Meningen
Hier kun je zien welke berichten yeyo als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Gambler, The (1974)
James Toback is ondertussen persona non grata geworden in Hollywood. In interviews komt hij effectief over als nogal een engerd, narcistisch, misschien zelfs wat sociopatische trekjes. Toch moet je bewondering hebben voor de sensibiliteit waarmee hij als 28-jarige het scenario van The Gambler schreef - autobiografisch op de koop toe. Welke twenty something aspirant-schrijver in het Hollywood van nu kan bogen op ervaring als gokverslaafde, met schulden aan de maffia? The Gambler is erg zenuwslopend, kent een spannend verloop en zal herkenbaar zijn voor iedereen die ooit geworsteld heeft met enige verslavingsproblematiek. Toback legt de vinger op de zere plek, namelijk dat de gokverslaafde niet per se uit is op winnen, dat zijn honger zelfs niet gestild zal worden bij eindeloze successen, maar dat hij eigenlijk ferm op zijn bek wil gaan. Zo krijg je immers 'the juice' zoals Caan het op een gegeven moment verkondigt. Het toont aan hoe de verslaafde gestuwd wordt door zelf-destructieve, seksuele driften, jezelf naar verdoemis helpen als levenselixir. Wat is er meer opwindend dan erg veel geld verkwisten? Ik herinner mij hoe Jean Eustache (nog zo'n notoir flambeur) zei dat hij "ne bandais jamais aussi fort" dan na alles te verliezen. Het uiteindelijke slot in het cabaret en rendez-vous hotel is hier ook exemplarisch voor en vintage Toback (altijd geobsedeerd door Afro-Amerikaanse viriliteit) en hoewel deze plotse wending als bedacht kan overkomen, was ik toch blij met deze zeldzame inkijk in een Harlemse 'bar montant' van weleer. Dat waren nog eens tijden!
Ondanks het gewentel in grootstedelijke vuiligheid, verbaast ook de tederheid die Toback soms betuigt (die absolute nul van een Karel Reisz had sowieso niks in de pap te brokken). De familieachtergrond van Caan is niet de gebruikelijke stock-in-trade, maar een dubbelzinnig gegeven dat zijn pathologie verdere diepgang geeft. Zijn moeder is een succesvol chirurg, zijn grootvader een self made man. Misschien een beetje een ordinaire commercant, Caan geniet zeker meer sociale prestige als universiteitsprofessor, maar wat koop je ermee aan 1500 dollar salaris per maand? Deze ambiguïteit is ook aanwezig in de liefde die Caan voor zijn moeder voelt. Langs de ene kant is er een verpletterende affectie: wanneer hij double or nothing gaat krijgt hij projecties van herinneringen aan haar terwijze van schuldgevoel. Maar wanneer zijn grootvader hem later confronteert met het verdriet dat Caan zijn moeder aandoet, stuit hij op een muur van kille onverschilligheid.
Gang Related (1997)
Alternatieve titel: Criminal Intent
Ik had nooit gedacht dat ik James Belushi zo prominent aanwezig in een film zou zien. Was dat een beetje een toevallige samenloop van omstandigheden of leek dat iemand oprecht ... een goed idee? 2pac is charismatisch zoals altijd, maar heeft een beetje een ondankbare bijrol als sidekick. James Earl Jones 'esquire' redt de boel bijna, met een begeesterde vertolking als Meest Gehaaide Advocaat Ooit. Echt zo een confrater die met de loutere eloquente der geste vertrouwen en ontzag oproept. Mijn droom is om ooit zo overtuigend als hij iemand te sommeren om zich neer te zetten. Eigenlijk keek ik deze film enkel voor de bescheiden geneugte van Made N*ggaz van 2pac (FEATURING The Outlawz, te weten: Kaddafi, E.D.I. Mean, Napoleon, Hussein, Fatal, Kastro...) ooit eens tijdens een eindgeneriek te horen. Het is eens iets anders dan voor de zoveelste keer op YouTube. Tot mijn ontzetting wordt Made N*ggaz (nochtans opgenomen op de soundtrack, uitgebracht door Death Row Records) helemaal niet gespeeld en krijgen we wel 'starin' at the world through my rear view'. Toegeven, die shit gaat ook hard, maar wat is in vredesnaam het thematisch verwantschap? Spijtig dat we het Pac nooit meer gaan kunnen vragen!
