussen het meeste van zijn mysterie verloren is. De eindeloze monologen van Al Pacino, ik ken ze intussen wel vanbuiten. Prima facie heeft de cinematografie ook iets afstandelijk en kil: er zijn heel veel scenes met een nogal 'monotone' look, nl. een wat registrerende long take van op afstand met meerdere personages in beeld.
Ik denk dat geen enkele andere DVD in mijn collectie een meer afgeleefde indruk maakt: het kartonnen omhulsel is volledig versleten, de zwart-witte kleuren van het silhouet van Tony Montana zijn vervaagd, het lijkt wel alsof de hoes sporen van cocaine bevat.
De afgelopen jaren heb ik echter het genoegen gehad om Scarface tweemaal op 35mm geprojecteerd te zien en dan ervaar je de film toch nog wat anders. Het viscerale, het pathos, de adrenaline komt echt goed tot zijn recht op het grote scherm. Ik heb die twee keer echt opnieuw gekluisterd zitten kijken naar een aantal weergaloze set pieces: de moord op Rebenga, de mislukte deal met de Columbianen, de schietpartij in de Babylon Club en natuurlijk de iconische eindscene
Bovendien blijft het personage van Tony Montana enorm fascineren. Van al de befaamde gangsterpersonages vind ik hem de enige die echt allure heeft. Au fond lijkt hij niet geïnteresseerd in geld of status. Het lijkt alsof hij al zijn rijkdom en macht enkel vergaard heeft om op een grandioze manier miserabel te kunnen zijn. Ik denk dan voornamelijk aan de scène in de Babylon Club, waar hij als een soort decadente mummy apathisch in zijn cubicle van een sigaar ligt te lurken met een whisky cola voor zich. Iedereen anders is zich aan het vermaken, maar Tony is superieur aan deze primaire vorm van banaal plezier. Ik vind het een dandyistisch, bijna anarchistisch statement om elke vorm van levensvreugde op die manier uit je bestaan te bannen en enkel op te gaan in een soort esthetisch verantwoorde vorm van ennui.
Ik vind het dan ook wel grappig en ergens veelzeggend dat Tony Montana over de jaren heen de cultheld is geworden van allerlei totaal humorloze, ongesofisticeerde sujetten die enkel begaan zijn met geld en status. Ze zouden moeten inzien dat Tony eigenlijk enkel zijn macht heeft verworven om zichzelf vervolgens op een sublieme manier de vernieling te kunnen inrijden. In zijn ondergang vernedert hij zichzelf ook totaal, denk maar aan de scène waar hij op clowneske wijze rechtveert terwijl zijn neus volledig onder wit poeder hangt. Zijn tragische, intrinstiek zelf-destructieve kant maakt hem aimabel en herkenbaar. Dit in tegenstelling tot de kille en beredeneerde Sosa, iemand die nooit ten onder zou gaan aan de menselijke driften. Ik sluit mijn recensie graag af met een frappant citaat hieromtrent van de rapper 'Pitbull':
“I wanted to be Sosa — educated, good-looking, a good dresser, and he’s the one who was running it. And notice, he never got his hands dirty. He sipped his tea. He was nice, not aggressive. And at the end of it all, he was the one that stayed. So I realized around 18 that Tony’s the wrong guy to be looking up to.”
Scent of a Woman (1992)
Perfecte film om op een zondagnamiddag in een staat van existentiële verwarring te kijken. Tien jaar geleden plaatste ik hier eens een laatdunkend berichtje over de film, waar ik mij nu echt niet meer kan achterscharen. Nochtans besef ik dat de film wel zoetsappig, clichématig, oscar bait.. genoemd kan worden. Maar toch ben ik er oprecht door ontroerd. Hoe kan het dat ik met de jaren der wijsheid minder kritisch wordt voor de manipulaties van Hollywood? Dit is niet hoe ik mij het volwassen leven had voorgesteld.
Ik was de premisse van de film eigenlijk al helemaal vergeten, maar de manische city trip naar New York is zeker eentje waar men deel van zou willen uitmaken. Het personage van Pacino laat ook absoluut geen ademruimte voor rationele vragen of redelijkheid, hij raast werkelijk maar door, zodat elke mogelijke weerstand verdwijnt als sneeuw voor de zon. Wat een goede keuze bovendien om voor zijn wederpartij een absolute nul als Chris O'Connell te casten. Met een goede acteur was de losgeslagen magie van Pacino sowieso teniet gedaan. Maar met een melkmuiltje, everyman, beta male als O'Connell hebben we een ideaal slachtoffer voor de overrompelende levensvisie van Kolonel Frank Slate. Ook wij als kijkers gaan geheel voor de bijl. Met dezelfde dociliteit als O'Connell, kunnen we enkel maar dromen om ooit zo'n goede mentor als Pacino te hebben, die ons uit deze verlammende impasse zou trekken. De apotheose in de zittingszaal is dan ook bijna van een religieuze schoonheid, hoe de nurkse Pacino als het ware neerdaalt uit de hemel om de koers van de geschiedenis te wijzen. We kunnen alleen maar juichen. Ik snap met de beste wil van de wereld niet hoe ik in 2012 kon beweren dat die prep school scènes geschrapt hadden moeten worden?! Ofschoon de film echt wel een tikje te lang is, zijn deze scènes echt het neusje van de zalm! Ze dragen bij aan de gezelligheid van deze ondubbelzinnig goedhartige prent en zo'n herfstige campus geeft natuurlijk goed op 35mm.
Dat is misschien nog wel de voornaamste reden dat de film mij bij herziening zo goed bevalt. Ondertussen heb ik tien jaar extra de teloorgang van Hollywood blockbusters moeten gadeslaan. Vergelijk bijvoorbeeld hoe visueel afstotelijk een thematisch vergelijkbare film als Green Book wel niet is naast Scent of a Woman. Dat blijft me immers het meest bij van de film, een warme kleurepracht, diepe texturen van rood en zwart, als ware het een doek van Rothko.
Screwballs (1983)
Chaotische film die vanwege zijn fel kleurgebruik en cartooneske slapstick humor nog het meest wegheeft van een bewegend stripboek. Zeer plat en flauw bij momenten, maar zeker genietbaar vanwege de 80's sfeer en de 'straight to the point'-aanpak: er wordt niet teveel rond de pot gedraaid (zoals in hedendaagse platvloerse komedies) met zaken als karakteruitdieping of een samenhangend verhaal. Een soort leidraad is er wel, maar het is een hele bedenkelijke: enkele jongens proberen van het laatste onschuldige meisje op T&A-high (incluis het vrouwelijke lerarenkorps) een sloerie te maken en als ze niet wil, zal ze wel gedwongen worden. Wat tijdens de spetterende climax ook daadwerkelijk gebeurt, wanneer de kleren van haar lijf getrokken worden tijdens het zingen van 'Star Spangeld Banner'. God bless America!
