• 17.997 nieuwsartikelen
  • 184.555 films
  • 12.811 series
  • 35.330 seizoenen
  • 659.065 acteurs
  • 201.064 gebruikers
  • 9.516.532 stemmen
Avatar
 

Logboek

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van yeyo. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026, april 2026, mei 2026, juni 2026, juli 2026, augustus 2026, september 2026, oktober 2026

Selecteer maand & jaar

The Devils (1971) 1,5

gisteren om 21:36 uur

stem geplaatst

details  

The Only Living Pickpocket in New York (2026) 2,5

afgelopen donderdag om 22:55 uur

De kans dat je gepickpoket zal worden in het NYC post-Giuliani is inderdaad uiterst miniem. In New Jersey daarentegen. Ooit verloor ik mijn portefeuille in een marginale afzuipbar in Newark, New Jersey; voor hetzelfde geld ligt hij daar nog steeds, ergens op de Bud Light plakkerige vloer langs de ATM. Ik vermoedde geen kwaad opzet van de Braziliaanse animeermeisjes.
Was ik naïef om te denken dat The Only Living Pickpocket in New York méér zou zijn dan een soort kleffe Hallmark ode aan NYC, dat het witty zou zijn, dat er sappig dialect in zou voorkomen, dat de NYC folklore verder zou gaan dan jabs jegens mensen die in Queens wonen? Online wordt de film vergeleken met de loveable loser cinema van de jaren '70. Maar waar New Hollywood de grenzen van de amoraliteit aftastte, kleurt deze Pickpocket braaf binnen de lijntjes. Gekke jongens, die Amerikanen. Ze kunnen pas sympathie hebben voor een dief wanneer hij ook een halve heilige is die zijn verlamde vrouw verzorgt, hopeloos contact opzoekt met zijn estranged daughter en uiteindelijk een miljoen achterlaat aan zijn naasten, wat hij zelf met de dood bekoopt na een vervelende limorit met Jamie Lee Curtis, wat de film helemaal in Now You See Me Now You Don't regionen laat kelderen. Koppig wilde ik de film bovendien de eerste dag van zijn commerciële release gaan kijken, in AMC Lincoln Square. Wanneer de lichten aangaan, zie ik het raarste cinemapubliek dat ik in mijn leven zag. Het ziet er meer de wachtruimte voor de bussen naar Milwaukee in Port Authority. Verschillende oude dametjes zitten te huilen. Natuurlijk houden New Yorkers van suikerzoet, drink maar eens in een egg cream in een betere Luncheonette. Zelf kan ik de indigestie nauwelijks verkroppen.
Voor ik het besef, rijdt mijn Uber de George Washington Bridge over. Next stop, Newark New Jersey. Waar mensen nog mensen zijn. Omdat mijn vaste stekje de Riviera ondertussen een daklozenopvang is geworden, trek ik naar the Robert Treat Hotel. Waar drie US presidents mij voorgingen. De laatste zijnde Kennedy. Op de hoek is het steakhouse waar Dutch Schultz neergeknald werd.
"Newark? You'll probably get murdered there." laat een bevriend New Yorks filmcriticus mij weten. Toch vervoegt hij mij en gaan we een avond op de lappen. De zwarte gevel van 'The Day After Club', in een anonieme straat. Misschien heb ik mijn hand overspeeld? Toch ga ik naar binnen. Ik word begroet door een engelachtig blond meisje met tourettesyndroom. Ze neemt mijn bestelling op en krijgt drie stuiptrekkingen in haar linkerwenkbrauw. De andere meisjes zijn Braziliaans, zij is... ik weet het eigenlijk niet. Maar ze betovert me.
In het Robert Treat Hotel zit een gigantisch Braziliaans restaurant waar nooit iemand lijkt te komen. Ik zit met een kater rustig een Griekse salade te eten. De ene na de andere caipirinha volgt. Beneveld trek ik opnieuw naar de Day After. Het mysterieuze blonde meisje is nergens te bespeuren.
"Sorry als ik gisterenavond wat onstuimig was..."
"Geeft niet" antwoordt de Braziliaanse barvrouw. "Je was gewoon verliefd."
"Wie was dat meisje?" vraag ik.
"Het was haar eerste dag gisteren, ik weet niet goed waar ze vandaan komt. Wil je haar nummer?"
Het is dinsdagavond en een dode boel in de Day After. De Braziliaanse serveuses zwermen als vliegen om mij heen.
"Mais um drinke gente!!! Vamou la!!"
Ik word wakker in een hotelkamer die naar weed ruikt. Alle lichten branden. Verdoofd voel ik mijn binnenzak. Geen portefeuille te bespeuren. Ik zal mijn kaarten maar blokkeren. Terwijl ik mijn gsm open, verwijder ik per ongeluk een Amerikaans nummer dat klaarstond om op te slaan. Het lege scherm zou me nog lang achtervolgen.

