Ze ligt languit met haar benen op het bankje. Niet gewoon haar voeten ondersteunend, maar volledig plat – alsof ze de treincoupe even haar ziekbed heef gemaakt. Rondom haar, verspreide restanten van een Quick maaltijd, zo rommelig dat het bijna een kunstinstallatie lijkt. De laatste cheesburger is ze luid smakkend aan het verborberen. De papieren verpakking ritselt elke keer ze haar mondhoek raakt. En toch, geen spatje ketchup of kruimeltje op haar zandkleurig broekpak. Ik probeer een glimp van haar gezicht op te vangen, maar haar gekrultangde blonde kapsel verbergt alles behalve haar kin. Met een fluweelzachte stem fluistert ze door een aaneenschakeling van oproepen, vlotjes onderbroken door een kakofonie van TikTik filmpjes.
"Wesh tu fais quoi, gros?"
"J'ai grave chaud, frère"
"Dunhalia malish"
"Il y a pas de geurl? Jure?"
Een aantal uur later lei ik zelf op de bank, voeten naar voor. Op het programma: Loverboy 'Emoties Uit', het pakkende eerste luik van de loverboy reeks waarvan ik een paar dagen eerder 'Vertrouw Niemand' zag. Wat zou het doelpubliek van de Loverboy serie nu graag als versnapering bij de film hebben? Een emmer fried chicken van een ordinaire KFC knock off. Antwerp Fried Chicken, dat kan er wel mee door. Haast verblind door lethargie voeg ik wat willekeurige modaliteiten toe aan mijn bestelling, de teerling is geworpen.
Nadat er zich een kiploos uurtje heeft verstreken, word ik – wellicht gestimuleerd door honger, slaapdeprivatie, het zien van mijn droomvrouw op de trein en de zoveelste wekelijke existentiële crisis – een uiterst onaangenaam gevoel gewaar. Ik besef mij plots dat ik veel meer tijd dan redelijk verantwoord heb doorgebracht met Terrance, Slager, Souf en co. They outstayed their welcome. Doekoe maken, tori doen, allemaal goed en wel – maar is er één van de mannelijke protagonisten die niet totaal misselijkmakend is? Ik begin in te zien dat ik walg van deze film, een zinloze aaneenschakeling van grand guignol geweld tegen vrouwen. Mijn bestelling had al 50 minuten moeten arriveren. Takeaway.com: Vertrouw Niemand.
Ik lees hier wat reacties boven van "zo is de realiteit helaas", maar dat is dus gewoon niet waar. Wat is de artistieke meerwaarde van een subplot over de dochter van een wanbetaler van een pooier die maandenlang in een groezelige kelder aan kettingen wordt vastgetekend en wordt getreiterd als een wild dier? Die loverboy dossiers dat gaat vaak over subtiele psychologische terreur, geen saw-toestanden. Meer dan goedkope sensatie is het niet. Ik kijk even op de Takeaway-app. Nog geen nieuws.
Los van het gegeven dat de mannelijke protagonisten allen totaal verwerpelijk zijn, heeft de film ook gewoon een totale desinteresse in de vrouwelijke personages, die hun louter slachtofferschap nooit overstijgen. Het blijft allemaal zeer male oriented. Ik hoor een brommende motor buiten. In het duister staat er een klein wagentje, een soort Lada, met een half dooreengezakte chauffeur. Hij doet mij teken dat ik de portiek mag open doen. In een kartonnen zak liggen verschillende bestellingen door mekaar, half-open buckets, lekkende saus containers, vettige kruimels overal. Ik gris een willekeurig zakje mee en verdwijn van deze mistroostige drugstransactie sketch. Terwijl ik een hap van een lauwe tender neem, begint de epiloog van de film al te spelen.
De makers benadrukken nog even hoe belangrijk het wel niet is om awareness te creëren voor de loverboy problematiek. Bah. De tender smaakt naar karton. Ik kieper de rest in de vuilbak. Wat een stumperd trouwens toch die Cyriel Guds, ik geloofde voor geen meter dat hij game zou hebben om wie dan ook te versieren, met z'n dwaas ringbaardje. En opnieuw gingen mijn gedachten naar het meisje op de trein: de vanzelfsprekendheid waarmee ze ruimte rond haar innam. Ondertussen, diep in de nacht, was ze wellicht helemaal ergens anders aangekomen; ver verwijderd van Terrance, Souf, Slager, Takeaway.com, wakke kippenvleugels en de hele treurige wereld die ik mezelf had aangedaan.
Alternatieve titel: A Judgement in Stone, 5 augustus, 15:26 uur
"Andreia, blijf van de klanten af."
