• 15.742 nieuwsartikelen
  • 177.914 films
  • 12.203 series
  • 33.971 seizoenen
  • 646.886 acteurs
  • 198.966 gebruikers
  • 9.370.166 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Dievegge als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Cabaret (1972)

Het draait allemaal om de tegenstelling tussen de kunstmatige wereld van het cabaret en de echte wereld daarbuiten. Bob Fosse gebruikte crosscutting om verbanden te leggen tussen die twee. In de openingsscène wordt heen en weer gesprongen tussen het lied Willkommen en de aankomst van Brian (Michael York) in Berlijn. De voorstelling gaat door terwijl op straat iemand in elkaar geslagen wordt. In de Weimarrepubliek was er een botsing tussen ideologieën: enerzijds het opkomende nazisme dat voor een strakke orde stond, anderzijds communisme en anarchisme, opruiende affiches, de decadentie van de burgerlijke moraal, homoseksualiteit, travestie en zelfs een abortus.

De onzedige kostuums en zware make-up hebben de mode in de jaren '70 en de glamrock beïnvloed. Joel Grey, die zes jaar eerder al in de originele Broadwaymusical zat, heeft zich een Duits accent aangemeten. Zijn MC heeft een hermafrodiet karakter, knotsgek maar ook diabolisch, alsof hij het kwaad voorspelt dat Duitsland te wachten staat. If You Could See Her lijkt kolder, totdat blijkt dat die apin eigenlijk een joodse minnares voorstelt, gezien door de ogen van de nazi's. De muziek van de New Yorkse joden Kander en Ebb is geïnspireerd door oude Berlijnse cabaretliedjes en door Kurt Weill.

Liza Minnelli gaat helemaal op in haar rol en zingt die theatrale liedjes met volle overtuiging. Ze bedacht haar eigen kapsel, kleding en make-up, met felrode lippenstift en groene nagellak. Ze hebben Sally Bowles Amerikaans gemaakt in plaats van Brits, zodat ze haar accent niet aan hoefde te passen, al is het onlogisch dat ze toch zingt over kamers in Chelsea. Ze is extravert op het podium, maar in het echte leven is ze wispelturig en kan ze ineenzakken als een hoopje ellende. Brian lijkt op Christopher Isherwood zelf, die de twee boeken schreef waarop het toneelstuk en de musical gebaseerd zijn. Fritz Wepper, bekend als de legendarische Harry Klein in Derrick, speelt de schuchtere aanbidder van de dochter van een joodse bankier (Marisa Berenson). Aanvankelijk lijkt dat een komische nevenplot, maar dan krijgt die een donkere wending. Je gaat je afvragen of die twee na hun huwelijk naar het buitenland gevlucht zijn.

Het begint en het eindigt met een bekkenslag. Het burleske theater geeft een satirische kijk op de realiteit. Zoals de bultige spiegel op de achtergrond toont het cabaret een vervormde weerspiegeling van het leven, en het leven is een cabaret.

Cabin in the Sky (1943)

In de jaren '40 maakte Hollywood enkele musicals met Afro-Amerikaanse acteurs. Het waren breed glimlachende entertainers die konden zingen en dansen, en hun werkwoorden fout vervoegden. Deze springt eruit wegens het hoge niveau van de muziek.

In de middeleeuwen was de moraliteit een toneelgenre, en dit is een voortzetting daarvan. Little Joe moet kiezen tussen Goed en Kwaad, vertegenwoordigd door twee allegorische figuren: The General en Lucifer Jr. Hij krijgt hen te zien tijdens een bijnadoodervaring, en daarna beïnvloeden ze hem als z'n Goede en Kwade Ik. Goed is naar de kerk gaan, berouw tonen en een trouwe echtgenoot zijn. Kwaad zijn foute vrienden, verleidsters en gokspelletjes. Dobbelstenen noemt Joe calamity cubes.

Eddie Anderson, de hoofdrolspeler met de wel zeer krakende stem, was bekend als radio- en tv-komiek. Ethel Waters blinkt uit als zangeres, maar ook haar gebeden zitten vol emotie. Lena Horne is onweerstaanbaar als Georgia Brown, een succubus die kortstondig aards geluk aanbiedt. Twee legendarische muzikanten hebben een nevenrol: Louis Armstrong als demon met trompet, en Duke Ellington als bandleider met piano.

De Broadwaymusical uit 1940 werd gecomponeerd door Vernon Duke, een Amerikaan van Georgische afkomst. Taking a Chance on Love zou een standard worden. Harold Arlen voegde daar drie nieuwe liedjes aan toe, waaronder Happiness Is a Thing Called Joe. Het liedje Ain't It the Truth werd weggecensureerd omdat Lena Horne in een schuimbad als te pikant werd beoordeeld. Het fragment dook drie jaar later wel op in de MGM-documentaire Studio Visit. Ook tapdansen, een proto-moonwalk en de uitbundige lindy hop komen erin voor.

Licht en donker worden symbolisch gebruikt. Van een treurige scène in het donker springt het naar de fel verlichte bar. De echtgenote Petunia krijgt een ruiker bloemen, maar de verleidster Georgia steekt een magnoliabloem in haar haar. Er zijn drie gelijkenissen met The Wizard of Oz: de originele versie was in sepia, de tornado is eruit geleend, en er zitten aards-bovenaardse dubbelrollen in. Fantasiebeelden zitten erin verwerkt, zoals een lange trap naar de hemel. Het is een onderhoudend verhaaltje met een simpele moraal, leuke humor en geweldige muziek.

Cabinet des Dr. Caligari, Das (1920)

Alternatieve titel: The Cabinet of Dr. Caligari

De decors doen denken aan schilderijen van Kandinsky, met grillige vormen en geschilderde schaduwen. De acteurs overdrijven hun bewegingen en expressie. De personages zijn sjablonen: de krankzinnige professor die onrechtstreeks een moord pleegt via een gehypnotiseerde slaapwandelaar. Het is niet de realiteit die weergegeven wordt, maar de vertekende waarneming van een geesteszieke. De twist op het einde is dan ook verantwoord: als toeschouwer heb je de hele tijd naar een waanbeeld zitten te kijken.