Gas Food Lodging (1992)
Deze film verdient meer eer
Grondig oneens!
Ik verwachtte heel wat van GSL, aangezien ik Mi Vida Loca van Allison Anders erg goed vind. Of nee, ik denk vooral dat ik Mi Vida Loca erg goed vind, aangezien ik nu eenmaal niet kan aanvaarden dat een film over een meidenbende in east L.A. géén meesterwerk zou zijn.
Terzake: GSL is echt weer zo'n Hilary Clinton cinema waar de Amerikaanse arbeidsklasse wordt opgevoerd als lieve huisdieren. "Ach kijk, ze eten koude pizza uit de ijskast, aandoenlijk" "Ooh, de hillbillies zijn verliefd, hoe schattig" Allemaal natuurlijk bijgestaan door de voice-over van een sarcastische, lichtjes excentrieke tiener die als brug fungeert tussen het gecultiveerde publiek van indiecinema en de heikneuter-personages.
Omtrent het personage Trudy is er nog een zekere oprechtheid, maar in zijn ergste momenten deed deze film me haast denken aan ... durf ik het zeggen ? ... een proto-Five Billboards !!! 
Gendarme et les Gendarmettes, Le (1982)
Alternatieve titel: De Gendarme in Paniek
Le Gendarme et les Gendarmettes heeft de kwalijke reputatie om een hele enge, seksistische en racistische film te zijn. Het hoeft geen betoog dat ik verwachtte dat dit mijn favoriete Gendarme film zou worden. Die belofte werd helaas niet ingelost, al ben ik wel minder streng voor de film dan vele anderen. Ik moet eerlijk toegeven dat ik toch ook lichtjes ongemakkelijk werd van bepaalde momenten, m.n. hoe die groteske gendarmes aan het glunderen waren over het vrouwelijk schoon vond ik eigenlijk even akelig als Deliverance. Erna volgt dan nog eventjes een uitgebreide rimboefantasie van De Funes over 'Yo Macumba'. De toeschouwers in Cinema Palace gaven geen kik. De humor in deze Gendarme reeks is soms echt tenenkrullend, niet omdat het 'fout' of iets dergelijks zou zijn, maar wel omdat het zou oubollig en belegen is dat de hedendaagse kijker er ongemakkelijk van wordt. Een beetje het equivalent van een genant ouder familielid dat hoopt om eens lollig uit de hoek te komen. Als kind was ik altijd bang van 'soeur Clotilde' en dat is met de jaren nog niet veranderd. Wat een potsierlijke verschijning. Wat mij langs de andere kant wel erg bevalt aan deze reeks is hoe de Franse beleefdheidsregels in het belachelijke worden getrokken. Het spel van orders geven vs. gehoorzaam doen biedt mogelijkheden voor eeuwigdurende sketches - die op de koop toe nog niet eens zouden gaan vervelen, zolang we kunnen vertrouwen op de monsterlijke grimassen van De Funes en Galabru. Wat hadden die twee toch een totaal gebrek aan schroom om zichzelf lelijk te maken; daar kan Juliette Binoche nog wel wat van leren. Bovendien zien ze er allebei in behoorlijk slechte doen uit in deze film, alsof ze op elk moment zouden kunnen bezwijken. Decennialang camembert vreten en wijn zuipen eist natuurlijk zijn tol. Ik ben na al die jaren nog altijd niet overtuigd of ik De Funes nu onuitstaanbaar, dan wel geniaal vind. Toch nog maar een paar films bij Cinema Palace meepikken dus!
