Meningen
Hier kun je zien welke berichten Collins als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Drone, The (2019)
Toen ik de synopsis las, moest ik meteen denken aan die filmreeks met die overgewaardeerde pop. Ook in deze film verstopt een seriemoordenaar zich in een stuk speelgoed zodat de terreur ook na zijn verscheiden niet stopt. Een drone, dames en heren! Hoe verzin je het.
Een film als deze kan door zijn humoristische insteek en zijn melige plot erg meevallen en zelfs met smaak worden gegeten. Daar hoopte ik uiteraard op. Een film als deze kan ook de plank erg misslaan door de serieuze toon te laten prevaleren boven de humoristische. In deze film gebeurt dat.
Waarschijnlijk is het niet eens opzet maar is de humoristische onderlaag gewoon van abominabel niveau en valt dat aspect gewoon niet goed te herkennen.
Hoe kun je in vredesnaam een drone als agressor serieus nemen? Zo’n fragiel stukje plastic met wat knipperende lichtjes jaagt in deze film werkelijk iedereen de stuipen op het lijf. Oh, ik begrijp het al. Ook dat is humor. Aha. En ik maar denken dat de terreur zaaiende drone nu juist wel serieus bedoeld is.
Maar er is meer. Zo hoorde en zag ik hoofdpersonage Chris zijn teksten spuien met een overtrokken gespeeld soort onverstoorbaarheid en een overdreven geamuseerde gelaatsuitdrukking. Helaas missen de teksten dan ook nog eens aan scherpte. En is dat dus niet grappig.
Zo zag ik zijn stoute verleidelijke (als je er van houdt) buurvrouw wel erg haar best doen om met overacting en eveneens overdreven gelaatsuitdrukkingen komedie te bedrijven. Erg grappig was dat ook al niet. Weer een nee dus.
Er zijn meer voorbeelden te bedenken. Ga ik niet doen.. Ik probeer alleen maar duidelijk te maken dat personages die zich opzettelijk grappig gedragen (zoals in deze film) dat vaak niet zijn.
Eigenlijk zijn slechts een paar scènes in de film humoristisch geslaagd. Er is een politieduo dat zich erg droog gedraagt en me aan het lachen kreeg. Ook de kills van de belachelijke drone zijn best leuk. De manier waarop is steeds erg onwaarschijnlijk en dat maakt het grappig. De absurdistische factor komt hier eindelijk eens om de hoek kijken en dat werkt. Van die momenten heeft de film te weinig.
Zowel als komedie en als horror faalt de film op veel fronten. Ik herkende de vage contouren van beide labels wel, maar beide slaagden er nooit in zich in vaste substantie te hullen.
Dronningen (2019)
Alternatieve titel: Queen of Hearts
Het eerste shot geeft meteen een uitdagend signaal af en toont de wereld niet in het juiste perspectief. Terwijl hoofdpersonage Anne met haar hond door een winters bos wandelt, vangt de camera de kale bomen eerst ondersteboven en glijdt daarna met een draai van 180 graden tergend langzaam naar het normale perspectief. We zijn gewaarschuwd.
Het is een provocatieve film die een ambivalent en prikkelend verhaal vertelt, waarin Anne alles op het spel zet dat voor haar belangrijk is. Haar huwelijk met Peter. Haar carrière. Haar landelijk gelegen droomhuis. Wat drijft een intelligente vrouw, die zich beroepshalve voor minderjarige slachtofers van misbruik inzet, ertoe om een affaire met een minderjarige knaap te beginnen? Nou daar gaan we dan.
Dronningen is een moralistische film over zelfdestructie. Hoofdpersonage Anne is in dat opzicht een raadselachtig karakter. Aan de ene kant is zij de geweldige carrièremoeder die haar huis perfect op orde heeft en zich beroepshalve bekommert om misbruikte mensen. Aan de andere kant is zij de nietsontziende verleidster van haar eigen minderjarige stiefzoon.
Trine Dyrholm heet de actrice in de rol van Anne. Zij is ongelooflijk goed. Het lukt haar om alle tegenstrijdige facetten van Anne heel geloofwaardig onder te brengen in één personage.
Het is een film die zinspeelt op mogelijke oorzaken die ten grondslag zouden kunnen liggen aan haar drang tot zelfdestructie. Een traumatische gebeurtenis uit haar verleden? Zelfgenoegzame overheersende mannen zoals haar man Peter of haar businesspartner? Midlife? Machtswellust? Of gewoon de verleidelijke prikkeling van het verbodene? De diepere motivering mag de kijker zelf bedenken.
De film registreert. De film legt geen verklaringen af. De film geeft mogelijkheden aan. De film geeft subtiele voeding om over na te denken. Men neme bijvoorbeeld het boek “Alice in Wonderland” waaruit Anne ‘s avonds aan haar kinderen voorleest. Die repeterende gebeurtenis zou voor de kijker heel goed een aanwijzing kunnen zijn dat Anne (on)bewust in haar hoofd al bezig is om gelijk Alice af te dalen naar een amorele wereld om aldaar haar blijkbare onvrede kwijt te raken. En wat te denken van de alternatieve filmtitel ‘Queen of Hearts’? Naar het gelijknamige boekpersonage dat iedereen die aan haar autoriteit twijfelt, een kopje kleiner wil maken.
Misschien betekent het allemaal heel veel. Aan de andere kant. Misschien betekent het ook allemaal heel weinig of zelfs helemaal niets.
Het is een trage film met ruime aandacht voor de interactie tussen de personages. Veel spetterende dialogen worden niet gevoerd. Veel gebeurt zonder spraak. Met een blik. Met miniek. Met een vluchtige aanraking. Het is subtiel. Het voelt onnatuurlijk intiem.
Juist door de misplaatste intimiteit van de interacties ontstaat al snel het gevoel dat er iets onaangenaams staat te gebeuren. Er is onderhuids onbehagen aanwezig. Er loert iets dat de perfecte façade zal gaan doorbreken.
Vreemd genoeg voelen de gebeurtenissen die in gang worden gezet juist daardoor heel voorspelbaar en heel natuurlijk aan. Hoewel afschuwelijk destructief, shockeren de gebeurtenisen nauwelijks. Zelfs de expliciete seksscènes voldoen op de een of andere manier aan de verwachting. Ze passen in de opwaartse gang richting escalatie. Ze passen in de afbraak van de façade van perfectie. Ze passen in de gestage teloorgang van het perfecte droomhuis met alles erop en eraan.
De film registreert. De film toont de dingen zoals ze zijn. Dat levert een ijskoud drama met thrillerelementen op. Dat levert een ijzersterke Trine Dyrholm als Anne op. Dat levert een fijne en verontrustende film op met fantastische beeldspraak.
Genoten!
Drop (2025)
Een date is onder normale omstandigheden al een behoorlijke aanslag op de zenuwen. Met name als je dat niet heel vaak doet. Een uitstekend thema dus voor een film. Veel filmdates vinden plaats in een komische of dramatische atmosfeer. Een film als Fresh (2022) liet al zien dat een blind date ook prima materiaal oplevert voor een spannende film in de horror- en thrillerhoek. Drop bevindt zich ook in de thrillerhoek en laat zien hoe een veelbelovende kennismaking niet helemaal verloopt zoals verwacht.
