• 17.624 nieuwsartikelen
  • 183.421 films
  • 12.658 series
  • 35.019 seizoenen
  • 658.456 acteurs
  • 200.765 gebruikers
  • 9.493.027 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Collins als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Deadtectives (2018)

Alternatieve titel: DeadTectives

Deadtectives is een verrekte goeie komische spookhuis film. Een low budget film, die zich kan meten met de (technische) klasse van de gangbare studio producties. Camera, belichting, geluid, speciale effecten en de setting zijn grandioos. Het acteerwerk van (mij onbekende) acteurs is goed. Het verhaal deugt ook. Ja, prima film.

Voordat je trouwens door hebt dat het een hoogwaardige productie is, moet je je eerst door een vervelend kwartiertje film worstelen. De proloog is voorzien van flauwe humor en is irritant springerig gefilmd. Dat wordt niks, denk je dan. Niet dus. Eenmaal gearriveerd op de Mexicaanse lokatie waar het eigenlijke verhaal zich afspeelt, wordt de film leuker en leuker.

Een horror-komedie. Moeilijk om een vergelijkbare film te vinden. Ik moest soms aan The Frighteners (1996) denken, hoewel die film een minder duistere sfeer in zich bergt. De humor is echter wel vergelijkbaar. Die is net als in deze film ook prettig ingebouwd in de handelingen. Humor en horror verhouden zich hier goed. De humor kent z’n plek. De horror wordt er als zodanig niet door geschaad.

Op het horrorvlak valt genoeg te genieten. De setting is een oud herenhuis. Ik houd van dergelijke lokaties. Met een donkere kleurstelling en een schemerige belichting draagt zo’n setting altijd fijn bij aan een duistere sfeer. Hier gebeurt dat ook. Een paar brute scènes en een enkele goed geplaatste jumpscare brengen voorts extra verdieping aan in de duisternis.

De film weet heel adequaat een goede spanningsboog op te bouwen en hanteert daarnaast een behoorlijk tempo, dat prettig aanvoelt en dat maakt dat de film gemakkelijk is te consumeren.

Het is lastig om een echt leuke horrorkomedie te maken. De combinatie horror-komedie is niet altijd succesvol. De leukste in dat genre zijn de films die in de kern serieuze horrorelementen bevatten. De kunst is om die serieuze elementen te verrijken met komische punten, die prettig relativeren of iets van de spanning wegnemen zonder daarbij de kijker zijn horrorgevoel te ontnemen.

In Deadtectives is dat gelukt.

Dean (2016)

Hoofdpersoon Dean sjokt door het leven. Hij maakt een rouwproces door, onderhoudt een moeizame band met zijn vader, heeft zijn verloving verbroken en timmert als tekenaar van cartoons even niet erg voortvarend aan de weg. Hij is depressief en amper tot iets te bewegen. In gezelschap van mensen komt hij merkwaardig over en raakt steeds in pijnlijke situaties verzeild. Situaties die plaatsvervangende schaamte opwekken maar op een tragikomische manier ook erg grappig zijn.

Behalve de heerlijke tragikomedie heeft de film nog iets dat bevalt. De film is doorsneden met grappige tekeningen die uit de portfolio van Dean stammen en die humoristisch en passend aansluiten bij een situatie of gebeurtenis in de film. De tekenstijl is simpel en overzichtelijk en steeds heerlijk treffend. De tekeningen zorgden ervoor dat ik regelmatig hardop moest lachen. Niet alleen om de tekeningen trouwens. De dialogen en oneliners zijn ook erg leuk.

Tot grote uitbarstingen met betrekking tot andere emoties leidt de film niet. Het personage Dean dat overigens wordt gespeeld door Demetri Martin die zowel de regisseur als de schrijver van de film is, speelt daarvoor een te afstandelijk personage. Ik ken Demetri Martin niet, maar ik kreeg niet echt de indruk dat hij erg aan het acteren was. Ik had sterk het vermoeden dat hij gewoon zichzelf was. Bij echte acteurs als Kevin Kline en Mary Steenburgen die ook een rol in de film spelen, voel je die afstand niet. Ik vond dat verder niet bezwaarlijk. Het viel me gewoon op dat het personage Dean mij in emotioneel opzicht weinig deed.

Uiteindelijk is het veel belangrijker om te constateren is dat de film mij goed is bevallen en ik meerdere keren lekker heb kunnen lachen.

Dear Brigitte (1965)

Dear Brigitte is de vijfde komedie die James Stewart en regisseur Henry Koster samen maakten. Leuke (familie)films met onschuldige pretentieloze humor. Beetje oubollig soms, maar best leuk. Ook leuk is dat Brigitte Bardot in Dear Brigitte een kleine bijrol heeft en zichzelf speelt. De actrice wilde niet naar Hollywood komen om daar te filmen, dus moest de gehele filmcrew naar Parijs afreizen om daar een scène van enkele minuten te draaien.

James Stewart speelt een verstrooide literatuurprofessor die tevens dichter is. Hij is wars van studierichtingen waarin exacte wetenschappen worden beoefend en geeft zijn kinderen een opvoeding waarin de alfawetenschappen een belangrijke plaats innemen. Groot is dan ook de schrik als zijn zoon een wiskundig genie blijkt te zijn. Uit dit gegeven ontspint zich een film vol gekke en grappige gebeurtenissen.

Het heeft allemaal niet veel om het lijf. De film biedt onschuldig en vriendelijk vermaak. Bepaald geen hoogtepunt in de filmcarrière van Stewart. Ach, ik heb me met dit oubollige humoristische vehikel wel vermaakt. Ik was ook wel nieuwsgierig naar de verschijning van Bardot. Het optreden van Bardot stelt echter niet veel voor. De scène waarin zij verschijnt is niet bijzonder grappig of levendig. Gewoon een routineus nummertje, zo lijkt het.

Bardot wilde trouwens niet dat haar naam in de credits werd opgenomen of voor promotiedoeleinden werd gebruikt. Vandaar dat de titel van de film die oorspronkelijk "Erasmus With Freckles" zou luiden, werd veranderd in Dear Brigitte. Zo had de film toch nog een verwijzing naar de Franse ster. De reden waarom Bardot niet met naam en toenaam met de film geassocieerd wenste te worden, maar wel wilde meedoen, kon ik overigens niet achterhalen.

Dear Santa (2024)

De aanleiding voor dit hectische kerstverhaal is een leuk dyslectisch misverstand. Het script is van Peter Farelly. De regie van broer Bobby Farelly. Een duo dat in het verleden voor een groot aantal komische films verantwoordelijk is geweest. De ene film leuker dan de ander. Voor Dear Santa geldt dat de premisse leuk klinkt, maar de film nogal tegenvalt.

Jack Black dankt zijn eerste succes aan de gebroeders Farelly die hem in hun film Shallow Hal (2001) naast Gwyneth Paltrow een hoofdrol lieten spelen. In Dear Santa speelt hij (zoals in menig film) weer eens een herkenbaar type. Of eigenlijk is hij gewoon zchzelf, denk ik. Niets opzienbarends dus, maar wel weer een leuke rol. Zijn tegenspeler is de jonge Robert Timothy wiens personage een brief schrijft die aanleiding is voor het in gang zetten van allerlei merkwaardige gebeurtenissen. De scènes met Black en kindsterretje Timothy zijn vooral in de beginfase bijzonder vermakelijk.