details   naar bericht   reageer  

Les Godelureaux (1961) 3,5

Alternatieve titel: I Bellimbusti, afgelopen donderdag om 13:40 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,0 sterren

details  

American Psycho (2000) 2,0

afgelopen woensdag om 19:01 uur

Sja, mooi geschoten is het allemaal wel. Bedenk ik om maar iets te zeggen. Ik kon er niet aan weerstaan om American Psycho om 10 AM te gaan herzien aan Times Square, in een cinema op 42nd Street. In de 80s –wanneer de film zich afspeelt – zaten hier junkies en hoertjes naar Zombi Holocaust of zo te kijken. Nu zit ik omgeven door een handvol nerds in loungestoelen tvoor een 4K restauratie in een bioscoop die er als een verlaten arcadehal uitziet. De studio heeft de film gerestaureerd en dat mag geweten worden. Na eerst neergeknuppeld te worden met promotieslogans om lid te worden van AMC members fee, begint de film. Alleen lijkt dat maar zo. Eerst is er een voorfilmpje één of andere nerd van Bloody Disguting die de film prijst. Hij heeft zich zelfs verkeeld als Patrick Bateman en doet de 'Hey Paul!' scene na. Erna is er NOG een publictair filmpje, ditmaal van een pop metal band die verzot is van de film. Nog meer spoofs, nog meer nabootsingen, de geek culture heeft eigenlijk alles vergald tot één of ander non-stop zelfreferentieel spektakel. Patrick Bateman is in dat universum maar één of andere super villain met grappige catchphrases. "I have to return some videos". Terwijl het boek van Ellis net iets interessant aanboorde, wellicht omdat hij zelf ook niet ongevoelig was/is voor de lokroep van de Amerikaanse elite. Je kan het Mary Harron natuurlijk niet kwalijk nemen dat genrefilm nerds zich haar film hebben toegeëigend. Maar American Psycho is wel mislukt om andere redenen. Het begint met Christian Bale, die een waardeloze prestatie aflevert als Patrick Bateman. Hoewel zijn 'look' zeer geslaagd en overtuigend is, heeft hij de rol duidelijk extreem zelf-monitorend en maniëristisch opgevat. Het is method acting tot het extreme doorgedreven, naar verluidt ging hij zelfs een keer naar een lunch met Easton Ellis 'als' Bateman, wat laatstgenoemde erg vervelend vond. En het is ook erg vervelend. Het personage komt simpelweg nooit tot leven op die manier. Het is een soort cerebrale zelfanalyse die je op het scherm ziet ontspinnen. Al de running gags met de visitekaartjes, de reservaties, het heeft iets van een SNL sketch. Het is nergens dreigend, ambigu of fascinerend. Di Caprio was oorspronkelijk attached tot het project, die had dat vast beter gedaan. Hij had gewoon Bateman geïnterpreteerd vanuit zijn 'persona', zoals hij later met Jordan Belfort deed, en dat had veel interessanter geweest. Het helpt bovendien niet dat Bale dan geflankeerd wordt door A-listers als Dafoe en Witherspoon die hun rol gewoon 'straight up' hebben opgevat. Het is alsof iedereen in een verschillende film meespeelt. En dat soort slimmige ideetjes maakt American Psycho allesbehalve een betere film. Zo zou Harron aan Dafoe hebben gevraagd of af en toe te spelen alsof hij Bateman schuldig acht, dan weer onschuldig en dan het niet weten. En dan zou ze het geheel willekeurig gecut hebben om de kijker te verwarren. Dat lijkt me vooral een soort Hollywood mythe die men in de nasleep van de opname begint te verspreiden. Dat de film jarenlang in development hell zat en door productieproblemen geplaagd was, blijkt ook uit het eindresultaat. Alles ziet er veel 'cheaper' uit dan je zou verwachten, de scènes in de restaurants bijvoorbeeld, waar de schotels worden gefilmd als in jaren '70 commercials. Dat soort satire maakt anno nu bovendien weinig indruk en voelt gedateerd is, dit is een soort walgelijke 1% elite omdat ze fettucine met gamba's eten? Ik zie eigenlijk niet de meerwaarde van dit überhaupt nog in de 80's te situeren. OK, er zijn plichtmatige verwijzingen naar Reagan en AIDS, maar voor de rest schreeuwt deze hele prent toch jaren 2000? En Chloë Sevigny, dat geloof je nu toch voor geen meter dat zo iemand in het Wall Street van de jaren '80 rondliep? Eigenlijk had Harron er beter aan gedaan door een soort nineties mumblecore film te maken à la 54 of The Last Days of Disco ipv dit nietszeggend pseudo-Bressoniaans verkleedpartijtje. Na de eindcredits mogen we nog even blijven zitten voor de American Psycho geïnspireerde videoclip 'Hip to be Scared' van Ice Nine Kills. Twee mid west speknekken die Bateman-Paul Allen scene naspelen als een Scary Movie skit. De zaal loopt leeg. Het krijtstrepenpak is verworden tot een verkleedkostuum en Halloween komt eraan.

