• 17.278 nieuwsartikelen
  • 182.358 films
  • 12.566 series
  • 34.784 seizoenen
  • 656.192 acteurs
  • 200.437 gebruikers
  • 9.466.225 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Collins als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Don't Look in the Basement 2 (2015)

Zoals bij vele films uit het horrorgenre die zich afspelen in een sanatorium vol geesteszieke patiënten zorgt de setting voor een prima sfeer van geheimzinnigheid en beklemming.

Uit film en verhaal druipt verder trouwens weinig sfeer. 't Is niet heel spannend of eng. Er zijn geen imponerende schrikeffecten. Er is geen imponerend acteerwerk. Eigenlijk stelt het allemaal niet veel voor. Wel is er wat acceptabele gore te aanschouwen.

De dialogen en situaties zijn soms humoristisch geaard. Dat is altijd tricky in combinatie met eng, maar aangezien de film an sich niet echt eng is, verpest het geen dreigende opbouw of spannende scene. Ik moest er wel even aan wennen, maar vond het humoristische aspect wel geslaagd grappig.

Zoals de filmtitel al impliceert is de film een vervolg. Dat feit maakt niet uit. De ontbrekende gaten in de kennis worden tijdens het kijken ruimschoots opgevuld.

Don't Look Up (2021)

Stel je toch eens voor. Een komeet dreigt de aarde te vernietigen en niemand is geïnteresseerd. Don't Look Up is een satire over een samenleving die feiten negeert, gevoed wordt door leugens en waarvan de leden enkel in hun eigen nut zijn geïnteresseerd. Tja.

Dat klinkt misschien amusant, maar is het amper. Het is allemaal zo massaal. Het is zo veel. Heel veel karakters. Heel veel locaties. Heel veel verhaallijntjes. Heel veel slappe tekst. Heel veel overtollige prikkels. Heel veel van alles. Don’t Look Up kijkt niet relaxt. En dat terwijl dat best had gekund. Na ongeveer 20 miniuten film is al duidelijk wat de bedoeling van de film van Adam McKay is. De maatschappij is rot. Jaja. Duidelijk. Dat is blijkbaar niet genoeg. Het moet mij blijkbaar 138 minuten lang steeds opnieuw duidelijk worden gemaakt. Steeds maar weer wordt het verhaal “verrijkt” met nog meer overtrokken stampei opdat ik, de kijker, maar geamuseerd bij de les blijf en nooit meer vergeet dat zelfverheerlijking de wortel van alle kwaad is.

Meryl Streep is inderdaad best amusant als president van de Verenigde Staten. Maar laten we eerlijk zijn. De meeste van haar scènes lijken slechts te bestaan om haar een plek in de film te geven. Dat gevoel had ik vaker. Bij andere sterren. Bij andere verhaallijnen.

Het meeste dat Don't Look Up aan boodschappen verkondigt is oude koek. Het is de overdreven hectiek die de film een tijdje fris doet lijken. En het zijn de chaos en de overdrijving die de film een halfuurtje plezierig, grappig en amusant laten zijn. Daarna houdt het wel op.

Don’t Look Up is zo’n film die zo groots is opgesierd met van alles en zo is volgepropt met afleidende prikkels dat je bijna vergeet dat het eigenlijk allemaal niet heel origineel, grappig en bijzonder is. Ach, nu snap ik het! Dat is natuurlijk de echte satire! Briljant!

Ontzettend goede muziek van Nicholas Britell trouwens. Die hielp me om vol te houden.

Don't Move (2024)

Het scenario klinkt niet heel origineel. Er zijn meer films waarin een jager en zijn prooi een kat- en muisspel opvoeren. Het scenario wijkt gelukkig een beetje af van het gangbare omdat in Don’t Move het slachtoffer zich niet kan bewegen. Ik vond dat erg intrigerend klinken, maar de uitwerking van dit intrigerende bestanddeel viel me toch tegen. Tegenstand bieden is immers moeilijk in een dergelijke hoedanigheid.

In deze film kan het. Het toeval helpt daarbij een handje. De periode van verlamming duurt bovendien niet de hele film lang. En dat is maar goed ook want de leuke momenten ontstaan juist als de prooi zich van haar beweeglijke kant laat zien. Haar beweeglijkheid levert tenminste een beetje commotie op. Zelfs dan toont de film over het algemeen niet meer dan een standaard kat- en muisspel, maar de sleur wordt er tenminste door opgeheven. De film slaagt er niet in de kijker te verrassen met bijzondere invallen.

Emotionele betrokkenheid kan de filmwaardering nog wel eens positief stimuleren. Vergeet het maar. De personages zijn daarvoor gewoonweg veel te nietszeggend ingekleurd. De belevenissen van de jager en de prooi boeiden me niet heel erg.

Ik stel een nieuwe tagline voor. Don’t Move! The synopsis is more interesting than the movie itself!

Don't Worry Darling (2022)

Na het leuke Booksmart (2019) is dit de tweede film die actrice Olivia Wilde regisseerde. Met een uitstekende cast en een intrigerende premisse zijn de verwachtingen hoog gespannen. Na afloop blijkt de film maar ten dele aan de verwachtingen te beantwoorden.

Het plot klinkt goed. In een klein stadje waar alles op het eerste gezicht perfect lijkt, broeit onderhuids een hoop dat de perfectie aantast. In de film zien we de vrouwen koken en poetsen, winkelen, borrelen met vriendinnen en immer klaarstaan om de mannelijke lusten te bevredigen. De echtgenoten zijn overdag keurig aan het werk. Het werk dat ze verrichten is onduidelijk en dat gegeven roept evenals de strikte bezigheden van de vrouwen een verontrustende sfeer op. We zien een ideaal maar ook eentonig leven waarin alle geneugten aan strakke routines zijn onderworpen. De omstandigheden zijn paradijselijk, maar er zijn scheurtjes zichtbaar. Hier en daar borrelt onvrede.

Het eentonige ritme wordt af en toe onderbroken door zichtbare irritaties en verontrustende gebeurtenissen waarvan de essenties nooit helemaal duidelijk zijn. Gebeurtenissen die niet in de idylle passen. Gebeurtenissen die worden begeleid met een score bestaande uit dissonante klanken die haaks staan op de paradijselijke entourage. Gebeurtenissen die duidelijk herkenbaar zijn als verstorende elementen. Je kunt er alleen niet precies de vinger opleggen. De precieze strekking en de mate van verstoring is troebel. Op zich intrigerend.

Het is subtiel in de essentie, mooi in beeld gebracht, maar allesbehalve subtiel in kwantitatief opzicht. Zelfs de meest onnozele kijker heeft na de zoveelste inbreuk op de paradijselijke leefomstandigheden wel door dat er iets niets klopt. Prima geënsceneerd, maar het ligt er wel erg dik op. Door de grote hoeveelheid verstorende voorvallen wordt de film ook nog eens behoorlijk gerekt en is de balans zoek. Sommige (banale) zaken worden tot in detail gefileerd. Andere (mysterieuze) zaken worden lichtvoetig geraakt en niet verduidelijkt. Het einde van de film is een lichte teleurstelling. De ontrafeling van het mysterie gebeurt rafelig en blijft deels een mysterie.

Het zijn vooral de audiovisuele vormgeving, de fijne soundtrack en de geslaagde mysterieuze sfeer in de film, die van Don’t Worry Darling een leuke kijkbeleving maken. Een andere plus is Florence Pugh. Zij heeft de hoofdrol en weet haar personage afwisselend en met overtuiging van zowel onderdanige als rebelse trekjes te voorzien. De overige castleden maken weinig indruk.

Donald Cried (2016)

Een tragikomedie. Klein maar fijn.

Eigenlijk gebeurt er weinig. Da's niet erg. Het weinige dat wel gebeurt heeft grote impact op de beide hoofdpersonages. De positie die beide personages in het huidige bestaan los van elkaar maar ook ten opzichte van elkaar innemen wordt er door verduidelijkt. Het verhaal dekt het heden en grijpt daardoor terug op het verleden. De onderlinge verhouding wordt er loepzuiver door blootgelegd.

Schuld, boete, schaamte, maar ook vreugdevolle dingen. Best interessant. Soms gebeurt de blootlegging heel subtiel zonder woorden. In dat geval spreken de beelden. Soms ook gebeurt dat met (verbaal) geweld. Een ruzie. Wat gemopper. Wat gemompel. Soms gebeurt er gewoon niets. En dat zegt ook iets.

Hoe dan ook. Het ontroert. De personages ontroeren. Humor en tragiek. Beide waarden worden mooi uitgespeeld tussen de personages. Herkenbaar in de dialoog en in het beeld, in de gebeurtenis of handeling. Ja, soms subtiel. Soms niet.

Het is winter. Het sneeuwt. Een witte wereld. Een koude wereld. Een wereld die van alles onder de sneeuw begraaft. Heden en verleden. Beide personages met schaamtevolle geheimen. Beide met een portie schuld en met stukjes onverwerkt verleden. Beide ook met fijne herinneringen en in bezit van brokjes geluk,

Sfeervol en lichtelijk absurd. Mooi.