Zwart-wit was niet uitsluitend zwart, wit en tinten grijs. Er wordt afgewisseld tussen beelden met een gele en met een blauwe schijn, zoals in oude stripalbums. De jazzmuziek op de dvd is boeiend maar anachronistisch. Ik vraag me af welke muziek er destijds live bij gespeeld werd. Met z'n exuberante stijl en z'n zonderlinge inhoud spreekt dit drama nog steeds tot de verbeelding.

Cactus Flower (1969)

I. A. L. Diamond, vooral bekend van z'n werk met Billy Wilder, bewerkte deze populaire Broadwayklucht. Dankzij de afwisselende locaties, de gele taxi's van New York en een tentoonstelling met hedendaagse kunst voelt het niet te toneelmatig aan. Het is een romantische komedie uit de tijd dat dat genre nog niet uitgemolken was, met pingpongdialogen vol gevatte replieken.

Het basisgegeven is klassiek. Een man begint met een klein leugentje, maar voordat hij het weet raakt hij verstrikt in z'n zelfgeweven web. De waarheid opbiechten is ondenkbaar; dat zou te simpel zijn. Al vrij gauw wordt duidelijk wie met wie zal eindigen, maar je wil weten via welke ingewikkelde kronkelwegen ze dat lot bereiken.

De acteurs zijn goed op elkaar afgestemd en doen veel met prosodie. Je kunt dezelfde zin op tientallen manieren uitspreken, variërend in intonatie en ritme. Goldie Hawn bruist van levenslust en past bij de swinging sixties met haar kleurrijke outfits en minijurkjes. Geen enkele andere actrice kan haar ogen zo wijd opensperren. Walter Matthau doet met z'n deadpanface aan het hondje Droopy denken. Bij de liefdesverklaring op het einde zie je z'n linkermondhoek een halve millimeter naar boven gaan, maar voluit glimlachen doet hij nooit. Ingrid Bergman heeft de ondankbare opdracht de meest ernstige rol in een komedie te spelen. In de ogen van deze tandartsassistente is het niet altijd lente. Geleidelijk aan bloeit ze echter open, zoals het bloempje van haar cactus.

Tussen de snelle opeenvolging van grappen zitten twee onderwerpen verwerkt die tot nadenken stemmen: de zelfmoordpoging en de ongelijke leeftijdsnormen tussen man en vrouw. Er valt veel te lachen, maar het is net iets meer dan dat.

Cagliostro - Liebe und Leben eines großen Abenteurers (1929)

Alternatieve titel: Cagliostro

Cagliostro was een Italiaanse helderziende of charlatan in de achttiende eeuw. Hier wordt hij sympathiek voorgesteld, als iemand die protesteert tegen onrecht en de val van de Franse monarchie voorspelt.

In het romantische verhaal zitten enkele historische figuren verwerkt. Lodewijk XVI en Marie Antoinette maken hun opwachting, net als gravin Jeanne de la Motte. Laatstgenoemde stal een peperduur halssnoer met zeshonderdzevenenveertig diamanten door zich voor te doen als de koningin.

Deze Duits-Franse coproductie werd lange tijd verloren gewaand. De door Cinémathèque Française gerestaureerde versie is helaas onvolledig, ongeveer half zo lang als het origineel. Een destijds gecensureerde naaktscène werd afzonderlijk bewaard. De restauratie is zeer knap gedaan.

Richard Oswald was een Oostenrijks regisseur. Veel bekender zou z’n Franse regieassistent worden, de jonge Marcel Carné. Visueel is de achttiende eeuw indrukwekkend weergegeven, met pruiken, bajonetten, luchters en Louis Seize-meubelen.

Camille (1936)

Greta Garbo speelt haar meest glamoureuze rol. Ze draagt de mode van de negentiende eeuw: weelderige jurken en juwelen. Haar blote schouders worden extra belicht. Haar scherpe gelaatstrekken en dunne wenkbrauwen komen in close-up doorheen een gaasfilter, om haar extra mysterieus te maken. De heren dragen smokings en hoge hoeden. Tijdgebonden attributen zijn een monocle, een toneelkijker, een kanten zakdoek en natuurlijk de ruiker witte camelia's. De interieurs hebben grote gordijnen, schilderijen, porselein en luchters met kaarsen. We horen een nocturne van Chopin, maar ook de cancan, walsen en polka's.

Alexandre Dumas, fils schreef La Dame aux camélias eerst als roman, maar de toneelversie werd bekender. Verdi's opera La Traviata is erop gebaseerd. Marguerite is een antiheldin, een cocotte die te veel geld uitgeeft aan een luxueuze levensstijl. Dat zal onvermijdelijk tot haar ondergang leiden. Na een persoonsverwisseling in het begin komt ze in een driehoeksverhouding terecht. De ene man wil ze voor z'n geld; de andere voor de liefde. Haar eerste hoestbui en appelflauwte kondigen reeds aan dat ze zal sterven aan tuberculose, een besmettelijke ziekte. Parijs wordt voorgesteld als het oord des verderfs. Daartegenover staan de rust en de gezonde lucht van het platteland.

Garbo speelt een personage dat een verandering ondergaat. In het begin wordt ze omringd door pracht en praal; op het einde is ze ziek en zwak. In zo'n gelaagde, tragische rol kon ze alle registers opentrekken. Ook Robert Taylor en Henry Daniell mogen er wezen als de twee mannen met tegengesteld karakter. De mooiste nevenrol is voor karakteractrice Laura Hope Crews als de drukke koppelaarster. Het geheel is een feest voor het oog en aangewezen voor wie van romantiek houdt.

Candidate, The (1972)

Politiek is een heikel thema in een land dat verdeeld is in twee blokken. Inhoudelijk zijn de ideologieën in een halve eeuw weinig veranderd. De fictieve slogans van toen lijken op de echte van nu. Politici worden niet beoordeeld op hun ideeën, maar op hun imago. De media willen geen grondige uiteenzettingen, maar korte, bruikbare quotes.

Robert Redford, met bakkebaarden en een uitbundig kapsel, blinkt uit als de populaire jongen die de politiek in rolt. Zijn progressieve standpunten moet hij in de loop van de campagne wat milderen. Peter Boyle speelt de verkiezingsstrateeg die hem probeert te kneden. Don Porter speelt de zittende senator, die arrogant overkomt, maar z'n conservatieve opvattingen goed weet te verkopen.