Se7en (1995)
Alternatieve titel: Seven
Na een aantal jaar eindelijk herzien, is me eigenlijk grondig tegengevallen. Natuurlijk is het ontegensprekelijk dat Fincher in bepaalde scènes veel spanning weet op te roepen en vormelijk interessant te werk gaat (alhoewel, die typische jaren '90 grungy generiek..), maar inhoudelijk / qua karakteruitwserking is het banaliteit ten top.
Om te beginnen met Pitt: vreselijk oppervlakkig personage, schreeuwlelijk, die werkelijk met z'n onwetendheid te koop moet lopen. In contrast met de fijn opgevoede Freeman die te pas en te onpas voortdurend citaten uit obligate literaire werken bovenhaalt en met volle overtuiging wijn vraagt wanneer je hem een pilsje aanbiedt. Ook heb ik weinig voeling met de weltschmerz die Freeman hier ten toon stelt: om te beginnen is hij veel te aimabel om geloofwaardig te zijn als iemand die het gewicht van de wereld op zijn schouders draagt, maar bovendien is zijn 'existentiële crisis' nogal pover. Genre "hoe kan ik gelukkig zijn in een stad waar elke dag wel iemand met een pantykous gewurgd wordt?" Dat leidt ook tot een reeks eindeloze quasi-filosofische uitspraken van bedenkelijk niveau: "het is gemakkelijker om een kind te slaan dan het op te voeden" Tuurlijk, Morgan.
Helemaal triestig is dan ook hoe het typische 'flik ontdekt verontrustende band met seriemoordenaar' element uit dit soort films (wmb oneindig veel beter uitgevoerd in Manhunter) hier naar boven komt in het feit dat Freeman's drammerige maatschappij idealen (Iedereen is apathisch! Mensen kaarten liever dan Canterbury Tales te lezen!) weerklank vinden bij Spacey, iemand die, ondanks zijn psychopatische neigingen, wordt voorgesteld als een man met interessante ideeën die je beter niet miskent (zoals lompe Pitt jammerlijk wel doet). Alsof Spacey de banaliteit van het alledaagse ergens op een pijnlijk treffende manier weet te doorgronden. Datzelfde kinderachtige getrap tegen het conformisme beviel me evenmin in Fincher's The Game en Fight Club.
Secret de Khéops, Le (2025)
Zou ik die druilerige maandagavond dan eindelijk het geheim van Khéops mogen ontdeken? Het was ontontbeerlijk dat ik de film tijdens zijn eerste verschijningsweek zou kijken, die eerste week is immers allesbepalend voor de verdere continuïteit van de rolprent. Ik hoop dat Luchini deze steun waardeert en moge de avance sur les recettes tijdens de eerste week al dubbel en dik terugverdiend zijn, sapristi! Samen met mij in zaal 11 van UGC De Brouckère, een vijftal andere zonderlingen die eruit zien alsof ze net enkele tweedehands Rooie Oortjes strips waren gaan kopen bij Evasions.
Het is mij nooit echt duidelijk geweest waarom de Fransen zo geobsedeerd zijn door farao 'Khéops', het lijkt wel hun Toetanchamon. Er is een misdaadfilm uit 2002 'Total Khéops' die slechts één stem krijgt op Moviemeter, wel meteen een vijf, van een zekere 'mafiosi'. Vanop de trein zie ik bovendien elke dag kebabzaak 'Khéops' ergens in Schaerbeek. Dat de zaak ondertussen een librairie is geworden, kan de pret niet drukken.
Verwacht niet teveel beelden van Egypte in deze film, met uitzondering van de openingsscène van 5min speelt nagenoeg de hele film zich in Parijs af. We gaan het geheim van Khéops ontdekken en hoeven hiervoor zelfs niet ons teergeliefde 7de arrondissement te verlaten. Luchini in de rol van avontuurlijke archeoloog is ook een wat eigenaardige keuze, verwacht ook niet dat je de man in safaribroek zult zien verschijnen. Alle archeologen in de film dragen voortdurend geruite foulards, geruite vestons, soms zelfs een geruite ascot op een geruite vestonsmet een geruite foulard over. Toch doet Luchini iets heel dynamisch met zijn vertolking, raar genoeg lijkt hij de laatste tien jaar een steeds energiekere présence te hebben. Dat had ik die halfzachte intellectuele blaaskaak Luchini uit het Rohmer-tijdperk nog niet zien doen. Op het einde citeert hij zelfs Kuifje.
Het verhaaltje is wat kinderlijk, maar gelukkig is er toch een leuk booswicht. Sam Louwyck als een lugubure Belgische kustrover - die overkomt als een soort Albanese variant van Christopher Lee. Grappig is dat men in de Franse film steeds denkt 'l'accent belge' te kunnen nabootsen, maar ik heb warempel nog nooit iemand gehoord in België die zo praat. Sam Louwyck is notabene een Belg, het lijkt alsof hij zich voornamelijk op andere 'Belgen' in Franse films gebaseerd heeft.
Het universum van Le Secret de Khéops speelt wel in op een kinderlijk plezier, met zijn geheime gangen in musea, verborgen kamertjes waarvoor je het juiste boek moet verplaatsen om binnen te geraken, een dubbele laag in een graftombe. Na een halfuurtje voel ik plots een craving voor enkele pralines glacées. Terwijl ik mij naar het UGC snoepwinkeltje probeer te begeven, neem ik per vergissing de branduitgang en bevind ik mij in de ingewanden van het gebouw. De deur valt achter mij dicht en er is geen handvat. Enkel door enorm vernuft weet ik te ontsnappen uit deze Khéops escape room en toch nog het laatste deel van de film mee te pikken.
Secret Window (2004)
Depp-a-thon / Sjonniespectieve
Naar aanleiding van Johnny Depps recente en zeer gemediatiseerde rechtszaak heb ik besloten om een klein retrospectieve aan de beste mans oeuvre te wijden. Waar ik Depp vroeger nogal een oppervlakkige ijdeltuit vond, heb ik toch een zekere sympathie voor hem ontwikkeld de laatste jaren. In tegenstelling tot die andere 90s mooi boy Leonardo Di Caprio heeft ie werkelijk niks gebakken van zijn latere carrière en dergelijke falen roept bewondering op. Ook zijn verspilzucht werkt aanstekelijk: 650 miljoen dollar op een luttele namiddag verliezen, doe het hem maar eens na. In totaal zal ik een twaalftal langspelers met Depp bekijken en becommentariëren ter ere van deze Om esthetisch-ideologische motieven worden de Burtons en de Pirates buiten beschouwing gelaten. De slotavond van het retrospectieve vindt plaats op zondag 16 augustus met de ultieme Johnny Depp film: Donnie Brasco. Kijken jullie mee?
