• 15.736 nieuwsartikelen
  • 177.886 films
  • 12.199 series
  • 33.965 seizoenen
  • 646.886 acteurs
  • 198.954 gebruikers
  • 9.369.823 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten remorz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Laberinto del Fauno, El (2006)

Alternatieve titel: Pan's Labyrinth

Staat 10 jaar na dato nog altijd fier overeind.

De (helaas nog altijd) zeldzame combinatie van macaber geweld en fantasierijk sprookje doet het heel goed. Vooral Hollywood/Disney is debet geweest aan het ontgrimmen van sprookjes en het is jammer dat studio's de commerciële waarde van G/PG/PG-13 ratings prioriteit blijven geven boven de meerwaarde die besloten ligt in het duistere randje, inherent aan de tegenstelling tussen goed en kwaad. Del Toro wilde die concessie niet doen en dat levert een prent op met een écht gewetenloze bad guy, oprécht huiveringwekkende wezens en voelbaar ontregelende chaos die hoort bij oorlogstijden.

Daarbij staat Del Toro voor mij nagenoeg synoniem voor uitmuntend creature design en decors. Wellicht dat de CGI soms wat te herkenbaar is (de elfjes, de pad, die gemberknol onder het bed); de vormgeving van werkelijk ieder wezen is ontzagwekkend. Ook het sound design werkt sterk sfeerverhogend, met foley die niet altijd voor de hand liggend klinkt maar voor een fantasy-film is die vervreemding juist een absolute meerwaarde. Op audiovisueel gebied is dit gewoon volle bak smullen, bar none.

De scheiding tussen echte en fantasiewereld is kundig uitgevoerd, de twee lopen op een vloeiende manier in elkaar over en zijn beide ook even interessant om te volgen. Toch heb ik bijtijds een beetje moeite met de pacing van de film. Genoeg sterke scènes (uit beide werelden) die elkaar afwisselen, ik had niet het idee dat er van een echte opbouw sprake was.

Een herziening die nog altijd zowel ontroering, ontzag en huivering weet op te wekken. Ik blijf bij 4,5*.

Lang Leve de Koningin (1995)

Alternatieve titel: Long Live the Queen

Ja, redelijk charmant, kindvriendelijk filmpje dit hoor.

Gouden Kalf voor beste film vind ik dan wel weer een beetje veel eer, maar kan me goed voorstellen dat dit destijds als een eigenzinnige productie werd beschouwd.

Een ode aan de fantasie, die niet door stomme rekensommen dichtgetimmerd dient te worden en doorzettingsvermogen, ook al word je omgeven door tegengeluiden van rigide leraren en afgunstige pestkoppen. Het basisconcept (Sara leert schaken door in haar fantasie het spel tot leven te laten komen) heeft de introductie van de spelregels een beetje als afremmend element in de flow van de film en ook komt het fantasie-gedeelte nooit echt tot een bevredigende climax - de switch naar de secundaire verhaallijn over Sara’s vader is daar met name debet aan.

Kostuums en set design hebben iets knulligs maar gaan goed op in het geheel en vinden ook aansluiting in de frivole vertolkingen van een groot deel van de schaakstukken. Ik had gehoopt op iets meer betovering, maar voor een productie uit eigen land doet deze toch wel iets unieks. 3*

Lars and the Real Girl (2007)

Leuk!

Lars and the Real Girl is een aardig vormgegeven case study van een emotioneel beschadigde jongeman en zijn eigenhandig voortgestuwde verwerking van zijn trauma.

Een trauma dat gelukkig niet tot hapklare brokken ontleed wordt gedurende de film. Onder andere de sessies met de huisarts (annex psycholoog) geven een oppervlakkig beeld van wat er aan de hand moet zijn, en dat is genoeg. Hij heeft emotionele problemen, dit is zijn manier om daar de aandacht op te vestigen en het te verwerken.

Een zachtst gezegd markante wijze, en zelfs tijdens de film vraag je je af hoe de film binnen de grenzen van het geloofwaardige weet te blijven. Toegegeven: de manier waarop het hele dorp meegaat in Lars' waanvoorstelling, alsmede de warmte waarmee Bianca wordt opgenomen, is makkelijke prooi voor sceptici.

Daar staat Gosling tegenover; binnen een paar seconden zet hij met minimale middelen een heel karakter neer. Vanaf zijn bloedserieuze introductie van Bianca balanceert hij op het droogkomische, maar behoudt altijd een ontwapenende en geloofwaardige kwetsbaarheid, dat maakt dat je er als kijker maar graag in meegaat. Echt heel erg knap.

Audiovisueel weerspiegelt de film de ultieme grijsheid van de heersende dorpssfeer, en af en toe lijkt het geheel er nét iets te veel in ondergedompeld te worden. Dan wordt het soms bijna iets te gezapig, maar doorgaans herpakt de film zich tijdig.

Erg sympathiek filmpje, met een ontstellend goede Gosling. 3,5*

Last Boy Scout, The (1991)

“Ask me how fat she is.”
“Fuck you man!...How fat is she?”