Het scenario is van de hand van Jeremy Larner, een journalist die ook toespraken schreef voor Eugene McCarthy, senator voor de Democratische Partij. Het is een politiek drama met een satirisch gehalte. De hectiek en de banaliteit van zo'n verkiezingsstrijd worden aan de kaak gesteld.

Canterbury Tale, A (1944)

Het begint visueel sterk, met die roofvogel die verandert in een vliegtuig. Zo wordt de link gelegd tussen de tijd van Geoffrey Chaucer en het heden. De locatie van Kent/Canterbury is prachtig in beeld gebracht. Met de twee hoofdpersonages kun je gemakkelijk meeleven.

Films tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn vaak patriottistisch met een vleugje oorlogspropaganda, en dat is hier niet anders. Het was de bedoeling jonge mensen te motiveren om mee te strijden voor Engeland.

De ontknoping vind ik nogal vreemd. Als ik het goed begrepen heb, deed de glue man lijm in het haar van meisjes om ze onaantrekkelijk te maken voor soldaten. Dan zouden die zich beter op hun taak in de oorlog kunnen concentreren. Ik ben niet helemaal overtuigd van deze methode.

Capricorn One (1977)

Als je een ernstige, realistische thriller verwacht, zul je bedrogen uitkomen. Het is meer een samenzweringskomedie. Vooral de scènes in de woestijn zijn ronduit komisch. De effecten zien er nep uit, maar dat past bij het thema.

Het leven imiteert de kunst. O. J. Simpson wordt achtervolgd door helikopters, iets wat hij later echt mee zou maken. Eliott Gould heeft de juiste kop voor de hoofdrol, een onderzoeksjournalist die de geheimen wil ontrafelen. Verschillende tv-sterren uit die tijd hebben een nevenrol: Robert Walden (Lou Grant), Telly Savalas (Kojak) en David Doyle (Charlie's Angels).

Carrie (1976)

Dit is een terechte horrorklassieker, omdat de personages goed onderbouwd zijn en er zorgvuldig naar een climax toe gewerkt wordt. Het is ook het verhaal van een onzeker tienermeisje dat geen seksuele voorlichting gehad heeft en daardoor het gevoel heeft dat ze "achter" is ten opzichte van haar leeftijdsgenoten. Ze is een gemakkelijk doelwit van pestkoppen.

Margaret White (Piper Laurie) is des te angstaanjagender omdat ze het goed bedoelt. Ze is er oprecht van overtuigd dat seks een zonde is waarvoor ze haar dochter moet behoeden. Wanneer ze met haar mes in die wortel kapt, castreert ze in gedachten de man die haar destijds misbruikt heeft en de jongens die achter Carrie aanzitten.

Bepaalde scènes zijn een voorafspiegeling van wat in de climax zal gebeuren. Margaret werpt een tas thee in het gezicht van haar dochter. In het hokje waarin Carrie opgesloten zit, hangt een beeld van Sint-Sebastiaan. Tijdens haar sterfscène lijkt Margaret hierop. Een gelukzalige glimlach verschijnt omdat ze zichzelf nu een heilige martelaar waant. Nog een krachtig beeld is wanneer ze vergezeld van bliksemflitsen één worden met de tafel van het Laatste Avondmaal.

Het bal, in open lucht opgenomen, is een visueel hoogstandje. Carrie en Tommy dansen op een draaiplatform, met de camera op een dolly in tegenbeweging. In een vloeiende beweging worden de gezichtsstandpunten van Sue en de sportlerares getoond. De laatstgenoemde lacht Carrie niet echt uit, dit gebeurt enkel in de vertroebelde waarneming van het in varkensbloed gedrenkte slachtoffer. Het gebruik van split screen geeft deze verwarring weer, en is gelukkig slechts in beperkte mate gebruikt.

De Palma is beïnvloed door Hitchcock. Er zitten verwijzingen naar Psycho in: Bates High School, de snerpende violen bij de telekinetische momenten, een douche- en een badscène...

De relatief onervaren acteurs komen spontaan en rebels over. John Travolta toont z'n improvisatietalent in een autoscène met echt bier, als de schalk die de gevolgen van z'n streken onderschat. Sissy Spacek was strikt gezien te oud voor haar rol, maar dat stoort niet. Wanneer ze haar ogen openspert, is ze even griezelig als een sphynxkat.

Casablanca (1942)

Everybody Comes to Rick's heette het ongeproduceerde toneelstuk dat, na onder handen genomen te zijn door meerdere schrijfteams, het meest geciteerde en fout geciteerde scenario aller tijden opleverde. De camera zwerft van het ene naar het andere tafeltje in het Café Américain om anekdotes mee te pikken van de Europese emigranten die de bar frequenteren.

Rick Blaine (Humphrey Bogart) wordt geïntroduceerd als een cynische dipsomaan, maar dit is slechts een façade. In het verleden toonde hij zich een idealist en een romanticus. In de Parijse flashback draagt hij een anjer als corsage. Hij zal moeten kiezen tussen liefde en loyaliteit - een tegenstelling die weerspiegeld wordt door de twee muzikale thema's: As Time Goes By en de Marseillaise. Uiteindelijk zal Rick z'n persoonlijke verlangens opofferen voor het hogere ideaal.

Ilsa Lund (Ingrid Bergman) staat voor een gelijkaardig dilemma. Met Viktor Laszlo (Paul Henreid) heeft ze een verstandshuwelijk, haar bewondering voor hem is rationeel. Voor Rick heeft ze passionele gevoelens; ondanks z'n gebreken is hij een zielsverwant. In close-up door een gaasfilter krijgen we haar mooiste kant te zien: de linkse. Haar zachtheid contrasteert met de hardheid van het regime; haar sierspeld met de eretekens op de uniformen.

Politiebaas Renault (Claude Rains) is een corrupte opportunist die draait met de wind. Er wordt geïmpliceerd dat hij uitreisvisa verstrekte in ruil voor seks. Toch blijkt ook in hem een kern van idealisme schuil te gaan.

Casablanca viel onder het gezag van de Vichyrepubliek. Dit onbezette, Duitsgezinde deel van Frankrijk krijgt tweemaal een veeg uit de pan: in het begin, wanneer iemand neergeschoten wordt voor een affiche van maarschalk Pétain, en op het einde, wanneer Renault een flesje Vichywater in de vuilnisbak gooit.