Donovan's Brain (1953)

Donovan’s Brain is de tweede verfilming van in totaal drie verfilmingen van het gelijknamige boek van Curt Siodmak. De film en het boek (neem ik aan) vertellen over een geleerde die een brein van een overleden persoon in leven houdt en door dat brein wordt beïnvloed. De film is geen mijlpaal in de filmgeschiedenis maar is wel een aardig sci-fi werkje dat aangenaam wegkijkt als je bereid bent er niet al te kritisch naar te kijken.

Voordat de film een aangenaam sci-fi werkje wordt, moet je als kijker de situaties die worden gepresenteerd met veel goodwill in ogenschouw nemen. Zo is het natuurlijk vreemd dat een brein zonder dat daar een verklaring voor wordt gegeven, los van zijn lichaam in leven kan worden gehouden. Het gebeurt gewoon. En als het levende brein eenmaal een feit is en de geleerde plotseling door dat brein wordt gemanipuleerd ten koste van zijn eigen hersenfuncties, is er geen andere optie dan om dit ook maar gewoon als een feit te accepteren.

En zo zijn er nog wel wat dingetjes die als feit worden gepresenteerd zonder daarbij een verhalende onderbouwing te geven. De kijker heeft het maar te ondergaan en te slikken. Pas als je alle ongerijmdheden hebt geaccepteerd, kijk je naar een aardige sci-fi film die zich vanwege de kwaadaardigheid van het brein af en toe afwendt van de sci-fi en zich op het criminele pad begeeft. Het criminele plotje is trouwens een leuke aanvulling op het sci-fi gebeuren.

De speciale effecten stellen niet veel voor. Het brein ziet er niet erg realistisch uit. Het heeft wel iets van een stuk plastic dat gezellig in zijn glazen bak in het laboratorium pulseert. Dat laboratorium ziet er evenmin heel realistisch uit. Wat lampjes, wat metertjes, wat blinkende dingetjes. Er lijkt maar weinig wetenschappelijk fundament aanwezig om een brein kunstmatig in leven te kunnen houden. Ach, nu doe ik het toch weer. Ik reageer veel te kritisch. Tijdens het kijken lukte het me veel beter om de film vooral op zijn ouderwetse jaren 50-charme te beoordelen. Donovan’s Brain is immers best een aardig filmpje.

Door in the Floor, The (2004)

De handeling is in drie zinnen van weinig woorden te vatten. Als volgt: Een huwelijk loopt ten einde. De kleine 7-jarige dochter lijdt. Een jonge man bespoedigt de ontwikkelingen. Het echte verhaal speelt zich daaronder af. Zichtbaar in de beelden. Zichtbaar in het onuitgesprokene. Mooie beelden. Bleke pasteltinten die koelte uitstralen. Geen kilte. Kilte betekent dat er geen warmte meer is. Die is er wel. Het kapotte huwelijk spiegelt onmacht. Geen haat. Er vliegen geen borden door de lucht. Er wordt niet geschreeuwd. Tussen Ted en Marion heerst een door beiden geaccepteerde wapenstilstand.

Ruth (Elle Fanning) is de naam van het kleine meisje wier betreurenswaardige leven de kijker gadeslaat. Met sympathie. De dromerige Ruth met haar grote ogen is de rustige as te midden van emotioneel stormachtig weer. Moeder Marion (Kim Basinger) leeft van dag tot dag. Ondanks haar oprechte pogingen wordt zij te zeer opgeslorpt door een tragische gebeurtenis in het verleden en schiet ze in de zorg om Ruth tekort. Vader Ted (Jeff Bridges) is liefdevoller maar ook hij lijdt onder het trauma. Hij stort zich op zijn werk als schrijver, schildert naaktportretten en verleidt zijn modellen. De traumatische gebeurtenis hangt als een dikke schaduw over alles dat de personages doen.

Pas als Ted de jonge Eddie als zijn assistent inhuurt, komt er enige beweging in de starre constellatie van houding en gedrag. Eddie is zich van geen kwaad bewust en stelt vragen en doorbreekt aldus het zware stilzwijgen dat de sfeer in het huis tekent. Zelfs bij Marion weet hij iets van levenslust op te wekken. Het acteerwerk waarmee alle emotie wordt vormgegeven is erg goed. Bridges en Basinger zijn erg goed.

The Door in the Floor is een gevoelvol drama. Beklemmend, ontroerend, melancholisch, af en toe komisch. Hollywoodse kitsch en overdrijving gaat regisseur Tod Williams niet helemaal uit de weg, maar het blijft binnen de perken. Wat staat is een verhaal over overleven, over het overwinnen van de rampspoed die het lot in petto heeft. Tragisch maar niet zonder optimistische penseelstreken die gelukkig niet bestaan uit gemakkelijke en snelle oplossingen. Aan het eind worden alle zorgvuldig gekoesterde geheimen van de personages blootgelegd en wordt een bitterzoete tussenbalans opgemaakt. Einde film. Het boek eindigt niet.

The Door in the Floor is de verfilming van de roman A Widow For One Year van John Irving. Tod Williams verfilmde niet de gehele roman. De roman bestaat uit drie delen. De film behandelt slechts het eerste deel. De introductie tot de twee andere delen, zou je kunnen zeggen. Als de film eindigt, gaat de roman nog enkele honderden bladzijden door. De nieuwsgierigen zullen het boek ter hand moeten nemen. Schitterend boek trouwens.

Doraibu Mai Kâ (2021)

Alternatieve titel: Drive My Car

Regisseur Ryusuke Hamaguchi vertelde in een interview dat hij het belangrijk vond om bij de verfilming van het korte verhaal ‘Drive My Car’ van Haruki Murakami de emotionele kern van het verhaal weer te geven. Dat lukt hem aardig, maar hij neemt daar in zijn film met een speelduur van zo’n drie uur wel ruim de tijd voor. Te ruim, naar mijn smaak.

In de romans en verhalen van Haruki Murakami gebeurt niet veel. In de film ‘Drive My Car’ ook niet. Hoofdpersonage Yusuke bevindt zich in een een toestand van rouw. Zijn geestesgesteldheid is verstard. Hij staat stil. De camera vangt zijn stilstand en doet hetzelfde. De film vertoont weinig beweging. En zelfs als het statische pad wordt verlaten, het verhaal stuwing krijgt en de camera Yusuke (en later Yusuke en zijn chauffeuse) begeleidt bij lange autoritten, beweegt de camera niet of nauwelijks.

De film moet het niet van dynamische acties en snelle cuts hebben. Drive My Car is een film die de tijd neemt om de emotionele gesteldheid van zijn personages te verkennen. Het verhaal verloopt traag. Gebeurtenissen worden gedetailleerd weergegeven. Veel details zijn onopvallend en alledaags en worden als terloops door de camera gevangen. Pas achteraf krijgen ze betekenis.

Naast thema’s als gewetenswroeging en rouwverwerking speelt de literatuur een grote rol in de film. Uitstapjes naar de repetities voor de opvoering van Oom Vanja van Anton Tsjechov verlammen met grote regelmaat en met veel te lange scènes het verhaal. Oom Vanja is een weemoedig toneelstuk met personages die in het verleden allerlei idealen en toekomstverwachtingen koesterden, die niet zijn uitgekomen en nu met hun teleurstellingen proberen te leven. Emotioneel gezien hebben de personages uit het toneelstuk veel overeenkomsten met de personages in de film. Duidelijk! Iets minder uitgebreide en opgelegde aandacht voor oom Vanja had gemogen. Het moge duidelijk zijn. De nauwlettende aandacht die uitgaat naar het oplezen van grote stukken tekst uit het toneelstuk, boeide me slechts in geringe mate.

De scènes tussen Yusuke en zijn gesloten chauffeuse Masaki springen er wat mij betreft uit. De intieme ruimte van de auto, het interactief beluisteren van teksten uit Oom Vanja (hier wel intrigerend!) en het beladen zwijgen zijn fascinerend. Er gebeurt weinig, maar toch zoveel. De autoritjes tonen emotionele onbeweeglijkheid en verstarring en onthullen in die pijnlijke maskerade een sluimerend verdriet dat krampachtig wordt verborgen. Ontroerende scènes.

Drive My Car is een gevoelig drama met een langzaam tempo dat heel consciëntieus is gefilmd en waarin emotioneel ingetogen wordt geacteerd. Prachtige film, maar gewoon te lang. Een film waarin ik met enkele persoonlijke inzakmomenten te kampen had. Drie uur film om een kort verhaal te vatten, is ook wel wat veel van het goede.

Double Date (2017)

Een aangename film, die kijkt als een voortrazende trein met soms een korte serene stop om even adem te halen. Een stop in de vorm van een rustige scène die aan de kijker en de personages de ruimte geeft om de overvloed aan indrukken die eraan vooraf gingen te laten bezinken. Niet dat het verhaal erg ingewikkeld is. Dat niet. ‘t Is alleen dat de snelheid van het verhaal je dwingt om een bepaald concentratieniveau aan te houden. Zo’n korte stop is in recuperatief opzicht dan zeer welkom.