We zitten aan de bar van Café le Cirque. De bazen zitten in hun vaste hoekje, wezenloos in dezelfde kop koffie te roeren, een doorzichtig voorwendsel om een oogje in het zeil te kunnen houden.
"Maar we zijn vrienden!" kirt Andreia het uit met haar dik Braziliaans dialect.
Pousse café au Cirque na de vertoning van la Cérémonie in Cinema Palace. Een afgeladen zaal 1, de ouverture van het Summer Screens programma. Je moet het die Dardenne broers maar meegeven, een aantal jaar geleden leek het heropenen van de Pathé Palace maar een megalomane grap, ondertussen halen ze betere bezoekcijfers dan de UGC. Van La Cérémonie – een Chabrol film uit de 90s – zijn er nog een stuk of twintig vertonen gepland, als dat geen flex is.
Ik kan niet zeggen dat ik echt zat te popelen om nog maar eens een Chabrol te kijken, maar La Cérémonie bleek de meest immersieve filmervaring in tijden. Waar mijn geest normaal in cirkels tolt met internationale zwendels, diplomatieke schandalen, verboden liefdes, de lokroep van de onderwereld, de neonrode zinsverbijstering, een glimlach uit het oosten... wist Chabrol mij met deze thriller gewoon ouderwets in de film te zuigen, alsof ik nog steeds gewoon een onbezorgde tiener was met niets anders aan mijn hoofd dan keurig door de filmcanon te trotten. Wanneer we in de laatste scène Bonnaire op de gekende dissonante klanken door het duistere landgoed zien dralen, appelleert Chabrol mij bijna psychoanalytisch, alsof deze huis-tuin-en-keuken thriller mijn verleden, onverwerkte trauma's en diepste verlangens ontmaskert, maar tegelijkertijd ook geneest.
Na de vertoning vertelt mijn metgezel mij dat hij dat hij het lot van het personage van Virginie Ledoyen te wreed vond. Zij was toch een oprecht lief persoon; hoewel geprivilegieerd? Dat betwist ik hoegenaamd niet, maar toch voel ik een complicité met Bonnaire. De scène waar Ledoyen ontdekt dat Bonnaire analfabeet is, is echt een sleutelscène. Bonnaire begint haar plots allerlei verwijten naar het hoofd te smijten en probeert haar zelfs te chanteren. Dit is de laatste druppel van de welwillendheid van de familie. Ergens is het ook gewoon tragisch, wanneer je inziet dat het ritueel van 'constructief feedback geven' ook maar een geplogenheid van de elite is. Zo'n Bonnaire slaat maar wild om zich heen.
Plots komt er een sjofele buurman Café le Cirque binnen. Hij bespreekt iets met de bazen en kruipt dan achter de toog om een vuilniszak te nemen. Nog voor hij hem kan meegrissen, trekt Andreia de vuilniszak angstig naar zich toe.
"Geef de man de vuilniszak, Andreia." zucht de bazin van aan haar tafeltje.
"Het is de laatste, ik heb 'm nodig."
De bazin kijkt op haar uurwerk. "Je shift zit er zelfs op, wat kan het jou nog schelen?"
"Ja, maar als ik morgenvroeg aankom, wil ik meteen het restafval buiten zetten."
"Ga naar huis, Andreia."
Is er een beter moment om naar Pet Sematary Bloodlines te kijken de dag van de triomfantelijke terugkeer van Roosje, de stadskat van Diest? Het dier daagde 60km verder op in Strombeek en was erg vermagerd; wat alleen maar kan betekenen dat ze gestorven was en nadien begraven op een lokaal Hagelands behekst dierenkerkof, mogelijks dat in Meensel-Kiezegem dat – in weerwil van het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen – opgericht werd op de vroegere begraafplaats van Oostfrontstrijders, waar onder meer de 'zwarte' suikeroom van Eddy Merckx te rusten ligt.