In Drop verloopt de date behoorlijk zenuwslopend als de vrouwelijke helft van de date door een reeks angstaanjagende omstandigheden in een uitzonderlijke situatie terechtkomt en boven zichzelf moet uitstijgen. Een situatie waarin de psychische druk enorm is als zich steeds een moreel dilemma aandient. Spannend. Beklemmend. Paranoia gegarandeerd. De film speelt zich bijna geheel op een enkele locatie af en dat versterkt de beklemmende sfeer nog eens. Om mee te kunnen gaan in de spanning moet je overigens wel je verwachtingen met betrekking tot de geloofwaardigheid enigszins bijstellen. Het is raadzaam om niet teveel na te denken over zaken als logica en toevalligheden. Mij lukte dat goed.
Als de film zijn eindfase ingaat, ontspoort de boel alsnog en helpt een relativerende houding niet meer. De film strooit opeens met actie en verlaat het fijnzinniger psychologische pad. Dit deel van de film staat haaks op de spannende rest van de film. Een onnodige en ook wel wat lachwekkende ingreep. In de films Happy Death Day (2017) en Freaky (2020) die Christopher Landon eveneens regisseerde zou het waarschijnlijk functioneren. In Drop is de actierijke wending misplaatst en de reden dat de spanning onmiddellijk wegvloeit.
Drop Dead Gorgeous (1999)
De plaats van handeling is een klein provinciestadje met de lieflijke naam Mount Rose. De gebeurtenis is een missverkiezing. Er zijn meerdere gegadigden voor de titel. De goedaardige Amber (Kirsten Dunst) en de gemene Becky (Denise Richards) zijn de grootste kanshebbers voor de overwinning in een verkiezing die meer om bloeddorst draait dan om de miss die de mooiste lach heeft.
Drop Dead Gorgeous is een bijzonder vermakelijke film. De weg naar de verkiezing is geplaveid met hilarische dodelijke ongevallen. Eigenlijk is alles aan de film hilarisch. De personages zijn heerlijk overdreven vormgegeven. De regerende miss lijdt aan anorexia en voert haar shownummer in een rolstoel op. De jury bestaat uit smoezelige mannen met overgewicht en pervers gedachtegoed. Een heerlijke entourage. En dat alles laat de film zien in de stijl van een documentaire die de kijker meedogenloos dicht op de personages plaatst.
De humor is zwart en smakeloos. De film drijft de spot met gehandicapten, anorexiapatiënten en dikkerdjes. Dat gebeurt tamelijk lomp en plompverloren. Van enige substantiële rechtvaardiging om spotternij te bedrijven is geen sprake. De film drijft overigens niet alleen de spot met de outcast maar richt zijn spot ook op de personages die zich met ijdelheid en schoonheid bekleden. De film probeert op een boosaardige manier grappig te zijn en doet dat zonder een en andere eerst eens in een verantwoord afgewogen en fijngevoelig perspectief te plaatsen. Het is bruut, grof, respectloos en recht voor z’n raap. Ik vond het erg grappig.
Drowning Pool, The (1975)
De tweede film met Paul Newman in de rol van privé detective Lew Harper naar een boek van misdaadauteur Ross MacDonald. The Drowning Pool is geen memorabele film, maar heeft sterke momenten.
Het script waaraan onder andere Walter Hill meewerkte, zorgt in eerste instantie voor scherpe dialogen en oneliners. Verderop in de film verdwijnt helaas de scherpte en vervlakken de teksten. Het personage Lew Harper is in orde en dat is gelukkig van blijvende aard. Hij is een cynische en wereldwijze detective in de lijn van Philip Marlowe en Sam Spade maar dan werkzaam in een moderner decennium. Leuk.
Het acteerwerk is van middelmatig niveau. Er zijn twee uitzonderingen. Paul Newman voorziet zijn personage Harper van een heerlijke lading coolness. De mij onbekende Linda Haynes heeft een cruciale bijrol als prostituee en doet dat perfect. De rest is bleekjes. Zelfs Joanne Woodward maakt een levenloze indruk. Niet levenloos maar wel nietszeggend is het rolletje van een jonge Melanie Griffith als sexy opdondertje.
Het verhaal dan. Niet geweldig. Een saai familiedrama met wat criminele uitzaaiingen waarin een weinig interessant mysterie moet worden opgelost. Het verhaal bemoeit zich met teveel personages. Het zijn er zoveel dat hun profilering slechts vluchtig is. Het verhaal ontwikkelt zich via al die vluchtige personages en blijft hangen in oppervlakkigheid en saaiheid.
Hier en daar zorgt een spaarzame actiescène voor wat leven. Dat duurt steeds te kort, waarna de saaie cadans van het verhaal weer wordt opgepakt. Knap van Lew Harper dat hij onder deze weinig inspirerende omstandigheden zijn focus en coolness niet verliest.
Drowning, The (2016)
Een vlakke thriller, waarin het verhaal zich keurig binnen de lijntjes der verwachting ontvouwt. De film heeft amper verrassingen in petto en is daardoor amper boeiend en zeker niet spannend.
Dat wil zeggen, de film is niet spannend totdat de slotscènes een aanvang nemen. De laatste tien minuten van de film zijn opeens wel spannend. Oorzaak: een onverwachte en verrassende wending. Van die wendingen had de film er meer moeten hebben.
Toch zijn er in de eerdere loop van de film wel wat pogingen om een interessante en diepere laag in het verhaal aan te brengen door de personages wat verleden tijd te laten oprakelen. Tevergeefs, want de gebeurtenisjes uit het verleden klinken erg clichématig en dragen niet erg bij aan een opwaardering van de personages. De revelaties klinken allemaal te gezocht en te gefabriceerd. Die zetten geen zoden aan de dijk van de karakterontwikkeling. De personages blijven inhoudelijk vlakjes.
En zo lukt het steeds maar niet om de personages en de film een interessante invalshoek te geven.
De film heeft naast één verrassende wending eigenlijk niet veel te bieden. En één verrassende wending is simpelweg te weinig om blij van te worden.
Drownsman, The (2014)
Een technisch goed verzorgde productie. Het acteerwerk is redelijk tot goed.
Het verhalende uitgangspunt is origineel. Een goed idee is echter nog geen goede film. De film mist spanning en beklemming. Het gebrek aan spanning wordt veroorzaakt door zich herhalende situaties. Er is te veel herhaling van zetten. Scenes gaan op elkaar lijken. En ja, de nadruk komt in dat geval erg op het "monster" te liggen. De ster van de film blijkt dan helaas niet bijster interessant of eng te zijn.
Toch een vereiste voor zo'n creatuur, lijkt me.
Druk (2020)
Alternatieve titel: Another Round
In de film wordt de Noorse psychiater Fin Skårderud verkeerd geciteerd met de these dat een mens met een contant alcoholpromillage van ca. 0,5 promille met betrekking tot sociaal verkeer en geestelijk presteren zijn vaardigheden zal zien toenemen en een beter leven zal leiden. De tragikomedie van Thomas Vinterberg bouwt zijn verhaal rondom deze stelling en slaagt erin een film te maken die steeds weer een gevoel oproept van onbezorgde vrijheid. Een gevoel dat tot aan de weergaloze slotscène (die overigens ook zonder een drupje alcohol genuttigd te hebben weergaloos is) wordt gevierd. Een heerlijke laatste scène die je succesvol aanmoedigt om de film met een grote glimlach te verlaten.