Eerste film van het Sjonniespectieve: Secret Window. Het begint allemaal erg meta, met een verwarde Johnny die witheet van woede een motelkamer binnenstormt, om daar zijn platinum blonde echtgenoot en een Elon Musk lookalike aan te treffen. Ook de naam van het productiehuis vond ik erg toepasselijk. Voor het overige is het geen hoogvlieger, typisch King verfilminkje, Maine-achtige beboste setting aan een meer (alleen speelt het zich ditmaal in een fictief gehucht upstate New York af). Het sinistere houten chalet roept een zekere sfeer op, maar gaandeweg begon ik het meer een gemakkelijke kunstgreep te vinden en had ik het gevoel dat ik dit soort omgeving al tot in den treure waarnam in gelijkaardige thrillertjes, waaronder een recente Netflix productie waar zo'n gozer een griet met geheugenverlies kidnapt (ben de titel vergeten en het heeft hoegenaamd geen belang). De cameravoering is best oké, maar Koepp hengelt iets te ostentatief naar de stijl van zijn filmbroeder De Palma - wiens briljante perversies hij ontbeert om echt gevoelens van vervreemding of waanzin op te roepen. Depp is ook veel te braaf en afgeborsteld voor de hoofdrol, zijn decorum deed me een beetje denken aan dat van een 19-jarig bachelorstudentje communicatiemanagement dat haar examens voorbereidt (vettig haar, duckface, lamlendig in de zetel liggen in peignoir...). Gelukkig wel een leuke bijrol van Charles S Dutton: altijd een meerwaarde die man.
Segno di Venere, Il (1955)
Alternatieve titel: The Sign of Venus
Ha, is er een zachter anesthesia dan neo-realisme light? Het mandolin riedeltje van La Titanus maakt me eensklaps week in het hart. Hoewel deze jaren '50 producties op stilistisch vlak duidelijk zoekende zijn en weinig ruimte voor groot auteurschap toelaten, word ik toch al snel getroffen door de oprechte tederheid van Il Segno di Venere. De wat soap-achtige intriges van de Italiaanse lagere middenklasse, op een moment dat de naweeën van WO II eindelijk gestopt waren, weten mij eindeloos te bekoren. Is er iets ontroerender dan het existentiële ongemak dat een pas verworven burgercomfort kan veroorzaken? Centraal staan Loren als vamp en Valeri als muurbloempje, en net zoals altijd in dit soort opzet zijn wij kijkertjes natuurlijk het meest aangetrokken tot Valeri - wat mogelijks iets zegt over het inferioriteitscomplex van de gemiddelde cinefiel. Nee, maar serieus: wat een innemende, betoverende verschijning die Valeri! Vaak getypecast als kille Milanese feeks (zoals later Il Vedovo van tevens Risi), maar hier is haar charisma warm en genereus. Twee jaar voor Cabiria speelt zij hier al bijna chaplinesk ontwapenend de hopeloze vrijster. Haar aanwezigheid maakt deze op zich routineuze prent een gesofisticeerde aandoening: de beheersing van haar discrete gestes reveleert een introspectie die ik eerder vind thuishoren bij... pakweg een Woody Allen film. "Iedereen bekritiseert Rome, maar... je begrijpt waarom ze het de Eeuwige Stad noemen".
Seize Printemps (2020)
Alternatieve titel: Spring Blossom
Het leest als een briljante daad van verzet: op een moment dat 'content' reuzen als Disney en Netflix ons overladen met nieuwe verhalen van tot dusver gemarginaliseerde groepen en de voornaamste menselijke deugd er uit lijkt te bestaan om niet 'tonedeaf' te doen, komt de dochter van Sandrine Kiberlain en Vincent Lindon aanzetten met een onvervalste ode aan Parijs' privilege. In de Franse filmwereld is het bijna een obligatoire rite-of-passage dat een 'zoon of dochter van' zich bij het bereiken van wasdom plots als debutante openbaart met een wat navelstaarderig werkje. Lindon kiest voor een Franse evergreen: hoe je als Frans meisje pas echt volwassen kunt worden door verliefd te worden op een lijzige, stoïcijnse vent van dubbel jouw leeftijd, uiteindelijk een beetje gekwetst / teleurgesteld te zijn, maar ja, je vervéélde je nu eenmaal gewoon (op een gegeven moment hoor je haar klaskameraadje zeggen dat ze wel boekhouder wil worden, GRUWEL). Het decor voor deze lolitaromantiek is een Parijs opgebouwd uit referenties naar Franse teenage angst klassiekers zoals A Nos Amours (poster in de kamer van Suzanne – zou Lindon naar haar vernoemd zijn?), Diabolo Menthe (het bakvisje in kwestie zweert echter bij een ‘diabolo grenadine’ – waar je, zoals het een echte parisienne betaamt, eens tweemaal aan lurkt om dan op te staan en te vertrekken) en La Boum (de burgerlijke brave feestjes waar de Parijse welgestelde jeugd zich al decennia aan bezondigt – spijtig dat Lukas Vandertaelen er niet was om ons dit concept uit te leggen). De film voelt aan als een niemendalletje, maar heeft een goede inborst en Lindon lijkt een veelbelovende actrice. Ik krijg echte meer sympathie voor deze Seize Printemps wanneer ik dan lees hoe de Franse critici in een Deleuzeiaanse kramp schieten en over elkaar struikelen om deze ‘irreële lege nostalgie” te veroordelen. Cinema moet nu eenmaal de vinger aan de pols houden zoals hedendaagse meesters als Lav Diaz en Bang Wing dat doen (dat het wezen waar die pols toe behoort al veertig jaar ligt te ontbinden, vertellen ze je er natuurlijk niet bij). Als laatste provocatie begint Lindon tijdens de eindgeneriek dan nog wat à la Charlotte Gainsbourg te kwelen met een gebroken piepstemmetje terwijl we ‘réalisée et écrite par Suzanne Lindon’ zien verschijnen.
Sel des Larmes, Le (2020)
Alternatieve titel: The Salt of Tears
Ik wou deze film echt ‘framen’ als een soort Poison Ivy. Misschien omdat de pianodeuntjes mij bevallen en er is ook wat heilzame 90s rock (van Téléphone, wie anders?). De titel doet natuurlijk denken aan ‘The Salt of Joy’ van Dan Reed Network, ja ja, die legendarische evergreen. Evenals: het eerste meisje heeft wat weg van maghrebijnse Sara Gilbert, met d’r krullen, rugzak en ongemakkelijke maniertjes. Spijtig dat we haar niet meer terugzagen ipv die twee andere snollen. Wanneer ze op een gegeven moment met zwangere buik binnenwandelt, voelde ik het: deze film is afgelopen. Ach, ik kan er cynisch en ironisch over lopen doen – maar ik ga niet eens beginnen opsommen wat ik allemaal ridicuul vond aan Le Sel des Larmes, bespaar mij de vernedering – ik voel immers dat deze film nog jaren zal blijven spoken.