details   naar bericht   reageer  

Tony (2026) 3,5

afgelopen dinsdag om 23:11 uur

De Wacamba Bar - Pizza Surpema pipeline. Hoe vaak moet Anthony Bourdain deze krolse huppeltocht langs Penn Station wel niet in beschonken toestand afgelegd hebben? Modelo follies. Zijn beeltenis hangt er nog steeds, van Bourdain, opgehangen aan de kassa van de Suprema. In de Wacamba Bar herdenken ze de chef maudit op hun manier, minder opzichtig, discreter: met een sensuele fluistering in de booths vanachter, het juiste karaokenummer, de juiste fooi in de decolleté van de Dominicaanse serveuse. Hoeveel nachten heb ik hier versleten? Matrozen, pendelaars, crypto bro's onder tafel gedronken. Het laatste streepje vunzigheid aan Penn Station. Serveuse Lucene verklaarde dat ze – met uitzondering van haar oom – nooit iemand had ontmoet die zo kon drinken. Lucene. "What's your name?" vroeg ik haar. "Lucene." "I'm listening". Abbot & Costello leven nog steeds, in een vergeten dive bar op 8th Avenue. Wat bestellen we in de Suprema? Een 'upside down' natuurlijk. It's the Brooklyn way. De upside downs zijn jammer genoeg op. Dan maar een meatball, ook een solide keuze. De zurige tomatensaus roept herinneringen op, naar gemiste vluchten en verloren liefdes. Ik knabbel rustig verder en probeer vooral niet te denken aan die koude januarinachten. Thans is het oktober en schijnt de zon.
Wat ben ik blij dat ik mij herinnerde dat deze film bestond en dat hij blijkbaar nog in een New Yorks zaaltje vertoond werd. The Village Cinema. Samen met een viertal oude Joodse dametjes die keuvelen over hun plastische chirurgen. Echte ironie trouwens dat deze hommage aan NYC bad boy Bourdain zich niet eens in New York afspeelt maar wel in... Provincetown, Massachuttes. Toch ben ik opgetogen dat deze film niet plichtmatig alle milestones van Bourdain afwerkt maar in plaats een soort 'bildungs' relaas voorstelt. En het resultaat is pure Karate Kid. Het schuchter snulletje dat discipline en mannelijkheid moet leren van een excentrieke oude buitenlander. En belangrijke levenslessen opdoen over hoe je zuipt, vecht, grietjes fixt, shittalkt met Stavros. Ha, dat gejen onder jongens van elkaar tweedegraads brandwonden te laten oplopen. Ik lees hierboven dat de film te mainstream, te voorspelbaar is. Dat valt moeilijk te ontkennen. Maar langs de andere kant vind ik het welgekomen dat een film anno 2026 normaliseert om een romantische protagonist te hebben, die wegvlucht van huis zonder geld, serveuses lastigvalt, slaag krijgt, verzint dat hij een roman schrijft, line cook wordt, een restaurant laat afbranden, allemaal omdat hij smoorverliefd is op een meisje dat hij slechts één keer zag. Enige echte kritiekpunt is dat Banderas volledig miscast is als Portugees. Op het einde zie je de echte Chef, oer-Portugese tronie met een giga van een walrussnor. Een beetje zoals die van de patron in restaurant Bifanas in Brussel. Misschien moet ik daar maar eens gaan aankloppen voor een job als afwasser, in de hoop van levenslessen in ruil te krijgen. Want, jongens, ik krijg die Lucene maar niet uit m'n hoofd...

details   naar bericht   reageer  

Anyone but You (2023) 3,5

afgelopen maandag om 20:04 uur