Een film met een aanstekelijk verhaal over een groepje leraren dat de proef op de som neemt teneinde hun uitgebluste privé- en beroepsleven nieuw elan in te blazen. De film speelt heel geloofwaardig met de gedachte dat het experiment helemaal nog niet zo’n slecht idee is. Hoofdpersonage Martin is zo’n leraar die met behulp van een immer aanwezig alcoholpromillage de weg naar de vreugde hervindt. Zijn drie collega’s overkomt hetzelfde. Dat de vier personages zo verrekte sympathiek zijn, helpt ook een handje bij de gedachte dat het experiment een goed idee is. Dat Vinterberg en zijn cameraman Sturla Brandth Grøvlen (Victoria (2015)) de kijker steevast op prettige zoete zomerse plaatjes trakteren draagt ook bij aan de plausibele beeldvorming.
Wat als een soort buddykomedie begint, verwordt in de loop tot een midlifecrisis-tragikomedie met vier sterke protagonisten die door vier uitstekende acteurs worden gespeeld. De film intrigeert in het bijzonder als het de positieve kanten van de alcohol viert. De minder positieve kanten waar de vier hoofdrollen mee te maken krijgen intrigeren ook, maar voelen soms wat formulematig en voor de hand liggend aan. Druk is een goede film die meesterlijk afsluit. Aan het eind voel je je eventjes weer zestien jaar oud en frank en vrij. Echt een schitterend slot. Ik hield aan deze film bepaald geen kater over.
Drummer and the Keeper, The (2017)
Een klein en fijnzinnig drama uit Ierland van schrijver en regisseur Nick Kelly. Een onconventionele film die zich richt op twee jonge mensen met een geestelijke afwijking. De één heeft een antisociale persoonlijkheidsstoornis. De ander lijdt aan het syndroom van Asperger. De film brengt hen bij elkaar en laat op een ontroerende manier zien hoe kortzichtig het is om de persoonlijkheid van mensen te reduceren tot de naam van hun ziekte.
De idee om een onevenwichtig persoon met een bipolaire stoornis (Gabriel) te verbinden met een contrasterende lineaire persoonlijkheid met het Asperger syndroom (Christopher) is in aanzet en verloop interessant en levert dramatische maar zeker ook zeer grappige interacties op.
De personages met hun stoornissen zijn niet toevalig zo gekozen. Het personage Gabriel is een rockmuzikant. Nick Kelly is dat zelf ook. Het leven van een rockmuzikant is volgens Kelly goed te vergelijken met dat van een bipolair peroon. Zijn manisch-depressieve stemmingen zijn een rocker niet vreemd. Het personage Christopher is ontleend aan Kelly’s zoon, die een vorm van autisme heeft. Veel bijrollen worden ingevuld door de leden van een autistische toneelgroep. Het is dan ook geen wonder dat de filmpersonages zeer authentiek overkomen en bij machte zijn je emotioneel te beroeren.
De overactieve muzikant Gabriel die alleen door medicatie wordt afgeremd. De overgeconditioneerde Asperger Christopher die alles letterlijk neemt. Er is niets dat hun verbindt. Behalve hun status aparte. En dat is dan ook juist het verbazingwekkende aspect dat hen verbindt en leidt tot een onwaarschijnlijke en hobbelige vriendschap.
The Drummer and the Keeper is een prachtige film. Levensecht, humoristisch en ontroerend.
Du Bist Nicht Allein (2007)
Alternatieve titel: You Are Not Alone
Met uitstekend acteerwerk vertelt de film op subtiele en genuanceerde wijze over kleine gebaren, grote verlangens en een stormachtige midlife-verliefdheid in Berlijn in tijden van grote werkloosheid. Du Bist Nicht Allein is een fijne zomerse tragikomedie van Duitse makelij. Aan de hand van de belevenissen van gewone mensen geeft de film bijna als terloops een prachtig beeld van de Duitse samenleving medio de jaren nul van deze eeuw.
De thema’s die aan de orde komen zijn zwaar. Toch worden zaken als werkloosheid en alcoholisme met een bepaalde luchthartigheid behandeld. De zomerse sferen spelen daar een rol in. Du Bist Nicht Allein is ongeacht de luchtige toon ook een melancholische film. De personages verlangen naar aanhankelijkheid en communicatie en zijn bang of hebben geen zin om de realiteit onder ogen te zien. In de film rijst de vraag of je lusteloos moet blijven hangen in je huidige leven of dat je uit de lusteloosheid stapt en de energie vindt om nog eenmaal aan iets nieuws te beginnen.
Het acteerwerk is erg goed. In veel scènes wordt niet of amper gesproken en dan komt het op gestiek en mimiek aan om de emotionele context weer te geven. Dat lukt erg goed. Goeie dynamiek ook. De tragikomedie schakelt in een fijne cadans tussen luchtig en treurig. “Het kan niet nog slechter worden”, wordt er op een bepaald moment gezegd. Een accurate maar ook bittere omschrijving van een dieptepunt die echter ook inhoudt dat het alleen maar beter kan worden na het bereiken van het dieptepunt. Het is voor een ieder altijd mogelijk om in een nieuw begin te stappen. Uiteindelijk is dat de optimistische boodschap die de film de kijker meegeeft. Dat klinkt wat zoet, maar dat is de inhoud van de film absoluut niet.
Du Er Ikke Alene (1978)
Alternatieve titel: You Are Not Alone
De film laat zien dat zelfs de afgeschermde omgeving van een internaat niet in staat is om de seksuele ontwikkeling van jonge mensen tegen te houden dan wel in gewenste banen te leiden. De pogingen van het strenge en verstandelijke schoolbestuur schijnen eerder averechts te werken. Hiermee is de film inhoudelijk wel gekraakt, volgens mij.
Regisseurs Ernst Johansens en Lasse Nielsens hebben in ieder geval geen selectieve blik gehad bij het maken van hun film maar een hele naturalistische. En dat is een positieve constatering. In het internaat speelt het geen enkele rol of iemand homo- of heteroseksueel is. De film spreekt geen oordeel uit, maar laat gewoon op fijngevoelige wijze zien hoe de diverse personages in de film zich gedragen. Sommigen zijn rebels. Anderen timide. En weer anderen offensief. Eén ding hebben ze gemeen. Ze zijn allemaal onzeker en zijn allemaal bezig hun grenzen op te zoeken. Tja, hele verrasende inzichten zoek je in deze film tevergeefs.
De film zou in bepaalde scenes tamelijk expliciet zijn. Ik vond dat wel meevallen. Ik zag vooral veel zelfonderzoek, genegenheid en tederheid. Niets om je over op te winden. De film biedt geen nieuwe inzichten. Geen schokkende taferelen. Eigenlijk vond ik de film niet bijster interessant. Beetje aan de saaie kant zelfs. En bovendien nogal rommelig geënsceneerd en zonder aansprekende personages. Ik had graag wat meer ronding in de personages en wat meer lijn in het verhaal willen zien. Nee, niet onder de indruk.
Du Sie Er & Wir (2021)
Alternatieve titel: The Four of Us
The Four of Us is een film die geduld vergt. Het duurt lang voor er wat vaart in komt. Weinig dialoog en veel plaatjes van de natuur bepalen het eerste deel van de film. Sfeervol maar zonder enige connectie met de handeling. De film wil maar niet op gang komen. Het duurt lang voordat duidelijk is wie bij wie hoort. Het duurt lang voor je eindelijk een beetje door krijgt wat er speelt. Nu moet ik erbij zeggen dat mijn aandacht nu en dan verflauwde. Het kan zijn dat ik daarom voor de hand liggende dingen heb gemist.