Het ligt dan ook niet zozeer aan hun inspanningen dat de film na een vermakelijk begin, behoorlijk uitdooft. Echt grappig is de film na enige tijd bijna niet meer. Op een paar leuke (zwart)humoristische scènes na, kijk je vooral naar iets dat met name door lawaai, hectiek en de absurde situatie opgelegd grappig is. En dat werkt niet want 'opgelegd grappig' is in de meeste gevallen niet grappig. Wel grappig is de rol van P.J. Byrne als leraar Engels die verbaal en theatraal de lachlust opwekt. Het is alleen jammer dat hij weinig aansluiting heeft bij het verhaal. Het is alsof hij in zijn eigen film speelt. Het is typerend voor de film die een tamelijk chaotische mix van indrukken, personages en sketches is.

Heel vervelend is een lange aanloop naar een concert van Post Malone. Ik wist niet eens wie hij was en heb niet de indruk dat ik daar rouwig om moet zijn. Zijn muziek sprak me helemaal niet aan. Leuk voor de diehardfans. En waarschijnlijk een prima publiekstrekker voor de film. Niet voor de gemiddelde filmkijker die geen trek heeft in ellenlang humorloos gedoe rondom een popartiest. Bijna even vervelend is het laatste halve uur van de film. De “humor” maakt daarin plaats voor emotie. Er wordt berouw getoond. Er worden menselijke trekjes zichtbaar. Een trauma wordt weggewassen. En zo eindigt de film natuurlijk met een happy end en is de humor die al schaarser en schaarser werd definitief nergens meer te bekennen. Net als in bijna elke kerstfilm.

Dear White People (2014)

Teleurstellend.

Een film waarin de thema's racisme en culturele verscheidenheid centraal staan. Een film met prikkelende mogelijkheden, want met komische insteek. Heerlijke thematiek om eens lekker spottend mee te spelen en scherp te evalueren.

Maar, de verwachte satirische en prikkelende insteek komt totaal niet uit de verf. Kwesties worden simpelweg niet scherp genoeg neergezet en blijven veel te veel binnen de lijntjes. De film heeft veel weg van een ordinaire universiteitscomedy. Wel overgoten met een intellectueel sausje, maar waarin nog steeds niemand veel te melden heeft.

De overbekende stereotypische personages en studentenhuizen duiken op. Verder nog wat maatschappelijke druk en natuurlijk een machtstrijd. Heel beschaafd en niet heel boeiend.

De keuze om zwarte muziek af te wisselen met traditionele blanke klassieke muziek (Beethoven, Tschaikowsky) is geslaagd. Eigenlijk was dit ook wel het enige grappige detail aan de film. Het deed zowaar denken aan een statement. Gewaagd!

Death at a Funeral (2007)

Frank Oz maakt met Death at a Funeral een heerlijke zwarte komedie. Een komedie die laat zien wat er zoal mis kan gaan bij een simpele teraardebestelling. De film begint met de introductie van de personages die bij de begrafenis aanwezig zullen zijn. Tijdens de introductie worden de aanzetjes gegeven die in de loop van de film aanleiding zijn tot rampzalige gebeurtenissen. Het resultaat is een grappige film met heerlijke Engelse humor. Death at a Funeral ontpopt zich tot een vrolijk makende film.

Goed acteerwerk. Leuke personages. Allemaal een beetje excentriek en soms een beetje verstrooid. En allemaal hebben ze met wat pech te maken. Met die ballast slaan de personages zich door de gebeurtenissen en dat heeft een aantal hilarische scènes tot gevolg. Tegen het einde lijkt de koek op en gaat het allemaal wat moeizamer. De humor verkrampt iets. Geen ongewoon verschijnsel bij komedies die wel vaker moeite hebben om tegen het einde de originaliteit te bewaren en het niveau van de humor op peil te houden. Verder niets dan lof.

Death Becomes Her (1992)

Film die speelt met het thema van de eeuwige jeugd. Meryl Streep en Goldie Hawn spelen twee vrouwen van middelbare leeftijd die er alles aan doen om hun jeugdige voorkomen in stand te houden. Er is hun niets te gek om er jong en mooi uit te zien. Ze moeten wel. De samenleving is immers slechts geïnteresseerd in jong en mooi. Niet in oud en lelijk. De strijd tegen de tijd levert afschuwelijke innerlijke drama’s op en zaait twijfel, onzekerheid, jaloezie en boosaardigheid.

Genoeg voer voor een maatschappelijk drama, zou je zeggen. Het script voorziet daar echter niet in. Het script zet in op humor. De regisseur die dat allemaal in een komische film mag gieten heet Robert Zemeckis. De uitgelezen persoon als het gaat om het regisseren van een verhaal dat totaal niet subtiel en totaal niet verfijnd is. De regisseur laat zich dan ook lekker gaan en maakt van Death Becomes Her een snibbige en hysterische komedie met veel zwarte humor.

De personages van Streep, Hawn en Bruce Willis, die ook meedoet, zijn karikaturen. Dat is geen negatieve observatie. Karikaturen passen prima in een over the top-komedie zoals deze waarin alles in het absurde en het overtrokkene is gegoten. Zelfs de speciale effecten zijn over the top en beklemtonen daarmee heel fraai de absurde komische verwikkelingen. Death Becomes Her is een vermakelijke komedie, die je met wat goodwill nog kan beschuldigen van satirische intenties richting de waanzin die het verlangen naar jeugdigheid en schoonheid in bepaalde kringen heeft aangenomen. Je kunt het ook niet doen. Hoe dan ook. Death Becomes Her voldoet in ieder geval als leuk vermaak.

Death House (2017)

Hoe is het mogelijk dat een film vol horror iconen een bijzonder vervelende belevenis is. Behalve een kleine opvering bij het zien van de iconen, valt er niets te beleven. Het is een film die zich verder op niets positiefs kan voorstaan.

De film vertelt in onoverzichtelijke horten en stoten een ingewikkeld verhaal dat vermoeit en irriteert en geen enkele vorm van spanning oproept. Het duurt en het duurt. De ene vervelende scène volgt op de andere.

Zo zien we een tour door de gevaarlijke gevangenis waarin niets opzienbarends gebeurt. We zien en horen oninteressant pseudo intellectueel gebabbel over God en de Duivel. We zien hoe de contrasterende hoofdpersonages toch buddies worden. Enzovoort. We zien eigenlijk alleen maar een hoop flauwe onzin. En daar stopt het niet, want al die flauwe verhaallijntjes vallen vervolgens ook nog eens heel chaotisch en onoverzichtelijk in elkaar. Heel zenuwslopend is het. De draad van het verhaal is al snel kwijt en die draad keert in de rest van de film niet terug.

En zo sloft de film voort en zakken de oogjes bijna toe. Het is pas ver in de film dat een stroomuitval die er de oorzaak van is dat honderden psychopaten uit hun cel ontsnappen, eindelijk eens wat leven in de brouwerij gaat brengen. Hup, oogjes open... En snel weer dicht.

Hoe is het mogelijk dat een stroomuitval waarbij honderden psychopaten ontsnappen zo weinig impact heeft. Zo saai verloopt. Zo slaapverwekkend braaf en ontspannend op het scherm wordt gebracht.