In flight movies zijn een magisch gegeven. Er bestaan zo van die films die letterlijk gemaakt lijken voor een lange afstandsvlucht, alsof ze zich pas manifesteren na décollage en pas kunnen bestaan in die zone in het luchtruim die tijd en ruimte tart. Een plaats voor reflectie en bezinning. Natuurlijk kan je ook gewoon een film uit het reguliere circuit herkijken, zoals The Departed of The Godfather, maar welke dwaas doet dat – vraag ik mij dan altijd af. Magie kan pas bestaan wanneer je erin gelooft, wanneer je je er hartstochtelijk in smijt, zoals bij een fatale verliefdheid. Daar ergens ver boven de Atlantische Oceaan wacht mij het mirakel van Anyone but You, een verblindend opus van renaissance-waardige kunst. Nochtans waren de condities er niet naar. Ik las de eerste roman van een bevriend New Yorks auteur, en dat was niet bepaald om te zeggen opbeurend. Mannelijke obsessies, mannelijke eenzaamheid, machtsspelletjes, oudere mannen die het onderspit moeten delven bij gewiekste twintigers en hen nadien alsnog aan de schandpaal nagelen, mannelijkheid in crisis, erectie stoornissen, pornoverslavingen, zelfmoord... Hoe kunnen we hoegenaamd nog geloven in de liefde in zo'n klimaat? Anyone but You biedt een onverwachte belofte van hoop. Het is bijna een moderne Frank Capra, een low-cost It Happened One Flight, een bewijs dat een romantische komedie zonder kwalijke agenda nog kan bestaan in het Hollywood van nu. Uiteraard is dit een Sydney Sweeney film. Zij is de koningin van het onbestaande vehikel, de film die waarschijnlijk alleen in je verbeelding bestaat, de met prozac aangelengde dagdroom. De film speelt ook bewust met dit illusoire, dit ingebeelde: de film begint met Sydney Sweeney die dringend moet plassen. In een koffiezaak doet een wildvreemde alsof hij haar echtgenoot is zodat ze kan voorsteken. Ze spelen elkaars geliefde, nog voor ze elkaar kennen. Dan leren ze elkaar verachten. Op een huwelijk in Australië moeten ze opnieuw spelen alsof ze een koppel zijn. Het genre van de romantische komedie leert ons dat noodzaak en lichte dwang eigenlijk de beste ingrediënten zijn voor passionele verliefdheid. Een vogelspin in je broek, samen van een boot donderen, door een reddingshelikopter uit het water gevist worden, in een gênante pose over elkaar kruipen tijdens een vlucht… het is het beproefd Capra recept en het blijft smaken, zoals een lauwe vliegtuigmaaltijd. Chicken or pasta? Waarom niet gewoon allebei? Na jarenlang ontbering luidt Sydney Sweeney opnieuw een tijdperk van overvloed in. Eén waar je samen onbeschaamd kunt meebrullen met een vergeten hit uit 2004 die je tot dusver enkel als reclamemuzak herkende. En je waagt aan de flauwste woordgrapje. "Als negenjarige glipte ik mee in de koffer naar Cinderella." "We gingen naar Coachella" "Hoe kon ik dat weten?! Ik was negen." en "Easy Breezy Martin Scorsese." De paradoxale alchemie van Anyone but You is dat de film door uitsluiting verbinding creëert. Sydney Sweeney valt enkel voor een 6 feet 3 finance bro met blauwe ogen en een eight pack. De personages bewegen zich voort in een oase van grenzeloze luxe, geld lijkt nooit een probleem te zijn in deze trans-Atlantische huwelijksmistoestanden. En toch, Anyone but You is een film die niemand onbewogen zal laten, die iedereen herkenbaar zal vinden en zijn eenvoud helend is – zo louterend dat je onmogelijk nog in staat bent om een volgende film op te zetten, ook al is het nog drie uur tot Newark Liberty Airport. Nu ja goed, nog één aflevering van de Martin Scorsese docu dan. Easy Breezy Sydney Sweeney.