Get Carter (2000)
Het jaren 2000 studiosysteem was toch iets magisch. Kan je je de boardroom meeting inbeelden waar ze een peperdure remake voorstellen van een Britse cultfilm uit de jaren '60 die misschien vijf mensen zich nog herinneren? En er dan op de koop toe nog een getrouwe hommage aan maken, met hernomen dialogen en zelfs een terugkeer van originele Carter Michael Caine? Uiteindelijk kostte Get Carter 63 miljoen. Ter analogie, dat is ongeveer evenveel als het budget van Saving Private Ryan van dezelfde periode. Rond de eeuwwissel heeft lamme goedzak Stallone zich ook wel een aantal keer ingelaten met die sjacheraar Elie Samahan – die ervoor gekend was om budgetten te inflaten om zo distributeurs te lokken. Hij draaide de film voor nog geen 5 miljoen, maar vekocht 'm als een productie van 50 miljoen – om zo interessantere distributiedeals te fixen. Het erge is, bij Get Carter vrees ik dat het gewoon totale incompetentie is en dat niemand er rijker van geworden is. Je vraagt je toch oprecht af waar dat budget naartoe is gegaan. Er zijn misschien twee car chases, voor de rest is er geen actie. Vooral grijze shots van mannen die foyers binnenwandelen. In Seattle, de minst filmbare plek op aarde. Stallone straalt ook echt een soort wanhoop uit in deze film, het lijkt echt een kneusje. Ik weet niet of hij een pijnstillerverslaving had of iets dergelijks, maar zijn gewicht lijkt enorm te fluctureren tijdens de shoot, hij komt bloated, log, drowsy over. Het is zelfs bijna niet geloofwaardig dat hij mensen kan overmeesteren. En nochtans, op één of andere manier bleek hij toch super lean te zijn tijdens tenminste een gedeelte van de shoot, er zijn een paar scènes waar we zijn blote armen te zien krijgen, eigenlijk geen grammetje vet te bekennen. Het is bijna tragikomisch om Stallone ondanks zijn inzet en motivatie zo te zien falen. Misschien is het dat ringbaardje? Of nee, dat pak, dat vreselijk pak. Ik snap echt niet hoe ze binnen dat 63 miljoen budget zelfs geen goed zittend maatpak konden voorzien. De vest is te lang, de broekspijpen zitten niet goed. Stallone's das ziet van abominabele kwaliteit uit en hangt zelfs lager dan die van Trump. Het is allemaal gewoon goedkope confectie. In een worsteling in de lift zien we ook dat de stof van het pak totaal niet meegeeft, het blijft als een inert blok rond Stallone's rug hangen. Ik vermoed dat het niet eens wol is, meer een soort Vietnamese vycose. Ik zou eens naar de audiocommentaar (!) met regisseur Stephen Kay moeten luisteren – haha, ja, dat is dus daadwerkelijk beschikbaar op de Warner DVD! Later maakte Kay ook nog een Natalee Holloway tv-film en één van de slechtste horrorfilms die ik ooit zag.
Ergens heb je wel zo het gevoel dat ze een soort schlemiel hebben willen maken met deze Carter met altijd zijn zelfde pak. Maar toch zeggen mensen te pas en te onpas hoe stijlvol Carter er wel niet uitziet, quod certe non. Ook in de originele Get Carter was er een contrast tussen 'fijngeklede Carter uit Londen in Newcastle, waar zijn grootstedelijke maniertjes met wantrouw bekeken worden.' In deze nieuwe Get Carter zou het moeten zijn 'gladde Carter uit Las Vegas strijkt neer in het unheimliche Seattle', maar het komt totaal niet uit de verf.
De DVD-hoes ligt voor mij, eigenlijk is Get Carter een aangekondigd fiasco. Bekijk die poster nu eens, Stallone ziet er uit alsof hij net op a three day bender is gegaan en ze dan maar een wazige overbelichte shoot hebben gedaan om z'n houten kop toch wat te maskeren. Met dan een nietszeggende tagline DA TRUTH HURTS. Toch ben ik om collectionistische redenen erg blij dat ik deze DVD op de kop heb kunnen tikken voor 2 euro. Het is zo'n old school Warner model, met een kartonnen hoesje dat je kunt vastklikken. Hoe ik de DVD ging ophalen in Wannecouter, een buitenwijk van Laeken, in een IDF-steunend appartementsblok, is een verhaaltje voor volgende keer.