Een prettig ritme heeft de film niet. Abrupte scènewisselingen en vermoeiende slapstickachtige situaties zorgen voor ongewenste ritmestoornissen. En als de dialogen eindelijk op gang komen, klinken ze tamelijk onbeduidend. Daarmee passen ze goed bij de onbeduidende karakterschetsen van de personages. Veel intensief acteerwerk wordt niet verlangd en krijg je dan ook niet te zien.
Het verhaal bevat vele verrassende wendingen. In beginsel is dat positief. Elke wending houdt de film levendig en de oogjes open. Maar ja, hoe verder in de film hoe belachelijker de verrassingen worden. Bovendien zijn er iets te veel verrassingen. Naar mijn smaak althans. De geloofwaardigheid is er niet mee gediend. Dat leek me niet de bedoeling.
Er zijn momenten dat The Four of Us op de goede weg is. Mooie momenten waarin humor en ernst samenkomen. Momenten waarop je denkt: hé, ik voel emotie. Het duurt niet lang. Zodra dat gevoel opduikt, wordt zo’n mooi moment alweer vervuild met de volgende verrassing of raakt met clichés overspoeld.
Toch is The Four of Us geen vervelende film. Het rammelt wat. Het jeukt wat. Het irriteert. Het intrigeert zelfs ietsjes. De film maakt iets los. Tegenover de desinteresse in de personages en het steeds belachelijker wordende verhaal staan ook een aantal geslaagde scènes die iets anders dan desinteresse of irritatie oproepen. Een zeer slechte film zou dat niet teweeg brengen.
Dual (2022)
De synopsis klinkt niet eens waanzinnig interessant. In Dual laat de doodzieke Sarah zich vlak voor haar dood vervangen door een identieke kunstmatige variant. Een kloon zogezegd. Het fenomeen van het alter ego is in verschillende uitvoeringen vaker in films voorbijgekomen. Heel opgewonden word ik daar niet per se van.
Interessant is echter wel dat de film zich nu eens richt op het vrouwelijk perspectief. In het middelpunt van de film bevindt zich een vrouw terwijl de mannelijke personages zich ergens aan de rand ophouden. Interessant is ook de kwestie die de film opwerpt of de nabestaanden troost putten uit de existentie van de kloon en hoe naturel zij omgaan met de exponent van de overledene. Een kwestie die juist dan aan fascinatie wint als het doodzieke origineel opeens weer gezond wordt verklaard.
Schrijver en regisseur Riley Stears snijdt in zijn derde film duistere thema’s aan, omringt deze met humor en laat het verhaal absurde wendingen nemen. De film trapt af met een scène die in een actiefilm niet zou misstaann, maar is absoluut geen actiefilm. Het accent in Dual ligt vooral op het gegeven dat de kloon blijkbaar in staat is om het bestaan van Sarah heel gemakkelijk uit te wissen. Dual bevat vooral nijdige en melancholische scènes, die op een lijdzame manier zijn gekaderd. Scènes lokken maar weinig emotie uit. Gelukkig onttrekt de film aan de absurde situatie bevrijdende komische momenten. Verder is het met de emotionele beleving maar dun gezaaid.
De film heeft naast de genreaanduiding thriller, de genreaanduiding science fiction meegekregen. Het onderdeel science fiction heeft echter geen prominente rol. De kloon is niet meer dan een probaat middel om een verhaal te vertellen. Ook visueel doet de film niet futuristisch aan. Zou je de film los van de context bekijken, dan zou je geen futuristisch scenario herkennen. Ik zou Dual eerder een verontrustend drama noemen.
Veel emotionele beleving levert het verontrustende drama zoals gezegd niet op. Stears maakt een film waarin maar weinig gebeurt. Bovendien toont hij een emotieloze wereld waarin niemand in staat is om oprecht geluk en blijdschap te voelen en te belijden. Het is een wereld waarin emoties zijn bedekt en vreugde en verbittering nog nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn. Een boeiend gegeven dat zijn weerslag heeft op de inleving in de personages. De band met de personages is vooral zakelijk en heeft nauwelijke emotionele kantjes.
Dual is een intrigerende film die worstelt met de thema’s identiteit en zelfontplooiing en dat tamelijk cerebraal doet. Daarvan moet je houden. Ik heb het normaliter liever wat emotioneler, maar kon me desondanks in het verhaal goed inleven. De zwarte humor beviel goed. De personages bevielen goed. Het verhaal boeit. Emotionele beleving tijdens het kijken is er echter weinig en weerhoudt je van hele innige inleving. Zo ervaarde ik dat althans.
Duck Butter (2018)
Er wordt wel erg veel diepzinnig gepraat, psychologisch geanalyseerd en onverantwoord gehandeld in deze film. Hoewel hoogdravend klinkend, is het meeste dat wordt gedeeld en getoond tijdens het samenzijn van de twee hoofdpersonages in de basis tamelijk algemeen en juist helemaal niet diepzinnig. Hoeft ook niet, hoor, maar houdt de pretenties dan bescheiden en frisjes. Nu is het meeste niet interessant of prikkelend, maar doorzichtig en leeg. Afknappertje.
In de dialogen wordt onvermoeibaar gezocht en gevist naar persoonlijk drama, dat de levens van de beide hoofdpersonages ingrijpend heeft bepaald en nog bepaalt. Het opgerakelde drama is bijna steeds vergezocht. Het klinkt vermoeid en onecht. Egocentrisch ook. Slechts een enkele gedeelde ervaring roept iets op. Iets van inleving of mededogen of verbazing. De meeste uitwisselingen en psychologische interpretaties klinken echter als gezemel en doen niets. De emotionele uitbarstingen die onderdeel van het gezemel zijn, voegen ook amper intensiteit aan een scène toe. Daarvoor lijken ze teveel op obligaat theater.
Al die dingen maken van het verhaal een lusteloos geheel. En van de film een slepende ervaring. Twee jonge vrouwen met issues bijeengebracht gedurende een tijdspanne van 24 uur. Klinkt leuk, maar valt niet mee. De situaties en gesprekken zijn te nadrukkelijk geregisseerd. Ze missen spontaniteit. Evenals de seksuele activiteiten die steeds de kroon vormen op de verbale interacties. Ik zag ook daar maar weinig emotie.
Vreemd genoeg zijn juist de momenten waarop niet wordt gesproken de momenten die zorgen voor de meeste impact. Een uitwisseling van een blik, een heimelijke zucht, het nuttigen van iets eetbaars, een slok wijn, een stille traan, een mijmerende pose. Die zaken zeggen meer dan het inspiratieloze geleuter. Ik kreeg bij de stille beelden vrij gemakkelijk een gevoel. Het camerawerk is dan ook best in orde.
Van de meeste andere dingen in de film werd ik niet blij.
Vergeet ik nog bijna te vermelden dat de film humorloos is. Komedie staat wel als genre genoteerd, maar dat is dus nonsens. ik zag het in ieder geval niet voorbij komen.