Ten dele was dit propaganda voor de Amerikaanse deelname aan de Tweede Wereldoorlog. Het echtpaar Burnett, dat het toneelstuk schreef, had joodse familieleden geholpen om geld Europa uit te smokkelen. Verschillende acteurs waren Europa ontvlucht voor het Naziregime, een paar waren joods. Helmut Dantine, te zien als de "gelukkige" Bulgaarse roulettespeler, had in een Oostenrijks concentratiekamp gezeten.

Mist, rook en schaduwen worden aangewend om een troebele, schimmige sfeer te creëren. We zien Ricks silhouet op de muur, net als de schaduwen van vazen en planten. Wanneer Ilsa horizontale strepen draagt, wordt dit versterkt door schaduwstrepen over haar gezicht, latten van jaloezieën en strepen op Ricks das. De naam van het Parijse café, La Belle Aurore, wordt in een schaduw op de grond getoond. Aan het plafond van dat café hangt een discobal - blijkbaar bestonden deze al. Om het kartonnen vliegtuig in de apotheose groter te doen lijken, moesten dwergen eromheen paraderen.

De uitreisvisa zijn een macguffin. Het valt te betwijfelen of een verzetsheld in het bezit hiervan zomaar had kunnen vertrekken. Je kunt vragen stellen over de geloofwaardigheid. Je kunt wijzen op fouten tegen de continuïteit: de regenjas die plots droog is, het binnenmuurtje in Ricks bureel dat uit het niets opdoemt... Je kunt daar ook doorheen kijken en meeleven met de Bulgaarse echtgenote (Joy Page) die zegt: "Perhaps tomorrow we'll be on that plane!"

Cat People (1982)

De mens ziet zichzelf graag als een redelijk wezen dat boven de rest van de schepping verheven is, maar daaronder schuilt nog steeds een dierlijke, instinctieve kant. Irena raakt verscheurd door die innerlijke tweespalt. Haar broer Paul heeft voor de dierlijke kant gekozen. Zij wil niet worden zoals hij. Daartegenover staat Alice, die mooi, jong en gezond is. Irena wil haar job - met dieren werken - en haar vrijer.

Irena lijkt telepathisch contact te hebben met de zwarte luipaard in de zoo. Ook andere katachtige roofdieren zitten daar, net als een groenvleugelara, en een olifant die zich met plezier nat laat spuiten. De eeuwenoude band tussen mens en dier wordt geïllustreerd met grotschilderingen, beeldhouwwerken en de animatieserie Top Cat.

Nastassja "Kinky" had een katachtige uiterlijk, lenig en groenogig. Malcolm McDowell leerde een stuk vlees te verorberen in de stijl van een luipaard. Slechts twee dingen werden ontleend aan de versie van 1942: het basisidee van de katmensen - een sensuelere tegenhanger van de weerwolf - en de zwembadscène.

De openingsscène toont een droomlandschap uit de tijd van de verre voorouders, met een baobab en kleurfilters - roze voor de dag, blauw voor de nacht. De volle maan suggereert bovennatuurlijke invloed. Tijdens de scène met de luipaard in een motel, komt een reproductie van Da Vinci's Laatste Avondmaal in beeld, gevolgd door een reclameaffiche voor junkfood. Schaduwen roepen een duistere sfeer op. De synthesizerklanken van Giorgio Moroder creëren een dromerige stemming; elektronische percussie geeft de dreiging aan. Het is een zwartgallig, symbolistisch ballet over de verborgen, duistere kant van de mens.

Cercle Rouge, Le (1970)

Alternatieve titel: De Rode Cirkel

Deze heistfilm volgt de klassieke driedeling planning, roof en problemen achteraf.

Het eerste deel is interessant dankzij de personages en de acteurs. De twee hoofdpersonages zijn een ex-gedetineerde (Delon) en een rechercheur (Bourvil). Bourvil is een van de drie grote Franse komieken (naast De Funès en Fernandel), maar blijkt ook sterk in een ernstige rol. De ex-gedetineerde wordt bijgestaan door een ontsnapte moordenaar (Volonté) en een scherpschutter met een delirium tremens (Montand). De titel verwijst naar een nepcitaat van Boeddha - verzonnen door Melville - dat aangeeft dat de personages voorbestemd waren om elkaar te ontmoeten.

De roof zelf, zonder dialoog, onderscheidt zich van de stomme film doordat er zeer effectief omgevingsgeluid gebruikt wordt. Het is alsof je er zelf bij bent.

In het derde deel krijgen we boeiende politiemethodes te zien: het onder druk zetten van informanten en het undercover gaan als zogenaamde heler.

Cérémonie, La (1995)

Alternatieve titel: A Judgement in Stone

Merkwaardig genoeg is de beste bewerking van Ruth Rendell Franstalig. Het is spannend, maar niet mysterieus, een misdaadverhaal vanuit het standpunt van de daders. Het Tsjechovprincipe wordt gerespecteerd: als er een geladen geweer in voorkomt, moet het op een gegeven ogenblik afgevuurd worden.

Het draait vooral om de personages en hun onderlinge sociale verhouding. Sophie (Sandrine Bonnaire) is het type dat haar woede opkropt en zich schaamt voor haar problemen. Haar tragiek is dat ze het zichzelf moeilijk maakt door haar onmacht om voor zichzelf op te komen. Als ze gewoon toegegeven had dat ze analfabete was, had ze zich een pak problemen kunnen besparen. Jeanne (Isabelle Huppert) is het type dat het conflict opzoekt en geen enkele schaamte kent.

Chabrols vergelijking met het marxisme houdt steek. Het gaat over twee leden van een lagere sociale klasse die zich uitgebuit voelen door de hogere klasse. Tijdens de Russische Revolutie executeerden de opstandelingen tsaar Nicolaas II samen met z'n vrouw en z'n sympathiek ogende kinderen. Dochter Melinda (Virginie Ledoyen) ondergaat hetzelfde lot; zij wordt gestraft voor haar eerlijkheid. Daarmee doen de rebellen hetzelfde als hun onderdrukkers: mensen beoordelen op hun afkomst.

Troeven van deze rustig opgebouwde tragedie zijn de frustraties en onaangepastheid van het hoofdpersonage, het goede acteerwerk en de slimme ontknoping.