Een fris en absurd scenario ligt aan de film ten grondslag. Met veel hilarische humor. Met wat (bloederige) horror. Met leuke personages ook. Personages die heel gechargeerd worden weergegeven. Het zijn figuren die sterk en gemakkelijk met elkaar contrasteren, wat grappig werkt. Ze zijn karikaturaal geschetst. Goed passend bij de hoge vaart waarin het verhaal zich ontvouwt. Het zijn komische wegwerp producten die geen ander doel hebben dan de kijker niet te irriteren met inzichtelijk gedram en serieuze problematiek. Het is hun taak om te vermaken en de film luchtig te houden.

De samenhang tussen verhaal, vaart, komedie, horror en gekke personages werkt lang tijd goed en fris.

In het laatste halve uur raakt de samenhang echter zoek. De film eindigt in een ‘dolkomische’ slapstick, waarbij het onduidelijk is wat de connectie met het verhaal ook al weer is. Op dat moment moet je eigenlijk je hersens lam leggen, alles verder maar vergeten en meegaan in de komedie. Maar ja, dat lukt niet goed, want het komische einde duurt eindeloos lang en is (mede daarom) niet erg grappig.

Tot slot moet ik nog even de verrukkelijke muzikale score van het Zweedse Goat noemen, dat ritmisch en psychedelisch dreunend de absurdistische treinreis groots begeleidt. Zonder hun muziek zou de film minder leuk zijn.

Down by Law (1986)

De derde film van Jim Jarmusch ziet wederom af van het gebruik van kleuren. De zwart-wit kleuren beklemtonen de grauwheid die het leven van alledag tekent. De camera beweeglijker dan in Strangetr than Paradise, waarin veel lange shots waren te zien. Ook meer wisselende locaties die de film automatisch een dynamischer aanblik geven. Wel nog steeds zet Jarmusch in op het minimalisme. Veel oog voor detail in plaats van afleiding door veel handeling of hectische cuts. De film heeft een ontspannen ritme en kijkt relaxt weg.

In Down by Law belanden drie mannen om verschillende redenen in de gevangenis. Behalve fysiek opgesloten, houden ze samengeperst in één cel elkaar gevangen met hun aanwezigheid, met woorden en blikken. Met de tijd ontstaat er wat toenadering. Een voorzichtige vriendschap van drie mensen die tot elkaar zijn veroordeeld en liever geen vrienden zijn, maar het toch worden. Voorzichtige feelgood is het, maar dan gelukkig zonder het weeïge sausje dat Hollywood in zulke gevallen gebruikt.

Down by Law is mede daardoor geen film voor het grote publiek. De humor is subtiel, ietwat absurd. Spannende achtervolgingen ontbreken. De film richt zich op een type mens waarvoor niemand zich interesseert. De personages zijn geen helden. Geen voorbeelden waaraan de kijker zich genoeglijk kan spiegelen. Ze zijn pechvogels die worstelen met de omstandigheden en op zoek zijn naar een beetje geluk. Ze vertegenwoordigen hooguit een realistische vorm van heroïsme.

Down by Law heeft een traag tempo. Tussen de dialogen hangt vaak een ellenlange stilte. De camera vangt op deze momenten de gezichtsuitdrukkingen van de peronages van nabij of hun bewegingen en signaleert middels de personages een bepaalde intensiteit die te midden van de stilte wel voelbaar is, maar soms niet te duiden valt. Niet door mij, in ieder geval. Intrigerend.

Down by Law moet het niet hebben van een spannend verhaal of een sterk dramatisch plot. De kracht van de film ligt in de beelden, de beeldspraak. In de subtiele zwartgallige humor. In de eigenaardige karakters. In de sfeertekening. In het flegmatieke acteerwerk. Zelfs die vermaledijde Roberto Benigni was in deze constellatie goed te doen. Ja, fijne film.

Dødes Tjern, De (2019)

Alternatieve titel: Lake of Death

De film De Dødes Tjern (1958) geldt als één van de eerste en beste horrorfilms uit Noorwegen. Nu staat Noorwegen niet bekend als een natie die veel horror produceert, dus moeten deze kwalificaties onmiddellijk weer gerelativeerd worden. Bij deze dus. Dat neemt niet weg dat de waardering voor deze film op de diverse filmsites hoog is. Om zo’n film door middel van een remake in waardering te kunnen toppen of tenminste te kunnen evenaren, lijkt dan ook onbegonnen werk.

Beginnend regisseur Nini Bull Robsahm probeert het. De remake is opgeleukt met een vlotte Amerikaanse look en de gebeurtenissen zijn naar de huidige tijd verplaatst. Een groepje vrienden betrekt een afgelegen blokhut aan een meer in de Noorse bossen. In de omgeving doen verschillende legendes de ronde. Verhalen over een zelfmoord, een monster in het meer, verdronken kinderen. En in al die verhalen spelen geestverschijningen een rol. De folklore zorgt in combinatie met de overweldigende natuur zonder levende ziel en vol onbestemde geluiden voor een prima onheilspellend sfeertje. De basis is ok. Daarna gaat het al snel fout.

Aan de basis worden voorzichtig wat enge visoenen en vreemde waarnemingen toegevoegd, die enkel door hoofdpersonage Lilian worden waargenomen. Bij de kijker wordt vervolgens een aantal opties gedropt. Is zij in het bezit van een levendige fantasie of zijn het de gevolgen van een persoonlijk trauma of zijn hier misschien bovennatuurlijke krachten aan het werk? De vraagstelling is eventjes leuk om je mee te vermaken en zorgt zelfs voor enige spanning.

Dat duurt echter niet lang. Als de kijker na de zoveelste zich herhalende merkwaardige gebeurtenis nog steeds met dezelfde vraag bezig is en de film intussen tegen het einde loopt, is de spanning er allang af. Om je een film lang bezig te moeten houden met flashbacks, droomscènes en schimmige verschijnselen die mogelijk echt zijn (of niet) vergt veel. Het geduld van de kijker wordt er danig mee op de proef gesteld. De spanning en de inleving zijn er niet mee gediend.

Ook funest voor de spanning zijn de vele inspiratieloze scènes die zijn geënt op films als Cabin Fever en Evil Dead. De film heeft veel te veel van dergelijke oninteressante omwegen nodig om het finale punt te maken. En dat punt is een twist aan het einde van de film. Een twist die de ervaren kijker al tijden ziet aankomen en die dan ook wordt bewaarheid.

Tot slot nog de opmerking dat hoofdrol Lilian me met haar flegmatieke verschijning behoorlijk op de zenuwen werkte. Kreeg ik toch nog wat spanning te verteren. Alleen van de verkeerde soort.

Geen goeie film.

Dr. Cyclops (1940)

Alternatieve titel: Doctor Cyclops

Over een gekke en boosaardige geleerde die ergens in de jungle experimenteert met een machine die mensen en dieren in miniaturen verandert. Dr. Cyclops is een film die het van zijn effecten moet hebben. En die effecten zien er bekeken door een hedendaagse bril best goed uit. De rest van de film stelt weinig voor. Het verhaal is weinig creatief en de personages zijn weinig aansprekend. Het is vooral te danken aan de effecten en de leuke manier waarop de effecten in het beeldkader zijn geplaatst dat de film nog enige amusementswaarde heeft.
Niet helemaal waar trouwens. Een andere bijdrage aan de vermakelijkheid wordt geleverd door talloze onbedoeld komische taferelen. Hilarische acties en stuntelige bezigheden verhogen het kijkplezier immens. De leukste is misschien wel de manier waarop dr. Cyclops zijn complexe verkleinmachine repareert. Dat doet hij door met een joekel van een moersleutel een gigantische schroef aan te draaien. Die hilarische actie die veelvuldig passeert, heeft bovendien als bijeffect dat het de man eerder tot een sympathieke komiek maakt dan tot een duivelse snoodaard.
De helden die hem van zijn snode plannen moeten afhouden zijn minstens zo idioot. Uitgerust met eigenschappen als hoogmoed, zelfoverschatting en een fanatieke geloofsovertuiging menen de helden het morele recht aan hun kant te hebben en zich alles te kunnen permitteren. Vervelende lui. Geen personages om je mee te identificeren. Het perfecte materiaal om een behandeling met de verkleinmachine te ondergaan.
Ach. het is allemaal niet heel bijzonder. Ga de film in zonder veel verwachting en je zult in ieder geval vermaakt worden met de speciale effecten en de hilarische taferelen. Veel meer positiefs valt er over deze voorloper van films als Fantastic Voyage (1966) en The Incredible Shrinking Man (1957) niet te zeggen.

Dr. Jekyll and Mr. Hyde (1920)

De regie van deze verfilming van de beroemde roman ‘Strange Case of Dr Jekyll and Mr Hyde’ van Robert Louis Stevenson is in handen van John S. Robertson. Een bekende regisseur die vele (mij onbekend) silents regisseerde. Hij oriënteerde zich voor deze film vooral op een toneelversie uit 1887 die twintig jaar lang succesvol werd opgevoerd en die inhoudelijk iets afweek van de roman doordat het plot was verrijkt met een liefdesgeschiedenis. In de film is dat dus ook het geval.