Wat een slechte film. Matige effecten. Slechte belichting. Puntloos en wanordelijk verhaal. Platte en oninteressante personages. Makke dialogen.

Ja, hoe is dat allemaal mogelijk.

Oh, ik weet het al. Omdat het een baggerfilm is.

Death Hunt (1981)

Fijne actierijke film met een heerlijk simpele verhaallijn. De solitaire en eerzame Charles Bronson krijgt het aan de stok met een stel botte hersenloze kolonisten in het ruige Canada. De ruzie loopt uit de hand. Er vallen wat doden en Bronson moet noodgedwongen op de vlucht slaan. De doorgewinterde en even eerzame Mountie Lee Marvin gaat in de achtervolging.

Bronson is de zwijgzame man omgeven door een mysterieus aura. Soms onthult een gekwetste blik geestelijke kwetsuren uit het verleden. Welke dat zijn, geeft de film niet prijs. Zijn zwijgzame wezen en zijn hang naar isolement maken in ieder geval duidelijk dat het leven hem zonder veel compassie heeft aangepakt.

Veel dialoog heeft Bronson niet tot zijn beschikking om zich als zodanig te manifesteren. Ondanks dat hij niet veel meer toont dan gepijnigde gelaatstrekken en een lichaamshouding waaruit vermoeidheid spreekt, overtuigt hij in zijn rol.

Tegenover Bronson staat Lee Marvin. Zijn geanimeerde aanwezigheid verbergt een wrok tegen dezelfde mensheid, waaraan Bronson zich al lang heeft onttrokken. Marvin leeft een bestaan vol compromissen om met die wrok te kunnen leven en zich geestelijk staande te kunnen houden. Bij Marvin schemert onder die uiterlijke laag het verlangen naar isolement door. Marvin respecteert en bewondert de man die hij achtervolgt. „He deserves me“, zegt hij als zielsverwant van de opgejaagde Bronson tijdens de achtervolging.

En steeds speelt het machtige landschap een belangrijke rol in de film. Magnifieke bergen, eindeloos dennenwoud en besneeuwde hellingen bepalen de setting. De woeste natuurlijke elementen zijn belangrijke sfeerbepalers.

Death Hunt is een spannende en gewelddadige film. De film kijk je niet vanwege het gelaagde verhaal en personages. Death Hunt kijk je vanwege zijn spannende mensenjacht, zijn prima actie, zijn ruige ambiance en zijn sfeervolle degelijkheid. Parallellen zijn er (heel voor de hand liggend) met First Blood uit 1982, maar ook met een film als Chato's Land (1972) waarin Bronson ook de rol van opgejaagde speelt.

Death Hunt is trouwens op waarheid gebaseerd zo lees je bij aanvang van de film. Het is een holle frase die aan het echte verhaal slechts in hele grote lijnen recht doet. Voor het echte verhaal: Meet Albert Johnson, The Mad Trapper.

.

Death Island: Paranormal Retribution (2017)

Een film van het type 'found footage' en een slechte ook. Gedurende de 80 minuten speelduur, gebeurt er niets opwindends. We kijken naar een filmcrew op een eiland, die op zoek is naar onverklaarbare gebeurtenissen en paranormale activiteiten. Maar ach, behalve wat geritsel in het struikgewas waar men zeer opgewonden over doet, zijn er geen vreemde zaken merkbaar. Desondanks meet men zich de hele speurtocht lang een zeer angstige houding aan, waarmee mijn eerdere woorden over het gemis aan onverklaarbare gebeurtenissen meteen worden gelogenstraft.

De enige dynamiek in de film komt uit de vele onenigheid tussen de groepsleden. Helaas missen de conflictjes ieder diepzinnig psychologisch fundament en bestaan ze slechts uit onvolwassen gebazel. Ze zijn niet interessant en voegen niets toe. Ze zijn even interessant als de kinderlijk onderbouwde theorietjes die gespuid worden en even interessant als het vage mysterie waar het eiland om bekend staat. De film weet nergens een zenuw of voelspriet te raken. Niets boeit.

Het enige opzienbare aan de film is dat de filmcrew nu eens niet uit een groep tieners bestaat, maar uit een groep die minimaal 20 jaar ouder is. Het is het enige opmerkelijke feit uit de film, die daardoor trouwens geen slag beter wordt.

Death of a Unicorn (2025)

In sprookjesboeken zijn eenhoorns lieve paarden met een hoorn op hun hoofd. Een beetje magisch misschien, maar zeker niet gevaarlijk en zeer geschikt als knuffelbeest. In deze film zijn de beestjes wilde dieren met een duistere inborst en kun je ze beter uit de weg gaan. Met de dood van een eenhoorn ontstaat een wilde genremix van fantasy, komedie, horror en familiedrama. De hoofdrollen zijn voor de frisse Jenna Ortega en de wat mechanisch spelende Paul Rudd.

De film is luchtig van opzet maar weet middels satire en zinnebeeld ook wat serieuze thema’s aan te roeren. De personages zijn overtrokken weergegeven en vertegenwoordigen overduidelijk een bepaalde klasse of een ideologie waaruit clichematige kenmerken worden gefilterd. Zaken als overconsumptie, gewetenloosheid en hebzucht worden heerlijk belachelijk gemaakt. Als dat riedeltje zo’n beetje is uitgewerkt, richt de film zich indringender op de eenhoorn en volgen verrassend bloedige scènes, waarin het fabeldier niet bepaald blijk geeft over een lief karakter te beschikken.

De film is door de gelukte mix van maatschappijkritiek, de luchtige insteek en de veranderde focus zo halverwege de film meer dan bovengemiddeld onderhoudend. Jenny Ortega is gewoon leuk en Paul Rudd is als gezegd wat statisch in de weergave van zijn personage, maar kan er mee door. Van de overige personages viel mij vooral butler Anthony Carrigan op die met zijn mimiek en gebaren wat slapstickachtige humor in de film brengt waar ik wel om kon lachen. Verder kan ik nog vermelden dat de eenhoorns er prima uitzien en afsluiten met de mededeling dat Death of a Unicorn al met al een leuke, wilde en afwisselende rit is.

Death of Dick Long, The (2019)

Tragisch, komisch en absurd. Een bizar sterfgeval heeft grote invloed op het vertrouwde leventje van twee mannen. De film gebruikt het absurde sterfgeval om een verhaal in te luiden dat vooral humoristisch van toon is zonder daarin de tragische accenten te verdoezelen. The Death of Dick Long is een kluchtig geënsceneerde tragikomedie en is eveneens een niet al te serieuze whodunnit. Best leuk.

Daniel Scheinerst doet de regie. Gewoonlijk doet hij de regie samen met Daniel Kwan. Die samenwerking leverde bijzondere films op als Swiss army en everythng everuwhere. Films die het absurde vieren en films met een surrealistische insteek. The Death of Dick Long viert het absurde eveneens maar is veel sterker met de realiteit verbonden. De personages hebben een realistische belevingswereld en de consequenties voor hun gedrag zijn eveneens realistisch. Hoe buitenaards maf het gedrag van de twee mannen ook is, de consequenties zijn gewoon aards. Hard, pijnlijk en ingrijpend. Die consequenties worden in de film niet meteen dramatisch gedumpt. Ze verschijnen broksgewijs en steeds hardnekkiger naarmate de twee malloten maar niet stoppen met hun maffe gedrag.