details   naar bericht   reageer  

Le Faux Soir (2026) 3,5

17 oktober, 23:29 uur

stem geplaatst

details  

In the Mouth of Madness (1994) 5,0

14 oktober, 10:41 uur

stem geplaatst

details  

Paper Tiger (2026) 4,5

11 oktober, 12:29 uur

stem geplaatst

details  

Les Héros du Louvre (2026) 2,5

5 oktober, 21:34 uur

Dit jaar kwamen er twee Franse WO II films uit als hulde aan een (over)grootvader. Eerst Notre Salut van Emmanuel Marre, één van de meest vileine films sinds lang. Een esthetiek met een agenda, Marre heeft een film gemaakt die zich afspeelt in permanent grijsgebied, met een intentioneel fletse hoofdfiguur die maar wat aanmoddert en een bewust anachronistische beeldvoering – om dan nadien te kunnen zeggen “ja, maar dat is omdat de geschiedenis zich steeds herhaalt”. Marre lijkt resoluut te weigeren om Notre Salut als period piece te filmen, omdat zelfs het authentiek in beeld willen brengen van het verleden reactionair zou zijn of zo.
Dan leek mij Les Héros du Louvre zijn ideale tegenhanger. Ditmaal een warme hommage aan een grootvaderfiguur, Élie Chouraqui droeg de film op aan zijn grootvader die als bewaker in het Louvre de kunstschatten voor de nazi’s verborg destijds. Papy Sauve la Joconde. Hij droeg ook al verschillende graphic novels aan hem op. Het concept leek mij ideaal te werken als een soort charmante, oubollige WII ontspanningsfilm, aangezien WWII voor 90% van de betrokkenen natuurlijk een soort spannend Indiana Jones avontuur was. Ik dacht terug aan Bon Voyage, van Jean-Paul Rappeneau of Laissez-Passer van Tavernier. Een kleurrijk, dynamisch en heilzaam spektakel. Het heeft niet mogen bieden. Die magische ‘Rappeneau’ touch is ver zoek bij Les Héros du Louvre. Als een pijnlijk ironische plottwist op mijn Notre Salut haat en deze voorbarige verafgoding, moet ik dienaangaande vaststellen dat deze Héros evenzeer een totaal belabberde anachronistische beeldenchaos is. De toon is om te beginnen veel te dramatisch en veel te hysterisch. Het speelt in op de hedendaagse hunker naar ultra-sentiment. Ik miste het plezierachtige, het rocamboleske van wat zo’n clandestiene smokkeltocht door bezet Frankrijk met zich zou kunnen meebrengen. Zoals Jacques Ledoux, de curator van de Belgische Cinematek, die destijds vluchtte voor de nazi’s met een bobijn van Nanook of the North. Dat soort huzarenstukjes maken we eigenlijk niet mee in Les Héros. Meestal kon ik nauwelijks volgen van wat er aan het gebeuren was. Eindeloos vage shots van de camion. Zijdelingse shots van Kad Merad en Marie Gillain die er beiden verward bijlopen, alsof ze zich nauwelijks lijken te beseffen in welke films ze meespelen. Het geheel ziet er meer als een found footage horrorfilm uit dan een jongensavontuur. Rare meta-ingreep ook, de hele film wordt gefilmd door één van Merads zonen met een soort Super 8 camera. Eentje met schijnbaar onuitputbare filmrollen. Het is nochtans oorlog, men moet rantsoeneren. Op een gegeven moment moet Merad met zijn familie zich verbergen in het zolderkamertje bij een door nazi-officieren drukbezocht Frans bordeel. Maandenlang kunnen ze nauwelijks kuchen of bewegen en overleven ze op broodkruimels en aardappelschillen. Maar toch blijft zoonlief het ene na het andere filmrolletje draaien. Anna Frank: the lost tapes, nu op Netflix. Af en toe is er een opflakkering van plezier, zoals de kortstondige romance tussen dochter Lydia (wat een stoot, die Fantine Guyot) en een nazi-officier. “Mam, we kusten maar één keer, ik zweer het!” verkondigt ze wanneer een bevrijdingsmenigte haar komt kaalscheren. Ja ja, wat een mooie romance, ik zie het zo voor mij. Ik: een nazi-officier, baby face, beleefd, hoffelijk, enigszins gehinderd door gewetensbezweren. Zij: een schuchter Frans boerenmeisje met ijsblauwe ogen. Eén kuise zoen. En een paar dagen later wacht mij het vuurpeloton.
Loopt Frankrijk warm voor Les Héros du Louvre, in het tumult van de schoolprotesten? In mei ’68 draaiden de bioscopen ook niet bepaald gouden zaken. Misschien komt de redding van de derde leeftijd. Ergens online zag ik een uitje naar een mistroostig cultureel centrum in Aix-les-Bains ‘voorbehouden voor seniors’, waar er zelfs een shuttlebus aangeboden werd. Lijkt me een overbodige regel, als ik die avond de fauna in UGC Toison d’Or bekeek. Misschien ben ik wel de enige persoon onder de 68 die de film zag. Ondanks de vergijzing verkoopt Les Héros du Louvre niet bepaald zoete broodjes. Een miezerige 200k entrées op een geschat budget van 7 miljoen. En duidelijk hebben ze al allerhande concessies moeten doen waardoor het eindresultaat er zeer low-cost uitziet. Daarvoor komt monsieur tout-le-monde natuurlijk niet meer zijn (door protesterende tieners belaagd) paviljoen uit. Ergens kan ik er de humor wel van inzien dat Chouraqui het verhaal van zijn grootvader maar blijft recycleren in tal van media, zonder al teveel succes en nu ook een heus box office fiasco op zijn naam heeft. Verdorie, wat een stuk toch, die Fantine Guyot.

