Meningen
Hier kun je zien welke berichten remorz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
B-Happy (2003)
Meisje wordt overspoeld door een reeks tegenslagen en leert zichzelf te handhaven in een escalerende levenssituatie.
Het is makkelijk om de vergelijking met Lilja 4-Ever te trekken, al is de toon van deze film duidelijk anders.
Minder melodramatisch, al ligt ook hier expliciet drama op de loer. Zo wordt iedere scene ingeleid en afgesloten met een fade-in/fade-out, wat de film een wel een erg nadrukkelijk dramatisch karakter geeft. Ook zijn sommige dialogen en bepaalde plot elementen nogal obvious expliciete drama.
Een aangenaam verschil echter vormt de houding en reacties van de hoofdpersoon. Waar Lilja nogal meelijwekkend droevig haar neerwaartse spiraal ondergaat, wordt Kathy duidelijk verhard door haar tegenslagen. Iets 'objectievere' ellende, die zij ogenschijnlijk emotieloos incasseert.
Wanneer zij de grens met complete apathie lijkt te naderen, toont ze haar karakter, neemt de film een subtiel hoopvolle wending en krijgt het een erg waardige afsluiting.
Ten slotte voegt de muzikale ondersteuning een soms wat ongewoon luchtig tintje toe. Samen met de neutrale toon en alle tegenslagen vormt het een speels drama met haast onderhuidse spanningen. Interessant en degelijk, meer wordt echter het bijna nooit. Het einde trekt de film net boven het gemiddelde. Een zuinige 3,5*
Baby Driver (2017)
Leuk.
Maar ergens zit hier een véél beter film in verborgen.
De sync van beeld en muziek is mij echt veel te gelikt. Het kan de flow van een film goed doen om de montage op de maat van de muziek te aan te passen; ik vind het doorgaans ook wel fijn als het dan niet té sluitend of prominent aanwezig is, een beetje ongrijpbaar blijft. De hermetische toepassing hier doet af en toe aan als het rijmschema van een Sinterklaasgedicht, in plaats van dat het de film een poëtische lading meegeeft.
Toch is de muzikale insteek wel erg aanstekelijk. De herkomst van Baby's muzikale verknochtheid wordt in een flashback wat kinderlijk toegelicht, de manier waarop hij beweegt, danst en compleet afhankelijk is van zijn muziek is leuk gedaan.
Alle scenes waarin Baby zijn coureurskunsten kan vertonen zijn magistraal. Het is werkelijk verfrissend te noemen hoe al die scenes de adrenaline en snelheid perfect weergeven van de achtervolgingen en vluchtwegen. Beetje ongeloofwaardig hoe achter iedere hoek weer een nieuwe bende politiewagens tevoorschijn komt; het verschaft de film wel de mogelijkheid om het maximale uit de achtervolgingsscènes te halen.
Groot minpunt vind ik de wat kinderlijke voorstelling van het criminele circuit waarin Baby verkeert. De personages, de dialoog, de opzet van de plannen: het komt allemaal zo verzonnen over. Ook de band die Baby met Spacey onderhoudt wordt, zeker naar het einde toe, zeer wisselvallig tot flauw uitgewerkt. Het komt de luchtige toon van de film wel ten goede, maar ik had toch iets meer serieuze-gangstergehalte gewenst. Hetzelfde geldt min of meer voor de uitwerking van de relatie met Debora: er zit wel chemie tussen de personages, maar de manier waarop hun liefde tot stand komt, komt erg geschreven over.
Groot contrast tussen plus- en minpunten voor mij. Aan de hand van de pluspunten, had dit een betere invulling verdient, want de achtervolging/vluchtscènes zijn fantastisch om te zien. 3*
Babyteeth (2019)
Imposant debuut.
In het begin lijkt het een volbloed komedie te zijn, met veel vreemd gedrag van personages die in hun uitbundigheid de film een haast absurdistisch tintje à la Happiness meegeven, maar de film vindt gaandeweg hart in de oprechte benadering van drama zonder ooit afscheid te hoeven nemen van de luchtige, bijtijds joviale benadering van het centrale drama.
De jonge Milla heeft namelijk kanker. Je krijgt nooit te weten wat voor soort kanker of hoe lang ze er al mee rondloopt, maar het is lang genoeg om als ingeburgerd gegeven binnen het gezin een plaats gekregen te hebben. Milla probeert in de eindigheid van haar bestaan nog zo veel mogelijk leven te verzamelen en valt voor de significant oudere, afgestoten rebel en drugsfanaticus Moses, die een regelrechte nachtmerrie moet zijn voor iedere ouder. Milla’s ouders zijn echter ook verdwaald in de notie van wat goede opvoeding nou eigenlijk betekent als je kind de dood in de ogen kijkt en aan frequente chemo onderhevig is. Dat Milla’s vader een wat moedeloze psychiater is en haar moeder een wankelmoedige gebruiker van voorgeschreven kalmeringsmiddelen wil natuurlijk ook niet helpen.
Binnen dit kwartet ontstaat gedurende de film een heel bijzondere verhouding, waarin ieder de houdbaarheid van Milla’s leven probeert te positioneren in hun omgang met de anderen en zoals gezegd is dat allemaal heel sympathiek en oprecht vormgegeven, maar ook met dat vleugje jovialiteit (dat ik misschien wel ben gaan typeren als kenmerkend voor Australische makers) waardoor het nooit een rechttoe-rechtaan tranentrekker wordt. Een bijzondere balans en eentje die, zeker naar het einde toe, toch overtuigd weet te raken met een onontkoombare finale die de onmacht van de situatie schrijnend vorm weet te geven.
Ja, ik vond dit heel mooi en oprecht. Binnen thema’s die zich voor je gevoel gangbaar openstellen voor gemakzuchtig sentiment weet Murphy een prachtige balans te vinden tussen komedie en drama, en is met name het einde vakkundig vormgegeven en zou ik het knap vinden, mocht je in staat zijn het compleet droog te houden tot aan de aftiteling. Mij is het niet gelukt. Glansrol voor Mendelsohn, als vader. 4*
Back to the Future (1985)
Alternatieve titel: Terug naar de Toekomst
Onweerstaanbaar.
Het moet toch geweldig zijn geweest om deze destijds in de bioscoop te kunnen zien. In een tijd waar de ongegeneerde hoeveelheid cheese al helemaal op zijn plek was geweest, moet dit echt dé film zijn geweest waarna je manisch aan al je vrienden vraagt: Heb je Back to the Future al gezien?!
Time travel voor dummies met hoog tempo, charmante karakters, effectief ingezette effecten en aanstekelijke humor. Grootste inzet is ongetwijfeld filmfun, dus mogen de karakters wat overdrevener, zitten er wat flauwe grapjes doorheen gemoffeld en vallen er genoeg gaatjes te prikken in de behandeling van het onderwerp.