Zoals andere gebruikers ook al constateerden heeft de film overeenkomsten met Fargo. Verhaal en personages doen er inderdaad in meerdere en mindere mate aan denken. De sfeer is dan weer heel anders. The Death of Dick Long is Fargo maar dan met Rednecks. Minder goed, minder sfeervol en minder fijnmazig. Af en toe wordt die fijnmazigheid echter wel gevonden. Gezegd moet worden dat de film er ondanks de robuuste toonzetting verrassend genoeg in slaagt om de emotionele hechtheid tussen de personages goed te treffen. Tussen het bizarre, het robuuste en het hectische is af en toe plaats ingeruimd voor een contrasterende tedere scène. Dergelijke scènes zijn aangename rustpunten en voorkomen dat de film niet uit de bocht vliegt maar prettig blijft balanceren tussen komedie en tragedie.

Death of Robin Hood, The (2026)

Robin Hood. Wie kent hem niet. Wellicht de bekendste naam uit de Britse folklore. De man die volgens de legende van de rijken stal en de buit verdeelde onder de armen. Een held. Een voorbeeld. Het is niet verwonderlijk dat de avonturen van de nobele Robin Hood in veel films en series zijn vereeuwigd. In The Death of Robin Hood wordt het beeld van de edelmoedige Robin Hood met de grond gelijk gemaakt.

The Death of Robin Hood is de derde film van regisseur en schrijver Michael Sarnoski die eerder met Pig (2021) liet zien in staat te zijn een indrukwekkende karakterschets te kunnen afleveren. The Death of Robin Hood is een zwaarmoedige film die het personage Robin Hood (magnifiek gespeeld door Hugh Jackman) op een manier afbeeldt die de kijker niet bekend zal voorkomen. Vanaf het begin is duidelijk dat dit niet een film is waarin op luchtige wijze de kleurrijke avonturen van de schelmse boogschutter en zijn vrolijke aanhang wordt verteld.

Het verteltempo is traag. In de kleurstelling overheersen grijstinten. Er is bruut geweld. Zelfs kinderen worden niet gespaard. Er is vuil. Er is bloed. In The Death of Robin Hood wordt de mythe ontkracht. Het optreden van de volksheld heeft niets nobels. De volksheld Robin Hood is niets minder dan een meedogenloze slachter.

Naarmate de film verglijdt, komt Robin Hood in rustiger vaarwater terecht en is er ruimte om achter de meedogenloze façade het menselijke in het personage te ontdekken. Zonder daarbij de gruwelijke daden te relativeren, leert de kijker een man kennen die gevangen zit in een spiraal van geweld en daaruit niet kan (of wil) ontsnappen. Een interessante kijk waar de film veel tijd in steekt.

Na de tumultueuze en gewelddadige scènes heerst er rust. De sfeer is anders. Je zou het vredig kunnen noemen. In deze fase richt de film zich meer op de psyche dan op de actie. Het is alsof we ons in een andere film bevinden. Nieuwe personages worden geïntroduceerd en de introspectie kan beginnen. Als de inzichten over het personage Robin Hood eenmaal zijn gevallen, de karakterschets nagenoeg is voltooid en het schokeffect is weggeëbt gaat de film nog even door. Omdat er dan weinig meer rest dan serene eentonigheid, denk ik dat de film iets eerder had kunnen eindigen. Verder niets dan lof voor dit atypische portret van de volksheld.

Death of Stalin, The (2017)

Regisseur Armando Iannucci fabriceert een zwartkomische film die de werking van machtsmechanismen op een onthutsende manier blootlegt. De film gebruikt daarvoor een intrigerende setting en wel het machtvacuüm na de plotselinge dood van Jozef Stalin. De machtstrijd die zich ontwikkelt toont een spel vol schrikbarende kleinzieligheid, nietsontziend egoïsme en dodelijke paranoia.

De film toont de overgebleven leiders van de Sovjet-Unie als onbekwaam of als machtswellusteling. Soms zelfs als achterlijk. Toch is de film geen lompe parodie, hoewel de vorm van humor die wordt gebruikt niet altijd even verfijnd is. Het ongelooflijke aan de film is namelijk dat de film zich erg dichtbij de waarheid bevindt. De lompe kleinzieligheid die ten grondslag ligt aan de absurde acties van de leiders lijken dan misschien wel overdreven en gericht op de lach, maar zijn in feite gebaseerd op de waarheid. Weliswaar een komische waarheid, maar ook een onthutsende en soms zelfs een afschuwwekkende waarheid.

Het absurdisme stijgt in deze film naar grote hoogte en krijgt in het verlloop een steeds onaangenamere bijsmaak. Neem bijvoorbeeld de scènes van de razzia‘s waarbij staatsgevaarlijke burgers massaal worden opgepakt. Of neem bijvoorbeeld de scènes waarin een vuurpeloton staatsgevaarlijke lieden executeert. Op die momenten word je als kijker toch eventjes heftig geconfronterd met de keerzijde van komisch aandoende verwikkelingen die voortkomen uit machtwellust en onbekwaamheid.

De film toont een donkere periode in de Russische geschiedenis en maakt daarvan een scherpe klucht. Een jolige satire op de macht. Een schijnbaar overdreven beeld van de strijd om de heerschappij na de dood van Stalin. De film laat absurdistische verwikkelingen zien en legt daarmee de platvloerse werking van het machtsmechanisme bloot.

De strijd om het leiderschap is bepaald geen edelmoedige strijd, maar eerder een strijd die het schoolplein amper is ontstegen. Die bewustwording doet de zwartkomische lach, die deze film absoluut en veelvuldig oproept, ook af en toe abrupt weer verstommen.

Death Race 2000 (1975)

In een belachelijke dystopische omlijsting vindt een even belachelijke autorace plaats. De coureurs zijn de gevierde helden van de massa, die lijdt aan onderdrukking en verder weinig heeft te vieren. De race geldt als een brute race, waarin niet alleen de snelheid telt, maar waarin de coureurs à la carmageddon tevens bonuspunten kunnen verdienen.

De presentatie van een vijftal coureurs en hun bijrijders maakt duidelijk hoe serieus de kijker de film moet gaan nemen. Antwoord: totaal niet serieus. Merkwaardig uitgedoste coureurs met namen als Frankenstein en Machine Gun Joe rijden in fleurig opgepimpte racemonsters onschuldige burgers aan en zijn verwikkeld in een niet spannende wedstrijd.

Een mager subplotje vertelt van een rebellenleger dat met acties de race wil saboteren om zo de corrupte regering omver te werpen. Behalve dat het subplotje totaal niet interessant is en als satirische zijlijn mislukt, past het eveneens niet in het verhaal. Het komt nogal geconstrueerd over en heeft amper binding met de race. Het subplot biedt onnodig beeldmateriaal dat de actie alleen maar ophoudt.

Niet dat de actie nu zo geweldig is. De actiescènes zijn slordig gemonteerd. Bovendien worden de opnames van de bolides overduidelijk versneld afgespeeld. Schokkerige slapstick. Het effect is eerder komisch dan enerverend.