Cerný Petr (1964)

Alternatieve titel: Black Peter

Miloš Forman is vooral bekend van z'n Engelstalige werk, maar z'n vroege periode is ook het ontdekken waard. Hij sluit aan bij het sociaal realisme uit die periode. Dat betekent dat het eens niet over het rijkste segment van de bevolking gaat, maar over een gewone jongen met de glamoureuze job van... winkeldetective! En daar blijkt hij niet al te goed in te zijn...

Lichaamstaal en kleding zeggen veel over de personages. Petr loopt met z'n schouders naar voren gebogen, wat op onzekerheid wijst. Z'n vader geeft een preek met z'n duimen achter z'n bretellen, in een poging om autoriteit en levenservaring uit te stralen. Pavla draagt een armband met bedeltjes, wat van een romantische karakter getuigt.

Een centraal thema is de generatiekloof. De oude generatie heeft een arbeidsethos en conservatieve normen en waarden. De jongeren willen vooral plezier maken en dwepen met de westerse popcultuur. De ouderen luisteren naar accordeon, de plaatselijke blaaskapel en polka's. Jongeren spelen gitaar en dansen twist of rock 'n' roll. Ook de reactie op het liggend naakt is verschillend. Er is een tegenstelling tussen de odalisk en de madonna.

Je kunt er verdoken politieke kritiek in zien. Net als de winkelier had ook het Tsjecho-Slowaakse regime een heel systeem om de mensen te bespioneren. Met humor en sociaal en psychologisch inzicht laat Forman zien hoe het was om op te groeien in een satellietstaat.

Champagne (1928)

In z’n vroege periode amuseerde Hitchcock zich reeds met cinematografie en montage. In een close-up van een champagneglas verschijnt het beeld van een balzaal. Er zijn matchcuts, vb. van een beddenlaken naar een tafellaken. Wanneer haar juwelenkistje gestolen wordt, komen enkel onderste ledematen in beeld. Het leukste is wel dat een wiebelende camera de ervaring van zeeziekte weergeeft.

Het hoofdpersonage is een rijkeluisdochter die moet kiezen tussen een rijke en een sympathieke man. Champagne staat symbool voor een luxueuze levensstijl. Er volgt een verandering van fortuin, opmerkelijk genoeg één jaar vóór de Wall Street Crash. De hoofdrol is voor Betty Balfour, een allitererende actrice en Britse beroemdheid van het stomme tijdperk.

Charade (1963)

Misdaad en humor gaan vaak goed samen. De openingssequentie met animatie van Maurice Binder en swingende muziek van Henry Mancini brengt er meteen de nodige schwung in. Het tempo ligt hoog, met snelle dialogen en achtervolgingen. Daarbij dalen ze steeds verder af, van de Franse Alpen naar hotelkamers naar de Seine en Parijse straten, om onder de grond te eindigen met een achtervolging in de metro. Telefooncellen, liften en zelfs een souffleurshokje houden personages tijdelijk vast, terwijl treinen, trams en taxi's er beweging in houden.

Het verhaaltje is zo luchtig als een meringue. De drie hoofdrolspelers zijn door de wol geverfde komieken. Audrey Hepburn is de in modieuze Givenchypakjes gehulde weduwe die moet beslissen wie ze kan vertrouwen: Cary Grant of Walter Matthau, die haar allebei een hoop leugens op de mouw spelden. Het mysterie maakt gebruikt van een oude truc: het gezochte fortuin is verborgen in open zicht. Valse identiteiten, woordspelingen en drie lompe schurken maken het plaatje compleet. Niet ernstig te nemen, maar wel uitstekend entertainment.

Cheat, The (1915)

Fannie Ward haalt een arsenaal aan gezichtsuitdrukkingen boven om een personage met een mengeling van goede en slechte eigenschappen te spelen. Ze heeft een gat in haar hand en komt door bedrog aan geld om haar schulden af te lossen. Ze wendt haar charmes aan en is te zien in verschillende modieuze outfits. Haar echtgenoot is goed maar naïef. De echte slechterik is de Japanner, maar na protest van Japanse Amerikanen werd hij later in een Birmees veranderd. Blijkbaar hadden de Birmezen niet zo'n sterke lobby.

Technisch en visueel was Cecil B. DeMille z'n tijd vooruit. Hij gebruikte rook en schaduwen om de Jap.. Birmees extra dreigend te doen lijken. In de gevangenis hangt de schaduw van tralies boven de echtgenoot. In het begin van het proces toont een panshot de twaalf leden van de jury. Er is een snelle afwisseling tussen fel belichte close-ups en reacties in het publiek. Het ontbreken van gesproken dialoog was geen onoverkomelijke hindernis om een spannend en turbulent verhaal te vertellen.

Chickens Come Home (1931)

In deze remake van het stomme Love 'em and Weep (1927) is Mr. Hardy een respectabel kandidaat voor de burgemeesterssjerp, al moet hij dan wel een incident uit het verleden begraven. Ook in die tijd kon een seksschandaal nefast zijn in verkiezingsperiode. De foto die hem dreigt te compromitteren, is naar hedendaagse normen betrekkelijk onschuldig.

De Dikke is vooral grappig wanneer hij twee contrasterende stemmingen uit moet drukken. Voor z'n gasten moet hij de indruk geven dat alles dik in orde is, terwijl ondertussen van alles gaande is wat hem in de problemen dreigt te brengen. Ook de Dunne schakelt snel over, bijvoorbeeld wanneer hij knikt om iemand gelijk te geven, terwijl hij niet weet waar het over gaat.

James Finlayson in de rol van butler gebruikt z'n kenmerkende wenkbrauwfronsen en uitgestelde reacties. Het is een mooie gelegenheid om twee vrouwelijke komieken aan het werk te zien: Mae Busch als de schandaalminnares en Thelma Todd als Olivers bazige echtgenote. Een letterlijk en figuurlijk hoogtepunt is wanneer Hardy en Busch de onderste en bovenste helft van een reuzin vormen. Het is weer een staaltje van ouderwetse kolder.

Chien Andalou, Un (1929)

In de jaren '20 maakte het surrealisme opgang in poëzie en schilderkunst. Het ging niet langer om een logisch opgebouwde intrige, maar om vrije associatie en intuïtie. Buñuel en Dalí haalden inspiratie uit hun dromen. Er zitten absurde elementen in, om te beginnen de titel. Er komt geen hond in voor en Andalucía heeft er niks mee te maken. De tijdaanduidingen houden evenmin steek. Na de tussentitel "Zestien jaar eerder" gaat de vorige scène gewoon verder. De locatie kan plots veranderen, zoals in een droom. Iemand schiet z'n dubbelganger neer in een kamer, maar het lijk valt in het bos.