Als zelfs de pimp-looking motherfucker with a hat het niet kan weerstaan om Bruce nog één grapje te horen maken, dan ben je als kijker ook wel zoet met de volle speellengte van deze film, die niet schroomt om (bijna) alle onnodige ballast van de ultieme actiekomedie weg te laten.

Grootste traktatie is toch wel de chemie tussen Wayans en Willis, beiden even koelbloedig en bedreven in ad-rem cynisme. Enig emotioneel element wordt vrij snel doorgeslikt om met de volgende ademteug alweer een one-liner uit te piepen (Wayans) of grommen (Willis).

No nonsense verhaal, prima tempo en ook al werkt niet iedere grap even goed; als een moordaanslag verijdelt wordt door een football, dan weet je dat je het nergens te serieus hoeft te nemen. Willis legt het op het eind nog best wel meta even uit aan Wayans. Geinig. Ik laat die 3,5* nog even staan.

Last Straw (2023)

Beetje een vreemde structuur, deze film. Wilt net iets te graag apart zijn maar gooit er ook zijn eigen ruiten mee in.

De filmt opent namelijk met een belletje naar hulpdiensten, om vervolgens terug te springen naar wat eraan vooraf ging:

Wanneer hoofdpersoon Nancy ‘s avonds als enige werkzaam is in een diner ergens in ruraal Amerika, wordt ze belaagd door enkele gemaskerde jongeren. Wanneer ze in paniek de politie belt, vervalt de situatie al snel van kwaad tot erger.

Het “home”-invasion stukje wat volgt is het sterkst. Maar wanneer het eerste masker afgaat, draait de vertelling om en krijgen we dezelfde gebeurtenissen nogmaals te zien maar vanuit een ander perspectief. Iets vergelijkbaars gebeurde onlangs in I See You en net als daar het geval was, staat ook deze film vanaf dat punt eigenlijk in zijn hemd: met de clou onthuld is het wachten tot de film (beroofd van spanning) zichzelf ingehaald heeft en het verhaal weer verder kan (vanaf de gespoilde scene uit de opening welteverstaan).

De film krijgt dan weliswaar nog een staartje, maar echte verrassingen heeft het niet in petto.

Probeer je tussendoor ook niet te ergeren aan het wisselvallige acteerwerk of de dialogen die wel érg geschreven aandoen; er zitten namelijk best wat aardige shots tussen en ook qua belichting en geluid weet het soms verrassend sfeervol uit de hoek te komen. Bescheiden synthy soundtrack doet het het ook niet verkeerd.

Krappe, krappe voldoende 2,5*

Law Abiding Citizen (2009)

Wel aardig.

Casting is het eerste struikelblok. Foxx is niet te typecasten omdat hij nergens in uitblinkt en Butler doet het op zich prima maar is weinig dreigend in zijn rol.
Ook een beetje overtrokken hoor: aanvankelijk is Butler de verdrietige, weerloze weduwnaar...totdat hij zich als wreker van zijn gezin laat oppakken als hij het recht in eigen handen neemt. Blijkt hij vindingrijker en machtiger te zijn dan je denkt. Dat er een DVDtje bij Foxx’ gezin op de mat valt is tot daaraan toe maar als de persoonlijke wraaktocht ontwikkelt tot een grootscheepse ontmanteling van een corrupt rechtssysteem, raak je mijn interesse en inleving een beetje kwijt.

Wat begint als een fijn machtsspelletje, ontaardt in een steeds flauwer en ongeloofwaardigere film, die eerst investeert in de notie dat Butler nagenoeg onaantastbaar is, om dat vervolgens in de finale weer zelf onderuit te halen met een slappe climax.

Charme van de film is dat je toch wel dat je lange tijd root for the bad guy. Ook daar is het vreemd dat het einde hem alsnog op zijn plek wil zetten. Veilig.

Uiteindelijk vermakelijk en ongecompliceerd genoeg met een aangename toets grofheid maar echt goed zou ik de film niet noemen, daar is het uiteindelijk toch te gemakzuchtig en veilig voor in elkaar gedraaid. 2,5*

Lazarus Effect, The (2015)

Verrast.

En dat is altijd leuk als je lui op Netflix zit. Dus zonder voorkennis deze aangeklikt en eigenlijk is er weinig wat de film echt fout doet.

Prima acteerwerk, zeker voor de rol van Wilde komt het toch delicaat maar ze slaagt erin te overtuigen. Sfeervol vanaf het begin. Enige vergelijking die het oproept met Flatliners doet de film niet slecht; het wordt hier wat fantastischer ingevuld, maar de toon klopt (en het is niet half zo belachelijk).

Redelijk spannend, beetje rommelig als de verhaallijn en flashbacks een geheel moeten vormen maar verder prima te kijken, met boeiende karakters en een handvol erg fijne momenten. Zoals het moment van Wildes wederopstanding. De samengeknepen locker met Glover is een favorietje, ging iets te snel zelfs.

Aangenaamt verrast, zonder ergens steil van achterover te staan; 3,5* verdient deze zeker.