Death Race 2000 staat te boek als een cultfilm. Dat mag natuurlijk. Ik kon er niet echt van genieten.

Death Spa (1989)

Alternatieve titel: Witch Bitch

Niet heel hoogstaand maar alleszins heel vermakelijk. Echt een film die je niet met een serieuze blik moet bekijken. Daar is het allemaal net te overdreven en te campy voor.

Het verhaal is overigens helemaal niet onaardig. Ok, 't is niet origineel en het boeit niet op elk moment maar de vele kills slepen je door die momenten heen. Bovendien steekt de film wel leuk in elkaar door spanning en dode momenten af te wisselen met sfeervolle tussendoortjes van dansende en douchende dames. Leuk hoor. Ja, die spa-setting is echt wel ok.

Het acteerwerk is niet goed. Maakt niet veel uit. De personages hebben toch geen enkele diepgang en veel zinnige tekst wordt er sowieso niet opgezegd. Het gebrekkige acteerwerk deert de lol niet. De personages zijn gewoon vulling en hun aanwezigheid dient welbeschouwd geen ander doel dan als middel om vele kills te ondergaan. Kills, die op allerhande manieren worden uitgevoerd. Creatief, inventief en met wat humor. Ook met gore en veel bloed. Op het hilarische af.

En zo is deze film niet eng of spannend, maar wel leuk.

Death Weekend (1976)

Alternatieve titel: The House by the Lake

Een prima film van William Fruet die in de jaren 70 en 80 verantwoordelijk was voor meerdere low-budget films in de horror- en exploitatiesfeer. Geweld, Home invasion, Backwoods. Dat werk. Jaren geleden zag ik van hem eens de film Trapped, die ik mij herinner als bijzonder gewelddadig. Death Weekend is dat ook. Het is een rauwe film waarin nietsvermoedende protagonisten door een groep gewelddadige locals wordt geterroriseerd.

De belangrijkste rol is voor Don Stroud. De acteur die in talloze films heel overtuigend de rol van schoft, zwijn en klootzak op zich neemt. Hij kan in deze film alle registers losgooien. Meteen de eerste aanblik van Stroud is genoeg om hem een ernstig ongeluk toe te wensen. Prima typecasting. Samen met een stel debiele maatjes laat hij zich intimiderend gaan ten koste van een omhooggevallen proleet en zijn lieftallige date. Twee weinig interessante karakters die er niet voor zorgen dat empathie afleidt van het geamuseerd bekijken van brute actie.

Ach. Het verhaal stelt helemaal niets voor. Misschien dat je er met een beetje goede wil nog wat maatschappijkritiek uit kunt destilleren. Iets over arrogantie en rijk vs. kansloos en arm. Dat mag en het zou kunnen. Het komt wel eens ter sprake in artikeltjes over films met zinloos geweld en terreur. Films als deze. Geen zin in. Wat mij betreft biedt de film gewoon plat entertainment.

En zo is Death weekend een vermakelijke exponent van exploitatiecinema uit de jaren 70.

Death Wish (1974)

Charles Bronson heeft een behoorllijke filmografie opgebouwd als acteur in westerns en actiefilms. De film Death Wish stuwde zijn bekendheid naar nog grotere hoogten. Death Wish is het eerste deel van een reeks en was bij zijn release de reden voor een breed matschappelijk debat over kopieergedrag dat het tonen van zelfjustitie in films zou kunnen veroorzaken. Zelfjustitie als vanzelfsprekend alternatief voor een falend opsporingsbeleid. Een discusie die heden ten dage nog wel eens de kop op steekt. Niet per sé gelieerd aan films overigens.

In de tijd dat Death Wish in de bioscopen verscheen, kampten de Verenigde Staten met hoge criminaliteit in de stedelijke gebieden. Een film met een eigengereide wreker sprak de brave burgers zeer aan. Het publiek was toe aan een held die de incompetentie van de politie aan de kaak stelde en zelf stevig optrad. Er was behoefte aan een held die het recht in eigen hand nam. Charles Bronson dus. Hij werd later gevolgd door talloze superhelden, commando’s en ex-cops die in hun films hetzelfde deden.

Charles Bronson komt als Paul Kersey in actie als zijn vrouw wordt vermoord en zijn dochter verkracht en de politie niets voor hem kan betekenen. Een behoorlijk stevig aangezette misdaad die het voor de kijker gemakkelijk maakt om mee te gaan in de motieven van Paul Kersey en hem als held te zien. De transformatie van Kersey van oppassende burger in een gewelddadige wreker is dan uiteraard begrijpelijk. Zijn wraakacties zijn hem van harte gegund.

De film ziet er solide uit. De duistere stegen en stille straten van New York zorgen voor een dreigende sfeer. De actie wordt niet dramatisch overdreven maar is vrij zakelijk geënsceneerd. To the point zogezegd.

Toch hangt over de film wel een zweempje exploitatie. Het criminele tuig dat door Kersey zonder veel omhaal wordt neergeschoten, wordt door regisseur Michael Winner dermate laag-bij-de-gronds, walgelijk en mensonwaardig geportretteerd, dat het voor de kijker bijna een feest is als Kersey het tuig neerschiet. Ik kan me bijna voorstellen dat het bioscooppubliek tijdens de film met regelmaat in applaus en gejoel losbarstte. De film roept na elke afrekening een onmiskenbaar gevoel van triomf op, dat uitnodigt tot een bewonderende en instemmende verbale uitlaat van de toeschouwer.

Death Wish is een degelijke film die prettig wegkijkt. Een harde actiethriller met een sombere uitstraling. Gewoon goed gemaakt. Ik heb wel eens een vervolg bekeken. Die bevielen niet goed. Pure exploitatie van het thema zelfjustitie. Een thema dat in deze film nog redelijk waarheidsgetrouw wordt behandeld, is in de vervolgen reden tot complete oorlogsvoering.

Deathgasm (2015)

Komische horror. Altijd lastig. Beide elementen zijn hier redelijk goed gecombineerd.

Het komische element voert de boventoon. De humor komt tot uiting in oneliners en in overdreven uitvergroting van de gore. Leuk hoor, maar na een uur is de verrassing van de overdrijving er wel wat af. De hoeveelheid spuitend bloed wordt voorspelbaar en het shockerende en humoristische effect ervan wordt steeds minimaler. Na het bekijken van de zoveelste scene waarin het zoveelste lichaamsdeel wordt doorboord of afgerukt, verliezen de shock en de humor definitief aan kracht.

De vermoeidheid treedt in. Genoeg is genoeg!

Leuk en humorvol uurtje film. Laatste halve uur is mwah.

Muziek is ok.

Deaths of Ian Stone, The (2007)

De film begint als een uitgelubberde teenager-horrorfilm, maar verandert al snel in een dynamisch verhaal als blijkt dat het hoofdpersonage zich in een soort timeloop bevindt. Hij ontwaakt steeds uit een boze droom en komt weer terecht in een andere boze droom. Hij schiet van de ene realiteit in de andere. We zien het personage in relatief korte episodes steeds een spannende strijd voeren met demonische belagers. Veel episoden. Veel strijd. Veel dynamiek dus.

De demonische figuren komen tot stand met behulp van CGI en zien er goed uit. Geloofwaardigheid is prettig voor de beleving. Vooral omdat de wezens niet subtiel worden weggestopt maar veel speeltijd krijgen en voluit in de film figureren.