Voor de verfilming werden beroemde namen uit het toenmalige toneel- en filmreservoir aangetrokken. Hoe snel glorie vergaat, blijkt wel uit het feit dat John Barrymore de enige naam is die ik ken. Barrymore is de spil van de film. Hij is de goedhartige Jekyll en hij is het monster Hyde. Zijn transformatie van Jekyll in Hyde ziet er redelijk uit. De film gebruikt amper speciale effecten en Barrymore is vooral afhankelijk van zijn mimespel en zijn lichaamstaal om de transformatie gestalte te geven.

Zoals gebruikelijk in stomme films, gebeurt dat met veel overdreven theatraal gedoe. Hoewel ik dat theatrale soms wat lachwekkend vond overkomen, slaagt Barrymore er wel in om daarmee de ellende van Jekyll te illustreren die als beheerste onderzoeker en wetenschapper de controle verliest aan het monster Hyde.

Als Hyde zet de theatrale Barrymore een monsterlijk karikatuur neer dat met veelzeggende weidse gebaren en een valse loerende blik zich te goed doet aan alcohol, vrouwen en zelfs sadistische impulsen niet schuwt. Mij is die overdreven manier van acteren iets te melodramatisch, hoewel ik begrijp dat deze acteerkunst natuurlijk zeer gangbaar is voor een acteur in een silent. Ik kon er maar moeilijk aan wennen.

Ondanks alle theatrale overdrijving is de verandering van Jekyll naar Hyde op zich best indrukwekkend. Komt ook omdat de muziek hierbij een belangrijke rol speelt. De muziek onderstreept heel functioneel de verschrikking van de transformatie en duwt het innerlijke drama ervan naar grote hoogte.

De film is goed kijkbaar. Het verhaal is simpel. De setting in het 19e eeuwse Londen is sfeervol. De kroegjes en de viezige steegjes vormen prachtige decors. De personages zijn eenvoudig maar wel treffend weergegeven. De film had soms zelfs last van een zekere spanningsboog. Niet onaardig dus.

Ik heb tijdens het kijken wel momenten gehad dat ik me verveelde. Het overviel me in de eerste helft van de film die simpelweg niet bijster interessant is. Er gebeurt in dat deel van de film vrij weinig. En dat weinige is ook nog eens te zien op weinig dynamische beelden. Pas als de eerste transformatie plaats vindt, wordt het leuker. Dat is echter pas na ruim een half uur film. Tot die tijd is het doorbijten.

Dracula (1931)

Alternatieve titel: Dracula de Vampier

Regisseur Ted Browning maakte met Dracula de eerste officiële versie van het verhaal van Bram Stoker. In 1922 werd het verhaal al verfilmd in de film Nosferatu, eine Symphonie des Grauens (1922), maar dat gebeurde zonder toestemming van de nazaten van de schrijver. De weduwe Stoker spande zelfs een rechtszaak aan tegen de producenten, waarna de film werd verboden. Alle negatieven en kopieën moesten worden vernietigd. Gelukkig was de film op dat moment al op grote schaal gedistribueerd en bleek dat onmogelijk. De film bleef zodoende behouden en geniet vandaag de dag een cultstatus.

Universal verwierf de rechten wel en het gevolg daarvan is deze Dracula uit 1931. Een film met een korte speelduur van slechts 75 minuten en een film die (als gevolg daarvan) opvalt door een opportunistische aanpak.

De meeste aandacht gaat uit naar de presentatie. De set design is wonderschoon. Het slot van graaf Dracula en de grafkelders zijn schitterend duister vormgegeven. Ook het optreden van de graaf ziet er magnifiek uit. Duister dreigend met een fantastisch priemende blik maakt hij indruk op de personages en de kijker. Nou ja, in beginsel dan, want hoewel Lugosi best indrukwekkend is, zijn de close ups waarin hij wordt gevangen dat steeds minder. Er is weinig variatie in zijn presentatie.

Niks mis met de vormgeving dus. De film laat het vooral op het verhaaltechnische en regisserende vlak liggen. Dat zou te maken kunnen hebben met de overgang van de stomme film naar de geluidsfilm. Heel opvallend is in dit kader het mimische acteerwerk van de personages. Men neme als voorbeeld het personage Renfield dat met overdreven gebaartjes en gezichtsmimiek te kennen geeft dat hij gestoord is. Men neme in dit opzicht ook Bela Lugosi die in identieke close ups steeds dezelfde onheilspellende blik in de camera werpt. Het zit soms op de rand van het parodische.

Een aangename film. Dat zeker. Maar toch. De film kijkt als een gefilmd theaterstuk. De film oogt statisch en stijfjes. De sfeertekening is echter prima. Lugosi ook. Alleen jammer dat zijn presentatie filmisch niet veel variatie heeft.

Dracula is een aardig stukje filmhistorie. Een geluidsfilm die naar mijn mening iets teveel gebruik maakt van de theatrale filmtechnieken uit het tijdperk van de stomme film.

Dracula A.D. 1972 (1972)

Een curieuze mix van klassiek en modern. Hammer zag zich gedwongen om alternatieve wegen te bewandelen. De toeschouwers bleven weg bij de Hammer producties en het schip leek te gaan zinken. De man die het zinkende schip misschien kon redden heette Christopher Lee. Hij werd opnieuw tegen zijn wil voor het karretje gespannen om de rol van Graaf Dracula op zich te nemen. De goedmoedige Lee werd door de studiobazen overtuigd met verhalen over reeds verkochte rechten en de enorme hoeveelheid banen die van dit project afhankelijk waren. Triest eigenlijk.

In Dracula A.D. staat Lee voor het eerst sinds Dracula (1958) weer tegenover Peter Cushing die aan het personage Van Helsing gestalte geeft. De film laat de vertrouwde Gotische sfeer grotendeels achterwege door (helaas) niet voor de zoveelste keer te laten zien hoe de graaf zich in zijn Gotische burcht, ontfermt over laag gedecolleteerde jonge vrouwen. Het verhaal maakt in plaats daarvan een merkwaardige draai naar het Londen van 1972.

Geen donder en bliksem. Geen achterlijk dorpje aan de voet van het imposante slot van de vampier Geen gehuil van de Children of the Night. Nee. We bevinden ons in Londen in 1972. Een fleurige plek waar hasj wordt gerookt. Een plek waar tegen het bekrompen Britse establishment wordt gerebelleerd. Een plek waar hippie meisjes gekleed in hotpants dansen op muzikale klanken die in de verste verte niet doen denken aan de statige spannende muziek die we gewend zijn bij Hammer en Dracula. Ja, de film begeeft zich in een geheel andere setting dan de boerse wereld aan de voet van de Burcht Střekov. Een geheel andere setting dan het Gotische kasteel waar de graaf zich overdag te ruste legt. Het is even wennen.

Christopher Lee heeft weinig speeltijd. Dat is erg jammer. Behalve in een wat potsierlijke scène in het begin van de film, verschijnt Dracula daarna pas weer als de film al een tijdje onderweg is. En als hij zich dan met ouderwetse arrogantie verheft, voelt zijn verschijning in eerste instantie een beetje bizar en misplaatst, maar al snel overheerst gelukkig dat aangename en vertrouwde gevoel. De setting is dan wel modernistisch, maar de locatie waar Dracula verrijst, is (in de vorm van een eeuwenoud gewelfd gebouw met kerkhof) traditioneel gehouden. Fijn.

In The Satanic Rites of Dracula (1973), waar de graaf als projectontwikkelaar in een modern kantoorgebouw resideert en waar Gotische referenties ontbreken, wordt die fout wel gemaakt. In die film wilde het Dracula-gevoel dan ook niet komen. Ik ben daar nog steeds niet overheen. Erg jammer dat Christopher Lee met dat gedrocht afscheid nam van zijn Dracula rol in een Hammerfilm.

Dat Dracula A.D. een vertwijfelde poging is om geld te genereren, is wel duidelijk. Toch is de clash tussen klassiek en modern wel geslaagd te noemen. Het verhaal is wat onevenwichtig en dat is de muziekkeuze die pop, funk en ouderwetse griezelige orgelmuziek afwisselt ook. Al die creatieve contrasten maken de film tot een eigenzinnige exponent in het Hammer-Dracula universum. Eigenzinnig en hartstikke leuk.

Dracula: A Love Tale (2025)

De klassieke monsters zijn terug. Daar lijkt het althans op. Robert Eggers luidde de terugkeer van het klassieke monster in met zijn film Nosferatu (2024). En zoals de Universal-films uit de jaren 30, de Hammer-producties vanaf de jaren 50 en de golf aan big budget bijdragen aan het horrorgenre in de jaren 90 al lieten zien, komt een monsterfilm nooit alleen. Het blijft niet bij een film. Er volgen meer. Dat lijkt zich in het heden te herhalen. Zo zien we Frankenstein (2025) van Guillermo del Toro verschijnen en is een weerwolffilm van Robert Eggers in de maak en roert zelfs de bakermat zich met een Roemeense bijdrage van Radu Jude genaamd Dracula (2025). Terug naar de klassieken. Heerlijk. Dat er nog vele mogen volgen.