Semaine de Vacances, Une (1980)
Het hoofdpersonage van Une Semaine de Vacances is wat in de war. Ze lijkt als het ware niet opgewassen tegen de rompslomp van het moderne bestaan. Het eerste kwartier was ik nog in de overtuiging ontroerd te kunnen geraken door een tedere bloem à la Delphine in Rohmers Le Rayon Vert, maar het madeliefje in kwestie bleek venijnige stekels te hebben. Behoorlijk antipathiek wicht. Het is één gezeur en geklaag over van alles en nog wat. De reden van haar 'dipje' lijkt er uitsluitend in te bestaan dat haar leerlingen 'in plattitudes schrijven' en 'Molière niet snappen'. De andere personages zijn al geen haar beter: Jean Galabru (van de Gendarmes films, ik zat heel de tijd te hopen op een CRUUUUUUUUUCHOT kluchtige woedeuitbarsting) speelt één of andere melancholische lapzwans van een vader die gans de tijd loopt te emmeren over zelfgeschreven toverfeeën sprookjes. Naar alle waarschijnlijkheid verkleedt hij zich soms zelf als toverfee, maar dat laat de film in het midden. Er is eigenlijk heel erg veel wat de film in het midden laat, het lijkt haast een bewuste stijlkeuze. We komen nooit te weten wat er nu eigenlijk schort aan het hoofdpersonage, de interactie met haar leerlingen, haar relatie die dreigt spaak te lopen... Is er in de moderne samenleving eigenlijk ooit wel een zinnige verklaring voor wat dan ook? Valt menselijke interactie nog te doorgonden, of blijft alles troebel door de engigmatische ruis der moderniteit? Wat spijtig dat we niet twintig jaar eerder geboren waren, toen alles nog klassiek en ondubbelzinnig was. Je hoort het al, eenvoudige provinciaal Tavernier heeft hier een soort Antonioni-light van proberen te maken. Was dat om indruk te maken op Cahiers du Cinéma die hem vanaf zijn eerste langspeler verguisde? Dan had Tavernier moeten weten dat Antonioni nu ook niet bepaald de lieveling des huizes bij Cahiers was. Tavernier heeft echt wel mooie films gemaakt later en wat goed dat hij in het ouder worden het waanidee van een Lyonese cinema heeft opgeborgen. Franse cinema gaat immers uit van de dichotomie dat films zich ofwel in de Stad (namelijk, Parijs) ofwel in La Campagne (het naamloze hinterland) afspelen. Een beetje Lyon als grootstad trachten te profileren en de personages geografische bespiegelingen laten maken, wat een pretentie.
Serpico (1973)
Soort kruising tussen La Vita è Bella, Forrest Gump het Jezusverhaal en The Pink Panther Strikes Again. Arme stumperd Serpico met een martelaarscomplex van hier tot Tokio. Verkleedt zich moedwillig als paljas en laat zich verlammen voor het grote goed. Nu kan hij als mankepoot zijn evangelie gaan verkondigen, dat is toch altijd net iets geloofwaardiger. Intussen blijven die laffe flikken maar koffie drinken en smeergeld aanvaarden, terwijl ze waarschijnlijk nooit een rooibosthee proeven. Of een operaplaat beluisteren. Gelukkig weten wij, verlichte kijkertjes, wel beter!
Serving Sara (2002)
Ik ben altijd gefascineerd geweest door Matthew Perry. Terwijl de serie Friends haast een totalitaire verering is van de tirannie van extavert conformisme, was Perry in zijn privéleven een radicale eenzaat. Niet de soort dronkenlap die nachtclubs afschuimt en allerlei baldadigheden uithaalt, maar iemand die zich bedrinkt in isolement. Een radicale opt out uit onze decadente westerse maatschappij die puur om lege collectieve recreatie draait. Natuurlijk zou je kunnen stellen dat dit gedrag noodlottig en tragisch was, het noodzakelijke gevolg van een verslaving. Maar ook een verslaving kan een zekere schoonheid bezitten. De verslaafde leeft met dezelfde ascese als een monnik en verliest in het proces mogelijks al zijn waardigheid, maar daarom ook zijn ijdelheid. Begin mei 2021 bevind ik mij in een staat van absolute lethargie in kamer 401 van de Villa Panthéon. Ik lees enkele artikels over Perry, m.n. één dat stelt dat hij dakloos is, overwintert in New Yorkse penthouses van 15000 dollar per nacht en de barman van het hotel de enige levende ziel is die hij ooit te zien krijgt. Perry heeft zelfs een geheime gang waardoor hij in alle discretie een nieuwe lading alcohol kan gaan halen. Matthew Perry begrijpt de romantiek van te liggen wegkwijnen een een dure hotelkamer. Op een gegeven moment belt hij uit pure wanhoop zijn ouders. Misschien zou ik mijn ouders ook maar eens moeten inlichten.
In de nasleep van dit debacle besluit ik als hommage aan mijn zielsbroeder een kort Perry retrospectieve te houden. Noodgewongen kort, want omwille van de mans vele excessen is zijn carrière nooit echt van de grond gekomen. In de eerste drie films (Three to Tango, Only Fools Rush In en Numb) die ik kijk stel ik alvast een eigenaardige parallel vast: de drie films bevatten elk een verwijzing naar 'tuna melt', een diner delicatesse die ik voordien niet kende. Op basis van een recept van Sofie Lemaire probeerde ik de sandwich zelf te maken. Het smaakte behoorlijk lekker, hoor!
Vervolgens was ik aangekomen bij Serving Sara. De tuna melt in aanslag, begin ik hoopvol aan de vertoning. Helaas was de cyclus hiermee doorbroken, want Serving Sara bevat voor de goede orde géén verwijzingen naar tuna melts. Maar er is genoeg lekkers te proeven in dit niet te versmaden hapje.