Ghosts of Mars (2001)
Alternatieve titel: John Carpenter's Ghosts of Mars
"Always go out with a bang" zei mama Ghislaine Carpenter altijd tegen kleine Johnny wanneer ze z'n veters strikte, en dat heeft hij potverdorie onthouden. Iedereen die hier braafjes boxofficemojo, rottentomatoes en andere establishment werktuigen zit na te blaten over hoe Ghosts of Mars "Carpenter's carrière ruineerde", zien jullie dan echt niet in dat deze film het ideale kroonstuk van de man's oeuvre is? De meestermanipulator van Tinsletown heeft altijd lekker z'n zin gedaan en Ghosts of Mars is dan ook helemaal geen ‘mislukking’, maar precies het kunstwerk dat hij voor ogen had, de apocalyptische endgame waar waar hij al sinds Halloween naartoe bouwt. Carpenter’s obsessie met een steeds verder uitdijend kwaad startte in de rustige buitenwijken waar zesjarige etters hun zusjes stabben, terwijl in In the Mouth of Madness de massa-hysterie reeds een punt heeft bereikt dat wildvreemden elkaar met hakbijlen te lijf gaan in de straten van LA en de hele realiteit versmelt met een kitscherig pulpverhaal. De toekomstvisie van Ghosts of Mars is mogelijks nog dantesker, want we zijn in een – hou je vast – matriachale samenleving beland!
De aardlingen hebben van de planeet mars met zijn unheimlich scharlaken gloed (red scare of hangt de rode vlag uit?) een mijnkolonie gemaakt die wordt geteisterd door geesten. Het spook van Howard Hawks dwaalt hier echter ook ergens rond: net als de bulderlachende Sam Neill op het einde van In the Mouth of Madness vaststelt dat zijn hele bestaan is gedegdradeerd tot een zichzelf herhalend Stephen King cliché, lijkt ook Ghosts of Mars vast te haperen in een eeuwige narratieve lus: de film volgt een eigenaardige raamvertellingstructuur (waar je al uit kunt afleiden dat Carpenter wat afstand wil houden van het materiaal en de kijker noopt hetzelfde te doen) met flashbacks-in-flashbacks en een bewust onbevredigend einde, de action set pieces zijn zo goed als onbestaand en van suspense is er evenmin sprake. We zien vooral houterige, statisch opgestelde personages die rondhangen op rudimentaire sets, kostuums dragen die van het geheel een soort gezellig verkleedpartijtje maken, zij aan zij paraderen en hun wederzijdse effectie proberen te maskeren door het uitwisselen van bitsigheden. Hulde ook aan de casting van Ice Cube, die met de uitstraling van een ziek rund weet om de logge charme van John Wayne te evoceren. Nee, Ghosts of Mars is geen carrière verwoestende B-film miskleun, maar een abstract video-essay van Rio Bravo (net zoals Assault on Precinct 13, maar die vinden jullie natuurlijk wél goed, want dat is een klassieker).
Girl (2018)
Goed acteerwerk, maar voor de rest pure 'what you see is what you get' cinema. Iedereen die het afgelopen decennium een drietal filmfestivals bezocht, kan zich de mise en scène zo inbeelden: pseudo-naturalistische stijl à la Dardenne, ingecalculeerde stiltes, onderkoelde sfeer, het obligate open einde dat 'geen antwoorden, maar slechts een impressie wil geven' en - eigen aan de Vlaamse film - natuurlijk een ruziescène waar personages al worstelend en knuffelend op de vloer terechtkomen. Net of wij Belgen zo een fysiek volkje zijn.
Gloria (1999)
Wie niet van deze film houdt, houdt gewoon niet van Sidney Lumet. Ik ontdek net dat het een remake is van een film van Cassavetes, die ga ik lekker nooit kijken, hoor, sukkels. Alle ingrediënten van een Lumet grand cru zijn er: een geïnspireerde New Yorkse geografie (ik voelde me net op een gegidst bezoek!), een tastbaar gevoel voor escapisme / een nieuw begin en een hele stoet aan semi-ironische boeven, die zich als clowns gedragen maar net omwille van deze onberekenbaarheid extra intimiderend overkomen. Stone en knulletje Figueroa zijn er goed op elkaar ingespeeld, beiden met een zelfde dosering een theatraal, expressionistisch acteerwerk. Hun relatie heeft iets ongrijpbaar, alsof ze een veelheid aan verschillende verstandhoudingen vertolkt. De zoetstappigheid van de premisse (en bv. het tranentrekkende slot) wordt behapbaar en zelfs fascinerend gemaakt door de licht-sardonische afstand die Lumet behoudt, met verfremdungseffekt van dien, een gelijkaardig stilisme dat we terugvinden in The Morning After (1986) en Family Business (1989). Die films vonden jullie ook kut? Hou het dan gewoon maar bij 12 Angry Men, stelletje nerds!