Leatherface (2017)

Vreemde telg.

Zowel binnen het oeuvre van Bustillo & Maury als in de Texas-reeks, een beetje een vreemde uitkomst.

Natuurlijk, de heren regisseurs lijken een unieke kleurcode voor hun bloed te hebben; de macabere momenten zijn er genoeg en stilistisch valt hun hand wel te herkennen, maar de sfeer wil er niet echt in komen. Bovendien: je verwacht ze niet zo snel als gun-for-hire, in de stoel voor een origin-story. Al dachten we natuurlijk hetzelfde van Aja, die een vergelijkbaar bruggetje naar Hollywood nam.

Nu ben ik niet zo thuis ik de TCM-reeks, maar deze lijkt eerder een spin-off dan een echte origin-story. We spenderen lange tijd aan een handvol jongeren die op de vlucht slaan, met weinig anders dan de openingsscene die het verband legt. De naamsverandering van Jed dient om het spannend te houden wie nou uiteindelijk overblijft om Leatherface te worden: de ogenschijnlijk rechtschapen Jackson; de onberekenbare dommekracht Bud; of toch de sadistische Ike? De uitkomst voelt niet helemaal logisch, maar op zich werkt het script er aardig naartoe.

Toch geeft het de film niet de spanningsboog die je wilt en hoewel er aardig wat bloed en ingewanden voorbijkomen, leidt het verhaal ook teveel af om het puur een gorefest te maken. Bovendien vind ik het redneck-wereldje misschien nog wel meer uitgekauwd dan het zombiewereldje.

Vreemd script, weinig pakkende personages maar met een herkenbare handtekening van Bustillo en Maury. Hopelijk hebben ze er genoeg kudos mee verdiend om van Under the Ice weer een echte auteursfilm te maken. 3*

Leaving Neverland (2019)

Het fenomeen MJ

De docu kan natuurlijk niet voornamelijk om algemeen kindermisbruik gaan als het onderwerp Michael Jackson is. Ik kon het vooral waarderen dat deze twee hier samengaan en elkaar versterken.

Nog altijd even buiten de schuldvraag om: er wordt een boeiend beeld geschetst hoe juist de larger-than-life persona van Jackson de pressure points blootlegt waar sexual predators gebruik van maken. Een relatie aangaan die slachtoffer (en dader deels waarschijnlijk ook) vanaf moment 1 beschouwt als liefde. Het daarom verdedigt, ontkent als misbruik en jaren nodig kan hebben om die visie te keren.

Het is een proces wat, als je een beetje kritisch begint aan de docu, zich in die vier uur voltrekt. Die speelduur ook een beetje nodig heeft. En nog steeds: de heren kunnen liegen, geldbelust zijn en de invulling verzonnen hebben; hun narratief is geloofwaardig en redelijk sluitend. Mochten ze liegen: props voor de research, formulering en delivery.

Mocht het waar zijn: het zou heel veel sowieso eigenaardige symptomen van Jacksons gedrag verklaren. Het zou het profiel passen en het zou ongelooflijk zijn dat het zich onder de ogen van de wereld en de spotlight van grootste roem denkbaar heeft voltrokken.

Het is niet te controleren, dus je erover opwinden is onnodig. Hoogstens kun je hopen dat Macauley of Brett binnenkort met hun verhaal komen, of er andere feiten boven komen borrelen die de schuldvraag opnieuw op scherp zetten.

In ieder geval maakt Reed goed gebruik van zijn onderwerp(en), is de regie terecht wat passief - al is vooral in de keuze en timing van foto’s en soundtrack de sturing voelbaar - en is de speelduur misschien niet nodig, maar best te verklaren. Ik heb geboeid gekeken. 3*

Life (2017)

Heerlijke film.

En ik ben tevens dol op Alien. Dat menig hier de overeenkomsten als negatief criterium aanhaalt snap ik niet. Op wat stijlkeuzes na lijkt het inderdaad vrij veel op elkaar. Maar als deze gewoon goed doet wat Alien ook goed deed, hoor je mij niet klagen.

Je valt redelijk midden in het verhaal en setting. De uitleg zit onopvallend genoeg weggemoffeld in de dialoog in plaats van dat er dialoog bedacht is om uitleg aan de kijker te geven; een belangrijk verschil bij dit soort films. Al vrij snel zoeft bijvoorbeeld iedereen gewichtloos door het ruimtestation zonder dat er teveel aandacht aan besteed wordt. Gebeurt te veel in vooral science fiction films.

Calvin is door zijn samenstelling (wat was het: 100% spier, oog én brein) een perfecte dreiging binnen het schip. Ongrijpbaar in vorm en (mooi vormgegeven!) verschijning met nét genoeg houvast (in maximale vorm lijkt hij zelfs een soort gezicht te hebben) om als 'villain'-entiteit te kunnen beschouwen. Al had de dreiging in sommige scenes claustrofobischer gekund (Reynolds met de incinerator, Cho in zijn cryo-bed), toch is de sfeer altijd grimmig en onvoorspelbaar.