Duck Soup (1933)
Met Duck Soup maken de Marx brothers hun vijfde film. Het commerciële succes van de film was minder groot dan bij de eerdere films Animal Crackers of Monkey Business. Toch geldt Duck Soup wel als de beste film van de broers. Ook Groucho Marx is die mening toegedaan. Dat is in ieder geval wat Groucho als 82-jarige in een interview liet blijken. Dat las ik althans ergens. Die mening schept voor aanvang van de film natuurlijk verwachtingen.
Duck Soup is een heerlijke komedie. Een film met fantastische komische scènes. Snelle vileine oneliners. Bizarre dialogen. Een hilarische spiegelact. Enzovoort. Eveneens een film die als een nijdige satire op het krijgsbedrijf geldt en een film die het onvermogen van politici om te regeren aan de kaak stelt.
Onder de spitsvondige en ad remme dialogen en de geweldige slapstick valt vaak een serieuze ondertoon te herkennen. Groucho Marx ontastbaar aan de top van de machtspiramide van het land Freedonia speelt met verve de onaardige hofnar die het vrij staat om zonder enige terughoudendheid alles te roepen wat in hem opkomt. De waarheid bijvoorbeeld.
Chico en Harpo zijn geen haar beter. Als spionnen en later als medeplichtigen van het regiem van Freedonia vertonen ze niet bepaald sympathiek gedrag. Hun gedrag laat een duistere ondertoon zien die in eerste instantie door de geweldige komische fratsen wordt bedekt. Neem bijvoorbeeld de bizarre ontmoetingen met een limonadeverkoper wiens hoed na een fantastisch staaltje komedie met veel plezier wordt verbrand. Geen onschuldige komedie, want puur leedvermaak. Wel hilarisch. Ik heb me rot gelachen.
Duck Soup is verrukkelijke komische chaos. De beste van de Marx brothers? Daar kom ik nog op terug. Ik moet nog een aantal zien.
Duel, The (2016)
Alternatieve titel: By Way of Helena
Fijne western met een lekker sfeertje. Schuld, boete en onderhuidse spanning gedrenkt in traagheid. Bijna alles aan de film is traag. Voor de verhalende ontwikkelingen wordt de tijd genomen. De camerabewegingen zijn traag, alsook de bewegingen van de personages. De spraak is heerlijk lijzig en weloverwogen. Met ingebouwde pauzes en van die fijne blikken. De inhoud van de dialogen is intrigerend door het gebruik van metaforische taal en door de ongerijmde formaliteit en gedragenheid van de woordkeuze. Helemaal niet des westerns, maar door het atypische karakter ervan wel erg pakkend, fascinerend en welhaast komisch.
De setting waarin de film de meeste tijd spendeert, deelt in die aardige anachroniciteit. Het betreft een dorpje dat er erg schoon en fris uitziet en daarmee bepaald niet voldoet aan de verwachtingen. Als decor doet het onwerkelijk en artificieel aan. Geen western materiaal. Wel een perfect decor voor de in het wit geklede preacher die er met zijn griezelig schone en reine uitstraling (fijn creepy gespeeld door Harrelson) prettig in kan paraderen en snode plannen kan smeden.
De duistere gebeurtenissen die tussen de overdreven aangezette properheid en reinheid plaatsvinden, werken door die tegenstelling extra beangstigend en conflicterend en voegen in hun overdrijving een extra graadje dreiging toe aan de sfeer die intussen ook iets van mysterie herbergt. De verbeelding van de onschuld of van de vermoorde onschuld. Wie zal het zeggen. Mooi is het allemaal wel.
De muziek is passend, want is eveneens atypisch. We horen zoetgevooisd meerstemmig vocaal. “Miserere Mei Deus”, klinkt het stichtelijk. Vreemd en nerveusmakend, maar in combinatie met het creepy personage van Harrelson en de algehele sfeersetting, heeft het gezang een absolute meerwaarde. Lord, have mercy!
Mooie film. Dialoog, verhaal en spel zijn zeer genietbaar. Wel, zoals gezegd, in somige opzichten afwijkend van de 'standaard' western, maar ook met veel vertrouwde en herkenbare elementen als shoot-outs, saloons en kampvuurtjes. Van die prettige dingen die er gewoon in horen en die gelukkig niet zijn vergeten.
Duellists, The (1977)
Het is welhaast onvoorstelbaar hoezeer het eergevoel rond 1800 in Frankrijk een grote rol speelt tussen mannen uit de hogere klasse. Als op het scherm de degens weer eens worden gekruist of in de morgenstond twee mannen bloedserieus tegenover elkaar staan met getrokken pistolen, kan ik het niet helpen dat ik in de lach schiet over zoveel onzinnigheid. Ik kan het niet helpen een duel ter wille van de goede eer belachelijk te vinden. Tegelijkertijd besef ik dat het geplaatst in de tijd helemaal niet belachelijk is, maar heel normaal en bijna dagelijkse kost,
Regisseur Ridley Scott maakt met The Duellists naar een roman van Joseph Conrad een film waarin een duel tussen twee legerofficieren centraal staat. Een duel dat door verschillende oorzaken steeds wordt afgebroken, nooit wordt beëindigd en zich met tussenpozen derhalve jarenlang voortsleept. Scott confronteert de kijker niet met een duidelijke reden die de aanleiding is voor de tweestrijd. De betrokken heren weten het niet eens meer. De reden doet er trouwens na al die jaren ook niet meer toe. Voorop staat dat iemand ooit in zijn eer is aangetast en zich wil wreken. De ander heeft geen andere keus dan te riposteren. Steeds als beide heren zich in het gewoel van de Franse revolutie treffen, wordt het duel voortgezet. De situatie is absurd.
Ridley Scott ensceneert met de film niet slechts een ordinair duel tussen twee eerzuchtige mannen. Hij gebruikt de camera om te schilderen. De plaatjes zijn werkelijk prachtig. Scott liet zich inspireren door schilderijen van de landschapschilder John Constable. De fantastische atmosfeer die de beelden in de film brengen zijn ongekend. Intens, overweldigend en ontroerend. Neem bijvoorbeeld de ontmoeting tussen beide protagonisten tijdens de Russische veldtocht van Napoleon in 1812. Het decor is een afschrikwekkend schilderij. Intens ijzig en gruwelijk. Geschilderd met een palet aan kille kleuren. De sfeer is surrealistisch. De beelden zijn adembenemend mooi.
Tegen zoveel beeldend geweld zijn al die duels niet bestand. Die gaan volkomen ten onder in landschappelijke en natuurlijke schoonheid. De onzinnigheid van menselijk handelen en de nietigheid van zijn daden zijn overduidelijk. Eergevoel is een menselijke eigenschap maar betekent in feite niets meer dan verspilde energie.
Steeds weer die duels in prachtige schilderachtige decors. En steeds weer de confrontatie met de onzinnigheid ervan. De vete kan maar op één manier worden opgelost. Strijdend tot de dood erop volgt. Dat gebeurt dan ook. Maar toch. In deze film zijn de levens van de rivalen jaren lang getekend door een onoplosbare en steeds terugkerende kwestie Wat een verspilling. Sommige mensen sterven al tijden hun leven.