Vooreerst is er de schoonheid van de mislukking. Serving Sara werd gemaakt tijdens een tijdperk van optimisme, waarin je overgebudgeteerde gross out comedies, geplaagd door productieprocessen, nog schaamteloos in de zalen kon jagen. Perry moest de set meermaals verlaten om in rehab te gaan tijdens het filmen. Hij ziet er eigenlijk permanent geradbraakt en suf uit. Host maar rond in zijn permanente all black outfit met leren jekker, alsof hij één of andere glazige ritselaar zou zijn ipv de charmante leading man die hij eigenlijk moet vertolken. Zijn gewicht neemt op onbegrijpelijke wijze toe en af, je kunt op basis van zijn nekkwab eigenlijk determineren hoe zijn Vicodin intake op moment van opname was. Perry als hoopje ellende zien, heeft iets heel tragisch, maar ook ontroerend. Door Friends heeft men het soort waanidee ontwikkeld dat Perry geschikt zou zijn als romantic comedy lead of prince charming, maar eigenlijk is hij hiervoor net niet 'dashing' genoeg. Je vraagt je ook af of zijn verslaving niet gestuwd werd door het besef dat hij eigenlijk nooit zou voldoen aan het verwachtingspatroon dat men hem had opgelegd. Dit creëert een buitengewoon vreemde interactie met zijn love interest Hurley, die veel te etherisch is om te kunnen matchen met een soort permanent sarcastische couch potato als Perry. Naast deze ongemakkelijke dynamiek is de film ook totaal remmingloos. Serving Sara kent een hele stoet van kleurrijke bijrolacteurs à la Terry Crews, Mike Judge, Jerry Stiller, Vincent Pastore en zelfs Amy Adams in een vroege rol als feisty Zuiderse del. De humor is buitengewoon platvloers en grotesk, scatologisch van een niveau dat het bijna een soort 'Ubu Roi' voor het MTV tijdperk wordt. De personages zijn allen hebzuchtige zondaars, alle verlossing voorbij, zelfs Perry die vaagweg sympathiek overkomt laat op een gegeven moment op de luchthaven een kwaaie hond los op zijn 'process server' rivaal.
Zoals het komedies van dit tijdperk betaamt, ontbreekt ook alle regie en mag Perry lekker freewheelen. Op een gegeven moment doet hij zich voor als boerse loodgieter uit Brooklyn, en imiteert hij werkelijk het slechtste New Yorkse accent allertijden. Iets daarna mag hij ook nog eens het Britse accent massacreren: plots begint hij zich overdreven verwijfd te gedragen en knoopt hij een foulard van Hurley rond zijn nek, wat geen verklaring krijgt. De gedesinteresseerde minachting van Amerikanen jegens het Verenigd Koninkrijk vond ik wel appetijtelijk, m.n. dat hij beweert dat de Londense wijk Hampstead zich bevindt op de hoek van Abbey Road en Penny Lane.
De combinatie van al deze elementen vervreemden de kijker van het 'It Happend One Night' achtig road movie romantisch reciet, wat natuurlijk wel een evergreen is van de romantische komedie. Tijdens de eindgeneriek begint bakvisje Abra Moore dan nog één of andere girl pop smartlap te kwelen, Someone's Else's Mess, alsof één of ander mellow nummertje plots zou volstaan om de kijker geloof in de romance tussen Perry en Hurley op te dringen. Maar wat als er écht iets zou bestaan tussen die twee, een metafysische schoonheid die niet gevat kan worden door onze voorbijgestreefde kaders van liefde. Misschien heeft dit tweetal elkaar net gevonden in de hijgerige manie van de eindeloze doldwaze capriolen van de film. Lijkt dat zo vergezocht? Wel nu, mijn laatste kijkbeurt van Serving Sara bleek profetisch. In de nasleep van de film heb ik zelf ook een uitzinnig liefdesverhaal beleefd, dat evenzeer begon met een rechtszaak en waarvan de climax zich ontvouwde in de arena van een monster truck spektakel - zoals het slot van Serving Sara. Recent probeerde ik de extase van het moment te herbleven, in het kader van een non-romance in Berlijn. Het bleek ijdele hoop. Mijn vluchtig voorwerp van affectie valt in slaap tijdens de film en terwijl ik de stad probeer te ontvluchten, neemt de airport security mijn gouden JT Dupont aansteker zelfs in beslag. Waar is die kwaaie hond als je 'm nodig hebt?
Set It Off (1996)
Eens! Thelma & Louize Wating to Exhale N Da Hood dus, maar zeker een film met het hart op de juiste plaats. We krijgen relatief veel karakterontwikkeling te zien voor een heistfilm en het is een verademing dat de overvallers voor een keer een stel onbeholpen grietjes zijn die hun plan beramen bij wiet en 40's, in plaats van een stel Ocean's Eleven-achtige gladde alen met rayban zonnebrillen die zelfs tegen hun intimi enkel in toffe kwinkslagen kunnen praten. Bovendien: F. Gary Gray brengt de actiescènes met veel schwung in beeld. Dat had ik niet verwacht. Nog verrassender is het feit dat de sterkste acteerprestatie van Queen Latifah komt, wat een pure brok pathos is ze hier, zeg. Die had blijkbaar ook ooit andere ambities dan de sassy sidekick te moeten zijn. Spijtig dat ze zo een flauwe martelaarsdood sterft, daar ging de film plots even de Darabont-tour op. Andere rollen zijn ook erg goed, met als hoogtepunt natuurlijk DRE
als wapenhandelaar. Don't quit your dayjob, denk ik dan. Nog karikaturaler is compleet nutteloze Godfather parodie. Hou zo een leukdoenerij maar voor de blooperreel, denk ik dan. Altijd het gevaar wanneer de sterrencast meer macht heeft dan de hired hand regisseur. F. Gary Gray, je bent een beta-male. De Assepoester subplot vind ik ook een beetje raar: Pinkett met zo'n arrogant bankiertje dat heel de tijd dwangmatig wil bewijzen dat hij ondanks zijn rijkdom nog steeds deel uitmaakt van de 'community'? Maar eigenlijk enkel zich paternalistisch wil uitlaten over hoe arme ghettomeisjes te weinig ambitie hebben en met een beetje goeie wil er wel zullen geraken? Ik verwachtte heel de tijd dat hij als een enorme bad guy zou geportreteerd worden, maar dat gebeurde niet. Misschien heb ik teveel Spike Lee films gezien?
Shadow of a Doubt (1943)
Alternatieve titel: Een Schijn van Twijfel
Het blijft eigenaardig hoe velen een gevulgariseerde bijnaam als 'The Master of Suspense' (waarschijnlijk bedacht door één of andere filmjournalist die catchy pseudoniemen zocht om een inhoudsloos artikel op te leuken – altijd maar 'Hitchcock' leest niet zo vlot) decennia later nog gebruiken als limitatief criterium om de mans oeuvre aan te toetsen. Ondanks het feit dat Hitchock nooit beweerd heeft 'spanning oproepen' als hoogste artistiek goed te zien, krijg je nog steeds van die verongelijkte reacties in de trant van "hé, hoe flauw, geeft ie gewoon de moordenaar al weg na vijf minuten, dat noemen ze dan the master of suspense, tjonge jonge wat een prutser."