Prima acteerwerk van de hele crew, geloofwaardige beslissingen doorheen de film (menselijkheid + stress levert nou eenmaal beslissingen op die botsen met de klinische logica van protocol: get over it, people) en een dikke pluim voor soundtrack en het uitstekende einde. Beetje vreemd dat Gyllenhaal de rit overleefd heeft tot dan toe, maar soit. Heerlijk genoten. Ik sluit verhoging na herziening zeker niet uit. 4*

Lifechanger (2018)

Ik zat er meteen in.

Een uitgangspunt waar je brein meteen mee aan de haal gaat, en de film behandelt veel van juist die dingen die je dan uitgewerkt wil zien. Maar in die uitwerking faalt de film dan ook weer te veel op cruciale punten.

Positief: het legt niks uit over de aard, afkomst of totstandkoming van onze hoofdpersoon. Geen verklaring en het-is-zoals-het-is levert vaak veel leukere films op. Er zijn wel regels en beperkingen aan het hele fenomeen, en in de behandeling van die regels zorgen de vraagtekens die Drew er zelf ook bij heeft, voor meer empathie. Ik hoef niet te weten hoe hij zo geworden is, maar het is wel interessant te volgen hoe hij een omgang tracht te vinden met zijn aard (de verrotting met coke tegengaan, de minder tijd die hij in lichamen door lijkt te kunnen brengen, de handige trucjes omtrent de wisseling van lichamen). De film vindt een goede balans in waar het de focus legt.

Ook positief vind ik de make-up effecten. Wat plastisch of 'rubber-achtig' zoals Onderhond aangeeft maar niettemin zijn dat dat doorgaans de momenten dat een film door de mand valt. Ik heb geen idee van het budget, maar op dat vlak leek de film wel experts in huis te hebben geharkt.

Hetzelfde kan niet gezegd worden van de dialogen en het acteerwerk. Veel scenes hebben een stroeve flow door houterige delivery, waarbij ik soms niet wist het aan desbetreffende acteur of aan het script het wijten. Grote uitzondering is Julia, vertolkt door een mij onbekende Burke maar die voortreffelijk naturel en geloofwaardig haar personage neerzet. Van veel andere acteurs kan niet hetzelfde gezegd worden.

Al met al een beetje jammer, want wat mij betreft scoort de film juist op de belangrijkste punten (sfeer, uitgangspunt en uitwerking - in ieder geval in 'hoofdstukken') maar laat het op basale punten (acteerwerk, script) steekjes vallen, waardoor het geheel vooral meer potentie bevat dan waarmaakt. Gaat hopelijk over een jaartje of tien een wat kundigere remake krijgen, maar meer dan vermakelijk. 3,5*

Lion (2016)

Alternatieve titel: A Long Way Home

Heb je een keer trek in een tear jerker...

Op papier heeft deze alles in huis. Het ontheemde gevoel van Saroo is makkelijk invoelbaar, behoeft geen grootse Hollywood-sensationalisering en is - als ik voor mezelf spreek - ook interessant omdat je er toch vaak makkelijk aan voorbij gaat wanneer iemand in je kringen geadopteerd blijkt te zijn.

Het zijn in mijn ervaring zelden emotioneel gemankeerde mensen, maar het ontwortelde gevoel je roots niet te kennen, en wellicht je (bevoorrechte) plekje in de wereld niet denken te verdienen, komt me logisch over, al stond ik er nooit echt bij stil. Nooit langer dan: natuurlijk wil je weten waar je vandaan komt. Op zich verkent de film dat inkijkje van geadopteerd zijn prima. Je zou denken dat het helpt dat het op waargebeurde feiten gebaseerd is. Toch gaat het daar mis, en weerklinken er echo’s van andere films die waargebeurde feiten op celluloid vertalen, er recht aan lijken te willen doen zelfs.

De film neemt een hinkstapsprong-aanloop, met wel vier, vijf tijdsprongen die vanaf het (sfeervolle) begin haast hebben om het relaas te reconstrueren. Boekverfilmingen hebben vaak haast om hele hoofdstukken in exemplarische scenes te vatten en ook Lion concentreert zich liever op betekenisvolle feiten en verhaaltechnische scharnierpunten dan het investeert in het langzaam opbouwende gevoel van vervreemding dat Saroo uiteindelijk teveel wordt.

Een jeugd vol plotse privileges wordt samengevat in trofeeën, een tegenstrijdig gevoel van hechting met ouders en broer wordt verbeeld tijdens een beladen dineetje en een relatie met Rooney wordt al net zo gefragmenteerd en zakelijk gepresenteerd in een scene of drie. Dat het verloop van de film geen verdere verrassingen herbergt, doet verbazen dat er voor die aanloop niet meer geduld aangewend wordt.

En natuurlijk, de uiteindelijke climax doet ergens zijn werk wel; de impact ervan is meer gevolg van je actieve inleving als kijker, dan van een kundige vertelling. Het blijft een heikel punt bij verfilmingen van waargebeurde feiten (of andere media); het verhaal heeft prioriteit en wordt staccato voorgeschoteld in plaats van daadwerkelijk vertaald naar het medium film. Ik blijf haken op 3*.