Go Go Tales (2007)
Veertien jaar geleden had ik nog niet zoveel te vertellen over de film, maar je moet het mij vergeven, ik was nog jong. Op vrijdag 7 januari 2025 zag ik Go Go Tales opnieuw in Anthology Film Archives - op een Franse 35mm print uit het persoonlijk archief van Abel zelf en naar aanleiding van een bondig Willem Dafoe retrospectieve. Dafoe zou de dag nadien zelf opdagen om Siberia en Tommaso in te leiden, maar die films laten me siberisch koud en bovendien had ik wel wat beters te doen, mijn verjaardag vieren bijvoorbeeld.
Go Go Tales speelt zich nagenoeg volledig intra muros af in een nachtclub te Midtown, ofschoon de prent eigenlijk integraal werd opgenomen in de Cinecittà studio te Rome. Het eerste halfuur van Go Go Tales is werkelijk adembenemd, een desoriërenterende beeldencollage van striptease nummers, loterijgokken, opvliegende buitenwippers, geremixt met surveillance footage zoals Abel dat zo goed kan. Esthetisch doet de film erg denken aan The Blackout en er is zelfs een intermezzo waarbij Matthew Modine opnieuw in zijn rol van Matty lijkt te kruipen, waar hij op een zalvende manier zijn eigen zelf-destructieve neigingen aanbrengt, alsof het een zachtgesproken evangelie is. Hij neemt een stripteaseuse op zijn schoot, en fluistert haar liefkozingen toe, met zelfverwoestende passiviteit. Ook de andere acteurs zijn allen stuk voor stuk fenomenaal. Willem Dafoe loopt in sommige films soms wat ergerlijk excentriek te doen door mijn mening, met een soort overdreven priemende mimiek, maar de rol van melancholische nachtclubuitbater is hem op het lijf geschreven. Hij zingt zelfs een variéténummertje, terwijl hij helemaal niet kan zingen. Brit Bob Hoskins spreekt met een feilloos New Yawks accent, doe het hem maar eens na. Sylvia Miles is gewoon weergaloos en vind ik zelfs de beste rol spelen. Natuurlijk is ze 'schreeuwerig', wat zou je in godsnaam verwachten van een welstellende Joodse vrouw die in de New Yorkse real estate wereld werkt?
Het is natuurlijk een screwball comedy à la Abel, verwacht geen dijenkletser van begin tot eind à la Preston Sturges, maar Go Go Tales heeft oprecht grappige momenten, bijvoorbeeld wanneer Franky Cee het fantastenverhaal bovenhaalt dat hij eens na een 'heineken' manoeuvre per vergissing een brokje pastrami uitspuwde op de nek van Hilary Rodham Clinton. Niemand gelooft dat natuurlijk, maar de schoonheid zit hem in de virtuoosheid van de vertelling. Zo wordt dit leugenachtig verhaaltje zelfs echter dan de werkelijkheid zelf. Na het einde toe wordt de film mij iets te idiosyncratisch, met de wat gimmicky opvoering van verschillende sketches - dat was me iets te Jarmush. Libertango dreunt als een french house track.
Na de film duwt een racoleur op een hoek van 7th Avenue mij een pamflet in de handen. Sapphire Gentleman's Club. Misschien uit nieuwsgierigheid eens gaan kijken? Voordat ik het weet ben ik verstrikt in het spel. Binnen de kortste keren is mijn cash op. Er is geen bankautomaat intra muros van de club. Ik trek de vrieskoude februarinacht in en vertel de bouncer dat ik dadelijk terugkom, om een dubbele cover charge te vermijden. Het getokkel van mijn JM Weston moccasins weerklinken onheilspellend in de leegte van het nachtelijk Times Square. Ik vermijd de blikken van de Port Authority hustlers. De enige andere mensen die ik tegenkom zijn fietskoeriers die uitgedost zijn als Power Rangers, hot dog venters, zwervers, daklozen, gekken, bewakingsagenten, verkleumde deelstepgebruikers, die zich allen een weg proberen te banen door de urban hellscape van Midtown Manhattan. Wat een wreed lot, mij van 24/7 deli naar 24/7 deli slepen om te zien of de ATM me toelaat om nog enkele twenties af te halen om in de string van een middelmatig uitziende Slovaakse te stoppen. Ze spreekt zelfs een woordje Nederlands. "Knappe schgatje". Na de zoveelste ronde is mijn kaartlimiet onverbiddelijk bereikt en hou ik het voor bekeken. Ik sta al rillend op de stoep te wachten om een taxi staande te houden, terwijl net een andere klant uit de club gewandeld komt. Zijn wagen staat vanvoor geparkeerd. "Can I drop you off somewhere?" Wanneer ik in de passagierszetel plaatsneem, bekijkt de goede samaritaan mij met een gemoedelijke grijns. Het is verdorie Willem Dafoe! "Happy birthday, old fella."