De film gaat er echter lekker speels mee om en overtuigt voor de volle 100%. Vooral de manier waarop er met de kleinste terug- en vooruitverwijzingen gespeeld wordt, geeft de film onnoemelijk veel herkijkwaarde (klein voorbeeld: als George in het begin opbiecht slecht te zijn in confrontaties, maakt hij een verkrampte klauwbeweging met zijn rechterhand; een knipoog naar de dreun die hij later Biff zou geven).
Goede rol van Fox en ronduit iconische rol van Lloyd. Rest van de cast heeft duidelijk evenveel plezier en de film is lichtvoetig genoeg om iedereen lekker te laten schmieren.
Ruim dertig jaar na dato staat deze nog fier overeind. Misschien wat sleet op de soundtrack (met name dat theme-riedeltje), wat make-up effecten en die rare solo van Fox op het bal heb ik nooit gesnapt, maar verder is dit nog altijd de ultieme feelgood film. Ik verhoog naar 4,5*
Back to the Future Part II (1989)
Goed vervolg.
Al vind ik de toekomst, met name het dystopische Biff-universe iets minder passen bij de nog altijd lichtvoetige toon van de film. Iets, want ook deel twee is nog altijd onvervalste filmfun.
Alle kleine uitvindingen, ditjes en datjes getuigen van dezelfde inventiviteit die deel 1 zo charmant maakte, al is het natuurlijk niet gek dat het tijdsbeeld minder overtuigt dan dat van 1955; in plaats van terug te kunnen grijpen op bestaande elementen, moest men hier de mode, straatbeelden en gewoonten uit de koker toveren.
Grootste nadeel vormt de opzichtige make-up. Om logische redenen meer aanwezig (iedereen heeft twee, drie versies rondlopen) maar ook wat slechter en overdrevener. De grote leeftijdsverschillen spelen vooral het acteerwerk van Thompson en Fox parten. Ook een dubbelrol van Fox als Marty’s dochter is een grapje te ver. Lloyd is nog altijd on fire als de meesterlijke Doc Brown.
De vele herhalingen van grapjes uit deel 1 balanceren hier en daar op de grens van het flauwe maar over het algemeen valt het positief uit. Het verhaal voelt misschien iets geconstrueerder en minder speels aan, maar ook dit deel is zo aanstekelijk enthousiast gemaakt dat het moeilijk is er niet voor te vallen. 3,5*
Bad Samaritan (2018)
Ja leuk.
David Tennant is zo'n acteur waar ik altijd graag naar kijk, ook al heeft hij nog geen écht briljant personage op het doek getoverd. Ook hier heeft hij de arrogantie, charisma en temperamentvolle uitbarstingen die hem onvoorspelbaar en dreigend maken, het maniakale genie-gehalte bereikt nooit een echt maximum. Ook jammer dat hij zijn Schotse accent in heeft moeten leveren (Schots heeft ál-tijd meerwaarde).
Geholpen door allerhande technologische snufjes, een kapitaal dat hem almachtig lijkt te maken én de eerdergenoemde charismatische smooth talk, kan hij zijn sadisme de vrije loop laten als hij inbrekertje Sheehan in het vizier krijgt. Een effectief spannend kat-en-muisspel volgt; jammer dat de onaantastbaarheid van Tennant toch wat scheurtjes begint te vertonen door een scripttechnisch slappe voorgeschiedenis en een uiteindelijk toch wat oneervolle ondergang. Beetje zelfde curve als bij Law Abiding Citizen.
Ik merk de laatste tijd dat ik erg veel waarde hecht aan de geloofwaardigheid van scenes, waarbij de hoofdpersoon (doelwit van een complot), medestanders moet zien te overtuigen. Sheehan moet zijn onschuld (en Tennant als schuldige) meerdere malen zien te bewijzen en ook al krijgt het niet altijd de volledige aandacht: Sheehan speelt zijn rol als slachtoffer erg goed.
Groot nadeel is de saaie look van de film: alsof Tennant toch weer in een BBC-productie vastgelopen zit. Alle gadgets en smartphones en snelle auto's ten spijt wordt dit allemaal erg frontaal en 2D-statisch geschoten. Ook de soundtrack is volledig inwisselbaar en goedkoop. Het staat de spanning gelukkig niet in de weg, maar dit was zowaar bijna een dikke vier sterren geweest. Nu een degelijke 3,5*.
Bad Times at the El Royale (2018)
Enorm gespleten bij deze film.
Enerzijds vind ik de aankleding en muziek bijtijds geweldig, anderzijds is het plot stuurloos, met enkele ingrepen die niet alleen het tempo uit de film halen, maar daar bovenop ook nog eens de onkunde van de schrijver blootleggen door hun gekunsteldheid. Ook de acteerprestaties benadrukken de gespleten kwaliteit: Bridges en met name Pullman zijn respectievelijk bovengemiddeld en uitmuntend; de rest is erbarmelijk te noemen, Hemsworth voorop.
De setting met name is fantastisch. Fuck originaliteit als je het done-to-death desolate motel zó stijlvol weet aan te aan te kleden; van de meubels en inrichting tot de verlichting en vending machines. Ook het gegeven van de grens tussen California en Nevada is leuk gevonden en intrigerend, zij het dat Goddard er - zoals met veel spannende uitgangspunten - eigenlijk weinig tot niks mee doet.
Veel scenes verliezen focus door hun langgerektheid, vaak in combinatie met zang/muziek of al even ongerichte dialogen. Kwalijk op z'n minst, maar funest voor een film met deze speelduur. Tuurlijk, Hemsworth mag een dansje doen, Hamm krijgt alle ruimte om te ratelen en Johnson geniet wel érg lang van Erivo's zang vanachter de spiegel; maar dienen deze scenes nu daadwerkelijk een doel? Sfeertekening? Karakteruitdieping? Ik voelde het niet.
(Je zou kunnen zeggen dat Goddard ons moet overtuigen van respectievelijk de hypnotiserende sex-appeal van Hemsworth, de beduvelende kwaliteit van Hamm als zogenaamde vertegenwoordiger en de betovering van Erivo's zang, omdat elk een belangrijke rol in het verhaal speelt maar gezien de ruimte die hij ervoor uittrekt, onderschat hij niet alleen zijn publiek, hij ondermijnt de flow van zijn prent als geheel.)
Dan de episodische vertelling. Zolang de flashbacks de karakters een beetje uitdiepen of kleur geven (Bridges en Erivo) kan het er nog mee door, maar de backstory's van Hemsworth en Miller gaan dan ook nog een wending als gevolg hebben. Hemsworth was nog nauwelijks geïntroduceerd en Miller wordt warempel ineens de held van de dag. Het is net niet Jerommeke die op pagina 57 wakker wordt en alle boeven een stomp verkoopt. Zoals El ralpho ook al zei: dieptepunt van de film.