Locataire, Le (1976)

Alternatieve titel: The Tenant

Begrippen als 'beklemmend' en 'claustrofobisch' komen hier vrij regelmatig langs en hoewel ik het hier helemaal mee eens ben, was ik toch ietwat teleurgesteld door het verhaal zelf.
De sfeer zit er goed in, en de spanning wordt heel geduldig (en effectief) opgebouwd maar de langzaam rijzende verklaring dat het de hoofdpersoon is die krankzinnig wordt vind ik te makkelijk. De enige 'normale' persoon in de hele film lijkt zich alles te verbeelden; laat hem dan meteen wakker worden met het besef dat alles een droom is geweest...Je vraagt je de hele film af wat er met die bewoners aan de hand is, blijkt het aan Trelkovsky zelf te liggen. Wellicht dat juist hier de kracht van de film moet liggen, ik vond het allesbehalve bevredigend.
Het slot is dan wel weer verrassend, maar sluit niet genoeg aan bij de opbouw van de rest van de film. Daarentegen biedt de film genoeg om wel van te genieten; enkele absurde scenes die je bloeddruk omhoog voeren de scene als hij zichzelf vanuit het toilet ziet is meerdere malen genoemd, net zoals de vorige bewoonster met het verband. Zelf vond ik het stuiterende hoofd voor zijn raam echt geweldig eng, evenals het jongetje met het Trelkovsky-masker...brrr.
Daarnaast was ik erg onder de indruk van het spel van de hoofdrolspeler, zonder te weten dat het Polanski zelf is. Complimentje voor deze man. Ook de muziek draagt goed bij aan de sfeer in deze film, al blijven sommige geluidseffecten mij wat gedateerd aandoen. Ik blijf het gevoel hebben dat ik meer in deze film moet kunnen ontdekken en wellicht komt dat na herziening wel, maar voorlopig blijft ie steken op 3,5*

Lodgers, The (2017)

Mooi.

Rachel en Edward leven in een groot, slecht onderhouden landhuis, hun ouders zijn overleden. Sindsdien leven zij onder het strenge regime van een vloek. Drie regels die zij onder geen beding mogen overtreden, vormen hun enige mogelijkheid op zelfbehoud. En de striktheid waarmee zij het aanvankelijk navolgen, geeft aan dat het menens is. Uiteraard tasten bepaalde scenes af wat er mocht komen te gebeuren, zou een grens overschreden worden; je voelt aan alles dat dat nie best zou zijn.

Opdringerig water, geestverschijningen, een broer die steeds vreemder gedrag begint te vertonen en al het hout in het huis, dat onheilspellend kraakt en piept. Zelfs windvlagen lijken dreigementen te fluisteren. Een uiterst sfeervolle omgeving, waar beeld en geluid samenwerken om je langzaam-maar-zeker de film in te trekken. Aanvankelijk gaat dat namelijk wat stroef.

Zo wordt er bijvoorbeeld wel goed geacteerd, maar heeft niemand de acte de présence om écht de aandacht op te eisen en je als kijker mee te nemen. Ook de dialogen zijn goed geschreven, maar het verhaal komt wat langzaam op gang. En de camera neemt soms een tikje afstandelijk positie in ten opzichte van de personages. Af en toe wat meer op de huid was intiemer geweest, benauwender. Zeker het eerste half uur meer dan welkom.

Maar goed, een slowburner dus, al impliceert dat woord volledige ontbranding. Natuurlijk, de visuele pracht neemt geleidelijk aan toe en - wanneer het mysterie begint te ontrafelen - de spanning ook. Maar net zoals de wereld onderwater het bovengrondse huis weerspiegelt, vormt de onthulling niet meer dan een simpele reflectie op de leefregels die we inmiddels zo goed kennen: zij dienden nooit om Rachel en Edward te beschermen, maar om de onsterfelijkheid van [wat er ook leeft] mee voort te kunnen zetten. Hun lot kon niet voorkomen worden door navolging van de regels, het werd er juist door bezegeld.

Een subtiele omkering als grande finale, het zal voor vele horrorfans niet genoeg kunnen bekoren. Maar ben je gevoelig voor de bezwering van de elegante gothic-sferen van het huis, het verhaal en de beelden, is het belonend genoeg. Met nét wat meer opsmuk en intimiteit was het waarschijnlijk een klein meesterwerk geweest en had het fier naast soortgenoot The Others kunnen staan. Het is nog altijd een delicate parel binnen een grofgebekt genre, dat wel. En ik heb er vol van genoten. 4*

P.S. Wéér Ierse horror. Op naar Hole In the Ground.

Longlegs (2024)

Het voelt alsof Nicolas Cage in de renaissance van zijn carrière de positie heeft verworven dat dit soort rariteitenkabinet-personages specifiek voor hem geschreven worden. Meer dan het een karakter betreft dat solide fundament meekrijgt, wordt hem een podium verschaft om weer eens lekker gek en bevreemdend uit de hoek te komen. Zo organisch als het voelde in Mandy is het nadien niet meer geworden, meer vreemd-om-het-vreemd.