Toch is er een samenhang door het verbinden van visuele gelijkenissen. Een dunne wolk die door de volle maan snijdt, lijkt op een scheermes door een oog. Een montagetrucje wekt de indruk dat een vrouwenoog opengesneden wordt, maar eigenlijk is het een kalfsoog. De acteur in deze buitenproportioneel beroemde openingsscène is Buñuel zelf.

Nog zo'n matchcut is er van een bos okselhaar naar een zee-egel. Bij sommige beelden past een spreekwoord. Wanneer twee boeken veranderen in revolvers, gebruikt de jongeman woorden als wapens. Later veegt hij letterlijk een glimlach van z'n gezicht. Een rode draad vormen dood, verderf en verminking. De Kerk wordt herhaaldelijk bespot. Aan de zware piano hangen de twee stenen tafelen uit het Oude Testament, en twee seminaristen - waarvan de rechtse Dalí zelf is. Een van zijn favoriete schilderijen is even te zien (tijdens de scène met de fiets): De Kantwerkster van Vermeer.

Een freudiaanse droomanalyse kan onderbewuste betekenissen naar boven halen. Vrouwelijke symbolen zijn de maan, het oog en het kistje met de parallelle strepen. Mannelijke symbolen zijn de langwerpige wolk, het scheermes en de hand. Een afgehakte hand kan duiden op castratieangst; de te zware piano op impotentie. De grenzen tussen de seksen vervagen met een man in nonnenhabijt en een kortharigevrouw in mannenkleren.

Buñuel en Dalí leverden een kunstwerk af dat aansloot bij de vernieuwende stromingen uit die tijd, en dat vele interpretaties toelaat. Je kunt het ondergaan als een hypnosesessie met een vrije opeenvolging van beelden, of je kunt er diepere betekenissen achter zoeken. De muziek van Wagner, in 1960 toegevoegd, past er totaal niet bij. Satie of Ravel zou beter aansluiten bij die speelse, hypnagogische stijl.

Children's Hour, The (1961)

Met deze tragedie doorbrak Lillian Hellmann in 1934 een taboe. Ze baseerde zich losjes op een reëel incident in Schotland rond 1810. In de jaren zestig werd de Hayscode minder streng en durfde William Wyler zich eraan te wagen. Onschuldig ogende scènes krijgen tijdens het herbekijken een diepere betekenis: Martha's complimentjes voor Karens uiterlijk, haar vijandige houding tegenover Karens verloofde Joe (James Garner)... Het verboden boek waarin de meisjes lezen moet de fantasie van Mary in werking gesteld hebben.

De kindacteurs doen het uitstekend. Het is leuk om eens stoute kinderen te zien, in tegenstelling tot de gebruikelijke engelachtige wezentjes. Mary (Karen Balkin) liegt en manipuleert, ze ziet eruit als een echt pestkopje. Rosalie (Veronica Cartwright) is een sympathiek meisje met één zwakke eigenschap: kleptomanie. Als een ekster "leent" ze blinkende voorwerpen.

Er is een contrast tussen de twee hoofdpersonages. Martha (Shirley MacLaine) is introvert en onzeker; Karen (Audrey Hepburn) is extravert, zelfzeker en beter gekleed. Die les Frans geeft ze met een net accent en haar typische parmantigheid. Reactieshots tonen de gezichtsexpressie van de acteurs, die diep in zichzelf graven. Martha is opgegroeid in een omgeving die haar geaardheid als zondig veroordeelt. Ze schaamt zich voor zichzelf, worstelt met haar gevoelens, voelt zich smerig en overbodig. Mary's grootmoeder is een nevenpersonage dat een verandering ondergaat. Zij ondervindt dat ze haar schuld niet met geld af kan kopen - Lillian Hellmann was antikapitalistisch en stond op de zwarte lijst.

Er is op locatie geschoten in de natuurrijke Shadow Ranch in Los Angeles. In het begin is de kostschool een oase, ver weg van de wereldse drukte, maar na het vertrek van de kinderen voelt diezelfde plaats donker en geïsoleerd aan. Schaduwen worden aangewend om een zwaarmoedige sfeer te scheppen, met als hoogtepunt de schaduw van het touw waaraan Martha zich opgehangen heeft. Je kunt meer zeggen door dingen weg te laten. Het lijk, de rechtszaak en Mary's billenkoek worden niet getoond, zodat de focus komt te liggen op de gevoelens en de intense interactie tussen de personages.

China Syndrome, The (1979)

Alternatieve titel: Het China Syndroom

Een spannende film over de dreiging van een kernramp. Een journaliste (Jane Fonda) en haar cameraman (Michael Douglas) willen deze dreiging wereldkundig maken, maar het bestuur van de kerncentrale doet er alles aan om dit te voorkomen en het publiek gerust te stellen. Een ingenieur (Jack Lemmon) ontdekt dat er gefraudeerd is in de veiligheidsprocedure.

Jack Lemmon bewijst dat hij niet enkel goed is in komische rollen. Jane Fonda speelt een vrouiw die enkel lichte nieuwsonderwerpen mag brengen maar eigenlijk aan onderzoeksjournalistiek wil doen. Ook de jonge Michael Douglas bruist van energie.

Kerncentrales waren nog vrij nieuw in die tijd; in de V.S. kwamen de eerste er in jaren '50. Deze film voorspelt in zekere zin Tsjernobyl en Fukushima, en de wat minder grote ramp op Three Mile Island, inderdaad twee weken na het uitkomen van deze film. Je gaat je afvragen of onze kerncentrales wel zo veilig zijn als beweerd wordt.

Chinatown (1974)

In tegenstelling tot wat de titel doet vermoeden, spelen enkel de laatste zeven minuten zich af in de Chinese wijk van Los Angeles. Chinatown staat vooral voor het innerlijke litteken dat Jake Gittes met zich meedraagt. Dit is meteen ook z'n drijfveer bij z'n nieuwe opdracht. Als privédetective steekt hij z'n neus in andermans zaken, met als gevolg dat dit edele reukorgaan verwond wordt door een opdondertje, gespeeld door Roman Polanski zelf. Alles wordt getoond vanuit het standpunt van Gittes, die in elke scène aanwezig is. Soms is de cameravoering subjectief. De kijker ontdekt de aanwijzingen samen met de detective, die echt speurwerk verricht, onder meer wanneer hij een horloge onder een autoband legt om te weten hoe laat die vertrok.