Doodzonde, veel middelen voor een klein meesterwerk zijn aanwezig maar het ontbreekt Goddard aan iedere kwaliteit als verteller om het ook maar een beetje waar te maken. 2,5*
P.S. Nog één klein zeikpuntje: zelfs al speelt het geen kritieke rol in het plot, kunnen ze in Hollywood een keer fatsoenlijk hun gijzelingen vastbinden. Niet echt bevorderend voor de suspension of disbelief als een touw zichtbaar met één armbeweging van een bureaustoel af te glijden valt.
Bay, The (2012)
Heel goed.
Prachtige invulling van de vorm om een ernstig uit de hand lopende epidemie aannemelijk én angstaanjagend naar het scherm te vertalen.
En dat weer via een veelheid aan schermen, uiteraard. Beelden die men op een website kon aanleveren, worden effectief aaneengebreid om een totaalbeeld te schetsen van de verspreiding van een vleesetende bacterie.
Minder investering in personages maar bewust een stadje als ‘hoofdpersoon’ gekozen; voor mij bracht de exponentieel groeiende grootschaligheid meer gruwel teweeg dan de individuele verhaaltjes hadden gekund. Ergens in het centrum van de wirwar bevindt zich het CDC, een of ander epidemiologisch centrum. Aanvankelijk wordt er laconiek gereageerd; enkele telefoontjes later wordt moedeloos verbinding met The White House gevraagd. Het verspreidt zich snel.
Daarbovenop is een vleesetende bacterie (of ja: larven, uitgroeiend tot geleedpotige organismen) (‘vleesetend’ is vooral het woord om op te focussen hier ?) buitengewoon akelig, evenals het aanbeeld van mensen en lijken die erdoor zijn aangevreten. Perfect in beeld gebracht, met goed uitgevoerde gore en vernuftige suggestie.
Dat laatste dus veelal door de (found-footage) vorm. Speelt veel met ruis en (on)scherpte, de onvolledigheid van beeld of bestaat bij momenten alleen uit geluid. Werkt goed suggestief. De film neemt het ook niet altijd even nauw maar kiest vol voor effect. Een onverklaarbaar camera-standpunt hier en daar voor behoud van sfeer. Eigenlijk telkens, tot en met het einde, perfecte keuzes daarin. Vergeet daarbij ook de soundtrack niet; die illustreert perfect wat de film wil doen.
Ondergedompeld in een actueel onderwerp, is deze eco-horror hartstikke geloofwaardig en effectief uitgewerkt én bovendien totaal gespeend van (directe) belerende moraal. Een knappe koorddans met adembenemend resultaat. Dikke 4*
Beast (2011)
Hr. Boe is het meest getalenteerde jongetje van de klas, dat zelfs zonder al te veel moeite een stijlvolle prent kan afleveren en onmogelijk een onvoldoende lijkt te kunnen scoren. Toch creëert dat talent (ook tijdens het kijken) een verwachting, die hier minder ingelost wordt dan bijvoorbeeld bij of Allegro.
Door verrassende editing ook hier een verhaal met een wat episodisch karakter. Boe knipt en plakt scenes op een kundige manier aan elkaar zodat het soms lijkt alsof de chronologie doorbroken wordt, terwijl dat helemaal niet zo is. Het verloop lijkt daarmee op een koortsdroom; zijn gebruik van symboliek maar ook de serene (maar random) shots van een besneeuwde stad tussendoor versterken dat.
Hij creëert altijd zijn eigen wereldje met die typische sfeer, behoudt constant iets onvoorspelbaars en maakt hier veel gebruik van dreiging en paranoia, die uiteindelijk een liefdevolle relatie steeds meer uit elkaar trekken.
Ik had het wel verder willen zien gaan, meer uit de hand willen zien lopen, het zij qua beklemming of qua geweld. Sommige scenes vallen wat in herhaling, bouwen niet genoeg druk op of - als Bro een mes aanschaft - lijken wat te flirten met humor. Als horror je basis is, mag je die stijlelementen ook meer gebruiken.
Gechargeerd, magisch-realistisch drama zoals we dat van Boe gewend zijn. Oogstrelend, meeslepende soundtrack en in alles Boe-eigen. Maar uiteindelijk ook wat behoudend (zeker gezien het genre), met uiteindelijk minder impact. 3,5*
Beautiful Boy (2018)
Nagenoeg perfecte film. Ware het niet dat...
...het onderwerp enkele andere films heeft voortgebracht die de weg geplaveid hebben. Deze heeft daar vooral plottechnisch onder te lijden, omdat je toch zit te wachten op die relapse die voorafgaat aan het mooie moment voordat de échte relapse plaatsvindt.
Het haalt de spanning uit de film, hoeveel die zijn eigen spanningsboog - d.m.v. flashbacks etc. - ook vorm probeert te geven. De film ontkomt niet aan de voorspelbaarheid die het onderwerp in zich draagt. Het enige echte vraagteken is hoe het gaat eindigen, maar zelfs daar zijn de opties helder: happy, bad, of er soort van tussenin.
Zonde dat Van Groeningen kiest voor het laatste, terwijl hij er zo dichtbij zat. Laat de film een paar minuten eerder eindigen en je geeft je film die eigen smoel mee. Nu doet de film wat we in talloze andere films al hebben gezien verzameld, maar dan nét iets beter.
Het geeft een hele goede inkijk in de belevingswereld rondom de verslaafde zelf, met Steve Carell voorop. Je kunt hem misschien betrappen op momenten dat ie zich een beetje ongelukkig uitdrukt, maar verder is hij in feite als personage de vader die werkelijk álles probeert te rationaliseren en daar begrijpelijke keuzes in maakt. Carell doet dat fantastisch; hij was voor mij het meest meeslepende personage en vertolkt het smetteloos. Chamalet maakt zeker indruk, maar valt af en toe wél te betrappen op maniërismen.
Van Groeningen betrekt heel goed meerdere perspectieven bij het relaas, zoals Karen, de kids en de moeder van Nic, om zo de hulpeloosheid van de situatie meer kleur te geven. Sterk vond ik de achtervolgingsscène (Karen rijdt achter Nic en Lauren aan) richting het eind: geloofwaardige wanhoop zonder uitkomst, precies zoals je mag verwachten.
Toch doet de film wat saai aan, omdat het weinig nieuws brengt, maar eerder al het oude beter serveert dan je bekend mee bent. Rationelere personages, realistischere kijk op verslaving (en terugval), goede soundtrack en een geloofwaardig verloop; in alle opzichten nét iets beter, maar nergens vernieuwend. 3,5*
Big Lebowski, The (1998)
Beste komedie aller tijden?
Het zou zo maar eens kunnen. Met Bridges als de meest charismatische lapzwans ooit en Goodman als zijn vuilbekkende tegenpool is in ieder geval de basis gelegd voor een doldwaas avontuur dat kant noch wal raakt en nul zeggingskracht heeft over de wereld en het leven buiten de film zelf, maar bedrieglijk vernuftig is vormgegeven in zijn eigen bubbel.