Goldene Handschuh, Der (2019)
Alternatieve titel: The Golden Glove
Moralisten zouden een hele kluif hebben aan deze 'problematische' serial killer flick die in de eerste plaats een wervelende 70's period piece (die belichting! die subplot met de twee tieners!) wil zijn en vervolgens geobsedeerd lijkt met het minutieus nabootsen van de plaats delict. Je voelt Akin blaken van trots bij zijn creatie, bij zijn 'tempel van vunzigheid', tot in die mate dat hij zelfs de nood voelt om een kijkje in het echte appartement van Honka te verschaffen tijdens de eindcredits. Wat kan het mij schelen dat de echte Honka daadwerkelijk 73 vergeelde prentjes van blote tieten aan zijn muur had, of dat er echt vijf beschimmelde knakworsten op het aanrecht lagen? Het voelt als een nerdy bezigheid, maakt de film steriel en zorgt er in ieder geval voor dat de smerigheid nooit 'echt' choqueert, maar slechts een goedkope, esthetisch gemotiveerde pose blijft.
Nu, ik mag niet te kritisch zijn, ik ben al lang blij dat de film kijkbaar en genietbaar blijft en geen 'afdaling in de krochten van een zieke geest' à la Angst is. Akin heeft zijn uiterste best gedaan om de film zo aangenaam mogelijk te maken en dat verdient een pluim. De problemen van Honka zijn niet bevreemdend of eng, maar lijken juist erg alledaags en herkenbaar. Het verloop is dat van een gezapig melodrama, incluis een moment waar Honka zich gemotiveerd voelt om z'n leven te beteren. Gedaan met schnaps zuipen en afzichtelijke hoeren vermoorden! Een nieuwe baan, een leuk meissie en de wereld ligt aan je voeten. Maar arme Fritz can't catch a break! Het is bijna een soort bildungsroman, de éducation sentimentale van een joelende gek. Ik ben het dan ook allesbehalve eens met de ronkende referenties die jullie oplijsten (tip: niet elke Duitse film waar een matrone voor zich uit staart, is meteen 'Fassbinder-achtig'), ik vond het eerder een Duitstalige versie van Psycho III geïnfuseerd met wat Claude Berri-achtige lege glamour.
Gomorra (2008)
Alternatieve titel: Gomorrah
Gomorra is een schrijnend realistische inkijk binnen de Italiaanse 'Camorra'. De titel is natuurlijk een woordspeling naar de 'zondelijke' stad die door God vernietigd werd. De setting die we in deze film te zien krijgen, lijkt alleszins ook rijp voor een sloping. Geen pittoreske beelden van het romantische Italië, maar een zee van armzalige flatgebouwen badend in grijsgrauwe wijken met troosteloze inwoners. Verwacht je dus absoluut niet aan een geromantiseerd maffiaportret met aimabele figuren als Vito Corleone, die geen burgers willen kwetsen en 's avonds samen met hun liefdevol gezin een vrolijke Tarantella dansen. De misdadigers hier worden voorgesteld als zielige, onverzorgde venten die zelfs niet de moeite opbrengen om sympathie voor elkaar te veinzen. Gehuld in afgedragen trainingspakken en voorzien van een heel arsenaal aan 'bling bling' zien we hoe dit zootje de jonge bevolking van Napels recruteert. Het klein grut wordt niet eens gedwongen, ze willen niet liever dan hun talloze Tony Montana-fantasietjes te kunnen verwezenlijken. Waar het verlies van onschuld een proces is dat in de meeste culturen jaren duurt, kan je het in Napels city al op een paar seconden kwijt geraken.