Als je tijdens het kijken van Shadow of a Doubt er echter in slaagt om die door bingewatchen van series onstane tunnelvisie op plotontwikkeling als een louter functioneel instrument van je af te schudden, kom je namelijk tot de conclusie dat de film ten eerste helemaal geen thriller is maar een volbloed drama (Selznick noemde Hitch trouwens 'The Master of Melodrama', maar dat wisten jullie vast al) en ten tweede wel wat meer te bieden heeft dan een halfbakken intrige rond één of andere vervreemde oom. Net als vaker in dergelijke thematiek (zie ook: Teorema) is de indringer maar een artificieel en uiterst inwisselbaar construct dat iets belangrijkers evoceert, in dit geval de groeipijnen van een jong meisje in een levenloze buurt. Het is alsof Hitchcock een willekeurig huis in een willekeurig stadje binnenwandelde (een beetje zoals de faux reportage over de 'All American Family' waar men het in de film over heeft) om daar zonder enige schroom het dagboek van de tienerdochter te doorbladeren en ons vervolgens trakteert op de meest beschamende passages: weerbarstigheid, twijfels en conflicterende gevoelens is wat de klok slaat. De slaapkamer bijvoorbeeld is langs de ene kant een plek van complete apathie en banaliteit (in de openingsscène zien we het hoofdpersonage er in haast vegetatieve toestand een klaagzang voeren over haar saaie leventje), maar langs de andere kant ook een symbool van spanning en ondeugendheid. Wanneer er een (fake) journalist haar kamer wil fotograferen antwoordt ze plagerig en met blos op de wangen: "goh.. waarom zou iemand daar in geïnteresseerd zijn?"
Haar oom is natuurlijk de ultieme katalysator van zulke ambivalente gevoelens: een man die kinderlijke vreugde (zijn triomfantelijke binnenkomst met de trein), ware genegenheid en verlangen (de gegraveerde ring na het familiediner), puberale verliefdheid (hoe ze trots met hem paradeert over Main Street en haar vriendinnen stikjaloers maakt), verwarring (diezelfde rustige straat wordt plots een nachtmerrie waar ze ongecoördineerd tussen claxonnerende auto's zwalpt) en uiteindelijk pure walging teweeg brengt. De scène na de poging tot koolstofmonoxide voelt haast symbolisch aan, als een definitief ontwaken van naïeve bakvis tot jonge vrouw. "Get out" zegt ze met een korte grom waar we het definitief verlies van onschuld in kunnen ontwaren. Maar het einde – zoveel meer dan een doordeweekse happy end – suggereert een blijvende markering, alsof Charlie voor eeuwig gedoemd zal zijn de herinnering aan haar oom met zich mee te dragen en de vraag zich stelt: was dit alles een toevallige speling van het lot of een onvermijdelijke rite-of-passage?
She Couldn't Say No (1954)
Alternatieve titel: Beautiful But Dangerous
Fijne prolo-klucht met Mitchum wederom miscast als arts. De titel She Couldn’t Say No heeft weinig tot geen betrekking met de inhoud van de film, maar was mogelijks het levensmotto van notoire rokkenjager en onverbeterlijke conservatief Hughes die als producer weer maar eens strak de touwtjes in handen had. De film lijkt op het eerste zicht dan ook een schaamteloze verheerlijking van small town USA, waar iedereen ’s avonds de verandadeur openlaat en je gerust een doktersrekening kunt betalen met twee zeugen: de naïeve erfgename van een olie-imperium wil een Arkansaans pauperdorpje met generositeit bedanken, nadat de bewoners haar vader jaren geleden in barre tijden uit de nood hielpen. We zien echter hoe al haar nobele plannen mislukken, daar ze vooral met een pedant Eastcoast accent de hardwerkende dorpelingen preekt over hoe ze geen bedorven moonshine mogen drinken en al haar arrogante grootstedelijke denkbeelden projecteert op deze in se perfect gelukkige stumperds. Ten einde raad besluit ze iedere inwoner dan maar een paar duizend dollar te sturen en hier wordt de toon van de film ambigue: de verrijkte burgers willen plots sleeën kopen en naar California verhuizen, wat nefaste gevolgen heeft voor deze organische gemeenschap en nieuwe gelukszoekers (in een ware horrorscène zien we met een bruuske montage de ene na de andere ‘out of state’ nummerplaat dreigend verschijnen) wegen te zwaar op de delicate fundamenten van het dorpje. Het is een de schaduwkant van de American dream en daarbijhorende frontiergedachte, dat van zodra je erin slaagt om een ietwat stabiele gemeenschap op te richten, de minste disruptie tot onherstelbare chaos kan leiden en een rigide, immobiele en gesloten maatschappij bijgevolg wenselijk is. Bovendien worden de simpele bewoners met een zekere minachting gefilmd: hun systeem van onderlinge ruilhandel is geen idealistische deugd, maar een absolute noodzaak aangezien dit soort volk nu eenmaal te dom lijkt voor geldzaken (blijkt ook uit het feit dat ze hun plotse rijkdom allen misbruiken voor exuberante uitgaven). Eén ding is zeker, het ‘liberal’ principe van overheidssteun wordt met argusogen bekeken en als een vorm van politieke ‘leverage’ gezien: quid pro quo, niets is gratis, voor je het weet zullen deze gulle weldoeners hun verfoeilijke kosmopolitische levenswijze opdringen: gezonde Amerikaanse knapen die graag forrelvissen worden in kostuum gepropt en naar het conservatorium gestuurd, eerzame boerendochters krijgen allerlei gekke ideetjes in hun hoofd over hogere studies in plaats van jong te huwen zoals het hoort.
Siberia (2020)
Abel Ferrara heeft het afgelopen decennium nogal een renaissance doorgemaakt. Ik herinner mij nog goed dat de beste man in 2010, toen ik mij in zijn oeuvre begon te interesseren, gezien werd als een hack, een soort Z-grade Scorsese, die in de jaren '90 mogelijks wel een blijk van talent gaf, maar wiens later werk verstoorde in met bakpoeder walmende chaos. In 2011 werd hij nog uitgejouwd in Locarno, toen hij het podium besteeg en het ene na het andere rocknummer op gitaar begon te spelen. Nu zou er een hele rij staan aanschuiven om een selfie te nemen met Abel, ieders aimabele, crack rokende oom.
Door de doorbraak van de Safdies wordt de rommelige, ruwe werkwijze van Ferrara echter meer op waarde geschat. Hij wordt gekozen als model voor Yves-Saint Laurent. Plots zie je zijn gehavende karakterkop verschijnen op een gigantische billboard op Houston Street (dat spreken we uit als Howeston, niet Hoostoon, mijn lieverdjes) - op de hoek van zijn oude hunting ground.