De Coen broertjes hebben een patent op aimabele losers en met The Dude hebben ze misschien wel hun magnum opus vormgegeven. Hij leeft voor het bowlen, rekent zijn pak melk doodleuk af met een cheque en vergeet welke dag het is maar heeft zijn hart wel op de goede plek zitten. Zo is hij steevast de gewetensstem tegenover de veteraan-met-een-kort-lontje Goodman, is hij ergens heus wel oprecht begaan met het lot van de ontvoerde Bunny en bezoekt hij zelfs het wanstaltige optreden van zijn huurbaas annex experimenteel danser. In het echt waarschijnlijk om moedeloos van te worden zo ambitieloos, maar op het scherm onweerstaanbaar.
Waarschijnlijk komt dat mede door de heimelijk inventieve manier waarop hij en Goodman elkander en hun omgeving constant van snedige, onverwacht eloquente repliek voorzien: droog maar gevat. Zoals ook het plot als geheel is vormgegeven, gaan ook de dialogen werkelijk alle kanten op en heeft het uiteindelijk toch betrekkelijk weinig om het lijf. Dat is niet erg, want gebakken lucht was nog nooit zó aanstekelijk. En gooi er een opengetrokken blik excentrieke bijrollen overheen, met glansrollen voor Hoffman, Turturro en Buscemi, en je hebt een magnifieke bak nonsens die ik keer op keer met een glimlach kan bekijken.
Ultra quotable, slim en nonsensicaal tegelijk én voorzien van een sterke soundtrack en onvoorspelbaar verloop is dit een komedie vol onbekommerd vermaak en met oneindig veel herkijkwaarde. Halfje aftrek voor de droomsequenties wel, waarvan mij het nut na de zoveelste kijkbeurt nog altijd een beetje ontgaat. 4,5*
Bin-jip (2004)
Alternatieve titel: 3-Iron
Wonderschone kennismaking met Ki-Duk. Een haast stomme film die tegelijk meer vertelt dan menig andere film. Deze visuele vertelstijl, gepaard met een observerende cameravoering, die ik herken van vele andere Aziatische produkties, is hier perfect gebruikt.
De quote aan het einde snap ik niet helemaal, tenzij Ki-Duk de magie van het voorgaande half uur in twijfel wil trekken, wat ik me nauwelijks voor kan stellen. Het weerhoudt mij van de volle mep maar 4,5 * voor dit pareltje is meer dan verdiend.
Birth/Rebirth (2023)
Vrij lugubere praktijken die het Mad-Scientistsubgenre tot iets moderns weten te verheffen. Met name Ireland zet een meedogenloos pragmatische wetenschapper neer, terwijl Reyes de emotionele, inleefbare tegenhanger vertegenwoordigt.
Genoeg scenes die vleselijk op het scherm worden vertoond en me best wel de kriebels gaven hier en daar maar de beweegredenen van een moeder die haar kind niet wilt verliezen vormen constant een behendig tegenwicht voor de bijtijds onmenselijke keuzes de gemaakt worden. Film eindigt ook op het perfecte moment, aangezien het open durft te laten hoeveel verder de dames in kwestie bereid zijn te gaan. 4*
Black Swan (2010)
Groots - maar net niet monumentaal.
Aranofsky is goed op weg een memorabel oeuvre op te bouwen. Met Black Swan dan zijn eerste echte blockbuster afgeleverd. Die toch compromisloos gemaakt is en een bepaald scherp en rauw randje heeft weten te behouden.
De neerwaartse spiraal tegen Het Zwanenmeer afzetten is slechts het (weliswaar goed gekozen) vertrekpunt, maar de uitwerking moet de film maken.
De visuele benadering is naturel en persoonlijk, wat de beleving van de waanbeelden goed in de hand werkt. Goede timing zorgt ervoor dat de kijker dezelfde reactietijd heeft als Nina op haar flitsen van waanzin. Van de andere kant houdt het dicht-op-de-huid-gehalte de film ook een beetje klein, terwijl de setting en met name de auditieve laag van de film schreeuwt om grootsheid.
Wat de score betreft heeft Mansell natuurlijk al basismateriaal met sterk dramaturgische lading; met name de geluidseffecten tillen de film naar een hoger plan. Niet het allerhoogste, want net wat meer distortion hier en daar had de gekte compleet gemaakt. Maar ach, dat zou voor Aranofsky een herhaling zetten zijn, natuurlijk.
Gezien het uitgangspunt, de setting en de audiovisuele potentie van het geheel, had ik hier stiekem het magnum opus van Aranofsky verwacht. Black Swan heeft me gesterkt in het vertrouwen dat hij dat nog gaat maken. 4,5*
Blair Witch (2016)
Solide vervolg.
Ik snap de kritieken wel. Er zijn meerdere redenen waarom The Blair Witch Project eigenlijk beter op zichzelf staat en een eventueel vervolg niet alleen de shitstorm van de fanbase over zich heen krijgt, maar ook veelal de kritiek te verduren krijgt een herhaling van zetten te zijn. En zowaar: Wingards versie kan zich niet echt aan die kritiek onttrekken. Toch valt het te bewonderen hoe hij zijn sequel vormgegeven heeft.
In essentie snapt hij wat het origineel effectief maakte en vanuit die essentie volgt hij in feite de norm als het om sequels gaat: een beetje meer van hetzelfde en een vertaalslag naar modernere tijd. De walkietalkies en drone leveren beiden in ieder geval één effectief griezelig momentje op, terwijl de oorcamera's het found-footagegehalte veel meer vrijheid geven.
Wingard voegt genoeg elementen toe (het gespeel met tijd, het voodoo-element, de heks in beeld, de wond van Ashley die iets levends bevat à la The Ruins (2008)), maar weet een knappe balans te houden met de suggestiviteit. Velen zullen zeggen dat de less-is-more-aanpak plaats heeft moeten maken; ik vond het geheel zich nog aan de goede kant van de schaal bevinden.
De aanleiding voor de zoektocht (Heather leeft misschien nog
) is misschien wat makkelijk en ook de rol van Lane is er een die misschien andere invulling kon gebruiken maar verder is hier toch weinig mis mee.
De opmerking dat het verhaal eigenlijk hetzelfde stramien volgt als deel 1 klopt maar om dat tegen de film te gebruiken is een beetje onterecht, vind ik. Ten eerste omdat je 90% van alle sequels hetzelfde kunt verwijten, ten tweede omdat Wingard toch aanzienlijk wat nieuwe scenes en elementen introduceert om zijn vervolg een eigen gezicht te geven, zonder de essentie uit het oog te verliezen. En dat bij een baanbrekende en alom populaire film als The Blair Witch Project; je moet het maar durven. Een herziening gaat uitwijzen of een 3,5* genoeg is, want ik voel genoeg sympathie om een 4* te overwegen.
Bliss (2019)
Een film die wat te lijden heeft onder een stroef begin met Dezzy, de vastgelopen kunstenaar; een hoofdpersonage dat niet alleen weinig sympathie opwekt maar ook wat ambivalent in haar (financiële vs artistieke vs hedonistische) ambities steekt.