Maar de film handelt ook over hoe de effecten van de clandestiene handel op globaal niveau merkbaar zijn. Zo is een couturier onthutst door te ontdekken dat de jurk die hij voor een schamel hongerloon heeft ontworpen, gedragen wordt door niemand minder dan Scarlett Johansson. Ook wordt aan de kaak gesteld hoe de maffia in grote mate verantwoordelijk is voor vervuiling, aangezien ze ook actief zijn binnen de afvalsector. Regisseur Matteo Garrone brengt dit alles in een echte wervelwind van vijf verhalen, waarbij hij een totaal afstandelijke 'cinéma vérité' stijl gebruikt. De kille soundtrack van Massive Attack past er als gegoten bij.
Kortom, Gomorra is een nietsontziende kaakslag van een film: bikkelhard, compromisloos, maar vooral zeer relevant.
Gone Girl (2014)
Ik was niet bepaald gecharmeerd door het eerste halfuur van Gone Girl, waar we zien de passionele liefdesverhouding van een jong koppel blijkbaar enkel gebaseerd is op het uitwisselen van gevatheden. En dan nog die hipster zus met d'r punchlines heel de tijd, tjonge jonge. Op dat moment verwachtte ik weer maar eens een typisch Fincheriaanse fijnzinnige dissectie (lees: lompe slachting) van de o zo verderfelijke westerse, burgerlijke maatschappij waar alle inwoners van middle America een bende heikeneuters zijn, maar die trendy Upper East Side NY intellectuelen natuurlijk nog véél erger. Aangenaam verrast dat Gone Girl hierna speelse, entertainende pulp wordt, inderdaad vergelijkbaar met Fatal Attraction en Basic Instinct (zit dus aub niet non stop over 'plotholes' te zeiken), alleen is Amy nog een pak gewiekster en manipulatiever. Alex & Catherine ain't got shit on her. De film zal zich dus samen met die twee titels mogen voegen bij het lijstje 'meest gehate films door feministen', de obligate verontwaardigde tirade van The Guardian staat natuurlijk al lang online.
Het zou natuurlijk Fincher niet zijn moest hij zijn maatschappijkritiek niet weer veel te hard doordrammen, na drie uur had ik het alleszins wel door dat de media slecht is. Bovendien een thema dat in een 20-durende aflevering van The Simpsons veel beter werd uitgewerkt, je weet wel, die waar Homer zogezegd een studente aanrandt, terwijl hij eigenlijk gewoon een kostbaar gummibeertje wou dat aan haar achterste was blijven kleven.
Goodfellas (1990)
Alternatieve titel: GoodFellas
Tour de force van Scorsese en op eenzame hoogte in zijn oeuvre. Ik was eigenlijk de ongewone structuur van de film al grotendeels vergeten: Liotta in een constant aanwezige voice-over (een verwaarloosbaar onderdeel van andere films hier tot briljant stijlmiddel verheven) die je doorheen markante gebeurtenissen van zijn leven neemt in de vorm van eerder onsamenhangende scènes met meeslepende muziekkeuze, perfectionistische aankleding en virtuoze camerabewegingen. Echt een rush van een film met een hoog tempo waar plot -en karakterontwikkeling er eigenlijk nauwelijks toe doen. Scorsese weet door technisch meesterschap alleen de juiste emoties over te brengen, van de ongelofelijke bewondering voor het gangsterwereldje in het begin van de film, tot de met jumpcuts geïllustreerde paranoïa op het eind. Er is volgens mij geen enkele andere film van dit kaliber gemaakt.
Grave (2016)
Alternatieve titel: Raw
Grave schetst een interessant beeld van de (Franstalige?) campuscultuur waar je op een agressieve manier gedwongen wordt op deel uit te maken van de waardige studententraditie (ik ging bijna over mijn nek toen ik die bekladde beige vesten zag) en 'kritische geesten' gereduceerd zijn tot onthoofde torso's op een groepsfoto. Die peer pressure speelt des te harder in het soort jaren '70 betonnen blokken gedropt in the middle of nowhere faculteiten (Grave werd gefilmd op de Sart Tilman campus in Luik), compleet afgesloten van de bewoonde wereld (check die stenen buitentrap, zum kotzen), waardoor je volledig aangewezen bent op de 'bestaande faciliteiten' en een bus moet nemen als je bv even een dürüm wilt gaan eten (en dan nog bij een tankstation godbetert!)