De film Siberia lijkt exemplarisch voor deze evolutie. Het is een project dat al lang in de steigers stond en door development hell ging. In 2011 ging er een crowdfunding campagne van start voor de film. Met slechts 176 backers werd maar 3% van het beoogde budget van een half miljoen ingezameld. Yours truly draagde zijn steentje bij. Vandaag de dag zou het ondenkbaar zijn dat een film van Ferrara op zo weinig enthousiasme zou rekenen. Uiteindelijk is het een Duits-Italiaans-Mexicaanse co-productie geworden, wat niet veelbelovend klinkt.
In theorie ben ik heel erg gewonnen voor het idee dat Ferrara zomaar aan het freewheelen is en een totaal eclectisch, ongrijpbaar oeuvre aflevert. Langs de andere kant vraag ik mij af of hij zich niet totaal mispakt aan films waar hij zich volledig laat gaan in esoterisch en spiritueel gezwans zowal Tommaso, Last Day on Earth en ook deze Siberia. Niet toevallig drie films met Willem Dafoe in de hoofdrol. Die twee halen het slechtste in elkaar boven. Siberia is uiteindelijk een soort grimmige existentiële art film geworden, met eindeloos veel overpeinzingen, voiceovers, gefilosofeer. Een soort rare mengeling van Malick en Reygadas - misschien was het een vereiste van de Mexicaanse geldschieters dat de film qua vormgeving deze van hun nationale chouchou volgt. Ik wou dat ik meer van de film kon houden, maar eigenlijk vind ik het gewoon irritant en zelfgenoegzaam gezwets. Ik verbaas er mij dan ook een beetje over dat de cinefiele sarcastische ultieme edgelords van Letterboxd à la Felipe Furtado, Wil Sloane en Neil Bahadur dit allemaal als zoete koek slikken. Wat is er zo bijzonder aan ouwe junk Ferrara die de meest rudimentaire levensbeschouwelijke overpeinzingen maakt? Schuld, schaamte, moraliteit, de zin van het leven... ondertussen mag Dafoe natuurlijk ook met menig mokkel liggen neuken. Ik vind de film bij vlagen zelfs exploitatief, Ferrara mist echt wel tact om zaken als de holocaust uit te beelden. Er is een scène met enkele dwergvrouwtjes die zo uit een freak show van begin de 20ste eeuw lijkt te komen. Ironisch genoeg is de enige echt mooie scène een zonovergoten sekwens waar Dafoe met een perfect American family rond een maypole aan het dansen is op Runaway van Del Shannon.
Side Street (1950)
Veelal is de voice-over in de film noir een echo van het geweten van de getroebleerde protagonist die – misschien ten overvloede – de kijker nog eens uitlegt hoe hij steeds verder wegzinkt in een spiraal van verderf (Double Indemnity). Hoewel ook in Side Street foute keuzes en hubris centraal staan, is het in essentie toch een film over de anonimiteit van de grootstad. Mann gebruikt de voice-over op een speelse, haast ironische ‘news reel’ manier en benadrukt de inwisselbaarheid zijn verhaal, één dat in principe iedereen zou kunnen overkomen. New York City wordt voorgesteld als een kille metropool, een kluwen van allerlei louche dealtjes en doublecrosses waar je als onaandachtige buitenstaander toevallig in meegesleurd kunt worden. Vervreemding speelt een belangrijke rol: de protagonist keert na een paar dagen terug naar zijn stamcafé (één van de weinige herkenningspunten in de film), enkel om vast te stellen dat zijn vertrouwde barman spoorloos verdwenen is. Tijdens de achtervolgingsscène veranderen de straten van Manhattan met zijn vele wolkenkrabbers haast in een kubistisch doolhof. Toch is er ook plaats voor menselijke emotie: Mann is een zeer fysieke regisseur en contrasteert de overdreven en engelachtige close-ups van een teder, verliefd koppel (perfect op elkaar ingespeeld na het superieure They Live by Night) met opflakkeringen van bruusk geweld (brutale pistolwhippings, inzoomen op een strak gespannen wurgkoord) en een grote nadruk op textuur (het verfrommelde, steeds wederkerende pakketje, de protagonist die gefrustreerd een krant wringt). Deze schijnbare breuk wordt verzoend in één prachtige scène, wanneer de ideale schoonzoon plots zonder enige moeite in een gladde praatjesmaker transformeert die in een groezelige nachtclub liefdevol een fles whisky deelt met een tragische nymfomane en de vraag zich stelt: komt de noir ‘everyman’ altijd in dit soort hachelijke situaties terecht door het noodlot of is het een bewuste vlucht van zijn kleinburgerlijk leventje?
Signe du Lion, Le (1962)
Alternatieve titel: Sign of the Lion
Rohmer had een hekel aan op vakantie gaan. Waarom de suffe campagne opzoeken als je in het bruisende Parijs woont? Als we zijn films mogen geloven, bestaat er in de Parijse beau monde echter een dwingende sociale conventie om elke zomer het stadsleven in te ruilen voor de weide natuur. Omringd door die grijze betonblokken kan je toch niet van het mooie weer genieten? Nette mensen verkiezen de gezonde berglucht. "Il reste que des clochards!" zegt een van personages aan het begin van Le Signe du Lion onheilspellend. De boodschap lijkt dan ook duidelijk: wie tijdens de zomermaanden in Parijs achterblijft, zal creperen als een schooier.
Slumber Party Massacre II (1987)
Courtney, één van de overlevenden van het eerste deel, heeft haar traumatische ervaringen eindelijk verwerkt en is klaar voor haar volgende pyama feestje! Helaas wordt ze niet meer vertolkt Jennifer Meyers, die erg geinig speelde in de vorige film. Maar dat is dan ook het enige kritiekpunt, want deze sequel is vrijwel op alle vlakken superieur!
Het hele 'slumber party' concept is ten eerste al veel leuker uitgewerkt dan in het eerste deel, waar er nog niet eens een kussengevecht plaatsvond. Bovendien hebben de meiden nu ook hun eigen rockband, wat de 'cheesiness' zeker bevordert. Courtney krijgt voortdurend hallucinaties (soms leuk, soms wat langdradig) over een ongure, in leder gehulde gitarist. Die blijkt niet te komen om een potje te jammen, maar om de meiden te van kant te maken met de op zijn gitaar gemonteerde boor! Lachen geblazen dus, veruit één van de leukste moordwapens uit de jaren 80.
Het spreekt dus voor zich dat de humoristische insteek in dit vervolg nog meer wordt doorgevoerd en dat komt de film ten goede: de chicks acteren nog meer over the top, de kapsels zijn nog fouter en er is zelfs plaats voor enkele muzikale intermezzo's: de moordenaar laat even zijn danspasjes zien en achtervolgt in de laatste scène zijn slachtoffers op 'upbeat 50's rock'.
Ik ben alvast benieuwd naar deel 3!