Het maakt al snel weinig uit, want tegen de tijd dat Bliss op stoom komt nemen de uitspattingen de overhand - en lees daar gerust zowel bloed-, verf- en cinematografische uithalen in. Dezzy raakt namelijk op bezeten wijze artistiek geïnspireerd onder invloed van drugs, maar krijgt ook te kampen met een bloeddorstigheid als neveneffect. Door haar overmatige gebruik weet ze op een gegeven moment zelfs de realiteit niet meer van trip te onderscheiden en spiraalt ze out of control.
De film lijkt die madness te willen spiegelen met overdadige inzet van audiovisueel gereedschap: veel korte cuts, effecten, overlays, kleurfilters en schreeuwerige soundtrack creëren samen een chaotische sfeer die niet bepaald parallel loopt met Dezzy’s afdwaaltocht maar eerder een constante signatuur is. Eentje die wel echo’s van Noé en Aronofsky oproept, maar zelf echt de controle en doelgerichtheid mist om zich op kwalitatief niveau te kunnen meten.
Het is een doldwaze chaos en ik zat ‘m met plezier uit maar over het algemeen overheerst toch het gevoel dat de film heel graag iets wilt zijn maar daar niet genoeg voor in huis heeft. 3*
Blood Fest (2018)
George Romero, if you’re out there, save us
Jammerlijk flauwe film. Hoewel veel minder budget dan het vergelijkbare Hell Fest (2018), oogt het qua productie soms nog best ok en - hoewel het leentjebuur bij Cabin in the Woods speelt - zitten er best wat aardige ideetjes bij, maar de uitwerking schiet overall toch aardig tekort.
Het kijkt een beetje als een meta-versie van een best-of-horror-compilatie. Alle subgenres en engerds hebben hun eigen wijkje. Ze worden achtereenvolgens afgestreept als de hoofdpersonen zich naar het uiteinde van het park moeten banen. Geinig, maar ook wat plichtmatig en stereotype uitgewerkt, want er kan nergens te lang stilgestaan worden.
Humor en personages houden het luchtig, maar nergens is de film echt grappig. Jammer, want een film als deze scoort makkelijker met het comedy- dan met het horrorgedeelte, iets wat een Happy Death Day perfect liet zien. Ook de vele (vele) verwijzingen (eerder name-dropping) geven het de zielloosheid van een verzamelalbum, in plaats dat het op een slimme manier de regels van het genre op de hak neemt.
Weinig spanning, weinig humor. Hier en daar fraai aangekleed en een aardige premisse, al wordt die door slappe uitwerking en een abominabel einde (met die vader) compleet om zeep geholpen. Hell Fest had irritantere personages en een wat goedkopere look, maar die heb ik toch duizend keer liever dan deze. 2,5*
Blue My Mind (2017)
Charmant coming-of-age drama uit Zwitserland dat lange tijd meerdere ballen in de lucht houdt over waar het nou precies naartoe wil. Tienermeisje Mia moet na een verhuizing haar weg vinden op een nieuwe school en probeert een plekje te veroveren tussen de populaire (pestkoppen van) meisjes, die haar aanvankelijk niet lijken te accepteren. Alsof ze nog niet genoeg op haar bord heeft, krijgt ze ook haar eerste menstruatie te verduren, die enkele lichamelijke veranderingen in werking zet die wat ongebruikelijk aandoen.
Het is inderdaad een bekende insteek: een 'horror'-metafoor voor ontluikende vrouwelijkheid en met die subtext brengt het Mia langs vele dubieuze keuzes en onveilige situaties, die zonder uitzondering allemaal het potentieel voor onheil en plotse escalatie herbergen: voor de kijker blijft het telkens gissen of dit dan het moment is waar het mis gaat.
Het is een gegeven waar de film herhaaldelijk mee flirt maar ook telkens weer mee weet te verrassen. Waar het ons dan uiteindelijk naartoe leidt is vanaf halverwege de film misschien al geen verrassing meer, maar zelfs dan weet het op het einde nog een snaar te raken, waarbij ook het verdienstelijke acteerwerk van met name de twee centrale tienermeisjes Mia en Gianna niet onvermeld mag blijven.
Sfeervol en gevoelig, met een constant onheilspellend randje. Misschien wat diffuus in opzet, maar volledig in lijn met wat het wilt uitdragen. Uiteindelijk zou je dit haast een modern sprookje kunnen noemen. 3,5*
Blue Ruin (2013)
Goed!
Knap staaltje spanning van Saulnier. Wát een sprong vanaf Murder Party (2007)! Green Room (2015) vond ik ook al gaaf, maar hier lijkt hij het plot tot de ware essentie gestript te hebben. En zeer effectief.
Want heel veel intro is er niet, en expliciete uitleg ook niet echt. Toch duurt het niet lang voor we weten wie Dwight is, en waar hij naar op zoek is. Als hij door de politie opgepikt wordt aan het begin, wordt op indirecte wijze heel goed een beeld geschetst van zijn situatie.
Dwight is de sullige benadeelde, veel te oenig om een held te zijn maar zijn onhandigheid staat wel aan de basis van een realistische of minstens andersoortige benadering van veel wraakcliché’s. Als hij opschrikt van een lamp die aanspringt (nadat ie in slaap is gevallen tijdens een stake-out), hoe hij zijn gijzelaar in de kofferbak mist op drie meter afstand (en mooi onverwacht overmeesterd wordt), die kleine paniekerige reactie in zijn ogen als er iets niet meteen goed gaat. Prachtig gespeeld door Blair.
Pluspunt naar de camera, die héél geduldig en doelgericht te werk gaat. Verder weinig poespas aan deze film, zowel audiovisueel als plottechnisch is dit simpelweg zeer stijlvast en degelijk. Ook het streepje humor kon ik waarderen. Net toen ik dacht: ‘goh, je ziet personages niet vaak een glas water hervullen en weer leeg drinken’, wordt er gecut naar een grafsteen waar op gepist wordt. Nice.
Fijn filmpje. 3,5*
Boas Maneiras, As (2017)
Alternatieve titel: Good Manners
Tjaaa, zeker geen slechte film maar het is een beetje een mengelmoes van elementen geworden en kan maar moeilijk toon of focus vinden. Zou het komen doordat er een duo in de regisseursstoel zit? Zichzelf presenterend als een folkloresprookje, opent de film met een ontluikend liefdesdrama tussen twee vrouwen uit tegengestelde milieus. Clara is een zwarte vrouw die maar moeizaam een positie als nanny kan bemachtigen bij de welgestelde, zwangere Braziliaanse Ana.