Dune: Part One (2021)
Alternatieve titel: Dune
Naar het zesdelige epos Dune dat in 1965 in boekvorm van de hand van Frank Herbert verscheen. Een absolute klassieker in het sci-fi genre en naar het schijnt het best verkochte boek ooit binnen het genre. De visuele adapties van het boek waren niet erg succesvol. In 1984 maakte David Lynch de film Dune (1984) die mij vooral opviel door de surrealistische omlijsting en veel minder door de inhoud. In 2000 was er nog de serie Dune die niemand zich meer herinnert. De laatste adaptie is de film Dune: Part One van regisseur Denis Villeneuve.
Een indrukwekkende film. Een indrukwekkende entourage. Op speciale effecten is niet bezuinigd. Veel dynamiek. Veel actie. En als de film een beetje stilvalt, dan zijn er de personages om te leren kennen en de kostuums om te bewonderen. Villeneuve zet een wereld neer die vreemd aanvoelt maar voldoende elementen bevat die genoegzaam bekend zijn om de kijker betrokken te maken. Betrokken bij de gebeurtenissen op een exotische planeet en betrokken bij de boodschappen die de film onder het boeiende verhaal allesbehalve subtiel verstopt. Onder het verhaal ligt de kritiek op winstbejag en op het denigrerend behandelen van inheemse culturen overduidelijk verborgen.
Aan de hand van deze kritiekpunten is het gemakkelijk om uit te vinden wie goed en slecht is. De karakterschetsen zijn tamelijk simplistisch vormgegeven. De personages zijn matig uitgewerkte archetypen die niet erg interessant zijn. Enigszins jammer voor de emotionele beleving. Die is er niet altijd. Gelukkig bieden het verhaal en de visuele pracht compensatie. Dune is een gelukte adaptie van de sci-fi klassieker. Een film die met name door de grootse entourage indruk maakt. De beelden zijn overweldigend. De aankleding is met oog voor detail gerealiseerd en imponeert. Het verhaal is intrigerend. De personages zijn wat vlak maar worden heel adequaat ingevuld door een uitstekende cast. Dune: Part One is een fijne film die mij verheugend doet uitzien naar Part Two.
Dune: Part Two (2024)
Dune: Part Two is net als de voorganger een indrukwekkende film die zich te midden van een indrukwekkende entourage afspeelt. Wederom een geslaagdeverfilming van de epische vertelling naar de zesdelige reeks boeken van Frank Herbert uit 1965. Hoewel een prettige zit, sprankelt dit tweede deel wat mij betreft minder dan de eerste film.
Het duurt tamelijk lang voor er iets gebeurt. Regisseur Villeneuve lijkt zich een hele tijd vooral te verlustigen aan de prachtige exotische wereld waarin de film zich afspeelt. En wel zozeer dat hij lijkt te vergeten dat er ook nog wat verteld moet worden. De camera laat mooie beelden zien en hangt wat rond bij de personages die keuvelen en plannen smeden. Heel sfeervol, maar het duurde me iets te lang. Daarbij komt trouwens nog dat veel karakters helemaal niet erg interessant zijn of gewoon van weinig contouren zijn voorzien.
De actiescènes zijn dun gezaaid. In de loop van de drie uur durende film wordt opvallend weinig gevochten. En als het dan eindelijk zover is, zijn de actiescènes kort en weinig exceptioneel. Zo is ook de finale grote slag erg snel voorbij terwijl de strategie die gevolgd gaat worden voorafgaande aan de strijd voldoende verbale aandacht krijgt. Ik vroeg me af wat het nut is van alle dialoog over dat onderwerp terwijl je de praktische uitwerking niet terug ziet op het scherm. Nogal onbevredigend.
Met de speciale effecten is dan weer helemaal niets mis. De weergave van de exotische planeet is overweldigend. De beelden van de woestijn en zijn bewoners zijn mooi. En de weergave van de actie is weliswaar kort maar wel mooi ingekleed met effecten. Intrigerend zijn de inkijkjes in de inheemse cultuur met zijn religieuze ondertonen en rites. Met name daardoor ontstaat soms een sfeer die in een horrorfilm niet zou misstaan.
De kostuums en de diverse locaties zijn weer prachtig vorm gegeven. Uitstekende cast ook. Timothée Chalamet en Zendaya zijn prima op dreef, hoewel door de ietwat vlakke invulling van de karakters de echte inleving uitblijft. Kleine maar significante rollen zijn er voor Christopher Walken, Florence Pugh en Léa Seydoux. Mooie scènes zijn er tussen Rebecca Ferguson en Charlotte Rampling. Ondanks de minpunten valt er weer genoeg te genieten in Dune: Part Two.
Dunkle Seite des Mondes, Die (2015)
Alternatieve titel: The Dark Side of the Moon
Een film die baadt in een duistere en mysterieuze sfeer. Een sfeer die veroorzaakt wordt door de psychedelische uitvoering van de cinematografie en door de stemmige klassieke muziek met vooral veel vioolklanken. Het zijn meteen de enige onderdelen uit de film die deugen. Verder is het niet veel.
Het verhaal bevat veel onwaarschijnlijkheden. Met veel toeval en veel vaagheid wordt gepoogd het verhaal rond te breien en open eindjes sluitend te maken. En tja, daarin wil ik best even meegaan, maar na verloop van tijd verdwijnt de goodwill om met al die kunstmatig aanvoelende ingrepen van de film een constructieve en prettige beleving te (willen) maken. Daarvoor vreten al die toevalligheden eigenlijk net iets te ver in op mijn inlevingsvermogen en is het te hard werken om nog enig plezier uit het getoonde te putten. De pogingen zijn zo goed als vruchteloos.
Behalve met toevalligheden, kampt het verhaal ook met voorspelbaarheid. Het is een film zonder verheugende en verrassende twists. Het mysterieuze uiterlijk van deze thriller wordt niet vertaald naar het innerlijke. De intriges zijn niet erg spannend of opwindend uitgewerkt en hebben amper mysterieuze lading. Het is simpelweg slechts de sfeer die mysterieus is. En daar moet je het mee doen. Een intrigerende vertelling ontbreekt.
De personages zijn tamelijk vlak en oninteressant. Ze dragen geen gevoel of beleving uit. Ze zijn niet met veel diepte en ronding uitgewerkt. Ze zijn gewoon op eendimensionaal niveau aanwezig en bewegen aldus. Ze zijn daarenboven ook nog eens verschrikkelijk zelfingenomen en bovenal erg saai.
Nee, het was allemaal niet heel prettig.
Dust Bunny (2025)
Aan het begin van de film volgt de camera een paar pluisjes stof die door de lucht wervelen. De pluisjes zweven een kinderkamer binnen en dalen op de bodem neder alwaar zij een konijnachtige vorm aannemen. In Dust Bunny manifesteert zich een monster dat zich onder het bed van de kleine Aurora (Sophie Sloan) verschuilt en daarmee de grootste kinderangst bewaarheidt. Een sfeervol en veelbelovend begin.
Wat volgt is een film die tonaal en verhalend heen en weer zwabbert. Rust en structuur zijn ver te zoeken. Regisseur en schrijver Bryan Fuller construeert in zijn debuutfilm een verhaal waarin kinderangsten zich openbaren. In plaats van medeleven met de protagonisten roept het verhaal verveling op omdat de zoetsappigheid en clichématigheid er af spatten. Dust Bunny is een kinderfilm waar kinderen niet naar kijken en volwassenen zich niet erg over opwinden. De volwassen kijker zal de film hoogstens met een stoot nostalgie in zijn lijf nog enigszins kunnen velen. Voor een jeugdige kijker zal de film te duister en te gewelddadig zijn.