Ook Luc Besson draagt zijn steentje bij. Dracula: A Love Tale noemt hij zijn film. In de hoofdrol Caleb Landry Jones die ook in Besson’s film Dogman speelde. Het verhaal van Dracula is bekend en snel verteld. Prins Vladimir vecht in naam van de kerk tegen de vijanden van het christendom. Zijn geliefde Elisabeta (Zoë Bleu) vindt daarbij de dood. Overmand door verdriet en teleurgesteld in de kerk, wendt hij zich van God af en verandert in een eeuwig ronddolende bloedzuiger. De film laat het allemaal zien en volgt de graaf vervolgens op zijn zoektocht naar zijn Elisabeta van wie hij vast gelooft dat ze ergens zal herrijzen.

Vrijwel meteen is duidelijk dat Luc Besson zich de film Dracula (1992) van Francis Ford Coppola goed heeft ingeprent. Kostumering, entourage, kleurstelling, verhaallijn alsmede de bombastische score maken indruk maar brengen eveneens de film van Coppola in de herinnering. Toch verschillen de films. Dracula van Coppola was strak gestileerd, strak gecomponeerd en dramatisch. Dracula van Besson is losser van compositie en tikt nu eens het drama en dan weer de parodie en de waanzin aan. Het eerste optreden van de graaf is een parodie op zich. Hij presenteert zich als een draqqueen in de spotlights die op het punt staat het lied “It’s Raining Men” playbackend ten gehore te brengen. Heerlijk.

Op zich levert Landry Jones in Dracula: A Love Tale een solide performance af. Ik zag in hem wel de vampier Vladimir Dracul. Christoph Waltz die als priester de Van-Helsing-rol op zich neemt, beviel me ook goed. Prettig onderkoeld en ironisch kwijt hij zich van de opgave de vampier uit te schakelen. Zoë Bleu is leuk maar maakt geen exceptionele indruk. De overige personages hebben vooral een dienende rol en dat functioneert prima.

Ondanks een aantal bloedige scènes en groteske beelden is de film geen pure horrorfilm. Besson legt het accent op de grens- en tijd overschrijdende liefde tussen Vlad en Elisabeta. De verbeelding van die liefde is hartstochtelijk en ontroerend. De regie van Besson is misschien wat losjes, maar uit de film spreekt een enorme energie die je in zijn greep neemt. Verder zorgen een prachtige entourage, een uitstekende vampier en heerlijke waanzin en prettige ironie voor een erg fijne filmbeleving.

Dracula: Prince of Darkness (1966)

Alternatieve titel: Dracula, Prins van de Duisternis

Na acht jaar afwezigheid is dit de tweede film waarin Christopher Lee de rol van Dracula op zich neemt. Zijn eerste glorieuze optreden als de graaf was in de sfeervolle film Dracula (1958). In 1960 werd door Hammer trouwens nog één andere film geproduceerd over de graaf, genaamd The Brides of Dracula (1960). Zonder Christopher Lee, maar met Peter Cushing als Dr. Van Helsing. Ik kan mij niet herinneren deze productie ooit te hebben gezien, maar hij is wel geregisseerd door Terence Fisher. Erg slecht zal ie dus wel niet zijn.

Deze ‘Dracula: Prince of Darkness’ is ook van zijn hand. Wel met Christopher Lee dus, maar helaas zonder Cushing. Nou ja, niet helemaal, want in de openingsscènes grijpt Fisher nog even kort terug op de afloop van de film uit 1958 die als begin dient van ‘Dracula: Prince of Darkness’. We zien vampierjager Cushing en vampier Lee in het opwindende en enigszins theatraal, maar wel meesterlijk uitgevoerd eindgevecht. Kortom, een blij begin van de film.

Christopher Lee is in zijn tweede verschijning als Dracula wederom groots. Wellicht niet helemaal zo imposant als in 1958, maar zijn Dracula is gewoon heerlijk onmenselijk, mythisch, angstaanjagend en verrukkelijk theatraal.

De graaf verschijnt naar mijn mening wel erg laat in de film. Niet dat ik me tot die tijd heb verveeld. Nee, zeker niet. Er gebeurt genoeg om de aandacht vast te houden. Bovendien is de dreiging van de graaf (ook al is hij niet direct zichtbaar aanwezig) steeds goed voelbaar.

Het kasteel van Dracula is indrukwekkend en bombastisch. Onheilspellend, maar met een hypnotische aantrekkingskracht rijst het majestueuze kasteel hoog boven het beboste Roemeense platteland op. De personages, die prettig acceptabel zijn vorm gegeven, worden er onmiskenbaar door aangetrokken. In het kasteel loopt (naast Dracula) het andere noemenswaardige karakter uit de film rond. De zwijgzame bediende die de personages ontvangt, mag er ook zijn. Duister, sluw en macaber drukt hij evenals de graaf zijn sinistere stempel op de film.

Een duistere sfeer. Goede verhalende opbouw. Goed uitgewerkte scènes. Veel afwisseling in gebeurtenissen. Veel vaart in de voortgang. En natuurlijk die fantastische Christopher Lee.

Genoten!

Drag Me to Hell (2009)

Sam Raimi neemt een situatie zoals die elke dag kan voorkomen en mengt deze alledaagsheid met elementen die zo uit een griezelig sprookje zouden kunnen zijn gestapt. Het resultaat is een vermakelijke mix van sprookjeshorror en real-life horror, met daarover heen een laagje humor.

Het is een ongecompliceerde film. Het verhaal is begrijpelijk en behoorlijk rechttoe rechtaan. De personages zijn prettig oppervlakkig. De dingen die hun overkomen zijn niet ingewikkeld. De film voelt fris en ongekunsteld dat maakt de film goed kijkbaar.

Ook het filmverloop is eenvoudig. De film hanteert een gemakkelijk ritme dat zich steeds herhaalt. Er is een fase van rust, die wordt onderbroken door het inzetten van dreigende muziek die onverbiddelijk aanzwelt. Dan is er rumoer. Lawaai. Een deur die dicht slaat. Een raam dat klappert. Een jumpscare. Het zijn de bekende truukjes. Maar ze werken wel.

Er staat dan ook iets tegenover. En dat is echte horror. Soms wordt een scène met behulp van snelle montage uitgebouwd tot iets dat op verontrustende wijze nog lang nagalmt. Iets ijzingwekkends. Iets engs. Niet altijd mondt aanzwellende muziek uit in een onzinnige schrik. Gelukkig niet. Soms is er echte horror. En ook dan verandert het ritme niet. Ook dan volgt steeds weer een fase van rust en is het wachten tot de volgende golf van opwinding zich aandient. Het klinkt weinig subtiel en dat is het ook. Het is immers een eenvoudig ritme. Het werkt echter wel.

De humor werkt ook. Het kwaad wordt humoristisch neergezet. Het kwaad is een oude zigeunerin die als een verwarde gekkin wordt gepresenteerd. Overdreven authentiek met een afzichtelijk uiterlijk en met bizarre en vieze gewoontes. Ze is eng en belachelijk tegelijk. Een pluim voor de make-up.

En zo is 'Drag me to Hell' een prima film vol momenten van opwinding, van humor en van theatrale walging. Leuk dus!

Dragonfly (2002)

Dragonfly is een wat vreemde eend in de bijt als je de films bekijkt die Tom Shadyac regisseerde. Succesvolle Films als Ace Ventura: Pet Detective (1994), The Nutty Professor (1996), Liar Liar (1997) en Bruce Almighty (2003) zijn van een geheel andere orde dan deze Dragonfly, die dan ook weinig succes had in de bioscopen. Misschien lag het gebrek aan succes aan de verwachting van het publiek dat zich op een hilarische komedie had ingesteld. Of misschien lag het simpelweg aan het script dat balanceert tussen halfbakken, besluiteloos en slepend en een verhaal produceert waarbij je je simpelweg niet betrokken voelt.

De uitgangssituatie is overigens niet oninteressant. Een man (Kevin Costner) krijgt via diverse personages vanuit het hiernamaals cryptische boodschappen die afkomstig zouden zijn van zijn overleden vrouw. Vervolgens is van enige evolutie in het verhaal amper sprake. De film blijft lang hangen in de uitgangssituatie die hier en daar gelukkig is omgeven met wat sleur doorbrekende griezeleffecten. Het duurt zo'n 70 minuten alvorens Costner eindelijk eens in beweging komt. En oh wonder! Wat hij tenslotte tegenkomt is verrassend en redelijk spannend maar kan niet voorkomen dat ik het slepende karakter van de rest van de film vergeet.