De film en het plot lijkt er haast omheen verzonnen: veel heeft het niet om het lijf en hoewel het stilistisch best bijzonder is, bijtijds verrast met onverwachte bruutheid en qua sfeer een constante, ongrijpbare bevreemding weet te bewerkstelligen, weet het als geheel niet echt te overtuigen. Ik kon het acteerwerk van Monroe ook slecht plaatsen: haar stoïcijnse, haast apathische karakter voelt als een trucje waar ik nooit een echt persoon doorheen voelde.

Ik las hier in een eerdere recensie dat de wereld van Longlegs nooit écht als onze realiteit voelt en dat vond ik een treffende observatie en in principe heeft de film dat mee; het weet er echter nooit een volledig overtuigende alternatieve wereld mee te scheppen. Ik heb er zeker van genoten maar de sterke elementen weten het toch niet te verheffen tot iets werkelijk unieks. Ik had er graag meer dan 3,5* voor willen geven.

Lost Boys, The (1987)

Death by stereo!

Opvallend hoe vaak je hier The Goonies terugleest. Voor mensen die de films chronologisch gezien hebben misschien logisch; The Lost Boys was mijn Goonies. Hon-derd procent onvervalst jeugdsentiment, tientallen keren gezien. En hoewel hij ongetwijfeld lager gescoord zou hebben als ik ‘m op latere leeftijd ontdekt had; nu staat de boyish charm nog altijd als een huis.

Stoer stoer stoer, dat was de gang van opperhoofd Sutherland, die de meest charismatische rol van zijn leven speelt, en wel met smakelijk sadisme en gevoel voor drama. Geen wonder dat Patric zich door hem laat verleiden: met een ensemble als dat van David en consorten maakt hij vast indruk op meisje Star. En laat het woord ensemble gerust zowel op het gezelschap als hun heerlijk foute, exemplarisch 80’s-verantwoorde kleding betrekking hebben.

Niemand die het decennium van afkomst hier kan ontgaan. Kleding, haardracht, crossmotors, soundtrack en ietwat blije insteek: een tijdsdocument verpakt in een vampierenfilm. Geen al te enge; de film laat zich het best kijken als een verfilming van Carry Slee’s Pas op met Vampieren!, maar wat simpele vleugjes gore of (de ook al zo typisch 80’s) slijm zijn genoeg om het als horror te kunnen bestempelen.

Komische noot werkt het beste bij (een onweerstaanbare) Haim en opa, de broertjes Frog trekken het een beetje de karikaturale kant op, wat gezien hun comic-book achtergrond nog prima werkt ook. Patric speelt zijn rol erg serieus. Niet slecht, maar zijn scenes met Star spoelde ik als kind toch vaak door. Ook nu hoeft dat randje drama voor mij niet zozeer.

Laatste pluspunt zijn de su-per sfeervolle locaties en decors. Van de kermis tot de grot tot de comic-book store tot de garage van opa, randje duister, randje kitsch. Zelfs de rode belichting bij David vs. Michael (Michaellllll) is een heerlijk dramatisch doka-effect.

Laat ik compleet bevoordeeld zijn in mijn jeugdsentiment, genoeg films die na 20 jaar al hun veren verloren hebben. Deze proef ik zo’n beetje om de twee jaar opnieuw en iedere keer blijkt ie nog altijd prima houdbaar. Glaasje bloed erbij, afhaalchinees, lekker avondje. Halfje erbij. 4*

kappeuter schreef:

22 augustus te zien in Eye.

Op mijn verjaardag! ??

Gelukkig/jammer genoeg ga ik dan al naar Scott Pilgrim ??

Lost World: Jurassic Park, The (1997)

Alternatieve titel: Jurassic Park 2

Verschuiving van setting, verdubbeling van dino's (in het geval van T-Rex letterlijk!) maar in essentie compleet hetzelfde als het eerste deel.

Oke, we mogen een stukje introductie overslaan en dat is ergens wel fijn, maar de film blijft overal toch wat veilig te werk gaan in zijn benadering van spanning en personages. Dat levert soms zelfs scenes op die gewoon te lang duren, zoals de trailer boven de afgrond. Het is misschien een poging een extra dimensie toe te voegen (dino's... + afgrond) maar benadrukte alleen maar de droge, formule-achtige benadering die filmmaken tot een behaagzieke bezigheid reduceert.

Meer dan een opzichtige poging commercieel vervolg te geven aan de opportunistische insteek van het eerste deel kan ik er niet in zien. Fijn dat Goldblum er weer is en meer ruimte krijgt; de humor in zijn droge delivery is wat deze film nog een beetje redt.

Loved Ones, The (2009)

Typisch zo’n film die inhoudelijk best goed in elkaar steekt, maar zich een beetje verstruikelt in de manier waarop het verhaal gepresenteerd wordt. Zo haalt de (drie)dubbele verhaallijn een beetje het tempo uit de film en is ook de toon wat wisselvallig.