Intrigerend is het verhaal amper. Eigenlijk is een van de weinige dingen die intrigeren de dynamiek tussen de kleine Aurora en haar weinig spraakzame buurman (Mads Mikkelsen) die zich als haar beschermer en plaatsvervangende ouder opwerpt. De paralellen met Léon (1994) liggen hier overigens voor het oprapen. Ook de interacties tussen Sigourney Weaver (in een leuke bijrol) en Mikkelsen doen je even opveren.
Gelukkig zijn er op het visuele vlak mooie momenten. Ruimtes veranderen in kleurige parallelwerelden en Aurora berijdt een speelgoedbeest alsof zij in een roeiboot zit. Dat klinkt als een scène uit een adultmovie, maar zo is het niet. (Hoewel je nooit weet waar de inspiratie van de maker vandaan komt natuurlijk). De flikkerende overweldigende beelden hebben een psychedelisch karakter. Op zich mooi maar ze voelen ook wat misplaatst. Alsof ze puur zijn ingezet omdat de techniek die mogelijkheid bood. Ingezet naar willekeur zogezegd. In plaats van zo excessief uit te pakken had ik liever gezien dat er meer energie in het verhaal was gestopt.
En zo is Dust Bunny een film met bonte visuele effecten en goed acteerwerk en samenspel van Mads Mikkelsen, Sigourney Weaver en Sophie Sloan. Ook is Dust Bunny een film die een onevenwichtige indruk maakt en een slap verhaal vertelt over een monster in een kinderkamer. Dust Bunny is geen film die een blijvende herinnering zal zijn.
Dust Devil (1992)
Dust Devil is een woeste genremix met elementen uit de western, de horror, de roadmovie en natuurlijk de arthouse. Eenmaal gewend aan deze overvloed aan elementen ontwaar je een ongewone en fascinerende film.
De film zet ondanks de verwachting die de verhaallijn oproept niet groots in op gore- en splatter-effecten om een duistere sfeer op te roepen. De film gebruikt daarvoor kunstzinniger middelen. Droomachtige beelden en wonderlijke en zonderlinge personages bezorgen de film een beklemmende sfeer. In deze film wordt een beroep gedaan op de verbeeldingskracht van de kijker.
Het is waarschijnlijk ook de reden waarom de talrijke bloedige moorden zich vooral buitenbeeld afspelen. Dat betekent overigens niet dat de film geen brute film is. Het schijnt zelfs zo te zijn dat de scène waarin de Dust Devil in zijn hoofd wordt geschoten lange tijd als de meest brute scène ooit bekend stond.
De fotografie is buitengewoon. Het acteerwerk is goed. De soundtrack is prima. Het verhaal belandt helaas te vaak in irrelevante en taaie passages die de film uit zijn ritme halen. Ik had soms moeite om mijn gedachten erbij te houden en heb zelfs twee keer een scène opnieuw moeten inzetten omdat mijn gedachten steeds afdwaalden naar prettiger zaken. Dust Devil is een film die meandert van spannend en intrigerend naar taai en oninteressant. Een film van heen en weer. Niet echt mijn ding.
Duva Satt på en Gren och Funderade på Tillvaron, En (2014)
Alternatieve titel: A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence
Vampiertanden, een lachzak en een gek masker. Het zijn de objecten die de inhoud vertegenwoordigen van de koffer waarmee twee verkopers langs de deuren trekken. De opbrengsten zijn pover. Niemand is in de inhoud van hun koffer geïnteresseerd. Een bizarre situatie. Bij hun pogingen om te verkopen, ontmoeten ze louter mensen wier leven even bizar in elkaar steekt als het hunne.
Twee zinnen duiken in de film om de haverklap op. “We willen de mensen helpen om lol te hebben” en “Ik ben blij te horen dat het met jullie goed gaat”. De twee zinnen en het treurige verkopersduo zijn de onderdelen die de film bijeenhouden. Of beter gezegd, die een ankerpunt zijn in de film. Een film die maar liefst 39 episoden of sketches telt. Sommige daarvan hebben een samenhang met een andere episode of sketch. Sommige hebben geen onderling verband en ontwikkelen zich zelfstandig. Ik was blij met mijn ankers.
Wat veel scènes gemeen hebben is hun absurditeit. De Zweedse regisseur en schrijver Roy Andersson werpt een blik op het dagelijkse bestaan en maakt daar iets absurds van. Ik zal eerlijk zijn. De vorm lag me wel. De inhoud echter totaal niet. Ik heb op geen enkel moment kunnen lachen en zat me eigenlijk vooral te verbijten. Het absurde ontging me niet, maar deed me niets. De film is een monotonie van flauwe vertelsels. Vertelsels waarin de personages wachten tot er iets gebeurt, maar in feite gebeurt er vervolgens helemaal niets. Heel vermoeiend.
Wat ik wel kon waarderen was de optische beleving. Andersson maakt gebruik van een statische beeldvoering. Van starre invalshoeken en een vast kader. Het is alsof je naar een schilderij kijkt, waarin de personages bewegen. Het deed me denken aan Kreuzweg (2014), waarin regisseur Dietrich Brüggemann hetzelfde doet, maar dan statischer. Daarnaast waardering voor een ander opvallend aspect. In het beeldkader gaat de aandacht automatisch uit naar de personages op de voorgrond terwijl de personages op de achtergrond die niet in de spotlights staan, onverwacht vaak ook nog iets hebben toe te voegen aan een scène. Leuk.
"En Duva Satt på en Gren och Funderade på Tillvaron" is een film over de absurditeit van het leven. Dat klinkt goed. Dat was het niet. Ik vond het een monotoon geheel van onleuke sketches. Het kon me amper boeien. De filmtitel is trouwens briljant.
Dværgen (1973)
Alternatieve titel: The Sinful Dwarf
The Sinful Dwarf is een film met een beruchte reputatie. Drugsgebruik, verkrachting, voyeurisme, kidnapping en prostitutie tieren er welig in. Opwindende onderwerpen. Met name op het visuele vlak, want getoond met een explicietheid die in het geboortejaar van de film vrij ongewoon was.
Naast deze spannende thema’s is de dwerg uit de titel verantwoordelijk voor een groot deel van de faam. Olaf de dwerg. Een zeer gluiperig mannetje dat met een viezig lachje en een mank beentje door de film hobbelt en hoofdverantwoordelijk is voor de exploitatie waar de film om bekend staat. Dat de film ook nog eens grossiert in veelvuldig naakt (veel full frontal nudity) en zelfs een enkele hardcore scène bezit, helpt natuurlijk erg in de totstandkoming van de schimmige reputatie.
Een ander niet onbelangrijk punt zit ‘m in de beschikbaarheid van de film. De film is moeilijk verkrijgbaar. Illegale verspreiding en bootleg versies zijn dan het gevolg en die zorgen ervoor dat de film nog meer in verwachtingsvolle duisternis en schimmigheid gehuld gaat.
Genoeg factoren die maken dat het een film is die je gezien moet hebben. Het gevaar is dan wel dat de film bijzonder kan tegenvallen omdat alle objectiviteit wordt overschreeuwd door z‘n cultstatus. Maar toch. Wie wil er nu niet kijken naar een dwerg die jonge slavinnen afhankelijk maakt van heroïne, hen opsluit en naakt vastketent op een zolder en hen prostitueert. Nou, ik wel hoor.