Het afwisseling biedende realiteitsreizen is een leuk concept. De episodische verhaalvorm past goed. Toch hapert na verloop van tijd de machinerie. De reden daarvoor is dat je als kijker natuurlijk steeds meer over de hoed en de rand verneemt. Hoe meer je te weten komt over intriges en motieven, hoe belachelijker en geforceerder de episoden worden. Nog best leuk hoor, maar gewoon minder spontaan en meer kunstmatig geconstrueerd. De frisse ongedwongenheid vermindert per episode.

Gelukkig treedt verzadigng niet op. De episoden zijn immers kort. Daarbij is de film snel gemonteerd en is het camerawerk gewoon goed. Ook het acteerwerk is heel acceptabel. De personages overtuigen. Met name de sexy Jaime Murray maakt als schone afgezant van het duister grote indruk. De goede kant van het spectrum wordt trouwens ook prima vertegenwoordigd door de eveneens schone Christina Cole. En... Oh ja, De titelrol van Mike Vogel is ook goed te doen.

Ach, ik kon het allemaal wel hebben.

Deathtrap (1982)

Alternatieve titel: Moordkuil

Na een half uur met veel plezier naar dit zwarthumoristische moordmysterie te hebben gekeken, dacht ik even dat de film al zijn kruit al had verschoten. Dat blijkt niet het geval. In het verloop volgen nog vele goed getimede plotwendingen om je aangenaam te vermaken. Deathtrap blijft ook na dat halve uur een luchtige thriller met dubbele bodems en met droge en stekelige humor.

Uitstekend acteerwerk van Michael Caine en Cristopher Reeve. Het spel met steeds wisselende machtsverhoudingen dat door beiden wordt opgevoerd, is leuk om te volgen. De door moordplannen bezeten Michael Caine verbergt zijn ware aard met moeite onder een laag Britse charme en droge humor. Reeve doet acteertechnisch niet voor hem onder. Toch wel een onderschatte acteur die zijn personage overtuigend van lief en naïef naar onberekenbaar transformeert. Hun samenspel is erg goed.

De film is gemaakt naar een toneelstuk van Ira Levin. De film heeft dan ook toneelachtige accenten. Er is veel dialoog en de setting in de vorm van een grote woonkamer wisselt amper. Met de bekendmaking van deze elementen zou je misschien een statische film verwachten, maar die term is niet van toepassing. De personages verplaatsen zich weliwaar niet vaak buiten de woonkamer, maar zijn in de woonkamer voortdurend aan de wandel of bezig met iets onbenulligs of met iets dat elementair bijdraagt aan het mysterie. De dynamiek voorkomt inzakmomenten.

De speelduur van 115 minuten klinkt op voorhand lang en daar hikte ik toch wel erg tegenaan, maar de tijd ging verbazingwekkend snel voorbij. Ik heb me goed vermaakt.

Decay (2015)

De film draait om Jonathan. Sleutelverzamelaar, eenling en liefhebber van orchideeën. Hij leeft solitair in het huis van zijn overleden moeder en doet dat elke dag volgens hetzelfde strakke patroon. Hij leidt een overdreven gestructureerd bestaan en beleeft zijn dagen zonder veel prikkels. Jonathan is antisociaal, lijdt aan een gedragsstoornis, is psychisch niet in orde. Het aangaan van een emotionele relatie met een levende ziel is aan hem niet besteed. Met name als het een vrouw betreft. Een liefdevolle relatie met een dode vrouw is echter andere koek.

Je zou bovenstaand tekstje na het lezen van de laatste zin, kunnen interpreteren als een parodie op een romantische film, ware het niet dat de insteek van de film serieus is. De film beschrijft het psychische onevenwicht van een man die als kind door zijn moeder valselijk werd geïndoctrineerd en daar de geestelijke lasten van draagt. Zo werd hem jarenlang voorgehouden dat vrouwen onrein en slecht zijn. Tja.

Zijn angstvallig geordende leven komt onder druk te staan als juist zo‘n onrein en slecht wezen zijn huis betreedt. Chaos is het gevolg. Met name chaos in zijn geest. De ontmoeting met de bewuste vrouw haalt onderdrukte gevoelens en belevenissen naar boven die maar beter in zijn onderbewuste hadden kunnen blijven liggen. Niet wat de kijker betreft natuurlijk. Die kan zich verheugen op technicolor-achtig ingeklede herinneringen van de gestoorde Jonathan. Herinneringen die behalve een filmisch mooie achtergrond ook duiding geven aan het gedrag van de persoon Jonathan.

Decay is een treurige en deprimerende film. De donkere en bewegingloze beelden en de lange takes die aan de compositie voor een schilderij doen denken, zorgen voor ongemak en verontrusting en onderstellen daarmee de treurige somberheid van het geheel. Erg sfeervol. Het verhaal van een eenzaam en schizofreen mens die is opgevoed door een autoritaire moeder en daar een behoorlijke psychische tik aan heeft overgehouden, komt in deze treurige ambiance overtuigend tot leven.

De doorgewinterde horrorkijker die vermoedt dat Jonathan‘s abnormale relatie tot vrouwen een uitlaatklep vindt in bloederige jachtpartijen en stapels brute moorden, moet worden teleurgesteld. Regisseur Joseph Wartnerchaney houdt de clichés op afstand. Zijn hoofdpersonage is geen gewetenloos monster dat gevuld met haat en frustratie, aan het moorden slaat. Juist niet. Jonathan wordt ondanks zijn gestoordheid als een bedachtzaam persoon neergezet. Een persoon die eigenlijk alleen maar geliefd wil worden en liefde wil geven. Een persoon met gevoel maar wel een persoon die dat gevoel op een zeer eigenaardige en vrij ziekelijke manier tot uiting brengt.

Decay is een behoorlijke cleane film met weinig gewelddadige uitspattingen. Toch is er wel wat bloed en wel wat gore te zien. Het verval waarover in de synopsis wordt gesproken, wordt erg plastisch in beeld gebracht. Het draait in deze film echter niet om bloedige effecten. Zo'n film is het niet. Decay is vooral een psychologische horror. Een ziek drama waar je ook zonder sensatiezucht en plastische effecten heerlijk van kunt walgen.

Deep Blue Sea (1999)

Duncan Kennedy had last van een terugkerende nachtmerrie. In zijn nachtmerrie zat hij gevangen in een nauw gangenstelsel en werd achtervolgd door haaien die schijnbaar zijn gedachten konden lezen. Aangezien Kennedy scripts schrijft voor films was die droom een mooie inspiratiebron voor de haaien die in Deep Blue Sea hun agressieve ding doen.

Vermakelijke film trouwens. Een mengeling van science fiction, actie en horror. Regisseur Renny Harlin kreeg er een behoorlijk budget voor en dat is de film aan te zien. Visueel ziet de film er schitterend uit. De setting, de effecten, de haaien. Ze zijn dik in orde, helpen bij de inleving en dragen bij aan de spanning. De camera doet sfeervol werk en maakt gretig gebruik van de claustrofobische setting om dreiging op te roepen. De explosieve montage van de actiescènes doet de rest. Niets nieuws onder de zon, maar gewoon vakkundig uitgevoerd.