Snake Eyes (1998)
Herzien, en het is toch wel een pareltje. De geroemde openingsscène is natuurlijk het hoogtepunt: hoe De Palma in de chaotische mensenmassa van een boksmatch de camera beweegt om ons de ene na de andere clue te geven, is virtuoos. Bewonderenswaardig dat de spanning hierna allesbehalve afneemt. Echt een tour de force van een klein uur waar de puzzel ontrafeld wordt a.h.v. bewakingsbeelden, verschillende standpunten van personages etc..
Ik moet wel toegeven dat de film nogal inzakt na de confrontatie tussen Cage en Sinise. Dramatische ontwikkelingen zijn nooit echt de sterkste kant geweest van De Palma. Ook de climax had meer potentieel. De Palma kan erg goed een scène opbouwen waarin verschillende kleine details leiden tot een (noodlottige) conclusie, deed hij grandioos in bv. Raising Cain. Hier voelt het een beetje afgehaspeld, en had hij naar mijn inzien gerust meer zijn tijd mogen nemen. De typische gemoedelijke De Palma epiloog (à la Dressed to Kill) vind ik dan weer wel prachtig.
Social Network, The (2010)
Wat me van The Social Network vooral zal bijblijven is de vlotte montage, de sounddesign en de scherpe look van de film. Ook de dialogen zijn behoorlijk ad rem en interessant geschreven. Ik was tevreden dat er nergens teveel sprake is van oversimplificatie. Maar het flitsende karakter van de film zorgt er wel voor dat de personages en hun interactie nogal vluchtig en oppervlakkig wordt aangekaart. Als geheel is de film weinig opzienbarend of memorabel en weet zich zelfs nauwelijks te onderscheiden van andere 'flashy' films met gelijkaardige onderwerpen.
Some Like It Hot (1959)
In de eerste plaats vooral een erg gezellige film: de setting van de late jaren '20 met zijn speakeasies, brillantine, George Raft en jazz muziek heeft altijd iets bijzonder gemoedelijk (zie ook Woody Allen films als Bullets over Broadway of The Curse of the Jade Scorpion) plus natuurlijk het idee van twee losers op de vlucht, het geeft de kijker het gevoel van een fijne medeplichtigheid. En natuurlijk reizen ze met de nachttrein, lekker knus allemaal. Ik verbaas me dan ook niet dat m'n vader deze film steeds op familieavondjes wou opzetten, naast The Great Escape, La Grande Vadrouille en La Vache et le Prisonnier (ook de Tweede Wereldoorloog leent zich immers goed voor gezelligheid). Maar is een film die slechts gezellig is niet automatisch minderwaardig? Some Like it Hot is immers zeer amusant en bij vlagen virtuoos, maar de film fascineert absoluut niet. Het is een soort prachtige zeepbel die op een gegeven moment onverbiddelijk uiteenspat. Ik kan met de beste wil van de wereld niet geloven dat deze film bij iemand blijft nazinderen. Daarvoor is het allemaal toch teveel oppervlakkige pret? In tegenstelling tot de (enigszins vergelijkbare) films van Frank Tashlin, waar elke kijkbeurt nieuwe ontdekkingen oplevert, is de cinema van Billy Wilder niet uitdagend of avontuurlijk. Zijn stijl is wat de Fransen 'grossier' zouden noemen. En natuurlijk kan je dan wel komen beweren dat de film modern is, sociologische thema's zoals (gender)rollen aankaart, maar dat is toch gewoon inhoudelijke thematiek en heeft niet per se iets met de filmtaal te maken? Ik kwam toevallig dit stukje tegen, dekt de lading wel wat mij betreft.
Someone to Watch over Me (1987)
Gestileerde thriller met typische jaren '80 esthetiek die tracht om klassiek film noir / melodrama te combineren met de hedendaagse 'cop thriller'. Ironisch genoeg blijft de suspense van de misdaadplot op een laag pitje en is het de romantische intrige, normaal altijd vreselijk oppervlakkig en 'tacked on' in dit soort films, die de boventoon voert. Op dat vlak kan de film bovengemiddeld genoemd worden: er is onmiskenbare chemie tussen Berenger en Rogers en ook Bracco weet iets zeer persoonlijk aan haar rol toe te voegen.
Helaas durft de prent de prent nergens van de veilige stramien af te wijken en blijft de (afgezaagde) climax bijgevolg volledig krachteloos.
Somewhere (2010)
Ik verwachtte een afgezaagd statement over de leegheid van showbusiness, maar kreeg in plaats daarvan een prachtig ongedwongen portret van een vader-dochter relatie te zien. Meanderend qua structuur met veel ontwapenende momenten. Gaat bij hier en daar een beetje de Antonioni tour op, al is Coppola veel minder subtiel: de flauwe ontknoping lijkt een toegeving van Coppola's kant om een film zonder narratief wel een traditionele Hollywood 'resolution' te geven. Hoogtepunt is de hypnotiserende schaatsscène.
Sorella di Ursula, La (1978)
Alternatieve titel: The Sister of Ursula
Zeer matige giallo met een povere aankleding. Het hele gebeuren is zo minimalistisch en de dialogen zijn zo nietszeggend, dat het bij momenten een soort soapachtige Antonioni lijkt: 'de perikelen van een stelletje decadente hotelgasten'. Klopt dat de locatie erg mooi is, maar er wordt weinig mee gedaan. Niet zoveel visuele pracht helaas. Het sleazy saxofoondeuntje kent wel een zekere sfeer, maar na een goeie 20 keer ben je het wel beu gehoord.
Slechts één moord is ietwat doeltreffend in beeld gebracht. Enorm amateuristisch is de weergave van de moordenaar: we zien steeds enkel de ogen van een door schaduw omgeven figuur, ook als deze duidelijk in het klare licht staat.
Nog 2* voor het vermakelijk acteren van het 'strekenwijf' uit de titel.
Sorority House Massacre (1986)
Werkelijk alles aan deze slasher is van een erg matig niveau: oninteressante personages, een magere opzet, makke kills en een ongeïnspireerde moordenaar. Gelukkig nergens echt storend, zelfs redelijk vermakelijk vanwege de korte speelduur en de lekkere 80's sfeer (die montage waar de meisjes allerhande overdreven kleurrijke kleedjes passen op cheesy saxofoonmuziek is echt te ridicuul voor woorden.
)
Sotto il Vestito Niente (1985)
Alternatieve titel: Nothing Underneath
Deze vergeten giallo heeft zich duidelijk laten 'inspireren', zullen we maar zeggen, door De Palma's Body Double: bruuske, Hitchcockiaanse zoom shots, de claustrofobische gangen-shot en voyeurisme element. De score is zelfs van Donaggio en klinkt als een goedkoop doorslagje van het Body Double-theme.. maar is toch mooi en sfeervol. Voor de rest een vermakelijk filmpje met veel gratuit naakt en prachtige locaties. (Milaan en Lugano) Er wordt helaas erg weinig in gemoord.