Had ik het maar niet gedaan. Uiteindelijk valt de film zwaar tegen. De uitvoering van al dit interessants is sleazy en amateuristisch gefilmd. Het acteerwerk is uiteraard fenomenaal slecht. Ook de dwerg valt tegen. De dwerg is dan wel een vies ventje, maar haalt op beeld geen extreem perverse toeren uit.
Toch is er een ander klein opstekertje. Er is iets als een plotlijn herkenbaar. Kortdurend geluk, want die lijn loopt van herhaling naar herhaling naar herhaling. Het verhaaltje verveelt snel door gebrek aan ontwikkeling. Er gebeurt feitelijk weinig. Dus resteren de naakte dames om op te teren. En ja, die zien er gelukkig goed uit en helpen je de film door.
Nee. De film is niet goed of leuk. Voor een film met een cultstatus is er bar weinig dat de film de moeite van het kijken waard maakt.
Ben teleurgesteld.
Dyatlov Pass Incident, The (2013)
Alternatieve titel: Devil's Pass
De film is gebaseerd op een raadselachtig voorval dat zich in februari 1959 in het Noordelijke deel van het Oeralgebergte voordeed. Negen bergbeklimmers waren onderweg naar de 1100 meter hoge berg Cholattsjachi (Dode berg). Alle negen kwamen in de nacht van 2 februari om het leven. Op zich zijn ongevallen in de bergen niet uitzonderlijk. In dit specifieke geval is die uitzonderlijkheid er wel en dat maakt het ongeval intrigerend genoeg om er boeken over te schrijven en er een film over te maken.
De dood van de klimmers is omgeven door raadsels. Zo was het bijvoorbeeld merkwaardig dat ze blootsvoets en dun gekleed buiten hun tenten werden aangetroffen. Ook merkwaardig waren de ernstige verwondingen die door een grote krachtsexplosie moeten zijn veroorzaakt en dus niet door toedoen van een ander mens konden zijn aangericht. Er werd bovendien geen inwendig letsel geconstateerd. Nog meer mysterie: Van een groepslid was de tong verdwenen. In de nacht van 2 februari werden oranje bollen in de lucht waargenomen waarvan de oorsprong en aard nog immer een mysterie zijn. Op de plek van het ongeval en op de slachtoffers werden hoge radioactieve waarden geconstateerd.
Wat een heerlijk mysterie. Dat vonden filmmaker Renny Harlin en scenarist Vikram Weet ook. Hun fascinatie voor het mysterie resulteerde in de film The Dyatlov Pass Incident. De film is van het type found footage en volgt een groepje studenten op weg naar de plek van het ongeval. Met mooie natuuropnamen, een onheilspellende sfeer en natuurlijk een bijzonder verhaal zijn de ingrediënten voor een lekkere horrorfilm aanwezig. De opmaat is goed, maar verder gebeurt er eigenlijk niet zoveel. En dat wat gebeurt is niet heel spannend en behoorlijk chaotisch. Het zijn typische found footage beelden die hectiek en spanning uitdragen. Weinig of flikkerend licht, storing op de beelden en heftig gewiebel van de camera. Het bekende werk. Hectisch ja. Spannend nee.
De verzonnen verklaring voor de dood van de bergbeklimmers is origineel en wordt de kijker aan het eind geopenbaard. De verklaring overtreft de meer gangbare hypothesen waarvan de meeste al behoorlijk spectaculair zijn. De verklaring is best leuk gevonden, maar maakt weinig filmische indruk. Tegen die tijd volgt de film de platgetreden found footage-paden en bevinden we ons al lang in een wat langdradige en onevenwichtig geënsceneerde film.
The Dyatlov Pass Incident begint goed, hoewel de aanloop te lang is, bouwt een behoorlijke onheilspellende sfeer op, strooit met aangename landschapsbeelden en vervalt vervolgens in de gebruikelijke foud footage routine. Zonde.
Dýrið (2021)
Alternatieve titel: Lamb
Hoewel Lamb het etiket Horror draagt, ziet regisseur Valdimar Jóhannsson dat anders. In interviews laat hij blijken dat zijn debuutfilm in eerste instantie een arthousefilm is. Voor het ongewone verhaal over een jong Ijslands stel en het lam dat ze als hun eigen kind opvoeden, liet Jóhannsson zich inspireren door het Ijslandse landschap en de talrijke volksverhalen die in Ijsland rondwaren. Zo ontstond een film over de natuur an sich. Een natuurbeleving die in deze film als natuurlijk en als tegennatuurlijk wordt ervaren.
Lamb is zeker geen pure horror. Lamb is een prachtig drama dat bovennatuurlijke elementen bevat. Het is magisch realisme dat zich op een boerderij voltrekt in het machtige decor van de Ijslandse bergenpracht. De eerste kennismaking met het leven op de boerderij duidt overigens nog niet op hele vreemde gebeurtenissen. De boven- en tegennatuurlijke elementen worden geleidelijk bij het verhaal betrokken. Dat gebeurt zo subtiel en vanzelfsprekend dat de kijker zich pas na enige tijd realiseert dat hij naar iets kijkt dat helemaal niet vanzelfsprekend is.
Zo langzaam en subtiel als de bovennatuurlijke aspecten in het verhaal worden verweven, zo ontvouwt zich het verhaal ook. Jóhannsson en cameraman Eli Arenson richten zich in beginsel vooral op het ontzagwekkende Ijslandse landschap en de boerderij die daarin een nietig object is. De beide hoofdpersonages vertoeven op hun schapenboerderij ver van de gemeenschap te midden van overweldigende natuur. De setting werkt dermate verlaten en geïsoleerd dat aan de film een post-apocalyptische ambiance wordt verleend, die niet mensvriendelijk is en een verontrustend gevoel opwekt.
Binnen die sfeer van verontrusting zorgt het Ijslandse stel met hartstocht voor de schapen. Het grootste deel van de aandacht gaat uit naar de kudde. De weinige andere momenten, brengen ze veelal rustend in bed door of aan de eettafel. Ze gedragen zich emotieloos, geconditioneerd en onhandig ten opzichte van elkaar. Op die momenten hangt er een bepaalde emotionele spanning en mistroostigheid rondom het stel. Er hangt dan een sfeer waarin een ogenschijnlijk losse opmerking naar aanleiding van een krantenartikel over tijdreizen automatisch als een subtiele verwijzing naar een donker verborgen geheim wordt opgevat waarover het stel zich niet uitspreekt, maar dat duidelijk wel aanwezig is. Beklemmend vond ik het.
Lamb overuigt niet alleen op het dramatische en atmosferische vlak. Ook het acteerwerk is erg goed. Zonder het goede acteerwerk, zou de geleidelijke inbreng van bovennatuurlijke elementen en hun integratie in het verhaal niet zo natuurlijk kunnen plaatsvinden. Vooral Noomi Rapace is fantastisch als de vrouwelijke helft van het stel, die een onnatuurlijke zelfbeheersing aan de dag legt in haar pogingen om haar emotionele verwondingen te verbergen.
Lamb is een hele fijne parabel over ouders en kinderen en over natuurlijke-, tegennatuurlijke- en bovennatuurlijke fenomenen. De film doet het lekker langzaam en fijn beschouwend. Ik heb wel genoten.