De cast bestaat uit bekende namen. Ze vertolken inwisselbare personages, waarmee je je gemakkelijk kunt identificeren. En zoals het hoort is er af en toe wat humor ingebouwd om de spanning te neutraliseren. En zo is Deep Blue Sea leuk vermaak en verglijdt de tijd op een aangename manier.

Deep Cover (2025)

Kat Boyle (Bryce Dallas Howard) geeft improvisatielessen. Samen met twee van haar leerlingen (de zichzelf overschattende acteur Marlon en de sociaal incompetente Hugh) wordt ze om onverklaarbare redenen door de politie undercover ingezet. Geen van drieën heeft natuurlijk ervaring met een undercoveroperatie, laat staan met het criminele milieu waarin ze zich moeten begeven. Het is een onzinnig plot. Het onzinnige plot resulteert echter in een vermakelijke film die zijn vermaak vooral baseert op Fish-out-of-Water humor.

Vooral de twee mannen zijn ongeschikt. De zelfoverschatting van Marlon en het sociale gestuntel van Hugh zijn aanleiding voor leuke momenten. Een terugkerende grap is dan ook dat Marlon zich steeds dermate onnodig in de theatrale overdrijving stort en Hugh dermate sociaal incompetent is dat normale situaties opeens verdachte situaties worden. Ondanks de herhaling van de grap is dat grappig. Ook met dank aan de acteurs. De personages worden door bekende acteurs vertolkt. En die doen dat over het algemeen heerlijk Brits. Heerlijk onderkoeld dus. Naast Dallas Howard zijn er rollen voor Orlando Bloom, Sean Bean en IanMcShane.

Deep Cover is een vermakelijke actiekomedie. Ik vond het wel jammer dat het improvisatie aspect niet heel vaak werd gebruikt. De humor die daaruit valt te distilleren, had de wat minder enerverende scènes (die er ook zijn) van meer dynamiek en een iets andere vorm van humor kunnen voorzien. Gemiste kans. Desalniettemin, heb ik me goed vermaakt met Deep Cover.

Deep House, The (2021)

Van de makers van het aardige maar in mijn ogen ook overschatte À l'Intérieur (2007) komt de found footage film The Deep House. Het bijzondere aan de film is wel de setting. Een haunted house onder de waterspiegel. De bijzondere locatie wordt vooral in het middendeel goed uitgebuit als twee duikers het huis bezoeken. Het is mysterieus, onheilspellend en spannend. De locatie brengt een fijne griezelige sfeer met zich mee. Het geheim dat het huis verbergt, wekt nieuwsgierigheid op.

Als found footage film stuit The Deep House na een lange maar sfeergevoelige aanloop op het tere punt waaraan elke found footage film lijdt. Als de situatie ontspoort en de sinistere gebeurtenissen elkaar opvolgen, is het weer zover. De camera begint te schudden en gedraagt zich storingsgevoelig. Het zicht op de gebeurtenissen wordt de kijker op die manier succesvol ontnomen. Dat de onderwaterlocatie niet bepaald baadt in het daglicht maakt het geheel nog onoverzichtelijker. De gebrekkige beeldweergave, die gepaard gaat met opgewonden gegil van de personages, plaatst je letterlijk en figuurlijk in het duister. Ik had werkelijk geen idee wat zich daar onder water allemaal afspeelde.

Inhoudelijk is de film niet heel boeiend. Wat het mysterie betreft zijn de toespelingen erop veel spannender dan de uiteindelijke ontrafeling die dankzij de hulp van vaag zichtbare hectiek geen spanning oproept en veel te raden overlaat. En dan de personages. Over de twee protagonisten die vooral schijnen te leven voor de likes op hun videokanaal, kom je verder weinig te weten. Hun dialogen zijn slaapverwekkend en veelal overbodig. Nee. Niet geweldig.

The Deep House weet te imponeren met een fantastische setting, maar weet met kleurloze personages en met een mager verhaal helemaal niet te imponeren. Ondanks het frisse uitgangspunt is The Deep House gewoon weer middelmatige found footage.

Deep Water (2026)

Gezien de enorme hoeveelheid films waarin de mens wordt belaagd door een haai of meerdere haaien, is het als filmmaker moeilijk om nog met iets te komen dat je als origineel kunt beschouwen. In Deep Water is niets origineel. Sterker nog. De film lijkt bijzonder veel op het twee jaar eerder verschenen No Way Up (2024). Het is dan ook heel merkwaardig dat een hele ploeg schrijvers zich met het script heeft beziggehouden. Er werden zelfs twee schrijvers ingehuurd om de Chinese personages te voorzien van tekst en subplot. De Chinese inbreng is niet gering. Dat is goed verklaarbaar omdat de film zoals meer films van regisseur Renny Harlin voor een groot deel met Chinees geld werd gefinancierd.

Die hoeveelheid schrijvers heeft niet kunnen voorkomen dat het verhaal van clichés aan elkaar hangt en de personages fantasieloze stereotypen vertegenwoordigen. Dat gebeurt competent want de film slaagt er ondanks de zwart-wit tekening redelijk goed in om empathie bij de kijker los te weken. Deep Water is dan ook een competent gemaakte clichéfilm. Het tempo is goed. De aanvallen van de haaien zijn niet slecht en de tijd tussen twee aanvallen is niet erg lang. Over het geheel genomen zijn ook de actiescènes waarin een haai geen rol speelt, heel behoorlijk geënsceneerd. Je hoeft je niet te vervelen.

Neemt niet weg dat de film niets biedt dat origineel is. De vergelijking met de film No Way Up die ook al geen erg originele film is, bleef zich maar opdringen. In die film leidt een vergelijkbare ramp tot een vergelijkbaar gevecht om te overleven. Sommige gebeurtenissen in Deep Water zijn zelfs bijna een-op-een gekopieerd. Deep Water is vermakelijke rommel en een competent gekopieerde film, zou je kunnen zeggen.

Deeper (2015)

Alternatieve titel: Deeper: The Retribution of Beth

Een wraakfilm. Best aardig. De spanningsopbouw is prima. Het vasthouden ervan gedurende de film lukt ook goed. De korte speelduur van 80 minuten en de snelle opeenvolging van gebeurtenissen zorgen ervoor dat herhalings- en uitmelkingseffecten amper voorkomen of althans mij amper opvielen.

Prima lengte dus. Veel langer moet het ook niet duren met dit soort films. En die voowaarde geldt ook voor “Deeper”. De plot is namelijk nogal dun en hoewel er wel wat verrassende aftakkinkjes zijn is de loop van de hoofdmoot wel voorspelbaar. Heel erg is dat niet. Zoals gezegd, gebeurt alles in een vlot tempo waarin de kijker weinig tijd wordt gegund om even te recupereren. Snelheid boven alles. Verveling is niet aan de orde.

Het script met ingrediënten als psychologische oorlogsvoering, enkele heftige actiescènes en zelfs wat Gore, heeft genoeg intelligente triggers om “Deeper” tot een vermakelijk schouwspel te maken. Daarbij is het acteerwerk ook nog eens acceptabel.

“Deeper” is 'van alles wat' in een vlot tempo. Wel wat oppervlakkig, maar saai wordt het nooit.