Op het cinematografische vlak valt niet veel aan te merken. Shadyac weet de gebeurtenissen vakkundig in beeld te brengen en dat geldt met name voor de gebeurtenissen met een duister randje. Op die momenten creëert hij heel geslaagd een onheilspellende sfeer die onder de huid kruipt. Jammer dat die onheilspellende sfeer vervolgens weer snel verdwijnt. De reden? Dragonfly is een film met een onderontwikkeld verhaal dat voortdurend afdwaalt, grossiert in toevalligheden en wordt bezet door gemakzuchtig ingekleurde karakters. Het verhaal is afgezien van de sfeervolle momenten gewoon niet intrigerend genoeg. Daarbij zijn de dialogen bijzonder zwak en lijken de acteurs niet veel moeite te doen om zich in hun rol in te leven.

En zo is Dragonfly niet een erg spannende film. Het verhaal verloopt traag en is inhoudelijk eigenlijk alleen in aanzet en in het laatste halve uur boeiend. De andere positieve dingen aan de film zijn de fotografie en de muziek. Beide hebben een belangrijk aandeel in de momenten dat de film een sfeer oproept die neigt naar spanning en dreiging. En van die momenten zijn er veel te weinig.

Drama, The (2026)

De derde speelfilm van regisseur en schrijver Kristoffer Borgli. Borgli die met Syke Pike (2022) en Dream Scenario (2023) opvallende films afleverde met een mengeling van drama en zwarthumoristische komedie. In The Drama past hij deze mengeling met succes wederom toe. In de film zijn Charlie (Robert Pattinson en Emma (Zendaya) bezig met de voorbereidingen voor hun huwelijk. Charlie bereidt zijn speech voor en de film blikt samen met hem terug op de periode voorafgaand aan het huwelijk. We leren Emma kennen zoals Charlie haar ziet. Empathisch, ruimhartig, grappig, onbezorgd. Een geïdealiseerde voorstelling van de vrouw waarvan hij houdt. Tijdens een gezamenlijk diner met de twee trouwgetuigen verandert zijn beeld van de vrouw die hij dacht beter te kennen dan wie ook.

De film is gecentreerd rond de vraagstelling of mensen alleen verliefd kunnen worden op de versie van een ander die zij (willen) zien en die ze tot op zekere hoogte zelf invullen. Een illusionaire voorstelling die natuurlijk wederzijds wordt gemaakt. Als die wederzijdse illusie na verloop van tijd afbrokkelt, is het moeilijk zo niet onmogelijk om terug te keren naar het geïdealiseerde plaatje. Dan rest het harde werken aan acceptatie van het beeld na de afbrokkeling en als dat is gelukt het vinden van de weg naar de ware liefde. Of het niet vinden van die weg natuurlijk. Borgli onderzoekt in zijn film deze fundamentele kwestie aan de hand van het personage Charlie die na Emma’s bekentenis plotseling in een neerwaartse spiraal van wanhoop en twijfel terecht komt.

Charlie's twijfels en frustraties hebben vrijwel uitsluitend betrekking op hem. Ze betreffen het onrecht dat hem is aangedaan. Het vertrouwen dat hij niet meer in zijn aanstaande vrouw heeft. Het aangetaste beeld dat hij nu van zijn toekomstige vrouw heeft. Zijn geïdealiseerd beeld dat heel oneerlijk in een gedesillusioneerd beeld is veranderd. In plaats van toenadering tot Emma te zoeken en een poging te ondernemen om samen haar faux pas te verwerken en het beschadigde beeld te repareren, verliest Charlie zich in zijn eigen crisis.

Op zich geen onbegrijpelijke reactie, maar de film houdt zich wel erg nadrukkelijk met Charlie bezig. Er is slechts in beperkte mate ruimte voor Emma’s ontwikkeling. Die ruimte is helaas te beperkt om grondig inzicht in het personage Emma te verkrijgen. Een personage dat eveneens worstelt. Het is echter Kristoffer Borgli’s film en het is zijn keuze en daar heb ik me bij neer te leggen. Ik vond het gewoon spijtig dat de focus op beide personages niet in evenwicht was. Emma is een interessant personage en had meer ruimte verdiend, wat mij betreft.

Gelukkig is The Drama een goede film en was het mogelijk mijn frustratie te overstijgen. The Drama is een film met veel sterke elementen. Daar gaan we. De film weet met zijn verhaal een uitstekende spanningsboog te creëren. Muziek, sound en montage zijn interessant en versterken het spanningsveld nog eens. De film bezit een fijne humor die cynisch en ietwat macaber is. Ook het acteerwerk van Pattinson en Zendaya mag er zijn. Genoeg moois dus.

En zo is The Drama een intense en een frustrerende film. De film legt een moreel dilemma bloot, plaatst de verwerking daarvan vooral bij het mannelijke hoofdpersonage en schiet derhalve iets tekort in het narratief omdat de rol van het personage Emma beperkt wordt. Het ergerde me een beetje. Desondanks vond ik The Drama een prima film.

Dread (2009)

Dread is gebaseerd op een kort verhaal van Clive Barker. Regisseur Anthony DiBlasi manipuleert enkele elementen van het verhaal. Hij plaatst deze onderdelen iets anders dan het verhaal doet, maar tast de kern van het verhaal niet aan. Dread is een goed verhaal en Dread is een goede film. Psychologische horror die rustig opbouwt naar beklemming en spanning en uitmondt in een heftige apotheose. Ik heb genoten.

Dread heeft een intrigerend plot dat begint bij de student Stephen die filmstudent is en in dat kader een eindopdracht moet maken. Hij ontmoet medestudent Quaid die tamelijk obsessief met het thema angst in de weer is. Samen starten ze het project dat vrij onschuldig begint met interviewsessies waarin de geïnterviewde naar zijn angsten wordt gevraagd. Al vrij snel raakt Quaid verveelt. Hij wil de grenzen verleggen en de angsten meer expliciet maken voor de camera. Stephen ziet dat niet zitten. Quaid blijkt vervolgens over behoorlijk veel overtuigingskracht en fantasie te beschikken.

Een spannend psychologisch spel begint. De film neemt de tijd om zijn personages voor te stellen en door te lichten. Dat gebeurt op een manier die grondig genoeg is om te maken dat emoties of de afwezigheid van emoties zich bij kijker invreten en sfeerbepalend aanwezig zijn. De sfeer is ontzettend benauwend en heeft steeds een wat diffuus en viezig randje. De atmosferische bedding waarin het verhaal zich ontvouwt is niet te negeren en omringt het verhaal blijvend met zijn penetrante gif. Kortom, de sfeer is fantastisch.

De sfeergevoeligheid wordt verhoogd door gebruikmaking van passende nachtmerrieachtige settings, effectief spel met licht en schaduw en met behulp van een sober sounddesign dat er onheilspellend inhakt. Dread is een heerlijke trip die naar de donkere diepten van de psyches van de personages voert en confrontaties met hun oerangsten aangaat. Schokeffecten en bloed worden spaarzaam ingezet. Pas in het laatste deel van de film mondt het psychologische aspect uit in wat plastischer actie. Ook de expliciete horror maakte indruk. Heftig en smerig zijn woorden die het goed beschrijven. Een bevredigend einde trouwens. Verrassend, giftig en sardonisch.

Na afloop verzuchtte ik: “Wauw, wat een fijne horror” en was blij de zwaar beklemmende sfeer van me te kunnen afschudden.

Dream Scenario (2023)