details   naar bericht   reageer  

Home Again (2017) 3,5

4 oktober, 22:22 uur

stem geplaatst

details  

Hard Luck (2006) 3,0

4 oktober, 00:42 uur

stem geplaatst

details  

City of Lies (2018) 3,5

3 oktober, 21:48 uur

stem geplaatst

details  

Garance (2026) 3,0

3 oktober, 00:16 uur

Hij baant zich een weg door het halflege restaurant, de stapel borden met moeite in evenwicht houdend. Met zijn dressoirs, pillaren en plantbakken biedt de Sole d’Italia niet veel manoeuvreerruimte. Het is een interieur dat zijn beste tijd gekend heeft. Maar ik vind het prima, verborgen in een schuilhoekje, achter een paravent die de tafeleilandjes scheidt. Met pinguïnpasjes komt Gigi mijn richting uit gegleden. Een vage blijk van herkenning, maar echte vriendelijkheid blijft uit.
“Oui?” Hij kijkt me aan met een combinatie van flegma, ongeduld en gelatenheid.
“Strozzapreti siciliana, is dat met aubergine?" vraag ik om maar iets te vragen. Ik weet het antwoord heus wel. Ik besluit het niet te nemen, aubergine zal flets smaken in zo’n toeristentent. Dan maar de spaghetti frutti di mare. Ook dat gerecht zal van bedenkelijke kwaliteit zijn, maar aangezien ik ook al overwoog om linguine met gambas in de Brussels Grill te nemen, is de nivellering naar de afgrond duidelijk ingezet.
Terwijl Gigi weer weg waggelt, bedenk ik mij. Had ik toch niet beter gewoon bolognese genomen? Ik durf Gigi echter niet te storen, dat zou onze gevoelige verstandhouding dreigen te verstoren.
Vanavond op het programma: Prince of Darkness, om 21u30 in de Cinematek. Een film die ik al eindeloos zag, maar waarvan de dreigende sfeer mij steeds weer kan verdoven. De vraag is enkel of de vertoning wel zo aangenaam zal zijn. Bij Big Trouble in Little China voorbije maandag zat de zaal stampvol. Met het soort gelegenheidsbezoekers die het graag ‘lekker cult’ hebben. Van de 80’s en synthesizermuziek houden door Stranger Things. De deuntjes van Carpenter ontdekten in een TikTok montage. Eigenlijk is het onbetamelijk voor mij om Prince of Darkness te herzien in een volle zaal. Dat is bijna zoals het weerzien van een oude vriend, dat hoort toch ook in een intimistische setting? Een beetje zoals mijn schuilhokje hier in de Sole d’Italia.
Ik verorber de pasta met weinig voldoening. De tomatensaus smaakt artificieel olieachtig, alsof het uit een stoomzakje komt. Intussen is het kwart na negen. Als ik de film wil halen, moet ik nu vertrekken. Of zou ik in de plaats nog een dessert nemen? Heb ik eigenlijk wel zin om naar de Cinematek te gaan? Heel die Kunstberg opklimmen. Om dan de fijne museumsfeer te moeten ondergaan die eigenlijk al meteen de belofte van een unheimliche, moeilijk classificeerbare Carpenter verknalt. En dan dat medepubliek. Doorgaans is er eigenlijk bijna niemand in de zaal die ik niet onuitstaanbaar vind. Ze kunnen nooit gewoon eens gekleed komen met een jeans en een vestje aan. Nee. Er moet altijd iets niet kloppen. Dan hebben ze in plaats van een gewone broek een soort rare legging aan. Je zou denken dat ze zichzelf gewoon gedrapeerd hebben met wat willekeurige troep van de kringloopwinkel en eigenlijk is dat ook zo. Alleen is er wel over nagedacht, het moet het juiste register van gesofisticeerd sjofel uitstralen. Daar kruipt heel wat tijd en moeite in. Ik bekijk mezelf in de met goudkleur omlijste spiegel aan de andere kant van het restaurant. Zelf zie ik er meer uit alsof ik naar het huwelijk van Jeff Bezos in Venetië ga. Dat kan decadent klinken, maar ik besteed veel minder tijd en moeite aan mijn kledij dan die voorspelbare pseudo-bohémiens van de Cinematek. Om de drie maand trek ik naar de Brunello Cucinelli op de Waterloolaan en vraag: “geef me uw allerduurste ensemble.” en dan kan ik er weer even tegen.
Ik besluit toch maar een dessert te nemen. De chocomousse is ‘fait maison’. Dat kan niet tegenvallen.
Misschien moet ik in de plaats gewoon naar de laatavondvertoning van een willekeurige Franse publieksfilm in de UGC de Brouckère. Daar tonen ze tenminste nog films na 22u. En er zit bijna niemand in de zaal, laat staan stinkhipsters. Ik begrijp ook niet waarom een vertoning van Prince of Darkness per se een soort cultuurpronkend event zou moeten zijn. Dat is toch gewoon een sfeervolle griezelfilm? Ik zou zo’n film met gewone mensen willen zien, mensen die gewoon op zoek zijn naar een kort verzetje op vrijdagavond. Mensen zoals Gigi. Het feit dat de Cinematek er – ondanks miljoenen subsidies – niet in geslaagd is om mensen zoals Gigi aan te trekken, toont eigenlijk dat ze grandioos gefaald hebben in hun taak als openbare instelling en dat de geldkraan meteen dichtgeschroefd zou moeten worden.
Ondertussen staat mijn chocomousse in een gigantische zilveren coupe op de toonbank. De bruine brij ziet er inert en onnatuurlijk uit. Gigi heeft duidelijk niet veel zin om te bewegen. Het geeft niet, ik heb onverwacht toch wat meer tijd. Uiteindelijk komt de andere ober mij de chocomousse op tafel zetten. Het dessert ziet er zo banaal, zo weinig triomfantelijk uit, dat de ober zijn ogen bijna verontschuldigend neerslaat.
In zaal 5 van UGC de Broukcère zitten slechts drie andere mensen. Ideaal om de melancholie van de vrijdagavond over je heen te laten komen. De film Garance duurt twee uur. Het is een film zonder stilistische franjes, zonder eigenzinnig artistiek uitgangspunt. Het is een eenvoudige dramafilm waar Adèle Exarchopoulos worstelt met een alcoholverslaving. In een tijd waar dit soort premisses volledig gekoloniseerd zijn door series, TV, reportages en Instagram reels, maakt de Franse filmindustrie er gewoon een miljoenen kostende langspeelfilm van. En er komt niemand opdagen. En het volgende jaar zullen ze denken: “wat als we nu eens een eenvoudige dramafilm van 2 uur maken waar Adèle Exarchopoulos worstelt met een bipolaire stoornis?” En die zal ik ook komen kijken.
Bij het buitengaan staat één van de bezoekers in een rij achter mij ook net recht. Zijn imposant silhouette verspert bijna het hele gangpad. Net wanneer ik wil vragen om voorbij te gaan, zie ik dat het Gigi is. In een mistroostige zwarte kway, bijna onherkenbaar zonder zijn schort. Nog voor ik iets kan zeggen, geeft hij mij een begripvol knikje en vervolgens verdwijnt hij, sneller dan zijn lichaam eigenlijk zou mogen toelaten.

details   naar bericht   reageer  

The Silence of the Lambs (1991) 2,0

30 september, 10:19 uur

stem geplaatst

details  

Big Trouble in Little China (1986) 3,5

28 september, 22:49 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,0 sterren