Ik was in mijn nopjes toen ik het bestaan van deze prequel ontdekte: natuurlijk zaten we allemaal te popelen om de origin story van Jud Crandall te leren kennen. De titel Bloodlines suggereert bovendien dat de franchise een bedenkelijk pad opgaat, 'wrong turn' territory in – deze titel schreeuwt echt 'bas de gamme' en suggereert dat de film maar een Bulgaarse belastingsontduiking was. Of nee, ik vergis mij, de producer van Pet Sematary is blijkbaar ene Lorenzo di Bonaventura; wat een naam die weelde en overdaad oproept! I make-a the nice Pet-a Sematary for you, we-a have-a four-ah more installements planned. One-a for Jud, one-a for Church, one-a for the truck, everybody get-a the origin story
Ondanks de vernietigende kritieken had ik mij voorgenomen om deze film goed te vinden, hoewel ik de remake niet eens zag. Ik kan erg koppig zijn. Uiteindelijk bleek het niet zo moeilijk om trouw te blijven aan dit nonsensicaal principe, want Pet Sematary Bloodlines is een prima genrefilm. Tot mijn verbazing probeert Bloodlines niet zozeer een franchise uit te melken als wel Stephen King na te bootsen. Dat is misschien een bescheiden ambitie, maar wel een eerbare. Een klein plaatsje, een sluimerend gevaar, een jeugdvriendschap die onder druk komt te staan, familiegeheimen, een erfzonde, een kwaad dat steeds opnieuw de kop opsteekt... De vriendschap tussen de drie lokale jongens die om te koesteren blijkt heeft zeker iets Stand By Me-achtig, want de horrorpremise minder routineus doet overkomen en het nodige cachet geeft. Van de film te situeren eind de jaren '60 was ik ook voorstander, hoewel er weinig met deze breuklijn wordt gedaan en de jongeren eerder woke millenials lijken dan hippies of Vietnam getraumatiseerden. Ook ongeloofwaardig is dat jongeren anno 1969 nog uit de bol zouden gaan op Runaround Sue; muziek die toen als oubollig en gênant zou gezien worden. Toen mocht het wel wat psychedelischer zijn. 'Nostalgie' naar pop cultuur was gelukkig nog niet ontdekt in 1969, toen leefden mensen voor pure urgentie in het hier en nu. Runaround Sue spelen zou bijna een Nixoniaanse daad van verzet zijn tegen de vooruitgang. En ja, eigenlijk zit er wel iets heerlijk reactionairs verborgen in Pet Sematary Bloodlines. Het uigangspunt lijkt te zijn dat Amerikaanse huisvaders als morele plicht hebben om bier te drinken op hun veranda. Gaan studeren of je inzetten voor filantropie, allemaal frivoliteiten. De ruggegraat van dit land bestaat uit mannen die hun schommelstoel nooit verlaten en de straat wantrouwig in het oog houden, in de stille hoop dat er nooit iets verandert.
Halflege pizzadoos van Pizza Riva, een fles pepsi. Een verloren zaterdagavond in 2006. Ik zap tussen de kanalen, mijn gedachten elders, wellicht de nasleep van een vrijdagse uitgaansperikelen op de Oude Markt verteren, piekeren over een emotioneel onbereikbaar meisje als Aurélie, of Felien, of Margaux, of Juliette. Mijn concentratie zit op een laag pitje. Tussen het zappen vang ik ellipsen op van Brokedown Palace op VT4; het zoveelste chick flick niemandalletje en locked up abroad onzin. Ik zag Midnight Express, ik zag zelfs De Hel Van Tanger tijdens een schooluitstap tijdens het laatste jaar van de Studios filmzaal; van een last picture show gesproken. Dit is zo'n subject matter dat veelal door sensationele reportages gekaapt en toegeëigend lijkt, zoveel beeldvuil zal per definitie ook de oorsprong aantasten. En toch, ergens nestelen de beelden zich in mijn onbewustzijn. Alsof ik in deze mentaal afgestompte toestand, geveld door de terugslag van flessen Borokov vodka, ellelange jonko's en een caroussel van onbeantwoorde liefde net vatbaar bleek voor de lyriek en levensvreugde van een miskende prent als Brokedown Palace – zij het met uitstel.