In 2006 geeft een patiënt in New York haar psychiater een tekening van een kalende man die haar met regelmaat in haar dromen bezoekt. Een andere patiënt krijgt de tekening onder ogen en beweert dat de man ook hem in zijn dromen bezoekt. De psychiater laat de tekening aan collega’s zien met het verzoek de tekening onder de aandacht van patiënten te brengen. Met resultaat, want weldra beweren nog meer mensen de man in hun dromen te zijn tegengekomen. Zoals dat zo vaak gaat met dergelijke zaken, komt de tekening ook op internet terecht en beweren duizenden mensen dat de kalende man in hun dromen verschijnt.
Geen idee of het waar is, maar de Noorse regisseur Kristoffer Borgli zag er wel een film in. Hij neemt het gegeven van de in dromen opduikende man als uitgangspunt voor een bijzonder leuke satire over roem. Nicolas Cage speelt de saaie onopvallende Paul Matthews die smacht naar roem als wetenschapper, maar die zijn boek over het leven van mieren nog steeds moet schrijven. De roem wordt hem echter in de schoot geworpen als hij bij een toenemend aantal mensen in dromen verschijnt en een internetsensatie wordt. Borgli neemt gelukkig de moeite om een aantal van die dromen aan de kijker te laten zien. Ze zijn heerlijk droogkomisch en erg hilarisch. Ik heb er erg om moeten lachen. Prachtscènes.
Een ander prachtig punt van de film is het camerawerk. De camera zit dicht op de huid van de personages. De beelden zijn wat grofkorrelig. Soms waan je je tijdens het kijken in een documentaire. Het is vanwege die stijl dat absurde dromen over de ondergang van de wereld, wonderlijke paddenstoelen of dreigende alligators geen duidelijke afbakening met de realiteit van de wereld van Paul Matthews hebben. Bij dergelijke absurde dromen is de realiteitszin natuurlijk ver weg en is de kijker goed bij machte die constatering aan te brengen. Bij andere dromen is het echter minder duidelijk of de film de realiteit of de droom weerspiegelt. Borgli speelt een fascinerend spel. Overigens veranderen de dromen in de loop van de film geleidelijk van goedaardig, leuk naar somber, duister. Af en toe komt zelfs heuse horror om de hoek kijken. Het spelen met genres in de droomsequenties is bijzonder fraai gedaan.
Nicolas Cage is eveneens een fraai punt in de film. The King of Overacting bewijst wederom een goed acteur te zijn. De onzeker in het leven staande professor die hij gestalte geeft is een intrigerend personage waaraan veel facetten kleven. The rise and fall van de professor is een fascinerend schouwspel. Met name een scène staat nog scherp op mijn netvlies. Het hoogte- en keerpunt in de film is een afschuwelijke maar fantastische seksscène die zowel hartverscheurend als schaamtevol als bijzonder grappig is. Ja, Cage is in Dream Scenario erg goed bezig.
In het laatste kwart van de film kan Borgli het niet laten om de kijker met wat boodschappen te vervelen en doen oninteressante personages die influencer, reclamemaker of andersoortig gespuis verbeelden, hun intrede. Vervelend, niet nodig en tevens niet bijzonder grappig. Het ware beter geweest als Borgli zich gewoon verder gewijd had aan de fascinerende reis van de professor en dat had gedaan zonder de korte optredens van ‘bekende’ persoonlijkheden. Gelukkig herpakt de film zich weer tijdig en verlaten we de film heel prettig met Nicolas Cage in droomland op de klanken van de Talking Heads. Gelukkig maar.

Dreamkatcher (2020)

Wat meteen opvalt is de titel. Dreamkatcher is toch met een c? Niet in alle gevallen, zo blijkt uit een paar informatieve tekstjes die in het begin het verschil tussen Dreamcatcher en Dreamkatcher verklaren. Leuk hoor, zulke tekstjes, maar veel substantie voegen ze aan het verhaal niet toe. Misschien is de opzet wel geweest om orthografisch ingestelde kijkers even te laten schrikken. De verdere film krijgt dat namelijk niet voor elkaar. De merkwaardige titel blijkt uiteindelijk zo ongeveer het enige opvallende feit aan de film te zijn.

Het scenario is dat niet. Een gezin bestaande uit vader, vriendin en zoontje verhuist naar een landelijke omgeving en wordt geconfronteerd met onheilspellende gebeurtenissen. Een huis met een kind, een gestorven ouder, een vriendin die de plaats van de weggevallen ouder inneemt en bovennatuurlijke verschijnselen. Ingrediënten die klinken als de ingrediënten in heel veel andere horrorfilms.

Dat is niet per sé erg. Dat zijn we intussen wel gewend. Het gaat uiteindelijk om de uitwerking van de bekende horrorclichés. Die levert in sommige gevallen nog best een aardige film op. Hier niet. Hier gebeurt die omzetting tamelijk ongemotiveerd en gemakzuchtig. En dat irriteert. Als je dan ongegeneerd afkijkt, doe het dan tenminste met wat creatieve flair.

De treurnis begint al bij de slonzig ingekleurde personages die zich voorspelbaar onwetend gedragen. Zouden dergelijke personages zelf wel eens een horrorfilm kijken? Aan hun tenenkrommende gebrek aan herkenning van de clichés, kun je op deze vraag alleen maar een ontkennend antwoord geven.

De horrorscènes dan maar. Niet spannend. Droomscènes ontberen visuele flair. Verder een mislukt excentriek personage en veel voorspelbare duistere gebeurtenissen. Daarbovenop heel veel jumpscares die zonder suspensevolle opbouw ongegeneerd over de kijker worden uitgestort. Treurig is het.

Dreamland (2006)

In een fijne setting met de naam Dreamland loopt de mooie Audrey (Agnes Bruckner) rond. Dreamland is een verzameling caravans in de woestijn van New Mexico. De bewoners zijn verschoppelingen, outsiders. Audrey woont er met haar vader die zich laaft aan blikjes bier en de confrontatie met de echte wereld niet aan kan. Hij is niet zelfredzaam en Audrey is derhalve emotioneel en fysiek aan Dreamland gebonden. Ze brengt de dagen samen met haar beste vriendin door en doet dat al zonnende in bikini of badende in de jacuzzi. Best leuk om te aanschouwen, maar ook een beetje triest omdat je als kijker weet dat Audrey intellectueel meer in haar mars heeft en graag Dreamland zou willen verlaten om te gaan studeren.

Een mooie dromerige setting, maar weinig realistisch. Hier geen representatief beeld van het witte afval oftewel de sociale onderklasse die zich kenmerkt door crimineel gedrag, schijt aan autoriteit en gebrek aan enig normbesef. Dreamland is dan wel armoedig, maar tevens een klein paradijsje met hele vriendelijke en sociaal ingestelde ingezetenen.

De beelden die cameraman Jonathan Sela schiet, zijn eigenlijk te mooi om waar te zijn. Ze zouden het goed doen in een reclame voor een vakantiepark of in een commercial voor jeans. Ofwel lopen de dames relaxed rond in bikini. Ofwel gaan ze modieus gekleed in prettige ogende spijkerkleding.

Een ware lust voor het oog, maar ik denk dat dit paradijselijke beeld behoorlijk botst met de leefwereld van de echte white trash. De bewoners van Dreamland praten beschaafd, zien er verzorgd uit en bivakkeren in een gezellige ambiance. Men barbecuet er gemoedelijk tezamen en heeft ruimhartig oog voor de medemens.

En natuurlijk is er armoede en is er wat onvrede over onverwezenlijkte dromen. Soms steken die dingen inderdaad even de kop op, maar over het algemeen zijn ongeluk en wanhoop amper zichtbaar. Men heeft het best goed in Dreamland.

Er is wat individueel drama, maar dat is weinig indrukwekkend. Het drama dat Audrey overkomt, heeft in deze atmosfeer weinig zeggingskracht. Ja, best sneu dat ze haar droom niet kan najagen, maar niet iets om als kijker heel erg wakker van te liggen. Daarvoor vindt het drama teveel plaats in een te mooi gepolijste en te blije omgeving. Het drama dringt niet overtuigend door die warme bedekking heen. Af en toe even een naar momentje, maar veel emotionele lading brengt zo’n moment niet mee. Dreamland is feelgood. Dreamland is geen zwaar drama.

Best jammer, want dramatische potentie is er met goed acteerwerk en een interessante plotlijn genoeg. Het komt er alleen niet uit in deze wonderschone wereld waar de dames prettig modieus gekleed gaan in jeans en naveltruitjes.

Dreamland (2019)

Dreamland is een verwarrende film. Stilistisch prachtig, maar verhalend weinig substantieel. Neo-Noir, vampirisme, mensenhandel en een dubbelrol voor de fijne acteur Stephen McHattie zijn op zich goede elementen voor een intrigerende film. En ja, intrigerend is de film op een bepaalde manier zeker. Maar verwarrend en onpeilbaar is de film nog meer.

De film doet zijn titel eer aan. De setting is een wereld die op de onze lijkt, maar dan anders. De setting lijkt er een afgeleide versie van te zijn. Een soort parallelwereld. Gebeurtenissen en menselijk handelen verlopen er net even anders dan op de vertrouwde manier van de ons bekende en begrijpelijke realiteit. De film buit dit gegeven uit en zet in op excentriek en onwerkelijk. Dat is even wennen en went eigenlijk nooit.

De dubbelrol van Stephen McHattie als protagonist Johnny en als naamloze Jazz trompettist is één van die raadselachtige elementen. Waarom McHattie een dubbelrol vertolkt, wordt niet duidelijk. Ik kon er ook geen relevante verklaring voor verzinnen. Zo zijn er meer van die onduidelijkheden. Meer van die vaagheid die zich vooral op het weinig boeiende verhaaltechnische vlak manifesteert.

Het surrealistische verhaal piekt met groteske en bizarre momenten, maar wordt nooit één geheel. Veel losse componenten die niet samenvallen met andere losse componenten. Stilistisch mooi. Dat zeker. De afwisselend grauwe en (rood)gekleurde beelden zorgen voor een droomachtige sfeer. Jazzklanken eronder. Altijd goed. Maar ja. Het verhaal dat zich lekker in die sfeer kan wentelen, komt gewoon niet op gang. Zonder veel haast, dobbert het verhaal eentonig en verward rond.

Heel pakkend is het allemaal niet. De film mist lijn. Is onsamenhangend. Voelt als een warrige droom waar je liever geen betekenis aan wilt geven. Een droom die je graag achter je laat. Ik denk dat me dat wel gaat lukken.

Dressmaker, The (2015)

Verrukkelijke tragikomedie, waarin fancy modeontwerpster terugkeert naar haar geboortegehucht.