De vermannelijking van jonge meisjes lijkt tevens intrinsiek verbonden aan dit soort bacchanalen: de vrouwelijke personages in Grave zuipen zich te pletter, schelden als hangjongeren, hebben een buitengewoon agressieve sex drive, scheren elkaars kut en lachen zich een breuk wanneer ze zichzelf onder zeiken in een poging tot rechtstaand pissen. Hoofdpersonage is zeker een revelatie en mooie toevoeging in het categorie 'muurbloempjes qui perdent les pédales', waar o.m. Deneuve, Blair, Spacek en Lund haar voorgingen.
Grave heeft niet de zwaarmoedigheid van Maryrs, eerder de luchtigheid van Sheitan. Toch begaat het net als veel recente Franse horrorfilms de fout door de plot te laten ontsporen in een soort psychologische ondergang waar alle grenzen vervagen, iets wat enkel werkt bij een uitgesproken auteuristische visie en niet bij simpel genrewerk dat zich geen kapsones moet maken (ook de twee laatste films van Pieter Van Hees leden hieronder). De arrogante nonchalance van het abrupte eind geeft tevens de indruk dat de film gericht is op een Fabrice du Welz / BIFFF publiek, zolang het allemaal maar gortig, 'glauque' en 'chelou' is zullen de pseudo-bohémiens het wel lusten.
Green Inferno, The (2013)
Alternatieve titel: Caníbales
Roth mag wel overal liggen blaten dat hij een ode aan het kannibalengenre maakt en Deodato in koeien van letters tijdens de eindgeneriek bedanken, toch kan ik mij niet van de indruk ontdoen dat de beste man liever gewoon een volbloed frat boy comedy zou willen maken. De geweldscènes lijken een kruising van de Tarantino / Rodriguez school ('coole' cartooneske gore en natuurlijk het grappigst als onschuldige dikkerds in stukken gehakt worden) en de Saw / torture porn traditie waar ingenieus toegebrachte letsels centraal staan. Enige indrukwekkende scène (de chaos waarin de slachtoffers naar hun kooi geleid worden) is knip-en-plak werk van TCM, met Kirby Bliss Blanton als overtuigende Marilyn Burns lookalike.
P.S.: ik zag 'm braaf op Gent Film Fest moest er iemand morele bezwaren hebben met dit berichtje (er waren heel wat lege stoelen door die verderfelijke thuiskijkers
)
Guilty as Sin (1993)
Alternatieve titel: De Advocaat en de Duivel
Sidney Lumet en Larry Cohen, het is een onverwachte match made in heaven gebleken! Het scenario van Cohen neemt het voortouw, want Guilty as Sin is een voor Lumets doen ongewoon sardonische en cartooneske pulpthriller geworden. Met een aan lager wal geraakte Don Johnson die zogezegd een onweerstaanbare don juan moet spelen, maar zich eerder door de film sleept als verwijfde oude charmezanger. Enkele hysterische uitbarstingen, soms behoorlijk over-the-top, met als hoogtepunt Johnson die een walgelijk uitziende 'sandwich' met een slagersmes klaarmaakt. Wat een heerlijke premisse ook, de advocate die zich om deontologische redenen niet van een lastige cliënt mag afmaken. Zo streng is men gelukkig niet aan de OVB! Het geheel heeft meer iets weg van een cynisch kortverhaal dan van een echte film, maar sluit mooi af met een plagerige pirouette. De soundtrack van Shore hakt er goed in, het is bijna Hermanniaans, wat echter tot de bedenking noopt dat iemand als De Palma toch misschien geschikter was geweest voor dit scenario. Tijdens de ontknoping dacht ik terug aan de koortsdroom finale van Raising Cain, waar de schijnbare tv-thriller banaliteit plots in een waar inferno ontaardt. Dan blijft men toch wat op zijn honger zitten bij die frugale Lumet. Of misschien moet ik zijn bescheidenheid net waarderen. Lumet, die zich met films als The Morning After en Family Business toch aan een voorzichtige burlesquerie waagde en ook aan het einde van Guilty as Sin een plotse bocht maakt. Het hoofdpersonage, een serieuze advocate, haar professioneel decorum wordt aan diggelen geslagen door één luttele scène, die haar tegelijkertijd kracht geeft: haar bengelende enkels, absolute ontreddering, of een atypisch wapen? Ius vigilantibus est!