Délicieux (2021)

Alternatieve titel: Delicious

Delicieux speelt zich af in de latere jaren van de 18e eeuw. Een tijd waarin de eenvoudige Fransoos aan voedsel niet meer waarde toekende dan als een pure noodzaak om te overleven. Het geluk bestond niet uit het eten van verfijnde gerechten, maar bestond meer uit de heerlijke wetenschap überhaupt te eten te hebben. De film toont het contrast tussen de arme bevolking die haar voedsel moeizaam bij elkaar moet schrapen om te kunnen leven en de adel die zich te buiten gaat aan verfijnd samengestelde menu’s die uitblinken in uitbundigheid en vooral dienen om adellijke gasten te imponeren.

In de film staat (het) eten centraal. Het eten als middel om de kloof tussen adel en de rest van de bevolking te dichten. De opening van een restaurant op het platteland dat voor iedereen toegankelijk is, betekent een ware culinaire revolutie. Het is dan ook heel toepasselijk dat de film zich afspeelt ten tijde van de aanstaande Franse revolutie. Nu is het niet zo dat er een directe samenhang is tussen de opening van een restaurant en het uitbreken van de revolutie, maar het is wel zo dat deze democratische manier van eten in de opstandige tijdsgeest past.

Delicieux is geen geschiedkundig epos. De film is bedoeld om te vermaken. Ik denk trouwens wel dat de film een nauwkeurig beeld schetst van de manier van leven op het Franse platteland aan het einde van de 18e eeuw. Historische accuratesse heeft de film verder niet. De personages zijn bedacht en zijn aangenaam gezelschap. De karakters zou je als tragikomisch kunnen kwalificeren. Dat is ook de sfeer die het verhaal uitstraalt.

De film focust op de knorrige chef Manceron die met zijn experimentele haute cuisine het ongenoegen van zijn werkgever le Duc de Chamfort (die symbool staat voor de arrogante adel) over zich afroept en zich noodgedwongen in een aftandse herberg moet terugtrekken. De komst van een halsstarrige dame die van Manceron zijn culinaire kunsten wil leren, verstevigt de tragiek in het verhaal zonder de humor en de lichtvoetigheid teveel aan te tasten en introduceert tegelijkertijd een vleugje mysterie. Het verhaal is op die manier steeds in beweging en dat houdt ook de wisselwerking tussen de personages dynamisch en leuk.

Delicieux is een aangename film over een culinaire revolutie. Fijne film, maar soms ook wat gemakzuchtig. Hele grote verrassingen biedt de film niet. Het verhaal is in grote lijnen goed voorspelbaar. Verder voltrekken sommige ontwikkelingen zich wel erg gemakkelijk. Mij stoorde het niet erg. Ik heb me goed vermaakt met deze prachtige visuele ode aan de kookkunst.

Delicious (2025)

De film neemt de kloof tussen arm en rijk als uitgangspunt voor het verhaal. De Spaanse Teodora die van arme komaf is stuit op een rijk gezin dat in Zuid-Frankrijk vakantie viert in een riante eigen villa. Schrijver en regisseur Nele Mueller-Stöfen vertelt van twee werelden die elkaar treffen waarbij de lagere klasse de vanzelfsprekende arrogante zekerheden van de mensen uit de hogere klasse een behoorlijke knauw geeft.

Nu zijn er meer films die de thematiek van het onderscheid der klassen onderzoeken. Gisaengchung (2019) is een mooi voorbeeld. Sundown (2021) is nog zo'n voorbeeld. Om zich te onderscheiden van die films bouwt Delicious in het laatste halve uur nog een extra element in dat met het klassenonderscheid in directe zin niets heeft te maken maar dat verbintenis heeft met de filmtitel. Een schokkend element dat eveneens humoristisch werkt.

Aan de inkleuring van de personages heeft Mueller-Stöfen gelukkig bevredigende aandacht gegeven. De personages worden niet in goede of slechte hokjes gedrukt. Dat kijkt prettig. Het rijke gezin etaleert een ietwat vervelende arrogante houding maar is niet onherroepelijk slecht. Andersom maakt de jaloerse woede van Teodora die zich richt op mensen die zo veel meer hebben zonder daarvoor een bijzondere inspanning te hebben geleverd, haar niet per se tot een slecht persoon. Haar woede is begrijpelijk. Haar gevoelens worden overigens niet ingezet om de kijker van haar gelijk te overtuigen. Een voorkeur spreekt de film niet uit. Ze is evenals de gezinsleden een personage dat ambivalent gedrag vertoont. Het is aan de kijker om met iemand te sympathiseren. Net zoals het zijn keus is om dat helemaal niet te doen.

Delicious is verder geen bijzonder indrukwekkende film, maar kijkt wel aangenaam weg. Meestentijds suddert de film oppervlakkig voort in een prettige cadans. Heel opwindend is het allemaal niet. Af en toe word je nieuwsgierigheid geprikkeld, maar meestal niet. Af en toe veer je even op, maar meestal niet. Het kijkt aangenaam weg. Beklijven zal weinig.

Deliria (1987)

Alternatieve titel: Stage Fright

Redelijk vermakelijke slasher.

Het gaat hier om moord en doodslag. Uiteraard is het verhaaltje dan eenvoudig. Het verhaaltje is de omlijsting van de moordende pracht. De kills krijgen veel aandacht en vallen op door hun vindingrijk. De verfilming ervan is visueel kleurrijk. Mooi wel. Toch leveren ze geen trillende spanning op. Ze zien er gewoon goed verzorgd uit. Het gaat er nogal gemoedelijk aan toe eigenlijk. Van veel opgewekte opgewondenheid bij het toekijken is amper sprake. 't Is meer genieten van de schoonheid ervan.

De setting is een theatertje. Kostumering, decors, kleur en smakeloze pretenties spelen in deze film een grote rol. In deze namaakwereld draagt de killer heel toepasselijk een grote uilenkop. De uil was in de klassieke oudheid al een symbool van wijsheid en scherpzinnigheid. Een echte nachtvliegende alweter. De killer gedraagt zich aldus, doodt 's nachts en maakt een einde aan het egoïstische gedrag en aanmatigende geleuter van de toneelspelende personages.

Het theater is een prachtige setting. Er zijn scènes backstage en uiteraard op het toneel. De mogelijkheden die de setting biedt, worden goed benut. Decors, gordijnen, kleedkamers, spiegels etc. Alles wordt gebruikt. De mooiste scène speelt zich op het toneel af en centreert zich rondom een tableau vivant. Heel theatraal vormgegeven maar tegelijkertijd ook heel spannend. Eén van de weinige bloedstollende scènes in de film.

Want, ondanks de grote hoeveelheid kills en de spannende setting ontbreekt de spanning in de film. Komt deels door de voorspelbaarheid van de moorden, deels door het niet overtuigende acteerwerk en deels door afleidende scènes die de vaart uit de film halen. Veel van die scènes voegen niets wezenlijks toe aan het plot en zien er bovendien nogal klungelig uit. Men neme in deze context als voorbeeld twee quasi grappig keuvelende politieagenten die de film op irritante wijze onderbreken. Het zijn spanningbrekers bij uitstek.

Nee, dan dat tableau vivant. Dat was allesbehalve klungelig. Spanning op hoog niveau. De film miste meer van dergelijke bloedstollende scènes.