Enerzijds de date van Mia en Timmy, die vooral op komisch vlak lijkt te willen scoren, al blijkt het rebelse, opstandige gedrag van Mia toch minder luchtig dan vooraf gedacht. Wanneer naar voren komt dat het haar broer Timmy is die als laatste slachtoffer van Lola al een jaar vermist is, blijken haar uitvluchten in seks en drugs vooral een blijk van opgekropte woede en frustratie rondom zijn verdwijning. Jammer eigenlijk dat in dit zijplot het perspectief wat meer bij de grappige Timmy lijkt te liggen, waardoor het werkelijke sentiment van Mia’s situatie naar de achtergrond geduwd wordt.

Anderzijds uiteraard de alternatieve versie van prom night bij Princess Lola Stone en haar Daddy, blijkbaar een jaarlijks ritueel waarbij haar vriendje naar keuze wordt ontvoerd en, tegen een feestelijk behang van slingers, ballonnen en discoverlichting, wordt vastgebonden, gemarteld, verminkt en uiteindelijk gelobotomiseerd, om vanaf dan als een soort huisdier in de kelder gehouden te worden, samen met de verwilderde versies van zijn voorgangers.

Het maniakale van het verwende kind-dat-haar-zin-krijgt Princess, bijgestaan door de even slaafse als bikkelharde Daddy wordt extreem goed vertolkt door beiden, maar ook camera en belichting weten net dat streepje bij te zetten. Tegen het cartooneske aan wordt hun gekte op hilarische wijze uitvergroot. Zeker naar het einde toe wordt het (droog)komische gehalte wat prominenter, ook al stapelen ook de martelingen op en vindt het verhaal telkens een naargeestig trapje hoger. Een beetje een vreemde mix maar het werkt en op een of andere manier ook wel typisch een Australisch product.

Uiteindelijk was iets meer cohesie tussen de verschillende verhaallijnen wel wenselijk geweest denk ik. De spilfunctie van Timmy Valentine (als broer van Mia, slachtoffer van Lola en oorzaak van Brents ongeluk) had zich daar goed voor geleend. Zoals gezegd: het zit wel goed in elkaar, het wordt alleen nooit een écht lekker lopend geheel. Alsof de basis een krantenknipsel of waargebeurd verhaal was, maar schrijver en regisseur moeite hadden met de vertaalslag. Toch heb ik me hier smakelijk mee vermaakt. Het beeld van bebloede Lola die zich met uitstekende botten vastberaden voortsleept over het asfalt, zal ik niet snel vergeten. 3,5*

Loving Vincent (2017)

De statistieken zijn bekend: 65.000 frames in olieverf, waarvan ieder frame binnen hetzelfde shot ten behoeve van de animatie telkens overgeschilderd werd, waardoor de uiteindelijk ruim 800 shots evenzoveel handgeschilderde canvassen opleverden. 125 kunstenaars van over de hele wereld zijn er 6 jaar mee bezig geweest om de voor een green screen gespeelde scenes na te schilderen, veelal in de stijl van Van Gogh zelf. Dat is een indrukwekkend arbeidsintensieve, ambachtelijke benadering van filmmaken die sowieso respect afdwingt.

Het is dan ook een beetje lullig om te moeten opbiechten dat het voor mij niet direct een boeiende film opleverde. Rationeel ben je constant bewust van de bovenstaande statistieken, maar de gehanteerde werkwijze van het overschilderen en vastleggen (rotoscoping), gecombineerd met de grove penseelstreken van Van Gogh levert vaak een onrustige, constant vibrerende animatie op. Bij flashbacks (gebaseerd op foto’s ipv gespeelde scenes) schakelt de film naar een andere, monochrome en tekenachtigere stijl, die minstens zo indrukwekkend is maar aanzienlijk rustiger voor de ogen. Over het art design niks te klagen, maar qua animatie toch erg wisselvallig en afleidend.

Het verhaaltje heeft ook niet veel om het lijf. In een poging Van Goghs laatste brief te bezorgen, begint hoofdpersoon Roulin te twijfelen over de toedracht van diens overlijden. In een poging meer informatie over zijn laatste dagen te achterhalen, bezoekt Roulin de plaatsen waar Van Gogh verbleef en spreekt hij de mensen die dicht bij hem stonden in de aanloop naar zijn dood. Deze gesprekken voelen steeds meer als ondervragingen en de insinuaties die Roulin soms afvuurt voelen wat misplaatst, zeker uit de mond van iemand die aanvankelijk wat schoorvoetend zijn missie van postbode accepteerde. De speurtocht krijgt steeds meer een luchtje van sensationalisering en ik heb bovendien niet het idee dat ik er een betere inkijk in Van Goghs werkelijke beleving of psyche door heb gekregen.