details  

Link (1986) 2,5

27 september, 22:35 uur

stem geplaatst

details  

The Untouchables (1987) 5,0

26 september, 21:27 uur

Die zaterdagavond storm ik de Cinematek binnen in een glasheldere roes van slaapdeprivatie. De contemplatie van een stripclub verlaten bij daglicht, de vermoeiende hofhouding met allerlei grillige creaturen van de nacht en dan de euforie van totale uitputting, mijn enige modus operandi om ook maar iets te voelen en toegang te krijgen tot die poort van het eeuwig leven getiteld 'The Untouchables'. Bij het plaatsnemen voel ik me kwetsbaar en ervaar ik zelfs een zeldzame samenhorigheid met mijn medepubliek, die aanstellerige stinkhipsters. De schrik dat het allemaal zou kunnen verglijden, dat het allemaal plots gedaan zou kunnen zijn, wordt verdreven door Ennio Morricone's main theme. De bassen dreunen door de zaal, even waan ik mij opnieuw in de Rue du Cirque en zie ik Isadora sierlijk langs de paal zweven.
Met The Untouchables heeft De Palma een film gemaakt die zo ondoorgrondelijk is in zijn stilisme, zo afstandelijk in zijn bombast dat hij er paradoxaal genoeg bijna menselijk door lijkt. Dit is de enige film van De Palma waar hij zich totaal laat meeslepen door diepmenselijke noties als camaraderie, heroïsme, zelfopoffering, integriteit, broederschap, empathie, glorie… In plaats van dat gewoon ‘en premier degré’ te spelen, etaleert hij dat op zijn eigen, lichtjes buitenaardse manier. Met barokke aankledingen, eindeloze camera pans, pirouettes en tilts, een zeer aanwezige score, stripboekachtige composities en een aanhoudende agitprop montage. De Palma is bang van echte emoties, durft het niet straight-up te spelen, dus verhult het aan de hand van een sacrale verering van allerhande prullaria. Een steunbriefje van Costners vrouw. Een gefaalde missie. Hij keilt dat briefje zo de rivier in. En dat wordt dan de meet-cute tussen Costner en Connery, straatvervuiling als pretext voor een eeuwige vriendschap. Later komt dan een sinistere spiegeling van dit briefje terug, het adres van Connery op een luciferdoosje dat tweemaal terugkomt. Maar dan evenzeer, Connery in een bloedplas die ligt weg te kwijnen en in zijn doodstrijd naar een voorwerp grijpt. Costner denkt dat hij zijn scapulier wil, sentimenteel, godsvruchtig. Maar eigenlijk wil hij hem een laatste aanwijzing tonen. Zelfs met de dood in de ogen is mannelijke vriendschap een spel van kwinkslagen. Zo bereikt De Palma grootsheid in deze film. In een hartverscheurend moment zorgt hij voor een perfect gekalibreerde komische noot, die de tragedie niet ontkracht, maar net verheft tot iets goddelijk.
Elk lijk in The Untouchables is gefilmd in deze grandioze grand guignol pose. En toch wordt elk mensenleven met waardigheid betreurd. De accountant comic sidekick die daar dood in de lift ligt, dat gaat door merg en been. En Costner die stamelt nadat hij die handlanger doodschoot in de Canadese cottage. “Ik zei je toch niet te bewegen… ben je… doof of zo??” Een paar van de stinkhipsters lachen in de zaal. Het post-Pulp Fiction publiek heeft geleerd dat elke post mortem oneliner hilarisch is. Maar het beven in Costners stem verraadt dat hij getroffen is door de menselijke broosheid. Wat ook maakt dat de dood van Sean Connery één van de moeilijkst te kijken scènes allertijden is. De tranen springen me telkens in de ogen. Ook als kind vond ik deze scène bikkelhard. Eigenlijk vertrouw je best op je smaak als kind, toen wist ik al dat The Untouchables een superieure film is, in je onderbewustzijn ervaar je dat gevoel voor grootsheid al.
Destijds heeft mijn grootvader mij deze film aangeraden. Ironisch genoeg denk ik dat mijn gevoeligheid met de dood van Connery te maken heeft met dat ik het als de dood van een grootvaderfiguur zag, van een bijna religieuze hogere autoriteit die steeds over je waakt, zoals enkel een grootvader dat kan. Sean Connery met zijn potloodsnorretje was precies het soort autoriteitsfiguur die indruk op me maakte. Ooit vroeg ik mijn grootvader zelfs of hij geen snor wilde laten staan, dat zou er vast cool uit zien dacht ik toen. Hij deed het, mijn grootvader had alles voor mij over. Alleen kwam de snor niet zo goed door, het zag er nogal belabberd uit. Mijn oma beval hem dan ook snel om dat ding af te scheren. Vijfentwintig jaar later kijk ik The Untouchables opnieuw. Mijn grootvader is intussen al jaren overleden. Tijdens de vertoning valt de snor van Sean Connery mij opnieuw op. Eigenlijk doet hij me wel wat denken aan de snor van Vasilis, de 68-jarige Griekse stripclubuitbater van de zaak waar ik de vorige nacht doorbracht. Zo heb ik mijn besnorde grootvader toch nog gekregen.