Tot aan de bevalling staat hun romance centraal maar wordt je als kijker middels enkele hints al op de hoogte gebracht dat Ana’s zwangerschap niet zo onschuldig is als het lijkt. Maar ook de wending die het verhaal dan neemt, is niet eenduidig te noemen. De spaarzame horror wordt afgewisseld met een wat oppervlakkig adoptiedrama en vermengt dat met muzikale intermezzo’s en een vleugje coming-of-age. Hoewel alle elementen oprecht benaderd worden, word je als kijker wat abrupt van het een in het ander gedropt en vormt het best een uitdaging om lijn te vinden in het kernsentiment van de film. Het is allemaal een beetje teveel en er wordt te weinig gesneden in relevantie, waardoor de 135 minuten ook wat lang aanvoelen.
Er wordt veel geklaagd over de CGI bij deze film maar dat vond ik bij lange na niet het belangrijkste euvel. De film is van alles wat, en de wisselvalligheid wordt benadrukt door de editing, die de ene keer scenes te lang laat voortduren, de andere keer te snel afkapt om iets van uniformiteit te creëren of overheersend sentiment durft te kiezen. Aan de andere kant worden kleur en mooie plaatjes veelal als positief aspect genoemd, maar ook daar kan de film geen voldoende uit krijgen; ik vond het visueel redelijk sober en weinig imposant.
Wat mij betreft gaan deze regisseurs hierna lekker hun eigen, individuele weg, want er zit genoeg in om tot de verbeelding te spreken, maar het ontbreekt aan een rechtlijnige visie om dat ook daadwerkelijk tot een meeslepende film te laten leiden. 2,5*
Bom Yeoreum Gaeul Gyeoul Geurigo Bom (2003)
Alternatieve titel: Spring, Summer, Fall, Winter... and Spring
Hoge verwachtingen, wat heb ik er een hekel aan. Die zeldzame gevallen dat ze overtroffen worden wegen niet op tegen onverhoopte teleurstellingen.
Alleszins geen slechte film dit. Ik heb gebiologeerd zitten kijken en heb veel moois gezien. Vooral veel mooie shots en standpunten, maar als er één film visueel gemythologiseerd wordt, is het deze wel. Ik ontwaarde nergens de verbluffende visuele pracht die andere MM-ers zo weten te prijzen.
De frivoliteiten en seksuele escapades van de jonge monnik en het meisje vond ik storend. De hele serene sfeer die de film tijdens de Lente neerzet wordt compleet verstoord. Ook de terugkomst van de jonge monnik, die in zijn woedeuitbarsting geen overacting schuwt, valt buiten de kalme toon van de film. Weliswaar nodig om een belangrijk thema uiteen te zetten (misdaad en boetedoening) maar de manier waarop vind ik onnodig schreeuwerig, letterlijk en figuurlijk.
De Lente vond ik geweldig in al zijn eenvoud, het vervolg moet aan eenvoud inboeten en de film zakt een beetje weg in al zijn goede bedoelingen. 3*
Book of Birdie, The (2017)
Deze stond al heel lang op mijn lijstje, maar bleek toch wat moeilijk te vinden. Inmiddels heeft studio Melancholy Star deze - en naar het schijnt volgt binnenkort ook het recentere Minore (2023) - op Vimeo gezet, waar ik eigenlijk door de MM horror-challenge van op het spoor ben gekomen
en blij toe want dit was toch wel een unieke ervaring.
Allereerst vind ik het knap dat een kleinschalige productie als dit zó een zelfverzekerde rust kan uitstralen in de manier van vertellen.
Van een rechtlijnig narratief is niet gelijk sprake (jong meisje Birdie wordt ondergebracht in een klooster, waar zij unheimische waanbeelden met mystieke ondertoon ondergaat en simultaan haar ontluikende vrouwelijkheid en menstruatie te verwerken krijgt), de eigenzinnige manier waarop de film haar stukjes voorschotelt is opvallend: een beetje episodisch zoals je na ontwaken kunt terugkijken op een droom, met losse gebeurtenissen en visuals die door een gedeeld sentiment of droomlogica wel bij elkaar horen of op elkaar voortbouwen maar nooit een helemaal sluitend of klassieke verhaalvorm aanneemt. Ik kan het maar moeilijk met iets vergelijken, al komt Innocence (2004) wel in me op. Die had een zelfde onuitgesproken balans tussen onschuld en dromerige maar onheilspellende sfeer. Birdie onderzoekt het onheil misschien wat meer in visueel explicieter ongemak maar, zoals het label op MM terecht ontbreekt; horror is het niet echt te noemen. Dromerig, bevreemdend en ongrijpbaar zijn drie steekwoorden die het eerst in me opkomen.
Tweede waar de film echt indruk mee maakt is de visuele flair. Voelbaar met beperkt budget, maar wederom met zo veel overtuiging en creativiteit neergezet, zodat ieder frame niet zou misstaan met lijstje eromheen. Scenes en kaders zijn zonder uitzondering voelbaar met aandacht vormgegeven en de tastbaarheid van die aandacht ken ik eigenlijk voornamelijk van animatie- en (vooral) stop-motionfilms. Zo zijn er tussendoor handgetekende, ogenschijnlijk uit karton gesneden en geanimeerde hoofdstuktitels, maar ook overige (spaarzame) effecten, belichting en compositie en sfeerbeelden ademen dezelfde passie en verzorgdheid uit.
Voelbaar liefdesproject dat je als kijker maar wat graag in je hart sluit. Ik zag mezelf voornamelijk de eerste helft geconfronteerd met mijn eigen behoefte aan meer narratief smeermiddel en ook het acteerwerk, waar de low-budget feel af en toe wel onaangenaam op de voorgrond treedt, weerhoudt me van een hogere score, maar zó veel creativiteit en bedachtzaamheid in een debuut van bescheiden proporties: lager dan een 4* kan deze bij mij niet scoren.
Booksmart (2019)
Het is geen totale kopie van Superbad (maar dan vanuit vrouwelijke oogpunt), maar het is wel duidelijk dat Wilde op datzelfde publiek mikt. Waar die film echter wat ruwer en gemener is, steekt Wilde er wat meer hart en drama in. En als dit soort film nu écht iets kunnen missen als kiespijn, is het wel meer drama.
Ik quote gemakshalve OH omdat ik de vergelijking met Superbad (die ik veel teruglees hier) wel terecht vind, maar onterecht ook heel veel negatieve geluiden zie inleiden. Het "vanuit vrouwelijk oogpunt"-gedeelte ontkracht voor mij sterk je verdere redenering, want - en vergeef me de stereotypering - juist dat perspectief legt een empathischer filter over gansch de film en de standaard high-schooltaferelen. De dynamiek tussen Amy en Molly (maar vanuit Wilde's perspectief ook tussen overige personages) stoelt inderdaad minder op venijn (en meer op hart); voor mij kiest het juist daar duidelijk voor eigen richting. Niet puur Superbad-met-jongens-verruild-voor-meisjes, maar Superbad áls meisjes). Het mikt daarmee júist op ander publiek.
En als het geen scherpte en creativiteit op andere plekken zou vinden, had ik het als een mislukt experiment beschouwd, maar oh wat vond ik dit een sneltrein van vondsten, ad rem humor en treffende typetjes. En wat een verademing om te ervaren dat humor wel grofheid kan opzoeken, maar er qua effect niet afhankelijk van hoeft te zijn. Scherpte die niet noodzakelijkerwijs een slachtoffer hoeft te hebben, te zeer leunt op gevloek of perse ten koste van iemand moet gaan om grappig te zijn.