Het centrale thema is de strijd om water. De vraag is of de voorziening in zo'n primaire levensbehoefte een zaak is voor de overheid of dat die in privéhanden mag vallen. Noah Cross is een door hebzucht gedreven witteboordencrimineel die het systeem weet te manipuleren. Helemaal pervers wordt hij wanneer hij ook de dader van incest blijkt. Een leuk bijrolletje is er voor John Hillerman (Higgins in Magnum, P.I.) als de droge, bureaucratische handlanger. De cynische blik van Jack Nicholson, de kwetsbaarheid van Faye Dunaway en de rauwe energie van John Huston doen de rest.

Het is een van de eerste voorbeelden van neo-noir. De schaduw van Venetiaanse jaloezieën, reflecties, sigarettenrook en een ruit met letters in spiegelschrift zijn ontleend aan de oude stijl. Het speelt zich af in en rond Los Angeles in de late jaren '30. Gittis rijdt met een Packard, hij draagt Florsheimschoenen en de telefoons zijn van bakeliet. Evelyn heeft dunne, getekende wenkbrauwen in de stijl van Jean Harlow. Herkenbare personages zijn de harde detective die ingehuurd wordt onder een drogreden; de mysterieuze, al dan niet fatale vrouw; de onbekwame rechercheur; het slachtoffer dat te veel wist en de getuige die een cruciale aanwijzing geeft zonder het zelf te beseffen: "bad for the glass!"

Het oog is een terugkerend motief: het hoofdpersonage is een private eye, de bifocale bril is een plotelement, een vergrootglas en een fototoestel komen erin voor en Evelyns oog wordt doorboord door een kogel. Het taalgebruik is cynisch, kortaf en vrij grof ("quicker than the wind from a duck's ass"). Een Okie is een boer uit Oklahoma die naar Californië geëmigreerd is ten tijde van de Dust Bowl. Er zitten memorabele citaten in, zoals "How do you like them apples?" De muziek helpt mee om de sfeer van de periode op te roepen. In een nachtclub wordt The Way You Look Tonight gespeeld, een melodietje dat Gittes nog naneuriet in het archief. Jerry Goldsmith gebruikte de metaalachtige laagste tonen van een hamerende piano, harpglissando's en een nevelige trompetsolo. De sterkste punten zijn de complexe intrige, de schimmige sfeer en de verweving van oud en nieuw.

Chocolat (2016)

Alternatieve titel: Monsieur Chocolat

Omar Sy speelt Chocolat, een Afro-Cubaanse clown die in Frankrijk optrad rond de vorige eeuwwisseling. Het is een dankbare rol, omdat hij enerzijds de entertainer moet spelen en anderzijds de man achter de façade. Die circusnummers waren platte humor. Hij wilde daaruit breken en ernstig genomen worden. Geleidelijk aan drong het besef door dat hij alleen succes had als het stereotype van de domme zwarte. Toulouse-Lautrec stelde hem als een soort aapachtige voor. Aan Foottit had hij veel te danken, maar hij werd ook door hem vernederd. Komische duo's zijn vaak op een lichamelijke tegenstelling gebaseerd, in dit geval dus de blanke Pierrot en de zwarte August. Zoals Vénus Noire wordt hij tentoongesteld voor een op sensatie belust publiek, als een exotisch fenomeen. Los van de ethische discussie is het vooral genieten van de mimiek, de lichaamstaal en de emotionele reikwijdte van Omar Sy.

Ciske de Rat (1984)

Een technisch meesterwerk is dit niet, maar het verhaal van de Amsterdamse volksjongen met de moeilijke jeugd kan nog steeds ontroeren. De smalle steegjes in de Czaar Peterbuurt dienen uitstekend als volkse havenbuurt in het Amsterdam van de jaren ‘30. Kindermishandeling was een reëel probleem. Fysiek en verbaal geweld in het gezin en op school werden al te vaak als normaal beschouwd.

Ciske is een sympathiek personage dat zich vastklampt aan de lichtpuntjes in z’n bestaan. Hij doorloopt de hel, het vagevuur en het paradijs: thuis, de tuchtschool en z’n nieuwe gezin. De moedermoord is een klassiek thema. Orestes vermoordde Clytaemnestra.

Danny De Munk had het juiste accent, en kon goed zingen en acteren voor een dertienjarige. Pet en bretellen passen bij de periode. Willeke van Ammelrooy speelt een vrouw die zelf te veel problemen heeft om ook nog een goede opvoedster te zijn. Herman van Veen als onderwijzer en voogd is leuk, met dat herkenbare, geeuwende stemgeluid. Hij schreef zelf het bekende liedje, een soort smartlap waarin de zanger in ouderwetse stijl z’n keelgat open mag trekken.

Citizen Kane (1941)

As ze de gebeurtenissen in chronologische volgorde verteld hadden, was dit een gewone biografie geweest. Ze hebben echter de techniek van een detectiveverhaal toegepast, waarbij een onderzoeksjournalist in het verleden van de overledene graaft. Journalist Jerry Thompson (William Alland) is er uitsluitend als waarnemer. Z'n gezicht komt slechts een paar keer in beeld, verder weten we niks over hem.

Alles draait om Charles Foster Kane (Orson Welles). De andere personages krijgen we uitsluitend te zien in hun relatie tot Kane. Hij was een egotripper, iemand die gaf in de hoop bewonderd te worden voor z'n vrijgevigheid. Hij beschouwde de wereld als zijn blokkendoos en de mensen als pionnen op zijn spelbord. Hij was geen selfmade man, want hij erfde een fortuin. Een duidelijke politieke overtuiging had hij niet.

De gelijkenissen met William Randolph Hearst zijn onmiskenbaar. Hearst Castle leek op Xanadu. Zijn krant heette niet de Inquirer maar de San Francisco Examiner.

In de eerste, lange versie van het script stelde Herman Mankiewicz Kane voor als een zelfgenoegzame manipulator en een grondlegger van de sensatiejournalistiek. Welles zelf, die het script inkortte en herwerkte, voelde wellicht meer sympathie voor Kane en herkende er eigenschappen van zichzelf in.