details   naar bericht   reageer  

La Maison de Nos Rêves (2026) 2,0

22 september, 23:14 uur

stem geplaatst

details  

On the Bowery (1956) 4,0

18 september, 12:49 uur

Hij bestaat nog steeds, The Bowery. Ondanks de geruchten. Ik kan het weten, want ik heb er veel tijd versleten. Veel flophouses en goedkope kroegen zul je er echter niet meer vinden, eerder luxevastgoed en hippe cocktailbars. En toch, de aanwezigheid van Chinatown zorgt toch nog steeds wel voor een koortsachtige inner city ervaring van dog-eat-dog NYC. Tussen de fijne boetiekhotels van 500 dollar per nacht, vind je er nog een paar. Allemaal op de block tussen Grand St en Hester St. The Sun Bright Hotel. The US Pacific. The Bowery Lodge. The New World Hotel. Milano’s Bar.
Lionel Rogosin is maandenlang in de Bowery ondergedoken voordat hij deze film maakte. Goedkope muscatel wijn gedronken. Zijn geld verloren met three card monte. Hopelijk familie-erfstukken moeten verpanden om het budget rond te krijgen. Zou hij ook een paar nachten doorgebracht hebben onder kippengaas, zoals we in de film te zien krijgen? In ieder geval, het heeft zijn vruchten afgeworpen en blijkt uit de spontane vorm van de film. Ze noemen het een docufictie, maar eigenlijk is het gewoon een genre op zich. Bowerycore. Het begint al met het hoofdpersonage Ray, die er normaler en burgerlijker uitziet dan de andere karakters die we te zien krijgen. Het is bijna een soort alterego van Rogosin zelf, geen local, maar een establishment man die undercover gaat. Hij heeft zelfs de gelaatstrekken van een 50s Hollywood leading man, hoewel hij een non-acteur was die een paar jaar na de film ergens in een steegje lag, gestikt in zijn eigen braaksel. Na In The Bowery had Hollywood Ray 40.000 dollar geboden om acteur te worden. Hij weigerde, hij wilde liever op de Bowery blijven.
De immersieve aanpak van Rogosin zorgt voor een speelse samenzweerderigheid met de personages, het komt eerder opbeurend dan meelijwekkend over. Ik begrijp dan ook niet waarom die professor van de INSAS tijdens de vertoning – terwijl de zoon van Rogosin er geen speld kon tussenkrijgen in zijn nochtans uitstekende Franse – voortdurend ratelde dat dit de meest griezelige film was die hij ooit zag, dat de gezichten die we te zien krijgen angstaanjagend zijn en dat het een heuse prestatie was van vader Rogosin dat hij deze mensen een stem geeft. Het kwam allemaal door en door neerbuigend over, alsof dit caviar gauche sujet de innovatieve blik van avant-garde cinema nodig heeft om iets van empathie te voelen met de Bowery boys. In een kort segment vertelt Martin Scorsese – die om de hoek van de Bowery woonde en een paar van de gefilmde figuren persoonlijk kende – dat hij ooit met een three day stubble voor een Bowery boy gezien werd. Dit is eigenlijk de insteek van die INSAS professor: een sjofele look als 'bohémien' cultiveren, maar zelf geen associatie of skin in the game met de marginaliteit willen. Na de film beklagen de lokale hipsters zich erover dat je zo’n gezichten als in de film niet meer in Brussel ziet. Natuurlijk zijn ze er nog, maar gewoon niet in Brasserie Verschueren, waar als dakloze geklede bobo’s omringd door gelijken klagen over gentrification. En het is natuurlijk allemaal de schuld van het grootkapitaal en extreem-rechts. Maar wat zou hun chouchou Mamdani doen met zo’n flophouse? Stante pede sluiten natuurlijk wegens insalubre, en de eigenaars strafrechtelijk vervolgen. In de film zien we echter wat een waardevol ecosysteem zo’n flophouse is. The ‘Doc’ mag er twee dagen gratis overnachten. De uitbater Walter weet dat hij wel over de brug komt vroeg of laat. Ik daag je uit om dat eens in één van die faux-dive viersterrenhotels van de Lower East Side anno nu te proberen. Ergens zijn we de menselijkheid van dit exploitatief systeem verloren.
In de januarikoude trotsteer ik mij door Mulberry Street. Ik duik een lokale vreetschuur binnen ; en Italiaanse tourist trap in waar de Portoricaanse obers zoveel brillantine in hun haar hebben dat ze Italian-American geworden zijn en een onbestaand nummer van Frank Sinatra steeds op dezelfde strofe hapert. Nog een Montepulciano, en nog één. Nadien waggel ik de Milano’s Bar binnen op Houston Street, die eeuwige duisternis at noon, het laatste schuilhok van de Bowery. Ik zit echter omringd door blanke crypto bro’s die nasale monologen voeren over ijshockey. “Do you wanna start a tab? Can you get me your credit card?”
Met een plastic zak vol flessen Old English 800 stap ik de walk-up van de US Pacific Hotel binnen, langs de steile trap. In het receptiekotje met kogelvrij glas betaal ik de 100 dollar deposit voor intrek van onbepaalde duur in dit modern day flophouse. In mijn kamer zijn er geen ramen. Een hygiëne-kit ligt klaar met een dunne tandenborstel en tandpasta, dat is die Chinese gastvrijheid. Ik leg mij op de harde matras en kijk naar de vochtplekken op het plafond. In mijn verbeelding verschijnt er kippengaas. Hier kan ik wel even blijven.

details   naar bericht   reageer  

La Donna della Domenica (1975) 3,5

Alternatieve titel: The Sunday Woman, 17 september, 23:50 uur

stem geplaatst

details  

Les Galettes de Pont-Aven (1975) 4,0

Alternatieve titel: Cookies, 12 september, 19:52 uur

stem geplaatst

details  

Hôtel du Nord (1938) 4,0

12 september, 16:21 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,5 sterren

details  

Le Survivants du Che (2026) 2,5

Alternatieve titel: Che Guevara: The Last Companions, 12 september, 02:02 uur

stem geplaatst

details  

Wake in Fright (1971) 3,5

Alternatieve titel: Outback, 12 september, 00:57 uur

stem geplaatst

details  

Nid de Guêpes (2002) 1,5

Alternatieve titel: The Nest, 5 september, 22:51 uur

stem geplaatst

details  

Notre Salut (2026) 2,5

Alternatieve titel: A Man of His Time, 4 september, 23:07 uur

stem geplaatst

details