Los van de minpunten, is het zoals gezegd moeilijk dit af te serveren als ondermaats, daarvoor is het dan weer te indrukwekkend. Maar zowel Van Gogh als het art design verdienen een betere film wat mij betreft. Voor de kenners is het een leuke uitdaging om zo veel mogelijk van Van Goghs originele schilderijen te herkennen en voor de nog hardere die-hards: er schijnt in 1 van de 65.000 frames een vlieg in de verf te zitten. Wie ‘m vindt, wint een reis naar Auvers. 2,5*

Lowlifes (2024)

Nou ja, op zich heb ik me hier best mee vermaakt, al heb ik wel het gevoel dat na de initiële plottwist de koek vrij snel op was en de film eigenlijk ook niet zo goed weet wat het nog te vertellen heeft. Mijn grootste ergernissen:

Een boel dingen wordt er een beetje bij de haren bijgesleept zoals het lesbisch zijplotje dat teveel aandacht krijgt; het constante gekibbel van de familie dat haaks op hun vermeende interne loyaliteit staat, voelt als een opmerkelijke tegenstrijdigheid en de rommeligheid van de showdown legt niet alleen bloot dat we gedurende de film eigenlijk voor niemand sympathie zijn gaan voelen, de actie is ook nog eens best onoverzichtelijk in beeld gebracht.

Na een tijdje werd ik als kijker best wel onverschillig over de afloop. De film doet dan met een extra dosis humor nog pogingen om je aandacht vast te houden, maar alleen in een preuts land als Amerika kunnen dergelijke flauwe kannibalengrapjes (zoals “thumb food”) voor zwarte humor doorgaan. Sowieso scoort kannibalisme daar altijd buitenproportioneel hoog op de bizarro-meter, dus de shock-factor zal de film in thuisland wel van cultstatus gaan voorzien.

Meer dan vermakelijk vond ik dit niet, en met name het steeds karikaturalere spel van Jeffrey en vader Keith vond bij mij geen weerklank. Blijft een licht geinige subversieve behandeling van done-to-death tropes over die over 90 minuten uitgesmeerd wordt. 2*

Lucky Number Slevin (2006)

Alternatieve titel: Lucky Number S7evin

Er was van te voren weinig om op te verheugen. Een zoveelste Lock, Stock-replica, met Josh Hartnett en Morgan Freeman, geregisseerd door Mcguigan. Deze laatste liet met The Acid House een middelmatige, nogal bijeengeraapte film zien.

Lucky Number Slevin is echter een erg onderhoudende film geworden. De film heeft een hoog tempo en begint wat warrig, maar je weet meteen dat het zo'n film is waarbij alles terecht komt.
Dan is het enkel nog volop genieten van gevatte dialogen, leuke personages én de visuele creativiteit die The Acid House zo ontbeerde. Bijvoorbeeld het van gebouw naar gebouw zwenken van de camera en enkele dicht op de huid shots geven de film de visuele flair die het niveau van Ritchie's werk goed benaderen.

Hartnett zet een degelijke rol neer, Liu speelt een overtuigend ADHD-buurmeisje en Kingsley en Freeman zijn geweldige gangsterbobo's. Eigenlijk komt alleen Willis er wat karig vanaf.

Je hebt al snel door dat Hartnett er zijn eigen agenda op nahoudt, zo meegaand als hij zich gedurende alle verwikkelingen opstelt. De uiteindelijke openbaring is er dan ook geen van algehele verbazing, eerder een gematigd 'oh...zo'. Het doet echter weinig tot niets af van de entertainingswaarde van de film, die 4 dikke sterren zeker verdient. Een zuinige 4,5* misschien wel.

Lucy (2014)

Heerlijk.

Niet dat ik heel veel films van Besson gezien heb (dit is de vijfde) maar je kunt toch op de man vertrouwen dat hij een wereld schept, die hem de vrijheid verschaft om in het kader van filmfun de regels eens flink aan zijn laars te lappen. Heel veel meer dan voortborduren op een simpele premisse heeft de man er niet voor nodig.

Als die premisse dan al leunt op de grootste fabel in de wereld der wetenschap, kun je vallen over alle pseudo-wetenschappelijke poespas die hij gebruikt om het aan te kleden; dan focus je je toch echt op de verkeerde dingen én weerhoud je jezelf ervan te genieten van een nonsensicale rit vol creatieve vondsten en toch wel kundig in beeld gebrachte actie. Met name de achtervolgingsscène was best spectaculair en hoewel de CGI niet altijd even mooi is, staat die wel volkomen in dienst van een lekkere flow en/of wervelend tempo.

Johansson laat een perfecte transformatie zien en Oh Dae Suh is een meer dan geschikte bad guy. Besson verliest geen tijd, behoeft geen onnodig lang intro, geeft nét voldoende background om zijn film van geloofwaardigheid (binnen de eigen parameters) te verschaffen en heeft gewoon aanstekelijk veel plezier in de wereld die hij tevoorschijn tovert.

Dwingende logica opzij schuiven onder de vlag van speelse cinema. Gingen er maar meer regisseurs zo vrijelijk te werk zoals hij; best verademend werkje voor tussendoor: 4*