Ja, ik heb de film opnieuw proberen te kijken; een bij voorbaat mislukte onderneming om zo'n levensbepalend moment te kunnen herleven. De Pizza Riva is al jaren opgedoekt, VT4 bestaat niet meer en mijn bescheiden onbereikbare liefdes van toen zijn inmiddels vervangen door een eindeloze stoet van exotisch klinkende namen. De schoonheid van Brokedown Palace zit 'm dan ook in de uitbeelding van vrouwelijke vriendschap en vrouwelijk plezier. Een wereldreis naar Thailand om je graduation te vieren, het advies van je conservatieve ouders in de wind slaan. Hawaï wacht wel. Ter plaatse een Amerikaanse advocaat moeten aanspreken die natuurlijk een heuse retainer vraagt. Lou Diamond Phillips als makkelijk corrumpeerbare DEA, iedereen draait eigenlijk gewoon zijn eigen hossel. De spanning van een jarenlange vriendschap van jeugdzondes. Eén van de meest krachtige scènes vind ik wanneer de vader van het personage van Beckinsale (het brave meisje) het personage van Danes (het stoute meisje) een uitbrander geeft vanop veilige afstand van de bamboetralies. "Die keer met de verfplekken op de zetel, de keer toen jullie beiden dronken waren, de keer toen jullie onze wagen in prak hebben gereden." Het is een vriendschap die de nodige gravitas met zich meedraagt, niet gewoon een gemakkelijke pretext voor WIP taferelen. Jonathan Kaplan bewijst zich wederom, naast Jean Negulesco, als de onovertroffen chroniqueur van vrouwelijke genegenheid. Dit gaat ook over een esthetiek, aangezien vorm niet minder belangrijk is dan inhoud, maar inhoud IS! Loutere inhoud bestaat niet, dat is maar een verzinsel van cerebrale slecht geklede nerds als Mark Kermode. Ik lees hier ergens dat de ontberingen in de gevangenis niet erg genoeg zijn. Nou, dat wil ik ook helemaal niet zien, ik ben geen sadist. Geef mij maar twee leuke meiden met een fris geknipt koppie die zich zwoel-gepijnigd voortbewegen als in een videoclip; met dan ook nog eens Silence van Delirium op de soundtrack. Wat wil een mens nog meer? We kunnen toch akkoord gaan dat pakweg de videoclip Pure Shores van All Saints even veel pathos heeft als het gecombineerde oeuvre van Mizoguchi? Nou ja goed, toch nog wat cerebrale kruimels voor de intellectuelen onder ons, want ik vind dat de ontknoping van Brokedown Palace uiterst gesofisticeerd is, bijna Rashomon-achtig zelfs. We komen eigenlijk nooit te weten of good girl Beckinsale zich inderdaad niet heeft laten raaien door de dealer, geïntoxiceerd door de uitzonderlijke mannelijke aandacht die ze plots kreeg. Toch is het Danes die uiteindelijk the rap neemt, als in een soort omgekeerde transfert de culpabilité zoals Chabrol over het werk van Hitchcock schreef. Het is een meeslepend verhaal van zelfopoffering en verlossing, bekroond door een laatste freeze frame op Danes' zijdelingse glimlach, als belofte van een eeuwigdurend paradijs
Terwijl ik langs de bar wandel, zit Kitten nog altijd op dezelfde plaats in de hoek. Ik maak gebruik van Nina's korte afwezigheid om op de tabouret naast haar te kruipen en haal mijn gsm boven. "Kijk, de première van Savage Streets destijds in Brussel, aan Toison d'Or, waar nog steeds een bioscoop is. Je kunt er morgen even voorbij wandelen, het is op vijf minuten van jullie appartement." Savage Streets is Kittens favoriete film. Ze bekijkt de afbeelding op mijn GSM zorgvuldig, alsof het een historisch artefact is. "Ik zag trouwens gisteren nog een film die me aan je deed denken. Road House." Ik voeg er nog aan toe dat het niet om de jaren '80 versie met Patrick Swayze gaat, want die kent ze natuurlijk door en door. Kitten heeft een zwak voor de 80s. "Nee, een film van 1948 van Jean Negulesco met Ida Lupino. Lupino speelt een Chicago torch singer die door verliefde Widmark naar een aftands baancafé wordt gehaald. Lupino doet me erg aan jou denken, ze heeft diezelfde eigenaardige mix van world weariness en diepe empathie."
Wat ik bovendien nog zo bijzonder vind aan Road House, is dat een helemaal geen film noir is. De film neemt rustig, bijna meanderend, zijn tempo om de intrige in melodrama op te bouwen. Waar cafés en nachtclubs in de meeste films van dit tijdperk maar als decor dienen, is de illustratie van het baancafé hier een waardevolle tijdscapsule. Er is een lang uitgesponnen scène over bowlen die ik bijna cinéma vérité, bijna Flaherty van aard vond. Dit alles maakt de sfeer van melancholie, tristesse, je verdriet verdrinken en de nacht braken behoorlijk voelbaar.
Het is dan ook jammer dat Road House naar het einde toe dit freewheelen onderbreekt voor een veel te nadrukkelijke scenaristische ingreep, het lijkt bijna een deus-ex-machina. Tijdens het kijken van de film was ik in ontkenning dat de sfeer zo subliem vond dat ik deze irrealistische wending ging negeren, maar helaas blijft het kleven als smet op het blazoen van deze Road House. De climax met de clair obscur in het bos is wel esthetisch heel mooi, ook heel Flaherty en het is altijd een lugubere flex om te kunnen zeggen 'ik ken deze bossen als mijn broekzak' zoals booswicht Widmark doet. Alleen, laat ons wel wezen, dit is plots toch gewoon een heel andere film?