De drama-elementen worden echt wel wat onhandig ingefietst: het verhitte moment tussen de dames kwam redelijk uit de lucht vallen. Hoe hun personages tot dan toe geschetst zijn verleent weliswaar geloofwaardigheid aan hun verwijten, als kijker word je er een beetje plots mee opgezadeld. Ik vergeef het de film graag, gek genoeg misschien wel juist - wederom - door het vrouwelijke perspectief. Welke man - en nogmaals: vergeef me de genderhokjes - is nog nooit compleet overvallen door een plotse emotionele uitbarsting van zijn vriendin?
Booksmart schetst een voor mij geloofwaardige belevingswereld van meisjes die (en hier zit het contrast met Superbad) hun chemie vinden vanuit genegenheid en (ogenschijnlijke) gelijkgestemdheid maar tegelijk hun afkeuring en afgunst meer geneigd zijn te onderdrukken - wat leidt tot drama. Leeftijd, setting en doel (avontuurdrift) mogen dan overeenkomen met Superbad; de verschuiving van perspectief levert telkens een net andere invulling op (van gebeurtenissen, toon, dialoog, moraal). Wilde bewandelt dat pad vanaf de initiële afslag juist erg goed voor mijn gevoel.
Goed, niet alles wordt even sterk uitgewerkt. Een traumatiserende ontmaagding die vrij makkelijk geparkeerd wordt, een kwetsende roddel op het toilet wordt zonder blikken of blozen het hoofd geboden, een lerares die invoegt op een schoolfeest en vrijwel alles vanaf de gevangenis neemt een haast magisch-realistisch loopje met de werkelijkheid. Het hele plot wordt gekenmerkt door een losse-polsgehalte waar je bezwaar tegen zou kunnen maken: voor mij stond het de filmfun allerminst in de weg. Zelfs de artsy randomness van de animatiescene werd ermee overeind gehouden. Grootste minpunt voor mij was de ostentatief ingezette soundtrack, die iets te graag wilde maar zelfs daar zijn (qua individuele nummers) goede keuzes gemaakt.
Ja, dit is Superbad voor meisjes. Maar beschouw het meer als een overeenkomend startpunt en niet als blauwprint. Wilde is een vrouw, legt haar focus op twee vrouwen en voert weliswaar een vergelijkbare reis van random shit, gevatte humor en rare high-schooltypes ten tonele, maar biedt ook een inkijkje in de verschillen die daaruit voortvloeien. Herkenbaar genre, maar toch niche. En als je het niet teveel probeert in te passen in wat je al kent, bewonderenswaardig verfrissend en aanstekelijk. Maar bovenal gewoon retegrappig. 4*
Bourne Identity, The (2002)
Goede spionagethriller.
Het geheugen-kwijt-idee zorgt in ieder geval voor een lekker paranoïde sfeertje doorheen de film. Matt Damon sluit hier - misschien wel dankzij dat verdwaasde, mimiekloze hoofd - goed bij aan. Stevige pas, regelmatig over de schouder kijken en in een rechte lijn van A naar B bewegen. Af en toe wel érg scherp (hond weg? Iedereen in de kelder!), maar goed, ik ga er wel in mee.
Ook de soundtrack sluit naadloos aan bij de hectiek, al blijft het voornamelijk ondersteunend. Visueel is het wat opdringeriger; erg snelle montage, hetgeen wel eens wil balanceren tussen functioneel haastig en gemakzuchtig rommelig. Het werkte bij mij uiteindelijk wel.
Paar leuke scènes en gewetenskwesties tussen Damon en Potente. Laatstgenoemde had ook als personage echt toegevoegde waarde, wat van bijvoorbeeld Stiles niet gezegd kan worden. Wat was zij eigenlijk, Treadstone-secretaresse? Clive Owen's stille rol komt mysterieus en gevaarlijk over: leuk.
Leuk gegeven met een pakkend sfeertje, in vlot tempo verteld en in een leuk Europees jasje gestoken. Erg goed vermaak 4*
Boy, The (2016)
Fijn filmpje.
Scheelt dat ik poppen bij voorbaat niet vertrouw, dus iedere scene met Brahms, bekroop mij al een onderhuidse rilling. De film maakt goed gebruik van een bekende setting en gegeven. Beetje lelijke soundtrack wanneer het uitbundiger wordt maar de shots met Brahms door een deurpost of in een spiegel worden sfeervol getoond.
Paar juiste keuzes als het om het laten zien of weglaten van info gaat. De volledige lijst regels is nooit lang in beeld. Waarom die zelfmoord van de ouders? Hoe heeft Brahms de brand overleefd en hoe heeft de transitie naar pop, inclusief het domineren van de oudjes, plaatsgevonden? Je kunt het goed bedenken maar het is wel fijn dat er geen flashback-scene in zit die het allemaal nog eens uit moet leggen.
Grootste minpunt is de rol van Cole. Kan me niet voorstellen dat de noodzaak voor zijn personage niet op een andere manier (via Malcolm bijvoorbeeld) verwerkt had kunnen worden.
Ik ben vroeg afgehaakt bij The Walking Dead, dus kende Cohan nog niet, maar die doet het meer dan behoorlijk.
Alleraardigst filmpje, dat het meer van de sfeer moet hebben dan van originaliteit maar daar effectief ook veel mee weet te scoren. Scheelt waarschijnlijk als je, net als ik, het liefst met een boogje om poppen heen loopt. 3,5*
Link met Halloween zie ik niet mikey; is het de babysitter?
Braid (2018)
Pareltje.
Van de hand van een vrouwelijk regisseur met talent. Sinds Revenge (2017) niet zo veel stijlvol lef in een debuut gezien. Kleurgebruik, camera, montage, muziek; alles ademt een gecontroleerd losse hand zoals je die graag ziet in een eerste film. Liever mét visie en een beetje buiten de lijntjes dan binnen een veilig kader scoren. Peirone is er zeker een om in de gaten te houden. Als regisseur maar zeker ook als schrijver.
De film hanteert een vluchtige, bijna associatieve manier van vertellen. Niet zozeer per dialoog (dat haast misleidend rechtlijnig is), maar wel per scene. Na bijna iedere cut krijg je een beeld of situatie voorgeschoteld waar minimaal één vraagteken rijst. En door die dromerig fragmentarische aaneenschakelingen, stapelen de vraagtekens zich gestaag op.
Het is een aangename dubbelzinnigheid die de dingen nét niet helemaal duidt maar liever net iets in het midden laat. Een echte mindfuck wordt het nooit, maar ik vond het zich qua mysterie in een erg prettig schemergebied nestelen.