Ze betreedt een merkwaardig stukje wereld dat buiten de realiteit lijkt te staan. De tijd heeft er niet stil gestaan, maar het dorp en zijn bewoners hebben zich schijnbaar anders ontwikkeld dan de rest van de wereld.

In deze bizarre setting doet Winslet haar best om een traumatisch geheim uit haar verleden op te helderen. Het gaat om een duistere gebeurtenis waaraan zij slechts vage herinnering heeft en waarmee zij worstelt.

Met haar gevraag en gepor om de waarheid boven tafel te krijgen, slaagt zij erin om het gehele ogenschijnlijk vredige dorp in rep en roer te brengen. Niemand wil dat het verleden wordt opgerakeld en iedereen reageert weer anders op de blootlegging van een stuk schaamtevolle geschiedenis.

Er is ontkenning. Er is verdediging. Er is weerstand. Er is provocatie. En er is vooral veel schijnheiligheid.

Al die reacties leiden tot een absurdistisch toneelstuk, dat heerlijk is om te ondergaan.

Er ontwikkelt zich een bizar verhaal over wraak, over schuld en over onschuld. Ook over domme pech. En over het noodlot. Het is toptragikomedie bij uitstek. Echt verrukkelijk.

In de zeer genietbare couleur locale bevinden zich fantastische personages. Er passeert een hele parade. Je kunt het zo gek niet bedenken of het is voorradig. Van travestiet tot gebochelde pedofiel. Van doorgedraaide schooljuf tot autistische huisvrouw. Het zijn wezens die in het dorp volkomen geaccepteerd zijn en die gewoon meedoen in het dorpse leven waarin overigens niemand normaal is. Dat feit maakt acceptatie van elke andere geschifte en geesteszieke tot een volkomen natuurlijk fenomeen. Iedereen is de dorpsgek. Heerlijk.

Kate Winslet speelt een prachtrol. Charismatisch en hoogstaand in haar acteerkunsten.

Judy Davis als de verlepte moeder is een geduchte tegenspeelster en een fantastische sidekick. Vol humorvolle oneliners en vileine steken onder water in de richting van de onoprechte en schijnheilige dorpsbewoners, is zij misschien wel de enige echte niet-absurditeit in dit verhaal.

Verrukkelijke film.

Driller Killer, The (1979)

Horror in de psychologische zin. De ontwikkeling van de geestelijke aftakeling van het schilderende hoofdpersonage gevat in beelden van psychedelische aard en vaak begeleid door volumineuze klanken. Stemmen, muziek en omgevingsgeluiden. De beelden zien er niet mooi gepolijst uit. De beeldwisselingen zijn rommelig. Slordig gesneden en ongestructureerd gepositioneerd in het hortende en stotende filmverhaal. Van de hak op de tak en moeilijk te duiden. Het verhaal loopt als een zieke geest, zogezegd.

De omlijsting van het verhaal is vuil en vies. Er ligt overal afval. Uit en thuis. Er is afbraak en verwaarlozing. Veel daklozen ook. De viezigheid is ook herkenbaar in de personages. Slonzig, onverschillig, gedesoriënteerd en deprimerend als ze zijn.

Met al die middelen hangt er over de film al heel snel, heel effectief en heel indringend een sfeertje van ranzigheid en ongemak. Het is een walm die zich in elk hoekje van de film nestelt. Een penetrante geur die confronteert en irriteert.

Horror van de mind, dus. Met een beetje Gore, dat wel. Het is een psychedelische beleving, maar er wordt wel gekilled natuurlijk. Met een boor nog wel.

Interessante film.

Drive Thru (2007)

Een vrolijk gestileerde moordclown met humoristische oneliners in een film met voldoende tieners om als slachtoffer te dienen. Een film met prima splatterscènes op veelzijdige locaties. Een film waarin als muzikale achtergrond passende heavy metal geluiden weerklinken. Geen film die subtiel een onheilspellende sfeer opzoekt of bedachtzaam een spanningsboog opbouwt. Nee, het is recht voor zijn raap en gaat vanaf het begin meteen los.

Drive Thru is een slasher die aan de slashers uit de jaren 80 herinnert. De film biedt niets nieuws maar vermaakt uitstekend. De moorden beginnen vrij rustig maar ontsporen verderop in de film steeds meer. De bruutheid neemt per moord toe. Helaas zijn de speciale effecten die de moorden begeleiden niet geweldig maar gelukkig goed genoeg om niet als lachwekkend te worden aangemerkt. Dat is voor de beleving bij allerhande creatief uitgevoerde kills alleen maar goed.

De booswicht is een clown. Hij is ok. Hij roept dreiging op en verleent zijn personage een duistere identiteit. Zijn onbeschofte oneliners hebben een sinistere ondertoon. En soms zijn ze nog grappig ook. Zoals het een slasher betaamt heeft de clowneske killer een traumatisch verleden en zijn de kills geboren uit wraakgevoelens. Al kijkende kom je iets meer te weten over dat trauma en de verbintenis die dat heeft met de keuze van het slachtvee. Heel indringend of ontroerend zijn die moordmotieven in films als deze overigens zelden, maar ik vind zo’n toevoeging altijd wel iets hebben.

De bodycount is bevredigend. De kills zijn creatief. Het tempo is hoog. De naam van de clown is Horny. De naam zegt iets over de komische insteek van de film. Leuke film. Geen klassieker, maar een lekkere wegkijker.

Driven (2019)

De film speelt zich af in een Amerikaanse stad waar demonen bezit nemen van mensen. Behalve wat zwakzinnige beelden, krijg je daar weinig van mee. De film is absoluut geen horrorfilm.

De meeste tijd wordt besteed aan de interactie tussen de demonenjager die zich per taxi verplaatst en de taxichauffeuse, die bij de missie wordt betrokken. Weinig actie en heel veel dialoog. En die dialogen zijn hartstikke vermakelijk.

Verder prettige personages en een prima cinematografie. Geen horror dus, maar ook geen verspilde tijd.

Driver, The (1978)

The Driver is een film zonder namen. De personages worden louter aangeduid met hun belangrijkste bezigheid of hun belangrijkste kenmerk. Dat begint uiteraard bij the driver over wiens achtergrond de kijker niet veel te horen krijgt. The driver is een buitengewone vluchtautobestuurder die in helse achtervolgingen de politie geroutineerd afschudt.

The detective is er alles aan gelegen de identiteit van the driver te achterhalen en hem op te pakken. Dan is er nog de raadselachtige player. Een prachtige Isabelle Adjani die het pad van de driver meerdere keren kruist en wier rol in het geheel een vage is. Andere namen die voorbij komen zijn even kenmerkend als nietszeggend. Personages met een rol in het achterland en met een beperkte levensduur. Ze hebben namen als glasses, teeth en the kid. Om maar wat te noemen.

De personages zijn ingekapseld in hun rol en houden zich geobsedeerd aan de taak die hun is toebedeeld. Niemand lijkt een keus te hebben. Een ieder is en doet wat zijn naam hem voorschrijft. Ze schijnen gevangen te zitten in hun rol en in de duistere metropool Los Angeles. Desondanks zoeken ze naar verlossing en naar wegen om hun identiteit te ontlopen. Een film lang proberen ze de stad en hun noodlot te ontvluchten. Het lijken vergeefse pogingen. Walter Hill maakt het hun niet gemakkelijk.

De nachtelijke stad is het terrein voor de dynamisch geënsceneerde autoachtervolgingen. Het strijdtoneel van het duel tussen de driver en de detective. De film heeft geen scenario dat goed versus slecht plaatst. De grenzen tussen beide grootheden zijn verwaterd. Niemand neemt stelling en staat ergens voor. De settings zijn representatief voor de urbane hel waar de personages in veroeven en bestaan uit onpersoonlijke appartementen, smerige straten en smoezelige cafés. De stad is een kapotte wereld

The Driver is een rauwe en pure film. De minimalistische en stijlvolle enscenering van regisseur Walter Hill past perfect bij de rechtoe-rechtaan actie, het rechtlijnige verhaal en de summiere dialogen. De spectaculaire autoachtervolgingen door het labyrintische stratenplan van Los Angeles zijn om van te watertanden. De piepende banden, de brullende motoren, de oorverdovende acceleraties, het scheurende metaal en het versplinterende glas. De camera speelt een dynamische rol en wisselt vaak van positie. Vanaf de voorbumper. Vanaf de achterbumper. Dan weer het totaalplaatje. Dan weer inzoomend op de gezichten van de rijders. Mooiste scène? The driver in een mercedes in een parkeergarage.

Geweldige adrenaline-cinema. Voor de kijker dan. Dat is niet te merken aan de driver. Hij lijkt nooit geïmponeerd en blijft onder alle omstandigheden stoïcijns doen waar hij goed in is en hoopt ondertussen op verlossing.

The Driver is met recht een klassieker. Magnifiek stilistisch gereduceerd tot wezenlijke handelingen en essentiële (droogkomische) dialogen. Minimalistisch mooie film.