Vernieuwend waren het gebruik van deep focus, de dynamische montage en de ongewone camerastandpunten. Bij z'n confrontatie met Kane zien we Jedediah Leland (Joseph Cotten) in kikkerperspectief vanuit een scheve hoek, wat het onstabiele van z'n dronkenschap weergeeft. Ze hebben een gat in de grond geboord om die camera te kunnen plaatsen.

Bij een herkijkbeurt zie je meer. Wanneer de slee tijdens Kanes jeugd getoond wordt, hebben ze vermeden dat het woord Rosebud in beeld komt. Eerst houdt de kleine Charles (Buddy Swan) de bovenkant tegen z'n lichaam, dan ligt er een laag sneeuw op. Zoals uit een knopje een bloem ontluikt, zo komt dit hele verhaal uit dat ene woord voort. Op het einde toont de camera de oplossing van het mysterie, terwijl de personages in het ongewisse blijven - dramatische ironie.

De eerste keer dat ik Citizen Kane zag, was ik niet overweldigd, maar inmiddels moet ik toegeven dat hij dankzij de verteltechniek en de cinematografie z'n status als klassieker niet gestolen heeft.

Città delle Donne, La (1980)

Alternatieve titel: City of Women

De eerste veertig minuten zijn goed. Het idee van de droomscène in 8 1/2 wordt verder uitgewerkt. Een man, door en door macho al beseft hij dat zelf niet, komt in een gebouw terecht met al z'n voormalige minnaressen. Ze vormen echter geen onderdanige harem, maar prediken feministische standpunten en komen in opstand tegen de patriarchale samenleving.

Helaas wordt het daarna wisselvallig. Dr. Katzone is een overbodig personage dat dan ook nog Bizet begint te kwelen. Het is spijtig dat geen van de vrouwelijke personages goed uitgewerkt wordt, het blijft van de ene naar de andere springen of ze worden als een homogene groep voorgesteld. Het freudiaanse einde is gejat van North by Northwest. Liefhebbers van Fellini moeten hem wel gezien hebben, maar hij hoort niet bij z'n beste.

City Island (2009)

We zitten in het New Yorkse acteursmilieu, waar method acting religie is en eindeloze rijen aan staan te schuiven voor een auditie. De personages zijn goed onderbouwd, de verschillende verhaallijnen mooi verweven. Andy Garcia speelt een van z'n betere rollen, maar er zijn ook heel wat goede nevenrollen. Ik noem slechts de theateractrice Sarah Saltzberg, hier als assistent-castingdirector.

Het centrale idee is dat mensen geheimen hebben voor hun naasten, wat tot opgekropte frustraties leidt, totdat het er allemaal uit komt in een emotionele climax. De acteurs zijn niet enkel bezig met hoe ze hun tekst moeten brengen, maar ook met hoe ze op elkaar reageren. Het script is ongetwijfeld vermengd met improvisatie. Er zitten heel wat grappige momenten in en de locatie is leuk: een voormalig vissersdorp op een eilandje in The Bronx.

City Lights (1931)

De Zwerver is een uiterst herkenbaar typetje, met z'n te wijde clownsbroek, z'n eendengangetje, bolhoed, valse snor en wandelstok. Op z'n omzwervingen komt hij in contact met alle lagen van de bevolking. Hij gedraagt zich als een beschermende gentleman ten opzichte van de armen, maar hij bespot de rijken.

Wegens de opkomst van de talkies besloot Chaplin wat geluidseffecten te integreren, maar geen stemmen. Als satire op de lange speeches van gezagdragers blies hij op een soort papieren rietje met een trompetachtig geluid. De vallende steen klinkt niet als een steen, maar als een hol, houten voorwerp.

De humor is behoorlijk absurd. Hoe geloofwaardig is het dat iemand een stuk zeep in plakjes snijdt en op z'n boterham legt in de veronderstelling dat het kaas is? Ook de gespleten persoonlijkheid van de miljonair is bizar. Het hoeft echter niet realistisch te zijn; kolder mag ook. Komische hoogtepunten zijn de openingsscène en de boksmatch die de sierlijkheid heeft van een ballet.

De hoofdintrige is niet zozeer grappig, wel romantisch. Virginia Cherrill was zwaar bijziend, wat haar die starende blik gaf waarmee ze voor blind door kon gaan. Dit is het kruispunt tussen de vroege, puur komische Chaplin en de latere klassiekers waarin hij zwaarwichtiger thema's zou verwerken.

Cleopatra (1963)

Een intimate epic werd dit genoemd. Het is een grootschalige productie met heel veel figuranten, paarden en rekwisieten. Reusachtige sets werden gebouwd in de Cinecittà in Rome, alsook in Londen, Malibu, Andalusië en Egypte. Er zitten enkele veld- en zeeslagen in, met als beste vondst de falanx of "schildpad", een gesloten formatie soldaten omhuld door schilden. Tegelijk zitten er intieme, romantische scènes in.

Elizabeth Taylor speelt haar glansrol als de op macht beluste verleidster, ijdel, charmant en venijnig. De stemmingswisselingen en het theatrale gedrag van deze heerseres laten haar alle registers opentrekken. Ze draagt heel wat excentrieke kostuums met bijhorende kapsels en attributen. Rex Harrison en Richard Burton zijn twee uitstekende tegenspelers die zowel de heroïsche als de menselijke kant van hun personage weten te tonen. Martin Landau bewijst z'n veelzijdigheid als acteur, net als Hume Cronyn.

Goud dient om te pronken met de rijkdom. De sfynx en andere fabeldieren wijzen op de goddelijke afkomst van de heersers. "Hoogmoed komt voor de val" zou de moraal kunnen zijn. In het begin zit er nog redelijk wat humor in, maar geleidelijk aan wordt de toon donkerder en tragischer. Er zitten ook bovennatuurlijke elementen in. Tijdens de moord op Caesar zijn er crosscuts naar een heidens ritueel, waarbij Cleopatra op telepathische wijze de dolksteek lijkt te voelen. Trouw en verraad staan centraal, met als hoogtepunt de twee slavinnen die samen met hun meesteres de dood in gaan. In deze geromantiseerde versie van de geschiedenis spreken de Romeinen Engels en kloppen niet alle historische details, maar het blijft een meeslepend en emotioneel spektakel.