Solide acteerwerk van de drie dames ook. Alledrie brengen een mooi spectrum van doortastendheid tot instabiliteit in hun rol. Brewer maakte al grote indruk met Cam (2018) - ook al zo’n fijne psychologische thriller - Waterhouse en Hay waren mij nog onbekend.
Sfeervolle locatie, ogenschijnlijk kleine, simpele opzet, drie actrices en een uitgesproken eigen uitwerking die laat zien dat Peirone weet wat ze doet. Weinig minpunten hier. Kleine 4,5*
Bride of Chucky (1998)
Alternatieve titel: Child's Play 4: Bride of Chucky
Goeie afslag.
Zat de humor een reeks als Nightmare on Elm Street vooral in de weg, Child's Play heeft de sardonische humor van Chucky altijd wel aan de goede kant weten te behouden, maar deze bewuste shift van toon is toch wel te waarderen. Zeker wanneer zo veel franchises conceptueel uitgeknepen worden in plaats van bijgestuurd, tot er niets meer uit te knijpen valt, of een reboot noodzaak wordt. En ja, Child's Play heeft inmiddels ook een make-over gehad, maar op de hernieuwde, puur komische koers van Bride of Chucky had het wat mij betreft nog wel even kunnen varen.
Goed ik moet er nog een paar, maar de reeks bij dit vierde deel weer oppikken vormde een aangename verrassing. De verhaallijn en toevoeging van Tiffany zetten de toon al goed neer: focus op humor, die varieert van dad-jokes tot plezierig macaber leedvermaak, met daaruit voortvloeiend af en toe een bloederige scene. De moord-competitiviteit tussen de twee is geinig, en ook al gaat het veelal ten koste van de spanning of exceptionele kills; de komische toon overtuigt op zichzelf.
Lachen dit. Neemt zichzelf nul serieus, vermaakt over de hele lengte en vindt en passant een nagenoeg uitgespeelde reeks opnieuw uit. Ben oprecht benieuwd naar de volgende. 3,5*
Bridesmaids (2011)
Minder scherp dan verwacht.
Niet dat ik The Hangover nou zo hoog heb zitten maar als vrouwelijk equivalent van die film (een veelgelezen predikaat) had ik hier toch een rauwer randje verwacht. In The Hangover kon ik aardig sympathiseren met hoe oprecht vertieft de hoofdpersonen erbij liepen; hier blijft alle humor die het gemiddelde romcom-gehalte in braafheid moet overstijgen er wat cosmetisch opgeplakt.
Een schreeuwerige diarreesessie, een flauwe dronkenvrouwspraatje en veel, veel grappen die onnodig lang gerekt worden waardoor de eventuele scherpte eigenlijk per scene al uitgemolken wordt. Neem de speech-scene op de verlovingsparty, de twee eerder genoemde scenes maar ook als later de aandacht van Rhodes getrokken moet worden: in beginsel grappen met goede potentie maar door herhaling wordt ieder lachsalvo voorzien van zijn eigen fade-out.
Wiig en ook de onuitstaanbare Byrne doen het erg goed en een handjevol bijrollen valt ook weinig te verwijten. Er zit genoeg chemie in de groep en ook qua timing zou je verwachten dat de humor gewoon meer zou werken. Het is echt het script (door twee vrouwen geschreven) dat de grappen te lang op repeat laat staan en de regie (door een man, ook jammer) die het tempo gewoon wat meer voorrang had moeten geven. In essentie een film met een goed hart maar een onlangs geziene Pitch Perfect vond ik voor vrouwelijke humor een betere lans breken. 2*
Brightburn (2019)
Zowel het superheld- als horrorgenre is een hoekje cinema waar normaliter flink uitgepakt kan worden. Dat Brightburn deze twee genres samen laat vallen, schept de verwachting dat het één groot cadeautje zou worden (qua gore óf spektakel), maar wat dat betreft blijf je toch een beetje op je honger zitten. Het valt weliswaar te bewonderen hoe beheerst Yarovesky zijn verhaal vertelt, hoe gedoseerd hij de gore serveert en misschien zelfs bewust de nadruk op het drama binnen de gezinsdynamiek legt; als je de trailer hebt gezien, is het moeilijk hier niet te grote verwachtingen van te hebben.
Ergens kijkt dit het beste als een origin story. Het verloop en zeker ook het einde sluit niet uit dat Brightburn slechts het begin vormt van een lucratieve franchise; de wétenschap dat het slechts een opstapje vormt, zou de lauwheid van dit deel toch beter behapbaar maken. Ik denk aan een Rise of the planet of the Apes, waar ook alle aandacht uitgaat naar het ontdekken en ontwikkelen van krachten, wetende dat het in de vervolgen nog een stapje verder mag.
Niettemin is dit een sfeervol filmpje geworden, met een aantal memorabele scenes. Niet alleen die in de diner, of de in-your-face verminking van Badger, ook de momenten dat Brandon zijn klasgenootje bezoekt of met zijn vader op een tripje vertrekt, brengen een omineuze kriebelig teweeg. Fijne spanningswerking.
Zoals gezegd pakt het einde wel enigszins uit, als Brandon het huis toetakelt en later zijn laatste menselijke emotie laat varen door zijn moeder te laten vallen. Toch voel je in alles dat de krachten in Brandon tot véél meer (gruwel) in staat zijn dan we hier te zien krijgen. Die honger waar je op blijft zitten, maakt dat je uitkijkt naar een vervolg. Maar nogmaals: op zichzelf had ik hier een hogere verwachting van. 3,5*
Brimstone (2016)
Alternatieve titel: Koolhoven's Brimstone
Aardige prent die ondanks zijn lange speelduur constant weet te vermaken. Ik heb Koolhoven altijd iemand gevonden die redelijk vol is van zichzelf (je moet van bepaalde huize komen om je eigen naam boven de filmtitel te plaatsen) en hoewel je er misschien meer zou verwachten als je leest dat de man hier 7 jaar van zijn leven in gestopt heeft, weet hij toch een aardig mistroostig wereldje te schetsen met enkele memorabele scenes en hoge production value.
Uiteindelijk ben ik best te spreken ook over de doorbroken chronologische vertelstructuur, al vind ik het grootste nadeel dat het personage van Pearce per hoofdstuk aan dreiging moet inboeten. Komt deels door zijn wat zoekende acteerprestatie (accent incluis) maar ook zijn karakter wordt allengs steeds menselijker neergezet. Aanvankelijk denk je nog met de duivel zelf te maken te hebben, dat vond ik toch indrukwekkender.
Setting, kostuums en acteerwerk vond ik uiteindelijk de grootste pluspunten. Met name Emilia Jones zet als jonge actrice een geweldige prestatie neer; weet iemand of zij haar Nederlands zelf ingesproken heeft? Zo ja, weet ze voor een Britse actrice verbluffend tussen talen te schakelen.
Jammer dat het op een wat hoopvolle noot lijkt te eindigen, al behoudt de achterdochtige blik in het bos genoeg mysterie om niet alle doorstane ellende teniet te doen. 3,5*
